U bent hier

Deze week nog lage waterstanden, daarna wellicht een flinke stijging

Gaat de langverwachte weeromslag er nu echt komen? Vorig weekend leek het er nog op dat een volgend hogedrukgebied de komende week heer en meester zou zijn en neerslag voorlopig op afstand zou blijven. Nu ziet de verwachting voor komende week er heel anders uit en vooral vanaf woensdag kan flink wat regen gaan vallen. Na het volgend weekend zou er mogelijk nog veel meer regen kunnen vallen, waardoor de waterstanden echt uit het dal kunnen klimmen. Voordat bij de waterbeheerders en mensen die van het water afhankelijk zijn de vlag uit gaat, nog even afwachten tot de regen echt gevallen is. In het waterbericht leest u de details.

In Water Inzicht een terugblik op de twee perioden dat de Rijnafvoeren deze nazomer het verste wegzakten. Welk deel van het stroomgebied leverde toen het meeste water en wat waren de verschillen tussen beide perioden.

Water van de week

Eén, misschien twee flink natte perioden op komt

De neerslagverwachting voor de komende week tot 10 dagen vooruit is de afgelopen dagen flink op de schop gegaan. Vorige week zag het er nog naar uit dat we nu met een sterk hogedrukgebied te maken zouden krijgen, dat langdurig het weer in de stroomgebieden kon gaan bepalen. Mijn verwachting was toen dat de lage afvoeren misschien wel tot het eind van de maand zouden voortduren.

Medio afgelopen week was al duidelijk dat er ook lagedrukgebieden op het toneel zouden kunnen verschijnen, die misschien wel voor een verrassing konden gaan zorgen. Gisteren en vandaag trok zo’n lagedrukgebied over de stroomgebieden en dit bracht al wat regen. Het grote hogedrukgebied komt er nog steeds, het ligt nu al bij Schotland en trekt in onze richting, maar het trekt veel sneller door dan eerder werd verwacht.

Woensdag kan dan al een actief regengebied de stroomgebieden bereiken. Tot en met vrijdag kan er zo’n 25 tot 40 mm regen vallen en dat is voldoende om de Rijn en Maas te laten stijgen. Vanaf komend weekend probeert het hogedrukgebied weer een uitloper te vormen tot over Centraal-Europa, maar de verwachting van vanmorgen laat ook een opvallend sterk lagedrukgebied zien dat vanaf de Atlantische Oceaan richting het noorden van de Noordzee trekt. Dit zou vanaf zondag 25/10 tot het midden van de week daarna (rond 28/10) nogmaals veel regen kunnen brengen.

In totaal komt de hoofdrun van het Europese weermodel voor de komende 10 dagen met 50 tot soms 100 mm regen in de stroomgebieden. Ik hou nog een flinke slag om de arm, zeker voor de tweede regenperiode, maar mocht het uitkomen dan gaan de waterstanden flink in de lift. Een andere mogelijkheid is dat de lage druk toch weer noordelijker blijft en de stroomgebieden buiten schot blijven. Een interessante weersituatie om de komende dagen in de gaten te houden.

Rijn eerst nog rond 6,3 m NAP, vanaf midden van de week stijgend naar 6,7 m, later mogelijk naar 7,5 m.

De afgelopen week verliep grotendeels droog in het stroomgebied, alleen gisteren en vandaag viel er wat regen. De waterstand bij Lobith ging aanvankelijk wat omlaag tot iets onder de 6,3 m NAP, maar bleef daarna stabiel. De afvoer schommelde rond 630 m3/s.

Regen die gisteren vlak over de grens viel, zorgt nu voor een heel beperkte stijging van een paar centimeter. Daarna volgt er ook nog wat water uit de rest van het stroomgebied, maar dit is slechts voldoende voor een stabilisatie van de waterstanden rond 6,3 m NAP. Vanaf woensdag bereikt nieuwe regen het stroomgebied en dit levert vanaf donderdag een langzame stijging op van ca 10 cm per dag. Maandag na het weekend kan de stand dan gestegen zijn tot 6,7 m NAP (+/- 10 cm) en de afvoer stijgt dan naar ca 750 m3/s.

Volgens de laatste verwachting kan er vanaf zondag opnieuw veel regen gaan vallen, al is dat op deze termijn uiteraard nog onzeker. Mocht het uitkomen, dan kan de waterstand na maandag 26/10 verder stijgen naar mogelijk 7,5 m NAP, en misschien nog wat meer, aan het eind van die week. De afvoer stijgt dan voor het eerst sinds maanden weer tot boven de 1.000 m3/s, waarmee er een einde zou komen aan de laagwaterperiode. Maar een en ander is nog erg onzeker en hangt vooral af van de regen die na volgend weekend kan gaan vallen. Mocht die uitblijven, dan blijft de waterstand voorlopig nog onder de 7 m NAP.

Maasafvoer stijgt ook, maar pas na volgend weekend

De Maas daalde afgelopen week weer naar een afvoer van ca 30 tot 35 m3/s bij Maastricht. Het bleef de hele week ook vrijwel droog in het stroomgebied en ook de afgelopen 2 dagen viel er maar weinig. Het blijft de komende dagen nog droog en pas vanaf woensdag kan er wat regen vallen. Ook de dagen daarna ligt het stroomgebied van de Maas net naast het gebied waar veel regen gaat vallen en tot en met vrijdag blijft het bij zo’n 15 tot 25 mm. Voldoende voor een lichte stijging tot ca 50 m3/s op zaterdag. Het is goed mogelijk dat het regengebied ook de Ardennen weet te raken en dan kan de afvoer wel wat verder stijgen tot mogelijk 100 m3/s.

De tweede periode met veel regen, van zondag 25 t/m woensdag 28/10, zou wel veel regen in de Ardennen kunnen brengen en als dat uitkomt, kan de afvoer verder stijgen naar mogelijk 250 m3/s. Maar het is nog uiterst onzeker of die vele regen er wel komt, dus misschien blijft het bij een afvoer tussen 50 en maximaal 100 m3/s.

Water Inzicht

Waar kwam het water vandaan tijdens de momenten dat de Rijnafvoer het laagste was.

Op een kleine onderbreking na is de afvoer al bijna 4 maanden onder de 1000 m³/s. Dat is bijna net zoveel als in het jaar 2018, wat ook een zeer lange periode dan lage afvoeren kende. In een gemiddeld jaar bedraagt het aantal dagen met een zo lage afvoer namelijk maar ca 15 tot 20. De huidige laagwaterperiode kende tot nu toe twee momenten dat de waterstand tot een zeer lage waarde daalde: op 17 augustus, toen de stand bij Lobith naar 6,11 m NAP zakte, bij een afvoer van 560 m³/s, en op 30 september, toen de Rijn nog net iets verder daalde naar respectievelijk 6,05 m NAP en 543 m³/s.

Ik ben voor beide perioden op zoek gegaan naar de herkomst van dit water en ondanks dat de verschillen niet heel groot zijn, was de bijdrage van verschillende delen van het stroomgebied wel heel verschillend. Zo kwam bij de eerste laagwaterperiode nog ca 380 m³/s uit Zwitserland en was dat de tweede keer maar ca 315 m³/s. Dat het verschil bij Lobith toch maar 17 m³/s bedroeg was te danken aan de bijdrage uit Duitsland die toen wat groter was geworden. Het had ondertussen wat geregend en dat leverde nog lang een wat grotere bijdrage vanuit met name Duitsland. In de volgende twee kaarten zijn de afvoeren van de deelstroomgebieden weergegeven voor achtereenvolgens de eerste en de tweede laagwaterperiode.

Afvoeren aug 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de laagwaterperiode van medio augustus
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de eerste laagwaterperiode van medio augustus

Afvoeren sep 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september

In de tabel hieronder zijn de afvoeren uit de deelstroomgebieden en de Rijn zelf ook nog op een rij gezet om ze goed te kunnen vergelijken. Als we eerst naar Zwitserland kijken, dan blijkt dat de Alpen tijdens de tweede golf duidelijk minder water aanvoerden: in augustus 235 m³/s en in september nog maar 154 m³/s. Ook procentueel was het aandeel kleiner, in augustus kwam nog 42% van het water dat bij Lobith passeerde vanuit het hooggebergte, in september was dat nog 28%.

Vooral de Aare, die gewoonlijk veel water uit het hooggebergte ontvangt was flink in afvoer achteruitgegaan. Het was vooral vanwege het lange droge weer dat de aanvoer vanuit het hooggebergte kleiner was geworden; gewoonlijk vallen er in de zomer namelijk veel buien in de Alpen en die bleven nu grotendeels achterwege. Voor een deel is gaat het ook om smeltwater van gletsjers, maar dat is zeker niet de hoofdmoot, omdat de gletsjers slechts een beperkt areaal beslaan.

De grote Zwitserse zijrivieren van de Rijn monden aan de voet van de Alpen eerst uit in grote meren en die fungeren als enorme buffers voor het water. In de tabel is weergegeven hoeveel water er in de meren uitstroomt en hoeveel er uitstroomt. Bij de Bodensee bijvoorbeeld stroomde er in augustus 85 m³/s in en 145 m³/s uit. Veel meer dus en dat is allemaal water dat eerder in het voorjaar en de zomer, toen de Rijnafvoer vanuit de Alpen nog veel hoger was, in het meer is opgeslagen.

Scherm­afbeelding 2026-10-18 om 17.06.28.png

Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.
Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.

De Bodensee is in feite een groot natuurlijk buffervat dat langzaam leegloopt, zonder dat daar sluizen en stuwen aan te pas komen. In september was bij de Bodensee de afvoer vanuit de Alpen licht gedaald (naar 72 m³/s), maar was de hoeveelheid uitstromend water veel meer afgenomen (naar 112 m³/s). Leverde de Bodensee in augustus nog ruim 25% van het wat dat bij Lobith binnenstoomde, eind september was dat nog ruim 20%. Het hoort bij deze tijd van het jaar dat zowel de bijdrage vanuit de Alpen als vanuit de meren afneemt, maar dit jaar liggen beide wel op een heel laag niveau.

Als we naar het totale aanbod vanuit de meren kijken in september dan blijkt dit aandeel echter niet afgenomen, maar zelfs nog wat groter te zijn dan in augustus. Dit heeft de Rijn vooral te danken aan de Aare die vanaf de Bielersee ca 35 m³/s extra is gaan afvoeren. Bij de andere meren is de bijdrage vanuit de buffers namelijk overal kleiner geworden, maar bij de Bielersee juist veel groter.

Dit extra water is vooral afkomstig uit het meer van Neufchatel, dat stroomopwaarts van de Bielersee ligt en er via een kanaal mee verbonden is. Waar de Aare de Bielersee uitstroomt ligt een stuw waarmee het peil in beide meren geregeld kan worden. Tijdens de zomer was de uitstroom vanuit de Bielersee steeds ongeveer even groot als de instroom, maar vanaf begin september laat men meer water wegstromen dan er instroomt; door de stuw wat meer te openen.

Beide meren dalen sindsdien met ca 1 cm per dag en dat levert de Aare ongeveer 30 tot 35 m³/s extra op. Zonder deze gestuurde buffer zou de Rijnafvoer in Nederland dus nog flink lager zijn geweest. Bij de andere meren is deze mogelijkheid om extra water te bufferen er niet. Ondanks de flinke bijdrage uit de Zwitserse Bielersee was de afvoer vanuit Zwitserland in september toch ruim 60 m³/s lager. In Duitsland werd dit voor een groot deel weer ingelopen.

De afvoer van de Neckar en de Main was groter en ook andere beken die vanuit het Zwarte Woud en de Vogezen naar de Rijn stroomden zullen een wat hogere afvoer hebben gehad, want bij Kaub, halverwege Duitsland was het verschil nog ca 30 m³/s. Verder stroomafwaarts verschilde de bijdrage uit de meeste zijbeken niet veel tussen de beide perioden. Het verschil tussen beide laagwaterperioden nam hier heel langzaam nog wat verder af; mogelijk dat er ook minder water gebruikt werd, waardoor het verschil afnam.

Alles bij elkaar bedroeg de bijdrage vanuit het Duitse en via de Moezel ook Franse deel in september ca 225 m³/s, dat is 45 m³/s meer dan in augustus. In augustus kwam nog ca 68% uit Zwitserland, in september was dat afgenomen tot 58%. Nog een disclaimer bij al de genoemde afvoeren in deze bijdrage; die zijn namelijk niet 100% betrouwbaar. Afvoeren worden namelijk niet direct gemeten, maar zijn altijd afgeleid van de waterstanden. Veel meetstations in vooral Duitsland, maar ook bij Lobith, daalden verder dan ooit tevoren en voor zo lage waterstanden zijn de afvoergegevens daarom niet helemaal betrouwbaar; maar ze zijn altijd nog wel bruikbaar voor een goede indruk van de bijzondere situatie in deze nazomer.