U bent hier

Einde droogte in Nederland en in stroomgebieden nog niet in zicht; dalende waterstanden

Al maandenlang domineren hogedrukgebieden het weer. Neerslaggebieden blijven op grote afstand en als gevolg van de vrij hoge temperaturen en de vele zonneschijn neemt het neerslagtekort snel toe. Een weersomslag hoeven we de eerste 10 dagen nog niet te verwachten en de waterstanden in Rijn en Maas zullen daardoor blijven dalen tot voor de tijd van het jaar erg lage waarden. In het water bericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van lage waterstanden in de Maas; hoe bijzonder zijn de lage standen die we nu meemaken en hoe verliepen andere jaren nadat het in het voorjaar langdurig droog was.

Water van de week

Voorlopig geen zicht op enige neerslag van betekenis

Na de regenval van vorige week, die net ten zuiden van Nederland bleef, is de hele afgelopen week droog verlopen. Een krachtig hogedrukgebied bij Ierland, dat zich later uitbreidde naar Scandinavië, blokkeerde de weg voor lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan en zo kon de droogte zich voortzetten.

Het hogedrukgebied heeft zich nu iets teruggetrokken op de oceaan en via de Golf van Biskaje beweegt een lagedrukgebied naar het noorden. Regengebieden die daarmee samenhangen trekken vandaag en morgen Frankrijk binnen, maar komen waarschijnlijk niet verder dan de Franse noord- en oostgrens, omdat het hogedrukgebied zich al snel herstelt. De Rijn en de Maas hoeven daarom niet of nauwelijks op extra water te rekenen.

De komende dagen wordt het hogedrukgebied almaar sterker en het blijft rotsvast liggen in het zeegebied net ten noorden van Schotland. Op regen hoeven we dan niet rekenen; alleen in de Alpen kan in de loop van de middagen een enkele bui ontstaan die voor de Rijn een klein beetje water kan opleveren. Later in de week nadert er opnieuw een lagedrukgebied; nu vanuit het noordoosten via Finland. Dit brengt in Oost-Europa neerslag maar ook deze regen blijft waarschijnlijk buiten het bereik van onze stroomgebieden.

Pas vanaf 20 mei zou het hogedrukgebied zich weer wat kunnen verschuiven in westelijke richting en dan zou er een lagedrukgebied ten noorden van ons kunnen ontstaan. In de verwachtingen zien we in de laatste 10 dagen van mei dan ook wat neerslagsignalen. Maar heel overtuigend zijn deze nog niet en omdat het hogedrukgebied nog steeds neerslaggebieden vanaf de oceaan tegenhoudt, betekent dit ook nog geen overgang naar een veel nattere periode.

Toch zal er ooit weer een keer over gaan komen naar natter weer, dat is in het verleden ook altijd gebeurd. Soms duurde dat enkele maanden zoals in 2011, toen het na een zeer droog voorjaar vanaf juni vrij abrupt natter werd, maar er zijn ook jaren zoals 1921 en 1976 en toen de droogte de hele zomer voortduurde. Veel van deze jaren met een lage afvoer hebben gemeen dat in de winter daarvoor een La niña optrad. Dit is een weerfenomeen in de Stille Oceaan, maar de invloed ervan reikt tot over een groot deel van de aarde.

Vorig jaar hadden we te maken met een El niño en toen was het voorjaar juist erg nat. De La niña is inmiddels voorbij maar de invloed ervan kan ook daarna nog maandenlang aanhouden. In 2011 werd het begin juni natter, in 1976 duurde de droogte de hele zomer. Het blijft daarom voorlopig nog afwachten welk scenario 2025 zal gaan volgen.

Rijn daalt komende week naar ca 7,6 m; later nog verder omlaag.

De afgelopen week profiteerde de Rijn van de neerslag die rond het weekend In Midden- en Zuid-Duitsland viel. De waterstand steeg iets meer dan 50 cm van 7,65 m NAP naar bijna 8,2 m vandaag. De afvoer nam met 250 m3/s toe van 1.200 naar ca 1.450 m3/s. Dat is nog ruim onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat bijna 800 m³/s hoger ligt, Maar het is in ieder geval weer wat hoger dan medio april toen de afvoer bijna de 1.000 m³/s aantikte.

De komende week staat de Rijn weer een langere daling te wachten en gezien de weersverwachting is de kans groot dat ergens tussen 20 en 25 mei de afvoer weer in de buurt zal gaan komen van de 1000 m³/s. Vanaf vandaag is de waterstand weer gaan dalen en in de nacht van aanstaande dinsdag op woensdag verwacht ik dat de 8 m (NAP) weer wordt onderschreden. Daarna gaat er dagelijks ongeveer 10 cm van de stand af en in het weekend zal dan de 7,6 m (NAP)  worden bereikt. De afvoer bedraagt dan ongeveer 1.150 m³/s.

Rond het weekend stagneert de daling waarschijnlijk even als wat extra water uit Zwitserland ons bereikt, maar een stijging zal dat niet opleveren. Na het weekend gaat de daling weer verder met ongeveer 5 cm per dag en rond 20/5 verwacht ik dat er 7,5 m wordt bereikt. Waarschijnlijk ook daarna de daling nog langzaam doorgaan want vóór 25/5 verwacht ik op grond van de huidige weersverwachting nauwelijks neerslag en dus ook geen stijging.

De kans is groot dat dan ook de 1.000 m³/s wordt bereikt, bij een waterstand van ca 7,3 m NAP. Voorlopig dus een langdurige daling en nog geen stijging in zicht. Misschien dat er volgende week wel een verandering kan worden aangekondigd.

Maas daalt naar ca 60 m3/s en grote kans dat ook 50 m3/s wordt bereikt

In het stroomgebied van de Maas viel in het weekend wel wat neerslag, maar dat leverde de Maas maar een dag of twee extra afvoer op van slechts enkele tientallen m³/s. De afvoer daalde dan ook de hele week, maar bij de nu heersende lage afvoeren gaat dat maar met heel kleine stapjes. Omdat er de hele week geen regen wordt verwacht zal de daling zich voortzetten en over een week verwacht ik een daggemiddelde afvoer van ca 60 m³/s.

Ook na het volgend weekend zet de daling zeer waarschijnlijk nog door, zodat dan ook de 50 m³/s in zicht komt. Dat is een afvoer die meestal pas in hoogzomer voor het eerst wordt bereikt en dan alleen nog in de wat drogere zomers. Dit jaar gebeurt dat dus al in mei en voorlopig zijn er geen voortekenen dat er een einde komt aan deze lage standen.

Water Inzicht

Hoe bijzonder zijn de huidige lage Maasafvoeren en is al iets te zeggen over hoe lang ze nog aanhouden

Vorige week besteedde ik aandacht aan de lage afvoeren van de Rijn; deze week de Maas. Al sinds begin maart is ook de Maasafvoer aan de lage kant en gemiddeld over april voerde de Maas met 135 m3/s slechts ongeveer 45% van het langjarig gemiddelde af. Daarmee was het de op 9 na laagste aprilafvoer sinds de metingen in 1911 zijn begonnen. En 10e plaats is wat minder extreem dan de Rijn, die in april de 4plaatst bereikte. De Maas had dit te danken aan de natte winter, met een paar flinke hoogwaters.

Inmiddels is het stroomgebied sterk opgedroogd en is de afvoer al gezakt tot onder de 100 m3/s en als dit zo aanhoudt dan zal mei als maand nog een stuk hoger eindigen in de ranglijst van meimaanden met een lage afvoer. In de tabel hierna zijn van alle aprilmaanden sinds 1911 de 25 op een rij gezet met de laagste afvoeren; en het percentage van het langjarig gemiddelde daarnaast. De maanden met een afvoer <40% zijn rood gemarkeerd, tussen 40 en 50% oranje en tussen50 en 60% geel. Naar rechts in de tabel zijn van dezelfde jaren ook de volgende maanden in het voorjaar en de zomer weergegeven. 

Scherm­afbeelding 2025-05-11 om 11.48.52.png

Tabel met in de eerste 3 kolommen de 25 jaren dat de aprilafvoer van de Maas kleiner was dan ca 60% van het langjarig gemiddelde. Daarachter de afvoeren van de maanden mei t/m augustus voor diezelfde jaren. Voor de toelichting op de kleuren zie de tekst.
Tabel met in de eerste 3 kolommen de 25 jaren dat de aprilafvoer van de Maas kleiner was dan ca 60% van het langjarig gemiddelde. Daarachter de afvoeren van de maanden mei t/m augustus voor diezelfde jaren. Voor de toelichting op de kleuren zie de tekst.

Net als bij de Rijn vinden we 1921 en 1976 bovenaan met een afvoer die nog 35 tot 40 m3/s lager was dan 2025. In die jaren begon de droogte ook al in de winter. Een recent jaar dat veel op het huidige jaar lijkt is 2011, toen de winter ook vrij nat verliep en het vanaf februari langdurig droog werd. Die droogte begon iets eerder en april had toen een gemiddelde afvoer die nog ca 25 m3/s lager was dan dit jaar.

Bij de Rijn zagen we dat de afvoer, in de maanden na een aprilmaand met lage afvoeren, in mei nog weinig verandert, maar daarna vaak wel opkrabbelt. Bij de Maas is dat minder het geval en zien we dat vooral bij de maanden, die hoog in de ranglijst staan, er zelden herstel optreedt. Alleen in 2014 verliep de zomer zo nat, dat de Maas duidelijk kon stijgen. Onderaan de tabel is het gemiddelde van de 10 jaren met de laagste afvoer weergegeven en waar die bij de Rijn iedere maand ongeveer 10% hoger wordt, is dat bij de Maas slechts ca 5%.

De kans dat de Maasafvoer de komende maanden naar het langjarig gemiddelde stijgt is dus niet zo groot. Een jaar als 2011 laat dat ook zien: toen sloeg het weer om en werd het vanaf juni duidelijk natter. De Rijn profiteerde daar toen meer van dan de Maas die tot in het najaar een lage afvoer hield.

Terwijl alle maanden van het jaar in de afgelopen decennia in meer of mindere mate natter zijn geworden, is april juist droger geworden. We zien daarom ook veel recente aprilmaanden (deze zijn blauw gemarkeerd in de eerste kolom) terug in deze tabel. Dit zijn er 7, terwijl het er bij een gelijke verdeling 5 zouden zijn geweest (20% van 25). In de volgende tabel is dit (in de tweede kolom) voor alle maanden van het jaar op een rij gezet. Behalve april zijn er ook in juni en juli in de laatste 25 jaar relatief veel maanden geweest met een lage gemiddelde afvoer. De 3 kalendermaanden die het meeste afwijken heb ik een kleurtje gegeven.

Scherm­afbeelding 2025-05-11 om 11.47.20.png

Aantal keren sinds 2001 dat de gemiddelde maandafvoer tot de 20% laagste behoorde sinds 1911. In de 3e kolom is ook het jaar vermeld met de allerlaagste gemiddelde afvoer in die maand.
Aantal keren sinds 2001 dat de gemiddelde maandafvoer tot de 20% laagste behoorde sinds 1911. In de 3e kolom is ook het jaar vermeld met de allerlaagste gemiddelde afvoer in die maand.

De situatie lijkt erg veel op die van de Rijn, waar ook april, juni en juli het hoogste eindigen en wat ook hier opvalt is dat vanaf augustus de situatie normaliseert. Bij de Maas kunnen de veranderingen niet het gevolg zijn van wijzigingen in de sneeuwsmelt in de Alpen, want de Maas voert in de zomer alleen regenwater af. Als klimaatverandering ook hier de oorzaak is, dan zou het mogelijk met de toegenomen verdamping te maken kunnen hebben.

Als gevolg van de steeds hogere temperaturen is in het zomerhalfjaar de verdamping inmiddels 20% groter dan 50 jaar geleden. Een groter deel van de neerslag bereikt daardoor niet meer de Maas en vooral tijdens de toch al drogere maanden zorgt dat dan voor nog wat lage gemiddelde afvoeren en een grotere kans dat deze maand bij de drogere gaat behoren. Dat in augustus en september de kans op lage maandafvoeren niet is toegenomen heeft mogelijk te maken met de stuwmeren die in de tachtiger jaren van de vorige eeuw in het Waalse deel van het stroomgebied van de Maas zijn aangelegd om de lage afvoeren aan te vullen.

In augustus en september is de kans op lage afvoeren het grootst en die maanden profiteren daarom het meest van de extra aanvoer vanuit de stuwmeren. De allerlaagste afvoeren worden door de extra aanvoer wat minder laag en de kans dat het maandegmiddelde dan tot de laagste gaat horen is daardoor ook kleiner.  

De laatste grafiek is nieuw en heeft weer betrekking op de Rijn, maar voor de Maas zou die er niet heel anders uitzien. Van 6 jaren met lage tot zeer lage gemiddelde afvoeren uit de meetreeks van de Rijn is in deze figuur afgebeeld op welke plek in de ranglijst een jaar zich bevond. 1921 en 1976 waren jaren die al vroeg droog waren en waar de afvoer al in januari en februari een relatief hoge positie op de ranglijst bereikte (hoger betekent in dit geval lager in de grafiek). Die twee jaren waren de meest extreme van de vorige eeuw en toen bleef het droog tot aan het het eind van het jaar, een reeks van maar liefst 9 maanden.

Scherm­afbeelding 2025-05-10 om 14.24.39.png

Positie in de ranglijst gedurende het jaar van 6 jaren die een langdurige lage afvoer kenden.
Positie in de ranglijst gedurende het jaar van 6 jaren die een langdurige lage afvoer kenden.

Het afgelopen jaar verloopt duidelijk anders, want dit begon net als 2011, 2018 en 2022 met een veel hogere afvoer (en een veel lagere positie in de ranglijst). Dit jaar lijkt tot nu toe veel op dat van 2011 toen vanaf februari de droogte begon en in april een ongeveer even hoge plek werd bereikt als dit jaar. 2022 en 2018 verliepen anders, want daar zette de droogte en de lage positie pas later in: respectievelijk in juni en juli.

In 2018 duurde de periode met extreem lage afvoeren 5 maanden, in 2022 waren het er 4. In 2011 waren het er ook 4, maar deze vielen dus in de voorzomer. Vanwege de voorgeschiedenis is het niet onwaarschijnlijk dat ook 2025 het pad van 2011 gaat volgen en er vanaf juni herstel gaat optreden. De weermodellen hinten ook al wat langer op een natter scenario vanaf eind mei of begin juni. Geen fijn vooruitzicht voor de zomervakanties, maar voor de rivieren zou het wel goed uitkomen. Misschien zien we volgende week al of dit ook echt gaat gebeuren.