Het blijft voorlopig nog regenachtig in de stroomgebieden
Het natte weer houdt ook de komende week nog aan en de waterstanden in de rivieren blijven op een hoog peil. Er zijn wat voorzichtige aanwijzingen dat het na deze week misschien wat droger wordt, maar ook dan wordt het waarschijnlijk geen lange droge periode. Voorlopig dus voldoende water in de rivieren.
In de rubriek Water Inzicht een analyse van de waterstanden in de Bodensee. Het smeltseizoen in de Alpen is in volle gang en de Bodensee stijgt nu snel. Het verloop van peil van meer gedurende het jaar is een ideale graadmeter om de toestand van de sneeuw in de Alpen aan af te meten.
Water van de week.
Huidige natte weer houdt voorlopig nog even aan
We beleven in Nederland de natste perioden ooit sinds de neerslagmetingen rond 1900 zijn begonnen. Sinds vorig jaar juli zijn op september na alle maanden te nat geweest en ook mei zal in een groot deel van Nederland nat tot zeer nat verlopen. Ook in de stroomgebieden is het erg nat en dat zorgt in Rijn en Maas voor een veel hogere afvoer dan gewoonlijk in deze tijd van het jaar.
De komende week verandert daar nog weinig in want het blijft ook dan nat in de stroomgebieden al verandert de situatie wel een beetje, want een deel van het stroomgebied van de Maas en de Rijn komt volgende week in een wat droger gebied te liggen.
In het grootschalige weerpatroon zien we al wekenlang een hogedrukgebied boven Rusland dat verhindert dat lagedrukgebieden die vanuit het westen komen verder naar het oosten bewegen. De lagedrukgebieden worden dan boven centraal Europa ingevangen en blijven daar dagenlang rondtollen. Zo gaan gepaard met regenzones waar soms urenlang neerslag uitvalt en in de gebieden waar het wat warmer is kunnen door de dagelijkse gang van de temperatuur in de loop van de middag zware buien ontstaan.
Beide weersituaties hebben we de afgelopen weken regelmatig mee mogen maken boven Nederland: zo waren er soms zware buien waarbij in in een uur tijd tot wel 50 mm regen viel maar er waren ook momenten zoals gisteren in het westen van Brabant dat het urenlang zwaar bleef regenen en er ruim 70 mm regen kon vallen. De weermodellen kunnen wel goed aangeven dat we met een wisselvallig weertype te maken hebben en dat er kans is op grote hoeveelheden neerslag maar ze zijn minder goed in staat om aan te geven waar die neerslag dan precies valt; zeker een paar dagen van tevoren.
Zoals het er nu naar uitziet houdt het hierboven beschreven weerpatroon in ieder geval deze week nog aan. Vanaf het begin van de volgende week zou het hogedrukgebied boven de Azoren wat meer invloed op ons weer kunnen krijgen waardoor de situatie wat stabiliseert en minder wisselvallig wordt. Maar het blijft nog wel even afwachten of dat echt gebeurt, want deze trend naar droger weer zagen we ook in eerdere verwachtingen van de weermodellen wel eens naar voren komen, waarna ze niet uitkwamen. Voorlopig zit er niets anders op aan ons voor te bereiden op wederom een natte week.
De eerste dagen van de week valt het met de neerslag echter nog wel mee en gaat het vooral om buien. Op één plaats kan dan veel neerslag vallen terwijl het op een andere plaats meevalt. In de stroomgebieden blijven de hoeveelheden deze dagen beperkt en dat zorgt ervoor dat de waterstanden in de eerste helft van de week langzaam blijven dalen. Woensdag kan wel weer vrijwel regen vallen in de stroomgebieden en waarschijnlijk is dat voldoende om de rivieren daarna weer wat te laten stijgen.
Donderdag en vrijdag verlopen niet droog maar vallen er ook geen heel grote hoeveelheden regen. In het weekend zou het dan wel weer natter kunnen worden waarbij vooral in het noorden van Duitsland veel regen kan vallen. Als we de hoeveelheden over de hele week bezien dan kan er in de Ardennen en de noordelijke helft van Duitsland zo’n 40 tot 60 mm regen vallen. In de zuidelijke helft van Duitsland en het oosten van Frankrijk wordt deze week veel minder regen verwacht, maar in Zwitserland en de Alpen staat wel weer veel regen op het programma.
Zoals ik hierboven al schreef zijn de weermodellen niet zo goed in staat om in deze situatie met kleine lagedrukgebieden boven het continent goed in te schatten waar de meeste regen gaat vallen. We zullen daarom van dag tot dag moeten kijken waar de neerslag valt en of er gebieden zijn waar gedurende een of twee dagen grote hoeveelheden gaan vallen die invloed kunnen hebben op de rivieren.
Rijn schommelt komende 10 dagen tussen 11 en 11,5 m (NAP)
Afgelopen woensdag passeerde het kleine hoogwater golfje in de Rijn met een stand van 12,6 m (NAP) bij Lobith en een afvoer van ruim 5100 m³/s. Een dergelijke afvoer buiten het winterseizoen is in de Rijn niet uitzonderlijk. Sinds het begin van de meetreeks in 1900 is het gemiddeld iedere 10 jaar wel een keer voorgekomen dat een zo hoge of nog hogere afvoer in mei, juni of juli is opgetreden.
De laatste keer was dat in juli 2021 toen de afvoer zelfs tot bijna 7000 m³/s steeg en daarvoor werd in juni 2013 de 6000 m³/s bereikt. Bij een afvoer boven de 5000 m³/s overstromen de lagere delen van de uiterwaarden maar pas bij ongeveer 7000 m³/s staan de uiterwaarden grotendeels onder water.
Dit laatste hoogwatertje heeft daarom alleen lokaal voor ondergelopen uiterwaarden gezorgd en daar waar zomerkaders liggen zal het water niet eens naar binnen zijn gestroomd. Inmiddels is de waterstand alweer ruim een meter gedaald en de afvoer weer onder de 4000 m³/s gezakt. Dat is nog steeds hoog voor de tijd van het jaar want het langjarig gemiddelde eind mei bedraagt slechts 2200 m³/s.
De komende week zal die afvoer zeker niet bereikt worden want er is nog aardig wat water onderweg vanuit het stroomgebied en in de loop van de week wordt opnieuw regen verwacht, die de stand weer wat kan laten stijgen. Voorlopig verwacht ik daarom dat de afvoer nog tot en met de eerste week van juni boven de 3500 m³/s blijft en dat betekent een stand boven de 11 m (NAP).
De komende 3 dagen schommelt de afvoer rond de 3.800 m³/s en de stand rond de 11,4 m (NAP). Vanaf woensdag verwacht ik een lichte daling tot aan het eind van de week de stand ongeveer bij 11 m uit zal zijn gekomen. Vanaf zaterdag 1 juni kan weer een lichte stijging volgen, als het water arriveert van de neerslag die in de loop van deze week valt.
Voorlopig lijken er geen heel grote hoeveelheden regen te gaan vallen en blijft het waarschijnlijk bij een stijging die niet hoger komt dan 11,5 m (NAP) rond 3 juni. Dit kan eventueel nog veranderen mocht er in de loop van de week toch meer regen gaan vallen dan nu verwacht.
Maasafvoer daalt een paar dagen, maar kan later weer stijgen naar 500 m³/s of hoger.
De Maasafvoer is ook nog hoog voor de tijd van het jaar. Aanvankelijk daalde de afvoer wat maar gisteren zaterdag werd na een stijging weer even de 500 m³/s overschreden; terwijl het langjarig gemiddelde in deze tijd van het jaar ongeveer 200 m³/s bedraagt. In veel van de afgelopen jaren, met een droog voorjaar, was de afvoer in deze tijd zelfs al onder de 100 m³/s gedaald. Maar dit jaar verloopt anders en voorlopig blijft de afvoer aan de hoge kant.
De eerstkomende drie dagen wordt weinig regen verwacht en daalt de afvoer tot onder de 400 m³/s. Woensdag wordt waarschijnlijk weer een natte dag in de Ardennen en dan valt er voldoende regen om de afvoer weer te laten stijgen tot tegen de 500 m³/s op woensdag en donderdag. Daarna volgen weer een paar drogere dagen en in het weekend kan de afvoer weer gezakt zijn tot onder de 400 m³/s.
Volgens de huidige weersverwachting zou er op zondag zelfs veel regen in de Ardennen kunnen vallen en als dat uitkomt gaat de afvoer zeker weer stijgen tot 500 m³/s of misschien nog hoger. Deze verwachting is echter wel nog onzeker want een week vooruit zijn de weermodellen nog niet zo heel zeker van hun zaak. De kans dat het dan droog verloopt is echter niet groot en we moeten er rekening mee houden dat de afvoer ook na het volgend weekend voorlopig nog even op een hoog niveau blijft.
Maar mocht zich na het weekend inderdaad een hogedrukgebied in onze omgeving ontwikkelen, wat enkele weermodellen laten zien, dan zou op langere termijn (vanaf 10 juni) de afvoer wel flink moeten gaan dalen. Maar ook dat is nog met een grote slag om de arm.
Water Inzicht
De afgelopen winter was sneeuwrijk in de Alpen en er is nu veel smeltwater; hoe bijzonder is dat
Een paar dagen geleden steeg de waterstand in de Bodensee tot boven de 400 cm op de peilschaal in Konstanz. Een teken dat het smeltseizoen in de Alpen op gang is gekomen. De sneeuw die in de winter in de Alpen is gevallen, gaat meestal in mei smelten en door de grote toestroom van smeltwater stijgt dan het peil van de Bodensee. In de grafiek hieronder is het peilverloop van dit jaar in blauw weergegeven. De groene lijn geeft het langjarig gemiddelde aan en de rode en de zwarte lijn de extremen.
Schermafbeelding 2024-05-26 om 09.56.52.png

De stand van 400 cm werd dit jaar ongeveer twee weken eerder bereikt dan gemiddeld. Dit is het gevolg van enerzijds een erg natte winter waardoor er ook veel regen viel en de Bodensee al met een hoog peil de winter uitkwam en een grote hoeveelheid sneeuw die nu aan het smelten is. Voor de Alpen was het een atypische winter: het was namelijk erg warm en onder de 1000 tot soms zelfs 1500 m viel de neerslag meestal als regen. Boven de 1500 m viel echter wel steeds sneeuw en daar groeide het sneeuwdek aan tot een enorme dikte.
Ook op dit moment ligt er nog steeds heel veel sneeuw zoals de grafiek hieronder van een meetstation op ca 2.150 m hoogte aan de noordkant van de Alpen laat zien. Dit sneeuwdek gaat de komende weken snel smelten en eind juni zal het meeste verdwenen zijn. Dat betekent dat de Rijn nog heel wat water kan verwachten de komende weken. De Bodensee waar al dit water in eerste instantie in wordt opgeslagen, zal daarom de komende weken nog verder stijgen en waarschijnlijk rond medio juni zijn hoogste stand bereiken.
Schermafbeelding 2024-05-26 om 09.58.34.png

Gemiddeld komt de stand tot ca 440 cm en het is goed mogelijk dat dat peil dit jaar overschreden wordt; zeker als er ook nog veel regen gaat vallen de komende weken. Na half juni gaat de stand weer langzaam dalen en de hele rest van de zomer stroomt de Bodensee dan langzaam leeg, om pas in de herfst weer op een laag niveau uit te komen. De Rijn profiteert dus het hele zomerhalfjaar van het smeltwater van de sneeuw die in de voorgaande winter in de Alpen is gevallen.
In de volgende grafiek is het percentage weergegeven van de Rijnafvoer bij Lobith die afkomstig is uit de Bodensee. Wat opvalt is dat deze vooral ook in het In de zomer en de nazomer relatief heel hoog is en pas in oktober weer gaat zakken. Het smeltwater vanuit de Alpen is dus erg belangrijk voor de Rijn in de periode van lage afvoeren; die vooral in het najaar optreedt en de laatste jaren soms ook wel in de zomer. Het is te verwachten dat de gevolgen van de klimaatverandering, die ook de Alpen sterk beïnvloeden, merkbaar zullen zijn in de waterstanden van de Bodensee.
Schermafbeelding 2024-05-26 om 13.51.49.png

In Konstanz wordt al bijna 200 jaar de waterstand gemeten en dit levert een schat aan gegevens op over de rol die de het smeltwater vanuit de Alpen speelt voor de Rijn. Nu is het onderzoek gebleken dat er rond 1940 een verandering is geweest in de uitstroom van het meer. Waarschijnlijk is er toen een doorgang gegraven in de drempel aan de benedenstroomse kant van het meer ten behoeve van de scheepvaart en het meer loopt daardoor ietsje makkelijker leeg.
Om een goede vergelijking te maken tussen de historische gegevens en de huidige is het daarom het beste om te starten bij 1942 omdat sindsdien de situatie in de drempel ongewijzigd is gebleven. De eerste grafiek hieronder laat de gemiddelde waterstand van de Bodensee zien over het hele kalenderjaar vanaf 1942 tot en met vorig jaar. Gemiddeld genomen ligt deze iets onder de 350 cm maar er zijn ook jaren dat het gemiddelde bij 300 bleef steken en een enkele keer kwam het tot aan ongeveer 370 cm.
Kalenderjaar stand Bodensee.png

De trendlijn door de hele meetreeks is vrijwel vlak wat laat zien dat er vrijwel geen verandering is opgetreden in de totale hoeveelheid water die gemiddeld over het jaar vanuit de Alpen naar de Rijn stroomt. Er zijn soms wel perioden van meerdere jaren achtereen geweest met relatief weinig water zoals van 2003 tot en met 2007, maar daarna steeg de waterstand altijd weer. Na een aantal jaren met weinig water daalt het 15-jarig gemiddelde, om, als de stand weer een aantal jaren vrij hoog is, weer te stijgen.
Sinds 2008 is de gemiddelde afvoer in de meeste jaren relatief hoog geweest, alleen 2022 was een droog jaar, en het 15-jarig gemiddelde is daardoor de laatste tijd weer aan het stijgen. In de volgende 4 grafieken heb ik het jaar opgedeeld naar de 4 seizoenen en daarin zijn wel duidelijke veranderingen zichtbaar. De eerste grafiek laat de waterstand gedurende de 3 wintermaanden zien en daarin zien we een heel duidelijk oplopende trend. Vooral de laatste 15 jaar was de waterstand in de winter vaak hoog en de afgelopen winter spande helemaal de kroon. Het 15-jarige gemiddelde is dan ook flink aan het stijgen.
Winter stand Bodensee.png

We zien hier de gevolgen van de zachte en natte winters van de afgelopen jaren. Doordat de gemiddelde wintertemperatuur enkele graden hoger is dan zo'n 40 tot 50 jaar geleden is de sneeuwgrens hoger komen te liggen en valt een groter deel van de neerslag in Zwitserland in de vorm van regen. En waar rond de 1000 m hoogte in vroeger jaren een deel van de neerslag maandenlang als sneeuw bleef liggen en pas in het voorjaar tot afstroom kwam, gebeurt dat nu al in de wintermaanden.
Ook is het gemiddeld natter geworden en dit verklaart ook een deel van de toename In de waterstand van de Bodensee. In het voorjaar zijn de veranderingen veel minder groot (zie volgende grafiek), de trendlijn is vrijwel vlak en er is dus geen sprake van een toe- of afname van de waterstand.
Lente stand Bodensee.png

Waarschijnlijk spelen hier twee effecten die elkaar opheffen: enerzijds is het voorjaar in de afgelopen 10 tot 15 jaar wat droger geworden wat tot een lagere waterstand zou moeten leiden, maar tegelijkertijd is de hoeveelheid smeltwater in met name de maand mei toegenomen. Het begin van het smeltseizoen, van de sneeuw die hoog in de Alpen ligt, is namelijk in de tijd naar voren geschoven en vangt gemiddeld enkele weken eerder aan dan voorheen en daar profiteert vooral de waterstand in mei van.
Ook dit jaar past in dat beeld met een waterstand van 400 cm bij Konstanz die al relatief vroeg in mei wordt bereikt. Als we meer in detail kijken dan zien we dat er sinds 2011 geen jaren met een hele lage waterstand zijn geweest, die er voor die tijd wel regelmatig waren. Ondanks de soms sneeuwarme winters en droge voorjaren die er zijn geweest zit het met de aanvoer van water in het voorjaar dus wel goed.
Heel anders is het beeld in de zomer, want daar zien we een duidelijke dalende trend (zie de volgende grafiek). Deze is goed te verklaren aan het feit dat sneeuw in de Alpen eerder smelt en de Bodensee daardoor zijn hoogste stand al eerder bereikt, waarna deze ook eerder gaat dalen en later in de zomer al eerder veel lagere standen worden bereikt.
Zomer stand Bodensee.png

Als we naar de lijn van het 15-jarig gemiddelde kijken dan zien we dat vooral in de periode van 1988 tot 2007 er veel jaren een lage gemiddelde zomerstand hadden. Vanaf 2008 ziet het er iets gunstiger uit; met in 2016, 2019 en 2021 zelfs relatief hoge zomerstanden. De zomers van 2022 en ‘23 hadden daarentegen weer een lage gemiddelde stand.
Hierin zien we terug dat de waterstand in de Bodensee niet alleen door het smeltwater wordt beïnvloed maar ook door de neerslag die in de zomer in de Alpen valt. Met name in de zomermaanden kan er vanuit buien veel neerslag vallen in de Alpen. In de bovengenoemde jaren kon de waterstand van de Bodensee daardoor, ondanks dat er wellicht minder smeltwater was in het begin van de zomer, toch gedurende de zomer zelf hoger oplopen.
De vaak lage standen in de zomer betekenen niet dat de Bodensee in de herfst nog verder zakt want als we naar de volgende grafiek kijken van de waterstand in het najaar dan zien we daar weer een ongeveer stabiele trendlijn. Ook hier speelt waarschijnlijk de sneeuwval een rol want door de hogere temperaturen is de datum dat zich een blijvend sneeuwdek vormt in de Alpen naar achteren geschoven.
Herfst stand Bodensee.png

In oktober en november valt daarom een groter deel van de neerslag nog als regen en dit zorgt in het najaar voor meer water in de Bodensee. De laatste jaren was er vaak sprake van een relatief hoge stand en het 15-jarig gemiddelde is in deze periode ook duidelijk gaan stijgen.
De veranderingen in de waterstand van de Bodensee gedurende het jaar zijn dus heel goed te relateren aan de gevolgen van de klimaatverandering op de neerslag in de Alpen. In de volgende twee grafieken heb ik tenslotte nog in beeld gebracht wat de gevolgen zijn voor de afvoer van de Rijn bij Lobith. Van de ruim tachtigjarige meetreeks sinds 1942 heb ik de waterstanden omgezet in afvoeren en vervolgens de eerste 15 jaar (blauwe lijn) met de laatste 15 jaar (oranje lijn) vergeleken.
Veranderingen in smeltwater.png

In de wintermaanden is de afvoer vanuit de Bodensee met ongeveer 50 m3/s gestegen; het gevolg van de nattere winters en het feit dat meer neerslag als regen valt. In de voorjaarsmaanden april tot en met juni is de afvoer vrijwel onveranderd. De sneeuw hogerop in de Alpen smelt enkele weken eerder en dit compenseert de vaak drogere voorjaarsmaanden van de voorgaande jaren.
In de zomer zien we een duidelijke afname van de afvoer, met ruim 50 m3/s in juli en ook valt het moment dat de afvoer het hoogst is eerder in de zomer dan voorheen. In september is de afvoer onveranderd om in de laatste maanden van het jaar weer hoger te zijn dan vroeger; vanwege het uitstel van het moment dat de neerslag hogerop in de Alpen weer als sneeuw gaat vallen.
In de laatste grafiek tenslotte heb ik deze veranderingen vertaald in wat dit gedurende het jaar betekent voor de afvoer bij Lobith. Daarbij ben ik ervan uitgegaan dat de Bodensee ongeveer de helft van de Alpen afwatert en dat betekent dat het totale effect van wat er in de Alpen gebeurt ruwweg twee keer zo groot zal zijn als wat we in de Bodensee zien.
Effect bij Lobith van veranderingen in smeltwater.jpg

Van de toename die we in de winter in de afvoer bij Lobith zien is ongeveer 100 m³/s te verklaren uit wat er bovenstrooms in de Alpen gebeurt en de afname in de zomer die we de laatste decennia zien is ook goed te verklaren. Zowel de toename in de winter bij Lobith als de afname in de zomer zijn trouwens nog wat groter dan deze grafiek laat zien, want ook elders in het stroomgebied zijn er veranderingen die een rol spelen, maar in de zomer zijn het vooral de gevolgen van de veranderingen in de Alpen die we bij Lobith terug zien.
Wat verder opvalt in deze grafiek is dat met name in de maanden dat de Rijnafvoer doorgaans het laagst is, september en oktober, er een lichte toename van de afvoer optreedt. Dit zien we ook terug bij Lobith, want de allerlaagste afvoer die gedurende het jaar optreedt, is in de laatste decennia niet verder gedaald maar juist iets gestegen.
Als we deze trends doortrekken naar een toekomst met een nog verdere opwarming dan is het te verwachten dat de afvoer in de winter vanuit de Alpen verder blijven toenemen; want de sneeuwgrens zal nog verder omhoog schuiven. In de zomermaanden zal de afvoer waarschijnlijk nog wat afnemen, al zullen er vanwege de zwaardere buien ook vaker jaren zijn met juist een hogere afvoer.
De jaren met een lage zomerafvoeren hoeven niet meteen voor problemen te zorgen in de watervoorziening in Nederland. Want met name in juni en juli is de Rijnafvoer gemiddeld altijd nog aan de hoge kant en minder water zal dan niet meteen tot grote problemen leiden. Als die problemen er komen, zal dat vooral in augustus zijn, want dan is de afvoer altijd al lager en als daar nog wat meer vanaf gaat, is de kans op krapte het grootst.
Het goede nieuws is dat in september en met name oktober, als zich gewoonlijk de laagste standen voordoen, de afvoeren juist minder laag zullen worden, omdat er vanuit de Alpen door een hogere sneeuwgrens tot later in de herfst meer water tot afstroomt komt naar de Rijn.