maandag 10 oktober 2016
Nog minstens een week dalende waterstanden
Meestal treedt er na een droge zomer in de loop van de herfst een omslag in het weer op, waarbij de neerslag toeneemt en de watervoorraden weer worden aangevuld. Dit jaar laat die omslag lang op zich wachten. De komende week blijft het zeker nog droog en voor daarna is de kans op nattigheid ook nog niet groot.. Al meer dan 4 weken is er geen regen van betekenis gevallen en de afvoer in de Rijn nadert nu de 1000 m3/s en zal die in de loop van deze week onderschrijden. De Maasafvoer was al laag en blijft laag. Ook in Nederland is de droogte nu goed merkbaar: de buffers in het grondwater, die door de vele regen in juni ruimschoots waren gevuld, zijn nu geheel opgebruikt. Het gevolg daarvan is dat op de zandgronden in het oosten en zuiden van het land de afvoer in de beken erg laag geworden is en vennen en venen langzaam steeds verder opdrogen. In het westen van Nederland dring nu tweemaal daags tijdens vloed het zoute water tot ver de Benedenrivieren op.
Rijnafvoer daalt tot onder de 1000 m3/s
De waterstand bij Lobith is gezakt tot 7,35 m wat overeenkomt met een afvoer van 1035 m3/s. De daling gaat nu niet zo snel meer, met zo’n 2 tot 3 cm per dag, wat overeenkomt met zo’n 10 tot 15 m3/s minder per dag. Begin oktober is gemiddeld genomen de tijd van het jaar dat de Rijnafvoer het laagste is. Vanuit Zwitserland neemt de afvoer nu af omdat de temperatuur te laag wordt voor smeltwater van de gletsjers, en de buffers in de meren zijn nu meestal ook wel opgebruikt. Regenwater, vanuit vooral Duitsland, zou vanaf nu een grotere rol moeten gaan spelen, maar dit jaar dus nog even niet.
De 1000 m3/s is voor de Rijn een belangrijke grens, omdat onder die afvoer een aantal gebruikers met beperkingen te maken krijgen. Toch komt de afvoer jaarlijks gemiddeld zo’n 17 dagen onder de 1000 m3/s uit, heel ongewoon is het dus niet. Dat aantal dagen is niet gelijk verdeeld, zo zijn er soms jaren dat de afvoer er maanden langs onder staat, zoals in 1972 (met 100 dagen onder de 1000 m3/s) en vooral 1921 met maar liefst 202 dagen. Daar staan heel veel jaren tegenover dat de afvoer niet onder de 1000 m3/s komt; zo gebeurde het in de afgelopen 35 jaar in 2 van de 3 jaren niet.
Zoals de lezers van deze rubriek gemerkt zullen hebben spreken we bij deze periodes van laagwater in de rivieren vooral over de afvoeren en niet meer over de waterstanden. De waterstand bij Lobith is namelijk ook afhankelijk van de diepte van de rivier en omdat die in de loop der jaren steeds dieper komt te liggen, neemt de waterstand die bij dezelfde afvoer wordt bereikt steeds verder af. Een stand van 7,35 nu is daarom niet hetzelfde als een diezelfde stand van 10 of 20 jaar terug.
Zo kwam een afvoer van 1000 m3/s in 1986 bij Lobith nog overeen met een waterstand van 7,73 m +NAP, terwijl dat nu nog 7,21 m is. De bodem van de rivier is in 30 jaar tijd met ruim 50 cm gezakt. Dit proces van bodemdaling is al meer dan 150 jaar aan de gang en is begonnen toen de rivier met kribben is vastgelegd. Sinds die tijd richt de erosieve kracht van het water zich alleen nog op de bodem, waar het water voorheen ook de oevers kon eroderen. Door die erosie zakt de rivierbodem nu steeds verder weg met zo’n 1,5 tot 2 cm per jaar en het einde van de daling is nog niet in zicht.
Halverwege de week zal de 1000 m3/s onderschreden worden en ook daarna zal de daling nog even doorzetten. In ieder geval tot na het volgende weekend. Wat daarna gebeurt is nog onduidelijk; de weermodellen spiegelen ons bij iedere run weer een geheel andere verwachting voor. Voorlopig zijn de droge varianten daarbij favoriet, maar bij zoveel onzekerheid, kan ook een natte variant ineens aan het langste eind trekken.
Vloedgolven door de Maas
De afvoer in de Maas is al wekenlang laag, maar met dat weinige water dat beschikbaar is, gebeuren de laatste tijd vreemde dingen. Daggemiddeld bedraagt de afvoer al enkele weken ongeveer 20 tot 25 m3/s. Door het beheer van de stuwen in Wallonië en de waterkrachtcentrales in deze stuwen wordt dit water echter met horten en stoten doorgegeven. Eerder zagen we dan dat de afvoer steeds langdurig op 10 m3/s stond om dan even naar ca 75 m3/s uit te schieten als er extra water werd doorgevoerd bij een van de Belgische stuwen.
Sinds midden vorige week is dit patroon ineens sterk veranderd, in die zin, dat de pieken nu ineens nog veel hoger zijn geweest. Gisteren schoot de afvoer bij Borgharen zelfs in een uur tijd van 10 m3/s naar iets meer dan 300 m3/s. Dat is een heuse vloedgolf die dan door de Grensmaas rolt. Even zo snel zakte de afvoer daarna ook weer. Voor het leven in de rivier zijn deze plotselinge fluctuaties rampzalig omdat de stroomsnelheid in korte tijd sterk toeneemt en hun leefgebied dan als het ware wegspoelt. Ook gaat veel slib in beweging, waardoor het ineens troebel wordt. Het is mij onduidelijk waarom deze fluctuaties er ineens zijn en of ze ook weer stoppen.
Een gelukje bij deze vloedgolven is dat dankzij het Grensmaasproject de effecten beperkt blijven tot het zuidelijke deel van de Grensmaas. In dit project worden de rivieroevers tussen Maastricht en Maaseik over een breedte van 100 tot 200 m sterk verlaagd. Tijdens zo’n vloedgolf overstroomt dan deze verlaagde oevers, waardoor de golf gaande weg wordt gedempt. Hoe goed dat werkt is mooi te zien als we de afvoeren van Maaseik (aan het einde van de Grensmaas) vergelijken met Borgharen (aan het begin). De piek van 300 m3/s is bij Maaseik nog maar ca 70 m3/s hoog. De Grensmaasoevers hebben dus als een soort van golfbreker gefunctioneerd.
Hoe het de komende tijd met de Maas zal gaan is niet duidelijk. De daggemiddelde afvoer zal voorlopig niet stijgen, want ook in het stroomgebied van de Maas blijft het droog, maar misschien worden de pieken nog wel hoger.