maandag 21 maart 2016
Rivieren dalen deze week nog verder
Al sinds een week of 3 is er nauwelijks regen gevallen in de stroomgebieden van Maas en Rijn en de waterstanden zijn al die tijd al aan het dalen; inmiddels tot ruim onder de gemiddelde standen voor deze tijd van het jaar. De komende week blijft het droog en de daling zal dan ook nog de hele week voortzetten. Pas in het weekend wordt weer enige neerslag verwacht, maar zoals het er nu naar uitziet is dat nog geen overgang naar een nattere periode. Voorlopig houden de lage standen daarom nog wel even aan.
Rijn zakt onder de 9 m NAP
Morgen zal de Rijn voor het eerst sinds begin januari bij Lobith weer onder de 9 meter zakken; in een maand tijd is de stand al bijna 4 meter gezakt. Gemiddeld genomen is de tweede helft van maart nog een periode dat de Rijn hoog staat, maar dit jaar is dat anders. Het is nog niet recordlaag, dat gebeurde in 2011 toen het peil in deze tijd van het jaar nog 1 meter lager stond.
De Rijn is aan een opvallende reeks bezig, want na 2011 stond ook in '12, '14 en '15 de rivier erg laag in deze tijd van het jaar. Het is verleidelijk om dit aan de klimaatverandering toe te schrijven; dat de voorjaren steeds droger worden, maar er is zeker geen sprake van een trend. Als we iets verder terug kijken, dan zien we namelijk dat in de 5 jaren tussen 2005 en 2009 in de laatste weken van maart juist weer erg hoge standen voorkwamen. Dat heft de lage waarden van de afgelopen jaren weer op en over langere tijd bekeken is er dan ook geen echte trend te herkennen.
In al de voorgaande droge jaren kwam er later in het voorjaar altijd wel weer een omslag in het weerpatroon en viel er weer voldoende regen om de lage afvoeren aan te vullen. Of dat dit jaar ook weer gebeurt en wanneer is nu nog niet duidelijk. Tot het komend weekend blijft het droog. Het hoge drukgebeid dat enkele weken het weer bij ons bepaald heeft, trekt zich echter terug naar de Azoren en regengebieden vanaf de Oceaan kunnen dan het continent weer eens bereiken. Voorlopig lijkt het nog geen echte weersomslag en is de kans groot dat het droge weer na het weekend weer terug keert. Het is echter nog te ver weg om daar zekerheid over te hebben.
Maas zakt naar 250 m3/s
De afvoer in de Maas is na een gestage daling bij Borgharen nu uitgekomen op een afvoer van ca 275 m3/s. De komende dagen zakt de afvoer maar langzaam verder. Er is nog wat aanvoer van smeltende sneeuw en de buffers in de bodem, waar in de natte januari en fabruarimaand veel water in is opgeslagen, lopen weer langzaam leeg. Als in het weekend er weer wat regen wordt verwacht zal de afvoer rond de 250 m3/s staan. Dat is ca 100 m3/s onder het gemiddelde voor dit jaar. Net als bij de Rijn waren ook langs de Maas in de afgelopen 5 jaar de standen eind maart vaak laag.
Terugblik op het afgelopen hoogwater in de IJssel in relatie tot de Rijn
Langs de Nederlandse rivieren zijn in de afgelopen jaren grote werken uitgevoerd om de waterstanden bij hoogwater te reduceren. Langs de Rijn heet dit het Ruimte voor de Rivierprogramma en op tientallen plaatsen zijn nevengeulen aangelegd, uiterwaarden verlaagd en op sommige plaatsen ook de dijken versterkt. Op de meeste plaatsen zijn de werkzaamheden nu afgerond en de hoogwatergolf van medio februari, waarbij de waterstand bij Lobith tot bijna 13 meter reikte, was de eerste test voor al deze maatregelen.
Een kleine test wel te verstaan, want het water stond nog altijd ruim onder de standen die bij een extreem water worden bereikt, als Lobith tot boven de 16 meter kan stijgen.
Van langs de IJssel hoorde ik dat de effecten van de ingrepen tegen leken te vallen. Bij Deventer bijvoorbeeld, waar een van de meetlocaties ligt langs de IJssel, waren de standen hoger dan verwacht. De vraag dringt zich op of de maatregelen wel voldoende waren. Ik ben eens in de waterstanden van Deventer gedoken over de afgelopen jaren en heb geprobeerd een verklaring te vinden voor de hoge standen van de afgelopen hoogwatergolven.
In de onderstaande grafiek is vanaf 2009 de waterstand van Deventer van alle hoogwatergolven (klein en groot) en ook de laagwatersituaties vanaf 2009 uitgezet tegenover de afvoer van de Bovenrijn bij Lobith. In de grafiek heb ook aangegeven vanaf wanneer de nevengeulen bij Deventer beginnen te stromen (gele lijn) en ook vanaf wanneer ze allemaal stromen (rode lijn). Daar tussenin zou het effect van de ingrepen dus langzaam groter moeten worden. De blauwe stippen zijn van hoogwaters van voor 2013 (toen de geulen nog niet af waren), de paarse van daarna (toen de geulen wel mee konden stromen).
Afvoer Bovenrijn en stand Deventer.jpg

Voordat we naar de verschillen tussen de oude en nieuwe hoogwatergolven gaan, moeten we eerst even stilstaan bij een bijzonder verschijnsel in de IJssel, dat van de zogenaamde zijdelingse toestroom vanuit de zijbeken. Wat namelijk meteen opvalt in de grafiek, is dat er een brede range is: bij een bepaalde Rijnafvoer bij Lobith is er tot wel 50 cm marge in de waterstand die dat dat bij Deventer oplevert.
De oorzaak voor de range is de zijdelingse toestroom vanuit de zijbeken die tussen IJsselkop en deventer in de IJssel uitmonden (zoals de Oude IJssel, Baakse Beek, Berkel en Schipbeek). Dit kan bij Deventer tot wel 50 m3/s meer watere opleveren dan er bij de IJsselkop vanuit de Rijn in is gestroomd. Omdat de IJssel bij hoogwater ca 11% van het Rijnwater afvoert, komt 50 m3/s extra bij Deventer overeen met een verschil bij Lobith van ca 500 m3/s. Als we de tabellen van RWS er op na slaan, dan vertaalt een verschil van 500 m3/s bij Lobith zich bij de kleinere hoogwatergolven (orde 4000 m3/s) inderdaad in een verschil van ca 50 cm bij Deventer. De marge wordt dus helemaal verklaard door de aanvoer vanuit de beken.
In de figuur van de afvoer is ook te zien dat de range het grootste is bij de lagere afvoeren. In die situatie is de aanvoer vanuit de beken in verhouding tot die uit de Bovenrijn het hoogst. Naar de hogere afvoeren neemt dat percentage af (ook al is de beekafvoer misschien nog wel hoog) en versmalt de range.
Als we nu de standen van na 2013 vergelijken met die van voor 2013 dan zijn de standen sindsdien inderdaad niet afgenomen. Eerder zijn ze wat aan de hoge kant; maar het aantal waarnemingen is waarschijnlijk nog te klein om daar nu al iets over te zeggen. Verder moeten we bedenken dat de effecten van de RvdR-projecten bij de lagere hoogwatergolven ook nog niet zo heel erg groot zijn. Het gaat dan vaak om centimeters waterstanddaling tov de situatie voor de ingrepen.
Het lijkt er dus op dat bij de watergolven die sinds 2013 opgetreden zijn, het effect van de zijdelingse toestroming nog veel groter was dan het effect van de nevengeulen. Het is dus wachten op een echte hoge hoogwatergolf om zekerheid te verschaffen of de miljoenen voor Ruimte voor de Rivier terecht zijn uitgegeven.