Nog een paar droge dagen, daarna flink wat neerslag en korte tijd stijgende waterstanden
Vanaf nieuwjaarsdag staan een drietal lagedrukgebieden op het programma die voor flink wat neerslag kunnen zorgen in de stroomgebieden. Dit gaat zeker voor een stijging zorgen van Rijn en Maas, maar de kans op een hoogwater is erg klein omdat het de neerslagrijke weer maar van korte duur is en een groot deel van de neerslag als sneeuw gaat vallen, die voorlopig geen invloed zal hebben op de rivierafvoeren. In dit waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht een terugblik op het jaar 2024 dat een erg nat jaar was in de stroomgebieden en dat zien we terug in hoge gemiddelde jaarafvoeren; de hoogste in bijna 25 jaar. Er waren ook relatief veel hoogwaters, maar geen heel grote.
Water van de Week
Kort intermezzo met veel neerslag
Sinds medio november zien we steeds een opeenvolging van krachtige hogedrukgebieden die het een dag of 10 tot 12 uithouden en daarna een periode van een dag of 5 tot 7 waarin lagedrukgebieden het voor het zeggen hebben en er in korte tijd veel regen valt. De regenval zorgt dan na een paar dagen voor een kleine piek in de rivierafvoeren, waarna er onder invloedd van het hogedrukgebied weer een daling volgt van een week of twee.
We hebben nu te maken met het derde hogedrukgebied op rij sinds midden november en zoals het er nu naar uitziet houdt dit het nog twee dagen vol totdat op oudejaarsdag een lagedrukgebied het heft weer in handen neemt. Dit lagedrukgebied trekt over het noorden van de Noordzee naar het zuiden van Scandinavië en brengt vooral op Nieuwjaarsdag regen. De meeste regen valt boven het noorden van Nederland en in de stroomgebieden van Rijn en Maas merken we daar weinig van.
Op nieuwjaarsdag volgt al meteen een nieuw lagedrukgebied, dat zuidelijker over de Noordzee trekt; richting Denemarken. Het sleept een lang gerekt front achter zich aan dat op 2 en 3 januari veel neerslag gaat brengen in strook over het zuiden van België, het noorden van Frankrijk en het midden en zuiden van Duitsland loopt. Dat er zoveel neerslag kan vallen, hangt samen met een derde lagedrukgebied dat op 3 januari over Noord-Frankrijk naar het oosten trekt.
Aan de noordkant van dit neerslaggebied is de lucht vrij koud en kan op uitgebreide schaal sneeuw vallen. In een strook die vanaf Luxemburg naar Frankfurt en Nürnberg loopt, wordt zo’n 20 tot 30 cm verwacht. In Zuid-Duitsland blijft het warm en zal het vooral regen zijn. Lokaal kan daar 30 tot 50 mm regen vallen, voordat het vanaf 4 januari ook daar koud wordt en de regen overgaat in sneeuw.
Vanaf 4 januari is het weer even gedaan met de lagedrukgebieden en herstelt het hogedrukgebied zich met op 5 januari een nieuwe kern boven het Verenigd Koninkrijk. Er volgen dan enkele dagen met buien, die in Nederland in het binnenland ook met sneeuw gepaard kunnen gaan, maar in de stroomgebieden niet heel veel neerslag gaan brengen. De neerslag die valt zal wel overal als sneeuw vallen zodat vooral in de Middelgebergten het sneeuwdek nog wat kan aangroeien.
Het hogedrukgebied beïnvloedt het weer in onze omgeving tot zeker 8 januari maar daarna wordt het onduidelijk wat er precies gaat gebeuren. De grootste kans lijkt nu te zijn dat het hogedrukgebied wat meer naar het noorden trekt zodat boven het continent een oostelijke luchtstroming op gang kan komen. De eerste dagen trekken daar nog kleine is nieuw gebieden in mee zodat het sneeuwdek nog wat verder kan aangroeien.
Een andere mogelijkheid is dat het hogedrukgebied naar het (zuid)westen wegtrekt en de weg open komt te liggen voor nieuwe lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan. In dat geval wordt het vanaf 8 januari weer zachter met zo nu en dan regen. Op dit moment is hier weinig met zekerheid over te zeggen en is alleen vrij zeker dat zich een nieuwe periode aan dient van enkele dagen met veel neerslag die de rivieren weer zal laten stijgen. De enige onzekere factor daarin is nog de hoeveelheid sneeuw die gaat vallen, want dat is water dat niet meteen naar de rivieren afstroomt en hoe meer sneeuw er valt hoe minder hoog de rivieren in eerste instantie zullen worden.
Rijn daalt eerst naar ca. 9,2 m op 4/1, daarna weer stijgend tot boven 10 m
De regen die tussen 21 en 23 december was gevallen zorgde in het begin van de afgelopen week bij Lobith voor een klein piekje van circa 11,2 m NAP, bij een afvoer van iets meer dan 3.700 m3/s. Ondertussen is het al bijna een week droog gebleven en is de stand weer bijna 1 meter gezakt. Die daling zet voorlopig nog wel even door, want pas op 2 januari wordt de eerste neerslag verwacht in het stroomgebied. Als het eerste water hiervan arriveert op 4 januari, zal de stand bij Lobith tot ca 9,2 m (NAP) zijn gezakt en de afvoer tot ca 2.150 m3/s.
De mate waarin de waterstand daarna gaat stijgen hangt af van het aandeel sneeuw in de neerslag van 3 en 4 januari in midden en zuid Duitsland. Als er vooral regen valt kan de stand bij Lobith tot 1,5 m stijgen; mocht een groot deel sneeuw zijn, dan blijft het bij niet meer dan een meter. Omdat nu al duidelijk is dat er vanaf 5 januari een aantal dagen weinig regen gaat vallen in het stroomgebied, is ook al vrijwel zeker dat de waterstand rond 7 of 8 januari zijn hoogste niveau zal bereiken van dit piekje. Ik verwacht dan een stand tussen 10 (bij veel sneeuw) en 10,5 m (bij minder sneeuw en meer regen).
Vanaf 8 januari zet de daling dan weer in, maar het is nog zeer onduidelijk hoe dat verloopt. Mocht het hogedrukgebied standhouden, wat de grootste kans heeft, dan blijft het winters in het stroomgebied en gaat de stand weer flink dalen. Mocht het hogedrukgebied wegtrekken en de stroming weer westelijk worden met zachte lucht en regen, dan volgt vrijwel zeker weer een stijging. Pas volgend weekend is hierover meer duidelijkheid te geven.
Maas daalt tot ca 350 m3/s, vanaf 3/1 een beperkte stijging
De Maas steeg in het begin van de week wat meer dan ik verwacht had. Op 24/1 steeg de afvoer tot aan 1000 m3/s, maar daar zat een effect bij van het stuwbeheer in Wallonië; zonder dat zou het ca 950 zijn geweest. Vanaf 24/12 is geen neerslag meer gevallen en sinds woensdag 25/12 is de afvoer gedaald en vandaag werd de 500 m3/s weer onderschreden. Tot en met 2 januari zet de daling nog door en tegen die tijd zal de afvoer rond de 350 m3/s zijn uitgekomen.
Vanaf 2 januari breekt dan een periode aan met veel neerslag maar zoals het er nu naar uitziet blijven de hoeveelheden in het stroomgebied van de Maas beperkt. De intensieve neerslagzone die zich op 2 en 3 januari ontwikkelt lijkt voorlopig net ten zuiden van de Ardennen te blijven liggen. Aan de zuidzijde van de Ardennen valt wel neerslag, maar dit zal vooral sneeuw zijn en dan blijft alleen het Franse deel van het stroomgebied over waar regen valt die de afvoer van der Maas kan beïnvloeden.
Op 2 januari kan er lager aan de noordkant van de Ardennen ook nog regen vallen, dus de Maasafvoer zal in de loop van 2/1 wel gaan stijgen. Die stijging zet dan op 3 en 4/1 door als het extra water uit het Franse deel van het stroomgebied aankomt. Vanwege de onzekerheid over de hoeveelheid neerslag die als sneeuw valt is het lastig om een goede verwachting te maken.
Als alle neerslag als regen zou vallen, dan zou de afvoer bij deze neerslaghoeveelheden tot ruim boven de 1000 m3/s zijn uitgekomen, mogelijk tot 1.250 m3/s. Maar nu een groot deel als sneeuw valt, blijft het waarschijnlijk bij een stijging tot tussen 600 en 750 m3/s, De hoogste afvoer verwacht ik op 5 januari. Als het neerslaggebied is weggetrokken, volgen een paar dagen met buien en die zullen we hogerop in de Ardennen zeker als sneeuw vallen.
Dit levert dan weinig extra water op voor de Maas en daarom zal de afvoer vanaf 5 januari weer gaan dalen. Die daling zet zich door tot zeker 9 januari en tegen die tijd verwacht ik een afvoer van ca. 500 m³/s. Na die tijd hangt het af van de ontwikkelingen in het hogedrukgebied boven Engeland. Als dit zich naar het noorden verplaatst dan blijft het koud met nieuwe sneeuwbuien mocht het naar het westen gaan dan is de kans groot dat er een warmere, regenrijke periode aanbreekt. In de loop van de week zal hierover meer duidelijk worden.
Water in zicht
Neerslagrijk jaar met een gemiddeld erg hoge rivierafvoer en veel hoogwaters
Het was een nat jaar in Noordwest-Europa. In de Bilt viel voor het tweede jaar op rij meer dan 1000 mm regen, terwijl er volgens het langjarig gemiddelde ongeveer 800 valt. Vooral de eerste helft van het jaar was erg nat maar ook in de tweede helft viel veel regen en wat vooral opviel was dat de droge perioden nooit heel lang duurden. Pas in november was er voor het eerst een periode van twee tot 3 weken met weinig neerslag maar december werd opnieuw een vrij natte maand.
Ook in de stroomgebieden was het nat en dat leverde vrijwel het hele jaar veel water op voor de rivieren. De gemiddelde afvoeren van de Rijn en de Maas waren daarom aan de hoge kant. De gemiddelde Rijnafvoer bedroeg 2.815 m3/s wat ca 25% meer is dan het langjarig gemiddelde (2.210 m3/s ). In de reeks van hoogste gemiddelde afvoeren sinds 1901 komt dit jaar op de 12e plaats en we moeten terug tot 2002 voor een jaar met een hogere afvoer. Toen stroomde gemiddeld 2.970m3/s bij Lobith het land binnen, wat nog niet de hoogste is sinds het begin van de metingen; dat was 1965 met 3.150 m3/s .
De Maas bereikte relatief een nog hogere afvoer en voerde met bijna 390 m3/s ruim 40% meer water aan dan gemiddeld per jaar. Hier moeten we terug tot 2001 voor een hogere afvoer (407 m3/s ) en de hoogste afvoer was er ook in het midden van de 60-er jaren; dat was 435 m3/s in 1966. Het spreekt voor zich dat dit allemaal natte jaren waren en 1965, 1966 en 2001 waren in Nederland ook jaren dat er meer dan 1000 mm regen viel.
De maand met de hoogste afvoer was zowel bij de Rijn als de Maas januari met respectievelijk 4.420 m3/s en 695 m3/s . Wat niet uitzonderlijk hoog is. De maand met relatief de hoogste afvoer was bij de Rijn juni (ca 1,8 x de normale hoeveelheid), toen er kort na elkaar twee zomerhoogwaters optraden en bij de Maas oktober toen een ex-orkaan precies over de Ardennen trok. Dit leverde in een paar dagen zoveel water op dat de Maasafvoer over heel oktober gemeten bijna 2,5 keer zo hoog was als gemiddeld.
Lage afvoeren kwamen maar weinig voor en alleen bij de Rijn waren er twee maanden (september en november) met een iets lager dan gemiddelde maandafvoer. Bij de Maas waren alle maanden bovengemiddeld, alleen november kwam precies op het gemiddelde uit.
In de volgende twee figuren is het verloop van de Rijnafvoer (boven) en Maasafvoer (onder) voor 2024 uitgezet. De blauwe lijn is de afvoer van 2024, de groene lijn het langjarig gemiddelde, de rode lijn de hoogste afvoer en de zwarte lijn de laagste op een dag gedurende het jaar. Voor de Maas zijn het de waarden voor Monsin, net voor de plaats waar het Albertkanaal afsplits van de Maas. Bij Maastricht is de afvoer ca 15 m3/s lager.
Rijn jaar verloop.png

Maas jaarverloop.png

Duidelijk zijn de vele pieken zichtbaar die er dit jaar zijn geweest en de afvoeren lagen een groot deel van het jaar boven het gemiddelde (de groene lijn). Soms daalde de afvoer er wel eens even onder, maar omdat het nooit langdurig droog was volgde er al snel weer een nieuwe stijging. De enige periode dat de afvoeren langdurig daalden, liep van medio oktober tot medio november; toen een hogedrukgebied lange tijd neerslaggebieden op afstand wist te houden.
De vele hoogwaters die er waren kwamen bij de Rijn nooit in de buurt van de allerhoogste afvoeren die er in een periode wel eens waren geweest. Zo kwam de hoogste afvoer van dit jaar (op 6 januari) uit op ca 7.300 m3/s, wat iets boven de langjarig gemiddelde hoogste afvoer is, die ca 6.550 m3/s bedraagt, maar bleef ze ruim onder de hoogste afvoeren die eerder in januari werden gemeten (de rode lijn in de figuur). En ook de zomerpieken in juni bleven met een afvoer van ruim 5.000 m3/s ver onder de hoogste pieken uit het verleden in juni.
In de tweede helft van het jaar waren er ook nog kleine hoogwaters, maar die bleven steeds onder de 4.000 m3/s. De vele regen die in het stroomgebied viel, werd wat de hogere afvoeren betreft dus redelijk gelijkmatig over de tijd verdeeld en zorgde niet voor extreme hoogwaters. Bij gebrek aan een lange droge periode bleef de laagste afvoer ook aan de hoge kant, deze werd in september bereikt en bedroeg ca 1.250 m3/s, wat ruim 200 meer is dan het gemiddelde over alle jaren vanaf 1901.
De Maas lijkt wat het afvoerverloop betreft veel op dat van de Rijn, op één uitzondering na; het hoogwater van midden oktober. De ex-okaan Kirk bracht toen erg veel regen aan de zuidkant van de Ardennen wat tot een voor midden oktober uitzonderlijk hoge afvoer leidde van ca 1.500 m3/s. Net iets hoger was echter de winterse hoogwatergolf in januari toen ook de Maas veel water ontving uit de regenrijke periode die ook bij de Rijn de hoogste afvoer opleverde. De afvoer steeg toen tot ruim 1.600 m3/s, wat ook iets hoger is dan het langjarig gemiddelde voor de hoogste afvoer (ca 1.500 m3/s), maar ruim onder de maandextremen in januari.
Wat verder opvalt is dat er erg veel pieken en piekjes waren en maar weinig langere perioden dat de afvoer daalde. Zelfs in de zomer waren er steeds weer kleine oplevingen van de afvoer omdat het nooit langer dan een paar dagen droog was. De laagste afvoer bedroeg ca 90 m3/s en trad op eind augustus. Gemiddeld bedraagt de laagste afvoer ca 50 m3/s, dus daar bleef 2024 ruim boven.
In de volgende 2 grafieken is de afvoerreeks van de Rijn en de Maas verdeeld over 14 segmenten van een lage afvoer links naar een heel hoge afvoer rechts. Van ieder segment is het aantal dagen weergegeven dat de afvoer zich in 2024 binnen dit bereik bevond (in rood), vergeleken met het langjarig gemiddelde (in blauw).
Rijn 2024.png

Maas 2024.png

In zowel de Rijn als de Maas kwamen zeer lage afvoeren die gemiddeld 5% van de tijd optreden helemaal niet voor. En ook de gewone lage afvoeren kwamen weinig tot zeer weinig voor. Gemiddelde afvoeren (rond 230 m3/s) kwamen bij de Maas wel ongeveer volgens de normalke hoeveelheid voor, maar bij de Rijn (rond 2.250 m3/s) waren ook deze nog duidelijk ondervertegenwoordigd.
Opvallend is bij beide rivieren dat de boven gemiddelde afvoeren en de hogere afvoeren wel heel veel voorkomen. Vooral bj de Rijn waren er erg veel dagen in de 3 segmenten met een afvoer tussen de 2.750 en 5.000 m3/s. Bij de Maas zien we een zelfde beeld, maar dan in de 3 segmenten tussen 325 en 650 m3/s.
De allerhoogste afvoeren waren bij de Maas nog wel wat oververtegenwoordigd, met 12 dagen boven de 1.000 m3/s en 3 boven 1.500 m3/s, waar dat normaal 8 en 2 is. Bij de Rijn waren er niet meer dagen met een zeer hoge afvoer dan gemiddeld en dagen boven de 7.500 m3/s waren er niet.
Ter vergelijking is hieronder nog de jaarverdeling voor de Rijn van de afgelopen 2 jaar weergegeven. 2022 viel toen op door het zeer hoge aantal dagen met een lage afvoer en weinig dagen met een gemiddelde en hoge afvoer. In 2023 waren er nog relatief veel dagen met een lage afvoer, maar ook veel met een hoge afvoer (maar ook toen geen zeer hoge). Het laat zien dat de verdeling van jaar tot jaar sterk kan verschillen.
2023 en 2022.png
