U bent hier

Nog een week dalende waterstanden; vanaf 17 of 18/8 misschien een omslag

De kans op een weeromslag vanaf volgend weekend is nog steeds aanwezig, maar het is nog geen gelopen race. Het lijkt in ieder geval geen overgang naar een langdurig natter weertype, dus we zullen voorlopig rekening moeten houden met lage tot zeer lage rivierafvoeren. Vooral de Rijn is op weg naar een nieuwe recordlaagste stand. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht volgen we het water naar het IJsselmeer, dat in tijden van droogte een belangrijke rol speelt voor de watervoorziening van het noorden van Nederland. Wat komt daarvan terecht nu de situatie zo extreem is; met zowel een lage riverafvoer als zeer droge omstandigheden in Nederland.

Water van de week

Komende week nog zo goed als droog, vanaf het weekend kans op een omslag

De invloed van hogedrukgebieden op het weer in vrijwel heel Europa blijft onverminderd groot. Ze liggen veelal ten westen van ons en blokkeren zo de doortocht van lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan in onze richting. Het continent droogt daardoor steeds verder op en de lagedrukgebieden die door de warmte soms boven Frankrijk en Spanje ontstaan leveren daardoor ook maar weinig neerslag op. Ondertussen is de temperatuur van de zeeën ten westen van Europa hoger dan ooit, dus als de wind komende maanden wel naar het westen gaat draaien, kan dat vanwege de toegenomen verdamping van zeewater extra veel regen op gaan leveren.

Tot en met zaterdag ligt een uitloper van het Atlantische hogedrukgebied dicht bij ons in de buurt waardoor het warm tot zeer warm is en droog. Alleen in de Alpen vallen bijna ieder dag enkele buien, maar die leveren voor de Rijn niet heel veel op; in ieder geval geen stijging van de afvoer. Vanaf volgende week zaterdag kan een lagedrukgebied dat boven het continent is ontstaan voor een toename van de buiigheid zorgen. Dit is de afgelopen weken vaker gebeurd en toen leverde dat niet veel regen op, maar dit maal lijkt er toch een meer serieuze omslag aan te komen.

Van zaterdag t/m maandag zijn er flinke neerslagsignalen boven het oosten van Frankrijk, het midden en zuiden van Duitsland en Zwitserland. Als dit uitkomt dan levert dat in iedere geval voor de Rijn aardig wat extra water op. Deze omslag is al een paar dagen zichtbaar in de modellen, maar ik ben er nog niet gerust op dat het er ook daadwerkelijk van gaat komen. Iedere nieuwe verwachting ziet er de afgelopen dagen weer anders uit en we zullen nog een paar dagen moeten afwachten of dit signaal standhoudt. In de laatste verwachting blijft de meeste neerlag trouwens ten zuiden van Nederland, waardoor de droogte hier nog langer aanhoudt, maar dat kan in latere verwachtingen ook nog wijzigen.

Ook in de week na het volgend weekend geeft de modelverwachting op veel dagen aan dat er regen in het stroomgebied kan gaan vallen en ook Nederland is dan aan de beurt. Op zich is dat een goed teken, want bij eerdere weeromslagen die werden aangekondigd, werd het na 1 of 2 nattere dagen in de verwachting altijd weer voor langere tijd droog.  En als die dagen dan dichterbij kwamen droogde de verwachting bijna helemaal op. Misschien dat de weeromslag er nu wel een keer van komt. In de loop van de komende week zal ik zo nu en dan een update geven, of via een laagwaterbericht of via bluesky: @waterpeilen.bsky.social 

Rijn daalt hele week langzaam verder naar 6,2 m NAP. Pas vanaf 18/8 misschien weer stijgend.

De Rijn bereikte aan het begin van de week bij Lobith een voorlopig laagste stand van 6,34 m NAP op 3/8. Daarna volgde een minimale stijging naar 6,4 m vanwege een beetje extra water dat buien een dag of 3 eerder in Midden-Duitsland hadden gebracht. Toen dat water gepasseerd was, volgde een nieuwe daling en ditmaal nog wat verder. Vanmorgen werd een nieuwe record laagste stand bereikt van 6,27 m NAP. De afvoer daalde tot ca 615 m3/s en daarmee is ook het bijna 80 jaar oude afvoerrecord uit 1947 verbroken; dat bedroeg 620 m3/s. Zo weinig water voerde de Rijn nog niet eerder af sinds het begin van de metingen in 1901.

Sinds vanmiddag is de stand weer iets gaan stijgen vanwege wat extra water dat bijna een week geleden vanuit Zwitserland op weg is gegaan. Het is maar weinig en de stand stijgt hoogstens tot 6,32 m NAP op dinsdag. Daarna zet een nieuwe daling in die tot en met het weekend duurt want er wordt geen regen verwacht in het stroomgebied. Eerder dacht ik dat de Rijn niet verder kon dalen dan een soort van basisniveau dat rond 650 m3/s, maar nu de droogte zo lang aanhoudt, zakt de stand toch nog verder, zei het minimaal.

Vanaf dinsdag verwacht ik dat er iedere dag zo’n 1 tot 2 cm van de stand afgaat. Op zondag 16/8 wordt dan de 6,2 m NAP bereikt en op maandag zakt de Rijn daar misschien nog iets onder. De iets gestegen afvoer bedraagt aanstaande dinsdag ca 630 m3/s en daalt de dagen daarna gemiddeld met zo’n 5 m3/s per dag tot ca 590 m3/s op zondag. Het vorige record uit 1947 wordt dus ruim onderschreden en misschien dat de afvoer op maandag 17/8 nog wat lager uitkomt.

Ik vrees voor de binnenvaart op de Waal en de IJssel, want de stand is dan nog bijna 20 cm lager dan aan het begin van de afgelopen week en toen was scheepvaart al bijna niet meer mogelijk. Ook drogen uiterwaarden nog verder uit en vallen de meeste ondiepe wateren droog met veel vissterfte tot gevolg. Woningen in het rivierengebied krijgen te maken met extreem lage grondwaterstanden; wat de kans op scheuren in funderingen zal vergroten. In het westen van Nederland zal het terugdringen van zoutwater nog lastiger worden. Dit water dringt via de open Nieuwe Waterweg het Benedenriviergebied in, maar ook via sluizen waar binnenwater aan zeewater grenst. Deze verzilting maakt het onmogelijk voor waterschappen en drinkwaterbedrijven om daar nog water in te nemen. .

17 of 18 augustus lijkt nu de dag te worden dat de waterstand zijn dieptepunt bereikt, mits de weeromslag er daadwerkelijk komt. Nog een slag om de arm dus; halverwege de komende week is daar meer over te zeggen. Als er regen gaat vallen vanaf 17 augustus, dan komt het eerste water,  als het noordelijk valt in Duitsland, vanaf 18 augustus aan en bij meer zuidelijke regenval wordt dat 19 augustus. Mochten de hoeveelheden regen die nu verwacht worden daadwerkelijk gaan vallen, dan kan de Rijn weer vrij snel enkele decimeters gaan stijgen. Voor een substantiële stijging is echter veel meer water nodig dan nu wordt verwacht. 

Maasafvoer stabiel rond 25 m3/s

Het blijft voor mij een beetje een raadsel hoe de Maasafvoer zo stabiel kan blijven. 25 m3/s is uiteraard zeer laag, maar dat is het nu al meerdere weken en je zou na zo’n lange droge periode verwachten dat het verder zou dalen. In andere jaren met een lage afvoer was 25 m3/s vaak ook het minimum, maar dan duurde de droogte nooit zo lang en viel deze ook niet midden in de zomer bij zo extreem hoge temperaturen.

Alleen de zomer van 1976 was extremer, maar dat was voordat er afspraken waren tussen Nederland en België over de waterverdeling over de kanalen tussen Luik en Maastricht. En dat was voordat er stuwmeren in de Ardennen zijn aangelegd om de Maas extra te voeden.

Het huidige afvoerverloop laat zien dat deze afspraken goed werken, want de verdeling over de kanalen verloopt goed en de Maas zakt niet verder onderuit. Voor de komende week is het waarschijnlijk dat dit beeld zich voortzet. Tot en met het volgend weekend blijft de afvoer dan schommelen rond de 25 m3/s. Een stijging volgt pas als er weer regen valt en dat wordt op zijn vroegst verwacht vanaf 17 of 18 augustus.

Water Inzicht

Hoe staat het ervoor met onze nationale regenton.

Het IJsselmeergebied is een enorm groot zoetwatermeer; het beslaatt bijna 5% van het oppervlak van Nederland. Het IJsselmeer zelf omvat hiervan 1.133 km2 en het Markermeer 700 km2. Als we ook de Veluwerandmeren nog meetellen, die er mee in verbinding staan dan bedraagt het totale oppervlak van het Blauwe Hart ca 1900 km2. Gemiddeld zijn deze meren niet dieper dan ca 3 m, maar vanwege de grote oppervlakte ligt er een enorme hoeveelheid zoetwater in opgeslagen en daarom wordt het ook wel onze nationale regenton genoemd. Deze naam is echter niet helemaal juist want we gebruiken het gebied namelijk niet echt als een regenton.

Bij een regenton zou je verwachten dat het peil daarin langzaam zakt als het langdurig droog is en dat je het kan gebruiken zolang de bodem nog niet in zicht is. Maar het IJsselmeerwater gebruiken we anders en hier doen we er juist veel aan om te voorkomen dat het peil uitzakt. En mocht er een te ver uitzakkend peil dreigen, dan is de realiteit ook dat de toevoer naar de gebruikers al snel wordt beperkt om het peil maar niet te veel te laten zakken. In feite gebruiken we vooral het laagje water dat iedere dag opnieuw door de rivier (de IJssel) naar het meer wordt gevoerd. Dit schijfje water bedraagt bij een ongeveer gemiddelde IJsselafvoer ongeveer 1 cm. Dat lijkt niet veel, maar in gemiddelde omstandigheden is dat toch ruim voldoende om in de behoefte te voorzien.

Die gebruikers vinden we in de provincies rondom het meer. Zo neemt Noord-Holland om in haar waterverbruik te voorzien in tijden van droogte zo’n 30 tot 35 m3/s in en Friesland, Groningen en Drenthe samen zo’n 80 tot 100 m3/s. Omgerekend in een schijfje water is dat ca 6 mm vanaf het hele oppervlak per dag. Er wordt ook nog water ingelaten voor drinkwater, maar dat is een bescheiden hoeveelheid van slechts 3 m3/s. Ook het werkelijke verbruik van de landbouw, de industrie en het nat houden van natuurgebieden in deze provincies is trouwens maar een fractie van de hierboven genoemde volumes. Verreweg het meeste water is namelijk nodig om de kanalen en sloten in deze provincies door te spoelen om verzilting tegen te gaan en om het peil te handhaven.

Zolang de IJssel dus een schijfje van iets meer dan 0,5 cm aanvoert zou er voldoende water moeten zijn voor de gebruikers, maar er is een addertje onder het gras en dat is de verdamping. De regenton heeft namelijk een enorm groot oppervlak en dat betekent dat er op warme dagen erg veel water verdampt. Op warme, zonnige dagen kan dat oplopen tot meer dan 5 mm. Daarmee ziet de balans voor het IJsselmeer er ineens veel ongunstiger uit, want om ook in de verdamping te kunnen voorzien is al een schijfje van ruim 1 cm water nodig om in alle behoeften te voorzien. In droge tijden zoals we nu meemaken is de aanvoer van de IJssel echter veel kleiner en ontstaat er een tekort.

In een aantal grafieken heb ik het verhaal van het IJsselmeer van deze zomer in beeld gebracht; te beginnen met een grafiek van de wateraanvoer. Deze bestaat voor het grootste deel uit water van de IJssel (lichtblauw in de grafiek) en een klein beetje van de Overijsselse Vecht (groen). Deze laatste voerde in de eerste maanden van het zomerhalfjaar nog aardig wat water aan maar is de laatste 1,5 maand teruggevallen tot nog maar 1,5 tot 2 m3/s. In de IJssel monden ook kanalen uit zoals het Twentekanaal, waarlangs, als het veel regent in Overijssel en Drenthe, water wordt afgevoerd naar de IJssel (donkerblauw). Maar als het droog is kan het kanaal ook gebruikt worden om juist rivierwater aan te voeren naar de hogere zandgronden. Vooral de laatste anderhalve maand is er veel rivierwater aan de IJssel onttrokken (oranje) om de kanalen op peil te houden.

Afvoer naar IJsselmeer.jpg

De aanvoer van rivierwater naar het IJsselmeergebied vanaf 1 maart t/m 8 augustus (toelichting zie tekst).
De aanvoer van rivierwater naar het IJsselmeergebied vanaf 1 maart t/m 8 augustus (toelichting zie tekst).

In grote lijnen zien we dat de afvoer het hele zomerhalfjaar al gestaag daalt. Begin maart was er nog een klein hoogwatertje en was de afvoer nog hoger dan 500 m3/s, maar daarna is de afvoer almaar gedaald en waren er hoogstens kleine oplevingen als de Rijn even wat meer water aanvoerde. Ondertussen bedraagt de hoeveelheid water die in het IJsselmeer aankomt nog maar net iets meer dan 100 m3/s en dat is minder dan het ooit geweest is. Aan de rechterkant van de grafiek is de dikte van de waterschijf aangegeven die deze hoeveelheid voor het hele IJsselmeergebied oplevert.

In maart was dat nog ruim 2 cm per dag, maar op dit moment is dat nog maar iets meer dan 5 mm en zoals we hierboven zagen is dat te weinig om in alle behoeften te voorzien. De behoefte van de gebruikers bedraagt, als er ook veel water verdampt, ruim 10 mm en als we in de grafiek teruggaan in de tijd, dan zien we dat de IJssel ongeveer vanaf half juni onder die waarde is gezakt.

De rivierafvoer is niet de enige bron van water want ook de neerslag levert op het meer een schijfje water op. In een gemiddelde maand valt er in de zomer zo'n 8 tot 10 cm regen en omgerekend per dag is dat een laagje water van zo’n 3 mm. In de volgende grafiek is de aanvoer van rivierwater (groene lijn) en regenwater (de blauwe kolommen) afgebeeld. De rivier afvoer is hier ook weergegeven als een schijfje water (in millimeters).

Waterbalans IJsselmeergebied.jpg

De hoeveelheid rivierwater en neerslagwater dat het IJsselmeerpeil aanvult en de verdamping die het weer doet afnemen.
De hoeveelheid rivierwater en neerslagwater dat het IJsselmeerpeil aanvult en de verdamping die het weer doet afnemen.

Op een natte dag, zoals bv 19 juni, zie we dat de aanvoer van rivierwater ca 11 mm water bovenop het IJsselmeerpeil bracht, terwijl de regen voor bijna 15 mm zorgde. Dat was op die dag ruim voldoende om in de behoefte van de noordelijke provincies te voorzien, maar zoals we kunnen zien was dat een van de laatste dagen, want vanaf eind juni is het vrijwel droog gebleven en is ook de aanvoer van rivierwater tot onder de 10 mm per dag gezakt. Met oranje kolommen is onder de nullijn ook de verdamping weergegeven. Dit is trouwens niet de werkelijke verdamping van het meerpeil zelf want die wordt niet gemeten maar de verdamping op het land zoals die door nabijgelegen KNMI-meetstations wordt geregistreerd. 

Over het algemeen is de verdamping van het wateroppervlak wat groter, maar het geeft een goede indicatie van de perioden dat er veel water door verdamping verdween. Als we het zomerhalfjaar langsgaan, dan is er vanaf 1 april een eerste droge periode. Ook de IJsselafvoer daalde toen en de verdamping, die eerst nog beperkt was, nam langzaam toe. Vanaf 10 mei ongeveer werd het natter en vertraagde ook de daling van de IJsselafvoer. Wel beleef de verdamping vrij groot omdat het warm was. De effectieve aanvoer van water was daardoor toch niet zo groot. 

Vanaf eind juni breekt dan de huidige zeer extreme periode aan met een combinatie van nauwelijks neerslag, veel verdamping en een sterk afnemende IJsselafvoer. Met de rode stippellijn is de effectieve hoeveelheid water weergegeven die beschikbaar is. Die is inmiddels gedaald tot nog maar een paar mm per dag, terwijl de gebruikers onder deze droge omstandigheden minstens 6 mm, en liefst nog meer, water willen innemen.

In de derde en laatste grafiek heb ik weergegeven hoe het IJsselmeer peil zich heeft ontwikkeld onder invloed van de uitzonderlijke omstandigheden van dit jaar.  In oranje is het gemiddelde peil van het IJsselmeer weergegeven en in groen dat van het Markermeer, dat vanuit het IJsselmeer wordt gevoed. Bovenaan de grafiek heb ik de aanvoer van water (rivier en neerslag) weergegeven (blauwe kolommen). Ook is de effectieve aanvoer weergegeven (rode kolommen), waarbij rekening is gehouden met de verdamping. NB dit is dus de verdamping op landstations rondom de meren. De verdamping van het wateroppervlak is nog wat hoger.

peilverloop vanaf 1 maart.jpg

Peilverloop van IJsselmeer en Markermeer vanaf 1 maart (het gaat om het gemiddelde van de verschillende rWS-meetpunten rond het meer).  Bovenaan de grafiek is ook de aanvoer van water zonder en met de verdamping weergegeven.
Peilverloop van IJsselmeer en Markermeer vanaf 1 maart (het gaat om het gemiddelde van de verschillende rWS-meetpunten rond het meer). Bovenaan de grafiek is ook de aanvoer van water zonder en met de verdamping weergegeven.

In het peilverloop zijn een aantal periodes te herkennen die ik met grijze strepen heb weergegeven. Helemaal aan het begin zien we nog laatste restje van het winterpeil. In het winterhalfjaar is het streefpeil van IJsselmeer en Markermeer 40 cm onder NAP; dus relatief laag; dit om perioden van hoge rivierafvoer op te kunnen vangen zonder al te grote peilschommelingen. Vanaf begin maart (bij het Markermeer wat later) wordt het peil opgezet naar een voorjaarsniveau van 10 cm onder NAP. Er was dit jaar op dat moment ook net een vrij hoge rivierafvoer en daarom schoot het niveau wat hoger door naar ongeveer 6 cm onder NAP.

Een paar weken later wordt het peil volgens het peilbesluit weer wat verlaagd naar het zomerstreefpeil. Dit bedraagt 20 cm onder NAP, maar zoals de grafiek laat zien is dat dit jaar niet bereikt. De Rijnafvoer was in die periode al vrij laag en waarschijnlijk hebben de waterbeheerders gemeend om het peil meteen al iets hoger te houden als extra buffer voor droge tijden. Dit kan trouwens volgens het peilbesluit. De hele periode tot begin juni schommelde het peil tussen 10 en 15 cm onder NAP. De dagen dat er veel regen viel zijn te herkennen omdat het peil dan wat extra steeg. In die tijd werd er ook nog water uitgelaten naar het IJsselmeer want het schrijfje water dat dagelijks aan het meerpeil werd toegevoegd, bedroeg ruim 1,5 cm. Ruim voldoende voor alle gebruikers en zeker de helft daarvan zal zijn afgevoerd naar de Waddenzee.

Vanaf half juni werd duidelijk dat de zomer wel eens heel uitzonderlijk zou kunnen gaan verlopen. De Rijnafvoer was toen al maandenlang laag, het smeltwater uit de Alpen was zo goed als op en weermodellen gaven aan dat het langdurig droog en ook zeer warm zou worden. Voor dit soort situaties is in het peilbesluit afgesproken dat het zomerpiel extra verhoogd kan worden naar 10 cm onder NAP. Dit gebeurde rond 20 juni maar net op dat moment waren er ook wat natte dagen zodat zelfs een peil van 5 cm onder NAP werd bereikt. Ook het Markermeer volgde dit peilverloop.

De periode daarna werd, zoals we allemaal hebben kunnen ervaren, inderdaad zeer warm en langdurig droog. De Rijn daalde naar afvoeren die nog nooit eerder waren voorgekomen. De aanvoer daalde tot nog maar 6 mm per dag en was onvoldoende om het watergebruik en de verdamping (samen meer dan 10 mm) te compenseren. Het gevolg is dat het peil de laatste weken snel is gaan dalen en naarmate de aanvoer verder afnam nam de snelheid van deze daling ook nog eens verder toe. Sinds eind juni is het peil van beide meren ca 20 cm gezakt. Verdeeld over ca 40 dagen is dat een daling van ca 5 mm per dag.

Dankzij het extra hoog opzetten van het peil in de laatste week van juni werd voorkomen dat het peil nu al ver onder het zomer-streefpeil zou zijn gezakt. Dat is namelijk wel de wens van de waterbeheerder om daar in de zomer onder te komen, ook al is er water genoeg in het meer. In de winter staat het peil zelfs altijd op 40 cm onder NAP en vanaf september mag het peil daar alweer wel naar toe dalen. We kiezen er nu voor om het peil in de zomer extra op te zetten om te voorkomen dat het onder -20 cm uitzakt, maar we zouden het misschien ook verder kunnen laten uitzakken zonder peilopzet.

Er breekt trouwens nog wel een spannende week aan voor het meer, want het blijft nog zeker een hele week droog en misschien nog wel langer. Voordat extra IJsselwater het meer zou kunnen bereiken duurt misschien nog wel 14 dagen. Als we uitgaan van de huidige daalsnelheid van ca 5 mm per dag, dan zal het meer tegen die tijd tot rond de -30 cm zijn gezakt. Dat is 10 cm onder het zomerpeil, maar nog altijd 10 cm boven het winter-streefpeil, dus ook dan nog geen situatie waar het IJsselmeersysteem niet bekend mee is.