Overgang naar koeler weer met wat neerslag in de stroomgebieden, net voldoende voor heel lichte stijging
De grootste warmte wordt nu verdreven uit West-Europa en er viel vooral in Nederland in de nacht van zaterdag op zondag lokaal veel regen. In de stroomgebieden bleef het nog droog, maar komende dagen kan daar ook wat regen vallen, wat een beetje water op kan leveren voor de rivieren. Later in de week wordt het weer voor langere tijd droog en gaan de waterstanden opnieuw dalen naar zeer lage waarden. In het waterbericht leest u de details.
De afgelopen dagen daalde de Rijnafvoer bij Lobith voor het eerst dit jaar onder de 1000 m3/s. In de rubriek water inzicht laat ik zien hoe bijzonder dat is in deze tijd van het jaar, nu het laagwater seizoen feitelijk nog moet beginnen.
Water van de week
Aanhoudende droog onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren hogedrukgebied.
Het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor droog en extreem warm weer zorgde is naar het oosten weggetrokken. Daarna volgde een koufront, behorend bij een lagedrukgebied ten noordwesten van Schotland, dat van west naar oost over het land trok. Dit bracht op veel plaatsen zware buien met uitzonderlijk veel onweer en lokaal ook veel neerslag. Op veel plaatsen in Nederland is juni daarmee een erg natte maand geworden en dat zorgt voor enige verlichting bij het waterbeheer in Nederland, wat de komende tijd te stellen krijgt met zeer lage afvoeren van zowel de Maas als de Rijn.
Vandaag ligt het gebied met de extreme warmte nog boven Duitsland, maar ook daar wordt het vanaf morgen koeler. De overgang gaat er gepaard met buien en lokaal veel neerslag. De meeste regen lijkt voorbehouden voor het oostelijk deel van Duitsland en het stroomgebied van de Rijn komt er waarschijnlijk bekaaid vanaf. Met neerslaghoeveelheden tussen de 10 en 30 mm tijdens de eerste dagen van de komende week levert dat de Rijn hoogstens een heel klein beetje extra water op.
Vanaf donderdag komen we onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren-hogedrukgebied en net als de vorige keer vormt dat een paar dagen later een aparte kern van hogedruk boven onze omgeving. Dit hogedrukgebied houdt regengebieden op grote afstand en dat betekent dat het in de tweede helft van de week overal weer droog wordt. Dit droge weer zou, zoals het er nu naar uitziet, wel eens een week kunnen aanhouden. Pas vanaf ongeveer 9 of 10 juli zijn er voor het eerst weer neerslag signalen te zien op de kaarten van de weermodellen. Dat is geen goed nieuws voor de Rijn en de Maas die daardoor verder zullen dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage waterstanden.
Rijn weer even boven 1.000 m3/s, maar al snel er weer onder.
De droogte die in een groot deel van het stroomgebied van de Rijn al maandenlang aanhoudt, heeft ervoor gezorgd dat de waterstand is gedaald naar een voor de tijd van het jaar uitzonderlijk lage stand. De hele afgelopen week daalde het waterpeil met gemiddeld 7 cm per dag en kwam vandaag uit op 7,15 m NAP. De afvoer die aan het begin van de week nog ca 1.100 m3/s bedroeg daalde ca 150 m3/s en passeerde in de nacht van vrijdag op zaterdag de grens van 1.000 m3/s.
Dit gebeurde eerder in de meetreeks van de Rijn in deze tijd van het jaar pas twee keer: in 1934 en 1976. Vorig jaar was de afvoer eind juni ook laag maar toen werd de 1000 m3/s net niet gepasseerd en volgende een wat nattere maand juli waarin de afvoer kon stijgen tot buiten het bereik van laagwater. Dat gaat dit jaar niet gebeuren want dankzij de buien van komende dagen zal er later in de week wel wat extra water bij Lobith aankomen, maar het zal niet meer zijn dan de spreekwoordelijke druppels op een gloeiende plaat.
Mijn verwachting voor de komende dagen is een nog iets dalende stand tot circa 7,1 m NAP op dinsdag 30/6, daarna een paar dagen stabiel tussen 7,1 en 7,15 m NAP, om vanaf vrijdag iets te gaan stijgen naar circa 7,25 tot 7,35 m NAP op maandag 6/7. De afvoer die nu circa 960 m3/s bedraagt daalt eerst naar circa 920 m3/s, om daarna iets op te lopen naar circa 950 m3/s aan het eind van de week. In het weekend stijgt de afvoer nog iets verder tot net boven de 1.000 m3/s, maar meer dan 1.050 m3/s verwacht ik niet dat Het gaat worden.
Deze hoeveelheden zijn gebaseerd op de neerslag van de komende dagen vanuit de buien die boven het stroomgebied worden verwacht. Deze regen moet nog vallen en het kan natuurlijk altijd anders uitpakken, maar er zal zeker niet voldoende vallen voor een flinke stijging. De buiigheid duurt maar een paar dagen en vanaf het tweede helft van de komende week wordt het weer voor minimaal een week droog in het stroomgebied en daardoor zet vanaf 6 juli opnieuw een langere daling van de waterstanden in. Hoever die daling doorgaat is nu nog niet te zeggen, maar de kans lijkt aanzienlijk na het volgende weekend, rond 10 juli, de waterstand tot onder de 7 m NAP kan gaan zakken en de afvoer daalt tot onder de 900 m3/s.
Maasafvoer blijft langdurig onder de 50 m3/s.
Vorig weekend was er nog een korte opleving van de afvoer bij Maastricht als gevolg van zware buien die in het weekend in het Waalse deel van het Maasdal waren gevallen. Zoals gebruikelijk met regen dat op een verhard oppervlak valt, komt het meeste water meteen tot de afstroom en loopt de afvoer ook snel weer terug zodra het droog is. Dit zagen we ook terug in de afvoer bij Maastricht die na een piekje boven de 200 m3/s een dag later alweer rond een daggemiddelde van circa 50 m3/s was teruggezakt.
Bij gebrek aan nieuwe neerslag bleef de afvoer de hele week schommelen rond de 50 m3/s. De buien die gisteren boven Nederland vielen gingen aan de Ardennen voorbij en de Maas hoeft daarom niet opnieuw op extra water te rekenen. Misschien dat er vandaag of morgen nog een bui kan vallen met een lichte stijging tot gevolg, maar de verwachting voor de komende week is dat er vrijwel geen neerslag gaat vallen in de Ardennen of de rest van het stroomgebied. De afvoer zal dan langzaam blijven dalen en aan het eind van de week verwacht ik bij Maastricht een daggemiddelde afvoer van ca 40 m3/s. Ook na het volgend weekend houdt het droge weer waarschijnlijk nog wel een tijd aan en dan kan de afvoer nog wat verder gaan zakken, richting 30 tot 35 m3/s.
Water van de week
Rijnafvoer daalde voor het eerst dit jaar tot onder de 1000 m3/s; hoe bijzonder is dat.
Als de afvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt, is dat voor de Rijn altijd een belangrijke grens. Onder die afvoer ontstaan er steeds meer problemen om de watervoorziening van Nederland op orde te houden. Het goede nieuws is dat we het relatief goed geregeld hebben, met allerlei plaatsen waar water ingenomen kan worden voor direct gebruik en buffers voor later in de tijd. Maar als de afvoer in de zomer onder de 1.000 m3/s zakt dan begint het wel op steeds meer plekken te knellen.
Nu is een Rijnafvoer van 1.000 m3/s ook weer niet heel bijzonder want het komt gemiddeld genomen zo'n 17 dagen per jaar dat de afvoer onder dat niveau zakt. Bij Lobith is dat het moment dat de waterstand onder 7,28 m NAP zakt. Wat de situatie dit jaar vooral bijzonder maakt is het moment in het jaar dat het gebeurt; want zoals we in de grafiek hierna kunnen zien is het zeer uitzonderlijk als rond eind juni of begin juli de afvoer dit niveau bereikt. Aan de hand van de afvoerreeks van Lobith, die begint in 1901, heb ik in deze grafiek van dag tot dag de kans weergegeven dat de afvoer lager uitviel dan 1.000 m3/s.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.08.42.png

De grafiek laat zien dat in juni de kans daarop het kleinst is. Dat lijkt vreemd, want het is dan hoogzomer, maar dit heeft alles te maken met de aanvoer van smeltwater vanuit de Alpen die in mei en juni het grootst is en voorkomt dat er dan zeer lage afvoeren optreden. In de loop van de zomer neemt de hoeveelheid smeltwater af en daardoor neemt de kans op een lage afvoer gestaag toe. In juli is dat aan het eind van de maand circa 3%, wat betekent dat het dan op een bepaalde dag nog maar in ca 4 jaren (van de 125 jaar lange meetreeks) is gebeurd dat de afvoer zo laag was.
De hele nazomer en herfst neemt de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s van dag tot dag steeds verder toe tot bijna 20% begin november. Rond die tijd van het jaar gebeurt het dus gemiddeld in een op de 5 jaren dat de afvoer zo laag is en voor die tijd van het jaar is dat dus geen uitzonderlijke gebeurtenis. Voor het waterbeheer in Nederland is het dan ook niet zo'n groot probleem als de afvoer in oktober of november erg laag is. Het watergebruik is dan veel kleiner dan in de zomer en zelfs als de afvoer langdurig onder die waarde zakt, is er nog niet zoveel aan de hand.
Alleen voor de scheepvaart maakt de tijd van het jaar wel uit; die hebben er altijd last van als ze minder vracht mee kunnen nemen. Ook de natuur heeft te leiden, omdat bij lage afvoeren geulen en plassen in de uiterwaarden droogvallen en die zijn juist aangelegd om voldoende leefgebied te hebben voor het waterleven. De grafiek laat verder zien dat vanaf november de kans op een lage afvoer snel afneemt en deze lijn zet zich in de winter en het voorjaar door tot het laagste punt wat in juni valt.
De verwachting is dat lage afvoeren als gevolg van klimaatverandering in vooral het zomerhalfjaar steeds vaker zullen optreden en dit jaar lijkt daar een duidelijk voorbeeld van. Als we uitzoomen naar een wat langere periode dan blijkt er echter nog geen sprake te zijn van een trend naar vaker optredende lage afvoeren. De volgende grafiek laat dat zien, waarin ik de periode van vóór en na de klimaatverandering met elkaar heb vergeleken; de grens daarvoor heb ik bij 1980 gelegd.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.09.19.png

Uit deze vergelijking blijkt dat in vrijwel in alle maanden van het jaar de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s tegenwoordig kleiner is dan vóór 1980; alleen in augustus is de kans toegenomen. In de andere zomermaanden juni en juli is er geen toename n is het nog steeds een zeldzame gebeurtenis. Waarschijnlijk gaat dit jaar er overigens wel voor zorgen dat de rode lijn in juli wat omhooggaat; want de verwachting is dat de afvoer in ieder geval tot medio juli onder de 1.000 m3/s blijft.
Buiten de zomer is de kans op een lage afvoer sinds 1980 een stuk kleiner geworden. In oktober en november is deze zelfs gehalveerd en komt het nu nog maar gemiddeld eens In de 10 jaar voor dat er 1.000 m3/s op een bepaalde dag wordt onderschreden. In de wintermaanden en het voorjaar is de kans op een lage afvoer zelfs bijna nul geworden.
Als we het hele jaar overzien, dan is het totaal aantal dagen in een jaar dat afvoer onder de 1000 m3/s is gezakt, in de afgelopen decennia een flink stuk afgenomen. Alleen in de 3 zomermaanden samen is ze tot nu toe gelijk gebleven. Het is zeer waarschijnlijk dat de kans in die maanden in de toekomst verder zal gaan toenemen, want het ziet er nu eenmaal niet goed uit voor de sneeuw in de Alpen in de komende jaren als de temperaturen zo snel blijven stijgen.
Wat de situatie dit jaar extra uitzonderlijk maakt is dat ook de afgelopen winter en het voorjaar in een groot deel van het stroomgebied al heel droog verliepen. Het is vooral daarom dat de afvoer dit jaar zo vroeg onder de 1.000 m3/s. Droge winters liggen niet in de lijn der verwachting bij verdere klimaatverandering. In een meer gewoon jaar zal er daarom voldoende neerslag in de winter en het voorjaar vallen om ook in de toekomst de kans op een afvoer van 1.000 m3/s in juni en juli beperkt te houden.
Maar voor augustus ziet het er minder gunstig uit, omdat de sneeuw in de Alpen naar verwachting nog eerder zal gaan smelten, waardoor de sneeuw- en watervoorraad in de Alpen die tijd van het jaar vaker zal zijn uitgeput. De kans is daarom groot dat met name in augustus het vaker zal gebeuren dat de afvoer onder 1.000 m3/s zal zakken. En dat is een maand midden in de zomer als de meeste gebruikers nog veel water nodig hebben. Die zullen zich daarom moeten gaan voorbereiden op langere perioden met minder wateraanvoer.