U bent hier

Verhoogde waterstanden, maar geen hoogwater

In de stroomgebieden viel deze week veel neerslag en de waterstanden zijn sinds lange tijd weer eens sterk gestegen. De Maas bereikte een afvoer van ongeveer 900 m3/s en is al weer over het hoogtepunt heen. De Rijn stijgt nog t/m dinsdag tot rond 10,75 m (+NAP). De komende week valt ook nog aardig wat regen, waardoor de waterstanden aan de hoge kant blijven, maar een hoogwater zit er niet in. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een overzicht van de sneeuwsituatie in de Zwitserse Alpen. Sinds medio januari was het sneeuwdek zo weinig gegroeid dat het op veel plaatsen dunner was dan ooit gemeten. De afgelopen dagen is de situatie iets verbeterd, maar het ziet er niet naar uit dat eind maart de gemiddelde waarde voor het eind van het winterseizoen zal worden bereikt.

Water van de week

Bijna dagelijks regen, maar geen grote hoeveelheden

Nadat hogedrukdrukgebieden wekenlang het weer bepaalden en neerslag op afstand hielden, sloeg het weer deze weeg drastisch om. Dinsdag 7/3 bereikte het eerste regengebied de stroomgebieden en daarna volgden enkele natte dagen en de rivieren kregen voor het eerst sinds lange tijd weer eens een flinke golf water te verwerken. 

Vorige week zag het er nog naar uit dat de neerslagzone het meest actief zou zijn boven het zuiden van Duitsland en Oost Frankrijk, waardoor de Bovenrijn, Main en Moezel sterk zouden stijgen en er voor Nederland mogelijk een hoogwater op komst zou zijn. Uiteindelijk verliep het anders, want de neerslagzone die dinsdag vanuit het noorden over de stroomgebieden trok bleef uiteindelijk veel noordelijker liggen dan verwacht.

In Zuid-Duitsland kwam het daardoor niet tot de extreme hoeveelheden neerslag die eerder waren verwacht en de Bovenrijn steeg dan ook slechts 300 m3/s, terwijl aanvankelijk 2000 m3/s was verwacht. En ook de Moezel steeg bijna 1000 m3/s minder dan verwacht. Het laat zien hoeveel het uitmaakt als een intensieve regenzone een paar honderd kilometer meer naar het noorden komt te liggen. 

In de Ardennen viel wel ongeveer de verwachte hoeveelheid regen en de Maas steeg daardoor tot ca 900 m3/s. Officieel is dat nog geen hoogwater, daarvan spreken we pas boven de 1.250 m3/s, als de lagere delen van de weerden langs de Maas gaan overstromen. In het stroomgebied van de Rijn viel wel regen, maar meer naar het noorden en enkele kleinere zijrivieren, die daar ontspringen, zoals de Lahn, Sieg en Ruhr voerden wel veel extra water aan naar de Rijn. De meest noordelijke zijrivier van de Rijn, de Lippe, kreeg zelfs relatief veel water te verwerken.

Doordat de neerslagzone noordelijker lag, viel ook Nederland in de prijzen. Vooral in de zuidelijke helft van het land was het erg nat en met 50 tot 70 mm neerslag, is lokaal al bijna de hele maandsom van maart gevallen. Dit is een welkome aanvulling voor het grondwater, dat na de droge februarimaand op veel plaatsen al weer aan de lage kant was. Voorwaarde is dan wel dat het regenwater de tijd krijgt om in de bodem te dringen en niet snel via drains en greppels wordt afgevoerd. 

Na de dagen met zeer veel regen trok de regen op vrijdag weg, maar anders dan na de vorige natte periode keerde het hogedrukgebied niet weer terug en de komende week zijn het vooral lagedrukgebieden die het weer bepalen. Deze trekken vanaf de Atlantische Oceaan ten noorden van ons langs naar het oosten en bijbehorende regengebieden schuiven dan zo nu en dan over noord en centraal Europa. De stroomgebieden ontvangen daarom ook de komende week nog aardig wat regen. Niet genoeg voor een verdere stijging van de rivieren, maar wel genoeg om het peil vrij hoog te houden.

Tussen de regengebieden door passeren ook ruggen van hoge druk, maar deze houden geen stand en zorgen hoogstens voor een droge dag tussen de regengebieden door. Op wat langere termijn kan zich wel weer een wat standvastiger hogedrukgebied boven Centraal-Europa vormen, waardoor de neerslaggebieden op termijn een noordelijkere koers zullen gaan volgen en er ook weer minder neerslag gaat vallen in de stroomgebieden. Of dat uit komt zien we volgende week.

Rijn stijgt nog wat verder, maar blijft onder de 11 m

Als het natter wordt in het stroomgebied, moet de Rijn in Nederland altijd nog even wachten voordat het eerste water arriveert.  Zo bleef de waterstand bij Lobith nog laag tot op vrijdag, terwijl op dinsdag de meer intensieve regen het stroomgebied al had bereikt. Inmiddels is het peil bij Lobith ruim 2 meter gestegen vanaf 7,8 m op 9 maart naar iets boven de 10 m op dit moment. Vooral op zaterdag steeg de stand snel (ca 1,3 m van 8,4 naar 9,7 m) toen het extra water uit de Midden-Duitse zijrivieren aankwam, waar het op woensdag en donderdag veel had geregend.  

Inmiddels is het droog geworden in het stroomgebied, maar de komende 2 dagen stijgt het peil in Nederland nog langzaam verder als ook het extra water uit het zuiden van het stroomgebied aankomt en de zijrivieren uit het Midden van Duitsland nog maar weinig zijn gezakt. Op dinsdag 14/3 verwacht ik bij Lobith een hoogste stand van ca 10,6 tot 10,7 m (NAP). De afvoer bedraagt dan ongeveer 3.200 m3/s, dat is ca 2.000 meer dan voordat de stijging begon. Voor deze tijd van het jaar is dat geen bijzonder hoge waarde, het is slechts 20% boven het langjarig gemiddelde dat medio maart ongeveer 2.600 bedraagt.

Na dinsdag blijft het peil een dag of 3 stabiel. De hele week passeren er zo nu en dan regengebieden en die zorgen steeds weer voor wat extra afvoer in de zijrivieren. Op maandag kan in Zuid Duitsland en Oost Frankrijk relatief nog wat meer vallen, wat nog weer wat later bij Lobith aan zal komen. Vanaf het eind van de week nemen de neerslaghoeveelheden af en zal ook de afvoer in de zijrivieren sterker gaan afnemen.

Samengevat stijgt de waterstand in de Rijn tot en met dinsdag 14/3 naar ca 10,6 tot 10,7 m (NAP). Tot en met donderdag 16/3 blijft het peil schommelen rond dit niveau. Mocht er meer regen vallen in het begin van de week, dan is ook een kleine verdere stijging nog mogelijk, maar de 11 m wordt waarschijnlijk niet gehaald. 

Vanaf vrijdag 17/3 zakt de stand iets, maar blijft waarschijnlijk t/m het weekend nog boven de 10,5 m (NAP) omdat dan het water arriveert dat op maandag in Zuid Duitsland valt. Vanaf maandag 20/3 kan de stand wat sneller gaan dalen naar ongeveer 10 m in het midden of aan het eind van die week. De afvoer bedraagt dan ongeveer 2.700 m3/s.

Als tegen die tijd het hogedrukgebied boven Centraal Europa in kracht is toegenomen, dan is de kans groot dat de waterstand in de laatste week van maart verder gaat dalen. Dat is echter nog niet zeker, want op deze termijn kan de verwachting ook nog anders uitpakken.

Maas blijft nog een paar dagen licht verhoogd

In het zuiden van Limburg waar de Maas het land instroomt, hoeft men nooit lang op het extra water te wachten als er veel regen valt in het stroomgebied. Toen het op dinsdag in de loop van de dag ging regenen, begon de stijging al meteen de volgende dag. Vooral op donderdag kreeg de rivier aardig wat water te verwerken; toen smeltwater, van sneeuw die op woensdag was gevallen, en regenwater samen tot afstroom kwamen.

Op vrijdag trok de regen weg uit het stroomgebied en in de loop van die dag werd bij Maastricht de hoogste afvoer bereikt. De daling zet bij de Maas daarna ook altijd weer snel in en inmiddels is de afvoer bij Maastricht al weer ca 250 m3/s gezakt tot ongeveer 600 m3/s. Vandaag zet die daling zich nog langzaam door. 

Als we naar de verschillende deelstroomgebieden van de Maas kijken, dan blijkt dat de Maas in Frankrijk nog langzaam stijgt, terwijl de meer noordelijke zijbeken zoals de Ourthe en Sambre al weer dalen. Morgen wordt opnieuw regen verwacht in het stroomgebied en ook dinsdag blijft het niet droog. De noordelijke zijbeken kunnen dan ook weer wat gaan stijgen, terwijl de zuidelijk nog vrij hoog blijven. 

De afvoer bij Maastricht blijft daarom nog t/m donderdag 16/3 op een relatief hoog niveau rond de 600 m3/s. Het langjarig gemiddelde voor deze tijd bedraagt ongeveer 350 m3/s. Vanaf donderdag wordt het niet droog in het stroomgebied, maar veel regen wordt ook niet meer verwacht en daardoor zal de afvoer wat verder dalen naar 500 m3/s in het weekend. Na het weekend zet de daling waarschijnlijk door omdat het drogere weer dan lijkt aan te houden. Op dit moment is dat echter nog niet helemaal zeker.

water inzicht

Sneeuwsituatie in de Alpen iets verbeterd, maar nog steeds ver ondergemiddeld

Doordat de intensieve neerslagzone de afgelopen week noordelijk kwam te liggen, viel ook in Zwitserland minder neerslag dan verwacht. De Alpen hadden zich verheugd op mogelijk 2 m verse sneeuw, maar dat werd bij lange na niet gehaald. Aan het eind van de week wisten pas enkele neerslaggebieden de Alpen te bereiken en toen viel er uiteindelijk nog zo'n 50 tot 75 cm. De komende dagen wordt nog wat meer sneeuw verwacht; maar niet veel meer dan zo'n 30 tot 40 cm.

Het seizoen waarin het sneeuwdek hogerop in de Alpen aangroeit loopt gemiddeld genomen van half november tot eind maart en die periode zit er nu dus bijna op. Nadat het seizoen in december redelijk goed was begonnen, volgde rond de jaarwisseling buitengewoon zacht weer en smolt een deel van de sneeuw onder de 2000 m weer weg. Daarna groeide het sneeuwdek tot 20 januari weer wat aan en leek de situatie zich te herstellen, maar vervolgens brak een zeer droge periode aan en hele de maand februari viel er nauwelijks sneeuw.

Dit sneeuwloze tijdperk was te danken aan het hogedrukgebied dat het weer langdurig bepaalde in een groot deel van Europa. Zo verliep februari ook in Nederland erg droog en in België, Frankrijk, Duitsland en Italië. Sinds afgelopen week is het tij wat gekeerd, behalve in Italië waar de neerslag van deze week wederom niet wist door te dringen.

Tegen de noord- en westflank van de Alpen viel wel aardig wat sneeuw en daardoor is het sneeuwdek in het stroomgebied van de Rijn weer iets aangegroeid. In de figuur hieronder is de sneeuwval weergegeven van de afgelopen 7 dagen. Tegen de hoogste toppen aan in Berner Oberland viel bijna 1 meter, op andere plaatsen bleef het bij zo'n 50 tot 75 cm. Onder de 1500 m viel minder dan 50 cm omdat het een paar dagen vrij zacht was en de neerslag daar toen als regen viel. 

Verse sneeuw Alpen met stroomgebied 12 mrt.jpg

Sneeuwval in de afgelopen week in Zwitserland; de wit-zwarte lijn geeft de grens van het stroomgebied van de Rijn aan (bron SLF.ch)
Sneeuwval in de afgelopen week in Zwitserland; de wit-zwarte lijn geeft de grens van het stroomgebied van de Rijn aan (bron SLF.ch)

De sneeuwval liet het sneeuwdek wat aangroeien, maar bijna overal is het nog veel dunner dan in een normaal winterseizoen. In de volgende figuur is het percentage ten opzichte van andere jaren weergegeven. Er zijn maar een paar kleine gebieden waar wat meer sneeuw ligt dan gemiddeld en die gebieden zijn ook niet representatief. Het zijn namelijk laag gelegen gebieden waar gewoonlijk weinig sneeuw ligt half maart en waar vorige week wel sneeuw viel.

Hogerop ligt in het oostelijk deel van Zwitserland nog zo'n 60 tot 90% en hier is het dek de afgelopen week relatief het meest aangegroeid. Tegen de hoofdkam van de Alpen, waar ook de grens van het stroomgebied ligt, blijft het echter bij slechts 30 tot 60%. Het is vooral dit gedeelte waar de sneeuw ligt die pas in mei en juni smelt en dan de Rijn van extra water zou moeten voorzien. Dat ziet er dus niet zo goed uit. Nog slechter is het gesteld aan de Italiaanse kant van de Zwitserse Alpen, waar zelfs minder dan 30% van de langjarig gemiddelde hoeveelheid ligt.

Perc Sneeuw Alpen met stroomgebied 12 mrt.jpg

Dikte van het sneeuwdek in verhouding tot het langjarig gemiddelde. De zwart-witte lijn geeft de grens van het stroomgebied van de Rijn aan (bron SLF.CH)
Dikte van het sneeuwdek in verhouding tot het langjarig gemiddelde. De zwart-witte lijn geeft de grens van het stroomgebied van de Rijn aan (bron SLF.CH)

In de kaart zijn 6 meetpunten aangegeven, waarvan hieronder de grafieken met het jaarverloop zijn afgebeeld. Het zijn dezelfde als in mijn bericht van 22 januari, toen het sneeuwdek net iets was gegroeid. In de eerste figuur zijn twee stations in het westen van Zwitserland te zien, resp. laag en hoog in het gebergte.

In Fochsen (bovenste figuur) smolt de sneeuw rond de jaarwisseling helemaal weg, groeide daarna in januari snel aan, maar daalde door de droogte in februari weer tot onder de laagste waarde ooit eerder gemeten (onderkant grijs vlak). Gandegg ligt zo hoog dat er van smelt begin januari geen sprake was en in februari bleef het sneeuwdek ook ongeveer op hetzelfde niveau. Het groeide in die tijd echter ook niet aan, terwijl dat in andere winters wel gebeurt, waardoor het niveau begin maart toch historisch laag uit kwam. 

Dankzij de sneeuw van de afgelopen week is het niveau weer iets gedaald, het minst in Fochsen, waar deze week ook regen viel ipv sneeuw. In Fochsen is nu net het niveau bereikt van de laagste waarde ooit. Gandegg is daar iets boven gekomen en nadert de langjarig gemiddelde waarde (grijze lijn). In Fochsen wordt gewoonlijk eind maart de hoogste waarde bereikt en het is nu al vrijwel zeker dat, zelfs met wat sneeuw die deze week valt, het langjarig gemiddelde niveau niet wordt bereikt. In Gandegg duurt het winterseizoen ook nog door tot in april en is er nog kans dat het gemiddelde niveau wordt bereikt of overschreden. Maar dan moet april dit jaar niet weer droog verlopen zoals in de afgelopen jaren vaker het geval was.

Fochsen en Gandegg.jpg

Verloop sneeuwdikte in Föchsen (boven) op ca 1700 m en Gandegg op ca 2700 m aan de noordzijde van de Alpen
Verloop sneeuwdikte in Föchsen (boven) op ca 1700 m en Gandegg op ca 2700 m aan de noordzijde van de Alpen

Centraal in Zwitserland is de situatie deze week wat verbeterd, zoals de stations in de volgende figuur laten zien, maar het sneeuwdek bereikt er nu pas net het niveau van de laagste waarde sinds begin metingen. Op beide stations ligt nu ongeveer 1,5 meter, terwijl het langjarig gemiddeld er ca 1 m meer bedraagt. De komende weken kan er nog enkele decimeters bij komen, maar de kans dat er de komende 2 tot 3 weken nog een meter of meer valt, voordat het smeltseizoen gewoonlijk begint, is klein.

Ortstock matt en Gschl.jpg

Verloop sneeuwdikte in Ortstock Matt (boven) op ca 1825 m en Gschletteregg op ca 2060 m centraal in Zwitserland aan de noordzijde van de Alpen
Verloop sneeuwdikte in Ortstock Matt (boven) op ca 1825 m en Gschletteregg op ca 2060 m centraal in Zwitserland aan de noordzijde van de Alpen

Oostelijk in Zwitserland is de situatie niet beter dan op de andere locaties. Het zijn beide hoog gelegen stations in de figuur hieronder en er is daarom nog geen sneeuw gesmolten deze winter, maar vanwege het gebrek aan neerslag is het sneeuwdek er veel dunner dan normaal. Het station Vairana ligt aan de zuidzijde van de hoogste kam van de Alpen, maar watert nog wel af op de Rijn. Het lag de afgelopen week in de schaduw van de kam en maar weinig neerslag heeft dit gebied bereikt. Het sneeuwdek is er daarom nog steeds dunner dan ooit eerder gemeten.

Nu duurt het winterseizoen zo hoog in de Alpen nog zeker een maand dus er is nog een kansje dat het sneeuwdek wat aangroeit. De kans dat het langjarig gemiddelde wordt bereikt of dat het daar boven komt is echter klein.

WFJ en Vairana.jpg

Verloop sneeuwdek in Weissfluhjoch op ca 2540 m en Varaina op ca 2400 m in het oosten van de Zwitserse Alpen
Verloop sneeuwdek in Weissfluhjoch op ca 2540 m en Varaina op ca 2400 m in het oosten van de Zwitserse Alpen

Samengevat zien we in de Zwitserse Alpen dat het sneeuwdek dankzij de sneeuw van de afgelopen week op veel plaatsen tot net boven de laagst gemeten waarde ooit is uitgekomen. De komende week valt er nog een paar decimeter en de kans dat de sneeuwdikte lager dan ooit eindigt eind maart, als het winterseizoen ten einde komt, is daarom klein. Maar dat neemt niet weg dat er relatief weinig sneeuw ligt met tussen de 50 en 75% van wat er in een normale winter ligt.

Voor de Rijn betekent dat niet meteen dat er minder water is in de periode dat de sneeuw smelt; in mei en juni. Het meeste smeltwater wordt namelijk altijd eerst in de Zwitserse meren opgeslagen en pas later doorgeven. De meren zullen dus maar deels gevuld worden, waardoor deze buffers vooral eerder leeg zullen zijn. Vooral in de maanden juli en augustus zal de Rijn daarom de gevolgen ondervinden van de weinige sneeuw in deze winter. Gelukkig ontvangt de Rijn in die maanden gewoonlijk ook veel regenwater van buien die dan in de Alpen vallen, maar als die uitblijven, dan is de kans dit jaar groot dat in de zomer de waterstand ver gaat zakken.