Waterstanden gaan stijgen, maar waarschijnlijk niet zo sterk
Het duurde lang dit najaar, maar de overgang naar een scenario met natter weer is eindelijk aangebroken. De komende week kan er soms veel regen vallen in de stroomgebieden en de waterstanden klimmen daarom uit het dal. Maar het einde van de natte periode is mogelijk ook al weer in zicht, dus de kans op hoge afvoeren is voorlopig klein. In het waterbericht leest u de details voor de waterstanden in Rijn en Maas voor de komende week.
In de rubriek Water Inzicht een verklaring waarom de kan op lage afvoeren in november in de Rijn relatief groot is, in vergelijking met de andere maanden van het jaar.
water van de week
Hogedrukgebieden maken wat ruimte voor neerslagzones vanaf de Oceaan
Het weerpatroon is de laatste paar dagen langzaam wat bijgedraaid. Het dominante hogedrukgebied ten westen van het Verenigd Koninkrijk is wat naar het zuiden geschoven en dat maakte de weg vrij voor lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan. Het eerste systeem moest nog een flinke omweg maken over het noorden van de Oceaan en was daarom gevuld met erg koude lucht, zodat de neerslag deels als sneeuw viel.
Boven de 300 m in de Middelgebergten bleef de sneeuw ook liggen en vormde zich een dun sneeuwdek. De webcams van het Belgische KMI laten zien dat er op de toppen van de Ardennen zo'n 5 tot 10 cm ligt. En ook in de gebergten in het stroomgebied van de Rijn, zoals in het Sauerland bleef een laagje sneeuw liggen. In het Zwarte Woud en de Vogezen is de sneeuwdikte nog wat groter, maar die gebergten reiken dan ook tot circa 1500 m.
Het lagedrukgebied trekt vandaag over Midden Europa naar het oosten en brengt daar ook nog sneeuw. De komende twee dagen blijft de luchtstroming boven de stroomgebieden van Rijn en Maas nog noordwestelijk en is de aangevoerde lucht nog koud. Er vallen wat buien en de neerslag zal dan, vooral in de Middelgebergten, als sneeuw blijven vallen. De hoeveelheden zijn echter niet zo groot en het sneeuwdek groeit er nog aan met zo'n 5 tot 10 cm.
Vanaf maandag zakt het hogedrukgebied op de Oceaan nog wat verder weg en een nieuw lagedrukgebied kan wat eenvoudiger de oversteek naar het Europese continent maken. De meegevoerde lucht is nu warmer en de temperaturen stijgen in Nederland tot boven de 10 graden. Vooral op dinsdag en woensdag wordt er flink wat neerslag verwacht in de stroomgebieden. Vanwege de hoge temperaturen zal dit vooral regen zijn en met het warme regenwater zal ook het sneeuwdek in de lagere Middelgebergten (Ardennen, Eifel, Sauerland) smelten. Dit zorgt dan op woensdag en donderdag voor extra water in de rivieren.
Behalve hoge temperaturen en regen zou het lagedrukgebied op woensdag ook voor veel wind kunnen zorgen. De kern van het lagedrukgebied trekt waarschijnlijk net ten noorden van Nederland langs en de wind kan ten zuiden en westen van deze kern flink uithalen. Stormgebieden zijn echter altijd lastig te voorspellen, dus het kan de komende dagen nog veranderen.
Donderdag en vrijdag is het weer wat koeler, maar deze dagen verlopen vrijwel droog in de stroomgebieden. Later op vrijdag nadert een nieuw neerslaggebied, dat op zaterdag in de stroomgebieden weer neerslag kan gaan brengen. De luchtstroming is ondertussen weer iets meer naar het noordwesten gedraaid, dus zal de lucht weer kouder zijn en in de Middelgebergten zal de neerslag dan weer deels als sneeuw gaan vallen.
Na de passage van dit lagedrukgebied is het niet meer zo duidelijk wat er gaat gebeuren. Een paar dagen geleden zag het er nog naar uit dat de westelijke luchtstroming aan zou houden, met flink wat neerslag, maar de laatste modelberekeningen gaan toch uit van een droger scenario. Waarbij het Amerikaanse weermodel er zelfs op hint dat het wel eens winters zou kunnen worden, met sneeuw tot in het laagland, in de week na het volgend weekend.
Het feit dat de weermodellen bijdraaien en ook wat sterker van elkaar verschillen, geeft echter aan dat het allemaal nog onzeker is wat er na het volgend weekend gebeurt. Voorlopig kunnen we ons opmaken voor een natte week, met vooral op dinsdag en woensdag flink wat regen, wat samen met een beetje smeltwater voor een stijging van de rivieren kan zorgen.
Rijn gaat vanaf eind van de week stijgen naar ca 8,5 tot 9 m +NAP
Bij Lobith is de waterstand de afgelopen heel langzaam nog wat gezakt, tot ca 7,2 m +NAP. Dat komt overeen met een afvoer net boven de 1000 m3/s. Waarschijnlijk komt de afvoer er dit jaar net niet onder. Gemiddeld gebeurt dat op ongeveer 20 dagen in het jaar, maar dit jaar telt daar dus niet aan bij. Het lijkt er nu op dat er dit jaar weinig laag water is geweest, maar dat is niet helemaal het geval.
De 1200 m3/s (wat overeen komt met 7,7 m+NAP) werd dit jaar namelijk op 45 dagen onderschreden en dat is wel ongeveer het langjarig gemiddelde. De 1300 m3/s (8 m +NAP) werd zelfs iets vaker dan gemiddeld onderschreden en de 1500 m3/s (8,3 m +NAP) weer iets minder vaak. Wat de lage waterstanden betreft was het dus ongeveer een normaal jaar, behalve dan dat er geen zeer lage standen op zijn getreden.
De kans dat er in december nog lage waterstanden gaan optreden is klein, want de komende dagen gaat er voldoende regen vallen om de stand en de afvoer flink te laten stijgen. De eerste 3 dagen verandert er echter nog niet zoveel en blijft de stand schommelen rond de 7,25 m +NAP en de afvoer rond de 1050 m3/s. Vanaf donderdag komt dan het eerste water aan van de neerslag die vanaf dinsdag in het stroomgebied gaat vallen. De stand stijgt dan in een paar dagen flink door met ca 25 tot 30 cm per dag en zal net na het volgend weekend waarschijnlijk tussen 8,75 en 9 m +NAP uit komen. De afvoer bedraagt daarbij 1750 tot 2000 m3/s.
Met name de smeltende sneeuw maakt het in deze tijd van het jaar nog wat complexer om een goede verwachting op te stellen. In de zomer wordt de uiteindelijke stand bepaald door de hoeveelheid neerslag die de zijrivieren bereikt en de mate waarin het water uit de verschillende zijrivieren wel of niet samenvalt.
Als er een sneeuwdek ligt kan ook smeltwater een bijdrage gaan leveren maar dat is weer niet zo eenduidig als het misschien lijkt, want een dikker sneeuwdek levert niet altijd meer water op. Een dik dek fungeert namelijk ook een beetje als een spons en vangt een deel van het regenwater op voordat het gaat afstromen. Het is daarom vooral een dun sneeuwdek tot ca 25 cm dat de grootste bijdrage levert aan een hoogwater, omdat dit tijdens een flinke regenperiode kan smelten en bij een dikker sneeuwdek lukt dat meestal niet.
Op grond van de huidige neerslagverwachtingen wordt op dinsdag 7/12 de hoogste stand bij Lobith bereikt, maar dat kan ook nog wel een dagje later worden. Daarna daalt de waterstand waarschijnlijk weer wat omdat het vanaf volgend weekend een paar dagen droog lijkt te worden. Zoals ik hierboven als scheef zijn de verwachtingen voor na dat weekend echter nog niet zo zeker, dus het blijft nog even afwachten of die daling zich dan doorzet, of dat er rond 10 december een nieuwe stijging volgt. Een daling naar lage standen en afvoeren lijkt er voorlopig echter niet meer in te zitten.
Maas stijgt naar mogelijk 500 m3/s
Het overwegend droge week in Centraal Europa van de afgelopen weken heeft er ook voor gezorgd dat de Maasafvoer de afgelopen week nog laag was en bij Maastricht daalde de afvoer tot net iets boven de 100 m3/s. Gisteren is bij de Maas de kentering al ingezet en steeg de afvoer al wat (tot ca 175 m3/s) dankzij de neerslag die in de nacht van vrijdag op zaterdag in het stroomgebied was gevallen.
Een deel van de neerslag viel als sneeuw de het water dat die sneeuw bevat zal later in de week tot afstroom komen. De eerste 2 dagen blijft het echter nog koud in het stroomgebied en valt er nog wat sneeuw bij. Het sneeuwdek kan lokaal aangroeien tot 15 à 20 cm. Vanaf dinsdag dringt de warmere lucht echter het stroomgebied in en samen met de regen die dan verwacht wordt (1,5 tot 3 cm) zal dan ook het sneeuwdek weer gaan smelten.
Samen levert dat voldoende water op om de Maasafvoer korte tijd flink te laten stijgen. Een afvoer tot tussen de 500 en 600 m3/s bij Maastricht is dan mogelijk op woensdag 1/12 in de loop van de dag en op donderdag 2/12. Een en ander is nog wel afhankelijk van de hoeveelheid neerslag die nog moet gaan vallen. Mocht de regenval beperkt blijven, dan smelt er ook minder sneeuw en kan de afvoer ook onder de 400 m3/s blijven.
Donderdag en vrijdag verlopen vrijwel droog in het stroomgebied en kan de afvoer bij Maastricht weer een paar honderd m3/s dalen. Op zaterdag passeert een nieuw neerslaggebied en in het vervolg daarop zal de afvoer weer gaan stijgen. De hoeveelheid regen in deze neerslagzone is nu echter nog onduidelijk en ook is nog niet zeker of een deel weer als sneeuw gaat vallen hogerop in de Ardennen. De kans is echter groot dat er een nieuwe stijging zal volgen op zondag 5/12 tot ca 500 m3/s of nog iets hoger.
Het verdere verloop na zondag hangt af van de grootschalige ontwikkelingen in het weerbeeld. Als nieuwe lagedrukgebieden Europa weten te bereiken, dan kan de afvoer na een paar dagen dalen opnieuw gaan stijgen rond 8 of 9/12, maar het is mogelijk dat het kouder wordt en de afvoer weer wat af gaat nemen. Daarover is volgende week meer duidelijkheid te geven.
water inzicht
Lage afvoeren in november zijn niet uitzonderlijk
De gemiddelde afvoer van de Rijn varieert in de loop het jaar van ca 2800 m3/s in het winterhalfjaar tot ca 1550 m3/s in het najaar. Dat lijkt een vrij groot verschil, maar verhoudingsgewijs is het juist weinig. De laagste afvoer bedraagt namelijk nog altijd ca 55% van de hoogste, terwijl dat bijvoorbeeld bij de Maas slechts 15% is (respectievelijk 570 en 85 m3/s). De Rijn is daarmee een uitzonderlijke rivier, want er zijn in Europa maar weinig rivieren met zo'n relatief klein verschil tussen de hoogste en de laagste afvoer.
De relatief hoge laagste afvoer heeft de Rijn vrijwel volledig te danken aan de Alpen. In het begin van de zomer leveren de Alpen namelijk veel smeltwater (van sneeuw die in de voorafgaande winter is gevallen) en in de hoogzomer zijn de Alpen goed voor veel neerslagwater. In de Alpen vallen vooral in de zomermaanden veel buien en die maanden zijn daar ongeveer twee keer zo nat als de meeste andere maanden.
In de figuur hieronder is voor de gemiddelde afvoer van de Rijn de herkomst van het water weergegeven. De bovenkant van het gekleurde gedeelte geeft de gemiddelde afvoer weer en de verschillende vlakken laten zien of het water afkomstig is van regenval of smeltwater. Bij het smeltwater is weer onderscheid gemaakt in sneeuw die in de Middelgebergten ligt en sneeuw in de Alpen. Een klein deel van het smeltwater in juli t/m september is afkomstig van de gletsjers in de Alpen
Het aandeel dat afkomstig is van regen is het hele jaar door groot. Dat is bijzonder, want men zou verwachten dat het in de zomer minder is, omdat de verdamping dan veel groter is en planten meer water nodig hebben, waardoor minder water de rivieren bereikt. Maar het is de extra regen die in de zomermaanden in de Alpen valt, die de verminderde aanvoer vanuit andere delen van het stroomgebied aanvult, zodat de gemiddelde aanvoer door regenwater ook dan vrij groot blijft.
Herkomst Rijnwater volume met lijn 2021.jpg

Naast de aanvoer van regenwater is er in de Rijnafvoer bijna het hele jaar ook aanvoer van smeltwater. In de wintermaanden gaat het dan om smeltwater uit de Middelgebergten. Een groot deel van deze gebieden is zo laag gelegen dat er de hele winter smeltwater vandaan kan komen. Er vormt zich daar tijdens kouder weer regelmatig een sneeuwdek, maar er zijn ook vrijwel iedere winter warme perioden waarbij de meeste sneeuw weer smelt. De gemiddelde bijdrage van dit water is in donker-oranje weergegeven.
De sneeuw die hogerop in de Alpen valt, gaat pas vanaf april smelten en de bijdrage aan de Rijn (weergegeven in licht-oranje) is pas in mei en juni het grootst. Samen met de buien die dan in de Alpen vallen zorgt dit er voor dat de gemiddelde Rijnafvoer in juni enkele weken wat hoger is dan in mei. Een groot deel van dit smeltwater stroomt niet meteen naar Nederland, maar wordt opgeslagen in de grote meren in Zwitserland (bv Bodenzee) en wordt dan langzaam afgegeven. Zo stroomt er tot in september nog water vanuit deze meren naar de Rijn; dat aanvankelijk als smeltwater naar het meer is gestroomd.
Het water van de gletsjers in de Alpen speelt slechts een bescheiden rol en levert in de hoogzomer enkele maanden lang enkele tientallen m3/s aan de Rijn. Ook dit water stroomt via de meren, zodat het water van warme dagen met veel smelt op de gletsjers ook over de tijd wordt verdeeld.
De gekleurde vlakken in de figuur geven de gemiddelde situatie weer; gebaseerd op de hele meetreeks van de Rijn. Van jaar tot jaar zijn er uiteraard grote verschillen. Dit is zichtbaar gemaakt door met een zwarte lijn het afvoerverloop van dit jaar in de figuur weer te geven. Het laatste gedeelte is de inschatting voor de komende 10 dagen.
Als we de zwarte lijn langslopen, dan zien we in de eerste maanden van 2021 flinke afvoerschommelingen, veroorzaakt door natte perioden, waarin er soms ook smeltwater vanuit de Middelgebergten meegevoerd werd en droge perioden waarin de afvoer tot onder het gemiddelde daalde. (NB voor de overzichtelijkheid zijn de grootste pieken aan de bovenzijde afgeknipt)
Het voorjaar was droog en koud, waardoor het smeltwater vanuit de Alpen pas laat op gang kwam. Maar het was vooral het gebrek aan neerslag dat er voor zorgde dat de afvoer in mei tot ver onder het langjarig gemiddelde daalde. In de loop van mei werd het natter in het stroomgebied en toen kwam ook de smelt van de sneeuw in de Alpen op gang; de afvoer steeg vooral in juni tot boven de 2500 m3/s.
In juli was er de uitzonderlijke neerslagperiode met de verwoestingen in de Duitse Middelgebergten. Het aandeel regenwater nam toen een enorme vlucht, maar in die tijd was ook het aandeel smeltwater in de Rijn nog relatief hoog. Na de extreme regenval bleef het ook in de rest van juli en augustus nog nat, met ook toen flinke buien in de Alpen, waardoor de afvoer nog langs boven gemiddeld bleef.
Vanaf september namen de buien in de Alpen af en werd het ook in de rest van het stroomgebied droger dan in een gemiddeld jaar. De lijn van 2021 zakte in die maand onder het langjarig gemiddelde, ook al was de aanvoer vanuit de Bodenzee aanvankelijk nog boven gemiddeld hoog. Ook oktober en november verliepen droog en bij gebrek aan regenwater zakte de lijn van 2021 tot ver onder het gemiddelde. Smeltwater van de vorige winter is er nu ook niet meer, door kouder weer is er geen gletsjerwater meer en ook de buffer in de Bodenzee is inmiddels grotendeels leeg.
In deze tijd van het jaar is de enige extra bron waar de Rijn het van moet hebben het regenwater. In de figuur zien we ook dat het blauwe vlak ook weer dikker wordt en vanaf half november er is soms ook al smeltende sneeuw vanuit de Middelgebergten. Die regen is in deze tijd echter niet meer afkomstig van buien in de Alpen, maar moet aangevoerd worden vanaf de Atlantische Oceaan.
Gewoonlijk neemt de activiteit van depressies vanaf de Oceaan in deze tijd van het jaar toe en omdat de vegetatie geen water meer opneemt, neemt de afstroom van regenwater naar de Rijn gewoonlijk toe vanaf half oktober. Maar dan moet het wel regenen en dat gebeurde dit najaar tot nu toe maar weinig. Hogedrukgebieden maakten de dienst uit en dit zorgde ervoor dat, net in de tijd van het jaar dat de Rijn het moet hebben van die depressies, de regengebieden uitbleven en de afvoer langzaam weg zakte.
Aan die daling is nu een eind gekomen, want neerslagzones vanaf de Oceaan, aangevuld met smeltwater vanuit de Middelgebergten gaan de komende week voor een opwaartse trend zorgen in de afvoeren. Het is wat later dan gemiddeld, maar het past toch nog mooi in het jaarlijkse patroon van de Rijn.