Weinig neerslag in de stroomgebieden en dalende waterstanden
In oktober is het droge weer teruggekeerd dat in september een maand lang was onderbroken. Vooral de Rijn kan nog wel even teren op de gevallen neerslag, maar de Maas is al weer terug op een laag niveau. De komende week blijft het overwegend droog en pas vanaf het volgend weekend zou er regen kunnen vallen, maar veel lijkt het niet te worden. De waterstanden blijven daarom nog wel even dalen; in het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water Inzicht een analyse van de kans op lage afvoeren in de Maas. Vorige week zagen we dat de kans op lage afvoeren in de Rijn in de zomer licht toeneemt, maar zeer lage afvoeren opvallend genoeg niet. Deze week een zelfde analyse voor de Maas.
water van de week
Hogedrukgebieden houden neerslag voorlopig op afstand
Het weer in de stroomgebieden wordt voorlopig bepaald door hogedrukgebieden. Anders dan in de voorbije zomer toen ze vaak lang bleven liggen, trekken de hogedrukgebieden nu vrij snel van west naar oost. Op dit moment ligt er een boven Centraal Europa, die naar het oosten weg trekt. Hij wordt meteen opgevolgd door een nieuw exemplaar dat vanaf de Atlantische Oceaan op dinsdag en woensdag over trekt. In de tussentijd kan op maandag een klein beetje regen vallen, maar te weinig om de rivieren te laten stijgen.
Aan het eind van de week wordt de reeks van hogedrukgebieden onderbroken en komen we onder invloed van een lagedrukgebied dat vanaf de omgeving van IJsland naar Schotland trekt. Vanaf vrijdag neemt de kans op regen en wisselvallig weer daarom toe, in ieder geval in Nederland. Waarschijnlijk dringen de regengebieden niet ver zuidelijk door omdat hoge druk stand houdt boven Centraal Europa. Het is daarom nog de vraag in hoeverre de rivieren gaan profiteren van de regenzones die dan naderen.
In de periode na het weekend lijkt de hoge druk boven Centraal en Oost Europa stand te houden en liggen er lagedrukgebieden nabij de Britse Eilanden. Het is nu nog onduidelijk in hoeverre regenzones, behorend bij deze lagedrukgebieden, de stroomgebieden van Rijn en Maas dan wel kunnen bereiken. Voorlopig lijkt het overwegend droge weer er nog aan te houden.
Rijn daalt de hele week, tot onder de 8m
In het begin van de week steeg de Rijn bij Lobith tot 9,1 m (NAP) en de afvoer tot iets boven de 2.000 m3/s. Voor het eerst sinds medio april werd de 9 m overschreden. In mijn vorige bericht ging ik er nog vanuit dat misschien de 9,4 m zou worden bereikt, maar daarvoor viel er vorige week zondag te weinig neerslag. En de regen die er viel, viel ook zuidelijker zodat de Moezel en andere Midden-Duitse rivieren niet stegen.
De wat hogere stand duurde bij Lobith slechts een paar dagen, want ondertussen is het al weer bijna een week droog in het stroomgebied en heeft de daling ook Lobith weer bereikt. Deze week houdt het droge weer aan en zal de daling door zetten. Op 11/10 verwacht ik dat de 8,5 m (1.600 m3/s) weer wordt onderschreden en op 14/10 al weer de 8 m (1.350 m3/s). Daarna zal de daling wat minder snel gaan, maar waarschijnlijk wordt ook de 7,8 m (1.250 m3/s) enkele dagen later nog wel bereikt.
Hoe ver de daling vanaf 15/10 doorzet hangt er vanaf in hoeverre regengebieden, behorend bij lage druk boven de Britse Eilanden, tot ver in het Europese continent door kunnen dringen. Voorlopig lijkt er echter, zeker in het stroomgebied van de Rijn, niet veel regen te gaan vallen en is de kans groot dat de stand ook dan nog onder de 8 m blijft. Maar misschien ziet het er volgende week toch weer anders uit; we zullen even moeten afwachten.
Maas terug op een laag niveau
Ondanks de natte septembermaand is de Maas weer snel teruggezakt naar een laag niveau. Uiteindelijk bleek een voor afgelopen zondag verwachte intensieve regenzone ook ten zuiden van de Ardennen door te trekken en profiteerde de Maas daar maar weinig van. De afvoer steeg in het begin van de week bij Maastricht nog even tot boven 100 m3/s, maar de 200 tot 400 waar ik in eerdere berichten van uit was gegaan, werd bij lange na niet gehaald.
Inmiddels is de afvoer ook al weer terug gezakt tot circa 30 m3/s en de komende week zal daar weinig verandering in komen. Maandag valt er een klein beetje regen in de Ardennen, maar dat zal de Maas weinig opleveren en de dagen daarna blijft het droog. De afvoer zal daarom blijven schommelen rond de 30 m3/s.
Vanaf vrijdag nadert een regenzone over Nederland en mogelijk dat die ook de Ardennen weet te bereiken. Op zaterdag 15/10 zou dat dan voor een kleine opleving van de afvoer kunnen zorgen. Het lagedrukgebied dat de regen aanvoert ligt niet ver weg en ook de dagen daarna blijft de lage druk in de buurt liggen. Het zou kunnen dat de Maas daar dan wel van profiteert en in de dagen daarna nog wat verder kan stijgen. Volgende week is hierover meer duidelijk.
water inzicht
Vorige week liet ik zien hoe de kans op lage afvoeren bij de Rijn in de loop der tijd is veranderd. Lagere afvoeren, zoals de 1500 m3/s (waar de Rijn gemiddeld ca 100 dagen per jaar onder zakt) komen in de zomer vaker voor dan vroeger en in het najaar en de winter minder vaak. Zeer lage afvoeren, zoals de 1000 m3/s komen echter niet vaker voor. Op de maand augustus na is de kans dat deze afvoer wordt bereikt in alle maanden juist minder groot geworden.
Ondanks de klimaatverandering en verandering in neerslagpatronen daalt de Rijnafvoer, tegen de verwachting in, dus niet vaker dan vroeger tot zeer lage waarden. In 2018 en 2022 kwamen zeer lage afvoeren wel veel voor en misschien zijn dit de eerste jaren van een langere reeks van lage afvoeren, maar voorlopig is er nog geen sprake van een doorzettende trend.
Vandaag staat de Maas centraal en ook daar kwamen lage afvoeren de laatste paar jaar vaak voor. Vaker zelfs nog dan bij de Rijn, want de Maas kende ook in 2017, 2019 en 2020 relatief veel lage afvoeren. Dit verschil heeft vooral te maken met de neerslag in de Alpen, waar de Rijn wel profijt van heeft, maar de Maas niet. In jaren met voldoende sneeuw in de Alpen en/of veel buiigheid in de zomer ontvangt de Rijn daarom voldoende water om vooral de zeer lage afvoeren te voorkomen.
Als het dan tegelijkertijd langdurig droog is in Midden Duitsland dan blijft de Rijnafvoer toch redelijk hoog en daalt in ieder geval niet tot onder de 1000 m3/s. De Maas moet het vooral hebben van regen in de Ardennen en in zomers dat het daar droog is (zoals naast 2018 en 2022 ook de andere hierboven genoemde jaren) dan daalt de Maasafvoer vaak snel naar zeer lage waarden.
Aan de hand van de volgende twee grafieken heb ik de veranderingen in de kans op een lage Maasafvoer in beeld gebracht. In de eerste grafiek is de kans op een afvoer <100 m3/s weergegeven en in de tweede de kans op een afvoer <50 m3/s. 100 m3/s komt ongeveer 100 dagen per jaar voor en is daarom vergelijkbaar met 1500 m3/s in de Rijn en 50 m3/s komt ca 20 dagen per jaar voor, wat vergelijkbaar is met 1000 m3/s in de Rijn.
Het gaat hierbij om de afvoeren bij Monsin, het punt in de Maas net stroomafwaarts van Luik, waar nog geen water is afgeleid naar kanalen. Bij Maastricht is de afvoer gemiddeld ca 15 m3/s lager. In beide grafieken geeft de blauwe lijn de kans aan voor de periode van 1911 t/m 1979 en de rode voor de periode van 1980 t/m 2022. 1980 heb ik als grens genomen omdat vanaf dat jaar de gevolgen van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering steeds sterker zichtbaar zijn geworden.
Kans <100 voor en na 1980.jpg

In de figuur is de ruimte tussen de beide lijnen in blauw aangegeven als de kans op een afvoer <100 m3/s vroeger groter was dan tegenwoordig en in rood als de kans op een zo lage afvoer tegenwoordig hoger is. In hoogzomer is de grootste verandering te zien: van ongeveer half juli t/m begin september is de kans met ongeveer 10% toegenomen.
Deze periode valt precies samen met de periode dat de kans op een lage afvoer vroeger ook al het grootst was. Hierin wijkt de Maas af van de Rijn, want daar zagen we dat op het moment van de laagste afvoeren de kans niet groter is geworden. Verder zagen we bij de Rijn dat het moment dat de kans het grootste is naar voren schuift in de tijd; bij de Maas is daar geen sprake van en ligt de piek nog steeds rond eind augustus.
In de rest van het jaar zijn de veranderingen tussen de perioden voor en na 1980 slechts klein. In het voorjaar en de zomer is de kans wat groter, in het najaar en de winter wat kleiner.
Bij de gemiddeld veel minder vaak optredende afvoeren <50 m3/s is het beeld heel anders (zie grafiek hierna). Gedurende de periode dat deze afvoeren voorkomen is er steeds sprake van een sterke afname van de kans. In juli en augustus bedraagt de afname zo'n 5 tot 10%, maar in september en oktober is de afname zelfs 15 tot 20%. De grootste kans is er nu rond eind augustus en bedraagt ongeveer 13%, dat wil zeggen dat gemiddeld eens in de ca 7 jaar op een bepaalde dag in die periode de 50 m3/s wordt onderschreden. Vóór 1980 was de kans op een zo lage afvoer pas veel later in het najaar het grootst, rond begin oktober, en bedroeg deze ca 20%, oftewel eens in de 5 jaar.
De piek in het voorkomen is dus naar voren geschoven. Dat wil echter niet zeggen dat de kans al eerder in het jaar begint op te lopen. Zowel vroeger als tegenwoordig begint de kans op zeer lage afvoeren pas vanaf begin juni op te lopen.
Kans <50 voor en na 1980.jpg

De resultaten bij de zeer lage afvoeren zijn opvallend, want vooral de laatste jaren kwamen zeer lage afvoeren veel voor, zoals ik in het begin van dit item al aangaf. Vanaf 2017 gebeurde het zelfs in 5 van de 6 jaren. Het blijkt echter dat dit uitzonderlijke jaren waren in de meetreeks en als we iets verder terug gaan in de tijd dan blijkt dat zeer lage afvoeren sinds 1980 helemaal niet zo veel voor zijn gekomen.
In de figuur hieronder is dat toegelicht. In deze figuur is de hele afvoerreeks van de Maas uitgezet vanaf 1911. De jaren staan in de verticale kolommen: 1911 geheel links en 2022 rechts, de maanden staan van boven naar beneden. De grenzen tussen de maanden zijn met horizontale lijnen aangegeven, de decaden met verticale. In rood zijn de dagen gemarkeerd dat de afvoer bij Monsin tot onder de 50 m3/s zakte.
50 m3s Monsin.jpg

In de 90'er jaren waren er enkele jaren met vrij veel lage afvoeren, maar in de '80-er jaren weer zo goed als niet. Het beeld van de periode sinds 1980 is dus wisselend, met soms jaren met veel dagen, maar veel meer jaren met heel weinig. Als we deze periode vergelijken met de periode van voor 1980 dan valt op dat lage afvoeren zoals 50 m3/s toen in veel meer jaren langdurig werden onderschreden.
De periode sinds 2017 die we nu meemaken met 5 jaren waarin zeer lage afvoeren veel voorkomen is dus niet uniek in de Maas. Voor 1980 kwam dit ook vaak en zelfs vaker voor. Als iets opvalt is dat er sinds 1980 juist juist relatief weinig jaren waren met veel zeer lage afvoeren. Pas sinds 2017 komt het wel weer veel voor. Dit kan uiteraard het begin zijn van een langere reeks van jaren met vaak zeer lage afvoeren, maar voorlopig is een reeks van 5 jaren nog te kort om hier al een trend in te zien. De toekomst zal het ons leren.