zondag 10 juli 2016
Waterstanden blijven de komende week nog dalen
De hoogwaters in de Rijn en de Maas liggen al weer 2 weken achter ons en de waterstanden zijn flink gezakt; deze daling zet voorlopig door.
De Rijn staat nu bij Lobith weer onder de 10 meter en zal de komende dagen verder dalen met zo'n 15 tot 20 cm per dag. Aan het eind van de week wordt dan de 9 meter onderschreden. De waterstand is dan alweer onder het langjarig gemiddelde gezakt, dat ligt voor deze tijd van het jaar op ongeveer 9,4 meter. Ook al is er in juni veel neerslag gevallen, als het een dag of 10 droog is, dan stroomt een groot deel van de buffers in het stroomgebied toch altijd weer vrij snel leeg.
Het ziet er niet naar uit dat de daling na de komende week nog verder doorzet. Voor het midden van de week wordt in Zuid Duitsland en Zwitserland veel regen verwacht en dat levert op donderdag een nieuwe piek op in de Bovenrijn die rond het weekend dan in Nederland aan zal komen. In Midden Duitslaand wordt niet veel neerslag verwacht, dus het betekent zeker niet dat de waterstanden in Nederland opnieuw sterk gaan stijgen, maar een stijging tot 10 meter is dan wel weer mogelijk.
De Maas is weer onder de 150 m3/s gezakt en over enkele dagen zal de dagafvoer voor het eerst dit jaar onder de 100 m3/s uitkomen. Dat is ongeveer de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar. Sinds de hoge afvoeren van midden juni is er ook langs de Maas niet veel neerslag meer gevallen en net als bij de Rijn loopt het stroomgebied van de Maas dan snel leeg.
De komende week valt er zo nu en dan regen in het stroomgebied. De hoeveelheden zijn niet groot en zo midden in de zomer, als er veel verdamping is, bereikt maar weinig van dit water de Maas. De afvoer zal daarom langzaam verder dalen.
Hoogwater laat sporen na in de uiterwaarden
Het juni-hoogwater was bijzonder vanwege zijn uitzonderlijk lange duur. In de winter gebeurt het wel vaker dat de waterstand langs de Rijn meer dan een maand boven de 12 meter staat, maar in de zomer was dat nog niet eerder gebeurd. Bij een Lobith-stand tussen de 11 en 12 meter overstromen de laagste delen van de uiterwaarden en de vegetaties die daar staan, hebben dus een meer dan een maand onder water gestaan. Het gevolg is dat al vrijwel al de vegetatie is afgestorven en in veel laaggelegen uiterwaarden hangt nu dan ook de geur van rottende planten.
In de uiterwaard van Wamel, tegenover Tiel langs de Waal, is de grens tot waar het water heeft gestaan heel goed zichtbaar (bovenste foto). Waarschijnlijk zal het gras vanuit zijn wortels weer opnieuw uitlopen, maar er zijn ook planten die dit niet overleven. Zo treedt selectie op en overleven op de laagste delen van de uiterwaarden alleen de plantensoorten die opgewassen zijn tegen langdurige overstromingen.
In een ander deel van de uiterwaarden van Wamel is door het hoge water opvallend veel klei afgezet (middelste foto). Het water heeft hier ongeveer 1 meter hoog gestaan en zachtjes gestroomd. De klei die zweeft in het water is daarbij bezonken en dat heeft de bodem bedekt met een laag van 2 tot 3 cm. Al het gras is onder de klei verdwenen. Ter vergelijking ook een foto uit dezelfde uiterwaard in 2015 (onderste foto). Het was een deel van de uiterwaarden dat nog in agrarisch gebruik is, maar dit jaar zal de opbrengst gering zijn.
In de jaren 80 waren er meerdere zomeroverstromingen kort na elkaar en dat was toen een van de aanleidingen om de uiterwaarden om te gaan vormen tot natuurgebied. Sindsdien maken de uiterwaarden van de grote rivieren deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Inmiddels zijn duizenden hectares omgezet in natuur, maar er wachten er ook nog heel veel tot het project voltooid is. Een paar zomerhoogwaters kan de aankoop van percelen misschien weer in een versnelling brengen.