U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Buiig weer houdt aan, waterstanden blijven relatief hoog

Na de zomerhoogwaters in de Rijn en vooral de Maas zijn de waterstanden in de afgelopen week weer snel gedaald. Gisteren is de buiigheid echter weer toegenomen en de Maas steeg meteen al weer, de Rijn volgt later in de week. Het blijft voorlopig buiig, maar de neerslaghoeveelheden zijn niet groot genoeg voor nieuwe hoogwaters. In het waterbericht leest u hoe de waterstanden en afvoeren zich deze week ontwikkelen.

In de rubriek Water Inzicht een korte terugblik op de Maasafvoer. Hoe hoog kwam de afvoer nu precies bij Maastricht en was het de hoogste afvoer sinds het begin van de metingen of toch niet. 

water van de week

lagedrukgebieden bepalen voorlopig het weer in de stroomgebieden

De afgelopen week verliep grotendeels droog in de stroomgebieden en de waterstanden in de rivieren daalden de hele week. Vooral in de Maas verliep de daling snel en 6 dagen na de hoogste stand zakte de afvoer al weer onder de 500 m3/s en nog weer 2 dagen later werd de 350 m3/s bereikt bij Maastricht. Voorlopig was dat even het laagste niveau, want inmiddels is de afvoer weer even flink gestegen.

Deze stijging is veroorzaakt door zware buien die gisteren vooral aan de zuid- en westkant van de Ardennen vielen. Dit leverde weer aangrijpende beelden op (zie NOS-bericht) van straten in het Waalse Maasdal die in woest kolkende rivieren veranderden. Ook al lijken de beelden sterk op de rampzalige situatie van een week eerder, toch was de situatie nu anders.

In dit geval ging het om een enkele hevige regenbui die in iets minder dan een uur overtrok. Er viel lokaal meer dan 5 cm en de intensiteit zal zo'n 10 cm per uur hebben bedragen. Ter vergelijking, bij de neerslag van de week ervoor was de intensiteit steeds slechts zo'n 1 tot 2 cm/uur, maar regende het bijna 24 uur achtereen. Bij een een intensiteit van 10 cm/uur is, in een sterk hellend en verstedelijkt gebied zoals het Maasdal, alleen al het water dat op het verharde oppervlak (wegen en gebouwen) valt voldoende om zo'n vloedgolf te veroorzaken. 

De zware buien hingen samen met een kleinlagedrukgebiedje dat later naar Noord Nederland trok en daar in de nanacht urenlang bleef hangen. De intensiteit was nu wat lager, maar vanwege de lange duur kon er meer dan 10 cm regen vallen in een vrij groot gebied. Omdat Friesland vlak is, levert dat nergens vloedgolven op. Hoogstens volle sloten en vaarten en ondergelopen straten en ook kelders zullen hier en daar wel volgelopen zijn. 

Het lagedrukgebiedje dat de extreme neerslag veroorzaakte is inmiddels naar het noorden weggetrokken en zal zich de komende dagen samenvoegen met een groter lagedrukgebied dat nu nog bij IJsland ligt. Er ontstaat dan een groot lagedrukgebied ten noorden van de Britse Eilanden dat boven de stroomgebieden een zuidwestelijke stroming in gang houdt.

In deze stroming kunnen tot en met woensdag ieder dag wel weer buien ontstaan. Lokaal kunnen dat ook pittige buien zijn, maar zo zwaar als in de Ardennen en met zoveel neerslag als in Friesland wordt dan niet meer verwacht. Het valt echter wel op hoe makkelijk er deze zomer vanuit de buien grote hoeveelheden neerslag kunnen vallen. Vijf of zelfs tien centimeter is al meerdere keren voorgekomen en dat zijn toch wel erg grote neerslagsommen. Het blijft dus even afwachten of het deze week niet weer ergens veel meer wordt dan verwacht.

De neerslag die t/m woensdag valt, valt vooral in Nederland en ook de Ardennen kunnen dan dagelijks buien verwachten. In het stroomgebied van de Rijn blijft de buiigheid in het begin van de week beperkt, maar dat verandert vanaf donderdag als een uitgestrekt regengebied het oosten van Frankrijk, Zuid-Duitsland en de Alpen bereikt. Vooral in de Alpen kan van donderdag t/m zaterdag veel regen vallen.

In Nederland en België nemen de neerslagkansen vanaf donderdag juist af, maar een lange droge periode is zeker niet in aantocht. Daarvoor zou het hogedrukgebied dat gewoonlijk bij de Azoren ligt zich naar onze omgeving moeten uitbreiden, maar daar ziet het niet naar uit. Er blijft daarom ook vanaf donderdag dagelijks nog kans op een lokale bui en op zondag of maandag zou de buiigheid opnieuw weer wat toe kunnen nemen als een nieuw lagedrukgebied vanaf de Oceaan dichterbij komt.

Samengevat wordt het dus een vrij natte week, met in de eerste helft van de week vooral in Nederland en België flink wat buien. In de tweede helft van de week neemt de buiigheid juist toe in het stroomgebied van de Rijn en kan vooral in de Alpen veel regen vallen. Na het weekend is de kans groot dat juist Nederland en omgeving weer natter wordt. Droog zomerweer zit er voorlopig niet in.

Rijn daalt langzaam verder, met een korte onderbreking aan het eind van de week

De waterstand in de Rijn is de afgelopen week bij Lobith al weer circa 2,5 meter gedaald (van 14 m naar 11,5 m) en de meeste uiterwaarden in het bovenstroomse deel van waal en IJssel lopen nu weer langzaam leeg en zullen soms ook al weer droogvallen. Verder benedenstrooms duurde het langer voor de piek passeerde en is de daling nog niet zover dat de uiterwaarden weer droog zijn gevallen. De afvoer die tijdens de piek een niveau van 6700 m3/s bereikte, bedraagt nu 3.800 m3/s.

De komende dagen zet de daling door met zo'n 20 - 25 cm per dag. Woensdag wordt dan de 11 meter weer onderschreden; bij een afvoer van 3.400 m3/s. Dat is ongeveer het niveau waarbij de strandjes langs de rivieroever weer beginnen droog te vallen. Van donderdag t/m zaterdag zal de waterstand ook nog wat dalen, tot iets boven de 10,5 m (3.000 m3/s), maar daarna kan de stand weer licht gaan stijgen. Dit is het water van de neerslag die vanaf de tweede helft van de week  in het stroomgebied wordt verwacht. 

Er worden geen heel grote hoeveelheden verwacht en omdat er in Midden Duitsland niet veel neerslag wordt verwacht, gaat het waarschijnlijk om slechts een lichte stijging naar ca 10,75 m +NAP (afvoer 3.200 m3/s) op zondag of maandag. Daarna zal de daling opnieuw inzetten en de kans is groot dat in de loop van die week de 10 meter, bij een afvoer van ca 2.600 m3/s) weer onderschreden zal worden. 

Maasafvoer steeg door buien kort naar ca 650 m3/s; afvoer blijft komende week relatief hoog

De Maas daalde deze week snel, maar de zware buien van gisteren in het Maasdal, oa nabij Dinant, zorgden opnieuw voor een piekje. Bij maastricht steeg de Maas ca 300 m3/s van 350 naar 650 m3/s. Opvallend aan deze piek was dat de grotere zijbeken (oa Lesse, Ourthe en Sambre) niet of maar weinig stegen. Al met al voerden zij minder dan 75 m3/s aan. Een groot deel van de extra water moet daarom in de Maasvallei zelf zijn gevallen.

De oppervlakte daarvan is niet zo heel groot (in vergelijking bv met het stroomgebied van de Ourthe), maar er is veel verhard oppervlak en als er veel regen in korte tijd valt, kan dat vele extra water opleveren. Ook tijdens de hoogwatergolf was mij al opgevallen dat er toen vrij veel water uit de Maasvallei zelf moet zijn gekomen. Bij winterse hoogwaters is dat aandeel meestal niet zo groot.

Ook het feit dat de golf na een paar uur al weer voorbij was bij Maastricht doet vermoeden dat het vooral water is geweest dat vanaf verhard oppervlak naar de Maas is aangevoerd. Water vanuit begroeide terreinen heeft altijd een veel langere nasleep. 

Het piekje is inmiddels al weer voorbij en de afvoer bij Maastricht is weer terug op ca 350 m3/s. Tot en met woensdag blijft er kans op flinke buien in de Ardennen en een nieuw klein piekje is dan niet uitgesloten. Al is de kans op zo zware buien als zaterdagavond niet zo groot. Wel zal er de komende 3 dagen voldoende regen vallen om de huidige hoge aanvoer ongeveer aan te houden. Ik verwacht daarom in de eerste helft van de week een afvoer tussen de 300 en 400 m3/s, met misschien ene uitschietertje. 

Vanaf donderdag neemt de kans op buien af en kan de afvoer weer wat verder gaan dalen. Snel zal dat niet gaan, want in het stroomgebied is nog veel water in de bodem aanwezig, dan nu langzaam afstroomt. En ook vanuit de Franse Maas is de afvoer nog hoog voor de tijd van het jaar. Rond het weekend zou de afvoer dan weer tot circa 300 m3/s zijn gezakt. Zoals het er nu naar uitziet is er ook in de week na volgend weekend weer kans op buien. Het is nu nog niet duidelijk hoe dat uit gaat pakken, maar de kans is het grootst dat de afvoer wel langzaam zal blijven dalen. 

water inzicht

Welke afvoer bereikte de Maas tijdens het recente zomerhoogwater

Het hoogwater in de Maas van vorige week was bijzonder omdat de afvoer tot boven de 3.000 m3/s steeg, maar vooral ook uniek omdat het in de zomer optrad. De afvoer is de hoeveelheid water die per seconde langs een meetpunt stroomt. Pas één keer eerder was de Maas in de zomer zo ver gestegen dat er uiterwaarden overstroomden. Dat was in 1980, toen de afvoer bij Maastricht tot ca 2.200 m3/s steeg, maar deze hoogwatergolf was een eenzame piek binnen een periode van 5 maanden zonder noemenswaardige hoogwaters in het jaarverloop van de Maas. 

In de winter kwam de afvoer al wel twee maal tot boven de 3.000 m3/s: in 1926 en in 1993. Voor de eerste wordt uitgegaan van een hoogste afvoer van 3.175 m3/s, voor de tweede van 3.120 m3/s. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat er altijd al discussie is geweest over deze waarden. De afvoer laat zich namelijk niet zo makkelijk meten alsvde waterstand en kan daarom alleen afgeleid worden uit de waterstand en de stroomsnelheden van het water in de bedding. De opgegeven afvoeren voor 1926 en 1993 zijn dan ook al verschillende malen bijgesteld en waarschijnlijk zullen we het nooit precies weten.

Ondanks dat we tegenwoordig over betere meetinstrumenten beschikken en er ook veel meetpunten zijn, lijkt het er op dat ook het recente hoogwater zijn geheimen over de opgetreden afvoer niet zomaar prijs wil geven. Na de extreme regenval van 13 en 14 juli in de Ardennen steeg de Maas bij Maastricht razendsnel. Al snel werd de 1000 m3/s overschreden en ook nadat de 2.000 m3/s was gepasseerd ging de stijging onverminderd voort. 

Toen echter bij het officiele meetstation Maastricht St Pieter de 3.000 m3/s werd overschreden, in de loop van 15 juli 's avonds, trad er een storing op in de registratie van de afvoer. Ik de figuur hieronder is grafiek van de meting met de foute registratie weergegeven. Vanaf het moment dat de 3.000 m3/s werd bereikt viel de afvoer plotseling terug om ca 12 uur later, toen  de afvoer weer onder de 3.000 m3/s zakte, de draad weer op te pakken. Hierdoor was het niet mogelijk om de afvoer ten tijd van de piek exact te bepalen.

 

St Pieter afvoer werkelijke meting.jpg

Registratie van de afvoergolf bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.
Registratie van de afvoergolf bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.

Enkele dagen na het hoogwater was de grafiek van St Pieter op de website van waterinfo echter bijgewerkt en was er wel een vloeiend verloop van de piek te zien. De hoogste afvoer kwam hierbij uit op 3.260 m3/s en daarmee zou 2021 de hoogst gemeten afvoer ooit hebben gehad.

In de figuur hierna heb ik zelf in een grafiek de nieuwe afvoerlijn (in rood) afgebeeld op de eerdere registratie (in blauw). De beide lijnen lopen geheel gelijk (de blauwe lijn valt grotendeels weg onder de rode), maar vanaf 3.000 m3/s stijgt de bijgewerkte lijn door, waarmee de foutieve registratie wordt overbrugd. Wat al meteen opvalt is dat de rode lijn in het dalende traject een paar uur lang hoger ligt dan de blauwe, die toen al weer de juiste waarden weergaf. Dit roept de vraag op of de rode lijn wel een reëel beeld geeft.

Lijn St Pieter afvoer aangepast op St Pieter afvoer meting.jpg

Gewijzigde afvoer (rood) afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (blauw) van de afvoergolf bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.
Gewijzigde afvoer (rood) afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (blauw) van de afvoergolf bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.

Ik heb dat onderzocht door de nieuwe lijn te vergelijken met twee andere metingen. Ten eerste ligt iets ten zuiden van St Pieter het meetpunt Eijsden, waar ook de afvoer van wordt bepaald. Dit meetpunt is niet uitgevallen en kwam tot ca 3.150 m3/s.

Als we de aangepaste lijn van het meetpunt St Pieter op de lijn van de gemeten afvoer van Eijsden afbeelden, dan lopen deze lijnen ook bijna de hele meetperiode vrijwel op elkaar. Alleen gedurende de periode dat St Pieter uitgevallen was, loopt de nieuwe lijn duidelijk boven de afvoerlijn van Eijsden. Als St Pieter en Eijsden gedurende de hele meetperiode steeds hetzelfde zijn, dan is het onwaarschijnlijk dat St Pieter gedurende de periode van de fout in de registratie ineens flink hoger zou zijn gekomen. Het lijkt er dus sterk op dat bij het opnieuw intekenen van de lijn van St Pieter iets teveel naar boven is uitgeschoten.

Lijn St Pieter afvoer op Eijsden afvoer.jpg

Gewijzigde afvoer (rood) van St Pieter afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (blauw) van de afvoergolf bij Eijsden op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.
Gewijzigde afvoer (rood) van St Pieter afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (blauw) van de afvoergolf bij Eijsden op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.

Er is nog een tweede manier om de afvoer van St Pieter te verifiëren en dat is aan de hand van de waterstand bij St Pieter. De registratie daarvan haperde niet ten tijde van het passeren van de piek in de afvoergolf. In de figuur hieronder heb ik de lijn van de waterstand bij St Pieter geplot in de grafiek van de afvoer van St Pieter (deze lijn is in deze grafiek blauw). Wederom schiet de aangepaste lijn van de afvoer van St Pieter verder door dan die van de waterstand op hetzelfde meetpunt. De afwijking naar boven is ongeveer hetzelfde als bij de vorige grafiek waarin de afvoeren van St Pieter en Eijsden werden vergeleken. 

Deze analyse laat zien dat het niet waarschijnlijk is dat afvoer bij St Pieter na het passeren van de 3.000 m3/s nog tot 3.260 m3/s is doorgestegen.  Het lijkt er sterk op dat de afvoer bij St Pieter niet hoger is gekomen dan 3.150 m3/s. Daarmee zou deze hoogwatergolf een plek innemen precies tussen 1926 en 1993 in. Niet de hoogste afvoer ooit dus, maar het blijft uniek dat het in de zomer is gebeurd.

Lijn St Pieter stand op St Pieter afvoer aangepast.jpg

Gewijzigde afvoer (blauw) van St Pieter afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (oranje) van de waterstand bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.
Gewijzigde afvoer (blauw) van St Pieter afgebeeld op de oorspronkelijke registratie (oranje) van de waterstand bij St Pieter op de website waterinfo.nl ten tijde van de passage.

 

 

Droog weer en zonnig, op termijn wel weer buien, waterstanden blijven dalen

Na een enerverende week op het gebied van weer en water is de rust nu weer (bijna) terug gekeerd in de stroomgebieden. Rust wat het water betreft, want de mens is voorlopig nog volop bezig met het verwerken van wat ons is overkomen. De hoogwatergolven zijn ondertussen onderweg door de Rijn en de Maas en zullen over enkele dagen al weer het land uit zijn. Het wordt een droge week en de waterstanden zullen vlot gaan dalen; stuk voor stuk zullen de uiterwaarden dan ook weer droog vallen. Het wordt afwachten wat dan tevoorschijn komt, want veel vegetaties zijn niet ingesteld om een week onder water te staan. Na deze week dienen zich wel nieuwe buien aan, maar voor zover nu bekend, zijn dat normale zomerse buien. In dit waterbericht kijk ik vooruit op de ontwikkelingen in de rivieren voor de volgende week. 

In de rubriek Water Inzicht een eerste terugblik op de bijzondere weersituatie in met name de Ardennen en de Eiffel, waar voor ons klimaatgebied ongekend grote neerslagsommen werden opgemeten. Hoe uitzonderlijk was en is er iets tegen te doen.

De komende 3 weken zal de berichtgeving even op een wat lager pitje staan. De verwachtingen voor de waterstandeen zal ik wel wekelijks blijven maken. De verdere analyse van de gebeurtenissen van afgelopen week moet daarom even wachten tot na de vakantie.

water van de week

Droge week, vanaf volgend weekend weer buien

De extreme neerslag van de afgelopen week trof vooral het zuidoosten van Nederland en een gebied aangrenzend Duitsland en België. Binnen Nederland is de omgeving van Kerkrade met 21,3 cm tot nu toe deze maand de natste regio. Tegelijkertijd is het in het westen van het land juist erg droog en viel in de kop van noord Holland tot nu toe slechts 0,5 cm regen. De neerslagkaart van het KNMI laat de verschillen goed zien.

In de jaren met droge zomers die achter ons liggen was het vaak precies andersom. In de Noordwestelijke helft van het land viel toen vaak nog wel neerslag en vaak zelfs meer dan gemiddeld, terwijl de zuidoostelijke helft juist erg droog was. Dat verschil is nu wel ongeveer gecompenseerd zou je kunnen zeggen. 

Inmiddels is het al een paar dagen droog in de stroomgebieden van Rijn en Maas en de afvoer naar de rivieren neemt dan ook snel af. Het zonnige, warme weer zorgt daarbij ook voor veel verdamping, dus anders dan in de winter zullen de bodems ook weer snel opdrogen. Dieper in de grond zal het grondwaterniveau voorlopig wel hoog blijven.

Het droge weer hebben we te danken aan een groot hogedrukgebied boven de Britse Eilanden. De komende dagen beweegt het naar het oosten en vormt het een aparte kern boven onze omgeving. Een lang leven is dit hoog echter niet beschoren want in de tweede helft van de week verdwijnt het al weer langzaam van de weerkaart en komt er een lagedrukgebied dichterbij vanaf de Oceaan. 

Dit lagedrukgebied schuift ook op naar het oosten en als het boven het continent aangekomen is, zorgt het in ieder geval enkele dagen voor buiig weer. Dit begint dan op zaterdag en duurt voort tot in het midden van de week daarna. Zoals het er nu naar uitziet gaat het vooral om losse buien en niet het geclusterde type dat voor de enorme wateroverlast heeft gezorgd. Maar omdat vooral in België en Duitsland veel beekdalen nog een grote ravage zijn, kan het extra water dat uit de buien valt toch voor nieuwe hinder zorgen.

In de laatste dagen van juli lijkt het er nu op dat een nieuwe hogedrukgebied vanaf de Oceaan voor droger weer zal gaan zorgen, maar omdat dit nog ver weg is in de tijd is dit uiteraard nog onzeker. Volgende week is meer duidelijk eind juli inderdaad droog of toch natter gaat verlopen.

Rijn bereikt vandaag zijn hoogste punt en daalt komende week gestaag

De waterstand bij Lobith is gisteren nog maar langzaam opgelopen en vanmorgen op zondag is de hoogste stand bereikt op ca 14,1 m +NAP. Dat is flink wat lager dan ik een paar dagen geleden voorzag en misschien dat mensen in de uiterwaarden nu spullen hogerop hebben gezet, waar dat achteraf niet nodig is gebleken. Vanwege de uitzonderlijke situatie was de verwachting echter niet zo eenvoudig te maken. 

Dit had vooral te maken met de snelle en zeer hoge afvoer van de zijrivieren en beken die tussen Koblenz en Duisburg in de Rijn uitmonden. Zoals de Ruhr die ca 1500 m3/s aanvoerde, wat uitzonderlijk hoog is voor deze meest noordelijke grote zijrivier van de Rijn. Al deze rivieren voerden samen opgeteld zo'n 4000 tot 4500 m3/s aan en dit zorgde al meteen voor een sterke stijging van de Rijn op donderdag en vrijdag.

De afvoer vanuit de Moezel, die vanwege de aanvoer vanuit de Eiffel en oostelijke Ardennen ook zeer sterk steeg moest toen nog komen. De afvoer steeg hier tot ruim 2800 m3/s waar de zomerafvoer normaal ca 100 m3/s bedraagt.  De Bovenrijn die bij Koblenz samenvloeit met de Moezel was ondertussen ook nog vrij hoog met ca 3.750 m3/s. 

Stel dat je al deze waarden optelt dan kom je op een totale afvoer van ruim 10.000 m3/s, wat zou betekenen dat de Rijn bij Lobith naar bijna 16 meter had kunnen stijgen. Nu kun je de waarden uit de diverse zijrivieren nooit optellen, want het zijn bijna altijd pieken en het water komt daardoor voor een meer of minder groot deel ook altijd na elkaar. De mate waarin dat gebeurt, is echter op voorhand moeilijk in te schatten, want onbekend is hoeveel water er nog onderweg is in al deze zijbeken, zeker na zo'n uitzonderlijke gebeurtenis.

Daarbij is de enige referentie die beschikbaar is die van hoogwaters in de winter en in die situaties bouwt de afvoer vanuit zijrivieren zich meestal geleidelijk op en daarna weer langzaam af. Op grond daarvan kun je dan inschatten hoe dat samenvallen van al die verschillende pieken tot een grote verzamelpiek in de Rijn leidt.

Bij deze hoogwatergolf was de situatie achteraf toch anders, want de afvoer uit de zijbeken daalde ook weer heel snel en toen de piek uit de Moezel uiteindelijk nabij Keulen was aangekomen, was de zijdelingse aanvoer al weer veel kleiner dan ik eerst had gedacht. Dit is goed te zien aan de afvoercurve van Duisburg (zie hierna) die na de aanvankelijke snelle toestroom op 15 juli 2 dagen lang bijna niet meer veranderde. Gedurende die dagen nam de hoeveelheid water die de Rijn vanaf stroomopwaarts aanvoerde wel gestaag toe, maar dit leverde geen stijging op omdat de aanvoer vanuit de vele zijbeken ongeveer net zo snel daalde.

Schermafbeelding 2021-07-18 om 14.21.14.png

Afvoerverloop bij Duisburg in de Niederrhein, ca 1 dag stroomopwaarts van Lobith.
Afvoerverloop bij Duisburg in de Niederrhein, ca 1 dag stroomopwaarts van Lobith.

Inmiddels neemt ook de aanvoer vanuit de Moezel weer snel af en is ook in de Rijn stroomafwaarts van Koblenz de waterstand sterker gaan dalen. Deze daling zet zich ook door naar Nederland en vanmiddag al zal de Rijn bij Lobith weer langzaam gaan dalen, vanaf morgen steeds sneller. Ondertussen is de Bovenrijn in Zuid Duitsland juist nog wat verder gestegen vanwege zware regenval in Zwitserland afgelopen vrijdag. Dit leverde in de Duitse Bovenrijn zelfs de hoogste juli-afvoer op sinds het begin van de metingen.

Het bijzondere is dat we in Nederland van al dit water uit Zuid Duitsland weinig zullen merken. Onderweg naar het noorden wordt de extra aanvoer die dit oplevert namelijk weer ruimschoots gecompenseerd door de verdere daling van de zijrivieren in Midden Duitsland. Het betekent hoogstens dat de daling bij Lobith wat minder snel verloopt.

Samengevat zal de Rijn na piek vanmorgen van 14,1 m +NAP en een afvoer van 6700 m3/s langzaam gaan dalen. Vannacht wordt dan de 14 m weer onderschreden, op woensdag of donderdag de 13 m en in het komend weekend de 12 m. Ook daarna zet de daling nog door. Er worden vanaf het weekend wel nieuwe buien verwacht in het stroomgebied, maar de wateraanvoer daarvan zal voorlopig onvoldoende zijn om de dan nog hoge afvoer in stand te houden. Waarschijnlijk daalt de Rijn daarom nog verder naar een stand tussen 11 en 10,5 m begin augustus.

Piek in de Maas loopt verder naar het Benedenrivierengebied

De uitzonderlijke hoogwatergolf in de Maas heeft nu bijna het Limburgse traject van de Maas verlaten. Na het dorpje Well, waar het vooral vannacht erg spannend werd of de dijk het zou houden, zijn de verwachte waterstanden voor het traject dat nu volgt minder spannend. Ten eerste zakt de hoogwatergolf hier wat meer in en zijn er enkele trajecten ook diverse maatregelen genomen in het verleden waardoor de waterstand er minder hoog zal worden dan bv in 1993. 

Daarbij hebben de dijken in het deel waar de Maas op de grens van Brabant en Gelderland loopt een veel hogere norm en zijn ze opgewassen voor afvoeren tot boven de 4.000 m3/s. Dat wil niet zeggen dat er niets mis kan gaan, want dat kan ook bij lagere waterstanden gebeuren, maar de kans daarop is wel heel erg klein.

Als we de hoogwatergolf van 1993 als referentie gebruiken dan zal de waterstand bij Gennep vandaag ca 60 cm lager uitvallen (zelfs 90 cm in vergelijking met 1995), bij Mook ca 1 meter en tussen Grave en Lith ca 60 tot 70 cm. Het waterveiligheidssysteem zou hier ruim op berekend moeten zijn. 

Als we nog even terug kijken naar de standen in Well, dan is het opvallend hoe hoog die zijn gekomen, in vergelijking met het hoogwater van 1993 en 1995. Want in Well viel de waterstand nu hoger uit, terwijl het boven- en benedenstrooms juist lager was. Zo bedroeg de stand stroomopwaarts in Venlo in 1993 ca 18,4 en in 1995 ca 18,5 terwijl het nu tot 18,01 kwam; dus ca 40 - 50 cm lager. In Sambeek, wat stroomafwaarts van Well ligt, kwam de stand in 1993 tot ca 13,9 en in 1995 tot ca 13,95, terwijl het er nu tot 13,78 kwam, dat is dus ca 10 - 15 cm lager

In Well echter kwam het in 1993 tot ca 15,3 en in 1995 tot 15,4 terwijl het nu tot bijna 15,48 kwam. Dat is dus ruim 15 cm meer dan in 1993 en ruim 5 cm meer dan in 1995. Omdat de dijk berekend was op het niveau van 1993 plus ca 25 cm extra hoogte, werd het daar dus heel spannend, terwijl het in Venlo achteraf meegevallen zal zijn.

Een mogelijke verklaring is dat Well juist in een gebied ligt waar het net niet profiteert van de verschillende rivierverruimingen. In Sambeek werkt bijvoorbeeld de bodemverlaging van de Maas nog door die ter hoogte van Mook is uitgevoerd en Venlo profiteert van het openen van de Oude Maasarm tussen Ooijen en Wanssum. Well valt daar net buiten en heeft als nadeel dat door de dijk die na 1995 is aangelegd ook nog eens een groot deel van het Maasdal is afgedamd. De plannen om deze situatie te veranderen zijn trouwens vergevorderd en komen waarschijnlijk na deze gebeurtenis ook in een stroomversnelling.

Ondertussen is de afvoer stroomopwaarts in Maastricht al weer ver gedaald en stromen de uiterwaarden daar ook weer leeg. Bij Eijsden bedraagt de afvoer nu nog ca 1000 m3/s dat is al weer 65% minder dan 3 dagen terug. Ook in het Maasplassengebied nabij Roermond is de stand al meer dan 1 meter gedaald en deze snellere daling zet na vandaag ook het noordelijke deel van Limburg in. Vanaf dinsdag volgt dan ook het laatste traject van de Maas.

Een nieuwe stijging is voorlopig zeker niet in het verschiet, ondanks de buien die vanaf zaterdag weer in het stroomgebied worden verwacht. Het ziet er naar uit dat de afvoer de komende week gestaag blijft dalen en dat morgen al weer de 750 m3/s wordt onderschreden bij Maastricht en dinsdag of woensdag de 500. Ook daarna zal de daling doorzetten, alhoewel het nog wel enkele weken zal duren voordat de afvoer op een gemiddeld zomerniveau van ca 75 tot 100 m3/s zal zijn uitgekomen.

water inzicht

Terugblik op de extreme neerslag in de Ardennen en Duitse Middelgebergten

Hierboven schreef ik al over de extreme afvoeren in enkele zijrivieren van de Rijn nabij Keulen. Oude record-hoeveelheden werden verpulverd door de vloedgolven die door deze beken trokken. De Ruhr had daar een piekafvoer van ca 1500 m3/s, de Sieg kwam tot 1000, de Wupper waarschijnlijk tot ca 700, de Ahr mogelijk tot ca 500, de Erft mogelijk tot 300 of 400 en dan zijn er nog tal van kleinere beken die ook afvoeren hadden tot ca 100 m3/s. Op de Ruhr en in mindere mate de Sieg na, wat altijd al wel flinke zijrivieren zijn, zijn de meeste van deze zijrivieren niet meer dan flinke beken waar het water 's zomers rustig over de stenen kabbelt. Afvoeren van 1 m3/s of minder zijn daar dan gebruikelijk.

De extreme regenval van vooral donderdag veranderde deze beken in woeste stromen. In veel beken werden afvoeren gemeten die er nooit eerder gemeten was, soms zelfs 2 of 3 keer zoveel. Zoals de Wupper waar de hoogste afvoer ooit gemeten tot deze week iets meer dan 200 m3/s bedroeg terwijl het nu mogelijk 700 m3/s is geweest. Mogelijk, omdat de meetapparatuur vanaf 450 m3/s stopte met registeren en pas 20 uur later het signaal weer oppakte toen de afvoer weer onder die waarde zakte. Als we de afvoer in de tussentijd proberen te reconstrueren dan zal dat waarschijnlijk ca 700 m3/s zijn geweest.

Ook in de Ahr waar nog nooit eerder een afvoer hoger dan ca 225 m3/s werd gemeten is de afvoer waarschijnlijk opgelopen tot meer dan 500 m3/s. Statistisch gezien zijn dit waarden die we een week geleden nog voor onmogelijk gehouden zouden hebben.

Bijvoorbeeld in de Ahr is de afvoer die men eens in de 25 jaar verwacht 185 m3/s, eens in de 50 jaar 212 m3/s en eens in de 100 jaar 241 m3/s. Ik ben geen statisticus, maar als je dan op de achterkant van een bierviltje probeert te becijferen wat een afvoer van ca 400 tot 500 m3/s in Altenahr voor een herhalingstijd zou hebben, dan kom je ergens in de buurt van eens in de 5.000 of misschien wel 10.000 jaar.

Dat het zo extreem kon worden is zeer waarschijnlijk een van de gevolgen van klimaatverandering. De lucht in Europa in de zomer is gemiddeld 2 graden warmer dan zo'n 50 tot 75 jaar geleden en daarom bevat de lucht nu gemiddeld meer vocht dan vroeger. Gemiddeld is dat 7% per graad, waardoor er nu zo'n 14% meer neerslag verwacht mag worden dan toen het nog 2 graden koeler was. Daar komt bij dat in snel stijgende luchtstromen, waar in dit geval sprake van was omdat de lucht tegen de Ardennen en Eiffel omhoog werd gestuwd, dit percentage nog verder op kan lopen. 

De rampspoed zit hem in de laatste centimeters die vallen

Nu zult u misschien denken wat maakt 10 of 12 cm nu uit. Maar dat maakt zeker uit, want bij grotere hoeveelheden dient zich nog een ander effect aan en dat is dat de impact van iedere volgende cm neerslag steeds groter wordt. Ik licht dat toe aan de hand van de volgende figuur waarin ik de afvoergolf van de Amblève van de afgelopen dagen heb afgebeeld, met daaronder de neerslagmetingen van een station in het stroomgebied.

Ruwweg zijn er 3 regenperioden te onderscheiden: een aanloop op 13 juli met lichte regen die eindigt in veel hardere regen rond middernacht van 13 op 14 juli, dan even droog en een nieuwe forse regenperiode die weer even ophoudt rond 18 uur op 14 juli en dan opnieuw een periode met zware regenval die aanhoudt tot in de ochtend van 15 juli.  

Neerslag en afvoer Ambleve.jpg

Afvoerverloop Ambleve en neerslaggegevens van een meetstation in het stroomgebied.
Afvoerverloop Ambleve en neerslaggegevens van een meetstation in het stroomgebied.

De 3 perioden kwamen zo snel achter elkaar dat de beekafvoer tijdens de korte droge perioden wel even stagneerde, maar niet kon dalen. Dat betekent dan dat deze perioden tekort waren om ruimte te scheppen in het stroomgebied voor nieuw water op de plaatsen waar tijdens de vorige regenperiode een deel was geborgen. Het bergend vermogen van het gebied nam daardoor steeds verder af.

De eerste 24 mm zorgde zo voor een afvoertoename van 65 m3/s en de tweede (met dubbel zoveel regen) voor 225 m3/s. Op dat moment had het nog goed kunnen komen, maar toen het vanaf ca 20 uur opnieuw hard ging regenen sloegen al snel de stoppen door in het watersysteem. De volgende regenperiode, die bijna net zoveel neerslag bracht als de tweede periode zorgde namelijk voor een afvoertoename van 360 m3/s; 60% meer dan in de tweede periode en ruim 250% meer dan in de eerste regenperiode. 

Vooral de laatste paar uur voor de uiteindelijke piek nam de afvoer bijna exponentieel toe. De laatste centimeters van de regenval hadden dus een veel grotere impact dan de eerste. Het voorbeeld van de Amblève is nog niet eens het meeste extreme voorbeeld in de Ardennen, maar dit was een van de weinige dalen die ik kon vinden waar de meetapparatuur het de hele periode heeft uitgehouden.

In het dal van de Vesdre is de peilschaal al snel onbruikbaar geworden en daar viel zelfs de dubbele hoeveelheid neerslag van wat er in het stroomgebied van de Amblève is gevallen. Er van uitgaande dat door klimaatverandering de neerslag ca 20% intensiever is geworden, dan zou dat daar zo'n 5 cm hebben gescheeld en waarschijnlijk ook een deel van de verwoestingen.

Zijn er maatregelen mogelijk om dit te voorkomen of om de gevolgen te verkleinen

Als we ons op de hoge afvoeren uit het verleden baseren dat hebben we hier te maken met een zeer uitzonderlijke gebeurtenis. De grote vraag nu is of dit inderdaad een uitzondering is als gevolg van een unieke samenloop van omstandigheden of dat dit een wake up call is dat het klimaat nu zodanig veranderd is, dat dit vaker kan gebeuren. Dat zal dan waarschijnlijk niet meteen volgend jaar zijn, maar ook als het over 20 of zelfs 50 jaar weer zou gebeuren, dan moeten we dat proberen te voorkomen of er in ieder geval voor zorgen dat de gevolgen minder desastreus zijn.

Het zal echter een bijna onmogelijke opgave worden om het water in dalen zoals in de Ardennen en Eiffel langer vast te houden. Veel dalen daar zijn erg smal; zeker de bewoonde delen verder benedenstrooms. De beek heeft er in de steden en dorpen ook bijna geen ruimte en als de afvoer dan zo extreem toeneemt, dan heeft de beek het hele dal nodig en stroomt het water gewoon tot aan de 2e verdieping door de huizen. 

In Valkenburg heeft men wat dat betreft nog geluk gehad, daar stroomde het water meestal niet meer dan kniediep door de huizen. Het Geuldal is echter anders dan de Vesdre in België en de Ahr in Duitsland veel breder en voordat de piek Valkenburg bereikte kon er vanuit de beek al veel water in de dalvlakte worden weggezet. Dit zal de afvoer richting Valkenburg en daarmee de waterstand zeker lager hebben gemaakt. 

In Nederlands Limburg zijn de laatste jaren veel buffers aangelegd om water in op te vangen, maar die werken vooral bij een lokale zware zomerse bui. Dan vangen ze een groot deel van het water op en als de bui dan na 1 of soms 2 uur weer is weggetrokken, laat men het water gecontroleerd  uit het bekken wegstromen. Nu regende het met korte onderbrekingen bijna 36 uur, niet zo zwaar trouwens als tijdens zo'n zomerse bui, maar de hoeveelheden liepen uiteindelijk veel verder op; zeker als je nagaat welk volume er in het hele stroomgebied is gevallen. 

Ik verwacht dat de buffers zoals we die nu aanleggen daar niet tegen opgewassen zijn. Ze zullen vaak al snel gevuld zijn geweest en dan stroomt het water gewoon weer door, zelfs nog wat sneller dan als het een begroeid terrein zou zijn geweest. Om een oplossing te zoeken voor dergelijke buiencomplexen moeten we volgens mij het hele stroomgebied in ogenschouw nemen en goed analyseren waar het water vandaan is gekomen en of er ergens locaties zijn waar een deel van het water tegengehouden of geborgen kan worden.

Bovenstrooms op de plateaus en in de haarvaten, of op de flanken van het dal (waar het sowieso lastig zal zijn iets tegen te houden) kan dat met natuurlijke maatregelen: meer bos en ruige vegetaties. Benedenstrooms in het dal moet de beek zoveel mogelijk de ruimte krijgen en als die er niet is dan helpen wellicht nog technische maatregelen zoals grotere bekkens.

Maar het zal een hele klus worden om voor dergelijke vloedgolven een afdoende oplossing te vinden, want een twee tot driemaal te grote afvoer laat zich niet zo makkelijk stoppen. Op veel plaatsen zal daarom ook gezocht moeten worden naar maatregelen om de gevolgen van zo'n event zo klein mogelijk te houden; bijvoorbeeld door het water om de woonkernen heen te leiden.

 

 

Hoogwaterbericht Rijn en Maas

De hoogwatergolven lopen via Rijn en Maas nu langzaam door Nederland. in de Maas bevindt de piek zich nu bijna ter hoogte van Venlo en is ze nog ca 2 dagen onderweg tot in het benedenrivierengebied. In de Rijn bevindt de piek zich nu bij Duisburg en komt morgenmiddag bij Lobith aan. vanaf daar is het via de waal en de Nederrijn 1,5 dag naar het Benedenrivierengebied, via de IJssel nog circa 2,5 dag. In dit waterbericht ga ik in op de situatie op dit moment en de komende dagen. Morgen ontvangt u ook weer een uitgebreider bericht met nog wat meer context over deze unieke gebeurtenis.

Hoogste stand in Maasgolf passeert nu Venlo

Bij aankomst in Nederland bedroeg de afvoer in de hoogwatergolf ca 3.150 m3/s, vrijwel hetzelfde als in 1926 en 1993. Onderweg in de Grensmaas zette de golf flink wat water opzij en nabij Maasbracht bedroeg de afvoer in de golf al weer iets minder dan 3.000 m3/s. Ook in het brede Maasplassengebied kon de afvoergolf nog wat afnemen in omvang, maar de Roer voerde daar ook nog erg veel water aan (ca 250 m3/s), waardoor de hoeveelheid water weer toenam tot iets boven de 3.000 m3/s. 

Verder naar het noorden is er nog maar weinig aanvoer te verwachten vanuit de zijbeken en vooral in het brede traject tussen Arcen en Gennep kan de hoogwatergolf dan nog weer wat water kwijt, zodat de afvoer weer tot onder de 3.000 m3/s zal zakken. De golf lijkt daarmee veel op die van 1993, die uiteindelijk ook ca 10% kleiner benedenstrooms aan kwam. Het opzij zetten van het water betekent echter ook dat de golf er langer door aanhoudt; het water moet immers wel allemaal naar benedenstrooms afgevoerd worden.

Ook al lijken de golven van 2021 en 1993 op elkaar wat de afvoeren betreft, de waterstanden van plaats tot plaats verschillen wel sterk tussen deze twee hoogwatergolven. In het kort komt het er op neer dat op plaatsen waar de rivier verruimd is door de uiterwaarden te verlagen (bv in de Grensmaas) of oude armen aan te takken (bv bij Ooijen-Wanssum) of het zomerbed van de rivier te verruimen (bv bij Mook en bij Velden) de waterstanden nu lager uitpakken dan in 1993.

Op andere plaatsen, waar de waterveiligheid vooral dmv nieuwe dijken en kaden is geregeld kan het ook zijn dat de waterstanden nu juist hoger uitpakken dan in 1993. Zo is bijvoorbeeld bij St Pieter in het zuiden van Maastricht de waterstand dit keer bijna 45 cm hoger opgelopen dan in 1993 en ook bij Maaseik, waar veel nieuwe dijken zijn aangelegd en de rivier zelf maar weinig is verruimd, liep de waterstand nu vele decimeters hoger op. Bij de aanleghoogte van deze dijken is hier echter rekening mee gehouden.

In Roermond en Venlo is er sprake van een combinatie van effecten, er zijn hier nieuwe dijken aangelegd, maar ook heeft de rivier meer ruimte gekregen en zien we dat dat waterstand, ondanks de extra aanvoer uit de Roer, toch flink lager uitvalt dan in 1993. Verder stroomafwaarts zal dit beeld naar verwachting hetzelfde zijn. De standen van 1993 zijn daarom daar een goede indicatie van wat er nog komen gaat.

Voor de bedijkte delen in dit gebied is het gebied waar de golf nog onderweg is, is het wel spannend. Een deel van de dijken in dit gebied is nog niet extra versterkt en heeft een hoogte die gebaseerd is op de waterstand uit 1993 plus ca 25 cm overhoogte. Op plaatsen waar de rivier niet ook verruimd is, zal het water daarom tot dicht onder de kaderand komen en voor de bewoners zijn dat spannende momenten.

Andere dijktrajecten zoals bv bij de stad Venlo zijn al wel versterkt en daarbij is uitgegaan van grotere hoogwaters. Op deze plaatsen blijft het water ruim onder de kruin van de kade. Ook dan zal het vaak nog spannend zijn, want het is de eerste keer dat deze dijken zo op de proef worden  gesteld, maar in principe zouden ze ruim sterk genoeg moeten zijn.

Zodra de watergolf het Brabant/Gelderse deel van het Maasdal in loopt, verandert de situatie weer. Dit gebied is vanouds bedijkt en de dijken hebben hier een veel hogere norm, waarbij uitgegaan is van afvoeren van meer dan 4.000 m3/s. Het huidige hoogwater blijft daar ruim onder.

Ondertussen is de afvoer in Eijsden al weer ongeveer gehalveerd en de waterstanden zijn daar al weer meer dan 2 meter gedaald. Deze sterke daling is nu ook in de Grensmaas aangekomen en ter hoogte van Maaseik is de waterstand nu ook al weer meer dan 1 meter gedaald. In het maasplassengebied zal de daling wat langzamer verlopen omdat ook al het water dat de rivier hier geparkeerd heeft in de plassen nu wel mee gaat stromen naar benedenstrooms. Maar ook hier zal later op de dag de snelle daling zich inzetten. Vanaf Venlo duurt dat nog een dag voordat de sterkere daling inzet en in de Bedijkte Brabants/Gelderse Maas zal het nog ruim een dag later zijn.

Rijn stijgt vandaag nog langzaam, maar stand blijft flink achter bij eerdere verwachting

In de Rijn is het hoogwater van een andere orde. De Rijn is ook een veel groter riviersysteem en het gebeid met zware regenval besloeg een veel kleiner percentage dan bij de Maas. Toch bereikt ook de Rijn een voor de tijd van het jaar uniek hoge stand.

Het zwaar getroffen gebeid in de driehoek Aken-Dordmund-Trier watert zowel direct op de Rijn af (oa via de Ruhr, Ahr en Erft) en indirect via beken (Prum, Sure, Saar etc) die eerst in de Moezel uitmonden en daarna in de Rijn. In al deze beken steeg het waterpeil tot historische hoogten, soms zelfs twee maal meer dan ooit eerder gemeten. Dat is vaak meer dan waar in enige toekomstverwachting ooit van werd uitgegaan. 

Het water vanuit de direct op de Rijn afwaterende beken was al snel in de Rijn en bereikte deels eergisteren Nederland al. Inmiddels is het meeste water uit deze golven zelfs al weer bij Lobith gepasseerd. Het water vanuit de Moezel is zo'n 1,5 tot 2 dagen langer onderweg en komt vanaf nu pas aan.

De golven vanuit al deze beken vallen daarom wat minder samen dan eerder verwacht. Ik baseer me dan altijd op de Duitse waterbeheerders. Eergisteren was het nog lastig in te schatten hoe hoog de gezamenlijke afvoer van alle zijbeken en de Rijn zelf zou gaan worden en zat men aan de hoge kant. Inmiddels is de golf Keulen gepasseerd en is duidelijk dat de waterstand bij Lobith tot ca 14,25 m zal stijgen; de afvoer zal waarschijnlijk net onder de 7.000 m3/s blijven. Van een zeer hoge waarde van 14,75 is dus geen sprake meer.

Bij 14,25 overstroomt nog altijd het grootste deel van de uiterwaarden, maar vooral in het bovenste deel van het rivierengebied nabij Nijmegen en Arnhem zullen de zomerkaden vaak net hoog genoeg zijn om dit water te keren. Verder stroomafwaarts overstromen veel uiterwaarden al vanaf 14 m of 13,75 m Lobith, dus die plaatsen gaan zeker overstromen, als dat al niet gebeurd is.

Als de golf zondag Lobith passeert blijft de afvoer nog een aantal dagen aan de hoge kant. In Zwitserland is donderdag en vrijdag namelijk ook erg veel regen gevallen en in de Bovenrijn moet de hoogste stand zelfs nog bereikt worden. De afvoer in de golf bedraagt daar ongeveer 4.000 m3/s en het duurt nog ca 5 tot 6 dagen voordat dat water in Nederland arriveert.

Ondertussen zullen de andere zijrivieren van de Rijn, waaronder de Moezel, al weer ver gezakt zijn en daarom zal van deze golf weinig meer te merken zijn. Het zorgt er alleen voor dat de waterstand niet zo snel daalt de eerste tijd en dat het ook lang zal duren voordat ondergelopen uiterwaarden weer leeg kunnen stromen. Volgens de huidige verwachting duurt het tot ca. 21/7 voordat de 13 m weer onderschreden wordt, tot 25/7 voor de 12 m en tot 28/7 voordat ook de 11 m is bereikt. Pas dan zal de rivier overal weer terug zijn gezakt in zijn zomerbed.

 

Hoogwaterbericht Rijn en Maas

De hoogwatersituatie in Nederland heeft zich sinds gisteren snel verder ontwikkeld en de Maas gaat waarschijnlijk de hoogste afvoer sinds het begin van de metingen bereiken. De piek in de Rijn is vooral door het hoge water in de Moezel ook veel groter geworden dan eerder verwacht, maar dit water is nog ca 3 dagen onderweg voordat het Nederland bereikt. Ondertussen is het in het stroomgebied van de Maas wel zo goed als droog geworden en dat blijft ook zo. In het stroomgebied van de Rijn kan nog wel neerslag vallen, maar dat valt in Zwitserland en dat water levert geen bijdrage meer aan de piek. 

Weersituatie gisteren, vandaag en morgen

De natte periode was enkele dagen geleden al door de weermodellen opgepikt en er werden toen al neerslaghoeveelheden van 15 tot 20 cm opgegeven voor met name de noordzijde van de Ardennen, de Eiffel en het Sauerland. Dat is ook vrijwel precies uitgekomen en over een groot gebied viel in 36 uur tijd tot wel 15 cm neerslag. Lokaal in het dal van de Vesdre nabij de Hautes Fagnes vond ik een station dat zelfs 28 cm neerslag had opgevangen in die tijd. Dat is ongeveer 1/3e van wat er in een heel jaar in Nederland valt. Ook over de grens in Duitsland werden neerslagsommen tot 20 cm gemeten.

Voor mij geldt, en waarschijnlijk voor veel geïnteresseerden in weer en water, dat op voorhand niet duidelijk was wat een dergelijke hoeveelheid over een zo gebied, dat ook nog heuvelachtig is, voor impact zou hebben. Er vallen wel eens vaker grote hoeveelheden neerslag, maar meestal is dat in en lokale bui, of verspreid over een langere periode van een dag of 10. 

Daar komt nog bij dat weermodellen soms neerslaghoeveelheden wat overdrijven en als weerman neem je zo'n grote hoeveelheid dan ook met een korreltje zout, zeker als het een verwachting is voor meerdere dagen vooruit. Maar dit maal bleven de neerslagsommen in de verwachting zitten en werd steeds duidelijker dat er iets bijzonders ging gebeuren. 

De regen werd veroorzaakt door een bijzondere situatie. En lagedrukgebied trok tergend langzaam over Duitsland en met een oostelijke stroming werd door dit lagedrukgebied warme vochtige lucht aangezogen, die op het grensvlak met de koelere lucht buiten het gebied aanleiding gaf voor een brede zone met buien. Het toeval wilde dat deze zone bijna 36 uur lang van noord naar zuid over het gebied tussen Keulen en Maastricht werd getransporteerd. Daarbij moest de lucht ook nog stijgen tegen de heuvels op, die hier tot 600 à 700 m hoog zijn, en dat was een combinatie die de aanleiding was voor zeer veel neerslag. 

De zone zwabberde wel wat en soms was het een paar uur droog. Zoals gisteren vanaf een uur of 4 in de Noordelijke Ardennen en meteen zag je dat de stijging van de beken daar vertraagde. Ik dacht toen dat het meeste achter de rug was en schreef op Twitter dat de Maas waarschijnlijk ergens tussen 1800 en 2200 m3/s uit zou komen. Vanaf 21 uur begon het er echter weer te regenen en dat hield aan tot na middernacht. Opnieuw vielen er vele cm's regen (tot lokaal 6) in een paar uur tijd en de Ardense beken begonnen opnieuw te stijgen.

Opvallend was dat deze neerslag, ook al was hij geringer dan de neerslag eerder die dag (toen viel er zo'n 8 tot 10 cm), toch veel meer impact had op de afvoer van de beken. Zo steeg de Lesse door de eerste regen tot 150 m3/s en door de tweede tot ruim 600 m3/s. Het lijkt er sterk op dat bij die tweede regenperiode de bodem op grote schaal verzadigd was geraakt en de neerslag veel meer tot afstroom kwam dan eerder die dag. Ook andere beken zoals de Ambleve en de Ourthe lieten zo'n patroon zien.

De Vesdre is waarschijnlijk de beek in de Ardennen die relatief het meeste water te verwerken kreeg. Het stroomgebied lag in de frontlinie waar de neerslagzone tegen de Hautes Fagnes op moet klimmen en dat leverde zeer veel regen op. Het hoge water heeft daar tot veel schade in de dorpen geleid en ook de meetstations van de Belgische waterdienst hebben het moeten ontgelden. We weten daarom niet hoeveel water er gestroomd heeft.

In de loop van de nacht werd het vanuit het noorden droog in de oostelijke Ardennen, maar over het westelijke deel bleef nog lang een regenzone hangen die ook de Sambre, en opnieuw de Lesse, liet stijgen. Het ziet er naar uit dat deze regenzone langzaam oplost en verder weg trekt, waarna een lange droge periode aan gaat breken in de Ardennen.

Over de grens in Duitsland viel de regen vooral het gebied in de driehoek Aken-Trier-Dortmund. Deels watert dit gebied op de Roer af, die naar de Maas stroomt, en deels op de Moezel, die naar de Rijn stroomt, en er zijn ook beken die direct naar de Rijn stromen, zoals de Ruhr, Sieg en Ahr. In dit gebied werd het wat eerder droog dan in de Ardennen en viel na middernacht vrijwel geen regen meer.

Verder naar het zuiden bleef het gisteren grotendeels droog. daar had het wel de dagen ervoor flink geregend en daarom waren de grotere zijrivieren van de Rijn in dat gebied ook al licht verhoogd. De buienzone die gisteravond en vanmorgen over de oostelijke Ardennen trok schoof door tot aan Zwitserland toe en in de nacht ging het daar opnieuw veel regenen. Ook de rest van vandaag en morgen kan daar nog regen vallen. 

Op zaterdag trekt het regengebied tenslotte ook weg uit het oosten van Zwitserland en dan komt er een einde aan deze heel bijzondere weerperiode. In de rest van de stroomgebieden is het dan al 2 dagen droog en dit droge weer houdt waarschijnlijk de hele week aan. De hoge waterstanden zullen dan weer verdwijnen, alhoewel dat bij de Maas vanwege de uitzonderlijke hoogte nog wel even zal duren, en bij de Rijn omdat er nog veel water onderweg is.

Maas stijgt vanavond tot boven de 3000 m3/s

Ca 40 jaar geleden was er een zomerhoogwater in de Maas en dat kwam tot 2000 m3/s. Deze piek stak opvallend ver uit boven alle waterstanden uit het zomerhalfjaar en zeker na de vele droge zomers in het stroomgebied van de Maas kon je je bijna niet meer voorstellen dat het ooit gebeurd was. En vandaag gebeurt het, bijna op dezelfde julidatum als in 1980, nog een keer en dan ook nog ruim 50% hoger. 

Op dit moment stijgt de Maas nog langzaam in Maastricht en de afvoer is nu bijna tot 3.000 m3/s gestegen. De Vesdre en de Amblève die de Ourthe voeden zijn ondertussen bovenstrooms al weer flink gaan dalen en deze daling zal weldra ook Luik bereiken, waar de Ourthe in de Maas uitmondt. Vanuit de Bovenmaas en dan vooral de Lesse en de Sambre stijgt de afvoer nog wel langzaam. Het is niet precies te zeggen wanneer het dalen van de Ourthe het stijgen van de Maas gaat overtreffen, maar waarschijnlijk is dat in het begin van de avond. Korte tijd daarna zal dan ook de hoogste afvoer bij Maastricht bereikt worden. Naar verwachting zal dat tussen de 3100 en 3200 m3/s zijn.  

Bij een dergelijke afvoer overstromen alle weerden langs de Maas en staat het water overal tegen de dijken aan die de dorpen sinds 1993 en 1995 beschermen. Inmiddels zijn veel van deze dijken hoog genoeg voor dergelijke waterstanden, maar het blijft altijd spannend of het allemaal goed gaat. Er zijn in Limburg ook nog enkele dijken die de komende jaren nog opgehoogd gaan worden en daar zal deze waterstand tot dicht onder de kruin van de kade komen. Calamiteiten zijn daar zelfs niet uit te sluiten, maar het waterschap houdt de situatie nauwlettend in de gaten.

Verder naar het noorden zal de hoogte van de afvoergolf in eerste instantie wat kleiner worden. De weerden van de Maas overstromen op grote schaal en daarmee kan de Maas veel water wegzetten. Dit wordt ook wel top-afvlakking genoemd en de berde uiterwaarden zijn daar belangrijk voor. Onderweg is vooral in Zuid Limburg de aanvoer vanuit zijbeken ook nog erg groot, zoals bv in de Geul en de Geleenbeek die historisch hoge afvoeren hadden. Bij Roermond komt dan de Roer er nog bij en die heeft ook een erg hoge afvoer van ca 150 m3/s. Stroomafwaarts van Roermond zal de afvoergolf daarom waarschijnlijk weer ongeveer zo hoog zijn als nabij Maastricht.

Verder naar het noorden is er dan eerst een traject met vrij weinig ruimte, maar na Venlo neemt de breedte van de uiterwaarden weer toe. Hier is recent ook de oude Maasarm van Ooijen-Wanssum aan de Maas weer aangekoppeld en als de Maasgolf hier in de loop van vrijdag en zaterdag aankomt is dit een erg belangrijk gebied waar de Maas veel meer ruimte heeft gekregen. Naar verwachting zal de golf verder stroomafwaarts nog wat verder inzakken. Op zondag komt de piek dan helemaal benedenstrooms aan nabij den Bosch en tenslotte het Haringvliet en de Noordzee.

Ondertussen zal de afvoer bovenstrooms al weer flink zijn gedaald. Na de piek komende avond gaat de afvoer morgen al weer flink dalen. In de loop van de dag tot onder de 2500 m3/s en op zaterdag weer onder de 2000 m3/s. Omdat voorlopig geen regen wort verwacht zet de daling ook daarna door tot onder de 1000 en uiteindelijk ook weer onder de 500 m3/s. 

Rijn stijgt de komende dagen naar piek op zondagochtend tussen 14,75 en 15 meter

De Rijnafvoer was al relatief hoog de afgelopen dagen, vooral dankzij veel neerslag in het zuiden van het stroomgebied, dat dan een dag of 5 onderweg is tot het bij Lobith aankomt. Daarbovenop is gisteren en vandaag een grote hoeveelheid extra water gekomen, aangevoerd door vooral de Moezel. Deze steeg gisteren in een klap van ca 300 naar ca 2800 m3/s. 

Gisteren was lang onduidelijk hoe hoog de Moezel zou komen. Voor het bepalen van de uiteindelijke hoogte is deze afvoer echter hele belangrijk, want ca 40% van het water dat in Nederland aankomt, komt daar vandaan. Gisterochtend werd nog uitgegaan van ca 1700 m3/s, later werd dit opgeschroefd naar 2300 en toen vannacht duidelijk werd hoe extreem veel regen er was gevallen in de oostelijke Ardennen en Eiffel, kwam zelfs de 2800 m3/s in beeld. Bijna hetzelfde als de Maas die de dan ook grenst aan de Moezel. 

De piek in de Moezel arriveert vannacht in de Rijn bij Koblenz en vloeit daar samen met ca 3600 m3/s vanuit de bovenrijn. het samenvloeien gebeurt net voordat een nieuwe piek vanuit de Bovenrijn daar aankomt. Die is eergisteren ontstaan, en komt zaterdag pas aan bij Koblenz. Als deze pieken waren samengevallen was de uiteindelijke hoogte bij Lobith nog wat groter geweest.

Maar ook zonder dit extra water uit de Bovenrijn wordt de piek vanuit de Moezel verder naar het noorden nog volop aangevuld. Hier komen namelijk de beken in de Rijn uit die ontspringen in het gebied met de extreme neerslag. Een beek zoals de Ahr, waar je normaliter in de zomer als je broekspijpen op stroopt door heen kan wandelen, voerde nu ca 400 m3/s aan. Ook de Wupper met 400, de Sieg met 1000 en de Ruhr met zelfs 1100 m3/s zijn extreem hoog.

Uiteindelijk is het de verwachting dat de afvoergolf met een hoogte van ca 7.750 tot 8.000 m3/s bij Lobith arriveert. Naar verwachting gebeurt dat op zondagochtend. De waterstand zal dan tot tussen 14,75 en 14,9 m +NAP zijn gestegen. Dat is nog ca 25 - 30 cm hoger dan afgelopen februari. Net als bij de Maas is dit ruim hoger dan de zomerhoogwatergolf uit juli 1980, die had een stand van 14,0 m en de afvoer bedroeg toen ca 6.250 m3/s.  

Bij een waterstand boven de 14,5 overstromen de meeste uiterwaarden op enkele na met een hoge zomerkade. Dat betekent dat al het gebied dat in agrarisch gebruik is daarna minstens een week onder water zal komen te staan, want de hoogwatergolf houdt ook nog wel even aan. Ook de natuurgebieden overstromen en voor veel planten zal dat een flinke beproeving worden om een tijd lang onder water te staan. Veel soorten van het rivierengebied zijn hier gelukkig wel op aangepast. Ook veerstoepen, toegangswegen, veel campings en kades langs de rivieren zullen te maken krijgen van het hoge water.

Als de piek zondag is gepasseerd gaat de waterstand niet zo heel snel omlaag. Vanuit de Bovenrijn is namelijk nog een golfje extra water onderweg, maar omdat de Moezel en andere zijrivieren al weer flink zullen gaan dalen, zal dat niet meer merkbaar zijn als een piekje. Op maandag zakt de stand dan ook al weer naar ca 14 m.

Ook hierna is de periode met hoge afvoeren nog niet voorbij, want vanaf gisteren valt er ook weer veel regen in Zwitserland en Zuid Duitsland en dat levert daar zaterdag een nieuwe piek op. In de Bovenrijn is dat zelfs de hoogste piek tot nu toe dit zomerhalfjaar. Dit wat is vervolgens nog een dag of 5 onderweg tot het bij Lobith aankomt.

Onderweg zijn de andere zijrivieren nog verder gezakt, dus zal ook van deze piek niet veel meer te merken zijn. Pas eind volgende week gaan de standen dan sterker dalen als alle golven achter de rug zijn. Rond die tijd verwacht ik een stand van ca 13,25 m +NAP. Maar dit is nog onzeker omdat niet duidelijk is hoe snel alle zijbeken gaan dalen.

Samengevat bij de Rijn de komende dagen een verdere stijging met bij Lobith nog ca 2 meter. De piek wordt dan tussen de 14,75 en 14,9 m hoog en passeert op zondagochtend. Daarna eerst langzaam dalende standen, pas vanaf eind volgende week zal de daling sneller gaan. Een nieuwe stijging is voorlopig niet in zicht, want het blijft zeker een dag of 10 droog.

 

Hoogwaterbericht Rijn en Maas

Vanwege de uitzonderlijke situatie in de rivieren en het opkomende zomerhoogwater zullen de volgende dagen enkele extra bericht verschijnen

Nog 2 dagen met veel regen

De eerste van de 3 dagen met extreme regenval is achter de rug, nog twee te gaan. Gisteren begon de overvloedige neerslag vooral  in de zuidelijke delen van de stroomgebieden: bij de Rijn in Zwitserland, Zuid Duitsland en het oosten van Frankrijk. Bij de Maas in het zuiden van de Ardennen. 

Aan het eind van de middag ontstond ook een regenzone over het Ruhrgebied en het zuiden van Limburg. De baan was in eerste instantie niet zo heel breed, maar er viel in korte tijd 5 tot 8 cm neerslag uit en dat zijn hoeveelheden waarbij ieder afwateringssysteem buiten zijn oevers zal treden. Beken traden buiten hun oevers en rioleringvanuit het stedelijk gebied kon de afvoer ook niet aan.

In de loop van de nacht bewoog de zone wat verder naar het zuiden en bereikte ook de noordzijde van de Ardennen. Daar zijn de noordelijke beken Vesdre en Ambleve sterk gestegen. Dit water was al snel bij Maastricht en daar is de afvoer snel gestegen naar ca 1000 m3/s.

In de Rijn bij Lobith is de waterstand al wel licht verhoogd, maar dat is nog water van de zware regenval op 9 en 10 juli in Zwitserland. De neerslag die gisteren is gevallen is nog zo'n 2 tot 6 dagen onderweg en de sterkere stijging zal daarom pas donderdag bij Lobith in de loop van de dag beginnen.

Verwachting komende dagen

De regen wordt veroorzaakt door een vrij onbeduidend lagedrukgebied (de luchtdrukverschillen zijn maar klein) dat heel langzaam over Frankrijk en Duitsland naar het oosten trekt. Wie op het Europese blad van buienradar kijkt zal zien dat de neerslagbanen in een ruime cirkel rond draaien. In het centrum daarvan ligt het lagedrukgebied, daar valt ook niet zoveel regen. De meeste regen valt in de regenzones rondom en vooral als die langdurig op dezelfde plek blijft liggen lopen de hoeveelheden enorm op.

Het is de verwachting dat de zone die vannacht over de Ardennen is komen te liggen,  daar vandaag de hele dag nog blijft liggen. In de loop van de nacht trekt deze dan naar het westen en zuiden weg. De meeste regen uit deze zone lijkt nu aan de oostkant van de Ardennen te gaan vallen en dat zou betekenen dat vooral de Rijn daar water van gaat ontvangen en de Roer die bij Roermond in de Maas uitmondt. Maar ook in de Ardennen kan nog zo'n 5 tot 8 cm vallen, wat veel water op zal leveren in de Maas.

In het stroomgebied van de Rijn valt verder naar het zuiden vandaag niet zoveel regen. Dat verandert als een van de regenzones daar in de loop van de komende nacht naar toe trekt en het vooral in het oosten van Frankrijk, zuiden van Duitsland en Zwitserland weer hard gaat regenen. Het regent daar de hele donderdag en in Zwitserland en de Alpen ook nog op vrijdag.

Verder naar het noorden wordt het vanaf donderdag in de loop van de dag droog en vanaf vrijdag breekt dan een langere droge periode aan. 

De verwachting voor de waterstanden is complex omdat een hoogwater in de zomer zeer zeldzaam is. Er valt in de zomer gewoonlijk zelfs meer regen dan in de winter, maar omdat de vegetatie nu veel water vasthoudt en er ook veel verdampt komt van de neerslag maar een kleindeel in de rivieren. Zware buien die er altijd wel zijn in de zomer hebben in de meeste zomers een lokaal karakter en betekenen dan weinig voor de rivieren.

De situatie nu is anders want de buien zijn geclusterd in brede zones die urenlang op dezelfde plaats blijven liggen. De neerslaghoeveelheden lopen dan enorm op en de bufferende werking van de bodem en de vegetatie is daar al snel niet meer tegen opgewassen.

Voor de impact op de rivieren maakt het ook nog uit waar de zone precies komt te liggen. Een paar honderd kilometer verder naar het zuiden kan al veel uitmaken. Zo werd eerst verwacht dat in Zuid Duitsland het stroomgebied van de Neckar precies onder de baan zou komen te liggen, maar vanmorgen was de verwachting juist weer van niet. dat scheelt al snel ca 400 tot 500 m3/s minder water voor de Rijn.

De verwachting voor de standen in de Rijn en Maas kan daarom van dag tot dag nog veranderen de komende dagen. Pas als het water gevallen is en zich in de rivieren bevindt is daar meer duidelijkheid over te geven.

Maas zal vandaag en morgen stijgen naar piek op vrijdag

De Maas is de rivier waar de situatie nu het meest spannend is. vannacht al is de afvoer bij Maastricht al even opgelopen tot 1000 m3/s. Voor het verdere verloop is de intensiteit van de neerslagzone van belang die nu over de Ardennen ligt. Er wordt vandaag nog zo'n 5 tot 8 cm regen verwacht, waarvan het grootste deel in de middag en avond. 

In de loop van de nacht neemt de regenval af en morgen valt er in de Ardennen nog wel wat neerslag maar de hoeveelheden zijn dan beperkt. Ook vrijdag kan er nog wat regen vallen, maar dat heeft dan geen invloed meer op de waterstanden.

De hoeveelheid verwachte neerslag is voldoende om de afvoer tot 1500 of misschien wel 1750 m3/s te laten stijgen. Rijkswaterstaat houdt zelfs rekening met een mogelijke afvoer van boven de 2000 m3/s. Bij dergelijke hoeveelheden gaan grote delen van de weerden van de Maas overstromen, dat gebeurt vanaf ongeveer 1500 m3/s. Maar er zijn hier en daar ook lagere delen die al vanaf 600 m3/s overstromen. De waterveiligheid is nergens in het geding, daarvoor moet het tot boven de 3000 m3/s stijgen.

De sterkste stijging zal in de loop van de avond optreden als de neerslagintensiteit het grootste is. Morgenavond of in vrijdagochtend wordt dan al de hoogste stand verwacht bij Maastricht. deze piek zal dan in de loop van de vrijdag bij Roermond aankomen, zaterdag bij Mook in Noord Limburg en zondag nabij den Bosch.  

Vanaf vrijdag gaat de afvoer bij maastricht al weer dalen en omdat het langdurig droog wordt zal de afvoer weer snel gaan dalen. 

Rijn bereikt hoogste stand pas na het weekend

De Rijn voert bij Lobith nu nog het water af van de regenval die 6 dagen terug in het zuiden van het stroomgebied is gevallen en de stand is daardoor tot ca 11,5 m gestegen. De afvoer bedraagt nu ca 3700 m3/s.

Inmiddels is er door de regenval van gisteren een nieuwe piek gevormd in Zuid Duitsland, die vanavond bij Mannheim passeert. Deze is nog ca 5 dagen onderweg. Ondertussen is door de zware regenval in de Vogezen gisteren ook de Moezel gaan stijgen en het is deze zijrivier die de waterstand in nederland de komende dagen gaat bepalen.

De moezel ontvangt namelijk ook water vanuit de oostelijke Ardennen en dat is de plaats waar vandaag zeer veel regen gaat vallen. Er wordt rekening mee gehouden dat de Moezel ook tot 1500 of 1700 m3/s kan stijgen. Deze piek is dan over 3 dagen in Nederland. 

Maar dat is nog niet alles want op donderdag en vrijdag gaat er opnieuw veel regen vallen in het zuiden van het stroomgebied en dit zal dan een nieuwe, nog wat hogere piek opleveren in de Bovenrijn op vrijdag die ook weer 5 tot 6 dagen onderweg is naar Nederland.

Voor de uiteindelijke stand in Lobith is het van belang of de pieken vanuit de verschillende zijrivieren samenvallen. Zoals het er nu naar uitziet is dat maar gedeeltelijk het geval, want de Moezel is zelfs een paar dagen eerder dan de eerste piek die nu in de Bovenrijn ontstaan is. Het hangt er dan vanaf hoe lang de Moezel nog hoog blijft wanneer de piek in de Rijn langs komt bij de monding van de Moezel. Op dit moment is dat nog niet goed te overzien.

Op grond van de huidige weersverwachtingen kom ik tot de volgende waterverwachting voor de Rijn. Vandaag en morgen een licht stijgende stand naar ca 11,8 m +NAP bij Lobith op vrijdagochtend. Vanaf dan komt het water uit de Moezel aan en gaat het sneller stijgen naar ca 12,3 op zaterdag en 12,8 op zondag. 

Het hangt van de Moezelafvoer af hoe hoog de stand daarna nog door stijgt. Op grond van de 1500 tot 1700 m3/s waar ik nu van uit ga zou de stand bij Lobith op maandag dan tot ca 13,2 m kunnen zijn gestegen. Vervolgens hangt het van de snelheid af waarmee de Moezel daalt wat er vervolgens gebeurt. Ondertussen is namelijk ook de piek vanuit de Bovenrijn gearriveerd en het samenspel van die twee bepaalt wat de stand bij Lobith gaat worden.

Ik ga er nu vanuit dat de Moezel nog relatief hoog blijft en daarom kan de stand nog wat verder stijgen tot tussen de 13,3 en 13,5 op dinsdag of woensdag. Daarna komt ook nog de laatst genoemde piek aan vanuit de Bovenrijn, die pas op vrijdag aanstaande ontstaat, maar tegen de tijd dat die aan is gekomen, zal de Moezel al weer flink zijn gedaald, dus die piek zal niet tot een nieuwe stijging zorgen.

Samengevat dus licht stijgende standen t/m vrijdag, daarna sneller stijgend tot een eerste piek op maandag van ca 13,2 m. Daarna langzaam verder stijgend tot een hoogste stand rond woensdag van ca 13,3 tot 13,5 m. Deze standen moeten uiteraard nog wel met een enige marge bekeken worden, want de meeste regen moet nog vallen. In volgende berichten zal er meer duidelijkheid komen.

 

 

Abonneren op