U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Aanhoudend droog en verder dalende waterstanden

Het weerpatroon is omgeslagen en hogedrukgebieden maken voorlopig weer de dienst uit.  De rivierafvoeren zijn de afgelopen week daarom sterk gedaald en de hoogwatergolfjes die in het begin van de afgelopen week passeerden lijken al weer lang geleden.  Het ziet er naar uit dat we deze maand vrijwel geen neerslag meer hoeven te verwachten en de daling van de waterstanden zal zich daarom nog lange tijd doorzetten. Hoe ver de waterstanden dalen leest u in het waterbericht.

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de hoogwatergolf in de Maas, die plotseling nog een paar honderd m3/s hoger uitviel. Aan de hand van de neerslaggegevens van de Ardennen licht ik toe hoe dat kon gebeuren.

water van de week

Hogedrukgebieden oppermachtig

Van de ene op de andere week is het weerbeeld volledig omgeslagen. Aan het natte weer, veroorzaakt door lagedrukgebieden, kwam abrupt een einde toen een hogedrukgebied zich nestelde boven onze omgeving. De hoofdkern ligt nu boven de Britse Eilanden en beweegt de komende dagen wel langzaam naar het zuidoosten, maar wordt meteen weer opgevolgd door een nieuw exemplaar dat de volgende week het weer in de stroomgebieden gaat bepalen.

Tijdens de overgang van het ene naar het volgende hogedrukgebied kunnen er enkele buien vanuit het noordwesten binnen stromen, maar de neerslaghoeveelheden blijven klein. Actieve neerslaggebieden blijven voorlopig op grote afstand en bewegen over het verre noorden van Europa. De kaart met de neerslagverwachting van het Europese weermodel laat dat goed zien.  Boven onze omgeving en centraal Europa slechts enkele millimeters, terwijl er in het noorden van Noorwegen lokaal tot 25 cm neerslag kan vallen in de komende 10 dagen.

Schermafbeelding 2022-01-16 om 12.28.44.png

Neerslagverwachting komende 10 dagen volgens het Europese weermodel  (bron: Kachelmannwetter.de).
Neerslagverwachting komende 10 dagen volgens het Europese weermodel (bron: Kachelmannwetter.de).

Ook na deze week lijkt hogedruk voorlopig nog niet te wijken. Waarschijnlijk beweegt het exemplaar dat zich dinsdag boven de Britse Eilanden ontwikkelt ook weer wat naar het zuiden, maar de verwachting is dat daarna een volgend hogedrukgebied het stokje weer overneemt. De kans is daarom groot dat het droge weer tot het einde van de maand aanhoudt. Het Amerikaanse weermodel is iets scheutiger met de neerslag na het volgende weekend, maar ook dan geen hoeveelheden die voor stijgende waterstanden gaan zorgen.

Rijn daalt tot onder de 9 meter

In het vorig weekend bedroeg de Rijnafvoer nog ruim 5000 m3/s toen een kleine hoogwatergolf passeerde. Inmiddels is de afvoer al met ruim 2000 m3/s gedaald en de komende week gaat daar nog een keer ongeveer 1000 m3/s vanaf. Ook dan is het laagste punt nog niet bereikt, want ook in de laatste week van januari zet de daling nog door en de kans is groot dat de maand eindigt met een afvoer onder de 1500 m3/s. 

In waterstanden vertaalt, betekent dat dat de stand bij Lobith na de hoogste waarde van 12,8 m +NAP vorig weekend nu gedaald is tot ca 10,3 m en uiteindelijk aan het eind van de maand onder de 8,5 m zal uitkomen. De komende dagen verloopt de daling nog met ongeveer 20 cm per dag, in de tweede helft van de week afnemend tot ca 15 cm per dag. Volgend weekend wordt dan de 9 m onderschreden, waarna in het begin van de week daarna de daalsnelheid afneemt tot ca 10 cm per dag en aan het eind van die week tot 5 cm per dag. 

De hoogwatergolf in de Rijn bereikte een hoogste stand van 12,82 m op 8 januari en de afvoer bedroeg maximaal ca 5195 m3/s.  In de ranglijst van hoogwatergolven sinds 1901 komt deze golf ongeveer op de 180e plaats. Helemaal precies is dat niet te bepalen omdat van vroegere hoogwatergolven, zeker de kleinere, niet precies de hoogste afvoer werd bepaald. Het was dus geen heel bijzondere gebeurtenis, een situatie die gemiddeld zo'n twee keer per jaar voorkomt. 

De sterke daling die nu optreedt is wel opvallend, maar ook niet uniek. Het gebeurt vaker dat na een hoogwatergolf, die zich in de loop van enkele weken heeft opgebouwd, de waterstanden langdurig sterk dalen. Na een natte periode slaat het weer dan om en wordt het een paar weken vrijwel droog. Hoe lang deze droge periode gaat duren is nu nog niet te zeggen; het einde is namelijk nog niet in zicht. De kans is groot dat we tot in februari moeten wachten voordat er weer regen van betekenis valt. 

Maas daalt de hele week

Ook de Maas is snel gedaald en relatief gezien is de daling nog groter dan bij de Rijn. Waar de Rijn nu ca 40% minder water afvoert dan een week geleden, is dat bij de Maas al 65%. Na de piek bij Maastricht van ca 1420 m3/s bedraagt de afvoer nu nog ongeveer 500 m3/s. De komende week gaat daar nog ongeveer 150 tot 200 m3/s vanaf, zodat aan het eind van deze week de afvoer nabij 300 m3/s uit zal komen.

In de week na het volgend weekend zet de daling zich voort want de kans is groot dat er tot het einde van de maand geen regen van betekenis meer valt. De afvoer kan dan dalen tot ongeveer 200 m3/s aan het eind van de maand. Evenals bij de Rijn is nog niet te zeggen wanneer er wel weer regen gaat vallen, waarschijnlijk gebeurt dat pas weer in februari.

In de Maas kwamen twee hoogwatergolven na elkaar voor: de eerste steeg tot ca 1170 m3/s, de tweede tot 1420 m3/s. De tweede golf zorgde nog voor een kleine verrassing, want er was niet eens zoveel regen gevallen in de Ardennen in de 24 uur voor de piek, maar toch steeg de afvoer ineens snel. In de grafiek hieronder is het verloop van de beide golven goed te zien, met de opvallende stijging tussen de 1000 en 1400 m3/s in de tweede golf. In de rubriek water inzicht meer over het ontstaan hiervan.

In de ranglijst van hoogwatergolven sinds 1911, het begin van de registratie bij Borgharen, komt deze golf ongeveer op de 85e plaats. Met zekerheid is dat niet te zeggen, omdat voor 1980 de waterstand maar een keer per dag werd opgemeten en dat moment zelden samen zal zijn gevallen met de piek. Ook werd toen nog allene de waterstand gemeten en pas later is dit omgerekend naar afvoeren. Al met al is duidleijk dat het geen bijzonder hoge afvoer was, een situatie die gemiddeld ongeveer eens per jaar optreedt. 

St Pieter2.jpg

Verloop hoogwatergolf bij Maastricht met twee pieken, waarbij de tweede piek op 9/1 opvallend snel steeg van ca 1000 naar 1400 m3/s
Verloop hoogwatergolf bij Maastricht met twee pieken, waarbij de tweede piek op 9/1 opvallend snel steeg van ca 1000 naar 1400 m3/s

Water inzicht

De eerste week van januari verliep nat in het stroomgebied van de Maas en dit leverde een dubbele hoogwatergolf op met een afvoer die bij Maastricht na een week van stijgende waterstanden, opliep tot iets boven de 1400 m3/s (zie figuur hierboven). Het was de eerste wat grotere hoogwatergolf sinds het grote hoogwater van de afgelopen zomer en voor het eerst overstroomden ook weer delen van de uiterwaarden van de Maas. 

Aan de hand van neerslag- en afvoergegevens van de Waalse waterdienst heb ik enkele analyses uitgevoerd van dit hoogwater en het verloop ook vergeleken met de hoogwatergolf van juli 2021. In de eerste figuur is de neerslagverdeling weergegeven van een meetstation in het stroomgebied van de Vesdre voor de beide hoogwatergolven. In juli werd daar de hoogste afvoer ooit gemeten met verwoestende gevolgen. In de aanloop van het huidige hoogwater viel er veel minder neerslag (ca 60 mm nu tegenover 200 in juli), maar wat vooral opvalt, als we de figuur hieronder bekijken, is dat de neerslagintensiteit nu veel kleiner was.

Spa Vesdre vgl 21 en 22.jpg

Vergelijking neerslag in stroomgebied Vesdre tijdens zomerhoogwater juli '21 en recent winterhoogwater
Vergelijking neerslag in stroomgebied Vesdre tijdens zomerhoogwater juli '21 en recent winterhoogwater

In juli liep de intensiteit soms op tot 15 mm of meer en vaak schommelde het tussen de 5 en 10 mm. Tijdens de winterse neerslagperiode, die met enkele onderbrekingen veel langer duurde, liep de intensiteit niet hoger op dan tot 3 mm. Het is kenmerkend voor zomerse neerslag dat de intensiteit dan veel hoger kan zijn. De intensiteit gedurende deze zomer was trouwens nog lang niet zo hoog als soms tijdens een stevige zomerse bui, dan lopen de hoeveelheden soms zelfs op tot 60 of 100 mm per uur. Maar zo'n bui duurt zelden langer dan een half uur en valt vrijwel nooit in een heel groot gebied. 

De intensiteit was deze januari-week dus veel lager dan in de afgelopen zomer en het duurde daarom ook langer totdat er voldoende neerslag was gevallen voordat het tot een hoogwater kwam. In de figuur hieronder heb ik dat voor het stroomgebied van de Amblève uiteengezet. In deze figuur zijn zowel de neerslaghoeveelheden (onder) als de afvoer (boven) uitgezet voor afgelopen zomer en winter.

Dit deelstroomgebied van de Maas ontving deze zomer relatief iets minder neerslag dan de Vesdre (150 tegenover 200 mm) en de intensiteit liep er 'slechts' op tot ca 14 mm per uur. Tijdens de afgelopen winter viel er wel meer neerslag dan bij de Vesdre (ca 75 mm), maar de intensiteit was er met maximaal 3 mm/uur ongeveer net zo hoog als bij de Vesdre. 

 

Martinive afvoer en eerslag vgl.jpg

Vergelijking neerslag in stroomgebied Ambleve tijdens zomerhoogwater juli '21 en recent winterhoogwater en verloop afvoer
Vergelijking neerslag in stroomgebied Ambleve tijdens zomerhoogwater juli '21 en recent winterhoogwater en verloop afvoer

Het verloop van de afvoer bij Martinrive (bovenaan in de figuur hierboven), waar de Amblève uitmondt in de Ourthe, verschilt sterk tussen de beide hoogwatersituaties. In juli liep de afvoer, na ca 30 uur waarvan veel uren met intensieve neerslag, razendsnel op tot ca 650 m3/s op 15 juli. In de eerste week van januari viel er al met al nog ongeveer 50% van de hoeveelheid die in de zomer viel, maar de intensiteit was veel geringer en er was veel meer tijd nodig om de hoogwatergolf op te bouwen. Uiteindelijk kwam de afvoer op 9 januari niet hoger dan tot ca. 120 m3/s. 

Gewoonlijk kan het stroomgebied in de zomer meer water vasthouden vanwege de vegetatie, maar het lijkt er sterk op dat dat deze zomer niet is gebeurd. De langdurige intensieve neerslag zorgde er voor dat steeds meer waterstromen - de langzamere afkomstig van neerslag die eerder was gevallen en de snellere van neerslag uit de laatste uren met regenval - samen zijn gaan vallen. De afvoer neemt daarom exponentieel toe in het laatste deel voordat de piek wordt bereikt.

Bij de recente hoogwatergolf lijkt hier geen sprake van te zijn geweest. De piek is vele malen lager en loopt maar langzaam op. Helemaal aan het eind zien we echter ook hier een korte periode dat de piek steiler oploopt, terwijl de neerslagintensiteit hier toch niet zo hoog was. Om te verklaren wat hier in gebeurd heb ik in de grafiek hieronder de afvoer en de neerslag van de Amblève van het afgelopen hoogwater wat meer uitgerekt weergegeven.  

Martinrive vgl met neerslag.jpg

Ontwikkeling van de recente hoogwatergolf in de Ambleve gedurende 3 neerslagperioden
Ontwikkeling van de recente hoogwatergolf in de Ambleve gedurende 3 neerslagperioden

We zien in het bovenste deel van de figuur hoe de afvoer vanaf 3 januari toe gaat nemen als gevolg van de regen die er valt (zichtbaar in de staafdiagram onderin). Tot 5 januari valt er ca 4,5 cm regen en de afvoer stijgt tot ca 75 m3/s. Op 5/1 blijft het grotendeels droog en in de nacht van 5 op 6/1 valt er weer wat regen; ca 7 mm. De Amblève reageert meteen en de daling zet zich weer om in een lichte stijging.

Daarna verloopt 6 januari weer droog en op 7 januari valt opnieuw neerslag. Er valt ca 15 mm op die dag, maar vreemd genoeg is hier in de afvoer bijna niets van te merken. Deze neerslag werd aangevoerd door een lagedrukgebied dat gevuld was met koude lucht en daarom viel de neerslag boven de ca 350 m hoogte, waar een groot deel van het stroomgebied van de Amblève zich in bevindt, als sneeuw. Die sneeuw bleef liggen en leverde daarom geen extra afvoer op. De sneeuwval is in de grafiek paars ingekleurd.

In de nacht van 8 op 9 januari passeerde wederom een neerslaggebied. De lucht is nu iets warmer en tot een hoogte van ca 500 m valt de neerslag als regen. Er valt weer ca 15 mm maar omdat de regenval er ook voor zorgt dat de sneeuwlaag tussen de 350 en 500 m hoogste smelt, komt in korte tijd een grotere hoeveelheid water tot afstroom. De intensiteit was daarom niet slechts 2 tot 3 mm, maar waarschijnlijk wel het dubbele, waardoor deze iets meer in de buurt kwam van de intensiteit van afgelopen zomer. 

Het effect hiervan is dat de afvoer op 9 januari korte tijd veel sneller omhoog ging dan tijdens de stijging aan het begin van de hoogwatergolf op 4 januari. Ook in de Vesdre, de Ourthe en de Lesse was dit effect van sneeuwsmelt op 9 januari terug te zien en dit water samen veroorzaakte de snelle stijging bij Maastricht St Pieter op 9 januari waar ik eerder in dit bericht over schreef. 

Het effect van smeltende sneeuw is een belangrijke aanjager van winterse hoogwaters. Naast het extra water zorgt het ook enige tijd voor een extra hoge intensiteit en dat samen leidt dan tot een versnelde afvoer die belangrijk is voor de ontwikkeling van een hoogwatergolf. In het licht van klimaatverandering is het daarom voor het ontstaan van grote hoogwatergolven niet alleen van belang of er meer neerslag valt, maar ook in hoeverre er nog sneeuw valt in de middelgebergten zoals de Ardennen.

Hoogwater nog niet voorbij, maar in loop van de week gaan de waterstanden dalen

De afgelopen week stond in het teken van kleine hoogwatergolfjes in de Rijn en de Maas. Gisteren trok nogmaals een regengebied over de stroomgebieden en dat zorgt opnieuw voor stijgende standen. De Maas stijgt nog iets hoger dan afgelopen week, de Rijn blijft wat lager. Voorlopig was het de laatste regen en na deze golfjes gaan de waterstanden flink dalen. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een terugblik op hoe het jaar 2021 voor de Maas van maand tot maand verliep.

water van de week

Korte terugblik op het ontstaan van het recente hoogwater

Tot drie maal toe trok er deze week een lagedrukgebiedje over het noorden van Frankrijk naar het oosten. Opvallend was dat ze alle drie ongeveer dezelfde koers volgden. Het ging steeds om relatief kleine lagedrukgebieden die afgesplitst waren van een groter lagedrukgebied op de Atlantische Oceaan. Dergelijke weersystemen staan er om bekend dat ze veel regen kunnen brengen en als ze over Midden Europa trekken, staan ze vaak aan de basis van een hoogwatergolf. 

Vorige week zondag was al duidelijk dat op dinsdag het eerste lagedrukgebied zou overtrekken. Vooral voor het stroomgebied van de Maas en de Moezel werd veel neerslag verwacht. Die verwachting kwam goed uit, want er viel ongeveer 5 cm regen en dat leverde in de Maas een klein hoogwatertje op, waarbij de afvoer steeg tot ca 1160 m3/s.

Voor de Rijn had ik de waterstanden aanvankelijk flink te laag ingeschat. Behalve het stroomgebied van de Moezel viel er namelijk ook in andere deelstroomgebieden veel regen en op zondag, toen ik het bericht schreef, was dat nog niet duidelijk en waren de verwachtingen voor de rest van hety stroomgebied van de Rijn niet zo nat.

De kaart hieronder laat de neerslaghoeveelheden zien gedurende de periode van 3 t/m 5 januari. De baan die het lagedrukgebied volgde is hier goed te zien. De roze en rode kleuren geven aan dat er 45 tot soms meer dan 60 mm regen viel. Het meeste daarvan viel uit het eerste lagedrukgebied, dat op de 4e januari overtrok. 

Voor één lagedrukgebied in de winter zijn dat grote hoeveelheden neerslag, meestal blijft het bij zo'n 2 tot 3 cm en zie je alleen tegen de kammen van het Zwarte Woud en de Vogezen hogere waarden. Opvallend was ook dat het lagedrukgebied ongeveer de koers volgde van zijn illustere voorganger die in juli de grote hoogwaters veroorzaakte. Toen viel er echter nog drie tot vier keer zoveel regen als nu.

Ook was de aanvoerrichting van de regenval nu anders dan in juli, namelijk vanuit het zuidwesten. Daardoor viel in de Ardennen en de Eiffel de meeste regen nu tegen de zuidflank en niet tegen de noordflank zoals in juli. De noordflank, waar de Ahr, Roer en Vesdre ontspringen kreeg daarom nu niet de hoofdmoot van de regen.

Neerslag stroomgebieden.jpg

Neerslag van de depressie die ten zuiden van de Ardennen naar het oosten trok en de hoogwatergolfjes veroorzaakte
Neerslag van de depressie die ten zuiden van de Ardennen naar het oosten trok en de hoogwatergolfjes veroorzaakte

Uiteindelijk viel er bij de passage van het lagedrukgebied ook verder oostelijk in het stroomgebied van de Rijn erg veel regen en naast de Moezel stegen daarom ook kleinere zijrivieren zoals de Nahe, Sieg, Lahn en Ruhr in Midden Duitsland. Daardoor steeg de waterstand bij Lobith uiteindelijk tot 12,8 m +NAP en de afvoer bedroeg bijna 5200 m3/s. Voor zowel de Rijn als de Maas waren dit hoogwatergolfjes die gemiddeld jaarlijks zo'n 2 tot 3 keer voorkomen.

Na lagedrukgebieden die veel regen brachten, neemt hogedruk het heft weer in handen

Nadat het lagedrukgebied dat de vele regen bracht naar het oosten was weggetrokken, volgden er twee drogere dagen, maar op vrijdag volgde het tweede lagedrukgebiedje. Het was minder actief, er viel maar 1 tot 1,5 cm regen, maar ook gevuld met koudere lucht, zodat er boven de ca 400 m in de Middelgebergten sneeuw viel en zich een sneeuwdek vormde tot zo'n 20 cm dik op de toppen.

Zaterdag volgde het derde lagedrukgebied. Dit weersysteem was weer iets actiever en in de Ardennen viel zo'n 2,5 tot 3 cm neerslag, waardoor de waterstanden in de zijbeken van de Maas die daar ontspringen opnieuw flink gingen stijgen. Op de hoogste toppen viel de neerslag weer als sneeuw, maar de dooigrens lag wel iets hoger zodat een deel van de eerder gevallen sneeuw tussen 400 en 500 m kon smelten.

In het stroomgebied van de Rijn viel het nu mee met de neerslag. Alleen de Moezel kreeg aardig wat water te verwerken en is nu weer gaan stijgen. Daar bleef het ook kouder, zodat verder oostelijk in Duitsland de meeste neerslag als sneeuw viel.

De komende dagen gaat het weer flink veranderen. Een groot hogedrukgebied breidt zich vanaf Spanje naar het noorden uit en bouwt ook nog een uitloper in de richting van Scandinavië. De exacte ligging van de kern van het hogedrukgebied is nog niet helemaal duidelijk, maar het is al wel zeker dat het gebied de hele week het weer blijft bepalen. Dat betekent dat lagedrukgebieden met neerslag ver weg op de Oceaan blijven en het de hele week droog blijft.

De kans is groot dat het droge week ook in het begin van de week daarna nog aanhoudt. Voor de Rijn en de Maas betekent dat dat ze na de twee hoogwatergolfjes die nu nog onderweg zijn, weer sterk zullen dalen.

Rijn daalt naar ca 12 meter, stijgt dan naar ca 12,3 m en gaat daarna langere tijd dalen

Zaterdagochtend 8/1 passeerde de piek in de Rijn bij Lobith en het water is daarna nog circa 2 dagen onderweg door het rivierengebied voordat het de zee bereikt. Inmiddels is de stand bij lobith al weer enkele decimeters gedaald en die daling zet zich door tot en met maandag 10/1. De stand zal dan ongeveer tot 12 m zijn gezakt en de afvoer weer tot ca 4250 m3/s. In de loop van dinsdag gaat de waterstand weer stijgen. 

De aanvoer van water vanuit de Moezel is nu veel geringer dan vorige week en ook stijgen de andere zijrivieren van de Rijn in Midden Duitsland maar weinig. Al met al levert de regenval van zaterdag circa 400 m3/s extra water op voor de Rijn bij Lobith en dat is voldoende voor een stijging tot ca 12,3 m op woensdag 12/1.

Omdat het vanaf vandaag langere tijd vrijwel droog blijft in het stroomgebied, zullen de waterstanden in de zijbeken van de Rijn overal vanaf zondag weer gaan dalen. Bij Lobith gaat de stand daarom vanaf donderdag weer dalen en die daling zal vrij snel verlopen. Op donderdag 13/1 wordt de 12 m weer onderschreden en in de loop van de week daarna, rond 17/1, zal ook de 11 m weer onderschreden worden. Voorlopig ziet het er naar uit dat de daling ook daarna nog doorzet; een nieuw hoogwater is voorlopig niet meer in zicht.

Maas stijgt vandaag naar ca 1400 m3/s; vanaf morgen weer dalend 

Na het hoogwatertje op woensdag, waarbij de afvoer tot ca 1160 m3/s steeg bij Maastricht, is de afvoer door de twee droge dagen weer gedaald naar ca 800 m3/s. De regenval van vrijdag had maar weinig invloed op de afvoer, maar de regen van zaterdag en wat smeltende sneeuw zorgt nu voor een flinke stijging.

Bij Maastricht is de afvoer rond het middaguur van vandaag al tot 1300 m3/s gestegen en de komende uren komt daar nog ongeveer 100 m3/s bij. In de loop van de middag zal de hoogste afvoer met ca 1400 tot 1450 m3/s al bereikt worden. De noordelijke beken uit de Ardennen zijn namelijk al weer gaan dalen.  Zij waren vooral gestegen vanwege de sneeuw die er smolt en zullen relatief snel weer zakken. De Maasafvoer wordt vandaag dus nog wat hoger dan afgelopen week en daarmee wordt een afvoer bereikt die gemiddeld eens per jaar voor komt.

Vanuit de zuidelijke Ardennen gaat de stijging van de afvoer voorlopig nog wel even door en op het punt waar de Maas Wallonië in stroomt wordt pas morgen de hoogste afvoer bereikt. Stroomafwaarts van dat punt, komen de Lesse, Sambre en Ourthe daar dan bij, maar die gaan dus vandaag in de loop van de dag al weer dalen. Deze 3 grote zijrivieren trekken al snel aan het langste eind en daarom dat zal de afvoer bij Maastricht later vandaag al weer gaat dalen.

Als vanaf morgenmiddag ook de zuidelijke aanvoer gaat dalen, dan zal de daling ook bij Maastricht weer sneller verlopen. Op dinsdag verwacht ik dat de afvoer weer onder de 1000 m3/s zal zijn gezakt en in de tweede helft van de week tot onder de 750 m3/s. Omdat het langer dan een week droog blijft, is de kans groot dat in de loop van de week na komend weekend ook de 500 m3/s nog onderschreden zal worden.

Na het hoogwater dat vandaag en morgen passeert, is er voorlopig lange tijd geen zicht op een nieuwe stijging van de waterstanden.

water inzicht

Twee weken geleden schreef ik over het verloop van de waterstanden in de Rijn in 2021; vandaag volgt de Maas. Het uitzonderlijke hoogwater dat zich daar in juli voordeed heb ik eerder al uitgebreid beschreven en vandaag komt vooral de gemiddelde situatie aan bod. 

De gemiddelde afvoer over het hele jaar bedroeg in de Maas bij Maastricht ongeveer 300 m3/s en dat is ca 20% meer dan het langjarig gemiddelde van de hele meetreeks vanaf 1911. Het is een vrij hoge waarde en we moeten 20 jaar terug voor een jaarafvoer die hoger was dan dit jaar. 

De verdeling van het water over de verschillende maanden van het jaar was ongelijkmatig verdeeld (zie figuur hieronder). Nadat er in de wintermaanden meer water werd afgevoerd dan normaal, verliep het voorjaar juist aan de droge kant. Vooral april verliep met lage afvoeren en voor het vierde jaar op rij leek de Maas een droge zomer tegemoet te gaan. Maar de zomer verliep uiteindelijk heel anders, met het uitzonderlijke hoogwater dat ook voor een zeer hoog juli-gemiddelde zorgde.

Ook augustus was nog aan de hoge kant en pas september verliep ongeveer gemiddeld. Door relatief vaak droog weer in het najaar verliep de rest van het jaar met wat lager dan gemiddelde afvoeren. In december trok dat weer wat bij, dankzij het opkomende hoogwater in de laatste week.

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.50.37.png

Gemiddelde maandafvoeren van de Maas in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)
Gemiddelde maandafvoeren van de Maas in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)

In de afgelopen jaren daalde de Maasafvoer in het najaar vaak tot erg lage waarden, maar dankzij de natte julimaand en de bufferwerking in het stroomgebied zakte de afvoer in dit najaar lang niet zo ver weg. Dit is ook goed te zien in de volgende figuur waarin de afvoergegevens van de Maas gegroepeerd zijn in verschillende klassen. 

In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeks, in rood die van 2021. Duidelijk is te zien dat de drie klassen tussen 100 en 250 m3/s sterk oververtegenwoordigd zijn, terwijl de laagste drie klassen helemaal niet of vrijwel niet voorgekomen zijn. Bij de hoogste klassen zien we dat de afvoer boven de 1000 m3/s duidelijk meer voor is gekomen., Hier zien we de hoogwaters in terug uit januari, februari en juli. 

Afvoeren tussen de 500 en 1000 m3/s kwamen weer iets minder voor dan gemiddeld. Het laat zien dat de afvoeren na de hoogwaters vaak weer snel terug zakten naar gemiddelde waarden rond de 250 m3/s en niet lang na-ijlden op een relatief hoog niveau.  

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.53.30.png

Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

In de figuur hieronder is voor de grotere deelstroomgebieden van de Maas aangegeven hoeveel afvoer zij hebben geleverd aan de Maas. De gekleurde vlakken geven de bijdrage aan. Het verschil tussen de grotere hoogwaters is duidelijk te zien. In februari groeide de afvoer in een wat langere periode aan tot de hoogste waarde begin februari, in juli kwam de piek uit het niets en steeg razendsnel tot een recordwaarde.

Ook valt op dat in de winteris  het aandeel van de Franse Maas relatief groot en ook dat van de Semois, terwijl het in juli vooral het water van de Ourthe was dat de hoogte van de piek bepaalde; de Franse Maas was toen veel minder belangrijk.

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.47.49.png

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Maas aan de afvoer bij Maastricht in 2021.
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Maas aan de afvoer bij Maastricht in 2021.

In de rest van het jaar zien we ook dat de Franse Maas vooral de basis vormt; pieken en piekjes komen daarin vrijwel niet voor. Als er soms kleine of grote uitschieters zijn in de Maasafvoer, dan komt dat water altijd vanuit de zijrivieren die in de Ardennen ontspringen. Soms is dat vooral de Ourthe, maar het kan ook de Semois zijn. 

De bijdrage vanuit de Franse Maas aan hoogwaters is gewoonlijk niet zo groot, maar toch is het een belangrijke bron voor de gemiddelde afvoer van de rivier. In de figuur hieronder is van maand tot maand uitgezet welk aandeel de Franse Maas levert en welk deel uit de Ardennen afkomstig is. Het laat zien dat in de winter en het voorjaar de Franse Maas tussen de 40 en 50% van het water levert.

Het verschil met de Ardennen is dan ook niet zo groot. In de zomer en het najaar neemt dat aandeel af en worden de Ardennen relatief belangrijker. Het Franse deel van het stroomgebied droogt in de zomer namelijk altijd langzaam uit en de Maas moet het dan vooral hebben van regen die in de Ardennen valt.

 

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.21.51.png

Verloop van het aandeel Maaswater uit het Franse deel van het stroomgebied en de Ardennen gedurende het jaar
Verloop van het aandeel Maaswater uit het Franse deel van het stroomgebied en de Ardennen gedurende het jaar

Hoogwaterbericht: kleine hoogwatergolf in de Maas, Rijn licht verhoogd, beide op termijn weer dalend

Een extra bericht vanwege de stijgende waterstanden in vooral de Maas en iets mindere mate de Rijn.

Weersituatie in de stroomgebieden

Vanaf gistermiddag is er erg veel regen gevallen in een strook over de zuidelijke Ardennen, het noorden van Frankrijk en het aangrenzende deel van Duitsland. Lokaal viel meer dan 5 cm. De 7 tot 8 cm die eerder in de verwachting stond voor het zuiden van de Ardennen is voor zover ik na kon gaan niet bereikt, maar 5 cm is ook erg veel voor in de winter, zeker als het valt in een groot gebied.

De regenval hing samen met een klein lagedrukgebied dat over deze regio naar het oosten trok. Inmiddels is de zwaarste regenval verschoven naar Zuid Duitsland. In het gebied waar eerder de meeste regen viel wordt het de komende uren echter nog niet helemaal droog. Vannacht en ook morgen passeren er nog enkele buien die lokaal tot 1 cm regen kunnen brengen. Hogerop in de Middelgebergten gaat de neerslag al snel over in sneeuw. 

De vele regenval van vandaag levert nu snel stijgende afvoeren op in de zijrivieren van de Maas en de Rijn die in deze regio ontspringen. Het gaat dan om de Semois en Chiers die naar de Maas afwateren en om de Moezel, Saar en Sure die naar de Rijn afwateren. Meer naar het noorden vielen de regenhoeveelheden mee; bijvoorbeeld in het stroomgebied van de Vesdre, de Ambleve, de Ahr en de Roer, die afgelopen zomer zo zwaar werden getroffen, bleef het bij hooguit 2 cm. 

Als de buien in de loop van woensdag weg trekken naar het oosten, volgt donderdag een droge dag, waarna op vrijdag de buiigheid weer wat toeneemt. Ook dan valt de neerslag boven de 300 tot 400 m vooral als sneeuw, zodat de aanvoer naar de rivieren beperkt zal zijn. 

Zaterdag wordt het opnieuw een beetje spannend, want dan nadert weer een lagedrukgebiedje vanaf de Atlantische Oceaan, maar voor zover nu al bekend trekt dit over het noorden van Duitsland naar het oosten en er wordt voorlopig niet meer dan 1,5 tot 2 cm regen verwacht in de stroomgebieden. Het blijft ook dan op hoogte nog koud genoeg voor sneeuwval, dus voorlopig ziet het er naar uit dat de rivieren dan ook niet op veel extra water hoeven te rekenen. 

Vanaf zondag nestelt zich een hogedrukgebied boven het westen van Frankrijk en dat is dicht genoeg bij de stroomgebieden om neerslaggebieden op afstand te houden. Er lijkt dan een wat langere droge periode aan te breken, maar de verwachting is nog niet zo zeker, dus het zou ook weer natter kunnen worden. Tegen die tijd zijn de waterstanden echter al weer flink gedaald.

Maas stijgt woensdag naar ca 1200 m3/s

De Maas is sinds vanmorgen gaan stijgen en bereikt vanavond bij Maastricht de 1000 m3/s. Gedurende de nacht en vroege ochtend zet de stijging nog door en morgen rond het middaguur verwacht ik de hoogste afvoer. Op dit moment is er voldoende water onderweg voor een afvoer van ca 1100 tot 1200 m3/s, maar met de buien die vannacht nog vallen kan dat ook nog iets meer worden. Ik verwacht niet dat de 1500 m3/s wordt bereikt. 

Het meeste water is onderweg vanuit het zuiden van de Ardennen. Het water vanuit deze zijrivieren is wat langer onderweg en de hoogste stand in de Maas bij de Frans-Waalse grens wordt pas morgen aan het eind van de dag bereikt. Tegen de tijd dat dit water de Nederlandse grens bereikt is de afvoer vanuit de noordelijke Ardennen echter al weer aan het dalen, zodat de hoogste stand bij Maastricht al eerder op de dag valt.

De meest noordelijk gelegen beken, de Ambleve en de Vesdre, zijn nu zelfs al weer aan het dalen, maar dat kan vannacht nog wel weer omslaan als de buiigheid even toeneemt. Al met al verwacht ik de hoogste afvoer vanuit deze beken en de Ourthe rond morgenochtend, waarna ze langzaam gaan dalen.

De afvoeren die nu vanuit de verschillende beken onderweg is levert dan een hoogste afvoer op bij Maastricht van om en nabij de 1200 m3/s. Dit is een waarde die niet ongebruikelijk is voor de winter; ieder jaar wordt het gemiddeld twee keer bereikt.

Vanaf donderdag gaat de afvoer dan weer langzaam dalen. Eerst gaat dat nog niet zo snel, omdat er nog lang water onderweg is vanuit Frankrijk en het zuiden van de Ardennen. Op vrijdag zal de waterstand dan weer onder de 1000 m3/s zakken en zaterdag naar 750 tot 800 m3/s.

Zaterdag kan er opnieuw neerslag vallen. In de Ardenne zal dat deels als sneeuw zijn, maar het is niet uit te sluiten dat de afvoeren daarna weer even omhoog gaan. Op zondag zou dan de 1000 m3/s opnieuw even bereikt kunnen worden. Na zondag volgt dan een wat langdurigere daling.

Rijn stijgt bij Lobith naar ca 12,25 m +NAP

De Rijn is bij Lobith nu nog aan het dalen na een heel klein piekje, waarbij de stand gisteren steeg tot ca 11,3 m +NAP. Morgen daalt de stand nog iets naar net boven de 11 meter, maar aan het eind van de dag arriveert al het eerste water van de regenval van maandag en vandaag.

Vooral de Moezel stijgt snel en bereikt morgen bij Trier een hoge afvoer van ca 1750 m3/s. Dat is niet uitzonderlijk hoog, maar gisteren bedroeg de afvoer er nog maar iets meer dan 400 m3/s.  Zo'n snelle stijging is wel bijzonder, vooral ook omdat het alleen om regenwater ging, sneeuw die kon smelten was vanwege de hoge temperaturen rond nieuwjaar niet voorhanden. De Moezel lag dan ook precies in het gebied waar de meeste neerslag viel.

Deze snelle stijging beweegt zich in de komende 2 dagen door de Rijn in de richting van Nederland en zal op donderdag in de loop van de dag aankomen. De andere zijrivieren van de Rijn zijn niet of minder sterk gestegen. De Bovenrijn was juist iets aan het dalen, dus die levert geen extra bijdrage aan de stijging. Andere kleiner zijbeken zoals de Lahn, Sieg en Ruhr zijn wel iets gestegen, maar leveren ook een bescheiden extra bijdrage. Het is dus vooral Moezelwater dat de komende paar dagen voor een extra stijging gaat zorgen. 

Al met al verwacht ik dat de stand bij Lobith stijgt naar tussen de 12,2 tot 12,4 m +NAP op zaterdag 8/1. De afvoer bedraagt dan ongeveer 4.400 tot 4.700 m3/s. Bij een dergelijke afvoer overstromen juist de lagere delen van de uiterwaarden, voor zover ze niet achter een zomerkade liggen. Na zaterdag zet de daling dan weer in. Deze verloopt eerst nog niet zo snel en op maandag 10/1 wordt de 12 m weer onderschreden. 

De neerslaghoeveelheden in de rest van deze week zijn niet voldoende om veel extra water aan te voeren naar de Rijn. Mogelijk dat dat zaterdag verandert, als een regengebied wel voor uitgebreidere neerslag kan zorgen. Omdat hoger in de middelgebergten er vooral sneeuw wordt verwacht ga ik er vanuit dat dit op de Rijn niet veel invloed zal hebben. In de loop van de volgende week zal de waterstand dan ook blijven dalen en waarschijnlijk wordt in de tweede helft van die week ook de 11 m al weer onderschreden.

Een volgend bericht kunt u weer verwachten aanstaande zondag. Tenzij de situatie er aanleiding voor geeft en de waterstanden zich toch anders mochten ontwikkelen dan in mijn verwachting.

 

Vooral Maas kan komende dagen stijgen, Rijn volgt later

Vooral voor de Maas is de situatie voor de komende dagen er een om in de gaten te houden. Dinsdag trekt een uitdiepend lagedrukgebiedje over het noorden van Frankrijk naar het oosten en dat zorgt voor veel regen in de Ardennen. Vooral de Maas kan hierdoor flink stijgen naar een piek op woensdag of donderdag. De Rijn stijgt eerst nog naar een kleine piek op maandag en zal later in de week verder stijgen vanwege de regen die het lagedrukgebied in het stroomgebied van de Moezel brengt. In het waterbericht leest u meer gedetailleerd wat de rivieren de komende week te wachten staat.

Vanwege de wat uitgebreidere water-verwachting wordt de terugblik op de Maas over 2021 in de rubriek Water Inzicht een weekje uitgesteld. 

water van de week

Lagedrukgebied brengt vanaf maandagavond veel regen in de Ardennen en het noorden van Frankrijk

Vorige week schreef ik in mijn bericht al dat er een kans was dat een lagedrukgebied op 3 of 4/1 mogelijk flink wat neerslag zou gaan brengen in de stroomgebieden. De koers van dit weersysteem was toen echter nog onduidelijk. Gedurende de week gaven de weermodellen aan dat het lagedrukgebied over het noorden van Frankrijk naar het oosten zou trekken, maar leek het met de neerslaghoeveelheden nog wel mee te vallen.

Inmiddels zijn de verwachte neerslaghoeveelheden echter flink naar boven bijgesteld en is de situatie met name voor de Maas spannender geworden. Lokaal kan er in de Ardennen en de Eiffel op maandagavond en dinsdag overdag tot meer dan 6 cm regen vallen (zie kaart hieronder). Vooral de dinsdag regent het de hele dag gestaag door met neerslagintensiteiten die soms oplopen tot 3 of 4 mm/uur. 

Schermafbeelding 2022-01-02 om 12.44.31.png

Neerslagverwachting t/m dinsdag voor België en directe omgeing
Neerslagverwachting t/m dinsdag voor België en directe omgeing

De lucht wordt aangevoerd vanuit het zuidwesten en de meeste regen valt daarom tegen de zuidzijde van de Ardennen. In het stroomgebied van de Semois en Chiers kan zelfs meer dan 8 cm regen vallen. Voor de winter zijn dit erg grote hoeveelheden en dit zal daarom leiden tot een flinke stijging van de Maasafvoer. Eerder schreef ik via Twitter dat 750 m3/s mogelijk zou zijn, maar als er inderdaad zoveel regen valt, zal het daar zeker boven komen. 

In het stroomgebied van de Rijn krijgen vooral de Vogezen en de Eiffel met veel neerslag te maken, waardoor met name de Moezel flink zal stijgen. Verder naar het zuiden in Duitsland en de Alpen wordt nu niet zoveel regen meer verwacht en de Bovenrijn zal daarom nog maar nauwelijks stijgen als gevolg van de regen die het lagedrukgebied brengt.

Woensdag 5/1 is het lagedrukgebied al weer over Duitsland weggetrokken en nadert vanuit het westen een rug van hogedruk. De wind draait wat meer naar westelijke tot noordwestelijke richtingen en daarmee worden nog enkele buien aangevoerd. De regenhoeveelheden blijven dan beperkt tot enkele millimeters.

De rug van hogedruk trekt ook snel verder en vanaf vrijdag 7/1 naderen nieuwe neerslagzones vanuit het westen. Deze horen bij een groot lagedrukgebied dat vanaf de Atlantische Oceaan naar de noordelijke Noordzee trekt. Van vrijdag t/m zondag bepaalt dit lagedrukgebied het weer in de stroomgebieden en er wordt opnieuw aardig wat neerslag verwacht, maar een uitschieter zoals dinsdag in de Ardennen zit daar niet bij. 

De lucht die mee wordt gevoerd is dan een stuk koeler en daarom zal de neerslag in de Middelgebergten, boven de 200 tot 300 m, vooral als sneeuw vallen. De aanvoer van water naar de rivieren zal daarom flink minder zijn dan aanstaande maandag en dinsdag.

Het lagedrukgebied boven de noordelijke Noordzee lost volgens de weermodellen na het komend weekend langzaam op en vanaf maandag 10/1 is de kans groot dat hogedrukgebieden meer invloed op ons weer gaan krijgen. Nog niet duidelijk is of de hogedruk ten noorden van ons komt te liggen, waardoor de wind meer oostelijk zal worden of dat het hogedrukgebied zich boven Midden Europa nestelt en de wind zuidwestelijk blijft. In beide gevallen ziet het er echter naar uit dat de kans op neerslag sterk afneemt en een drogere periode aanbreekt. 

Samengevat: maandag en dinsdag wordt veel regen verwacht in de Ardennen en aangrenzende delen van Frankrijk en Duitsland. Dit kan voor een sterke stijging van de Maasafvoer zorgen. De Rijn volgt later, maar stijgt minder snel en hoog. Vanaf woensdag 5/1 wordt het een paar dagen droog, maar vanaf vrijdag 7 t/m zondag 9/1 staat nieuwe neerslag op het programma. Dat zal in de Middelgebergten vooral sneeuw zijn, zodat de kans op een verdere stijging van de rivierafvoeren klein is. Na het komend weekend wordt het waarschijnlijk ook een wat langere periode droog en neemt de kans op hoogwater verder af.

Rijn stijgt eerst naar piekje van ca 11,3 m, later in de week naar ca 11,6 m 

De Rijn is al enkele dagen aan het stijgen vanwege de neerslag die na de kerstdagen is gevallen. Op dit moment is de stijging vooral afkomstig van water uit de Moezel en vanaf morgen arriveert ook het extra water uit de Bovenrijn. De hoogste stand verwacht ik morgen rond het middaguur met een stand bij Lobith van ca 11,25 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 3.700 m3/s. 

Terwijl de aanvoer vanuit de Bovenrijn de komende dagen langzaam toeneemt, neemt die vanuit de Moezel weer langzaam af en omdat de daling van de Moezel gaandeweg wat versnelt, zal de waterstand bij Lobith vanaf maandagmiddag ook weer iets gaan dalen. Veel zal dat niet zijn, want dinsdag valt er veel regen in het midden van Duitsland en het eerste water daarvan kan al op woensdag bij Lobith aankomen. 

De waterstand bij Lobith zal dan nog steeds boven de 11 m staan en gaat daarna weer wat omhoog. Nu zijn de rollen in Duitsland echter omgekeerd: de Moezel gaat vanaf woensdag flink stijgen, maar de aanvoer vanuit de Bovenrijn neemt dan juist weer wat af, wat de stijging deels compenseert. Ik verwachtechter dat de Moezel sterker zal stijgen en daardoor zal vanaf donderdag ook bij Lobith de waterstand weer verder en sneller omhoog gaan. 

De verwachting is dat de neerslag op dinsdag en woensdag in het zuiden van Duitsland en Zwitserland beperkt blijft en daarom zal de Bovenrijn dit maal niet of maar weinig stijgen. De hoogste stand bij Lobith wordt daarom vooral bepaald door de extra aanvoer vanuit de Moezel en enkele kleinere zijrivieren die vanaf Koblenz in de Rijn uitmonden. 

De hoogste stand bij Lobith verwacht ik op vrijdag 7 of zaterdag 8/1. Op grond van de huidige neerslagverwachtingen is een stand mogelijk tussen de 11,5 en 11,75 m+NAP en de afvoer bedraagt dan ongeveer 4.000 m3/s. De neerslag moet echter nog vallen, dus is deze verwachting nog met een slag om de arm. Zodra woensdag duidelijk is hoeveel regen er gevallen is, is een nauwkeurigere verwachting mogelijk.

Na het passeren van de piek op 7 of 8/1 gaat de waterstand bij Lobith waarschijnlijk weer omlaag. In het weekend van 8 en 9/1 wordt nog wel nieuwe neerslag verwacht, maar dat zal in de Middelgebergten vooral sneeuw zijn en daardoor zal er dan weinig extra water beschikbaar komen voor de Rijn. Daarbij ziet het er naar uit dat vanaf 10/1 het een wat langere periode droog wordt, waardoor de waterstanden ook wat langer kunnen gaan dalen. Zoals het er nu naar uitziet zal de waterstand in de week vanaf 10/1 daarom weer dalen naar eerst 11 m en later 10,5 m.

Maas stijgt tot boven de 1000 m3/s, mogelijk tot 1500 m3/s.

De intensieve regenval op dinsdag zal voor een flinke stijging zorgen in de Maas. De afvoer bedraagt op dit moment bij Maastricht ca 450 m3/s. Morgen daalt de afvoer nog iets, maar vanaf maandagavond al zet dan een nieuwe stijging in. De hoeveelheid regen die verwacht wordt is voldoende voor een stijging tot boven de 1000 m3/s.

De meeste regen valt aan de zuidkant van de Ardennen en via de Semois, Chiers en Viroin wordt dit water afgevoerd naar de Maas. Uit deze zijrivieren is het water wat langer onderweg dan vanuit de meer noordelijk gelegen Ourthe en Sambre: vanuit de Semois ongeveer 1 dag en vanuit de Chiers 1,5 dag. De snelle stijging verwacht ik daarom pas op dinsdag. Met name de vrij hoge neerslagintensiteit gedurende een deel van de dinsdag zal voor een snelle toename van de afvoer zorgen. In de rest van de Ardennen kan vooral op dinsdag ook flink wat regen vallen, waardoor de Ourthe en Sambre later ook gaan stijgen. 

Alles bij elkaar kan de neerslag voor circa 750 tot misschien wel 1000 m3/s extra water zorgen in de Maas. Bovenop de huidige 450 m3/s is dan 1200 tot 1500 m3/s mogelijk. Een dergelijke afvoer komt jaarlijks gemiddeld één of twee keer voor en is voldoende om lagere delen van de Maas-uiterwaarden te laten overstromen. Ter vergelijking de hoogste afvoer tijdens het zomerhoogwater bedroeg meer dan 3000 m3/s. 

De regen moet nog wel gaan vallen, dus is deze verwachting nog onder voorbehoud. Als duidelijk is hoeveel regen er gevallen is, dan is een meer nauwkeurige verwachting mogelijk. De hoogste stand verwacht ik op woensdag aan het eind van de dag of op donderdag.

Vanaf donderdag zal de afvoer weer gaan dalen. Op vrijdag wordt wel weer neerslag verwacht, maar dat zal in de Ardennen hoofdzakelijk sneeuw zijn. De bijdrage aan de Maasafvoer van deze neerslag is daarom lang niet zo groot als tijdens de regenval op dinsdag. Een nieuwe stijging na vrijdag is daarom niet te verwachten en waarschijnlijk zet de daling ook in het weekend door, of stabiliseert de afvoer begin volgende week enige dagen rond de 750 m3/s. 

Samengevat is er na intensieve regenval op dinsdag een kleine hoogwatergolf mogelijk in de Maas op woensdag of donderdag met een afvoer tussen de 1000 en mogelijk 1500 m3/s. Vanaf donderdag weer een dalende afvoer. Neerslag in het weekend zal vooral als sneeuw vallen en daarom is de kans op een nieuwe stijging in het weekend klein. Na het weekend wordt het waarschijnlijk langere tijd droog en zullen de afvoeren verder dalen.

Een volgend bericht kunt u al dinsdag of woensdag aanstaande verwachten als meer bekend is over de neerslag in met name het stroomgebied van de Maas.

 

Nattere periode, en bij de Rijn ook smeltwater, zorgen voor stijging waterstanden

De waterstanden van Rijn en Maas gaan de komende week stijgen naar een licht verhoogde stand. Een lagedrukgebied trekt de komende dagen dicht langs Nederland en voert erg zachte lucht aan en neerslagzones die in de stroomgebieden flink wat regen brengen. Bij de Rijn komt ook wat smeltwater mee en dat zorgt voor een stijging tot ca 11 m+NAP in het begin van 2022. Bij de Maas is de stijging relatief wat minder groot. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende week.

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op het jaarverloop van de Rijn. Er waren twee hoogwatergolven, maar hoe verliep de rest van het jaar. De Maas volgt in het komende bericht.

water van de week

Lagedrukgebieden komen dichterbij

Twee weken geleden zag het er nog naar uit dat hogedrukgebieden langdurig het weer zouden bepalen en dat de waterstanden de laatste weken van het jaar aan de lage kant zouden blijven. Het hogedrukgebied trok zich echter steeds meer terug en nadat Nederland en omgeving de afgelopen week precies in een zogenaamd zadelgebied lagen waar de weersystemen moeilijk in door konden dringen, is er nu toch ruimte ontstaan voor enkele lagedrukgebieden om het heft in handen te nemen.

We kunnen nog niet echt spreken van een westelijke circulatie die vanaf de Oceaan het ene na het andere lagedrukgebied aanvoert, maar de depressie-activiteit neemt de komende tijd wel toe en enkele lagedrukgebieden weten tot onze omgeving door te dringen. Opvallend is nog wel dat ze niet veel verder komen dan Denemarken of de Oostzee en dan langzaam oplossen. 

Dinsdag nadert het voorlopig meest actieve lagedrukgebied over het zuiden van de Britse Eilanden en dit trekt dan net ten noorden van Nederland langs naar Denemarken. Aan de zuidzijde beweegt een regengebied mee dat overal in de stroomgebieden zo'n 2 tot 3 cm regen brengt en in de hogere Middelgebergten (Vogezen en Zwarte Woud) tot ca 5 cm. Ook gaat de temperatuur flink omhoog en in de Alpen valt tot op een hoogte van 2 of zelfs 2,5 kilometer regen.

De sneeuw die nu nog boven de ca 1000 meter in de Vogezen, Jura en het Zwarte Woud ligt zal volledig smelten en ook aan de voet van de Alpen trek de sneeuwgrens een flink stuk omhoog. Regen- en smeltwater leveren samen een flinke piek op in de Bovenrijn die daar rond de jaarwisseling de hoogste stand zal bereiken en dan een dag of 4 later in Nederland aankomt. In het stroomgebied van de Maas ligt geen sneeuw meer en de aanwas van water zal daar minder zijn.

Als het lagedrukgebied is weggetrokken kan een hogedrukgebied zich vanaf Spanje uitbreiden tot over Centraal Europa. Na de regenval op dinsdag 28 en woensdag 29/12 zorgt dit voor vier drogere dagen in de stroomgebieden en in die tijd neemt de aanvoer naar de rivieren weer flink af. 

Vanaf 2 januari beweegt het hogedrukgebied naar het oosten en kunnen nieuwe lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan dichterbij komen. Op 3 en 4 januari wordt dan opnieuw flink wat neerslag verwacht in de stroomgebieden en dit zou voor een nieuwe stijging kunnen zorgen in de dagen daarna. Deze verwachting is echter nog onzeker, omdat de koers van de lagedrukgebieden nog onduidelijk is.

Een van de scenario's lijkt veel op dat van de afgelopen week en dan zou er opnieuw aardig wat regen kunnen vallen, maar er is een scenario dat de lagedrukgebieden een zuidelijkere koers kunnen gaan volgen richting de Middellandse Zee en in dat geval stroomt er koudere lucht vanuit het noorden naar de stroomgebieden en zal de neerslag veel meer als sneeuw gaan vallen. In die situatie zullen de rivieren minder water te verwerken krijgen en blijft een eventuele stijging ook beperkt.

Samengevat de komende week eerst een paar natte dagen en stijgende standen, vooral in de Rijn. Vanaf donderdag 30/12 een aantal droge dagen, waardoor de waterstanden weer zullen dalen. Vanaf 3 januari weer kans op nieuwe neerslag, maar het is nu nog onduidelijk of dat regen zal zijn, of dat er dan vooral sneeuw gaat vallen in de stroomgebieden.

Rijn stijgt naar ca 11 m +NAP (ca 3.500 m3/s) rond 5 januari

De Rijn is na een klein golfje in de eerste week van december al weer twee weken flink gedaald en de afvoer bedraagt nu nog zo'n 1400 m3/s, wat ca 1000 minder is dan het langjarig gemiddelde. De waterstand bij Lobith is tot iets boven de 8 m +NAP gedaald, ruim 1,5 m onder het langjarig gemiddelde.

Vandaag verandert de stand niet veel meer en vanaf morgen begint dan een wat langere stijging, die uitmondt in een piekje op waarschijnlijk 4 of 5 januari. Morgen trekt het regengebied eerst over het westen van het stroomgebied en woensdag staan dan het zuiden van Duitsland en de Alpen op het programma. 

De regen die in het midden van Duitsland valt zorgt voor een stijging van de kleinere zijrivieren van de Rijn die daar ontspringen en van de Moezel. De hoogste afvoeren worden daar op 30 en 31 december verwacht en dit water zal ook het eerste bij Lobith aankomen. In de loop van dinsdag 28/12 gaat de afvoer bij Lobith al langzaam stijgen en vanaf de 30e neemt de stijgsnelheid toe als het water uit meerdere zijrivieren ons bereikt. 

Op 30/12 verwacht ik dat de 9 m +NAP (1950 m3/s) wordt overschreden en op 1/1 de 10 m (2650 m3/s). Op 2/1 passeert dan de piek uit de Moezel, waar de stand bij Lobith zal zijn opgelopen tot ca 10,25 m.  Dit is echter nog niet de hoogste stand, want de hoogwatergolf vanuit de Bovenrijn komt er een paar dagen achteraan. Deze passeert op 31/12 bij Mannheim en is dan nog 2 tot 3 dagen onderweg voordat hij bij Koblenz bij de monding van de Moezel aankomt. Tegen die tijd is de Moezel al weer wat een paar dagen aan het dalen, maar de aanvoer vanuit de Bovenrijn is groot genoeg om deze daling te compenseren. 

Op 3 en 4 januari stijgt de Rijn bij Lobith daarom langzaam verder en ik verwacht dat op 4 januari de 11 m wordt overschreden. De afvoer bedraagt dan ongeveer 3.400 m3/s. Waarschijnlijk stijgt de stand dan nog iets eerder tot op 5/1 de hoogste waarde wordt bereikt tussen de 11 en 11,5 m +NAP  (afvoer 3.400 tot 3.800 m3/s). Bij een dergelijke afvoer overstromen de lager edelen van de uiterwaarden, voor zover ze niet achter zomerkades liggen. 

De regen van deze golf moet nog vallen dus de verwachte waterstanden zijn een eerst inschatting op grond van de neerslaghoeveelheden die nu worden berekend. Mocht het uiteindelijk meevallen, dan kan de stand ook onder de 11 m blijven steken. Een veel hogere stand dan 11,5 is onwaarschijnlijk, daarvoor zou er nog veel meer regen moeten vallen, of meer smeltwater beschikbaar moeten komen. Over een dag of 2 tot 3, als de regen gevallen is de zijrivieren gaan stijgen, is meer te zeggen over de uiteindelijke hoogte van dit watergolfje.

Omdat het van 30/12 tot 3/1 vrijwel droog blijft in het stroomgebied, zal de stand na de piek op 4 of 5 januari eerst ook weer een aantal dagen gaan dalen. Als er in die tijd inderdaad opnieuw regen gaat vallen in het stroomgebied, dan zal dat geen grote daling zijn. Van regen die op 4 en 5 januari valt kan het water vanuit de zijrivieren in Midden Duitsland namelijk al weer vanaf 6 januari aankomen.  

In een volgend waterbericht, op 2/1 is er meer duidelijk over de ontwikkelingen in de Rijn vanaf 5/1. Mocht er al eerder duidelijkheid zijn, dan zal ik een Twitterberichtje sturen. dat verschijnt dan tevens in de rechterkolom op de website. 

Maas stijgt naar ca 500 m3/s 

Het stroomgebied van de Maas krijgt vanaf dinsdag ook met regen te maken en er valt voldoende voor een lichte stijging van de afvoer. Op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht iets meer dan 200 m3/s en dat is slechts de helft van het langjarig gemiddelde. 

Als het morgen gaat regen, kan de afvoer al in de loop van de dag gaan stijgen. Smeltwater is er niet en de neerslaghoeveelheden zijn ook wat kleiner dan in bij de Rijn. Op dinsdag en woensdag valt er in totaal ongeveer 2 tot 2,5 cm regen in de Ardennen en dat is voldoende voor een stijging tot tussen de 500 en 600 m3/s. Deze hoogste stand zal waarschijnlijk op 30/12 worden bereikt, maar mocht er op donderdag ook nog wat regen vallen, dan kan het ook de 31e worden.

Vanaf de 30e blijft het een viertal dagen droog en rond de jaarwisseling zal de afvoer weer langzaam dalen. Vanaf 3 januari nadert dan mogelijk een nieuw regengebied en ook de 4e zou nat kunnen verlopen, waardoor de afvoeren vanaf 4 of 5 januari weer kunnen gaan stijgen. Op dit moment is echter nog niet duidelijk welke koers de lagedrukgebieden gaan die de neerslag zouden moten brengen. Het zou ook kunnen dat het begin januari weer kouder wordt en de meeste neerslag in de Ardennen als sneeuw gaat vallen. Volgende week zal meer duidelijk zijn over de ontwikkelingen in die periode.

Water inzicht

Jaarverloop Rijn 2021

Het jaar 2021 zal de geschiedenis ingaan als het jaar met het hoogste juli-hoogwater sinds het begin van de metingen in 2021. De situatie was niet zo uitzonderlijk als bij de Maas, want de afvoer kwam in 2021 maar weinig hoger dan tijdens een eerder zomerhoogwater in 1980. In het bericht van vorige week liet ik een grafiek zien van het jaarverloop waarin de piek goed te zien was. 

Deze week ga ik nog iets verder in op het verloop van 2021. De gemiddelde afvoer over het hele jaar bedroeg ongeveer 2200 m3/s en dat is vrijwel precies het langjarig gemiddelde van de hele meetreeks vanaf 2021.  De verdeling van het water over de verschillende maanden van het jaar was echter niet zo gelijkmatig verdeeld (zie figuur hieronder). Er waren slechts 3 maanden met een hoger dan gemiddelde afvoer, 2 maanden verliepen ongeveer gemiddeld en in de overige 7 maanden was de afvoer lager dan gemiddeld. 

Schermafbeelding 2021-12-27 om 15.15.02.png

Gemiddelde maandafvoeren van de Rijn in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)
Gemiddelde maandafvoeren van de Rijn in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)

De grootste afwijking naar boven trad op in februari en juli, dankzij de hoogwaters die in deze maand vielen. Buiten deze hoogwaters om was alleen augustus hoger dan gemiddeld. Augustus was een maand met vrij veel buien, maar ook werd in die maand nog vrij veel water afgevoerd van het hoogwater in juli, dat nog steeds onderweg was. In mei en juni was de afvoer ongeveer gemiddeld, mede dankzij relatief veel smeltwater uit de Alpen.

Opvallend was dat de 3 zomermaanden samen met ca 2870 m3/s een hogere afvoer hadden dan de 3 wintermaanden in de voorafgaande winter (2.790 m3/s). Dat klinkt trouwens uitzonderlijker dan het is, want bij de Rijn gebeurt dit ongeveer eens in de 4 tot 5 jaar. 

Buiten de maand februari en de 3 zomermaanden was het relatief droog in het stroomgebied en na een aantal weken droog weer zakte de afvoer soms tot circa 50% van de gemiddelde waarde. Dit was het geval in april en in oktober en november. Droogte in het voorjaar past in de trend van de laatste 10 tot 15 jaar waarin met name april steeds verder is opgedroogd. Droogte in het najaar is van alle tijden en komt zo eens in de 3 tot 4 jaar voor. 

Als droogte in het najaar volgt op een ook al droge zomer dan kunnen de afvoeren relatief ver weg zakken, maar dat gebeurde dit jaar niet. De zomer verliep immers erg nat en dankzij de bufferwerking in het stroomgebied zakte de afvoer zelfs na 3 vrij droge maanden nog niet zo ver weg. Dit is ook goed te zien in de volgende figuur waarin de afvoergegevens van Lobith gegroepeerd in klassen van 250 m3/s (bij de hogere afvoeren meer). Onder iedere klasse is ook de bijbehorende waterstand weergegeven.

Schermafbeelding 2021-12-27 om 14.58.01.png

Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeks, in rood die van 2021. Duidelijk is te zien dat met name de klasse tussen 1000 en 1250 m3/s sterk oververtegenwoordigd is. De nog extremere klasse met afvoeren < 1.000 m3/s kwam echter helemaal niet voor. Het is aan de natte zomer te danken dat de afvoer in het najaar niet tot onder deze waarde daalde. Normaal gebeurt dat op ongeveer 20 dagen ,maar nu dus helemaal niet.

Bij de andere klassen zijn de afwijkingen minder groot. Bij de klassen rondom de gemiddelde afvoer (tussen 1250 en 3500 m3/s) zijn de afwijkingen nogal wisselend, soms een dag of 10 meer en in de klasse ernaast dan weer 10 minder. Pas bij de hogere afvoeren (>3.500 m3/s) valt op dat deze ondervertegenwoordigd zijn. De op een na hoogste klasse (van 6000 - 7500 m3/s) is dankzij de 2 hoogwatergolven weer duidelijk oververtegenwoordigd. Nog hogere afvoeren (>7500 m3/s) kwamen dit jaar niet voor. 

Tenslotte nog een overzicht van de herkomst van het Rijnwater. In de figuur hieronder is voor de belangrijkste deelstroomgebieden van de Rijn aangegeven hoeveel afvoer zij hebben geleverd aan de Rijn. De zwarte lijn geeft de afvoer bij Lobith aan en de gekleurde vlakken de bijdrage uit de deelstroomgebieden. Het resterende vlak tussen de vlakken en de Rijn bij Lobith is de aanvoer vanuit de vele tientallen kleinere zijrivieren.

Schermafbeelding 2021-12-27 om 17.26.13.png

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de afvoer bij Lobith in 2021.
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de afvoer bij Lobith in 2021.

Het blauwe vlak is de afvoer die bij Basel vanuit Zwitserland Duitsland in stroomt. Het hele jaar door komt daar veel water vandaan, ook al neemt Zwitserland slechts ca 25% van het areaal van het hele stroomgebied in. Het smeltwater van de sneeuw  uit de Alpen is vooral in de periode vanaf 1 mei t/m eind juli een belangrijke bron. Het moment dat het smelten begint is ook goed te zien dit jaar als rond 1 mei het aandeel water vanuit Zwitserland plotseling begint te stijgen. 

Het grote aandeel vanuit Zwitserland in de zomermaanden is echter lang niet alleen smeltwater. In de zomer regent het in de Alpen ook relatief veel en de zware buien die er vallen zorgen voor veel water. In het najaar als de buiigheid afneemt en het smeltwater op is, is de afvoer vanuit Zwitserland veel kleiner, maar omdat de aanvoer vanuit het Duitse en Franse deel van het stroomgebied dan ook klein is, is ook dan procentueel toch nog veel wat er uit Zwitserland afkomstig is.

In de figuur hieronder is het percentage van de afvoer in de Bovenrijn weergegeven dat vanuit Zwitserland afkomstig is en in de tweede grafiek wat via de Moezel wordt aangevoerd. Het laat goed zien hoe belangrijk het water vanuit Zwitserland voor de Rijn is. Alleen in de wintermaanden is het aandeel ongeveer in evenwicht met het areaal dat Zwitserland uitmaakt van het stroomgebied. In de zomermaanden is zelfs bijna vier vijfde deel daar vandaan afkomstig.

Schermafbeelding 2021-12-27 om 17.32.23.png

Percentage van het Rijnwater afkomstig uit Zwitserland.
Percentage van het Rijnwater afkomstig uit Zwitserland.

Schermafbeelding 2021-12-27 om 17.32.07.png

Percentage van het Rijnwater afkomstig uit de Moezel.
Percentage van het Rijnwater afkomstig uit de Moezel.

In de grafiek van de Zwitserse Rijn is er een dip zichtbaar midden in de zomer. Dit is het moment van het hoge water in Duitsland. Bij de Moezel is dat herkenbaar aan de hoge piek, maar rond die tijd waren er nog vel meer zijrivieren in Midden Duitsland die enige tijd veel water aanleverden, waardoor het water vanuit Zwitserland even wat meer naar de achtergrond werd gedrongen. 

Abonneren op