Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Droog weer houdt aan, langdurig dalende waterstanden
Hogedrukgebieden houden voorlopig het weer in onze omgeving in hun greep en de kans is groot dat er tot eind januari geen neerslag meer valt in de stroomgebieden. Na de kleine golfjes die de afgelopen week in zowel de Rijn als de Maas passeerden, wacht de rivieren daarom een langdurige daling: de Rijn zakt op termijn weer tot onder de 8 m de Maas onder de 250 m³/s. In het waterbericht leest u de details. Deze week nog een week zonder de rubriek water Inzicht.
Water van de week
Lagedrukgebieden gaan voorlopig om de stroomgebieden heen.
Het is een bekend fenomeen dat hogedrukgebieden vaak een lange adem hebben en veel langdurige droge perioden uit het verleden hangen samen met hogedrukgebieden die van geen wijken wisten. Recent was dat nog het geval in het voorjaar van 2025 toen er in maart zelfs helemaal geen regen viel en de waterstanden in de rivieren daalden naar voor de lente erg lage waarden. In de zomer en het begin van het najaar van 2025 bleven hogedrukgebieden op wat grotere afstand en brachten lagedrukgebieden voldoende regen om de rivieren weer naar een gemiddeld niveau terug te laten veren.
Maar vanaf december zijn het weer vooral de hogedrukgebieden die het weer in onze omgeving bepalen. Bij voorkeur liggen ze boven Zuidoost- en Oost-Europa. Dat lijkt ver weg, maar hun invloed reikt tot over onze omgeving en lagedrukgebieden, die er volop zijn op de Atlantische Oceaan, lukt het niet om verder oostelijk door te dringen dan de Britse eilanden.
Begin januari was een korte uitzondering toen hoge druk even naar het westen verschoof, zodat we met een noordwestelijke stroming te maken kregen en sneeuwbuien onze regio konden bereiken. Inmiddels vinden we de hogedruk weer op zijn vertrouwde plaats boven het oosten van Europa en het ziet er naar uit dat dat de komende twee weken niet of nauwelijks gaat veranderen. In de weerkaarten in de figuur hieronder is de verwachte luchtdrukverdeling weergegeven voor vandaag, over 4 dagen, over 7 dagen en over 10 dagen.
Luchtdruk januari 2026.jpg

Op dit moment ligt de kern van de hogedruk in de buurt van Kiev en vinden we het dichtstbijzijnde lagedrukgebied ergens ten zuiden van IJsland. Over onze omgeving en de stroomgebieden staat een zuid- tot zuidoostelijke stroming, die nu nog relatief zachte lucht aanvoert vanuit het Middellandse zeegebied. De komende dagen verschuift het hogedrukgebied wat naar het noorden en dringt een lagedrukgebied op vanaf de oceaan tot bij Ierland; zoals het tweede kaartje rechtsboven laat zien.
De stroming verschuift wat naar het oosten waardoor koudere lucht onze omgeving kan bereiken. Over een week -dat is het kaartje linksonder- is het lagedrukgebied over Frankrijk naar het Middellandse zeegebied geschoven terwijl het hogedrukgebied nog steeds boven Oost Europa ligt. De aanvoerrichting van de lucht naar onze omgeving is nog steeds vanuit het zuidoosten en het blijft dan nog aan de koele kant.
Er zijn berichten dat het mogelijk veel kouder gaat worden maar op grond van deze weerkaart is dat niet de verwachting. Daarvoor zou het hogedrukgebied boven Finland moeten blijven liggen zodat er met een oostelijke wind veel koudere lucht uit het noorden van Rusland aangevoerd zou kunnen worden. Volgens deze verwachting van het Europese weermodel ziet het daar echter niet naar uit en blijft de route voor lucht van Siberië voor ons geblokkeerd. Omdat het een verwachting is, kan dit uiteraard nog veranderen.
Wel vrijwel zeker is dat het lagedrukgebied onder ons doorschuift en de neerslag die ermee samenhangt kan daardoor onze omgeving en ook de stroomgebieden niet bereiken. In het laatste kaartje rechtsonder zien we hoe de situatie daarna evolueert. Zodra het lagedrukgebied boven de Middellandse Zee verder naar het zuiden is geschoven breidt het hogedrukgebied zich tot over West- Europa uit. De stroomgebieden liggen er dan precies onder en een nieuw lagedrukgebied boven dat Atlantische Oceaan komt er niet aan te pas.
Dit is de situatie voor 28 januari en ook als we de verwachting van het Europese weermodel voor de dagen daaran mogen geloven. dan houdt dit hogedrukgebied ook daarna nog wel enige tijd aan. Volgende lagedrukgebieden, die vanaf de begin februari worden verwacht, blijven dan deze dezelfde zuidoostelijke koers volgen, waardoor het ook dan nog droog blijft in de stroomgebieden.
Neerslag komende 10 dagen.jpg

De kaart hierboven laat de verwachte neerslaghoeveelheden zien voor de komende 10 dagen. Zowel het stroomgebied van de Rijn als de Maas blijven daarin helemaal droog en ook de verwachting voor de komende 15 dagen (niet afgebeeld) laat precies hetzelfde beeld zien. Regen valt er wel in een brede strook over het zuidwesten van Europa in de baan die de lagedrukgebieden volgen. Vooral in de landen rond de Middellandse Zee kunnen deze lagedrukgebieden de komende week erg veel regen gaan brengen, met lokaal overlast tot gevolg.
De enige mogelijkheid dat er de komende tijd in de stroomgebieden nog wel regen valt, is er als het lagedrukgebied dat op 24 en 25 januari over Frankrijk trekt (zie de eerste figuur), toch iets noordelijke uit zou komen. De weermodellen lieten dat eerder deze week nog wel zien als mogelijkheid, maar in de laatste verwachtingen is dat weer van de baan. In mijn waterverwachting ga ik er daarom vanuit dat het de komende 10 tot 14 dagen droog blijft.
Rijn zet een langdurige daling in tot onder de 8 m.
De afgelopen week verliep erg warm voor de tijd van het jaar en de sneeuw die in de eerste week van januari was gevallen is op de meeste plaatsen weer gesmolten. Pas boven de 800 m in het Sauerland en boven de 1000 m in de Vogezen en het Zwarte Woud heeft wat sneeuw de dooi overleefd. En uiteraard in de Alpen, maar daar dooit de sneeuw hogerop zelden weg in de winter. Bij deze dooiperiode kwam er vrijwel geen regen aan te pas en in zo’n situatie smelt de sneeuw geleidelijk weg.
We zien dat terug in een geleidelijke stijging van de waterstand van de Rijn tihdens de afgelopen week; naar ca 9,3 m NAP op zaterdag. Als de sneeuw was gesmolten in combinatie met regen, dan was de waterstand verder gestegen. Dan smelt de sneeuw namelijk in 1 of 2 dagen en samen met de regen had dat deze week dan voor een hoogwatergolfje gezorgd. Geen groot hoogwater, maar een waterstand van tussen de 11,5 tot 12 m was dan wel mogelijk geweest, bij een afvoer tussen 4.000 en 5.000 m3/s.
Nu bleef het bij een stand van 9,3 m en een afvoer van 2.300 m3/s. Inmiddels is de hoogste stand achter de rug en omdat de sneeuw gesmolten is in het stroomgebied en er de komende twee weken vrijwel geen regen wordt verwacht, gaat de waterstand fors dalen. Eerst een paar dagen met ca 10 cm per dag, daarna enige tijd met 15 cm per dag en tegen het eind van de maand weer afnemend tot 10 en later 5 cm per dag. Op dinsdag 20/1 verwacht ik dat de waterstand weer onder de 9 m NAP zakt (afvoer 2.000 m3/s) en op zaterdag 24/2 onder de 8,5 m NAP (afvoer 1.600 m3/s). Tegen het eind van de maand, rond 30/1 verwacht ik dat ook de 8 m NAP (afvoer 1.350 m3/s) wordt onderschreden en waarschijnlijk zet de daling ook in de eerste dagen van februari nog door.
Voor de tijd van het jaar zijn dit lage afvoeren want het langjarig gemiddelde bedraagt medio januari zo tussen de 2.700 en 3.000 m³/s. Daar hoort dan een waterstand bij van ongeveer 10 meter; wat dus betekent dat het piekje dat deze week passeerde, zelfs nog 70 cm lager was.
Maas daalt de hele komende week en ook in de week daarna.
De sneeuw die aan het begin van de week nog in de Ardennen lag is inmiddels helemaal gesmolten en dat leverde de Maas de afgelopen week steeds een paar honderd m³/s extra op tot bij Maastricht een afvoer tussen de 500 en 600 m³/s. Vorige week verwachtte ik nog dat er ook regen zou vallen in deze week en dan zou de afvoer hoger zijn uitgevallen dan nu het geval was. Dan zou de sneeuw namelijk sneller zijn gesmolten en in combinatie met het regenwater had dan een afvoer van 1000 m³/s of meer mogelijk geweest. Maar nu kwam het allemaal wat geleidelijker en bleef een hogere afvoer uit.
Nu alle sneeuw weg is en er de komende 10 dagen geen regen wordt verwacht gaat de afvoer gestaag verder dalen. Ik verwacht dat deze gemiddeld dagelijks met zo'n 25 m³ afneemt en dat betekent dat aan het eind van de week de afvoer weer onder de 300 m³/s zal zijn gedaald. Ook na het volgend weekend zet de daling door maar dan wat trager en omdat het voorlopig droog blijft, verwacht ik een daling tot aan het eind van de maand; bij een afvoer die dan zo rond de 200 m³/s zal zijn uitgekomen. Een nieuwe stijging is voorlopig niet in zicht.
Zacht weer met niet al te veel regen; licht stijgende waterstanden
Na een enerverende weerweek staat ons deze week een minder dynamisch weerbeeld te wachten. De eerste dooigolf van afgelopen vrijdag heeft de rivieren al wat laten stijgen en ook de tweede dooiaanval, die maandag 12/1 de stroomgebieden bereikt, zorgt voor extra water voor de rivieren. Tot grotere hoogwaters zal het niet komen, daarvoor zijn de neerslaghoeveelheden te klein. In het waterbericht leest u de details.
De rubriek water Inzicht ontbreekt deze week.
Water van de week
Veel zachter weer, maar niet heel veel regen.
Vandaag is de laatste dag van een koude periode die ongeveer 3 weken heeft geduurd. De afgelopen jaren was het wel vaker aan de koude kant, maar een zo lange periode van kouder weer is een weerfenomeen dat de laatste decennia steeds zeldzamer is geworden. Net als bij veel koudeperioden in het verleden was het aanvankelijk erg droog, maar de laatste week veranderde dat door flink wat sneeuwval. Deze hing samen met een noordwestelijke stroming waarin veel sneeuwbuien van over de Noordzee werden aangevoerd. Deze drongen niet heel ver het stroomgebied binnen en daardoor kon het gebeuren dat er op de Veluwe meer sneeuw lag dan in de Ardennen en het Zwarte Woud.
Afgelopen donderdag hadden we te maken met een bijzonder weersverschijnsel toen een klein lagedrukgebied van west naar oost over Nederland trok. Vóór het lagedrukgebied uit werd met een zuidelijke stroming zachtere lucht aangevoerd, waarin het urenlang regende. De warme luchtlaag was echter niet zo heel dik en hogerop in de Middelgebergten duurde de periode dat het dooide, en er smeltwater beschikbaar kwam, niet zo heel erg lang. Aan de westkant van het lagedrukgebied draaide de wind naar het noorden en werd zeer koude lucht aangevoerd. De neerslag viel hier als sneeuw en vooral in het zuidoosten van Nederland, de Ardennen en delen van Duitsland leverde dit nog een sneeuwdek op van zo’n 10 tot 20 cm.
Hogerop in de Ardennen en het Sauerland, waar het oude sneeuwdek nooit helemaal was weggesmolten tijdens de dooiperiode, ligt nu een sneeuwdek van ongeveer 40 cm. Ook in het Zwarte Woud, de Vogezen en de Zwitserse Jura groeide het sneeuwdek aan en daar ligt nu tot 50 cm. Hogerop in de Alpen, waar in december weinig sneeuw was gevallen en het sneeuwdek wat aan de magere kant was, viel tot meer dan 1 meter verse sneeuw. Deze laatste gaat voorlopig niet smelten, maar in de Middelgebergten in Duitsland, België en Frankrijk gaat het sneeuwdek de komende week waarschijnlijk grotendeels verdwijnen.
Het hogedrukgebied op de oceaan dat langere tijd voor de noordelijke, koude stroming heeft gezorgd, heeft nu plaatsgemaakt voor een groot lagedrukgebied; waarvan de kern nu ten noorden van Schotland ligt. Het brengt in onze omgeving een zuidwestelijke stroming op gang waarin zachte lucht wordt aangevoerd en ook zo nu en dan regen. Heel veel impact gaat de lage druk op de oceaan voorlopig niet op ons weer hebben, want boven het oosten en zuiden van Europa ligt nu een uitgestrekt hogedrukgebied. Dit nieuwe weerpatroon lijkt wel wat op dat van de eerste helft van december toen er ook lagedrukgebieden op de oceaan lagen, maar de bijbehorende neerslagzones niet heel ver het continent op konden dringen vanwege de blokkade van hoge druk.
Komende nacht vindt de overgang plaats naar de zachtere lucht en dit gaat gepaard met wat neerslag die begint als sneeuw maar al snel in regen over zal gaan. Het brengt op maandag in de stroomgebieden zo'n 5 tot 10 mm regen. De dagen daarna volgen er meer neerslaggebieden, maar op de meeste dagen valt er niet meer dan 5 lokaal misschien 10 mm regen. Vanwege de hogere temperaturen en de regen smelt de nog aanwezige sneeuw in de Middelgebergten langzaam weg. Dit gebeurt geleidelijk, iedere dag een beetje, zodat de impact op de rivieren niet heel erg groot zal zijn.
Dit licht wisselvallige zachte weer met zo nu en dan wat regen houdt waarschijnlijk ook in de week na het komend weekend nog aan. Want het hogedrukgebied boven Zuidoost-Europa lijkt in de komende tijd alleen nog maar sterker te worden en de lagedrukgebieden die op de Atlantische Oceaan ontstaan, kunnen daardoor niet ver naar het oosten doordringen.
Zo gaan er weer twee weken voorbij zonder een duidelijke westelijke circulatie die gewoonlijk in de winter in onze omgeving altijd wel een paar keer gedurende enkele weken actief is. In de winter van 2023/24 duurde de aanvoer van regen door lagedrukgebieden zelfs maandenlang en viel er enorm veel regen. In de vorige winter was deze circulatie al minder actief en deze winter is hij tot nu toe helemaal afwezig boven Europa. Dit hangt waarschijnlijk samen met het ontbreken van de zogenaamde Polar Vortex; dit is een krachtige wind die in de winter boven het Noordelijk halfrond op een hoogte van ca 30 km waait. Deze wind is vaak weer gekoppeld aan de luchtstroming op lagere hoogten, waar zich bv de straalstroom bevindt, die belangrijk is voor het op gang brengen van de westelijke circulatie.
Dit jaar is de Polar Vortex tot nu toe opvallend zwak en er was daarom geen aanleiding voor de westelijke circulatie om te ontstaan. Maar de verwachting is nu dat de Polar Vortex vanaf 17 januari wel in kracht toe gaat nemen en doorgaans duurt het dan zo’n 2 tot 3 weken voordat daar op lagere hoogten ook iets van te merken is. Dus misschien dat we in de eerste helft van februari wel te maken krijgen met meer lagedrukgebieden die dan neerslag en meer wind aanvoeren naar de stroomgebieden. Nog even afwachten dus.
Rijn stijgt deze week tot tussen 9,2 en 9,5 m NAP.
De dooiaanval van afgelopen vrijdag bracht zo’n 10 tot 25 mm neerslag in het stroomgebied. Vooral in Midden-Duitsland kwam er ook smeltwater beschikbaar door de dooi van sneeuw in Eiffel en Ardennen. Verder naar het oosten was de invloed van de zachte lucht al minder groot en in het zuiden van Duitsland lag weinig sneeuw. Daardoor kwam er minder smeltwater dan ik donderdag in mijn extra bericht had verwacht en de stijging van de waterstanden blijft daardoor ook beperkt. Alleen de Moezel steeg wel flink en de afvoer liep daar op van ca 100 naar 850 m3/s. In de Bovenrijn bleef de stijging beperkt tot ca 300 m3/s en in de ander zijrivieren was het vaak niet meer dan enkele tientallen m3/s.
Het bescheiden piekje dat dit oplevert, bevindt zich nu ter hoogte van Koblenz en vanaf daar beweegt het in ca 2 dagen naar Lobith. Bij Lobith is de waterstand sinds gisteren al langzaam gaan stijgen en die stijging zet zich dus nog ca 2 dagen voort. Bij aanvang van de stijging bedroeg de waterstand slechts 7,35 m NAP en de afvoer 1.040 m3/s, wat erg laag is voor begin januari. Het extra water zorgt voor een stijging tot een stand van ca 9,2 m NAP op dinsdag en woensdag aanstaande. De afvoer bedraagt dan ca 2.100 m3/s.
Ondertussen valt er op maandag en woensdag weer regen als de dooi opnieuw binnenvalt. Dat levert dan weer wat extra water op, maar opnieuw geen grote hoeveelheden. Dit water arriveert vanaf donderdag bij Lobith en afhankelijk van hoe snel de sneeuw smelt levert dat waarschijnlijk een lichte verdere stijging op tot tussen 9,2 en 9,5 m NAP op zaterdag 16/1. De afvoer is dan opgelopen tot tussen 2.200 en 2.400 m3/s. Dat is trouwens nog steeds lager dan het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, wat ca 2.800 m3/s bedraagt.
Na het komend weekend gaat de stand waarschijnlijk weer wat omlaag, maar snel gaat dat niet omdat er wel zo nu en dan regen blijft vallen. Na het weekend verwacht is daarom een stand van rond 9,2 m NAP. Mocht er weinig regen vallen dan kan de stand ook verder dalen tot 9 m NAP, mocht er wat meer regen vallen, dan kan de stand ook langer rond 9,5 m NAP blijven schommelen. Grotere uitschieters naar boven en beneden zijn er voorlopig niet te verwachten.
Maasafvoer beweegt komende week tussen 500 en 750 m3/s.
Het stroomgebied van de Maas lag precies ten zuiden van de baan van het lagedrukgebied dat afgelopen vrijdag overtrok. Daardoor kon de zachte lucht hier makkelijk binnendringen en viel er ook flink wat regen tot lokaal meer dan 25 mm. Toch bleef de impact van al dit water op de Maasafvoer beperkt en steeg deze bij Maastricht niet veel verder dan tot circa 700 m3/s. Ik had zo’n 300 tot mogelijk 500 m3/s meer verwacht, maar had op voorhand vooral de invloed van het smeltwater wat overschat.
In de Ardennen is op zaterdag nog aardig wat sneeuw bijgevallen en het sneeuwdek is daar nu gestegen tot een dikte van circa 40 cm. Dit sneeuwdek zal de komende week waarschijnlijk helemaal gaan smelten omdat het stroomgebied vanaf komende nacht al in de zachtere lucht terecht gaat komen. Vooral tijdens de perioden van regenval kan de meeste sneeuw smelten. Nu wordt er echter niet heel veel regen verwacht; op de dagen dat er regen valt niet meer dan zon 5 tot 10 mm. Het zal daarom niet zo'n vaart lopen met het smelten van de sneeuw en ook deze week zal de impact op de Maasafvoer daarom niet heel groot zijn.
Op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht ongeveer 500 m3/s en als vannacht de dooi invalt en de eerste regen gaat vallen zal dat vanaf morgen wat extra water opleveren voor de Maas. De afvoer kan dan op maandag en dinsdag stijgen naar ca 750 m3/s. Mocht er meer dan 10 mm regen vallen, misschien nog wat meer. Dinsdag valt er weinig regen, zodat de afvoer dan wat stabiliseert, of licht daalt, maar woensdag kan er weer zo’n 10 mm regen vallen in de Ardennen, waardoor de afvoer weer wat kan gaan stijgen. Op donderdag kan de afvoer dan tussen de 750 en 1.000 m3/s uitkomen.
De dagen daarna kan er steeds wel wat regen vallen, maar het ziet er naar uit dat de hoeveelheden nog wat kleiner zullen zijn. Als dat uitkomt, gaat de afvoer vanaf donderdag weer langzaam dalen. Omdat ook na het komend weekend geen grote hoeveelheden regen worden verwacht, is een verdere stijging niet in beeld. De kans is groter dat de afvoeren weer gaan dalen naar ca 500 m3/s of nog wat lager.
Extra waterbericht vanwege invallende dooi
Na wekenlang dalende waterstanden gaan de peilen in zowel Rijn als Maas de komende dagen flink stijgen. Grote hoogwaters lijken er voorlopig niet aan te komen. In dit extra waterbericht leest u de verwachtingen.
Weerbeeld
De afgelopen dagen was het koud in de stroomgebieden en vooral in de noordelijke delen ligt vrij veel sneeuw. In de Ardennen loopt het op tot maximaal 20-25 cm, in het Sauerland nog iets meer. Verder naar het zuiden is het minder, met in het Zwarte Woud maar 10-20 cm. Dit is een ongewoon beeld, want meestal ligt er verder de stroomgebieden in juist meer sneeuw tijdens de winter.
Vanaf komende nacht nadert een lagedrukgebied met veel neerslag en ook zachte lucht. De dooigrens schuift vrij ver noordelijk en alleen de noordelijke provincies van Nederland blijven aanvankelijk in de vorst. Boven de Ardennen en Zuid- en Midden Duitsland gaat (veel) regen vallen. Boven Midden-Nederland is het waarschijnlijk natte sneeuw.
Vanaf vrijdagmiddag wordt de zachte lucht weer teruggedreven en gaat het van het noorden uit overal weer sneeuwen. Vanaf zaterdagmiddag wordt het dan droog en heel koud en ook de zondag verloopt droog en koud. Vanaf maandag gaat de temperatuur weer oplopen en volgt een nieuwe dooiaanval in de stroomgebieden, maar dan met minder neerslag. Na maandag worden voorlopig geen grote hoeveelheden regen verwacht. Pas op 20 januari geeft het weermodel voor het eerst weer wat grotere hoeveelheden.
Maas stijgt waarschijnlijk tot boven 1.000 m3/s
De Maas krijgt waarschijnlijk relatief het meeste water te verwerken. De verwachting is echter erg ingewikkeld, want bij de eerste dooiaanval zl ook een deel van de sneeuw smelten in de Ardennen wat voor extra water zal zorgen en als de koude dan weer invalt op vrijdag is moeilijk aan te geven welk deel van de neerslag op welk moment weer in sneeuw overgaat en dan geen bijdrage meer levert aan de extra toevoer naar de Maas.
De dooiaanval van maandag 12/1 lijkt wat eenvoudiger, want dan valt er niet zoveel neerslag en is de bijdrage van smeltwater minder groot. Maar dat is nog relatief ver weg in de tijd en die verwachting kan daarom nog weer veranderen.
De neerslag vannacht valt in de Ardennen en de rest van België als regen. Vooral morgen valt aanvankelijk veel regen. Lokaal tot meer dan 30 mm. De aanwezige sneeuw in het laagland zal allemaal smelten en vanuit de Ardennen verdwijnt ook een flink deel. De Maas zal daardoor al in de loop van de komende nacht gaan stijgen. Morgenochtend verwacht ik een afvoer van ca 250 - 300 m3/s die gedurende de dag snel stijgt naar tussen 750 - 1000 m3/s in de loop van de nacht van vrijdag op zaterdag.
Later op de dag gaat op hoogte de neerslag al weer over in sneeuw, maar regent het nog onder de 300 m. Pas in de nacht naar zaterdag gaat het overal weer even sneeuwen. Een deel van de neerslag zal daarom de Maas al niet meer bereiken en waarschijnlijk zal de stijging in de nacht naar zaterdag al minder snel verlopen. Op zaterdagochtend verwcht ik dan een afvoer van ca 1.000 m3/s, misschien nog iets meer als er meer regen valt of het langer duurt voordat de neerslag weer in sneeuw overgaat. Een afvoer van 1.250 m3/s zou dan ook nog mogelijk kunnen zijn.
Vanaf zaterdag wordt het droog en erg koud en zal de aanvoer naar de Maas al snel verminderen. Zondagochtend verwact ik een afvoer tussen 750 - 1000 m3/s en maandag tussen 600 en 750 m3/s. Maandag gaat het dan opnieuw regenen en gaat de temperatuur weer naar boven nul. Er komt dan opnieuw een combinatie van smelt- en regenwater tot afstroom en de Maas gaat opnieuw stijgen. Op dinsdag 13/1 verwacht ik dan een afvoer tussen 800 en 1.100 m3/s, maar bij veel neerslag kan het ook dan nog verder oplopen tot 1.250 m3/s..
Vanaf dinsdag blijft het zacht, maar valt er weinig neerslag meer. De afvoer zal dan weer langzaam gaan dalen. Aan het eind van die week verwacht ik dan een afvoer van iets boven de 500 m3/s. Nog een waarschuwing dat het hier om ruwe schattingen gaat. Zodra meer duidelijk is over de neerslaghoeveelheden en de afvoeren vanuit de Ardennen zal ik een update maken.
Rijn kan stijgen naar ca 10 m NAP
De Rijnafvoer is gedaald naar voor de tijd van het jaar een erg lage stand van ca 7,35 m NAP. Morgenochtend gaat daar nog iets vanaf, maar later op de dag gaat de afvoer weer stijgen. In het stroomgebied valt wat minder neerslag dan in dat van de Maas. Ook zijn de sneeuwhoeveelheden nergens heel groot, dus valt de hoeveelheid smeltwater mee. De Moezel krijgt waarschijnlijk relatief het meeste water te verwerken.
Vrijdag valt de meeste regen en zaterdag gaat de neerslag op veel plaatsen langzaam over in sneeuw. Vanwege de regen gaat de afvoer van de Moezel vrijdag al omhoog en dat water bereikt zaterdag Keulen en zondag later op de dag Lobith. Voor die tijd is al water uit enkele Noord-Duitse zijrivieren bij de Rijn aangekomen.
Zaterdag valt de neerslag vooral als sneeuw, zondag blijft het droog en maandag nadert nieuwe regen behorend bij de volgende dooiaanval. Daarna volgen enkele dagen met weinig regen, maar wel met zachter weer, zodat de sneeuw wel blijft smelten.
Als Lobith op zaterdag gaat stijgen, gaat dat meteen vrij snel en zondag wordt al de 8,25 m NAP bereikt en op maandag gaat de stand in de richting van de 9 m NAP. Daarna stagneert de stijging twee dagen rond de 9 - 9,25 m NAP, totdat vanaf woensdag 14/1 het water arriveert van de tweede dooiperiode. Dit water arriveert tegelijkertijd met het water vanuit Zuid Duitsland van de eerste dooi aanval. Samen zorgt dat voor een verdere stijging tot een stand van rond de 10 meter NAP in het weekend van 18 en 19 januari. Vanwege de onzekerheden in de hoeveelheden neerslag en smeltwater is dit met een ruime marge van minimaal 25 cm.
Voor zover de weersverwachting nu duidelijk is, ziet het er naar uit dat daarna de waterstanden weer gaan dalen, omdat er tussen 13 en 20 januari geen grotere neerslag hoeveelheden worden verwacht. Zodra meer duidelijk is over neerslag en smeltwater zal ik een volgende update schrijven.
Vanaf volgend weekend sterk stijgende waterstanden
De stroomgebieden bevinden zich al een week of twee in koudere lucht. Eerst was het nog droog, maar sinds de jaarwisseling is het een komen en gaan van winterse buien en heeft zich op veel plaatsen in het binnenland een sneeuwdek gevormd. De komende dagen groeit dit nog wat aan, maar vanaf vrijdag dringt zachtere lucht op en gaat er (veel) regen vallen. Voor de rivieren is dit een interessante situatie, want regen en smeltwater samen leveren vaak hoogwater op. Hoe groot de kans daar nu op is, leest u in het waterbericht.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op het hoogwater van 1926, dat in de Rijn het tot nu toe grootste hoogwater was sinds 1900 en bij de Maas een van de hoogste. Vandaag sta ik stil bij de weersomstandigheden die het hoogwater veroorzaakten en ga ik na in hoeverre dit vandaag de dag op vergelijkbare manier weer zou kunnen gebeuren.
Water van de Week
Later in de week begint een westelijke circulatie, die mogelijk veel regen kan gaan brengen.
Het hogedrukgebied dat vanaf begin december het weer in de stroomgebieden heeft bepaald, ligt nu ten westen van Ierland en heeft nog steeds invloed op het weer in de stroomgebieden. Toen het nog boven het continent lag, zorgde het langdurig voor droog weer, waardoor de waterstanden naar voor de tijd van het jaar erg lage niveaus zijn gezakt, maar nu het nabij Ierland ligt zorgt het voor een langgerekte noordelijke luchtstroming, waarmee Arctische lucht onze omgeving kan bereiken. Deze stroming wordt nog versterkt door lagedrukgebieden boven Scandinavië.
In de noordelijke stroming ontstaan boven het nog relatief warme zeewater talloze buien die het continent worden gevoerd. De buien hebben in het binnenland een sneeuwdek opgeleverd dat in het zuidoosten van Nederland al zo'n 10 tot 15 cm dik is. Dieper de stroomgebieden in, zijn de buien minder actief en is het sneeuwdek ook minder dik. Behalve hogerop in de Middelgebergten, want daar waar de lucht wordt opgestuwd neemt de activiteit van de buien weer wat toe. Hogerop in de Ardennen ligt daardoor nu een sneeuwdek van zo'n 20 cm dik en in het Sauerland zo’n 30 cm. Verder naar het zuiden in het Zwarte Woud en de Vogezen is het sneeuwdek weer wat minder dik met zo’n 10 tot 20 cm.
De komende dagen bevinden we ons nog In de koude lucht van noordelijke oorsprong en vallen er nog meer sneeuwbuien waardoor het sneeuwdek nog wat kan aangroeien, maar heel veel dikker wordt het nergens. Ondertussen verandert het luchtdrukpatroon op de Atlantische Oceaan; het hogedrukgebied trekt zich terug naar het zuiden, richting de Azoren, waardoor de weg open komt te liggen voor lagedrukgebieden die over de Atlantische Oceaan van west naar oost gaan trekken. Zij voeren zachtere lucht en regen mee, die zich in de dagen daarna over het hele stroomgebied zal uitbreiden.
Donderdag stroomt de eerste portie zachte lucht met vrij veel regen uit over Frankrijk, het zuiden van België, Zuid- en Midden Duitsland en Zwitserland. Nederland ligt dan nog in de koude lucht, maar de dag daarna is ook Nederland aan de buurt. Vooral vrijdag wordt een interessante weerdag als een klein lagedrukgebied precies over Nederland lijkt te gaan trekken. Aan de noordkant van dit lagedrukgebied valt dus neerslag als sneeuw aan de zuidkant als regen.
Bij een wat zuidelijkere koers zou een groot deel van Nederland nog een extra pak sneeuw kunnen verwachten, maar bij een noordelijke koers is het overal meteen al regen. Voor de Maas en de Rijn maakt de koers niet zoveel uit, want de stroomgebieden liggen hoe dan ook in de warme sector van het lagedrukgebied. Dat betekent dat vrijdag de zachte lucht zich verder over de stroomgebieden uitbreidt en er een eerste hoeveelheid smelt- en regenwater beschikbaar komt voor de rivieren.
Zaterdag en zondag verlopen weer iets koeler, zodat de sneeuw boven de ca 300 m dan nog blijft liggen en misschien zelfs nog iets aangroeit, maar vanaf maandag 12 januari zet de dooi definitief in en ook in de rest van die week kan er dagelijks regen vallen. Dagen met uitschieters van 30 of 40 mm worden echter niet verwacht in deze periode. Uiteraard is deze verwachting nog met een slag om de arm, want met nog een week te gaan kunnen de verwachtingen uiteraard nog wel veranderen.
Rijn daalt nog tot ca 7,4 m NAP, vanaf komend weekend stijgend, mogelijk naar 10 m.
Het koude en droge weer In de tweede helft van december heeft de Rijn afvoer flink laten dalen tot iets meer dan 1.100 m3/s en een waterstand van nu 7,55 m NAP. Dat is erg weinig voor deze tijd van het jaar, want in de periode van 4 t/m 9 januari is het langjarig gemiddelde met bijna 3.000 m3/s juist op zijn hoogst. De neerslag die nu in het stroomgebied valt is vooral sneeuw en het levert rivier op dit moment nog geen extra water op; de waterstand de dalen daarom nog iets verder tot rond de 7,4 m NAP van aanstaande donderdag t/m zaterdag.
Op zaterdag arriveert dan het eerste water van de dooiaanval die donderdag al het zuiden en midden van het stroomgebied bereikt. De stand gaat dan in korte tijd snel omhoog en op maandag 12 januari verwacht ik een stand rond de 9 m NAP en een afvoer van ca 2.000 m3/s. De stand blijft dan enkele dagen schommelen rond deze waarde, tot vanaf 15 januari een nieuwe golf water arriveert. Dit is het water afkomstig van de neerslag die vanaf 13 januari het stroomgebied bereikt.
Zover vooruit is nog onzeker hoeveel neerslag er precies gaat vallen en in combinatie met een portie smeltwater maakt het de waterverwachting nog complexer. Een eerste ruwe schatting is dat de stand tussen 15 en 20 januari kan stijgen naar tussen de 10 en 11 meter NAP en de afvoer tot tussen 2.750 en 3.500 m3/s. Dit is nog lang geen hoogwater, want daarover spreken we pas als de stand naar meer dan 13,5 m stijgt. Voorlopig lijkt het die kant ook niet op te gaan, of de neerslaghoeveelheden moeten in de komende weersverwachtingen toch nog sterk gaan stijgen. Als daar sprake van is, dan zal ik zo nu en dan een extra berichtje plaatsen op de website.
Maas tot vrijdag stabiel rond 100 m3/s, daarna snel stijgend naar ca 750 m3/s, later nog meer.
Het droge weer in de tweede helft van december heeft de Maasafvoer sterk laten dalen naar een voor de tijd van het jaar erg lage waard. Op dit moment stroomt bij Maastricht ongeveer 100 m3/s het land binnen, terwijl 4 januari gemiddeld genomen de dag is met de hoogste jaarafvoer (ca 575 m3/s). Deze week blijft de afvoer nog laag want de neerslag die er valt, valt als sneeuw en dat levert de Maas voorlopig nog geen water op. Dat verandert op vrijdag wat we in eerste portie zachte lucht via Frankrijk vooral het zuiden van de Ardennen bereikt.
Er kan daar dan zo'n 15 tot 20 mm regen vallen en samen met smeltwater is dat voldoende om de Maas al In de nacht van donderdag op vrijdag te laten stijgen naar in afvoer tussen de 300 en 500 m3/s. Ook op vrijdag valt de regen maar dan zijn ook de noordelijke Ardennen aan de beurt en dan kan er nogmaals zo'n 10 tot 20 mm regen vallen. De afvoer kan dan verder stijgen tot tussen 750 en 1000 m3/s. Dat is ook bij de Maas nog lang geen hoogwater want daarvoor moet de afvoer stijgen tot boven de 1500 m3/s en daarvoor lijken de neerslaghoeveelheden voorlopig wat te klein.
De hoeveelheid neerslag die op donderdag en vrijdag valt is waarschijnlijk ook niet voldoende om alle sneeuw in de hogere delen van de Ardennen te laten smelten. Op zaterdag en zondag kan er zelfs nog weer een klein beetje sneeuw bijvallen als de koude lucht zich nog eenmaal tot over de Ardennen uitbreidt. Vanaf maandag wint de zachte lucht weer terrein en in de dagen daarna kan er ook zo nu en dan regen vallen waardoor er extra regen en smeltwater beschikbaar komt voor de Maas.
Hoeveel er precies gaat vallen is nu nog onduidelijk maar voorlopig lijken de neerslaghoeveelheden niet heel groot te zijn. Als dat zo blijft, dan zal de afvoer wel nog wat verder stijgen, maar is er geen groter hoogwater te verwachten en blijft het bij een afvoer rond de 1.000 m3/s, misschien stijgend tot 1.250 m3/s. Mochten de verwachtingen in de loop van de week wijzigen en er wel meer regen gaat vallen, dan zal ik een extra bericht maken.
Water Inzicht
Hoe het hoogwater van 1925/26 kon uitgroeien tot (een van) de grootste in onze rivieren.
Vandaag precies 100 jaar geleden werd in de Rijn de tot nu toe hoogste riviverafvoer gemeten sinds het begin van de metingen in 1901. En voor zover er betrouwbare metingen uit Duitsland zijn, was het waarschijnlijk ook de hoogste afvoer sinds ca 1825. Bij Lobith steeg de afvoer tot 12.280 m3/s, nog ca 400 m3/s meer dan het hoogwater van januari 1995 en ca. 1300 m3/s meer dan in 1993. De Maas bereikte al op 1 januari zijn hoogste afvoer van 3.000 m3/s. Dat is niet de hoogste afvoer die er gemeten is - de afvoer in 1993 was nog net iets hoger en in 2021 was de afvoer in het traject van Maastricht t/m Roermond hoger - maar de waterstanden die op de diverse meetstations langs de rivier werden gemeten waren wel overal de hoogste uit de meetreeks.
Ik ben op zoek gegaan naar de historische gegevens over het weer in de periode voorafgaand aan het hoogwater om een analyse te kunnen maken welke bijzondere omstandigheden er toen heersten. Dat kan ons ook wat leren over wat we in de toekomst kunnen verwachten, want nu de klimaatverandering voorlopig nog wel even doorzet, is het interessant om na te gaan wat dat betekent voor de omstandigheden die een hoogwater zoals in 1925/26 veroorzaakten.
Oktober 1925 was een vrij normale maand voor die tijd, met de gemiddelde hoeveelheid neerslag en een normale temperatuur. Begin november veranderde dat toen een lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan over het verenigd Koninkrijk naar Centraal-Europa trok. Op 3, 4 en 7 november trokken neerslaggebieden over die in de Middelgebergten 25 tot 30 mm regen brachten. Het tweede gebied bracht in het Zwarte Woud zelfs tot 50 mm. De temperaturen waren overal nog boven nul en de neerslag viel ook in de Middelgebergten als regen. Dit leverde in de Rijn een bescheiden stijging op tot een afvoer van ca 3.300 m3/s. De Maas steeg naar ca 1.000 m3/s. Geen uitzonderlijke situatie, maar de bodem in het stroomgebied was wel verzadigd geraakt.
Wat wel opviel was de situatie die hierop volgde. Nadat het lagedrukgebied naar het oosten was weggetrokken, draaide de wind naar het noordoosten en stroomde koudere lucht binnen. Nog weer enkele dagen later ontwikkelde zich een hogedrukgebied boven Scandinavië, waardoor de wind verder draaide naar het oosten en de temperatuur vanaf 12 november onder het vriespunt zakte. Zo'n plotselinge kou-inval na het wegtrekken van een lagedrukgebied gebeurt niet zo vaak, maar is ook weer niet heel bijzonder. In de Middelgebergten vroor het vanaf dat moment de hele dag en omdat de bodem niet bedekt was met sneeuw kon de vorst makkelijk in de nog verzadigde bodem dringen. Dit is mogelijk een van de oorzaken dat het hoogwater later zo hoog zou worden, omdat de bevroren bodem het infiltreren van water blokkeerde en er meer water over het oppervlak kon afstromen.
De weersituatie veranderde opnieuw vanaf 20 november toen het hogedrukgebied boven het noorden van Europa naar het westen schoof en een lagedrukgebied vanuit het noorden over Finland naar het zuiden trok. Dit laatste weersysteem voerde koude lucht mee en neerslag die als sneeuw viel. In de Middelgebergten (Ardennen, Sauerland, Zwarte Woud etc) vormde zich vanaf 25 november een sneeuwdek. Op 28 november volgde een nieuw lagedrukgebied vanuit het noorden en op 1 december nog een. Ze brachten nog wat meer sneeuw en het sneeuwdek groeide aan tot gemiddeld tussen de 10 en 20 cm in de lagere delen van het stroomgebied en hogerop in de Middelgebergten lag tot 50 cm.
Zo'n vervolg op een koudeperiode waarbij er vanuit het noorden sneeuw gaat vallen is wel bijzonder, het gebeurt tegenwoordig bijna nooit meer. Heel toevallig hebben we er precies nu wel mee te maken. In 1925 herstelde het hogedrukgebied zich in de dagen daarna en onder een heldere hemel vroor het tot 8 december ’s nachts streng, en overdag licht. Ondertussen waren de afvoeren in de rivieren tijdens het koude weer flink gedaald: de Rijnafvoer naar ca 1.200 m3/s en de Maasafvoer tot ca 200 m3/s. Maar niet voor lang, want vanaf 9 december begon de opmaat naar het grote hoogwater van rond de jaarwisseling.
Het hogedrukgebied vertrok nu definitief naar het oosten en vanaf de Atlantische Oceaan kwam een sterk lagedrukgebied dichterbij. De wind draaide daardoor naar het zuidwesten en vanaf ca 10 december kwam de temperatuur overal boven nul. Het lagedrukgebied trok daarna over de stroomgebieden naar het oosten, maar ondanks de nabijheid viel er niet heel veel regen. Het sneeuwdek slonk wel wat, maar verdween niet helemaal. Regen en smeltwater leverden een eerste bescheidden stijging op van de rivierafvoeren: de Maas naar 825 m3/s op 13/12 en de Rijn naar 2.650 m3/s op 16/12 (het eerste piekje in de grafiek).
SWeersituatie hoogwater 1925 en 26.jpg

In de bovenstaande figuur is tussen de grafieken van de beide afvoeren de weersituatie aangegeven in de stroomgebieden: de x-jes geven aan of er sneeuw lag in de lagere, gemiddelde een hogere delen van de Middelgebergten, de blauwe lijn daaronder de hoeveelheid neerslag in 3 klassen en de onderste lijn de temperatuur, waarbij blauw onder nul betekent, geel tot ca 7 graden en rood warmer dan 7 graden.
Na het passeren van het lagedrukgebied rond 10 december volgde vanaf de Atlantische Oceaan een nieuw hogedrukgebied en boven de stroomgebieden draaide de wind weer naar het noorden en stroomde de koude lucht opnieuw uit over de stroomgebieden. Er viel wat sneeuw en het sneeuwdek groeide wat aan. Het hogedrukgebied hield niet lang stand en op 17 en 18 december verschoof het in oostelijke richting en draaide de wind weer naar het zuidwesten. Een nieuw krachtig lagedrukgebied naderde vanaf de Atlantische Oceaan en de kern hiervan trok op 20 en 21 december over de stroomgebieden. Er viel meer regen dan bij het voorgaande lagedrukgebied en van 18 t/m 22 december viel er dagelijks tot ca 10 mm regen.
De temperatuur steeg tot 10 graden en een groot deel van de sneeuw op de lagere en gemiddelde hoogten smolt weg. Dit leverde een eerste golf water op, die de Maas liet stijgen tot 1.250 m3/s op 23 dec en de Rijn tot 4.600 m3/s op 25 dec (de tweede piek in de grafiek). Achter het lagedrukgebied stroomde nog een keer wat koudere lucht over de stroomgebieden uit, er viel wat sneeuw en het sneeuwdek in de Middelgebergten groeide nogmaals wat aan, maar werd niet zo dik als in de weken daarvoor. Toch was het juist dit sneeuwdek dat samen met de volgende regenval voor het extreem hoge water zou zorgen.
Vanaf de 25eontwikkelde zich een sterke westelijke circulatie waarin verschillende lagedrukgebieden met neerslag werden meegevoerd. Tegenwoordig noemen we dat een atmosferische rivier, een snelle luchtstroming, die in rap tempo regengebieden vanaf de Oceaan naar het continent voert. Vanaf 26 t/m 31 december viel er dagelijks veel regen. In totaal viel in de laatste week van het jaar op veel plaatsen rond de 100 mm regen, maar in de Middelgebergten liep dat op tot 150 mm en in de hogere delen van de Vogezen en het Zwarte Woud werd zelfs meer dan 200 mm gemeten.
De eerste dagen viel de regen in het hele stroomgebied, vanaf de 28e schoof de neerslagzone meer naar het noorden en kwamen Zwitserland en Zuid-Duitsland er al min of meer buiten te liggen en vanaf 1 januari werd het overal minder nat. Pas vanaf 3 januari kwam er een einde aan de reeks van lagedrukgebieden toen het Azoren-hogedrukgebied zich wat verder naar het noorden uitstrekte. Samen met het smeltwater van de nog resterende sneeuw leverde de vele neerslag een enorme hoeveelheid water op voor de rivieren. De afvoer van de Maas ging het eerst omhoog en steeg dagelijks met ca 500 m3/s tot op 1 januari de hoogste afvoer werd bereikt. Bij de Rijn arriveerde het eerste extra water vanaf de 29e en steeg de afvoer in de 5 dagen daarna met vele duizenden m3/s per dag tot een hoogste afvoer op 4 januari van 12.280 m3/s.
Analyse van de hoogwatergolf in de Rijn
Van de Rijn zijn van veel meetstation al redelijk betrouwbare afvoermetingen bekend (zie figuur), wat het mogelijk maakt om de opbouw van de hoogwatergolf te volgen. Als we de Rijn van zuid naar noord volgen, dan vallen hierbij de volgende zaken op. De afvoer bij Basel bedroeg 2.000 m3/s, wat niet zeer veel is; de afgelopen jaren is die waarde regelmatig bereikt. Verder stroomafwaarts bij Worms liep de afvoer op tot 4.000 m3/s, wat ook betrekkelijk weinig is voor een extreme situatie.
Schermafbeelding 2026-01-04 om 17.08.25.png

Het is een afvoer die gemiddeld eens in de 3 jaar voorkomt, en ook de afvoer vanuit de Main was niet uitzonderlijk met een waarde die gemiddeld eens in de ca 5 jaar voorkomt. Deze afvoeren laten zien dat de hoeveelheid water die vanuit het Zuiden van Duitsland en de Alpen werd aangevoerd niet heel bijzonder was. Bij Kaub was de Rijnafvoer opgelopen tot ca 6.000 m3/s. Dit water is daar grotendeels afkomstig uit de Bovenrijn (ca 4.000 m3/s), de Main en enkele kleinere zijrivieren. 6.000 m3/s is bij Kaub echter nog geen heel uitzonderlijke waarde en is daar ook in meer recente tijd vaker bereikt of overschreden.
De meest extreme afvoeren vinden we dan ook in het stroomafwaartse traject van de Rijn: zo voerde de Moezel ca 4.000 m3/s aan en moeten ook andere zijrivieren die in Midden Duitsland in de Rijn uitmonden erg veel water hebben aangevoerd. Ook speelde hier mee dat het in dit deel van het stroomgebied langer bleef regenen, zodat de hoogste pieken vanuit de zijrivieren in dit traject, vrijwel samenvielen met de hoogste piek vanuit Zuid-Duitsland. Gewoonlijk schuiven regenzones van noord naar zuid over en komt de piek vanuit bv de Moezel eerder in de Rijn aan, dan dat de piek vanuit Zuid-Duitsland daar arriveert.
Door het samenvallen van de pieken kon de afvoer bij Keulen oplopen tot iets meer dan 11.000 m3/s, de hoogste afvoer daar ooit opgetekend. Verder stroomafwaarts hadden ook de Ruhr en de Lippe een heel hoge afvoer, waarvan de piek van de laatste ook nog precies samenviel met die in de Rijn, zodat de afvoer tussen Keulen en Nederland nog eens met ca 1.250 m3/s kon oplopen, wat zeer veel is. Bij veel hoogwaters zakt de afvoer vanaf Keulen zelfs wat in, omdat er veel water in de uiterwaarden stroomt, waardoor de piek wat in omvang afneemt. In 1925-26 was de toestroom vanuit de zijrivieren nog zo groot dat dat de afvoer juist nog sterk kon toenemen.
Samengevat zien we dat het Rijnhoogwater vooral bijzonder was door de combinatie van vrij veel smeltwater, die tot afstroom kwam tijdens een periode met extreem veel regen. Ook het neerslagpatroon speelde een belangrijke rol, doordat het in het noorden langer bleef regenen, konden benedenstrooms de pieken vanuit de Midden Duitse zijrivieren precies samenvallen met die vanuit de Bovenrijn, zodat de golf niet wat inzakte, maar juist nog extra aangroeide.De vraag is of een situatie zoals in 1925/26 zich nu ook nog voor zou kunnen doen.
Kan een hoogwater zoals in 1925/26 nog steeds gebeuren.
Als we het weer en het afvoerverloop van de Rijn in 1925/26 samenvatten en vergelijken met de situatie nu het klimaat is opgewarmd, dan zien we de volgende overeenkomsten en verschillen:
- Een afwisseling van hoge- en lagedrukgebieden die voor een afwisseling van nattere en droge perioden zorgen in de aanloop naar een hoogwatergolf. Dit is nu nog steeds een vaak voorkomende situatie, zo hadden we er in de afgelopen maanden oktober en november nog mee te maken. Het leverde in de Rijn enkele kleine golfjes op van ca 3.000 m3/s, net zoals in november 1925.
- Een langere droge periode agv een standvastig hogedrukgebied met dalende rivierafvoeren. Ook dit komt vandaag de dag nog vaak voor en op dit moment hebben we er ook mee te maken. En ook ander hoogwatergolven, zoals in 1993 werden voorafgegaan door relatief lage afvoeren. In 1925 was het tijdens deze periode meteen vrij koud, waardoor de verzadigde bodem kon bevriezen. Dit jaar was het in november ook vrij koud, maar de kans daarop is tegenwoordig wel veel kleiner omdat de temperaturen agv klimaatverandering gemiddeld zo’n 2 tot 3 graden hoger zijn. Begin december was het dit jaar ook erg warm, zodat dit jaar wat dat betreft zich alvast anders ontwikkelt dan 1925.
- Een sneeuwdek dat zich eind november al vormt wanneer de neerslag in een noordelijke stroming in sneeuw overgaat. Dit is een belangrijk ingrediënt voor een hoogwater, vooral omdat een sneeuwdek aan het begin van de winter nog nergens heel dik is. Er is dan kans op een uitgestrekt sneeuwdek dat overal bv tussen de 20 en 50 cm dik is. Voor een hoogwater is dat de ‘ideale’ uitgangssituatie, want dat is de dikte die tijdens een natte periode binnen enkele dagen met neerslag weg kan smelten. Later in de winter nemen de verschillen in de dikte van het sneeuwdek tussen de hogere delen van het stroomgebied en de dalen vaak toe. Een sneeuwdek van 50 cm of dikker smelt dan niet meer zomaar weg en daarbij fungeert de sneeuw dan ook nog eens als een spons die een deel van het regenwater vasthoudt. Dit is de reden dat aan het begin van de winter de kans op een hoogwater gemiddeld groter is dan later in de winter, ook al ligt er dan vaak meer sneeuw. Dit fenomeen, van een nog niet al te dik sneeuwdek in een groot deel van het stroomgebied aan het begin van de winter, is tegenwoordig veel zeldzamer dan vroeger, omdat de temperatuur tegenwoordig vaak te hoog is voor sneeuw. En als er sneeuw valt, dan is dat nog maar heel zelden in een groot deel van het stroomgebied en gebeurt het bv alleen boven de 300 of 400 m. Toevallig hebben we op dit moment ook met zo’n situatie te maken en dat maakt dat er ook nu kans is op een hoogwater. Of dat ook een groot hoogwater wordt is nog niet duidelijk omdat daarvoor aan nog meer voorwaarden moet worden voldaan.
- Een krachtige westelijke circulatie die in een week tijd een reeks aan lagedrukgebieden aanvoert. Dit was in 1925 de trigger die het grote hoogwater opwekte. Ook tegenwoordig komen deze weersituaties, de zgn. atmosferische rivieren, regelmatig voor en zijn ze de belangrijkste oorzaak van hoogwaters. Vanwege de warmere Atlantische Oceaan voeren deze weersystemen tegenwoordig ook meer water aan dan vroeger. Eenzelfde situatie als in 1925 zou tegenwoordig misschien wel 10 tot 15% meer vocht meevoeren. Het is de belangrijkste reden dat we verwachten dat hoogwaters in de toekomst nog groter kunnen worden dan we in het verleden hebben meegemaakt. Ook de komende week zou zich vanaf 10 januari een westelijke stroming kunnen instellen en de duur en intensiteit daarvan gaat bepalen hoe hoog het hoogwater gaat worden dat zich na het volgend weekend gaat ontwikkelen.
Samengevat zien we dat veel van de oorzaken van een hoogwater zoals in 1925/26 tegenwoordig nog steeds aan de orde zijn. De westelijke circulatie is nog bijna iedere winter wel een paar weken actief en de hoeveelheid vocht in de lucht is zelfs toegenomen, waardoor er meer regen kan vallen. De andere componenten die belangrijk zijn voor een hoogwater zoals een bevroren bodem en een wijd verbreid niet al te dik sneeuwdek, zijn tegenwoordig echter veel zeldzamer. En het is juist de combinatie die voor de grootste hoogwaters zorgt en misschien is dit ook wel de reden dat grote hoogwaters de laatste 25 jaar niet zo vaak meer zijn opgetreden als in het verleden. Tenslotte is er nog het al dan niet samenvallen van de golven vanuit de verschillende zijrivieren. Dit is niet echt veranderd, want de banen die de neerslaggebieden volgen zijn namelijk niet heel anders dan vroeger en dat laatste regengebieden weer een meer noordelijke koers volgen kan ook in de toekomst nog steeds gebeuren.
Na de jaarwisseling meer neerslag, maar veelal sneeuw; waterstanden blijven vrij laag.
Het is al 3 weken droog in de stroomgebieden en de waterstanden van Rijn en Maas zijn flink gezakt. Vanaf het nieuwe jaar komt daar verandering in als een lagedrukgebied boven Scandinavië ons weer gaat bepalen. Er wordt dan neerslag aangevoerd die wat hogerop in de Middelgebergten als sneeuw zal gaan vallen. Dat levert niet meteen veel water op voor rivieren, maar de daling zal wel stoppen. In het water bericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht een terugblik op het verloop van de waterstanden in 2025. Na het zeer natte jaar 2024 liet 2025 een groot deel van het jaar een heel ander beeld zien met langdurige droge perioden. De waterstanden waren vaak aan de lage kant, maar zeer lage waarden kwamen niet voor.
Water van de week
Het nieuwe jaar begint met een lagedrukgebied dat regen en sneeuw gaat brengen.
Een groot deel van de maand december werd het weer in de stroomgebieden bepaald door sterke hogedrukgebieden die neerslag op grote afstand hielden. Eerst lagen ze ten zuid(oost)en van ons en later ten noorden. De afgelopen week is de kern van het hogedrukgebied van Scandinavië naar het zeegebied tussen IJsland en Schotland getrokken waardoor de wind draaide van een koude oostelijke naar een wat mildere noordelijke richting; maar het bleef nog droog.
De komende dagen schuift het hogedrukgebied nog wat verder van ons weg, waardoor we in een noordwestelijke stroming terechtkomen. Dit wordt nog versterkt door een groot lagedrukgebied dat in de oudjaarsnacht vanaf de Noorse zee naar het zuiden van Scandinavië trekt. De hele week daarna blijven we onder de invloed van lagedrukgebieden, die ten noorden van ons liggen, en soms zijn er kleine lagedrukgebieden die over onze omgeving naar Centraal-Europa trekken.
Met lage druk in de buurt nemen de neerslagkansen toe en omdat we ons nog lange tijd in polaire lucht bevinden zal dat ook vaak sneeuw zijn. De eerste neerslag wordt op 2 januari verwacht en t/m 5 januari valt er zo’n 20 tot 40 mm. In het laagland is dat meestal regen of natte sneeuw die weer smelt, maar op enige hoogte in de Middelgebergten (Ardennen, Eiffel, Zwarte Woud en Vogezen) zal dat sneeuw zijn. Omdat de temperatuur daar voorlopig onder nul blijft, zal zich hier een sneeuwdek vormen dat uit kan groeien tot 20 à 40 cm dik.
Vanaf 6/1 wordt het even wat droger, maar in de tweede helft van de week na volgend weekend kan opnieuw neerslag gaan vallen en ook dan zal dat vooral sneeuw zijn in de Middelgebergten kan het sneeuwdek daardoor aangroeien tot 50 cm of meer. Voor de rivieren levert de neerslag, die vooral als sneeuw valt, op de korte termijn maar weinig water op en de waterstanden zullen daarom aan de lage kant blijven.
Maar een sneeuwdek in de Middelgebergten betekent ook dat er later, als de dooi gepaard gaat met regen, ook flink wat smeltwater beschikbaar kan komen. Dat zou dan wel eens tot hoogwaters kunnen leiden. Maar of dat gebeurt hangt van veel zaken af en nu is daar daarom nog weinig met zekerheid over te zeggen.
Rijn daalt nog ca 30 cm tot 7,45 m NAP, vanaf 5/1 weer wat stijgend.
Het droge weer als gevolg van de dominante hogedrukgebieden heeft de waterstand van de Rijn flink doen dalen. Sinds 13 december, toen een laatste golfje water passeerde, is de waterstand dagelijks 10 tot 15 cm gedaald en op tweede kerstdag werd de 8 m onderschreden. De daalsnelheid is nu wat lager geworden, met zo'n 5 tot 7 cm per dag, maar de komende dagen zal ook de 7,5 m NAP nog onderschreden worden (op 2 januari) en de laagste stand verwacht ik op 3 of 4 januari bij 7,45 m NAP.
De afvoer die nu nog ongeveer 1.250 m3/s bedraagt zal rond de jaarwisseling nog circa 1125 m3/s bedragen en als laagste niveau verwacht ik een afvoer van ca 1.075 m3/s. Dat zijn erg lage waarden voor de tijd van het jaar want het is sinds 1901 pas een keer of 10 gebeurd dat de afvoer begin januari zo laag was. Meestal was dat in koude winters als weinig water tot afstroom kwam. Dit jaar is wat dat betreft een uitzondering want zo heel koud is het niet geweest.
Nog niet zo lang geleden in de winter van 2016/17 hebben we dat trouwens ook al een keer meegemaakt; en ook toen waren het dominante hogedrukgebieden die de regen lange tijd op afstand hielden. Die winter kwam het ook niet tot hoogwater op een heel klein golfje na halverwege maart. Het droge weer houdt dit jaar in ieder geval niet zo lang aan als in 2017 want vanaf 2 januari gaat er gedurende een dag of 3 voldoende neerslag vallen om de Rijn weer wat op te laten veren.
Het water van de neerslag komt niet allemaal tegelijk tot de afstroom want zeker tot halverwege januari gaat een groot deel van de neerslag als sneeuw vallen. Dat is dan boven de circa 200 m hoogte in de Middelgebergten. Ook na het komend weekend blijft het stroomgebied onder invloed staan van lagedrukgebieden die zo nu en dan neerslag aanvoeren. Het blijft aan de koude kant en op enige hoogte zal het voornamelijk sneeuw zijn zodat het sneeuwdek aardig kan aangroeien. Vóór halverwege januari gaat dat waarschijnlijk niet smelten en daarom blijven de waterstanden voorlopig aan de lage kant.
Nadat op 3 of 4 januari de laagste waterstand wordt bereikt, gaat de stand wel weer wat stijgen en vanaf 8 januari verwacht ik dat de 8 m NAP weer overschreden wordt; en de afvoer naar 1.350 m3/s gaat. Rond die tijd wordt ook weer nieuwe neerslag verwacht en, ook al zal daarvan maar een deel regen zijn, kan de waterstand vanaf 10/1 nog wel wat verder stijgen. De kans op erg lage standen is daarom voorlopig even achter de rug. Hoge standen hoeven we voorlopig ook niet te verwachten, de kans daarop neemt pas toe als het weer warmer wordt en de sneeuw gaat smelten.
Maas daalt nog wat verder tot net boven de 100 m3/s, maar vanaf 3 januari stijgend.
De Maas is de afgelopen 3 weken blijven dalen en is bij Maastricht inmiddels tot onder de 125 m3/s gedaald. Dat is erg laag voor deze tijd van het jaar want gewoonlijk bedraagt de afvoer nu zo'n 400 tot 500 m3/s. Lage afvoeren komen in deze tijd van het jaar ook niet vaak voor, want het gebeurt vaker dat het juist tussen kerst en nieuwjaar erg nat is met zelfs grotere hoogwatergolven. Alleen de winter van 2016/17 was recent ook erg droog met rond de jaarwisseling nog lagere afvoeren van zelfs maar 50 m3/s.
Die waarden gaan we dit jaar niet halen ook al daalt de afvoer de komende dagen nog wat verder. Dagelijks gaat er gemiddeld zo’n 5 m3 van de afvoer af en in het begin van het nieuwe jaar komt de afvoer dan dicht bij de 100 m3/s. Vanaf 2 januari wordt met een noordwestelijke luchtstroming meer neerslag aangevoerd waardoor de Maas in de dagen daarna weer wat kan gaan stijgen. Omdat de lucht in code oorsprong heeft zal een groot deel van de neerslag In de vorm van sneeuw vallen en hogerop in de Ardennen kan zich tussen 3 en 6 januari een sneeuwdek opbouwen tot zo'n 30 – 40 cm dik.
Maar in de lagere delen van het stroomgebied zal er ook regen vallen en daarom verwacht ik dat de afvoer in die periode ook weer zal stijgen tot ongeveer 200 misschien 300 m3/s. Maar dit hangt ook af van de temperaturen: hoe kouder het is, hoe minder neerslag als regen valt en hoe lager de Maasafvoer blijft.
Na het volgend weekend houdt de noordwestelijke luchtstroming stand en zeker voor de Ardennen, die dan precies in de wind liggen, kan dat nogmaals aardig wat neerslag opleveren. Ook dan zal dat vooral sneeuw zijn en alleen in de lagere delen wat regen, zodat de Maas voorlopig niet op veel extra water hoeeft te rekenen. Daarvoor moetenw e wachte op zachter weer een regen, maar dat is voorlopig niet in aantocht.
Water Inzicht
Het jaar 2025 was relatief droog met vaak lage waterstanden; heel anders dan zijn voorganger 2024.
Vorig jaar was een groot deel van het jaar uitzonderlijk nat en bedroeg de gemiddelde jaarafvoer van de Rijn ruim 2.800 m3/s; wat ca 25% meer is dan normaal en een van de hoogste uit de meetreeks. Dit jaar begon in januari nog vrij nat met een klein hoogwatertje van iets meer dan 6.000 m3/s, maar al vanaf februari brak een lange droge periode aan en daalden de waterstanden tot ver onder het langjarig gemiddelde. Net op tijd viel er in de zomer wel weer voldoende regen om de afvoer niet tot al te lage niveaus te laten dalen en de 1.000 m3/s werd telkens net niet onderschreden.
Ook het najaar verliep nog vrij nat en zo kon de gemiddelde afvoer dit jaar op circa 1.960 m3/s uitkomen. Het langjarig gemiddelde van de hele meetreeks bedraagt ongeveer 2.210 m3/s, waarmee de Rijn dit jaar iets minder dan 90% van de normale hoeveelheid water afvoerde. Een jaargemiddelde afvoer van 1.950 m3/s is wat aan de lage kant maar niet uitzonderlijk. Het laatste jaar met relatief erg weinig water was 2022 met ca 1.650 m3/s (75% van het langjarig gemiddelde).
De Maasafvoer bedroeg in 2025 gemiddeld iets meer dan 200 m3/s, wat iets minder dan 80% is van het langjarig gemiddelde, dat ca 255 m3/s bedraagt. De Maas ontving gemiddeld dus wat minder water dan de Rijn en het viel tijdens het jaar ook al op dat het stroomgebied van de Maas vooral in de zomer en het najaar vaak net buiten de gebieden met veel neerslag lag; de Rijn had wat dat betreft meer geluk.
Erg laag was de gemiddelde afvoer in 2025 echter ook weer niet, in 2022 was de gemiddelde afvoer met ca 165 m3/s (65%) nog flink wat minder. Maar het kan nog veel lager, zoals in 1976 toen de Maas over het jaar gemiddeld maar ca 85 m3/s (33%) afvoerde.
In de volgende twee figuren is het verloop van de Rijnafvoer bij Lobith (boven) en Maasafvoer (onder) voor 2025 uitgezet. De blauwe lijn is de afvoer van 2025, de groene lijn het langjarig gemiddelde, de rode lijn de hoogste afvoer en de zwarte lijn de laagste op een dag gedurende het jaar. Voor de Maas zijn het de waarden voor Monsin, dit ligt net voordat het Albertkanaal afsplitst van de Maas. Bij Maastricht is de afvoer ca 15 m3/s lager dan bij Monsin.
Schermafbeelding 2025-12-28 om 11.23.21.png

Schermafbeelding 2025-12-28 om 11.49.50.png

In de figuur van de Rijn heb ik met gele en blauwe stroken de natte en droge perioden gedurende het jaar aangegeven. Na het nog relatief natte begin van het jaar valt de lange droge periode op in het voorjaar met de maand maart die vrijwel helemaal droog verliep. Tijdens deze droge periode daalde de afvoer sterk en halverwege april werd voor het eerst de 1000 m3/s bijna bereikt. Maar net op tijd viel er wat regen en dat patroon van dalen, tot net voordat de afvoer zeer laag zou worden, zou zich de rest van het voorjaar en de zomer blijven herhalen.
Ook vanaf half juni was het weer lange tijd vrijwel droog en in juli werd opnieuw de 1.000 m3/s aangetikt, maar ook toen ging het net op tijd weer regenen in het stroomgebied. Vanaf half juli een klein beetje, maar aan het eind van de maand was er zelfs een klein zomergolfje. De maanden daarna wisselden perioden van droog weer onder invloed van hogedrukgebieden af met lagedrukgebieden die enkele regenzones op het stroomgebied afstuurden. Het was nooit langdurig nat en het bleef steeds bij korte uitschieters, gevolgd door een wat langere droge periode. Helemaal aan het eind van het jaar zien we hoe het droge weer vanaf 10 december de Rijn relatief ver heeft laten dalen.
Bij de Maas is de overgang van natte naar droge omstandigheden nog wat scherper dan bij de Rijn. Begin januari was er een grote hoogwatergolf die tot 1900 m3/s steeg, gevolgd door een wat kleinere waardoor januari een hoge gemiddelde afvoer had. In februari was het abrupt afgelopen met het vele water en er volgende ,dankzij de zeer droge maart maand, een lange daling tot erg lage afvoeren in april. Begin mei viel er een klein beetje regen maar ook in de maand mei bleef de afvoer nog lange tijd erg laag.
Net als bij de Rijn waren er in het zomerhalfjaar soms korte natte intermezzo's waardoor de afvoer weer even wat steeg tot rond de 100 à 150 m3/s. De Maas lag wat vaker dan de Rijn buiten de grotere regengebieden en ook in het najaar bleef de afvoer vaak lager dan het langjarig gemiddelde. Het droge weer van de laatste 3 weken heeft zelfs gezorgd voor een erg lage afvoer op de overgang naar het nieuwe jaar.
In de volgende 2 grafieken is de afvoerreeks van de Rijn en de Maas verdeeld over 14 segmenten van een lage afvoer links naar een heel hoge afvoer rechts. Van ieder segment is het aantal dagen weergegeven dat de afvoer zich in 2025 binnen dit bereik bevond (in rood), vergeleken met het langjarig gemiddelde (in blauw).
Schermafbeelding 2025-12-28 om 11.20.29.png

Schermafbeelding 2025-12-28 om 11.54.17.png

In zowel de Rijn als de Maas kwamen lage afvoeren onder het gemiddelde meer voor dan de afvoeren boven het gemiddelde. Bij de Rijn vallen vooral de twee kolommen tussen 1.000 en 1.500 m3/s op, waar de afvoer zich bijna de helft van het jaar in bevond. Tegelijkertijd kwam de afvoer op geen enkele dag in het laagste segment, wat je wel zou verwachten als de afvoer er zo vaak dichtbij komt. Bij de Maas gebeurde dat wel, al is het wat minder dan je op grond van de twee hogere segmenten zou verwachten.
Hoger dan gemiddelde afvoeren zijn er bij de Rijn duidelijk ondervertegenwoordigd. Alle segmenten boven de 2.750 m3/s hadden minder dan de helft van het aantal dagen wat in een gemiddeld jaar optreedt. Bij de Maas valt bij de hogere afvoeren vooral het grotere aantal dagen tussen 1.000 en 1.500 m3/s op. Dit waren de twee wat grotere hoogwaters in januari.
Voor de Rijn heb ik in de volgende grafieken ter vergelijking de twee opvallende recente jaren onder elkaar gezet. De grafiek van 2024 laat zien hoe een bijzonder jaar dat was met een sterke oververtegenwoordiging van dagen met bovengemiddelde afvoeren. Maar dat leidde toen ondanks de uitzonderlijk grote hoeveelheden regen weer niet tot het vaker optreden van hoge afvoeren >6.000 en >7.500 m3/s.
Het jaar 2022 liet een heel ander beeld zien met een vaak alage afvoer. Maar anders dan het afgelopen jaar waren er toen ook veel dagen met een afvoer lager dan 1.000 m3/s. Dit is meer het normale beeld in droge jaren; dat ook de zeer lage afvoeren vaker optreden.
Schermafbeelding 2025-12-28 om 12.14.20.png
