U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Droge week, Rijn eerst stijgend, daarna dalend, Maas dalend

Na een lange periode waarin lage drukgebieden het weer in de stroomgebieden bepaalden is er nu een hoge drukgebied verschenen boven de Britse Eilanden dat een groot deel van de komende week voor rustig weer gaat zorgen.  De stijging van de waterstand in de Rijn die gisteren Nederland bereikte zet daarom niet door en na donderdag zal weer een daling inzetten. De Maas daalt de hele week. In dit weer- en waterbericht leest u de details over het verloop van de waterstanden in de komende week en wat mogelijk daarna komt. Verder in dit bericht aandacht voor de daling van de rivierbodem van de Rijn, die voor steeds grotere problemen zorgt voor de gebruikers van het rivierengebied. Een aantal organisaties heeft deze week een plan gepresenteerd om deze daling een halt toe te roepen. Een korte toelichting op dit plan en de beoogde effecten.

Lage druk maakt deze week plaats voor hoge druk

Het ziet er naar uit dat we vanaf nu in een ander weertype komen. De afgelopen maand schoven er steeds lage drukgebieden over het Europese continent die voor wisselvallig weer zorgden, maar geen grote hoeveelheden neerslag. Zowel Rijn als Maas kregen enkele kleinere watergolfjes te verwerken, waarvan de laatste nu nog in de Rijn onderweg is naar Nederland. Op dit moment bevindt zich nog zo'n lage drukgebied boven Frankrijk en het stroomgebied van de Maas en de Moezel hebben daar vandaag nog mee te maken. Dit lage drukgebied ios voorlopig de laatste van deze soort; het schuift nu richting de Middellandse Zee en heeft dan geen invloed meer op het weer in de stroomgebieden.

Inmiddels is de luchtdruk boven de Britse Eilanden flink gaan stijgen en het hoge drukgebied dat daar nu wordt gevormd zal de komende 4 tot 5 dagen het weer in de stroomgebieden bepalen. Vanaf dinsdag gaat het gebied naar het oosten bewegen en het schuift dan eerst naar Midden Europa en later verder naar het zuidoosten. Tot en met vrijdag houdt het neerslaggebieden op een afstand. Achter dit hoge drukgebied ontwikkelt zich dan op de Atlantische Oceaan een westelijke luchtstroming die vanaf komend weekend actief gaat worden. In deze circulatie bewegen de lage drukgebieden met grote snelheid van west naar oost over de Oceaan en gaan dan meestal ten noorden van ons langs. Regenzones strekken zich wel tot onze omgeving uit en als een lage drukgebied wat dichterbij komt kan het ook hard waaien.

Het ziet er dus naar uit dat het, na de droge week die ons te wachten staat, vanaf het komend weekend flink natter gaat worden. De kans is daarom groot dat waterstanden in de rivieren in de loop van de week daarna dan ook weer zullen gaan stijgen. Het is nog onduidelijk hoe lang de westelijke circulatie aan zal houden. Het is een kenmerkend weertype voor december en een langdurige westecirculatie kan op termijn ook voor meer serieuze hoogwaters zorgen. Zover is het echter nog lang niet. Allereest duurt het nog bijna een week voordat deze circulatie op gang komt en het is nu nog niet te zeggen hoe lang hij aan zal houden. Het kan ook dat het een week later al weer ophoudt en hoge druk het weer wederom gaat bepalen.

Klein piekje onderweg in de Rijn

De afgelopen week daalde de waterstand bij Lobith langzaam tot een waarde iets onder de 8,2 m +NAP op vrijdag; de afvoer bedroeg toen ca 1.400 m3/s. De regen die van woensdag t/m vrijdag in het stroomgebied is gevallen zorgt nu voor een stijging van de Rijn. Het eerste water daarvan is inmiddels bij Lobith aangekomen en de hoogste stand verwacht ik aanstaande donderdag.

Het water dat nu arriveert is afkomstig uit de Midden Duitse zijrivieren van de Rijn, waarvan de Moezel de belangrijkste is. De piek in de Moezel bereikt vandaag Koblenz en dit water zal dinsdag Nederland bereiken. De stand bij Lobith zal dan gestegen zijn tot net onder de 9 meter; de afvoer bedraagt dan ca 1.900 m3/s. 

Daar achteraan komt dan het water uit de Bovenrijn waarvan de piek ongeveer 2 dagen langer onderweg is voordat deze Nederland bereikt. Tegen de tijd dat deze piek uit de Bovenrijn bij Koblenz passeert zal de Moezel nog niet zoveel gezakt zijn, omdat er vandaag ook nog regen valt langs de Moezel. De piek uit de Bovenrijn zal daarom nog wat extra water krijgen en daarom verwacht ik dat de waterstand bij Lobith na dinsdag nog wat verder zal stijgen naar tussen de 9,3 en 9,5 m op donderdag. De afvoer zal dan tot ca 2.200 m3/s zijn gestegen. 

Dit is ongeveer net zo hoog als de piek die begin november passeerde. Ondanks dat ik over een piek spreek, gaat het hier zeker niet om een hoge afvoer. Een waarde van 2.200 m3/s is net iets meer dan het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Voordat van een echt hoogwater sprake is moet de afvoer nog wel 3 tot 4 keer zo groot zijn. Voorlopig is daar nog geen enkel zicht op.

Na donderdag gaan afvoer en waterstand eerst weer een aantal dagen zakken. De westelijke circulatie die dan op gang komt zal namelijk pas in het komend weekend voor neerslag gaan zorgen en dan duurt het nog een dag of 3 voordat het eerste water daarvan in Nederland aan komt.

Samengevat verwacht ik dat de waterstand bij Lobith de komende 4 dagen zal stijgen met ca 25 tot 30 cm per dag naar een stand van 9,3 tot 9,5 m +NAP op donderdag. Vanaf vrijdag zal de stand dan weer gaan dalen en in het weekend zal deze weer onder de 9 m zakken en de afvoer onder de 2.000 m3/s. Ook het begin van de week daarna zet deze daling nog door en misschien dat net de 8,5 m nog bereikt wordt bij een afvoer van ca 1.600 m3/s, voordat later in die week de waterstanden waarschijnlijk weer gaan stijgen.

Maas daalt na een kleine piek

De regen van woensdag en donderdag leverde in de Maas een kleine watergolf op die de afvoer bij Maastricht op vrijdag en zaterdag liet stijgen tot ca 450 m3/s. Inmiddels is de afvoer al weer wat gezakt, maar omdat er vandaag nog aardig wat regen valt in het Franse deel van het stroomgebied en de zuidelijke Ardennen zal de daling de komende twee dagen wat vertragen. Omdat het de rest van de week droog blijft zal de afvoer na dinsdag wel weer verder gaan dalen. Pas na het volgend weekend, als nieuwe regenzones vanaf de Atlantische Oceaan de Ardennen weer weten te bereiken, verwacht ik weer een stijging van de afvoer.

Samengevat verwacht ik de komende twee dagen dat de afvoer bij Maastricht rond de 350 m3/s zal blijven schommelen. Na dinsdag zet dan een daling in, waarbij aan het eind van de week de 250 m3/s weer wordt onderschreden. In het komend weekend daalt de afvoer nog wat verder tot ca 200 m3/s waarna in het begin van de week daarna weer een stijging kan beginnen.

Hoe de bodemdaling van de Rijn gestopt zou kunnen worden

In de afgelopen jaren heb ik al vaker stil gestaan bij de bodemdaling van de Rijn. Sinds de rivier rond 1870 met kribben is vastgelegd kan het rivierwater geen zand meer opnemen uit zijn oevers en richt de erosieve kracht van het water zich alleen nog maar op de bodem van de rivier. De bodem in het bovenstroomse deel van de Nederlandse Rijntakken (dus ook de IJssel en de Waal) zakt daardoor ieder jaar met ca 2 cm. Verder stroomafwaarts is de daling minder groot; hier profiteert de rivier namelijk van het zand dat bovenstrooms is weggespoelt en zakt de bodem daarom minder snel. Voor de Waal ligt dit kantelpunt ongeveer bij Zaltbommel, voor de IJssel bij Deventer.

De daling van de rivierbodem is goed merkbaar aan de waterstanden. Als we van ieder jaar sinds 1900 de gemiddelde waterstand in een grafiek uitzetten, dan zien we een sterk dalende trend (zie de linkergrafiek hieronder). De gemiddelde waterstand schommelt van jaar tot jaar (de blauwe kolommen), maar als er een trendlijn doorheen wordt getrokken (de zwarte lijn) dan is een sterke negatieve trend zichtbaar. Het tienjarig gemiddelde (de rode lijn) laat zien dat er wel perioden zijn met een wat hoger gemiddelde (zoals in de 80-er jaren) of lager gemiddelde, maar ook die lijn daalt sterk.

gemiddelde waterstand en afvoer.jpg

De gemiddelde waterstand (links) en afvoer (rechts) bij Lobith van 1900 t/m 2019
De gemiddelde waterstand (links) en afvoer (rechts) bij Lobith van 1900 t/m 2019

De steeds lagere waterstanden worden niet veroorzaakt doordat de Rijn steeds minder water aanvoert. In de rechterfiguur is voor alle jaren de gemiddelde afvoer aangegeven bij Lobith en daaruit blijkt dat er geen trend zichtbaar is in de afvoeren. De hoeveelheid water die de Rijn aanvoert kent van jaar tot jaar wel grote schommelingen en ook in de 10-jarige gemiddelden zijn er langjarige pieken en dalen, maar over de hele meetperiode is de afvoer opvallend stabiel. De daling van de waterstanden (ruim 2 meter in de afgelopen 120 jaar) wordt dus niet veroorzaakt doordat de rivier minder water aanvoert en wordt dus helemaal veroorzaakt door de daling van de rivierbodem.

In de figuren hieronder heb ik in beeld gebracht wat het effect van de bodemdaling is. De gemiddelde waterstand is daardoor gedaald en omdat er meer water in het zomerbed past, is er een hogere afvoer nodig voordat de rivier buiten zijn oevers treedt. In de situatie rond 1900 was de bedding geheel gevuld bij een afvoer van ca 3.100 m3/s (bovenste figuur), maar tegenwoordig gebeurt dat pas bij een afvoer van ca 4.800 m3/s (onderste figuur). Omdat hogere afvoeren minder vaak voorkomen betekent dat dat de Rijn veel minder vaak buiten haar oevers treedt; in de afgelopen 120 jaar is dat afgenomen van 60 naar slechts 15 dagen per jaar.

Bodemdaling Rijntakken.jpg

Schematische doorsnede door het zomer- en winterbed van de Rijntakken, met (boven) de situatie rond 1900 en (onder) de huidige situatie. De bodemdaling zorgt ervoor dat de afvoeren waarbij de rivier buiten zijn oevers treedt steeds hoger worden.
Schematische doorsnede door het zomer- en winterbed van de Rijntakken, met (boven) de situatie rond 1900 en (onder) de huidige situatie. De bodemdaling zorgt ervoor dat de afvoeren waarbij de rivier buiten zijn oevers treedt steeds hoger worden.

Ook het moment dat de zomerkaden overstromen en de uiterwaarden zich gaan vullen ligt tegenwoordig bij een veel hogere afvoer: voorheen gebeurde dat bij een afvoer van 5.500 m3/s (bovenste figuur) en tegenwoordig pas bij 7.300 m3/s (onderste figuur). De frequentie waarmee uiterwaarden overstromen is daarmee gedaald van 10 dagen per jaar naar slechts 2 dagen.

De waterstand waarbij het zomerbed geheel gevuld is bedraagt bij Lobith ca 12,5 m +NAP en de waterstand waarbij de zomerkaden overstromen ca 14,5 m +NAP. In de grafieken hieronder is goed te zien dat de frequentie waarmee deze waterstanden worden overschreden als gevolg van de bodemdaling ook sterk zijn gedaald. Het is duidelijk te zien dat de rivier steeds minder vaak buiten zijn oevers treedt (links) en dat de zomerkaden vrijwel nooit meer overstromen (rechts). Een goed voorbeeld van het effect is te zien aan het grote hoogwater van januari 2018. Tijdens dat hoogwater kwam de waterstand twee dagen boven de 14,5 m uit bij Lobith. Als deze zelfde hoogwatergolf door de bedding van het jaar 1900 had gestroomd, dan had dat op 17 dagen het geval geweest.

Aantal dagen boven 12,5 m en 14,5.jpg

Het aantal dagen per jaar (sinds 1900) dat de waterstand bij Lobith boven de 12,5 stijgt (links) en boven de 14,5 m (rechts).
Het aantal dagen per jaar (sinds 1900) dat de waterstand bij Lobith boven de 12,5 stijgt (links) en boven de 14,5 m (rechts).

De bodemdaling van het zomerbed heeft een aantal vervelende gevolgen. Zo heeft de natuur in de uiterwaarden te leiden onder de sterke afname van de dynamiek. Daardoor verdwijnen de soorten die gebaat zijn bij regelmatige overstromingen, maar ook de soorten die in moerassen en plassen leven verdwijnen omdat deze wateren steeds vaker droog komen te staan omdat ze 's winters niet door hoogwater worden aangevuld. De lagere grondwaterstanden zorgen er ook voor dat landbouwgebieden binnendijks vaker met droogte te maken hebben en huizen verzakken en scheuren gaan vertonen. 

Ondanks dat de gemiddelde afvoer niet verandert is, en daarmee ook de gemiddelde waterdiepte niet, heeft de scheepvaart toch erg veel last van de bodemdaling. Op de rivierbodem zijn in het verleden namelijk vaak steentapijten gebruikt om de bedding vast te leggen. Deze stenen gedeelten in de bodem zakken niet mee met de zandige bodem ervoor en erna en vormen daardoor meer en meer een drempel waar de schepen op vast kunnen lopen. Ook kunnen de schepen bij lage waterstanden de sluizen niet meer in omdat de sluisbodem relatief steeds hoger is komen te liggen ten opzichte van de waterstand in de rivier. Ook zijn er veel plaatsen waar gasleidingen of kabels onder de rivier door liggen, die ooit enkele meters onder de bodem lagen, maar nu langzamerhand bloot spoelen. 

De bodemdaling is daarmee een probleem dat heel veel gebruikers van de rivier parten speelt en sinds enkele jaren zijn door het Rijk programma's gestart om oplossingen te bedenken en maatregelen uit te werken. Zo wordt bestudeerd hoe extra zand aan de rivier toegevoegd kan worden. Dat zand wordt dan door de rivier meegevoerd en zo de tekorten benedenstrooms aanvullen. Een probleem bij deze methode is dat dit zand zich maar langzaam verplaatst en dat er erg grote hoeveelheden nodig zijn. Dit zorgt lokaal, waar het zand wordt gestort, dan voor een bult op de rivierbodem, wat niet wenselijk is. Inmiddels wordt er door Rijkswaterstaat op kleine schaal geëxperimenteerd met deze methode en uit de lessen die daarbij worden geleerd hoopt men tot een goede werkwijze voor de toekomst te kunnen komen.

Een andere manier om de bodemdaling te stoppen werd deze week door een aantal natuurorganisaties voorgesteld en verschillende media maakten er melding van. De aanpak houdt in dat het probleem meer bij de oorzaak aangepakt wordt: door het water weer meer door de uiterwaarden te laten stromen zal de erosieve kracht van het water afnemen en de bodem minder sterk of niet meer dalen. De analyse hierboven laat zien dat het rivierwater tegenwoordig steeds langer in het zomerbed blijft. Trad de rivier vroeger nog bijna 60 dagen per jaar buiten haar oevers, nu is dat nog maar 15 dagen. Het gevolg daarvan is dat de stroomsnelheid in de bedding ook steeds hoger is geworden en een sterkere stroming zorgt er voor dat het zand dat de rivier vervoert sneller doorstroomt en de bodem nog sneller uitslijt. Door het rivierwater bij hoge afvoeren weer meer door de uiterwaarden te laten stromen, zal de stroomsnelheid afnemen en de erosie weer verminderen.

Meer water door de uiterwaarden kan op twee manieren: ten eerste door zomerkaden te verlagen of weg te halen, zodat de uiterwaard eerder instroomt en er meer water via de uiterwaard stroomt en minder via het zomerbed. Dit gebeurt dan tijdens hogere afvoeren als de stroomsnelheid sowieso het grootst is, dus het afleiden van water naar de uiterwaraden heeft dan zeker zin. Daar staat tegenover dat de uiterwaarden, ook bij verlaagde kades, nog maar maximaal 15 dagen per jaar mee zullen stromen; het water moet immers eerst het zomerbed uit en dat gebeurt tegenwoordig niet vaker dan 15 dagen.

Om ook de andere dagen de druk van de ketel te halen zullen er ook nevengeulen aangelegd moeten worden die een deel van het water afvoeren. Die geulen worden dan door de uiterwaard gegraven en liggen zo laag dat ze een groot deel van het jaar een deel van het water af kunnen voeren. Het gaat dan om niet meer dan ca 5 tot 10% van de rivierafvoer, maar dat is voldoende om het water in het zomerbed minder snel te laten stromen. Het localiseren van de meest geschikte plaatsen voor deze geulen vraagt nog wel wat uitzoekwerk, want er staan in de uiterwaarden soms ook woningen en bedrijven die wel bereikbaar moeten blijven.

Een voorwaarde voor succes van dit nieuwe principe dat nu wordt voorgesteld is dat plaatsen waar zomerkades worden verlaagd en geulen door de uiterwaarden worden gegraven een aaneengesloten lint van ingrepen vormt, van minimaal 25 km lang. Alleen dan zal de rivierbodem overal reageren door minder snel uit te slijten en misschien zelfs weer wat terug te veren. Als het op een korter traject gebeurt, ontstaan er alleen lokaal ondiepere plekken waar de scheepvaart dan hinder van zal ondervinden.

Om te voorkomen dat door het afleiden van een deel van het water de vaardiepte voor de scheepvaart in het geding komt, zijn er ook maatregelen nodig om bij de laagste afvoeren het water in het zomerbed juist wel wat meer te concentreren. Dat kan door de kribben langer te maken en lokaal langsdammen aan te leggen die het zomerbed bij de lage afvoeren wat smaller maken zodat de waterstand in de scheepvaartgeul dan juist wat hoger wordt. Deze versmalling mag alleen werken bij lager dan gemiddelde afvoeren omdat dit anders weer voor extra bodemerosie gaat zorgen in het zomerbed. Al met al vraagt het nog heel wat uitzoekwerk en rekenwerk om dit nieuwe ontwerp van het rivierengebied vorm te geven. Maar als het lukt om hiermee een meer duurzame bodemligging van de Rijntakken te kunnen garanderen dan is het dat zeker waard.

 

Weinig veranderingen

Ook de komende week houdt het licht wisselvallige weer aan waarbij lage drukgebieden de dienst uitmaken in West Europa. Zonder dat er veel regen valt en daarom veranderen de waterstanden en afvoeren van Rijn en Maas maar weinig. In het weer- en waterbericht leest u meer over wat Rijn en Maas te wachten staat. Ook in dit bericht aandacht voor de Maas. Nadat ik vorige week liet zien hoe een afvoergolfje door de Rijntakken liep, nu een vergelijkbare analyse, maar dan voor de Maas.

Nog minstens een week trage lage drukgebieden 

Het weer bij ons blijft ook de komende week onder invloed staan van grote lage drukgebieden die traag bewegen. Nadat er gisteren een over Frankrijk naar het zuidoosten is geschoven, ligt nu al weer een nieuwe klaar ten oosten van Ierland, die de komende 3 tot 4 dagen langzaam over Engeland naar onze omgeving beweegt. De eerste dagen is het nog vrijwel droog, maar als het lage drukgebied woensdag dichterbij komt, gaat het in de stroomgebieden van eerst de Maas en later ook de Rijn regenen. Er kan dan zo'n 2 cm regen vallen, in Zuid Duitsland waarschijnlijk het dubbele, wat genoeg is voor een kleine stijging van de afvoeren van eerst de Maas en daarna de Rijn in de dagen daarna.

Als het lage drukgebied op donderdag is doorgetrokken naar het oosten blijft het eerst een paar dagen droog, tot er rond het weekend een nieuw lage drukgebied verschijnt dat waarschijnlijk ten zuiden van Nederland langs zal trekken en vooral ten zuiden van ons neerslag kan brengen. Het is nog niet duidelijk hoeveel neerslag er valt en waar dit gaat vallen. Vaak leveren dergelijke lage drukgebieden die precies over de stroomgebieden trekken veel neerslag op, maar we hebben dit najaar al meerdere malen met zo'n situatie te maken gehad, maar steeds zonder al te grote hoeveelheden. De kans is groot dat dat ook nu weer gebeurt, maar volgende week weten we meer over hoe het zich gaat ontwikkelen.

Op nog wat langere termijn, na het volgende weekend, lijkt er toch wel een verandering te komen in het weerbeeld. De westelijke circulatie wordt dan waarschijnlijk wat actiever en er kunnen dan met wat grotere snelheid neerslagzones vanaf de Atlantische Oceaan worden aangevoerd. Dat betekent wat meer dynamiek, met meer wind en vaker neerslag. Grote hoeveelheden neerslag liggen echter ook dan niet in het verschiet.

Rijn langzaam dalend, vanaf volgend weekend weer stijgend

De afgelopen week passeerde een kleine piek in de Rijn. De afvoer steeg in het midden van de week tot bijna 1900 m3/s, maar is nu al weer gedaald naar ca 1700 m3/s. De waterstand bij Lobith steeg tijdens het piekje tot 8,9 m +NAP en is nu weer 20 cm gedaald. Ondanks het piekje bleef de afvoer deze week onder het langjarig gemiddelde; dat bedraagt voor deze tijd van het jaar ongeveer 2100 m3/s wat overeen komt met een waterstand van ca 9,1 m +NAP.

De stijging van de afgelopen week werd in eerste instantie veroorzaakt door extra water uit de meest noordelijke zijrivieren van de Rijn: de Lippe en de Ruhr. De stroomgebieden van deze zijrivieren lagen langdurig ondere een regenzone een dat leverde vrij veel extra water op. Nadat dit water voorbij was bij Lobith arriveerde al meteen het extra water uit de Moezel. Dit was afkomstig van dezelfde regenzone, maar omdat het meer dan een dag langer onderweg is, vielen de beide piekjes net na elkaar. Zo bleef de waterstand bij Lobith een dag of 3 op ongeveer hetzelfde niveau.

De dalende trend van de laatste 2 dagen zet zich de eerste helft van de week nog voort met een daalsnelheid van ca 10 cm per dag en op donderdag verwacht ik dan een waterstand van ca 8,2 m +NAP. De afvoer is dan gedaald tot 1400 m3/s. Na donderdag zal de stand eeen paar dagen stabiel zijn, waarna vanaf zaterdag weer een lichte stijging verwacht mag worden. Dit is extra water dat afkomstig is van de regenzone die woensdag en donderdag over het stroomgebied trekt. Een grote stijging levert dit nog niet op en zeer waarschijnlijk blijft de afvoer in het begin van de week na volgend weekend daarom ook nog onder de 2000 m3/s. 

Wat het weer in het volgend weekend betreft is het lage drukgebied van belang dat dan over Midden Europa trekt. Voorlopig ziet het er naar uit dat dit (net als zijn voorgangers) niet veel regen brengt, maar een verrassing is altijd mogelijk. Het water daarvan hoeven we echter pas in de tweede helft van die week daarna te verwachten.

Venetië

Vorige week schreef ik al wat uitgebreider over Venetië. Het is nu uit het nieuws, maar de hoge waterstanden zijn daar nog niet achter de rug. Ook vandaag wordt weer een aqua alta verwacht met een stand waarbij bijna de helft van de stad overstroomt. Deze hoge standen worden veroorzaakt door een zuidenwind, die het gevolg is van de lage drukgebieden die via Frankrijk naar het zuidoosten trekken. Dit hardnekkige weerpatroon duurt nu al vele weken en houdt ook de komende week nog aan en de kans is groot dat het lage drukgebied dat aan het eind van de week wordt verwacht ook weer deze koers gaat volgen met nogmaals hoge waterstabden in Venetië. 

Maasafvoer daalt de eerste dagen, vanaf woensdag weer licht stijgend

De regenzone die vorig weekend precies over de Ardennen lag zorgde voor een kleine hoogwatergolf, waarbij de afvoer bij Maastricht op dinsdag tot net onder de 500 m3/s steeg. Daarna werd het droog en daalde de afvoer ook weer vrij snel naar een waarde van ca 200 m3/s op dit moment.

Een deel van de neerslag viel in de hogere delen van de heuvels, voor het eerst dit jaar, als sneeuw en maximaal lag er ca 10 cm. Dit is niet ongewoon in deze tijd van het jaar en zoals gebruikelijk, dooit deze sneeuw daarna ook weer snel weg. Dat was nu ook het geval en de meeste sneeuw is nu weer weg. Een wat langduriger sneeuwdek vormt zich in de Ardennen meestal pas na de jaarwisseling. 

Die daling van de afvoer zet zich de komende 3 dagen nog voort naar ca 175 m3/s op woensdag. Op woensdag wordt dan aardig wat regen verwacht in de Ardennen en dat kan in de loop van woensdag al voor een stijging van de afvoer gaan zorgen. Een stijging tot tussen de 300 en 400 m3/s op donderdag is dan mogelijk. 

Donderdag en vrijdag zijn in het stroomgbeied weer bijna droge dagen, waardoor de afvoer na donderdag weer wat kan dalen. Net als voor de Rijn is het van belang om het nieuwe lage drukgebied in de gaten te houden dat op zaterdag het continent optrekt. Voorlopig lijkt het weinig te gaan betekenen voor het stroomgebied van de Maas, maar dat kan nog veranderen. Volgend week meer daarover.

Het verloop van een afvoergolf in de Maas

Voor het verloop van de waterstanden in de Maas wordt altijd naar het meetpunt Maastricht (St Pieter) gekeken. Het gaat hier dan vooral om de afvoer die interessant is omdat die een goed beeld geeft wat er verderop aan waterstanden te wachten staat. Dat is anders dan bij de Rijn waar de meeste gebruikers van het water en de bewoners van het rivierengebied zich niet op de afvoer maar op de waterstand baseren die, in dat geval, bij Lobith wordt opgemeten.

Bij de Maas zegt de waterstand niet zoveel omdat Maastricht in een gestuwd traject van de rivier ligt waar de waterstanden pas gaan veranderen als de afvoer al ver is opgelopen. Dat is een van de kenmerken van gestuwde rivieren, dat de waterstanden er vooral bepaald worden door het niveau waarop de stuw is ingesteld en niet op de hoeveelheid water die de rivier daadwerkelijk afvoert. Als de afvoer in een gestuwde rivier toeneemt dan merken we dat in eerste instantie alleen aan de stroomsnelheid. Die was aanvankelijk nog bijna nul, maar als er meer water wordt aangevoerd, gaat dat water in het gestuwde traject eerst steeds harder stromen en pas bij een heel hoge afvoer gaat de stand dan ook omhoog.

In de figuur hieronder is voor vier meetpunten langs de Maas het verloop van de afvoer aangegeven. Bij Maastricht zijn er sterke schommelingen en hier heb ik met een rode lijn het gemiddelde verloop aangegeven. Voor de piek uit schommelde de afvoer overal tussen de 150 en 200 m3/s om dan snel te stijgen naar bijna 500 m3/s bij Maastricht. Daarna gaat de afvoer weer vrij snel omlaag om vervolgens enkele dagen rond de 300 m3/s te schommelen, om daarna weer verder te dalen.

Als we de hoogte van de piek bekijken dan valt op dat deze eerst bijna 500 m3/s hoog was, maar een meetstation later, bij Maaseik lager is geworden. Dit is een gevolg van het grensmaasproject dat hier wordt uitgevoerd. De Maasbedding is daar flink verbreed en de watergolf kan daardoor veel water tijdelijk weg zetten in de verbrede weerden van de Maas. Aan het eind van het Grensmaastraject is de golf daardoor water kwijt geraakt en dus lager geworden.

Bij Venlo is de piek weer wat hoger geworden. Ondanks dat de Maas hier ook vrij veel water kan parkeren in de Maasplassen is de piek toch hoger. In dit traject stromen enkele grote beken in de Maas uit, waarvan de Roer bij Roermond de belangrijkste is. De Roer voerde bijna 50 m3/s aan, wat de stijging grotendeels verklaart. 

Nog weer verder stroomafwaarts tot aan Megen (nabij Den Bosch) wordt de piek nog wat hoger. In dit traject stromen ook veel zijbeken in de Maas uit die voor extra water hebben gezorgd. Ik verwacht echter dat de opvallende piek hier ook het gevolg is van het stuwbeheer in de Maas. dat veroorzaakt vaak sterke schommelingen, waarbij de stijging wordt uitvergroot en de daling vaak ook. Omdat de afvoer bij Megen na de piek ook weer enige tijd flink lager was kan deze stuw-schommeling een deel van de extra hoogte verklaren.

Verloop piek Maas.jpg

Het verloop van een afvoergolfje in de Maas van boven- naar benedenstrooms
Het verloop van een afvoergolfje in de Maas van boven- naar benedenstrooms

In het verloop van de piek is nog een interessant fenomeen te herkennen. Als we het moment dat de piek passeert bij de vier stations bekijken, dan valt op dat het relatief lang duurt voor de piek bij Maaseik aankomt, maar daarna snel doorloopt naar benedenstrooms. De afstand tussen Maastricht en Maaseik bedraagt (over de as van de rivier gemeten) slechts 38 km, maar de golf deed hier 9 uur over, wat neer komt op een snelheid van ca 4 km per uur. Bij het traject tussen Venlo en Megen gaat het om een afstand van ruim 80 km, wat de golf in 8 uur aflegde, wat neerkomt op een snelheid van ca 10 km per uur. In het traject tussen Maaseik en Venlo, afstand ca 50 km, was de snelheid ook al hoog met ca 9 km per uur.

Dit verschil in snelheid is ook een gevolg van de stuwen in de Maas. In een gestuwd traject loopt de watergolf namelijk sneller dan in traject zonder stuwen. Het bovenste traject, de Grensmaas, is niet gestuwd en hier loopt de watergolf dus vrij langzaam doorheen en de twee andere trajecten zijn grotendeels gestuwd en hier loopt de golf dan snel doorheen.  In het voorbeeld hierboven zagen we dat dat een ca 2,5 keer zo hoge snelheid opleverde.

Dit fenomeen van sneller doorlopende afvoergolven in een stuwpand verdwijnt bij hogere afvoeren. Dan worden de stuwen namelijk gestreken en gaat de Maas overal vrij afstromen. De afvoergolf loopt vanaf dan veel trager door en opvallend is dat de looptijd in het benedenstroomse deel van de Maas dan zelfs nog wat lager wordt dan in de Grensmaas. Mocht het dit jaar tot hoogwater komen, dan kan ik dat dan ook onder de aandacht brengen.

Zijdelingse toestroom naar de Maas

Anders dan bij de Rijn zien we bij de Maas dat een afvoergolf onderweg nog wordt aangevuld door water uit de zijbeken. Met behulp van de afvoergegevens van waterschap Limburg en van Aa en Maas heb ik in de figuur hieronder de toestroom vanuit de zijbeken in beeld gebracht. Niet alleen de Maas ontving deze week extra water, ook de zijbeken kregen een extra toevloed. Als we van alle beken de maximale afvoer optellen die in het begin van deze week werd bereikt, dan gaat het om ca 130 m3/s. Dat is ca 25% van de hoeveelheid die de Maas vanuit België aanvoerde. Voor de Maas leveren de zijbeken dus een vrij grote bijdrage.

Ten tijde van de piek in de Maas waren sommige beken al weer wat gedaald. De werkelijke bijdrage aan de piek bedroeg daarom ca 100 m3/s. Opgeteld bij de ca 500 m3/s die Nederland binnenstroomde kwam de pieklager benedenstrooms aan. Dit is een gevolg van het inzakken van de afvoergolf omdat er onderweg water wordt geparkeerd in bijvoorbeeld de Grensmaas en in de Maasplassen. Al met was het effect van inzakken van de golf ongeveer even groot als van het stijgen door de extra aanvoer.

Aanvoer zijbeken Maas.jpg

Toestroom naar de Maas vanuit de zijbeken ten tijde van de piek (tussen haakjes de maximale afvoer  die werd gehaald)
Toestroom naar de Maas vanuit de zijbeken ten tijde van de piek (tussen haakjes de maximale afvoer die werd gehaald)

Maandag neerslag, daarna langere tijd droog

Het weer van de komende week lijkt veel op dat van de afgelopen week: rustig met weinig neerslag en slechts kleine schommelingen in de waterstanden. In het weer- en waterbericht leest u wat dit voor de waterstanden in Rijn en Maas betekent. Daarna een korte impressie van de situatie in Venetie,  waar het wederom erg hoog water is. Aan het eind van dit bericht neem ik u mee langs de drie Rijntakken - Waal, Nederrijn/Lek en IJssel, waar het Rijnwater zich binnen Nederland over verdeelt. In alle drie de Rijntakken levert dat heel verschillende situaties op.

Lage drukgebieden blijven dominant, maar zonder veel neerslag

Het rustige weer van de afgelopen tijd wordt niet, zoals meestal het geval is, door hoge druk veroorzaakt, maar juist door lage drukgebieden. Al enkele weken schuiven er grote lage drukgebieden over West Europa. Het weer daarbij is niet erg actief, al zijn er soms zones waar het even wat feller is. Dat is vannacht en morgen het geval in een zone die over de Frans-Duitse grens naar het noorden loopt tot over Nederland.

Het lage drukgebied dat dit veroorzaakt ligt nu nog boven Italië, waar het ook neerslag en een harde wind in de Adriatische Zee veroorzaakt. Verder naar het noorden brengt dit gebied voldoende neerslag in Midden Europa voor een lichte stijging van de Moezel, en daarmee de Rijn, en ook de Maas krijgt er wat extra water van mee. Op dinsdag trekt het gebied naar Skandinavië en wordt het droog in onze stroomgebieden. 

Vanaf de Atlantische Oceaan dient zich dan al weer een nieuw lage drukgebied aan, maar dat beweegt naar Zuid Europa, waardoor Rijn en Maas buiten schot blijven. Er steekt hier dan een zuidoostelijke stroming op, die tot na het weekend aan kan houden. Toch is er wel een hoge drukgebied dat belangrijk is voor ons weer. Het ligt ver oostelijk, boven Kazachstan, is erg sterk en reikt tot hoog in de atmosfeer, waardoor het de circulatie van neerslaggebieden tot in West Europa bepaalt. Waar gewoonlijk in deze tijd van het jaar de depressies eenvoudig vanaf de Atlantische Oceaan naar europa bewegen, worden ze nu sterk afgeremd en volgen dan een afwijkende koers. 

Het ziet er naar uit dat dit weerpatroon nog wel even aanhoudt en tot na het volgend weekend blijft het daarom droog in de stroomgebieden. Dat betekent dat de waterstanden, na de kleine piekjes die de regen van maandag veroorzaakt, voorlopig vooral zullen dalen.

Rijn bij Lobith daalt nog tot 8,5 m en stijgt daarna naar 9 m.

De Rijn is de hele afgelopen week gedaald en de waterstand bedraagt nu ca 8,7 m +NAP. De afvoer is dan ca 1750 m3/s, wat iets lager is dan de 2000 m3/s die normaal is voor deze tijd van het jaar. De komende dagen daalt de stand eerst nog met ca 10 cm per dag, tot 8,5 m op dinsdag, bij een afvoer van ca 1600 m3/s. Vanaf woensdag begint dan weer een kleine stijging.

Vannacht en morgen valt er namelijk flink wat regen in de Vogezen en de Eifel en dat is het herkomstgebied van de Moezel, die op maandag en dinsdag daarom zal stijgen. Het water doet er vanaf daar nog ca 2 dagen over voordat het bij Lobith aankomt. Vanaf woensdag begint dan hier de stijging en op vrijdag zal de stand ca 50 cm hoger zijn en uitkomen op ca 9,0 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 2.000 m3/s.

Vanaf het weekend zet dan weer een langere daling uit, die waarschijnlijk de hele week daarna zal duren en de kans is groot dat dan de 1500 m3/s weer onderschreden gaat worden. Nu voorspelde is dat afgelopen week ook en dat werd toen (net) niet gehaald. Ook nu blijft er kans op onverwachte situaties, want met lage druk zo dicht in de buurt kan er altijd wel een regengebied ontstaan dat wel weer voor een beetje extra water zorgt.

Maas stijgt morgen naar ca 500 m3/s

De Ardennen liggen vrijwel precies onder het regengebied dat vannacht en morgen over Midden Europa naar het noorden trekt. Er wordt tot ca 3 cm regen verwacht en dat is voldoende om de de afvoer bij Maastricht met ca 300 m3/s te laten stijgen.

Op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht ca 175 m3/s en dat blijft zo tot morgenochtend. Het eerste water uit de Ardennen is altijd al na enkele uren bij de Nederlandse grens en daarom zal de afvoer bij Maastricht morgenochtend al gaan stijgen. De piek verwacht ik dan op dinsdag bij een afvoer van ca 500 m3/s.  

Na de passage van het regengebieden breken een paar droge dagen aan en de aanvoer van water naar de Maas zal dan weer snel teruglopen. Bij Maastricht verwacht ik vanaf woensdag al weer dalende standen en in het weekend zal de afvoer weer tussen de 250 en 200 m3/s zijn uitgekomen. Omdat de kans groot is dat het langere tijd droog blijft, zal de afvoer ook na het volgend weekend nog langzaam verder dalen. 

Venetie

Afgelopen week stond Venetië grotendeels onder water. Ook voor vandaag wordt weer een groot hoogwater verwacht; misschien nog wel iets hoger dan 3 dagen geleden. De verwachting van vanmorgen is dat het peil bij het St Marcoplein tot ca 1,6 m hoogte zou stijgen (zie figuur)

Schermafbeelding 2019-11-17 om 08.40.35.png

Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein
Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein

Op de site van de Italiaanse waterdienst kunt u zelf kijken hoe hoog het peil geworden is. Vanaf een niveau van 1,0 m gaan de laagste delen van de stad overstromen. Bij een peil van 1,3 m staat de helft van de stand al onder water en vanaf 1,4 m al 90%. Vanmiddag zal dus wederom de hele stad overstromen. 

De burgemeester gaf de klimaatverandering de schuld van de overstromingen, anderen weten het aan de trage besluitvorming rond de stormvloedkering waar al een jaar of 10 aan wordt gebouwd. Als we naar de gemiddelde waterstand van de lagune kijken dan is het duidelijk dat de zeespiegel hier wel flink aan het stijgen is. Sinds 1900 is het peil er gemiddeld al ca 35 cm hoger (in Nederland is dat 25 cm). De kans op een waterpeil boven de 1 m wordt dus ieder jaar groter. 

Schermafbeelding 2019-11-17 om 14.40.08.png

Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea
Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea

Hoe het Rijnwater in Nederland zijn weg vervolgt

In mijn berichten schrijf ik altijd over de waterstand bij Lobith. Vaak krijg ik echter de vraag om ook wat informatie te geven over de zijrivieren van de Rijn waar het water zich in Nederland over verdeelt. Dat is echter niet zo heel eenvoudig en om dat toe te lichten neem ik u mee langs de drie Rijntakken: Waal, Nederrijn/Lek en IJssel. Ik gebruik hiervoor het verloop van de waterstand bij Lobith over de periode tussen half oktober en half november. Er waren in die periode 3 kleine watergolfjes en aan het verloop daarvan is goed te zien wat er in de verschillende Rijntakken met het water gebeurt. Ieder van de drie figuren hieronder laat in de bovenste grafiek de waterstand zien bij Lobith en daaronder de waterstanden van enkele meetatstions langs de route van het water door de betreffende rivierarm.

De Waal. De eerste figuur hieronder laat in een vierluik het verloop van de waterstand in de Waal zien. De bovenste grafiek is van Lobith, de tweede van Tiel, de derde van Zaltbommel en de onderste van Werkendam; dit is het punt waar de Waal in het Benedenrivierengebied aankomt. Tussen Lobith en Tiel verandert er niet zoveel. Het verloop is bijna identiek; de pieken doen er ongeveer 1 dag over voordat zij deze afstand afgelegd hebben en ze worden onderweg iets kleiner (ca 20%). De getallen naast de grafiek geven de hoogteverschillen aan. 

Tussen Tiel en Zaltbommel zien we wel een duidelijke verandering, want hier wordt het getij merkbaar. Het bedraagt nog maar enkele decimeters, maar zorgt iedere dag tweemaal voor een extra stijging en daling. Het is goed te zien dat de getijslag bij een lage waterstand groter is dan bij een hoge stand. Hoe hoger de stand, hoe verder het boven de zeespiegel staat en hoe minder ver de getijslag dan door kan dringen. Vanaf 26 oktober is de getijslag enkele weer wat groter. Gedurende deze periode waaide het hard en omdat ook op zee de vloed dan hoger komt, kan het getij ook weer makkelijker Zaltbommel bereiken. Naast het getij is bij Zaltbommel ook de peilschommeling van het extra rivierwater duidelijk te zien. De golf komt nog iets later aan dan in Tiel en de amplitudo is nog weer ca 20% kleiner geworden in het traject tussen Tiel en Zaltbommel.

Bij het laatste meetpunt aangekomen is de waterbeweging nog sterker veranderd dan tussen de eerdere meetstations. De getijslag is er groter geworden en de invloed van de harde wind valt ook duidelijk op. Tegelijkertijd zijn de golfjes die de rivier aanvoert minder goed herkenbaar. Zo is het eerste en kleinste golfje helemaal niet meer te herkennen. De tweede al wel, maar deze viel samen met de harde wind, waardoor het water extra hoog werd opogestuwd en het effect van dee extra rivieraanvoer niet zo duidelijk is. De derde en hoogste golf zorgt wel voor de duidelijkste stijging van de waterstand bij Werkendam, maar als we naar het gemiddelde kijken bedraagt de stijging nog maar ca 50 cm. 

verloop piekje Waal copy.jpg

Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De IJssel. Als we dezelfde drie watergolven volgen door de IJssel, dan zien we een ander beeld, zowel aan het begin als aan het eind. Voor de IJssel is het beheer van de stuw van Driel van belang. Met deze stuw wordt geregeld of er wel of geen water door de Nederrijn stroomt en als deze stuw dicht staat, dan krijgt de Nederrijn bijna geen water meer en krijgt de IJssel meer. 

Bij de eerste piek ging de stuw niet open en lijkt de golkf veel op die bij Lobith, bij de tweede en derde piek stroomde de Nederrijn wel mee. Het openen van Driel is soms herkenbaar, zoals op 24 oktober, toen de stuw zo abrupt open ging dat de stand in de IJssel zelfs wat daalde. Bij de 3e golf is ook goed zichtbaar dat de stuw open gaat, de waterstabnd in de IJssel stijgt dan niet meer en de golf in de IJssel wordt afgetopt. Als de waterstand bij Lobith dan weer gaat dalen, gaat de stuw van Driel in stapjes weer dicht en zo krijgt de IJssel nog een paar dagen wat extra water, waardoor de waterstand daar tijdens die dagen niet daalt. Pas als Lobith sneller gaat dalen, gaat de IJsselweer langzaam volgen. Zo kan er in de IJssel voor extra vaardiepte gezorgd worden voor de binnenvaart

Verderop in de IJssel zien we een zelfde patroon, maar de uitslagen naar boven en beneden worden geleidelijk steeds kleiner. Bij Olst, op twee-derde deel van het IJsseltraject, is van de originele watergolf nog maar ca 50% over. Nog wat verder zakt de golf nog wat sneller in en vanaf Zwolle zijn de pieken en dalen bijna verdwenen. Hier wordt de invloed van het IJsselmeer (de laatste grafiek) steeds belangrijker. Vooral de wind speelt hier een grote rol: een aan- of aflandige wind kan hier voor meer dan 50 cm peilverschil zorgen en dat is meer dan de fluctuaties die de IJssel zelf verzorgt bij dit soort kleine watergolfjes.

verloop piekje IJssel.jpg

Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De Nederrijn/Lek. De derde tak waarlangs Rijnwater wordt afgevoerd is de Nederrijn, die vanaf Wijk bij Duurstede Lek heet. Deze rivierarm is gestuwd. Met de eerste stuw bij Driel wordt geregeld hoeveel water er de Nederrijn in stroomt en bij het meetpunt Driel is dat aan de waterstand te zien als de schuiven open gaan. De waterstand stijgt hier dan plotseling met ca 45 cm. Dit is ook het moment dat de stijging van de IJssel stokt; het meeste extra water dat via het Pannerdensch Kanaal naar de IJsselkop wordt gevoerd, waar IJssel en Nederrijn splitsen, gaat nu eerst naar de Nederrijn. Als de afvoer bij Lobith weer begint af te nemen, wordt de stuw weer langzaam dichtgezet en gaat het waterpeil bij de stuw ook weer langzaam omlaag.

Omdat de Nederrijn/Lek anders droog zal vallen in tijden dat er (bijna) geen water wordt doorgelaten, zijn er nog 2 stuwen gebouwd; bij Amerongen en Hagestein. Deze houden het water vast als er weinig afvoer is, zodat de binnenvaart er wel kan varen. Als de rivier voldoende water krijgt aangevoerd, gaan ook deze stuwen open en stroomt het water vrij af. Bij deze watergolven was dat nog niet het geval, daarvoor was de afvoer nog te klein.

Bij het meetpunt van Amerongen boven de stuw zien we van de watergolf niets terug. De stuw zorgt hier voor een extra diep waterniveau en het extra water zorgt hier alleen maar voor een versnelling van de stroming en nog niet voor een extra peilstijging.

Benedenstrooms van dezelfde stuw, waar het water 3 meter minder diep is, zien we die peilstijging ineens wel weer terug. Iets minder groot dan bij Driel, maar wel duidelijk herkenbaar. Nog weer iets verder, bij Culemborg, is de waterdiepte (agv de stuw van Hagestein) weer wat groter geworden en daardoor is er van een stijging nog maar weinig te merken.

Bij het laatste punt, we zijn nu in de Lek net stroomafwaarts van de stuw van Hagestein, is de waterbeweging plotseling weer heel anders. De stuw is tevens de grens naar de getijdenrivier en hier zijn dagelijks weer de getijschommelingen te zien. Via de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas kan het getij hier makkelijk doordringen en de getijslag is er daarom vele groter dan bij Werkendam langs de Waal. Net als bij Werkendam zien we de invloed van wind op zee, maar ook het verschil tussen doodtij en springtij is er merkbaar. Van de extra aanvoer van water vanuit de Rijn is hier niet veel meer te merken. Dit water wordt wel over de stuw aangevoerd, maar de hoeveelheden waren nu nog zo beperkt dat de getijdynamiek er nog dominant was.

 

verloop piekje Nederrijn.jpg

Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

 

Droog in de stroomgebieden, dalende waterstanden

Wat weer en water betreft staat ons een rustige week te wachten. Neerslag wordt er in de stroomgebieden van Rijn en Maas maar weinig verwacht en daarom zullen de waterstanden vooral dalen deze week. Ook op langere termijn lijkt daar weinig in te veranderen. Vorig jaar hadden we in de Rijn te maken met langdurige lage afvoeren. In dit bericht een vergelijking tussen dit jaar en vorig jaar en u mag alvast nadenken over de vraag in welk van deze jaren de Rijn tot op vandaag het minste water afvoerde. 

Verder nog een mededeling over de website; deze heeft een kleine update ondergaan. In de rechterkolom is vanaf nu een schermpje aanwezig waarin twitter-berichtjes zichtbaar zijn die ik via Waterpeilen post. Zo kan ik gedurende de week aanvullingen doorgeven op het weekendbericht. U krijgt hiervoor geen mail; dat blijft voorbehouden voor de langere berichten die gewoonlijk in het weekend verschijnen. De twitter-berichtjes kunt u lezen door de site wat vaker te raadplegen, of door u aan te melden voor het twitter account van Waterpeilen. 

Wel lage drukgebieden, maar niet veel neerslag

Wie de weerkaart bekijkt, ziet de laatste tijd vaak grote lage drukgebieden in onze omgeving, maar ze brengen maar weinig neerslag. De snelheid waarmee de lucht wordt aangevoerd van de Atlantische Oceaan is namelijk erg traag en tegen de tijd dat een lage drukgebied het continent op schuift is de fut er al grotendeels uit. Ook deze week houden we dit weerbeeld en in de stroomgebieden van Rijn en Maas valt daarom maar weinig neerslag. Nederland ligt wat dichter bij het actieve deel van de lage drukgebieden en bij ons blijft het daarom niet droog, maar ook hier geen grote hoeveelheden.

Ook op langere termijn verandert hier niet zo veel in. De luchtcirculatie blijft rustig en de weermodellen verwachten voorlopig geen actieve neerslaggebieden. In het volgend weekend kan er in de Alpen wel wat neerslag vallen, maar omdat de temperaturen vanaf 1000 m hoogte onder nul zijn gezakt, valt dat daar vooral als sneeuw. In de lagere regionen van de Alpen kan dat later in novemer of december nog wel smelten, maar boven de 2000 m is vanaf nu de opbouw begonnen van het sneeuwdek dat pas volgend voorjaar tussen april en juli weer gaat smelten.

Afgelopen jaar profiteerde de Rijn flink van de sneeuwval en zorgde dit ervoor dat de waterstanden in juni en juli niet wegzakten, ondanks dat het droog was in het stroomgebied. Hoe dat dit jaar uit gaat pakken is nog onzeker. De langetermijnverwachting houdt het er op dat er voldoende neerslag zal vallen deze winter, maar dergelijke verwachtingen zijn nog niet zo heel betrouwbaar; dus het kan ook anders uitpakken.

Rijn nog een paar dagen stabiel, daarna dalend

De Rijn steeg de afgelopen week en bereikte op vrijdag een piekje van ongeveer 2200 m3/s en de waterstand bij Lobith steeg tot iets boven de 9,3 m +NAP. Het was het derde ongeveer even hoge piekje op rij sinds medio oktober. Dankzij extra aanvoer vanuit de Moezel werd de piek iets hoger dan ik in mijn vorige bericht verwacht had.

De Moezel is nu weer wat gezakt, maar vanuit de Bovenrijn is nog een klein golfje onderweg dat is ontstaan door neerslag die op vrijdag is gevallen. Dit water doet er nog een dag of vier over voordat het bij Lobith aankomt, dus een groot deel van de komende week zal de waterstand nog maar weinig dalen. Omdat er deze week weinig neerslag valt in het stroomgebied gaat de afvoer na donderdag wel wat sneller zakken. Die daling zal nog wel even aanhouden omdat er voorlopig geen weersomslag aan lijkt te komen. 

Samengevat verwacht ik tot donderdag dat de Rijnafvoer nog rond de 2100 m3/s zal schommelen. De waterstand bij Lobith bedraagt dan ca 9,2 m +NAP. Vanaf donderdag zet dan de daling in en komende vrijdag wordt de 2000 m3/s onderschreden (bij een stand van ca 9 m). De daling zal zich daarna over het weekend heen voortzetten met een snelheid van ca 75 tot 100 m3 per dag, wat overeenkomt met 10 cm per dag. De kans is groot dat deze daling zich doorzet tot rond de 1500 m3/s aan het eind van de week na het volgend weekend. De waterstand daarbij bedraagt dan ca 8,3 m +NAP.

Vergelijking Rijnafvoer 2018 - 2019

Vorig jaar maakte de Rijn een langdurige periode door van zeer lage afvoeren; deze begon in juli en duurde tot in december. Voor de gebruikers van het rivierwater zorgde dat toen voor veel problemen. Dit jaar verliep heel anders. In de zomer was het wederom droog in het stroomgebied, maar vooral de Alpen leverden veel water, eerst in de vorm van smeltwater van de wintersneeuw en vanaf juli viel daar ook aardig wat neerslag. vanaf oktober ging ook de rest van het stroomgebied weer meedoen. Zo bleven de zeer lage afvoeren uit, maar toch was de afvoer op veel dagen lager dan gewoonlijk. In de grafiek hieronder heb ik aangegeven in welke mate de afvoer gedurende het jaar boven of onder het langjarig daggemiddelde lag. 

In 2018 valt meteen de lange periode op dat de afvoer ver onder de normale afvoer zakte en op een paar korte perioden na was er alleen in januari en februari sprake van een duidelijk hogere afvoer dan het gemiddelde voor die tijd van het jaar. Het meest extreme moment ligt in het najaar, toen de afvoer bijna 1500 m3/s lager was dan hij gemiddeld was. 

Dit jaar verloopt heel anders: alleen in maart was er een korte piek met hoger dan gemiddelde afvoeren, maar verder bevond de afvoer zich het hele jaar, meestal onder het gemiddelde. De grootste onderschrijding vinden we nu in maart; bijna net zo groot als vorig jaar, maar in maart valt dit minder op omdat de rivier dan gewoonlijk veel meer water afvoert en dus een hoog gemiddelde heeft. In juni en juli zien we het effect van het smeltwater vanuit de Alpen; ondanks dat het vrij droog was in het stroomgebied, scommelde de afvoer rond het langjarig gemiddelde. Dat was trouwens ook in 2018 het geval, maar toen was de sneeuw eerder op.

Van juli tot oktober bevond de afvoer zich dit jaar ook weer onder het gemiddelde, maar niet zo extreem als vorig jaar en er waren meer onderbrekingen die de dalende lijn wat optilden naar een hoger niveau. Vanaf medio oktober is het natter geworden in het stroomgebied en zijn er kleine piekjes die zorgen voor iets hoger dan gemiddelde afvoeren. De kans is groot dat de afvoer later in november weer onder het langjarig gemiddelde zakt. Het is onwaarschijnlijk dat dan weer heel lage afvoeren zullen optreden, want daarvoor is de aanloop nu te kort geworden; lage afvoeren treden namelijk pas op na vele weken tot maanden van droog weer.

Als we nu de stand opnemen per 10 november dan bedaagt de gemiddelde afvoer van dit jaar tot op vandaag ca. 1890 m3/s. Tegen de verwachting in was dat in 2018 meer en bedroeg de gemiddelde afvoer tot op 10 november vorig jaar nog ca 2040 m3/s. Ondanks de langdurige extreme situatie scoorde 2018 als geheel dus niet heel erg laag. Dit wordt natuurlijk vooral veroorzaakt door de hoge afvoeren in januari en februari, een periode waarin er dit jaar juist een lage afvoer was. Zo liep 2019 in de winter een flinke achterstand op op 2018 en ondanks dat in de zomer en het najaar de afvoer hoger was, werd die achterstand nog steeds niet ingelopen. 

overschot tekort.jpg

Perioden dat de Rijn meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)
Perioden dat de Rijn meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)

Maas na piekje afgelopen week nu weer dalend

De Maas profiteerde de afgelopen week van de neerslag die in de Ardennen en Noord Frankrijk viel. Net als de Moezel, die in dezelfde regio ontspringt, steeg de Maas naar een wat hoger niveau dan ik vorig week had voorzien. Bij Maastricht liep de afvoer op tot ca 350 m3/s. Dat is nog lang geen hoogwatersituatie, daarvoor moet de afvoer tot meer dan 1000 m3/s stijgen.

De piek werd op woensdag bereikt en daarna is de afvoer weer langzaam gaan dalen en momenteel stroomt er nlog zo'n 250 m3/s langs Maastricht.. De komende dagen zet die daling door, want er valt niet veel regen in het stroomgebied. Iedere dag zakt de afvoer met zo'n 10 tot 20 m3 en aan het eind van de week zal deze dan weer rond de 150 m3/s zijn uitgekomen.

Omdat ook op langere termijn geen nattere periode wordt verwacht zal de daling ook daarna nog doorzetten, maar niet zo snel meer en zeer lage afvoeren worden dan ook niet verwacht.

Vergelijking Maasafvoer 2018 - 2019

Bij de vergelijking van de Maasafvoeren tussen 2018 en 2019 (zie figuur hieronder) zien we een zelfde beeld als bij de Rijn. De perioden dat de afvoer lager is dan het gemiddelde zijn veel langer dan het aantal dagen met een meer dan gemiddelde afvoer. 

Vorig jaar liep de mate weaarin de afvoer lager was dan de normaal sterk op in november, maar dat werd vooral veroorzaakt doordat de gemiddelde afvoer in die tijd van het jaar sterk opliep, waarde afvoer vorig jaar niet steeg. Dit jaar voerde de Maas vooral in de winter en het voorjaar minder water af dan normaal en er was maar een korte hoogwatergolf. Vorig jaar was de afvoer in de winter juist erg hoog.

De zomer vertliep dit jaar vrijwel hetzelfde als vorig jaar. De Maas ontspringt precies in het gebied in Europa waar de droogte dit jaar net zo groot was als in 2018. En de Maas heeft uiteraard geen profijt van smeltwater vanuit de Alpen. Het tekort was in de afgelopen zomer daarom net zo groot als vorig jaar en omdat de rest van dit jaar ook vaak een negatief saldo had, is het totale tekort dit jaar veel groter dan vorig jaar. 

 

overschot tekort Maas.jpg

Perioden dat de Maas meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)
Perioden dat de Maas meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)

Als we nu de stand opnemen per 10 november dan bedaagt de gemiddelde Maasafvoer van dit jaar tot op vandaag ca. 170 m3/s. Net als bij de Rijn was dat in 2018 op dit moment in het jaar nog aanzienlijk meer, met ca 215 m3/s. De hoge afvoeren in het begin van 2018 hebben er ook bij de Maas voor gezorgd dat het totaal tot in november van dat jaar nog vrij hoog bleef. Er is nog heel wat water nodig de komende twee maanden om het gemiddelde van 2019 nog wat op te schroeven.

Regenachtige week, maar geen grote hoeveelheden, langzaam stijgende waterstanden

De aanstaande week is het een komen en gaan van lage en hoge drukgebieden en bijna iedere dag valt er regen. Grote hoeveelheden worden echter niet verwacht en daarom stijgen de waterstanden in de rivieren slechts langzaam. In het weer- en waterbericht leest u meer over deze ontwikkelingen. In het tweede deel van dit bericht aandacht voor de lagere afvoeren van de Rijn. Na de langdurige extreme situatie van vorig najaar was er de vrees dat dit wel eens het nieuwe afvoerregime van de Rijn zou kunnen worden. We zijn nu een jaar verder, dus tijd voor een terugblik.

Een actieve stroming vanaf de Atlantische Oceaan

De afgelopen week passeerde eerst een lage drukgebied dat op maandag en dinsdag nog aardig wat regen bracht in de Alpen. Daarna volgde een hoge drukgebied dat enkele dagen voor droog weer zorgde in de stroomgebieden, maar vanaf afgelopen vrijdag kwam West Europa weer onder de invloed te liggen van een nieuw groot lage drukgebied boven de Britse Eilanden. Dit gebied stuurt nu al enkele dagen regenzones over Europa, die in Nederland en België, maar vooral in Frankrijk voor veel nattigheid zorgen. Het stroomgebied van de Rijn bleef daarbij tot nu toe aardig buiten schot. 

Vanaf morgen trekt het lage drukgebied verder naar het oosten en zorgt dan overal in de stroomgebieden nog voor enige neerslag, maar de hoeveelheden zijn nergens groter dan ca 1 tot 1,5 cm. Vanaf dinsdag is dit lage drukgebied verdwenen, maar dan doemt boven de Atlantische Oceaan al weer een nieuwe op die op donderdag het weer in de stroomgebieden zal bepalen, met enige neerslag; maar ook dan geen grote hoeveelheden. Dit lage drukgebied trekt sneller dan zijn voorganger door naar het oosten en dan komen de stroomgebieden enkele dagen onder de invloed van weer een hoge drukgebied.

Dit hoge drukgebied luidt echter geen stabiele periode in, want op zondag in het komend weekend verschijnt al weer het volgende lage drukgebied boven de Britse Eilanden. Nu verwachten de weermodellen echter dat dit lage drukgebied een andere, zuidelijkere koers gaat volgen, waardoor in de dagen daarna in ieder geval Noord Europa en een groot deel van het stroomgebied van de Maas en de Rijn in een drogere oostelijke luchtstroming terecht zal komen. Het is nog lang niet zeker dat dit gaat gebeuren, maar het zou betekenen dat aan de licht stijgende trend van de waterstanden na het volgend weekend al weer een einde gaat komen. De kans op hoogwater is daarom klein. 

Rijn weer stijgend naar ca 9 m +NAP (2000 m3/s)

De afgelopen week daalde de Rijn na het kleine watergolfje dat eerder was gepasseerd. Op zaterdag, gisteren, werd het laagste punt bereikt met bij Lobith een waterstand van 8,1 m (1400 m3/s). In de loop van die dag arriveerde echter het extra water dat maandag en dinsdag in de Alpen en Zuid Duitsland was gevallen en dat zorgt nu voor een langzame stijging. Deze stijging zet zich de komende dagen voort en dankzij extra water dat sinds gisteren in het stroomgebied van de Moezel en de Ardennen is gevallen zal de stijgende lijn zich langzaam verder doorzetten. Ook in Zuid Duitsland en de Alpen wordt nog wat neerslag verwacht en dat zorgt later weer voor wat extra water. 

Alles bij elkaar zorgt dit voor langzaam stijgende waterstanden, waarbij waarschijnlijk aan het eind van de komende week, op vrijdag of zaterdag, de hoogste waarde wordt bereikt. Omdat de neerslag nog moet vallen en het afkomstig is uit verschillende neerslagzones die de komende dagen over het stroomgebied trekken is er nog wel wat onzekerheid in deze verwachting. Ik verwacht daarom, met enige bandbreedte, dat de stand bij Lobith tot ca 9 m +NAP (tussen 8,9 en 9,3 m) zal stijgen en de afvoer tot ca 2000 m3/s (1850 tot 2200 m3/s). 

Als na het komend weekend een meer oostelijke stroming op steekt, dan is de kans groot dat de waterstanden vanaf 10 november ook weer enige tijd gaan dalen. Of dat daadwerkelijk gebeurt en hoe lang dat gaat duren is nu nog niet te zeggen.

Maas profiteert van neerslag in Noord Frankrijk

De Maas onvangt meestal vooral water uit de Ardennen, maar de afgelopen 2 dagen is er voldoende regen gevallen in Noord Frankrijk, zodat ook het meer bovenstroomse Franse deel van de Maas een aardige bijdrage levert. In Noord Frankrijk nam de afvoer de afgelopen dagen toe van 40 naar ca 90 m3/s en die stijgende lijn zet zich de komende dagen nog langzaam voort. Samen met de afvoer uit de Ardennen zorgt dat voor een afvoer bij Maastricht die nu ca 150 m3/s bedraagt.

Vandaag en morgen wordt nog meer regen verwacht in Frankrijk en ook de Ardennen ontvangen voldoende voor een verdere stijging. Vanaf dinsdag wordt het weer enkele dagen wat droger in het stroomgebied en daarom verwacht ik op woensdag al een klein piekje van ca 200 tot 250 m3/s bij Maastricht.  

Op donderdag wordt dan weer wat regen verwacht, maar geen grote hoeveelheden. Ik verwacht daarom dat de afvoer na woensdag weer zal dalen tot rond de 150 m3/s. Vanwege de regen die in het volgend weekend valt is dan opnieuw een stijging mogelijk, maar ook dat lijkt geen grote hoeveelheden op te gaan leveren. Op nog wat langere termijn is de kans dan groot dat het stroomgebied van de Maas ook te maken krijgt met een wat langere droge periode met weer dalende afvoeren.

Stand van zaken lage afvoeren Rijn

Vorige week heb ik, bij het begin van het hoogwaterseizoen, wat langer stil gestaan bij de kans op hoge afvoeren gedurende het winterseizoen en in hoeverre daar trends in zichtbaar zijn. Deze week een vergelijkbare analyse, maar dan voor de lage afvoeren. 

Vorige jaar maakten we in zowel de Rijn als de Maas een bijzondere periode mee waarbij de afvoeren van juli t/m november zeer laag waren. Vandaag precies een jaar geleden daalde de afvoer bij Lobith tot onder de 750 m3/s. Dat was geen rekord (dat ligt nog ca 100 m3/s lager),  maar vooral vanwege het grote aantal dagen met een zeer lage afvoer (120 dagen was de afvoer lager dan 1000 m3/s) waren er grote problemen voor met name de binnenvaart op de rivieren, de zoetwatervoorziening van ons land en de natuur in de uiterwaarden. 

De vrees bestaat dat de situatie van 2018 wel eens een wake up call zou kunnen zijn voor de toekomst; want klimaatmodellen verwachten voor de komende decennia vaker lage Rijnafvoeren. Inmiddels zijn we een jaar verder en het goede nieuws is dat het dit jaar meegevallen is. De afvoer daalde wel vrij lang tot onder de 1500 m3/s, maar de 1000 m3/s werd niet onderschreden; het laagste niveau bedroeg 1060 m3/s eind september. 

In de grafiek hieronder heb ik voor twee afvoeren de kans aangegeven dat deze gedurende het jaar optreden. De 1500 m3/s is een vrij gewone wat lagere afvoer en deze wordt elk jaar ongeveer 100 dagen onderschreden. Dat is vrij veel, maar toch is het een belangrijke maat voor de Rijn, omdat onder die afvoer de eerste knelpunten zich aandienen. Zo kunnen de meer diepstekende schepen onder die afvoer niet meer vol beladen varen en moeten de eerste maatregelen getroffen worden om de verdeling van zoetwater over het land op orde te houden.

Bij een afvoer onder de 1000 m3/s doen zich veel grotere problemen voor in het Nederlandse watersysteem. De binnenvaart kan dan nog maar beperkt lading meenemen en in het westen van het land en bij het IJsselmeer is er een groot risico dat zout zeewater de zoete wateren binnendringt, waardoor de waterinname onder druk komt te staan. De 1000 m3/s komt veel minder vaak voor (gemiddeld ongeveer 20 dagen per jaar), maar meestal gebeurt dat in het ene  jaar vrij veel en dan weer enkele jaren niet. 

Schermafbeelding 2019-11-03 om 11.52.13.png

Kans op een lage of zeer lage Rijnafvoer gedurende het jaar
Kans op een lage of zeer lage Rijnafvoer gedurende het jaar

In de grafiek is goed te zien dat lage, en met name zeer lage, afvoeren vooral in de nazomer en herfst optreden. De grootste kan op een afvoer kleiner dan 1500 m3/s (blauwe klommen) zien we in de eerste helft van oktober; deze is dan groter dan 50%, wat betekent dat er iedere 2 jaar op een dag in die periode een afvoer onder de 1500 m3/s op zal treden.

Voor de zeer lage afvoeren onder de 1000 m3/s (rode kolommen)) ligt de top een week of 3 later, rond begin november. In die tijd bedraagt de kans op een deze afvoer circa 15%. De kleinste kans op lage afvoeren vinden we bij de Rijn niet in de winter, maar opvallend genoeg in juni. Dit is de periode dat de sneeuwsmelt in de Alpen het grootste is en dat zorgt voor zoveel extra water dat de kans op lage afvoeren dan heel klein is.

De gegevens hierboven zijn de gemiddelden over de hele meetreeks van de Rijn sinds de metingen begonnen zijn. In een volgende stap ben ik nagegaan of er ook verschuivingen in zijn opgetreden in de loop der jaren als gevolg van de klimaatverandering. De temperatuur is de afgelopen 40 jaar in de stroomgebieden van Rijn en Maas met ca 1,5 graad gestegen en de verwachting is dat ook de neerslaghoeveelheden in met name de zomer zullen afnemen; wat dan effect zal hebben op de rivierafvoeren. 

Om na te gaan of er trends zichtbaar zijn, heb ik voor iedere decade van de meetreeks (dit is een periode van 10 jaar) de kans op een lage afvoer berekend gedurende het kalenderjaar. (NB. Het huidige decennium is nog niet af, dit staat op 9 jaar.) In de eerste set van 3 grafieken is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s uitgezet in de tweede set die voor een afvoer onder de 1000 m3/s. Omdat er een opvallend verschil is tussen de zomer- en wintermaanden heb ik die voor beide sets ook apart geanalyseerd.

Kans op afvoeren < 1500.jpg

De kans dat een lage (< 1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).
De kans dat een lage (< 1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).

De bovenste grafiek laat zien dat een afvoer kleiner dan 1500 m3/s ongeveer 20 tot 30% van de tijd optredet. Er zijn flinke variaties tussen de decennia, met een zeer lage 12% tussen 1911 en 1920 en een hoge 42% in de periode 1941 tot 1950. De huidige periode is wat aan de hoge kant, maar er zijn eerdere decennia geweest met een grotere kans. De trend loopt licht op; de kans op een dag met een afvoer onder de 1500 m3/s is dus wat toegenomen over de hele meetreeks bezien.

Als we apart naar de zomer/herfst en de winter kijken dan zien we de stijgende trend hier nog wat duidelijker terug. In de huidige decade is de kans ook aan de hoge kant, maar eerder in de meetreeks zijn er al twee perioden geweest waarin dergelijke afvoeren ook zo vaak of nog vaker optraden. In de zomer en herfst voert de Rijn de laatste tijd dus minder water af, mogelijk speelt klimaatverandering hier in mee, maar heel duidelijk is het niet, want in de vorige 3 decennia was de kans juist niet zo groot.

Bij de winters is er sprake van een omgekeerde trend. Hier is de kans de afgelopen 40 jaar kleiner geworden. Dit heeft te make met het feit dat er tegenwoordig minder vaak koud winterweer optreedt. In dergelijke perioden wordt de neerslag in de vorm van sneeuw vastgelegd in het stroomgebied en is de afvoer vaak laag. Vooral tussen 1940 en 1980 waren er nog veel koude winters en die periode heeft ook duidelijk een grotere kans op een lage afvoer. 

kans op afvoer < 1000 m3s.jpg

De kans dat een zeer lage (< 1.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).
De kans dat een zeer lage (< 1.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).

Als we naar de afvoer kleiner dan 1000 m3/s kijken, dan zien we een wat ander beeld. Ondanks dat de afvoer onder de 1500 m3/s de laatste tijd gedurende het jaar vaker optreedt, is dat voor de afvoer onder de 1000 m3/s niet het geval. Voor een zo lage afvoer is een lange periode van droogte nodig en het beeld van de afgelopen 40 jaar is dat zeer lange droge periodes minder vaak optreden. Behalve dan vorig jaar en toen was het meteen ook heel extreem. In de grafiek heb ik apart (in de laatste kolom) de bijdrage van 2018 aan de huidige decade weergegeven en duidelijk is te zien dat zonder 2018 deze decade wel ongeveer in lijn verliep met de vorige 3 decades.

Dit beeld zien we ook terug in de middelste grafiek, met daarin de kans op een afvoer < 1000 m3/s in de zomer/herfst-periode. De trendlijn stijgt slechts licht, veel minder dan die voor de afvoer <1500 m3/s. Het aandeel van 2018 in de zomer/herfst-periode is ook hier erg groot en bepaalt in zijn eentje bijna het hele verschil met de vorige 3 decades.

Bij de kans op een zeer lage afvoer in de 3 wintermaanden (de onderste grafiek) zien we wel hetzelfde beeld als bij de afvoer onder de 1500 m3/s. De laatste 40 jaar is de kans hierop zeer klein geworden. Toch is dit niet uniek, want ook de decade van 1911 tot 1920 kende een heel kleine kans. Maar dat was toen een uitzondering tussen decades met een veel grotere kans.

Op grond van deze analyses kunnen we concluderen dat de kans op afvoeren onder de 1500 m3/s is toegenomen in de laatste decennia. Dit wordt vooral veroorzaakt door vaker lage afvoeren in de periode tussen juli en november. Of dit het gevolg is van vaker droge zomers is nog niet te zeggen, omdat vooral de laatste decade een hogere kans had en de vorige 3 minder uitgesproken waren. In de wintermaanden is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s kleiner geworden als gevolg van minder vaak koud winterweer.  Bij de zeer lage afvoeren is het beeld anders, de kans hierop neemt de laatste tijd niet toe, mogelijk zelfs iets af. In de zomerperiode en herfst is er een licht toename, maar die wordt geheel gecompenseerd door een sterkere afname in de wintermaanden van de zeer lage afvoeren.

Het jaar 2018 blijkt in zijn eentje een groot deel van de uitschieters in de laatste decade te veroorzaken; de andere jaren sinds 2011 waren relatief normaal wat de lage afvoeren betreft. De toekomst zal leren of dit een uitbijter blijft of een eerste zeer uitzonderlijk jaar van een langere reeks. 2019 liet als eerste jaar na 2018 weer een vrij normaal verloop zien.

 

Abonneren op