U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Laagwaterbericht; opleving waterstand Rijn, maar slechts van korte duur

Waterstand in de Rijn gaat even omhoog, maar stijging zet niet door.

Het hogedrukgebied dat de afgelopen weken voor droog weer heeft gezorgd in de stroomgebieden heeft plaats gemaakt voor lagedrukgebieden met regen. Een eerste exemplaar trok woensdag en donderdag over Centraal-Europa naar het noordoosten en bracht in Duitsland flink wat regen. Dit levert de stijging op die nu bij Lobith is begonnen.

Bij Lobith was de waterstand, na een heel beperkte opleving vorige week, al enkele dagen stabiel, net onder 6,15 m NAP; slechts 10 cm boven de recordstand van 30 september. De afvoer bedroeg de afgelopen dagen ongeveer 590 m3/s; ca 50 m3/s boven de recordwaarde. De regen die al gevallen is levert bij Lobith nu een stijging op van slechts 20 cm naar 6,35 m NAP op zondag. Er is nog wel wat meer water onderweg want donderdag viel ook in Zuid-Duitsland wat regen en dat arriveert vanaf zondag bij Lobith.

Inmiddels heeft ook een lagedrukgebied boven het noorden van de Noorse Zee zijn invloed tot onze omgeving uitgebreid en dat brengt vandaag en morgen regen in de stroomgebieden. De meeste neerslag valt vrij noordelijk en daardoor profiteert maar een beperkt aantal zijrivieren van de Rijn. Dit nieuwe water komt wel boven op het water dat vanuit Zuid-Duitsland onderweg is, zodat de waterstand bij Lobith nog wat verder kan stijgen.

Vanaf maandag verwacht ik dat de stand vanaf 6,35 m NAP verder stijgt naar 6,45 m NAP op dinsdag en een hoogste stand van 6,6 m NAP op woensdag. Bij veel regen vandaag kan dit nog wat hoger uitvallen, maar meer dan 6,75 m NAP zal het niet worden; en bij minder regen kan het ook nog iets lager uitvallen. De afvoer zal woensdag gestegen zijn tot tussen 720 en 740 m3/s; toch weer bijna 200 m3/s meer dan tijdens het diepterecord.

Tot zover het goede nieuws voor de Rijn, want het ziet er toch naar uit dat het Azoren-hogedrukgebied zijn vleugels nogmaals tot over Centraal-Europa uit gaat breiden. Er breekt vanaf morgen daarom weer een langere droge periode aan. Niet overal want het hogedrukgebied reikt niet heel ver noordelijk en volgende regengebieden kunnen daardoor wel het noorden van Nederland en Duitsland bereiken. Het grootste deel van het stroomgebied van de Rijn valt hier echter buiten en daarom gaat de Rijn vanaf de tweede helft van komende week toch weer dalen.

Er is door de regen die is gevallen en nog valt wel een kleine buffer opgebouwd, dus verloopt de daling niet heel snel. Op zondag 18/10 verwacht ik dat de stand weer onder de 6,5 m NAP zakt en rond het midden van die week (rond 21/10) kan  NAP weer bereikt worden. Het Europese weermodel laat de regengebieden soms wel iets zuidelijker komen, maar dit levert steeds maar weinig water op, dus is de kans op een volgende opleving van de waterstand voorlopig erg klein.

Pas vanaf 21 of 22 oktober laat het model weer nieuwe regengebieden zien die wel het stroomgebied kunnen bereiken, maar dat is buiten de betrouwbare waarnemingstermijn. Voorlopig houdt de laagwaterperiode na de kleine opleving van ca 50 cm, dus nog wel even aan. 

Maas ook even iets hoger

De Maas is door de regen van afgelopen woensdag en donderdag ook gestegen. In eerste instantie leverde dit een plotselinge hoge piek op van ruim 400 m3/s, maar dat was vooral het gevolg van verkeer op elkaar afgestelde stuwen in Wallonië. Die piek zakte daarna dan ook weer snelw eg en nu bevindt de afvoer zich op een hoogte van ca 50 m3/s. Dit houdt voorlopig even aan en misschien dat regen vandaag er nog iets bovenop doet, maar ook in het stroomgebied van de Maas wordt het weer snel droog, zodat de afvoer op termijn were zakt naar tussne 30 en 40 m3/s.

Weersverandering, voldoende regen voor een stijging Rijn en Maas.

Afgelopen woensdag bereikte de Rijn een nieuw laagterecord van 6,05 m NAP, 6 cm lager dan medio augustus. Voorlopig is dit het laagste punt want er is al wat regen gevallen en deze week komt er nog aardig wat bij. De stand bij Lobith is daardoor al weer wat gestege en gaat nog wat verder stijgen, over een week ongeveer 50 cm. De Maas profiteert ook van de regen en klimt uit het diepe dal van de laatste weken. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water Inzicht een analyse van het zoutgehalte in het IJsselmeer, wat de afgelopen weken flink is gestegen. Waar komt dit zout vandaan en welke rol speelt de lage Rijnafvoer daarbij.

Water van de Week

Hogedrukgebieden verliezen langzaam hun invloed op het weer.

Afgelopen woensdag en donderdag viel er eindelijk weer wat regen in de stroomgebieden en daar profiteert vooral de Rijn van. Niet dat het heel veel is, want de stand stijgt niet meer dan 20cm, maar de daling is in ieder geval gestopt. Rijkswaterstaat had het afgelopen week al zo ongeveer opgegeven en gaf de binnenvaart te kennen dat de schippers maar op hun eigen kompas moesten varen. Het was niet meer mogelijk om de waterdiepten in de Bovenrijn te meten, omdat de schepen van Rijkswaterstaat daarvoor te diep staken. Het laat zien hoe uniek de situatie nu is een het is te hopen dat de schippers de goede beslissingen hebben weten te nemen.

De meeste regen viel woensdag aan de oostkant van het stoomgebied van de Rijn en de Maas, die ten westen van de Rijn ligt, viel er daardoor buiten. De regen was voorlopig eenmalig, want het dit jaar onuitputtelijke hogedrukgebied, herstelde zich weer snel. Inmiddels is de luchtdruk in onze omgeving alweer zover gestegen dat regengebieden weer op grote afstand blijven.

Die situatie houdt aan tot het midden van de komende week. Tegen die tijd schuift het hogedrukgebied wat naar het zuiden en breekt dan op in een westelijk en oostelijk deel. Daar tussenin vormt zich op woensdag een lagedrukgebied, dat vanaf Spanje via Frankrijk over Duitsland naar de Oostzee trekt. Dit zorgt in de tweede helft van de week voor nieuwe neerslag en er kan dan zo’n 20 tot 30 mm regen vallen in enkele dagen, lokaal nog wat meer. Voldoende voor een nieuwe stijging van de Rijn en nu zou ook de Maas kunnen profiteren. Het is een meteorologisch gezien opvallende situatie, zo'n lagedrukgebeid dat boven het continent onstaat, zeker in het najaar; dus ik hou nog een slag om de arm of er ook echt zoveel regen gaat vallen; maar het zou mogelijk ook nog meer kunnen zijn.

In het volgend weekend herstelt het westelijke hogedrukgebied zich nogmaals met een uitloper over Centraal-Europa. Lagedrukgebieden trekken dan over Noord-Europa naar het oosten en de bijbehorende neerslagzones kunnen dan ook de stroomgebieden bereiken. Hoe ver de regen dan zuidelijk doordringt in de stroomgebieden is nu nog onduidelijk. De meeste regen valt er waarschijnlijk in de eerste helft van de week na volgend weekend, daarna lijkt hoge druk weer wat meer in vloed te krijgen.

Samengevat tot woensdag 7/10 droog in de stroomgebieden, daarna een viertal natter dagen met t/m zaterdag 10/10 in totaal 25 tot, in de Middelgebergten, 50 mm regen. Daarna een afwisseling van regendagen en droge dagen, met de meeste kans op regen in de periode van 12 t/m 14/10 en daarna weer wat droger; maar geen terugkeer naar langdurig droog weer.

Rijn eerst stabiel tussen 6,15 en 6,2 m; daarna ca 50 cm stijgend.

De regen van medio afgelopen week heeft de Rijn een heel klein beetje laten stijgen. Bij Lobith bedraagt de stand nu ca 6,15 m NAP, 10 cm meer dan het laagterecord. De afvoer is ca 40 m3/s gestegen en bedraagt nu 580 m3/s. Het water is afkomstig van regen die in de omgeving van het Ruhrgebied viel. Vanuit het zuiden van het stroomgebied is ook nog wat water onderweg en daardoor stabiliseert de stand rond dit niveau of daalt later weer iets.

Vanaf 8 t/m 11 oktober gaat er meer regen vallen in Midden-Duitsland en het eerste water hiervan arriveert twee dagen later bij Lobith. De stand gaat dan eerst heel langzaam stijgen, maar als vanaf maandag 11 oktober ook water vanuit Zuid-Duitsland arriveert, gaat het wat sneller. Op grond van de neerslagverwachting ga ik uit van een stand van 6,4 m NAP op 13/10, 6,6 m NAP op 14/10 en een hoogste stand van ca 6,7 m NAP op 15/10.

Vanaf de 14e oktober zou er opnieuw regen kunnen gaan vallen en als dat uitkomt, dan kan de stand na een lichte daling vanaf 16 of 17 oktober weer wat verder kunnen stijgen. Maar dit is voor nu nog erg onzeker, want eerst moet de regen van de eerste regenperiode nog gaan vallen. Omdat er voorlopig geen lange droge periode aan lijkt te komen is het onwaarschijnlijk dat de stand nog verder gaat dalen; een sterke stijging is echter ook nog niet in zicht.

Maasafvoer stijgt iets in de loop van de week.

Ondanks de droogte die nu alweer enkele weken duurt in het stroomgebied blijft de Maasafvoer vrijwel stabiel. Net bovenstrooms van de aftakking van het Albertkanaal is de afvoer nu wel tot net onder de 35 m3/s gezakt, maar dat is maar 2 of 3 m3/s minder dan medio september toen de droogte weer begon. Bij Maastricht bedraagt de gemiddelde afvoer nu iets minder dan 23 m3/s.

De komende paar dagen verandert daar niet veel in, maar vanaf woensdag kan er wat regen vallen en vooral donderdag kan er voldoende vallen voor een lichte stijging. Misschien dat op vrijdag de 50 m3/s weer even wordt bereikt. Vanaf zaterdag wordt het weer een paar dagen droog, maar vanaf dinsdag 13 of woensdag 14 oktober kan opnieuw regen gaan vallen. Misschien dat er dan voldoende valt om de afvoer naar een iets hoger niveau te tillen.

Water Inzicht.

Het IJsselmeer, onze grootste zoetwaterbuffer maar wel met beperkingen.

Het IJsselmeer en het ernaast gelegen Markermeer spelen een belangrijke rol in de zoetwatervoorziening van Nederland. Het hele jaar door wordt het meer gevoed door regenval, maar belangrijker nog, de rivier de IJssel die gemiddeld ca 300 m3/s aanvoert. In het zomerhalfjaar putten we daar ons water uit om de noordelijke provincies van water te kunnen voorzien. Bij een aantal inlaatpunten langs de kusten van Noord-Holland, Friesland en Overijssel wordt water via sluizen ingelaten in het binnendijkse watersysteem van kanalen, boezems en vaarten. Daarlangs wordt het door de hele provincies verder gevoerd tot in de verste uithoeken.

De afgelopen zomer hebben de watergebruikers in deze provincies veel profijt gehad van deze buffer want het was vooral in juli en begin augustus wekenlang droog en zeer warm waardoor de watervraag groot was. Vanwege de droogte in het stroomgebied van de Rijn voerde de IJssel in die maanden echter maar weinig water aan, zo weinig dat de aanvoer (slechts 115 m3/s) op een bepaald moment nog maar net de verdamping van het meer (bijna 100 m3/s) kon compenseren.

Gelukkig was hierop geanticipeerd door al in juni het peil van het meer ca 15 cm op te zetten, van 20 naar 5 cm onder NAP, zodat er een flinke extra voorraad beschikbaar was. Na enkele weken droogte was deze buffer echter toch bijna uitgeput en bereikte het waterniveau in het meer het voor de zomer minimale streefpeil van -30 cm NAP. Dat klinkt dramatisch en zo werd het ook naar buiten gebracht, maar heel veel gaat er dan nog niet mis.

Het IJsselmeer is namelijk 3 tot 5 meter diep, dus water was er nog genoeg, en in de herfst en de winter laten we het peil altijd al zakken naar -40 cm NAP, dus dat een te lage stand risico’s met zich meebrengt zal ook meevallen. De recreatievaart moet bij een lager peil wat beter oppassen bij de lokale ondiepe delen van het meer en ook zal het inlaten van water via de sluizen lastiger zijn geweest vanwege het geringere verval tussen buiten- en binnenwater. Maar dat kan je ook met pompen oplossen, zoals we dat we ook doen als er overlast dreigt door hoogwater.

De Deltacommissaris maakte handig van het moment gebruik om te pleiten voor een in de toekomst nog hoger opzetten van het peil in de zomer. Wat de vraag oproept of een wat verder uitzakkend peil dan zoveel problemen oplevert, dat we dat niet ook verder moeten verkennen. Het nadeel van verder opzetten is dat  dat aan het begin van het seizoen al moet gebeuren, als je nog helemaal niet weet of er een droge periode komt en hoelang die duurt. Je zet het peil dan veel vaker op dan nodig is. Terwijl als je je voorbereid op verder uitzakken, je dat alleen hoeft te doen in een extreem droog jaar met een lage Rijnafvoer, zoals we dit jaar meemaken.

Dit jaar was verder uitzakken trouwens niet aan de orde, want ongeveer op de dag af dat de -30 cm NAP werd bereikt ging het regenen en vooral in de noordelijke provincies viel al snel genoeg om de ergste droogte het hoofd te bieden. Het meerpeil steeg weer 10 cm naar een normaal zomerpeil en ook al bleef de IJsselafvoer extreem laag, er was toch weer voldoende water om in de maand september aan de watervraag te voldoen.

Halverwege de maand heeft zich echter wel weer een nieuw probleem aangediend. In droge zomers verzamelt zich namelijk steeds meer zout in het meer en verzilt het langzaam. In de lange droge zomer van 2018 deed zich dit voor het eerst op zo extreme schaal voor dat bijvoorbeeld de waterinname voor drinkwater moest worden gestaakt. De grens daarvoor ligt bij een zoutgehalte van 150 mg/l en dat werd in 2018 wekenlang overschreden.

Het duurde toen tot ver in het najaar voordat het zoutgehalte weer op een acceptabel niveau was gekomen. Voor de landbouw is dit zoutgehalte trouwens minder een probleem; voor de meest gewassen ligt de grenswaarde namelijk op 300 mg/l. Maar voor bepaalde natuurwaarden is een hoog zoutgehalte weer wel een probleem, waterorganismen leven het liefst bij zo weinig mogelijk zout in het water.

Vanwege het enorme watervolume in het meer (ca 4,5 miljard m3) in verhouding tot de aanvoer van water via de IJssel (ca 10 miljoen m3 per dag tijdens lage afvoeren), is de verblijftijd van het water in het meer erg lang. Hoe lager de IJsselaanvoer dan is, hoe meer tijd er nodig is om het meer weer zoet te krijgen na een periode van verzilting.

Het zout in het meer heeft twee bronnen, ten eerste de IJsselafvoer zelf, want het Rijnwater bevat relatief veel zout, dat afkomstig is van zoutmijnen in Frankrijk, die hun afvalwater op de Moezel lozen. Met het zout dat de Rijn aanvoert is trouwens nog iets bijzonders aan de hand, waar ik later in dit artikel op terugkom. Vooral als de Rijnafvoer laag is, is het zoutgehalte van het water relatief hoog: in 2018 bijvoorbeeld nam het zoutgehalte van de Rijn toe tot 160 mg/l, en dit was toen een belangrijke oorzaak van de overlast die in het meer ontstond.

Een andere grote bron van zout voor het IJsselmeer is het zeewater dat via de sluizen in de Afsluitdijk bij het schutten van schepen naar binnen dringt. De meetgegevens van Rijkswaterstaat (zie de afbeelding van de site van waterinfo.nl) laten goed de hoge gehalten bij de sluis zien. Bij iedere schutting spoelt zeewater het IJsselmeer binnen, waar het zwaardere zoute water meteen naar de bodem zakt. Op het meetpunt iets dieper het meer in is dat goed te zien: op 7 m diepte in de vaargeul bedroeg het zoutgehalte (chloride) de afgelopen dagen ruim 6000 mg/l en op 5,5 m was het ca. 5.600 mg/l. Het zoete water drijft daar bovenop met een chloridegehalte van 380 mg/l op 4 m diep en 169 mg/l op 2 m diep.

Scherm­afbeelding 2026-10-02 om 17.15.52.png

uitsnede van de kaart van waterinfo.nl met het zoutgehalte in het IJsselmeer nabij Den Oever vlakbij de sluis.
uitsnede van de kaart van waterinfo.nl met het zoutgehalte in het IJsselmeer nabij Den Oever vlakbij de sluis.

Dit binnendringen van zout water gebeurt het hele jaar door, maar onder normale omstandigheden, als ook IJsselmeerwater wordt gespuid, spoelt een groot deel van dit zout weer snel terug naar de Waddenzee. Deze zomer verliep anders want de wateraanvoer via de IJssel was zo laag en de watervraag zo groot, dat er nu al maandenlang geen water meer naar de Waddenzee gespuid is. De hoeveelheid zout water in het IJsselmeer neemt daardoor langzaam toe.

Dat hoeft nog geen probleem te zijn als het zout dicht bij de bodem zou blijven liggen. Maar het zout verspreidt zich langzaam en dringt via de diepe geulen in de bodem van heet meer steeds verder door naar het zuiden. Op dagen met veel wind kan het zoute water ook opwervelen en zich over de hele waterkolom verspreiden. Dit zijn ook de dagen dat het zout tot aan de oppervlakte kan komen wat dan een extra risico vormt voor de waterinname. Als het zout zich eenmaal met het zoete water in de waterkolom heeft gemengd, dan zakt het niet meer terug en blijft de hele waterkolom zouter.

Op dit moment is het zoutgehalte aan de oppervlakte van het IJsselmeer op de meeste meetpunten zouter dan 150 mg/l. Bij de inname van drinkwater bij Andijk nog niet, maar dan kan bij een andere windrichting wel ineens gebeuren. In de grafiek hierna heb ik het verloop van het chloridegehalte van het afgelopen jaar voor een meetpunt in het IJsselmeer bij de Noordoostpolder (blauwe lijn)vergeleken met het zoutgehalte van de Rijn bij Lobith (oranje lijn). De Rijnafvoer bij Lobith is weergegeven als een lichtblauw vlak.

Zoutgehalte IJsselmeer en Lobith.jpg

Verloop van het zoutgehalte (Chloride) in mg/l in het IJsselmeer (blauwe lijn) en bij Lobith (oranje lijn) en de Rijnafvoer van dit jaar (lichtblauw vlak).
Verloop van het zoutgehalte (Chloride) in mg/l in het IJsselmeer (blauwe lijn) en bij Lobith (oranje lijn) en de Rijnafvoer van dit jaar (lichtblauw vlak).

In februari was er in de Rijn een kleine hoogwatergolf, maar verder was de afvoer het hele jaar door laag en al in juni zakte de afvoer, veel vroeger dan in andere jaren, onder de 1.250 m3/s. Dit zal ook ongeveer het moment zijn geweest dat met het spuien van IJsselmeerwater gestopt zal zijn. In het verloop van het chloridegehalte bij Lobith zien we een opvallende afname tijdens de hoogwatergolf, van 90 naar 40 mg/l, omdat het zout dan sterk wordt verdund en daarna weer een gestage toename als de afvoer weer afneemt.

In het IJsselmeer neemt het chloridegehalte even later ook af van ca 110 naar 70 mg/l en neemt het daarna ook langzaam toe naar ca 100 mg/l. Zoals we ook later in de meetreeks zullen zien, zijn er begin maart in het IJsselmeer plotselinge schommelingen die de gestage lijn onderbreken. Dit zijn dagen dat zouter water vanaf de bodem door wind en stroming even naar de oppervlakte stijgt; ze duren meestal maar kort.

Van april tot en met half juli blijft het chloridegehalte bij Lobith schommelen tussen 60 en 70 mg/l om daarna, als de Rijnafvoer onder 1000 m3/s zakt, gestaag te gaan stijgen naar ca 100 mg/l op het moment dat de Rijnafvoer, met ca 600 m3/, in augustus voor het eerst historisch laag is. Het chloridegehalte in het IJsselmeer stijgt in de loop van het voorjaar al wel langzaam van 100 naar 110 mg/l en heeft in de tweede helft van juni, als er dagen zijn met meer wind, enkele pieken, die er op duiden dat zich al meer zout water op de bodem heeft verzameld.

In de tweede helft van augustus stijgt de Rijnafvoer weer een klein beetje en dat is voldoende om het zoutgehalte bij Lobith weer met circa 20 mg/l te laten dalen om daarna, als de Rijnafvoer vanaf 5 september weer afneemt, weer langzaam te stijgen naar bijna 100 mg/l op dit moment. In het IJsselmeer zien we deze afname van het zoutgehalte niet terug, het zoutgehalte neemt daar juist steeds verder toe.

Vanaf de tweede helft van augustus was er meer wind en omdat zich gedurende de zomer, waarin er niet gespuid kon worden, op de bodem veel zoutwater heeft opgehoopt, is dat zoute water gaat mengen en wordt de waterkolom steeds zouter. Vanaf medio september wordt de 150 mgl/l overschreden en kort daarna werd op enkele dagen ook de 200 mg/l bereikt. De laatste dagen schommelt het gehalte rond 175 mg/l. Bij de drinkwaterinname van Andijk steeg het gehalte half september een aantal keren tot 160 mg/l en bevindt het zich nu op ca 130 mg/l.

De oorzaak van de sterke stijging in het IJsselmeer is ditmaal dus niet de Rijn, die zouter water aanvoerde, maar vooral het zout vanuit de Waddenzee dat via de sluizen in het meer is terecht gekomen. Wat het chloridegehalte mogelijk ook heeft laten stijgen, is de verdamping. Als er in de zomer veel water verdampt, blijft er zout achter, zodat de concentratie langzaam zal zijn toegenomen. Maar de grootste bron zal toch het schutwater zijn dat vanuit de Waddenzee het meer in is gestroomd.

Voorlopig is het IJsselmeer daar nog niet vanaf, want de komende weken blijft de Rijnafvoer nog aan de lage kant en is er nog geen water beschikbaar om door te spoelen. Om fors door te kunnen spoelen zal de Rijnafvoer toch minimaal naar 2000 of 3000 m3/s moeten stijgen, waarvan dan 15% via de IJssel wordt afgevoerd. Daar moeten we misschien nog wel maanden op wachten en al die tijd is er het risico dat tijdens dagen met veel wind, er steeds meer zout vanaf de bodem in de waterkolom terecht komt.

Ten slotte nog de interessante waarneming waar ik hierboven al even aan refereerde: er is de afgelopen jaren iets bijzonders gebeurt met het zoutgehalte van het Rijnwater dat vanuit Duitsland wordt aangevoerd. Dat gehalte nam deze zomer zelfs op de dagen met een historisch lage afvoer niet verder toe dan circa 100 mg/l en dat is een enorm verschil met de situatie in 2018 toen bij een nog iets hogere Rijnafvoer het zoutgehalte zelfs toenam tot 160 mg/l.

Toen ik dit op het spoor kwam heb ik de meetreeks van het zoutgehalte bij Lobith van de afgelopen jaren eens op een rij gezet en daaruit blijkt een opvallende afname sinds begin 2023 (zie de volgende grafiek). In de jaren vanaf 2015 tot en met 2022 bedroeg het zoutgehalte gemiddeld bijna 90 mg/l en waren er bijna jaarlijks, tijdens perioden van laag water, pieken tot 150 mg/l. Lage gehalten onder 60 mg/l kwamen toen alleen voor tijdens korte perioden van hoge afvoer.

Zoutgehalte Lobith van 2015 t:m 2026.jpg

Chloridegehalte van het Rijnwater dat bij Lobith Nederland binnenstroomt over de periode vanaf 2015 t/m deze zomer. Vanaf 2023 is er een opvallende afname opgetreden.
Chloridegehalte van het Rijnwater dat bij Lobith Nederland binnenstroomt over de periode vanaf 2015 t/m deze zomer. Vanaf 2023 is er een opvallende afname opgetreden.

Sinds het voorjaar van 2023 is dit plotseling verandert. Het gemiddelde chloridegehalte is met 30% gedaald naar ca 65 mg/l, de pieken komen niet meer boven de 100 mg/l en perioden met lage waarden zijn niet meer alleen voorbehouden aan de momenten dat de Rijnafvoer hoog is.

Voor het IJsselmeer is dit goed nieuws want het betekent dat de Rijn als bron van zout veel minder belangrijk is geworden. Als deze afname er niet was geweest dan was het zoutgehalte van de Rijn in de afgelopen zomer maandenlang hoger dan 150 mg/l zijn geweest, was het meer nu nog veel zouter geweest en was de inname van drinkwater waarschijnlijk al lange tijd niet meer mogelijk geweest. Ook zouden we dan de komende maanden veel langer moeten wachten tot het zoutgehalte weer op een acceptabel niveau zou zijn gekomen omdat het voor het doorspoelen bij een Rijnafvoer van ca 2000 m3/s veel uitmaakt of het zoutgehalte van de Rijn 65 mg/l bedraagt of bijna 90 mg/l.

Niet alleen het IJsselmeer profiteert maar ook in het westen van het land waar in het Benedenrivierengebied veel innamepunten voor zoet water liggen. Deze hebben tijdens lage rivierafvoeren altijd al te maken met zout dat vanuit zee via de Nieuwe Waterweg binnendringt en de lagere bijdrage van zout via de Rijn betekent dat deze punten minder snel zullen hoeven te sluiten. Ook profiteert de waterkwaliteit in een groot deel van Nederland, want via kanalen en sloten wordt het Rijnwater door bijna 60% van ons land gevoerd, wat betekent dat vooral in de zomer ook in het binnenwater de chloridegehalten zullen verbeteren.

Dat is goed nieuws voor de zoetwaternatuur en de landbouw die het water gebruikt voor beregening. Het is nu al drie jaar lang dat dit aan de orde is en ik had er nog niet eerder van gehoord, maar misschien heb ik iets gemist. Het zou interessant zijn om de oorzaak van de afname op te sporen; is een van de zoutbedrijven gestopt of is het productieproces gewijzigd en vooral belangrijk si of het blijvend is, want dat zou goed nieuws zijn voor de Nederlandse waterkwaliteit.

Laagwaterbericht. Vanaf zaterdag een kleine opleving van de waterstand, maar daarna weer langere tijd droog.

Update situatie Rijn

De Rijn bij Lobith is afgelopen dinsdag tot 6,05 m NAP gezakt, 6 cm onder de eerdere recordstand van medio augustus. De afvoer daarbij bedraagt nog slechts 540 m3/s, 20 m3/s minder dan in augustus. De officiële afvoermeting bij Lobith is sinds een paar dagen niet meer zo betrouwbaar, want gaf eergisteren ineens een stijging aan, terwijl de stand daalde. Vanmorgen lijkt het weer beter te gaan. Ook verder stroomopwaarts in Duitsland zijn veel afvoermetingen ondertussen uitgevallen en is het, aan de hand van de waterstanden en de relatie tussen stand en afvoer, schatten hoeveel water er daar ongeveer langs stroomt.

Sinds gisteren is de waterstand bij Lobith gestabiliseerd en schommelt wat rond de 6,05 en kan morgen en overmorgen iets stijgen. In Duitsland, net over de grens, is de stand 2 dagen stroomopwaarts tot aan Koblenz ook al een paar dagen ongeveer stabiel en recent iets gestegen. Dat betekent dat er bij Lobith ook niet heel veel zal veranderen, mogelijk een paar centimeter omhoog.

Komende nacht, van woensdag op donderdag, passeert een koufront Nederland en ongeveer langs onze oostgrens activeert dit front en kan lokaal flink wat regen vallen. In de verwachting van afgelopen zondag zag het er nog naar uit dat meeste neerslag in Nederland zou vallen, maar inmiddels ziet het er toch naar uit dat ook het westen van Duitsland op regen mag rekenen met lokaal zo'n 25 tot 30 mm. Dat is voldoende om een aantal zijrivieren in het stroomafwaartse deel van de Rijn wat te Laten stijgen en daar profiteert ook de waterstand van Lobith van.

Dit extra water arriveert hier vanaf zaterdag. Tot die tijd blijft de stand tussen 6,05 en 6,1 m NAP schommelen en ik verwacht geen verdere daling, dus de 6 m blijft buiten bereik. Nog niet duidelijk is hoeveel regen er precies gaat vallen en wat de invloed op de zijrivieren is. Een eerste schatting is dat de stand bij Lobith vanaf zaterdag enkele decimeters gaat stijgen naar 6,2 m NAP op zondag 4/10 en vanaf maandag of dinsdag nog wat verder naar 6,3 m NAP op 7 en 8/10. De afvoer is dan weer ca 75 tot 100 m3/s dan op dit moment.

Na de regen van komende 2 dagen herstelt de hoge druk zich weer snel in onze omgeving en blijft het opnieuw voor langere tijd (minstens een week) droog. Daardoor gaan de waterstanden vanaf 8/10 weer dalen en waarschijnlijk daalt de stand dan opnieuw tot onder de 6,15 m NAP vanaf 11/10. Vanaf 8 en 9 oktober wordt wel weer regen verwacht, maar dat is nu nog erg onzeker en kan morgen weer verdwenen zijn in de verwachting. Mocht het wel tot regen komen, dan kan de stand vanaf 12/10 weer wat gaan stijgen. Een overgang naar een natter weertype is voorlopig echter nog niet in zicht.

Hogedrukgebieden blijven dominant, weinig regen en waterstanden voorlopig extreem laag

In de verwachtingen voor de komende week verschenen de laatste dagen signalen dat het wel eens natter zou kunnen worden in de stroomgebieden, maar in de laatste verwachting is dat weer grotendeels teruggeschroefd. Hogedrukgebieden blijven oppermachtig en de komende 10 tot 15 dagen valt er waarschijnlijk zo goed als geen regen in het stroomgebied van de Rijn. De waterstand in de Rijn stevent daarom af op een nieuw laagterecord en de kans dat ook de 6 m wordt onderschreden bij Lobith wordt steeds groter. De Maasafvoer blijft stabiel op een zeer laag niveau.

De rubriek water inzich slaat nog een weekje over

Water van de week

Waar blijven de lagedrukgebieden die de langverwachte regen gaan brengen?

De afgelopen week verliep zo goed als droog en de komende week zou in het grootste deel van de stroomgebieden ook wel eens droog kunnen verlopen. De afgelopen dagen is een hogedrukgebied van west naar oost over Europa getrokken en ligt nu stationair boven Oost-Europa. Het heeft een uitloper tot over Zuidwest-Europa en regengebieden blijven daardoor op afstand.

Het hogedrukgebied boven Oost-Europa houdt voorlopig stand, wordt zelfs wat sterker, maar de komende dagen verschijnt er boven de Britse eilanden ook een groot lagedrukgebied. Deze twee weersystemen zorgen samen voor een zuidelijke stroming over West- en Centraal-Europa die de komende dagen voor de tijd van het jaar zeer warme lucht meevoert.

Een regengebied dat bij het lagedrukgebied hoort, bereikt op woensdagmiddag en donderdag onze omgeving en het aangrenzende deel van Duitsland. Boven Nederland en België vertraagt het weersysteem, waardoor er tot zo’n 20 mm regen kan vallen, mogelijk nog (veel) meer. De rivieren maken hier weinig van mee, want als het front verder naar het oosten trekt droogt het gaandeweg op.

De afgelopen dagen was het in de verwachting steeds onduidelijk wat dit front zou doen en soms zag het er naar uit dat er ook in het stroomgebied van de Rijn flink wat regen kon vallen. Maar in de laatste verwachtingen zijn het toch weer de hogedrukgebieden die (voor de zoveelste keer) het heft in handen houden. De regenhoeveelheden boven Duitsland zijn daardoor teruggedraaid naar slechts enkele millimeters. 

Het Engelse lagedrukgebied verplaatst zich In de tweede helft van de week in noordwestelijke richting waardoor de invloed op ons weer snel afneemt. Tegelijkertijd breidt het Oost-Europese hogedrukgebied zich uit tot over Scandinavië en vormt daar een sterk bastion. Er steekt dan een oostelijke tot zuidoostelijke stroming op boven Midden-Europa die nog steeds vrij warme droge lucht aanvoert tot over de stroomgebieden.

Het ziet er naar uit dat dit hogedrukgebied tot ver in de week na het volgend weekend kan standhouden en al die tijd blijft het droog. Of dit hogedrukgebied later in die week afzwakt, of zich zover verplaatst dat regengebieden wel dichterbij kunnen komen, is nu nog niet te zeggen.

Rijn bereikt morgen of dinsdag een nieuwe recordstand, kans groot dat ook de 6 m NAP wordt bereikt

Het weerpatroon dat we de afgelopen maanden hebben meegemaakt is zeer uitzonderlijk. Langdurig droog weer is van alle tijden, maar nu valt op dat het al ruim driekwart jaar aanhoudt. Sinds vorig jaar november zijn op februari na alle maanden te droog verlopen in het stroomgebied. In Nederland viel het eigenlijk nog mee, want hier viel in juni, de tweede helft van augustus en in de eerste helft van september nog wel aardig wat regen. Ten zuiden en zuiden en oosten van ons land bleef in die maanden ook de meeste regen uit en zo kon het gebeuren dat de stroomgebieden nu zo goed als uitgedroogd zijn.

Waar in andere jaren de circulatie in de atmosfeer na verloop van enkele weken of soms maanden altijd wel weer (zuid)westelijk wordt, zodat regengebieden vanaf de Oceaan het continent kunnen bereiken, is het dit jaar het ene na het andere hogedrukgebied dat de doortocht van regengebieden blokkeert. De afgelopen week leek daar een einde aan te komen, toen het Europese weermodel wat grotere neerslaghoeveelheden voorzag boven het stroomgebied, maar inmiddels is daar zo goed als niets meer van over en is de kans groot dat het gewoon 10 tot 15 dagen droog blijft.

Op woensdag en donderdag kan één regenzone wel Nederland bereiken en mogelijk dat deze in het uiterste westen van het stroomgebied van de Rijn ook nog wat regen brengt en de dag daarna kunnen er buien vallen boven Midden- en Zuid-Duitsland. Maar geen grote hoeveelheden en na vrijdag blijft het overal weer een week droog.

De waterstand bij Lobith is de afgelopen week circa 20 cm gezakt naar een stand van 6,15 m NAP op zondagmorgen. Dat is minder dan 5 cm boven het vorige diepterecord van 17 augustus dit jaar. De afvoer bedraagt nu nog 585 m3/s, ca 25 m3/s boven het record. Vandaag was in het nieuws dat in Keulen al een nieuw record was bereikt en omdat het ca 1,5 dag duurt tot dat water bij Lobith arriveert, kunnen we ervan uitgaan dat op maandag of dinsdag ook bij Lobith een nieuw record wordt bereikt, als de stand tot onder de 6,11 m NAP zakt en de afvoer tot onder de 560 m3/s.

De stand daalt daarna de hele week langzaam verder tot ongeveer 6,05 m NAP in het komend weekend en een afvoer van ca 540 m3/s. De daling verloopt met wat kleine schommelingen en soms kan er een dag tussen zitten dat de stand een paar centimeter stijgt, om daarna weer verder te dalen. Misschien dat de regen van donderdag in enkele noordelijke zijrivieren van de Rijn wat extra water oplevert. In dat geval kan de stand op vrijdag of zaterdag nog iets meer stijgen; maar ik verwacht dat dat hoogstens 10 tot 15 cm zal zijn.

De waterdienst van Baden Würtenberg verwacht nog steeds dat er donderdag wel wat regen in Zuid-Duitsland kan vallen, wat de Rijn daar ca 50 tot 75 m3/s extra water op zou kunnen leveren. Als dat uitkomt, dan zal dat water vanaf maandag 6 oktober Lobith bereiken en kan de stand hier ca 15 tot 20 cm stijgen. In dat geval is de kans klein dat we op korte termijn de 6 m NAP bij Lobith gaan bereiken, omdat het daarna weer circa een week zal duren voordat dit golfje helemaal is gepasseerd.

Maar het is ook goed mogelijk dat er helemaal geen regen valt en dan gaat de stand vanaf maandag 5/10 verder omlaag. De kans is dan groot dat aan het eind van die week (rond 9 oktober) de 6 m NAP bij Lobith wordt bereikt en de afvoer zal dan gedaald zijn tot ca 525 m3/s. Volgens de laatste weersverwachtingen blijft het in de week van 5 t/m 12 oktober waarschijnlijk geheel droog, dus ook als er in de week daarvoor wel wat regen valt, dan nog zullen we voorlopig rekening moeten houden met uitzonderlijk lage waterstanden.

Maasafvoer daalt tot onder de 25 m3/s.

De Maasafvoer is de afgelopen droge zomer nog redelijk doorgekomen. Toen de droogte begon daalde de afvoer vrij snel naar ca 30 tot 35 m3/s, om daarna nog maar langzaam verder te dalen naar tussen de 26 en 28 m3/s. Na de kleine opleving in de tweede helft van augustus is de afvoer nu alweer 3 weken aan het dalen en inmiddels tot onder de 25 m3/s gedaald. De afgelopen 2 dagen bedroeg de afvoer zelfs maar 20 m3/s, maar dat kan zijn omdat er wat water wordt vastgehouden in de Waalse stuwpanden van de rivier. Dit water stroomt dan in de volgende dagen wel weer door.

De komende week kan er misschien op woensdag wel wat regen vallen. Dit regengebied komt stil te hangen boven Nederland en België en wellicht ontvangen de Ardennen dan ook wat regen. In dat geval kan de afvoer aanstaande donderdag en vrijdag even wat stijgen, maar voor de rest van de tijd blijft het bij een afvoer tussen 25 en 30 m3/s. Omdat het na de mogelijke regen op donderdag weer zeker een week droog blijft, kan de afvoer na het weekend ook tot onder de 25 m3/s zakken. Een stijging is voorlopig niet in zicht.

Laagwaterbericht; Rijn op weg naar nieuw recordlage stand en afvoer

Het lage water is voorlopig nog niet voorbij. Het extra water van de regen uit de tweede helft van augustus is inmiddels allemaal afgevoerd en de waterstand bij Lobith nadert opnieuw een historisch dieptepunt. Afgelopen zondag kondigde ik al aan dat de kans daarop groot is, maar nu is dat wel zo goed als zeker dat de Rijn in de komende dagen onder de 6,12 m NAP gaat zakken.

Een krachtig hogedrukgebied sterkt zich uit over een groot deel van Europa en neerslag blijft op grote afstand. Lag de hoge druk eerder vooral ten (zuid)westen van ons, de komende week tot 2 weken ligt deze ten oosten en noordoosten. Dit hogedrukgebied houdt ook steeds een uitloper in westelijke richting, waardoor regengebieden gedwongen worden om ver noordelijk langs te trekken en neerslag de stroomgebieden niet kan bereiken.

Afgelopen weekend viel er een beetje regen in het midden van Duitsland en dat vertraagde de daling even op maandag en dinsdag, maar inmiddels zet de daling weer door. De komende dagen gaat er dagelijks zo’n 2 tot 3 cm van de stand af bij Lobith en de afvoer daalt met ca 10 m3 per dag. Vanmorgen (donderdag) bedroeg de stand 6,26 m NAP en de afvoer nog ongeveer 610 m3/s. Zaterdag verwacht ik dat de 6,2 m NAP wordt onderschreden en zondag of maandag 6,15 m NAP. De afvoer bedraagt dan nog 570 m3/s.

Regen is er tot dan toe niet gevallen in het stroomgebied, dus zakt de waterstand ook begin volgende week langzaam verder. Ik verwacht nu dat de stand op dinsdag 29/9 onder de 6,12 m NAP zakt, waarmee een nieuw diepterecord een feit zou zijn. De dagen daarna zakt de stand verder, zei het iets langzamer, met nog maar ca. 1 cm per dag. Aan het eind van die week, in het weekend van 3 en 4 oktober, kan de stand gedaald zijn tot 6,05 m NAP, bij een afvoer van 540 m3/s.

Ondertussen is er dan mogelijk wel regen gaan vallen in het stroomgebied. Het Europese weermodel gaf gisteren aan dat vanaf 2 of 3 oktober aardig wat regen vanaf de Atlantische Oceaan over West-Europa naar het oosten zou kunnen gaan trekken. De verwachting wisselt echter nog sterk, want vanmorgen is de verwachting dat de meeste regen ten westen en noorden van het stroomgebied van de Rijn blijft en de waterstand er niet van gaat profiteren. De grootste kans is voorlopig dat er begin oktober nog maar weinig regen gaat vallen.

In dat geval daalt de stand heel langzaam verder naar mogelijk 6 m NAP in de tweede helft van die week, dat is rond 8 oktober. De afvoer is dan gedaald zijn tot 530 m3/s. Mocht er echter wel regen gaan vallen vanaf op 3 oktober, dan kan de stand bij Lobith vanaf 5 oktober weer wat gaan stijgen. Een grote stijging zal dat niet worden, maar in dat geval wordt de 6 m NAP niet gehaald.

De Maasafvoer blijft nog steeds stabiel op een laag niveau. Bij Luik voert de Maas al een dag of toen zo’n 35 m3/s aan, waarvan 8 tot 10 m3/s via het Albertkanaal wordt afgevoerd en de rest naar Nederland stroomt. Voorlopig zal daar weinig verandering in komen.

Abonneren op