U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Herfst verloopt droog in de stroomgebieden; dalende waterstanden

De aanstaande week verandert er niet zo veel in het weerbeeld. Regengebieden dringen wel wat meer op, maar ze komen niet veel verder dan Nederland en in de stroomgebieden blijft het overwegend droog. De Maas en vooral de Rijn hoeven daarom niet op veel extra water te rekenen en daarom zullen de waterstanden de hele komende week blijven dalen. In dit bericht leest u tot hoe ver de waterstanden gaan dalen deze week en wat er daarna gebeurt.

In het tweede deel van het bericht een uitstapje naar het meest stroomopwaartse deel van de Maas in Nederland, de Grensmaas. Dit  riviertraject stond afgelopen week in de belangstelling van de media vanwege de natuur die zich hier de afgelopen jaren sterk heeft ontwikkeld. Dit is de danken aan het Grensmaasproject waarbij grindwinning het gebied na de winning zo oplevert dat er volop ruimte is voor de natuur. De extra ruimte heeft ook effect op de waterstanden. In dit bericht leest u hoe groot die invloed is en wat dat betekent als de Maasafvoer weer eens zo hoog zou worden als in 1993 en 1995. 

Hogedruk maakt plaats voor lagedruk, maar nog weinig regen in de stroomgebieden

Het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor rustig weer zorgde is naar het midden van Europa getrokken. Voorlopig houdt het daar nog wel even stand en pas in de tweede helft van de week ziet het er naar uit dat het gebied wat naar het oosten trekt. 

Tegelijkertijd ontwikkelt zich ten zuiden van het Verenigd Koninkrijk een lagedrukgebied dat eerst wat naar het westen beweegt en later in de week naar het noordoosten om uiteindelijk via onze omgeving naar Scandinavië te trekken. Ondanks dat het lagedrukgebied niet ver weg ligt dringen de bijbehorende regenzones niet zo ver het continent op, of ze brengen er niet heel veel regen.

Op dinsdag in de loop van de dag komt een eerste zone wel tot Nederland, maar deze trekt door naar het noordoosten en bereikt niet de stroomgebieden van de Rijn en de Maas. Op donderdag en vrijdag beweegt een volgende regenzone wat zuidelijker over Oost Frankrijk en Zuid Duitsland en de Alpen. Rijn en Maas profiteren hier van, maar de hoeveelheden neerslag zijn niet zo heel groot en de stijging blijft beperkt. 

Daarna is het onduidelijk wat er gebeurt. Het Europese weermodel laat het hogedrukgebied boven Oost Europa aansterken zodat de invloed tot over onze omgeving reikt en regenzones er niet meer aan te pas komen. Het Amerikaanse weermodel verwacht echter dat nieuwe lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan in kracht zullen toenemen en grip krijgen op ons weer zodat het vanaf het weekend juist natter wordt boven de stroomgebieden. We zullen even moeten afwachten welk model het het beste heeft voorzien.

Voor de afvoeren in de rivieren maakt het veel uit, want als hogedrukgebieden de dienst uit blijven maken, dan blijven de waterstanden nog wat langer dalen en komen ook de lagere afvoeren weer binnen bereik. Volgende week is hier meer duidelijkheid over.

Rijn daalt deze week ca 50 cm naar 7,75 m +NAP

De Rijn is de hele week gedaald na een kleine piek die afgelopen maandag passeerde. De waterstand bedroeg toen bij Lobith ca 8,85 m +NAP. Inmiddels is de stand gedaald naar 8,25 m en de komende dagen zet die daling langzaam door.

De watertstand daalt deze week met ca 10 cm per dag. Alleen op dinsdag en woensdag gaat het even wat langzamer omdat er wat extra water arriveert vanuit de Main. Halverwege de afgelopen week lag deze rivier onder een uitgestrekte regenzone en dat zorgt de komende dagen voor een kleine hapering in de daling van de Rijnafvoer.

In de tweede helft van de week daalt de waterstand dan weer onder de 8 m +NAP bij Lobith en in het weekend wordt de 7,75 m bereikt. De afvoer, die nu nog ongeveer 1500 m3/s bedraagt, zal dan tot ca 1200 m3/s zijn gezakt. Net na het volgend weekend zal de waterstand dan weer iets stijgen of enkele dagen stabiel zijn als het extra water langs komt van de regenval die donderdag en vrijdag boven Midden en Zuid Duitland valt. Voorlopig zijn de verwachte regenhoeveelheden klein en een grotere stijging is daarom niet waarschijnlijk.

Op nog wat langere termijn is het onduidelijk wat de waterstanden zullen doen. Als het Amerikaanse weermodel het goed heeft voorzien, dan is de kans groot dat de waterstand verder gaat stijgen, maar als het Europese model het bij het recht eind heeft is een verdere daling tot 7,5 m +NAP of nog wat lager het meest waarschijnlijk. 

Maas daalt nog wat verder naar opnieuw erg lage afvoeren

De Maasafvoer is de hele week gedaald en de afvoer bij Maastricht bevindt zich nu tussen de 50 en 60 m3/s. Daarmee is de afvoer weer terug op een laag niveau voor de tijd van het jaar, want normaal is een afvoer van ca 125 m3/s.

De komende dagen daalt de afvoer nog langzaam verder omdat in het stroomgebied pas op donderdag en vrijdag wat regen wordt verwacht. Veel regen zit er echter niet in de verwachting en de stijging zal daarom beperkt blijven. 

Ik verwacht daarom dat de afvoer tot en met donderdag nog wat verdere zal dalen tot onder de 50 m3/s bij Maastricht. Op vrijdag is dan een kleine stijging mogelijk, maar waarschijnlijk bedraagt deze niet meer dan enkele tientallen m3/s en zal het van korte duur zijn. Daarna is de kans het grootst dat de afvoer stabiel blijft of nog iets verder zal zakken. 

Grensmaas: volop ruimte voor natuur én water

Afgelopen vrijdag stond de Grensmaas in de aandacht van oa de NOS en enkele dagbladen. Met name de successen van de natuurontwikkeling kregen volop de aandacht. Ruim 10 jaar geleden werd gestart met het Grensmaasproject, waarbij de oevers tussen Maastricht en Maaseik over een lengte van 43 km werden verlaagd om de rivier meer ruimte te geven. Deze verlaagde zones, samen meer dan 1200 ha, zijn als natuurgebied ingericht en daarvan is inmiddels zo'n 70% gereed.

Ook op de Vlaamse oever zijn natuurgebieden ingericht en het grensoverschrijdende natuurgebied is nu bekend onder de naam Natuurpark Maasvallei. De natuur heeft deze gebieden spontaan mogen koloniseren en afgelopen week werden daarvan de bijzondere resultaten gepresenteerd.

Het Grensmaasproject is meer dan een natuurproject, want ook de economie profiteert. De vergraving van de oevers levert namelijk meer dan 50 miljoen ton grind op waar de realisatie grotendeels uit kan worden bekostigd. Een derde doelstelling van het project is het verhogen van de waterveiligheid in dit deel van Limburg. Vanwege de verlaging van de oevers heeft de rivier veel meer ruimte dan vroeger en als de Maasafvoer nu weer toeneemt, na flinke regenval in de Ardennen, dan heeft het water in het verruimde Maasdal meer ruimte en de waterstanden stijgen daardoor veel minder sterk dan vroeger.

De foto's hieronder van het traject tussen Meers en Maasband geven een goede impressie van hoe het Maasdal veranderd is. Links is de bedding te zien van voor de uitvoering van het Grensmaasproject en rechts de situatie vorig jaar, na de uitvoering. De Maasbedding was eerst niet breder dan ca 75 meter, maar is nu bijna 3 keer zo breed. De kijkrichting waaronder de foto's zijn gemaakt is wat verschillend maar het eilandje dat vroeger ook al aanwezig was (rode pijltje) laat goed zien hoe sterk het Maasdal veranderd is. De vergraving op dit traject vindt vooral plaats op de Nederlandse oever; de Vlaamse oever (links) is ongewijzigd.

Grensmaas voor en na de uitvoering.jpg

Foto van voor (links) en na (rechts) de uitvoering van het Grensmaasproject in het traject tussen Meers en Maasband. (Foto rechts is gemaakt door Avisum.be).
Foto van voor (links) en na (rechts) de uitvoering van het Grensmaasproject in het traject tussen Meers en Maasband. (Foto rechts is gemaakt door Avisum.be).

De enorme verbreding van de Maasbedding zorgt er voor dat het water bij hoge rivierafvoeren minder sterk stijgt dan vroeger. Dit is goed te zien als de waterstanden van het grootste Maashoogwater, dat was rond kerstmis 1993, worden vergeleken met de huidige waterstanden als nu dezelfde hoeveelheid water door de Maas zou stromen. De Maasafvoer bedroeg in 1993 iets meer dan 3.000 m3/s en de Maas kwam toen overal tot ver buiten haar oevers. 

In de grafiek hieronder is met een oranje lijn de waterstand weergegeven die tijdens dat grote hoogwater werd gemeten; over het hele traject van de Maas vanaf Maastricht tot aan Stevensweert. De blauwe lijn geeft de waterstand aan als dezelfde hoeveelheid water door het huidige dal van de Grensmaas zou stromen. Dit is nog nooit gebeurd, maar deze waterstanden kunnen wel door Rijkswaterstaat berekend worden.

Waterstanddaling Grensmaas.jpg

Verloop an de waterstand in het Grensmaastraject tussen Maastricht en Stevensweert bij het hoogwater van 1993 (oranje lijn) en indien een zelfde hoeveelheid water door het huidige Grensmaasdal zou stromen (blauwe lijn).
Verloop an de waterstand in het Grensmaastraject tussen Maastricht en Stevensweert bij het hoogwater van 1993 (oranje lijn) en indien een zelfde hoeveelheid water door het huidige Grensmaasdal zou stromen (blauwe lijn).

De waterstanddaling is niet overal even groot. Op plaatsen waar de rivier over een lang traject verbreed is, is de daling het grootst. Op een kort traject tussen Obbicht en Berg ad Maas bedraagt de daling zelfs meer dan 2 meter en dat is zoveel dat de rivier hier nooit meer buiten haar oevers zal treden. Op andere plaatsen is de daling minder groot, maar altijd nog voldoende om de waterveiligheid tot ruim op het gewenste niveau te brengen. 

Er zijn ook enkele gedeelten waar geen daling optreedt; hier was geen ruimte voor rivierverruiming. Duidelijk is ook te zien dat het Grensmaasproject stopt na Visserweert. Vanaf daar is er voor gekozen om de waterveiligheid te vergroten door dijken aan te leggen en is de rivier dus niet verruimd, maar is de vroegere bedding behouden. Door de aanleg van de dijken is de ruimte die de rivier er voorheen had zelfs iets kleiner geworden en dat zorgt daar dan ook voor een lichte stijging van de waterstanden; de blauwe lijn ligt er boven de oranje lijn.

Terwijl de daling van de waterstand stroomafwaarts van het project, voorbij Visserweert, meteen stopt, is het opvallend dat de daling stroomopwaarts van het project nog wel een stukje doorloopt. Zo begint het Grensmaasproject pas bij Borgharen (bij rivierkilometer 16), maar loopt de daling nog door tot in de stad Maastricht. De stad profiteert daarom, zonder dat er daar gegraven hoefde te worden, ook nog ruimschoots van het Grensmaasproject; met een waterstandsdaling die in het centrum nog zo'n 30 tot 60 cm bedraagt.

 

voorlopig weer droger en dalende waterstanden

De afgelopen week verliep nat en de waterstanden van de rivieren klommen uit het dal waar ze lang in verbleven hadden. De komende week valt er veel minder regen, met tot gevolg dat ook de waterstanden weer zullen dalen, de Maas wat eerder dan de Rijn. In Nederland is in de laatste twee weken ook veel regen gevallen, maar zoals zo vaak dit jaar zijn er wel weer grote verschillen in ons land. In dit bericht leest u hoe lang de komende droge periode naar verwachting aan zal houden.

In het tweede deel van dit bericht een analyse van de waterstanden in de Rijn, hoe die in de loop der tijd steeds lager zijn geworden, terwijl de hoeveelheid water die de Rijn aanvoert niet of nauwelijks is veranderd.

Hogedrukgebieden blokkeren de stroming op de Atlantische Oceaan

Een lagedrukgebied hield het weer in West Europa een groot deel van de week in haar greep en de bijbehorende regenzones trokken over de stroomgebieden van Rijn en Maas. De hoeveelheden waren voldoende om de rivieren te laten stijgen, maar hoog zijn de waterstanden zeker nog niet; ze komen nu net boven het langjarig gemiddelde uit.

Het lagedrukgebied is naar Oost Europa getrokken en blijft daar nog een paar dagen liggen. Tegelijkertijd is er, zoals vorige week al verwacht door de weermodellen, een groot hogedrukgebied ontstaan op de Atlantische Oceaan dat regengebieden vanuit het westen de komende tijd de doorgang zal gaan blokkeren. Als de buien die vandaag en morgen nog kunnen vallen zijn uitgestorven is er vanaf de Oceaan daarom voor enige tijd geen nieuwe neerslag te verwachten. Pas na het volgend weekend zou het hogedrukgebied kunnen opbreken, waarna regengebieden vanuit het westen weer tot het continent kunnen door dringen.

Terwijl het hogedrukgebied de regen vanuit het westen op afstand houdt, is er nog wel een kansje dat een regengebied vanuit het oosten het stroomgebied van de Rijn weet te bereiken. Het eerder genoemde lagedrukgebied heeft vanuit zijn nieuwe positie boven oosten nog wel invloed op het weer in onze omgeving. Op dinsdag komt een regenzone via Polen naar het westen en op woensdag en donderdag reikt dit neerslaggebied tot boven Midden Duitsland.

Voorlopig zijn de neerslaghoeveelheden boven het stroomgebied van de Rijn nog niet groot genoeg voor een stijging, maar mocht het regengebied toch iets westelijker komen, dan kan dat de Rijn nog net wel wat extra water opleveren. Het stroomgebied van de Maas zal de regen zeker niet bereiken en daar duurt het tot na het komend weekend voordat er weer kans is op regen.

Ook na het komend weekend blijft het hogedrukgebied boven de Oceaan, naar verwachting van de weermodellen, nog belangrijk en het ziet er niet naar uit dat er dan een natte periode aanbreekt. Helemaal droog blijft het waarschijnlijk ook niet en een lange droge periode lijkt er daarom dan ook niet in te zitten. 

Rijn bereikt maandag een hoogste stand en daalt daarna de hele week

Vanaf afgelopen woensdag is de Rijn ongeveer 1 meter gestegen tot ca 8,75 m +NAP en de waterstand bevindt zich nu iets boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Op een paar dagen na begin september, toen de stand even het gemiddelde aan tipte, is dit voor het eerst sinds eind maart dat de waterstand boven gemiddeld is.

Niet dat de stand in de Rijn erg laag is geweest, dat werd voorkomen doordat steeds kleine watergolfjes vanuit de Alpen het peil weer wat op wisten te heffen. Maar omdat het in de rest van het stroomgebied maandenlang aan de droge kant was, bleef de waterstand wel steeds beneden het gemiddelde en zakte deze regelmatig terug tot waarden met een kans van optreden van 5 tot 10%. In de grafiek hieronder is dit verloop weergegeven.

Schermafbeelding 2020-10-11 om 11.18.13.png

Verloop Rijnafvoer 2020 t/m 11 oktober (rode lijn) in vergelijking tot het gemiddelde, de laagste waarde en de 5 en 10% kans.
Verloop Rijnafvoer 2020 t/m 11 oktober (rode lijn) in vergelijking tot het gemiddelde, de laagste waarde en de 5 en 10% kans.

Vandaag en morgen stijgt de Rijn bij Lobith nog een klein beetje verder tot een stand van ca 8,85 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 1850 m3/s. Een verdere stijging zit er voorlopig niet in want de afgelopen 3 tot 4 dagen is er al niet meer zo veel regen gevallen en de afvoer in oa de Moezel, de belangrijkste zijrivier van de Rijn, is daarom weer gaan dalen. 

Vanaf dinsdag gaat de waterstand weer langzaam dalen. De eerste dagen gaat dat niet zo snel en pas op vrijdag of zaterdag wordt de 8,5 m weer onderschreden; de afvoer bedraagt dan ongeveer 1600 m3/s. Ook na het volgend weekend is de kans groot dat de Rijn nog enige tijd verder daalt. Dagelijks zal de waterstand dan met zo'n 5 tot 10 cm dalen en waarschijnlijk wordt aan het eind van die week ook de 8 m bij Lobith weer onderschreden. De afvoer is dan weer gezakt tot ca 1350 m3/s.

Er is een kleine kans dat het een beetje anders loopt; als de regenzone vanuit Oost Europa inderdaad op woensdag tot het stroomgebied van de Rijn door weet te dringen. In dat geval zal de waterstand rond het komend weekend enige tijd stabiliseren en misschien zelfs iets stijgen. De kans is klein dat dan de 8 m in de week erna nog bereikt gaat worden. 

Maas daalt weer tot onder de 125 m3/s

De Ardennen ontvingen de afgelopen week voldoende neerslag om de Maas te laten stijgen. De afvoer bij Maastricht bedraagt nu gemiddeld over de dag bijna 200 m3/s en dat is meer dan het gemiddelde voor begin oktober. Ook bij de Maas is het, op een heel klein piekje na de in de zomer, voor het eerst sinds eind maart dat de afvoer weer eens boven het gemiddelde uit stijgt. De grafiek is van de situatie bij Borgharen, daar is de afvoer gemiddeld ca 25 m3/s lager dan bij Maastricht. 

Schermafbeelding 2020-10-11 om 11.37.02.png

Verloop Maasafvoer 2020 t/m 11 oktober (rode lijn) in vergelijking tot het gemiddelde en de laagste waarden die zijn opgetreden.
Verloop Maasafvoer 2020 t/m 11 oktober (rode lijn) in vergelijking tot het gemiddelde en de laagste waarden die zijn opgetreden.

In de grafiek is goed te zien dat de Maasafvoer vanaf begin juli vrijwel de hele tijd erg laag was. De Maas profiteert dan ook niet van regenval in de Alpen en omdat het stroomgebied helemaal in de zone lag over Midden Europa waar het deze zomer erg droog was, was de Maasafvoer ook al die tijd erg laag. De opgetreden afvoeren (rode lijn) liggen relatief ook veel verder onder het gemiddelde (de groene lijn) dan bij de Rijn.

Vandaag en morgen vallen er nog wat buien in de Ardennen, maar dat levert voor de Maas nog maar weinig wat op. De afvoer die vandaag ongeveer op zijn hoogst is zal daarom na vandaag weer langzaam gaan dalen. Rond het midden van de week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht weer onder de 150 m3/s zakt en aan het eind van de week onder de 125 m3/s.

Omdat er ook vanuit het Franse deel van het stroomgebied nogal wat water onderweg is, is een zo lage afvoer als in september optrad niet waarschijnlijk. Maar waarschijnlijk zal in de week na komend weekend ook de 100 m3/s wel weer enige tijd onderschreden worden. Enige regen van betekenis wordt in het stroomgebied van de Maas namelijk niet voor 20 oktober verwacht. 

Waterstanden in de Rijn dalen terwijl de hoeveelheid water niet verandert

Mensen die in het rivierengebied wonen of vanwege hun werk bij de rivier betrokken zijn, zijn vaak goed bekend met de waterstanden van de Rijn bij Lobith. Zij weten wat het betekent als de waterstand daar stijgt tot 13 of 14 meter, of bij perioden van laag water, daalt tot onder de 8 meter.

De waterstanden zijn echter niet helemaal betrouwbaar om op af te gaan, wel als het om een periode van enkele jaren gaat, maar als we over decennia de situatie in de rivieren willen vergelijken, dan blijken waterstanden daarvoor niet geschikt te zijn. In de grafiek hieronder zijn de gemiddelde stand (links) en afvoer (rechts) van Lobith afgebeeld. Het is goed te zien hoe de gemiddelde waterstand van jaar tot jaar lager wordt en volgens de trendlijn is het gemiddelde nu al ruim 2 meter lager dan 120 jaar geleden. 

Dit lage gemiddelde wordt echter niet veroorzaakt doordat er minder water door de Rijn wordt aangevoerd. Als we naar de rechtergrafiek kijken dan zien we namelijk dat de afvoeren wel sterk verschillen van jaar tot jaar maar dat ze op de lange termijn niet dalen. De trendlijn stijgt zelfs heel licht, maar gezien de grote variatie in de jaarafvoeren is de trend te klein om significant te zijn.

afvoer en stand Lobith.jpg

Langjarig gemiddelde en de trendlijn van de waterstand (links) en van de afvoer (rechts van de Rijn bij Lobith.
Langjarig gemiddelde en de trendlijn van de waterstand (links) en van de afvoer (rechts van de Rijn bij Lobith.

Deze opvallende verschillen tussen het verloop van de waterstand en van de rivierafvoer worden veroorzaakt doordat de bodem van de rivier langzaam in slijt. Jaar na jaar wordt er op de bodem minder zand vanaf bovenstrooms aangevoerd, dan dat er naar benedenstrooms wordt afgevoerd en daardoor komt de bodem van de rivier steeds lager te liggen. Daardoor past er steeds meer water in de bedding en dat zorgt ervoor dat bij een zelfde hoeveelheid water de stand toch kan dalen.

Het inslijten van de rivier is begonnen rond 1870 toen de rivier vastgelegd werd met kribben. Daarmee werd het rivierwater meer geconcentreerd in een smallere bedding, waardoor het proces van inslijten zich daarop concentreerde. Ook kon de rivier vanaf dat moment geen zand en klei meer opnemen vanuit de uiterwaarden wanneer de bedding zich zijdelings verplaatste. Daarbij kalfden voorheen de oevers af en dat leverde dan extra zand op voor de rivier. 

Het proces van inslijten lijkt niet te stoppen. In de grafiek hieronder is voor 3 jaren uit de meetreeks, 1901 in het begin, 1960 halverwege en 2019 als meest recente jaar, van iedere dag zowel de afvoer (op de horizontale as) als de waterstand (op de verticale as) weergegeven met een stip. In 1901 waren de waterstanden over de hele linie nog veel hoger dan in 1960 en in dat jaar weer hoger dan in 2019. Het proces vertraagt ook niet, anders was de afstand tussen 1960 en 2018 wel kleiner geworden, maar het is juist groter.

Veranderde lagere afvoer bij dezelfde stand.jpg

Van 3 jaren uit de meetreeks van Lobith is van iedere dag de waterstand (vertikale as) uitgezet tegen de rivierafvoer (horizontale as).
Van 3 jaren uit de meetreeks van Lobith is van iedere dag de waterstand (vertikale as) uitgezet tegen de rivierafvoer (horizontale as).

Om de grafiek wat te verduidelijken is voor een waterstand van 10 m +NAP en 13 m +NAP aangegeven bij welke afvoeren die stand in de verschillende jaren werd bereikt. Zo werd de 10 m bij Lobith in 1901 al bij een afvoer van ca 1300 m3/s bereikt, in 1960 was dat bij 1700 m3/s en tegenwoordig is dit pas bij 2600 m3/s. Als we naar de frequentie kijken dat dergelijke afvoeren optreden, dan betekent dat, dat deze stand in 1901 op ca 300 dagen werd bereikt en in 2019 nog maar op 100 dagen. 

De waterstand van 13 meter werd in 1901 bij ca 3500 m3/s bereikt, in 1960 bij ca 4000 m3/s en in 2019 pas bij 5300 m3/s. Bij een waterstand van 13 meter bij Lobith overstromen de lagere delen van de uiterwaarden langs de Waal, IJssel en Nederrijn. Dit gebeurt tegenwoordig dan ook veel minder vaak dan vroeger: in 1901 werd deze stand namelijk nog 40 dagen per jaar overschreden, in 1960 nog ongeveer 25 dagen en vandaag de dag nog maar 10 dagen. Dit is een van de oorzaken dat de uiterwaarden steeds verder uitdrogen. 

Als we naar de allerhoogste waterstanden kijken die soms optreden dan blijkt dat die ook lager zijn geworden als gevolg van de bodemdaling, al is het effect minder groot dan bij de lagere waterstanden. In de grafiek hieronder is, op dezelfde manier als in de vorige grafiek, voor 3 jaren met een groot hoogwater het verloop van waterstand en afvoer weergegeven. Het gaat hierbij om 1920, waarin de op drie na hoogste waterstand werd gemeten en 1995 met de op één na hoogste stand.

Ook is 2018 weergegeven, als meest recente jaar met een flink hoge stand. Deze stand was echter veel lager dan in de 2 andere jaren en daarom zijn aan het rechter uiteinde van de grafiek nog enkele extra standen (met een kruisje) weergegeven. Deze zijn afkomstig uit tabellen die Rijkswaterstaat heeft opgesteld waarin de actuele verhouding tussen waterstand en afvoer is weergegeven. 

Veranderde hoogwaterafvoer bij dezelfde stand.jpg

Van 3 jaren uit de meetreeks van Lobith is van iedere dag de waterstand (vertikale as) uitgezet tegen de rivierafvoer (horizontale as).  Het gaat om jaren met een grote hoogwatergolf.
Van 3 jaren uit de meetreeks van Lobith is van iedere dag de waterstand (vertikale as) uitgezet tegen de rivierafvoer (horizontale as). Het gaat om jaren met een grote hoogwatergolf.

De grafiek lijkt op de eerdere hierboven, alleen loopt deze verder door naar boven en naar rechts omdat het om jaren gaat dat de waterstand en de afvoer erg hoog waren. Ook nu zien we dat in de loop der tijd een steeds hogere rivierafvoer nodig is voor dezelfde waterstand. Zo werd de 14 meter in 1920 al bij 4800 m3/s bereikt, wat 15 dagen per jaar voorkomt, en gebeurde dat in 2018 pas bij 6600 m3/s, wat maar 3 dagen per jaar optreedt. 

Geheel rechts in de figuur is te zien dat de grafieken naar elkaar toe bewegen. Het effect van de uitslijtende bodem op de waterstanden is in dit hogere bereik nog maar klein. Toch maakt het nog wel wat uit, want de 16 meter +NAP (een zeer hoge waterstand waarbij alle uiterwaarden geheel zijn overstroomd) werd in 1920 al bij een afvoer van 9500 m3/s bereikt en in 2018 pas bij 10500 m3/s. Dat betekent dat het in 1920 gemiddeld nog eens in de 9 jaar gebeurde en rond 2018 nog maar eens in de 18 jaar.

Wat verder opvalt is dat bij de waterstand van 16 meter het verschil tussen 1995 en 2018 relatief groot is. Dit is namelijk net zo groot als tussen 1920 en 1995, terwijl dat bij een waterstand van 14 meter niet zo was. Het sprongetje dat 2018 heeft gemaakt bij de hogere waterstanden is het gevolg van het project Ruimte voor de Rivier. In het kader van dat project zijn de uiterwaarden op veel plaatsen verruimd, waardoor er meer water in past en deze ingrepen zorgen daarom ook voor lagere waterstanden.

De maatregelen van Ruimte voor de Rivier werken vooral bij de hogere afvoeren omdat de uiterwaarden eerst moeten overstromen voordat het effect merkbaar wordt. Bij een waterstand van 14 meter is het daarom nog niet merkbaar, maar bij een waterstand van 16 m wel. Ruwweg zou je kunnen zeggen dat Ruimte voor de Rivier bij deze extreme hoogwatersituaties net zoveel ruimte voor het water heeft opgeleverd als de bodemdaling die de rivier sinds 1900 heeft ondergaan.

Uit de grafieken blijkt duidelijk dat de bodemdaling niet vanzelf gaat stoppen. Het is dan ook de verwachting dat bij ongewijzigd beleid de daling zich nog wel enkele meters door kan zetten. Omdat dit steeds meer problemen oplevert voor scheepvaart, drinkwaterinname, landbouw, natuur en allerlei leidingen die onder de rivier doorlopen en bloot spoelen, heeft het stoppen van de bodemdaling de hoogste prioriteit gekregen en wordt er op dit moment achter de tekentafels nagedacht hoe dit probleem opgelost kan worden. Volgens verwachting moet dat over 2 tot 3 jaar een oplossing hebben opgeleverd, die dan weer enige tijd daarna doorgevoerd kan worden. Tot die tijd daalt de bodem nog langzaam verder.

Nogmaals een natte week met stijgende waterstanden

In de loop van de afgelopen week stegen de rivieren eerst wat, om later weer wat te dalen. Met name in de Alpen viel in de tweede helft van de week erg veel regen gevallen en het deel dat aan de noordzijde van het gebergte viel, is nu onderweg in de Rijn. De komende week valt er bijna iedere dag ook nog regen in de rest van stroomgebieden en dat zorgt voor een verdere stijging van Rijn en Maas.  Op wat langere termijn neemt de kans op droog weer echter weer toe en een sterke stijging van de waterstanden zit er dan ook niet in.

Vorige week schreef ik over zout zeewater dat, tijdens perioden met een lage rivierafvoer of stormvloed, tot ver het binnenland in kan dringen. In het tweede deel van dit bericht ga ik hier nog wat verder op in en laat ik zien hoe we ons watersysteem hebben ingericht om het zout zoveel mogelijk buiten de deur te houden.

Regengebieden volgen elkaar in snel tempo op

Een groot lagedrukgebied boven de Britse eilanden houdt het weer in onze omgeving in zijn greep. Rondom het lagedrukgebied trekken zogenaamde randstoringen en die voeren regenzones mee die overal in de stroomgebieden zo nu en dan voor regen zorgen. Het lagedrukgebied blijft voorlopig nog liggen en tot het eind van de komende week houden we daarom dit weer. Pas in het volgend weekend is de kans groot dat het gebied naar het noorden weg trekt en hoge druk zich vanaf de Atlantische Oceaan tot over het midden van Europa uit kan spreiden. Dat luidt dan een overgang in naar droger weer. 

Tot die tijd is het een komen en gaan van regengebieden. Vandaag verloopt nat, maar zonder al te grote hoeveelheden regen. Maandag en dinsdag neemt de intensiteit toe boven de Ardennen en Noord Frankrijk, waar de Maas van kan profiteren. Op dinsdag worden ook in Duitsland en Zwitserland weer grotere hoeveelheden regen verwacht en dat weertype zet zich daar ook op woensdag door. 

Donderdag lijkt een wat drogere dag te worden, maar vanuit het westen nadert alweer een nieuwe regenzone die vervolgens eerst in Nederland voor regen zal gaan zorgen. Op vrijdag trekt dit gebied verder over het stroomgebied van de Maas en later de Rijn en kan ook daar aardig wat regen brengen. Vanaf zaterdag breidt het hogedrukgebied zijn invloed uit en wordt het op steeds meer plaatsen voo langere tijd droog. Alleen in de Alpen kan op zaterdag en zondag nog wel wat regen vallen, voordat het daar ook droog wordt

Helemaal zeker is het trouwens nog niet of het hogedrukgebied krachtig genoeg wordt om de regenzones op afstand te houden. Er is ook een kleinere kans dat dit gebied niet sterk genoeg wordt en regenzones wel dichterbij blijven komen. Volgende week is er meer duidelijkheid hoe het uit zal pakken.

Rijn stijgt deze week verder, naar ca 9 m +NAP

Als we naar het langjarig gemiddelde kijken, dan bereikt de Rijn op 6 oktober het laagste niveau. De waterstand bij Lobith die daarbij hoort bedraagt 8,45 m +NAP en de afvoer 1585 m3/s. Die waarden zullen we dit jaar op 7 oktober net niet halen, maar enkele dagen later wel, dan gaan we er zelfs overheen. Er is namelijk een nieuw golfje water onderweg en tegen het eind van de week zal de waterstand tot ca 50 cm boven het langjarig gemiddelde uitstijgen.

Dit extra water is voorlopig vooral onderweg vanuit de Alpen, waar afgelopen vrijdag en zaterdag erg veel regen viel. De neerslag werd veroorzaakt door een sterke zuidelijke stroming die warme vochtige lucht vanaf de Middellandse Zee de Alpen in blies. In de kaart hieronder zijn de neerslaghoeveelheden in Zwitserland aangegeven. De grens van het stroomgebied van de Rijn is met een witte lijn aangegeven en de belangrijkste zijbeken van de Rijn met blauwe lijnen. 

De meeste regen viel tegen de zuidkant van de Alpen met lokaal in Ticino lokaal meer dan 40 cm regen in 72 uur; dat is de halve jaarsom van de Bilt in 3 dagen tijd.  De regenzones reikten echter ook tot over de kam van de Alpen en aan de noordzijde viel lokaal toch nog zo'n 10 tot 15 cm. Vooral de Bovenrijn (rechts op de kaart) lag in een erg nat gebied en de afvoer van de Bovenrijn steeg dan ook tot bijna 1500 m3/s. 

Hier merken we in Nederland echter maar weinig van, omdat verreweg het grootste deel van dit water eerst in de Bodensee wordt opgeslagen. Terwijl de afvoer bovenstrooms van dit grote meer toenam met bijna 1200 m3/s, nam de afvoer vanuit het meer slechts toe met ca 50 m3/s. Ook de meeste andere zijrivieren vanuit de Alpen stromen eerst in grote meren uit, maar omdat die meren kleiner zijn dan de Bodensee, neemt de afvoer er naar verhouding minder door af. Al met al nam de Rijnafvoer vanuit Zwitserland gisteren toch nog toe met ruim 500 m3/s en dat water is nu als een klein piekje onderweg naar Lobith, waar het over ca 4 dagen aan zal komen. 

Regenval Alpen 1 & 2 okt.jpg

Neerslagkaart Zwitserland waarin de extreme regenval aan de zuidkant van de Alpen goed zichtbaar is. De regen bereikte echter ook de noordkant van de Alpen en dit water is nu onderweg in de Rijn (bron: Kachelmannwetter.com).
Neerslagkaart Zwitserland waarin de extreme regenval aan de zuidkant van de Alpen goed zichtbaar is. De regen bereikte echter ook de noordkant van de Alpen en dit water is nu onderweg in de Rijn (bron: Kachelmannwetter.com).
 

Ondertussen valt er deze week ook nog aardig wat regen in de rest van het stroomgebied en daardoor nemen ook de afvoeren van de grote zijrivieren van de Rijn in Duitsland langzaam toe. Al met al levert dit voldoende water op om de Rijn in Nederland de komende week met meer dan 1 meter te laten stijgen. 

Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith ca 7,75 m +NAP en is de afvoer iets meer dan 1200 m3/s. Morgen en overmorgen blijven afvoer en stand nog ongeveer hetzelfde, maar vanaf woensdag begint de stijging, als het eerste water arriveert van de regen die op maandag en dinsdag in Duitsland is gevallen, en gaat de waterstand naar ca 8 meter. Vanaf donderdag komt dan ook het water van de Alpen-piek bij Nederland aan en gaat de waterstand wat sneller stijgen. Op vrijdag wordt de 8,5 m overschreden en in of net na het weekend verwacht ik een stand tussen de 8,75 en 9 m +NAP.

Afhankelijk van de hoeveelheid regen die de komende week gaat vallen kan de stand in de week na het volgend weekend nog iets verder stijgen, maar veel meer dan een peil van 9 m bij Lobith lijkt er voorlopig niet in te zitten. De afvoer bedraagt dan zo'n 1900 m3/s, wat dus duidelijk meer is dan het langjarig gemiddelde. Als het Atlantische hogedrukgebied zich inderdaad rond het volgend weekend over Europa uitbreidt, dan is de kans groot dat de waterstanden aan het eind van die week ook weer gaan dalen.

Maasafvoer kan stijgen tot boven de 250 m3/s 

In het vorig weekend steeg de Maasafvoer bij Maastricht voor het eerst tot boven de 250 m3/s, na een maandenlange periode van lage afvoer. Vorige week leek het er nog op dat er ook later in de week nog een paar keer aardig wat regen kon vallen, maar dat viel bij nader inzien toch mee. De afvoer bij Maastricht daarde daardoor weer tot onder de 100 m3/s en bedraagt nu ongeveer 75 m3/s.

Met een nieuwe week voor de boeg lijkt het er op dat er deze week wel voldoende regen gaat vallen om de afvoer wat verder op te laten lopen. Zowel op maandag als dinsdag kan er in de Ardennen tot zo'n 1,5 cm regen vallen en dat zou voldoende moeten zijn om de Maasafvoer zo'n 100 tot 150 m3/s te laten stijgen. Op woensdag kan de afvoer dan weer tot zo'n 250 m3/s zijn gestegen.

De woensdag en donderdag verlopen niet droog, maar de neerslaghoeveelheden zijn dan te klein voor een verdere stijging. Dat is wat anders op de vrijdag als er, volgens de huidige verwachtingen, wel een natte dag op het programma staat. Daardoor zou de Maasafvoer verder kunnen stijgen naar 300 à 400 m3/s op zaterdag. 

Vanaf het weekend wordt het een aantal dagen droog in het stroomgebied en de kans is daarom groot dat de afvoer na het weekend dan ook weer een aantal dagen zal gaan dalen.

Hoe we het zoute water buiten de deur proberen te houden

Vorige week liet ik zien hoe zout zeewater via de Nieuwe Waterweg het Benedenrivierengebied in kan stromen. Als de rivierafvoeren laag zijn en het zoete water weinig tegendruk biedt, kan het zoute water ver doordringen in de rivierarmen die zich in de Rijnmond bevinden. Als het dan ook nog stormt dan drukt het zoute water zich nog verder naar binnen.

Op zich is het binnendringen van het zoute water geen probleem, ware het niet dat er juist in dit gebied veel innamestations liggen waar zoet water ingelaten wordt in de boezems, waarlangs het vervolgens verspreidt wordt over de polders van met name Zuid Holland. Om deze innamepunten zoet te houden wordt het zoete water van de Rijn (en een klein beetje uit de Maas) op een ingenieuze weg door ons land geleid.

In de kaart hieronder is het stroomgebied van de Rijn afgebeeld in Midden Nederland. De blauwe wateren zijn doorgaans zoet, de lila wateren zijn de trajecten waar het zoute water bij lage rivierafvoeren in door kan dringen. Het zoute water dringt trouwens niet alleen via de Nieuwe Waterweg het land binnen. Ook op plaatsen waar kanalen via sluizen aan de zee grenzen (zoals het Noordzeekanaal, maar ook de sluizen in de Afsluitdijk) kan het zoute zeewater tijdens het schitten tot in het binnenwater door dringen.

Kaart zoet zout NL.jpg

De waterlopen waarlangs het rivierwater (blauw) naar zee wordt geleid. In het mondingsgebied ontmoet het het zoute water (lila) dat vanuit zee tijdens vloed binnen probeert te dringen.
De waterlopen waarlangs het rivierwater (blauw) naar zee wordt geleid. In het mondingsgebied ontmoet het het zoute water (lila) dat vanuit zee tijdens vloed binnen probeert te dringen.

Als we het water vanaf de grens volgen, dan wordt de eerste verdeling gemaakt bij de splitsingspunten van Rijn en Waal en Rijn en IJssel. Het stuwbeheer van Driel is zo ingesteld dat bij lage Rijnafvoeren (< 1200 m3/s bij Lobith) ca 80% van het water de Waal in stroomt, 18% de IJssel en slechts 2% de Nederrijn in. Het water dat via de IJssel stroomt, voedt het IJsselmeer, waarvanuit Noord Holland, Flevoland, Friesland, Groningen en delen van Overijssel van water worden voorzien.

Verreweg het meeste Rijnwater stroomt via de Waal en dit water speelt ook de grootste rol in het tegen houden van het zoute zeewater verder stroopmafwaarts. In het Benedenrivierengebied aangekomen splitst het Rijnwater zich over verschillende riviertakken en zowel in de Noord, de Oude Maas en het Spui stuit het zoete water op het zoute water dat vanuit zee indringt. Daarnaast moet ook het Volkerak zoet gehouden worden met Rijnwater en daarvoor wordt om de paar dagen een flinke hoeveelheid Rijnwater dit meer in gestuurd om zout water dat vanuit de Oosterschelde binnen probeert te dringen weg te spoelen.

Meestal is de hoeveelheid Rijnwater die via de Waal stroomt voldoende om het zout tegen te houden. Pas als de Rijnafvoer onder de 1000 m3/s komt wordt het kritisch bij de innamepunten en onder de 800 m3/s ontstaan er serieuze problemen en moet er voor enkele punten overgeschakeld worden op alternatieve aanvoerwegen.

De meeste problemen met zout water dat te ver doordringt doen zich voor in de rivierarmen en kanalen die in verbinding staan met de Nederrijn. Hierboven was te lezen dat bij Driel slechts 2% van het Rijnwater de Nederrijn in stroomt en bij lage afvoeren is dat slechts een hoeveelheid van zo'n 20 m3/s. Stroomafwaarts van Wijk bij Duurstedemondt de Nederrijn in de Lek uit en voorbij Hagestein staat die riviertak in open verbinding met het Benedenrivierengebied en zout water kan hier dan ook in doordringen.

Vanwege de beperkte aanvoer via de Nederrijn is er in de Lek al snel een tekort aan zoetwater om het zout tegen te houden. Vooral ook omdat de 20 m3/s die de Nederrijn aanvoert daar helemaal niet aankomt. Onderweg kruist de Nederrijn bij Wijk bij Duurstede het Amsterdam Rijnkanaal (ARK) en via die watergang moet voldoende water naar het noorden afgevoerd blijven worden om te voorkomen dat zout water dat bij de zeesluis van IJmuiden het Noordzeekanaal in dringt en verderop ook het ARK in stroomt nabij Diemen.

Vooral als in tijden van droogte het water van het ARK ook gebruikt wordt om polders in de provincie Utrecht en het oosten van Zuid Holland van water te voorzien is die 20 m3/s al snel onvoldoende. Daar komt nog bij dat vanuit het ARK ook de Hollandsche IJssel van water voorzien moet worden. Dit is een kleine, maar belangrijke watergang waarlangs, in tijden van droogte en opdringend zout, extra zoetwater naar het Groene Hart geleid moet kunnen worden. Dit systeem wordt de KWA (Klimaatbestendige Water Aanvoer) genoemd en heeft alleen al een capaciteit van ca 15 m3/s. 

Alles opgeteld is de aanvoer via de Nederrijn dus lang niet voldoende om in tijden van een grote watervraag zowel de Lek, het ARK en de KWA van water te voorzien. Gelukkig is er een doorsteek voor extra water vanuit de Waal naar de Nederrijn. Bij Tiel begint namelijk het Betuwepand van het ARK en hierlangs kan wel ruim voldoende extra water naar het noorden gevoerd worden. Dit gaat dan wel ten kostte van het water dat via de Waal verder naar het westen stroomt. 

In de grafieken hieronder is in beeld gebracht hoeveel water er vanaf 6 augustus t/m eind september in de Nederrijn nodig was om in de zoetwaterbehoefte te voorzien. Dit is het oranje gedeelte in de bovenste grafiek. Meestal schommelt dit tussen de 25 en 30 m3/s (wat dan vooral naar het ARK gaat), maar er zijn perioden met een grote extra watervraag. Zo is vanaf 20 augustus een week lang de Lek enkele dagen doorgespoeld, waar ca 40 m3/s extra water voor nodig was, en begin september gebeurde dit nogmaals enkele dagen. Tijdens de week met extreem warm weer, begin augustus is er ook enkele dagen lang zo'n 20 tot 30 m3/s extra via het ARK naar het noorden geleid. 

Waterbalans Nederrijn.jpg

Waterbalans van de Nederrijn (bovenste grafiek) en de invloed van extra onttrekkingen op de waterstand in de Waal bij Tiel (onderste grafiek)..
Waterbalans van de Nederrijn (bovenste grafiek) en de invloed van extra onttrekkingen op de waterstand in de Waal bij Tiel (onderste grafiek).

De aanvoer bij Driel naar de Nederrijn (blauw in de bovenste grafiek) schommelde in de hele periode tussen de 15 en 25 m3/s en was meestal onvoldoende om in de waterbehoefte van ARK en Lek te voorzien. Doorgaans bedraagt het tekort zo'n 10 m3/s, maar bij extra watervraag loopt het op tot meer dan 50 m3/s. Op die momenten moet extra water uit de Waal worden aangevoerd via het Betuwepand en in de perioden dat de watervraag erg groot is, is dat ook terug te zien in de waterstand bij Tiel.

In de onderste grafiek is het waterstandsverloop in de waal bij Tiel weergegeven. De rode lijn geeft daar de verwachte waterstand aan (gebaseerd op de waterstand die bij Lobith werd opgemeten) en de blauwe lijn de daadwerkelijk gemeten waterstand. Het is goed te zien dat op het moment dat er extra water wordt afgetapt in de Nederrijn de waterstand bij Tiel zo'n 10 tot 15 cm lager uitvalt.

Er zijn ook twee korte perioden dat er bij Driel meer water werd ingelaten dan er in de Nederrijn nodig was. Dit water stroomde wel de Nederrijn in, maar kon alleen weg door via het Betuwepand naar de Waal te stromen. De waterstand bij Tiel viel in die perioden door de extra aanvoer juist wat hoger uit. Het meest duidelijk is dat te zien rond eind september toen de waterstanden bij Tiel ca 15 cm hoger uitviel dan verwacht.  

Dit voorbeeld laat zien dat de beweging van het Rijnwater binnen Midden Nederland een complex verloop heeft. Dit is zeker het geval in perioden dat de waterbehoefte groot is en niet onverwacht zijn dat vaak ook de momenten dat de rivieraanvoer juist niet zo groot is en er veel extra sturing nodig is.

Rijn en Maas stijgen uit het dal

Precies vanaf het begin van de astronomische herfst drongen de eerste regengebieden tot onze regio door en kwam er een einde aan een droge periode die bijna 3 weken heeft geduurd. De droogte keert voorlopig niet terug, want regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan blijven de komende week hun weg zoeken naar de stroomgebieden van de grote rivieren. Voor de verandering valt de meeste regen nu eens in het stroomgebied van de Maas, waarmee er een einde komt aan een periode van zeer lage Maasafvoeren. In het stroomgebied van de Rijn valt minder regen, maar nog wel voldoende voor een stijging van zo'n 1 tot 1,5 meter bij Lobith.

In het tweede deel van het bericht een uitstapje naar het Benedenrivierengebied waar afgelopen vrijdag even een noordwester-storm woedde. Dit leidde in combinatie met de lage rivierafvoeren tot een sterke influx van zout zeewater. Zo'n event is de schrik van de beheerders van de punten waar zoetwater ingenomen wordt voor de landbouw en industrie, maar waarschijnlijk valt het mee, want omdat de rivierafvoer de komende dagen toeneemt, zal dit zout weer snel terugspoelen naar zee. 

Lagedrukgebieden maken voorlopig de dienst uit

Vorige week schreef ik over de twee grote weermodellen die beide een verschillende verwachting hadden voor de hoeveelheid regen in dit weekend. Uiteindelijk zat het Amerikaanse model er het meest dichtbij, want het verwachte lagedrukgebied is inderdaad het continent op getrokken en zorgde daar voor vele centimeters regen. Deze meest actieve regen trok zaterdag over Zeeland met lokaal meer dan 6 cm en afgelopen nacht was het oosten van Nederland aan de beurt met lokaal tot bijna 3 cm regen. 

Het lagedrukgebied dat dit veroorzaakt tolt de komende 2 dagen nog rond boven Frankrijk en Duitsland, om daarna op te vullen en naar het oosten weg te trekken. Op woensdag bevinden we ons dan even onder een klein hogedrukgebied, maar tegelijkertijd dringt vanaf de Oceaan al weer een nieuw lagedrukgebied op. Op donderdag komt dit boven Engeland aan en daar kan het in ieder geval een dag of 4 of 5 blijven liggen. Rondom dit lagedrukgebieden cirkelen regenzones die ook de stroomgebieden zullen bereiken.

Het regengebied dat gisteren over het oosten van Nederland trok, bracht ook in de Ardennen flink wat regen  en ligt nu boven het oosten van Frankrijk. Morgen en overmorgen volgen er in ongeveer dezelfde baan nog meer regengebiedjes, al zullen de hoeveelheden regen wel wat kleiner worden. Woensdag wordt dan een droge dag en op donderdag en vrijdag volgen nieuwe regen zones. 

De verwachting is dat de meeste regen dan in Noord-Frankrijk, België en Nederland valt. Pas vanaf zaterdag breidt de regen zich ook uit naar het zuiden van Duitsland en de Alpen. Ook na het komend weekend lijkt het er op dat lagedrukgebieden de dienst uit zullen blijven maken. Hoe intensief de regenval zal zijn is nu nog niet te zeggen, maar de kans is groot dat het nat blijft en de waterstanden in de rivieren zullen daarom voorlopig niet weer naar erg lage waarden zakken. 

Zuidoosten van Nederland krijgt ook flink wat regen

Voor het eerst sinds juni viel het zuidoosten en oosten van Nederland ook eens in de prijzen en na een zeer droog begin van september zal deze maand ook daar met ongeveer de normale neerslagcijfers gaan eindigen. Voorlopig is er nog lang niet genoeg regen gevallen om in deze regio de extreme droogte van de afgelopen maanden te compenseren. Het neerslagtekort (gemeten vanaf 1 april) was in het oosten van Brabant lokaal opgelopen tot 40 cm, terwijl dat normaal na de zomer maar zo'n 10 tot 15 cm bedraagt.

Niet alleen de extreme droogte valt op, ook het grote verschil met de rest van het land. Ten noorden van de lijn Breda-Arnhem-Enschede is het veel minder droog en bedraagt het neerslagtekort maar zo'n 15 tot 25 cm. En dit tekort is hier bijna helemaal in de periode april-mei ontstaan. Vanaf 1 juni viel er ongeveer de normale hoeveelheid regen en was van een oplopende droogte bijna nergens sprake meer. In de zuidelijke regionen bleef het ook na juni nog erg droog en zo kon het tekort daar steeds verder oplopen. De komende week zal er nog vaker aardig wat regen vallen, zodat het tekort langzaamaan wat ingelopen zal worden.

Rijn bereikte voorlopig de laagste stand van het jaar en gaat de komende week flink stijgen

De Rijn daalde de hele afeglopen week en bereikte uiteindelijk op zaterdag een laagste stand van 7,07 m +NAP. De afvoer kwam uit op 950 m3/s. Er had nog een iets lager stand in gezeten als er niet een vreemd golfje vanuit de Moezel was gekomen. Op dinsdag werd het waterpeil in een van de stuwpanden nabij Trier plotseling enkele decimeters verlaagd en dat leverde stroomopwaarts in de Moezel een ca 6 uur durend watergolfje op van ca 200 m3/s.

Eenmaal aangekomen in de Rijn zakte het golfje wel wat in, maar het zorgde ook bij Lobith nog voor een stijging van ca 50 m3/s. Omdat het precies langs kwam op het moment dat de afvoer op zijn laagst zou zijn geweest, pakte het laagste punt in het dal in de waterstanden daardoor ook net zo'n 10 cm iets hoger uit. Via een medewerker van RWS-Verkeer- en Watermanagement vernam ik dat dit te maken heeft met het jaarlijkse onderhoud aan de Moezel. De Moezel is nu ook voor ca 10 dagen gestremd zodat er gewerkt kan worden aan de stuwen en sluizen. Op 30 september is het onderhoud weer achter de rug en zal het stuwpand ook weer gevuld worden is de verwachting.

Inmiddels heeft de regenval het weer overgenomen en stijgt de waterstand bij Lobith door natuurlijke oorzaak. Omdat er ook in het stroomgebied van de Lippe en de Ruhr aardig wat regen viel is de stand bij Lobith al weer snel uit het dal geklommen. Morgen wordt de 7,5 m al weer overschreden en op woensdag of donderdag, als ook het water uit de Moezel en Zuid Duitsland arriveert zal de 8 meter overschreden worden.

In het komend weekend zal de waterstand nog wat verder gestegen zijn en kan ook de 8,5 meter bij Lobith bereikt worden. De afvoer komt dan ook weer boven de 1500 m3/s uit, wat ongeveer de gemiddelde afvoer is voor deze tijd van het jaar. Op nog langere termijn is nu nog niet te zeggen wat de waterstand gaat doen. Omdat de wisselvalligheid waarschijnlijk aanhoudt zal de waterstand eerder nog wat verder stijgen, dan weer sterk gaan dalen.

Maas voor het eerst sinds maart weer boven gemiddeld

De Maas is sinds de langdurige droogte in het voorjaar nooit meer boven de gemiddelde afvoer uitgekomen. In februari was de afvoer nog hoog en in maart daalde hij gaandeweg onder het gemiddelde, om daarna te blijven dalen tot in de zomer. Vandaag pas is de afvoer voor het eerst sinds 6 maanden weer boven de gemiddelde afvoer uitgekomen, deze bedraagt voor eind september iets meer dan 100 m3/s en vandaag steeg de afvoer bij Maastricht al weer tot boven de 300 m3/s. 

De snelle stijging werd veroorzaakt door overvloedige regenval op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag. Lokaal viel meer dan 5 cm regen en dat was voldoende om het uitgedroogde stroomgebied weer in actie te laten komen. 

Vandaag verliep verder vrijwel droog, maar morgen en in de nacht naar dinsdag komt opnieuw een regengebied nabij de Ardennen te liggen. Het is nog niet duidelijk of het er precies overheen komt te liggen, maar als dat uit komt is een verdere stijging bij Maastricht mogelijk naar 500 m3/s of nog iets meer. Die afvoer zal dan bereikt worden in de loop van dinsdag of op woensdag.

Woensdag verloopt dan waarschijnlijk droog, maar op donderdag en vrijdag naderen nieuwe regengebieden. Ook dan lijken de Ardennen aardig wat regen te kunnen ontvangen, wat dan in het begin van het volgend weekend voor een nieuwe stijging kan zorgen. Omdat nog niet zeker is hoe ver de afvoer op dinsdag stijgt, is nog weinig te zeggen over hoe ver de afvoer dan kan stijgen; als het bovenop een eerdere piek komt, wordt de afvoer namelijk hoger, dan als die piek op dinsdag uitblijft.

Mocht hier aanleiding voor zijn, dan zal ik via Twitter een update geven. Dit bericht verschijnt dan ook op de waterpeilen-site.

Zout water dringt ver het door in het Benedenrivierengebied

Op een na zijn alle voormalige rivierarmen van Rijn en Maas in de Zuidwestelijke delta afgesloten. Alleen de Nieuwe Waterweg is nog open en hier is nog sprake van een natuurlijke beweging van zoet en zout water. Bij vloed stroomt zout zeewater naar binnen, bij eb stroomt het zoute water weer terug en stroomt zoet rivierwater richting de zee.

Hoe lager de rivierafvoer, hoe verder het zeewater naar binnen kan dringen. Het zoete water geeft namelijk tegendruk tegen de opkomende vloed en de hoeveelheid zoetwater bepaald de mate van tegendruk. Omdat er in het Benedenrivierengebied ook veel locaties zijn waar zoetwater wordt ingenomen voor de landbouw, industrie en drinkwater is het waterbeheer er op gericht om het zoute water zoveel mogelijk tegen te houden. 

Daarom wordt bijvoorbeeld als de rivierafvoer afneemt een steeds groter percentage van het water naar de Nieuwe Waterweg gestuurd. Bij hogere rivierafvoeren stroomt ook nog een deel via de Haringvlietsluis, maar als de rivierafvoer daalt, dan worden deze stuk voor stuk gesloten en stroomt uiteindelijk vrijwel al het water naar de Nieuwe Waterweg.

De afgelopen maanden was de rivierafvoer vaak laag en al die tijd werd al het water naar de Nieuwe Waterweg gestuurd.  Zodra de Rijnafvoer onder de 1200 m3/s zakt levert die hoeveelheid echter ook niet meer voldoende tegendruk en dan kan het zoute water tijdens vloed steeds verder doordringen. In de twee figuren hieronder is van respectievelijk het meetpunt Beerenplaat, halverwege de Oude Maas, en het meetpunt Kinderdijk, bij de monding van de Lek in de Nieuwe Maas, het verloop van het zoutgehalte weergegeven van de afgelopen maand.

Zie voor de ligging van de meetpunten de kaarten onder de beide grafieken. Tevens is in de grafieken het verloop van de Rijnafvoer bij Lobith weergegeven. Deze lijn is ca 2,5 dag opgeschoven omdat het Rijnwater er zolang over doet voordat het benedenstrooms aankomt.

Zoutgehalte Beerenplaat.jpg

Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Beerenplaat in de Oude Maas (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).
Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Beerenplaat in de Oude Maas (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).

Zoutgehalte Kinderdijk.jpg

Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Kinderdijk waar de Lek in de Nieuwe Maas uitmondt (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).
Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Kinderdijk waar de Lek in de Nieuwe Maas uitmondt (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).

Gedurende de afgelopen 4 weken trad in de Rijn een kleine watergolf op tot ca 1750 m3/s. Bij beide meetpunten was de aanvoer van zoet water toen voldoende om het zout weg te houden bij deze meetpunten. Vanaf 15 september zakte de afvoer onder de 1200 m3/s en dat was het moment dat tijdens vloed een klein beetje zoutwater korte tijd tot bij de meetpunten kon doordringen. Tijdens eb stroomde het rivierwater weer langs en werd het water weer zoet.

Vanaf 20 september kwam de Rijnafvoer in de buurt van de 1000 m3/s en dan is de druk van het zoete water zover afgenomen dat het zoutgehalte duidelijk begon toe te nemen bij de beide meetpunten. Het zoutgehalte nam tot boven de 2000 mg/l toe en dat is ruim boven de norm voor het inlaten van landbouwwater (250 mg/l) en water voor de industrie en drinkwater (150 mg/l). De beheerders van deze punten zijn er mee bekend dat het water soms zout is en nemen dan enige tijd geen water in. Zelfs op de dagen dat het zout ver doodringt, is het water tijdens eb altijd nog enkele uren zoet en dan kan er wel ingelaten worden.

Op 26 september is in beide grafieken een plotselinge sterke stijging te zien. In de nacht van 25 op 26 september woedde er korte tijd een noordwesterstorm voor de kust bij Hoek van Holland en daardoor werd het zeewater extra opgestuwd. De vloed was daarom hoger dan normaal en omdat de rivierafvoer net zo'n beetje op zijn laagst was kon het zeewater makkelijk tot ver in het Benedenrivierengebied doordringen. Bij Beerenplaat steeg het gehalte zelfs tot boven de 8000 mg/l, bij Kinderdijk tot ca 3500 mg/l.

De harde wind hield nog even aan en het zoete water kreeg ook in de 2 dagen daarna nauwelijks de kans om het zoute water weer terug te duwen. De komende dagen neemt de wind weer wat af en dan zal het zoete water op deze punten wel weer terugkeren. De komende dagen neemt ook de Rijnafvoer toe tot boven de 1500 m3/s en dat is voldoende om het zoute water nog verder terug te dringen. Alleen als er weer een storm opsteekt, kan het zoute water opnieuw ver naar binnen dringen, maar omdat de Rijnafvoer nu structureel wat hoger is, is de kans op een grote zout-influx dan ook wat minder groot. 

In de figuren hieronder is in 3 stappen weergegeven hoe de grens tussen zoet en zout water fluctueert naarmate de rivierafvoer varieert. In de bovenste figuur is de situatie weergegeven bij een ongeveer gemiddelde Rijnafvoer (van ca 2200 m3/s). Het zoute water dringt dan via de Nieuwe waterweg tijdens vloed door tot in het begin van de Oude en de Nieuwe Maas; wat verder in de Nieuwe Maas omdat deze dieper is dan de Oude Maas.

Bij lage rivierafvoeren biedt het rivierwater minder tegendruk en kan het zoute water steeds verder doordringen. In de tweede figuur is de situatie afgebeeld bij een Rijnafvoer van ca 1200 m3/s; het zoute water komt dan tot aan het eind van de Nieuwe Maas en tot ongeveer halverwege de Oude Maas. De afgelopen week zakte de afvoer in de Rijn tot onder de 1000 m3/s en kwam het zoute water op de meeste dagen nog iets verder dan in deze figuur aangegeven is.

In de derde figuur is de situatie weergegeven als het stormt op zee en het het zoute water vanwege een hoge vloed met extra kracht het Benedenrivierengebied in stroomt. Het dringt dan ook ver door in de Hollandsche IJssel en Lek, waar belangrijke inlaatpunten voor zoetwater liggen. Via de Dordtse Kil en het Spui kan het zoute water zelf tot in het Haringvliet doordringen. Gewoonlijk is dit bekken bij lage rivierafvoeren helemaal gevuld met zoet water, maar tijdens een combinatie van lage Rijnafvoeren en storm kan er dus via de twee achterdeuren ook zout water in stromen.

Zo'n event wordt 'achterwaartse verzilting' van het Haringvliet genoemd. Afgelopen zaterdag kwam het zoute water ook tot in het Haringvliet, maar de hoeveelheid zout water was niet zo groot en het zoutgehalte van het Haringvliet nam er dan ook niet door toe. De waterinname vanuit het Haringvliet zal er dan ook geen problemen door ondervinden.

Benedenrivierengebied zout bij gemiddelde rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een gemiddelde  Rijnafvoer
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een gemiddelde Rijnafvoer

Benedenrivierengebied zout bij lage rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer
​​​​​

Benedenrivierengebied zout bij stormvloed.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer en noordwesterstorm
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer en noordwesterstorm

Nog een week lage waterstanden, maar verandering is op komst

Vanaf het midden van de komende week dringen neerslaggebieden op en kan er aardig wat neerslag gaan vallen in Nederland en in de stroomgebieden. De Rijn zal eerst nog wel de hele week licht dalen, maar na het volgende weekend kan het eerste extra water Lobith bereiken en zal de stand weer gaan stijgen. Of er voldoende regen valt om ook de Maas te laten stijgen is nog niet helemaal zeker. 

Door het droge weer van de afgelopen weken zal de Rijn tot onder de 1000 m3/s dalen. Dat is een vrij lage waarde en voor het eerst sinds 2018 dat deze wordt onderschreden. In het tweede deel van dit bericht een korte analyse hoe bijzonder dit is.

Actieve lagedrukgebieden komen dichterbij

Een langgerekte rug van hogedruk, vanaf de Atlantische oceaan via de Noordzee naar het oosten van Europa, bepaalt al meer dan een week het weer boven de stroomgebieden. Op wat lichte buien in de Alpen na, verliep de hele week daarom droog. De komende 3 dagen houdt het hogedrukgebied nog stand, maar vanaf woensdag is het zover verzwakt dat lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan het weer in onze omgeving kunnen gaan bepalen.

In de loop van woensdag zal een eerste zone met buien Nederland passeren. De dagen daarna breidt dit gebied zich ook verder over het continent uit en met name op vrijdag kan er flink veel regen vallen in het zuiden van Duitsland en de Alpen. Ook in Nederland blijft het dan niet droog.

Het is nog niet duidelijk of het lagedrukgebied dat deze regen aanvoert zich na vrijdag weer wat terugtrekt. Het Europese weermodel denkt van wel en na de regen van woensdag t/m vrijdag kan het dan in het weekend weer droger worden. Het Amerikaanse model laat het lagedrukgebied juist in de buurt liggen en zelfs Duitsland intrekken, waardoor er daar op zondag en maandag ook nog veel regen kan vallen. 

De ervaring is wel dat het Europese model het vaker bij het juiste eind heeft, maar de verschillen zijn nu zo groot en het Europese model was de afgelopen dagen ook nog wat twijfelachtig over de regenval na het weekend, dat het goed is om de situatie in de gaten te houden.

Ook voor Nederland maakt het uit welk model het bij het juiste eind heeft. Het Europese model houdt het bij zo'n 2 cm regen tot het eind van de maand, het Amerikaanse model komt met het drie- tot viervoudige. September verliep tot nu toe in de zuidelijke helft van het land zeer droog, met minder dan 1 cm regen, en de vegetatie in deze regio kan nog wel wat water gebruiken in de laatste weken van het groeiseizoen.

Bij beide weermodellen ziet het er overigens naar uit dat er ook in de week na het komend weekend lagedrukgebieden dicht genoeg in de buurt zullen komen om regen aan te voeren.  Hoeveel regen er dan valt en of dat het begin is van een langere natte periode is nu nog niet te zeggen.

Rijn daalt bij Lobith tot onder de 7 m +NAP (ca 900 m3/s)

De afgelopen week daalde de Rijn gestaag en vandaag of morgen wordt de 1000 m3/s onderschreden. De waterstand bij Lobith bedraagt dan ca 7,2 m +NAP.  In het begin van september werd de 1000 m3/s ook even bereikt, maar dankzij een paar dagen met forse regenval steeg de waterstand daarna weer. Inmiddels is al het water van deze regenval afgevoerd en is de Rijn weer terug op het niveau van 3 weken terug. 

Omdat nieuwe regenval pas in de tweede helft van de week wordt verwacht, zal de waterstand in de Rijn de komende dagen nog blijven dalen en onder de stand uitkomen van begin september. Ik verwacht dat de stand deze week iedere dag nog met zo'n 3 tot 5 cm kan dalen en aan het eind van de week zal bij Lobith dan de 7 m onderschreden worden. De afvoer daarbij bedraagt ca 900 m3/s. 

Het is afhankelijk van de hoeveelheid regen die in de tweede helft van de komende week in het midden van Duitsland valt of de waterstand na het komend weekend nog enkele dagen verder zakt, tot bijvoorbeeld 6,9 m +NAP, of dat op maandag de waterstand al weer wat gaat stijgen. Op grond van de (bescheiden) neerslaghoeveelheden van het Europese model gebeurt dat pas later in die week en is dan in eerste instantie een stijging mogelijk van ca 50 cm. Volgens het Amerikaanse model zal de stijging al eerder optreden kan de stand wel 1 of 1,5 meter omhoog gaan.

Maasafvoer blijft deze week nog laag; vanaf komend weekend mogelijk wat hoger

In de afvoer van de Maas is deze week weinig veranderd. Alle dagen schommelde deze bij Maastricht tussen de 25 en 30 m3/s. De komende dagen verandert daar niets in en ook de eerste regenval van de komende week, die op woensdag en donderdag wordt verwacht, brengt nog geen verandering.

Ook voor de Maasafvoer maakt het uit welk weermodel de neerslaghoeveelheden goed heeft ingeschat. Bij het Europese model valt er juist voldoende voor een heel lichte stijging, maar in het geval van het Amerikaanse valt er veel meer regen in de Ardennen en is een wat sterkere stijging mogelijk.

Hoe bijzonder is een Rijnafvoer onder de 1000 m3/s

Een afvoer bij Lobith van onder de 1000 m3/s betekent dat er volgens Rijkswaterstaat sprake is van een verlaagde afvoer. De waterbeheerders en -gebruikers weten dan dat er lokaal knelpunten kunnen ontstaan. Sowieso merkt de scheepvaart het op de Waal en de IJssel, omdat de vaardiepte dan zover is afgenomen dat vrijwel alle scheepstypen niet meer vol belanden kunnen varen.

Maar ook wordt het nu lastiger om water in te nemen bij de innamepunten in het westen en noorden van het land waar zoetwater vanuit het buitenwater naar de polders wordt ingelaten. Omdat het seizoen al aardig ver is gevorderd is de waterbehoefte van de landbouw en voor drinkwater echter niet zo groot meer en zullen de problemen de komende tijd wel meevallen. 

Een van de knelpunten die bij lage Rijnafvoeren op kan treden is dat zout zeewater makkelijker naar binnen kan dringen. Dat gebeurt vooral bij de Nieuwe Waterweg, waar de zee in open verbinding staat met het Benedenrivierengebied. Maar ook bij sluizen die op de grens liggen van zoet en zoutwater (bv bij het IJsselmeer en het Lauwersmeer, maar ook het Noordzeekanaal) kan zout zeewater dan makkelijker naar binnen dringen, omdat er onvoldoende zoetwater is om dat zout weer terug te spoelen naar zee.

Deze zoutindringing van zee naar binnen is onafhankelijk van het seizoen en vraagt in het najaar net zoveel water als in de zomer. Omdat in het najaar tijdens stormen de zee extra opdringerig kan zijn, is de zoetwaterbehoefte om het zoute water weg te spoelen dan zelfs nog wat groter.

In de figuur hieronder is de hele afvoerreeks van de Rijn uitgezet vanaf 1901. De jaren staan in de verticale kolommen: 1901 geheel links en 2020 rechts, de maanden staan van boven naar beneden. De grenzen tussen de seizoenen zijn met horizontale lijnen aangegeven, de decaden met verticale. In rood zijn de dagen gemarkeerd dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.

Afvoer Lobith < 1000 m3.jpg

Afvoerreeks van de Rijn bij Lobith vanaf 1901 tot 2020. De jaren staan in de vertikale kolommen, 1901 geheel links en 2020 rechts. In rood zijn de dagen aangegeven dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.
Afvoerreeks van de Rijn bij Lobith vanaf 1901 tot 2020. De jaren staan in de vertikale kolommen, 1901 geheel links en 2020 rechts. In rood zijn de dagen aangegeven dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.

De figuur laat zien dat een lage afvoer van alle tijden is en niet de afgelopen jaren vaker voorkomt dan vroeger. Het jaar 2018 kende zeer veel dagen met een lage afvoer en dat heeft de problemen van lage Rijnafvoeren weer volop op de agenda gezet. Maar als we de figuur wat beter bekijken, dan blijkt 2018 tot nu toe vooral een uitschieter binnen de afgelopen decennia te zijn geweest en vinden we de jaren met heel veel dagen met een lage afvoer vooral verder terug in de tijd. 

Gemiddeld over de hele meetreeks zijn er in Lobith 18 dagen per jaar met een afvoer kleiner dan 1000 m3/s. Het is interessant om na te gaan of de klimaatverandering hier mogelijk invloed op heeft. Het begin van de periode dat het klimaat duidelijk is gaan veranderen, en met name de temperatuur op aarde aan een sterke opmars is begonnen, ligt rond 1980. Als we nu de meetreeks opdelen in het gedeelte van voor en na 1980 dan blijkt echter dat voordat de klimaatverandering op gang kwam er gemiddeld 21 dagen waren met een zo lage afvoer en sinds 1980 slechts 11. 

Het aantal dagen met een erg lage Rijnafvoer, van minder de 1000 m3/s, is de laatste decennia dus zeker niet aan te stijgen en het lijkt er sterk op dat het zelfs aan het afnemen is. Dat betekent niet dat er geen veranderingen optreden in het optreden van dagen met een lage afvoer. In de figuur hieronder is voor iedere dag van het kalenderjaar nagegaan hoe groot de kans is dat op die dag de afvoer onder de 1000 m3/s uit kwam. Hierbij is onderscheid gemaakt in de jaren tot 1980 en de jaren vanaf 1980.

Schermafbeelding 2020-09-20 om 11.13.27.png

De kans dat op een dag in het jaar een zeer lage afvoer (< 1.000 m3/s) optreedt in de Rijn. In blauw de kans voor de jaren tot 1980 en in rood de kans voor de jaren na die tijd.
De kans dat op een dag in het jaar een zeer lage afvoer (< 1.000 m3/s) optreedt in de Rijn. In blauw de kans voor de jaren tot 1980 en in rood de kans voor de jaren na die tijd.

In de figuur vallen een aantal zaken op. Zo is tegenwoordig gedurende bijna heel het jaar de kans dat de afvoer op een dag onder de 1000 m3/s zakt kleiner dan tussen 1900 en 1980. Alleen in de maand september en rond begin oktober is de kans enkele weken wat groter. Dit valt samen met het feit dat het moment dat de kans het grootste is, wat naar voren is geschoven: voor 1980 was de kans rond begin november het grootst, tegenwoordig is dat begin oktober. 

Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk. Zo zou het kunnen dat de najaren tegenwoordig natter zijn dan in het verleden en dat langdurige droogte, die in de zomer begint, tegenwoordig niet meer vaak doorloopt tot in het najaar. Maar een andere verklaring zou kunnen zijn dat in het verleden de neerslag vanaf half oktober in de Alpen al als sneeuw viel en dan niet meer bijdroeg aan de Rijnafvoer, waardoor de afveor langer laag kon blijven. Tegenwoordig valt de winter in de Alpen veel later in dan vroeger en zal de neerslag ook in het hooggebergte nog langer als regen naar beneden komen, wat de Rijn dan kan voeden en een lage zomerafvoer eerder uit het dal kan tillen.

Dat de piek wat naar voren is geschoven heeft mogelijk te maken met het feit dat de sneeuw die in de Alpen in de winter is gevallen eerder in het voorjaar en de zomer smelt. De bijdrage aan de afvoer vanuit smeltende sneeuw vermindert daardoor eerder en daarmee neemt de kans op een lage afvoer in de nazomer eerder toe.

Wat verder opvalt in de grafiek is dat een zeer lage afvoer in de winter tegenwoordig niet of nauwelijks meer optreedt, terwijl dat voorheen in de wintermaanden nog een kans had van rond de 4%. Ook hier zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen, zo kan het dat de winters natter zijn geworden. Maar ook komen langdurige perioden met vorst tegenwoordig veel minder vaak voor en dat waren vroeger de perioden in de winter dat de afvoer vaak ook onder de 1000 m3/s kon zakken. 

De figuren in deze analyse laten zien dat de klimaatverandering op allerlei manieren invloed heeft op de mate waarin lage afvoeren in de Rijn optreden. De veranderde temperaturen en neerslagpatronen die daar het gevolg van zijn, leiden tot op dit moment echter niet tot een toename van de lage afvoeren. Eerder lijkt er juist sprake te zijn van een afname van het aantal dagen met een lage afvoer.

 

Abonneren op