Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Komende week eerst nog droog en dalende waterstanden, daarna kans op wat regen.
De hoogwatergolven die vorig weekend via Rijn en Maas door Nederland stroomden, zijn inmiddels al lang en breed naar zee afgevoerd en dankzij het droge weer zijn de waterstanden razendsnel gaan dalen. Voorlopig blijft het nog droog en dalen de waterstanden verder, maar over ongeveer een week verandert het weerbeeld weer, wordt het natter en stopt waarschijnlijk de daling. Of dat ook weer een stijging oplevert leest u in het waterbericht.
In de rubriek water inzicht volgen we de hoogwatergolf in de IJssel die via het IJsselmeer naar de Waddenzee moest worden afgevoerd. De aanvoer van ed rivier was daar enige tijd hoger dan de afvoer naar zee, waardoor het meerpeil langzaam steeg.
Water van de week
Droog weer houdt voorlopig aan.
De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een hogedrukgebied boven Oost-Europa. De komende dagen trekt dit weer systeem naar het zuidoosten weg, maar het houdt de eerste dagen nog een uitloper in westelijke richting over Centraal-Europa richting de Azoren. Lagedrukgebieden komen dan vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan dichterbij maar vanwege de hoge druk ten zuiden van ons blijft de invloed voorlopig nog beperkt.
Dat verandert als in de tweede helft van de week dit langgerekte hogedrukgebied in twee stukken opbreekt en lagedrukgebieden zich daartussen kunnen wurmen. Het weer wordt dan een paar dagen bepaald door deze lagedrukgebieden boven centraal Europa maar ook dat lijkt geen lang leven beschoren te zijn want vanaf ongeveer 18 maart lijkt de hoge druk zich weer te gaan herstellen.
Samengevat betekent dat eerst nog een vrijwel droog, vanaf woensdag of donderdag aanstaande een aantal dagen met grotere neerslagkansen maar waarschijnlijk geen grote hoeveelheden regen en vanaf circa 18 maart weer een overgang naar een wat langere droge periode.
Rijn daalt tot onder de 9 m NAP, maar voorlopig niet veel verder.
De Rijn is de afgelopen week snel gedaald, vanaf bijna 13 m op 26/2 naar 9,5 m vanmorgen. Voor zover uiterwaarden waren overstroomd, stromen ze nu ook weer snel leeg. De afvoer meer dan halveerde van ruim 5.500 m3/s naar nog maar 2.300 m3/s op dit moment. Waterstand en afvoer blijven voorlopig nog dalen, maar veel minder snel dan vorige week. De eerste dagen gaat er nog ca 10 cm per dag van de stand af en op woensdag verwacht ik dat de 9 m wordt bereikt. Daarna neemt de daling nog wat verder af om in het weekend tussen 8,8 en 8,9 m NAP uit te komen, bij een afvoer van ca 1.800 m3/s.
In het komend weekend arriveert ook het eerste water van de neerslag die in de tweede helft van de week gaat vallen. Er worden echter geen grote hoeveelheden verwacht en daarom blijft de stijging beperkt tot misschien niet meer dan enkele decimeters. Nu kan zo’n lagedrukgebied boven Centraal-Europa ook nog wel eens voor een verrassing zorgen, maar dat geven de weermodellen nu nog niet aan.
Voorlopig houd ik het daarom op een stand zo rond de 9 meter NAP voor de eerste helft van de week na volgend weekend (16 – 18/3) en daarna waarschijnlijk weer een langzame daling als de hoge druk zich inderdaad weet te herstellen.
Maas daalt nog iets verder, rond volgend weekend wat stijgend.
De piek (van ca 1.300 m3/s) in de Maas ligt al bijna 2 weken achter ons en inmiddels is de afvoer alweer ver gezakt tot net onder de 300 m3/s. De eerste helft van de week blijft het nog droog en daalt de afvoer nog wat verder tot tussen 250 en 275 m3/s. Op woensdag en donderdag kan er al een enkele bui vallen maar geen grote hoeveelheden die invloed gaan hebben op de afvoer.
Dat verandert als op vrijdag een actiever regengebied over de Ardennen trekt, die mogelijk 20 mm regen brengt. Als dat inderdaad valt, dan kan de afvoer weer even snel stijgen naar ca 500 m3/s. Zaterdag is de regen het stroomgebied voorbij, maar er volgen dan nog een paar dagen dat er niet ver ten oosten van de Maas wel aardig wat regen valt onder invloed van de lagedrukgebieden die zich boven centraal Europa ontwikkelen.
Voorlopig lijkt dat voor de Maas weinig regen op te leveren, maar wellicht volgt er een verrassing. Als we daar niet vanuit gaan, dan daalt de afvoer na de korte opleving weer snel naar ca 300 m3/s na het volgend weekend en als het droge weer dan weer terugkeert dan zet de daling door naar 250 m3/s en lager naar het eind van de weke na volgend weekend.
Water Inzicht
Hoge IJsselafvoer liet het IJsselmeer enkele decimeters stijgen.
De hoogwatergolf die eind vorige week via de Rijn Nederland binnenstroomde had een afvoer van iets meer dan 5500 m3/s. Net na binnenkomst in ons land verdeelt dit water zich over de Waal, die ca. 3.800 m3/s (69%) afvoerde, de Neder-Rijn kreeg 935 m3/s (17%) en de IJssel, ontving met 750 m3/s het kleinste aandeel (14%). We volgen vandaag het water dat via de IJssel naar zee stroomde.
Onderweg door Gelderland en Overijssel ontvangt de IJssel nog water uit tal van zijbeken, zodat er uiteindelijk tijdens de piek van de hoogwatergolf op 2 maart ca 800 m3/s in het IJsselmeer uitstroomde. Daar vlakbij mondt ook de Overijsselse Vecht in het IJsselmeer uit en die voerde op dat moment zo’n 60 m3/s aan en vanuit Drenthe en Friesland werd via gemalen ook nog wat water aangevoerd zodat er in totaal tijdens de piek zo’n 900 m3/s het IJsselmeer bereikte.
Dat betekent dat het watervolume van het meer op één dag met ongeveer 78 miljoen m3/s toeneemt. Het IJsselmeer is ca 1.100 km2 groot en omgerekend is dat een waterschijf van 7 cm dik. Via de sluiscomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand wordt dit water vervolgens op de Waddenzee geloosd, want het is niet de bedoeling dat het waterpeil boven het streefpeil (van -40 cm NAP) uitstijgt.
Dit spuien van het water gebeurt onder vrij verval en kan daarom alleen als het waterpeil op de Waddenzee lager is dan het peil van het IJsselmeer. In de figuur hieronder heb ik aan de hand van de meetgegevens van Rijkswaterstaat de waterstanden uitgezet van het IJsselmeer en de Waddenzee (bij Den Oever). Van het waterpeil in de Waddenzee is alleen het gedeelte weergegeven dat het peil daar lager staat dan NAP.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 14.02.24.png

Naast de datum onderaan de grafiek heb ik aangegeven hoe groot de dagelijkse peilstijging zou zijn geweest als gevolg van het instromen van het water uit de IJssel en de Overijsselse Vecht. Uit de metingen blijkt dat het peil, tot aan het moment dat de piek het IJsselmeer bereikt, wel langzaam stijgt, maar gemiddeld met niet meer dan ca 2 cm. Het overige water stroomde naar de Waddenzee uit en in de grafiek is goed te zien dat dat alleen gebeurde in de perioden dat het eb was buitengaats.
Tijdens het spuien daalde het peil in enkele uren tijd zo’n 4 tot 5 cm, om daarna weer langzaam te gaan stijgen als de sluizen gesloten zijn. Op 28 februari was er even een grotere stijging, maar die was het gevolg van de op dat moment harde westenwind die het peil aan de oostkant van het IJsselmeer, waar het meetpunt ligt dat ik gebruikt heb, korte tijd ca 20 m extra opzette. Voor de rest van de periode was er meestal weinig wind, waardoor de peilschommelingen als gevolg van het in- en uitstromen van water vrij goed zichtbaar zijn.
Na 3 maart daalt de gemiddelde stand van het IJsselmeer weer. De instroom van water nam toen langzaam af en ook duurden de laagwaterperioden op die dagen extra lang, omdat de wind uit het oosten waaide en de ebstand extra ver kon uitzakken.
In de volgende grafiek heb ik de waterstand van een langere periode, van circa 3 weken, uitgezet. Als we de groene lijn volgen dan zien we dat de instroom van het extra water rond eind februari voor een relatief hoog peil zorgde van het IJsselmeer. Het streefpeil tijdens de winter bedraagt namelijk -40 cm NAP en tijdens de periode van hoogwater steeg het peil zelfs tot boven het zomerpeil, dat min 20 cm NAP bedraagt.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 13.08.47.png

In het peilbesluit van het IJsselmeer is vastgelegd dat de overgang van winter- naar zomerpeil plaatsvindt halverwege maart. Dit jaar gebeurde dat door de instroom van het hoge water al wat eerder, maar ik verwacht niet dat dat nu al de bedoeling is en je ziet ook aan het eind dat het peil weer terugzakt. Boven op het zomerpeil is het trouwens mogelijk om nog circa 10 cm extra water op te zetten (de bovenste streepjeslijn). Dit peil wordt vooral ingesteld als de verwachting is dat er een langere periode van lage afvoeren aanbreekt in het voorjaar of de zomer; bijvoorbeeld als er weinig sneeuw in de Alpen ligt.
Op dit moment zijn de sneeuwhoeveelheden in de Alpen ongeveer gemiddeld, maar het was wel een relatief droge winter in delen van Duitsland en de waterstanden in de zijrivieren van de Rijn zakken in Duitsland na het laatste piekje ook alweer snel terug. Het is daarom niet onverstandig om misschien nu al een wat hoger peil aan te gaan houden. Mocht later toch weer een nattere periode aanbreken dan kan daar vooruit altijd wel weer een paar dagen extra gespuid worden om het peil wat te laten zakken.
In de figuur heb ik bovenaan in blauw de dikte van de waterschijf aangegeven die in deze periode door de rivieren dagelijks werd aangevoerd. Van 13 t/m 17 februari liep dat al wel langzaam op, maar de piek in het meerpeil die toen in korte tijd ontstond was het gevolg van de noordwestenwind. Vanwege de wind bleef het peil op 16 en 17 februari in de Waddenzee de hele dag boven NAP en er kon toen ca 48 uur niet gespuid worden. Dit leidde ertoe het IJsselmeerpeil ca 10 cm steeg en daarbovenop zorgde deze harde wind op 17 februari ook nog voor ca 20 cm peilopzet aan de oostkant van het meer.
Het kwam goed uit dat op 18 februari de wind naar het oosten draaide en het waterpeil in de Waddenzee meteen ver daalde. Er kon extra lang gespuid worden en het overschot in het IJsselmeer werd weer afgevoerd naar zee. Ondertussen was de afvoer van de IJssel langzaam verder gaan toenemen en steeg dankzij een zuidwestelijke wind het peil in de Waddenzee ook weer wat. De tijd dat er gespuid kon worden werd weer korter en het peil in het meer liep langzaam verder op. De stand is pas weer gaan dalen na de piek op 2 maart, toen zowel de aanvoer vanuit de IJssel snel afnam en de wind op zee zich rustig hield.
De afgelopen periode van 4 weken was zeker niet uniek: de afvoer uit de IJssel en Overijsselse Vecht bedroeg samen ongeveer 900 m3/s, maar bij een meer extreme hoogwatersituatie waarbij de Rijn zo’n 12.000 m3/s aanvoert (zoals in 1995 het geval was) en de Overijsselse Vecht ook een hoge afvoer heeft, dan kan dit ook het dubbele zijn. In die situatie stijgt het meerpeil ook dubbel zo snel, met ca 15 cm per dag. Mocht zo’n periode samenvallen met enkele dagen dat er niet of weinig gespuid kan worden, dan kan het meerpeil wel 1 m stijgen.
En als er dan ook nog een (noord)westerstorm opsteekt, en dat hoeft niet eens een heel zware te zijn, dan kan het peil aan de oostkant van het IJsselmeer daarbovenop in korte tijd nog 1 meter extra stijgen. Dit scenario is nog nooit opgetreden, maar een zo hoge rivierafvoer al wel een paar keer; dus is de kans zeker aanwezig dat het in de toekomst nogmaals gebeurt en dat het dan net wel een keer stormt.
Dit scenario is overigens nog niet eens het meest extreme waar door Waterschappen en Rijkswaterstaat rekening mee wordt gehouden. Voor de Rijn gaat men daarbij uit van een nog hogere afvoer(tot 16.000 m3/s). Via de IJssel levert dit samen met de Overijsselse vecht een nog ca 25% grotere aanvoer op in het IJsselmeer en daarmee een peilopzet van ca 20 cm per dag. Het is voor die situatie in combinatie met een zware storm dat de dijken rondom het IJsselmeer op voldoende sterkte moeten worden gebracht.
Alsof dat nog niet genoeg is moeten we in de verwachtingen voor de toekomst ook nog rekenen met een steeds sneller stijgende zeespiegel. Dat zorgt ervoor dat de tijd dat er bij de Afsluitdijk IJsselmeerwater naar de Waddenzee kan worden gespuid ook nog eens steeds korter wordt. Alleen al de huidige zeespiegelstijging zorgt ervoor dat per jaar er tijdens een laagwaterperiode gemiddeld een paar minuten korter gespuid kan worden. Wat dat op termijn voor gevolgen heeft, was in de winter van 23/24 al even te zien.
De IJsselafvoer was toen vrij hoog, met een afvoer die gemiddeld eens in de 10 jaar optreedt, en het was dagenlang hoogwater op de Waddenzee zodat er nauwelijks gespuid kon worden. Het peil van het IJsselmeer steeg toen extra ver zodat veel oeverzones met bv haventerreinen en (langs het Markermeer) ook buitendijks gelegen woningen overstroomden.
Om dit soort overlast het hoofd te bieden zijn medio 2024 zes grote pompen geïnstalleerd bij Den Oever, die een deel van het overschot aan water kunnen wegpompen naar de Waddenzee. Daarmee hebben we afscheid genomen van het principe om al het water onder vrij verval te kunnen spuien. Met de verdere stijgende zeespiegel in het vooruitzicht, zal de tijd van onder vrij verval spuien veder afnemen en zal nog veel meer pompcapaciteit moeten worden geinstalleerd om het IJsselmeerpeil binnen de perken te houden. Of we zullen moeten accepteren dat het peil soms wat verder stijgt dan we prettig vinden.
Langdurig droog en sterk dalende waterstanden
Na een paar natte weken is het weerpatroon omgeslagen en we hebben de komende weken weer met droge omstandigheden te maken. De hoogwatergolven die nu door de Rijn en Maas richting zee bewegen zullen we weer snel vergeten zijn want er breekt een periode aan van flink dalende waterstanden. In het water bericht leest u hoe ver de waterstanden mogelijk kunnen gaan dalen.
In de rubriek Water Inzicht laat ik zien hoe de gemiddelde afvoeren in de winter van de Rijn zijn toegenomen; wat te verwachten is, want de winters zijn natter geworden. Maar de oorzaak van deze toename blijkt toch een verrassing in petto te hebben.
Water van de week
Hogedrukgebieden nemen het stokje weer over en dat kan wel even duren.
In het begin van de afgelopen week was het nog een komen en gaan van regengebieden en er viel toen zelfs meer regen dan zondag vorige week nog was verwacht, waardoor de waterstanden nog wat hoger uitpakten dan in mijn bericht van vorige week. In dat bericht leek het er ook nog op dat het natte weer, met een wat lagere intensiteit, ook deze week en komende week nog door zou kunnen zetten maar ook dat pakte anders uit. Het hogedrukgebied dat eerder boven Zuid-Europa lag, breidt zich meer uit naar onze omgeving en dat houdt regengebieden voorlopig op grote afstand. De meeste tijd ligt de kern van hogedruk ten oosten van ons waardoor we te maken krijgen met een vrij zachte zuidelijke tot zuidwestelijke stroming, die voor lenteachtig weer zorgt.
Regen lijkt er de eerste week niet van te komen en de eerste neerslagsignalen laten de modellen pas weer zien vanaf dinsdag na het komend weekend. De dagen daarna zou er iedere dag wel wat regen kunnen vallen maar serieuze hoeveelheden worden voorlopig niet verwacht. Daarbij is het ook nog zover weg in de verwachting dat het ook nog anders uit kan pakken en misschien verloopt de tweede week ook wel grotendeels droog.
Het weerbeeld lijkt wel wat op dat van vorig voorjaar toen ook vanaf eind februari een droge periode aanbrak en er in maart zo goed als geen druppel regen viel. Zo droog als toen lijkt het nu waarschijnlijk niet te gaan worden, maar het is ook niet uitgesloten. Van alle seizoenen is het voorjaar de periode van het jaar die het minst natter is geworden. Dat geldt dan overigens wel vooral voor de maand april en minder voor maart maar goed, vorig jaar bleek dat ook maart zeer droog kan uitpakken.
Rijn daalt de komende week snel, aan het eind van week weer onder 10 m.
In de Rijn passeerde afgelopen week een hoogwatergolf. Sinds De Rijn op 13 februari was gaan stijgen, volgden er maar liefst 3 pieken, die ieder steeds iets hoger werden: de eerste tot 11,85 m, de tweede tot 12,24 m en de derde kwam tot 12,97 m NAP bij Lobith. Bij deze waterstand overstromen al flinke delen van de uiterwaarden voor zover die buiten de zomerkaden liggen en wie langs de rivier woont of met trein of auto de rivier ergens overstak zal de grote watermassa’s zijn opgevallen.
De afvoer steeg tijdens de piek op 26/2 tot 5515 m3/s, ruim 4 keer zoveel als twee weken eerder. Dat lijkt heel wat maar toch is dit nog een bescheiden hoogwatergolf die In de totale ranglijst van hoogwatergolf en sinds 1901 op de 159e plaats uitkomt. Het is daarmee een waterstand die gemiddeld iets meer dan één keer per jaar voor kan komen. Op vrijdag en zaterdag daalde de waterstand nog maar langzaam omdat er ook nog vrij veel water vanuit Zuid-Duitsland onderweg was, wat de daling nog even vertraagde.
Inmiddels is dat golfje voorbij en gaat de waterstand de komende dagen snel dalen met meer dan 50 cm per dag op maandag en dinsdag. Op dinsdag komt de waterstand alweer onder de 11 m uit. Daarna gaat de daling wat langzamer, met circa 30 cm per dag, waardoor op vrijdag waarschijnlijk de 10 m onderschreden wordt. In en na het volgend weekend vertraagt de daling nog wat meer, maar de kans is groot dat in het midden van de week na het volgend weekend, dat is tussen 10 en 12 maart, ook de 10 m weer onderschreden wordt.
Dat zou betekenen dat de waterstand in minder dan twee weken ruim 3 weken meter zal zijn gedaald en dat we dan alweer met lager dan gemiddelde waterstanden te maken hebben. Mogelijk dat er rond 10 maart weer wat regen kan komen in het stroomgebied waardoor de daling daarna verder vertraagt, of dat er weer een lichte stijging volgt. De kansen daarop lijken voorlopig echter niet zo groot; volgende week zal daarover meer duidelijkheid te geven zijn.
Maas daalt snel verder tot onder 300 m3/s.
In de Maas ontstond ook een hoogwatergolf die maandag al bij Maastricht het land binnenstroomde. De afvoer steeg tot 1.335 m3/sen net als bij de Rijn is dit een hoogwater dat gemiddeld zo eens in het jaar voorkomt. Bij de Maas overstromen de uiterwaarden doorgaans pas boven de 1500 tot 1700 m3/s, dus op veel plaatsen bleef het water in het zomerbed. Behalve in gebieden waar de uiterwaarden in de afgelopen jaren zijn verlaagd ten behoeve van de hoogwaterveiligheid, zoals langs de Grensmaas en verder stroomafwaarts bij Ooijen-Wanssem. Dat laatste gebied ligt niet ver van Venray en hier zijn hoogwatergeulen aangelegd en is een oude arm van de Maas gerevitaliseerd. Ook verder stroomafwaarts zijn er nevengeulen gegraven en uiterwaarden verlaagd die nu ook zullen zijn overstroomd.
De komende week wordt in het geheel geen regen verwacht in het stroomgebied en de afvoeren die bij Maastricht alweer tot onder de 700 m3/s zijn gezakt, zullen voorlopig blijven dalen. Op dinsdag verwacht ik dat de 500 m3/s weer wordt onderschreden, op donderdag de 400 en in het weekend kan de 300 m3/s alweer bereikt worden. Vanaf het weekend zet de daling verder door, maar dan wel veel trager, naar 250 m3/s en, mocht het ook dan nog droog blijven dan kan medio maart ook de 200 m3/s worden bereikt. Maar misschien valt er medio volgende week toch wel weer wat regen en in dat geval zal de daling worden vertraagd of omslaan in een lichte stijging. Een grotere stijging wordt voorlopig niet verwacht.
Water Inzicht.
Op zoek naar wat de toename van de hogere gemiddelde winterafvoeren veroorzaakt.
De afvoer van de Rijn in de afgelopen winter lied twee verschillende kanten zien: in december en januari was deze relatief laag in februari juist aan de hoge kant. Gemiddeld over deze 3 maanden kwam de afvoer daarmee op circa 2.200 uit, wat bijna 20% lager is dan het langjarig gemiddelde dat tegenwoordig ca 2.750 m3/s bedraagt. Deze toename sluit mooi aan bij het feit dat de winters als gevolg van klimaatverandering natter zijn geworden en omdat in de winter, bij gebrek aan verdamping, een groot deel van de neerslag tot afstroom komt, vertaalt dat zich automatisch in hogere Rijnafvoeren.
De bovenste grafiek hieronder laat de neerslagsom zien voor de winter in Duitsland en als we het langjarig gemiddelde volgen (de dunne zwarte lijn) dan blijkt dat de hele vorige eeuw gestegen te zijn, naar een ca 20% hoger niveau in deze eeuw. Met name in de winter komt een groot deel van het Rijnwater uit Duitsland en dan vooral tijdens de perioden met wat hogere afvoeren.
neerslag Du tm 2026.jpg

Schermafbeelding 2026-03-01 om 15.14.11.png

Als we de grafiek van de gemiddelde winter afvoeren ernaast zetten (onderste grafiek hierboven) dan zien we dat de trendlijn duidelijk oploopt. Ook het 30-jarig gemiddelde is in de grafiek aangegeven en deze is goed te vergelijken met de veranderingen in neerslag in Duitsland. Het afgelopen jaar lag duidelijk onder dit langjarig gemiddelde, maar erg laag was het ook weer niet. In het verleden waren er zelfs winters met een gemiddelde afvoer van niet veel meer dan 1.000 m3/s.
In de grafiek vakt op dat er in het verleden veel meer winters waren met een lage winterafvoer. In de volgende grafiek heb ik afname nog wat verder uitgewerkt aan de hand van het aantal dagen dat in de winter de afvoer onder de 1.200 m3/s blijft. Voor de winter is dat een situatie die niet zo vaak voorkomt, gemiddeld met ongeveer 10 dagen per jaar. De grafiek laat zien dat dit aantal sterk schommelt van jaar tot jaar, met soms meer dan 50 dagen, maar vaak komt het ook helemaal niet voor.
Om langjarige veranderingen in deze schommelingen in beeld te brengen heb ik ook het 30-jarig gemiddelde weergegeven. Daaruit blijkt dat er een opvallende afname heeft plaatsgevonden van ca. 18 dagen in het midden van de vorige eeuw naar nog maar 6 op dit moment. De afgelopen winter, die langdurig vrij lage afvoeren kende, had 13 van deze dagen met een afvoer kleiner dan 1500 m3/s. Dat is veel volgens het huidige gemiddelde, maar zou dus medio vorige eeuw juist wat aan de lage kant van het gemiddelde zijn geweest.
Schermafbeelding 2026-03-01 om 15.21.35.png

De trend is dus duidelijk: de winters zijn natter en lage afvoeren komen veel minder vaak voor. Tot zover verloopt alles volgens verwachting. Maar naast dat er minder lage afvoeren zijn, verwachten we ook dat er vaker hoge afvoeren zullen voorkomen als gevolg van het natter wordende klimaat in de winter. De kans op perioden met veel regen neemt namelijk toe als het natter wordt en de verwachting ligt dan voor de hand dat ook het aantal dagen met een hoge afvoer toeneemt. De volgende grafiek laat zien hoe het aantal dagen met een verhoogde afvoer is veranderd. Ik heb gekozen voor een afvoer van 5.500 m3/s, dat is een hoogwatersituatie zoals we afgelopen week hebben meegemaakt.
Schermafbeelding 2026-03-01 om 14.40.10.png

Gemiddeld over de hele meetreeks komt het aantal dagen >5.500 m3/s uit op ca 5 dagen per jaar, maar de laatste decennia zien we hierin geen toename. Het langjarig gemiddelde neemt zelfs duidelijk af en is na een periode eind vorige eeuw dat het 30-jarig gemiddelde bij 7 dagen lag, nu gedaald naar 4. Ook de nog hogere afvoeren (geen grafiek) blijken duidelijk minder voor te komen. Zo was het aantal dagen met een afvoer boven de 8.000 m3/s gedurende de laatste 30 jaar ook de helft minder dan het langjarig gemiddelde. Maar dit zijn altijd al vrij zeldzame gebeurtenissen, met in sommige jaren grote uitschieters, wat het vaststellen van trends lastig maakt. Daaarom heb ik me hier gebaseerd op de afvoeren van >5.500 m3/s die wat vaker voorkomen.
Zowel het aantal dagen met een lage afvoer als met een hoge afvoer neemt dus af in de afgelopen decennia. Dat kan alleen maar betekenen dat het aantal dagen met een minder extreme afvoer toeneemt en dat blijkt ook als we een grafiek maken van het aantal dagen met een afvoer rond het langjarig gemiddelde (25% boven en onder 2.750 m3/s). Uit deze grafiek blijkt het aantal dagen dat de afvoer zich binnen deze range bevindt fors te zijn tegenomen: van minder dan 30 een jaar of 50 geleden naar 40 op dit moment.
Schermafbeelding 2026-03-01 om 14.40.36.png

Uit deze analyse van het aantal dagen met een lage en hoge afvoer blijkt dus dat de Rijnafvoeren de laatste decennia minder vaak de uitersten opzoeken. Het blijkt dat de dagen met lage afvoeren veel minder vaak voor komen, maar ook de hoge afvoeren zijn zeldzamer geworden. In plaats daarvan vinden we de afvoeren in de wintermaanden steed vaker rondom het langjarig gemiddelde.
Dat het langjarig gemiddelde oploopt, zoals de eerste afvoergrafiek hierboven laat zien, is dus niet het gevolg van hogere afvoeren die vaker voorkomen, maar in de eerste plaats van de lage afvoeren die minder vaak voorkomen. De hoge afvoeren verminderen dit effect eigenlijk nog iets omdat zij minder vaak voorkomen. maar omdat de veranderingen bij de lage afvoeren nog groter zijn dan die bij de hoge afvoeren loopt de gemiddelde winterafvoer toch gestaag op.
Hoogwaterbericht
Een extra bericht met een korte update van de hoogwatersituatie. De waterstanden pakken namelijk iets hoger uit dan ik zondag aankondigde. De Rijn kan stijgen naar ca 13 m op donderdag en de Maas kwam ook hoger uit, maar die piek is Maastricht alweer gepasseerd. De verwachting voor na de piek verandert echter niet, er breekt een wat langere vrij droge periode aan waardoor de waterstanden weer sterk gaan dalen.
Weersituatie.
Vooral in de nacht van zondag op maandag viel er meer regen dan waar ik vanuit ging. Dit betrof vooral de Ardennen en het midden van Duitsland. Maandag viel er ook nog regen, maar vandaag is de meeste regen naar het zuidoosten weggetrokken en de komende dagen verlopen meest droog. Dat blijft het tot zaterdag, als een regengebied ten zuiden van Nederland langstrekt. Heel veel regen wordt daar echter niet uit verwacht en dat zal dan niet veel invloed meer hebben op de waterstanden, die tegen die tijd trouwens alweer aardig gezakt zijn. Na komend weekend zijn de verwachtingen nog wat droger geworden dan waar het zondag naar uitzag. De kans op een natte periode en weer stijgende waterstanden is daarom nog verder afgenomen.
Rijn.
Met name de Noord-Duitse zijrivieren van de Rijn stegen door de regen van zondag meer dan verwacht en dat leverde al met al zo’n 500 m3/s extra water op, goed voor een stijging van ca 50 cm extra bij Lobith. Na het vorige piekje van 12,25 m op zondag is de stand gisteren ca 10 cm gezakt, maar inmiddels weer gaan stijgen. De pieken in de noordelijke zijrivieren van de Rijn zijn voor een deel al weer over hun hoogste punt heen. Zo bereikte de Moezel, de belangrijkste zijrivier, vannacht zijn hoogste stand en daar zet de daling nu weer in. Bij Koblenz waar Rijn en Moezel samenkomen wordt de hoogste stand vandaag rond het middaguur verwacht; vanaf daar is het nog 2 dagen naar Lobith. De piek bij Lobith verwacht ik daarom op donderdag rond het middaguur. De stand zal dan opgelopen zijn tot ca 13 m NAP (+ of – 10 cm). De afvoer is dan opgelopen tot ca. 5.500 m3/s. Vrijdag daalt de stand weer iets, maar nog niet meer dan ca 10 cm. Daarna gaat de daling versnellen en op zaterdag 28/2 verwacht ik dat de 12,5 m weer onderschreden wordt en maandag 2/3 de 12 m. Daarna gaat de daling nog wat sneller verder en wordt op woensdag 4 of donderdag 5/3 de 11 m weer onderschreden.
Maas.
De Maas steeg door de extra regen op zondag ook meer dan ik had verwacht. Die stijging begon al meteen in de nacht naar maandag en gisteren werd bij Maastricht al de hoogste afvoer bereikt van ca 1350 m3/s. Zo bereikte de Maas onverwacht toch nog de afvoer die gemiddeld jaarlijks wel een keer wordt bereikt. Inmiddels is de afvoer weer wat gaan dalen en omdat het de komende 3 dagen droog blijft, zal dat vrij snel gaan. In een dag of 2 wordt de 1000 m3/s waarschijnlijk alweer onderschreden en ook daarna zet de daling nog snel door. Vrijdag en zaterdag ligt een regengebied ten zuiden van de Ardennen. Mogelijk brengt dat nog wel voldoende regen om de daling van de afvoer op zaterdag en zondag wat te vertragen. Een nieuwe stijging is echter onwaarschijnlijk. Na het weekend ziet het er aar uit dat het langere tijd vrijwel droog blijft, zodat de afvoer dan kan blijven dalen. Tegen het eind van volgende weke kan dan de 500 m3/s weer bereikt zijn.
Begin van de week nog vrij veel regen en licht verhoogde waterstanden, daarna droger en dalende standen
De eerste dagen zo nu en dan flink wat regen in de stroomgebieden maar vanaf de tweede helft van de week neemt het drogere weer de overhand. De waterstanden blijven daardoor deze week eerst nog op een licht verhoogd niveau, maar vanaf het eind van de week gaan dalen (de Maas al eerder), omdat er onvoldoende regen valt om het verhoogde peil te kunnen handhaven. In het water bericht leest u de details. In de rubriek water inzicht een analyse van de gemiddelde waterstanden bij Lobith die vanwege de bodemdaling van het zomerbed nog steeds een dalende trend laten zien.
Water van de week.
Eindelijk een meer klassiek weerpatroon en meteen gaan de waterstanden omhoog.
Na de wekenlange patstelling in het weerpatroon, waarbij hoge en lage drukgebieden heel standvastig waren, hebben we nu te maken met een meer klassiek weerbeeld voor deze tijd van het jaar; met hoge druk boven de Middellandse Zee en lagedrukgebieden die ten noorden van ons langs van west naar oost trekken. Voor het Middellandse zeegebied betekent dit dat de periode met extreem veel regen nu achter de rug lijkt te zijn. De straalstroom met de daarbij behorende lagedrukgebieden en neerslagzones is naar het noorden opgeschoven. De neerslaghoeveelheden zijn hier echter een stuk lager dan ze eerder in het Middellandse zeegebied waren, maar wel voldoende om de waterstanden in de rivieren wat te laten stijgen.
Ook voor de sneeuw situatie in de Alpen is dit goed nieuws want met een westelijke en soms even noordwestelijke stroming is vooral hogerop in de Alpen erg veel sneeuw gevallen. Hieronder een grafiek van de ontwikkeling van het sneeuwdek tijdens deze winter van een plaats aan de noordkant van de Alpen in Zwitserland. Tot nu toe was er deze winter alleen begin december en rond 10 januari sneeuw gevallen en daar tussenin was het steeds wekenlang droog. Het sneeuwdek was tijdens deze droge perioden wat ingeklonken en begin februari lag er duidelijk veel minder dan normaal in deze tijd van het jaar (grijze lijn). Op deze oude sneeuw viel deze week in enkele dagen tijd tot meer dan 2 m verse sneeuw.
Schermafbeelding 2026-02-22 om 11.42.39.png

Het sneeuwdek is daardoor de ineens tot boven de gemiddelde waarde voor deze tijd van het jaar gestegen. De komende dagen groeit het deed nog wat aan en, als het later in de week droog wordt, zal het ook weer wat inklinken. Smelten zal het voorlopig niet doen, zeker boven de 2000 m, dat gebeurt pas in april en mei en dat is dan gunstig voor de voorjaarsstanden van de Rijn.
De komende week houden we het hierboven genoemde weerpatroon met lagedrukgebieden die vanaf de Atlantischer Oceaan ten noorden van ons langs naar het oosten trekken. Het zorgt tot en met woensdag nog voor aardig wat regen in de stroomgebieden, waarna donderdag en vrijdag droger verlopen wanneer een rug van hogedruk overtrekt. In het komend weekend wordt het dan weer wat natter, maar grote hoeveelheden regen worden niet meer verwacht.
De week na het komend weekend verloopt ook niet helemaal droog maar geen grote neerslaghoeveelheden omdat het hogedrukgebied zich dan wat meer naar het noorden uitbreidt. De westelijke stroming lijkt ook op langere termijn nog aan te houden zodat de kans groot is dat dit weertype met zo nu en dan regen voorlopig nog aanhoudt en een lange droge periode lijkt er voorlopig nog niet te komen.
Rijn stijgt nog een keer naar ca 12,5 m; daarna sterk dalend.
Dankzij het regenachtige weer van de afgelopen week is de Rijn flink gestegen. Zo'n 10 dagen geleden was de waterstand bij Lobith nog niet meer dan 8,5 m, waar 10 m normaal is voor deze tijd van het jaar. Daarna begon een stijging in twee stappen, eerst naar ongeveer 11,8 m NAP op 17 februari en daarna naar 12,25 m NAP op dit moment. Er is nog een volgende stap In de maak, waarvoor de regen vooral vandaag en morgen valt. Dit piekje wordt zeer waarschijnlijk nog net iets hoger en zal Lobith op donderdag 26/2 bereiken, bij een stand van ca 12,5 m NAP.
De afvoer die 10 dagen geleden nog maar 1.600 m3/s bedroeg, is nu bij de tweede piek opgelopen tot circa 4.700 m3/s en stijgt aan het eind van de week naar circa 5.000 m3/s. Tussendoor op maandag en dinsdag zullen waterstand en afvoer eerst nog iets dalen, tot net iets boven de 12 m NAP op dinsdag. Een afvoer van 5000 m3/s klinkt als heel wat maar is voor de Rijn zeker niet ongebruikelijk In de winter. Gemiddeld stijgt de afvoer iedere winter wel een keer naar ongeveer 6000 tot 6500 m3/s. Of dat deze winter nog gaat gebeuren is de vraag want na de stijging van de komende week volgt eerst een wat langere daling.
Vanaf de tweede helft van de week wordt het overwegend droog in het stroomgebied en dan valt er te weinig regen om deze hoge afvoer te kunnen handhaven. Iedere dag daalt de waterstand dan met zo'n 20 tot soms wel 30 cm per dag. In het komend weekend al wordt dan de 12 m weer onderschreden, 2 maart de 11,5 m en 4 of 5 maart de 11 meter. Daarna vertraagt de daling wat, maar de kans is groot dat op termijn ook de 10 m weer bereikt zal gaan worden; dat zal dan tussen 8 en 10 maart ergens gebeuren. Mogelijk dat voor die tijd alweer een wat natter weertype aanbreekt en in dat geval volgt er, voordat de 10 m wordt bereikt, eerst wel weer een stijging. Daarover is pas volgende week wat meer te zeggen.
Maas vandaag en morgen nog even naar iets boven 1.000 m3/s, maar rest van de week weer dalend.
Het stroomgebied van de Maas viel buiten de gebieden waar de meeste regen viel In de afgelopen week en daardoor steeg de afvoer soms wel, maar werd de 1000 m3/s al niet meer bereikt. Afgelopen nacht viel er In de Ardennen ook nog aardig wat regen en dat water zorgt nu opnieuw voor een stijging bij Maastricht. Later vanavond volgt nog meer regen en daardoor zal de afvoer in de loop van de nacht nog wat verder stijgen, tot net boven de 1000 m3/s en misschien wordt ook de 1.100 m3/s nog bereikt.
De rest van de week wordt het niet helemaal droog in het stroomgebied maar grote hoeveelheden regen worden ook niet verwacht en daarom verwacht ik dat de afvoer het grootste deel van de tijd zal blijven dalen met soms misschien even een korte oplevering tussendoor. Als maandag inderdaad de 1.100 m3/s wordt bereikt, dan verwacht ik op woensdag een afvoer rond 800 en vrijdag rond 600 m3/s.
In het weekend wordt dan de 500 m3/s weer onderschreden en na het weekend ze de daling ook nog verder door omdat volgende week nog wat minder regen wordt verwacht. Als het inderdaad grotendeels droog blijft dan kan de afvoer over een week of twee weer gedaald zijn tot ca 300 m3/s. Of er daarna weer een stijging gaat volgen is nu nog niet te zeggen. Veel regen wordt in ieder geval voorlopig niet verwacht.
Water Inzicht
Rivierbodem van de Rijn blijft gestaag dalen.
In eerdere berichten heb ik al regelmatig geschreven over de bodemdaling van de Rijn. Zoals iedere rivier voert de Rijn niet alleen water af maar ook sediment: klei die weeft in het water, zand dat over de bodem stuitert en als de stroming sterk genoeg is ook fijn grind dat traag over de bodem rolt. Sinds de rivier bijna 150 jaar geleden ten behoeve van de bevaarbaarheid is vastgelegd en versmald met kribben, is de stroomsnelheid in het versmalde zomerbed sterk toegenomen. Het vermogen om zand en grind te vervoeren nam daardoor ook sterk toe.
De aanvoer van sediment vanaf bovenstrooms bleef echter ongeveer gelijk en daardoor kreeg de rivier te kampen met een zogenaamd sedimenttekort: het water voert zand en grind sneller door dan dat het wordt aangevoerd. Het gevolg is dat de rivier zijn eigen bodem is gaan aansnijden, die bestaat in Nederland tot op grote diepte namelijk uit zand. Jaar na jaar vrat de rivier zich als het ware in in de ondergrond, met een snelheid van zo’n 1 tot 2 cm per jaar. Dat lijkt niet veel, maar na meer dan een eeuw is dat inmiddels opgelopen tot ruim 2 meter.
De daling is het grootste in de Waal vanaf de grens tot halverwege Nijmegen en Tiel. Stroomafwaarts daarvan is de daling minder groot omdat dit traject profiteerde van het extra zand dat bovenstrooms was geërodeerd, zodat het tekort er minder groot was. Inmiddels leidt deze bodemdaling tot steeds grotere problemen: kabels en leidingen die onder de rivier door lopen spoelen bloot, uiterwaarden overstromen niet meer en verdrogen, waardoor natuur en landbouw eerder last hebben van droogte, het grondwater daalt (ook binnendijks) waardoor woningen verzakken en de scheepvaart ondervindt steeds meer hinder omdat stenen constructies op de rivierbodem (die niet mee zakken) op veel plaatsen een obstakel gaan vormen.
Omdat deze problemen op termijn alleen maar groter zullen worden is de rijksoverheid en programma gestart om naar oplossingen te zoeken. Dit programma loopt al enkele jaren en de verwachting is dat het nieuwe kabinet binnenkort besluiten gaat nemen over wat de beste oplossing gaat worden. Ik ga hier nu niet verder op in, maar op de website ‘Ruimte voor de Rivier 2.0’ Is hier nog veel meer over te vinden. Ik wil in dit artikelt namelijk vooral even stilstaan bij de vraag of de daling nog steeds verder gaat, of dat deze misschien wel is gestopt. Het meten van de rivierbodem is niet eenvoudig, omdat deze onregelmatig is en van maand tot maand ook in hoogte varieert als er bv zandribbels passeren.
Een van de manieren om de daling zichtbaar te maken is om de waterstand bij Lobith te vergelijken met een meetpunt stroomopwaarts, waar de bodem niet zo sterk daalt als bij Lobith. Ik heb daarvoor de meetgegevens van Keulen genomen en de jaargemiddelde waterstand van de afgelopen 20 jaar vergeleken met die van Lobith. In de volgende grafiek heb ik de gemiddelde waterstand van Lobith (in m NAP) en Keulen (in m bij de lokale peilschaal) uitgezet. Van jaar tot jaar zijn er schommelingen, maar wat vooral opvalt is dat de trendlijn bij Lobith veel sterker daalt dan bij Keulen.
Schermafbeelding 2026-02-22 om 12.45.41.png

De lichte daling bij Keulen is te verklaren uit het feit dat de rivierafvoer in de afgelopen 20 jaar een licht dalende trend liet zien. Dat effect is er bij Lobith ook, maar daarbovenop is er dus nog een ander effect omdat de trendlijn er sneller daalt. Om dit effect in beeld te brengen heb ik ook het hoogteverschil tussen de waterstand van Lobith en Keulen in een grafiek uitgezet. Het verschil tussen Keulen en Lobith bedraagt ongeveer 29 m, maar zoals de grafiek duidelijk laat zien is dat verschil in de afgelopen 20 jaar met zo’n 30 cm toegenomen. Over deze periode nam het verschil dus toe met gemiddeld zo’n 1,5 cm per jaar.
Schermafbeelding 2026-02-22 om 12.46.20.png

Het lijkt er niet op dat het verschil de laatste tijd minder snel groeit, want in het afgelopen jaar was dit zelfs groter dan in enig jaar tevoren. Als we wat beter naar de punten in de grafiek kijken dan vallen enkele uitschieters op. Zo ligt 2018 relatief ver boven de trendlijn en 2024 en in mindere mate 2023 lagen er duidelijk onder. Dit is te verklaren omdat 2018 een jaar was met een lage gemiddelde jaarafvoer en veel dagen met een erg lage afvoer en in die situaties is het peilverschil tussen Lobith en Keulen blijkbaar nog wat groter. De waterstand zakt dan bij Lobith namelijk nog wat verder uit. In een nat jaar met een hoge gemiddelde jaarafvoer, wat 2024 was, is het peilverschil juist wat kleiner.
Nu was 2025 ook een jaar met een relatief lage gemiddelde afvoer, dus het zou natuurlijk kunnen zijn dat in 2025, net als bij 2018, het grote verschil tussen Keulen en Lobith verklaart. Om dat in beeld te brengen heb ik, in de volgende grafiek, de gemiddelde jaarafvoer en het verschil tussen Lobith en Keulen tegen elkaar uitgezet. De jaren met een hoge gemiddelde afvoer vinden we rechts en de jaren met een lage links. De trendlijn laat zien dat het verschil bij de hogere afvoeren inderdaad afneemt. Onder de trendlijn vinden we de jaren waar het verschil in waterstand nog kleiner was; dit zijn allemaal jaren uit de eerste helft van de meetreek en boven de trendlijn vinden we de jaren met een groot verschil.
Schermafbeelding 2026-02-22 om 12.48.26.png

Het grote verschil in 2025 had dus voor een deel te maken met de lage gemiddelde jaarafvoer, maar als we het vergelijken met 2022, wat een nog lagere afvoer had, dan ligt vorig jaar daar wel boven. Het hoogteverschil neemt tussen Keulen en Lobith dus nog steeds toe. Dat zien we ook goed als we vorig jaar vergelijken met de 2 andere jaren met ongeveer dezelfde gemiddelde afvoer, 2017 en 2011. Sinds 2017 is het verschil met 12 cm toegenomen en sinds 2011 met 21 cm, wat ook neerkomt op een daling van de gemiddelde waterstande bij Lobith van 1,5 cm per jaar.
De daling zet zich dus nog steeds door en dat betekent dat de urgentie om hier een oplossing voor te vinden ook steeds groter wordt. Hopelijk wordt er snel een duurzame oplossing gekozen, waardoor het zandtransport weer vertraagt en we in de Rijntakken weer langer kunnen doen met het sediment dat vanuit Duitsland wordt aangevoerd.
Hoogwaterbericht
Een tussentijds bericht met een korte update over de situatie in Rijn en Maas. Komende dagen blijft het wisselvallig en houden we waterstanden op licht verhoogd niveau. Extreme neerslaggebeurtenissen worden niet verwacht en een groot hoogwater verwacht ik daarom ook niet. Maar het verwachte niveau is net wel hoog genoeg om een extra hoogwaterberichtje te maken, zodat de bewoners en gebruikers rondom onze rivieren weten wat hen te wachten staat.
Rijn
Volgens verwachting is het eerste golfje van de Rijn bij Lobith, na een snelle stijging op zaterdag en zondag, uitgekomen op een stand van net onder de 12 meter. Vandaag en morgen daalt de stand heel licht, hooguit enkele centimeters, om dan later morgen weer licht te gaan stijgen. Op vrijdag wordt de 12 m dan waarschijnlijk wel net bereikt. Daarna stabiliseert de stand zich weer even om in de loop van zaterdag nog wat verder te gaan stijgen naar ca 12,5 m op zondag. De afvoer is dan opgelopen tot net onder de 5.000 m3/s.
Waarschijnlijk stijgt de stand na zondag nog wat verder, maar dit hangt af van de hoeveelheid regen die op zaterdag en zondag valt. Boven Midden Duitsland ligt dan een front waar langdurig regen uit kan vallen (en hogerop in de Middelgebergten aanvankelijk ook sneeuw). Ik ga er nu vanuit dat er dan voldoende regen valt om de stand nog wat verder te laten stijgen tot tussen 12,75 en 13 meter op dinsdag 24 en woensdag 25/2.
Volgende week lijken de neerslaghoeveelheden wat af te gaan nemen en dat zou betekenen dat de stand na de 25e weer gaat dalen. Ik verwacht dat de stand rond 1 maart weer gedaald is tot ca 12 meter en de dagen daarna nog iets lager. Maar dit is uiteraard met een grote slag om de arm omdat de weersverwachtingen voor zover vooruit nog kunnen veranderen. Een overgang naar nog nattere omstandigheden en een verdere stijging is voor nu echter onwaarschijnlijk.
Maas
Regen afgelopen zondag en maandag heeft de Maas weer wat laten stijgen naar een tweede piekje op dinsdag. Nu werd de 1.000 m3/s net niet gehaald; het bleef bij 900 m3/s. Daarna is de afvoer weer wat gezakt omdat gisteren niet veel nieuwe regen is gevallen en deze daling zet ook vandaag nog door. Morgen, donderdag, trekt een neerslagzone van zuid naar noord over het stroomgebied, maar de neerslaghoeveelheden lijken voorlopig beperkt te blijven. Ik verwacht daarom wel een stijging maar ook nu zal waarschijnlijk de 1000 m3/s net niet overschreden worden of maar een klein beetje.
Vrijdag verloopt weer grotendeels droog met weer wat dalende afvoeren, naar ca 800 to 900 m3/s, maar vanaf zaterdag tot en met maandag staat wel regen op het programma. En ligt dan een langdurig waar vrij veel regen uit kan vallen van west naar oost langdurig dichtbij of over het stroomgebied. Aanvankelijk ligt het ten noorden van de Ardennen, maar op zondag en maandag komt het er ook boven te liggen. In totaal kan er dagelijks tot dinsdag
zo’n 10 tot 20 mm regen vallen in Ardennen en dat gaat voor een nieuwe stijging zone. Ik verwacht dat de afvoer bij Maastricht vanaf zaterdag weer op gaat lopen. Niet heel snel, want daar zijn de hoeveelheden, naar het nu naar uitziet, niet groot genoeg voor, maar een hoogste afvoer boven 1.250 m3/s op maandag 23 en dinsdag 24/2 is wel mogelijk. De 1.500 m3/s wordt waarschijnlijk niet overschreden, tenzij er meer regen gaat vallen dan nu verwacht. Een veel groter hoogwater, van bv 2.000 m3/s is op dit moment echter niet in zicht.
Het is in ieder geval een situatie om een beetje in de gaten te houden. Vanaf volgende week dinsdag ziet het er nu naar uit dat de neerslaghoeveelheden kleiner worden en dan gaat de afvoer weer naar beneden. Droog wordt het voorlopig niet en daarom blijft de afvoer voorlopig wel op een relatief hoog niveau.