U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Weersomslag naar koel en buiig weer; daling Rijn en Maas slaat weer om naar licht stijgend

Een voorjaar met langdurig droog weer lijkt het voorlopig niet te gaan worden. De Maartmaand als geheel verloopt tot nu toe wel droog in Nederland en de stroomgebieden, maar de droge en nattere perioden wisselen elkaar ook af, zodat de waterstand niet heel ver terugzakt. Na een droge week volgt komende week weer een overgang naar een nattere periode waarin voldoende neerslag valt voor een lichte stijging van Rijn en Maas. De wat langere termijn is echter nog onzeker. In het waterbericht leest u de details. De rubriek Water Inzicht slaat nog een weekje over.

water van de week

Koel en buiig, na volgend weekend nog onzeker of dit aanhoudt of het toch weer langer droog wordt

Het weer in de stroomgebieden werd de afgelopen week bepaald door een langgerekte rug van hoge druk die eerst ten zuiden en later ten noorden van ons lag. Het zorgde voor een oostelijke tot noordoostelijke stroming en het bleef zo goed als droog. Dit weertype houden we nog een paar dagen totdat in de nacht van dinsdag op woensdag een koufront passeert en de stroming voor langere tijd noordwestelijk tot noordelijk wordt.

Het koufront hoort bij een lagedrukgebied dat vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan naar het midden van Scandinavië trekt. Tegelijkertijd breidt ten westen van ons het Azoren hogedrukgebied zich naar het noorden uit en vormt een aparte kern van hoge druk boven de Britse eilanden. Lage en hoge druk samen zorgen voor een glijbaan van koude lucht over onze omgeving en de stroomgebieden waarin veel buien meetrekken.

Tot en met zaterdag 28 maart kan er in Nederland zo’n 15 tot 20 mm neerslag vallen en omdat de lucht zo koud is kan zich in het oosten en zuidoosten soms tijdelijk ook een sneeuwdekje vormen. In de Ardennen en Duitse middelgebergten (Sauerland en Eiffel) kan zich zelfs een langduriger sneeuwdek vormen van zo'n 15 tot 20 cm, dat maar langzaam wegsmelt. Wat verder naar het zuiden in Duitsland is de stroming een deel van zijn vocht alweer kwijt en valt minder neerslag. In de Alpen echter moet de noordwestelijke stroming zover stijgen dat in de afkoelende lucht toch weer veel neerslag ontstaat. Daar vormt zich hogerop in de Alpen een verse sneeuwlaag van 50 tot 75 cm dik.

Vanaf zondag breidt het hogedrukgebied boven de Britse eilanden zich wat verder uit naar het oosten en de luchtstroming boven de stroomgebieden draait dan weer wat naar het oosten. Het wordt dan een paar dagen droog en de sneeuw in de middelgebergten kan weer gaan smelten. De sneeuw hogerop in de Alpen smelt voorlopig nog niet, dat gebeurt pas in mei of juni en vormt daarmee een mooi appeltje voor de dorst voor de Rijn later in het voorjaar.

Het is nog onduidelijk hoe lang het droge weer aanhoudt in het begin van de week na het volgend weekend. Gisteren verwachtte het Europese weermodel nog dat het hogedrukgebied sterk genoeg was om de stroomgebieden een droge week te bezorgen maar in de laatste verwachting blijft het hogedrukgebied op wat grotere afstand en herstelt de noordwestelijke stroming zich. We krijgen dan een herhaling van het weer van de komende week met opnieuw buien die hogerop in de middelgebergten opnieuw een vers sneeuwdek kunnen vormen. En ook in de Alpen groeit het verse sneeuwdek verder aan; tot lokaal, over de twee weken samen, 100 tot 150 cm verse sneeuw.

Het is uiteraard nog even afwachten of die noordwestelijke stroming wel aanhoudt want er is ook goede kans dat het hogedrukgebied wel sterk genoeg wordt om deze luchtstroming zover af te laten nemen dat er maar weinig neerslag valt in de stroomgebieden. We zullen nog een weekje moeten wachten om hier meer zekerheid over te krijgen.

Rijn daalt naar ca 8,25 m NAP, vanaf komend weekend weer wat stijgend.

De Rijn profiteerde in het begin van de afgelopen week nog van de neerslag in de week daarvoor en het extra water dat vanuit het stroomgebied onderweg was leverde een klein piekje op van circa 9,4 m NAP; de afvoer steeg tot 2.350 m3/s. Ondanks dat het om een piekje ging, is dit toch circa 200 m3/s onder het langjarig gemiddelde en de waterstand van 9,4 m was ca 30 cm lager dan gemiddeld. De winter verliep relatief droog in het stroomgebied en daarom zakt de Rijn steeds weer makkelijker terug naar eenn afvoer onder het langjarig gemiddelde.

De rest van de afgelopen week na het piekje, daalde de afvoer en inmiddels is deze gezakt tot circa 1.850 m3/s bij een stand van 8,9 m NAP. Deze daling zet nog de hele komende week door tot op vrijdag en zaterdag een stand van circa 8,25 meter NAP wordt bereikt en de afvoer is dan gedaald tot circa 1.500 m3/s. Vanaf zaterdag arriveert het eerste water van de regenbuien die vanaf woensdag in het stroomgebied gaan vallen. Een deel van die neerslag valt in de middelgebergten als sneeuw en zal wat trager tot de afstroom komen.

Heel veel neerslag wordt tot en met zaterdag ook niet verwacht en de stijging van de Rijn zal daarom beperkt blijven tot circa 50 cm. Rond de maandwissel van maart naar april verwacht ik een stand van circa 8,75 m NAP en een afvoer van ca 1.750 m3/s. Bij wat meer neerslag kan misschien nog net de 9 m bereikt worden op 1 april. Als ik uitga van een drogere week na het volgend weekend dan gaat de waterstand vanaf 1 april weer dalen en eindigen we die week met een stand van ergens tussen de 8,2 en 8,5 m NAP.

Mocht toch het wat nattere scenario uitkomen dan kan de waterstand wel weer stijgen in de eerste week van april. tot 9 m en misschien nog ietsje hoger. Maar ook in dit nattere scenario wordt er niet heel veel neerslag verwacht, dus is een grotere stijging onwaarschijnlijk.

Maas daalt eerst tot ca 225 m3/s, daarna een lichte stijging tot ca 400-500 m3/s

In de Maas was er in het vorige weekend een klein piekje van circa 650 m3/s, Maar omdat de hele week vervolgens vrijwel droog verliep, daalde de afvoer weer snel tot ongeveer 250 m3/s op dit moment. Het droge weer houdt nog een paar dagen aan en de afvoer daalt nog wat verder tot circa 225 m3/s op woensdag. Van woensdag tot en met zaterdag worden flink wat buien verwacht en met name tegen de noordflank van de Ardennen aan kan er in totaal zo'n 30 tot 40 mm neerslag vallen.

Boven de 300 m zal dit een sneeuwdek opleveren dat kan aangroeien tot circa 20 cm op de hogere toppen van de Ardennen. In de week daarna smelt dit sneeuwdek weer langzaam en het water van de neerslag die gaat vallen, stroomt daardoor wat verspreid over de tijd naar de Maas af. Ik verwacht dat de afvoer bij Maastricht vanaf woensdag langzaam gaat stijgen, na ca 300 m3/s op donderdag en daarna iedere dag een beetje meer tot tussen 400 en 500 m3/s op zaterdag.

Omdat er vanaf zondag een paar dagen met weinig neerslag worden verwacht, zal in dagen na het weekend de Maas weer langzaam dalen  naar ca 300 tot 350 m3/s op dinsdag en als het droge weer aanhoudt tot circa 250 m3/s aan het eind van die week. Maar het weer voor de week na volgend weekend is nog onzeker en mogelijk houdt de noordwestelijke luchtstroming aan met opnieuw veel buien. In dat geval blijft de afvoer bij Maastricht licht verhoogd, maar veel meer dan 500 m3/s verwacht ik niet dat het gaat worden.

Hogedrukgebieden weer aan zet, droog weer en na een lichte stijging weer dalende waterstanden

Na een paar dagen met aardig wat regen in het stroomgebied en licht stijgende waterstanden, herstelt het hogedrukgebied zich en volgt er nu weer een langere periode van droog weer, die waarschijnlijk ook na het komend weekend nog wel even aanhoudt. Na de stijging van de komende dagen gaan de waterstanden daardoor in de loop van de week weer dalen. In het water bericht leest u de details. De rubriek water inzicht slaat een weekje over.

Water van de week

Hoge druk herstelt zich en voorlopig voor langere tijd droog.

De regen die vorige weekend voor het einde van de afgelopen week was verwacht, is uitgekomen en heeft aardige neerslagsommen opgeleverd met lokaal 20 tot 40 mm. Dat is nog wat meer dan waar het vorige week naar uitzag en dat merken we aan de waterstanden in de rivieren die wat meer stijgen dan waar het toen naar uitzag. Maar deze stijgging is van korte duur, want inmiddels is het weer even gedaan met de regen. Een hogedrukgebied verplaatst zich de komende dagen naar Centraal-Europa en dit houdt de regengebieden voorlopig op afstand.

Alleen morgen, maandag, kan er nog wat regen vallen, maar geen grote hoeveelheden waar de rivieren iets van merken. In de tweede helft van de week vormt het hogedrukgebied een uitloper in westelijke richting, zodat er een langgerekte rug van hoge druk ontstaat van west naar oost over Europa. Deze verschuift vervolgens naar het noorden en enige blijft daar een aantal dagen liggen. De windrichting boven de stroomgebieden wordt daardoor oostelijk en dat staat garant voor een langere periode van droog weer.

Pas vanaf de tweede helft van de week na het volgend weekend, dat is vanaf 25 maart, neemt de invloed van het hogedrukgebied op het weer in de stroomgebieden waarschijnlijk af. Maar dat is nog ver weg en of er dan weer regen komt, is nog lang niet zeker. Mogelijk dat de luchtstroming tegen die tijd noordelijk wordt, wat doorgaans weinig regen oplevert, maar wel lagere temperaturen.

Rijn stijgt licht, tot circa 9,3 m NAP, daarna weer snel dalend tot onder 9 m.

De regen van de afgelopen dagen levert de Rijn een paar honderd m3/s extra water op. Vooral in het stroomgebied van de Moezel viel op vrijdag en zaterdag vrij veel regen toen een langgerekt regengebied daar voor langere tijd stil bleef hangen. De hoogste stand wordt bij Koblenz, waar de Moezel in de Rijn uitmondt, komende nacht verwacht en dit water is dan over een dag of 2 tot 3 bij Lobith. In het zuiden van Duitsland viel ook wel wat neerslag maar dit leverde slechts een bescheiden stijging op in de Bovenrijn.

In de Alpen viel ook neerslag en daar was het al vanaf ca 600 m sneeuw. Boven de 2000 m viel een verse laag van circa 50 cm. De meeste sneeuw viel echter aan de zuidkant van de Alpen met lokaal bijna 1 m. Hier gaat de Po van in Italië; als de sneeuw daar in april en mei gaat smelten. Het sneeuwdek aan de noordzijde van de Alpen, waar de Rijn zijn water van ontvangt, is nu ongeveer gemiddeld en lokaal iets minder dan gemiddeld voor deze tijd van het jaar. De grafiek hieronder geeft de ontwikkeling van het sneeuwdek voor een meetstation op circa 2150 m hoogte aan de noordzijde van de Alpen. Met enkele horten en stoten is het sneeuwdek daar uitegkomen op het langjarig gemiddelde.

Scherm­afbeelding 2026-03-15 om 11.36.37.png

Ontwikkling van het sneeuwdek deze winter aan de noordzijde van de Alpen op ca 2.150 m3/s.
Ontwikkling van het sneeuwdek deze winter aan de noordzijde van de Alpen op ca 2.150 m3/s.

Vanaf de komende weken gaat hogerop in de Alpen de eerste sneeuw smelten en het smeltseizoen duurt daar tot begin juni als ook de sneeuw boven de 2500 tot 3000 m aan de beurt is om de Rijn van smeltwater te gaan voorzien. Niet al de sneeuw die daaar is gevallen levert trouwens smeltwater op. Vooral als het zonnig weer is en de temperatuur tot boven nul graden stijgt, kan de sneeuw ook meteen verdampen en dan is er dus geen smeltwater. Vooral als de maanden april en mei zonnig verlopen gaat er zo voor de Rijn veel smeltwater verloren.

Dat het sneeuwdek nu een ongeveer gemiddelde dikte heeft, hoeft dus nog niet te betekenen dat de Rijn in het voorjaar ook de gemiddelde hoeveelheid smeltwater mag ontvangen. Het is vooral opletten hoe dominant de hogedrukgebieden worden in de komende maanden, want dat zijn de brengers van zonnig weer waardoor de sneeuw verdampt zonder dat het smeltwater wordt.

De waterstand bij Lobith daalde afgelopen week tot net onder de 9 m NAP (en de afvoer tot onder 2000 m3/s) voordat het eerste water van de regen arriveerde. Inmiddels bedraagt de stand ongeveer 9,1 m NAP en daar komt de komende dagen nog zo'n 20 cm bij. Op dinsdag en woensdag verwacht ik een stand van ongeveer 9,3 m NAP en een afvoer van ca 2.200 m3/s. Dit is een voor de tijd van het jaar iets lager dan gemiddelde afvoer; die bedraagt namelijk ongeveer 2.500 m3/s. Daar gaat de Rijn de komende tijd ruim onder zakken, want vanaf woensdag zet de daling weer in, met de eerste dagen zo'n 10 tot 15 centimeter per dag.

In de loop van de vrijdag verwacht ik dat de 9 m (en 2.000 m3/s) weer wordt onderschreden en omdat het voorlopig langere tijd droog blijft, gaat de stand nu verder gaan dalen dan de afgelopen week. In de loop van de week na het komend weekend (rond 25/3) kan, bij een dan iets langzamere daling, de 8,5 m NAP (afvoer 1.600 m3/s) bereikt worden. Of de daling ook daarna nog doorzet is nu nog niet met zekerheid te zeggen; dat hangt ervan af of het rond die tijd weer natter gaat worden in het stroomgebied. Voorlopig ziet het daar overigens niet echt naar uit, dus als ik een inschatting moet geven, dan verwacht ik ook na 25 maart nog een verdere, lichte daling van de waterstanden.

Maas steeg wat verder dan verwacht, tot ca 650 m3/s, maar gaat vanaf nu weer snel dalen.

Het stroomgebied van de Maas lag precies binnen de zone waar de afgelopen dagen de meeste viel en in een groot deel van de Ardennen viel meer dan 30 mm regen, lokaal zelfs 40 mm. Voor de regen uit was de afvoer op 13 maart bij Maastricht gedaald tot ca 300 m3/s en de regen leverde een snelle stijging op tot tussen de 650 en 700 m3/s op zaterdag. Ook vandaag blijft de afvoer nog boven de 600 m3/s, maar omdat het inmiddels al weer enige tijd droog is in de Ardennen, zet later vanmiddag de daling weer in.

Voorlopig blijft de afvoer dan dalen want de komende week tot 10 dagen vooruit wordt er vrijwel geen regen verwacht. Op dinsdag verwacht ik dat de 500 m3/s weer wordt onderschreden, op donderdag de 400 en in het weekend is de afvoer weer terug op het niveau tussen 300 en 350 m3/s. Ook na het komend weekend zet de daling verder door omdat het droog blijft, maar dan met een wat lager tempo. Aan het eind van die week zou dan de 250 m3/s bereikt kunnen worden en het is niet onwaarschijnlijk dat ook daarna de daling nog doorzet omdat er voorlopig geen regen in het verschiet is.

Komende week eerst nog droog en dalende waterstanden, daarna kans op wat regen.

De hoogwatergolven die vorig weekend via Rijn en Maas door Nederland stroomden, zijn inmiddels al lang en breed naar zee afgevoerd en dankzij het droge weer zijn de waterstanden razendsnel gaan dalen. Voorlopig blijft het nog droog en dalen de waterstanden verder, maar over ongeveer een week verandert het weerbeeld weer, wordt het natter en stopt waarschijnlijk de daling. Of dat ook weer een stijging oplevert leest u in het waterbericht.

In de rubriek water inzicht volgen we de hoogwatergolf in de IJssel die via het IJsselmeer naar de Waddenzee moest worden afgevoerd. De aanvoer van ed rivier was daar enige tijd hoger dan de afvoer naar zee, waardoor het meerpeil langzaam steeg.

Water van de week

Droog weer houdt voorlopig aan.

De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een hogedrukgebied boven Oost-Europa. De komende dagen trekt dit weer systeem naar het zuidoosten weg, maar het houdt de eerste dagen nog een uitloper in westelijke richting over Centraal-Europa richting de Azoren. Lagedrukgebieden komen dan vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan dichterbij maar vanwege de hoge druk ten zuiden van ons blijft de invloed voorlopig nog beperkt.

Dat verandert als in de tweede helft van de week dit langgerekte hogedrukgebied in twee stukken opbreekt en lagedrukgebieden zich daartussen kunnen wurmen. Het weer wordt dan een paar dagen bepaald door deze lagedrukgebieden boven centraal Europa maar ook dat lijkt geen lang leven beschoren te zijn want vanaf ongeveer 18 maart lijkt de hoge druk zich weer te gaan herstellen.

Samengevat betekent dat eerst nog een vrijwel droog, vanaf woensdag of donderdag aanstaande een aantal dagen met grotere neerslagkansen maar waarschijnlijk geen grote hoeveelheden regen en vanaf circa 18 maart weer een overgang naar een wat langere droge periode.

Rijn daalt tot onder de 9 m NAP, maar voorlopig niet veel verder.

De Rijn is de afgelopen week snel gedaald, vanaf bijna 13 m op 26/2 naar 9,5 m vanmorgen. Voor zover uiterwaarden waren overstroomd, stromen ze nu ook weer snel leeg. De afvoer meer dan halveerde van ruim 5.500 m3/s naar nog maar 2.300 m3/s op dit moment. Waterstand en afvoer blijven voorlopig nog dalen, maar veel minder snel dan vorige week. De eerste dagen gaat er nog ca 10 cm per dag van de stand af en op woensdag verwacht ik dat de 9 m wordt bereikt. Daarna neemt de daling nog wat verder af om in het weekend tussen 8,8 en 8,9 m NAP uit te komen, bij een afvoer van ca 1.800 m3/s.

In het komend weekend arriveert ook het eerste water van de neerslag die in de tweede helft van de week gaat vallen. Er worden echter geen grote hoeveelheden verwacht en daarom blijft de stijging beperkt tot misschien niet meer dan enkele decimeters. Nu kan zo’n lagedrukgebied boven Centraal-Europa ook nog wel eens voor een verrassing zorgen, maar dat geven de weermodellen nu nog niet aan.

Voorlopig houd ik het daarom op een stand zo rond de 9 meter NAP voor de eerste helft van de week na volgend weekend (16 – 18/3) en daarna waarschijnlijk weer een langzame daling als de hoge druk zich inderdaad weet te herstellen.

Maas daalt nog iets verder, rond volgend weekend wat stijgend.

De piek (van ca 1.300 m3/s) in de Maas ligt al bijna 2 weken achter ons en inmiddels is de afvoer alweer ver gezakt tot net onder de 300 m3/s. De eerste helft van de week blijft het nog droog en daalt de afvoer nog wat verder tot tussen 250 en 275 m3/s. Op woensdag en donderdag kan er al een enkele bui vallen maar geen grote hoeveelheden die invloed gaan hebben op de afvoer.

Dat verandert als op vrijdag een actiever regengebied over de Ardennen trekt, die mogelijk 20 mm regen brengt. Als dat inderdaad valt, dan kan de afvoer weer even snel stijgen naar ca 500 m3/s. Zaterdag is de regen het stroomgebied voorbij, maar er volgen dan nog een paar dagen dat er niet ver ten oosten van de Maas wel aardig wat regen valt onder invloed van de lagedrukgebieden die zich boven centraal Europa ontwikkelen. 

Voorlopig lijkt dat voor de Maas weinig regen op te leveren, maar wellicht volgt er een verrassing. Als we daar niet vanuit gaan, dan daalt de afvoer na de korte opleving weer snel naar ca 300 m3/s na het volgend weekend en als het droge weer dan weer terugkeert dan zet de daling door naar 250 m3/s en lager naar het eind van de weke na volgend weekend.

Water Inzicht

Hoge IJsselafvoer liet het IJsselmeer enkele decimeters stijgen.

De hoogwatergolf die eind vorige week via de Rijn Nederland binnenstroomde had een afvoer van iets meer dan 5500 m3/s. Net na binnenkomst in ons land verdeelt dit water zich over de Waal, die ca. 3.800 m3/s (69%) afvoerde, de Neder-Rijn kreeg 935 m3/s (17%) en de IJssel, ontving met 750 m3/s het kleinste aandeel (14%). We volgen vandaag het water dat via de IJssel naar zee stroomde.

Onderweg door Gelderland en Overijssel ontvangt de IJssel nog water uit tal van zijbeken, zodat er uiteindelijk tijdens de piek van de hoogwatergolf op 2 maart ca 800 m3/s in het IJsselmeer uitstroomde. Daar vlakbij mondt ook de Overijsselse Vecht in het IJsselmeer uit en die voerde op dat moment zo’n 60 m3/s aan en vanuit Drenthe en Friesland werd via gemalen ook nog wat water aangevoerd zodat er in totaal tijdens de piek zo’n 900 m3/s het IJsselmeer bereikte.

Dat betekent dat het watervolume van het meer op één dag met ongeveer 78 miljoen m3/s toeneemt. Het IJsselmeer is ca 1.100 km2 groot en omgerekend is dat een waterschijf van 7 cm dik. Via de sluiscomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand wordt dit water vervolgens op de Waddenzee geloosd, want het is niet de bedoeling dat het waterpeil boven het streefpeil (van -40 cm NAP) uitstijgt.

Dit spuien van het water gebeurt onder vrij verval en kan daarom alleen als het waterpeil op de Waddenzee lager is dan het peil van het IJsselmeer. In de figuur hieronder heb ik aan de hand van de meetgegevens van Rijkswaterstaat de waterstanden uitgezet van het IJsselmeer en de Waddenzee (bij Den Oever). Van het waterpeil in de Waddenzee is alleen het gedeelte weergegeven dat het peil daar lager staat dan NAP.

Scherm­afbeelding 2026-03-08 om 14.02.24.png

Waterstand van het IJsselmeer ten tijde van de hoogwatergolf die vanuit de IJssel in het meer uistroomde en de waterstand van de Waddenzee bij Den Oever.
Waterstand van het IJsselmeer ten tijde van de hoogwatergolf die vanuit de IJssel in het meer uistroomde en de waterstand van de Waddenzee bij Den Oever.

Naast de datum onderaan de grafiek heb ik aangegeven hoe groot de dagelijkse peilstijging zou zijn geweest als gevolg van het instromen van het water uit de IJssel en de Overijsselse Vecht. Uit de metingen blijkt dat het peil, tot aan het moment dat de piek het IJsselmeer bereikt, wel langzaam stijgt, maar gemiddeld met niet meer dan ca 2 cm. Het overige water stroomde naar de Waddenzee uit en in de grafiek is goed te zien dat dat alleen gebeurde in de perioden dat het eb was buitengaats.

Tijdens het spuien daalde het peil in enkele uren tijd zo’n 4 tot 5 cm, om daarna weer langzaam te gaan stijgen als de sluizen gesloten zijn. Op 28 februari was er even een grotere stijging, maar die was het gevolg van de op dat moment harde westenwind die het peil aan de oostkant van het IJsselmeer, waar het meetpunt ligt dat ik gebruikt heb, korte tijd ca 20 m extra opzette. Voor de rest van de periode was er meestal weinig wind, waardoor de peilschommelingen als gevolg van het in- en uitstromen van water vrij goed zichtbaar zijn.

Na 3 maart daalt de gemiddelde stand van het IJsselmeer weer. De instroom van water nam toen langzaam af en ook duurden de laagwaterperioden op die dagen extra lang, omdat de wind uit het oosten waaide en de ebstand extra ver kon uitzakken.

In de volgende grafiek heb ik de waterstand van een langere periode, van circa 3 weken, uitgezet. Als we de groene lijn volgen dan zien we dat de instroom van het extra water rond eind februari voor een relatief hoog peil zorgde van het IJsselmeer. Het streefpeil tijdens de winter bedraagt namelijk -40 cm NAP en tijdens de periode van hoogwater steeg het peil zelfs tot boven het zomerpeil, dat min 20 cm NAP bedraagt.

Scherm­afbeelding 2026-03-08 om 13.08.47.png

Waterstand van het IJsselmeer inclusief de 2 weken voorafgaand aan de hoogwatergolf. In blauw bovenaan de waterschijd die dagelijks door de IJssel en de Overijsselse Vecht wordt aangevoerd.
Waterstand van het IJsselmeer inclusief de 2 weken voorafgaand aan de hoogwatergolf. In blauw bovenaan de waterschijd die dagelijks door de IJssel en de Overijsselse Vecht wordt aangevoerd.

In het peilbesluit van het IJsselmeer is vastgelegd dat de overgang van winter- naar zomerpeil plaatsvindt halverwege maart. Dit jaar gebeurde dat door de instroom van het hoge water al wat eerder, maar ik verwacht niet dat dat nu al de bedoeling is en je ziet ook aan het eind dat het peil weer terugzakt. Boven op het zomerpeil is het trouwens mogelijk om nog circa 10 cm extra water op te zetten (de bovenste streepjeslijn). Dit peil wordt vooral ingesteld als de verwachting is dat er een langere periode van lage afvoeren aanbreekt in het voorjaar of de zomer; bijvoorbeeld als er weinig sneeuw in de Alpen ligt.

Op dit moment zijn de sneeuwhoeveelheden in de Alpen ongeveer gemiddeld, maar het was wel een relatief droge winter in delen van Duitsland en de waterstanden in de zijrivieren van de Rijn zakken in Duitsland na het laatste piekje ook alweer snel terug. Het is daarom niet onverstandig om misschien nu al een wat hoger peil aan te gaan houden. Mocht later toch weer een nattere periode aanbreken dan kan daar vooruit altijd wel weer een paar dagen extra gespuid worden om het peil wat te laten zakken.

In de figuur heb ik bovenaan in blauw de dikte van de waterschijf aangegeven die in deze periode door de rivieren dagelijks werd aangevoerd. Van 13 t/m 17 februari liep dat al wel langzaam op, maar de piek in het meerpeil die toen in korte tijd ontstond was het gevolg van de noordwestenwind. Vanwege de wind bleef het peil op 16 en 17 februari in de Waddenzee de hele dag boven NAP en er kon toen ca 48 uur niet gespuid worden. Dit leidde ertoe het IJsselmeerpeil ca 10 cm steeg en daarbovenop zorgde deze harde wind op 17 februari ook nog voor ca 20 cm peilopzet aan de oostkant van het meer.

Het kwam goed uit dat op 18 februari de wind naar het oosten draaide en het waterpeil in de Waddenzee meteen ver daalde. Er kon extra lang gespuid worden en het overschot in het IJsselmeer werd weer afgevoerd naar zee. Ondertussen was de afvoer van de IJssel langzaam verder gaan toenemen en steeg dankzij een zuidwestelijke wind het peil in de Waddenzee ook weer wat. De tijd dat er gespuid kon worden werd weer korter en het peil in het meer liep langzaam verder op. De stand is pas weer gaan dalen na de piek op 2 maart, toen zowel de aanvoer vanuit de IJssel snel afnam en de wind op zee zich rustig hield.

De afgelopen periode van 4 weken was zeker niet uniek: de afvoer uit de IJssel en Overijsselse Vecht bedroeg samen ongeveer 900 m3/s, maar bij een meer extreme hoogwatersituatie waarbij de Rijn zo’n 12.000 m3/s aanvoert (zoals in 1995 het geval was) en de Overijsselse Vecht ook een hoge afvoer heeft, dan kan dit ook het dubbele zijn. In die situatie stijgt het meerpeil ook dubbel zo snel, met ca 15 cm per dag. Mocht zo’n periode samenvallen met enkele dagen dat er niet of weinig gespuid kan worden, dan kan het meerpeil wel 1 m stijgen.

En als er dan ook nog een (noord)westerstorm opsteekt, en dat hoeft niet eens een heel zware te zijn, dan kan het peil aan de oostkant van het IJsselmeer daarbovenop in korte tijd nog 1 meter extra stijgen. Dit scenario is nog nooit opgetreden, maar een zo hoge rivierafvoer al wel een paar keer; dus is de kans zeker aanwezig dat het in de toekomst nogmaals gebeurt en dat het dan net wel een keer stormt.

Dit scenario is overigens nog niet eens het meest extreme waar door Waterschappen en Rijkswaterstaat rekening mee wordt gehouden. Voor de Rijn gaat men daarbij uit van een nog hogere afvoer(tot 16.000 m3/s). Via de IJssel levert dit samen met de Overijsselse vecht een nog ca 25% grotere aanvoer op in het IJsselmeer en daarmee een peilopzet van ca 20 cm per dag. Het is voor die situatie in combinatie met een zware storm dat de dijken rondom het IJsselmeer op voldoende sterkte moeten worden gebracht.

Alsof dat nog niet genoeg is moeten we in de verwachtingen voor de toekomst ook nog rekenen met een steeds sneller stijgende zeespiegel. Dat zorgt ervoor dat de tijd dat er bij de Afsluitdijk IJsselmeerwater naar de Waddenzee kan worden gespuid ook nog eens steeds korter wordt. Alleen al de huidige zeespiegelstijging zorgt ervoor dat per jaar er tijdens een laagwaterperiode gemiddeld een paar minuten korter gespuid kan worden. Wat dat op termijn voor gevolgen heeft, was in de winter van 23/24 al even te zien.

De IJsselafvoer was toen vrij hoog, met een afvoer die gemiddeld eens in de 10 jaar optreedt, en het was dagenlang hoogwater op de Waddenzee zodat er nauwelijks gespuid kon worden. Het peil van het IJsselmeer steeg toen extra ver zodat veel oeverzones met bv haventerreinen en (langs het Markermeer) ook buitendijks gelegen woningen overstroomden.

Om dit soort overlast het hoofd te bieden zijn medio 2024 zes grote pompen geïnstalleerd bij Den Oever, die een deel van het overschot aan water kunnen wegpompen naar de Waddenzee. Daarmee hebben we afscheid genomen van het principe om al het water onder vrij verval te kunnen spuien. Met de verdere stijgende zeespiegel in het vooruitzicht, zal de tijd van onder vrij verval spuien veder afnemen en zal nog veel meer pompcapaciteit moeten worden geinstalleerd om het IJsselmeerpeil binnen de perken te houden. Of we zullen moeten accepteren dat het peil soms wat verder stijgt dan we prettig vinden.

Langdurig droog en sterk dalende waterstanden

Na een paar natte weken is het weerpatroon omgeslagen en we hebben de komende weken weer met droge omstandigheden te maken. De hoogwatergolven die nu door de Rijn en Maas richting zee bewegen zullen we weer snel vergeten zijn want er breekt een periode aan van flink dalende waterstanden. In het water bericht leest u hoe ver de waterstanden mogelijk kunnen gaan dalen.

In de rubriek Water Inzicht laat ik zien hoe de gemiddelde afvoeren in de winter van de Rijn zijn toegenomen; wat te verwachten is, want de winters zijn natter geworden. Maar de oorzaak van deze toename blijkt toch een verrassing in petto te hebben.

Water van de week

Hogedrukgebieden nemen het stokje weer over en dat kan wel even duren.

In het begin van de afgelopen week was het nog een komen en gaan van regengebieden en er viel toen zelfs meer regen dan zondag vorige week nog was verwacht, waardoor de waterstanden nog wat hoger uitpakten dan in mijn bericht van vorige week. In dat bericht leek het er ook nog op dat het natte weer, met een wat lagere intensiteit, ook deze week en komende week nog door zou kunnen zetten maar ook dat pakte anders uit. Het hogedrukgebied dat eerder boven Zuid-Europa lag, breidt zich meer uit naar onze omgeving en dat houdt regengebieden voorlopig op grote afstand. De meeste tijd ligt de kern van hogedruk ten oosten van ons waardoor we te maken krijgen met een vrij zachte zuidelijke tot zuidwestelijke stroming, die voor lenteachtig weer zorgt.

Regen lijkt er de eerste week niet van te komen en de eerste neerslagsignalen laten de modellen pas weer zien vanaf dinsdag na het komend weekend. De dagen daarna zou er iedere dag wel wat regen kunnen vallen maar serieuze hoeveelheden worden voorlopig niet verwacht. Daarbij is het ook nog zover weg in de verwachting dat het ook nog anders uit kan pakken en misschien verloopt de tweede week ook wel grotendeels droog.

Het weerbeeld lijkt wel wat op dat van vorig voorjaar toen ook vanaf eind februari een droge periode aanbrak en er in maart zo goed als geen druppel regen viel. Zo droog als toen lijkt het nu waarschijnlijk niet te gaan worden, maar het is ook niet uitgesloten. Van alle seizoenen is het voorjaar de periode van het jaar die het minst natter is geworden. Dat geldt dan overigens wel vooral voor de maand april en minder voor maart maar goed, vorig jaar bleek dat ook maart zeer droog kan uitpakken.

Rijn daalt de komende week snel, aan het eind van week weer onder 10 m.

In de Rijn passeerde afgelopen week een hoogwatergolf. Sinds De Rijn op 13 februari was gaan stijgen, volgden er maar liefst 3 pieken, die ieder steeds iets hoger werden: de eerste tot 11,85 m, de tweede tot 12,24 m en de derde kwam tot 12,97 m NAP bij Lobith. Bij deze waterstand overstromen al flinke delen van de uiterwaarden voor zover die buiten de zomerkaden liggen en wie langs de rivier woont of met trein of auto de rivier ergens overstak zal de grote watermassa’s zijn opgevallen.

De afvoer steeg tijdens de piek op 26/2 tot 5515 m3/s, ruim 4 keer zoveel als twee weken eerder. Dat lijkt heel wat maar toch is dit nog een bescheiden hoogwatergolf die In de totale ranglijst van hoogwatergolf en sinds 1901 op de 159e plaats uitkomt. Het is daarmee een waterstand die gemiddeld iets meer dan één keer per jaar voor kan komen. Op vrijdag en zaterdag daalde de waterstand nog maar langzaam omdat er ook nog vrij veel water vanuit Zuid-Duitsland onderweg was, wat de daling nog even vertraagde.

Inmiddels is dat golfje voorbij en gaat de waterstand de komende dagen snel dalen met meer dan 50 cm per dag op maandag en dinsdag. Op dinsdag komt de waterstand alweer onder de 11 m uit. Daarna gaat de daling wat langzamer, met circa 30 cm per dag, waardoor op vrijdag waarschijnlijk de 10 m onderschreden wordt. In en na het volgend weekend vertraagt de daling nog wat meer, maar de kans is groot dat in het midden van de week na het volgend weekend, dat is tussen 10 en 12 maart, ook de 10 m weer onderschreden wordt.

Dat zou betekenen dat de waterstand in minder dan twee weken ruim 3 weken meter zal zijn gedaald en dat we dan alweer met lager dan gemiddelde waterstanden te maken hebben. Mogelijk dat er rond 10 maart weer wat regen kan komen in het stroomgebied waardoor de daling daarna verder vertraagt, of dat er weer een lichte stijging volgt. De kansen daarop lijken voorlopig echter niet zo groot; volgende week zal daarover meer duidelijkheid te geven zijn.

Maas daalt snel verder tot onder 300 m3/s.

In de Maas ontstond ook een hoogwatergolf die maandag al bij Maastricht het land binnenstroomde. De afvoer steeg tot 1.335 m3/sen net als bij de Rijn is dit een hoogwater dat gemiddeld zo eens in het jaar voorkomt. Bij de Maas overstromen de uiterwaarden doorgaans pas boven de 1500 tot 1700 m3/s, dus op veel plaatsen bleef het water in het zomerbed. Behalve in gebieden waar de uiterwaarden in de afgelopen jaren zijn verlaagd ten behoeve van de hoogwaterveiligheid, zoals langs de Grensmaas en verder stroomafwaarts bij Ooijen-Wanssem. Dat laatste gebied ligt niet ver van Venray en hier zijn hoogwatergeulen aangelegd en is een oude arm van de Maas gerevitaliseerd. Ook verder stroomafwaarts zijn er nevengeulen gegraven en uiterwaarden verlaagd die nu ook zullen zijn overstroomd.

De komende week wordt in het geheel geen regen verwacht in het stroomgebied en de afvoeren die bij Maastricht alweer tot onder de 700 m3/s zijn gezakt, zullen voorlopig blijven dalen. Op dinsdag verwacht ik dat de 500 m3/s weer wordt onderschreden, op donderdag de 400 en in het weekend kan de 300 m3/s alweer bereikt worden. Vanaf het weekend zet de daling verder door, maar dan wel veel trager, naar 250 m3/s en, mocht het ook dan nog droog blijven dan kan medio maart ook de 200 m3/s worden bereikt. Maar misschien valt er medio volgende week toch wel weer wat regen en in dat geval zal de daling worden vertraagd of omslaan in een lichte stijging. Een grotere stijging wordt voorlopig niet verwacht.

Water Inzicht.

Op zoek naar wat de toename van de hogere gemiddelde winterafvoeren veroorzaakt.

De afvoer van de Rijn in de afgelopen winter lied twee verschillende kanten zien: in december en januari was deze relatief laag in februari juist aan de hoge kant. Gemiddeld over deze 3 maanden kwam de afvoer daarmee op circa 2.200 uit, wat bijna 20% lager is dan het langjarig gemiddelde dat tegenwoordig ca 2.750 m3/s bedraagt. Deze toename sluit mooi aan bij het feit dat de winters als gevolg van klimaatverandering natter zijn geworden en omdat in de winter, bij gebrek aan verdamping, een groot deel van de neerslag tot afstroom komt, vertaalt dat zich automatisch in hogere Rijnafvoeren.

De bovenste grafiek hieronder laat de neerslagsom zien voor de winter in Duitsland en als we het langjarig gemiddelde volgen (de dunne zwarte lijn) dan blijkt dat de hele vorige eeuw gestegen te zijn, naar een ca 20% hoger niveau in deze eeuw. Met name in de winter komt een groot deel van het Rijnwater uit Duitsland en dan vooral tijdens de perioden met wat hogere afvoeren.

neerslag Du tm 2026.jpg

Neerslag in de winter in Duitsland van jaar tot jaar en het langjarig gemiddelde
Neerslag in de winter in Duitsland van jaar tot jaar en het langjarig gemiddelde

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 15.14.11.png

Gemiddelde winterafvoer van de Rijn bij Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.
Gemiddelde winterafvoer van de Rijn bij Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.

Als we de grafiek van de gemiddelde winter afvoeren ernaast zetten (onderste grafiek hierboven) dan zien we dat de trendlijn duidelijk oploopt. Ook het 30-jarig gemiddelde is in de grafiek aangegeven en deze is goed te vergelijken met de veranderingen in neerslag in Duitsland. Het afgelopen jaar lag duidelijk onder dit langjarig gemiddelde, maar erg laag was het ook weer niet. In het verleden waren er zelfs winters met een gemiddelde afvoer van niet veel meer dan 1.000 m3/s.

In de grafiek vakt op dat er in het verleden veel meer winters waren met een lage winterafvoer. In de volgende grafiek heb ik afname nog wat verder uitgewerkt aan de hand van het aantal dagen dat in de winter de afvoer onder de 1.200 m3/s blijft. Voor de winter is dat een situatie die niet zo vaak voorkomt, gemiddeld met ongeveer 10 dagen per jaar. De grafiek laat zien dat dit aantal sterk schommelt van jaar tot jaar, met soms meer dan 50 dagen, maar vaak komt het ook helemaal niet voor.

Om langjarige veranderingen in deze schommelingen in beeld te brengen heb ik ook het 30-jarig gemiddelde weergegeven. Daaruit blijkt dat er een opvallende afname heeft plaatsgevonden van ca. 18 dagen in het midden van de vorige eeuw naar nog maar 6 op dit moment. De afgelopen winter, die langdurig vrij lage afvoeren kende, had 13 van deze dagen met een afvoer kleiner dan 1500 m3/s. Dat is veel volgens het huidige gemiddelde, maar zou dus medio vorige eeuw juist wat aan de lage kant van het gemiddelde zijn geweest.

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 15.21.35.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith kleiner dan 1200 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith kleiner dan 1200 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

De trend is dus duidelijk: de winters zijn natter en lage afvoeren komen veel minder vaak voor. Tot zover verloopt alles volgens verwachting. Maar naast dat er minder lage afvoeren zijn, verwachten we ook dat er vaker hoge afvoeren zullen voorkomen als gevolg van het natter wordende klimaat in de winter. De kans op perioden met veel regen neemt namelijk toe als het natter wordt en de verwachting ligt dan voor de hand dat ook het aantal dagen met een hoge afvoer toeneemt. De volgende grafiek laat zien hoe het aantal dagen met een verhoogde afvoer is veranderd. Ik heb gekozen voor een afvoer van 5.500 m3/s, dat is een hoogwatersituatie zoals we afgelopen week hebben meegemaakt.

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 14.40.10.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith groter 5500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith groter 5500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

Gemiddeld over de hele meetreeks komt het aantal dagen >5.500 m3/s uit op ca 5 dagen per jaar, maar de laatste decennia zien we hierin geen toename. Het langjarig gemiddelde neemt zelfs duidelijk af en is na een periode eind vorige eeuw dat het 30-jarig gemiddelde bij 7 dagen lag, nu gedaald naar 4. Ook de nog hogere afvoeren (geen grafiek) blijken duidelijk minder voor te komen. Zo was het aantal dagen met een afvoer boven de 8.000 m3/s gedurende de laatste 30 jaar ook de helft minder dan het langjarig gemiddelde. Maar dit zijn altijd al vrij zeldzame gebeurtenissen, met in sommige jaren grote uitschieters, wat het vaststellen van trends lastig maakt. Daaarom heb ik me hier gebaseerd op de afvoeren van >5.500 m3/s die wat vaker voorkomen.

Zowel het aantal dagen met een lage afvoer als met een hoge afvoer neemt dus af in de afgelopen decennia. Dat kan alleen maar betekenen dat het aantal dagen met een minder extreme afvoer toeneemt en dat blijkt ook als we een grafiek maken van het aantal dagen met een afvoer rond het langjarig gemiddelde (25% boven en onder 2.750 m3/s).  Uit deze grafiek blijkt het aantal dagen dat de afvoer zich binnen deze range bevindt fors te zijn tegenomen: van minder dan 30 een jaar of 50 geleden naar 40 op dit moment. 

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 14.40.36.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith tussen 2000 en 3500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith tussen 2000 en 3500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

Uit deze analyse van het aantal dagen met een lage en hoge afvoer blijkt dus dat de Rijnafvoeren de laatste decennia minder vaak de uitersten opzoeken. Het blijkt dat de dagen met lage afvoeren veel minder vaak voor komen, maar ook de hoge afvoeren zijn zeldzamer geworden. In plaats daarvan vinden we de afvoeren in de wintermaanden steed vaker rondom het langjarig gemiddelde.

Dat het langjarig gemiddelde oploopt, zoals de eerste afvoergrafiek hierboven laat zien, is dus niet het gevolg van hogere afvoeren die vaker voorkomen, maar in de eerste plaats van de lage afvoeren die minder vaak voorkomen. De hoge afvoeren verminderen dit effect eigenlijk nog iets omdat zij minder vaak voorkomen. maar omdat de veranderingen bij de lage afvoeren nog groter zijn dan die bij de hoge afvoeren loopt de gemiddelde winterafvoer toch gestaag op. 

Hoogwaterbericht

Een extra bericht met een korte update van de hoogwatersituatie. De waterstanden pakken namelijk iets hoger uit dan ik zondag aankondigde. De Rijn kan stijgen naar ca 13 m op donderdag en de Maas kwam ook hoger uit, maar die piek is Maastricht alweer gepasseerd. De verwachting voor na de piek verandert echter niet, er breekt een wat langere vrij droge periode aan waardoor de waterstanden weer sterk gaan dalen.

Weersituatie.

Vooral in de nacht van zondag op maandag viel er meer regen dan waar ik vanuit ging. Dit betrof vooral de Ardennen en het midden van Duitsland. Maandag viel er ook nog regen, maar vandaag is de meeste regen naar het zuidoosten weggetrokken en de komende dagen verlopen meest droog. Dat blijft het tot zaterdag, als een regengebied ten zuiden van Nederland langstrekt. Heel veel regen wordt daar echter niet uit verwacht en dat zal dan niet veel invloed meer hebben op de waterstanden, die tegen die tijd trouwens alweer aardig gezakt zijn. Na komend weekend zijn de verwachtingen nog wat droger geworden dan waar het zondag naar uitzag. De kans op een natte periode en weer stijgende waterstanden is daarom nog verder afgenomen.

Rijn.

Met name de Noord-Duitse zijrivieren van de Rijn stegen door de regen van zondag meer dan verwacht en dat leverde al met al zo’n 500 m3/s extra water op, goed voor een stijging van ca 50 cm extra bij Lobith. Na het vorige piekje van 12,25 m op zondag is de stand gisteren ca 10 cm gezakt, maar inmiddels weer gaan stijgen. De pieken in de noordelijke zijrivieren van de Rijn zijn voor een deel al weer over hun hoogste punt heen. Zo bereikte de Moezel, de belangrijkste zijrivier, vannacht zijn hoogste stand en daar zet de daling nu weer in. Bij Koblenz waar Rijn en Moezel samenkomen wordt de hoogste stand vandaag rond het middaguur verwacht; vanaf daar is het nog 2 dagen naar Lobith. De piek bij Lobith verwacht ik daarom op donderdag rond het middaguur. De stand zal dan opgelopen zijn tot ca 13 m NAP (+ of – 10 cm). De afvoer is dan opgelopen tot ca. 5.500 m3/s. Vrijdag daalt de stand weer iets, maar nog niet meer dan ca 10 cm. Daarna gaat de daling versnellen en op zaterdag 28/2 verwacht ik dat de 12,5 m weer onderschreden wordt en maandag 2/3 de 12 m. Daarna gaat de daling nog wat sneller verder en wordt op woensdag 4 of donderdag 5/3 de 11 m weer onderschreden.

Maas.

De Maas steeg door de extra regen op zondag ook meer dan ik had verwacht. Die stijging begon al meteen in de nacht naar maandag en gisteren werd bij Maastricht al de hoogste afvoer bereikt van ca 1350 m3/s. Zo bereikte de Maas onverwacht toch nog de afvoer die gemiddeld jaarlijks wel een keer wordt bereikt. Inmiddels is de afvoer weer wat gaan dalen en omdat het de komende 3 dagen droog blijft, zal dat vrij snel gaan. In een dag of 2 wordt de 1000 m3/s waarschijnlijk alweer onderschreden en ook daarna zet de daling nog snel door. Vrijdag en zaterdag ligt een regengebied ten zuiden van de Ardennen.  Mogelijk brengt dat nog wel voldoende regen om de daling van de afvoer op zaterdag en zondag wat te vertragen. Een nieuwe stijging is echter onwaarschijnlijk. Na het weekend ziet het er aar uit dat het langere tijd vrijwel droog blijft, zodat de afvoer dan kan blijven dalen. Tegen het eind van volgende weke kan dan de 500 m3/s weer bereikt zijn.

Abonneren op