U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Droge periode houdt voorlopig aan, dalende waterstanden

April verloopt dit jaar anders dan zijn voorgangers. Het is namelijk veel koeler dan in vorige jaren, maar dat heeft er niet toe geleid dat de hoeveelheid neerslag anders is dan in eerdere jaren. Ook dit jaar lijkt april een droge maand te gaan worden, niet zo droog als vorig jaar, maar wel droger dan gemiddeld. Vooral in het stroomgebied van de Rijn is het droog gebleven en dat zorgt er nu voor dat de waterstand de komende 2 weken flink blijft dalen. De Maas ontving in het begin van de week nog wel wat extra water, maar zal de komende week ook blijven dalen naar lage waarden voor de tijd van het jaar. In het waterbericht leest u tot hoe ver de waterstanden gaan dalen de komende tijd.

In de rubriek water inzicht ga ik wat dieper in op de aprildroogte. Deze past namelijk in een trend en in de grote rivieren zijn de gemiddelde waterstanden al enkele decennia aan het dalen. Dat leidt echter niet tot het vaker voorkomen van erg lage afvoeren in deze tijd van het jaar, daarvan is de trend namelijk juist dat ze steeds minder vaak voorkomen.

water van de week

Voorlopig geen regen van betekenis

Boven het noorden van de Atlantische Oceaan is de luchtdruk al wekenlang relatief hoog en dat zorgt voor een noordelijke stroming die tot diep in West Europa doordringt. Op zo nu en dan wat buien na is het een vrij droge luchtstroming. De kans is groot dat deze stroming ook de rest van de maand april nog aanhoudt en dat betekent dat er niet veel neerslag meer bij zal komen.  

In een groot deel van het land is tot nu toe zo'n 3 cm neerslag gevallen, wat minder is dan het langjarig gemiddelde dat ca 4,5 cm bedraagt. Nu is 4,5 cm ook al niet veel, want in de meeste maanden valt in Nederland zo'n 7 tot 8 cm. In het zuiden van het land is trouwens wel wat meer regen gevallen, dankzij een front dat rond 10 april vanuit het zuiden geprobeerd heeft de kou te verdrijven. De kou is uiteindelijk niet verdreven, maar het leverde in Brabant en Limburg wel zo'n 1,5 cm extra regen op, waardoor lokaal wel de normale aprilsom werd bereikt.

De komende week houdt het hogedrukgebied op de Oceaan zijn greep op ons weer en blijft de stroming meestal noordelijk tot noordoostelijk. Op maandag en dinsdag ontstaan er wat buien boven midden Duitsland die ook het oosten van nederland kunnen bereiken, maar veel regen wordt niet verwacht. Ook in de stroomgebieden valt niet genoeg regen om de waterstanden te laten stijgen en daarom zet de huidige daling nog wel enige tijd door. Waarschijnlijk tot eind april.

Rijn daalt bij Lobith naar onder de 8 m +NAP

De Rijn schommelt de hele maand april al tussen de 8,5 en 8.75 m +NAP, ca 1 m lager dan de normale waterstand rond deze tijd van het jaar. De regen die uit het front viel dat rond 10 april over het zuiden van Nederland en Midden Duitsland trok, leverde ook voor de Duitse zijrivieren, die ten noorden van Koblenz in de Rijn uitmonden, wat extra water op en daarom steeg de waterstand deze week tot ca 8,95 m +NAP. De afvoer steeg tot iets boven de 1900 m3/s, maar bleef ondanks de stijging nog ruim onder het langjarig gemiddelde van ca 2500 m3/s.

Inmiddels is het al weer een week droog in het stroomgebied en omdat, dankzij het koude weer, de sneeuw in de Alpen nog niet smelt, is de Rijn aan een langdurige daling begonnen. Dagelijks daalt de stand bij Lobith eerst nog met zo'n 10 cm, later neemt dat af naar 5 cm. Op maandag of dinsdag aanstaande wordt de 8,5 m weer onderschreden en tussen 27 en 29 april zal ook de 8 m weer worden bereikt. De afvoer bedraagt ju nog ca 1750 m3/s en daalt dagelijks met zo'n 75 tot 50, later afnemend naar 25 m3/s. Rond de 22e april zal de afvoer weer onder de 1500 m3/s zakken. Waarschijnlijk zet de daling door tot in de eerste dagen van mei. De waterstand zal dan tot ca 7,9 m +NAP zijn gezakt en de afvoer tot 1300 m3/s.

De laatste verwachtingen van het Europese weermodel tonen voor de laatste dagen van april een grotere regenkans in de Alpen. Als dat uitkomt, dan zou vanaf begin mei de waterstand van de Rijn bij Lobith weer kunnen gaan stijgen, maar dit is voorlopig nog erg onzeker.

Maas daalt de hele week langzaam verder naar ca 150 m3/s

De Maas had aan het begin van de week een klein piekje van ca 400 m3/s, dankzij de intensieve regenzone die rond 10 april boven de Ardenne had gelegen. Deze afvoer is maar net iets boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar en inmiddels is de afvoer daar met ca 200 m3/s al weer ruim onder gezakt. 

De komende dagen zet de daling langzaam door, maar dankzij de neerslag van vorige week is er nog wel wat water onderweg, dus het gaat maar langzaam. Ook is er vanwege de lage temperaturen nog niet zoveel verdamping. Daarom verwacht ik dat de afvoer deze week langzaam verder zakt en volgend weekend tussen de 150 en 175 m3/s zal zijn uitgekomen. Ook na het volgend weekend wordt nog geen regen verwacht en de daling zal daarom doorgaan tot eind april of begin mei. 

Water inzicht

Aprildroogte merkbaar in heel het stroomgebied van Rijn en Maas

In het waterbericht van twee weken terug schreef ik over de maand april, die als een van de weinige maanden steeds droger is geworden in de afgelopen decennia. Dat vertaalt zich in Nederland in al vroeg in het jaar dalende grondwaterstanden, maar ook in de rivieren is dit te merken en daar vertaalt zich dat in een lagere gemiddelde waterstand in de voorjaarsmaanden.

April is niet altijd zo'n droge maand geweest; in de periode tussen 1960 en 1990 viel er juist vrij veel regen in het stroomgebied en toen had de Rijn in het voorjaar juist vaak een vrij hoge afvoer. Pas in de laatste 30 jaar is april snel droger geworden en dit jaar draagt daar ook aan bij.

In de figuur hieronder is de gemiddelde afvoer van de Bovenrijn bij Lobith weergegeven voor de periode van 15 maart t/m 15 juli. In de figuur is met een streepjeslijn het gemiddelde over de hele meetperiode weergegeven. Deze loopt in de eerste 2 maanden langzaam af van ca 2600 m3/s naar 2200 m3/s, om daarna een maand licht op te lopen tot een hoogste waarde rond de zomerwende, om daarna weer verder te gaan dalen. In de figuur zijn daarnaast ook de gemiddelde afvoeren weergegeven van de 4 perioden van 30 jaar tussen 1901 en 2020.

De donkerrode lijn geeft de periode weer die nu juist is afgesloten en daarin is zichtbaar dat in april deze periode de laagste was uit de hele meetreeks. Gedurende deze 30 jaar lag het gemiddelde zo'n 200 m3/s onder het gemiddelde van de meetreeks. 

In de laatste 30 jaar is de afvoer in april dus erg laag geweest, maar als we naar de andere perioden kijken van 30 jaar, dan is het niet zo dat dit een gestaag dalende trend is. In de periode voorafgaand aan de huidige (1961-1990) lag de gemiddelde afvoer namelijk opvallend hoog. Vooral in de 80-er jaren waren er veel natte voorjaren en dat heeft de lijn sterk opgetild tot gemiddeld 200 m3/s of meer boven het langjarig gemiddelde.

De periode daarvoor (1931-1960) was juist weer aan de droge kant en toen hadden vooral de maanden mei en juni een erg lage afvoer. De eerste 30-jarige periode uit de meetreeks was weer wat natter, maar niet zo nat als de voorlaatste periode. Het opvallende in de meetreeks van de Rijn is dus dat er geen doorgaande trend in zichtbaar is, maar eerder een sterk wisselend verloop, waarbij perioden met natte en droge voorjaarsmaanden elkaar in een cyclus van ongeveer 30 jaar lijken op te volgen. Maar op grond van 4 perioden is dit niet met zekerheid te zeggen of zo'n cyclus inderdaad bestaat.

Verloop voorjaar Rijn.png

Variatie in de gemiddelde Rijnafvoeren bij Lobith tussen de 30-jarige perioden 1901-1930, 1931-1960, 196101990 en 1991-2020. Ook het gemiddelde over de hele periode is weergegeven.
Variatie in de gemiddelde Rijnafvoeren bij Lobith tussen de 30-jarige perioden 1901-1930, 1931-1960, 196101990 en 1991-2020. Ook het gemiddelde over de hele periode is weergegeven.

De huidige droogte in april en daarmee samenhangende lage afvoeren betekent niet dat de maanden mei en juni daarna ook een lage afvoer kennen. Vanaf eind april gaat het gemiddelde namelijk weer vrij sterk omhoog en in de eerste helft van juni kende de periode van 1991 tot 2020 zelfs de op een na hoogste gemiddelde afvoeren. Dat duurde echter niet lang, want in de loop van de zomer daalde de meest recente periode weer vrij sterk naar juist de laagste waarden.  

De droogte in april zorgt er voor dat de Rijn tegenwoordig vaker in het voorjaar al onder de 1500 m3/s zakt. Dit is meestal een hoeveelheid die pas later in de zomer wordt onderschreden, maar als het lang droog is in het voorjaar kan dat dan ook al gebeuren. In de figuur hieronder is voor iedere dag van het jaar het percentage weergegeven dat de afvoer op die dag onder de 1500 m3/s was gezakt. Daarbij zijn 2 perioden onderscheiden, de periode tot 1980 en na 1980. 

Duidelijk is de piek te zien die in april aanzwelt en rond 7 mei bij ca 25% uit komt. Dit is het gevolg van de lage afvoeren die de laatste tijd in april steeds vaker optreden.  In de periode tot 1980 was er ook wel zo'n piekje, maar lager en ook wat later. Ook al is de kans op een lage afvoer in april toegenomen, later in het voorjaar is dat effect weer verdwenen en is de kans zelfs wat kleiner geworden. 

In mei smelt namelijk de sneeuw inde Alpen en dat levert vanaf begin mei extra water op en daarom is de kans dan kleiner. Blijkbaar is de hoeveelheid sneeuw niet afgenomen en de kans op een lage afvoer is daarom in die periode ook niet groter geworden. Wel is als gevolg van de klimaatverandering het moment wat naar voren geschoven in de laatste 40 jaar. 

Verder valt op dat de kans in de loop van april en begin mei wel groter is geworden in de laatste 40 jaar, maar dat verder in het winterhalfjaar de kans juist kleiner is geworden. Dit wordt ook veroorzaakt door de klimaatverandering, want strenge winters komen tegenwoordig veel minder voor en dat waren vroeger ook de winters met lage afvoeren en dus een grotere kans dat de afvoer lager zakte dan 1500 m3/s.

In de rest van het jaar zien we ook een verschuiving van ca 2 weken naar voren. Ook dit heeft te maken met het eerdere smelten van de sneeuw in de Alpen, want daardoor begint de kans al eerder in de zomer op te lopen. Opvallend is dat de kans in het najaar niet groter is geworden. 

Schermafbeelding 2021-04-18 om 21.20.24.png

Kans op een Rijnafvoer <1500 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.
Kans op een Rijnafvoer <1500 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.

1500 m3/s is nog geen erg lage afvoer. Voor de meeste watergebruikers in nederland is er dan nog ruim voldoende. Problematisch wordt het vaak pas als de 1000 m3/s bereikt wordt. Nu de 1500 tegenwoordig steeds vaker al in april wordt bereikt neemt de vrees toe dat ook de 1000 eerder en vaker onderschreden zal worden. In de figuur hieronder heb ik voor de 1000 m3/s een vergelijkbare grafiek gemaakt.

Wat opvalt is dat de kans op een afvoer lager dan 1000 m3/s zeker niet is toegenomen, op een korte periode na in augustus en oktober is de kans het hele jaar door zelfs kleiner geweest in de laatste 40 jaar in vergelijking met de periode voor 1980. In de wintermaanden en een groot deel van de zomer is de kans zelfs vrijwel nihil geworden, terwijl dat vroeger in alle maanden nog wel eens voor kwam. De huidige droogte in april heeft ook niet geleid tot een grotere kans op zeer lage afvoeren in mei en juni.

In augustus en het najaar neemt de kans wel toe, maar wordt lang niet meer zo groot als in het verleden. Vooral in november is de kans veel kleiner geworden. Droge zomers en lage afvoeren komen nog steeds wel voor, maar duren blijkbaar niet meer zo lang als in het verleden, waardoor de kans op lage afvoeren in november is afgenomen. 

 

Schermafbeelding 2021-04-17 om 16.58.59.png

Kans op een Rijnafvoer <1000 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.
Kans op een Rijnafvoer <1000 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.

 

 

 

 

Langere droge periode breekt aan, eerst nog lichte stijging daarna daling waterstanden

De eerste tien dagen van april zijn relatief nat verlopen, maar de komende tien dagen zal het zeer waarschijnlijk droog blijven en misschien dat april als geheel niet eens de, toch al krappe, normale neerslaghoeveelheid gaat halen. De regen van het afgelopen weekend heeft vooral voor de Maas wat extra water opgeleverd en de afvoer stijgt nu een paar dagen. De Rijn moet het met minder extra water doen en stijgt de komende dagen maar weinig. In het waterbericht leest u hoever de waterstanden zullen stijgen en wanneer ze weer gaan dalen.

In water inzicht een korte terugblik op de afvoer in de 3 wintermaanden. In de periode december t/m februari voerde de Rijn circa 10% meer af dan gemiddeld in deze maanden. Hoe uitzonderlijk is dat en past het in de trend dat de winters gaandeweg natter worden.

water van de week

Hogedrukgebieden zorgen voor een droge, noordelijke tot oostelijke luchtstroming

De neerslag die de afgelopen week viel werd aangevoerd vanuit het noorden en omdat de lucht erg koud was viel er meestal (natte) sneeuw. In de Middelgebergten (Ardennen, Eiffel etc) bleef de sneeuw zelfs liggen en groeide het sneeuwdek aan tot soms 30 cm.

De kaart hieronder laat zien waar tijdens het buiige weer de meeste neerslag viel. het is goed te zien dat de buien niet zo heel ver het continent op trokken, want en ten zuiden van de lijn Luxemburg - Frankfurt bleef het grotendeels droog. Wel vinden de hogere gebieden zoals het Zwarte Woud daar weer meer neerslag op en ook de Alpen springen er uit. Vorige week zag het er nog naar uit dat er in de Alpen lokaal meer dan 50 cm sneeuw zou vallen, maar dat bleef uiteindelijk beperkt tot niet meer dan 30 cm.

Neerslag eerste week april.jpg

Neerslaghoeveelheden in de eerste week van april ten tijde van de noordelijke stroming (bron Kachelmannwetter.com)
Neerslaghoeveelheden in de eerste week van april ten tijde van de noordelijke stroming (bron Kachelmannwetter.com)

In de tweede helft van de week werd het wat warmer en ging de sneeuw weer smelten. Dat leverde alleen in de noordelijke zijrivieren van de Rijn zoals de Lahn, Sieg en Ruhr wat extra water op, maar omdat vanuit het zuiden de afvoeren juist wat daalden, was daar bij Lobith weinig van te merken.

Zaterdag activeerde de noordelijke luchtstroming weer wat en dat zorgde op het grensvlak met de wat warmere lucht boven Midden Europa voor een actief regengebied, dat urenlang over België en Zuid Nederland bleef liggen. Later trok het wat naar het noorden, maar uiteindelijk won de koude lucht en nu beweegt het weer naar het zuiden. 

In de Ardennen en delen van de Eiffel viel zo'n 2,5 cm regen en dat is voldoende voor een aardige stijging van de Maas en in het stroomgebied van de Rijn profiteert nu ook de Moezel. In Nederland kreeg vooral het zuidoosten van het land vrij veel regen te verwerken en in dit doorgaans droogste deel van ons land kwam dat niet ongelegen. 

Inmiddels beweegt de regenzone verder naar het zuidoosten, maar dat gaat sneller dan op zaterdag en daarom valt er in de rest van het stroomgebied van de Rijn niet zoveel neerslag meer. De Alpen kunnen opnieuw een paar decimeter sneeuw verwachten, zodat het sneeuwdek daar nog wat verder aangroeit. Voorlopig blijft het er nog koud, dus veel smelten zal het de komende weken nog niet.

De noordelijke luchtstroming wordt veroorzaakt door een hogedrukgebied tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk. Later in de week beweegt het naar het zuidoosten en komt dan dicht bij nederland te liggen. Het zorgt dan voor rustig weer en regengebieden blijven voorlopig op grote afstand. Rond het volgend weekend  beweegt het hogedrukgebied in de richting van Scandinavië en de verwachting is dat het zich daarna weer uitbreidt in de richting van de Atlantische Oceaan.

Als dat inderdaad zo uitkomt, dan zou dat wel eens kunnen betekenen dat er een langdurige droge periode aan breekt, die misschien wel tot eind april duurt. Het hogedrukgebied houdt de regengebieden die gewoonlijk op de Atlantische Oceaan ontstaan namelijk al die tijd weg uit de stroomgebieden en omdat het vrij koel blijft, is er ook nog geen kans dat er buien ontstaan. Vooral de situatie na het volgend weekend - of het hogedrukgebied zich dan opnieuw uitbreidt naar het westen - is daarvoor van belang om in de gaten te houden. Volgende week daarover meer.

Rijn stijgt eerst een paar decimeter, maar zal op termijn weer gaan dalen

De waterstanden van de Rijn bleven de afgelopen week vrij stabiel; eerst lagen ze nog wat boven de 8,5 m +NAP bij Lobith, de laatste dagen van de week lagen ze daar iets onder. De afvoer schommelde rond de 1650 m3/s, dat is ongeveer 65% van de normale hoeveelheid in deze tijd van het jaar. De vrij droge maand maart en weinig sneeuw in de Middelgebergten heeft er voor gezorgd dat de Rijnafvoer nu vrij laag is.

De komende dagen trekt de situatie een klein beetje bij. Vanuit de noordelijke zijrivieren is wat extra (smelt)water onderweg van de sneeuw die de afgelopen week is gevallen en gisteren en vandaag is er aardig wat regen in het stroomgebied van de Moezel gevallen. Later volgt er ook nog wat extra water vanuit Zuid Duitsland. Samen zorgt dat voor een stijging van een paar decimeter bij Lobith. De hoogste stand verwacht ik dan aan het eind van de week, tussen de 8,75 en 8,9 m +NAP. De afvoer loopt op tot ca 1800 m3/s

Vanaf het weekend gaat de stand dan weer dalen en omdat het langdurig droog lijkt te gaan worden en de sneeuw in de Alpen nog nauwelijks smelt, zou het een wat langdurigere daling kunnen worden. De daling verloopt echter niet zo snel, hoogstens met ca 5 - 10 cm per dag. Rond 25 april zou de stand dan rond de 8,3 m +NAP uit kunnen komen en de afvoer zakt dan terug tot ca. 1500 m3/s.  

Maas stijgt vandaag en morgen nog wat, daarna weer dalend

In de hogere delen van de Ardennen viel de afgelopen week een aardig pak sneeuw, maar het grootste deel van het stroomgebied van de Maas lag net buiten de hoofdstroom van de buien. De Maas profiteerde daarom maar weinig van het extra water en de afvoer daalde de hele week tot ca 125 m3/s bij Maastricht. Dit is maar ca 40% van de normale hoeveelheid rond deze tijd van het jaar.

Dankzij de regenzone die gisteren en vandaag urenlang boven de Ardennen hing, komt daar nu wel wat verandering in. Vanmorgen ging de afvoer bij Maastricht al stijgen en die stijging zal zich voortzetten tot morgen in de loop van de dag. De afvoer kan dan stijgen tot ca 400 m3/s en bevindt zich dan even opeen normale waarde voor de tijd van het jaar.

Lang zal dat niet duren, want het is nu al weer droog geworden in de Ardennen en de komende week wordt er vrijwel geen regen meer verwacht. De afvoer zal daarom vanaf dinsdag weer gaan dalen en voor het eind van de week al weer onder de 250 m3/s zakken. Ook de week na het volgend weekend blijft het droog en de afvoer zal an verder blijven dalen en de kans is groot dat in de loop van die week ook de 200 en later de 150 m3/s weer onderschreden worden. Neerslag en een nieuwe stijging zijn voorlopig namelijk niet in zicht.

Water inzicht

Winter 2020/21 iets natter dan het langjarig gemiddelde

Gedurende de 3 wintermaanden (december t/m februari) voerde de Rijn gemiddeld ca 2750 m3/s af, dat is ca 10% meer dan het langjarig gemiddelde over deze 3 maanden, dat 2475 m3/s bedraagt. In december en januari voerde de Rijn nog beneden gemiddeld af, maar februari maakte dat ruimschoots goed dankzij de hoogwatergolf die vrijwel precies binnen de maand paste.

In de grafiek hieronder is van alle jaren sinds 1901 de gemiddelde winter-afvoer weergegeven. De trendlijn is ook aangegeven en die loopt langzaam omhoog. Uit de neerslagmetingen in het stroomgebied blijkt dat de winters natter zijn geworden in de afgelopen decennia en de trendlijn van de Rijn past bij dit beeld.   

Als we echter naar de verdeling van de 20 winters met de hoogste gemiddelde afvoer (blauw in de grafiek) en de 20 winters met de laagste gemiddelde afvoer (rood in de grafiek) dan valt op dat er vooral bij deze laatste veranderingen zijn opgetreden. Winters met de meest lage afvoer komen in de tweede helft van de meetreeks veel minder vaak voor dan in de eerste helft, terwijl de winters met de hoogste afvoer veel meer gelijk over de meetreeks zijn verdeeld.

Gemiddelde afvoer Rijn.jpg

Gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith sinds 1901 met trendlijn en de 20 jaren met de hoogste en laagste afvoer gemarkeerd
Gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith sinds 1901 met trendlijn en de 20 jaren met de hoogste en laagste afvoer gemarkeerd

Als we in de grafiek van de gemiddelde winterafvoeren de 20 jaren met de laagste afvoer weg laten (zie grafiek hieronder) dan zien we dat de trendlijn vlak is gaan lopen. De winters met een lage afvoer aan het begin van de reeks zorgen er dus voor dat de trendlijn aan de voorkant meer omlaag wordt getrokken. 

Het lijkt er dus op dat de toename van de gemiddelde afvoer in de winter vooral veroorzaakt wordt doordat winters met een lage afvoer tegenwoordig minder vaak voorkomen dan vroeger en niet zozeer doordat de winters met een hoge afvoer vaker voorkomen. 

Dit beeld is ook te verklaren omdat het type winters dat we tegenwoordig hebben anders is dan vroeger. Winters met een gemiddeld lage afvoer treden namelijk vooral op als het langdurig koud is. De neerslag wordt dan op afstand gehouden doordat hogedrukgebieden dominant zijn boven het continent. Dergelijke winters met langdurige vorstperioden komen tegenwoordig veel minder vaak voor.

Daarentegen komen wisselvallige winters tegenwoordig juist vaker voor en langere droge perioden in de winter zijn daarom een zeldzaamheid geworden. Het lijkt er op dat vooral de hogere frequentie van wisselvallige winters de hogere gemiddelde afvoeren bepaalt en niet zozeer dat de wisselvallige winters ook natter zijn geworden . Simpel gezegd: drogere winters komen bijna niet meer voor en daarom bepalen de wisselvallige winters nu het gemiddelde.  

Gemiddelde afvoer Rijn excl de 20 laagste jaren.png

Gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith sinds 1901 met trendlijn, waarin de 20 winters met de laagste afvoer zijn weg gelaten.
Gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith sinds 1901 met trendlijn, waarin de 20 winters met de laagste afvoer zijn weg gelaten.

 

Koude week, een beetje neerslag, stabiele waterstanden

Het voorjaar verloopt grillig tot nu toe, met temperaturen die soms naar boven en enkele dagen later weer naar beneden uitschieten. De komende week verloopt zelfs erg koud voor de tijd van het jaar en in de Middelgebergten wordt ook een laagje sneeuw verwacht. Groot zijn de neerslaghoeveelheden echter niet en als deze sneeuw later in de week weer smelt zal dat maar weinig invloed hebben op de rivierafvoeren. Op wat langere termijn overheerst de invloed van hogedrukgebieden en dat betekent overwegend droog weer. In het waterbericht leest u de verwachtingen voor de rivierafvoeren in de komende tijd.

Vorige week besteedde ik in de rubriek Water Inzicht aandacht aan de maand april, die in Nederland de laatste decennia steeds droger is geworden. In de analyse van deze week verken ik in hoeverre april ook buiten onze grenzen droger is geworden en of we daar iets van terug zien in de rivierafvoeren van Rijn en Maas. 

Water van de week

Lucht vanaf Noordpool stroomt uit over West-Europa.

Het Europese hogedrukgebied dat in het begin van de week met een zuidelijke stroming de warmte bracht in onze omgeving heeft vanaf donderdag het stokje overgedragen aan een nieuwe hogedrukgebied ten zuiden van IJsland. De wind is daardoor naar het noorden gedraaid en de lucht die nu aangevoerd wordt is al flink wat koeler. Sinds gisteren heeft zich ook een groot lagedrukgebied ontwikkeld boven Scandinavië en dat jaagt de komende dagen de noordelijke luchtstroming nog wat verder aan.

Daarmee kan zeer koude lucht, die zich 2 dagen geleden nog boven de Noordpool bevond, tot ver naar het zuiden uitstromen en zelfs een groot deel van West Europa overspoelen. In de koude lucht worden buien meegevoerd die al snel een winters tintje zullen krijgen en in het binnenland zal dat vaak sneeuw zijn. In de Middelgebergten van België, Frankrijk en Duitsland blijft de sneeuw zelfs overdag liggen en vormt zich van maandag t/m woensdag een nieuw sneeuwdek dat tot 20 à 30 cm dik kan worden. De Alpen spannen de kroon, want daar kan in het hooggebergte tot 70 cm verse sneeuw vallen. 

Vanaf donderdag verplaatst het IJslandse hogedrukgebied zich naar het zuiden en draait de luchtstroming bij ons wat naar het westen en wordt het minder koud. De sneeuw in de Middelgebergten zal dan weer smelten, maar omdat de dooi in eerste instantie niet gepaard gaat met regenval, zal het smeltwater slechts een beperkte invloed hebben op de waterstanden in de rivieren. De nieuwe sneeuw in de Alpen zal voorlopig nog niet smelten, dat voegt zich bij het forse sneeuwdek dat er al ligt en zal pas later in het voorjaar gaan smelten. 

De westelijke stroming houdt ook rond het weekend nog aan en mogelijk dat er dan wel wat regen kan vallen. Het hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan blijft echter in de buurt liggen en breidt zich dan waarschijnlijk ook uit tot over Midden Europa. Dit is geen situatie waarbij er veel regen verwacht hoeft te worden. De kans is daarom groot dat het, na het koude intermezzo aan het begin van de week, voorlopig aan de droge kant blijft en de rivieren hoeven daarom ook op wat langere termijn niet op veel extra water te rekenen.

Rijn vrijwel stabiel, eerst net boven, later net onder 8,5 m +NAP

De waterstand in de Rijn is de afgelopen week nog langzaam gedaald; het waren de naweeën van een klein golfje een week of twee geleden. Inmiddels is de stand net boven de 8,5 m +NAP uitgekomen en de afvoer bedraagt ca 1700 m3/s.

De komende dagen daalt de waterstand niet of nauwelijks verder en waarschijnlijk duurt het tot volgend weekend voordat de stand onder de 8,5 m zakt. Daarna verandert er ook nog weinig. Het smeltwater van de sneeuw die vanaf maandag t/m woensdag in de stroomgebieden valt, komt dan bij Lobith aan, maar de hoeveelheid water die dit oplevert is waarschijnlijk net voldoende om de daling op te heffen, die er zou zijn geweest als er geen neerslag was gevallen. 

Waarschijnlijk zal de waterstand later in de week na volgend weekend, dat is rond 15 april, wel wat verder gaan dalen. Dit hangt dan vooral af of er neerslag gaat vallen in het stroomgebied rond 10 - 12 april en daar ziet het voorlopig nog niet naar uit.

Maas daalt verder naar ca 150 m3/s

De Maas is de afgelopen week vrij snel verder gedaald en zakte in het midden van de week onder de 200 m3/s en aan het eind van de week werd de 175 m3/s ook onderschreden. Gemiddeld over de meetreeks wordt de 200 m3/s doorgans pas halverwege mei bereikt, maar als gevolg van de voorjaarsdroogte die de laatste jaren veel is opgetreden, gebeurt dat tegenwoordig vaak al veel eerder. 

In die jaren lukt het de Maas zelden om later in het voorjaar nog weer naar een hogere afvoer te stijgen. Een kortdurende opleving is er dan soms wel, maar gemiddeld over de hele maand gebeurt het maar zelden dat de Maas in mei meer water afvoert dan in april en in juni is de kans daarop nog veel kleiner. De kans is daarom groot dat met de lage afvoeren die de Maas nu tegemoet gaat, de trend al weer gezet is voor een groot deel van de zomer. 

De komende week wordt er wel wat neerslag verwacht in het stroomgebied. Vanaf maandag t/m woensdag kan er ca 1 tot 1,5 cm vallen, waarvan in de Ardennen een groot deel als sneeuw zal vallen. Vanaf donderdag gaat dat dan weer smelten en op vrijdag kan dat voor een kleine opleving zorgen in de afvoeren. Veel zal het niet zijn, want er wordt verder nauwelijks regen verwacht en smeltwater alleen leidt nooit tot een duidelijke stijging van de afvoer. 

Ook in en na het volgend weekend wordt niet veel regen verwacht en daarom ziet het er naar uit dat de Maasafvoer ook in de week na het volgend weekend niet veel zal veranderen. Al met al verwacht ik dat de afvoer de eerste helft van de komende week langzaam verder daalt naar ca 150 m3/s bij Maastricht. Van donderdag t/m zaterdag blijft de stand stabiel, of stijgt iets naar ca 175 m3/s, misschien 200 m3/s. vanaf het volgend weekend gaat de afvoer dan weer langzaam verder dalen en rond 15 april kan dan ook de 125 m3/s bereikt worden. 

Water inzicht

Neerslagontwikkeling april in de stroomgebieden

Vorige week liet ik zien dat april een van de weinige maanden van het jaar is die in de loop van de vorige eeuw steeds droger is geworden. Terwijl de meeste maanden gemiddeld langzaam natter worden, gaat april zijn eigen weg en werd juist steeds droger. Dit beeld zien we ook terug buiten de grens in het stroomgebied van de Rijn. Ik heb daarvoor de neerslagontwikkeling van De Bilt vergeleken met die van het zuiden van Duitsland. Uit die regio ontvangt de Rijn altijd veel water en als het daar droger is geworden in april dan zal dat ook invloed hebben op de waterstanden. Ter vergelijking heb ik ook de neerslag-ontwikkeling voor mei in de grafieken weergegeven.

30 jr NL.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in de Bilt
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in de Bilt

Schermafbeelding 2021-04-07 om 21.19.32.png

erloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in Baden Wurtenberg
erloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in Baden Wurtenberg

In de beide grafieken is het verloop van het 30-jarig maandgemiddelde weergegeven. Dat wil zeggen dat een waarde in de grafiek staat voor het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren. In De Bilt bijvoorbeeld bedroeg de waarde voor het jaar 2000 ca 45 mm, wat dus wil zeggen dat het gemiddelde over de aprilmaanden van 1971 t/m 2000 45 mm bedroeg. 

In de figuren is te zien dat de maand april steeds droger is geworden; zowel in Nederland als Baden Würtenberg is er een duidelijke daling vanaf ca 1995 (dwz vanaf het tijdperk 1965-1995). In de periode daarvoor was april in Nederland vrij stabiel, terwijl er in Baden Würtenberg eerder ook al een drogere periode was rond 1970 (dwz van ca 1940-1970). Wat verder opvalt is dat het verschil tussen april en mei groter is geworden, want mei is namelijk natter geworden. Aanvankelijk leken de maanden wat de neerslag betreft nog wel op elkaar, mei was altijd al iets natter, maar vooral de laatste 30 jaar is het verschil sterk gegroeid.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat regen in april nog vooral veroorzaakt wordt door depressies die vanaf de Atlantische Oceaan fronten aanvoeren, terwijl neerslag in mei ook al voor een groot deel door buien wordt veroorzaakt. Als gevolg van de klimaatverandering is de oceaan in april minder scheutig met lagedrukgebieden geworden, terwijl de buien in mei wel krachtiger zijn geworden.

De extra neerslag in mei zal de afname in april maar deels kunnen opheffen. Zoals ik vorige week liet zien is de verdamping in april namelijk ook sterk toegenomen en dat is in de landen om ons heen niet anders. De verdamping hangt namelijk vooral samen met de temperatuur en die is overal sterk gestegen in de laatste decennia. 

De gevolgen van de geringere hoeveelheid neerslag in april in het stroomgebied zien we ook terug in de afvoergegevens van de Rijn. In de eerste grafiek hieronder is van iedere aprilmaand de gemiddelde afvoer weergegeven en daarbij het 30-jarig gemiddelde en ook de trendlijn over de hele maatreeks. De tweede grafiek is hetzelfde maar dan voor de maand mei.

30-j Rijn april grijs met TL.png

Rijnavoer in april bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Rijnavoer in april bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

30-j Rijn mei grijs met tl.png

Rijnavoer in mei bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Rijnavoer in mei bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

In het 30-jarig gemiddelde zien we zowel bij april als bij mei een duidelijke daling in de laatste decennia. Met name de laatste 15 jaar is in april de afvoer sterk gaan dalen. Dit valt samen met de afname in Baden Würtenberg. Bij de trendlijn over de hele meetreeks valt op dat deze maar weinig daalt. De sterke afname van de afgelopen periode is nog niet zo groot dat deze de trendlijn sterk naar beneden trekt en zoals we in de meetreeks kunnen zien was de afvoer in de periode voor het jaar 2000 gemiddeld juist vrij hoog.

De huidige daling hoeft dan ook niet te betekenen dat dit het begin is van een nog veel langere daling. In de meetreeksen van de neerslag van Baden Würtenberg zien we ook dat er langjarige schommelingen zijn en na een periode van 30 of 40 jaar met relatief veel droge jaren kan er ook weer een periode komen met veel natte jaren. 

In de afvoergegevens van mei is er de afgelopen 20 jaar ook een dalende lijn zichtbaar. Deze is minder groot dan die bij april, maar is wel opvallend, want eerder zagen we dat de maand mei juist natter was geworden. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de Rijnafvoer in mei deels nog bepaald wordt door de neerslag die in april valt. Ook zal vanwege de toegenomen verdamping een groter deel van de neerslag die in mei valt niet meer afgevoerd worden naar de rivieren.

Het zorgt ervoor dat ondanks dat mei gemiddeld natter is geworden de Rijnafvoer in deze maand de laatste decennia toch is gaan dalen. Het droger worden van april, waarschijnlijk in combinatie met de grotere verdamping heeft dus ook invloed op de afvoeren in mei en meer regen in mei kan dat maar deels teniet doen. Net als bij april is de langjarige trend van de Rijnafvoer in mei wel vrijwel stabiel. De langjarige schommelingen zorgen ook hier voor langere perioden met meer natte jaren, afgewisseld met perioden met droge jaren. De toename in de neerslag in het stroomgebied 

In de grafieken hierna heb ik ook de situatie voor de Maas in beeld gebracht. Het gaat alleen om de grafieken voor de afvoer, omdat ik geen langjarige neerslagdata heb kunnen vinden. Wel heb ik data van Duitse stations uit de Eiffel geanalyseerd, een gebied direct naast het stroomgebied van de Maas, en die laten een zelfde beeld zien als in Baden Würtenberg; droger in april en natter in mei. Het gaat in de figuren om de afvoer bij Monsin, een plaats net bovenstrooms van de Nederlandse grens, juist voor de afsplitsing van het Albertkanaal.

Ook al ontvangt de Maas zijn water uit een ander deel van West Europa, toch lijken de grafieken veel op die van de Rijn. Vooral in april is er de laatste 15 jaar een sterke daling zichtbaar en daarvoor was er een wat langere periode met een relatief hoge afvoer. De trendlijn in april is licht negatief, maar dit zal niet significant zijn, gezien de grote spreiding van jaar tot jaar. 

In mei is een vergelijkbaar patroon zichtbaar, al is de daling in het 30-jarig gemiddelde ook hier in de laatste jaren wat minder groot. De trendlijn loopt wel iets duidelijker af. In de Maasafvoeren zien we dus een vergelijkbaar patroon als bij de Rijnafvoeren; droogte in april zorgt de laatste decennia voor een sterke afname en dit werpt zijn schaduw vooruit op mei, want ook al valt er in die maand meer neerslag, toch gaan de afvoeren ook dan omlaag.

30-j Maas april met TL.png

Maasavoer in april bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Maasavoer in april bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

30-j Maas mei met TL.png

Maasavoer in mei bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Maasavoer in mei bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

 

 

Droge week en waterstanden blijven dalen

Sinds de korte wat nattere periode in de eerste helft van maart is het nu al weer twee weken vrijwel droog en de afvoeren van Rijn en Maas zijn daarom al weer even aan het dalen. Ook de eerste week van april verloopt droog en de daling van de waterstanden zal zich daarom nog wel even voort zetten. In het waterbericht leest u hoe de daling verder verloopt en of er op langere termijn al een einde van de droogte in zicht is. 

In de rubriek Water Inzicht beschrijf ik de ontwikkelingen die te zien zijn in de maand april. Als enige maand van het jaar is april de afgelopen decennia steeds droger geworden en omdat het de eerste maand is van het groeiseizoen heeft dat vaak gevolgen tot ver in de zomer. 

Water van de week

Hogedrukgebieden wisselen elkaar af

De afgelopen week trok een hogedrukgebied vanaf de Britse Eilanden naar Midden-Europa. Daar blijft het de komende dagen liggen en het zorgt dan voor een warme en droge luchtstroming over de stroomgebieden van Rijn en Maas. Even kunnen we het voorjaar ervaren, maar niet voor heel lang, want vanaf woensdag trekt het Europese hogedrukgebied zich terug naar het zuidoosten.

In de winter zou dat betekenen dat er regenzones dichterbij komen, maar in het voorjaar is dat vaak anders. Zo ook nu, want een nieuw hogedrukgebied ten zuiden van IJsland is dan inmiddels zo sterk geworden dat het het weer in onze omgeving gaat bepalen. De luchtstroming draait daarom vanaf donderdag weer naar het noorden en het zal dan een paar dagen gevoelig kouder worden. Neerslag wordt er bij de overgang van de warme naar de koude lucht niet verwacht.

Het nieuwe hogedrukgebied blijft voorlopig liggen boven het noorden van de Atlantische Oceaan en tot na het weekend houdt het grip op ons weer. Na het volgend weekend wordt het onduidelijk wat er gebeurt. Er ontstaat dan waarschijnlijk een lagedrukgebied boven Scandinavië en het is nu nog onduidelijk in hoeverre dat gebied invloed krijgt tot in onze omgeving of dat het hogedrukgebied toch sterk genoeg blijft. 

Met het lagedrukgebied mee zou er ook wat regen kunnen vallen, maar veel lijkt dat niet te gaan worden, want de Atlantische Oceaan blijft op slot vanwege het grote hogedrukgebied dat daar ligt. En dat is toch de regio waar in deze tijd van het jaar de regen vandaan moet komen. De kans is daarom groot dat het ook in de week na volgend weekend, dat is tot ca 10 april, weinig regen mogen verwachten.

Rijn daalt langzaam verder naar onder de 8,5 m +NAP bij Lobith

De waterstand bij Lobith is de hele week gedaald en bedraagt nu ca 8,85 m+NAP; dat is ruim een meter dan het langjarig gemiddelde in deze tijd van het jaar. De afvoer is weer tot onder de 1900 m3/s gezakt, wat ruim onder het gemiddelde is, want dat bedraagt in deze tijd van het jaar 2650 m3/s. 

De komende dagen zet de daling door, maar eerst nog in een langzaam tempo. De buien van de afgelopen dagen en wat smeltwater van de laatste sneeuw uit de Duitse Middelgebergten zorgt de komende dagen voor wat extra water en daardoor vertraagt de daling wat. Aan het eind van de week verwacht ik dat de stand tot ca 8,75 m +NAP zal zijn gezakt en de afvoer tot ca 1800 m3/s.

Vanaf het volgend weekend verloopt de daling wat sneller omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht. Aan het eind van die week, dat is rond 10 april, verwacht ik dat de stand tot ca 8,5 m +NAP zal zijn gezakt en de afvoer tot ca 1600 m3/s. Of de afvoer daarna ook tot onder de 1500 m3/s zal zakken is nu nog niet te zeggen.

1500 m3/s is een lage afvoer die in het voorjaar maar zelden wordt onderschreden. Als het al gebeurt, dan is de kans het grootst vanaf de tweede helft van april. Later in mei en juni neemt die kans weer af omdat dan de sneeuw in de Alpen gaat smelten en dat zorgt vrijwel altijd voor een opleving van de Rijnafvoer. In een gemiddeld jaar is dat smeltwater voldoende voor ca 500 m3/s extra water en daarom is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s dan veel kleiner. Of de 1500 m3/s dit jaar in tweede helft van april onderschreden zal worden hangt af van of er regen gaat vallen na 10 april. Op dit moment is dat nog onduidelijk. Volgende week is daar meer over te zeggen.

Maasafvoer daalt langzaam verder in de komende week nar ca 200 en later 150 m3/s

De afvoer van de Maas is na de kleine opleving tussen 15 en 20 maart weer gestaag gedaald en de afvoer bedraagt nu ongeveer 250 m3/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar ongeveer 375 m3/s bedraagt. Gisteren zijn er wel wat buien gevallen in de Ardennen, maar de hoeveelheden regen waren onvoldoende voor een stijging van de Maas. De komende week zal gehele droog verlopen en daarom daalt de afvoer de hele week, naar ongeveer 200 m3/s in het volgend weekend.

Ook na het weekend zet de daling zich door omdat er ook dan weinig neerslag wordt verwacht. Mogelijk dat het lagedrukgebied dat rond 5 april boven Scandinavië wordt verwacht voor wat neerslag gaat zorgen in die week, maar de kans daarop is voorlopig klein. Gemiddeld daalt de Maasafvoer in droge weken met zo'n 25 tot 50 m3/s, dus is het waarschijnlijk dat in de loop van die week de 175 m3/s en later ook de 150 m3/s wordt onderschreden. 

Water inzicht

April maakt grote kans om weer een droge maand te worden

De maand maart is bijna afgelopen en daarmee eindigt het winterseizoen. In dat natuur valt dit samen met de start van het groeiseizoen. Terwijl in  de winter de neerslag vooral wordt afgevoerd naar de rivieren en naar het grondwater, ontwaken vanaf april de meeste planten uit hun winterrust en dat betekent dat zij weer vocht nodig hebben.  In april is die behoefte nog niet zo groot, maar in mei en vooral in de 3 zomermaanden neemt de vegetatie veel water op.

Ook neemt in deze periode de verdamping door warmte en zonneschijn sterk toe en van de neerslag die valt verdwijnt daarom een groot deel weer direct in de lucht. Ook het water dat de planten opnemen verdwijnt trouwens voor een groot deel in de lucht, ze ademen het uit via de zogenaamde bladmondjes. De verdamping en de vochtopname door planten is goed te merken in de beken en rivieren want die ontvangen in het zomerhalfjaar veel minder water en de gemiddelde afvoer loopt in deze periode dan ook sterk terug. 

Nu is er in april ook iets bijzonders aan de hand, want terwijl alle andere maanden van het jaar de laatste decennia gaandeweg vooral natter zijn geworden, is de hoeveelheid neerslag in april juist afgenomen. April is in Nederland daarom de droogste maand van het jaar. In de figuur hieronder is de neerslaghoeveelheid van alle 12 maanden van het jaar voor De Bilt weergegeven. In april valt gemiddeld zo'n 40 mm, ruim onder de andere maanden waarin ca 60 tot 85 mm valt.

Schermafbeelding 2021-03-28 om 13.02.08.png

Neerslag per maand in de Bilt in de periode 1991-2020 (bron KNMI)
Neerslag per maand in de Bilt in de periode 1991-2020 (bron KNMI)

Deze gegevens hebben betrekking op de nieuwste klimaatgegevens die het KNMI recent heeft vastgesteld over de 30-jarige periode 1991 – 2020. Op de site van het KNMI zijn deze gegevens terug te vinden in de fraai vormgegeven klimaatviewer.  Iedere 10 jaar stelt het KNMI het klimaat opnieuw vast door telkens het gemiddelde over de 30 voorgaande jaren te bepalen. Veranderingen in het klimaat zijn dan terug te zien doordat hoeveelheden toe- of afnemen. Bij de temperatuur is er nu al ruim 50 jaar een duidelijke toename te zien en iedere keer als het KNMI de nieuwe klimaatcijfers vaststelt, zijn de waarden weer verder gestegen. 

Ook bij de neerslag zijn er veranderingen te zien tussen de verschillende klimaatperioden. Als we de neerslag van de afgelopen 30 jaar vergelijken met de 30-jarige periode daarvoor (tussen 1961 en 1990), dan valt op dat bijna alle maanden natter zijn geworden, alleen het voorjaar en november. In de grafiek hieronder is dit voor alle maanden weergegeven. Of deze veranderingen het gevolg zijn van klimaatverandering, is niet zo eenduidig als bij de temperatuur. Vooral in de neerslaghoeveelheden zijn er namelijk bij sommige maanden ook clusters te herkennen van drogere en nattere decennia. 

Zo ontwikkelde augustus zich in de eerste helft van de vorige eeuw tot een steeds nattere maand, om in de tweede helft weer sterk op te drogen en vervolgens in de laatste 20 jaar weer natter te worden. De afgelopen 30 jaar is augustus daarom natter geworden dan in de vorige periode, maar als je de huidige periode vergelijkt met de eerste 30 jaar dat er in De Bilt neerslaghoeveelheden werden gemeten (zie de tweede grafiek hieronder) dan blijkt augustus nu bijna net zoveel neerslag te ontvangen als toen.

Schermafbeelding 2021-03-28 om 13.06.51.png

Verandering in neerslaghoeveelheden van iedere maand tussen de periode van 1961-1990 en de huidige periode van 1991-2020 (bron gegevens KNMI).
Verandering in neerslaghoeveelheden van iedere maand tussen de periode van 1961-1990 en de huidige periode van 1991-2020 (bron gegevens KNMI).

Schermafbeelding 2021-03-28 om 13.06.36.png

Verandering in neerslaghoeveelheden van iedere maand tussen de eerste 30-jarige periode dat er in De Bilt is gemeten (1906-1935) en de huidige periode van 1991-2020 (bron gegevens KNMI).
Verandering in neerslaghoeveelheden van iedere maand tussen de eerste 30-jarige periode dat er in De Bilt is gemeten (1906-1935) en de huidige periode van 1991-2020 (bron gegevens KNMI).

Bij de vergelijking van de huidige periode (1991-2020) met de periode uit het begin van de vorige eeuw (1906-1935) valt op dat alle maanden natter zijn geworden. Alleen april is een uitbuiter en is nu ca 10 mm droger dan begin vorige eeuw. April was altijd al een wat drogere maand, maar de laatste 20 tot 30 jaar is de maand steeds verder opgedroogd en waar andere maanden schommelingen laten zien en na een droge periode ook weer flink natter kunnen worden, gaat april zijn eigen gang. 

Ook wat verdamping betreft is april een bijzondere maand

Voor de ontluikende natuur en de gewassen op de akkers, die juist in deze maand moeten kiemen, komt de droogte in april niet zo goed uit. Omdat vooral de tweede helft van maart vaak ook al droog is, loopt het vochtgehalte in de bovenste 10 tot 20 cm van de bodem tegenwoordig in april sterk terug en dat is juist waar de planten hun vocht vandaan moeten halen.

Daar komt nog een andere ontwikkeling bij en die heeft zeker wel met de klimaatverandering te maken en dat is de toename van de verdamping in het voorjaar en dan met name in april. Doordat april veel warmer geworden is, inmiddels bijna 2 graden, en ook veel zonniger, is de verdamping sterk toegenomen. Terwijl zo'n 60 jaar geleden de verdamping in april ongeveer 40 tot 60 mm bedroeg is dat nu 60 tot 80 mm (zie de grafiek hierna). De trendlijn laat dat ook duidelijk zien. 

Vooral de laatste jaren liggen vaak ver boven de trendlijn en daarom heb ik de grafiek ook nog opgeknipt in twee gedeelten en de knip gelegd bij ongeveer 30 jaar geleden (zie de tweede grafiek hieronder). De eerste 40 jaar van de reeks is de trend namelijk duidelijk minder sterk geweest dan in de laatste 30 jaar.  De toename in de verdamping is in de laatste decennia dus versterkt.

April verdamping met trendlijn.png

Jaarlijkse hoeveelheid verdamping in april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).
Jaarlijkse hoeveelheid verdamping in april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).

April verdamping met knik.jpg

Jaarlijkse hoeveelheid verdamping in april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn waarin een knip is gelegd rond 1990 (bron gegevens KNMI).
Jaarlijkse hoeveelheid verdamping in april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn waarin een knip is gelegd rond 1990 (bron gegevens KNMI).

Als we de grafieken van neerslag en verdamping voor april met elkaar combineren dan geeft dat een beeld van het zogenaamde neerslagtekort cq -overschot. In de grafiek hieronder is dat voor de hele meetreeks vanaf 1957 weergegeven. De trendlijn is ook in deze grafiek opgedeeld in de periode voor en na de 90-er jaren van de vorige eeuw. Uit deze grafiek blijkt dat april in het begin van meetreeks nog gemiddeld een klein neerslagoverschot had en gaandeweg steeds verder is opgedroogd.

De laatste 30 jaar is de trend nog wat sterker negatief geworden en inmiddels is april een maand met een fors neerslagtekort. Jaren met een overschot zijn ook steeds schaarser geworden. Opvallend trouwens dat 2018, het jaar met een van de droogste zomers van de afgelopen 100 jaar, een van de weinige jaren is met een overschot in april. De laatste 10 tot 15 jaar zijn er soms jaren dat het neerslagtekort in april al oploopt tot 7 cm of meer, wat vergelijkbaar is met een vrij droge zomermaand. 

April overschot-tekort met knik.jpg

Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn waarin een knip is gelegd rond 1990 (bron gegevens KNMI).
Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor april in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn waarin een knip is gelegd rond 1990 (bron gegevens KNMI).

Deze omslag naar een steeds drogere maand is karakteristiek voor april. In de andere maanden zagen we hierboven is de hoeveelheid neerslag toegenomen en dat zorgt ervoor dat de trends in het neerslagtekort minder groot zijn dan in april. In mei (de eerste grafiek hieronder) is de trend nog wel duidelijk negatief. Mei is de laatste 30 jaar wat droger geworden en de verdamping is ook toegenomen, maar niet zo extreem als in april. Daar komt bij dat mei in het verleden ook al vaker een groot neerslagtekort had, wat zorgt dat de trend afvlakt. 

In de zomermaanden (de tweede grafiek hieronder) is de trend nog wat minder uitgesproken. Zoals we hierboven zagen waren die maanden de laatste 30 jaar natter geworden en dat heeft de toegenomen verdamping ongeveer gecompenseerd. De trendlijn is daarom slechts licht negatief. Het extreem droge jaar 2018 is hier goed in zichtbaar. 

overschot-tekort mei.png

Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor mei in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).
Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor mei in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).

overschot-tekort zomer.png

Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor de 3 zomermaanden samen in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).
Jaarlijks verdampingsoverschot of tekort voor de 3 zomermaanden samen in De Bilt vanaf het begin van de metingen in 1957 met trendlijn (bron gegevens KNMI).

De grafiek van de zomer laat zien dat deze 3 maanden van het jaar niet de belangrijkste oorzaak zijn van de lage grondwaterstanden die tegenwoordig steeds vaker optreden. De verdamping in de zomer is wel toegenomen, maar de neerslag ook en dat heft elkaar ongeveer op. Wel is het natuurlijk zo dat als gevolg van de toegenomen verdamping een jaar met weinig neerslag, zoals 2018, tegenwoordig grotere gevolgen zal hebben dan een even droog jaar 30 of 40 jaar geleden. 

De belangrijkste oorzaak voor lage grondwaterstanden in het zomerhalfjaar lijkt echter te liggen in april en in mindere mate mei. Het oplopende tekort in april zorgt er namelijk voor dat het grondwater in een gemiddelde aprilmaand anno 2020 al niet meer wordt aangevuld en vaak zelfs flink zal dalen. Dat werpt zijn schaduw vooruit op de rest van de zomer, want omdat de vegetatie in de volgende maanden nog meer vocht nodig heeft, zullen de planten dan alle neerslag die valt opnemen en het gevolg is dat de grondwaterstand in de maanden na april zal blijven dalen en dus later in de zomer veel lager uit zal komen.

De kans dat beken en vennen op de zandgronden in zuid en oost Nederland dan droogvallen en er een verbod op beregenen wordt ingesteld, is daarom toegenomen; vooral omdat april een veel groter neerslagtekort heeft. Om hier wat aan te doen zal het grondwaterniveau vóór april al extra moeten worden aangevuld; in april is het namelijk al te laat. Vooral de maanden februari en maart zijn daarvoor belangrijk, want die zijn tegenwoordig vaak nat en omdat de verdamping dan nog niet zo groot is, zou dan zoveel mogelijk water moeten worden vastgehouden.

Dat betekent dan wel dat de bodem begin april natter zal zijn en daar doet zich dan meteen een probleem voor want dat is juist de tijd dat het land bewerkt moet worden. De waterbeheerders staan daarom voor een lastige keuze: een hoge voorjaarsstand én een natte bodem, met een kleine kans op een lage grondwaterstand in de zomer óf een droge bodem in het voorjaar, maar dan een grote kans op juist lage grondwaterstanden in de zomer. 

 

 

 

Weinig neerslag en dalende waterstanden

De westelijke luchtstroming heeft maar kort aangehouden. Het leverde eerst een paar dagen op met aardig wat regen in de stroomgebieden, waardoor de rivieren konden stijgen. Daarna draaide de stroming naar het noordwesten tot noorden, waardoor het kouder werd en de neerslaghoeveelheden weer sterk afnamen. De komende week draait de stroming weer terug naar het zuidwesten, maar dat levert maar weinig neerslag op. De afvoeren in de rivieren zullen daarom de hele week blijven dalen en het ziet er naar uit dat die daling ook na deze week nog doorzet. In dit waterbericht leest u de verwachting voor de waterstanden in de Rijn en de Maas van de komende 10 dagen.

In de Alpen verliep de maand februari grotendeels droog, maar de noordelijke stroming van de afgelopen week heeft daar flink veel verse sneeuw opgeleverd. Dat is gunstig voor de Rijnafvoer later in het voorjaar. In de rubriek Water Inzicht een uitstapje naar de Alpen om na te gaan wat we van de sneeuw daar mogen verwachten.

Water van de week

Lagedrukgebieden blijven op grote afstand

Na een lange droge periode in februari zette vanaf 8 maart de westelijke luchtstroming in. Er volgden enkele natte dagen in de stroomgebieden, maar na ongeveer een week draaide de luchtstroming naar het noordwesten en bleef het, op enkele buien na, in de stroomgebieden weer grotendeels droog. Eerst zag het naar uit dat er in het midden van de afgelopen week nog een sneeuwgebiedje over de Middengebergten zou trekken, waardoor er in de Ardennen en Eiffel ca 15 cm sneeuw zou vallen, maar dat kwam er niet van en het bleef bij hooguit een centimeter of 5.

In het Zwarte Woud en de Vogezen was een deel van de neerslag eerder in de week al als sneeuw gevallen en boven de ca 1000 m hoogte groeide het sneeuwdek daar de afgelopen week aan tot ca 50 cm. De komende 2 weken smelt deze sneeuw weer helemaal weg, maar omdat er bijna geen regen valt, verloopt het smelten gestaag en levert het slechts een bescheiden bijdrage aan de Rijnafvoer. In de Ardennen ligt zo weinig sneeuw dat het niet merkbaar zal zijn in de Maasafvoer als dit smelt.

Terwijl de noordwestelijke stroming in een groot deel van de stroomgebieden weinig neerslag bracht, was dat anders in de Alpen. Als de wind uit het noordwesten waait, staat deze loodrecht op het bergmassief en als de lucht dan geforceerd naar grote hoogte stijgt kan het langdurig gaan sneeuwen. Boven de 1000 m is dan ook erg veel sneeuw gevallen in de afgelopen week, soms meer dan 1 meter. Het water dat hierin verpakt zit zal pas later in het voorjaar gaan smelten en de komende weken merkt de Rijn daar nog weinig van.

De noordwestelijke stroming wordt veroorzaakt door een groot hogedrukgebied boven de Britse Eilanden. De komende dagen trekt dit gebied naar het zuidoosten en het nestelt zich dan boven Midden en Zuid Europa. Tegelijkertijd verschijnt bij IJsland een groot lagedrukgebied, maar dat heeft weinig aspiraties om richting Europa te trekken. Boven onze omgeving draait de stroming door deze ontwikkelingen weer naar het zuidwesten. Het wordt dan  weer wat warmer, maar regengebieden komen er de eerste 3 tot 4 dagen niet aan te pas.

Op vrijdag verandert dat even want dan kan een regenzone van het IJslandse lagedrukgebied tot over Nederland en België en een deel van Duitsland reiken, maar de verwachte regenhoeveelheden zijn klein en hebben geen invloed op de rivierafvoeren.

Vanaf zaterdag ziet het er naar uit dat het hogedrukgebied boven het Europese continent nog wat sterker wordt en dat zal nieuwe regenzones voorlopig op afstand houden. Mogelijk dat (het westen van) Nederland nog wel een paar keer met schampschoten van regenzones te maken krijgt in de laatste dagen van maart, maar voor de stroomgebieden lijkt zich een langere droge periode in te gaan stellen.

Samengevat ziet het er naar uit dat er de komende 2 weken weinig neerslag gaat vallen. Alleen op vrijdag dringt een regengebied tot Nederland door, maar voor de afvoeren van de Rijn en de Maas heeft dat geen betekenis. De week na volgend weekend ziet het er naar uit dat een hogedrukgebied boven Midden en Oost Europa dominant zal zijn en dat houdt regenzones weg uit de stroomgebieden.

Rijn steeg tot 10 m bij Lobith, maar gaat nu langdurig dalen

De regen die tussen 8 en 15 februari in het stroomgebied is gevallen zorgde de afgelopen week voor een kleine opleving van de waterstand in de Rijn. Bij Lobith steeg het peil van 8,8 naar 10 m +NAP en de afvoer steeg van ca 1800 naar 2700 m3/s wat ongeveer de gemiddelde hoeveelheid is voor deze tijd van het jaar. 

Omdat er na 15 maart weinig regen meer gevallen is, is de waterstand inmiddels weer gaan dalen en die daling zal zich de hele week doorzetten. dagelijks gaat er zo'n 10 tot 15 cm van het peil af en ik verwacht dat volgende week zondag, 28 maart, de 9 m +NAP weer onderschreden zal worden. De afvoer zal in het weekend daarvoor al weer onder de 2000 m3/s zijn gezakt. 

Als de verwachting uitkomt dat er de komende 10 dagen weinig regen gaat vallen, dan zou de waterstand in ieder geval blijven dalen tot rond 5 april en misschien nog wel langer. De daling na 28 maart verloopt echter wel iets langzamer. De sneeuw die de afgelopen week in de hogere delen van de Middelgebergten is gevallen zal later in deze week gaan smelten en dat zorgt dan voor een kleine vertraging in de daalsnelheid naar circa 5 cm per dag. Rond 5 april zou dan met een waterstand van ongeveer 8,7 m +NAP rekening gehouden moeten worden en een afvoer van ca 1750 m3/s.

Maas bleef net onder de 500 m3/s en daalt de komende week naar 250 m3/s.

De maas profiteerde van de regenval in vooral de Ardennen en op donderdag 18 maart werd de hoogste afvoer bij Maastricht van ca 450 m3/s. Dit is de daggemiddelde afvoer, want door sterke wisselingen in de hoeveelheid water die de stuwen in Wallonië doorlaten, schommelt de afvoer gedurende de dag tussen de 300 en 550 m3/s.  Een dagafvoer van 450 m3/s ligt iets boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ca 400 m3/s bedraagt. 

Inmiddels is de Maasafvoer alweer gaan dalen en de komende dagen zet die daling door tot weer ruim onder het langjarig gemiddelde. Iedere dag gaat er zo'n 25 m3 vanaf en aan het eind van de week zal dan weer de 300 m3/s onderschreden worden. Aanstaande vrijdag en zaterdag wordt er wat regen verwacht, maar kleine hoeveelheden en dit zal weinig invloed hebben op de Maasafvoer. Ik verwacht daarom dat de daling zich in de laatste dagen van maart en begin april verder door zal zetten en de kans is groot dat in het weekend van 4 april de afvoer weer onder de 200 m3/s zal zijn gezakt.

water inzicht

Veel sneeuw in de Alpen betekent extra water voor de Rijn van mei t/m juli

De noordwestelijke stroming leverde de afgelopen week voor de Alpen een dik pak verse sneeuw op. In de figuur hieronder zijn de neerslaghoeveelheden van de week van 11 t/m 18 maart weergegeven. De kaart geeft voor ~Zwitserland de neerslaghoeveelheden weer in millimeters wat voor sneeuw ruwweg omgezet kan worden in centimeters. De witte lijn is de contour van het stroomgebied van de Rijn. In het paarse gebied is meer dan 80 mm neerslag, d.w.z. ca 80 cm sneeuw, gevallen. Dit is de noordzijde van de Alpen waar de meeste sneeuw viel. Lokaal liepen de hoeveelheden op tot tussen de 100 en 125 cm. 

Aan de zuidzijde van de hoogste kam van de Alpen viel minder sneeuw. Zodra de lucht de Alpen over gestoken is, wordt deze namelijk warmer en droogt daarbij op; er valt dan al snel geen neerslag meer uit. Een klein deel van het stroomgebied van de Rijn (rechtsonder) strekt zich tot in dit deel van Zwitserland uit. 

Sneeuw in de Alpen deze week.jpg

Neerslaghoeveelheden Zwitserland van 11 tm 18 maart; 1 mm staat ongeveer gelijk aan 1 cm sneeuw. (bron: Kachelmannwetter.com)
Neerslaghoeveelheden Zwitserland van 11 tm 18 maart; 1 mm staat ongeveer gelijk aan 1 cm sneeuw. (bron: Kachelmannwetter.com)

Ook ten noorden van de Alpen viel niet overal veel neerslag. In de lagere delen van Zwitserland bleef het bij zo'n 3 tot 4 cm en hier ging het ook vooral om regen, die inmiddels al weer door de Rijn is afgevoerd naar Nederland.

In de Alpen lag ook al sneeuw van eerdere perioden dat er neerslag viel en het sneeuwdek groeide daarom flink aan. In de kaart hieronder van het Zwitserse instituut voor onderzoek aan sneeuw en lawines is zichtbaar dat er nu lokaal meer dan 3 meter sneeuw ligt. Op het kaartje is in het noorden ook de Jura zichtbaar. Dit gebergte reikt tot ca 1500 m hoog en hier ligt ook 60 tot 80 cm. Deze sneeuw zal het eerste smelten en de komende weken al wat water opleveren voor de Rijn. 

Sneeuwhoogte Alpen.png

Sneeuwdikte Alpen t/m afgelopen week. (bron: www.slf.ch)
Sneeuwdikte Alpen t/m afgelopen week. (bron: www.slf.ch)

 

Als we nog wat verder inzoomen op de Alpen dan zien we dat de sneeuwdikte aan de noordzijde nu tot bijna 4 meter is aangegroeid en aan de zuidzijde tot ongeveer 2 meter. In de figuur hieronder is van 4 meetstations (3 aan de noordzijde en 1 aan de zuidzijde) het verloop van het sneeuwdek in de afgelopen winter weergegeven.  De donkerblauwe lijn is de sneeuwdikte, de dunne opstaande lijntjes de dagen dat er sneeuw viel. De paarse lijnen geven de laagste waarde ooit, de gemiddelde waarde en de hoogste ooit weer.

Sneeuw in de Alpen op 4 locaties.jpg

Ontwikkeling van de sneeuwdikte in de afgelopen winter op 4 meetstations in de Alpen (bron: SLF.ch).
Ontwikkeling van de sneeuwdikte in de afgelopen winter op 4 meetstations in de Alpen (bron: SLF.ch).

Op de lagere stations (op ca 1800 en 2150 m hoogte) is de sneeuwdikte inmiddels aangegroeid tot een dikte dicht bij de maximale waarden die hier gemeten zijn. Op het hoogste station is het dek nog niet zo hoog, maar wel flink hoger dan het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Dat zien we ook bij het station aan de zuidkant van de Alpen. Ook is te zien dat daar deze week minder sneeuw is gevallen; de opstaande lijntjes zijn er minder hoog. Daarbij is de sneeuwdikte hier altijd minder dan aan de noordkant van de Alpen: het gemiddelde komt er maximaal tot 2 m, terwijl dat aan de noordzijde op deze hoogte tot ca 3,5 m is.

De komende 10 tot 14 dagen wordt er weinig nieuwe sneeuw verwacht in de Alpen, maar nu is al duidelijk dat de uiteindelijke dikte hoger uit zal komen dan in een gemiddeld jaar. De donkere paarse lijn, die het gemiddelde aangeeft, loopt namelijk op de meeste locaties niet verder meer op in de komende weken. Dat betekent dat als de sneeuw uiteindelijk gaat smelten er dit jaar veel smeltwater verwacht mag worden. 

Met rode pijltjes heb ik de momenten aangegeven dat het smelten gewoonlijk begint (enkel rood pijltje) en wanneer de periode met de grootste sneeuwsmelt begint (dubbele pijl). Op een hoogte van 1800 m begint het smelten doorgaans al in deze tijd van het jaar, maar de grootste smelt treedt pas op na half april. Op grotere hoogte begint het smelten pas begin april en boven de 2500 meter pas vanaf half april. Daar duurt het ook tot eind mei voordat de grootste smelt aanbreekt.

Al met al betekent dit dat we vanaf begin april een toevoer van smeltwater mogen verwachten, maar dat de grootste bijdrage pas in mei op zal treden. Het smelten loopt door tot in juni, op de hoogste plekken zelfs tot in juli. Dit is gunstig voor de afvoer naar de Rijn want het betekent dat ruwweg vanaf half april t/m eind juni er flink wat extra water te wachten staat met een piek in de loop van mei. 

De totale hoeveelheid smeltwater die na een sneeuwrijke winter vanuit de Alpen tot afstroom komt, kan oplopen tot duizenden m3/s. Dit water komt echter niet in een keer in de Rijn, want de grote Zwitserse meren vangen dit water op en geven het dan geleidelijk af aan de Rijn. Dit is goed te zien aan het peilverloop van de Bodensee (het grootste meer in het stroomgebied van de Rijn). De groene lijn in de figuur hieronder geeft het gemiddelde verloop van de Bodensee weer en die lijn begint in april op te lopen, om dan eind juni de hoogste waarde te bereiken. Tot dat moment is de instroom van smeltwater groter dan de uitstroom, na dat moment is het andersom. Zo profiteert de Rijn dus vele maanden van het smeltwater dat in het voorjaar beschikbaar komt.

 

Waterpeil Bodensee.png

Jaarverloop van het waterpeil van de Bodensee.
Jaarverloop van het waterpeil van de Bodensee.

In de figuur van de Bodensee is het peil van dit jaar met een blauwe lijn weergegeven. Op dit moment is het peil al relatief hoog omdat de winter in de lagere delen van Zwitserland nat is verlopen, zodat er ook veel regenwater in de Bodensee is uitgestroomd. Ook dat water werd er gebufferd en loopt nu langzaam weer weg. Over enkele weken zal de blauwe lijn weer gaan stijgen als het eerste smeltwater beschikbaar komt.

In april is de bijdrage doorgaans nog gering, maar in mei en juni neemt deze toe. Vanuit alle Zwitserse meren samen loopt deze dan op tot ca 500 m3/s om dan vanaf juli weer langzaam af te nemen. In jaren met veel sneeuw loopt de bijdrage zelfs op tot ca 1000 m3/s. Dit jaar maakt een goede kans om ook vrij hoog uit te komen omdat er nu al erg veel sneeuw ligt. Hoe hoog de afvoer komt hangt ook nog af van hoe de sneeuw gaat smelten. Als het vrij droog is dan verdampt namelijk ook een deel van de sneeuw en dan zal er relatief weinig smeltwater zijn. Dat was vorig jaar het geval in mei toen het wekenlang erg droog, warm en zonnig was. 

Als het smelten gepaard gaat met regenval dan is de bijdrage juist extra groot, want dan levert de regen de warmte voor het smelten en kan de afvoer in korte tijd sterk toenemen. Het is nu nog niet te zeggen hoe het smeltproces zal gaan verlopen, want dat hangt af van hoeveel regen er in mei valt en daar is nu nog geen zicht op. Maar mocht mei ongeveer normaal verlopen wat de regenval betreft, dan zou de bijdrage van smeltwater aan de Rijn op kunnen lopen tot ca 750 m3/s. Dat betekent dan dat de Rijnafvoer bij Lobith in de maanden mei t/m juli een grote kans heeft om ergens tussen de 1750 en 2250 m3/s uit te komen. Dat zal dan ruim voldoende zijn om in de waterbehoefte te voorzien die in de zomer altijd in Nederland altijd op zijn hoogst is. 

 

Abonneren op