Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Droog zomerweer weet voorlopig niet van wijken, extreem lage waterstanden
De hele komende week blijft het droog en later gaan de temperaturen opnieuw in de lift naar tropische waarden. Bij gebrek aan regen blijven de rivieren voorlopig op een zeer laag peil. Een klein lichtpuntje is het beetje extra water dat in de Rijn vanuit het zuiden van het stroomgebied onderweg is. De stand zal daardoor eerst een klein beetje stijgen, voordat aan het einde van komende week opnieuw een daling inzet naar extreem lage afvoeren. Een overgang naar een natter weertype is voorlopig nog niet in zicht. In het water bericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een overzicht van de aanhoudende droogte in vooral Zuid-Duitsland en Zwitserland. Deze begon al in de winter en laat de Rijnafvoer nu dalen naar een historisch lage stand voor de tijd van het jaar.
Water van de week
Hogedrukgebieden bepalen voorlopig het weer.
Een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied bepaalt voorlopig het weer in onze omgeving. De afgelopen dagen lag deze uitloper westelijk van ons waardoor er met een westelijke tot noordwestelijke stroming wat minder warme lucht werd aangevoerd. Komende dagen schuift deze uitloper wat naar het oosten en vormt zich waarschijnlijk ten noorden van onze omgeving een aparte kern van hoge druk. De wind draait dan naar het oosten waardoor het opnieuw warm tot zeer warm kan worden.
Al die tijd blijft het droog en zeker in combinatie met de hoge temperaturen en de sterke verdamping die dan optreedt, neemt het neerslagtekort de komende week sterk toe. In de stroomgebieden is het ook al lange tijd droog; vooral het zuidelijk deel van het stroomgebied van de Rijn maakt een lange zeer droge periode mee. In het begin van de afgelopen week werd dat even onderbroken door wat regen, wat een paar honderd m3/s extra water opleverde in de Rijn. Sinds de uitloper van het hogedrukgebied zich heeft ontwikkeld is het echter weer droog geworden in West-Europa en voorlopig blijft dat zo. Hoogstens valt er een enkele bui in de Alpen, maar dat zal nauwelijks extra water opleveren voor de Rijn.
In het begin van de week na het volgende weekend kan zich boven de Golf van Biskaje een lagedrukgebied vormen dat in de dagen daarna over Frankrijk naar het noordoosten trekt. In combinatie met de zeer warme lucht, die zich dan boven het Europese continent bevindt, kan dit een buiig weertype opleveren dat zorgt voor een onderbreking van de droogte. De eerste serieuze neerslagsignalen zien we echter pas op de weerkaarten voor 15 en 16 juli. Wat daarbij opvalt is dat volgens het Europese weermodel de buiigheid dan meerdere dagen aan zou kunnen houden, met alles bij elkaar ook flinke neerslagsommen.
Mogelijk is het model dus een serieuzere weersverandering op het spoor. Maar voorlopig is dit is nog ruim 10 dagen vooruit, dus het kan zeker nog veranderen en er staan ons voorlopig eerst nog 10 droge warme, en later zeer warme dagen, te wachten.
Rijn stijgt een heel klein beetje om daarna flink te gaan dalen naar een record lage stand rond 15 juli.
De Rijn bereikte midden afgelopen week zijn voorlopig laagste stand van ca 7,03 m NAP bij Lobith. De afvoer was toen gezakt tot ongeveer 920 m3/s. Dankzij de regen van vorig weekend en de dagen daarna, steeg de afvoer vanaf het eind van de week weer een heel klein beetje tot net iets onder de 1.000 m3/s op dit moment en de stand steeg ca 15 cm naar 7,2 m NAP. Vanuit het zuiden van het stroomgebied is nog wat meer water onderweg waardoor de stand kan de komende dagen nog een ietsje meer kan stijgen naar ca 7,4 m NAP. De afvoer bedraagt dan 1.050 m3/s op dinsdag, waarna de daling weer inzet.
Inmiddels hebben we de maand juni achter ons gelaten en de gemiddelde afvoer over de hele maand bedroeg voor de Rijn slechts 1.150 m3/s. Dat is maar 50% van wat de Rijn in juni gewoonlijk naar Nederland afvoert. Alleen in 1934 was de gemiddelde afvoer met iets minder dan 1.000 m3/s in juni nog lager. In het ook zeer droge jaar 1976 bedroeg de gemiddelde afvoer in juni 1.272 m3/s. Een meer recent jaar met een ook zeer lage juni-afvoer was 2011, toen bedroeg de gemiddelde afvoer 1.285 m3/s. In dat jaar ging de afvoer in juli weer stijgen zodat later in de zomer geen heel lage afvoeren meer voorkwamen. In 1976 steeg de afvoer ook in juli, maar ging zij daarna weer flink omlaag.
De kans dat er ook dit jaar in juli een stijging volgt, is voorlopig zeer klein. De komende dagen gaat de waterstand wel een heel klein beetje omhoog, maar vanaf dinsdag alweer dalen en omdat het de hele week en het begin van de week daarna droog blijft, wordt het een daling van zeker 10 dagen lang. Op donderdag 9 juli verwacht ik dat de 1.000 m3/s weer onderschreden wordt en iedere dag gaat er daarna zo'n 30 tot 40 m3/s van de afvoer af zodat op zondag 12/7 de 900 m3/s wordt onderschreden. De waterstand bedraagt dan 7 m NAP. Ook daarna zet de daling nog door en rond 15 juli verwacht ik een stand tussen 6,85 en 6,9 m NAP bij een afvoer van ca 825 m3/s.
Het afvoerverloop lijkt de komende 2 weken veel op dat van 1976, toen de afvoer ook in de eerste twee weken van juli sterk daalde (toen was er trouwens ook net een hittegolf). In dat jaar werd de laagste waarde bereikt op 11 juli met een laagste afvoer van 780 m3/s, dus nog net iets lager. In de twee weken daarna zou de afvoer in 1976 weer snel stijgen naar ruim 1.700 m3/s op 1 augustus. Dat was toen een welkome verrassing na de langdurige droogte van eerder dat jaar.
Het is nu nog niet duidelijk wat de Rijn dit jaar gaat doen na 15 juli als de afvoer tot net boven de 800 m3/s. De weermodellen laten een overgang zien naar natter weer en mocht dat uitkomen dan kan de afvoer vanaf ca 18 juli weer gaan stijgen. Maar voorlopig is dat te ver vooruit in de tijd om dat met zekerheid te kunnen zeggen.
Maasafvoer daalt naar slechts 25 tot 30 m3/s.
In het stroomgebied van de Maas viel aan het begin van de afgelopen week maar weinig neerslag en de afvoer is daardoor de hele week langzaam verder gedaald en bedraagt nu bij Maastricht nog slechts 35 m3/s. Dat is zeer laag voor de tijd van het jaar, maar niet helemaal uniek, want de Maas heeft maar 2 of 3 droge maanden na elkaar nodig om ver uit te zakken.
We zien dat ook terug in de gemiddelde afvoer over de maand juni: die bedroeg bij Maastricht ongeveer 70 m3/s en dat is maar ongeveer 50% van het langjarig gemiddelde. Hierboven we zagen we dat de Rijn ook maar 50% van het gemiddelde afvoerde, maar terwijl er bij de Rijn maar één jaar was met een nog lagere gemiddelde afvoer, waren dat er bij de Maas maar liefst 18. De meest uitzonderlijke zijn 1976 met een gemiddelde afvoer van ca 25 m3/s op enige afstand gevolgd door 2017, 1974 en 1964 met een afvoer van ca 40 m3/s. De komende week tot 10 dagen gaat de afvoer bij Maastricht verder dalen om in de buurt te komen van voor de tijd van het jaar extreem lage afvoeren van slechts 25 tot 30 m3/s.
De afvoer is dan zo laag dat het water zorgvuldig moet worden verdeeld over de Belgische en Nederlandse kanalen die nabij Maastricht water van de Maas afnemen. Hiervoor zijn in het verleden al afspraken gemaakt tussen beide landen in het zogenaamde Maasafvoerverdrag. Het houdt in dat er minder water via het Albertkanaal naar het Westen van België wordt afgevoerd en dat in het Julianakanaal pompen worden ingezet om de scheepvaartsluizen van water te voorzien. Uiteindelijk blijft er dan ca 10 m3/s over voor de Grensmaas die een minimale hoeveelheid nodig heeft om te grote schade aan de natuur van het snelstromende water te voorkomen.
Hoe lang deze periode van extreem laag water gaat aanhouden is nu nog niet te zeggen. Mogelijk dat en vanaf 15 juli weer regen kan gaan vallen in het stroomgebied. Maar voorlopig is het nog wat te vroeg om daar al met enige zekerheid iets over te kunnen zeggen.
Water Inzicht
Laagwater in de Rijn veroorzaakt door droogte die al in afgelopen winter is begonnen.
In de afgelopen waterberichten heb ik al vaak geschreven over de zeer lage waterstanden die de Rijn momenteel meemaakt. Niet dat het laagterecord binnenkort verbroken wordt, maar het is vooral de periode in het jaar die bijzonder is dat deze lage standen optreden. Gewoonlijk heeft de Rijn namelijk in het begin van de zomer nog een relatief hoge afvoer. Zo bedraagt het langjarig gemiddelde voor de afvoer in juni circa 2.250 m3/s en in juli 2.050 m3/s. Dat is voor beide maanden in de buurt van gemiddelde voor het hele jaar. Gewoonlijk daalt de Rijnafvoer pas in de tweede helft van de zomer naar steeds lagere waarden en wordt de laagste stand begin oktober bereikt. In zeer droge jaren ligt dat moment vaak nog wat later en de laagterecords vinden we in de meetreeks daarom pas terug in november.
De huidige droogteperiode valt op omdat deze al in de afgelopen winter is begonnen. De maanden december en januari waren al droog in een groot deel van het stroomgebied en nadat februari wel wat natter verliep is het daarna nu alweer 4 maanden droog tot zeer droog. De twee volgende figuren laten het tekort aan neerslag zien voor de eerste 6 maanden van dit jaar weergegeven in Zuid-Duitsland en Zwitserland. De grens van het stroomgebied van de Rijn is met een rode lijn aangegeven.
Neerslag Duitsland jan-jun 26.jpg

Neerslag Zwitserland jan-jun 26.jpg

In bijna alle kaartjes overheersen de bruine kleuren wat wijst op een neerslagtekort van zo'n 30 tot 80%. Alleen in februari viel er meer neerslag dan gemiddeld, met in de omgeving van Stuttgart zelfs meer dan het dubbele. Maar er waren toen ook al drogere gebieden, zoals het Sauerland, wat normaal altijd wel profiteert van een natte periode. Deze regen leverde begin maart een klein hoogwatertje op in de Rijn, maar daarna werd het al snel weer droog.
Maart verliep alweer droog, maar vooral april spande de kroon; met gebieden waar de hele maand lang vrijwel geen neerslag viel. In mei veranderde het weerpatroon enigszins en dit leverde vooral in het noorden van het stroomgebied meer neerslag op. Voor de Rijn is dat echter maar een klein deel van het stroomgebied en al met al leverde dit te weinig water op om de afvoer naar die gemiddelde waarden te laten stijgen. In juni werd het overal weer droog met ook nu de minste neerslag in het zuiden van Duitsland en ook in Zwitserland bleef het lang droog. Pas in de laatste dagen vielen er daar stevige buien, zodat de kleuren in het kaartje wat minder extreem werden.
Uit vroegere laagwaterperioden weten we dat de Rijn meestal pas zeer lage afvoeren bereikt als het meer dan 4 tot 6 maanden erg droog is geweest in het stroomgebied. De zeer lage standen die in het verleden meestal in oktober en november werden bereikt, werden dan steeds voorafgegaan door een droge periode die in de zomer was begonnen.
Dit jaar verliep dus anders want nu begon de droge periode niet in de zomer, maar al in de winter en op een kleine onderbreking na, duurt deze met name in het zuiden van het stroomgebied nu al 8 maanden. De volgende grafiek met de maandtotalen van de neerslag van een meetstation op de Feldberg in het Zwarte Woud laat dit goed zien. De hogere delen van dit gebergte vangen gewoonlijk in alle maanden van het jaar veel regen op en daarmee is het een belangrijke bron voor de Rijn.
Schermafbeelding 2026-07-05 om 13.06.55.png

Al sinds november is hier echter, op februari na met een ongeveer gemiddelde hoeveelheid, veel minder neerslag gevallen dan normaal. Buiten februari om viel er slechts 35% van de normale hoeveelheid. Een zo langdurige droogte in het stroomgebied is best wel bijzonder want vooral de laatste jaren waren juist de winters vaak natter en bleef de droogte beperkt tot het voorjaar en de zomer. Er zijn in het verleden wel enkele jaren geweest die op het huidige jaar leken, zoals onder andere 1976 en 2011 met ook toen lage Rijnafvoeren aan het begin van de zomer. In 1976 hield deze droogte ook in de zomer nog aan, maar in 2011 sloeg het weer in de tweede helft van juni om.
Dit jaar lijkt tot nu toe wat de Rijnafvoeren betreft, in de voetsporen van 1976 te willen gaan treden. Maar er is wel een belangrijk verschil en dat is dat het toen ook in Nederland heel droog was. Dit jaar viel dat, op de maand april na, mee. Net als in Noord-Duitsland, wat we hierboven op de neerslagkaartjes zagen voor mei en juni is er ook in Nederland toen vrij veel neerslag gevallen. Daarom valt het tot nu toe in ons land met de droogte en het neerslagtekort nog wel mee en is dit jaar wat dat betreft minder extreem dan in 1976.
De komende 10 dagen gaat het neerslagtekort in Nederland echter ook flink stijgen omdat het langdurig droog wordt en ook nog eens zeer warm. De Rijnafvoer daalt ondertussen en de Maasafvoer was al laag en blijft erg laag. We zullen zorgvuldig om moeten gaan met het water in de komende twee weken, maar wellicht dat er vanaf 15 juli weer een nattere periode aanbreekt; dus het is te overzien.
Vanwege de uitzonderlijk lage waterstanden zal ik halverwege de week weer een extra laagwaterbericht opstellen.
Laagwaterbericht
De Rijn bereikte vanmorgen zijn (voorlopig) laagste stand van net boven de 7 m NAP; 7,03 m om precies te zijn. De afvoer daarbij bedroeg slechts 905 m3/s en dat is uitzonderlijk laag voor de tijd van het jaar. Het langjarig gemiddelde bedraagt namelijk ruim 2.000 m3/s voor begin juli.
Het waterbeheer in Nederland moet nu alle zeilen bijzetten om de gebruikers van voldoende water te voorzien. Een prettige bijkomstigheid is dat er in juni op veel plaatsen voldoende regen is gevallen, zodat de watervraag niet zeer hoog is.
Ook in Duitsland en Zwitserland viel de afgelopen dagen aardig wat regen. Zelfs nog wat meer dan waar het zondag naar uitzag. Dat betekent dat de Rijn de komende dagen nog wat verder kan stijgen dan de 7,3 m NAP die ik zondag nog verwachtte. Vanuit uit het zuiden van Duitsland is het meeste extra water onderweg, dus we moeten er wel even op wachten.
Vandaag en morgen stijgt de stand al iets naar ca 7,15 m NAP (afvoer ca 950 m3/s) en vanaf zaterdag volgt dan een verdere stijging naar ca 7,5 m NAP (afvoer tussen 1.100 en 1.150 m3/s) op dinsdag 7/7 na het komend weekend. Daarna gaan waterstand en afvoer weer dalen.
In het stroomgebied van de Maas viel de afgelopen dagen weinig regen en de Maasafvoer is nu tot onder de 40 m3/s gezakt en blijft voorlopig erg laag.
De weersverwachting heeft weinig regen in het verschiet voor de komende week tot 10 dagen. Alleen medio volgende week zijn er wat neerslagsignalen, maar voorlopig lijken die niet veel extra water op te gaan leveren voor de rivieren. Mijn verwachting is daarom dat de Rijn vanaf medio volgende week weer gestaag gaat dalen en zoals het er nu naar uitziet zou de stand nog wel eens verder weg kunnen zakken dan ze de afgelopen dagen deed.
Op 10 of 11 juli kan de afvoer weer onder 1.000 m3/s kunnen zaken en rond 13 juli zou de afvoer de 900 m3/s kunnen bereiken. De stand bedraagt dan nog maar 7,1 m NAP en het is niet onwaarschijnlijk dat kort daarna ook de 7 m NAP wordt onderschreden. Of het weer moet een verrassing in petto hebben, maar daar ziet het voorlopig nog niet naar uit.
Overgang naar koeler weer met wat neerslag in de stroomgebieden, net voldoende voor heel lichte stijging
De grootste warmte wordt nu verdreven uit West-Europa en er viel vooral in Nederland in de nacht van zaterdag op zondag lokaal veel regen. In de stroomgebieden bleef het nog droog, maar komende dagen kan daar ook wat regen vallen, wat een beetje water op kan leveren voor de rivieren. Later in de week wordt het weer voor langere tijd droog en gaan de waterstanden opnieuw dalen naar zeer lage waarden. In het waterbericht leest u de details.
De afgelopen dagen daalde de Rijnafvoer bij Lobith voor het eerst dit jaar onder de 1000 m3/s. In de rubriek water inzicht laat ik zien hoe bijzonder dat is in deze tijd van het jaar, nu het laagwater seizoen feitelijk nog moet beginnen.
Water van de week
Aanhoudende droog onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren hogedrukgebied.
Het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor droog en extreem warm weer zorgde is naar het oosten weggetrokken. Daarna volgde een koufront, behorend bij een lagedrukgebied ten noordwesten van Schotland, dat van west naar oost over het land trok. Dit bracht op veel plaatsen zware buien met uitzonderlijk veel onweer en lokaal ook veel neerslag. Op veel plaatsen in Nederland is juni daarmee een erg natte maand geworden en dat zorgt voor enige verlichting bij het waterbeheer in Nederland, wat de komende tijd te stellen krijgt met zeer lage afvoeren van zowel de Maas als de Rijn.
Vandaag ligt het gebied met de extreme warmte nog boven Duitsland, maar ook daar wordt het vanaf morgen koeler. De overgang gaat er gepaard met buien en lokaal veel neerslag. De meeste regen lijkt voorbehouden voor het oostelijk deel van Duitsland en het stroomgebied van de Rijn komt er waarschijnlijk bekaaid vanaf. Met neerslaghoeveelheden tussen de 10 en 30 mm tijdens de eerste dagen van de komende week levert dat de Rijn hoogstens een heel klein beetje extra water op.
Vanaf donderdag komen we onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren-hogedrukgebied en net als de vorige keer vormt dat een paar dagen later een aparte kern van hogedruk boven onze omgeving. Dit hogedrukgebied houdt regengebieden op grote afstand en dat betekent dat het in de tweede helft van de week overal weer droog wordt. Dit droge weer zou, zoals het er nu naar uitziet, wel eens een week kunnen aanhouden. Pas vanaf ongeveer 9 of 10 juli zijn er voor het eerst weer neerslag signalen te zien op de kaarten van de weermodellen. Dat is geen goed nieuws voor de Rijn en de Maas die daardoor verder zullen dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage waterstanden.
Rijn weer even boven 1.000 m3/s, maar al snel er weer onder.
De droogte die in een groot deel van het stroomgebied van de Rijn al maandenlang aanhoudt, heeft ervoor gezorgd dat de waterstand is gedaald naar een voor de tijd van het jaar uitzonderlijk lage stand. De hele afgelopen week daalde het waterpeil met gemiddeld 7 cm per dag en kwam vandaag uit op 7,15 m NAP. De afvoer die aan het begin van de week nog ca 1.100 m3/s bedroeg daalde ca 150 m3/s en passeerde in de nacht van vrijdag op zaterdag de grens van 1.000 m3/s.
Dit gebeurde eerder in de meetreeks van de Rijn in deze tijd van het jaar pas twee keer: in 1934 en 1976. Vorig jaar was de afvoer eind juni ook laag maar toen werd de 1000 m3/s net niet gepasseerd en volgende een wat nattere maand juli waarin de afvoer kon stijgen tot buiten het bereik van laagwater. Dat gaat dit jaar niet gebeuren want dankzij de buien van komende dagen zal er later in de week wel wat extra water bij Lobith aankomen, maar het zal niet meer zijn dan de spreekwoordelijke druppels op een gloeiende plaat.
Mijn verwachting voor de komende dagen is een nog iets dalende stand tot circa 7,1 m NAP op dinsdag 30/6, daarna een paar dagen stabiel tussen 7,1 en 7,15 m NAP, om vanaf vrijdag iets te gaan stijgen naar circa 7,25 tot 7,35 m NAP op maandag 6/7. De afvoer die nu circa 960 m3/s bedraagt daalt eerst naar circa 920 m3/s, om daarna iets op te lopen naar circa 950 m3/s aan het eind van de week. In het weekend stijgt de afvoer nog iets verder tot net boven de 1.000 m3/s, maar meer dan 1.050 m3/s verwacht ik niet dat Het gaat worden.
Deze hoeveelheden zijn gebaseerd op de neerslag van de komende dagen vanuit de buien die boven het stroomgebied worden verwacht. Deze regen moet nog vallen en het kan natuurlijk altijd anders uitpakken, maar er zal zeker niet voldoende vallen voor een flinke stijging. De buiigheid duurt maar een paar dagen en vanaf het tweede helft van de komende week wordt het weer voor minimaal een week droog in het stroomgebied en daardoor zet vanaf 6 juli opnieuw een langere daling van de waterstanden in. Hoever die daling doorgaat is nu nog niet te zeggen, maar de kans lijkt aanzienlijk na het volgende weekend, rond 10 juli, de waterstand tot onder de 7 m NAP kan gaan zakken en de afvoer daalt tot onder de 900 m3/s.
Maasafvoer blijft langdurig onder de 50 m3/s.
Vorig weekend was er nog een korte opleving van de afvoer bij Maastricht als gevolg van zware buien die in het weekend in het Waalse deel van het Maasdal waren gevallen. Zoals gebruikelijk met regen dat op een verhard oppervlak valt, komt het meeste water meteen tot de afstroom en loopt de afvoer ook snel weer terug zodra het droog is. Dit zagen we ook terug in de afvoer bij Maastricht die na een piekje boven de 200 m3/s een dag later alweer rond een daggemiddelde van circa 50 m3/s was teruggezakt.
Bij gebrek aan nieuwe neerslag bleef de afvoer de hele week schommelen rond de 50 m3/s. De buien die gisteren boven Nederland vielen gingen aan de Ardennen voorbij en de Maas hoeft daarom niet opnieuw op extra water te rekenen. Misschien dat er vandaag of morgen nog een bui kan vallen met een lichte stijging tot gevolg, maar de verwachting voor de komende week is dat er vrijwel geen neerslag gaat vallen in de Ardennen of de rest van het stroomgebied. De afvoer zal dan langzaam blijven dalen en aan het eind van de week verwacht ik bij Maastricht een daggemiddelde afvoer van ca 40 m3/s. Ook na het volgend weekend houdt het droge weer waarschijnlijk nog wel een tijd aan en dan kan de afvoer nog wat verder gaan zakken, richting 30 tot 35 m3/s.
Water INZICHT
Rijnafvoer daalde voor het eerst dit jaar tot onder de 1000 m3/s; hoe bijzonder is dat.
Als de afvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt, is dat voor de Rijn altijd een belangrijke grens. Onder die afvoer ontstaan er steeds meer problemen om de watervoorziening van Nederland op orde te houden. Het goede nieuws is dat we het relatief goed geregeld hebben, met allerlei plaatsen waar water ingenomen kan worden voor direct gebruik en buffers voor later in de tijd. Maar als de afvoer in de zomer onder de 1.000 m3/s zakt dan begint het wel op steeds meer plekken te knellen.
Nu is een Rijnafvoer van 1.000 m3/s ook weer niet heel bijzonder want het komt gemiddeld genomen zo'n 17 dagen per jaar dat de afvoer onder dat niveau zakt. Bij Lobith is dat het moment dat de waterstand onder 7,28 m NAP zakt. Wat de situatie dit jaar vooral bijzonder maakt is het moment in het jaar dat het gebeurt; want zoals we in de grafiek hierna kunnen zien is het zeer uitzonderlijk als rond eind juni of begin juli de afvoer dit niveau bereikt. Aan de hand van de afvoerreeks van Lobith, die begint in 1901, heb ik in deze grafiek van dag tot dag de kans weergegeven dat de afvoer lager uitviel dan 1.000 m3/s.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.08.42.png

De grafiek laat zien dat in juni de kans daarop het kleinst is. Dat lijkt vreemd, want het is dan hoogzomer, maar dit heeft alles te maken met de aanvoer van smeltwater vanuit de Alpen die in mei en juni het grootst is en voorkomt dat er dan zeer lage afvoeren optreden. In de loop van de zomer neemt de hoeveelheid smeltwater af en daardoor neemt de kans op een lage afvoer gestaag toe. In juli is dat aan het eind van de maand circa 3%, wat betekent dat het dan op een bepaalde dag nog maar in ca 4 jaren (van de 125 jaar lange meetreeks) is gebeurd dat de afvoer zo laag was.
De hele nazomer en herfst neemt de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s van dag tot dag steeds verder toe tot bijna 20% begin november. Rond die tijd van het jaar gebeurt het dus gemiddeld in een op de 5 jaren dat de afvoer zo laag is en voor die tijd van het jaar is dat dus geen uitzonderlijke gebeurtenis. Voor het waterbeheer in Nederland is het dan ook niet zo'n groot probleem als de afvoer in oktober of november erg laag is. Het watergebruik is dan veel kleiner dan in de zomer en zelfs als de afvoer langdurig onder die waarde zakt, is er nog niet zoveel aan de hand.
Alleen voor de scheepvaart maakt de tijd van het jaar wel uit; die hebben er altijd last van als ze minder vracht mee kunnen nemen. Ook de natuur heeft te leiden, omdat bij lage afvoeren geulen en plassen in de uiterwaarden droogvallen en die zijn juist aangelegd om voldoende leefgebied te hebben voor het waterleven. De grafiek laat verder zien dat vanaf november de kans op een lage afvoer snel afneemt en deze lijn zet zich in de winter en het voorjaar door tot het laagste punt wat in juni valt.
De verwachting is dat lage afvoeren als gevolg van klimaatverandering in vooral het zomerhalfjaar steeds vaker zullen optreden en dit jaar lijkt daar een duidelijk voorbeeld van. Als we uitzoomen naar een wat langere periode dan blijkt er echter nog geen sprake te zijn van een trend naar vaker optredende lage afvoeren. De volgende grafiek laat dat zien, waarin ik de periode van vóór en na de klimaatverandering met elkaar heb vergeleken; de grens daarvoor heb ik bij 1980 gelegd.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.09.19.png

Uit deze vergelijking blijkt dat in vrijwel in alle maanden van het jaar de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s tegenwoordig kleiner is dan vóór 1980; alleen in augustus is de kans toegenomen. In de andere zomermaanden juni en juli is er geen toename n is het nog steeds een zeldzame gebeurtenis. Waarschijnlijk gaat dit jaar er overigens wel voor zorgen dat de rode lijn in juli wat omhooggaat; want de verwachting is dat de afvoer in ieder geval tot medio juli onder de 1.000 m3/s blijft.
Buiten de zomer is de kans op een lage afvoer sinds 1980 een stuk kleiner geworden. In oktober en november is deze zelfs gehalveerd en komt het nu nog maar gemiddeld eens In de 10 jaar voor dat er 1.000 m3/s op een bepaalde dag wordt onderschreden. In de wintermaanden en het voorjaar is de kans op een lage afvoer zelfs bijna nul geworden.
Als we het hele jaar overzien, dan is het totaal aantal dagen in een jaar dat afvoer onder de 1000 m3/s is gezakt, in de afgelopen decennia een flink stuk afgenomen. Alleen in de 3 zomermaanden samen is ze tot nu toe gelijk gebleven. Het is zeer waarschijnlijk dat de kans in die maanden in de toekomst verder zal gaan toenemen, want het ziet er nu eenmaal niet goed uit voor de sneeuw in de Alpen in de komende jaren als de temperaturen zo snel blijven stijgen.
Wat de situatie dit jaar extra uitzonderlijk maakt is dat ook de afgelopen winter en het voorjaar in een groot deel van het stroomgebied al heel droog verliepen. Het is vooral daarom dat de afvoer dit jaar zo vroeg onder de 1.000 m3/s. Droge winters liggen niet in de lijn der verwachting bij verdere klimaatverandering. In een meer gewoon jaar zal er daarom voldoende neerslag in de winter en het voorjaar vallen om ook in de toekomst de kans op een afvoer van 1.000 m3/s in juni en juli beperkt te houden.
Maar voor augustus ziet het er minder gunstig uit, omdat de sneeuw in de Alpen naar verwachting nog eerder zal gaan smelten, waardoor de sneeuw- en watervoorraad in de Alpen die tijd van het jaar vaker zal zijn uitgeput. De kans is daarom groot dat met name in augustus het vaker zal gebeuren dat de afvoer onder 1.000 m3/s zal zakken. En dat is een maand midden in de zomer als de meeste gebruikers nog veel water nodig hebben. Die zullen zich daarom moeten gaan voorbereiden op langere perioden met minder wateraanvoer.
Laagwaterbericht 24 juni 2026
Een extra bericht vanwege de zeer lage waterstanden die momenteel in de rivieren en dan met name de Rijn optreden.
Het droge en zeer warme weer zorgt voor een verdere daling van de Rijn. Pas vanaf zondag aanstaande neemt de kans op buien in het stroomgebied toe, maar voorlopig ziet het er niet naar uit dat dat veel extra water op gaat leveren voor de rivieren. Pas op dinsdag 30/6 of woensdag 1/7 zou er wat meer regen kunnen vallen, wat de waterstanden bij Lobith een paar dagen later wat kan laten stijgen. Veel neerslag wordt in de rest van de volgende week echter niet verwacht, dus voorlopig zullen de zeer lage standen voor de tijd van het jaar aanhouden.
De waterstand bij Lobith is nu gedaald tot onder de 7,4 m NAP en de afvoer bedraagt nu nog ca 1.050 m3/s. De komende dagen verwacht ik een daling van dagelijks tussen de 5 en 10 cm naar een stand van ca 7,1 m NAP op zondag 28/6. De afvoer daalt iedere dag met zo'n 30 tot 40 m3/s en zal op vrijdag de 1.000 m3/s onderschrijden. Op zondag zal de afvoer circa 940 m3/s bedragen. Het gebeurde in het verleden slechts twee keer eerder dat de afvoer in deze tijd van het jaar zo laag was: in 1934 en 1976. In andere jaren met zeer lage afvoeren, zoals 2018 en 2022 werd de 1.000 m3/s ook onderschreden, maar gebeurde dat pas later in juli of augustus.
Vanaf zondag t/m woensdag 1 juli dalen de waterstanden langzaam nog wat verder naar ca 7,05 m NAP en een afvoer van ca 920 m3/s. Het ziet er nu niet naar uit dat de 7 m onderschreden gaat worden, want vanaf woensdag kan weer een lichte stijging inzetten als het extra water vanuit Duitsland arriveert. Op grond van de huidige neerslagverwachtingen kan de stand dan weer gaan stijgen, naar mogelijk 7,5 m NAP op 5 of 6 juli. De afvoer stijgt dan weer naar tussen de 1.050 en 1.100 m3/s.
Een verdere stijging lijkt er voorlopig nog niet in te zitten, omdat de tweede helft van de volgende week niet veel regen gaat brengen en een omslag naar een nattere periode lijkt nog niet in zicht. Langdurig droog lijkt het echter ook niet te gaan worden, omdat bijna dagelijks wel buien of kleinere neerslaggebieden in onze omgeving worden verwacht. Op dit moment is nog niet duidelijk of dat voldoende gaat zijn om de waterstand weer wat te alten stijgen.
De Maas is na de korte opleving van afgelopen weekend (die tot boven de 200 m3/s kwam) weer snel gezakt naar een afvoer van rond de 50 m3/s. Zeer laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem. In deze tijd van het jaar is een afvoer van 50 m3/s of minder al in zo'n 10 tot 15 jaren opgetreden sinds 1911. De laagste afvoer was in 1976, toen bij Maastricht de afvoer eind juni daalde tot ca 10 m3/s. Zover zal het nu niet komen, maar een verdere daling tot ca 40 m3/s in het begin van volgende week of nog wat lager is wel mogelijk.
Regen wordt in het stroomgebied van de Maas op zijn vroegst pas weer op zondag aanstaande verwacht, maar meer kans is er vanaf 30 juni. Dat levert dan waarschijnlijk slechts een beperkte stijging op tot misschien 75 m3/s.
Enige stijging door de buien van afgelopen dagen, maar al snel weer dalende waterstanden
De Rijn daalde de afgelopen week snel en de 1.000 m3/s kwam al in zicht, wat zeer uitzonderlijk is voor deze tijd van het jaar. De Maas daalde tot circa 50 m3/s, wat ook zeer laag is voor de maand juni. De buien van de afgelopen dagen zorgen nu even voor een kleine opleving, maar niet voor lang, want over enkele dagen zet de daling weer in naar nog lagere waterstanden. Pas vanaf het volgend weekend is er opnieuw kans op neerslag. Of dat de overgang brengt naar een periode met meer water voor de rivieren is nu nog niet te zeggen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht gaan we op zoek naar trends in de afvoeren vanuit de Alpen en wat we daar in Nederland voroal in de zomermaanden van merken.
Water van de week
voorlopig warm en droog, maar rond de maandwissel mogelijk een ander weertype.
Een hogedrukgebied boven de Noordzee houdt grotere neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaan op afstand en ondertussen bevinden we ons in zeer warme lucht. Daarin kunnen boven Frankrijk door sterk opstijgende lucht wel buien ontstaan, die dan in de avond en nacht over Nederland en het noorden van Duitsland trekken.
Deze buien brachten de afgelopen dagen op veel plaatsen in Nederland tientallen millimeters regen en daarmee is het neerslagtotaal voor de maand juni op veel plaatsen ruim boven het langjarig gemiddelde uitgekomen. Dat bedraagt zo’n 70 mm in juni en op veel plaatsen is het nu al uitgekomen tussen de 80 en 100 mm en soms nog meer. Het vochtgehalte in de bodem is daarom nog altijd redelijk op peil en ondanks de hitte zijn bermen en graslanden in ons land op de meeste plaatsen nog groen.
Zoals we ook eerder in deze maand al zagen zijn Nederland en de aangrenzende delen van Duitsland en België binnen de stroomgebieden wel een uitzondering als het gaat om de hoeveelheid neerslag. Met name in het zuiden van Duitsland en grote delen van Zwitserland is de afgelopen maand nog maar zo'n 10 tot 20 mm regen gevallen en omdat ook eerdere maanden daar droog verliepen, is de afvoer van de Rijn nu aangekomen op een voor de tijd van het jaar zeer laag niveau. Het stroomgebied van de Maas pikte de afgelopen weken nog wel zo nu en dan wat regen mee en daar staat de teller voor de neerslag nu op zo'n 40 tot 60 mm.
In de loop van de week verplaatst het hogedrukgebied zich naar het oosten en tegelijkertijd ontstaat er dan een lagedrukgebied boven de Golf van Biskaje dat langzaam naar het noorden opschuift. Vandaag, zondag, kan er boven Nederland en delen van Duitsland nog een bui ontstaan, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen. De rest van de week is de kans op buien nog veel kleiner en ook wordt het opnieuw zeer warm. Het land droogt dan snel uit en de rivieren hoeven voorlopig niet op extra water te rekenen.
Onder de invloed van het nabije hogedrukgebied blijft het vanaf maandag overal droog en pas vanaf komende zaterdag of zondag neemt de kans op neerslag in onze omgeving weer toe, als lagedrukgebieden dichterbij kunnen komen. Een lange natte periode lijkt het dan ook niet te gaan worden, omdat vanaf het begin van de week na het volgend weekend het Azoren hogedrukgebied opnieuw een poging doet om een uitloper te vormen tot over onze omgeving. Dat betekent opnieuw droge omstandigheden, maar op dit moment is uiteraard nog onzeker of het daarvan gaat komen en hoelang dat dan eventueel gaat duren. Een langere natte periode lijkt voorlopig echter niet in het verschiet.
Rijn stijgt iets, maar in de loop van de week weer dalend naar circa 7,1 m NAP (925 m3/s) aan eind vd maand.
Vanaf afgelopen maandag is de Rijn de hele week gedaald, met soms wel 10 cm per dag, naar een stand van 7,43 m NAP tijdens de afgelopen nacht. De afvoer bedroeg op dat moment 1.080 m3/s, net iets hoger dan de laagste waarde die eind mei werd bereikt. Vorige week was al voorzien dat de stand flink zou gaan dalen en dat ook de 1.000 m3/s binnen bereik zou komen. Het moment dat dat zou gebeuren hing er vooral van af of er buien zouden komen aan het eind van die week.
Die zijn er inderdaad gekomen en dat zorgt nu voor een lichte stijging van de waterstand en een uitstel van het bereiken van de 1.000 m3/s , maar het is niet meer dan een korte onderbreking in de verdere daling die voor de rest van de weke op de agenda staat. De stijging bedraagt namelijk niet meer dan ca. 10 cm zodat de stand op maandag weer even boven de 7,5 m NAP uit kan stijgen. Daarna volgt weer een daling van eerst circa 10 per dag, tot ca 7,35 m NAP op woensdag 24/6.
De daling wordt in het midden van de week even onderbroken door wat extra water dat uit het zuiden van het stroomgebied onderweg is, maar zet 2 dagen later weer in naar een stand van ca 7,1 m NAP op zondag 28 juni. De afvoer die morgen weer even boven de 1.100 m3/s uitstijgt zakt met gemiddeld zo'n 30 tot 40 m3/s en komt aan het eind van de week voor het eerst dit jaar onder de 1.000 m3/s uit. Een dergelijke afvoer is niet heel bijzonder (gemiddeld gebeurt het zo'n 20 dagen per jaar), maar het is wel vrijwel uniek dat het in deze tijd van het jaar gebeurt. Alleen in 1934 en 1976 is het eerder gebeurt dat de afvoer in de tweede helft van juni tot onder de 1000 m3/s zakte.
Na aanstaande vrijdag zet de daling verder door en in het begin van de week na het volgend weekend verwacht ik een stand tussen de 7,0 en 7,1 m NAP. De afvoer is dan gezakt tot tussen de 900 en 925 m3/s. Het is maar een keer eerder gebeurd dat de afvoer in deze tijd van het jaar nog lager was, dat was in 1976 toen de afvoer begin juli zelfs tot onder de 800 m3/s daalde.
Of dat dit jaar ook gaat gebeuren hangt af van de neerslag die nu voor het volgend weekend wordt verwacht. Als die inderdaad gaat vallen, dan zal de waterstand in de tweede helft van die week, dat is vanaf 1 juli, weer gaan stijgen. De kans is groot dat dit dan weer voor een afvoer zal zorgen van boven de 1.000 m3/s. Het belooft echter geen lange natte periode te worden, dus blijft de kans groot dat begin juli al snel weer een nieuwe daling zal inzetten. Maar dit is nog ver weg in de verwachting en mogelijk dat daar nog iets aan gaat veranderen; volgende week daarover meer.
Maas daalt de komende dagen weer tot onder de 100 en later 75 m3/s.
Vanwege het warme en droge weer aan het begin van de week daalde de Maas snel naar een afvoer tot net boven de 50 m3/s. Vanaf donderdag bereikten al de eerste buien het stroomgebied van de Maas en daardoor kon de afvoer weer iets stijgen. In de nacht van zaterdag op zondag volgde een veel uitgebreider neerslaggebied en dat leidde meteen tot een flinke stijging van de afvoer, tot zelfs boven de 250 m3/s bij Maastricht. Dit is een van de kenmerken van het stroomgebied van de Maas dat een paar flinke buien al snel tot een flinke stijging kunnen zorgen. Met name vanuit de sterk verstedelijkte gebieden in de Maasvallei wordt dan in korte tijd veel water naar de Maas afgevoerd. Meestal is zo een piekje ook weer snel voorbij zodra het enige tijd droog is in het stroomgebied.
Komende nacht kan er misschien nog een bui vallen, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen en vanaf maandag zet hoe dan ook een langere droge periode in, die tot het einde van de week gaat duren. De afvoer zakt dan weer snel tot onder de 75 m3/s en later in de week wordt waarschijnlijk de 50 m3/s weer bereikt. Vanaf dit weekend kunnen nieuwe buien het stroomgebied bereiken en volgens de huidige verwachting kan vooral op zondag en maandag aardig wat regen gaan vallen.
Dit is nog ver weg en het blijft natuurlijk even afwachten of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Het past echter wel in een patroon van de afgelopen maanden dat de droge perioden nooit heel lang duren zeker niet in het stroomgebied van de Maas. Mocht het inderdaad tot regen komen in het volgend weekend dan gaat de afvoer weer wat stijgen. Een langdurige natte periode met flink hogere afvoeren is echter niet te verwachten de komende tijd.
Water Inzicht
Wat merken we in Nederland van de door klimaatverandering veranderende waterstanden in de Bodensee.
In mijn bericht van vorige week liet ik zien hoe de waterstand van de Bodensee op dit moment historisch laag staat. Het smeltseizoen in de Alpen is nu bijna voorbij en gewoonlijk is dit het moment dat de Bodensee zijn hoogste peil bereikt. Dit jaar was dat hoogste peil echter in vergelijking met andere jaren uitzonderlijk laag. De oorzaak moeten verzoeken in het zeer droge voorjaar en de droge voorzomer die de Alpen op dit moment meemaken. Het enige water dat nu in de Bodensee aankomt vanuit de Alpen is smeltwater en bij gebrek aan regenwater is het aandeel daarvan onvoldoende voor een sterke stijging.
De komende twee weken blijft het ook droog in de Alpen en de verwachting is dat de stand van de Bodensee vanaf nu weer langzaam gaat dalen. Dat wil niet zeggen dat later In de zomer er alsnog in stijging kan komen. Met name in juli en augustus kunnen er soms periode zijn dat er veel buien vallen en ook daardoor kan de Bodensee alsnog gaan stijgen; maar voorlopig is daarvan nog geen sprake.
De meetreeks van de Bodensee is zonder onderbreking nu 200 jaar oud en daarom een interessante bron om analyses aan uit te voeren. In de reeks is er wel een onregelmatigheid en die ligt rond 1940 toen de drempel bij de uitstroom van de Bodensee deels is verlaagd. Het water kan er daardoor net wat makkelijker uit wegstromen en gegevens van voor 1940 zijn daarom niet zomaar te vergelijken met de gegevens van na die datum. Voor mijn analyse hierna baseer ik me daarom op de periode vanaf 1940.
In de grafiek hierna heb ik deze periode van circa 85 jaar opgedeeld in tweeën: de periode van voor 1980 en de periode van erna. Dat jaartal heb ik gekozen omdat dat gezien kan worden als het moment vanaf wanneer de klimaatverandering in een versnelling is gekomen. In de grafiek zien we duidelijke verschillen tussen de beide perioden: in de wintermaanden vanaf december tot en met maart is de waterstand in de laatste 40 jaar gemiddeld zo'n 10 cm hoger geweest dan voor die tijd en in de zomer is de stand juist lager. In april zijn de verschillen tussen de beide perioden klein maar vanaf mei is het gemiddelde over de recente periode duidelijk lager geworden dan in de periode daarvoor. Deze gemiddeld lagere standen houden aan tot in oktober, als de lijnen van de beide perioden weer naar elkaar toe lopen.
Schermafbeelding 2026-06-19 om 23.24.05.png

Deze verandering is een duidelijk gevolg van de hogere temperaturen die als gevolg van klimaatverandering tegenwoordig in de Alpen optreden. In de winter is het gemiddeld zo'n twee graden warmer dan vroeger en daardoor valt de regen tot op grotere hoogte dan voorheen. Meer regen in plaats van sneeuw betekent in de winter een grotere afvoer vanuit de Alpen naar de Bodensee, die daardoor gemiddeld een hogere stand aanneemt. Voor een deel kan de hogere stand ook veroorzaakt worden doordat de winters wat natter zijn geworden in de afgelopen 40 jaar.
De veranderingen vanaf mei zijn ook het gevolg van klimaatverandering. Omdat de sneeuwgrens hoger ligt is er minder smeltwater en dat zorgt voor minder smeltwater in die periode en een lagere waterstand in de Bodensee. Ook is de hoogste stand van de Bodensee enkele weken naar voren geschoven: die lag voorheen nog rond 1 juli, tegenwoordig is dat rond 20 juni. In de rest van de zomer zien we ook de gevolgen van de lagere waterstand in de Bodensee, omdat de piek tegenwoordig lager uitvalt en eerder wordt bereikt, blijft de afvoer vanuit het meer naar de Rijn de hele zomer een flink stuk lager.
Pas in oktober naderen de lijnen elkaar weer om de rest van het jaar dichtbij elkaar te blijven. In de grafiek heb ik ook het gemiddelde van de laatste 25 jaar weergegeven; de periode vanaf 2000 tot aan dit jaar. We zien in die lijn dat de neerwaartse trend zich voortzet en dat het moment dat in juni de hoogste waarde wordt bereikt nog wat verder naar voren is geschoven. Ook zijn de waterstanden in de winter verder gestegen. De trends zetten zich voort, wat ook goed te verklaren is, want het wordt steeds warmer.
In de zomermaanden is de afvoer vanuit de Bodensee naar de Rijn dus duidelijk afgenomen en in de winter is deze toegenomen. De belangrijkste oorzaak is het naar hogerop schuiven van de grens waarop zich in de winter een blijvend sneeuwdek kan vormen; wat weer het gevolg is van de hogere gemiddelde temperatuur in de winter. Daardoor wordt een minder groter deel van de gevallen neerslag niet meer eerst enkele maanden opgeslagen als sneeuw, maar stroomt dit water direct vanuit de bergen naar de rivieren, die het naar de Bodensee afvoeren.
In de grafiek hierna heb ik weergegeven wat we in Nederland merken van deze veranderingen in de Alpen. Ik heb hiervoor het 30-jarig gemiddelde van de afvoeren van dit moment (het jaar 2025) vergeleken met het 30-jarig gemiddelde uit het jaar 1980. Als we de grafiek van links naar rechts langslopen, dan zien we hoe van maand tot maand de gemiddelde afvoer is veranderd in deze periode voor zowel Konstanz als Lobith. In januari bijvoorbeeld is de afvoer vanuit de Bodensee met ca 30 m3/s toegenomen. In Lobith is die toename veel groter en het extra water dat vanuit de Bodensee afstroomt, draagt maar voor een klein deel (circa 5%) aan bij.
Schermafbeelding 2026-06-21 om 10.44.40.png

Ook in februari en maart is de afvoer van uit de Bodensee wat toegenomen maar ook dan is de toename bij Lobith vele malen groter. De afvoertoename van de Rijn bij Lobith in de wintermaanden moet dus een andere oorzaak hebben dan het feit dat er tegenwoordig meer regenwater vanuit de Alpen tot afstroom komt. Die oorzaak moeten we dus ergens ander in het stroomgebied zoeken, stroomafwaarts van de Bodensee. Als we de grafiek verder volgen, dan zien we dat ook in de maanden april tot en met juni de veranderingen van de afvoer vanuit de Bodenee niet van grote invloed zijn op de situatie bij Lobith. In juni is de afvoer bij Lobith gemiddeld zelfs iets toegenomen terwijl die vanuit de Alpen iets is afgenomen, maar het gaat hier om relatief kleine veranderingen.
Een veel duidelijker beeld komt naar voren in de maanden juli tot en met september. Dit zijn maanden waar we in de eerdere grafiek ook al zagen dat de afvoer vanuit de Bodensee tegenwoordig veel lager is. Gemiddeld bedraagt deze afname in juli en augustus ongeveer 85 m3/s en hiermee is een flink deel (35-50%) te verklaren van de afname die bij Lobith is opgetreden. Het water dat via de Bodensee loopt watert iets minder dan de helft van de Alpen af, die tot het stroomgebied van de Rijn behoren. We mogen ervan uit gaan dat in de andere helft de situatie vergelijkbaar zal zijn en dat betekent dat de afname van de Rijnafvoer bij Lobith in de zomermaanden voor een groot deel te verklaren is door de afname van de hoeveelheid smeltwater vanuit de Alpen.
Omdat het klimaat in de Alpen in de komende tijd naar alle waarschijnlijkheid verder zal opwarmen, zal deze trend zich zeer waarschijnlijk blijven voortzetten. Dat betekent dat in Nederland de Rijnafvoer in juli augustus en in wat mindere mate september verder zullen blijven afnemen. Dat hoeft niet meteen tot veel grotere problemen te leiden voor het watergebruik in Nederland. Gemiddeld genomen zijn de Rijnafvoeren in de zomermaanden namelijk nog relatief hoog. Zo bedraagt de juli-afvoer momenteel bij Lobith gemiddeld ca 1.900 m3/s en de augustus-afvoer ca 1.700 m3/s. Als daar de komende decennia nog eens 300 of 400 m3/s van af, dan gaat er nog steeds niet veel mis.
Maar dit is als we uitgaan van het gemiddelde en er zullen ook in de toekomst altijd jaren tussen zitten met een droge zomer of voorjaar (zoals dit jaar) en in die jaren kan de afvoer dan in de zomermaanden verder wegzakken dan we eerder in de meetreeks hebben meegemaakt. Zo zal bijvoorbeeld de 1.000 m3/s in deze maanden eerder en vaker worden onderschreden, terwijl dat vroeger een afvoer was die gewoonlijk pas in het najaar werd onderschreden. De kans dat al in de zomermaanden nog veel lagere afvoeren, van minder dan 800 of 700 m3/s, vaker zullen voorkomen, acht ik klein. Dergelijke lage standen komen vanouds alleen voor in het najaar, in oktober en november, in jaren met een heel lange droge periode.
Als we nogmaals naar de tabel hierboven kijken, dan zien we dat in oktober en november de afvoer vanuit de Bodensee in de afgelopen decennia juist is toegenomen. Hiervoor kunnen we ook de klimaatverandering aanwijzen als oorzaak. De temperaturen zijn namelijk tegenwoordig in het najaar hoger dan vroeger en het duurt daarom langer voordat er zich een sneeuwdek gaat vormen en daardoor valt in oktober en november een groter deel van de neerslag nog als regen en niet als sneeuw. De Alpen leveren in die maanden gemiddeld dus meer water aan de Rijn, wat de kans op het vaker optreden van extreem lage afvoeren in die periode verkleint.