U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Minder regen, weer dalende waterstanden

De afgelopen week was het nat in de stroomgebieden en ontstond in de Rijn de eerste kleine watergolf van dit winterseizoen. Voorlopig blijft het daarbij, want de komende week valt er minder neerslag en na de passage van de piek dalen de waterstanden weer. In het weer- en waterbericht leest u hoe de week verder verloopt. Dankzij de wat hogere Rijnafvoer is deze week de Kier in de Haringvliet weer even open gegaan. Aan het eind van het bericht een korte analyse wat hiervan te merken is.

Weerpatroon blijft hetzelfde, maar minder neerslag

Een groot lagedrukgebied boven de Britse eilanden en Ierland behoudt voorlopig zijn invloed op het weer in west Europa, maar er gaat minder regen vallen dan in de afgelopen week. Aan het eind van de week ziet het er naar uit dat hoge druk zich vanuit het zuiden uitbreidt en wordt de kans op neerslag nog wat kleiner. 

De meeste regen viel de afgelopen week boven Noord en West Nederland. Lokaal is daar deze mand al meer dan 10 cm regen gevallen (plaatselijk zelfs 15) en daar is oktober nu al een veel te natte maand. In Zuidoost Nederland was het duidelijk droger, maar viel toch nog zo'n 5 cm en hier zou oktober, met de hoeveelheid neerslag die nog wordt verwacht de komende dagen, een ongeveer normale maand kunnen worden. 

De regenzones schoven ook over de stroomgebieden van Rijn en Maas en vooral in dat van de Rijn viel wat meer regen dan ik vorige week had voorzien. Op dinsdag en vooral donderdag viel er in het stroomgebied van de Rijn voldoende om het eerste piekje van het winterseizoen op te bouwen. Ook de Moezel kreeg nu aardig wat water te verwerken en het eerste deel daarvan is inmiddels bij Lobith aangekomen.

De komende dagen passeren nog enkele regenzones en iedere dag valt er wel neerslag in de stroomgebieden: in dat van de Maas op dinsdag, donderdag en vrijdag en in dat van de Rijn op dinsdag, woensdag en vrijdag. De hoeveelheden zijn echter niet groot en onvoldoende voor een nieuwe, grotere stijging van de afvoeren. Wel zorgt het ervoor dat de daling later in de week wat wordt vertraagd.

Rond het volgend weekend ziet het er naar uit dat een hogedrukgebied zich over het westen ven Europa uitbreidt en dat zou dan een wat langere droge periode kunnen aankondigen. Als dat uit komt, dan zullen de afvoeren na dat weekend nog wat verder dalen. 

Rijn voor het eerst boven de 2000 m3/s; waterstand boven de 9 m +NAP

De Rijnafvoer begon vanaf dinsdag te stijgen toen het regenwater vanuit de Moezel en andere Noord Duitse rivieren Lobith bereikte. Die stijging heeft de hele week aangehouden en versnelde vanaf vrijdag nog wat en inmiddels is de 1900 m3/s gepasseerd. Dit is ca 20% meer dan de normale afvoer voor deze tijd van het jaar. De waterstand steeg daarbij meer dan een meter en zal later vandaag de 9 m passeren. Het is voor het eerst sinds eind juni dat die waarde weer wordt bereikt.

Vandaag en morgen stijgt de afvoer nog langzaam verder en ik verwacht maandagavond de hoogste waarde, net iets onder de 2100 m3/s. De waterstand zal dan tot ca 9,20 m +NAP zijn gestegen. 

Vanaf dinsdag daalt de afvoer dan weer; eerst met ca 150 m3 per dag en vanaf vrijdag met ca 100. In het komend weekend zal de afvoer dan weer bij ca 1500 m3/s zijn uitgekomen. De waterstand is dan gezakt naar ca 8,4 m +NAP. Zoals het er nu naar uitziet zal de afvoer daarna eerst een dagen ongeveer stabiel blijven rond de 1500 m3/s, om later in die week nog wat te gaan dalen.

Die daling is dan het gevolg van het drogere weer dat het hoge drukgebied met zich meebrengt dat zich later deze week zal ontwikkelen. Het is nu nog niet te zeggen of de daling lang door zal zetten en hoe ver de afvoer zal dalen. Tot nu toe zijn de hoge drukgebieden deze herfst niet zo heel standvastig en maken ze al snel weer plaats voor nieuwe regengebieden. 

Op grond van de hitorische gegevens is de kans op een lange daling ook niet zo groot. Sinds het begin van de metingen in 1900 bij Lobith is het nog nooit gebeurd dat de afvoer na een piek tot boven de 2000 m3/s in oktober, later in het najaar weer tot onder de 1000 m3/s is gezakt. In november of december komt de afvoer gemiddeld eens in de 4 jaar onder de 1000 m3/s, maar dat waren nooit jaren waarin de afvoer in oktober al tot boven de 2000 m3/s was gestegen. 

Maasafvoer daalt deze week langzaam

In het stroomgebied van de Maas viel ongeveer de verwachjte hoeveelheid regen en dat zorgde bij Maastricht voor een stijging tot ongeveer 150 m3/s op da dagen na de regenval. Omdat het sinds vrijdag weer droog is gebeleven, is de afvoer nu weer naar ca 100 m3/s gedaald.

De komende dagen wordt het wel zo nu en dan regen verwacht, maar de hoeveelheden zijn niet groter dan ca 1 cm per dag. Dat is onvoldoende voor een duidelijke stijging. Ik verwacht daarom dat de afvoer deze week tussen de 75 en 100 m3/s zal blijven schommelen. De natste dag lijkt donderdag te gaan worden, mogelijk dat de afvoer vrijdag dan even wat hoger is.

Vanaf komend weekend is de kans het grootst dat het wat langer droog blijft en dan kunnen de afvoeren weer wat verder dalen. Het stroomgebied van de Maas was sterk uitgedroogd in de afgelopen maanden en de neerslag van de voorbije week heeft dat maar deels aangevuld. Als het dan even wat langer droog is, zakt de afvoer daarom weer snel naar erg lage waarden. Ik verwacht daarom dat de Maasafvoer na volgend weekend weer tot 50 m3/s zal dalen of nog wat lager.

Kier Haringvliet even open

Vorig najaar werd de Kier in de Haringvlietdam officieel geopend. In de 70-er jaren van de vorige eeuw was deze dam gebouwd als waterkering om stormvloeden buiten te houden. Anders dan de Oosterscheldekering, die alleen bij storm dicht gaat en waar het zeewater in en uit kan stromen met het getij, is de Haringvlietdam altijd gesloten voor het zeewater en daarom is het Haringvliet een zoetwatermeer geworden. Wel kan bij de Haringvlietdam rivierwater naar buiten gelaten worden. Rijn en Maas monden namelijk uit in het Haringvliet en dat water wordt naar de Noordzee gespuid als het eb op de Noordzee is. Tijdens vloed sluit de kering dan weer.

Nadat gebleken was dat de Oosterscheldekering een groot succes was, kwamen er al snel plannen om ook de Haringvlietdam als een open kering te gaan beheren; die dan alleen bij storm nog dicht zou hoeven. Dit bleek echter makkelijker bedacht dan gedaan en het duurde vele tientallen jaren voordat de plannen eindelijk ten uitvoer konden worden gebacht. En toen het zover was, was er van het oorspronkelijke plan ook niet meer zoveel meer over. Van de 17 schuiven die de Haringvlietdam telt gaan er maximaal één of enkele een klein beetje open en alleen als de Rijnafvoer bij Lobith groter is dan 1500 m3/s. 

Sinds de opening vorig jaar is de Kier nog maar een paar keer open geweest en als dat gebeurde niet meer dan enkele dagen. Dit lag niet aan de Rijnafvoer want die was het grootste deel van de tijd groter dan 1500 m3/s. De oorzaak is dat er eerst voldoende ervaring opgedaan moet worden met het nieuwe beheer van de dam. Als de Kier open staat, stroomt er namelijk zout zeewater naar binnen en het is niet te bedoeling dat dat zout te ver in het Haringvliet opdringt. Op circa 15 km afstand ligt de monding van het Spui en het zoute water mag niet verder komen dan tdat punt. Verderop langs het harimngvliet en in het Spui liggen namelijk innamepunten voor zoet water, voor landbouw en industrie in de Rijnmond, en die moeten altijd zoet blijven.

Het onder controle krijgen van de instroom van het zoute water is niet zo eenvoudig en daarom zal Rijkswaterstaat eerst een paar jaar experimenteren met de Kier om te leren hoe het zoute water zich in het verder zoete Haringvliet gedraagt. Dit voorjaar is de Kier voor het eerst enkele dagen open geweest en toen is bestudeerd hoe lang het duurt voordat het zoute water, als het zich in het Haringvliet bevindt, weer naar de Noordzee terugspoelt als er rivierwater wordt gespuid. Het spuien van rivierwater naar de Noordzee tijdens eb gaat namelijk gewoon door en daarmee spoelt dan een groot deel van het, tijdens vloed naar binnen gestroomde, zoute water, weer mee naar buiten. Uit de proeven bleek dat in een dag of 2 tot 3 het meeste zoute water weer terug gespoeld is.

Deze week stond een nieuwe proef op de agenda. Omdat de Rijnafvoer een aantal dagen tot boven de 1500 m3/s zou stijgen, kon een nieuw experiment worden gestart. Weer werd gedurende enkele uren zout water ingelaten, maar nu is het de bedoeling dat dit veel langer in het Haringvliet mag achterblijven. Zout water is zwaarder dan zoet water en zakt daarom meteen naar de bodem van het Haringvliet. Daar mag het nu enkele weken of nog langer blijven zodat Rijkwaterstaat kan bestuderen hoe het zoute water zich daar gedraagt: mengt het zich langzaam met het zoete water hogerop in de waterkolom of blijft het rustig liggen en wat gebeurt er als tijdens een storm het oppervlak van het Haringvliet sterk in beroering wordt gebacht. 

Het is een spannende proef want niemand weet op voorhand hoe het zal aflopen. Als het zout rustig op de bodem blijft liggen dan is dat goed nieuws voor de Kier, want dan hoeven we ons niet zoveel zorgen te maken dat zout water dat soms achterblijft nadat de Kier geopend is, zich snel zal mengen en de innamepunten bedreigt. Maar als het zout heel mobiel blijkt te zijn en zich bijvoorbeeld via de bodem verspreid om dan verderop op te wellen, dan zal het beheer veel strakker geregeld moeten worden.

In de figuur hieronder is een uitsnede te zien van het Haringvliet van de website van RWS (waterinfo.nl) waarop het zoutgehalte van het water is afgebeeld. Er zijn een groot aantal meetpunten te zien en bij de meeste wordt op meerdere diepten gemeten. Groen is zoetwater, lichtblau brak en donkerblauw zout. Duidelijk is te zien hoe het westelijk deel van het Haringvliet onderin zout is en naar boven toe zoeter wordt. Het zout bevindt zich hier dus op de bodem, die hier 12 tot 15 meter diep is. Voorbij de Slijkplaat is het zout niet gekomen en het meetpunt bij Middelharnis en aan de monding van het Spui zijn op alle diepten nog zoet. Het zoute water is dus binnen de vooraf afgesproken begrenzing gebleven. 

zout Haringvliet.jpg

Zoutgehalten Haringvliet na de proef met de Kier.
Zoutgehalten Haringvliet na de proef met de Kier.

De figuur hieronder is van het eerste meetpunt ten oosten van de dam. Hier is goed te zien hoe de Kier enkele uren open ging in de nacht van 10 oktober. Het zoute water stroomde toen langs dit meetpunt, dat op 6 m diep ligt,  het Haringvliet in. Na enkele uren werd de dam weer gesloten en stopte de instroom. Het zoute water zakt dan uit naar grotere diepte (het is daar ca 15 meter diep) en op 6 m diep wordt het water weer bijna zoet. 

Schermafbeelding 2019-10-13 om 15.03.51.png

Zoutmeting op 8 m diep in het Haringvliet; vlak achter de dam.
Zoutmeting op 8 m diep in het Haringvliet; vlak achter de dam.

Als we op zoek gaan naar het zoute water dan blijkt dat het verder naar het oosten is doorgestroomd. Van het volgende meetpunt, ca 5 km naar het oosten, heb ik het verloop van de 3 zoutmeters (op 2m, 8m en 13 m) onder elkaar gezet. Aan de bodem is het ingestroomde zout zeer duidelijk zichtbaar als een plotselinge sprong van zoet naar geheel zout water. Deze laag zoutwater is hier sindsdien blijven liggen. Op 8m diep is de aankomst van het zoute water ook goed zichtbaar, maar het water is iets gemend en wat minder zout. Na een dag of 2 is het zout nog wat verder uitgezakt en wordt dit punt ook weer snel zoeter.

Net onder de oppervlakte is ook merkbaar dat het zoute water tot daar is opogewerveld. Maar het gehalte is hier wel veel lager (de waarden op de vertikale as zijn veel kleiner) en wie het wsater zou proeven zou het iets hogere gehalte nog niet bemerken. Na een dag of 2 is het beetje zout dat zich hier in het water bevond, ook bijna weer verdwenen. 

Zoutmeting Kier.jpg

Verloop zoutgehalte op drie waterdiepten op ca 5 km ten oosten van de Haringvlietdam.
Verloop zoutgehalte op drie waterdiepten op ca 5 km ten oosten van de Haringvlietdam.

Het zoute water is over de bodem nog verder naar het oosten doorgedrongen. De grafiek hieronder is van het diepste punt (-15 m) bij de meetlocatie Middelharnis op 15 km ten oosten van de dam. Hier kwam het zout aan ca 12 uur na het openen van de Kier. Het gaat om een kleine hoeveelheid, vergelijkbaar met die aan de oppervlakte dichterbij de dam. Dankzij de stroom zoetwater die nu door het Haringvliet op gang komt in de richting van zee, omdat de rivierafvoer stijgt, spoelt het zout hier nu weer snel weg.

Schermafbeelding 2019-10-13 om 18.42.53.png

Verloop zoutgehalte op 15 m diepo bij Middelharnis op ca 15 km ten oosten van de Haringvlietdam.
Verloop zoutgehalte op 15 m diepo bij Middelharnis op ca 15 km ten oosten van de Haringvlietdam.

Ook op de Noordzee ligt een meetpunt. Hier is het water uiteraard zout, maar bij het bovenste meetpunt daar is het toch wat zoeter. Dit is het zoete rivierwater dat via de keringen naar buiten stroomt en voor de dam mengt met het zoute zeewater. In de grafiek hieronder is goed te zien dat op 10 oktober ook werd begonnen met het spuien van rivierwater. De Rijnafvoer bedroeg toen bij Lobith ca 1500 m3/s en dat is het moment dat een deel van het rivierwater hier naar gaat stromen. Precies omgekeerd aan wat in het haringvliet gebeurt, blijft het zoete water bovenop het zoute zeewater drijven als een enkele meters dikke laag. Omdat de zee echter veel dynamischer is, met golven en stroming, wordt dit zoete water wel snel gemengd en op enkele kilometers van de dam is er meestal al niet veel meer van te merken.

Schermafbeelding 2019-10-13 om 18.26.00.png

Verloop zoutgehalte aan de Noordzeezijde van de Haringvlietdam.
Verloop zoutgehalte aan de Noordzeezijde van de Haringvlietdam.

 

Voldoende regen voor lichte stijging waterstanden

De eerste helft van de week houdt het wisselvallige weer nog aan en dat zorgt vanaf dinsdag voor een lichte stijging van de Rijn; ook de Maas doet nu mee en stijgt een beetje. Op wat langere termijn nemen de neerslagkansen weer af, dus er volgt voorlopig geen grotere stijging. In het weer- en waterbericht leest u meer over de verwachte ontwikkelingen. In het tweede deel van dit bericht een impressie van de Markerwadden. Dit jongste stukje Nederland bestaat nu één jaar en satelietfoto's laten zien water er sindsdien aan de oppervlakte is gebeurt.

Een komen en gaan van neerslaggebieden

Vorige week schreef ik dat de tweede helft van de afgelopen week droog zou verlopen, maar dat liep anders vanwege de ex-tropische cycloon Lorenzo die een andere koers nam dan eerder verwacht en op vrijdag over Nederland naar het zuidoosten trok. Vooral in Midden en Zuid Nederland viel daardoor flink wat regen en samen met de neerslag van de dagen daarvoor is oktober nat begonnen. Een goede start dus voor de zuidelijke en oostelijke regio's van het land die na 2 droge zomers een groot neerslagtekort hebben opgebouwd. Zoals ik in het bericht van 22 september al schreef is er met name in Zuidoost Nederland nog heel veel meer neerslag nodig om het grondwater weer enigszins op peil te brengen.

De komende week wordt daar in ieder geval in voorzien, want tot en met vrijdag passeren er meerdere regenzones en kan er mogmaals zo'n 3 à 4 cm regen vallen; dat is de helft van wat er normaal in een hele maand valt. De aanjager voor dit weer is een groot lage drukgebied boven het noorden van de Atlantische Oceaan. Boven het noorden en zuiden van Europa liggen wel hoge drukgebieden, maar die zijn onvoldoende sterk om de neerslaggebieden op afstand te houden. 

Vandaag passeert een eerste actieve regenstoring die in heel de stroomgebieden van Rijn en Maas voor zo'n 1,5 tot 2 cm regen zorgt. Maandag is dan een droge dag, maar dinsdag volgt een volgende regenzone, die in Nederland, de Ardennen en de Eifel nogmaals zo'n 2 cm regen brengt. Op woensdag schuift het gebied verder naar het zuiden en blijft daar wat langer hangen; in Zuid Duitsland en de Alpen kan dan nog een paar cm meer vallen. 

Vanaf vrijdag houdt het wisselvallige weer nog wel aan, maar gaan de droge perioden langer duren en valt er minder regen. Een langdurig droge periode lijkt er voorlopig niet aan te komen, maar er valt dan ook niet voldoende regen meer voor een verdere stijging van de waterstanden.

Rijn stijgt later in de week naar ca 1800 m3/s; waterstand naar ca 8,75 m +NAP

De Rijnafvoer steeg de afgelopen week al langzaam uit het dal van bijna 1000 m3/s in de laatste week van september. Het ziet er naar uit dat dat wel eens de laagste waarde van dit jaar kan worden, want voorlopig gaan de afvoeren stijgen en als de afvoeren in deze tijd van het jaar eenmaal in de lift zitten, zakken ze zelden later nog onder de 1000 m3/s.

In eerste instantie steeg de afvoer deze week naar 1280 m3/s en dat leverde al een waterstand op die met 7,85 m +NAP ca 50 cm hoger was dan de week daarvoor. Sindsdien is de afvoer weer iets gezakt, maar lager dan de huidige waarde van ca 1175 m3/s wordt het de komende dagen niet. Vanaf dinsdag bereikt ons dan het extra water dat vandaag gaat vallen in het stroomgebied en dat zorgt voor een langzame stijging met eerst zo'n 75 m3 per dag, later in de week nog wat meer. Op vrijdag verwacht ik dat de afvoer bij Lobith de 1500 m3/s passeert en in het begin van de week daarna kan de afvoer tot ca 1800 m3/s stijgen.

De waterhoogten bij Lobith die daarbij horen zijn 8,3 m op vrijdag en 8,8 m in het begin van de week daarna. NB. Deze waarden zijn een eerste inschatting, omdat ze gebaseerd zijn op regen die nog moet vallen. Pas als de regen gevallen is en zich in de zijrivieren en de Rijn zelf bevindt, is een meer betrouwbare inschatting te geven. Als de regenzones actiever zijn is daarom ook een stijging tot 2000 m3/s mogelijk en als er minder valt komt het misschien maart tot 1600 m3/s. 

Zoals het er nu naar uitziet is de kans het grootst dat Rijnafvoer en waterstand na het piekje van ca 1800 m3/s weer wat zullen dalen. De activiteit van de neerslagzones wordt vanaf het volgend weekend namelijk weee minder groot en waarschijnlijk valt er dan onvoldoende regen voor een verdere stijging.

Samengevat: tot dinsdag 8 oktober een Rijnafvoer van ca 1200 m3/s (waterstand 7,95 m +NAP), daarna een langzame stijging tot ca 1800 m3/s (waterstand 8,8 m +NAP) rond 14 oktober en daarna weer enige tijd langzaam dalende afvoeren en standen.

Maasafvoer komt in beweging

Nadat de afvoer bij Maastricht maandenlang rond de 30 m3/s schommelde, kwam er de afgelopen week eindelijk wat verandering in het afvoerpatroon. Vorig weekend al kwamen er enkele tientallen kuubs bij, maar in het midden van de week werd zelfs de 100 m3/s gehaald. Na de eerste regen die medio september viel was daar in de Maas nog weinig van te merken, maar nu is er dus enige stijging. Dat betekent dat de bodems in het stroomgebied van de Maas weer wat meer verzadigd zijn geraakt en er weer water afstroomt naar de zijbeken en de Maas zelf. Na het piekje van woensdag daalde de afvoer weer wat, maar het bleef met ca 60 m3/s boven de zeer lage waarden van de afgelopen maanden.

Dit genoemde waarden zijn de daggemiddelde afvoeren. Omdat de Maas in België en een groot deel van Nederland gestuwd is, zijn de pieken die in het afvoerverloop zichtbaar zijn, vaak niet alleen het gevolg van de neerslag die in het stroomgebied valt, maar vooral van onregelmatig stuwbeheer. Dat was deze week ook het geval en dat zorgde bij Maastricht voor een piek van ca 350 m3/s. De stuwen reageren dan te fanatiek op een kleine waterstandschommeling en geven die, de een na de ander, versterkt door. Na de piek zakt de afvoer altijd ook weer snel, soms zelfs naar minder dan nul; de Maas stroomt dan even de andere kant op. Zo wordt het teveel doorgegeven water weer gecompenseerd. Zonder de stuwen zou de hoogste waterafvoer op woensdag niet groter zijn geweest dan ca. 125 m3/s. 

De komende week kunnen we een zelfde patroom verwachten. Vandaag, dinsdag en donderdag passeren er regenzones en die leveren extra water op dat naar de Maas zal stromen. Meestal de dag na de regenval volgt er dan een stijging in de Maasafvoer bij Maastricht. Omdat de regenzones elkaar  snel opvolgen heeft de rivier ook niet voldoende tijd om tussendoor weer ver te zakken, dus daarom verwacht ik dat de daggemiddelde afvoer na vandaag op een hoger niveau zal uitkomen vanaf ca 75 tot 100 m3/s met piekjes tot 150 m3/s op de dagen na de neerslag. Daarbovenop zijn er dan nog de pieken en dalen die de stuwen veroorzaken.

Markerwadden één jaar later

Vorig jaar in september werden de Markerwadden opgeleverd en was er de officiële opening. In mijn bericht van 14 oktober 2018 heb ik een inkijkje gegeven in hoe de eilanden zich tijdens de bouw hadden ontwikkeld. Te zien was hoe delen van de eilanden begroeid raakten en wind en golven de zandige kustlijn beïnvloedden. Nu een jaar later heb ik weer een paar sattelietbeelden naast elkaar gezet om na te gaan hoe de ontwikkelingen zich het afgelopen jaar hebben voortgezet. In het beeld hieronder is de foto van medio september 2018 (links) naast die van dit jaar september (rechts) gezet.

Het meest valt het troebele water op dat zich dit jaar rond het middelste eiland bevindt en dat uitwaaiert naar het noorden en zuiden. Het middelste eiland wordt op dit moment verder aangevuld. De Markerwadden zijn namelijk nog niet klaar en zullen de komende jaren nog meer slib ontvangen dat met schepen wordt aangevoerd. Het retourwater dat vanaf het eiland terugstroomt naar het buitenwater is nog niet al zijn slib kwijt en vertroebelt daarom het water rondom de eilanden. 

Markerwadden vergelijking 2018-19.jpg

Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 (bron sentinel-satteliet)
Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 (bron sentinel-satteliet)

Als je goed kijkt, dan is te zien dat er op de eilanden aan de (noord)oostkant wat begroeiing staat. De vegetatieontwikkeling is echter veel beter te zien in het infrarode licht (zie beelden hieronder). De bedroeiing kleurt in dat licht rood en onbegroeide bodem blijft wit; het water is grijsblauw. Nu is veel beter te zien dat de noordelijke eilanden volop begroeid zijn geraakt. Deze eilanden waren vorig jaar nog maar net gevuld met slib en de begroeiing heeft zich op de nieuwe bodem in het afgelopen jaar snel ontwikkeld. De zuidelijke eilanden zijn nog maar deels boven water uitgestegen en hier heeft zich alleen op enkele (schier)eilandjes begroeiing gevestigd.

Markerwadden vergelijking 2018-19 IR.jpg

Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 in infrarood licht (bron sentinel-satteliet)
Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 in infrarood licht (bron sentinel-satteliet)

Niet alleen de begroeiing valt op, wie goed de kustlijnen van beide jaren vergelijkt, zal zien dat daar ook veranderingen zijn opgetreden. Zo is de langgerekte kustlijn in het zuiden van vorm veranderd. Vorig jaar was deze kustlijn nog geheel recht, maar inmiddels is er een lichte boogvorm in te zien. In het midden is de kust zand verloren en is de strandwal duidelijk smaller geworden. Dit woordt veroorzaakt door de golfslag die bij westenwind in een hoek tegen de kust aan loopt en het zand dan oppakt en naar het oosten verplaatst. Bij zuidenwind, als de hoek van de wind op de kust andersom is, beweegt dat zand dan weer terug, maar omdat de westelijke winden vaker optreden en doorgaans sterker zijn dan zuidelijke winden, loopt dit, door de golven veroorzaakte zandtransport vooral van west naar oost. 

Veranderingen 2018 - 2019 zuidpunt.png

Veranderingen aan het zuiderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).
Veranderingen aan het zuiderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).

In de figuur hierboven is de verandering aangegeven. De gele lijn is de kustlijn van 2018. Het zand gaat niet verloren, maar wordt tegen het meer zuidelijke deel van de strandwal weer neergelegd; daar is de wal veel breder is geworden. Zo schaaft de golfslag langzaam het zand op de ene plek weg en legt het dan verderop weer niet. Kustlijnen zijn in de natuur ook nooit recht, maar hebben altijd een lichte boogvorm. Die boogvorm begint zich hier nu onder invlioed van de natuurlijke dynamiek ook te ontwikkelen. Naast de golfslag langs de kust stroomt er soms bij storm ook water plaatselijk over de strandwal heen, dat levert dan kleine uitstulpingen op aan de achterkant waar het zand weer wordt neergelegd.

De kans dat de kustlijn op termijn doorbreekt is het grootst in het westen, want daar verdwijnt alleen maar zand en kan geen nieuw zand worden aangevoerd vanuit het westen, omdat de pieren van de haven dat verhinderen. Er zal daarom op termijn weer nieuw zand aangebracht moeten worden. Door dat op het westelijk deel te storten zorgen wind en golven vervolgens voor de verdere verspreiding over de hele strandwal.

Bij het noorderstrand vinden vergelijkbare ontwikkelingen plaats. Hier beweegt het zand ook vooral van west naar oost langs de kust, wat voor een verlenging van de wal zorgt in het oosten. Daarnaast probeert de dynamiek de onnatuurlijke haakse hoek in de strandwal wat bij te werken.

veranderingen 2018 - 2019 noordpunt.png

Veranderingen aan het noorderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).
Veranderingen aan het noorderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).

 

Wisselvallig begin van de week, rivierafvoeren stijgen nog maar weinig

De laatste week van september verliep wisselvallig en in heel Westen en Midden Europa viel wel enige regen. Ten zuiden van Nederland waren de hoeveelheden echter niet zo groot en de Rijn en de Maas stegen daarom maar een klein beetje. Ook de regen van vandaag brengt daar niet veel verandering in. De waterverwachting is dan ook dat de lage afvoeren van de rivieren ook deze week nog aanhouden. Verder in dit bericht aandacht voor de wind die vannacht aantrekt langs de kust. Het wordt geen storm, maar omdat het ook precies springtij is, is de vloed wel extra hoog, waardoor de waterstand met name in Zeeland en Zuid Holand verhoogd is, maar niet zo hoog dat stormvloedkeringen gesloten hoeven te worden.

Regenval onvoldoende voor sterkere stijging van de rivieren

De afgelopen week verliep wisselvallig en er passeerden enkele regenzones. Ook vandaag staat een regengebied op het programma en maandag en dinsdag blijft het ook niet droog. Daarna komt West en Midden Europa onder invloed van hoge druk en verdwijnen de neerslagkansen voor enkele dagen. Rond het volgend weekend dringen dan weer nieuwe regenzones op. 

Er viel de afgelopen week overal in de stroomgebieden wel enige regen, maar de activiteit van de neerslagzones was naar het noorden toe het grootst. Nederland viel dan ook in de prijzen, met lokaal meer dan 5 cm regen erbij en september is zeker in Noord Nederland een natte maand geworden. Ook Zuid Nederland kon eindelijk eens profiteren van de neerslag, met zo'n 3 tot 4 cm. Daarmee blijft september daar wel een te droge maand, maar niet meer zo extreem als het er eerst naar uitzag. Deze paar cm is echter lang niet voldoende voor het opheffen van het zeer grote neerslagtekort dat daar in 2 jaar is opgebouwd; daar is wel een halve meter regen voor nodig. 

Ten zuiden van Nederland viel minder neerslag dan vorige week nog werd verwacht en Maas en Rijn ontvingen daarom onvoldoende water voor een grotere stijging. In de Rijn is een heel klein golfje onderweg, de Maas bleef erg laag.

Vanaf vandaag tot en met dinsdag passeren nog enkele regenzones, maar ook nu valt het meeste in het noorden van de stroomgebieden en verwacht ik slechts kleine veranderingen in de rivierafvoeren. Vanaf woensdag breidt een hogedrukgebied zijn invloed vanaf de Atlantische Oceaan tot over Europa uit en wordt het overal weer droog. Zoals het er nu naar uitziet trekt dat hogedrukgebied wel vrij snel door en kunnen vanaf komend weekend weer neerslagzones de stroomgebieden van Rijn en Maas bereiken. Mogelijk dat er dan wat meer regen valt in het stroomgebied van de Rijn en de afvoer iets meer kan stijgen dan nu, maar deze verwachting is nog erg onzeker.

Rijn stijgt een beetje tot ca 1200 m3/s (7,75 m bij Lobith)

In het midden van de afgelopen week daalde de Rijn bij Lobith tot ca 7,35 m +NAP en bedroeg de afvoer ca 1030 m3/s. De 1000 m3/s werd net niet gehaald en het ziet er naar uit dat dat ook de komende week niet gebeurt. Door de regenval van de afgelopen week kreeg de Rijn een beetje extra water vanuit Zuid Duitsland (stijging ca 100 m3/s) en vanuit Midden Duitsland (ca 50 m3/s) te verwerken en dat zorgt sinds donderdag voor een langzame stijging bij Lobith. Deze stijging zet nog door tot dinsdag of woensdag als de afvoer bij Lobith tot 1200 m3/s is gestegen en de stand 7,75 m +NAP bereikt. Dat is nog steeds laag voor de tijd van het jaar, want de gemiddelde afvoer bedraagt eind september ca 1650 m3/s en de waterstand is daarmee 75 cm lager dan normaal. 

Vanaf woensdag daalt de afvoer dan weer wat, maar omdat er tot dinsdag nog wel regen valt in het stroomgebied zal dat niet veel zijn. In het komend weekend verwacht ik dan een afvoer van ca 1100 m3/s en bij Lobith een waterstand van 7,5 m +NAP. Op grond van de huidige neerslagverwachtingen kan de afvoer daarna eerst nog enkele dagen een beetje dalen, om daarna weer wat te gaan stijgen. Een daling tot onder de 1000 m3/s lijkt er ook in die week niet in te zitten.

De gemiddelde afvoer van september bedroeg bij Lobith 1240 m3/s, dat is ca 450 m3/s minder dan in een normale septembermaand en de waterstanden waren daardoor deze maand gemiddeld 80 cm lager. Het was een maand zonder uitschieters, met een langzaam dalend verloop. Dat is normaal voor september, want in deze maand neemt de afvoer vanuit de Alpen en de Zwitserse meren altijd langzaam af en als er dan geen regen van betekenis valt in het stroomgebied, dan zien we die afname ook terug in het afvoerverloop bij Lobith.

Maasafvoer blijft erg laag; in het midden van de week kans op een kleine stijging

De gemiddelde afvoer voor september bedroeg bij Maastricht iets minder dan 30 m3/s en dat is zeer laag voor de Maas. Het is ruim onder het gemiddelde voor september, dat ca 100 m3/s bedraagt en zelfs lager dan in het zeer droge jaar 2018, toen de afvoer nog 35 m3/s bedroeg. Net als in de zomermaanden is ook september bij de Maas een maand met steeds vaker lage afvoeren. Zo was de gemiddelde afvoer over de afgelopen 15 jaar met 70 m3/s circa 30% lager dan het langjarig gemiddelde. Bij de Rijn bedroeg de afnamne over deze periode maar 5%. 

De afgelopen week viel er wel wat regen, maar het stroomgebied is blijkbaar nog zo uitgedroogd dat daar in de Maas zelf nog weinig van te merken was. Bij Maastricht nam de afvoer in het midden van de week met slechts 10 m3/s toe en 2 dagen later was dat al weer voorbij. Ook de komende week komt hier niet heel veel verandering in. Alleen op dinsdag ziet het er naar uit dat een wat intensievere regenzone passeert, die voor een korte opleving kan zorgen. Vooral vanaf het verharde oppervlak, dat er veel is in het Maasdal, kan dan wel enkele tientallen m3/s naar de Maas stromen en daarom zou er dinsdag in de loop van de dag of op woensdag een piekje kunnen komen tot 100 m3/s of iets hoger. Maar het zou ook nog kunnen dat de neerslagzone vrij snel overtrekt en er weinig verandert. De afvoer zal dan de hele week tussen de 30 en 40 m3/s blijven schommelen. Ook op wat langere termijn is er voor het stroomgebied van de Maas weinig neerslag te verwachten.

Harde wind en springtij

Tweemaal in de maand, ongeveer 2 dagen na volle en 2 dagen na nieuwe maan is het springtij. Zon en maan trekken dan samen de vloedgolf die rond de aarde beweegt nog iets verder omhoog en dat zorgt langs onze kust voor een enkele decimeters hogere vloedstand. Vaak merken we daar niet zoveel van, maar als springtij samenvalt met harde wind, dan komt de waterstand extra ver omhoog en als de wind dan ook nog uit het noordwesten waait zelfs nog wat hoger. Vannacht valt dit allemaal precies samen: springtij, harde wind en ook nog uit het noordwesten

Vanmiddag en vanavond is er nog niet zoveel aan de hand, maar rond middernacht draait de wind naar het noordwesten en neemt dan flink toe tot windkracht 7 á 8. Het windveld bestrijkt de hele Noordzee, dus kan het water extra opgestuwd worden. Dit hoeft echter nog geen extra hoge waterstanden op te leveren, want als de harde wind optreedt als het net eb is langs de kust, dan nivelleert dat de opzet weer helemaal. Daarom moeten we ook nagaan waar de vloed zich ten tijde van de harde win langs de kust bevindt. De vloed beweegt namelijk als een langerekte golf van zuid naar noord langs onze kust en doet daar ongeveer 12 uur over.

Komende nacht als het windveld rond middernacht de Nederlandse kust bereikt, bevindt de vloedgolf zich nog in België; daar worden dan ook de relatief hoogste standen verwacht. In Nederland arriveert de vloedgolf om 3 uur bij de Zeeuwse kust en om 4 uur bij Zuid Holland. De wind is dan nog hard dus daar is de opzet van het water, met ca 60 tot 70 cm bovenop de al verhoogde springtijstanden, dan ook groot. Bij Zeeuws Vlaanderen komt de stand net iets onder de waarde waarbij van stormvloed sprake is. In de Oosterschelde blijft de verwachte stand ca 30 cm onder de waarde waarbij de kering wordt gesloten. In de monding van de Nieuwe waterweg is er ook een opzet van 70 cm, maar van een sluiting van de Maeslandkering is nog lang geen sprake; dat gebeurt pas bij een waterstand van 3 meter bij Hoek van Holland en daar blijft de stand ca 75 cm onder. Misschien dat wel de Algerakering in de Hollandsche IJssel even gesloten zal worden, want die gaat al bij een veel lagere stand dicht.

De vloedgolf vervolgt zijn weg verder langs de kust en komt om 10 uur bij den Helder aan. De wind is dan al weer wat afgenomen en de opzet van het water is er dan ook minder dan langs de Zeeuwse en Zuid Hollandsche kust. Dat beeld zet zich voort langs de Waddenkust. De vloedgolf is hier nog 4 uur onderweg tot hij bij Delfzijl aankomt en de wind is dan nog wat verder afgenomen. Toch is in de Eems Dollard de opzet van het water hoger dan langs enig ander punt aan de Nederlandse kust. Door de trechtervorm van dit estuarium wordt het water extra opgestuwd en in de Dollard komt het water daardoor wel 1,25 m hoger dan zonder dat er harde wind zou zijn geweest. Dat is daar echter een vrij normaal verschijnsel, want de waterstand blijft er nog ruim onder de waarden waarbij van een stormvloed sprake zou zijn.

De waterhoogten die ik hierboven noem zijn gebaseerd op de verwachting van 12 uur vanmiddag. Zeker bij een storm kan er op het laatste moment nog veel veranderen. Als het windveld namelijk iets vertraagt en een paar uur later pas de kust bereikt, dan valt de hardste wind in Zeeland wel net samen met het passeren van de vloedgolf en kan de waterstand net weer 1 of 2 decimeter hoger uitvallen. Het blijft daarom belangrijk om de actuele waterhoogten te blijven volgen. Dit kan onder andere via de site van RWS: waterinfo.nl 

Natte week met stijgende waterstanden

Na vandaag komt er een einde aan het overwegend droge weer van de afgelopen weken. Er valt voldoende neerslag om de rivieren weer wat te laten stijgen. In dit waterbericht een eerste inschatting wat de neerslag voor de waterstanden in de rivieren betekent. In Nederland is het vooral in het zuiden en oosten van het land erg droog en lokaal is het neerslagtekort zelfs groter dan vorig jaar. De grondwaterstanden zijn er daarom weer net zo ver gezakt als vorig jaar en veel beken en vennen liggen droog. Het lijkt er op dat ook daar de komende week verandering in gaat komen. In de analyse aan het eind van dit bericht een langjarig overzicht van neerslagtekorten en -overschotten in ons land.

Atlantische depressies breiden hun invloed uit tot over het Europese vasteland 

Op de Oceaan heeft zich een groot lage drukgebied gevormd dat de komende dagen langzaam in de richting van Schotland beweegt. Regenzones schuiven met de klok mee rond dit grote weersysteem en bereiken vanaf komende avond en nacht het vasteland van europa. Overal wordt 1 tot soms 2 cm regen verwacht. Op maandag bereikt de neerslag ook het stroomgebied van de Rijn en lokaal valt daar nog iets meer regen. Op woensdag en donderdag volgt wederom een wat intensievere regenzone die over de stroomgebieden van Maas en Rijn naar het oosten trekt en ook 2 tot 3 cm neerslag achterlaat.

Het ziet er naar uit dat het wisselvallige weer ook in het komende weekend nog aanhoudt en dat er in de stroomgebieden dan nogmaals een paar centimeter regen kan vallen. Na dat weekend wordt de invloed van hoge drukgebieden wel weer groter, maar het is nog niet duidelijk of dat opnieuw een wat langere droge periode inluidt, of dat er snel daarna een nieuw Atlantisch offensief met regenzones volgt. 

Al met al kan er bijna overal in de stroomgebieden zo'n 4 tot 6 cm neerslag vallen, in Zuid Duitsland en de Alpen nog een paar centimeter meer. Het patroon dat we de afgelopen maanden vaak zagen dat het stroomgebied van de Maas buiten schot bleef, lijkt nu niet op te gaan. De Ardennen en de naastgelegen Eifel doen nu juist volop mee als het om het verdelen van de neerslag gaat en ook Zuid Nederland, dat de hele zomer veel minder regen ontving dan Noord Nederland, kan eindelijk weer eens profiteren van de regenval. 

De neerslag is voldoende om de rivieren weer wat te laten stijgen. Voor een stijging van het grondwater in Zuid Nederland is het waarschijnlijk nog niet voldoende. De onderstaande kaart geeft de toestand weer van het grondwater in Brabant. In een oogopslag is duidelijk dat de situatie daar extreem is. Er is erg veel extra regen nodig om dit tekort weer in te lopen en er die neerslag moet dan vallen in de komende herfst en winter. Dat is namelijk de periode dat het regenwater niet door verdamping verdwijnt, of door plantenwortels wordt onderschept. Onderaan dit bericht meer aandacht voor de droogte in Brabant.

Schermafbeelding 2019-09-22 om 12.03.49.png

Situatie van het grondwater in Brabant
Situatie van het grondwater in Brabant

Rijn daalt deze week nog, rond het volgend weekend weer stijgend

Doordat het in het stroomgebied al bijna 2 weken droog is, daalde de Rijn de hele afgelopen week. De afvoer daalde tot onder de 1100 m3/s en de waterstand bij Lobith zakte tot onder de 7,5 m +NAP. Dat zijn de laagste waarden tot nu toe van dit jaar. Voor de Rijn is dat niet bijzonder want gewoonlijk wordt de laagste afvoer altijd in het najaar bereikt, om precies te zijn op 7 oktober. 

De komende dagen daalt de afvoer nog wat verder, met ca 25 m3 per dag en waarschijnlijk wordt op donderdag nog net de 1000 m3/s aangetipt, voordat de afvoer weer gaat stijgen. De waterstand zakt nog met zo'n 5 cm per dag tot 7,2 m +NAP voordat de stijging weer begint. Een grote stijging zit er voorlopig nog niet in, daarvoor zijn de regenhoeveelheden die dagelijks vallen nog niet groot genoeg. Pas later in het najaar als het groeiseizoen voorbij is, dragen dergelijke hoeveelheden wel meer bij aan de afvoer. 

Vanaf donderdag komt het eerste water bij Lobith aan en in het volgend weekend verwacht ik een afvoer tussen de 1000 en 1100 m3/s. In het begin van de week daarna zet die stijging dan door naar ca 1250 m3/s. De waterstand daarbij bedraagt 7,8 m +NAP.

Maasafvoer stijgt licht vanaf medio deze week 

Ook in het stroomgebied van de Maas wordt regen verwacht. Maandag valt de eersste neerslag, maar omdat de bodem er erg droog is, zal daarvan maar weinig in de Maas terecht komen. De huidige afvoer bij Maastricht bedraagt ca 30 m3/s en ik verwacht niet dat daar veel aan verandert door de regenval van maandag. Bij de volgende neerslagzones in het midden van de week is de kans groter dat er voldoende valt voor een lichte stijging. Woensdag en donderdag wordt een paar centimeter regen verwacht in de Ardennen en dan kan de afvoer bij Maastricht wel gaan stijgen naar ca 100 m3/s. 

Waarschijnlijk wordt er in het volgende weekend nog meer regen verwacht, wat dan voor een nieuwe stijging kan zorgen. Het ziet er daarom naar uit dat de zeer lage afvoeren in de Maas na medio deze week voorlopig ten einde zullen zijn gekomen.

Hoe extreem is het huidige neerslagtekort

Het KNMI houdt gedurende het groeiseizoen bij hoe groot het neerslagtekort is. Dit tekort wordt bepaald door vanaf 1 april t/m 30 september de hoeveelheid neerslag die op een dag valt af te trekken van de hoeveelheid water die er op die dag verdampt. In de zomermaanden bedraagt de verdamping in Nederland doorgaans zo'n 8 tot 10 cm per maand en omdat er gemiddeld genomen zo'n 7 cm regen valt is de verdamping in de meeste zomermaanden vaak groter dan de neerslag. Gemiddeld genomen is er in het groeiseizoen dus sprake van een neerslagtekort en in een gemiddeld jaar bedraagt dat aan het eind van het groeiseizoen zo'n 10 cm. In heel droge jaren kan het tekort oplopen tot 30 cm of nog wat meer. Maar soms zijn er ook zo natte zomers dat er helemaal geen tekort is en er zelfs sprake is van een neerslagoverschot.

In de figuren hieronder is voor 2018 en 2019 het neerslagtekort in kaart gebracht. In vergelijking met vorig jaar was het in 2019 in Nederland minder droog, maar regionaal waren er wel grote verschillen. Vorig jaar was het vrijwel overal droog, maar dit jaar concentreerde de droogte zich vooral op het zuiden en oosten. Daar is het neerslagtekort dit groeiseizoen weer bijna net zo ver opgelopen als in 2018. Toeval of niet, dit zijn ook precies de zandgronden waar bij langdurig droog weer al snel watertekorten optreden.

In dergelijke situaties kan de landbouw gewoonlijk nog wel gebruik maken van het grondwater dat zich overal in Nederland op enige meters diepte onder het maaiveld bevindt. Grondwater is echter ook niet onbeperkt te gebruiken, want als er weinig regen valt en er wel volop beregend wordt, zakt de grondwaterspiegel steeds verder.  Dat zorgt dan voor problemen in gebieden die voor de plantengroei wel geheel afhankelijk zijn van het grondwater en ook kunnen funderingen van huizen gaan verzakken als het grondwater wegzakt.

rdev_geografisch 2018 en 2019 copy.jpg

Neerslagtekort 2018 (links) en 2019 (rechts) (bron KNMI).
Neerslagtekort 2018 (links) en 2019 (rechts) (bron KNMI).

De optelling voor het neerslagtekort die het KNMI bijhoudt, begint altijd op 1 april en houdt geen rekening met de hoeveelheid regen die in de maanden daarvoor is gevallen. Voor de stand van het grondwater geeft dit daarom niet zo'n goed beeld. Het grondwater wordt namelijk vooral in het winterseizoen opgebouwd en na een natte winter zal er daarom minder snel sprake zijn van een tekort dan na een droge winter.

Doorgaans is het neerslagoverschot in het Nederlandse winterseizoen wel groter dan het tekort in de zomer en over een heel jaar is er dan ook bijna ieder jaar sparke van een overschot. In de onderstaande grafiek heb ik dat verloop voor de KNMI meetstations De Bilt en Volkel in beeld gebracht voor de afgelopen 27 jaar. Van iedere dag is de verdamping afgetrokken van de neerslag en duidelijk is te zien hoe de beide lijnen langzaam oplopen omdat er gemiddeld genomen sprake is van een overschot.  

Bij De Bilt is er na deze 27 jaar een overschot opgebouwd van 750 cm, wat neerkomt op een gemiddeld jaarlijks overschot van ca 30 cm.  Gemiddeld genomen bouwt zich in de winter een overschot op van ca 40 cm, waar dan in de zomer weer 10 cm van afgaat dankzij het tekort in het groeiseizoen. Nu is De Bilt een van de nattere plaatsen in Nederland en in het oost Brabantse Volkel, een van de droogste plaatsen van het land, is het overschot na 27 jaar dan ook nog maar ongeveer half zo hoog. Hier bedraagt het gemiddelde jaarlijkse neerslagoverschot ca 15 cm.

Schermafbeelding 2019-09-22 om 14.04.18.png

Het cummulatief neerslagoverschot sinds 1993 voor het relatief natte De Bilt (oranje lijn) en het veel drogere Volkel (blauwe lijn).
Het cummulatief neerslagoverschot sinds 1993 voor het relatief natte De Bilt (oranje lijn) en het veel drogere Volkel (blauwe lijn).

In het verloop van beide lijnen zijn perioden te zien dat het neerslagoverschot soms een paar jaar minder regelmatig oploopt. Zo valt de periode van medio 1995 tot eind 1997 op. De lijn liep toen bijna vlak en het overschot bouwde zich maar nauwelijks op. Dit was het gevolg van relatief droge winters. Het jaar 1998 verliep echter weer zeer nat, zowel in de winter als in de zomer, vrijwel zonder daling in het groeiseizoen, en zo werd het tekort dat in de periode tussen '95 en 97' was ontstaan weer helemaal ingelopen. Ook de zomer van 2003 valt op. Deze was heel droog en het totale overschot daalde flink en in de winter daarna viel er ook maar net voldoende om op hetzelfde niveau uit te komen als een jaar eerder.

Na 2003 valt het op dat de lijnen heel regelmatig oplopen. De winters verlopen vrij nat en de zomers niet al te droog. Er valt in de Nederlandse zandgronden dan ook voldoende regen om het grondwater steeds weer aan te vullen en als het 's zomers even wat droger is, is er voldoende voor beregening. Het is niet nodig om het water extra vast te houden als een appeltje voor de dorst, want extreme droogte kwam niet voor. Tot de zomers van 2018 en 2019....

Om de situatie in deze beide jaren goed in beeld te kunnen brengen is in de figuur hieronder ingezoomd op de afgelopen 5 jaar voor de meetstations De Bilt, Volkel en ook Twenthe. Tot voorjaar 2016 volgen de lijnen het normale verloop met een flinke stijging in de winter en een wat kleinere daling in de zomer. De zomer van 2016 is de eerste uitschieter, want deze verloopt heel erg nat en in augustus 2016 is het overschot zelfs nog verder opgelopen, terwijl het normaliter in de zomer juist zou moeten dalen.

Daarna is ook de winter van 2017-18 erg nat en stijgt het cummulatieve overschot sterk. Dan volgt de zomer van 2018 en die is, zoals bekend, zeer droog.  Bij Volkel is het tekort in de zomer van 2018 zelfs zo groot dat het gehele overschot van de voorgaande winter weer teniet gedaan wordt. In De Bilt en Twenthe is er ook een groot neerslagtekort in de zomer, maar daar was het overschot uit de voorgaande winter wel ruim voldoende om het tekort op te vangen.

De winter van 2018-19 verloopt ongeveer normaal en daarmee werd in De Bilt en Twenthe het grote neerslagtekort van de voorgaande zomer weer ongeveer opgeheven. In Volkel viel echter duidelijk minder regen en daar begon het groeiseizoen van 2019 al met een achterstand tov het jaar ervoor. Nu ook de afgelopen zomer in Brabant zeer droog is verlopen is de situatie bij Volkel nog uitzonderlijker geworden. Het totaal bevindt zich nu zelfs nog 15 cm lager dan na de vorig jaar zomer, terwijl er normaal over een heel jaar heen een + van 15 cm zou moeten zijn.

Zoals we eerder in dit bericht zagen, was in Twenthe het neerslagtekort in deze zomer bijna net zo groot als in Volkel, maar omdat de afgelopen winter in Twenthe natter was verlopen eindigt de lijn bij Twenthe dit jaar maar weinig onder die van de vorige zomer. De situatie in de Bilt wijkt hier sterk vanaf, want daar was er in deze zomer geen sprake van extreme droogte en was het neerslagtekort maar weinig groter dan in een normaal jaar. De lijn bij De Bilt eindig dan ook een flink stuk hoger dan in de voorgaande zomer.

Schermafbeelding 2019-09-22 om 16.14.31.png

Het cummulatief neerslagoverschot over de afgelopen 5 jaar voor De Bilt (oranje lijn), Twenthe (groen) en Volkel (blauw).
Het cummulatief neerslagoverschot over de afgelopen 5 jaar voor De Bilt (oranje lijn), Twenthe (groen) en Volkel (blauw).

Uit deze analyse kunnen we concluderen dat de situatie in Volkel inmiddels zeer uitzonderlijk is. Na 2 droge zomers op een rij en een tussenliggende winter die onvoldoende regen bracht is de cummulatieve neerslag er sterk teruggelopen. Er zijn waarschijnlijk meerdere jaren nodig om dit tekort weer in te lopen, vooral ook omdat Volkel een relatief droge plaats is en er jaarlijks maar een bescheiden neerslagoverschot is. In Twenthe was de afgelopen zomer wel erg droog, maar is de situatie over een langere periode bekeken minder extreem; herstel is hier al op kortere termijn mogelijk. In De Bilt verliep de afgelopen zomer vrijwel normaal en omdat de afgelopen winter ook vrij nat verliep is daar de droogte van 2018 al weer grotendeels vereffend.

Droog weer houdt voorlopig nog aan

Het droge weer houdt voorlopig nog wel even aan. De neerslagtekorten lopen daardoor weer verder op en de afvoeren van de rivieren zullen de hele week blijven dalen. Vooral de Maas heeft een heel lage afvoer, maar ook de Rijn zal binnenkort te maken krijgen met echt lage afvoeren en standen. Na de weer- en waterverwachting een overzicht van het optreden van lage afvoeren in Rijn en Maas sinds het begin van de metingen.

Hoge drukgebied houdt neerslag op grote afstand

De afgelopen week verliep grotendeels droog in de stroomgebieden van Rijn en Maas en omdat de verwachting voor de komende 10 dagen ook geen neerslag in het vooruitzicht stelt, is de kans groot dat september overal een droge maand gaat worden. Daarmee loopt het neerslagtekort in het oosten en zuiden van Nederland weer verder op en zijn er daar plaatsen waar het tekort vergelijkbaar is met de zeer droge jaren 1976 en 2018. In het noorden en westen van het land is het een heel ander verhaal. Daar is op veel plaatsen ruim de normale hoeveelheid regen gevallen in de zomermaanden en is van droogte helemaal geen sprake. Een opvallend verschil over een afstand van soms minder dan 100 kilometer.

De afgelopen week wist op woensdag nog een zwak neerslaggebied over Nederland naar het zuiden te trekken. Dit bracht (zoals veel van zijn voorgangers) de meeste regen in de noordelijke helft van het land. Verder zuidelijk in de stroomgebieden droogde de regenzone helemaal op en Maas en Rijn ontvingen deze week dan ook geen extra water. Inmiddels heeft een groot hoge drukgebied zich boven onze omgeving gepositioneerd en dit houdt de regenzones voorlopig op afstand.

In de kaart hieronder is de neerslagverwachting van het Europese weermodel voor de komende week afgebeeld. Duidelijk is te zien dat de regen alleen aan de randen van Europa valt. Nederland en omgeving ligt in de witte tot lichtblauwe kleuren en dat betekent dat het hier op een paar millimeter na droog blijft en er ook voor de Rijn en de Maas geen regen wordt verwacht. Pas helemaal aan het eind van de verwachtingsperiode, over ca 10 dagen, is een weersomslag mogelijk, maar zo ver vooruit is een verwachting doorgaans niet zo betrouwbaar meer.

Voorlopig moeten we dus rekening houden met aanhoudend droog weer, dalende grondwaterstanden en dalende rivierafvoeren.

Schermafbeelding 2019-09-15 om 14.35.37.png

Neerslagverwachting voor de komende week  (bron Kachelmannwetter.com)
Neerslagverwachting voor de komende week (bron Kachelmannwetter.com)

Rijnafvoer daalt deze week naar ca 1100 m3/s; waterstand bij Lobith naar 7,5 m +NAP

Ondanks de droogte steeg de Rijn in de tweede helft van de afgelopen week nog een klein beetje. Dit was water dat bijna een week eerder in Zwitserland was gevallen en nu pas arriveerde. De afvoer steeg ca 150 m3/s tot iets boven de 1350 m3/s en de stand bij Lobith steeg een paar decimeter tot net boven de 8 m +NAP. Inmiddels is het kleine golfje voorbij en is de afvoer weer gaan dalen. De komende dagen gaat er eerst ca 50 m3 per dag af, later afnemend naar ca 25 m3 per dag. In het volgend weekend zal dan de 1100 m3/s bereikt worden, met een waterstand van ca 7,5 m +NAP bij Lobith.

De kans is groot dat de daling daarna verder doorzet en aan het eind van de week daarna in de buurt van de 1000 m3/s zal uitkomen. De waterstand zal dan gedaald zijn tot ca 7,2 m +NAP.   Ondanks dat de Rijn gedurende de zomer op een redelijk hoog niveau bleef, niet al te ver onder het langjaring gemiddelde, ziet het er nu toch naar uit dat we rekening mogen gaan houden met nog echt lage afvoeren in de Rijn aan het eind van het seizoen. Of het moet in het midden van de week na komende week ineens veel natter gaan worden, maar die kans is voorlopig klein. Gemiddeld komen afvoeren van 1000 m3/s of lager zo'n 15 dagen per jaar voor, maar het voorkomen wisselt sterk: er zijn jaren zonder een zo lage afvoer, maar ook jaren met langdurig lage afvoeren. Zoals bijvoorbeeld vorig jaar toen de Rijn bij Lobith 120 dagen lager was dan 1000 m3/s. 

Voorlopig is het nog niet zover, want eerst daalt de Rijn deze week nog naar ca 1100 m3/s en in een volgend bericht is meer te zeggen over of de afvoer daadwerkelijk naar of tot onder de 1000 m3/s gaat zakken. 

Maasafvoer blijft zeer laag

In het stroomgebied van de Maas is geen regen gevallen en de droogte is met name in het zuiden van België inmddels zeer extreem te noemen. Voor de Maas betekent dat dat er maar weinig water wordt aangevoerd door de zijrivieren die in de Ardennen ontspringen. Inmiddels is de Maasafvoer bij Luik onder de 50 m3/s gezakt en dat is zo laag dat de kanalen die tussen Luik en Maastricht ontspringen op rantsoen zijn gezet. Dat betekent dat er te weinig water is om de sluizen volwaardig te bedienen en er beperkt geschut wordt. Ook wordt een deel van het water na het schutten weer teruggepompt naar het hogere stuwpand zodat het opnieuw gebruikt kan worden.

Bij Maastricht stroomt er nu ca 30 m3/s het land binnen, waarvan ongeveer 10 à 12 via zowel het Julianakanaal als de Zuid Willemsvaart wordt afgvoerd. Voor de Grensmaas blijft dan nog ongeveer 5 à 6 over. 

Bij een zo lage afvoer neemt ook het aandeel water dat afkomstig is uit rioolwaterzuiveringen een steeds groter aandeel in. Er wonen miljoenen mensen in het Maasdal en er zijn veel bedrijven en al het afvalwater daarvan komt, na zuivering, in de Maas uit. Het is aan dit water te danken dat de afvoer niet nog lager is en dankzij dit extra aanbod kan de Maas de komende tijd ook niet veel verder meer dalen. De komende week zal de afvoer bij Maastricht daarom blijven schommelen tussen de 25 en 30 m3/s en omdat voorlopig ook geen regen wordt verwacht, is de kans groot dat die lage afvoer ook in de week daarna nog aanhoudt.

Hoe vaak komen lage afvoeren voor in Rijn en Maas

Nadat vorig jaar de rivierafvoeren langdurig zeer laag waren, is er ook dit jaar weer sprake van extreme situaties; vooral in de Maas. In de figuren hieronder heb ik voor beide rivieren in beeld gebracht hoe vaak lage, zeer lage en extreem lage afvoeren voorkomen. De lezers die deze site al wat langer volgen zullen de figuren herkennen van ongeveer een jaar geleden. Er zijn sindsdien twee zaken veranderd: ten eerste is de periode uitgebreid t/m september dit jaar en daarnaast heb ik voor de Maas betrouwbaardere gegevens om de grafiek uit samen te stellen. Sinds het begin van de metingen in de Maas is de situatie namelijk nogal veranderd, wat vooral merkbaar is bij de data over de lage afvoeren.

Tussen 1935 en 1940 zijn namelijk het Julianakanaal en Albertkanaal in gebruik genomen en die zijn een deel van het Maaswater gaan afleiden. De meer recente meetgegevens van Borgharen en Maastricht St Pieter zijn daarom niet zomaar te vergelijken met de oudere gegevens. Aan de hand van de hoeveelheid water die de kanalen gemiddeld afvoeren is daarom ook een meetreeks vastgesteld van de afvoer bij Monsin, dat is een plaats nabij Luik juist voordat het Albertkanaal afbuigt. Dankzij deze lijst is het vergelijken van de huidige afvoeren met de historische wel mogelijk. Dit levert voor de Maas ook een iets andere grafiek op dan ik vorig jaar publiceerde. Ik heb de waarden van Monsin vervolgens weer 'vertaald' in de bijbehorende waarden voor Maastricht, zodat ze voor de Nederlandse gebruikers herkenbaar zijn.

De gegevens van de Rijn zijn die van de afvoer bij Lobith. Deze reeks begint in 1901; 10 jaar eerder dan die van de Maas.

Schermafbeelding 2019-09-15 om 21.07.17.png

Maanden met lage, zeer lage en extreem, lage afvoeren sinds 1901 in de Rijn (boven) en sinds 1911 in de Maas (onder)
Maanden met lage, zeer lage en extreem, lage afvoeren sinds 1901 in de Rijn (boven) en sinds 1911 in de Maas (onder)

De grafieken tussen Maas en Rijn zijn niet zondermeer te vergelijken. Ik heb de grenzen van de categoriën enigszins arbitrair gekozen (bij de Maas respectievelijk: 35, 55 en 75 m3/s en bij de Rijn: 900, 1050 en 1200 m3/s) en dat zorgt er voor dat de Maas meer gekleurde vakjes heeft dan de Rijn. Het gaat er bij deze figuren vooral om na te gaan of er bepaalde patronen zichtbaar zijn in het voorkomen van lage afvoeren.

Op het eerste gezicht valt al meteen op dat lage afvoeren van alle tijden zijn. Het is dus niet zo dat ze de laatste tijd steeds vaker voorkomen. Wel zijn er perioden herkenbaar met meer en minder lage afvoeren. Zoals bij de Rijn die, op vorig jaar na, een lange periode achter de rug heeft met relatief weinig maanden met lage afvoeren. Het zeer droge jaar 1976 was een soort van kanteljaar, waarna de frequentie van de lage afvoeren plotseling sterk verminderde. Vorig jaar was het eerste jaar dat weer een duidelijk ander verloop had, maar (voorlopig) ziet het er niet naar uit dat 2019 in die lijn verder gaat.

Bij de Maas is 1976 ook duidelijk herkenbaar, maar het duurde tot na 1979 voordat er meerdere jaren kwamen met weinig lage afvoeren. Dit duurde een jaar of 10, maar sinds 1988 komen lage afvoeren in bijna alle jaren weer (veel) voor. Vooral de laaste 3 jaren vallen op door veel maanden met zeer lage en extreem lage afvoeren. Maar dat is niet uniek. Een dergelijke periode is al eens eerder voorgekomen, bijvoorbeeld in de 70-er jaren; toen waren er tussen 1971 en 1979 bijna ieder jaar 3 maanden of meer met zeer lage tot extreem lage afvoeren. De Rijn heeft van deze droge zomers in de 70-er jaren minder invloed gehad.

Bij beide rivieren valt in de beginjaren het jaar 1921 op. Dit was een zeer extreem jaar met bij zowel de Rijn als de Maas uitzonderlijk langdurig lage afvoeren. Het is echter een duidelijke uitschieter, want in de jaren er omheen kwamen lage afvoeren juist niet zo vaak voor. Verder zijn er vooral bij de Rijn tot 1940 niet zo veel jaren met lage afvoeren en zijn er duidelijk meer in de periode van 1940 t/m 1976. Bij de Maas is die periode met vaker laag water tussen 1940 en 1976 ook herkenbaar, maar minder duidelijk omdat er voor- en nadien ook vrij vaak lage afvoeren voorkomen. 

Frequentie Rijn en Maas.jpg

Frequentie lage afvoeren per decennium voor Rijn en Maas
Frequentie lage afvoeren per decennium voor Rijn en Maas

De verschillende langjarige patronen in de meetreeks komen ook duidelijk naar voren als de aantallen per 10 jaar worden geclusterd (zie figuur hierboven). Bij de Rijn komt de periode 1940 t/m 1980 naar voren door de grotere aantallen en vooral ook door de aantallen maanden met extreem lage afvoeren. Bij de Maas waren dit ook de decennia met de meeste maanden met extreem lage afvoeren. 

De laatste 10 jaar is er bij beide rivieren weer een toename te zien in vergelijking met de 3 decennia daarvoor. Vooral bij de Rijn valt dit op, omdat de periode van 1980 tot 2010 relatief weing laagwater kende. De hoge score wordt echter wel vooral bepaald door vorig jaar, dat 5 maanden leverde aan het totaal van 13.

Abonneren op