U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Veel regen verwacht en waterstanden blijven aan de hoge kant

Ook de komende week verloopt nat, zelfs nog wat natter dan de afgelopen week en de waterstanden zullen daarom weer gaan stijgen. Niet dat ze heel veel gedaald waren, zowel de afvoer van de Rijn als de Maas is al de hele maand bovengemiddeld hoog. Een groot hoogwater lijkt er voorlopig niet aan te komen, maar omdat er ook geen langere droge periode in het verschiet is, is het niet uitgesloten dat er later in maart nog wel een hoogwater volgt. De laatste tijd zijn er veel berichten over de slechte sneeuwcondities in de Alpen. Op wat grotere hoogte valt dat nog wel mee en dat is belangrijk voor de Rijn, omdat als de sneeuw in het voorjaar smelt dit een belangrijke bron van water is. In dit bericht een uitstapje naar de Alpen om de stand van zaken op te nemen.

Regengebieden volgen elkaar in snel tempo op

De afgelopen week verliep in de stroomgebieden wat droger dan de weken daarvoor. Een hogedrukgebied breidde zijn invloed vanaf de Atlantische Oceaan wat meer naar Midden Europa uit en de meer intensieve regengebieden trokken noordelijker over Europa. Nederland lag nog wel in de zone waar meer regen viel en februari is dan ook hard op weg een zeer natte maand te worden. Volgende week zal ik in mijn bericht de balans opmaken hoe het met de neerslaghoeveelheden deze winter is gesteld. 

Het hogedrukgebied heeft zich nu weer teruggetrokken op de Atlantische Oceaan en de meer intensieve regenzones zullen in de loop van de week weer een meer zuidelijke koers gaan volgen. Vandaag trekt een actief regengebied eerst over Nederland en later ook over de Ardennen en Midden Duitsland. Maandag t/m woensdag valt overal in de stroomgebieden regen, maar de zone met de meeste regen ligt over Noord Frankrijk en Zuid Duitsland. Hogerop in de Middelgebergten zoals Eifel, Vogezen en Zwarte Woud kan dan ook wat sneeuw vallen. Vanaf woensdag krijgen ook de Alpen met veel neerslag te maken. Boven de 1500 m en vooral 2000 m kan 50 tot 75 cm verse sneeuw vallen. 

Donderdag lijkt een wat drogere dag te worden, maar op vrijdag en zaterdag is de kans groot dat er weer flinke hoeveelheden regen gaan vallen. Het wordt dan ook weer zachter en de sneeuw, die tegen die tijd in de Middelgebergten ligt, zal weer snel gaan smelten. Vanaf zondag ziet het er nu naar uit dat het weer droger wordt, maar waarschijnlijk is dat maar voor korte tijd, want de actieve zuidwestelijke circulatie houdt voorlopig nog wel even aan en de kans is groot dat het ook in de week na het volgend weekend regenachtig blijft.

Rijn schommelt bij Lobith rond 11,5 m +NAP, later in de week wat hoger

De Rijn daalde in het begin van de week langzaam, later wat sneller, maar de stand is met ca 11,4 m +NAP nog steeds aan de hoge kant. Normaal in deze tijd van het jaar is een stand van ca 10,5 m +NAP. Dat niveau wordt voorlopig niet bereikt. Eerst gaat de stand nog wel enkele decimeters omlaag tot ca 11 m, maar vanaf dinsdag volgt dan weer een stijging.

Eerst arriveert het extra water dat op zondag en maandag in Midden Duitsland is gevallen. De stand stijgt daardoor bij Lobith naar ca 11,5 m later de week. Aan het eind van de week arriveert dan ook het water dat op dinsdag en woensdag in Zuid Duitsland valt. De stand kan dan nog iets verder stijgen, maar veel hangt af van hoeveel regen er rond die tijd in Midden Duitsland gaat vallen. 

Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de stand bij Lobith aan het eind van de week boven de 12 m uit zal komen. Mocht er vrijdag en zaterdag echter veel regen vallen in het noordelijke deel van het stroomgebied, waardoor de Moezel extra gaat stijgen, en dat gecombineerd met wat smeltwater vanuit de Middelgebergten, dan is een verdere stijging naar 12,5 m of 13 meter ook mogelijk. 

Ook op langere termijn is er geen daling in zicht van de waterstanden. Ook in de week na volgend weekend blijft het waarschijnlijk regenachtig en dan valt er al snel voldoende om het peil van de Rijn hoog te houden.

Maas stijgt vandaag en morgen naar ca 800 m3/s, later weer iets dalend

In de verwachting van afgelopen donderdag zag het er naar uit dat er vandaag veel regen in de Ardennen zou vallen, maar het intensieve regengebied trok noordelijker langs en bracht vooral in Nederland veel regen. Later vandaag krijgen ook de Ardennen nog een flink staartje mee van de regenzone, maar het zal waarschijnlijk niet voldoende zijn om de afvoer tot 1000 m3/s te laten stijgen. 

Op dit moment passeert er bij Maasstricht ongeeer 600 m3/s en ik verwacht dat dat later vandaag zal gaan stijgen naar een hoogste stand van ca 800 misschien 900 m3/s morgen overdag. Vanaf dinsdag t/m donderdag valt er wel neerslag, maar onvoldoende voor een verdere stijging. Het is ook wat kouder en boven de 400 à 500 m zal de neerslag daarom als sneeuw vallen, wat daar een laagje op kan leveren van zo'n 10 cm. Ik verwacht dat de afvoer van dinsdahg t/m donderdag weer zal dalen naar ca 700 m3/s.

Vrijdag volgt dan weer zachter weer en staat een nieuwe regenzone op het programma. Door de combinatie van flink wat regen en het smeltwater van de sneeuw is dan weer een stijging van de afvoer te verwachten. Misschien dat de 1000 m3/s in het volgend weekend dan wel wordt bereikt. Een veel hogere afvoer is voorlopig niet in zicht, daarvoor zijn de neerslaghoeveelheden die nu verwacht worden niet groot genoeg.

Sneeuwsituatie in de Alpen 

De sneeuw in de Alpen is voor de Rijn een belangrijke bron van water. Deze voorraad wordt altijd gedurende de winter aangevuld en smelt dan in de periode van half april t/m half juni. Tot ver in de zomer profiteert de Rijn hiervan omdat een deel van het smeltwater ook nog eens enkele maanden in de grote Zwitserse meren wordt opgeslagen. 

Er zijn jaren dat er weinig sneeuw valt in de Alpen en dat vertaalt zich dan vaak in lage Rijnafvoeren in de maanden mei t/m juli. De laatste weken verschijnen er regelmatig berichten in de media over de slechte sneeuwsituatie in de Alpen en dat zou dan een voorbode kunnen zijn van een voorjaar met lage Rijnafvoeren. Deze foto van het skigebied Schwartszee (bron SLF) laat goed zien hoe de situatie is. Rond de 1000 m waar het meer ligt, is er geen sneeuw te bekennen en de eerste sneeuw ligt pas enkele honderden meters hoger. 

Alpen Schwartszee.png

Skigebied Schwartszee op ca 1100 m hoogte
Skigebied Schwartszee op ca 1100 m hoogte

Op een recente satellietfoto van NASA (zie hieronder) is wel volop sneeuw te zien en in vergelijking met de situatie in 2019 (onderste foto) is er in de Alpen zelf ook niet zo heel veel verschil te zien. Wel valt op dat er in de lagere regionen van de Alpen en ook in de Jura en het Zwarte Woud duidelijk minder sneeuwbedekking is dan een jaar geleden.

Alpen en Zw W 22 feb 20.jpg

Satellietfoto van de Alpen van 22 feb 2020 met daarop aangegeven de begrenzing van het stroomgebied van de Rijn (rode lijn)
Satellietfoto van de Alpen van 22 feb 2020 met daarop aangegeven de begrenzing van het stroomgebied van de Rijn (rode lijn)

Alpen en Zw W 24 feb 19.jpg

Satellietfoto van de Alpen van 24 feb 2019 met daarop aangegeven de begrenzing van het stroomgebied van de Rijn (rode lijn)
Satellietfoto van de Alpen van 24 feb 2019 met daarop aangegeven de begrenzing van het stroomgebied van de Rijn (rode lijn)

Via de website van de SLF heb ik de waarnemingen van een aantal meetstation in de Alpen op een rij gezet. Ze zijn zo gekozen dat ze van laag (ca 1600 m) tot hoog (ca 2500 m) lopen. In de linkerkolom is de situatie van 2019 afgebeeeld in de rechterkolom de situatie van 2020.

Sneeuwhoogte Alpen.jpg

Sneeuwhoogte in de Zwitserse Alpen op 3 meetstations op respectievelijk ca 1600, 2100 en 2500 m  hoogte in 2019 (links) en 2020 (rechts)
Sneeuwhoogte in de Zwitserse Alpen op 3 meetstations op respectievelijk ca 1600, 2100 en 2500 m hoogte in 2019 (links) en 2020 (rechts)

Het goede nieuws is dat het met de dikte van de sneeuwlaag boven de 1500 m nog redelijk gesteld is. Zowel op 1600 m als op 2100 m is de dikte net iets minder dan in een gemiddeld jaar, op grote hoogte wordt ongeveer de gemiddelde waarde bereikt. Vorig jaar lag er op alle locaties meer sneeuw, maar dat ging veelal om niet meer dan 50 cm meer dan dit jaar. 

Vorig jaar was er vooral begin januari veel sneeuw gevallen, maar vanaf half januari brak een drogere periode aan en daardoor nam het sneeuwdek ook weer wat af. Dit jaar was het in januari ook vrij droog, maar in februari valt er juist weer veel neerslag. Het sneeuwdek is sinds begin fabruari weer gaan groeien, maar het valt op dat de dikte soms ook weer flink afneemt. Dit is het gevolg van de hoge temperaturen die soms optreden, waardoor er tot boven de 2000 m sneeuw wegsmelt. Er valt echter ook weer genoeg om dat enkele dagen later weer aan te vullen.

Wat verder opvalt dit jaar is dat de sneeuwgrens vaak erg hoog ligt en dat er daarom onder de 1500 m maar weinig sneeuw ligt. Vorig jaar lag de sneeuwgrens rond deze tijd van het jaar ca 500 m lager. De zone tussen 1000 en 1500 m is in de Alpen echter niet zo heel omvangrijk wat het areaal betreft en de bijdrage daarvan aan de waterafvoer van de Rijn later in het voorjaar is daarom niet zo groot.

Ook in de Middelgebergten (die liggen grotendeels tussen 1000 en 1500 m) ligt dit jaar erg weinig sneeuw. Voor de Rijn zijn dit de gebieden die meetsal in april voor wat smeltwater zorgen. Het ziet er niet naar uit dat die bijdrage dit jaar groot zal zijn, of er moet in maart nog wat veranderen. 

Voor wat de bijdrage van de Alpen aan de Rijnafvoer betreft, ziet het er allemaal nog niet zo slecht uit. De hoge temperaturen zorgen ervoor dat er pas boven de 1500 m een sneeuwdek aanwezig is, maar de dikte daarvan is ongeveer gemiddeld. De komende week herhaalt het weerbeeld zich van de afgelopen weken. Er wordt flink wat sneeuw verwacht (tot meer dan 50 cm nieuwe sneeuw), maar wederom vooral in de hogere regionen.

Het sneeuwdek op ca 2000 m hoogte zal daardoor verder aangroeien en de kans is groot dat het in de loop van maart ongeveer op het niveau uitkomt zoals in een normaal jaar. Mocht de wind in de loop van maart nog enige tijd naar het noordwesten draaien, wat in maart vaak gebeurt, dan kan het sneeuwdek zelfs nog wel wat dikker worden dan in een gemiddeld jaar. De noordwestenwind is namelijk koeler en de neerslagzones worden dan tegen het gebergte omhoog gestuwd; wat voor extra sneeuw kan zorgen. Voor de Rijnafvoeren in de periode mei t/m juli zou dat betekenen dat de kans op lage afvoeren dit jaar niet erg groot is.

Blijvend wisselvallig, maar geen grote hoeveelheden regen

Het begin van de afgelopen week stond in het teken van de storm Ciara, die vrijwel precies samenviel met hoogwater in de rivieren. De Noordwaard, een ontpolderd deel van de Biesbosch, vulde zich geheel met water. In dit waterbericht een analyse van wat er daar precies gebeurde. Maar eerst de waterverwachting voor de komende week. Het is een komen en gaan van regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan, maar de meeste activiteit ligt ten noorden van ons en de regenhoeveelheden in de stroomgebieden blijven daarom beperkt. De eerste dagen blijven de waterstanden schommelen rond de huidige waarde, later in de week een langzame daling.

Westelijke circulatie blijft actief

Na de regenval van begin februari die de hoogwatergolven opleverde, is het nog niet langdurig droog geworden. Iedere paar dagen passeert er wel een regenzone en dat zorgt er voor dat de waterstanden in de rivieren na een lichte daling steeds weer wat opleven. Vandaag passeert er ook een regengebied en dat brengt voldoende regen in de Ardennen om de Maas morgen wat te laten stijgen en ook de Rijn ontvangt weer wat water, zodat de huidige licht verhoogde waterstanden nog enige tijd aan kunnen houden.

Ook de rest van de week wordt het niet droog, maar de baan die de lage drukgebieden volgen komt iets noordelijker te liggen. Tegelijkertijd breidt een hogedrukgebied zich vanaf de Azoren over het zuiden van Europa uit. Dit heeft tot gevolg dat er soms nog wel neerslaggebieden over over de stroomgebieden trekken, maar dat er niet veel regen wordt verwacht. Te weinig voor de rivieren om verder te stijgen.

Op wat langere termijn, na het volgend weekend, lijkt het hoge drukgebied zich weer terug te trekken naar de Oceaan en dan kunnen de neerslagzones zich wel weer wat zuidelijker uitbreiden. Ook dan wordt er niet meteen veel regen verwacht, dus een volgend hoogwater hoeven we voorlopig niet te verwachten.

Rijn daalt langzaam, maar blijft vrij hoog

De Rijn is na een snelle daling in het begin van de afgelopen week gestabiliseerd rond een waterstand tussen de 11,75 en 12 m +NAP. Dat is ongeveer 1 meter boven de gemiddelde waterstand voor deze tijd van het jaar. 

Vannacht en morgen overdag valt er regen in het stroomgebied en dat zorgt ervoor dat de huidige langzame daling weer even tot stilstand komt. Een sterkere stijging zit er niet in, daarvoor valt er niet voldoende regen. Later in de week valt er ook zo nu en dan nog regen, maar de hoeveelheden zijn dan nog wat kleiner en onvoldoende om het huidige hoge niveau vol te blijven houden.

Samengevat betekent dit dat tot en met dinsdag de waterstand heel licht zal dalen, waarna er op woensdag en donderdag een kleine stijging volgt. Boven de 12 meter zal de waterstand bij Lobith echter naar verwachting niet komen. Vanaf donderdag gaat de stand dan wel langzaam dalen, naar ca 11,5 meter in het weekend en waarschijnlijk zet de daling dan nog wat verder door; naar ca 11 meter in het begin van de week daarna. 

Maas nog een keer boven de 1000 m3/s, daarna dalend 

Na de hoogwatergolf ca 10 dagen geleden, is de Maasafvoer wel gedaald, maar tot twee keer toe was er weer een stijging waarbij de afvoer opnieuw boven de 1000 m3/s steeg. Iedere nieuwe golf wordt echter weer wat lager: afgelopen dinsdag steeg de afvoer nog naar iets meer dan 1200 m3/s en vrijdag werd de 1100 bijna bereikt. Voor de Maas zijn dat relatief hoge afvoeren, 1000 m3/s wordt gemiddeld ca 10 dagen per jaar overschreden en 1200 m3/s ca 5 dagen.  Op dit moment hebben we dat aantal al bijna bereikt.

De regen die vannacht in de Ardennen gaat vallen zal morgen opnieuw voor een korte opleving zorgen van de afvoer. Op dit moment bedraagt de afvoer ongeveer 850 m3/s en ik verwacht dat de neerslag van vannacht zal zorgen voor een piek bij Maastricht van iets boven de 1000 m3/s. Er valt waarschijnlijk niet voldoende voor een afvoer boven de 1200 m3/s. 

Vanaf dinsdag daalt de afvoer en omdat er de hele week wel regen wordt verwacht, maar geen grote hoeveelheden, zal de daling langzaam verlopen. Op vrijdag verwacht ik dat de afvoer weer onder de 750 m3/s zakt en zoals het er nu naaar uitziet is een verdere daling in de week na volgend weekend ook waarschijnlijk, waarbij de 500 m3/s ook weer bereikt kan worden. 

Waaluiterwaarden ontluchten zich

Vorige week schreef ik over het verschijnsel dat bij opkomend water een deel van het water in het grondwater onder de uiterwaarden wordt opgeslagen. Bij een eerste grotere hoogwatergolf na lange tijd zonder hoogwater kan dat om vrij grote hoeveelheden water gaan. Via Twitter kwam afgelopen week een fraai filmpje langs van de organisatie Rivieractief, waarvan iemand  had vastgelegd hoe er in een kolk in de uiterwaarden luchtbellen omhoog stegen. 

Via deze link is het fimpje te zien. Het is een watertje in de uiterwaarden bij Tiel, dat achter een kade ligt en iets verderop was de waterstand door het opkomende hoogwater al flink hoger. Via de ondergrond stroomt het water vanuit het gebied met het hoge peil via de ondergrond onder de kade door en daarbij wordt het grondwater onder de uiterwaard aangevuld.

Lucht die zich tot dan toe in de poriën tussen de gronddeeltjes bevindt, wordt door het indringende water naar boven weggedrukt. Als die lucht op zijn weg naar boven vervolgens door een plasje met water moet, wordt dat zichtbaar aan de bellen die opborrelen. Ook naast het water zal lucht omhoog zijn gekomen, maar omdat de bodem daar droog is, valt het daar niet op.

De Noordwaard stroomt vol, Ruimte voor de Rivier, of Ruimte voor de Zee?

Door een bijzondere samenloop van omstandigheden steeg het waterpeil in het Benedenrivierengebied deze week tot grote hoogte. Een hoogwater op zowel de Rijn als de Maas viel samen met een storm op zee en daarbij was het ook nog eens net springvloed.

Op maandag was het peil in de Nieuwe Merwede bij Werkendam zelfs zover gestegen dat de drempel naar de Noordwaard overstroomde. Via deze Twitter-link is het overstromen vastgelegd door de boswachter van Staatsbosbeheer in de Biesbosch. 

Deze drempel was tot voor 5 jaar de noordelijke dijk van de Noordwaard, maar deze is in het kader van het project Ruimte voor de Rivier verlaagd tot een peil van 2 m +NAP, zodat hij bij hoge rivierafvoeren op de Merwede kan overstromen. Het gebied achter de drempel, de Noordwaard, is zo ingericht dat het rivierwater door het gebied heen kan stromen en uiteindelijk via de Biesbosch in het Hollands Diep uitkomt. In de figuur hieronder zijn de 3 inlaatpunten en het achterliggende doorstroomgebied aangegeven (bron: Ruimte voor de Rivier, Veilig en mooi landschap. Uitgeverij Blauwdruk. Illustratie Daphne de Bruijn. ).  

Noordwaard.jpeg

Doorstroomgebied Noordwaard. In het noorden stroomt het rivierwater via 4 overlaten het doorstroomgebied (blauw) in. Dit zijn poldertjes met heel lage dijken. De groene gebieden hebben hogere dijken en stromen pas mee bij nog veel hogere waterstanden.
Doorstroomgebied Noordwaard. In het noorden stroomt het rivierwater via 4 overlaten het doorstroomgebied (blauw) in. Dit zijn poldertjes met heel lage dijken. De groene gebieden hebben hogere dijken en stromen pas mee bij nog veel hogere waterstanden.

De werking van het doorstroomgebied is dat het water dat via de Waal en de Merwede wordt aangevoerd een extra uitlaatklep heeft gekregen, waardoor het waterpeil bovenstrooms van de overlaten minder hoog zal stijgen als het water daar extreem hoog wordt.

De drempelhoogte en het doorstroomgebied zijn zo ontworpen en worden zo beheerd (geen bomen en riet dat de doorstroming belemmert) dat bij een zogenaamde maatgevende afvoer er veel water doorheen kan stromen en de waterstand bij Gorinchem (dat bovenstrooms van Werkendam ligt) 30 cm lager zal zijn dan zonder het doorstroomgebied. De afgelopen week werd soms in de media bericht dat er nu al sprake was van een zo grote daling, maar dat was niet het geval. De rivierafvoer bedroeg bij Lobith nu maar 6.000 m3/s en een maatgevende afvoer, waar Ruimte voor de Rivier op is ingericht, bedraagt  16.000 m3/s, bijna drie keer zoveel dus. Een eventueel effect van de Noordwaard was nu dus veel kleiner. 

Maar er was nog iets bijzonders aan de hand dit keer en om dat te kunnen begrijpen, eerst enige toelichting over het verloop van de waterstanden in dit deel van het rivierengebied. In de figuur hieronder heb ik de verhanglijnen van het waterpeil aangegeven voor het benedenstroomse traject van de Waal, via de Merwede tot aan het Hollands Diep. Dit zijn de waterstanden op grond van alleen het rivierwater; de eventuele opzet vanuit zee is hier niet in meegenomen. De afvoerlijnen komen uiteindelijk samen in het Hollands Diep. Dit is zo breed en diep dat hier ook bij hele hoge afvoeren geen peilstijging meer plaats vindt, mits het water onbelemmerd naar zee kan worden afgevoerd.

Peilverloop Benedenwaal en Merwede.jpg

Waterstandsverloop in de Beneden-Waal en de Nieuwe Merwede bij de hoogwatergolf van vorige week, bij een hoogwatergolf zoals in 1995 en bij een maatgevende hoogwatergolf.
Waterstandsverloop in de Beneden-Waal en de Nieuwe Merwede bij de hoogwatergolf van vorige week, bij een hoogwatergolf zoals in 1995 en bij een maatgevende hoogwatergolf.
 

Bij een hoogwater van 6.000 m3/s zoals vorige week zien we dat het waterpeil ter hoogte van Werkendam niet tot aan de drempelhoogte (2 m +NAP) had moeten komen. Bij een extreem hoogwater zoals in 1995 was het waterpeil op de Merwede wel tot aan de drempelhoogte gekomen en was de Noordwaard volop mee gaan stromen en bij een maatgevende waterstand uiteraard ook.

Er was dus iets bijzonders aan de hand tijdens dit hoogwater, omdat de drempel nu wel overstroomde, terwijl dat op grond van alleen de hoeveelheid rivierwater nog lang niet had hoeven gebeuren. Het was dan ook niet zozeer de hoge rivierstand die voor de overstroming zorgde, maar vooral de wateropzet vanuit zee.

Zonder de opzet vanuit zee was het waterpeil bij Werkendam ca 75 cm lager gebleven. In de figuur hieronder heb ik zowel het gemeten waterstandsverloop voor Werkendam weergegeven (blauwe lijn) als het verloop bij een situatie zonder stormopzet (paarse lijn). Dat de 2 m +NAP-lijn van de drempel werd overschreden was dus vooral een gevolg van de storm en veel minder van de hoge rivierafvoer.

Werkendam stormopzet.jpg

Waterstandsverloop Werkendam gemeten (blauwe lijn) en berekend zonder stormopzet (paarse lijn). De data van de blauwe lijn zijn afkomstig van Rijkswaterstaat, de paarse lijn is geëxtrapoleerd aan de hand van andere dagen zonder storm.
Waterstandsverloop Werkendam gemeten (blauwe lijn) en berekend zonder stormopzet (paarse lijn). De data van de blauwe lijn zijn afkomstig van Rijkswaterstaat, de paarse lijn is geëxtrapoleerd aan de hand van andere dagen zonder storm.

Dit roept misschien de vraag op wat het uitmaakt waar het water vandaan komt, maar voor de werking en het waterstandsverlagende effect dat ermee bereikt kan worden, is dit zeker van belang . Aan de hand van het waterstandsverloop op 10 en 11 februari is dit toe te lichten. Vanaf de nacht van 9 op 10 februari was de wind op zee gedraagd van ZZW naar W en meteen steeg het peil op zee zeer sterk. Via de open Nieuwe waterweg werd een heel grote hoeveelheid water naar binnen geperst. 

Gedurende de snelle stijging op 10 februari ging dat om ca 10.000 m3/s dat er bij Hoek van Holland de Nieuwe waterweg in stroomde. Dit was ca 1,5 keer zoveel als de rivierafvoer op dat moment, die bedroeg ca 1000 m3/s via de Lek, 4000 m3/s via de Waal/Merwede en nog eens 1000 m3/s via de Maas. De grote hoeveelheid zeewater vulde een deel van het Benedenrivierengebied en het hoge peil op zee voorkwam dat het rivierwater nog naar buiten kon stromen. Daardoor steeg het peil in het Hollands Diep in korte tijd met bijna 2 meter. 

Deze sterke peilstijging bereikte ook de Noordwaard, echter niet via de drempel langs de Nieuwe Merwede, maar achterlangs via de Biesbosch. De Noordwaard is daar namelijk ook open, om de doorstroming vanuit het noorden mogelijk te maken, maar nu vulde het gebied zich dus vanuit het zuiden.

In de grafiek hieronder heb ik de waterstanden van 3 meetstations uitgezet, de blauwe lijn is die van Werkendam langs de Nieuwe Merwede en de rode en oranje lijn zijn van twee stations in de Noordwaard; een in het zuiden en een in het noorden, vlak bij de drempel. Terwijl het peil in de Noordwaard onder normale omstandigheden varieert tussen de 50 (bij eb) en 80 cm +NAP (bij vloed) kwam het nu ca 1,5 meter hoger. 

Op het moment dat de drempel langs de Nieuwe Merwede gaat overstromen (rond 18 uur op 10 februari) is het peil in de Noordwaard zelf, door de instroom vanuit het zuiden, al tot ca 1,75 m +NAP gestegen en die stijging gaat nog door als de drempel al overstroomt. De ruimte die het rivierwater kreeg aan de Noordwaardzijde was dus zeer beperkt, want de opzet vanuit zee vanwege de storm had vanuit het zuiden bijna alle ruimte al ingenomen. Ook bij de volgende twee keren dat de drempel overstroomde (in de ochtend en avond van 11 februari) was de opzet vanuit het zuiden bijna net zo groot. 

Werkendam en Biesbosch peilverloop.jpg

Waterstandsverloop van 3 meetstations gedurende het hoge waterpeil in de Noordwaard.
Waterstandsverloop van 3 meetstations gedurende het hoge waterpeil in de Noordwaard.

Van doorstroming van water vanuit de Nieuwe Merwede via de Noordwaard naar het zuiden was dan ook nauwelijks sprake. In de grafiek is ook te zien dat de waterstand in het zuiden van de Noordwaard altijd hoger was dan in het noorden. Voor een goede doorstroming zou dat juist omgekeerd moeten zijn. 

De Noordwaard heeft tijdens deze hoogwatersituatie dus niet gefunctioneerd als doorstroomgebied, maar vooral als buffergebied en dan vooral voor water dat vanuit het Hollands Diep via de Biesbosch het gebied in werd gevoerd. Vanuit de Niewe Merwede stroomde maar weinig water het gebied in en dat kon niet eens doorstromen. Nu was dit een bijzondere situatie, want het samenvallen van hoog water op de rivier en vanuit zee komt niet vaak voor. 

Voor de werking van het doorstroomgebied is het echter wel belangrijk dat de zee zich rustig houdt als er ooit een maatgevende waterstand optreedt. Het waterpeil bij Werkendam is in zo'n situatie nog wel ruim 1 meter hoger, maar als de zee dan ook de Noordwaard al grotendeels gevuld heeft, dan zal dat een goede werking wel verminderen. 

Hoog water dat vanuit het zuiden de Noordwaard bereikt is ook een voorbode voor wat ons te wachten staat. De zeespiegelstijging heeft namelijk ook invloed op  de werking van de Noordwaard. Een stijgend zeeniveau zal ook in het Benedenrivierengebied en in de Biesbosch te merken zijn, want dat hele gebied staat via de Nieuwe waterweg in open verbinding met de Noordzee. 

Op dit moment bedraagt de wereldwijde zeespiegelstijging zo'n 3 tot 4 mm per jaar (in Nederland overigens nog maar ca 2 mm) en de verwachting is dat dat gaat versnellen. Daardoor zal het gemiddelde peil in heel het Benedenrivierengebied en dus ook in de Noordwaard stapje voor stapje naar een hoger niveau stijgen. Er zijn dan steeds minder extreme omstandigheden nodig voor hoogwater in de Noordwaard en dat zorgt er dan weer voor dat de werking van het doorstroomgebied ook gaandeweg steeds kleiner zal worden. 

Hoogwaters Rijn en Maas voorbij, in Benedenrivierengebied morgen hoog water

De hoogwatergolven in de Rijn en de Maas zijn weer voorbij en bij Lobith en Maastricht, waar de rivieren het land instromen, zijn de waterstanden al weer snel aan het dalen. In dit bericht een korte terugblik en zoals gebruikelijk een vooruitblik op de komende week. Langs de kust staat vandaag een storm en dat zorgt vooral morgen, als de wind naar het westen draait, voor hoogwater in het Benedenrivierengebied. Hoe dit hoge water daar tot stand komt leest u ook in dit bericht. Tenslotte nog een paar satellietbeelden van het hoge water op de rivieren.

Een vrij natte week in de stroomgebieden, maar geen nieuwe hoogwatergolven

De droge periode is weer voorbij en later vandaag trekken regengebieden het continent op, die voldoende regen gaan brengen om de waterstanden in de rivieren weer wat op te laten leven. Vooral maandag wordt een natte dag in de Ardennen en deze neerslagzone trekt vervolgens naar Zuid Duitsland en de Alpen, waar de Rijn er water van ontvangt. Dinsdag en woensdag verlopen niet droog, maar de verwachte neerslaghoeveelheden zijn dan niet groot.

Wel ligt de sneeuwvalgrens een paar dagen wat lager (rond 500 m) zodat in de Middelgebergten sneeuw kan blijven liggen. Lang ligt dat er niet, want op donderdag volgt een wat actiever regengebied met weer warme lucht, waardoor de sneeuw weer verdwijnt. De hoeveelheden neerslag en smeltwater zijn voorlopig onvoldoende voor een verdere stijging van de rivierafvoeren. 

Vanaf vrijdag lopen de verwachtingen van het Europese model en het Amerikaanse nog steeds uiteen, waarbij de laatste de veel meer regen verwacht in de stroomgebieden. Wel schuift het Europese model wat op naar het Amerikaanse en ziet het er naar uit dat het in het volgende weekend en de dagen daarna regenachtig weer blijft. De hoeveelheden regen zijn voorlopig echter niet zo groot dat er een nieuwe hoogwatergolf uit kan ontstaan.

Rijn daalt de komende dagen naar ca 12 meter, daarna licht stijgend of stabiel

Gisteren passeerde de hoogwaterpiek bij Lobith met een stand van 13,63 m +NAP. Dat is een stuk lager dan de 14 meter die ik eerder voorzag. Er is een simpele stelregel dat je voor de hoogste stand bij Lobith ca 6 meter bij de stand van Keulen op mag tellen. Keulen kwam tot 8 m, dus zou Lobith op 14 uit mogen komen.

Op grond van alle hoogwatergolven van de afgelopen 15 jaar blijkt die regel ook heel aardig uit te komen, soms zit de stand er wat boven en soms wat onder. Dat kan dan verklaard worden uit of bijvoorbeeld de Ruhr, die bij Duisburg in de Rijn uitstroomt, een hoge of juist lage afvoer heeft en ook de vorm van de golf maakt uit, hoe sneller deze stijgt en korter hij duurt, hoe groter het verval.  

Bij deze golf kwam Lobith iets meer dan 35 cm lager uit dan de waarde die op grond van de stand bij Keulen verwacht had mogen worden. Een zo hoge waarde ben ik in de afgelopen 15 jaar nog niet eerder tegengekomen. De afvoer uit de Ruhr was nog redelijk hoog, dus zal vooral de vorm van de hoogwatergolf een rol hebben gespeeld; deze was inderdaad vrij kort en in de aanloop steeg het water snel. Bij de Maas zagen we ook al dat de golf onderweg sterk inzakte. 

Een ander effect kan nog zijn dat voor beide rivieren dit de eerste hoogwatergolf van het winterhalfjaar was en het is bekend dat er dan onderweg ook altijd water wordt afgegeven aan het grondwater dat zich naast de rivier in de bodem bevindt. Dit grondwater staat relatief laag en als het peil dan meerdere meters stijgt stroomt er rivierwater de bodem in. Vooral in de grindige en zandige bodem die de rivieren in deze trajecten hebben, zijn er veel poriën tussen de korrels en daar kan veel water in geborgen worden. Maar het blijf voor mij opvallend dat de hoogwatergolf daardoor zoveel lager zou zijn geworden.

Zoals dat bij een korte hoogwatergolf hoort te gaan, dalen de waterstanden nu ook weer snel. Bij Lobith zal de stand maandagochtend al weer onder de 13 meter zijn gezakt en dinsdag in de loop van de dag onder de 12 meter.  Vanaf woensdag stokt de snelle daling omdat dan het eerste water arriveert van de regen die maandag valt in het stroomgebied. 

Dit kan dan weer voor een kleine stijging zorgen, maar de regenhoeveelheden zijn niet groot genoeg voor een sterke stijging. Ik verwacht dat de stand de hele rest van de week rond de 12 meter zal blijven schommelen. Vanaf het weekend is het dan onduidelijk wat er verder gebeurt. Op grond van het Europese weermodel mogen we in de week daarna rekenen op (licht) dalende waterstanden. Volgens het Amerikaanse model blijft het regenachtig en is een verdere stijging mogelijk. 

Maas vanaf maandag weer stijgend, naar ca 1250 m3/s

De Maas is snel gedaald de afgelopen dagen en de afvoer is al weer minder dan de helft van wat er tijdens de hoogwatergolf passeerde. Vandaag blijft de afvoer nog licht dalen, maar vanaf morgen volgt een nieuwe stijging. Maandag wordt een natte dag in de Ardennen omdat de regenzone die vandaag over Nederland trekt er wat langer blijft slepen. Er kan 3 tot 4 cm regen vallen en op de nog verzadigde bodem, vanwege de vele regen van vorige week, zorgt dat voor flink wat extra water in de Maas.

De afvoer bij Maastricht kan dan weer stijgen naar ca 1250 m3/s. De hoogste waarde verwacht ik op dinsdag. Daarna valt er een aantal dagen wat minder neerslag en volgt weer een langzame daling. Waarschijnlijk zal de afvoer op donderdag dan weer tot ca 1000 m3/s zijn gezakt. Maar omdat er ook donderdag weer wat meer regen kan vallen en ook ook nog wat sneeuw kan smelten die de dagen ervoor in de hogere delen is gevallen, is op vrijdag dan weer een nieuwe stijging mogelijk. Op grond van de hoeveelheden die nu verwacht worden, blijft de afvoer dan onder de 1250 m3/s. 

Vrijdag en zaterdag verlopen weer bijna droog, zodat de afvoer in het weekend weer kan dalen. Wat er na dat weekend gebeurt is nu nog onduidelijk. Net zoals bij de Rijn zal de afvoer blijven dalen als het Europese weermodel de verwachting juist heeft, maar er is ook kans op een nieuwe stijging als het Amerikaanse model het juist heeft.

Rivieren voeren tijdens hoogwater veel zand en klei mee

Behalve water voeren de rivieren ook zand en klei mee. Vooral tijdens hoge afvoeren nemen de hoeveelheden daarvan sterk toe en het water van de rivieren verkleurt dan altijd naar grijs of bruin. Dit is goed te zien op satellietbeelden en omdat het op 7 februari prachtig helder weer was, bood de Sentinel-satelliet die dag een prachtige inkijkje in de wijze waarop de rivieren zand een klei afvoeren. Als u op de link klikt kunt u zelf op het rivierengebied inzoomen en verschillende uiterwaarden bekijken. Hierbij eenkele fraaie beelden.

Schermafbeelding 2020-02-09 om 10.07.11.png

Satellietfoto nabij St Andries waar Waal en Maas elkaar bijna raken
Satellietfoto nabij St Andries waar Waal en Maas elkaar bijna raken

Nabij Sint Andries naderen Waal en Maas elkaar en hier is goed te zien dat de Waal veel meer klei vervoert dan de Maas, omdat het Waalwater veel bruiner is. De afvoeren in beide rivieren waren op dat moment relatief even hoog. Een verklaring zou kunnen zijn dat de Maaspiek op dit moment al net over het hoogtepunt heen was, terwijl de Waal nog aan het stijgen was en een rivier transporteert in het begin van de hoogwatergolf altijd het meeste materiaal.

Schermafbeelding 2020-02-09 om 10.08.35.png

Satellietfoto van het Maasplassengebied nabij Ool
Satellietfoto van het Maasplassengebied nabij Ool

Deze foto toont een grote Maasplas nabij Roermond. Terwijl de plas in verbinding staat met de rivier is het water er toch helder. Tijdens het hoogwater heeft de Maas wel water naar de plas gevoerd, maar de zand en klei in dat water zijn snel naar de bodem gezakt in het stilstaande water van de plas. Tijdens het moment dat de foto is gemaakt is de Maas al weer aan het dalen en de plas stroomt nu weer langzaam leeg. Dit is te zien aan de uitstroom van het schone water vanuit de plas naar de Maas. 

Schermafbeelding 2020-02-09 om 10.05.50.png

Satellietfoto van de Waal met nevengeul bij Nijmegen
Satellietfoto van de Waal met nevengeul bij Nijmegen

Hierboven een foto van de Waal bij Nijmegen. De Waal is de brede stroom, de nevengeul van Nijmegen takt juist bovensstrooms (rechts) van de Waal af. Meteen aan het begin van de geul is een dun wit streepje zichtbaar, dit is het kolkende en schuimende water dat over de drempel stroomt.

Als je goed naar de kleur van het water in de nevengeul kijkt, dan valt op dat het naar links toe langzaam van kleur verandert. Een deel van de klei en het zand die de rivier meevoert, bezinken in de nevengeul en het water wordt langzaam wat helderder. De oorzaak is dat het water in de geul minder snel stroomt dan in de Waal zelf. Over de drempel gaat namelijk maar een waterkolom van ca 50 cm diep, terwijl de nevengeul zelf bij deze waterstand wel 8 m diep is. De stroomsnelheid bedraagt er daarom ca 10% van die in de Waal zelf.

We zien dit verschijnsel bij alle nevengeulen en omdat er bij ieder hoogwater zand en klei bezinkt zal de nevengeul oook langzaam steeds ondieper wordt. Er is ingeschat dat de aanzanding ca 1 tot 2 cm per jaar bedraagt en daarom is er bij de aanleg al rekening mee gehouden door hem ca 50 cm dieper te maken. Voorlopig hoeven we de geul dus nog niet uit te baggeren.

Schermafbeelding 2020-02-09 om 10.06.32.png

Satellietfoto van de Millingerwaard
Satellietfoto van de Millingerwaard

De laatste foto is van de Millingerwaard. Deze grote uiterwaard op de zuidelijke oever van de Waal heeft aan de bovenstroomse zijde een hoge dam en het water kan er daarom alleen vanaf stroomafwaarts instromen. De ingang zit net voor de bocht waar een aantal schepen elkaar passeren. Het is goed te zien hoe het instromende water, dat in de uiterwaard dus van zuid naar noord moet stromen, langzaam steeds helderder wordt. Bijna alle klei en zand zijn naar de bodem gezakt tegen de tijd dat het water het meest noordelijk deel van de uiterste plassen bereikt.

Storm en hoogwater in het Benedenrivierengebied

In mijn eerdere berichten schreef ik al over de bijzondere samenloop van omstandigheden in het Benedenriverengebied. Hier stroomt het water van de Rijn en de Maas via de Nieuwe Waterweg en het Haringvliet naar de Noordzee. De Waterweg staat altijd open, maar is relatief smal en daarom wordt, bij hogere afvoeren, ook water via het Haringvliet naar zee afgevoerd. In de mond van het Haringvliet bevindt zich een grote dam, een van de Deltawerken, en deze is zo gebouwd dat hij het water van de rivieren af kan voeren. De dam heeft 17 openingen en deze staan open zolang het peil binnengaats hoger is dan buitengaats.

Als het vloed is, en het peil op zee hoger dan binnengaats, dan kan het rivierwater niet wegstromen. Dit komt iedere dag een aantal uur voor en het water wordt dan tijdelijk gebufferd in de grote wateren van het Haringvliet en Hollands Diep. Nu is er echter iets bijzonders aan de hand want door de harde wind zal de Haringvlietdam voor langere tijd dicht moeten. Het peil op de Noordzee zal namelijk op maandag zo hoog zijn dat er niet gespuid kan worden via de dam. 

Het rivierwater moet dus voor langere tijd opgeslagen worden dan normaal en omdat de rivierafvoeren hoog zijn is de hoeveelheid water ook nog eens veel groter dan normaal. Daar komt nog bij dat de Nieuwe Waterweg gewoon open blijft, de haven moet bereikbaar blijven, en via die opening perst de Noordzee ook nog eens erg veel zeewater naar binnen. En alsof dat nog niet genoeg is, is het morgen ook nog net springvloed zodat de waterstand op zee nog wat hoger is dan tijdens een gewone stormvloed.

Al met al zorgt dat voor heel hoge standen in het Benedenrivierengebied. In de figuur hieronder is in het rechterdeel de verwachte waterstand voor Moerdijk weergegeven in het Benedenrivierengebied. De zwarte lijn zou de waterstand zijn onder normale omstandigheden, de rode lijn de verwachting. Opvallend is dat de rode lijn vandaag eerst nog even flink daalt. Het eerste deel van de storm komt de wind nog uit het zuidzuidwesten en dan is de waterstand op de Noordzee juist nog wat lager dan normaal en kan er nog even extra veel water via de Haringvlietdam op zee worden gespuid. 

Zodra de wind vannacht naar het westen draait, stijgt de waterstand op de Noordzee snel naar veel hogere waarden en kan er niet meer gespuid worden. De waterstand in het Haringvliet stijgt dan in ca 24 uur met meer dan 2 meter. Ook verder stroomopwaarts in de Biesbosch gaat de waterstand snel stijgen en ook hier worden erg hoge standen verwacht. 

Het blijft echter overal ruim onder de kritieke waterhoogten die voor het Benedenrivierengebied gelden. Die hoogte is namelijk gebaseerd op nog extremere omstandigheden. Bijvoorbeeld als de rivierafvoer van Rijn en Maas nog hoger is, deze bedraagt nu ca 5000 m3/s, maar kan ook 15.000 m3/s zijn en de wind is nu westelijk kracht 6, maar kan ook noordwestelijk zijn kracht 9 of 10. De kans dat dat ooit samenvalt is uiteraard erg klein, maar de situatie van nu laat vooral goed zien hoe zo'n bijzondere situatie in korte tijd kan ontstaan.

 

Schermafbeelding 2020-02-09 om 10.47.49.png

Waterstandsverloop bij Moerdijk langs het Hollands Diep
Waterstandsverloop bij Moerdijk langs het Hollands Diep

Hoogwaterbericht vrijdag

Sinds gisteren is de situatie mbt de waterstanden maar weinig verandert. De piek in de Maas bevindt zich nu ter hoogte van Megen en de piek in de Rijn heeft bijna Lobith bereikt. De komende dagen bewegen de hoogwatergolven door de Nederlandse rivieren om daarna afgevoerd te worden naar de Noordzee.

Nu de hoogte van de hoogwatergolven duidelijk is en er niet meer zoveel zal veranderen is dit voorlopig weer het laatste hoogwaterbericht. Vanaf nu kunt u weer de wekelijkse updates met analyses verwachten, die meestal op zondag verschijnen.

De weersverwachting voor de komende dagen en de gevolgen voor de rivieren

Morgen dringt het eerste regengebied vanaf de Atlantische Oceean langzaam de stroomgebieden van Rijn en Maas binnen. Zaterdag valt er alleen nog maar wat neerslag in Nederland, zondag worden de hoeveelheden al groter, maar valt het meest eook nog vooral in Nederland. Vanaf maandag trekken de neerslagzones verder het continent op en gaan ook de Maas en de Rijn er weer mee te maken hebben. 

Vooral maandag lijkt een natte dag te gaan worden in de Ardennen en dat zal vooral voor een opleving van de Maas zorgen. Later trekt de regen ook het stroomgebied van de Rijn binnen, maar er worden daar geen grote hoeveelheden verwacht. Woensdag en donderdag wordt het niet helemaal droog, maar zijn de hoeveelheden beperkt.

Vanaf vrijdag wordt het onduidelijk. Het Europese weermodel laat het drogere weertype aanhouden, het Amerikaanse model ziet een overgang aankomen naar veel natter weer. Op deze termijn gebeurt dat vaker dat de modellen sterk verschillen en het is dan even afwachten om te zien wie er aan het langste eind trekt. De vorige keer was dat het Amerikaanse model, die had de zeer natte periode die ons de hoogwaters heeft opgeleverd eerder in de gaten dan het Europese model. Maar dit biedt geen garantie dat het nu weer zo is. We zullen moeten afwachten.

Maaspiek nadert het Benedenrivierengebied

De Maasgolf is nog wat verder ingezakt en kwam met een hoogte van ca 1475 m3/s bij Megen aan. Dit is het laatste meetpunt van RWS waar de afvoer wordt gemeten. Sinds Maastricht is de golf dus 250 m3/s lager geworden. Dat water is trouwens niet verdwenen, het is onderweg opgeslagen in de vele zand- en grindwinplassen die de Maas passeert en ook als uiterwaarden overstromen wordt daar water in 'geparkeerd'. Als de piek voorbij is stroomt dit water weer terug naar de rivier en daarom wordt de lagere piek ook altijd langer.

Bij Maastricht is de afvoer nu tot ca 1100 m3/s gezakt en de komende dagen zet de daling daar nog door. Op maandag, de afvoer zal dan ca 750 m3/s zijn, valt wel weer regen in de Ardennen en op grond van de huidige verwachting is dan weer een stijging mogelijk naar ca 1000 m3/s. Gisteren ging ik nog uit van een afvoer tot 1250 m3/s, maar de neerslagverwachting is vooral voor dinsdag minder geworden en daarom zal de opleving ook maar van korte duur zijn. 

Na een korte opleving op maandag en dinsdag kan de afvoer vanaf woensdag weer gaan dalen. Het is dan afwachten wat er later in de week gebeurt, of het langer droog blijft of opnieuw regenachtig. In het komende zondagbericht daarover meer.

Rijn bij Lobith haalt de 14 meter niet, piek komt tot 13,75 m

De verwachting voor de top bij Lobith komt nog wat lager uit dan ik gisteren schreef. In het laatste traject tussen Keulen en Lobith is de golf net als de golf in de Maas flink gaan inzakken en zal daarom ca 20 cm lager uitkomen dan op grond van de hoogte bij Keulen verwacht had kunnen worden. Daarmee zal deze golf niet eens in de top 100 van hoge hoogwatergolven uitkomen sinds het begin van de metingen in 1900. 

De hoogste stand wordt morgenochtend verwacht bij Lobith. Zaterdag blijft de waterstand de hele dag hoog en dit een mooie dag om de het rivierengebied te bezoeken. Veel uiterwaarden, met nam elangs de Rijntakkem, zijn overstroomd en ook veel nevengeulen die in het kader van Ruimte voor de Rivier zijn aangelegd verwerken nu een deel van de rivierafvoer. Een mooi voorbeeld ligt bij Nijmegen waar het water met een kleine waterval over de 200 m lange drempel de Spiegelwaal in stroomt. Ook zondag stroomt het water hier nog, maar begin volgende week houdt het weer op.  Maar ook bij oa Ewijk, Tiel, Gameren, Brakel, Vianen, Zutphen, Deventer en Zwolle liggen mooie nevengeulen die nu meestromen. 

Op zondag gaat de waterstand bij Lobith al weer sterker dalen en deze daling zet zich door tot op woensdag. De stand zal dan tussen de 11,5 en 12 m +NAP zijn uitgekomen. De dagen daarna verwacht ik een beperkte stijging, tot tussen de 12 en 12,5 meter. Eerder ging ik er nog van uit dat de 13 meter misschien weer bereikt zou worden, maar daarvoor valt onvoldoende neerslag in de eerste dagen van de komende week. Het blijft ook voor de Rijn afwachten of het later in de week opnieuw erg nat gaat worden.

Storm op zondag, maar hogere waterstanden pas vanaf maandag

De storm op zondag lijkt er inderdaad te komen. Vaak veranderen stormen op het laatst hun koers en daarom is het lastig om ze enkele dagen van tevoren te voorspellen, maar deze is al lang duidelijk. De modellen zijn unaniem en hebben het al heel lang in de verwachting zitten zonder dat er veel aan de koers en de sterkte veranderd is. 

Als op zondag de wind aantrekt is de richting nog tussen zuid en zuidwest en bij die richting zullen er nog geen problemen ontstaan in het Benedenrivierengebied omdat het water dan nog makkelijk naar zee afgevoerd kan worden. Bij vorige hoogwaters werd de Haringvlietdam soms voor de storm uit nog wat extra opengezet om alvast voor te spuien. Misschien dat dat nu ook gebeurt want de voorspelde waterstanden zijn op zondag nog erg laag in het Benedenrivierengebied. 

Maandag verandert dat, want daan draait de wind enkele dagen naar het westen en dat zorgt wel voor hogere waterstanden op zee, waardoor het lastiger is om het water te spuien. De wind is echter niet zo sterk en draait ook niet door naar het noordwesten en daarom is de kans op extra hoog water in het benedenrivierengebied niet zo groot meer. 

Hoogwaterbericht donderdag

Hierbij een update van de stand van zaken in de Nederlandse rivieren en wat er nog te wachten staat.

Maaspiek nu in Noord Limburg, onderweg flink inzakkend

De hoogwatergolf in de Maas bevindt zich nu tussen Venlo en Bergen in de Noordelijke Maasvallei. De golf zakt steeds verder in. In Zuid Limburg bedroeg de afvoer nog ca 1725 m3/s, maar in Venlo nog maar 1525 m3/s en als de piek zo'n beetje Limburg verlaat, ter hoogte van Mook, dan zal hij nog iets verder zijn gezakt, tot onder de 1500 m3/s. Op vrijdag zal de piek door het Brabants/Gelderse deel van de Maas stromen en zaterdag arriveert de piek dan in het Bendenrivierengebied.

Het lijkt misschien vreemd dat een hoogwatergolf onderweg lager wordt, want je zou verwachten dat hij door aanvoer uit zijbeken juist hoger wordt. Bij de Maas is het echter een vrij normaal verschijnsel dat de golf onderweg langzaam inzakt en de kans op extremer hoogwater is in Noord Limburg daarom wat kleiner dan waar de Maas ons land binnen stroomt. Dat wil niet zeggen dat het water in Noord Limburg niet ook hoog kan komen, met name als een hoogwatergolf erg lang duurt en er in het Nederlandse en Duitse deel van het stroomgebied ook veel regen is gevallen.  Dan wordt er via de vele beken die in de Maas uitstromen wel voldoende water aangevoerd om de piek steeds weer wat aan te vullen, zodat deze onderweg minder sterk inzakt. Dat gebeurt echter maar zelden, dat het, ten tijde dat de piek passeert, in Noord Limburg nog steeds erg nat is omdat regenzones meestal van noord naar zuid over het stroomgebied trekken.

In Zuid Limburg is de afvoer inmiddels tot ca 1250 m3/s gezakt en de komende 3 dagen zet deze daling nog door tot ca 750 m3/s op maandag. Op zondag en vooral op maandag valt er weer regen in de Ardennen en de hoeveelheden lijken voldoende te worden voor een nieuwe stijging. Ik ga er vanuit dat vanaf maandag tot donderdag volgende week de afvoer weer tussen de 1000 en 1250 m3/s uit zal komen. Het ziet er niet naar uit dat er nog een tweede hoge golf aan komt, want na woensdag wordt het voor wat langere tijd droog in het stroomgebied van de Maas en dan kunnen de afvoeren aan het eind van die week weer gaan dalen. Omdat dit nog bijna 1 week vooruit is, is deze verwachting echter nog wel onzeker.

Rijn stijgt bij Lobith nog steeds, op weg naar ca 14 meter

De Rijnpiek is vanmiddag Keulen gepasseerd en vanaf daar duurt het nog ca 18 uur voordat hij bij Lobith aankomt. De stand bij keulen bedroeg 7,99 en dat komt overeen met een afvoer van ca 6570 m3/s. Net als bij de maas zakt de Rijnpiek in dit traject vaak ook wat in, waardoor hij uiteindelijk lager in Nederland aankomt, maar er liggen hier ook nog enkele flinke beken (Ruhr en Lippe) die nu samen nog voor zo'n 350 m3/s extra aanvoer zorgen. Ik verwacht dat dit voldoende zal zijn om de piek niet al te veel in te laten zaken.

Voor Lobith komt deze afvoer overeen met een stand van ca 13,9 m +NAP. Afhankelijk van de exacte aanvoer uit de zijbeken kan het daar nog iets boven of onder uitkomen. Ik ga er nu vanuit dat de piek in de vroege ochtend van zaterdag bij Lobith passeert. Daarna is het de hele zaterdag nog hoog en een duidelijke daling zet pas zondag in. Daarna volgen er enkle dagen met dalende waterstanden en vooral op maandag en dinsdag kan de afvoer relatief snel dalen, met ca 50 cm per dag of nog wat meer.

Op woensdag kan de afvoer weer in de buurt van de 12 meter uitkomen. Net als bij de Maas is de kans groot dat er vanaf donderdag weer een nieuwe stijging volgt. Van maandag t/m woensdag valt er in Duitsland en Frankrijk voldoende regen voor een nieuwe stijging. Op grond van de huidige verwachting lijkt het geen sterke stijging te worden, maar de 13 meter is wellicht wel weer mogelijk.

Als de hoogwatergolf lobith gepasseerd is, stroomt zij verder via de Waal (ca 65% van het water) en passert dan zondagochtend Tiel en komt zondagavond in het Benedenrivierengebied aan. De Nederrijn verwerkt ca 20% van het water en de piek zal daar op zondagochtend rond Wageningen zijn aangekomen  en maandagochtend via de Lek naar Rotterdam zijn afgevoerd. De IJssel tenslotte voert ca 15% van de huidige afvoer af en hier is de piek het langste onderweg. Op zondagochtend verwacht ik hem nabij Zutphen, op maandagochtend nabij Wijhe/Zwolle om dan op dinsdag in het IJsselmeer uit te komen.

Storm en springvloed nog steeds in de verwachtingen

Het is nu al een paar dagen rustig weer in Nederland, maar dat gaat komend weekend veranderen. Op zondag gaat het hard waaien, mogelijk met stormkracht; eerst uit het zuidwesten op maandag vanuit het westen. Dit valt samen met het moment dat ook het rivierwater van de hoogwatergolven naar zee moet worden afgevoerd. Dit gebeurt via de Nieuwe Waterweg en het Haringvliet. Vanwege de harde wind, die ook nog eens bijna samenvalt met springvloed, zal het peil op de Noordzee relatief hoog zijn, waardoor het moeilijker wordt om het rivierwater snel naar zee af te voeren. Nu zijn er erg grote buffers aanwezig in het Benedenrivierengebied die het water kunnen opvangen en de rivierafvoer is niet extreem hoog, maar het is wel een bijzondere situatie dat het net samenvalt en het kan dan tot extra hoge waterstanden leiden in het Benedenrivierengebied.  

Abonneren op