U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Regengebieden dringen op, maar in stroomgebieden deze week nog droog

De afgelopen week verliep droog en de waterstanden zijn gedaald tot onder het langjarig gemiddelde. De komende week komen regenzones wel dichterbij, maar veel verder dan Nederland, en dan vooral het westen van het land, lijken ze nog niet te komen. Daarom zullen de waterstanden blijven dalen. In dit waterbericht leest u de verwachtingen voor deze week en of er een kansje is dat regenzones daarna wel de stroomgebieden zullen bereiken.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van de Maasafvoer tijdens de hoogwatergolf van juli. Ik heb me verdiept in de afvoergegevens van de zijbeken die vanuit de Ardennen de Maas hebben gevoed en probeer op die manier te achterhalen hoeveel water er onderweg was naar Nederland; met een verrassende uitkomst.

water van de week

Lagedrukgebieden nemen het heft in handen

September verliep, onder invloed van hogedruk boven Europa, vrij droog in de stroomgebieden. Zowel in het gebied van de Maas als de Rijn viel minder dan de helft van de normale hoeveelheid en dat was onvoldoende om de rivieren op het niveau te houden waarmee augustus werd afgesloten. Toen schommelde de afvoer nog boven het langjarig gemiddelde, maar nu ligt hij er duidelijk onder.

Echt laag zijn de afvoeren trouwens nog niet omdat de zomer zelf nat is verlopen en via de bodem leverde die neerslag nog lang water na. De kans is klein dat het de komende weken nog tot zeer lage afvoeren gaat komen, want meestal veert de Rijnafvoer in de loop van oktober weer op en bij de Maas gebeurt dat meestal al een maand eerder.

De komende week hoeven de stroomgebieden nog niet op veel regen te rekenen, want een groot hogedrukgebied boven Oost Europa houdt de regen voorlopig nog wel op afstand. Dat geldt overigens niet voor Nederland, waar deze week al enkele regengebieden kunnen passeren, waarbij de meeste regen in de kustgebieden verwacht wordt.

Tot en met het komend weekend kan daar wel 4 tot 5 cm regen vallen, terwijl het in het zuidoosten van het land waarschijnlijk blijft bij 1 of 1,5 cm. Verder het continent op zijn de regenhoeveelheden nog kleiner en de rivieren hoeven daarom niet op veel extra water te rekenen. 

Rond het volgend weekend is het nog onduidelijk hoe het weer zich verder zal ontwikkelen. De modellen wisselen regelmatig van setting en soms lijkt er na het weekend opnieuw een vrij warme, droge periode aan te breken, maar in de volgende run ziet het er dan ineens weer veel natter uit. De laatste verwachting is dat de lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan verder op gaan dringen en dat ook in Midden-Europa vanaf zondag meer regen verwacht kan worden.

Als dat uit komt, dan zullen de waterstanden in de eerste dagen van oktober al weer op gaan veren. Maar voorlopig blijft het nog wel even afwachten, want misschien de verwachting er morgen weer anders uit.

Rijn daalt deze week tot onder de 8 m +NAP

De afgelopen week daalde de Rijn aanvankelijk wel en kwam de 8 meter langzaam binnen bereik, maar aan het eind van de week passeerde er wat extra water dat eerder in de Alpen was gevallen en dat zorgde voor een korte onderbreking in de dalende lijn. 

Inmiddels is het extra water gepasseerd en omdat er deze week nog vrijwel geen regen wordt verwacht in het stroomgebied zullen de afvoeren voorlopig blijven dalen. De afvoer is inmiddels tot onder de 1400 m3/s gedaald en iedere dag gaat daar zo'n 50 m3/s vanaf. De stand zakt met zo'n 10 cm per dag. In het volgend weekend zal de afvoer dan tot ca 1150 m3/s zijn gezakt en de waterstand tot ca 7,6 m +NAP.  Dat zijn de laagste waarden tot nu toe dit jaar.

In de weekend zal de dalende lijn langzaam verminderen en als het inderdaad vanaf zondag (3/10) natter wordt in het stroomgebied, kan de stand in de loop van die week al weer wat opveren. Het blijft echter nog even afwachten of die weersomslag naar natter weer er ook daadwerkelijk komt.

Maas blijft deze week nog op een laag niveau

De Maasafvoer is nu onder de 75 m3/s gedaald, wat iets te laag is voor de tijd van het jaar. De komende dagen dringen regengebieden langzaam op vanaf de Atlantische Oceaan, maar het stroomgebied van de Maas blijft toch nog vrijwel droog. De verwachting is daarom dat de afvoeren deze week rond het huidige niveau zullen blijven schommelen. 

Pas vanaf het volgend weekend nemen de neerslagkansen wel toe en in de laatste verwachting ziet het er naar uit dat er zelfs flink wat regen kan gaan vallen in de Ardennen, waardoor de `Maasafvoer in de loop van die week kan gaan stijgen. Deze weersverwachting is echter nog lang niet zeker, dus we zullen even moeten afwachten wat er van komt. Volgende week is hierover meer duidelijkheid te geven.

Water inzicht

Hoe de hoogwatergolf in de Maas zich vanuit de Ardennen opbouwde

Sinds juli heb ik al regelmatig geschreven over de bijzondere hoogwatergolf die deze zomer in de Maas is opgetreden. Nog nooit eerder steeg de afvoer buiten het winterhalfjaar tot een zo hoog niveau en mogelijk was het zelfs de hoogste afvoer die ooit was opgetreden. Omdat de meetapparatuur bij Maastricht-St Pieter uitviel op het moment suprême was echter onduidelijk hoe hoog de afvoer nu werkelijk is geweest. 

Om toch een inschatting te kunnen maken heb ik mij in mijn bepaling van de afvoer toen op Eijsden gebaseerd, dat net iets voor Maastricht ligt. Dat station kwam tot ca 3.150 m3/s, maar inmiddels weet ik dat ik daarbij iets over het hoofd gezien, want er is namelijk water om Eijsden heen gestroomd en dat heeft bij Maastricht voor meer water gezorgd dan er bij Eijsden passdeerde. Later in dit bericht daarover meer.

Aan de hand van de meetgegevens van de Waalse waterdienst kunnen de afvoeren van de grotere zijrivieren van de Maas op een rij gezet zetten. Daarmee is na te gaan hoeveel water er ongeveer vanuit België en Frankrijk onderweg was naar Nederland. Bij de zijbeken kan onderscheid gemaakt worden in de watersystemen die vanuit de zuidelijke en westelijke Ardennen het water aanleveren en daarmee de Maas voeden zoals die bij Luik aankomt. Vlak voor Luik ligt het meetpunt Amay en dat is dan de optelsom van al dit water.

Vanuit het oosten van de Ardennen werd ook veel water aangevoerd via de Ourthe, die bij Luik in de Maas uitmondt. Deze twee watermassa's bouwen dan samen de hoogwatergolf op die vanaf Luik nog ca 20 km door België onderweg is om bij Eijsden Nederland binnen te stromen. In dat laatste traject verandert er gewoonlijk niet zoveel meer, er zijn slechts enkele kleinere zijbeken en hier begint ook het Albertkanaal, waar gewoonlijk ca 10 tot 20 m3/s langs wordt afgevoerd naar het westen van België. Dit keer liep het echter anders in dat traject.

Bijdrage vanuit de zuidelijke en westelijke Ardennen

Voordat ik daar verder op inga, eerst de analyse van het water dat uit het zuiden en westen van de Ardennen werd aangevoerd. In de figuur hieronder is de hoogwatergolf, zoals die via de Maas bij Amay aankwam, uitgesplitst in de bijdrage vanuit de verschillende zijrivieren. Hierbij is er rekening mee gehouden dat het water een bepaalde tijd onderweg is, het langste vanuit de Bovenmaas, het minst lang vanuit de Sambre.

De zwarte lijnen geven het moment aan dat de bijdrage vanuit een deelsysteem aan de piek het grootste was. Het water vanuit de meest zuidelijke systemen (Semois, Viroin en Franse Maas) is het langste onderweg en de hoofdmoot hiervan arriveerde pas toen de piek bij Amay al was gepasseerd.

Met name de Lesse had een zeer hoge afvoer en deze viel wel ongeveer samen met de piek in de Maas en vormde daar circa 1/3e deel van. Doordat de Lesse na de regenval weer snel ging dalen, werd de Maaspiek uiteindelijk niet nog hoger. Een belangrijk deel van het water in de Maas werd ook geleverd door de vele tientallen kleinere beeksystemen die in het Waalse traject in de Maas uitmonden. Hierin bevinden zich zelden meetstations, maar aan de hand van de totaalsom bij Amay kan wel bepaald worden hoe groot die bijdrage ongeveer moet zijn geweest. 

Dit gebied dichtbij het Maasdal zelf is een regio met veel stedelijk oppervlak en veel wegen en dat heeft waarschijnlijk een belangrijke bijdrage geleverd onder invloed van de hoge neerslagintensiteit die er urenlang op is getreden. Bij eerdere hoogwatergolven in de winter, is de bijdrage vanuit dit deel van het stroomgebied samen zelden groter dan 100 tot 150 m3/s, maar nu liep het op tot boven de 600 m3/s en dit water droeg ook vooral bij aan de piek zelf.

Afvoergolf te Amay.jpg

Opbouw van de hoogwatergolf zoals die vanuit de zuidelijke en westelijke  Ardennen via de Maas bij Luik arriveerde.
Opbouw van de hoogwatergolf zoals die vanuit de zuidelijke en westelijke Ardennen via de Maas bij Luik arriveerde.

Bijdrage vanuit de Ourthe

Bij Luik aangekomen voegt de Ourthe zich bij de Maas. De afvoeren in de Ourthe waren hoger dan ooit gemeten, het is ook het gebied waar de grote verwoestingen aan huizen en wegen zijn opgetreden. Een deel van de meetstations heeft het daarbij begrijpelijkerwijs ook begeven en de exacte hoeveelheid water die bij Luik in de Maas is aangekomen is daarom niet direct vast te stellen. Aan de hand van metingen stroomopwaarts heb ik toch een golfanalyse kunnen maken. 

Afvoergolf Ourthe te luik.jpg

Opbouw van de hoogwatergolf zoals die vanuit de oostelijke Ardennen via de Ourthe in de Maas bij Luik arriveerde.
Opbouw van de hoogwatergolf zoals die vanuit de oostelijke Ardennen via de Ourthe in de Maas bij Luik arriveerde.

Het water dat de Ourthe aanleverde is uit 3 grotere deelsystemen afkomstig: Vesdre, Ambleve en de Ourthe zelf. Tenslotte is er nog een klein deelgebied van de Ourthe na het meetstation Tabreux, dat ook bijdraagt aan de piek bij Luik. 

Het stroomgebied van de Vesdre is het kleinste van de 3, maar dit deelgebied leverde dit keer bijna net zoveel water als de andere twee. Enerzijds is dit het gevolg van de meest intensieve regenval die hier optrad, maar ook het versneld legen van de stuwmeren, die overvol dreigden te raken, heeft een deel van de uitzonderlijke hoeveelheid geleverd.

Er was een groot verschil in aankomsttijd van het water vanuit de verschillende deelgebieden. Zo lag de Vesdre ruim 24 uur voor op de Ourthe. Dit heeft te maken met het feit dat het water van de Vesdre de kortste afstand hoeft af te leggen , maar ook omdat het verhang in de Vesdre het grootst is en het water het snelst vanuit het stroomgebied benedenstrooms aankomt. Dankzij dit verschil in looptijd liep de golf in Luik uiteindelijk niet nog hoger op.

Optelsom van Maas en Ourthe

Bij Luik voegt het water van de beide deelsystemen zich samen en stroomt het verder als één golf naar Nederland. In de volgende grafiek heb ik de totaalsommen van beide gebieden van uur tot uur bij elkaar geteld, waarbij ook rekening is gehouden met de verschillen in looptijd. Het moment van de maximale bijdrage is ook hier met een zwarte lijn aangegeven.

Afvoergolf Maas te Maastricht.jpg

Opbouw van de hoogwatergolf vanaf Luik met daarin de bijdrage van de Maas stroomopwaarts van Luik en de Ourthe. Ook het afvoerverloop bij Maastricht (rode lijn) is weergegeven.
Opbouw van de hoogwatergolf vanaf Luik met daarin de bijdrage van de Maas stroomopwaarts van Luik en de Ourthe. Ook het afvoerverloop bij Maastricht (rode lijn) is weergegeven.

De grootste bijdrage vanuit de Ourthe vond plaats in de avond van 15 juli, die vanuit de Maas stroomopwaarts van Luik net voor het middaguur op de 16e. De piek bij Maastricht (rode lijn) viel daar ongeveer tussenin rond middernacht. Als beide pieken meer waren samengevallen had de afvoer verder kunnen oplopen tot een maximum van ca 3700 m3/s. Dat kan echter alleen in theorie, want in de praktijk zijn er altijd faseverschillen omdat de neerslag niet overal tegelijk valt en het ene deelstroomgebied sneller reageert dan het andere.

Wat echter opvalt in het verloop van de afvoer is dat de totaalsom van de Maas bovenstrooms van Luik en van de Ourthe vanaf het middaguur op 15 juli duidelijk hoger wordt dan de afvoer bij Maastricht. Hierbij ben ik voor de afvoerlijn bij St Pieter in deze grafiek al uitgegaan van de 3.260 m3/s die Rijswaterstaat opgeeft, maar zelfs dan is er nog een groot verschil. Voordat het verschil ontstaat, liep de lijn nog wel ongeveer gelijk op. De afwijkingen die we daar zien komen vooral voort uit het stuwbeheer, waarbij er soms korte tijd wat meer of minder water wordt doorgegeven.

Vanaf het moment echter dat alle stuwen gestreken zijn, dit is vanaf ca 2500 m3/s, blijft de afvoer van St Pieter voor langere tijd onder de lijn van de totaalafvoer, tot in de nacht van 16 op 17 juli. Er lijkt daarom tijdens de piek heel wat water te zijn kwijt geraakt. Nu zakt een hoogwatergolf altijd wat in, maar een verloop van ruim 200 m3/s (en in vergelijking met de afvoer bij Eijsden zelfs 300 m3/s) op dit korte traject is onwaarschijnlijk.

De oorzaak voor het grote verschil in de totaalafvoer van Ourthe en Maas bij Luik en de hoeveelheid water die bij Maastricht is aangekomen heeft te maken met de deels gesloten stuw van Monsin. Deze stuw ligt net stroomafwaarts van Luik en normaliter wordt deze geopend als de afvoer toeneemt, maar vanwege werkzaamheden konden slechts 2 van de 6 openingen worden gebruikt door het water. In het begin van de afvoergolf kon het aangevoerde water nog wel door deze 2 openingen, maar toen de afvoer steeds eerder opliep werd dat te krap. 

Het gevolg was dat het waterpeil bovenstrooms van de stuw steeds verder ging oplopen en er delen van Luik overstroomden. Met deze stuw wordt echter ook het waterpeil in het Albertkanaal geregeld en het hele kanaal tot aan de eerste sluis bij Genk, 50 km verderop, steeg daarom mee. Een deel van het water (ca 40 tot 50 m3/s) kon nog enige tijd via het Albertkanaal doorgevoerd worden naar het westen van België. Door het oplopende peil werd er in dit traject echter ook een flinke hoeveelheid water opgeslagen. Het kanaal werkte zo als een soort retentiegebied en dat verklaart al een deel van het water dat zoek is geraakt onderweg tussen Luik en Maastricht.

Stroomopwaarts van de stuw van Monsin trad de Maas buiten zijn oevers door het oplopende peil en delen van Luik liepen onder water. Ook hier werd een deel van het water opgeslagen. Dankzij deze onbedoelde retentiegebieden werd dus ten tijde van de piek een flinke hoeveelheid water achtergehouden, wat er voor zorgde dat de golf uiteindelijk minder hoog in Nederland aankwam. 

Maar niet al het water, dat in de figuur hierboven ten tijde van de piek ontbreekt, werd opgeslagen. Iets ten zuiden van Maastricht is er namelijk vanuit het Albertkanaal een kortsluiting naar de Maas via de sluis van Ternaaien. Toen het peil in het kanaal steeds verder opliep, is men hier water door gaan laten om de druk op de sluizen en stuwen in het kanaal te verminderen. Langs die weg is er uiteindelijk dus nog extra water naar Nederland gestroomd en dit verklaart ook het verschil tussen de afvoermeting van Eijsden en St Pieter.

Hoeveel water er uiteindelijk via de sluis is afgevoerd is momenteel onderwerp van studie en als dat bekend is, kan ook vrij exact de werkelijke afvoer bij St Pieter nauwkeuriger worden bepaald. Maar al wel is duidelijk dat de afvoer bij St Pieter flnk hoger zal zijn geweest dan de hoeveelheid bij Eijsden en nog hoger had kunnen zijn, als de stuw van Monsin gewoon open was geweest.

 

 

 

 

 

Vrijwel droge week, Rijn stijgt later wel licht, Maas daalt licht

Hogedrukgebieden bepalen ook de komende week het weer en houden regenzones op afstand van de stroomgebieden. De Rijn merkt voorlopig echter nog niet zoveel van het droge weer, want vanuit Zwitserland is wat extra water onderweg vanwege regen die daar zaterdag en zondag gevallen is. In het stroomgebied van de Maas blijft het droog, wat daar wel resulteert in een langzaam dalende afvoer.

Vanwege verplichtingen dit weekend, ontvangt u het bericht deze week op maandag en zonder de rubriek Water Inzicht

water van de week

Weinig neerslag vanwege dominantie hogedrukgebieden

In de afgelopen zomer werd het weer veelal bepaald door lagedrukgebieden en was de invloed van hogedrukgebieden vaak maar van korte duur. Inmiddels is de situatie gekanteld en zijn het de hogedrukgebieden die het weerbeeld voor langere tijd bepalen. Lagedrukgebieden zijn er wel, maar ze trekken doorgaans op grotere afstand langs en de invloed blijft dan beperkt.  

De komende week blijft het daarom grotendeels droog, alleen op donderdag en vrijdag kan er wat regen vallen, maar te weinig voor een stijging van de rivierafvoeren. Pas na het weekend verwachten de weermodellen wel een omslag naar een natter weertype, maar dat zat ook vorige week in de verwachting voor begin deze week en dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Even afwachten dus hoe de verwachting er aan het eind van deze week uitziet.

De Alpen lagen de afgelopen week vrij ver af van de hogedrukgebieden en daar is op donderdag en in het weekend nog wel regen gevallen, vanuit regenzones die vanuit Zuid Frankrijk over de Alpen trokken. Het bracht vooral aan de zuidzijde van de Alpen veel regen, maar de noordkant kreeg ook aardig wat te verwerken. Boven de 2000 m viel voor het eerst dit najaar ook aardig wat sneeuw, maar een groot deel daarvan, zal de komende dagen weer smelten en stroomt dus vertraagd af naar de Rijn. 

Rijn daalt nog tot het water uit de Alpen aankomt

De Rijn is de hele week gedaald en zakte voor het eerst deze zomer onder de 1500 m3/s. Dit is een afvoer waaronder de eerste knelpunten kunnen ontstaan in het Nederlandse waterbeheer, maar tot nu toe zal dat meevallen omdat het al vrij laat in het seizoen is en het watergebruik van bv de landbouw nu al niet groot meer is.

Inmiddels is de afvoer gedaald tot ca 1400 m3/s (de stand tot ca 8,1 m) en deze daling zet nog zich nog langzaam even door. Ver zal de afvoer echter niet meer dalen, want na donderdag arriveert het water dat in het afgelopen weekend in de Alpen is gevallen. Dit water levert nu in de Bovenrijn een golfje op van zo'n 300 m3/s extra. Tegen de tijd dat dit bij Lobith aankomt, is daar meestal nog zo'n 65% van over. 

Ik verwacht daarom dat de afvoer tot donderdag nog tot ca 1350 m3/s zal dalen (en de stand tot ca. 8 m) om vanaf donderdag weer wat te gaan stijgen naar een afvoer van ca 1550 à 1575 m3/s in het weekend. De waterstand zal dan bij Lobith weer stijgen tot 8,4 m.

Vanaf zondag zet dan weer een daling in en omdat het er naar uitziet dat het deze hele week droog blijft, is de kans groot dat de afvoer aan het eind van die week (dat is rond 1 okt) daalt tot 1300 m3/s of nog wat lager en de stand daalt naar ca. 7,9 m. Mocht het al snel na het komend weekend natter worden, dan zullen deze waarden wellicht net niet gehaald worden. Daarover volgende week meer.

Maas daalt licht, maar voorlopig geen heel lage afvoeren

In het stroomgebied van de Maas vielen in het midden van de week nog enkele buien en dat was voldoende om de afvoer vanaf donderdag weer wat te laten stijgen tot ca 120 m3/s. Dat is iets boven de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar, maar inmiddels is de afvoer daar met ca 100 m3/s al weer net onder gezakt.

De komende week zal de afvoer, bij gebrek aan neerslag, langzaam blijven dalen, naar ca 75 m3/s of nog iets lager in het volgend weekend. Echt lage afvoeren, onder de 50 m3/s zijn voorlopig niet in beeld, omdat de meeste zijrivieren in het stroomgebied nog steeds een niet al te lage afvoer hebben.

Op dit moment voorzien de weermodellen dat na het komend weekend wel weer neerslag kan gaan vallen in de Ardennen, maar het blijft even afwachten of dat er van komt.

 

Waterstanden blijven voorlopig dalen

Na een korte onderbreking met wat buiig weer, gaat een hogedrukgebied opnieuw het weer in de stroomgebieden bepalen. Veel regen wordt er daarom niet meer verwacht en daarom blijven de afvoeren voorlopig dalen. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor het peilverloop van de Rijn en de Maas.

In de rubriek water inzicht een analyse van de kans dat de Rijnafvoer gedurende het jaar onder de 1500 m3/s zakt.

water van de week

Hogedrukinvloed herstelt zich in de loop van de week

Vanaf donderdag drongen buien de stroomgebieden binnen van eerst de Maas en later ook de Rijn. Ze hingen samen met een lagedrukgebied dat vanaf de Atlantische Oceaan vochtige oceaanlucht het continent op stuurde. Op een paar plaatsen viel in korte tijd veel regen, maar op de afvoeren van de rivieren had dit weinig invloed.

Inmiddels is de invloed van het lagedrukgebied al weer afgenomen, maar in de loop van de week volgt nog een nieuw lagedrukgebied. het is een kleiner exemplaar, maar het trekt wel precies over Nederland. De precieze verwachtingen over de koers en de regenhoeveelheden waren lang onduidelijk, maar inmiddels ziet het er naar uit dat het mee gaat vallen. Een kleine verrassing blijft natuurlijk altijd mogelijk. 

Op dinsdag en woensdag zal de buiigheid daarom weer wat toenemen, maar ook nu zullen de hoeveelheden niet groot genoeg zijn voor een stijging van de rivierafvoeren. De meeste neerslag lijkt in Zuid Duitsland en de Alpen te gaan vallen en mogelijk dit dat wel voldoende is voor een kleine stijging van de Rijn, maar dat water zal Nederland pas in de loop van de week na het komend weekend bereiken.

Het lagedrukgebied trekt op woensdag weg naar het oosten en daarna ziet het er naar uit dat het Azoren-hogedrukgebied zijn invloed naar onze omgeving uitbreidt. De kans is groot dat zich rond het volgend weekend ook een hogedrukkern boven Scandinavië ontwikkelt, waardoor de wind voor langere tijd de oosthoek opzoekt. Voor de stroomgebieden betekent dat een langdurige droge periode en dalende afvoeren. 

Bij deze verwachting past echter nog weel een kleine slag om de arm, want het weermodel wisselde de laatste tijd regelmatig van oplossing voor der langere termijn. Dus misschien dat het hogedrukgebied toch niet zo stevig in het zadel komt te zitten als nu wordt verwacht. In de loop van de week zal dit duidelijker worden.

Rijn daalt deze week tot onder de 8 m bij Lobith

De Rijn is de afgelopen week langzaam gedaald en zakte van ca 8,9 naar 8,4 m +NAP. De eerste dagen ging er nog zo'n 10 cm per dag vanaf, later stabiliseerde de stand zich wat dankzij de buien die vanaf donderdag in het noordelijk deel van het stroomgebied vielen. De komende dagen zet de langzame dalen zich weer voort en ieder dag zakt het peil met zo'n 5 cm. In het volgend weekend zal dan de 8 m bereikt worden. 

De afvoer zal dan tot ca 1350 m3/s gezakt zijn, waarmee deze voor het eerst sinds eind juni onder het langjarig gemiddelde is gezakt, wat voor deze tijd van het jaar ca 1650 m3/s bedraagt. Daarna bereikt het water Nederland van de buien die op woensdag en donderdag in het zuidelijke deel van het stroomgebied gaan vallen en dat zorgt er dan voor dat de stand na het volgend weekend (rond 20/9) waarschijnlijk maar weinig verder daalt of misschien zelfs iets gaat stijgen.

In deze verwachting ben ik er van uitgegaan dat het op dinsdag en woensdag verder stroomafwaarts in Duitsland meevalt met de buien. Mocht dat ander uitpakken, dan zal da al wat eerder wat extra water opleveren voor de Rijn en kan het nog wat langer duren voordat de 8 m bij Lobith wordt bereikt. 

Op nog wat langere termijn is de verwachting dat het hogedrukgebied boven Scandinavië voor een langere tijd met droog weer gaat zorgen. Dat zou dan betekenen dat de waterstand van de Rijn in de laatste 10 dagen van september verder gaat dalen en dan is de kans groot dat ook de 7,5 m (bij een afvoer van ca 1.100 m3/s) bereikt kan gaan worden. Of dat hogedrukgebied inderdaad zon standvastig wordt weten we volgende week.

Maasafvoer schommelt rond de 75 m3/s

De Maas daalde bij Maastricht deze week tot ca 75 m3/s en kwam daarmee voor het eerst sinds medio juni onder het langjarig gemiddelde uit, dat rond deze tijd van het jaar ca 100 m3/s bedraagt. Door enkele stevige buien in de Ardenne op donderdag steeg de afvoer ca 50 m3/s op vrijdag en zaterdag. Inmiddels is dit water al weer deels afgevoerd en zakte de afvoer weer tot rond de 100 m3/s. 

Op dinsdag en woensdag kunnen er weer enkele buien vallen, maar de verwachting is voorlopig dat de regenhoeveelheden beperkt blijven. De afvoer zal daarom langzaam blijven dalen en in de loop van de week weer bij ca 75 m3/s uit komen. Mocht de buiigheid toch wat actiever zijn, dan is op woensdag of donderdag een nieuwe kleine opleving mogelijk.

Vanaf het weekend is de kans het grootst dat het in het stroomgebied van de Maas voor lange tijd droog blijft onder invloed van het hogedrukgebied bij Scandinavië. Daarom is de kans groot dat na het komend weekend de afvoeren wat verder dalen tot tussen de 50 en 75 m3/s.

water inzicht

Afvoer Lobith deze nazomer pas laat onder de 1500 m3/s

Zeer waarschijnlijk zal de afvoer de komende week bij Lobith tot onder de 1500 m3/s dalen; dat komt overeen met een waterstand van ca 8,2 m +NAP. 1500 m3/s is een afvoer waarbij in het Nederlandse watersysteem de eerste tekorten kunnen ontstaan en daarom is het een afvoer die de waterbeheerder altijd goed in de gaten houden.

Vanaf 1500 m3/s treedt er namelijk sneller verzilting op in het Benedenrivierengebied omdat zout zeewater, vanwege de verminderde tegendruk, makkelijker naar binnen kan stromen via via de Nieuwe Waterweg. Hierdoor kunnen innamepunten van zoet water tijdelijk en na verloop van tijd helemaal geen water meer innemen. Ook neemt de waterdiepte in de rivieren onder deze afvoer zover af dat bepaalde grotere schepen niet meer vol beladen kunnen varen. 

Grote problemen levert een afvoer nabij 1500 m3/s nog niet op en het waterbeheer is er ook op ingespeeld, want het komt jaarlijks zo'n 2 tot 3 maanden voor dat de afvoer zover zakt en in sommige jaren duurt de periode zelfs wel een half jaar. Bij de Rijn zien we de laatste jaren steeds vaker dat deze afvoer in het voorjaar al enkele weken wordt onderschreden, om dan in mei er weer boven te komen. Vanaf mei smelt namelijk de sneeuw die in de winter in de Alpen is gevallen en dat zorgt er vrijwel ieder jaar voor dat de afvoer in mei, juni en juli weer tot boven 1500 m3/s uit stijgt.

Het hangt dan van de sneeuwhoeveelheden af wanneer de afvoer weer onder de 1500 m3/s zakt. Maar ook de neerslag in de zomer telt mee. Vooral in de Alpen kan 's zomers veel regen vallen en de bijdrage daarvan aan de Rijnafvoer is doorgaans groot. In zomers met veel neerslag kan het tot ver in de nazomer duren voordat de 1500 wordt bereikt en in heel natte zomers gebeurt dat zelfs helemaal niet.

Dit jaar verliep de zomer erg nat, vooral in juli en dat heeft de Rijnafvoer lang op een hoog niveau gehouden van ruim boven de 1500 m3/s. Maar deze week gaat het dan toch gebeuren. Dankzij de natte zomer is dat vrij laat in het jaar, want gemiddeld zakt de afvoer in de loop van augustus al onder dit niveau en de laatste jaren zelfs vaak al in juli. Meestal duurt het dan tot in november voordat de afvoer er weer boven uit stijgt.

Deze verandering naar een eerdere onderschrijding van de 1500 m3/s is het gevolg van de veranderingen die het klimaat ondergaat. De sneeuw smelt namelijk eerder in de Alpen dankzij de hogere temperatuur en is dan ook eerder in de zomer op. Aan de hand van de volgende grafiek, waarin de kans is uitgezet dat op een dag de 1500 m3/s wordt onderschreden, zal ik dit verder toelichten. 

Op de linkeras is de kans uitgezet; 10% kans betekent dan dat op een bepaalde dag eens in de 10 jaar is opgetreden en  50% dat het gemiddeld om het jaar gebeurt. De meetreeks is in 3 perioden van 40 jaar verdeeld, zodat eventuele veranderingen in de laatste decennia zichtbaar gemaakt kunnen worden en vergeleken met die andere perioden. De blauwe lijn geeft de kans weer voor de jaren tussen 1901 en 1940, de groene tussen 1941 en 1980 en de rode de laatste 40 jaar.

Schermafbeelding 2021-09-12 om 20.27.12.png

Kans op afvoer < 1500 m3/s gedurende het jaar. Waarbij de meetreeks in 3 perioden van 40 jaar is verdeeld.
Kans op afvoer < 1500 m3/s gedurende het jaar. Waarbij de meetreeks in 3 perioden van 40 jaar is verdeeld.

Het algemene beeld is steeds hetzelfde in deze 3 perioden. De kans op een afvoer onder de 1500 m3/s is laag (tussen de 10 en 30%) in de periode t/m juli om daarna snel te stijgen en in de loop van oktober een piek te bereiken (boven de 50%), waarna de daling weer inzet. 

Als we de laatste 40 jaar vergelijken met de eerdere perioden dan valt op dat de 1500 m3/s maar gedurende enkele maanden per jaar hoger is geworden. Het veranderende klimaat heeft er (tot nu toe) nog niet voor gezorgd dat lage afvoeren steeds vaker voorkomen en de kans dat op een bepaalde dag de 1500 m3/s wordt onderschreden, is daarom in de laatste decennia ook niet groter geworden.

Wel zijn er van maand tot maand veranderingen opgetreden in het afvoerpatroon van de Rijn. Bijvoorbeeld in de maand april, als er tegenwoordig een duidelijke piek te zien is met een kans die oploopt tot ca 25%. Hier zien we terug dat de maand april de laatste decennia in het stroomgebied steeds droger is geworden. In die maand profiteert de Rijn nog niet van smeltende sneeuw en dat zorgt voor het vaker optreden van lage afvoeren. In de vorige periode was die piek er ook, maar lag hij ca 2 weken later. In de eerste periode is de piek er niet; ik ben niet nagegaan waar dit mee te maken heeft. 

In mei en juni daalt de kans op lage afvoeren weer en komt ook in de recente periode nog op een laag niveau uit van ca 10%. De stijgende lijn in de zomer zet tegenwoordig wel eerder in dan voorheen en vanaf augustus en vooral september ligt de lijn ook hoger dan in de eerdere perioden van 40 jaar. Waarschijnlijk heeft dit te maken met dat de sneeuw in de Alpen in de zomer tegenwoordig eerder is weggesmolten dan vroeger en dat zorgt er dan voor dat de kans op een lage afvoer ook eerder inzet.

Ondanks dat het aandeel smeltwater eerder in de zomer geringer is geworden, is de kans op lage afvoeren in de nazomer en herfst niet groter geworden dan vroeger. De rode lijn komt in oktober tot ongeveer hetzelfde niveau als in de periode van 1901 t/m 1940 en blijft duidelijk lager dan in de periode vanaf 1941 tot 1980. Het verminderde aandeel smeltwater wordt in de huidige periode blijkbaar gecompenseerd door extra neerslag die in de herfst valt.

Na de piek in oktober valt op dat de kans op een lage afvoer wat eerder afneemt dan in de eerdere perioden. Dit is ook een gevolg van het warmere klimaat. Het duurt tegenwoordig langer voordat de neerslag in de hogere delen van de Alpen weer in sneeuw overgaat en de regenval die daarvoor in de plaats valt zorgt ervoor dat de kans op een lage afvoer in november en december lager is dan vroeger.

Een zelfde patroon zien we ook in de andere wintermaanden. In deze periode valt er gewoonlijk vooral sneeuw in de Middelgebergten (tussen 300 en 1500 m hoogte). Het aandeel sneeuw is tegenwoordig echter ook kleiner dan vroeger omdat de sneeuwgrens door de hogere temperatuur omhoog is geschoven en de regen die daarvoor in de plaats valt houdt de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s aan de lage kant.

Al met al zien we dus in april, juli en augustus een hogere kans op een afvoer onder de 1500 m3/s, maar daar staan veel maanden tegenover (november t/m maart) met een lagere kans. Verder valt op dat veranderingen die zich voordoen in het afvoerpatroon veelal te maken hebben met de neerslag die in de Alpen valt. Zo zijn het gemiddeld eerder smelten van de sneeuw in het voorjaar en het later inzetten van het sneeuwseizoen in november belangrijke factoren die het afvoerverloop van de Rijn in de zomer en het najaar beïnvloeden. 

 

 

Vrijwel droge week en dalende waterstanden

Voor het eerst sinds maanden wordt het weer in de stroomgebieden voor langere tijd bepaald door hogedrukgebieden. Daarom gaan de rivieren na een zomer met steeds hoge tot soms zelfs zeer hoge afvoeren de komende week dalen naar waarden rond het langjarig gemiddelde en de kans is groot dat ze daar later in september ook onder zakken. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende 7 tot 10 dagen.

In de rubriek Water Inzicht een volgende analyse van het Maashoogwater van afgelopen zomer. Uit een analyse van de neerslag blijkt vooral de neerslagintensiteit opvallend hoog te zijn geweest, meer nog dan de neerslaghoeveelheden die gevallen zijn.

water van de week

Hogedrukgebied nestelt zich boven Oost Europa

Een hogedrukgebied waarvan de kern lang nabij het noorden van het verenigd Koninkrijk heeft gelegen is de afgelopen week ten noorden van Nederland langs getrokken en komt nu aan boven Oost Europa. Een uitloper ervan ligt de komende dagen tot over ons land en dit zorgt voor droog, zonnig en warm weer in onze omgeving. 

Vorige week leek het er nog op dat er al snel een lagedrukgebied zou komen dat het continent op zou trekken met misschien wel veel regen, maar die verwachting is niet uitgekomen. Er nader later in de week vanaf de Atlantische Oceaan wel een lagedrukgebied, maar dat trekt over Ierland naar het noordoosten.

Fronten van dit lagedrukgebied kunnen Nederland nog wel bereiken en in de tweede helft van de week zijn er daarom enkele buien mogelijk. In de stroomgebieden blijft het echter zo goed als droog, omdat het hogedrukgebied boven Oost Europa voldoende tegengas biedt. De regenhoeveelheden die nog wel in de stroomgebieden verwacht worden zijn te gering voor een stijging van de waterstanden.

Het hogedrukgebied boven Oost Europa houdt ook in het weekend nog stand en daarna is het onduidelijk hoe het verder gaat. Waarschijnlijk dient zich op de Atlantische Oceaan een nieuw lagedrukgebied aan, maar het is nog niet duidelijk of dit tot onze omgeving door weet te dringen en een wat nattere periode in gang gaat zetten, of dat het op grotere afstand blijf liggen omdat het hogedrukgebied aan het langste eind trekt. De grootste kans lijkt voorlopig het aanhouden van het droge weer te hebben. 

Rijn zet langere daling in

In het vorige weekend was er nog eenmaal veel regen in het oosten van de Alpen gevallen en het water daarvan bereikte aan het eind van de week ons land. Bij Lobith was de waterstand ondertussen tot net onder de 9 m gezakt, maar hij veerde toch nog ene keer op tot iets erboven. De afvoer steeg weer tot net boven de 2.000 m3/s. Dat is bijna 300 m3/s boven het langjarig gemiddelde voor deze periode van het jaar.

In een gemiddeld jaar wordt de laagste stand van de Rijn pas in de eerste week van oktober bereikt bij een afvoer van ca 1.575 m3/s. De kans is groot dat we dat niveau de komende week al gaan onderschrijden, want de eerstkomende dagen daalt de afvoer per dag met ca 100 m3/s, later afnemend naar ca 50 m3/s per dag. Op 10 of 11/9 verwacht ik daarom dat de 1.575 m3/s wordt onderschreden. De waterstand hierbij bedraagt ca 8,4 m +NAP. 

Omdat er de hele week geen tot weinig regen wordt verwacht daalt de waterstand daarna verder en het ziet er naar uit dat  rond 14/9 ook de 1.400 m3/s (bij een stand van ca 8,1 m) wordt onderschreden en 2 of 3 dagen later ook de 1.300 m3/s (bij een stand van 7,9 m).

Of de daling daarna nog verder doorzet hangt af van het lagedrukgebied dat rond het weekend wordt verwacht. Als dat gepaard gaat met regengebieden die het continent optrekken, dan zou de Rijn daarna weer kunnen gaan stijgen, maar voorlopig is de kans het grootst dat het droge weer langer aan gaat houden en dan zouden de waterstanden in de tweede helft van september nog verder kunnen dalen. Volgende week is dar meer over te zeggen.

Maas daalt naar ca 75 m3/s

In de Ardennen viel afgelopen zondag nog wat regen en daardoor veerde de Maas op maandag nog eenmaal op tot een afvoer van ca 175 m3/s bij Maastricht. Dat is ruim boven het langjarig gemiddelde dat ca 75 m3/s bedraagt in deze tijd van het jaar. Voor de Maas is dat overigens ook het laagste niveau dat de rivier gemiddeld bereikt. Anders dan de Rijn bereikt de Maas zijn laagste waarde gemiddeld al rond eind augustus. 

Dit jaar zal dat moment echter later liggen, want voorlopig zal de afvoer nog wel even dalen. Die daling is meteen na afgelopen maandag al ingezet en inmiddels is de afvoer bij Maastricht tot rond de 100 m3/s gedaald. De komende week zet die daling zich heel langzaam door en aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ca 75 m3/s. 

Er is een kansje dat de Maas op donderdag of vrijdag, als er enkele buien overtrekken, nog wel net voldoende water ontvangt voor een lichte stijging. Maar veel zal dat niet zijn en daarom ziet het er naar uit dat de afvoer ook in de week na volgend weekend nog langzaam verder zal dalen. Tenzij het eerder genoemde lagedrukgebied na het volgend weekend het continent weet te bereiken, maar die kans lijkt voorlopig niet zo groot.

Water inzicht

Hoge neerslagintensiteit verantwoordelijk voor hoogwater Maas

Het afgelopen hoogwater in de Maas kwam zeer plotseling op gang. De afvoer bij Maastricht bedroeg op 13 juli nog maar zo'n 150 tot 200 m3/s en twee dagen later werd de 3.000 m3/s per seconde overschreden. De periode dat het regende duurde maar iets meer dan 24 uur (zie grafiek hieronder), maar er viel een enorme hoeveelheid in de Ardennen van zo'n 10 tot 15 cm. 

Vesdre 2021.jpg

Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.
Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.

Als we de regenval voorafgaand aan andere hoogwaterperioden ermee vergelijken, dan blijkt dat dergelijke hoeveelheden wel vaker vallen tijdens natte perioden, maar dan valt de neerslag verdeeld over bijvoorbeeld 3 tot 5 dagen. De intensiteit was dit keer dan ook erg hoog. In het meetstation Ternell werd gedurende enkele uren zelfs 20 mm neerslag gemeten en een groot aantal uren lag de intensiteit tussen de 5 en 10 mm. 

Deze zeer hoge intensiteit verschilt sterk met die van de neerslag in de winter die meestal verantwoordelijk is voor hoogwatergolven. In de grafiek hierna heb ik een andere neerslagperiode (maart 2019) in rood in dezelfde figuur als hierboven afgebeeld. In totaal viel er toen zo'n 9 cm regen in Ternell, maar de regenval was verdeeld over 3 dagen.

Wat vooral opvalt is dat de intensiteit bij de hoogwatergolf in de winter veel lager was. Deze kwam tot maximaal 5 mm per uur, maar schommelde meestal tussen de 2 en 3 cm. In vergelijking met de regenval in juli is dit erg weinig, maar voor gestage regenval zoals we die ook in Nederland vooral van de winter kennen zijn dat normale hoeveelheden. Als er zo'n 4 tot 5 mm/uur valt dan ervaren we dat al als stevige regenval.

Tijdens buien loopt de intensiteit op tot soms wel 100 mm/uur, maar dergelijke zware buien duren meestal maar kort en beslaan ook zelden een groot oppervlak. Het is het soort buien waarbij in de ene plaats de straten blank staan, terwijl het 10 kilometer verderop droog bleef. De neerslagintensiteit in de Ardennen was dus niet zo hoog als in een zware bui, maar wat vooral erg hoog voor een lange periode van aanhoudende regenval.

Het is waarschijnlijk vooral deze langdurige hoge intensiteit geweest die de hoogwatergolf heeft veroorzaakt. De afvoer van 2021 kwam dan ook veel hoger uit dan die van 2019. In dat laatste jaar werd een afvoer van 140 m3/s bereikt, wat voor de Vesdre overigens altijd al een erg hoge afvoer is geweest.  

Deze zomer is de afvoer in de Vesdre waarschijnlijk tot ca 500 m3/s gestegen. Precies is dit niet bekend, omdat de meetapparatuur het begaf, maar aan de hand van andere meetstations in de buurt en de afvoer die uiteindelijk in de Maas is opgemeten, heb ik een schatting gemaakt van het verloop. Mogelijk dat hier later nog wel een betere schatting van gemaakt wordt, maar het is in ieder geval duidelijk dat de afvoer nu erg veel hoger is uitgekomen dan in 2019.

Vesdre 2021 en 2019.jpg

Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)
Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)

De hoge intensiteit heeft er voor gezorgd dat de bufferende werking die delen van een stroomgebied normaal altijd hebben al snel volgelopen zal zijn. Relatief veel water dat bij een lagere intensiteit nog wel opgevangen zou zijn, kwam daardoor tegelijk tot afstromen met het water dat altijd al tot afstromen komt. 

Ik vermoed dat het verharde oppervlak hier een erg belangrijke bijdrage aan geleverd heeft. Dit is gewoonlijk de snelste component en in trage hoogwatergolven zoals in de winter, bevindt die zich vooral vooraan in de hoogwatergolf. Als het water uit de rest van het stoomgebied dan arriveert, is dit snelle water doorgaans al afgevoerd en het draagt dan minder mee aan de piek. Omdat de piek dan vooral is opgebouwd uit wat trager afstromend water, duurt het ook langer totdat de piek passeert nadat het droog geworden is.

Bij dit zomerse hoogwater viel de piek in de Vesdre vrijwel direct nadat de regenval stopte, wat betekent dat het aandeel water vanaf een snel leverend oppervlak een groot aandeel zal hebben gehad. Misschien is het zelf wel de belangrijkste oorzaak van deze extreme hoogwatergolf. Nader onderzoek naar de herkomst van het water in de piek zal dit uit moeten wijzen.

 

 

 

 

 

 . 

Vrijwel droge week en dalende waterstanden

De droge periode die, na de verregende zondag aanbrak, duurde niet zo lang, want al vanaf donderdag naderde een nieuwe lagedrukgebied. Dit bracht vooral boven Duitsland neerslag en zal nog wat meer brengen. Het merendeel valt echter buiten het stroomgebied van de Rijn en het extra water zorgt daar de komende week hoogstens voor een lichte stijging. De Maas blijft helemaal buiten schot en hier zijn de afvoeren stabiel tot licht dalend. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende week.

Een analyse van de herkomst van het hoge water in de Maas neemt wat meer tijd in beslag, daarom volgende week pas weer de rubriek Water Inzicht.

water van de week

Komende week weinig neerslag, maar kans dat het daarna weer natter wordt

Het kleine lagedrukgebied dat vorige week voor de extreme regenval zorgde in Friesland is daarna snel opgelost en een groot hogedrukgebied boven de Britse Eilanden en de Noordzee zorgde daarna voor enkele droge dagen in de stroomgebieden. Lang duurde dat niet want al op donderdag zakte een nieuw lagedrukgebied af van Scandinavië naar Polen. Dat is een bijzondere koers voor een lagedrukgebied, want meestal komen ze vanaf de Atlantische Oceaan en bewegen dan van west naar oost.

Ook dit lagedrukgebied verplaatst zich maar uiterst traag en blijft nog een dag of drie boven Polen liggen, waarbij er regenzones tegen de wijzers van de klok in omheen trekken. Het weersysteem lijkt veel op de situatie van medio juli toen er in de Ardennen en Eiffel extreme hoeveelheden neerslag vielen. Als we op de neerslagkaart kijken van de afgelopen 3 dagen dan zien we dat ook nu de Middelgebergten weer veel regen hebben opgevangen;  plaatselijk al meer dan 6 cm.

Neerslag Duitsland.jpg

De noordelijke stroming van de afgelopen dagen zorgt wederom voor veel neerslag in de Middelgebergten in Duitsland.
De noordelijke stroming van de afgelopen dagen zorgt wederom voor veel neerslag in de Middelgebergten in Duitsland.
​​​​​

De vochtige en relatief warme lucht die vanuit het noorden wordt aangevoerd moet tegen deze heuvelruggen opstijgen en daarbij valt er vaak urenlang neerslag. Anders dan in juli is de neerslagintensiteit tot nu toe echter veel kleiner. De meeste uren valt er niet meer dan 2 tot 5 mm regen, terwijl dat in juli soms opliep tot 10 à 15 en soms zelfs 20 mm in een uur.

Voor het ontstaan van een hoogwatergolf maakt dat veel uit, want als de intensiteit hoog is, dan kunnen veel bodemtypen de neerslag niet meer verwerken en gaat het water over de oppervlakte afstromen. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak dat het in juli in enkele stroomgebieden zo extreem is geworden.

Het huidige lagedrukgebied is echter nog niet weg en de komende 3 dagen wordt verwacht dat er nog regenzones zullen blijven over trekken. Het grootste deel van de regen valt boven het oosten van Duitsland, omdat het lagedrukgebied langzaam naar het oosten trekt. De meeste regen die nog verwacht wordt, valt daarom net buiten het stroomgebied van de Rijn. De intensiteit zal daarbij waarschijnlijk niet ineens sterk toenemen, dus blijft de kans op hoogwater in oostelijkere stroomgebieden, zoals oa de Elbe, gering.

Terwijl het Poolse lagedrukgebied langzaam wegtrekt, breidt het Engelse hogedrukgebied zich weer ui en later in de week ontstaat er een uitloper tot over Centraal Europa. Dat zorgt dan voor droog en rustig weer in de stroomgebieden. Ook dit maal duurt de periode van hogedruk niet zo lang, want een nieuwe lagedrukgebied lijkt al weer in de maak. 

Anders dan zijn voorganger nadert deze weer 'gewoon' van over de Atlantische Oceaan. Na het komend weekend zou dit lagedrukgebied het continent op moeten gaan trekken, waarschijnlijk net ten zuiden van Nederland. Het is nog onzeker of dat uit gaat komen, want het is nog ver weg in de tijd. Het is echter wel een weersituatie om in de gaten te houden want het is wederom een lagedrukgebied dat zich traag verplaatst en zoals zo vaak deze zomer, brengen die vaak erg veel neerslag. Volgende week weten we vast meer over dit nieuwe lagedrukgebied 

Rijn eerst vrijwel stabiel, later deze week langzaam dalend

De Rijn is de afgelopen week langzaam gedaald. In eerste instantie daalden bijna alle grote zijrivieren en dat zorgde bij Lobith voor een daling van zo'n 5 cm per dag. Door regenval sinds donderdag in de noordelijke deelstroomgebieden (oa. Ruhr en Sieg) is de daling nu nog wat verder vertraagd. Inmiddels is de stand bij Lobith gedaald tot net boven de 9 m en de afvoer tot 2000 m3/s. Dat is iets meer dan het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. 

De regen die de komende dagen nog verwacht wordt, zal maar weinig invloed hebben de op waterstand bij Lobith. Enkele zijrivieren, zoals bv de Main, zullen wat stijgen, maar de meeste dalen licht of zijn stabiel. Al met al zorgt dat er voor dat de eerste dagen de waterstand bij Lobith vrijwel stabiel zal zijn, of licht daalt. Aan het eind van de week verwacht ik dan een waterstand van ca 8,9 m en een afvoer van ca 1900 m3/s. 

Vanaf het weekend gaat de waterstand dan waarschijnlijk wel wat sneller dalen om in het midden van de week na het volgend weekend (rond 8/9) richting de 8,5 m te gaan. De afvoer bedraagt dan ca 1600 m3/s. Mocht er inderdaad een nieuwe natte periode aanbreken na het komend weekend, zoals de verwachting nu voorspiegeld, dan zal rond die tijd de waterstand waarschijnlijk ook weer gaan stijgen. Dat zou betekenen dat een langere daling naar lage standen en afvoeren lijkt er dit najaar niet inzit. Maar eerst moeten we nog afwachten of die natte periode er inderdaad aankomt.

Maasafvoer daalt licht

Het stroomgebied van de Maas ontving de afgelopen week in eerste instantie maar weinig neerslag. Het Britse hogedrukgebied zorgde er voor droog weer en het ligt ver af van het Poolse lagedrukgebied dat later in de week het weer in een groot deel van Europa ging bepalen. De regenzones daarvan kunnen de Ardennen maar net bereiken. De afvoer is daarom de hele week langzaam gedaald en bedraagt bij Maastricht nu zo'n 125 m3/s.

Gisteren wist een regengebied nog net wel zo'n 1 tot 2 cm regen te brengen in het een klein deel van het stroomgebied: de dalen van de Vesdre en de Amblève. Dit zorgde daar voor een lichte stijging en dat water, zo'n 30 m3/s, bereikt nu Maastricht. Het valt echter weg in de dagelijkse schommelingen die in de Maas optreden als gevolg van het stuwbeheer in Wallonië.

Ook vandaag kan er nogmaals wat regen vallen en is opnieuw een lichte stijging mogelijk. De afvoer bij Maastricht kan dan, gemiddeld over de dag, stijgen tot rond de 150 m3/s. Na vandaag breekt een langere droge periode aan die tot en met het weekend lijkt te gaan duren. De afvoer zal daarom vanaf dinsdag weer langzaam gaan dalen naar ca 125 m3/s in de tweede helft van de week en nog wat lager in het volgend weekend.

De kans dat ook de 100 m3/s later onderschreden gaat worden, lijkt voorlopig niet zo groot, omdat er net na het volgens weekend waarschijnlijk weer een nattere periode aanbreekt.

 

 

Abonneren op