U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Regen op komst, maar waterstanden blijven voorlopig laag

Het droge weer hield deze week onverminderd aan in de stroomgebieden en de waterstanden in Rijn en Maas daalden verder. De komende week is er verandering op komst: er gaat regen vallen, maar of dat voldoende is om de rivieren weer te laten stijgen is nog onzeker. In het eerste deel van dit bericht leest u meer over de weersituatie van de komende week en de invloed daarvan op de rivierafvoeren.

Na april is ook mei droog verlopen en dankzij de vele zonneschijn was ook de verdamping deze maand zeer groot. Het neerslagtekort in Nederland nam daardoor sterker toe dan ooit tevoren in de eerste twee maanden van het groeiseizoen. In het waterbericht van 17 mei heb ik al aandacht besteed aan de voorjaarsdroogte. Nu ga ik er nog wat verder op in en zal ik aan de hand van enkele grafieken laten zien dat de veranderingen die de laatste decennia in het neerslagverloop zijn opgetreden vooral in het voorjaar groot zijn. Dit heeft gevolgen voor het waterbeheer want het betekent dat we het neerslagoverschot de komende jaren beter zullen moeten gaan benutten.

Droog weer houdt nog aan tot het midden van de week, daarna buien

Het hogedrukgebied bij Skandinavië, dat de hele week ons weer heeft bepaald, trekt in de loop van de komende week naar het westen weg en dat maakt de weg vrij voor lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan naar het Europese continent trekken. Vanaf woensdag later op de dag zouden de eerste regenbuien Nederland kunnen bereiken. Ook de dagen daarna is er kans op neerslag. De hoeveelheden lijken voorlopig nog niet zo heel groot te zijn, maar tot en met het weekend zou er wel ca 2 cm kunnen vallen en voor veel plaatsen is dat meer dan er in de hele maand mei is gevallen.

Rond het volgend weekend keert het hogedrukdrukgebied vanaf de Oceaan weer terug, maar het ziet er niet naar uit dat het dan heel lang het weer bij ons zal beïnvloeden, want op wat langere termijn worden weer nieuwe lagedrukgebieden in onze omgeving verwacht. De verwachting voor meerdere dagen vooruit wisselt echter nog sterk, dus is er weinig zekerheid over hoeveel regen er precies gaat vallen. Alleen de weersomslag in de loop van woensdag lijkt nu wel bijna zeker met aardig wat regen gepaard te gaan.

Het onstabiele weer met buien strekt zich vanaf donderdag ook verder over Europa uit en vooral van vrijdag t/m zondag zou er veel regen kunnen vallen in de Alpen en Zuid Duitsland. Als dat uitkomt, dan betekent dat flink wat extra water voor de Rijn. Het zal dan echter nog tot ongeveer 10 juni duren voordat dat water Lobith heeft bereikt.

Rijn daalt deze week nog langzaam, pas na volgend weekend stijging mogelijk

De eerste dagen van de week steeg de Rijn bij Lobith een paar decimeter als gevolg van een klein golfje dat enkele dagen eerder in Zuid Duitsland was ontstaan. Op donderdag werd het hoogste punt bereikt bij een afvoer van 1350 m3/s en de stand bij Lobith kwam net niet tot 8 meter, waarna de daling weer inzette. Inmiddels is de afvoer alweer onder de 1250 m3/s gezakt en de waterstand weer 20 cm, lager. Ook de komende dagen zet de daling nog door, maar het gaat niet heel snel. De eerste twee dagen daalt de stand nog met ca 10 cm, daarna gaat het langzamer met ca 5 cm per dag. waarschijnlijk op zaterdag wordt dan de 7,5 m onderschreden en zal de afvoer rond 1100 m3/s zijn uitgekomen.

Na het komend weekend daalt de afvoer nog maar weinig verder en schommelt dan tussen de 1075 en 1100 m3/s, wat bij Lobith overeenkomt met een stand net onder de 7,5 m +NAP. Vanaf ongeveer 10 juni is dan voor het eerst een stijging van de waterstand mogelijk. Dit hangt af van de neerslag die vanaf de tweede helft van deze week in het stroomgebied gaat vallen. De meeste neerslag lijkt voorbestemd voor het zuidelijk deel van het stroomgebied en dat water doet er dan nog ongeveer 5 tot 6 dagen over voordat het Nederland bereikt. 

Als de verwachte neerslag inderdaad gaat vallen dan is de kans groot dat de Rijn in de tweede helft van juni weer een wat hoger niveau zal bereiken. Zoals ik vorige week al schreef levert de smeltende sneeuw in de Alpen dit jaar maar een kleine bijdrage aan de Rijnafvoer en smeltwater zal ook de komende weken niet voor veel extra water zorgen. Gewoonlijk is het meeste Rijnwater in de zomer echter afkomstig van regenval en mocht het weer inderdaad omslaan en er ongeveer normale hoeveelheden regen gaan vallen, dan kan de Rijnafvoer zich gedurende de zomermaanden ook weer herstellen. De weermodellen verwachten de komende tijd wel aardig wat regen; nu nog afwachten of dat ook daadwerkelijk gaan vallen.

Maasafvoer blijft komende week nog laag

De Maasafvoer daalde de hele week langzaam verder en is nu bij Maastricht tot ca 60 m3/s gezakt. De eerstkomende dagen zal daar niet veel aan veranderen en tot en met donderdag blijft de afvoer stabiel of daalt nog iets verder. 

Vanaf donderdag wordt er regen verwacht, maar de hoeveelheden zijn niet heel groot en lijken onvoldoende voor een sterkere stijging. Mogelijk dat in het weekend de 100 m3/s weer even bereikt wordt als er donderdag en vrijdag inderdaad enkele flinke buien vallen in het stroomgebied.

Ook op wat langere termijn wordt er niet veel regenverwacht en de kans is daarom groot dat de Maas voorlopig niet veel zal stijgen en de afvoer tussen de 50 en 100 m3/s blijft schommelen. Anders dan bij de Rijn ligt er in het stroomgebied van de Maas geen gebied zoals de Alpen waar het 's zomers extra nat is. Bij de Maas is de kans op hogere afvoeren later in de zomer daarom ook minder groot wanneer het voorjaar, zoals dit jaar, al droog is verlopen. 

Zomers neerslagtekort Nederland is de afgelopen 40 jaar toegenomen, vooral in het voorjaar

April en mei samen zijn beide droog tot zeer droog verlopen en vooral in het midden en een groot deel van het zuiden viel in deze twee maanden maar 2 tot 2,5 cm regen. Ook de laatste twee weken van maart waren daar al erg droog en inmiddels is er ca 10 cm regen minder gevallen dan er normaal in deze periode van 2,5 maand valt. In het noorden van het land en Zuid Limburg was het wat natter, maar ook daar was tekort aan neerslag groot.

De zon scheen meer dan ooit dit voorjaar en daardoor was de verdamping ook zeer groot. Sinds medio maart bedroeg de potentiële verdamping in De Bilt ruim 23 cm en omdat er maar ca 2,5 cm regen is gevallen het neerslagtekort is daardoor opgelopen tot ca 20 cm en dat is al bijna twee keer zo groot als het normaal aan het eind van de zomer zou zijn.

Het droge voorjaar en de vele zonneschijn worden veroorzaakt door hogedrukgebieden die niet van wijken weten en bijna alle regengebieden gaan in een grote boog om ons land heen. Dit weerpatroon past in een trend die al enkele decennia aan de gang lijkt te zijn, want vooral sinds 1990 zien we de neerslag in de voorjaarsmaanden, en dan vooral april, afnemen en de zonneschijn en verdamping toenemen.

In de grafiek hieronder is aan de hand van de data van De Bilt het jaarverloop van neerslag en verdamping weergegeven voor de maanden van het jaar. Het verschil tussen beide is met de kolommen aangegeven: als er meer neerslag valt dan er verdampt is de kolom positief en blauw gekleurd. Als er meer verdampt dan er als regen valt is die negatief en bruin gekleurd. 

verandering in opbouw neerslagtekort.jpg

Verloop van neerslag (blauwe lijn), verdamping (oranje lijn) en neerslagoverschot cq tekort (blauwe kolommen) gedurende het jaar . Links de situatie rond 1980, rechts de huidige situatie.
Verloop van neerslag (blauwe lijn), verdamping (oranje lijn) en neerslagoverschot cq tekort (blauwe kolommen) gedurende het jaar . Links de situatie rond 1980, rechts de huidige situatie.

Over het hele jaar bekeken zijn zowel de neerslag als de verdamping in deze 40 jaar toegenomen. De neerslag van ongeveer 790 naar 850 mm en de verdamping van 540 naar 600 mm. Het neerslagoverschot bedraagt dus nog steeds ongeveer 25 cm. Gedurende het jaar zijn er echter wel enkele opvallende veranderingen opgetreden. Zo is februari flink natter geworden, waardoor het neerslagoverschot in die maand sterk is gegroeid en ook september en oktober zijn natter geworden en leveren nu een grotere bijdrage aan het neerslagoverschot.

April is echter de maand die het meeste opvalt. Hier is de hoeveelheid neerslag flink afgenomen en tegelijkertijd is de verdamping sterk toegenomen. Terwijl april in 1980 nog een maand was waarin verdamping en neerslag elkaar vrijwel in evenwicht hielden is het in 40 jaar tijd uitgegroeid tot een maand met een groot neerslagtekort; zelfs groter dan in juli. Ook in mei is het neerslagtekort toegenomen. Dit was altijd al de maand die gemiddeld het meeste bijdraagt aan het tekort, maar de mate waarin, is nog wat groter geworden.

In juni en juli is de bijdrage aan het neerslagtekort tegenwoordig ook iets groter dan in 1980, maar de veranderingen zijn minder groot dan in april en mei. In augustus is er weinig veranderd, dit was altijd al een maand waarin neerslag en verdamping elkaar in evenwicht hieden en dat is nog steeds zo. In de wintermaanden tenslotte van november t/m januari is er niet zo veel veranderd: er valt tegenwoordig iets meer neerslag en de verdamping is ietsje gestegen, waardoor de bijdrage aan het overschot in die maanden licht is toegenomen. 

Omdat de verdamping vooral in het zomerhalfjaar groot is, groeit dan het neerslagtekort, terwijl in het winterhalfjaar bij gebrek aan verdamping het neerslagoverschot juist toe neemt. In de volgende grafiek is de opbouw van het neerslagtekort in het zomerhalfjaar en die van het neerslagoverschot in het winterhalfjaar uitgezet en de veranderingen daarin tussen 1980 en 2020.

Schermafbeelding 2020-05-31 om 14.50.06.png

Opbouw van het neerslagtekort in het zomerhalfjaar (links) en het neerslagoverschot in het winterhalfjaar (rechts) voor 1980 en 2020.
Opbouw van het neerslagtekort in het zomerhalfjaar (links) en het neerslagoverschot in het winterhalfjaar (rechts) voor 1980 en 2020.

Zowel het overschot als het tekort zijn toegenomen in de afgelopen 40 jaar. Bij het tekort valt op dat dit tegenwoordig al meteen in april vrij groot is, waar het in 1980 nog vrijwel nul was. In de maanden daarna neemt het tekort verder toe, maar de verschillen in de mate van toename zijn per maand niet meer zo groot als in de eerste maanden. Zoals we ook in de bovenste grafieken al zagen zijn het vooral de voorjaarsmaanden die voor de toename in het neerslagtekort zorgen. Het neerslagoverschot in de winter zien we een zelfde beeld, ook dit is over de hele linie toegenomen.  De bijdrage aan deze toename is in de meeste maanden gelijkmatig verdeeld, alleen februari springt er uit en zorgt in zijn eentje voor bijna de helft van de totale toename. 

Uit bovenstaande analyse blijkt dat vooral in de voorjaarsmaand april en mindere mate in mei er grote veranderingen in het klimaat zijn opgetreden. Het is droger geworden en de verdamping is toegenomen. Het gevolg is dat er al meteen aan het begin van het groeiseizoen een groot neerslagtekort wordt opgebouwd en tegen eind mei is dit tekort tegenwoordig al net zo groot als het rond 1980 midden in de zomer zou zijn geweest. Tegelijkertijd is het totale neerslagoverschot, berekend over het hele jaar, ongeveer hetzelfde gebleven, alleen de verdeling over het jaar is veranderd: in de zomer is het tekort groter geworden en in de winter het overschot.

Voor het Nederlandse waterbeheer betekent dat dat we zorgvuldiger met het overschot om zullen moeten gaan. Het huidige waterbeheer in Nederland doet dat onvoldoende; dat is er namelijk op gericht dat de waterpeilen (van sloten, beken en het grondwater) op 1 april op de zomerstand staan. Dit is nodig omdat het land bewerkt moet kunnen worden en dat vraagt om een niet te hoge grondwaterstand in het voorjaar. In de winter wordt er daarom vooral water afgevoerd om het neerslagoverschot kwijt te raken, zodat op de peildatum 1 april de situatie in orde is.

Het watersysteem dat hier voor nodig is, is vooral in de periode van de ruilverkavelingen tussen 1970 en 1990 ingericht en daarbij heeft men rekening gehouden met de toen heersende klimatologische gegevens. Zoals we hierboven zagen is het klimaat echter met name rond de peildatum in april sterk gaan veranderen en een geschikt peil in april betekent tegenwoordig bijna zeker een veel te laag peil in de zomer, omdat april en mei anno 2020 een veel groter neerslagtekort hebben.

Door dit grotere neerslagtekort moet het grondwater tegenwoordig veel meer dan vroeger aangesproken worden voor beregening. Het grondwater is echter geen oneindige bron, want hierin wordt het water opgeslagen dat in de winter als overschot valt en als dit overschot meer dan vroeger wordt afgevoerd, dan zal grondwater later in de zomer zeker veel te ver uitzakken. 

Dit probleem is niet zomaar opgelost, want simpelweg overal het peil in april verhogen zal al snel problemen opleveren voor de landbouw die dan in de soms toch optredende nattere voorjaren het land niet op kan. Een mogelijke oplossing zou een nieuwe herverkaveling kunnen zijn, waarbij er grotere gebieden worden heringericht waar het grondwater weer volop kan worden aangevuld en daar dan wel verder kan stijgen. Er is wel eens een schatting gemaakt dat voor dergelijke infiltratiegebieden ongeveer 10% van het grondbeslag voldoende is. Daar zal landbouw vroeg in het voorjaar dan lastig zijn, maar het heeft tot voordeel dat het grondwatersysteem weer op orde gebracht kan worden en daar profiteren veel meer bedrijven van. 

 

 

Droog weer houdt aan, wel kleine stijging Rijn

Het door hogedrukgebieden gedomineerde weer houdt ook de volgende week nog aan en een weersomslag naar een natter weertype zit er voorlopig niet in. De droogte in Nederland wordt daardoor nog wat extremer. Een regengebied dat eergisteren bijna geruisloos ons land passeerde, activeerde in Zuid Duitsland en bracht daar voldoende regen om de Rijn in de loop van deze week wat te laten sijgen. De Maasafvoer blijft laag. In dit bericht leest u hoe de waterstanden zich de komende week zullen ontwikkelen.

Omdat het deze week nog droog blijft in dit bericht ook een korte analyse hoe bijzonder het is dat we nu 2 droge maanden op rij beleven. Tenslotte nog een uitstapje naar de Alpen, waar de sneeuw nu snel smelt, maar dit levert weinig extra water op voor de Rijn.

Hogedrukgebieden blijven het weer bepalen

Wie zo nu en dan een weerkaart bekijkt zal het opvallen dat er al wekenlang hogedrukgebieden in onze omgeving liggen. Het zijn uitlopers van het grote Azorenhogedrukgebied die zich naar onze omgeving uitbreiden en dan vaak enige tijd boven de Britse Eilanden, de Noordzee of Skandinavië komen te liggen. Onder normale omstandigheden schuiven deze hogedrukgebieden na enige dagen of een week naar het oosten of naar het noorden weg, waarna er vanaf de Atlantische Oceaan lagedrukgebieden met regenzones het vasteland van Europa kunnen bereiken.

Dit normale patroon is al meer dan 2 maanden onderbroken. De hogedrukgebieden verschuiven maar weinig van plaats en als ze al eens wat in kracht afnemen, dan volgt er al weer snel een nieuwe hogedruk-impuls vanuit de Azoren. Lagedrukgebieden gaan daarom steeds met een grote boog ten noorden langs en alleen in de spaarzame momenten dat het hogedrukgebied even wat afzwakt kan een regengebied wat dichterbij komen. 

De weermodellen die de verwachtingen maken voor een week vooruit, hebben moeite met deze luchtdruksituatie. Ze voorspellen steeds dat de regenzones er uiteindelijk in zullen slagen om onze omgeving te bereiken, maar als de week dan voortschrijdt, blijkt de hogedruk toch dominanter dan gedacht en droog de weersverwachting langzaam op. De afgelopen week gebeurde dit opnieuw en viel er uiteindelijk in Nederland maar enkele millimeters. 

Ondertussen breidt het hogedrukgebied zich al weer naar onze omgeving uit en de kans is groot dat dit weersysteem tot na het volgende weekend ons weer zal bepalen. Tot en met het pinkerweekend blijft het daarom droog in Nederland en ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Pas vanaf 2e pinksterdag is er kans op een weersomslag, maar het is nog niet duidelijk of we dan met buiig weer te maken gaan krijgen, of dat er een relatief droge noordenwind op steekt. Regenachtig weer lijkt er voorlopig niet aan te komen.

De kaart hieronder geeft de neerslagverwachting aan voor de komende 10 dagen. Nederland ligt samen met België, Frankrijk en een groot deel van Duitsland in een gebied waar vrijwel geen regen wordt verwacht. Dit gebied valt precies samen met de ligging van het hogedrukgebied dat voor deze week wordt verwacht.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.06.33.png

Neerslagverwachting voor Europa voor de komende 10 dagen (bron Kachelmannwetter)
Neerslagverwachting voor Europa voor de komende 10 dagen (bron Kachelmannwetter)

Hoe bijzonder zijn 2 droge maanden op een rij

Het koppel april en mei samen wordt zeer waarschijnlijk de droogste sinds het begin van de metingen in de Bilt. Het record voor april en mei samen staat op 35 mm in 1976. Tot nu toe viel er dit jaar pas iets meer dan 20 mm. Met nog hoogstens enkele millimeters in het verschiet, zal de 35 mm vrijwel zeker niet gehaald gaan worden. In het noorden van het land is de situatie minder extreem, daar viel de afgelopen weken wel wat meer regen en daar is sinds 1 april zo'n 40 tot 45 mm gevallen en ook de zuidelijke helft van Limburg is minder droog. Gewoonlijk valt er in april en mei samen zo'n 100 mm regen.

Extreem droog weer dat zo lang aanhoudt gebeurt in Nederland niet zo vaak. Als we de meetreeks er op nalopen, dan is het pas 13 keer gebeurt dat er in twee maanden na elkaar slechts 25% van de normale hoeveelheid neerslag viel. Nog vers in het geheugen ligt de zomer van 2018 toen die 2 zeer droge maanden ook nog eens midden in de zomer vielen, zodat de impact extra groot was. De andere combinaties van droge maanden komen ook relatief vaak voor in de zomermaanden (1910, 1912, 1921, 1959 en 2006), minder vaak in de herfst (1920, 1953 en 1969) en maar weinig in het voorjaar (naast dit jaar alleen in 1996) en ook niet vaak in de winter (1920 en 1964). 

Twee maanden na elkaar waarin er 25 tot 50% van de normale hoeveelheid valt, komt vaker voor, namelijk 53 keer in de meetreeks van De Bilt die in 1906 begint. Gemiddeld komt het dus ongeveer eens in de 2 jaar voor (13 + 53 keer over de meetreeks van 115 jaar) dat er twee droge tot extreem droge maanden na elkaar volgden. In de meetreeks is er geen trend zichtbaar dat het tegenwoordig vaker gebeurt dan vroeger. Zowel de zeer extreem droge koppels (met minder dan 25%) als de droge (met 25 tot 50%) vinden we verspreid over de hele meeetreeks. Dit decennium zijn het er tot nu toe 6, wat precies het gemiddelde is.

Rijn profiteert van regen in Zuid Duitsland en Zwitserland

Een neerslaggebied dat vrijwel ongemeerkt over Nederland trok, activeerde gisteren boven Zuid Duitsland en bracht daar zo'n 2 tot 4 cm regen. Dat is voldoende om de Bovenrijn wat te laten stijgen en ook het meest bovenstroomse deel van de Moezel ontving wat regen. Het duurt wel zo'n 4 tot 5 dagen voordat het water Nederland bereikt, maar het zal er dan voor zorgen dat de dalende trend even wordt onderbroken.

De afgelopen week daalde de waterstand bij Lobith ruim 50 cm en inmiddels is het peil tot onder de 8 meter +NAP gezakt. De hoeveelheid water (de afvoer) die nu langs stroomt bedraagt ca 1300 m3/s, wat slechts 60% van de normale hoeveelheid is voor deze tijd van het jaar.  Gemiddeld komt een zo lage afvoer eens in de ca 10 jaar voor in deze tijd van het jaar; de laatste keer was in 2011, toen de afvoer zelfs daalde tot onder de 1000 m3/s.

De komende 3 dagen daalt de afvoer langzaam nog wat tot ca 1250 m3/s op woensdag. De waterstand bij Lobith zal dan tot ca 7,75 m +NAP gezakt zijn. Vanaf donderdag arriveert dan het water van de regenval van gisteren. De waterstand stijgt dan weer naar iets boven de  8 meter en ik verwacht in de loop van het volgend weekend een stand van ca 8,2 m bij Lobith en een afvoer van ca 1450 m3/s.

Na het komend weekend zal de waterstand weer gaan dalen en omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht zal die daling waarschijnlijk de hele eerste week van juni aanhouden. De kans is groot dat de afvoer na die week weer tot ca 1250 m3/s zal zijn gedaald en de waterstand op ca 7,75 m +NAP zal zijn uitgekomen. 

Maasafvoer blijft er laag

De Maasafvoer is bij Maastricht tot ca 75 m3/s gezakt. Dit is erg laag voor de tijd van het jaar en de Maas voert momenteel maar 35 - 40% van de normale hoeveelheid water af. Gisteren en eergisteren trokken er enkele buien over de Ardennen, maar die zorgden maar voor enkele m3/s extra water in de Maas. Bij Maastricht zal hier zo goed als niets van te merken zijn .

De komende week verloopt weer droog en de afvoer zal daarom nog iets verder dalen. Aan het eind van de week verwacht ik een gemiddelde afvoer bij Maastricht van ca 65 m3/s. Ook op wat langere termijn zal de afvoer blijven dalen. Neerslag wordt deeerste 7 tot 10 dagen namelijk niet verwacht in het stroomgebied.

Sneeuw in de Alpen

Het sneeuwdek in de hogere delen van de Alpen is al aardig geslonken. Gewoonlijk is mei de maand waarin de meeste sneeuw smelt en dit jaar is dat ook het geval. Aan het begin van het smeltseizoen lag boven de 2000 m ongeveer de normale hoeveelheid sneeuw, daaronder lag minder. Dit laatste was een gevolg van de zachte winter, waardoor de sneeuw daar al eerder was gesmolten.

Het smelten van de sneeuw heeft tot nu toe nog maar weinig bijgedragen aan de Rijnafvoer. Een goede maat voor de bijdrage is het niveau van de Bodensee. In de figuur hieronder is het peilverloop van dit grote meer weergegeven.  Het peil van dit jaar (blauwe lijn) blijft duidelijk achter bij het langjarig gemiddelde (de groene lijn). 

Schermafbeelding 2020-05-24 om 10.35.03.png

Peilverloop Bodensee in vergelijking met gemiddelde, hoogste en laagste peil (bron HWZ Baden Würtenberg)
Peilverloop Bodensee in vergelijking met gemiddelde, hoogste en laagste peil (bron HWZ Baden Würtenberg)

De reden dat het peil maar langzaam oploopt is enerzijds dat er ook in de Alpenregio de afgelopen maanden niet veel regen is gevallen, maar ook speelt mee dat er relatief veel sneeuw verdwijnt door verdamping op dagen dat de zon veel schijnt. De sneeuw gaat dan direct over in damp en levert dus geen smeltwater op. Het langdurige hogedrukweer zorgt er dus voor dat de bijdrage vanuit de Alpen dit jaar achterblijft bij andere jaren.

In jaren dat er veel sneeuw ligt en het smelten ook smeltwater oplevert kan de extra bijdrage aan de Rijnafvoer vanuit de Alpen in deze tijd van het jaar oplopen tot 1000 m3/s. Dit jaar halen we dat bij lange na niet en zal de extra afvoer waarschijnlijk niet meer zijn dan 250 tot 300 m3/s. De grootste bijdrage van het smeltseizoen zal dit jaar waarschijnlijk ook wat eerder worden bereikt dan in gemiddelde jaren. Normaal is dat in de tweede halft van juni, maar dit jaar valt het waarschijnlijk al begin juni.

Dit geringe bijdrage en ook het feit dat de piek al vroeg valt is ongunstig voor de bijdrage vanuit de Alpen aan de Rijn later in de zomer en nazomer als de Bodensee (samen met de andere Zwitserse meren) gewoonlijk nog lang water nalevert. Nu hoeft dit nog niet meteen te betekenen dat de Rijnafvoer later in de zomer ook zeer laag zal worden. Het grootste deel van het water dat de Rijn vanuit de Alpen in de zomer ontvangt is namelijk afkomstig van regenwater en als er de normale hoeveelheid regen valt, dan zal de Rijn niet ver uitzakken. 

Deze week nog droog en dalende waterstanden, vanaf vrijdag regen

In Nederland was het de hele week droog, maar het stroomgebied van de Rijn ontving wel aardig wat regen en dat leverde een klein golfje op, dat nu door Nederland naar zee stroomt. Inmiddels is het al weer een paar dagen droog en gaan de afvoeren weer dalen. Die daling zet zich de hele week door. De Maas viel buiten de neerslagzone en heeft te maken met blijvend lage afvoeren. Nadat april in ons land erg droog was verlopen, lijkt de kans groot dat ook mei droog gaat eindigen; alhoewel er wel buien worden verwacht aan het eind van de week. In dit bericht leest u wat ons te wachten staat de komende week.

In het tweede deel van het bericht besteed ik nog wat meer aandacht aan de droogte waar Nederland nu al bijna 2 maanden mee te maken heeft. Behalve dat er weinig regen is gevallen is ook de verdamping de afgelopen tijd extreem hoog geweest.

Rustig hogedrukweer, aan het eind van de week meer kans op buien

De hogedrukgebieden bepalen nog steeds ons weer. De afgelopen week lag er een groot exemplaar nabij Schotland, die de regenzones op afstand houdt die op de Atlantische oceean ontstaan. Alleen in het begin van de week schoof dit gebied net ver genoeg naar het noorden om een lagedrukgebied via het midden van Europa naar het oosten te laten trekken. Dat zorgde voor flink wat regen in Midden Frankrijk, Zuid Duitsland en de Alpenlanden. Vooral de Rijn profiteerde van deze regen, de Maas viel er grotendeels buiten. 

Inmiddels is het hogedrukgebied zover opgeschoven naar het zuiden dat de weg voor lagedrukgebieden weer is versperd. De hele week blijft dat zo, tot vrijdag of zaterdag als het hogedrukgebied opnieuw naar het noorden schuift. Eerst waren de verwachtingen nog onduidelijk, maar de laatste twee dagen verwacht het weermodel meer en meer dat het vanaf komende vrijdag tot en met de maandag daarna wisselvalliger wordt met mogelijk enkele centimeters regen. Op vrijdag trekt dan een eerste regenzone over Nederland, die zaterdag bij de Alpen arriveert en op zondag kan er nog een tweede zone over de stroomgebieden trekken. 

Het blijft afwachten of het uitkomt. Het is namelijk al vaker gebeurd dat de neerslagverwachting gedurende de week toch weer werd afgeschaald. Vooral als zich na die wisselvallige periode opnieuw een hogedrukgebied aandient en daar lijkt het nu ook weer op. De verwachting is namelijk dat na een paar wisselvallige dagen het weer wat langer droog gaat worden. een langdurige natte periode komt er voorlopig dus nog zeker niet aan. 

Rijn steeg even, maar daalt de komende week

Terwijl het in Nederland droog bleef, regende het in het begin van de week wel flink in het zuiden van Duitsland en in de Alpen. De Bovenrijn, maar ook de Moezel kregen een klein golfje te verwerken en dit water bereikte vanaf woensdag Nederland. Op zaterdag werd het hoogste punt bereikt, net onder de 8,7 m +NAP bij Lobith.  De afvoer bedroeg ca 1750 m3/s. Dit water kwam bovenop een eerder piekje en al met al is de Rijn sinds de lage stand van 7,7 m die eind april werd bereikt (bij een afvoer van 1450 m3/s), al weer bijna 1 meter gestegen. De stand is nog wel te laag voor de tijd van het jaar, maar minder uitzonderlijk dan enkele weken terug.

De komende week gaat de waterstand echter weer omlaag. Er is de laatste 4 dagen geen neerslag meer gevallen in het stroomgebied en pas vrijdag of zaterdag wordt weer de eerste regen verwacht. De Rijn zal daarom tot zeker na het volgend weekend blijven dalen en het hangt nog af van de hoeveelheid neerslag die dan gaat vallen of de waterstand daarna weer wat op zal veren.

Eerst daalt de stand bij Lobith nog niet zo snel omdat dan nog het staartje van de golf uit de Bovenrijn passeert, maar vanaf dinsdag versnelt de daling wat. De daalsnelheid blijft echter beperkt tot maximaal 10 cm per dag. Vandaag zakt de afvoer weer onder de 8,5 meter en woensdag wordt de 8,3 m onderschreden; de afvoer komt dan weer onder de 1500 m3/s. In de loop van het weekend wordt waarschijnlijk de 8 m weer bereikt en zal de afvoer tot rond de 1350 m3/s zijn gezakt.  

Na het komend weekend zal de daling zich dan langzaam nog doorzetten, maar veel meer dan enkele centimeters per dag zakt het watercdan niet meer. Een nieuwe stijging zal pas op zijn vroegst vanaf 26 mei weer voor gaan doen. Mits er komend weekend regen valt in het stroomgebied. Die kans is groot, maar zoals we dit voorjaar al eerder hebben gezien, blijft het afwachten wat er werkelijk valt.

Maasafvoer blijft laag

De regenzone die de Rijn trakteerde op een flinke hoeveelheid extra afvoer, gings bijna geheel aan de Maas voorbij. Uiteindelijk viel alleen in het uitserste zuiden van het Franse deel van het stroomgebied regen, maar dat leverde daar slechts een piekje op van 5 m3/s. Dat piekje is dan vervolgens ook nog eens een week onderweg voordat het bij Maastricht aan komt en onderweg zakt het dan altijd nog wat in. Er bleef dus bijna niets van over. 

De maas in Nederland is voor extra water vooral afhankelijk van de regen die in de Ardennen valt en daar viel vorig weekend maar weinig. De Maasafvoer steeg daarom niet bij Maastricht en bleef de hele week onder de 100 m3/s. Gewoonlijk wordt de 100 m3/s pas begin juli onderschreden, maar dit jaar is dat dus bijna 2 maanden vroeger. Later in de zomer kan de afvoer nog wel weer eens wat oplopen, maar dat zijn dan vaak kortere pieken. De kans is dus groot dat de Maas ook deze zomer veel met lagere afvoeren te maken zal krijgen. 

De komende week zal de daling van de afvoer zich langzaam doorzetten en uiteindelijk bij Maastricht rond de 75 m3/s uitkomen. Op vrijdag en ook in het komend weekend is er kans op wat neerslag en daardoor zou de afvoer weer wat op kunnen lopen. Een grotere stijging lijkt er voorlopig echter niet in te zitten, omdat de kans groot is dat hogedrukgebieden ook na het koemd weekend het weer opnieuw gaan bepalen.

De voorjaarsdroogte nader verklaart

Nederland maakt een bijzonder droog voorjaar mee. Sinds medio maart is er niet meer dan 2 tot 3 cm regen gevallen, terwijl er normaal in deze periode wel zo'n 10 tot 12 cm valt. Ook de komende week blijft het nog droog en de kans is groot dat mei na april een (veel) te droge mand zal worden. Het gebeurt niet vaak dat april en mei beide zoveel te droog zijn. Het is verleidelijk om de oorzaak in de klimaatverandering te zoeken, maar de langjarige meetgegevens ondersteunen dat niet. Jaren waarin zowel april als mei te droog zijn, zien we in de hele meetreeks terug en in de top 10 van droogste april & mei maanden zien we ook jaren terug van lang geleden zoals 1911, 1921, 1946, 1976 etc. Uit de afgelopen 20 jaar vinden we daar alleen 2011 terug. 

Een duidelijk trend naar jaren waarin zowel april als mei droog zijn, is er dus niet, maar dat wil weer niet zeggen dat de dominantie van hogedrukgebieden in het voorjaar, die we nu meemaken, niet toch een gevolg is van de klimaatverandering. Dat heeft dan te maken met het grootschalige patroon van luchtbewegingen rond de aarde wat gaandeweg verandert. Al een jaar of 20 valt daarin op dat de westelijke circulatie die ons de regengebieden brengt in het voorjaar veel minder actief is. Vooral in april merken we dat aan vaker langdurig droog weer. In mei is dat minder duidelijk; vaak komen er dan al zomersaandoende buien die voor neerslag zorgen, maar dit jaar blijven dit voorlopig ook uit en wat dat betreft verloopt dit jaar dus anders dan de meeste andere jaren uit de afgelopen decennia.

In de grafieken hieronder heb ik aan de hand van de gegevens van De Bilt de trends in temperatuur, zonneschijn en neerslag afgebeeld voor de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei). In de figuren is het zogenaamde 30-jarig gemiddelde weergegeven, dat is het gemiddelde over de voorgaande 30 jaar. In de Bilt is men in 1901 met de reguliere metingen begonnen en voor 1930 is er daarom voor het eerst een 30-jarig gemiddelde afgebeeld. De laatste stip is van de periode 1991-2020. Voor de nog resterende dagen van mei heb ik een schatting gemaakt zodat de grafiek tot en met dit jaar door kon lopen.

We zien dat de temperatuur sterk is op gaan lopen vanaf de 80-er jaren van de vorige eeuw; het moment dat de klimaatverandering echt door begon te zetten. De zonneschijn is ook sterk toegenomen. Inmiddels schijnt de zon in het voorjaar bijna 100 uur meer dan zo'n 30 jaar geden, dat is 1 uur per dag meer. De trends in de neerslag zijn wat minder duidelijk. Al vanaf het midden van de vorige eeuw wordt het voorjaar natter, maar de laatste decennia is die lijn gekeerden wordt het weer droger. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat april droger geworden is en in mindere mate maart. Mei is gemiddeld genomen ongeveer hetzelfde gebleven.

Behalve de temperatuur valt op dat het voorjaar veel zonnige geworden is. Hierbij levert ook april de grootste bijdrage, die in zijn eentje voor 40 uur extra heeft gezorgd; maart werd 35 uur zonniger en mei ca 25 uur in de laatste 30 tot 40 jaar.

voorjaargrafieken zon, neerslag en temp.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor de  voorjaarsmaanden
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor de voorjaarsmaanden

In de figuren hieronder zijn voor temperatuur, zon en neerslag ook de trends voor het hele jaar weergegeven. Duidelijk is dat de trends van het voorjaar, die we hierboven zagen, passen in de trend voor het hele jaar. De temperatuur is ook met ca 1,5 graad omhoog gegaan. Het aantal uren zonneschijn in het hele jaar is met ca 230 uur toegenomen, waarvan alleen het voorjaar dus al 100 uur voor zijn rekening neemt. Alle seizoenen zijn zonniger geworden, maar het voorjaar spant de kroon. Dit jaar doet daar nog weer een schepje bovenop, want nu al is er 100 uur zon meer dan in een gemiddeld voorjaar en dan moeten er nog 2 weken komen.

De enige trend waarin het voorjaar afwijkt van de rest van het jaar is de neerslag. Terwijl het jaar als geheel gaandeweg steeds natter wordt, worden de voorjaren al zo'n 20 jaar steeds droger. Deze voorjaarsdroogte wordt door de andere 3 seizoenen gecompenseerd, die zijn alledrie natter geworden. Dit blijkt ook uit het feit dat er op de meeste droge voorjaren een gewone tot te natte zomer volgt. Het blijft natuurlijk afwachten of dat dit jaar ook gaat gebeuren, maar het is ook te vroeg om nu al aan te kondigen dat we de derde te droge zomer op rij gaan beleven.

jaargrafieken zon, neerslag en temp.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor het hele kalanderjaar
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor het hele kalanderjaar

Droogte is niet alleen een gevolg van weinig neerslag die er valt, maar ook van verdamping. Bij een aantal meetstations van het KNMI wordt dagelijks ook de verdamping opgemeten. Over een heel jaar gemeten verdampt er in Nederland ongeveer 50 cm water. De metingen bij De Bilt zijn in 1958 begonnen; in de grafiek hieronder heb ik de jaartotalen uitgezet. De variatie van jaar tot jaar is niet heel groot, maar het is wel goed te zien dat de laatste 20 tot 25 jaar de verdamping toe is genomen. De trendlijn (blauwe stippellijn) laat dit ook zien. De gemiddelde jaarlijkse verdamping is inmiddels met bijna 10 cm toegenomen van ca 50 cm rond 1960 naar ca 60 cm nu. 10 cm meer verdamping is ongeveer net zoveel als de neerslagtoename in Nederland; de extra regen die er valt, verdwijnt dus bijna helemaal weer door verdamping.  

Omdat de verdamping vooral in het zomerhalfjaar optreedt en de neerslag verdeeld over heel het jaar valt, betekent dat dus dat het neerslagtekort in het zomerhalfjaar gaandeweg groter geworden is. Het wordt dus steeds belangrijker om de regen die in het winterhalfjaar valt, langer vast te houden, zodat we er in de zomer (als de verdamping groter is geworden) van kunnen profiteren.

verdamping per jaar en trend.png

Verdamping gedurende het jaar voor De Bilt, vanaf het begin van de metingen in 1958.
Verdamping gedurende het jaar voor De Bilt, vanaf het begin van de metingen in 1958.

Verdamping treedt vooral op als de temperturen hoger zijn en de toename in verdamping in Nederland is dan ook een direct gevolg van de hogere temperaturen. Ook de grote toename in zonneschijn draagt er aan bij, want op zonnige dagen is de verdamping nog wat groter. Zoals de we hierboven al zagen zijn de voorjaarsmaanden veel warmer en veel zonniger geworden in de laatste decennia en is hier als enige seizoen sprake van minder neerslag. 

In de grafiek hieronder is voor de periode van maart t/m mei het 30-jarig gemiddelde van de verdamping weergegeven. Duidelijk is te zien hoe de verdamping in de voorjaarsperiode sterk is toegenomen. Waar over het hele jaar genomen de toename in verdamping en neerslag elkaar ongeveer opheffen, wat de kans op droogte er dus niet groter op maakt, zien we in het voorjaar dat de toegenomen verdamping optelt bij een afname in neerslag. Er verdampt tegenwoordig in het voorjaar ca 2 cm meer water dan zo'n 30 tot 40 jaar geleden en zoals we eerder zagen valt er tegenwoordig ook zo'n 2 cm minder regen in het voorjaar.

In het voorjaar versterken de toename in de verdamping en de afname van de neerslag elkaar dus. Dit speelt vooral in april, waar respectievelijk de toename en afname het grootst zijn. Maar als er dan, zoals dit jaar ook een droge meimaand op volgt, dan wordt dat extra gevoeld in de sectoren die het water in deze tijd van het jaar hard nodig hebben. 

Schermafbeelding 2020-05-17 om 19.53.23.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van deverdamping in De Bilt gedurende de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei).
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van deverdamping in De Bilt gedurende de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei).

 

Droogte in Nederland, in de stroomgebieden van Rijn en Maas wel regen

Vandaag neemt een nieuw hogedrukgebied het stokje over van zijn voorganger. Dat betekent dat het droge weer een vervolg krijgt. Een neerslagzone profiteert echter nog net van de korte periode tussen beide hogedrukgebieden in en brengt vooral ten zuiden van Nederland vandaag en morgen een flinke hoeveelheid regen. Dat is gunstig voor de afvoer van de Maas en de Rijn, die daardoor een kleine impuls krijgen. In dit waterbericht leest u hoeveel extra water de rivieren te verwerken krijgen en wat ons op wat langere termijn te wachten staat.

In het tweede deel van het bericht aandacht voor bewegend zand langs onze kust. Het heldere weer van de afgelopen weken leverde veel mooie satellietbeelden op en dat maakt het mogelijk om de processen die zich in in de kustzone afspelen wat beter te bekijken. Processen waar we ook gebruik van maken om Nederland te beschermen tegen overstromingen vanuit zee. 

Hogedrukgebieden blijven het weer bepalen

Al bijna 2 maanden wordt het weer in West en Midden Europa bepaald door grote hogedrukgebieden die de neerslag op afstand houden. Alleen als het hogedrukgebied zich verplaatst, kunnen er soms, voordat een nieuw hogedrukgebied dichterbij komt, enkele regenzones tot onze omgeving doordringen. Dat is vandaag en morgen het geval, want voordat een groot hogedrukgebied dat nu nog bij Schotland ligt zijn invloed tot onze regio uitbreidt, kunnen neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaaan via Frankrijk naar Midden Europa trekken. Ze komen daarbij net noordelijk genoeg om ook in het zuiden van Nederland wat regen te brengen. Het gaat waarschijnlijk om niet meer dan enkele millimeters.

De meeste regen valt in een zone die over Noord Frankrijk, het zuiden van België en het midden en zuiden van Duitsland naar het oosten loopt. Er wordt zo'n 3 tot 4 cm verwacht, wat voldoende is om de rivieren wat te laten stijgen. De Rijn lijkt hier het meeste van te gaan profiteren. 

Vanaf dinsdag strekt het hoge drukgebied zich tot over onze omgeving uit en de kans is groot dat het later in de week precies boven Nederland komt te liggen. Voor de komende week tot 10 dagen vooruit wordt daarom in ons land geen neerslag meer verwacht en de langdurige droogte houdt dan ook voorlopig nog aan en omdat het na woensdag warmer wordt en de zon weer volp gaat schijnen, zal de situatie dan nog wat extremer worden. Het blijft wachten op de weersomslag die er na een droog voorjaar bijna altijd wel gekomen is, maar dit jaar moeten we er in Nederland lang op wachten.

Buiten Nederland is de droogte in de stroomgebieden minder extreem; er is daar begin mei al aardig wat regen gevallen en vandaag en morgen valt wederom een flinke hoeveelheid. De Alpen liggen ver genoeg af van het nieuwe hogedrukgebied en daar kan ook op woensdag en vrijdag of zaterdag nog regen vallen, wat dan ten goede zal komen aan de Rijn.

Rijn stijgt tot iets boven de 1500 m3/s

De waterstand in de Rijn steeg de afgelopen week minder snel dan ik had verwacht. Een golfje dat vanuit Zuid Duitlsland onderweg was, zakte meer in dan ik had voorzien en uiteindelijk steeg de stand bij Lobith niet verder dan tot 8,3 m. Er komt echter een herkansing, want in het midden van de week is een nieuw golfje ontstaan in de Bovenrijn en dat heeft nu bijna Nederland bereikt, waardoor de waterstand uiteindelijk toch nog naar ca 8,5 m +NAP zal stijgen. Dat is dan op dinsdag en de afvoer zal dan tot ca 1600 m3/s zijn gestegen, dat is ca 150 m3/s meer dan nu.

Na dinsdag gaat de waterstand niet weer ver omlaag, want de regen die vandaag en morgen in Noord Frankrijk en Midden Duitsland valt, zal voor een extra stijging zorgen in het tweede deel van de week. Nadat de waterstand bij Lobith van dinsdag op woensdag wat is gezakt kan deze daarna weer gaan stijgen. Het zal geen grote stijging zijn, maar een stand tot ca 8,75 m +NAP in het volgend weekend is dan mogelijk. De afvoer zal dan tot ca 1750 m3/s zijn gestegen.

Als de regenzone na dinsdag is weggetrokken verloopt de rest van de week grotendeels droog in het stroomgebied van de Rijn. Alleen in de Alpen valt nog wat regen, maar dat is onvoldoende om de afvoer voldoende aan te blijven vullen om het wat hogere niveau van de komende dagen in stand te houden. Na het komend weekend zal de afvoer daarom weer gaan dalen. De kans is groot dat die daling doorzet tot ca 1500 m3/s in de loop van die week, of het weer moet tegen die tijd omgeslagen zijn, maar de kans daarop lijkt voorlopig klein. 

Samengevat is de verwachting voor Lobith: eerst een kleine stijging tot ca 8,5 m op dinsdag 12 mei, daarna een dag stabiel of licht dalend en na woensdag 13 mei een nieuwe stijging tot ca 8,75 m op 16 of 17 mei. Daarna weer dalend naar 8,3 m rond 22 mei.

Maas kan iets stijgen, maar niet veel

De Maas daalde de hele afgelopen week en de afvoer bij Maastricht is gisteren tot onder de 100 m3/s gedaald. Gisteren vielen er al wat buien in de Ardennen en daardoor is de afvoer nu weer iets gestegen tot net boven de 100 m3/s. Vandaag en morgen staan ook flinke buien op het programma. De meeste neerslag, tot zelfs meer dan 4 cm, lijkt echter in het Franse deel van het stroomgebied te gaan vallen en neerslag die daar valt heeft meestal niet zoveel invloed op de Maasafvoer in Nederland.

Voor de Maas verwacht ik daarom dat de afvoer bij Maastricht morgen nog iets verder zal stijgen tot ca 150 m3/s op dinsdag. Op woensdag is de afvoer dan nog ongeveer net zo hoog, om daarna weer te gaan dalen. In het komend weekend zal de afvoer dan weer onder de 100 m3/s duiken.

Omdat het in het stroomgebied van de Maas na de regen van vandaag en morgen ook weer langdurig droog wordt, zal de afvoer ook na het komend weekend blijven dalen.  Het erg lage niveau voor de tijd van het jaar zal daarom nog wel even voort duren.

Bewegend zand als bescherming tegen de zee

De Nederlandse kust is een bijzonder dynamisch gebied. Het zand waar het strand uit bestaat en waar we 's zomers onze handdoek op uitspreiden is namelijk bijna altijd in beweging. Wind en water pakken het op en verplaatsen het telkens een beetje, meestal in noordelijke richting. Zo zal een zandkorrel die ooit vanuit België bij Cadzand Nederland binnen schuifelt, uiteindelijk, honderden of misschien wel duizenden jaren later, bij Noordoost Groningen ons land weer verlaten.

De afgelopen weken was het erg helder weer en de beelden die de Sentinel-satelliet maakte boden daarom een prachtig inkijkje op wat er zich vlak onder water langs onze kustlijn allemaal afspeelt. De foto hieronder is van de Voordelta; een van de meest dynamnisch delen van onze kustlijn. In de foto is helemaal bovenaan het strand van de Maasvlakte te zien, rechts ligt de kust van Voorne en onderaan de kustlijn van Goerree.

Rechtonder ligt de Haringvlietdam en het water van Rijn en Maas, dat door de sluizen van deze dam naar buiten stroomt, is op de foto te volgen aan de wat donkerdere kleur. Zoet water drijft altijd op zout water en daarom blijft het zoete water nog lang herkenbaar en is goed te zien hoe het zich tussen de zandbanken door een weg naar de Noordzee zoekt.

Voordelta maart 2020.jpg

Satellietbeeld van de Voordelte voor de kust van Voorne en Goerree, waar zich een fraai ensemble van zandbanken heeft ontwikkeld
Satellietbeeld van de Voordelte voor de kust van Voorne en Goerree, waar zich een fraai ensemble van zandbanken heeft ontwikkeld

Sinds de Haringvliet in 1970 met een dam is afgesloten is het patroon van de stromingen van het zeewater en de rivieren in de Voordelta sterk veranderd. Zand dat vroeger verder buitengaats lag is sindsdien opgepakt en samengebracht in de zandbanken die er nu liggen. Dit proces is nog steeds aan de gang en ieder jaar schuiven de zandbanken enkele tientallen meters op richting de kustlijn. Op de foto hieronder heb ik de ligging van contouren van de zandbanken van 2016 met een zwarte lijn aangegeven op de foto van 2020.

Het is goed te zien hoe de grote kommavormige plaat, de Hinderplaat, langzaam naar het oosten opschuift. In het noorden liggen enkele kleinere platen die nog wat sneller bewegeen en ook in het zuiden, is de snelheid van de het verst in zee gelegen plaat groter. De komende jaren zullen deze zandbanken steeds verder naar de kust bewegen en de kans is groot dat ze op termijn ook aan de huidige kust vastgroeien. Er zal dan een uitgestrekte ondiepe kustzone ontstaan, als een kleinere variant van de Waddenzee, waar het zoete rivierwater en het zeewater in elkaar overgaan, met slik- en zandplaten, jonge duinen en slufters; maar dan zijn we ondertussen wel vele tientallen jaren verder. 

Voordelta 2016 - 2020.jpg

De verschuiving van de zandplaten is zichtbaar als de contouren van de waterlijn van 2016 (de zwarte lijnen) op de foto van 2020 worden gelegd.
De verschuiving van de zandplaten is zichtbaar als de contouren van de waterlijn van 2016 (de zwarte lijnen) op de foto van 2020 worden gelegd.

Het bewegende zand levert in de Voordelta een mooi schouwspel op en het is belangrijk voor de natuur die in de opdiepe kustzone leeft, maar in de kuststrook zelf spelen deze zandkorrels nog een heel andere rol. Ze vormen daar met zijn allen de Nederlandse verdediging tegen overstromingen vanuit zee. Waar andere gebieden door dijken en dammen tegen overstromingen worden beschermd, is langs de Nederlandse kust gekozen voor bewegend zand. Het zand mag zich ook verplaatsen onder invloed van de dynamische processen, als aan een voorwaarde maar wordt voldaan, dat er overal altijd voldoende ligt om superstormen en stormvloeden te kunnen doorstaan. 

Uit metingen aan de hoogte van zeebodem en de ligging van de kustlijn weten we echter dat aan die voorwaarde niet altijd wordt voldaan. Het zand spoelt soms sneller weg dan gewenst en dan ontstaan er zwakke plekken in de kustzone. Om dat te voorkomen wordt de kustlijn regelmatig aangevuld met extra zand dat van uit een dieper deel van de Noordzee wordt aangevoerd. Dicht onder de kustlijn wordt het dan in zee gestort, waarmee de zandstroom wordt gevoed, die het zand oppakt en verder naar het noorden voert.

Vanouds gebeurt dit zogenaamde suppleren van zand steeds op de plaatsen waar de kustlijn verzwakt is geraakt. Een jaar of 10 geleden is er echter voor de kust van Zuid Holland, tussen Hoek van Holland en Den Haag, voor een andere manier gekozen en dat is de aanleg van een zogenaamde zandmotor. Het idee achter de zandmotor is om op een plek een enorme extra hoeveelheid zand neer te leggen, wat dan vervolgens over een periode van tientallen jaren de zandstroom langs de kust kan voeden. Al die tijd hoeft er dan niet gesuppleerd te worden en omdat het zand zich noordwaarts beweegt is het de verwachting dat ook de rest van de kust er van profiteert.

De foto's hieronder zijn van 2015 (links) en 2020 (rechts). Aan het meetlatje is te zien dat de kustlijn op het verste punt zo'n 50 tot 75 meter is opgeschoven in deze 5 jaar. Er verdwijnt dus inderdaad veel zand en ieder jaar wordt de zandmotor weer wat kleiner door de golven die het zand van het strand afslaan, waarna het door de stroming wordt opgepakt. Het zand beweegt daarna in noordelijke richting, wat te zien is aan de kustlijn die daar juist enkele tientallen meters verder naar zee is opgeschoven.

Er is ook zand dat door de wind wordt opgepakt en naar het binnenland wordt gevoerd. Een deel van dit zand bezinkt in de twee meren die bij de aanleg in de zandmotor zijn uitgespaard. Deze meren zijn daardoor flink kleiner geworden. Uiteindelijk zal de zandmotor geheel door de golven en de wind zijn opgegeten. Afgaande op de snelheid waarmee de kustlijn de laatste 5 jaar is opgeschoven zal dat nog zo'n 20 tot 25 jaar duren.

Zandmotor 2020 op 2015 en vv.jpg

Satellietfoto van de Zandmotor voor de kust van Zuid Holland. Links een foto uit 2015 met daarop in rood de kustlijn van 2020 en rechts de foto van 2020 met daarop in zwart de kustlijn van 2015.
Satellietfoto van de Zandmotor voor de kust van Zuid Holland. Links een foto uit 2015 met daarop in rood de kustlijn van 2020 en rechts de foto van 2020 met daarop in zwart de kustlijn van 2015.
 

 

 

 

Waterstanden stijgen een beetje; opnieuw een droge week

Aan de langdurige droogte is een einde gekomen, maar veel regen is er niet gevallen en de komende week herstelt de hoge druk zich en wordt het opnieuw droog. Voorlopig ziet het er echter niet naar uit dat de droge weer opnieuw wekenlang aanhoudt. De regenval zorgt nu voor een beperkte stijging van de rivieren. In dit bericht leest u hoeveel het waterpeil omhoog gaat en hoe lang de stijgende lijn aanhoudt.

In het achtergrondverhaal in het tweede deel van dit bericht besteed ik aandacht aan het binnendringen van het zoute zeewater in het Benedenrivierengebied, wat de afgelopen weken, dankzij de gestaag dalende Rijnafvoer en het rustige weer, erg goed te volgen was.

Hogedruk herstelt zich snel

Het natte intermezzo heeft niet lang geduurd. Voor het eerst sinds medio maart maakten de hogedrukgebieden even plaats en konden lagedrukgebieden met wisselvallig weer Nederland en de stroomgebieden van Rijn en Maas bereiken. Bijna dagelijks viel er wel regen, maar grote hoeveelheden vielen nergens. In Nederland viel op de meeste plaatsen zo'n 2 tot 3 cm regen, wat welkom is op de droge bodem. Er waren echter ook gebieden in het midden en oosten van het land waar maar 1 cm viel en dat is zeker niet voldoende om het grondwater aan te vullen op de plaatsen waar dat de afgelopen weken al te ver was gedaald.

In de landen om ons heen viel ook regen, vaak nog wat meer dan bij ons, vooral op plaatsen waar de lucht tegen gebergten op moet stijgen, zoals de Ardennen of de Vogezen. Rijn en Maas profiteerden van de regenval en zijn inmiddels wat gestegen. 

De komende week herstellen de hogedrukgebieden hun heerschappij over onze omgeving. Een gebied nadert vanaf de Atlantische Oceaan en vestigt zich de hele week boven de Noordzee. Vandaag passeert een laatste, zwakke regenzone ten zuiden van Nederland langs en er kan hier mogelijk nog een enkele bui vallen, maar daarna wordt het voor in ieder geval een dag of 5 droog. In Zuid Duitsland en de Alpen kan morgen ook nog wat regen vallen, maar daarna wordt het ook daar droog.

De weermodellen verwachten dat in het komend weekend het hogedrukgebied weer afzwakt en zich opnieuw even terugtrekt, waardoor regenzones vanaf zaterdag het Europese continent op kunnen trekken. Gedurende de periode van zaterdag 9 t/m woensdag 13 mei zou er dan veel regen kunnen vallen in de stroomgebieden. Gewoonlijk zijn de modellen voor een week vooruit al wel redelijk betrouwbaar, maar de situatie lijkt veel op die van enkele weken terug en toen zagen we dat de neerslagsignalen in de latere verwachtingen steeds weer werden weggepoetst. 

Op grond van de weersverwachting is de kans dus groot dat het na de komende, droge week opnieuw een periode wat natter wordt, maar gezien de ervaringen van de laatste weken is het de vraag hoe betrouwbaar die verwachting is. Het zijn voorlopig vooral de hogedrukgebieden die het weer bepalen en het blijft afwachten of er in de overgang van het ene naar het volgende hogedrukgebied, dat volgend weekend plaats vindt, even ruimte is voor een periode met meer neerslag. 

Rijn stijgt bij Lobith naar iets boven de 8,5 m +NAP

De hele afgelopen week schommelde de Rijn rond de 7,75 m +NAP en bedroeg de afvoer iets meer dan 1200 m3/s. Dat is laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem, het is in het verleden al een keer of 10 gebeurd. Sinds gisteren is de waterstand weer langzaam gaan stijgen en die stijging zet zich de komende dagen voort. Het gaat echter om een beperkte stijging en omdat het deze week droog blijft in het stroomgebied, is het einde van de stijging ook al weer in zicht. 

De hele week stijgt de stand met zo'n 10 tot 15 centimeter per dag en in het begin van het volgend weekend zal de waterstand dan naar ca 8,6 tot 8,7 m +NAP zijn gestegen. De afvoer bedraagt dan ca 1750 m3/s, wat nog steeds onder het langjarig gemiddelde is, dat voor deze tijd van het jaar ca 2250 m3/s bedraagt.

Vanwege de droge week die nu voor ons ligt, gaat de waterstand na het komend weekend weer wat dalen. Omdat ondertussen ook de sneeuw die in de Alpen is gaan smelten wat water oplevert, zal de daling niet zo ver doorzetten als de afgelopen weken. Na het weekend verwacht ik daarom een daling van enkele decimeters en de kans is klein dat dan de 8 m opnieuw bereikt wordt bij Lobith. Dit hangt ook af van of er inderdaad regen gaat vallen in het komend weekend. De verwachting is van wel, en mocht dat inderdaad het geval zijn, dan zal de waterstand bij Lobith al snel weer verder gaan stijgen na dat weekend. Maar, zoals ik hierboven al schreef, moeten we deze week afwachten of die regen er inderdaad komt.

Maas komende dagen rond 150 m3/s, daarna weer dalend

De regenval in de Ardennen heeft de Maas wat laten stijgen en de afvoer bij Maastricht ging van ca 100 naar 150 m3/s. Vandaag valt er ook nog wat regen in de Ardennen, maar de hoeveelheden zijn onvoldoende voor een verdere stijging en omdat het na vadaag een dag of 5 droog blijft zal de Maasafvoer op korte termijn ook weer gaan dalen.

Vandaag en morgen zal de afvoer nog rond de 150 m3/s schommelen, maar vanaf dinsdag verwacht ik dan weer een langzame daling. Tegen het eind van de week zal de afvoer dan weer rond de 100 m3/s zijn uitgekomen en is al het extra water weer afgevoerd, dat de regen van de afgelopen week heeft opgeleverd.

Voor de periode na het komend weekend is het van belang of er inderdaad regen gaat vallen in het volgend weekend. De weersverwachting gaat daar wel van uit, maar omdat er niet heel lang daarna al weer een nieuw hogedrukgebied wordt verwacht in onze omgeving, blijft het even afwachten of die regen er inderdaad komt.

Zouttong beweegt langzaam landinwaarts

In het verleden had Nederland op veel plaatsen een open kustlijn en waren er tal van zogenaamde zeearmen, waarlangs het zeewater tot in het binnenland door kon dringen. Zo bevonden zich in de Zeeuws-Zuid Hollandse Delta een vijtal openingen in de kustlijn en was er de Zuiderzee, de Lauwerszee en de Eems-Dollard. Nog weer langer geleden waren ook het Zijpe (bij Schoorl) en het IJ nog open armen. Onze voorouders hebben deze zeearmen stuk voor stuk afgesloten en nu resteren er nog drie: de Westerschelde, Nieuwe Waterweg en Eems. 

In deze gebieden is er dus nog een open verbinding en dat betekent dat het zeewater er tijdens vloed naar binnen kan dringen en dat tijdens eb, als de zee zich terugtrekt, het rivierwater naar zee kan stromen. Bij de Westerschelde en de Eems gaat het om kleine rivieren, die in de zeearm uitmonden, en hier is de invloed vanuit zee dan ook relatief erg groot. Het zoute zeewater dringt er tot diep in het achterland door en pas ver in respectievelijk België en Duitsland ligt ergens de grens tussen zout zeewater en zoet rivierwater.

Bij de derde opening in de kust, de Nieuwe Waterweg, is de situatie anders. Hier monden de Rijn en de Maas in uit en die voeren zoveel water aan dat het zoute zeewater er meestal niet zo heel ver naar binnen kan dringen. Dankzij de doorgaans grote aanvoer van vooral de Rijn is het water in het Benedenrivierengebied daarom vaak zoet en dat maakt het ook mogelijk om het te gebruiken voor landbouw en drinkwater. Er liggen dan ook veel inlaatpunten voor zoetwater in dit gebied en dat maakt de Rijnmonding bijzonder, want bij vrijwel alle andere Europese rivieren liggen innamepunten altijd veel verder van zee af.

Tijdens hoge rivierafvoeren, zoals begin maart van dit jaar, leverden de rivieren zelfs zoveel water aan dat het zoute zeewater er helemaal niet aan te pas kwam in de riviermonding en toen was ook de kustzone voor het Haringvliet enige weken grotendeels gevuld met zoet rivierwater. Maar inmiddels zijn de rollen omgedraaid en de rivierafvoer is nu zover gedaald dat het zeewater via de Nieuwe Waterweg weer ver het binnenland in kan dringen.

Via waterinfo.nl van Rijkswaterstaat is aan de hand van de grafieken met zoutgehaltes van het water het binnendringen van het zoute water goed te volgen. Dankzij de lange droge periode maken we nu een bijzondere, lange daling van de Rijnafvoer mee en dat maakt het mogelijk om nauwkeurig te volgen hoe dat binnendringen van het zout precies verloopt. Wat ook gunstig was, was het rustige weer was, zonder harde wind, want dat heeft dan ook veel invloed op het verloop van zoet en zout, maar die invloe bleef dus nu achterwege.

Dit bijzondere voorjaar bood daarom een mooie kans om het mondingsgebied van Rijn en Maas eens onder de loep te nemen. Voor een aantal meetpunten heb ik hieronder het verloop van de afgelopen 6 weken op een rij gezet en zo kan het proces van binnendringend zout water goed gevolgd worden. Voordat ik daar op in ga, sta ik eerst echter nog even stil bij het zoutgehalte in het Rijnwater zelf. 

In het Rijnwater is namelijk ook zout opgelost. Voor een klein deel gaat het om een natuurlijke herkomst, maar verreweg het meeste is afkomstig van de zoutindustrie in Frankrijk. Langs de Meurthe, een zijrivier van de Moezel, die weer in de Rijn uitmondt, liggen zoutmijnen waarvan het afvalwater in de rivier terecht komt en dat is merkbaar aan een verhoogd zoutgehalte in het rivierwater. De hoeveelheid zout die geloosd wordt is iedere dag ongeveer even groot en het gehalte in het Rijnwater dat Nederland binnen stroomt fluctueert daarom naargelang de rivierafvoer op en neer gaat. 

Bij hoge rivierafvoeren, zoals in maart, bedraagt het zoutgehalte (uitgedrukt in de hoeveelheid chloride) minder dan 50 milligram per liter (mg/l), maar als de Rijnafvoer ver daalt dan kan de hoeveelheid chloride oplopen tot boven de 150 mg/l. In de grafiek hieronder is dat verloop goed te volgen. Medio maart voerde de Rijn iets meer dan 5500 m3/s af en bedroeg het zoutgehalte ca 40 mg/l en inmiddels is de afvoer tot ca 1250 m3/s gezakt en is het gehalte bijna drie keer zo hoog en gestegen tot ca 110 mg/l. 

Afvoer versus zoutgehalte Lobith.jpg

Het verloop van de Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) en het in het water opgeloste zout (rode lijn)
Het verloop van de Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) en het in het water opgeloste zout (rode lijn)

Het zout in het water in de zeearmen is dus niet alleen afkomstig vanuit zee, maar ook vanuit de Rijn zelf. Langs de Maas liggen geen zoutmijnen en deze rivier voert daarom maar heel weinig zout aan. In de kaart hieronder is het Benedenrivierengebied weergegeven met daarin de belangrijkste rivieren en de meetpunten waar de grafieken van zijn gemaakt. Met blauwe pijltjes is de route van het water weergegeven. 

Het gaat in de figuur om de situatie bij de lagere afvoeren, als de Rijn minder dan de gemiddelde hoeveelheid water afvoert. De Haringvlietdam is dan gesloten en al het rivierwater wordt naar de Nieuwe Waterweg geleid. Dit wordt gedaan om de inname van zoetwater, voor gebruik in landbouw en als drinkwater, langs de Nieuwe Maas, Oude Maas, Lek en Spui zolang mogelijk veilig te stellen. Het aangevoerde rivierwater zorgt in die rivieren namelijk voor tegendruk en zo wordt geprobeerd het opdringen van het zoute zeewater zoveel mogelijk en zo lang mogelijk tegen te houden. 

De grens voor het innemen van water voor drinkwater ligt bij 150 mg/l, die voor water dat voor de landbouw wordt gebruikt bij 250 mg/l, of soms nog wat meer. Bij deze gehaltes proef je trouwens nog niet dat het water zout is, die grens ligt nog wat hoger. Zeewater heeft een gehalte van ca 18.000 mg/l.

Benedenrivierengebied.jpg

Kaart van het Benedenrivierengebied met daarin aangegeven de route waarlangs het rivierwater wordt geleid. In de Nieuwe Waterweg dringt zout zeewater op.
Kaart van het Benedenrivierengebied met daarin aangegeven de route waarlangs het rivierwater wordt geleid. In de Nieuwe Waterweg dringt zout zeewater op.

Aan de hand van het verloop van het zoutgehalte bij de vijf meetpunten is goed te zien hoe die tegendruk werkt en hoe het zeewater bij afnemende rivierafvoeren stapje voor stapje terrein wint. De Nieuwe Waterweg is namelijk, vanwege de havens, een zeer diepe zeearm en het zoute water kan daar makkelijk instromen als de tegendruk vanuit de rivier afneemt. Op enig moment is er dan niet voldoende rivierwater meer om het zoute water tegen te houden. Stuk voor stuk bereikt het zoutere water dan ook de innamepunten en die kunnen dan eerst alleen tijdens vloed en later helemaal geen water meer innemen. Het gebied binnendijks moet dan enige tijd overschakelen op een alternatieve aanvoerroute.

Kinderdijk 15 mrt - 1 mei.jpg

Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Kinderdijk bij de monding van de Lek. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.
Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Kinderdijk bij de monding van de Lek. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.

In de grafiek hierboven is het verloop van het zoutgehalte in het water bij Kinderdijk weergegeven. Dit meetpunt ligt ver oostelijk in het Benedenrivierengebied en het duurt daarom lang voordat de invloed van de zee hier merkbaar is. Vanaf medio maart loopt het zoutgehalte eerst langzaam op, maar dat is de achtergrondwaarde van het Rijnwater zelf. Die achtergrondwaarde is met de rode lijn aangegeven en het zoutgehalte dat op het meetpunt wordt gemeten, de blauwe lijn, loopt hier de eerste weken gelijk mee op. Er zijn kleine dagelijkse schommelingen, waar de getijbeweging in te herkennen is.

Op 18 april is een eerste grotere piek zichtbaar; dit is de eerste keer dat een beetje zout vanuit zee het meetpunt weet te bereiken. De Rijnafvoer is ondertussen tot onder de 1500 m3/s gedaald en als de vloed opkomt dan levert zelfs die grote hoeveelheid water onvoldoende tegendruk om het zout weg te houden. Tijdens eb, als de zee zich terugtrekt, wint de rivier weer terrein en wordt het water weer zoet en ook bij nog wat lagere rivierafvoeren, als het zeewater tijdens vloed elke keer het meetpunt weet te bereiken, lukt het de rivier nog wel om de zaak weer zoet te spoelen. De perioden van zoetwater worden wel steeds korter en de innamepunten die hier liggen moeten er daarom rekening mee houden dat ze het zogenaamde getijdenvenster benutten en op het juist moment water inlaten.

Brienenoord 15 mrt - 1 mei.jpg

Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Brienenoord langs de Nieuwe Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.
Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Brienenoord langs de Nieuwe Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.

Bij Brienenoord een kilometer of 6 naar het westen komt het eerste zeewater al twee weken eerder aan. De Nieuwe Maas is hier dieper en er is meer rivierwater nodig om voldoende tegendruk te bieden. Zodra de Rijnafvoer onder de 2000 m3/s zakt is de druk vanuit zee soms groter dan de tegendruk die de rivier levert, maar in het begin gaat om nog maar om korte fluxen van zoutwater en is de rivier tijdens eb altijd nog zoet. De blauwe lijn van het meetpunt raakt dan aan de rode lijn die het zoutgehalte van het Rijnwater zelf aangeeft.

Zodra de Rijnafvoer onder de 1500 m3/s zakt dringt het zoute water echter steeds meer op en wordt het water tijdens eb ook niet altijd meer helemaal zoet. De innamepunten die hier liggen zullen soms enige tijd niet in kunnen nemen en de tijd die ze tijdens eb soms nog wel beschikbaar hebben is maar kort.

Lekhaven 10 mrt - 1 mei .jpg

Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Lekhaven langs de Nieuwe Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.
Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Lekhaven langs de Nieuwe Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.

Nog wat verder richting zee ligt het meetpunt Lekhaven. De Nieuwe Maas en de verderop gelegen Nieuwe Waterweg zijn hier erg diep en de tegendruk, die het zoete rivierwater moet leveren, schiet al snel tekort.  Het zout water dringt daarom al vanaf een rivierafvoer van ca 3000 m3/s tot hier door. Vanaf een afvoer onder de 2000 m3/s wordt het water ook tijdens eb niet meer zoet en nog wat later wordt het water alsmaar zouter. Dit is een normaal verschijnsel zover westelijk in het havengebied en hier liggen dan ook geen innamepunten meer waar zoetwater ingelaten kan worden. De gebieden in het binnenland die zoetwater nodig hebben, krijgen hun water via alternatieve binnendijkse aanvoerroutes.

Beerenplaat 15 mrt - 1 mei.jpg

Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Beerenplaat langs de Oude Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.
Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Beerenplaat langs de Oude Maas. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.

Parallel aan de Nieuwe Maas ligt de Oude Maas en de situatie in beide rivieren lijkt op elkaar. De Oude Maas is echter wat minder diep dan het westelijk deel van de Nieuwe Maas en daarom lukt het hier, ondanks dat het punt dichter bij zee ligt, nog tot verder stroomafwaarts om het zoute water tegen te houden. Op 3 april is voor het eerst een zoutflux binnengedrongen; dit is tegelijkertijd met de eerste keer bij Brienenoord. 

De situatie lijkt verder veel op die bij Brienenoord: de gehaltes tijdens de hoogste pieken zijn ongeveer even hoog en bijna dagelijks zijn er pieken, maar er zijn hier ook nog vrij veel pieken die lager blijven en tijdens eb is de situatie ook wat gunstiger omdat het zoutgehalte in het water nog wel steeds terugzakt tot op de achtergrondwaarde van het Rijnwater. Een innamepunt op deze plek ligt dus wat gunstiger dan een punt dat bij Brienenoord ligt, maar ook hier is het passen en meten zodra de Rijnafvoer onder de 2000 m3/s zakt.

KIer 15 mrt - 1 mei.jpg

Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Kier 2 in het Haringvliet. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.
Verloop van het zoutgehalte (blauwe lijn) op het meetpunt Kier 2 in het Haringvliet. De rode lijn is het zoutgehalte van het Rijnwater zelf en de zwarte lijn geeft de Rijnafvoer weer in m3/s.

Het laatste punt ligt op een bijzondere plaats, in het Haringvliet, net voor de dam. Het meetpunt heet Kier 2 en is daar neergelegd om de effecten van de Kier te kunnen meten. Het is de bedoeling dat de Kier in de Haringvlietdam op termijn dagelijks open zal staan tijdens vloed en dan kan het westelijke deel van het Haringvliet zich ook deels met zoutwater vullen (de innamepunten die hier lagen, zijn daarom naar het oosten verplaatst). Voorlopig wordt de Kier alleen maar zo nu en dan open gezet om te bestuderen hoe het zoute water zich precies gedraagt en dat betekent dat de Kier in het afgelopen jaar nog maar enkele keren open is geweest. Door middel van de meetpunten (er liggen er een 15-tal) krijgt Rijkswaterstaat dan een goed beeld van hoe het zout zich bij een open Kier gedraagt en aan de hand van die kennis wordt over enkele jaren dan het precieze beheerregime van de Kier vastgesteld.

Zover is het nu nog niet en dit voorjaar heeft de Kier niet open gestaan en is er dus geen zout water het Haringvliet ingestroomd. In het verloop van het zoutgehalte zien we dat ook terug want dat is de hele meetperiode erg laag. Er is hier echter wel iets bijzonders te zien, want het water in dit deel van het Haringvliet is een groot deel van de tijd zelfs zoeter dan het Rijnwater.

Tot eind maart is het verschil nog niet zo groot, maar daarna loopt het verschil langzaam op en blijft het Haringvliet zoeter dan het Rijnwater zelf. Ik vermoed dat dit ermee te maken heeft dat vanaf dat moment de Haringvlietdam helemaal dicht is gegaan (voor die tijd stroomde er nog wel Rijnwater naar buiten). Vanaf het moment dat er geen Rijnwater meer naar buiten stroomt, stroomt het rivierwater nog wel door het oostelijk deel van het Haringvliet, maar gaat dan via het Spui naar het noorden en komt dan niet meer zo ver westelijk.

In het westelijk deel van het Haringvliet blijft dan wat 'ouder' water achter wat een lager zoutgehalte heeft. Alleen op 21 april neemt het zoutgehalte even wat toe. Er stond die dag een harde oostenwind en waarschijnlijk is er toen wat zouter Rijnwater naar het meetpunt geblazen. 

Inmiddels is de situatie gaan veranderen, want de Rijnafvoer neemt nu weer toe en ook is de wind gedraaid. Daarmee is een eind gekomen aan de ruim 6 weken lange bijzondere periode die het mogelijk maakte om de zoutindringing in het Benedenrivierengbied zo nauwkeurig te volgen.

 

Abonneren op