Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Overgang naar koeler weer met wat neerslag in de stroomgebieden, net voldoende voor heel lichte stijging
De grootste warmte wordt nu verdreven uit West-Europa en er viel vooral in Nederland in de nacht van zaterdag op zondag lokaal veel regen. In de stroomgebieden bleef het nog droog, maar komende dagen kan daar ook wat regen vallen, wat een beetje water op kan leveren voor de rivieren. Later in de week wordt het weer voor langere tijd droog en gaan de waterstanden opnieuw dalen naar zeer lage waarden. In het waterbericht leest u de details.
De afgelopen dagen daalde de Rijnafvoer bij Lobith voor het eerst dit jaar onder de 1000 m3/s. In de rubriek water inzicht laat ik zien hoe bijzonder dat is in deze tijd van het jaar, nu het laagwater seizoen feitelijk nog moet beginnen.
Water van de week
Aanhoudende droog onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren hogedrukgebied.
Het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor droog en extreem warm weer zorgde is naar het oosten weggetrokken. Daarna volgde een koufront, behorend bij een lagedrukgebied ten noordwesten van Schotland, dat van west naar oost over het land trok. Dit bracht op veel plaatsen zware buien met uitzonderlijk veel onweer en lokaal ook veel neerslag. Op veel plaatsen in Nederland is juni daarmee een erg natte maand geworden en dat zorgt voor enige verlichting bij het waterbeheer in Nederland, wat de komende tijd te stellen krijgt met zeer lage afvoeren van zowel de Maas als de Rijn.
Vandaag ligt het gebied met de extreme warmte nog boven Duitsland, maar ook daar wordt het vanaf morgen koeler. De overgang gaat er gepaard met buien en lokaal veel neerslag. De meeste regen lijkt voorbehouden voor het oostelijk deel van Duitsland en het stroomgebied van de Rijn komt er waarschijnlijk bekaaid vanaf. Met neerslaghoeveelheden tussen de 10 en 30 mm tijdens de eerste dagen van de komende week levert dat de Rijn hoogstens een heel klein beetje extra water op.
Vanaf donderdag komen we onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren-hogedrukgebied en net als de vorige keer vormt dat een paar dagen later een aparte kern van hogedruk boven onze omgeving. Dit hogedrukgebied houdt regengebieden op grote afstand en dat betekent dat het in de tweede helft van de week overal weer droog wordt. Dit droge weer zou, zoals het er nu naar uitziet, wel eens een week kunnen aanhouden. Pas vanaf ongeveer 9 of 10 juli zijn er voor het eerst weer neerslag signalen te zien op de kaarten van de weermodellen. Dat is geen goed nieuws voor de Rijn en de Maas die daardoor verder zullen dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage waterstanden.
Rijn weer even boven 1.000 m3/s, maar al snel er weer onder.
De droogte die in een groot deel van het stroomgebied van de Rijn al maandenlang aanhoudt, heeft ervoor gezorgd dat de waterstand is gedaald naar een voor de tijd van het jaar uitzonderlijk lage stand. De hele afgelopen week daalde het waterpeil met gemiddeld 7 cm per dag en kwam vandaag uit op 7,15 m NAP. De afvoer die aan het begin van de week nog ca 1.100 m3/s bedroeg daalde ca 150 m3/s en passeerde in de nacht van vrijdag op zaterdag de grens van 1.000 m3/s.
Dit gebeurde eerder in de meetreeks van de Rijn in deze tijd van het jaar pas twee keer: in 1934 en 1976. Vorig jaar was de afvoer eind juni ook laag maar toen werd de 1000 m3/s net niet gepasseerd en volgende een wat nattere maand juli waarin de afvoer kon stijgen tot buiten het bereik van laagwater. Dat gaat dit jaar niet gebeuren want dankzij de buien van komende dagen zal er later in de week wel wat extra water bij Lobith aankomen, maar het zal niet meer zijn dan de spreekwoordelijke druppels op een gloeiende plaat.
Mijn verwachting voor de komende dagen is een nog iets dalende stand tot circa 7,1 m NAP op dinsdag 30/6, daarna een paar dagen stabiel tussen 7,1 en 7,15 m NAP, om vanaf vrijdag iets te gaan stijgen naar circa 7,25 tot 7,35 m NAP op maandag 6/7. De afvoer die nu circa 960 m3/s bedraagt daalt eerst naar circa 920 m3/s, om daarna iets op te lopen naar circa 950 m3/s aan het eind van de week. In het weekend stijgt de afvoer nog iets verder tot net boven de 1.000 m3/s, maar meer dan 1.050 m3/s verwacht ik niet dat Het gaat worden.
Deze hoeveelheden zijn gebaseerd op de neerslag van de komende dagen vanuit de buien die boven het stroomgebied worden verwacht. Deze regen moet nog vallen en het kan natuurlijk altijd anders uitpakken, maar er zal zeker niet voldoende vallen voor een flinke stijging. De buiigheid duurt maar een paar dagen en vanaf het tweede helft van de komende week wordt het weer voor minimaal een week droog in het stroomgebied en daardoor zet vanaf 6 juli opnieuw een langere daling van de waterstanden in. Hoever die daling doorgaat is nu nog niet te zeggen, maar de kans lijkt aanzienlijk na het volgende weekend, rond 10 juli, de waterstand tot onder de 7 m NAP kan gaan zakken en de afvoer daalt tot onder de 900 m3/s.
Maasafvoer blijft langdurig onder de 50 m3/s.
Vorig weekend was er nog een korte opleving van de afvoer bij Maastricht als gevolg van zware buien die in het weekend in het Waalse deel van het Maasdal waren gevallen. Zoals gebruikelijk met regen dat op een verhard oppervlak valt, komt het meeste water meteen tot de afstroom en loopt de afvoer ook snel weer terug zodra het droog is. Dit zagen we ook terug in de afvoer bij Maastricht die na een piekje boven de 200 m3/s een dag later alweer rond een daggemiddelde van circa 50 m3/s was teruggezakt.
Bij gebrek aan nieuwe neerslag bleef de afvoer de hele week schommelen rond de 50 m3/s. De buien die gisteren boven Nederland vielen gingen aan de Ardennen voorbij en de Maas hoeft daarom niet opnieuw op extra water te rekenen. Misschien dat er vandaag of morgen nog een bui kan vallen met een lichte stijging tot gevolg, maar de verwachting voor de komende week is dat er vrijwel geen neerslag gaat vallen in de Ardennen of de rest van het stroomgebied. De afvoer zal dan langzaam blijven dalen en aan het eind van de week verwacht ik bij Maastricht een daggemiddelde afvoer van ca 40 m3/s. Ook na het volgend weekend houdt het droge weer waarschijnlijk nog wel een tijd aan en dan kan de afvoer nog wat verder gaan zakken, richting 30 tot 35 m3/s.
Water van de week
Rijnafvoer daalde voor het eerst dit jaar tot onder de 1000 m3/s; hoe bijzonder is dat.
Als de afvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt, is dat voor de Rijn altijd een belangrijke grens. Onder die afvoer ontstaan er steeds meer problemen om de watervoorziening van Nederland op orde te houden. Het goede nieuws is dat we het relatief goed geregeld hebben, met allerlei plaatsen waar water ingenomen kan worden voor direct gebruik en buffers voor later in de tijd. Maar als de afvoer in de zomer onder de 1.000 m3/s zakt dan begint het wel op steeds meer plekken te knellen.
Nu is een Rijnafvoer van 1.000 m3/s ook weer niet heel bijzonder want het komt gemiddeld genomen zo'n 17 dagen per jaar dat de afvoer onder dat niveau zakt. Bij Lobith is dat het moment dat de waterstand onder 7,28 m NAP zakt. Wat de situatie dit jaar vooral bijzonder maakt is het moment in het jaar dat het gebeurt; want zoals we in de grafiek hierna kunnen zien is het zeer uitzonderlijk als rond eind juni of begin juli de afvoer dit niveau bereikt. Aan de hand van de afvoerreeks van Lobith, die begint in 1901, heb ik in deze grafiek van dag tot dag de kans weergegeven dat de afvoer lager uitviel dan 1.000 m3/s.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.08.42.png

De grafiek laat zien dat in juni de kans daarop het kleinst is. Dat lijkt vreemd, want het is dan hoogzomer, maar dit heeft alles te maken met de aanvoer van smeltwater vanuit de Alpen die in mei en juni het grootst is en voorkomt dat er dan zeer lage afvoeren optreden. In de loop van de zomer neemt de hoeveelheid smeltwater af en daardoor neemt de kans op een lage afvoer gestaag toe. In juli is dat aan het eind van de maand circa 3%, wat betekent dat het dan op een bepaalde dag nog maar in ca 4 jaren (van de 125 jaar lange meetreeks) is gebeurd dat de afvoer zo laag was.
De hele nazomer en herfst neemt de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s van dag tot dag steeds verder toe tot bijna 20% begin november. Rond die tijd van het jaar gebeurt het dus gemiddeld in een op de 5 jaren dat de afvoer zo laag is en voor die tijd van het jaar is dat dus geen uitzonderlijke gebeurtenis. Voor het waterbeheer in Nederland is het dan ook niet zo'n groot probleem als de afvoer in oktober of november erg laag is. Het watergebruik is dan veel kleiner dan in de zomer en zelfs als de afvoer langdurig onder die waarde zakt, is er nog niet zoveel aan de hand.
Alleen voor de scheepvaart maakt de tijd van het jaar wel uit; die hebben er altijd last van als ze minder vracht mee kunnen nemen. Ook de natuur heeft te leiden, omdat bij lage afvoeren geulen en plassen in de uiterwaarden droogvallen en die zijn juist aangelegd om voldoende leefgebied te hebben voor het waterleven. De grafiek laat verder zien dat vanaf november de kans op een lage afvoer snel afneemt en deze lijn zet zich in de winter en het voorjaar door tot het laagste punt wat in juni valt.
De verwachting is dat lage afvoeren als gevolg van klimaatverandering in vooral het zomerhalfjaar steeds vaker zullen optreden en dit jaar lijkt daar een duidelijk voorbeeld van. Als we uitzoomen naar een wat langere periode dan blijkt er echter nog geen sprake te zijn van een trend naar vaker optredende lage afvoeren. De volgende grafiek laat dat zien, waarin ik de periode van vóór en na de klimaatverandering met elkaar heb vergeleken; de grens daarvoor heb ik bij 1980 gelegd.
Schermafbeelding 2026-06-28 om 11.09.19.png

Uit deze vergelijking blijkt dat in vrijwel in alle maanden van het jaar de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s tegenwoordig kleiner is dan vóór 1980; alleen in augustus is de kans toegenomen. In de andere zomermaanden juni en juli is er geen toename n is het nog steeds een zeldzame gebeurtenis. Waarschijnlijk gaat dit jaar er overigens wel voor zorgen dat de rode lijn in juli wat omhooggaat; want de verwachting is dat de afvoer in ieder geval tot medio juli onder de 1.000 m3/s blijft.
Buiten de zomer is de kans op een lage afvoer sinds 1980 een stuk kleiner geworden. In oktober en november is deze zelfs gehalveerd en komt het nu nog maar gemiddeld eens In de 10 jaar voor dat er 1.000 m3/s op een bepaalde dag wordt onderschreden. In de wintermaanden en het voorjaar is de kans op een lage afvoer zelfs bijna nul geworden.
Als we het hele jaar overzien, dan is het totaal aantal dagen in een jaar dat afvoer onder de 1000 m3/s is gezakt, in de afgelopen decennia een flink stuk afgenomen. Alleen in de 3 zomermaanden samen is ze tot nu toe gelijk gebleven. Het is zeer waarschijnlijk dat de kans in die maanden in de toekomst verder zal gaan toenemen, want het ziet er nu eenmaal niet goed uit voor de sneeuw in de Alpen in de komende jaren als de temperaturen zo snel blijven stijgen.
Wat de situatie dit jaar extra uitzonderlijk maakt is dat ook de afgelopen winter en het voorjaar in een groot deel van het stroomgebied al heel droog verliepen. Het is vooral daarom dat de afvoer dit jaar zo vroeg onder de 1.000 m3/s. Droge winters liggen niet in de lijn der verwachting bij verdere klimaatverandering. In een meer gewoon jaar zal er daarom voldoende neerslag in de winter en het voorjaar vallen om ook in de toekomst de kans op een afvoer van 1.000 m3/s in juni en juli beperkt te houden.
Maar voor augustus ziet het er minder gunstig uit, omdat de sneeuw in de Alpen naar verwachting nog eerder zal gaan smelten, waardoor de sneeuw- en watervoorraad in de Alpen die tijd van het jaar vaker zal zijn uitgeput. De kans is daarom groot dat met name in augustus het vaker zal gebeuren dat de afvoer onder 1.000 m3/s zal zakken. En dat is een maand midden in de zomer als de meeste gebruikers nog veel water nodig hebben. Die zullen zich daarom moeten gaan voorbereiden op langere perioden met minder wateraanvoer.
Laagwaterbericht 24 juni 2026
Een extra bericht vanwege de zeer lage waterstanden die momenteel in de rivieren en dan met name de Rijn optreden.
Het droge en zeer warme weer zorgt voor een verdere daling van de Rijn. Pas vanaf zondag aanstaande neemt de kans op buien in het stroomgebied toe, maar voorlopig ziet het er niet naar uit dat dat veel extra water op gaat leveren voor de rivieren. Pas op dinsdag 30/6 of woensdag 1/7 zou er wat meer regen kunnen vallen, wat de waterstanden bij Lobith een paar dagen later wat kan laten stijgen. Veel neerslag wordt in de rest van de volgende week echter niet verwacht, dus voorlopig zullen de zeer lage standen voor de tijd van het jaar aanhouden.
De waterstand bij Lobith is nu gedaald tot onder de 7,4 m NAP en de afvoer bedraagt nu nog ca 1.050 m3/s. De komende dagen verwacht ik een daling van dagelijks tussen de 5 en 10 cm naar een stand van ca 7,1 m NAP op zondag 28/6. De afvoer daalt iedere dag met zo'n 30 tot 40 m3/s en zal op vrijdag de 1.000 m3/s onderschrijden. Op zondag zal de afvoer circa 940 m3/s bedragen. Het gebeurde in het verleden slechts twee keer eerder dat de afvoer in deze tijd van het jaar zo laag was: in 1934 en 1976. In andere jaren met zeer lage afvoeren, zoals 2018 en 2022 werd de 1.000 m3/s ook onderschreden, maar gebeurde dat pas later in juli of augustus.
Vanaf zondag t/m woensdag 1 juli dalen de waterstanden langzaam nog wat verder naar ca 7,05 m NAP en een afvoer van ca 920 m3/s. Het ziet er nu niet naar uit dat de 7 m onderschreden gaat worden, want vanaf woensdag kan weer een lichte stijging inzetten als het extra water vanuit Duitsland arriveert. Op grond van de huidige neerslagverwachtingen kan de stand dan weer gaan stijgen, naar mogelijk 7,5 m NAP op 5 of 6 juli. De afvoer stijgt dan weer naar tussen de 1.050 en 1.100 m3/s.
Een verdere stijging lijkt er voorlopig nog niet in te zitten, omdat de tweede helft van de volgende week niet veel regen gaat brengen en een omslag naar een nattere periode lijkt nog niet in zicht. Langdurig droog lijkt het echter ook niet te gaan worden, omdat bijna dagelijks wel buien of kleinere neerslaggebieden in onze omgeving worden verwacht. Op dit moment is nog niet duidelijk of dat voldoende gaat zijn om de waterstand weer wat te alten stijgen.
De Maas is na de korte opleving van afgelopen weekend (die tot boven de 200 m3/s kwam) weer snel gezakt naar een afvoer van rond de 50 m3/s. Zeer laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem. In deze tijd van het jaar is een afvoer van 50 m3/s of minder al in zo'n 10 tot 15 jaren opgetreden sinds 1911. De laagste afvoer was in 1976, toen bij Maastricht de afvoer eind juni daalde tot ca 10 m3/s. Zover zal het nu niet komen, maar een verdere daling tot ca 40 m3/s in het begin van volgende week of nog wat lager is wel mogelijk.
Regen wordt in het stroomgebied van de Maas op zijn vroegst pas weer op zondag aanstaande verwacht, maar meer kans is er vanaf 30 juni. Dat levert dan waarschijnlijk slechts een beperkte stijging op tot misschien 75 m3/s.
Enige stijging door de buien van afgelopen dagen, maar al snel weer dalende waterstanden
De Rijn daalde de afgelopen week snel en de 1.000 m3/s kwam al in zicht, wat zeer uitzonderlijk is voor deze tijd van het jaar. De Maas daalde tot circa 50 m3/s, wat ook zeer laag is voor de maand juni. De buien van de afgelopen dagen zorgen nu even voor een kleine opleving, maar niet voor lang, want over enkele dagen zet de daling weer in naar nog lagere waterstanden. Pas vanaf het volgend weekend is er opnieuw kans op neerslag. Of dat de overgang brengt naar een periode met meer water voor de rivieren is nu nog niet te zeggen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht gaan we op zoek naar trends in de afvoeren vanuit de Alpen en wat we daar in Nederland voroal in de zomermaanden van merken.
Water van de week
voorlopig warm en droog, maar rond de maandwissel mogelijk een ander weertype.
Een hogedrukgebied boven de Noordzee houdt grotere neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaan op afstand en ondertussen bevinden we ons in zeer warme lucht. Daarin kunnen boven Frankrijk door sterk opstijgende lucht wel buien ontstaan, die dan in de avond en nacht over Nederland en het noorden van Duitsland trekken.
Deze buien brachten de afgelopen dagen op veel plaatsen in Nederland tientallen millimeters regen en daarmee is het neerslagtotaal voor de maand juni op veel plaatsen ruim boven het langjarig gemiddelde uitgekomen. Dat bedraagt zo’n 70 mm in juni en op veel plaatsen is het nu al uitgekomen tussen de 80 en 100 mm en soms nog meer. Het vochtgehalte in de bodem is daarom nog altijd redelijk op peil en ondanks de hitte zijn bermen en graslanden in ons land op de meeste plaatsen nog groen.
Zoals we ook eerder in deze maand al zagen zijn Nederland en de aangrenzende delen van Duitsland en België binnen de stroomgebieden wel een uitzondering als het gaat om de hoeveelheid neerslag. Met name in het zuiden van Duitsland en grote delen van Zwitserland is de afgelopen maand nog maar zo'n 10 tot 20 mm regen gevallen en omdat ook eerdere maanden daar droog verliepen, is de afvoer van de Rijn nu aangekomen op een voor de tijd van het jaar zeer laag niveau. Het stroomgebied van de Maas pikte de afgelopen weken nog wel zo nu en dan wat regen mee en daar staat de teller voor de neerslag nu op zo'n 40 tot 60 mm.
In de loop van de week verplaatst het hogedrukgebied zich naar het oosten en tegelijkertijd ontstaat er dan een lagedrukgebied boven de Golf van Biskaje dat langzaam naar het noorden opschuift. Vandaag, zondag, kan er boven Nederland en delen van Duitsland nog een bui ontstaan, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen. De rest van de week is de kans op buien nog veel kleiner en ook wordt het opnieuw zeer warm. Het land droogt dan snel uit en de rivieren hoeven voorlopig niet op extra water te rekenen.
Onder de invloed van het nabije hogedrukgebied blijft het vanaf maandag overal droog en pas vanaf komende zaterdag of zondag neemt de kans op neerslag in onze omgeving weer toe, als lagedrukgebieden dichterbij kunnen komen. Een lange natte periode lijkt het dan ook niet te gaan worden, omdat vanaf het begin van de week na het volgend weekend het Azoren hogedrukgebied opnieuw een poging doet om een uitloper te vormen tot over onze omgeving. Dat betekent opnieuw droge omstandigheden, maar op dit moment is uiteraard nog onzeker of het daarvan gaat komen en hoelang dat dan eventueel gaat duren. Een langere natte periode lijkt voorlopig echter niet in het verschiet.
Rijn stijgt iets, maar in de loop van de week weer dalend naar circa 7,1 m NAP (925 m3/s) aan eind vd maand.
Vanaf afgelopen maandag is de Rijn de hele week gedaald, met soms wel 10 cm per dag, naar een stand van 7,43 m NAP tijdens de afgelopen nacht. De afvoer bedroeg op dat moment 1.080 m3/s, net iets hoger dan de laagste waarde die eind mei werd bereikt. Vorige week was al voorzien dat de stand flink zou gaan dalen en dat ook de 1.000 m3/s binnen bereik zou komen. Het moment dat dat zou gebeuren hing er vooral van af of er buien zouden komen aan het eind van die week.
Die zijn er inderdaad gekomen en dat zorgt nu voor een lichte stijging van de waterstand en een uitstel van het bereiken van de 1.000 m3/s , maar het is niet meer dan een korte onderbreking in de verdere daling die voor de rest van de weke op de agenda staat. De stijging bedraagt namelijk niet meer dan ca. 10 cm zodat de stand op maandag weer even boven de 7,5 m NAP uit kan stijgen. Daarna volgt weer een daling van eerst circa 10 per dag, tot ca 7,35 m NAP op woensdag 24/6.
De daling wordt in het midden van de week even onderbroken door wat extra water dat uit het zuiden van het stroomgebied onderweg is, maar zet 2 dagen later weer in naar een stand van ca 7,1 m NAP op zondag 28 juni. De afvoer die morgen weer even boven de 1.100 m3/s uitstijgt zakt met gemiddeld zo'n 30 tot 40 m3/s en komt aan het eind van de week voor het eerst dit jaar onder de 1.000 m3/s uit. Een dergelijke afvoer is niet heel bijzonder (gemiddeld gebeurt het zo'n 20 dagen per jaar), maar het is wel vrijwel uniek dat het in deze tijd van het jaar gebeurt. Alleen in 1934 en 1976 is het eerder gebeurt dat de afvoer in de tweede helft van juni tot onder de 1000 m3/s zakte.
Na aanstaande vrijdag zet de daling verder door en in het begin van de week na het volgend weekend verwacht ik een stand tussen de 7,0 en 7,1 m NAP. De afvoer is dan gezakt tot tussen de 900 en 925 m3/s. Het is maar een keer eerder gebeurd dat de afvoer in deze tijd van het jaar nog lager was, dat was in 1976 toen de afvoer begin juli zelfs tot onder de 800 m3/s daalde.
Of dat dit jaar ook gaat gebeuren hangt af van de neerslag die nu voor het volgend weekend wordt verwacht. Als die inderdaad gaat vallen, dan zal de waterstand in de tweede helft van die week, dat is vanaf 1 juli, weer gaan stijgen. De kans is groot dat dit dan weer voor een afvoer zal zorgen van boven de 1.000 m3/s. Het belooft echter geen lange natte periode te worden, dus blijft de kans groot dat begin juli al snel weer een nieuwe daling zal inzetten. Maar dit is nog ver weg in de verwachting en mogelijk dat daar nog iets aan gaat veranderen; volgende week daarover meer.
Maas daalt de komende dagen weer tot onder de 100 en later 75 m3/s.
Vanwege het warme en droge weer aan het begin van de week daalde de Maas snel naar een afvoer tot net boven de 50 m3/s. Vanaf donderdag bereikten al de eerste buien het stroomgebied van de Maas en daardoor kon de afvoer weer iets stijgen. In de nacht van zaterdag op zondag volgde een veel uitgebreider neerslaggebied en dat leidde meteen tot een flinke stijging van de afvoer, tot zelfs boven de 250 m3/s bij Maastricht. Dit is een van de kenmerken van het stroomgebied van de Maas dat een paar flinke buien al snel tot een flinke stijging kunnen zorgen. Met name vanuit de sterk verstedelijkte gebieden in de Maasvallei wordt dan in korte tijd veel water naar de Maas afgevoerd. Meestal is zo een piekje ook weer snel voorbij zodra het enige tijd droog is in het stroomgebied.
Komende nacht kan er misschien nog een bui vallen, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen en vanaf maandag zet hoe dan ook een langere droge periode in, die tot het einde van de week gaat duren. De afvoer zakt dan weer snel tot onder de 75 m3/s en later in de week wordt waarschijnlijk de 50 m3/s weer bereikt. Vanaf dit weekend kunnen nieuwe buien het stroomgebied bereiken en volgens de huidige verwachting kan vooral op zondag en maandag aardig wat regen gaan vallen.
Dit is nog ver weg en het blijft natuurlijk even afwachten of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Het past echter wel in een patroon van de afgelopen maanden dat de droge perioden nooit heel lang duren zeker niet in het stroomgebied van de Maas. Mocht het inderdaad tot regen komen in het volgend weekend dan gaat de afvoer weer wat stijgen. Een langdurige natte periode met flink hogere afvoeren is echter niet te verwachten de komende tijd.
Water Inzicht
Wat merken we in Nederland van de door klimaatverandering veranderende waterstanden in de Bodensee.
In mijn bericht van vorige week liet ik zien hoe de waterstand van de Bodensee op dit moment historisch laag staat. Het smeltseizoen in de Alpen is nu bijna voorbij en gewoonlijk is dit het moment dat de Bodensee zijn hoogste peil bereikt. Dit jaar was dat hoogste peil echter in vergelijking met andere jaren uitzonderlijk laag. De oorzaak moeten verzoeken in het zeer droge voorjaar en de droge voorzomer die de Alpen op dit moment meemaken. Het enige water dat nu in de Bodensee aankomt vanuit de Alpen is smeltwater en bij gebrek aan regenwater is het aandeel daarvan onvoldoende voor een sterke stijging.
De komende twee weken blijft het ook droog in de Alpen en de verwachting is dat de stand van de Bodensee vanaf nu weer langzaam gaat dalen. Dat wil niet zeggen dat later In de zomer er alsnog in stijging kan komen. Met name in juli en augustus kunnen er soms periode zijn dat er veel buien vallen en ook daardoor kan de Bodensee alsnog gaan stijgen; maar voorlopig is daarvan nog geen sprake.
De meetreeks van de Bodensee is zonder onderbreking nu 200 jaar oud en daarom een interessante bron om analyses aan uit te voeren. In de reeks is er wel een onregelmatigheid en die ligt rond 1940 toen de drempel bij de uitstroom van de Bodensee deels is verlaagd. Het water kan er daardoor net wat makkelijker uit wegstromen en gegevens van voor 1940 zijn daarom niet zomaar te vergelijken met de gegevens van na die datum. Voor mijn analyse hierna baseer ik me daarom op de periode vanaf 1940.
In de grafiek hierna heb ik deze periode van circa 85 jaar opgedeeld in tweeën: de periode van voor 1980 en de periode van erna. Dat jaartal heb ik gekozen omdat dat gezien kan worden als het moment vanaf wanneer de klimaatverandering in een versnelling is gekomen. In de grafiek zien we duidelijke verschillen tussen de beide perioden: in de wintermaanden vanaf december tot en met maart is de waterstand in de laatste 40 jaar gemiddeld zo'n 10 cm hoger geweest dan voor die tijd en in de zomer is de stand juist lager. In april zijn de verschillen tussen de beide perioden klein maar vanaf mei is het gemiddelde over de recente periode duidelijk lager geworden dan in de periode daarvoor. Deze gemiddeld lagere standen houden aan tot in oktober, als de lijnen van de beide perioden weer naar elkaar toe lopen.
Schermafbeelding 2026-06-19 om 23.24.05.png

Deze verandering is een duidelijk gevolg van de hogere temperaturen die als gevolg van klimaatverandering tegenwoordig in de Alpen optreden. In de winter is het gemiddeld zo'n twee graden warmer dan vroeger en daardoor valt de regen tot op grotere hoogte dan voorheen. Meer regen in plaats van sneeuw betekent in de winter een grotere afvoer vanuit de Alpen naar de Bodensee, die daardoor gemiddeld een hogere stand aanneemt. Voor een deel kan de hogere stand ook veroorzaakt worden doordat de winters wat natter zijn geworden in de afgelopen 40 jaar.
De veranderingen vanaf mei zijn ook het gevolg van klimaatverandering. Omdat de sneeuwgrens hoger ligt is er minder smeltwater en dat zorgt voor minder smeltwater in die periode en een lagere waterstand in de Bodensee. Ook is de hoogste stand van de Bodensee enkele weken naar voren geschoven: die lag voorheen nog rond 1 juli, tegenwoordig is dat rond 20 juni. In de rest van de zomer zien we ook de gevolgen van de lagere waterstand in de Bodensee, omdat de piek tegenwoordig lager uitvalt en eerder wordt bereikt, blijft de afvoer vanuit het meer naar de Rijn de hele zomer een flink stuk lager.
Pas in oktober naderen de lijnen elkaar weer om de rest van het jaar dichtbij elkaar te blijven. In de grafiek heb ik ook het gemiddelde van de laatste 25 jaar weergegeven; de periode vanaf 2000 tot aan dit jaar. We zien in die lijn dat de neerwaartse trend zich voortzet en dat het moment dat in juni de hoogste waarde wordt bereikt nog wat verder naar voren is geschoven. Ook zijn de waterstanden in de winter verder gestegen. De trends zetten zich voort, wat ook goed te verklaren is, want het wordt steeds warmer.
In de zomermaanden is de afvoer vanuit de Bodensee naar de Rijn dus duidelijk afgenomen en in de winter is deze toegenomen. De belangrijkste oorzaak is het naar hogerop schuiven van de grens waarop zich in de winter een blijvend sneeuwdek kan vormen; wat weer het gevolg is van de hogere gemiddelde temperatuur in de winter. Daardoor wordt een minder groter deel van de gevallen neerslag niet meer eerst enkele maanden opgeslagen als sneeuw, maar stroomt dit water direct vanuit de bergen naar de rivieren, die het naar de Bodensee afvoeren.
In de grafiek hierna heb ik weergegeven wat we in Nederland merken van deze veranderingen in de Alpen. Ik heb hiervoor het 30-jarig gemiddelde van de afvoeren van dit moment (het jaar 2025) vergeleken met het 30-jarig gemiddelde uit het jaar 1980. Als we de grafiek van links naar rechts langslopen, dan zien we hoe van maand tot maand de gemiddelde afvoer is veranderd in deze periode voor zowel Konstanz als Lobith. In januari bijvoorbeeld is de afvoer vanuit de Bodensee met ca 30 m3/s toegenomen. In Lobith is die toename veel groter en het extra water dat vanuit de Bodensee afstroomt, draagt maar voor een klein deel (circa 5%) aan bij.
Schermafbeelding 2026-06-21 om 10.44.40.png

Ook in februari en maart is de afvoer van uit de Bodensee wat toegenomen maar ook dan is de toename bij Lobith vele malen groter. De afvoertoename van de Rijn bij Lobith in de wintermaanden moet dus een andere oorzaak hebben dan het feit dat er tegenwoordig meer regenwater vanuit de Alpen tot afstroom komt. Die oorzaak moeten we dus ergens ander in het stroomgebied zoeken, stroomafwaarts van de Bodensee. Als we de grafiek verder volgen, dan zien we dat ook in de maanden april tot en met juni de veranderingen van de afvoer vanuit de Bodenee niet van grote invloed zijn op de situatie bij Lobith. In juni is de afvoer bij Lobith gemiddeld zelfs iets toegenomen terwijl die vanuit de Alpen iets is afgenomen, maar het gaat hier om relatief kleine veranderingen.
Een veel duidelijker beeld komt naar voren in de maanden juli tot en met september. Dit zijn maanden waar we in de eerdere grafiek ook al zagen dat de afvoer vanuit de Bodensee tegenwoordig veel lager is. Gemiddeld bedraagt deze afname in juli en augustus ongeveer 85 m3/s en hiermee is een flink deel (35-50%) te verklaren van de afname die bij Lobith is opgetreden. Het water dat via de Bodensee loopt watert iets minder dan de helft van de Alpen af, die tot het stroomgebied van de Rijn behoren. We mogen ervan uit gaan dat in de andere helft de situatie vergelijkbaar zal zijn en dat betekent dat de afname van de Rijnafvoer bij Lobith in de zomermaanden voor een groot deel te verklaren is door de afname van de hoeveelheid smeltwater vanuit de Alpen.
Omdat het klimaat in de Alpen in de komende tijd naar alle waarschijnlijkheid verder zal opwarmen, zal deze trend zich zeer waarschijnlijk blijven voortzetten. Dat betekent dat in Nederland de Rijnafvoer in juli augustus en in wat mindere mate september verder zullen blijven afnemen. Dat hoeft niet meteen tot veel grotere problemen te leiden voor het watergebruik in Nederland. Gemiddeld genomen zijn de Rijnafvoeren in de zomermaanden namelijk nog relatief hoog. Zo bedraagt de juli-afvoer momenteel bij Lobith gemiddeld ca 1.900 m3/s en de augustus-afvoer ca 1.700 m3/s. Als daar de komende decennia nog eens 300 of 400 m3/s van af, dan gaat er nog steeds niet veel mis.
Maar dit is als we uitgaan van het gemiddelde en er zullen ook in de toekomst altijd jaren tussen zitten met een droge zomer of voorjaar (zoals dit jaar) en in die jaren kan de afvoer dan in de zomermaanden verder wegzakken dan we eerder in de meetreeks hebben meegemaakt. Zo zal bijvoorbeeld de 1.000 m3/s in deze maanden eerder en vaker worden onderschreden, terwijl dat vroeger een afvoer was die gewoonlijk pas in het najaar werd onderschreden. De kans dat al in de zomermaanden nog veel lagere afvoeren, van minder dan 800 of 700 m3/s, vaker zullen voorkomen, acht ik klein. Dergelijke lage standen komen vanouds alleen voor in het najaar, in oktober en november, in jaren met een heel lange droge periode.
Als we nogmaals naar de tabel hierboven kijken, dan zien we dat in oktober en november de afvoer vanuit de Bodensee in de afgelopen decennia juist is toegenomen. Hiervoor kunnen we ook de klimaatverandering aanwijzen als oorzaak. De temperaturen zijn namelijk tegenwoordig in het najaar hoger dan vroeger en het duurt daarom langer voordat er zich een sneeuwdek gaat vormen en daardoor valt in oktober en november een groter deel van de neerslag nog als regen en niet als sneeuw. De Alpen leveren in die maanden gemiddeld dus meer water aan de Rijn, wat de kans op het vaker optreden van extreem lage afvoeren in die periode verkleint.
Droog weer keert later in de week terug, dalende waterstanden, op termijn mogelijk extreem laag
In Nederland hebben we een natte week achter de rug, maar het einde van de nattigheid lijkt in zicht, want vanaf woensdag breekt een droger en warmer weertype aan. In de stroomgebieden viel niet zoveel regen en de waterstand in de rivieren is slechts een klein beetje opgetild in de afgelopen weken Met het droge weer dat nu aanbreekt, mogen we ervan uitgaan dat een daling volgt naar zeer lage waterstanden voor de tijd van het jaar. In het waterbericht leest hoever de waterstanden mogelijk gaan zakken.
In Water Inzicht een uitstap naar de Bodensee. Terwijl in Nederland in mei en juni regelmatig regen viel, bleef het verder naar het zuiden toe juist vaak droog. Dat heeft ook gevolgen voor het smeltseizoen in de Alpen, dat tot nu toe veel minder water heeft oplevert dan gewoonlijk. Dit laat zich goed aflezen aan de waterstand van de Bodensee, die dit jaar waarschijnlijk een historisch laag zomermaximum gaat bereiken.
Water van de Week
Na de wisselvalligheid, deze week weer meer invloed van hogedrukgebieden.
Ook de afgelopen week was het een komen en gaan van buien en neerslagzones boven Nederland. Sinds het begin van de maand is op veel plekken al zo'n 50 tot 90 mm regen gevallen en de kans is groot dat juni, net als mei, een relatief natte maand gaat worden. Alleen in het noordwesten van Nederland viel tot nu toe nog maar weinig regen in deze maand. Na de droge maand april die in heel het land droog verliep, is het in die regio droog gebleven, terwijl het in het grootste deel van het land juist veel natter weer.
De komende week komt er een einde aan het wisselvallige weer als hogedrukgebieden meer invloed krijgen op onze omgeving. Nederland was de laatste tijd een van de nattere delen binnen de stroomgebieden van Rijn en Maas, want niet ver ten zuiden van ons land viel al veel minder regen. Alleen de Middelgebergten vingen, zoals gewoonlijk, nog wel zo’n 30 mm op, maar in het grootste deel van het stroomgebied bleef het bij 10 tot 15 mm. Ook in de Zwitserse Alpen, meestal een regio waar veel neerslag kan vallen, bleef het afgelopen 10 dagen aan de droge kant. De rivieren ontvingen daarom maar mondjesmaat wat extra water.
Zoals ik hierboven schreef gaat er de komende dagen wel wat veranderen in het weerpatroon en nemen we in de tweede helft van de komende week afscheid van de wisselvalligheid. Het wordt ook aanmerkelijk warmer met temperaturen tot boven de 30 graden en mede daardoor neemt aan het eind van de week de kans op stevige onweersbuien toe.
De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een standvastig lagedrukgebied boven Scandinavië en een rug van hoge druk die vanaf IJsland naar Midden Frankrijk liep. Boven onze omgeving leverde dat een vrij koele (noord)westelijke stroming op waarin buien en neerslagzones overtrokken. De komende dagen trekt lagedrukgebied naar het oosten en breekt de rug van hoge druk op waardoor de een nieuw lagedrukgebiedje vanuit het zuidwesten over Nederland kan trekken. Dit is vrij plotseling in de weermodellen naar voren gekomen en het warme weer dat in het vooruitzicht was gesteld laat daardoor nog wat langer op zich wachten. Op dinsdag kan er daarom in Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland nog wat regen vallen, maar op de rivierafvoeren heeft dat weinig invloed.
In de tweede helft van de week komen we onder invloed van een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied, wordt het al snel warmer en het blijft dan een paar dagen droog. Vanaf vrijdag neemt dan de kans op stevige buien alweer toe, als de hoge druk zich even wat terugtrekt. Als het tot buien komt, lijkt de kans daarop voorlopig het grootst in een strook van Noord Frankrijk tot over Nederland. Het stroomgebied van de Rijn zou er dan grotendeels buiten vallen, maar dat kan in de loop van de week nog veranderen.
In het volgend weekend breidt het Azoren-hogedrukgebied zich opnieuw uit naar onze omgeving en ontstaat er bij de Britse eilanden een aparte kern. Het wordt dan voor langere tijd droog in Nederland en de stroomgebieden. Hoe lang dit droge weer aanhoudt is, zover vooruit, nog moeilijk te zeggen. Een mogelijke overgang naar weer natter dient zich op de weerkaarten echter echter al wel aan. Mogelijk ontstaat er namelijk een nieuw lagedrukgebied rond het midden van de week na volgend weekend (24-25 juni), dat via de Golf van Biskaje naar Frankrijk opdringt. Dergelijke weersystemen kunnen voor veel regen zorgen hebben we in het verleden gezien. Het is nu echter nog zover vooruit dat nog onzeker is welke koers dit lagedrukgebied gaat volgen en of het überhaupt de stroomgebieden wel weet te bereiken. Volgende week hierover meer.
Rijn nog even stabiel rond 7,75 m NAP, later dalend naar 7,25 m; afvoer naar onder 1.000 m3/s.
De Rijn afvoer gaat de komende week dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage standen. Op dit moment van het jaar hadden in het verleden alleen de jaren 2011 en vooral 1934 een zeer lage afvoer, met respectievelijk een laagste waarde van 1.150 m3/s en 900 m3/s. Iets later in de maand ging 1976 daar nog ruim onder met een afvoer van 780 m3/s. Zover gaat het voorlopig nog niet komen want ik verwacht nu over een dag of tien een afvoer van circa 975 m3/s.
Door de regen van de afgelopen weken in het stroomgebied is de Rijn wel iets gestegen naar een hoogste waarde van circa 7,9 m NAP (en een afvoer van 1.350 m3/s) aan het begin van de afgelopen week. Vorige week had ik nog iets meer water verwacht tot een stand net boven de 8 m, Maar de buiigheid leverde in het stroomgebied minder water op dan verwacht. Dit in tegenstelling tot Nederland waar op veel plekken juist meer regen viel dan vorige week nog werd verwacht.
Op zich is dat voor het waterbeheer gunstig, want in een situatie dat het allemaal wat natter is in ons land hebben we ook minder rivierwater nodig om alle gebruikers van voldoende water te voorzien. De enige die direct nadeel ondervinden van de lage waterstanden is uiteraard de binnenvaart, die met een beperkte vaardiepte te maken krijgt en dan minder lading kan meevoeren. Ook veel recent aangelegde nevengeulen langs de Waal en IJssel vallen al snel droog als de afvoer onder de circa 1.250 m3/s zakt; wat weer ongunstig is voor vissen en andere organismen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van deze geulen.
Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith 7,75 m NAP en de afvoer 1.250 m3/s. Uit het midden en zuiden van het stroomgebied is nog een klein beetje extra water onderweg en daarom gaat de waterstand eerst tot woensdag iets stijgen naar circa 7,8 m NAP. Vanaf donderdag verwacht ik een vrij snelle daling met zo'n 10 cm per dag naar een stand van ca 7,4 m NAP op maandag 22/6. De afvoer is dan gedaald naar ca 1.050 m3/s. De dagen daarna zet de daling vertraagd door met zo'n 3 tot 5 cm per dag en dat zou betekenen dat op woensdag 24/6 de 1.000 m3/s voor het eerst dit jaar wordt onderschreden. Een dergelijke afvoer wordt vaker onderschreden, maar gewoonlijk gebeurt dat pas in augustus of september. De dagen daarna zet die daling langzaam verder door naar ca 7,25 m NAP op 25/6.
In deze verwachting ben ik ervan uitgegaan dat de buien van komende vrijdag boven onze omgeving, niet of nauwelijks tot in Duitsland en Zwitserland door zullen dringen. Mocht dat wel het geval zijn dan kan de daling vanaf het weekend wat trager verlopen. De week na het volgend weekend lijkt echter geheel droog te gaan verlopen, dus ook als de daling even vertraagd, is de kans toch groot dat het later in die week alsnog tot zeer lage waterstanden gaat komen. Wat er op nog langere termijn gebeurt hangt onder andere af van het lagedrukgebied dat over een dag of 10 verwacht wordt boven Frankrijk. Als dat doortrekt naar de stroomgebieden, dan gaan de waterstanden vrijwel zeker weer wat stijgen, maar dat is op dit moment nog uiterst onzeker.
Maas daalt tot onder 75 m3/s, na volgend weekend naar 50 m3/s.
Het stroomgebied van de Maas ligt voor in groot deel noordelijker in Europa dan dat van de Rijn en de Maas profiteerde daarom meer van de buiigheid van de afgelopen week dan de Rijn. De Maas afvoer is met ca 75 tot 100 m3/s wel laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem. Er zijn jaren dat de afvoer nu al tot onder de 50 m3/s was gezakt. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld kreeg de Maas nog wat extra water te verwerken en steeg de afvoer op zaterdag weer even tot boven de 100 m3/s.
Vandaag en morgen verlopen droog zodat de afvoer weer daalt tot circa 75 m3/s. Voor het verdere verloop is in de eerste instantie komende dinsdag belangrijk, want dan trekt een klein lagedrukgebiedje over Nederland en mogelijk levert dat in de Ardennen ook nog aardig wat regen op zodat de afvoer bij Maastricht weer even tot boven de 100 m3/s kan stijgen. Woensdag en donderdag verlopen droog met weer een wat dalende afvoer.
Vrijdag wordt dan weer interessant want dan kunnen er forse buien ontstaan boven een deel van België en als ook de Ardennen binnen het bereik van de buien vallen dan kan dat voldoende water opleveren om de Maas nog wat verder te laten stijgen tot misschien wel even tot 150 of 200 m3/s. Een paar weken terug gebeurde dat ook en toen steeg de af voor zelfs korte tijd tot boven de 400 m3/s.
Na het volgend weekend breekt een langere droge periode aan en dan gaan de afvoer zeker weer dalen naar onder de 75 en Omdat het dan ook vrij warm is is de kans groot dat later in die week ook de 50 m3/s wordt onderschreden. Net zoals we bij de Rijn zagen, is dit geen zeer uitzonderlijk lage afvoer maar wel voor deze tijd van het jaar.
Water Inzicht
Waterstand van de Bodensee als graadmeter voor verloop smeltseizoen in de Alpen
Mei en juni zijn vanouds de maanden dat de meeste sneeuw uit de voorgaande winter smelt hogerop in de Alpen; water dat een belangrijke bron is voor de Rijn in deze maanden. Maar ook de rest van de zomer profiteert de Rijn, omdat een groot deel van het smeltwater eerst in de grote Zwitserse Meren wordt opgeslagen. De Bodensee beslaat van het totale oppervlak van de meren ongeveer de helft en het peilverloop van dit meer is daardoor een goede maatstaf voor wat er bovenstrooms in de Alpen gebeurt.
Het peil in de Bodensee wordt ook niet gestuurd met stuwen of sluizen; er ligt een natuurlijke drempel in de uitmonding van het meer bij Konstanz, die het waterpeil stuurt. De meetreeks bij Konstanz loopt al vanaf 1 juli 1826 en is dus op 2 weken na 200 jaar oud. Veel reden voor een feestje is er dit jaar niet want juist nu laat de waterstand een dramatisch verloop zien. In de grafiek hieronder heb ik alle waterstanden van de afgelopen 200 jaar weergegeven.
Hele meetreeks Bodensee bij Konstanz.jpg

Het jaarverloop is vrijwel zonder uitzondering vrijwel ieder jaar hetzelfde, met lage standen in de wintermaanden - als de neerslag in de Alpen als sneeuw wordt vastgelegd - en hoge standen in de zomermaanden, als de sneeuw smelt en de neerslag als regen valt. Het gemiddelde van al deze jaren is met een zwarte streepjes lijn weergegeven. De afvoer (aan de rechterkant van de grafiek) loopt gemiddeld van ca 220 m3/s in januari op naar ca 650 m3/s rond 1 juli. Voor Lobith betekent dit, dat in januari gemiddeld slechts 7% van het water via de Bodensee loopt en in juli ca 30%. Samen met de andere Zwitserse meren betekent dit, dat in juli ca 60% van het Rijnwater dat Nederland bereikt, via de meren loopt.
De grafiek laat ook zien dat er van jaar tot jaar flinke verschillen zijn, met pieken tot boven de 1.000 m3/s. De meeste van die jaren liggen in het verre verleden, op 1999 na, een El Niño winter, toen door een combinatie van veel sneeuw en regen de op een na hoogste stand uit de meetreeks werd opgetekend. Bij de lage winterstanden zien we ook enkele jaren uit het verre verleden en één recente (2006). Dit waren stuk voor stuk droge winters en, vooral vroeger, ook zeer koude winters, waarin de afvoer terugliep tot minder dan 150 m3/s.
Rechts in de grafiek zien we ook uitschieters naar beneden, zoals 1947 en 2003; beide jaren met een lange droge zomer. Wat opvalt is dat het meest recente zeer droge jaar 2018; ik kom daar later in het bericht op terug. Het huidige jaar is in rood weergegeven en het ziet er naar uit dat dit jaar rond 1 juli waarschijnlijk de laagste stand van het smeltseizoen ooit gaat bereiken. Toch lag er dit jaar aan het eind van het winterseizoen nog wel een redelijk sneeuwdek in de Alpen en toen dat deze sneeuw vanaf half april is gaan smelten, is de stand ook iets gaan stijgen.
Die stijging is echter veel geringer dan in andere jaren, doordat er sindsdien veel minder regen is gevallen. Het aandeel regen, dat in de voorzomer ook altijd toeneemt, ontbreekt dit jaar. Daarbij was het vaak zonnig en warm in de Alpen, waardoor ook veel sneeuw is verdampt en dus geen smeltwater is geworden. De komende weken zien er ook niet gunstig uit, want het wordt opnieuw warm en het blijft voorlopig droog. In de volgende grafiek heb ik de periode waarin we ons nu bevinden uitvergroot, zodat de jaren uit de meetreeks met een lage stand in de periode dat normaal de piek wordt bereikt, beter zichtbaar worden. Deze lijnen zijn ingekleurd en het jaartal is erbij aangegeven.
20 jaren met een lage afvoer in juni.jpg

In totaal zijn dat er 20, met ieder een eigen verloop en daar hoort steeds een verhaal bij, dat ik kort zal proberen te duiden. In de 19e eeuw waren er 4 jaren met een zeer lage zomerstand. Een daarvan, 1865 (de brede groene lijn), had eind juni ook een zeer lage waterstand. In dat jaar was het voorjaar en de zomer erg droog en dat leverde een bijzonder verloop op: met een nog vrij hoge stand in mei (er lag namelijk wel veel sneeuw in de Alpen) en ook weer een oplopende stand in juli, toen het weer omsloeg en het natter werd; maar net op het moment dat de stand het hoogste had moeten zijn was hij dus extreem laag. Er zijn nog een aantal jaren uit het verre verleden (1832, 1854 en 1893), maar dit waren koude jaren waarin het smeltseizoen vrij laat op gang kwam en de stand uiteindelijk later in juli nog wel veel verder op zou lopen.
Uit de eerste helft van de 20e eeuw komen we alleen het jaar 1934 tegen, dat ook een droog voorjaar had, met rond deze tijd van het jaar een zeer lage stand. Maar uiteindelijk zou ook dit jaar vanaf half juni verder gaan stijgen. Het is dus geen wet van Meden en Perzen dat de stand na 1 juli altijd gaat dalen; als er voldoende regen valt blijft een stijging mogelijk. Er is dus nog hoop voor dit jaar.
Wat opvalt is dat de droge jaren uit de ’40-er jaren van de 20e eeuw er niet tussen staan. In die jaren was er in de winter wel genoeg sneeuw en voldoende smeltwater met een niet bijzonder stand in de Bodensee rond 1 juli. Het zou in die jaren vooral in de zomer en het najaar langdurig droog zijn, met zeer lage standen aan het eind van het najaar; een beetje zoals recent het jaar 2018.
Een andere periode met vaak lage Rijnafvoeren waren de 70-er jaren van de vorige eeuw met o.a. 1972 en het roemruchte jaar 1976. 1972 volgde het patroon van 1934, met een zeer lage stand in de Bodensee begin juni en voldoende regen in juli voor een stijging tot buiten het bereik van deze grafiek. In 1976 (de brede oranje lijn) was dat anders: het voorjaar was zeer droog en ondanks een korte wat nattere periode begin juni, die samenviel met wat meer smeltwater, volgde vanaf 5 juni een lange droge periode die de Bodensee snel liet zakken naar een wekenlange periode met (tot nu toe) de laagste stand sinds het begin van de metingen. Het was in die tijd dat ook de Rijn in Nederland de tot nu toe laagste juli-afvoer bereikte van 780 m3/s.
Na de droge jaren 70 volgden de natte 80-er jaren van de vorige eeuw, met zomers die vaak erg nat waren en die zien we in deze grafiek daarom niet terug. Vanaf 1991 keren de droge voorjaren en zomers weer terug en vooral 1996 valt op als een jaar met weinig smeltwater (de winter verliep toen erg droog) en een lage stand in juni. Maar net als we eerder zagen bij 1972 viel er vanaf juli toch voldoende regen om de Bodensee alsnog te laten stijgen. 1991 en 1998 hadden ook een lage stand in het voorjaar, maar toen was er wel voldoende smeltwater en regen om de stand al vroeg in de zomer voldoende te laten stijgen.
Terugkijkend over al deze jaren zien we een soort van patroon: dat de jaren met een lage afvoer in de voorzomer maar zelden ook een lage afvoer in het najaar hebben. Tegelijkertijd hebben de jaren met een lage nazomerafvoer meestal eerder geen lage voorjaarsafvoer gehad. Tot deze laatste categorie hoorde eerder al 1949 en 1964 en vanaf het jaar 2000 zien we nog 3 jaren (2003, 2005 en 2007) die pas later in de zomer naar zeer lage waarden daalden. En ook het recente jaar 2018 past in dit rijtje (weergegeven met een streepjeslijn). In dat jaar was de voorzomer nog vrij nat verlopen en de buffer in de Bodensee aan het begin van de droge periode dus goed gevuld. Ook in de andere jaren met een lage nazomerstand had de Bodensee steeds aan het begin van die zomer nog een ongeveer gemiddelde stand.
Er zijn in de grafiek nog een paar recente jaren niet besproken, maar die volgden ook steeds een van beide scenario’s. Zoals het jaar 2011, met een lage voorjaarsafvoer en rond medio juni zelfs de laagste stand uit de meetreeks, maar ook weer geen lage najaarsafvoer. En het recente jaar 2022 dat weer tegengesteld was aan 2011, met juist een hogere voorjaarsstand en een lage nazomerstand; dus vergelijkbaar met 2018. Als we deze jaren met een lage afvoer nog eens op een rij zetten dan valt nog iets op, de laatste 20 tot 25 jaar is er een sterke toename: in de 19e eeuw waren het er 4 (ca 5% van het aantal jaren), in de 20e eeuw 8 (8%) en in de 21e eeuw tot nu toe al 9 (35%). In een volgend bericht zal ik meer aandacht besteden aan deze trend.
Het jaar 2025 (de dikke bruine lijn) lijkt aanvankelijk wat op 1976, met een zeer lage voorjaarsafvoer, een korte piek rond medio juni en daarna weer dalend. Maar die daling zou niet zo lang aanhouden als in 1976 en uiteindelijk steeg de afvoer eind juli naar buiten het bereik van de zeer lage afvoeren. De enige uitzondering tot nu toe op dit patroon van - voorzomer laag en nazomer hoog of voorzomer hoog en nazomer laag - is 1976. De grote vraag nu is wat het huidige jaar gaat doen. De droge winter leek op die van 1996, het droge voorjaar op dat van 2011, beide jaren waarin de stand later in de nazomer niet extreem laag werd.
Maar dit jaar volgt uiteraard zijn eigen koers. Het zomermaximum van smeltwater en (een beetje) regen lijken we gepasseerd te zijn en inmiddels is de daling ingezet. De afvoer bleef daardoor ruim 300 m3/s dan gemiddeld en samen met de andere helft van de Alpen zal dat minstens het dubbele geweest zijn. Omgerekend naar de waterstand bij Lobith scheelt dat bijna 1 meter water. Als de droogte nog meer dan 2 tot 3 weken aanhoudt, dan zakt de stand begin juli tot onder die van 1976 en wordt het een historische zomer. Maar het is ook niet uit te sluiten dat het weer in juli omslaat. De hoogzomer is gewoonlijk een periode met veel buien in de Alpen en zo'n weersomslag is er ook vaak gebeurt in jaren met een lage smeltwaterpiek in juni. Over een paar weken weten we waar het dit jaar op uitdraait.
Komende week nog wat buien en licht stijgende waterstanden
De waterstanden van Rijn en Maas zijn de afgelopen tijd gestegen, maar op een uitschieter na bij de Maas is de stijging tot nu toe beperkt. De standen zijn daarom nog erg laag voor de tijd van het jaar en mocht er een wat langere droge periode aanbreken dan is er al snel kans op opnieuw extreem laagwater. Maar als het buiige weer aanhoudt blijven we net buiten dat bereik. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht grafieken van het jaarverloop van Rijn en Maas van dit jaar in vergelijking met de voorgaande twee jaren.
Water van de week
Lagedrukgebied houdt wat langer stand dan eerder verwacht
Het weer voor de komende week pakt anders uit dan vorig weekend werd voorzien. De uitloper van een hogedrukgebied vanaf de Azoren richting Centraal-Europa komt minder goed uit de verf dan eerder werd verwacht. Dit betekent dat een groot lagedrukgebied, dat nu boven het zeegebied ligt tussen IJsland en Schotland, meer invloed houdt op het weer in onze omgeving tijdens de komende dagen.
In de tweede helft van de week verschuift het lagedrukgebied in de richting van Scandinavië en dan zou zich alsnog een rug van hoge druk kunnen ontwikkelen. Deze rug kan dan meer boven onze omgeving tot stand komen en verschuift mogelijk later in de richting van de Britse eilanden. Voor het weer in onze omgeving betekent dit, dat het vanaf het eind van de komende week voor wat langere tijd droog zal gaan worden. Tot die tijd ondervinden we de invloed van het lagedrukgebied en hebben we zo nu en dan te maken met regengebieden die overtrekken.
Dit buiige weer levert vanaf aanstaande dinsdag tot en met vrijdag nogmaals flink wat regen op in Nederland: 20 mm in het zuiden tot 40 mm in het noorden. In de stroomgebieden valt de meeste regen ook in het noordelijk deel, met 20 tot 30 mm in de noordelijke helft van Duitsland en 15 tot 20 mm in de Ardennen. In het zuiden van Duitsland blijft het zo goed als droog, maar hogerop in de Alpen kan weer wel zo’n 20 tot 30 mm regen vallen.
Deze natte periode is zo goed als zeker, maar dat het vanaf donderdag droog wordt is nog geen gelopen race. Tegen die tijd verschijnt er boven de noordelijke Atlantische Oceaan namelijk opnieuw een lagedrukgebied en er is een kans dat dit weersysteem net als zijn voorganger wat verder naar het oosten door weten te dringen. Als dat gebeurt, verhindert dit de uitbouw van de rug van hoge druk boven onze omgeving en houdt het onstabiele weer langer aan en daarmee de neerslagkansen. Maar ook als de rug van hogedruk zich wel ontwikkelt hoeft dat nog geen droog weer te betekenen want in die verwachting ontwikkelt zich mogelijk boven Oost-Europa een vlak lagedrukgebied met daaromheen flinke neerslaghoeveelheden.
Op dit moment is de kans het grootst dat de rug van hoge druk zich boven onze omgeving wel ontwikkelt en we langer met droog weer te maken krijgen. Daar ben ik ook in de waterverwachting hieronder vanuitgegaan. Maar omdat het nog zo'n 4 tot 5 dagen vooruit is, zou de weersverwachting later in de week nog kunnen veranderen naar een natter scenario, met of regen vanuit het westen of uit het oosten.
Rijn stijgt tot iets boven 8 m NAP; vanaf komend weekend weer langzaam dalend.
Na de extreem lage stand van circa 7,35 m NAP eind mei is de waterstand in de afgelopen week zo'n 50 cm gestegen. De afvoer ging daarbij omhoog van ca 1.050 m3/s naar ca 1.300 m3/s. Er is nog met meer water onderweg, waardoor morgen de stand net boven de 8 m NAP uit zal komen en de afvoer naar ca. 1.350 m3/s stijgt. Op dinsdag daalt de stand waarschijnlijk iets maar vanaf woensdag volgt weer een lichte stijging vanwege de regen die de komende dagen in het noorden van het stroomgebied valt. Dit levert op donderdag bij Lobith een waterstand op van misschien net 8,1 m NAP en een afvoer van ca 1.400 m3/s. Dit is nog steeeds erg weinig voor de tijd van het jaar want het langjarig gemiddelde bedraagt ongeveer 2.200 m3/s.
Het jaarverloop van 2026 is daarmee sinds kort iets boven de allerlaagste afvoeren uitgekomen die ooit in deze tijd van het jaar zijn voorgekomen. Die bedragen namelijk ongeveer 1.000 m3/s. Omdat na donderdag een wat langere droge periode aanbreekt, gaat de waterstand dan ook weer dalen. Maar omdat er ook vanuit de Alpen nog wat extra water onderweg is, verloopt die daling niet zo heel snel en duurt het tot na het weekend voordat de waterstand onder de 7,9 m NAP zal zijn gezakt.
Daarna zakt de waterstand wat sneller en rond 18 mei verwacht ik een stand van ongeveer 7,75 m NAP en een afvoer van ca 1.225 m3/s. Of het werkelijk zo laag wordt is echter nog de vraag want er is ook een kansje dat het vanaf komend weekend toch wat natter blijft in de stroomgebieden en in dat geval zou de stand wat minder ver kunnen uitzakken. Volgende week hierover meer.
Maasafvoer blijft laag rond 100 m3/s.
Vorig weekend was er een plotselinge afvoerpiek in de Maas als gevolg van extreme regen in de omgeving van Namen in het midden van Wallonië. Het zorgde voor enkele pieken in de Maas bij Maastricht van circa 400 m3/s. In tegenstelling tot mijn verwachting van vorige week, dat er nog wel wat meer water onderweg zou zijn aangevuld met extra neerslag, zakte de afvoer toch relatief snel in afgelopen week. In het midden van de week daalde de afvoer namelijk alweer tot onder de 100 m3/s en de opleving door regen op donderdag bedroeg ook niet meer dan enkele tientallen m3/s.
De komende dagen herhaalt dit patroon zich als er enkele dagen zijn waarin de buienactiviteit wat toeneemt. De grootste kans hierop is er op dinsdag en vrijdag, als er tot ca 10 mm regen in de Ardennen wordt verwacht. De stijging zal beperkt zijn en ik verwacht dat de afvoer de hele week zo rond de 100 m3/s zal blijven schommelen. Vanaf het komend weekend volgen enkele droge dagen en het is dan afhankelijk van de positie van een rug van hoge druk boven West-Europa of dit droge weer langer aanhoudt.
Mocht dat zo zijn dan gaat de afvoer na het komend weekend omlaag naar rond de 75 m3/s. Maar Misschien houdt het onstabiele buien geweer nog wat langer aan en blijft de afvoer schommelen rond het huidige niveau. Een periode met veel neerslag en stijgende waterstanden hoeven we in ieder geval niet te verwachten.
Water Inzicht
Hoe verloopt de afvoer van Rijn en Maas tot nu toe dit jaar
De winter verliep grotendeels droog in de stroomgebieden, op een natte periode na in de tweede helft van februari die uitmondde in een kleine hoogwatergolf. Daarna werd het opnieuw droog en vooral in de maand april viel er vrijwel geen regen. Dat zorgde voor sterk dalende waterstanden en ook al viel er in mei en de eerste dagen van juni wel zo nu en dan regen, dit was nog onvoldoende om de rivieren weer naar meer gemiddelde afvoeren te laten stijgen.
De volgende twee grafieken laten het afvoerverloop van dit jaar tot nu toe zien voor eerst de Rijn en later de Maas. Ter vergelijking heb ik ook het verloop van 2024, met een erg natte winter en voorjaar, en 2025, met een normale winter en zeer droog voorjaar, in de grafieken weergegeven. In de grafiek zijn ook het verloop van de hoogste en laagste dagafvoer weergegeven en de gemiddelde afvoer.
Schermafbeelding 2026-06-07 om 18.09.32.png

De Rijn begon dit jaar met een erg lage afvoer in januari en pas in februari was er voor het eerst sprake van een hoogwatergolfje. Veel stelde het niet voor en alleen lagere delen van de uiterwaarden overstroomden. Vanaf begin maart werd het al meteen relatief droog in het stroomgebied en in april virl bijna geen druppel. Net als vorig jaar daalde de afvoer snel naar voor de tijd van het jaar zeer lage waarden. Afgelopen weken was er een heel licht herstel, maar de lijn van 2026 in de grafiek bevindt zich nog steeds erg dicht bij de laagste afvoer ooit voor deze tijd van het jaar.
Vorig jaar gebeurde dat ook op vrijwel hetzelfde moment. Toen herstelde de afvoer zich begin juni en ook na de volgende perioden met een lage afvoer (in juli en eind augustus) wist de afvoer toch steeds weer een stijgende lijn te hervinden. Zo werd de afvoer in 2025 nooit extreem laag.
Hoe anders verliep het begin van 2024 met bijna 10 hoogwatergolven en -golfjes. De winter van 23/24 was ook verreweg de natste winter ooit in het stroomgebied. Wat opvalt is dat dit zich niet vertaalde in extreem hoogwater, maar vooral in het vaak optreden van min of meer gemiddelde hoogwatergolven. Een patroon dat we de laatste decennia vaker hebben gezien. Pas in augustus 2024 zakte de afvoer enige tijd onder het langjarig gemiddelde, iets wat in het huidige jaar, op circa 2 weken na in februari, aan een stuk door het geval is geweest.
Schermafbeelding 2026-06-07 om 18.44.56.png

Het verloop van de Maasafvoer laat dit jaar laat een zelfde patroon zien als dat van de Rijn, al waren er hier, na ook een zeer lage start, wel wat meer kleine golfjes. De hoogwatergolf in februari was niet bijzonder hoog. Vanaf half maart werd het langdurig droog en daalde de afvoer tot onder de 100 m3/s en daarmee erg dicht bij de laagste waarden die in het voorjaar ooit werden bereikt. Vanaf half mei zijn er weer wat kleine oplevingen.
Het verloop van dit jaar lijkt wel wat op dat van vorig jaar tot op deze datum. In de winter was er in januari 2025 wel een opvallend hoge afvoerpiek, die gemiddeld maar eens in de 3 tot 4 jaar voorkomt. De dalende lijn begon toen een maand eerder dan dit jaar, maar het lichte herstel begon ook een maand eerder. Vanaf juni bleef de afvoer dicht boven de laagste waarde ooit, maar het was ook nooit langdurig droog, waardoor er vaak kleine oplevingen waren die de stand weg hielden bij extreem laagwater.
Het jaar 2024 was bij de Maas ook van een andere orde. Het was erg nat in het stroomgebied en het kwam vaak tot hoogwater, al bleven extremen uit, net zoals bij de Rijn. De natte perioden werden afgewisseld door droge weken en dan daalde de Maas steeds snel naar waarden onder het langjarig gemiddelde. Maar het zou het hele jaar door (vrij) nat blijven en de afvoer steeg keer op keer weer tot boven het gemiddelde. In oktober was er een bijzonder hoogwater als gevolg van een voormalige tropische cycloon die over het stroomgebied trok. Het leverde toen en voor die maand uitzonderlijk hoge afvoer op.