U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Droogte houdt nog circa 10 dagen aan

Al ruim 3 weken is er weinig neerslag gevallen in de stroomgebieden van Rijn en Maas en ook de komende week tot 10 dagen vooruit wordt vrijwel niets verwacht. De verwachting voor de waterstanden in de rivieren is daarom vrij snel te maken: deze zullen blijven dalen tot in ieder geval rond medio maart. In dit waterbericht leest u meer in detail hoe de waterstanden zich zullen ontwikkelen. 

Of maart als geheel een droge maand gaat worden is nog even afwachten, want vanaf 10 maart zou het weer kunnen omslaan. Een droge maartmaand zou niet zo gunstig zijn voor de opbouw van de grondwatervoorraad. Tot nu toe liep de opbouw van het grondwater deze winter ongeveer volgens het normale patroon, maar regen in maart is wel nodig om de voorraad nog wat verder aan te vullen. In de rubriek Water Inzicht sta ik stil bij hoe het grondwater er nu voor staat.

water van de week

Hoge druk domineert 

Na de sneeuw van 7 en 8 februari is er bijna geen neerslag meer gevallen en op het smeltwater na dat vanaf 15 februari beschikbara kwam hebben de rivieren vrijwel geen water ontvangen. Hogedrukgebieden zijn sindsdien het weer in de stroomgebieden gaan bepalen en het ziet er naar uit dat dat voorlopig nog wel even zo blijft.

Het huidige hogedrukgebied is erg sterk met een kerndruk van bijna 1040 Hpa. Eerst lag de kern boven Midden Europa en dat zorgde bij ons voor een warme zuidenwind. Daarna verplaatste de kern zich naar de Britse eilanden, waardoor de wind vanuit het koelere noordwesten ging waaien. Inmiddels ligt het hogedrukgebied boven Nederland en is de wind bijna weggevallen. Alleen op donderdag, tijdens de verplaatsing van centraal Europa naar Engeland, kon een klein regengebiedje tot de stroomgebieden door dringen.

De komende week zien we een herhaling van zetten. Het hogedrukgebied verschuift weer wat, eerst richting IJsland, en dan kan opnieuw een klein regengebiedje wat dichterbij komen. Mogelijk brengt dit op vrijdag wat neerslag, maar geen grote hoeveelheden. Daarna keert het hogedrukgebied weer terug naar onze omgeving, waarmee weer stevig in het zadel terugkeert.

Pas vanaf 10 maart is nu het vooruitzicht dat het hogedrukgebied zich richting de Azoren terug trekt. Als dat uitkomt zou dat de weg vrij maken voor lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan naar Europa kunnen bewegen. Dat zou dan betekenen dat het na 10 maart ook natter gaat worden en de waterstanden in de rivieren enkele dagen daarna ook weer kunnen gaan stijgen. Het is echter nog ver weg in de tijd en het kan ook nog anders aflopen, want de laatste jaren is de invloed van hogedrukgebieden boven de stroomgebieden vaak opvallend standvastig geweest. 

Rijn blijft dalen; vanaf volgend weekend tot onder de 9 m+NAP

Sinds de passage van de hoogwatergolf op 8 februari is de waterstand van de Rijn gestaag gedaald. In het begin van de afgelopen week liep de snelheid even wat terug omdat er wat smeltwater passeeerde, maar sinds 22 februari verloopt de daling weer wat sneller. De waterstand is inmiddels tot onder de 9,5 m gezakt, 4 m lager dan tijdens de piek, en de afvoer bedraagt nu nog slechts 2250 m3/s, wat nog maar 30% is van de hoeveelheid tijdens de piek. 

Voorlopig zet de daling nog door. Dagelijks gaat er bij Lobith zo'n 5 tot 10 cm van de stand af en in of net na het volgend weekend zal de 9 m bij Lobith weer onderschreden worden. De afvoer neemt nu af met zo'n 50 m3 per dag. Op 5 en 6 maart kan een klein beetje regen vallen in Zuid Duitsland en Zwitserland, maar dat zorgt hoogstens voor een korte vertraging in de daling rond 10 maart. 

Het ziet er daarom naar uit dat de daling nog wel door kan gaan tot tussen 12 en 15 maart, de stand zal dan tot tussen de 8,5 en 8,75 m +NAP zijn gedaald en de afvoer tot tussen de 1600 en 1800 m3/s. Het hangt van de activiteit van de eventuele neerslag rond 10 maart af, of en hoe ver de stand daarna weer kan gaan stijgen. Omdat er in de Middelgebergten (tot een hoogte van ca 1500 m) helemaal geen sneeuw meer aanwezig is, is het onwaarschijnlijk dat er in de loop van maart nog een grotere hoogwatergolf zal ontstaan. Of er zou na 10 maart heel veel neerslag moeten gaan vallen, maar daar ziet het voorlopig niet naar uit.

Daling Maas zet gestaag door

Ook het stroomgebied van de Maas stroomt langzaam leeg. De grote hoeveelheid regen en sneeuw die in de tweede helft van januari en de eerste dagen van februari is gevallen, is inmiddels echter al weer bijna afgevoerd en de afvoer bij Maastricht is nu bijna stabiel geworden rond een waarde van ca 250 m3/s. 

De komende 10 dagen zal die afvoer heel langzaam verder blijven dalen, want er is geen regen in het vooruitzicht en ook ligt er nergen smeer sneeuw in de Ardennen. Rond 10 maart verwacht ik dat de afvoer rond 200 m3/s zal zijn uitgekomen. Pas daarna wordt voor het eerst weer regen verwacht, maar hoeveel er valt, is nu nog niet te zeggen en daarom is ook nog onduidelijk of en hoe ver de Maas mogelijk weer zal stijgen. Volgende week is hierover mogelijk al weer wat meer te zeggen.

water inzicht

Hoe staat het er voor met het grondwater

De droogte in afgelopen 4 zomers heeft tot meer en meer aandacht voor het grondwater gezorgd. Met name de waterschappen maar ook provincies en het Rijk denken na over plannen om de grondwatervoorraad beter te beheren. Dat beheer moet dan al in de winter beginnen, want als het voorjaar eenmaal is aangebroken en de verdamping door warmte en zonneschijn toeneemt, is er vaak weinig meer te doen aan een dalende grondwaterstand. Of we zouden moeten stoppen met het oppompen van water voor de irrigatie in de landbouw, maar dan verdrogen de gewassen en dat is ook niet wenselijk.  

Grondwater is vooral een onderwerp van de hogere delen van Nederland; ruwweg al het land dat boven de nul meter hoogtelijn ligt. Dat zijn de provincies: Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Drenthe en delen van Utrecht en Groningen. In een groot deel van deze gebieden bestaat de bodem uit zand en de regen die er valt zakt in de bodem weg en voedt daar het grondwater, dat zich op enige diepte in de bodem bevindt. In de lagere delen van Nederland, die onder de zeespiegel liggen, is er ook wel grondwater, maar dat is een kunstmatig peil dat door middel van de aanvoer van water, via sloten en kanalen, het hele jaar door op niveau gehouden kan worden; ook als het heel erg lang droog is. Het beheer van het grondwater is daar niet echt aan de orde.

In de figuur hieronder is het verloop van het grondwater over de afgelopen 2 jaar weergegeven van een meetpunt in het oosten van Nederland (bron: https://opendata.munisense.net). Het laagste punt in de metingen wordt steeds in het najaar rond oktober bereikt, het hoogste punt rond eind maart. Dit hangt samen met het groeiseizoen. Zodra dat begint nemen de planten vrijwel alle gevallen neerslag op vanuit de bodem en dat water verdampt dan vervolgens vanuit de bladeren. Het regenwater kan in die periode het grondwater daarom niet of nauwelijks meer aanvullen. Pas als de vegetatie minder actief wordt, in het najaar, wordt weer regenwater doorgelaten en vult het grondwater weer aan. In het najaar van 2018 duurde dat erg lang, niet omdat de planten langer doorgroeiden, maar omdat er geen regen viel in die periode.

In de figuur valt op dat er een grote variatie is in de grondwaterstand, van ca 2 meter. Daarbij kwam het peil in de afgelopen 3 zomers in oktober steeds uit op een zeer laag niveau. In 2018 zelfs lager dan het gedurende de meetperiode ooit geweest was en ook in 2019 en 2020 werd een heel laag niveau bereikt. Hier zien we het effect terug van de droge zomers in Oost nederland van de afgelopen 3 jaar.  Ook al waren die zomers droog, toch kon de stand iedere winter weer stijgen tot aan een normaal of zelfs hoog niveau. 

Grondwater Achterhoek.jpg

Verloop grondwaterstand (blauwe lijn) van een meetpunt in de Achterhoek van okt '18 t/m feb '21. De blauwe zone is het bereik waar de stand zich 25 tot 95% van de tijd binnen bevindt. De grijze zone zijn hoogste en laagste waarden uit de laatste 20 jaar.
Verloop grondwaterstand (blauwe lijn) van een meetpunt in de Achterhoek van okt '18 t/m feb '21. De blauwe zone is het bereik waar de stand zich 25 tot 95% van de tijd binnen bevindt. De grijze zone zijn hoogste en laagste waarden uit de laatste 20 jaar.

Dit beeld zien we bij veel meetpunten, dat het grondwaterniveau zich, ondanks het lage niveau van de voorgaande zomer, toch kan herstellen. Er wordt dan ook veel aan gedaan om het grondwater in de winter vast te houden door sloten en beken tijdelijk af te dammen en niet teveel water weg te laten lopen. Maar vanaf 1 april gaat het toch mis, want het peil zakt dan weer snel weg. Om het peilverloop beter te begrijpen moeten we te rade gaan bij het verloop van het neerslagoverschot in Nederland.

Het neerslagoverschot is het verschil tussen de hoeveelheid regen die er valt (in de figuur hieronder weergegeven met de blauwe kolommen) en de hoeveelheid water die verdampt (weergegeven met de oranje lijn). In de analyse heb ik 3 stations vergeleken: De Bilt, het hoofdstation van Nederland, Eindhoven op de zuidelijke zandgronden en Twente op de oostelijke. Gedurende het jaar valt er vrijwel overal in Nederland zo'n 60 tot 90 mm neerslag per maand; alleen april is een droge uitbijter met slechts 40 tot 50 mm. In Midden nederland is het het natst, met in totaal ca 900 mm neerslag in de Bilt, in Eindhoven is het net als in het hele zuidoosten van het land ca 15% droger en Twente zit daar tussen in. 

De verdamping (de oranje lijn) laat een heel ander verloop zien. Deze is laag in de winter, loopt op in het voorjaar, is hoog in de zomer, om vanaf augustus weer terug te lopen. De verschillen zijn niet zo groot tussen de meetstations, maar gemiddeld is het zuiden van het land wat droger dan het midden en noorden. Van april t/m juli, in het zuiden t/m augustus, verdampt er gemiddeld meer water dan er als neerslag valt (de oranje lijn stijgt boven de blauwe kolommen uit). In die periode van het jaar bouwt zich het zogenaamde neerslagtekort op en dat loopt in een gemiddeld jaar op tot zo'n 75 mm in het midden en 100 mm in het zuiden van het land.  

Na de zomer als de verdamping weer afneemt, vult de neerslag dit tekort doorgaans weer snel aan en over een heel jaar bekeken is er vrijwel altijd een neerslagoverschot. In totaal bedraagt dit overschot in Midden Nederland ruim 30 cm, in Oost Nederland ruim 25 cm en in Zuid Nederland bijna 20 cm. Het zuiden van het land onderscheidt zich dus wel van het midden en het oosten, doordat het overschot er flink kleiner is en de kans op droogte daar groter.

Gemiddelden De Bilt Eindhoven Twenthe.jpg

Gemiddeld verloop van neerslag en verdamping gedurende het jaar in resp. De Bilt, Eindhoven en Twenthe.
Gemiddeld verloop van neerslag en verdamping gedurende het jaar in resp. De Bilt, Eindhoven en Twenthe.

Als we de grafieken van de meetpunten vergelijken met de eerdere grafiek van het grondwaterverloop dan valt op dat het knikpunt in het voorjaar in het grondwater samenvalt met het moment dat de maanden met een overschot overgaan in de maanden met een tekort. De vegetatie begint dan te groeien en veel van het water dat valt, gaat direct of via de planten op aan de verdamping. De verdamping is echter groter dan wat er valt en daarom wordt ook het grondwater aangesproken, waardoor het niveau gaat dalen. 

Vooral in de maanden april t/m juli bouwt het neerslagtekort zich vaak snel op en dit is ook de periode dat het grondwater het snelst daalt. Vanaf augustus neemt de daling doorgaans wat af omdat augustus vaak een vrij natte maand is en ook de verdamping dan al weer wat afneemt. In september is er meestal al weer een overschot aan neerslag, maar omdat dat nog grotendeels door de vegetatie gebruikt wordt, daalt het grondwaterniveau toch nog wat. Pas vanaf oktober als de vegetatiegroei stopt en het neerslagoverschot snel toeneemt, begint de aanvulling van het grondwater weer.

Uit deze analyse valt op te maken dat vooral de winterperiode heel belangrijk is om de grondwatervoorraad aan te vullen, want vanaf 1 april, en door klimaatverandering mogelijk steeds eerder, vindt nauwelijks meer aanvulling plaats. De afgelopen jaren laten zien dat ondanks het hoge peil in maart de grondwatervoorraad toch in de loop van de zomer opraakte en op veel plaatsen beregening niet meer was toegestaan.

Het ligt voor de hand om het peil daarom in de winter nog verder op te laten lopen. Dit is mogelijk door meer gebieden in te richten waar het regenwater in de winter niet of nauwelijks meer uit kan wegstromen. Maar dat betekent dan wel dat het land daar niet al vroeg in het voorjaar bewerkt kan worden, want daarvoor staat het grondwater er dan te hoog. Een beter beheer van de grondwatervoorraad betekent daarom dat er ook keuzes gemaakt zullen moeten worden voor gebieden waar het water hoger opgezet kan worden. Vanuit die gebieden kan het water dan later in de zomer naar de omgeving stromen, naar de gebieden waar het peil niet zo hoog is opgezet en die wel snel zijn uitgedroogd. 

Deze transitie in het landgebruik die daarvoor nodig is staat en valt ook met de vraag of droge zomers vaker voor gaan komen. In de figuur hierboven ging het om de gemiddelde situatie; die is berekend over de laatste 30 jaar. Als we nu naar de laatste 4 jaren kijken dan valt op dat met name de zomers droger waren dan gemiddeld. In de figuur hieronder heb ik het verloop van het werkelijk overschot en tekort aangegeven met een blauwe lijn en het langjarig gemiddelde overschot en tekort met de oranje lijn.

De oranje lijn laat ieder jaar hetzelfde verloop zien, onder nul in het zomerhalf jaar (als het tekort groeit) en boven nu in het winterhalfjaar (als het overschot groeit). De blauwe lijn slingert daarom heen: in een natte maand is er een groter overschot dan normaal en ligt de blauwe lijn boven de oranje, in een droge maand is het andersom. De perioden met een groter neerslagoverschot (of een minder groot tekort) dan gemiddeld zijn blauw aangegeven, de perioden dat het droger was dan gemiddeld oranje. 

Verloop overschot in de laatste 3 jaar.jpg

Verloop van het neerslagtekort/overschot sinds 2017 in vergelijking met het langjarig gemiddelde
Verloop van het neerslagtekort/overschot sinds 2017 in vergelijking met het langjarig gemiddelde

Bij alle 3 de meetstations waren vanaf 2018 de zomers (veel droger) dan gemiddeld. In 2017 duurde de droge periode maar 2 maanden. In de andere zomers viel er, op een enkele maand na, in de zomer weinig regen en dat versterkte het tekort dat er in de zomer altijd al is. 2018 was overal zelfs extreem droog en deze droogte duurde nog voort tot ver in het najaar. In de meeste jaren was het overschot in de winter groter dan gemiddeld, er viel dus voldoende om een grotere buffer op te bouwen.

Nu zeggen deze 3 tot 4 zomers nog weinig of er sprake is van een trend. Daarvoor is de periode te kort en in het verleden zijn er ook al eens meerdere jaren kort opeen geweest met droge zomers. Het kan nu dus ook weer omslaan naar een periode met nattere zomers. Voordat we weten of het wel of geen trend is zullen we van jaar tot jaar goed in de gaten moeten blijven houden hoe het neerslagoverschot/tekort zich verder ontwikkelt.

Als we naar deze winter kijken, dan verloopt de opbouw van het overschot tot nu toe ongeveer als normaal, al zijn er van maand tot maand wel verschillen. Zo verliepen oktober en vooral januari nat, was november erg droog en waren december en februari ongeveer normaal. Lokaal zijn er ook wel wat verschillen, zo verliep februari in De Bilt ook vrij droog. Als we nu voor deze winter de balans op maken, dan is het overschot per 1 maart in Eindhoven en Twente vrijwel precies gelijk aan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar en in De Bilt is het iets natter.

Om de voorraad verder aan te kunnen vullen hangt nu veel af van maart. De eerste weken ziet het er niet gunstig uit, want pas vanaf 10 maart wordt voor het eerst weer regen verwacht. Ook de temperatuur speelt nog een rol, want als het vroeg warm wordt, dan neemt ook de verdamping in de loop van maart al flink toe. Ik verwacht dat het spannend gaat worden hoe het uit gaat pakken. De dominantie van grote hogedrukgebieden doet ook vermoeden dat het toch wel eens een droge maand zou kunnen worden. Of dat de opmaat is naar de volgende droge zomer op rij is nu nog niet te zeggen, maar het lijkt mij verstandig om de komende weken wel zoveel mogelijk water vast te houden. 

Langdurig droog weer en verder dalende waterstanden

Het voorjaar is dit jaar vroeg begonnen en daarbij lijkt ook meteen de voorjaarsdroogte begonnen te zijn, die de afgelopen jaren opvallend vaak optrad. Zover de weermodellen met enige betrouwbaarheid vooruit kunnen kijken, dat is zo'n 10 tot 14 dagen, staat er vrijwel geen neerslag op het programma en omdat de sneeuw in de Middelgebergten al grotendeels is gesmolten, hoeven de rivieren niet op extra water te rekenen.  en De waterstanden zullen daarom de komende 14 dagen blijven dalen. In dit bericht leest u hoever de afvoeren en standen over een week of twee gedaald zullen zijn. 

In de rubriek Water Inzicht nog een terugblik op de hoogwatergolf in de Rijn van begin februari. Wat de afvoer betreft kwam deze golf op de 40e plaats van alle hoogwater sinds 1900. De waterstanden die bij Lobith gemeten werden laten echter een heel ander beeld zien.

Water van de Week

Hogedruk boven Europa domineert het weer in de stroomgebieden

In de afgelopen weken liet het weer zich van zeer uiteen lopende kanten zien. Eerst was het twee weken nat met veel neerslag, vrij hoge temperaturen en smeltende sneeuw in de Middelgebergten, daarna volgende een week erg koud weer en na een tussenweek met al wat hogere temperaturen staat ons nu een erg warme week te wachten. Terwijl er in Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland op 7 en 8 februari nog veel sneeuw viel, bleef het ten zuiden van ons, in de stroomgebieden, grotendeels droog.

De afgelopen week passeerden nog enkele bescheiden regengebieden, maar daar hoeven we de komende 10 dagen ook niet op te rekenen. En bij gebrek aan sneeuw in de Middelgebergten hoeven we vanuit die gebieden ook niet op smeltwater te rekenen. In de Alpen ligt nog wel veel sneeuw, maar dat smelt pas vanaf april. 

Het weer in West en Midden Europa wordt bepaald door een groot hogedrukgebied boven het continent en dit lijkt een standvastig exemplaar te worden. De komende weken blijft de weg daarom gesloten voor regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan. Alleen op vrijdag zou een zwak front over kunnen trekken, maar zonder al te veel neerslag en de rivieren zullen daar weinig van merken. Zelfs op lange termijn van meer dan 10 dagen lijkt de situatie niet te gaan veranderen, dus moeten we er rekening mee houden dat de waterstanden de komende 10 tot 14 dagen zullen blijven dalen. 

Rijn blijft dalen, maar de komende dagen even wat minder snel

De waterstand bij Lobith is al weer onder de 10,5 m gedaald en daarmee al weer 4 meter lager dan 2 weken geleden. De afvoer daalde van ca 7400 m3/s tijdens de piek op 9 februari naar iets onder de 3000 m3/s op dit moment.  De meeste uiterwaarden zijn al weer leeg gestroomd; alleen verder stroomafwaarts langs de Rijntakken zijn de lagere delen nog gevuld. Stroomafwaarts duurt het altijd wat langer voordat het water uit de uiterwaarden is verdwenen omdat de rivier daar ook minder snel daalt dan bovenstrooms.

Bij de IJssel duurde het dalen nog wat langer omdat deze riviertak ook smeltwater te verwerken kreeg vanuit het oosten van Nederland.  In de figuur hieronder is het afvoerverloop van Lobith (rode lijn) in de grafiek van Olst geplot (blauwe lijn). De eerste zes dagen daalt de afvoer bij Olst ongeveer net zo snel als bij Lobith, maar vanaf 17 februari gaat het bij Olst een paar dagen wat minder snel. Rond die tijd begon de sneeuw in Oost Nederland, waar 20 - 25 cm lag, te smelten en via enkele grotere beken (Oude IJssel, Berkel, Schipbeek en Twentekanaal) werd extra water naar de IJssel gevoerd.

Met de streepjeslijn is een schatting aangegeven van het verloop bij Olst als er geen extra aanvoer was geweest. Gemiddeld ging het om ca 50 m3/s extra die de IJssel te verwerken kreeg; geen grote hoeveelheid, maar voldoende om de uiterwaarden wat langer overstroomd te laten.

Smeltwater IJssel.jpg

Vergelijking van de afvoer in de Bovenrijn bij Lobith met die van de IJssel bij Olst. Vanwege de extra aanvoer vanuit Oost Nederland daalde de IJssel wat minder snel.
Vergelijking van de afvoer in de Bovenrijn bij Lobith met die van de IJssel bij Olst. Vanwege de extra aanvoer vanuit Oost Nederland daalde de IJssel wat minder snel.

Ook de Rijn kan de komende paar dagen wat extra water verwachten van smeltwater. De meest noordelijke zijrivieren van de Rijn, de Lippe en de Ruhr, ontspringen in het gebied waar op 7 en 8 februari veel sneeuw is gevallen en dat levert nu een paar honderd m3/s extra water op voor de Rijn.  In het stroomgebied van de Moezel en de Bovenrijn lag veel minder sneeuw, maar wat er lag is vanwege de hoge temperaturen snel gaan smelten en dit smeltwater passeert de komende dagen bij Lobith. 

De meeste sneeuw is echter al weer gesmolten en de zijrivieren van de Rijn zijn daarom al weer gaan dalen. Vandaag en morgen blijft de waterstand bij Lobith stabiel of stijgt heel licht rond de 10,5 m +NAP.  Vanaf dinsdag gaat de stand dan weer dalen; de eerste dagen met ca 15 cm per dag, vanaf begin maart afnemend naar ca 10 cm per dag. Op grond van de daling die na dinsdag inzet verwacht ik dat op zaterdag 27/12 de 10 meter weer onderschreden wordt en rond 3 maart de 9,5 meter.  De afvoer daarbij bedraagt respectievelijk 2600 en 2300 m3/s.

De kans is groot dat ook na 3 maart de waterstand nog verder blijft dalen en mogelijk dat zelfs de 9 meter rond 10 maart onderschreden wordt.  Tenzij het weer vanaf 5 maart omslaat en het weer natter wordt, maar voorlopig ziet het daar niet naar uit.

Maas daalt gestaag verder

Nadat op 7 februari de laatste piek gepasseerd was bij Maastricht, met een afvoer van bijna 1300 m3/s, is de afvoer eerst een dag of 10 gestaag gedaald tot een afvoer van ca 500 m3/s op 16 februari. Daarna is de verdere daling wat vertraagt omdat er een beetje smeltwater werd aangevoerd en op dit moment bedraagt de afvoer ca 450 m3/s. Dat is ongeveer de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar. 

De komende dagen zet de daling langzaam verder voort. Het smeltwater is op en regen wordt niet verwacht. Iedere dag verwacht ik dat de afvoer met zo'n 25 m3 daalt. Rond het volgend weekend zal de afvoer dan nabij de 300 m3/s zijn uitgekomen. Ook daarna zet de daling nog door, wel wat langzamer, en in die week is de kans groot dat ook de 250 m3/s zal worden bereikt. Een nieuwe stijging is tot in de eerste week van maart niet te verwachten omdat tot 5 maart geen verandering van de weersituatie wordt verwacht.

water inzicht

Wat de waterstanden betreft was het afgelopen hoogwater in de Rijn een middenmoter

Op 9 februari passeerde de piek van de recente hoogwatergolf met bij Lobith en afvoer van net geen 7.400 m3/s. Het was een flinke hoogwatergolf die opgebouwd was uit smeltwater en regenwater en de meeste uiterwaarden langs de Rijntakken overstroomden. Alleen enkele uiterwaarden met hoge zomerkaden werden droog gehouden. 

Vergeleken met alle eerdere hoogwatergolven sinds 1901, toen de metingen in Lobith zijn begonnen, kwam deze golf op de 40e plaats. Van de 39 golven die hoger waren, stegen er 36 tot boven de 7.500 m3/s, 27 tot boven de 8.000, 17 tot boven de 9.000 en 6 tot boven de 10.000 m3/s. Bij deze laatste 6 bevinden zich ook de hoogwatergolven van 1993 en 1995.

Het rivierengebied kan een hoogwater van deze orde prima aan. Sinds de maatregelen van Ruimte voor de Rivier zijn uitgevoerd is er ruimte voor een rivierafvoer van 16.000 m3/s en zelfs als er wat meer water zou passeren, gaat het waarschijnlijk niet meteen iets mis, want de dijken die de uiterwaarden begrenzen hebben vaak nog een ruime overhoogte. Een garantie dat het dan nog goed gaat is er echter niet.

In de figuur hieronder is de afvoer van alle jaren sinds 1901 afgebeeld. Ieder jaar is in deze figuur een afzonderlijk lijn. Op de horizontale as loopt de datum van 1 september tot 31 augustus. Op die manier wordt voorkomen dat het hoogwaterseizoen, dat altijd rond de jaarwisseling de hoogste standen bereikt, wordt opgeknipt. Vanaf begin november zien we in de grafiek de eerste grote hoogwaters die zijn opgetreden en het seizoen loopt tot eind mee. Rond de jaarwisseling zijn de hoogste afvoeren opgetreden. De recente golf is in rood weergegeven en valt middenin het hoogwaterseizoen. Deze golf komt tot een aanzienlijke hoogte, maar lang niet zo hoog als de meer extreme voorgangers.

Alle afvoeren.jpg

Afvoerverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde afvoer aangegeven.
Afvoerverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde afvoer aangegeven.

Aan de hand van de afvoer kan bepaald worden hoe bijzonder deze golf was. Met een 40e plaats in de ranglijst die 120 jaar beslaat, betekent dit dat een dergelijke golf gemiddeld eens in de 3 jaar optreedt. Voor de beleving van het water in het rivierengebied en of er zich problemen of overlast voordoen, is echter niet de afvoer, maar vooral de waterstand van belang. Als nu eenzelfde grafiek gemaakt wordt voor de waterstanden bij Lobith dan blijkt dat deze hoogwatergolf minder uitzonderlijk was dan op grond van de afvoeren mag worden verwacht. In de figuur hieronder is op een zelfde manier de waterstand van alle jaren sinds 1901 afgebeeld. Ook nu loopt de horizontale as van 1 september tot 31 augustus. De golf van februari dit jaar, die tot 14,53 m steeg, is in rood aangegeven.

Alle standen.jpg

Waterstandsverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde waterstand aangegeven.
Waterstandsverloop van alle jaren sinds 1901. Het seizoen is opgeknipt op 1 september zodat het hoogwaterseizoen goed zichtbaar is. Het huidige seizoen is in rood aangegeven. Met de zwarte streepjeslijn is de gemiddelde waterstand aangegeven.

Wat opvalt is dat de uitschieters naar boven minder groot zijn dan bij de afvoeren, maar dat wordt veroorzaakt door het feit dat een stijging van de afvoer in het lagere bereik een veel grotere verandering in de waterstand veroorzaakt dan bij een stijging in het hogere afvoerbereik. Als voorbeeld: wanneer de afvoer bij Lobith van 1000 naar 2000 m3/s stijgt, dan gaat de waterstand bijna 2 meter omhoog, terwijl als deze van 11.000 naar 12.000 m3/s stijgt de toename maar 35 cm bedraagt.

Wat verder opvalt is dat er veel meer hoogwatergolven zijn die hoger zijn geweest dan de golf van afgelopen februari. Sinds 1901 zijn er 95 hoogwaters geweest die hoger waren dan de afgelopen hoogwatergolf. Gemiddeld genomen komt bij Lobith een golf met een stand van 14,53 m  dus iets minder dan eens er jaar voor. De waterstand was daarom veel minder uitzonderlijk dan de afvoer.

De oorzaak voor het verschil heeft met 2 verschillende ontwikkelingen te maken. Enerzijds is de bodem van de rivier steeds lager komen te liggen. In de afgelopen 100 jaar al zo'n 2 meter en daarom past er meer water in de rivier en om dezelfde waterstand te bereiken is daarom een hogere afvoer nodig. Als we ongeveer 100 jaar terug gaan in de meetreeks dat blijkt dat een waterstand van 14,53 m +NAP toen al bij een afvoer van 5400 m3/s werd bereikt. Dat was een afvoer die ieder jaar wel voorkwam.  

Een andere ontwikkeling die de waterstanden heeft verlaagd is het project Ruimte voor de Rivier. Dat heeft meer ruimte gegeven aan de rivier om hoge waterstanden te verminderen en bij een hoogwatergolf zoals nu passeerde is dat effect ook al goed merkbaar. In de figuur hieronder is de waterstand aangegeven die bij Lobith in de loop van de afgelopen eeuw bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt. Rond 1920 bedroeg de waterstand bij Lobith bij dezelfde hoeveelheid water die in februari passeerde nog ca 15,5.

Daarna is de stand die optreedt bij deze afvoer gestaag gedaald. De ruimte die de rivier zichzelf verschafte door de bodem uit te slijten, vertaalde zich bij 7400 m3/s in een steeds lagere stand. De laatste 10 jaar is er een versnelling zichtbaar. Dit is het gevolg van Ruimte voor de Rivier waardoor de stand nog wat extra snel omlaag is gegaan en inmiddels is de waterstand bij Lobith bij dezelfde afvoer bijna 1 meter lager dan een eeuw geleden.

Dit effect van lagere standen door bodemdaling van de rivier is vooral merkbaar in het meer bovenstroomse deel van het rivierengebied: ruwweg tussen Lobith en Zaltbommel langs de Waal en tussen Lobith en Wageningen langs de Nederrijn en tot Deventer langs de IJssel. De effecten van Ruimte voor de Rivier wisselen van plaats tot plaats en zijn ook afhankelijk van het type maatregel. Een verlaging van de kribben heeft namelijk een ander effect op de waterstanden dan een dijkteruglegging, nevengeul of zomerbedverdieping. De situatie bij Lobith is daarom niet een op een te vertalen naar alle andere plaatsen langs de rivier

Schermafbeelding 2021-02-21 om 11.56.48.png

Verandering gedurende de afgelopen 100 jaar in de waterstand die bij Lobith bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt
Verandering gedurende de afgelopen 100 jaar in de waterstand die bij Lobith bij een afvoer van 7400 m3/s werd bereikt

De daling van de waterstanden heeft een aantal gevolgen. Enerzijds zijn er positieve effecten, want mensen die in de uiterwaarden wonen zullen minder vaak overlast hebben van het water waardoor ze hun huis bijvoorbeeld enige tijd niet kunnen bereiken en ook veerponten kunnen langer in de vaart blijven. Ook zal de kwel, het water dat onder de dijk door sijpelt en tuinen en kelders binnendijks onder een laagje water zet, veel minder vaak optreden dan vroeger.

Daar tegenover staan ook nadelen want de uiterwaarden overstromen veel minder vaak en drogen daardoor vaker en sneller uit dan vroeger, wat nadelig is voor de landbouw en de natuur die daar van afhankelijk is. Tenslotte heeft de lagere waterstand bij hogere afvoeren ook tot gevolg dat het water tot veel hogere afvoeren in het zomerbed blijft. Dat betekent dat de stroomsnelheden in het zomerbed daardoor gemiddeld toenemen en dat zorgt ervoor dat het uitslijten van het zomerbed nog sneller gaat verlopen en de problemen nog verder worden vergroot.

We hebben ons in Nederland de afgelopen 25 jaar intensief op het verminderen van de kans op een overstroming gericht in het rivierengebied, maar inmiddels wordt het misschien meer tijd om de bodemdaling van het zomerbed aan te pakken.

 

Dooiweer op komst maar weinig sneeuw in de stroomgebieden om te smelten

Nederland heeft een unieke weerweek achter de rug met eerst veel sneeuw en later strenge vorst. In de stroomgebieden van Rijn en Maas was het anders, daar werd het uiteindelijk ook koud, maar viel bijna geen sneeuw. Komende week valt de dooi in en het wordt waarschijnlijk zelfs zeer zacht. Meestal levert dat extra water op voor de rivieren, maar dit maal niet, maar dit maal niet bij gebrek aan sneeuw die kan smelten en ook gaat de dooi gepaard met weinig regen.

water van de week

Zachte lucht dringt door tot de stroomgebieden, maar regen blijft voorlopig op afstand

De komende 10 dagen verlopen heel anders dan de afgelopen week. Waar de temperaturen de afgelopen week ver onderuit gingen lijkt zich de volgend week een ander thermisch hoogstandje aan te dienen, maar dan met temperaturen in de plus. De belangrijkste veroorzaker voor deze omslag is het verschuiven van de hogedrukgebieden van Noord-Europa naar Centraal- en Oost-Europa. Daardoor draait de wind van de oosthoek naar zuid tot zuidwest en wordt ineens veel warmere lucht aangevoerd.

Op de weerkaart is ook een groot lagedrukgebied verschenen, juist ten westen van Ierland. Dit jaagt de zuidelijke wind nog wat verder aan, maar omdat het lagedrukgebied niet verder naar het oosten beweegt blijven regengebieden vooral op grote afstand. Alleen de eerste 3 tot 4 dagen van de week passeren enkele zwakkere regenzones, maar de hoeveelheden die dat oplevert zijn te klein om veel extra water op te leveren voor de rivieren.

Een dooiaanval betekent doorgaans ook dat er smeltwater vanuit de Middelgebergten naar de rivieren afstroomt, maar daar is dit maal geen sprake van. Terwijl vorig weekend in Nederland namelijk lokaal meer dan 20 cm sneeuw viel, bleef de sneeuwval ten zuiden van ons land beperkt. In de Ardennen en Eiffel viel slechts een paar centimeter en verder zuidelijk in de Vogezen en het Zwarte Woud viel aanvankelijk zelfs helemaal niets, maar een kleine depressie die daar donderdag passeerde bracht alsnog zo'n 5 tot 10 cm. 

De dooiaanval die de komende dagen over de stroomgebieden trekt zal daarom vrijwel ongemerkt voorbijgaan voor de rivieren, want er is weinig sneeuw die kan smelten en er valt ook nog eens weinig regen. Het wordt er vooral een stuk warmer en daardoor zal de weinige sneeuw er geleidelijk smelten.

Ook op wat langere termijn lijkt het warme en droge weer nog aan te houden en daarom ziet het er naar uit dat de waterstanden in de rivieren voorlopig zullen blijven dalen. Op 13 februari is het wat vroeg om de winter verder af te schrijven, maar nu het winterweer zo snel verdwijnt en de komende 10 tot14 dagen niet terug lijkt te keren is het wel de vraag of er later in maart nog wel aangroei van een nieuw sneeuwdek zal zijn in de stroomgebieden. een sneeuwdek in die gebieden is belangrijke voorwaarde voor hoogwaters in maart of april, maar het is dus zeer de vraag of het daar nog wel van komt. 

De situatie in de Alpen is heel anders dan in de Middelgebergten. daar ligt boven de 1500 meen flink pak sneeuw en veel meetstations melden een sneeuwdikte die ongeveer 125 tot 150% bedraagt van de normale hoeveelheid sneeuw voor de tijd van het jaar. Voorlopig zal deze sneeuw niet smelten, dat gebeurt doorgaans pas vanaf eind maart en boven de 2000 m zelfs pas vanaf eind april.

Aan de afvoer van de Rijn dragen de Alpen de komende weken dus nog maar weinig bij, daarvoor moeten we wachten tot de periode april-juni. Omdat er nu dus al flink wat sneeuw ligt is dat gunstig voor de waterstanden in die periode.  En de kans is groot dat er later in de winter nog wel wat sneeuw bij komt, want tot eind maart groeit het sneeuwdek altijd nog aan in de Alpen.

Rijn blijft de komende 2 weken dalen

Nog maar minder dan een week geleden passeerde in de Rijn een flinke hoogwatergolf. De waterstand bij Lobith steeg uiteindelijk tot 14,53 m +NAP en de afvoer kwam tot 7390 m3/s. Uiteindelijk bleef het net wat lager dan ik in mijn laatste bericht verwachtte. Dit had vooral te maken met de wat kleinere afvoer van de meer noordelijke zijrivieren van de Rijn in Duitsland.

Het leek er eerst op dat het deel van de hoogwatergolf dat uit Zuid Duitsland afkomstig was nog wat extra aangevuld zou worden, maar het extra water vanuit de zijrivieren in het noorden viel wat lager uit dan ik verwacht had en daardoor groeide de golf wat minder aan. Ook zorgde dit ervoor dat de piek een dag eerder bij Lobith passeerde dan ik aangegeven had.

Na het passeren van de piek is de waterstand weer zeer snel gaan dalen. Iedere dag ging er bij Lobith zo'n 50 tot 60 cm van de stand af en vandaag werd de 12 meter bij Lobith al weer onderschreden. De snelle daling zet zich ook de komende dagen nog door, maar vanaf halverwege de week zal het wat langzamer gaan. Op maandag en dinsdag valt er een beetje regen in het stroomgebied en ook zal de sneeuw smelten die er ligt.

Zoals ik hierboven al schreef zijn de hoeveelheden in het grootste deel van het stroomgebied niet zo groot, behalve dan in het meest noordelijke deel, want daar viel net als in Nederland wel veel sneeuw. In dit gebied liggen echter maar een paar zijrivieren (de Lippe en de Ruhr) en ik verwacht niet dat dat meer dan een paar honderd m3/s extra op zal leveren. Dit water zal dan vanaf woensdag bij Lobith aankomen en in de periode t/m het komend weekend voor wat extra water zorgen.

Al met al verwacht ik dat deze extra aanvoer de daling van de Rijn maar weinig zal beperken. Op dinsdag kan de waterstand bij Lobith weer onder de 11,5 m zakken en op woensdag of donderdag weer onder de 11 meter. De afvoeren die hier bij horen zijn respectievelijk 3750 m3/s en 3400 m3/s. dat betekent dat de hoeveelheid water tegen die tijd nog maar de helft is van een week eerder. 

Zoals het er nu naar uitziet zet de daling verder door tot ook de 10 m onderschreden wordt; de afvoer is dan weer gedaald tot ca 2700 m3/s. Naar verwachting zal dat op zondag 21 of maandag 22 februari het geval zijn en het is niet uitgesloten dat de daling zelfs doorzet tot ook de 9,5 m weer onderschreden is. Dat zal dan pas rond eind februari het geval zijn.

Ook de sneeuw die in Oost en Midden-Nederland ligt zal naar de Rijn worden afgevoerd en misschien dat de IJssel daar nog wat van merkt. Met name de Oude IJssel, Schipbeek, Twenthe-kanaal, Berkel en Overijsselse Vecht kunnen wel wat extra water verwachten. Veel hangt af van de hoeveelheid regen die de komende dagen valt. Want dooi door alleen maar zachte lucht laat de sneeuw maar langzaam smelten en dan zakt het meeste water de grond in en stroomt er minder af naar de beken. Misschien dat vanaf dinsdag in deze beken dus even een klein hoogwatertje ontstaat.

Maas daalt snel verder

De Maas is de hele afgelopen week gedaald, van ongeveer 1300 m3/s aan het begin naar ca 600 op dit moment. Ook bij de Maas bedraagt de afvoer nu dus al weer minder dan de helft van een week geleden. Bij gebrek aan regen en maar weinig smeltwater zal de afvoer de komende dagen blijven dalen. Iedere dag zakt de afvoer nu met zo'n 25 tot 50 m3 en daardoor zal op dinsdag of woensdag de 500 m3/s al weer onderschreden worden en in het volgend weekend de 400. 

Op donderdag en vrijdag kan er wel wat regen vallen en dat zorgt misschien voor een heel kleine opleving, maar ook na het komend weekend verwacht ik dat de afvoer zal blijven dalen. Omdat het er nu naar uitziet dat er in de week van 22 tot 28 februari ook weinig regen valt, is de kans groot dat de Maasafvoer zelfs verder daalt tot rond de 250 m3/s in de laatste week van februari.

water inzicht

Hoe bijzonder waren de hoogwatergolven

Een korte terugblik op het ontstaan en de hoogte van de hoogwatergolven die in Maas en Rijn zijn gepasseerd. Eerst sta ik even stil bij het weer dat de golven veroorzaakte en daarna hoe hoog het peil kwam in verhouding tot andere hoogwatergolven.

Na een periode met koud weer rond midden januari lag er in de Middelgebergten in de stroomgebieden (Ardennen, Eiffel, Zwarte Woud etc) een laag sneeuw van zo'n 20 tot 50 cm. De sneeuwgrens lag vrij laag en vanaf ca 150 tot 200 hoogte lag al de eerste sneeuw. Toen eind januari de dooi inviel, gecombineerd met flink wat regen, leverde dat in korte tijd veel extra water op voor de Rijn en de Maas. 

In de ca 10 dagen daarna viel er ook nog regelmatig regen en wisselden droge dagen en dagen dat een regengebied passeerde elkaar af. De hoeveelheden regen bleven echter meestal beperkt tot enkele centimeters en er waren geen dagen dat er grote hoeveelheden vielen. Vanaf 6 februari viel de winter in met strenge koude en kwam aan de hoogwaterperiode opvallend snel een eind.

Vooral de Maas steeg snel door de eerste periode van regenval en sneeuwsmelt en op 30 januari werd bij Maastricht al de hoogste afvoer gemeten van de gehele hoogwatergolf. De regen die daarna nog viel in het stroomgebied zorgde steeds weer voor een kleine opleving, maar omdat er telkens ook enkele droge dagen tussen zaten, er geen smeltwater meer beschikbaar was en de regenhoeveelheden beperkt bleven, kwam het niet meer zo hoog als bij de eerste golf. 

De hoogste piek bedroeg ca 1780 m3/s. Als we in de meetreeks van de Maas terug gaan dan staat deze golf in de ranglijst op de 28e plaats. Dat betekent dat er sinds het begin van de metingen in 1911 27 golven hoger zijn geweest dan deze golf. In 110 jaar betekent dit dus dat we met een hoogwater te maken hebben gehad dat gemiddeld eens in de ca 4 jaar optreedt. 

De hoogwatergolf in de Maas was iets hoger dan de golf van vorig jaar, die kwam tot ca 1735 m3/s en in 2019 was er een golf van 1630 m3/s. We moeten terug tot januari 2011 voor een hogere golf, toen kwam de afvoer tot 2260 m3/s. De golf van dit jaar bleef ruim onder de waarden die de extreme golven die in 1993 en 1995 optraden. Toen kwam de afvoer tot respectievelijk 3050 en 2750 m3/s. 

In de Rijn bouwde de golf zich anders op. Hier werd de basis ook gelegd door de sneeuwsmelt gecombineerd met regen rond 28 januari, maar groeide de golf daarna langzaam steeds verder aan. Het water vanuit de vele zijrivieren van de Rijn heeft namelijk sterk verschillende looptijden, variërend van 7 dagen vanuit Zwitserland tot 1 dag vanuit de Lippe, en als er slechts een regenzone passeert dan komt het water vanuit deze rivieren na elkaar bij Lobith aan.

Maar als er meerdere regengebieden na elkaar volgen, dan kan het water van de snelle zijrivieren op dat van de langzame worden gestapeld. Dat gebeurde nu ook en dit zorgde ervoor dat de waterstand na een snelle stijging vanaf 30 januari t/m 3 februari daarna nog een dag of 4 langzaam verder steeg. 

De piek bereikte uiteindelijk een stand van 14,53 m +NAP bij Lobith. Dat is ca 75 cm hoger dan de stand gemiddeld eenmaal in de winter bereikt. De afvoer kwam tot 7390 m3/s en daarmee komt deze golf op de 40e plaats van alle hoogwatergolven die er sinds 1901 in de Rijn zijn geweest. De herhaaltijd voor deze golf bedraagt dus ca eens in de 3 jaar en de Rijngolf was dus wat minder bijzonder dan de piek in de Maas. De golf van dit jaar was iets lager (ca 10 cm) dan de piek van 2018.

Zowel in de Maas als de Rijn was de waterstand hoog genoeg om veel uiterwaarden te laten overstromen. Bij de Rijn gebeurt dat vanaf een waterstand van ca 14 meter en bij de Maas vanaf een afvoer van ca 1500 m3/s. 

 

 

Einde hoogwater in zicht, maar Rijn stijgt eerst nog wat verder

De hele week al staat in het teken van hoogwater en de eerste dagen van de komende week houdt dat nog aan. De Rijn stijgt nog langzaam verder en het zal er om spannen of de hoogste stand van januari 2018 net overschreden gaat worden. Tegelijkertijd valt vanaf komende nacht de vorst in en dat zorgt voor een bijzondere combinatie van hoogwater en strenge vorst. In dit hoogwaterbericht een vooruitblik op de waterstanden en afvoeren van Rijn en Maas in de komende week. 

Een bijzondere confrontatie van warme en koude lucht precies boven Nederland

Al enkele weken licht de grens tussen warme Atlantische en koude polaire lucht boven onze omgeving en soms was het even lenteachtig warm en de dagen daarna maar weer enkele graden boven nul. Nabij het grensvlak tussen de luchtsoorten trekken ook lagedrukgebieden van west naar oost en die voeren regengebieden met zich mee.

Na de vrij intensieve regenzone die in een van de laatste dagen van januari passeerde, die ook gepaard ging met smeltende sneeuw, zijn de volgende regenzones niet zo heel actief meer geweest. Ze brachten steeds maar enkele centimeters regen en omdat er ook geen sneeuw meer lag in de Middelgebergten die nog kon smelten, leverde dit steeds maar relatief kleine hoeveelheden extra water op voor de rivieren. Daarom groeiden de hoogwatergolven ook niet uit tot meer extreme situaties, maar bleef het bij golven die zo eens in de 3 tot 4 jaar voorkomen in de Maas en de Rijn. 

De ingrediënten voor een extreem hoogwater bestaan namelijk uit 3 onderdelen: 1) een lange periode waarin regengebieden overtrekken, 2) een niet te dikke sneeuwlaag die smelt tijdens een van de regenzones die passeert en 3) één regenzone tot besluit die erg veel regen in korte tijd brengt. Aan de eerste twee ingrediënten was dit maal voldaan, maar de derde ontbrak en dat is de reden dat de golven niet nog hoger werden. 

Vandaag trekt nogmaals een lagedrukgebiedje over West Europa; eerst beweegt het van Frankrijk naar België en morgen schuift het dan langzaam naar het oosten richting Duitsland. Voorlopig lijkt dit de laatste te zijn van de reeks van langedrukgebieden en ook deze brengt weer zo'n 1 tot 2 cm regen in de stroomgebieden. Bijzonder aan dit lagedrukgebied is dat het aan de noordzijde koude lucht aantrekt die al een paar dagen klaar ligt boven Scandinavië en daardoor valt de neerslag in Nederland in de vorm van sneeuw. 

Later dringt de koude lucht verdernaar het zuiden door, maar daarbij valt nauwelijks nog sneeuw waardoor de unieke situatie ontstaat dat er in Nederland zo'n 15 tot 20 cm sneeuw ligt, maar in de Middelgebergten in België, Franktijk en Duitsland vrijwel niets. Bijna altijd is het andersom, of als er in ons land sneeuw ligt, dan ligt daar nog veel meer. Dit maakt uit voor een eventuele volgende hoogwatergolf, want mocht die er komen na het koude weer dat ons te wachten staat, dan zal er weinig sneeuw zijn die kan smelten.

De sneeuw die na vandaag in Nederland ligt zal, als hij snelt, weinig invloed hebben op de waterstanden in de rivieren; daarvoor is de bijdrage te klein. Wel kunnen dan lokaal beekjes, bv in het oosten van ons land, flink wat water te verwerken krijgen. Maar dat alles is nog ver weg, eerst moet de sneeuw nog vallen.

Als het lagedrukgebied, dat de sneeuw in Nederland gaat brengen en de regen ten zuiden van ons, over Duitsland is weggetrokken, dan komen de stroomgebieden onder invloed van een sterk hogedrukgebied boven het noorden van Europa. Dat zorgt er voor dat de vorst een week lang stevig in het zadel komt te zitten.  Alleen op woensdag wordt er nog een nieuwe lagedrukgebiedje verwacht dat vanaf de Atlantische Oceaan naar Europa koerst. De verwachting is echter dat dit over Midden Frankrijk en de Alpen naar het oosten trekt en geen neerslag zal brengen die invloed heeft op de rivieren.

Samengevat vandaag en morgen dus neerslag, sneeuw in Nederland en regen in de stroomgebieden va Maas en Rijn. Wat de regen betreft zijn de hoeveelheden niet zo groot, maar het zorgt morgen wel voor een kleine nieuwe opleving van de Maasafvoer en ze stuwen de waterstand in de Rijn net nog iets verder op. 

Rijn stijgt langzaam verder naar hoogste stand op dinsdag van ca 14,7 m +NAP

De hoogwatergolf in de Rijn ontstond in eerste instantie door de combinatie van regenval en smeltende sneeuw. Dit zorgde een snelle stijging op van de waterstanden in bijna alle zijrivieren van de Rijn en het water dat deze piek opleverde passeerde afgelopen donderdag bij Lobith; de stand bedroeg toen ca 14,1 m +NAP. Daarna daalde de waterstand niet want het bleef regenachting in het stroomgebied en dat hield de aanvoer vanuit de zijbeken op een hoog niveau.

Behalve de hoeveelheid regen die er valt is bij de Rijn ook belangrijk in hoeverre de aanvoer vanuit de verschillende deelstroomgebieden samenvalt. Zo is de golf uit de Moezel meestal een dag of 2 eerdere in de Rijn bij Koblenz dan de golf vanuit Zuid Duitsland en Zwitserland. Terwijl de aanvoer uit het zuiden dan nog toeneemt, daalt de Moezel al weer en dat zorgt er dan voor dat de stand verder stroomafwaarts niet meer stijgt en soms zelfs al weer gaat dalen.

Bij deze hoogwatergolf liep dat anders, want toen de hoogste afvoer vanuit de Bovenrijn ter hoogte van de monding van de Moezel bij Koblenz arriveerde, was de Moezel juist weer wat gaan stegen vanwege de regen van een volgende neerslagzone. Daardoor steeg de Rijn na donderdag toch nog wat verder en zal er zondagochtend een nieuwe hoogste stand zijn bij Lobith. Ik verwacht dan een peil tussen 14,5 en 14,6 m +NAP.

Ook daarna is de stijging nog niet ten einde, want de regen die vandaag in het noordelijk deel van het Duitse stroomgebied van de Rijn valt, zorgt opnieuw voor een lichte stijging van de Moezel, de Ruhr en nog enkele andere zijrivieren. Ondertussen is ook de aanvoer vanuit Zuid Duitsland ook nog steeds aan het stijgen van de regen die daar op donderdag gevallen is en zo vallen deze golven nog een keertje precies samen.

De verwachting is daarom dat de stand na zondag korte tijd stabiel blijft en daarna vanaf maandag nog iets verder gaat stijgen naar een hoogste stand van ca 14,7 m op dinsdag. Deels is dit nog afhankelijk van de hoeveelheid regen die vandaag valt, dus het kan ook nog iets meer of minder worden. De 15 meter zal niet gehaald worden, daarvoor is veel meer water nodig dan er nu valt. De afvoer zal tijdens de piek tussen de 7500 en 7600 m3/s uitkomen.

Al met al verwacht ik dat de Rijn vandaag langzaam verder stijgt naar een tussenpiekje van ca 14,5 tot 14,6 m +NAP in de loop van zondag. Vanaf maandag volgt dan nog een kleine stijging en dan komt er nog zo'n 10 tot 20 cm bij tot de uiteindelijke piek wordt bereikt op dinsdag. Deze hoogwatergolf zal daarmee vrijwel precies even hoog worden als de golf van januari 2018, die uiteindelijk steeg tot 14,64 m +NAP.

In de IJssel is deze golf vanaf dinsdag nog ca 3 dagen onderweg voordat de piek bij het IJsselmeer aankomt. Via de Nederrijn en de Waal is de piek in de waterstand ca 2 dagen onderweg tot het via het Benedenrivierengebied naar zee kan stromen. 

Vanaf woensdag gaat de waterstand weer langzaam dalen, later in de week versnellend. Ik verwacht dat de 14 m weer onderschreden wordt rond 12 februari, de 13,5 op 13 februari en de 13 m op de 14e. Daarna gaat de stand wat langzamer verder naar beneden en voordat de 12 meter weer bereikt wordt zal het ca 1 week verder zijn. Een nieuwe stijging is voorlopig niet in zicht. 

Maas stijgt nog eenmaal naar ca 1300 m3/s.

In de Maas is de hoogste piek (met een afvoer van 1770 m3/s) al weer bijna een week geleden gepasseerd. De combinatie van smeltende sneeuw en regenval zorgde voor een snelle, vrij hoge piek. De nieuwe regengebieden die de afgelopen overtrokken voerden alleen regenwater aan en omdat er geen smeltwater meer beschikbaar was steeg de afvoer niet meer zo hoog als tijdens de eerste golf. 

Na een korte daling leverde regen op dinsdag en woensdag een nieuwe golf op die afgelopen donderdag bij Maastricht passeerde met een piekafvoer tussen de 1400 en 1450 m3/s. Vanwege het onregelmatige beheer van de stuwen in Wallonië is de exacte hoogte niet helemaal duidelijk. 

Ook na deze piek daalde de afvoer weer wat en inmiddels bedraag deze bij Maastricht weer ca 1100 m3/s. Vandaag zorgt het lagedrukgebied dat over België trekt nogmaals voor een opleving van de regenval in de Ardennen en daardoor zal de afvoer nogmaals wat gaan stijgen. Ik verwacht dat de afvoer daardoor later vandaag weer gaat stijgen en dan op zondag of in de nacht naar maandag een nieuwe hoogste waarde kan bereiken van ca 1300 tot 1350 m3/s.

De regen voor deze extra stijging moet nog vallen, dus het kan nog iets meer of minder worden, maar een sterkere stijging zit er niet in. Er is immers geen smeltwater meer beschikbaar en veel meer dan ca 2 cm regen lijkt er niet te gaan vallen. Vanaf maandag gaat de Maasafvoer weer dalen en omdat er geen regen meer in het vooruitzicht is, zal deze daling zich lang doorzetten. vanaf woensdag kan de afvoer bij Maastricht dan weer onder de 1000 m3/s zakken en rond het komend weekend komt ook de 750 m3/s weer in zicht. Een nieuwe stijging is voorlopig niet in beeld. 

IJs en hoogwater levert langs de Rijntakken een bijzonder verschijnsel op

De volgende week lijkt een ijskoude week te gaan worden, met temperaturen die 's nachts tot -15 kunnen dalen en overdag ook ruim onder nul blijven. Dat levert een bijzondere situatie op want het gebeurt niet vaak dat het hoogwater is als de vorst invalt. Ik heb het even nagezocht en vond terug dat dat in de afgelopen 50 jaar zo'n 4 keer gebeurd is: in februari 1979, januari 1982, januari 1987 en januari 2003. 

Vooral langs de Rijntakken kan de invallende vorst voor een bijzondere situatie zorgen want daar zijn de uiterwaarden nu helemaal gevuld. Bijna alle uiterwaarden langs de Rijn, IJssel en Waal hebben een zomerkade en daarachter is het water nu ingevangen als in een grote badkuip. Via sluisjes stroomt dat water maar heel langzaam weg en daarom kan zich hier een dikke ijslaag vormen. Die laag zakt dan langzaam naar beneden.

Dit levert dan een bijzonder verschijnsel op, want bij het zakken van het ijs worden de takken van boompjes en struiken, die deels boven het water uitstaken, onder de waterlijn geheel gestript. De dunnere takken kunnen het gewicht van de ijsvloer namelijk niet dragen en breken dan af. Zo zal straks de de onderlaag in de ooibossen langs de Rijn een flink stuk terggezet worden. De grotere bomen die boven het water uitsteken merken er niet zoveel van. 

De Maas heeft geen zomerkaden en water wordt daar niet of nauwelijk ingevangen in de uiterwaarden en daar zal dit verschijnsel zich daarom minder voordoen. Wel vinden we langs de Maas ondiepe geulen in de uiterwaarden die toen ze in verbinding met de rivier stonden zijn volgestroomd. Er kan zich daar dan wel een ijslaag vormen, maar omdat de waterdiepte er niet zo groot is, zal het strippen van bomen door het ijs er niet zo snel optreden.

Een volgend bericht kunt u volgend weekend verwachten of er zouden zich de komende dagen nog bijzondere ontwikkelingen moeten voordoen. Via Twitter geef ik soms een korte update; deze verschijnt dan ook op de site.

Hoogwaterbericht Rijn en Maas

Hoogwaterperiode houdt voorlopig nog aan

De hoogwaterperiode lijkt langer te gaan duren dan eerder was voorzien. De zone met actief weer waar lagedrukgebieden langs trekken die neerslag brengen blijft de komende dagen nog over de stroomgebieden liggen en dat zorgt om de paar dagen voor het opleven van de neerslagactiviteit. De hoeveelheden zijn echter nooit heel groot, met een cm of 2 per dag is het wel gedaan, en daarom is een sterke verdere stijging van de rivieren niet te verwachten. 

Het blijft een komen en gaan van (bescheiden) regenzones

Vandaag was een dag die al lang geleden in de verwachting zat als een natte dag en dat is ook uitgekomen. In de Middelgebergten in België, Duitsland en Frankrijk viel zo'n 2 tot 2,5 cm regen, in de hogere delen van de Vogezen en het Zwarte Woud 4 tot 5 cm. Dit is voldoende om de Maas opnieuw te laten stijgen en de Rijn een extra zetje te geven. De dooigrens is zo ver omhoog gegaan dat ook de hogere delen van de Middelgebergten nu sneeuwvrij zijn. 

Morgen en vrijdag valt er niet veel regen, maar zaterdag en zondag lijken opnieuw nat te gaan verlopen. Er trekt dan een nieuwe klein lagedrukgebied ten zuiden van Nederland langs en dat kan overal in de stroomgebieden voor nieuwe neerslag gaan zorgen. Ook dan lijken de hoeveelheden niet heel groot te zijn, maar voldoende om de rivieren weer wat extra water te bezorgen.

Na het weekend wordt het onduidelijk wat er gebeurt. Het meest waarschijnlijke scenario is dat achter het lagedrukgebied koude lucht naar West en Midden Europa stroomt. Een deel van de neerslag die zondag valt kan daarom in de noordelijke Middelgebergten (Ardennen en Eiffel) al als sneeuw vallen en dat maakt de verwachting voor de waterstanden rond die tijd extra lastig. 

Ook van maandag t/m woensdag wordt nog neerslag verwacht in de stroomgebieden. De instroom van koude lucht zorgt er echter voor dat die neerslag vanaf maandag meestal als sneeuw zal vallen, waardoor de aanvoer naar de rivieren dan wel af zal nemen. Mogelijk dat het midden van Europa wel in de zachte lucht blijft en dat daar nog regen valt. 

Al met al ziet het er naar uit dat het t/m zondag in de stroomgebieden regenachtig blijft. De hoeveelheden regen zijn echter niet zeer groot en dat zorgt er voor dat de Maasafvoer blijft schommelen op een hoog, maar niet zeer hoog niveau een dat de Rijn nog wel wat extra water te wachten staat maar een verdere sterke stijging bovenop de huidige hoge waterstanden is niet te verwachten. Na zondag wordt de weersverwachting erg onduidelijk en kan het vriezen of dooien in de stroomgebieden. In het eerste geval kan er een nieuw pak sneeuw vallen, in het tweede geval blijft de aanvoer van extra water naar de rivier nog even doorgaan. Een lange droge periode is voorlopig niet in zicht.

Rijn morgen naar eerste piekje op 14,3 m +NAP, daarna even stabiel voordat een lichte verdere stijging volgt

Inmiddels is de piek uit de Bovenrijn, die daar vorige week zaterdag is ontstaan bij Koblenz aangekomen. De Moezel was daar net iets aan het dalen omdat er op maandag en dinsdag niet veel neerslag was gevallen. De combinatie van een nog stijgende Bovenrijn en licht dalende Moezel zorgde vandaag voor een korte stabilisatie van de afvoer ter hoogte van Koblenz. Op een hoog niveau van ca 6750 m3/s. 

Samen met het water dat verder stroomafwaarts oa nog uit de Sieg, Ruhr en Lippe naar de Rijn stroomt levert dat morgen in de loop van de donderdag een hoogste stand op bij Lobith van ca 14,3 m. daar hoort dan een afvoer bij van ca 7000 m3/s. Op vrijdag blijft de waterstand ongeveer op dit niveau.

Door de regen van gisteren en vandaag is de Moezel in de loop van de dag opnieuw gaan stijgen. De verwachting is dat de afvoer er nog iets hoger wordt dan tijdens de eerste piek van enkele dagen terug.  Samen met het water uit de Bovenrijn, die ook nog licht stijgt, en het extra water uit de, ook weer wat stijgende, zijrivieren die tussen Koblenz en Lobith in de Rijn uitmonden, zorgt dat vanaf vrijdag voor een verdere stijging van de waterstand bij Lobith. 

Op zaterdag zal de waterstand dan opgelopen zijn tot ca 14,6 m +NAP en de afvoer bedraagt dan ca 7400 m3/s. Als dit zo uitkomt is deze hoogwatergolf vrijwel net zo hoog als die van januari 2018, toen de stand tot 14,64 m +NAP steeg. Omdat het regenwater van vandaag nog onderweg is naar de zijrivieren is de verwachting nog niet helemaal zeker. Een cm of 10 hoger of lager is dan ook nog mogelijk. 

Na zaterdag gaat de Rijn voorlopig nog vrijwel niet dalen. Misschien een klein beetje, maar het meest waarschijnlijk is dat er medio volgende week nogmaals een lichte stijging volgt. In de Bovenrijn in Zuid Duitsland is de afvoer vandaag, vanwege de regen aldaar, namelijk ook weer gaan stijgen en dat zorgt voor een nieuwe piek die weer in een dag of 5 tot 6 naar Nederland beweegt.

Tegen de tijd dat het hoogste punt van deze golf bij Koblenz aankomt (op 6 of 7/2) is juist de volgende regenzone over het stroomgebied van de Moezel getrokken en de kans is daarom groot dat dit voor het samenvallen van de twee watergolven gaat zorgen. Dat leidt dan tot een nieuwe stijging stroomafwaarts van Koblenz en naar verwachting  komt deze nieuwe piek volgende week dinsdag 9 of woensdag 10/2 bij Lobith langs.

Deze volgende golf zal zoals het er nu naar uitziet ongeveer net zo hoog zijn als de golf die voor zaterdag bij Lobith op het programma staat. Maar omdat een deel van de regen, die deze golf moet voeden, nog moet vallen, is de verwachting nog wat onzeker. Het zou ook nog 14,75 m +NAP of nog iets hoger uit kunnen komen. Een stand boven de 15 m is niet te verwachten.

Samengevat: morgen stijgt de stand bij Lobith langzaam naar ca 14,3 m +NAP in de loop van de dag. Daarna blijft de stand ongeveer stabiel tot op vrijdag een volgende lichte stijging in zet naar een peil van ca 14,6 m op zaterdag. Zondag en maandag kan de stand dan iets dalen, waarna op dinsdag of woensdag een volgende piek passeert die ook weer ongeveer op 14,6 m +NAP, misschien iets hoger, zal uitkomen.

Maas kan morgen weer stijgen naar ca 1500 m3/s bij Maastricht

De Maas reageert altijd veel directer op neerslag in het stroomgebied. Zodra het in de Ardennen gaat regenen stijgt de afvoer bij Maastricht meestal al een paar uur later. Tegelijkertijd reageert de rivier dan ook als het een paar dagen weinig regent. Dat was vanaf afgelopen zondag het geval en de Maas daalde daarom al weer snel na de piek die in het weekend passeerde. 

Inmiddels is de Maasafvoer bij Maastricht met 1100 m3/s ca 600 m3/s lager dan tijdens de piek. De komende uren gaat de afvoer weer stijgen want in het stroomgebied is zo'n 1,5 tot 2,5 cm regen gevallen. De meeste zijbeken van de Maas zijn daarom al weer gaan stijgen en dit water zal morgen grotendeels al bij Maastricht aankomen. 

Ik verwacht dat de afvoer morgen in de loop van de dag stijgt naar ca 1500 m3/s. De hoogste afvoer passeert waarschijnlijk in de nacht van donderdag op vrijdag. Ook op vrijdag zal de afvoer nog hoog blijven omdat ook het Noord-Franse deel van het stroomgebied steeds meer water is gaan leveren en dat compenseert waarschijnlijk de daling van de zijbeken in de Ardennen, die morgen in de loop van de dag al weer inzet.

Vanaf vrijdag later in de dag of zaterdag gaat de afvoer dan weer dalen, maar ook deze daling zal waarschijnlijk weer onderbroken worden vanaf zondag.  Op zaterdag en zondag wordt namelijk opnieuw flink wat regen in de Ardennen verwacht en dat kan op zondag en maandag voor een nieuwe stijging zorgen naar een piek die dan op waarschijnlijk maandag passeert. 

De neerslagverwachting die deze volgende stijging moet gaan veroorzaken is nog onzeker. De modellen berekenen de regenzone steeds op een iets andere locatie en ook zou het kunnen dat hogerop in de Ardennen de neerslag vanaf zondag deels al als sneeuw gaat vallen. In een volgend bericht zal hier meer duidelijkheid over te geven zijn.

 

 

Abonneren op