U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Eind van de week weersomslag; Rijn daalt eerst, daarna stabiel; Maas daalt

De buiigheid die vorige week in Nederland actief was, hield in Centraal Europa nog wat langer aan en dat leverde extra water op voor Rijn. De hoogste stand van een klein golfje passeert morgen. Omdat het nu al enige tijd droog is en dat ook zo blijft, gaat de stand de hele komende week weer omlaag. De Maas profiteerde niet meer van de buiigheid en blijft ook dalen. Vanaf volgend weekend neemt de buiigheid in Nederland en de stroomgebieden weer toe, maar het is nog onduidelijk of dat weer voldoende water op gaat leveren voor een stijging van de rivieren. In dit waterbericht leest u de details voor de waterstanden in de komende week.

In de rubriek Water Inzicht een overzicht van de droge maanden in Nederland. Ondanks dat het de laatste jaren vaak langere tijd droog was, is er in de neerslaghoeveelheden geen signaal te zien dat de kans op meer extreme droogte is toegenomen. 

water van de week

Hogedruk bepaalt nog enkele dagen het weer, maar later in de week neemt de onstabiliteit toe

Een uitloper van het Azoren hogedrukgebied strekt zich uit tot over onze omgeving en heeft nu zelfs een aparte kern gevormd boven Nederland. De komende dagen beweegt deze kern in oostelijke richting en trekt de rest van de uitloper zich wat terug op de Oceaan. Vanaf donderdag ontstaat er tussen deze twee hogedrukgebieden een zone met lagedruk die vanaf Frankrijk naar het noorden loopt. Vooral op donderdag en vrijdag kunnen hierin stevige buien ontstaan die ook in Nederland lokaal voor veel regen kunnen gaan zorgen. 

Op vrijdag beweegt de buiigheid verder naar het oosten en op die dag en de zaterdag vallen er ook buien in het stroomgebied van de Rijn. Zondag lijkt een droge dag te gaan worden in de stroomgebieden, maar vanaf maandag is de kans nu het grootst dat een nieuw lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan richting West Europa trekt. Op maandag en dinsdag kan de buiigheid dan weer toenemen. 

De verwachting is echter nog wel onzeker, zoals vaker bij dergelijke lagedrukgebieden die buien veroorzaken. Zo is nog niet duidelijk hoe actief de buien van de eerste neerslagzone op vrijdag en zaterdag in het stroomgebied van de Rijn zullen worden en van het tweede lagedrukgebied, dat na het weekend zou moeten ontstaan, is zelfs nog onduidelijk of het wel gaat ontstaan en waar het dan heen trekt. Al wel duidelijk is dat er zeer waarschijnlijk een einde komt aan het droge intermezzo en dat ook juni in Nederland geen al te droge maand zal gaan worden.

Rijn bereikt maandag de hoogste stand en daalt daarna de hele week

Tot en met woensdag bleef het nog buiig in de Alpen en Zuid Duitsland. Met name in de omgeving van de Bodensee viel veel regen en dit grootste meer in het stroomgebied van de Rijn steeg daardoor versneld verder. Dankzij het koude voorjaar was er nog relatief weinig sneeuw gesmolten en het waterpeil van het meer bleef daardoor nog onder het langjarig gemiddelde, maar heeft dat niveau nu wel bereikt. Er ligt boven de 2000 m nog steeds veel sneeuw in de Alpen en als er later deze maand nogmaals veel regen valt, dan kan de combinatie van smelt- en regenwater voor een verdere stijging zorgen.

De buiigheid leverde een piekje op in de Bovenrijn waarvan de hoogste stand morgen bij Lobith aankomt. Het waterpeil zal dan tot ca 9,8 m zijn gestegen en de afvoer bedraagt dan iets minder dan 2600 m3/s. Dit is boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ca 2250 m3/s bedraagt. Na maandag gaat het peil weer dalen en tegen het eind van de week zal de afvoer weer op en later ook net onder het langjarig gemiddelde zakken.

Vanaf dinsdag daalt de stand eerst enkele dagen met ca 10-15 cm per dag, maar vanaf vrijdag neemt de daling weer af tot zo'n 5 cm per dag. De afvoer vanuit Zwitserland blijft voorlopig nog hoog en daarom daalt de Rijn maar langzaam. Over een week verwacht ik een stand van ca 9,25 m en ook als de daling aanhoudt zal het dan nog tot het eind van die week duren voordat de 9 m wordt bereikt.

Het is echter nog lang niet zeker dat die 9 m voorlopig bereikt gaat worden. Vanaf aanstaande vrijdag neemt de buiigheid waarschijnlijk boven het stroomgebied weer toe en als dat uit komt kunnen ook in de Alpen weer flinke hoeveelheden neerslag gaan vallen. Het blijft echter nog even afwachten of dit ook uit gaat komen, want zoals ik boven in dit bericht al schreef, zijn de verwachtingen nog wat onzeker voor die periode. Het blijft dus even afwachten tot de tweede helft van de week wanneer de buienzone boven Frankrijk is ontstaan en dan te volgen hoe de buiigheid zich verder ontwikkelt.

Maas daalt de hele week, maar profiteert mogelijk van buien aan het eind van de week

De Maas profiteerde begin deze week niet meer van de buiigheid in Centraal Europa. Er viel wel een enkele buien in het meest zuidelijke deel van het stroomgebied, maar dat heeft nauwelijks invloed op de afvoeren in Nederland. Omdat het nu al meer dan een week droog is in de rest van het stroomgebied, is de afvoer de hele week gedaald en nu bij Maastricht rond de 100 m3/s uitgekomen. Dat is iets onder het langjarig gemiddelde, dat ca 125 m3/s bedraagt. 

De hele week zal de afvoer langzaam verder dalen naar ca 75 m3/s in het volgend weekend. Vanaf vrijdag kunnen er in het stroomgebied ook buien gaan vallen. Op dit moment lijkt de meest intensieve neerslag echter aan de Ardennen voorbij te gaan. De eerste buien trekken er westelijk langs en als de buienzone naar het oosten trekt, activeert deze pas weer ten oosten van de Ardennen. Het is een patroon dat we de afgelopen jaren vaker hebben gezien. Het kan echter ook nog anders uitpakken, want dergelijke lagedrukgebieden met buien blijven altijd lastig te voorspellen. 

Mocht het toch tot flinke buien komen, dan is dat waarschijnlijk op vrijdage n zaterdag het geval en dan zou de afvoer vanaf zaterdag weer wat kunnen gaan stijgen. Het blijft afwachten tot de tweede helft van de week of dat ook uit gaat komen.

water inzicht

Droge zomers van de afgelopen jaren vallen in de meetgegevens van de afgelopen jaren niet echt op

De afgelopen jaren en dan met name de zomers vielen op vanwege de droogte. Het grondwater daalde op de hogere zandgronden in het oosten en zuiden van het land tot erg lage waarden en er waren veel berichten over droogvallende beken en vennen en met name de bossen op de hogere gronden in Nederland hebben het zwaar te verduren gehad. Als we nu echter naar de neerslaggegevens kijken van deze jaren dan valt op dat deze jaren er niet of nauwelijks uitspringen. 

In de figuur hieronder heb ik voor de hele meetreeks van de neerslag in De Bilt de maanden een kleurtje gegeven waarin de hoeveelheid neerslag minder bedroeg dan 75% van het langjarig gemiddelde voor die maand. In oranje zijn de maanden weergegeven met 51-75% van de gemiddelde neerslag, in rood de maanden met 26 tot 50% en in donkerrood de maanden met 25% of minder. 

In een oogopslag is te zien dat er in het verloop van de droge maanden geen duidelijke trend zichtbaar is. Als we een vergelijkbare grafiek zouden maken voor de temperatuur, dan zouden de warmste maanden zich voor het overgrote deel in de laatste 50 jaar bevinden, maar bij de neerslag is dat niet het geval. De oplopende temperaturen leiden dus niet tot het veel vaker optreden van te droge maanden.

Neerslagfiguur De Bilt.jpg

Neerslaghoeveelheden in de Bilt, waarin de maanden zijn weergegeven dat er <75% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag viel (in oranje), er <50% viel (rood) en <25% viel (donkerrood)
Neerslaghoeveelheden in de Bilt, waarin de maanden zijn weergegeven dat er <75% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag viel (in oranje), er <50% viel (rood) en <25% viel (donkerrood)

Vanwege de klimaatverandering verwachten we vooral dat de zomers droger zullen worden. Als we wat verder inzoomen op de zomermaanden dan blijkt die trend in de meetreeks nog niet echt zichtbaar te zijn. In de volgende figuur heb ik de aantalen maanden met weinig neerslag in de zomerhalfjaren per decennium opgeteld. In donkerrood zijn de maanden weergegeven dat minder dan 25% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag viel. In de afgelopen 10 jaar waren dat er 5. Dat is meer dan gemiddeld per decennium, maar het springt er ook weer niet echt uit. Tussen 1971 en 1980 waren het er ook al eens 5. Wel valt op dat er de laatste decennia steeds 3 tot 5 van dergelijke maanden zijn, terwijl dat voor 1970 steeds maar 1 tot 3 was.

Als we naar de maanden kijken met minder dan 50% (rood en donkerrood samen) dan is het afgelopen decennium niet uitzonderlijk en het totale aantal van 11 maanden is ongeveer gelijk aan het gemiddelde. Ook valt de hele periode sinds 1970 niet meer op door een hoger aantal, wat we bij de meest droge maanden wel zagen. Bij het aantal maanden met minder dan 75% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag zijn de eventuele veranderingen nog kleiner.

Schermafbeelding 2021-06-13 om 18.26.43.png

Aantal maanden van het zomerhalfjaar (april t/m september) per decennium met <75% (oranje, <50% (rood) en <25% (donkerrood) van de  gemiddelde hoeveelheid neerslag in De Bilt
Aantal maanden van het zomerhalfjaar (april t/m september) per decennium met <75% (oranje, <50% (rood) en <25% (donkerrood) van de gemiddelde hoeveelheid neerslag in De Bilt

Dezelfde analyse van droge maanden heb ik ook gedaan voor Eindhoven. Hier wordt de neerslag vanaf 1912 gemeten (bij de De Bilt vanaf 1906) en in grote lijnen is het beeld hier hetzelfde als bij De Bilt. De figuur hieronder laat net als de vorige grafiek het totaal aantal droge maanden zien waarin respectievelijk minder dan 75, 50 en 25% van de neerslag viel. In grote lijnen lijkt de grafiek van Eindhoven op die van De Bilt. Wel valt op dat het totaal aantal te droge maanden met minder dan 75% van de gemiddelde hoeveelheid maandneerslag is in het laatste decennium het hoogste sinds het begin van de metingen. Een duidelijke trend is er echter niet, want het vorige decennium was het aantal weer wat lager.

Bij de meest extreem droge maanden met minder dan 25% was het aantal zelfs niet hoger en ongeveer vergelijkbaar met eerdere decennia. Het aantal maanden met <50% neerslag is op de periode 1981-1990 na, de hoogste, maar springt er ook niet echt uit. 

Schermafbeelding 2021-06-13 om 18.27.02.png

Aantal maanden van het zomerhalfjaar (april t/m september) per decennium met <75% (oranje, <50% (rood) en <25% (donkerrood) van de gemiddelde hoeveelheid neerslag in Eindhoven.
Aantal maanden van het zomerhalfjaar (april t/m september) per decennium met <75% (oranje, <50% (rood) en <25% (donkerrood) van de gemiddelde hoeveelheid neerslag in Eindhoven.

Ondanks dat het niet meteen uit de neerslagmetingen blijkt, was er toch zeker sprake van droogte. Voor droogte is namelijk niet alleen de hoeveelheid neerslag van belang, maar ook de hoeveelheid verdamping. Die is vanwege de steeds hogere temperaturen en de toename van het aantal urten zonneschijn ook steeds hoger geworden. In de figuur hierna is de totale hoeveelheid verdamping bij de Bilt van de 6 zomermaanden weergegeven. Er is duidelijk sprake van een oplopende trend en verder valt op dat de laatste 3 jaren erg hoog eindigen. In deze 3 jaren was de verdamping steeds ca 5 cm groter dan in de eerder jaren. De extra verdamping zorgt er voor dat de droogte in perioden met weinig neerslag extra sterk gevoeld wordt. Aan de hand van de meetgegevens zou je zelfs kunnen zeggen dat de toegenomen droogte meer het gevolg is van meer verdamping dan van weinig neerslag. Er is dus wel een klimaateffect, maar dit is meer het gevolg van de hogere temperatuur dan van veranderingen in de neerslaghoeveelheden.

Schermafbeelding 2021-06-13 om 21.05.37.png

Totale hoeveelheuid verdamping gedurende de 6 maanden van het zomerhalfjaar in De Bilt.
Totale hoeveelheuid verdamping gedurende de 6 maanden van het zomerhalfjaar in De Bilt.

Verder valt er nog een aspect op wat bijzonder was in de afgelopen jaren. Kort na elkaar waren er twee keer twee maanden met een extreem lage neerslag. In 2018 gebeurde dat in de zomermaanden en dat was voorheen pas een keer eerder gebeurt, in 1911, dat 2 zomermaanden na elkaar zo droog waren. In 2020 gebeurde dat nogmaals, maar nu in april en mei. April viel toen in de categorie van 25-50%, maar dat was maar net, want het percentage voor april bedroeg 26%.

Het is vooral deze combinatie van 2 maanden achtereen met zeer weinig neerslag en daarbij de toegenomen verdamping die voor de bijzondere situatie heeft geleid. Dit jaar verloopt tot nu toe anders, want mei was relatief nat en als de verwachtingen uitkomen zal ook juni nog flink wat regen gaan ontvangen en zal deze maand waarschijnlijk niet in de reeks van te droge zomermaanden terecht komen.

 

Rijn stijgt nog wat verder, Maas daalt weer

De afgelopen dagen trokken stevige buien over de stroomgebieden van Rijn en Maas. De Maas kreeg wat extra water te verwerken, maar daalt nu al weer. In de Rijn is het extra water nog onderweg en daar komt de komende dagen nog wat bij. De 10 m wordt bij Lobith misschien net gehaald.  In Nederland en later ook in de stroomgebieden wordt het droog en dat zou wel eens een langere droge periode kunnen worden. De rivieren hebben na de buien echter een flinke buffer en lage standen zijn voorlopig nog lang niet in zicht. In dit waterbericht leest  u de verwachtingen voor de komende 2 weken.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van de buien die in de Ardennen zijn gevallen en welk deel van het water in het kleine zomerpiekje in de Maas terecht is gekomen. 

water van de week

Buiigheid sterft langzaam uit, gevolgd door een langere droge periode

Het warme en droge weer dat eind mei begon, werd al na een week onderbroken door een intermezzo met stevige buien.Het hele stroomgebied van Maas en Rijn kreeg ermee te maken en dat is lang niet gebeurd, want vooral de Maas viel de afgelopen zomers vaak buiten de boot. Ook in Nederland waren er lokaal zware buien met soms wateroverlast. Zodra de hoeveelheid neerslag uit een bui oploopt tot 3 of 4 cm wordt meestal het niveau bereikt dat de afvoeren het niet meer aan straten blank komen te staan. 

Zelfs het zuiden en oosten van Nederland, waar de zomer de afgelopen jaren droog verliep kreeg veel water te verwerken. Toch was er wel een uitzondering want een groot deel van Midden-Limburg bleef vrijwel droog en dat is net het deel van ons land waar de droogste de afgelopen jaren het hevigst was. 

De komende week tot 10 dagen wordt in Nederland vrijwel geen regen verwacht en omdat de temperaturen oplopen gaat ook het neerslagtekort weer oplopen. Voorlopig is er op de meeste plaatsen echter voldoende water in de bodem opgeslagen om het een tijdje uit te houden. Het droge en warme weer hangt samen met een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied die tot onze omgeving reikt. De hele week verandert daar weinig aan en ook na het komend weekend is er weinig kans op verandering. 

Op dit moment ligt er nog wel een klein lagedrukgebied boven Centraal Europa en dat zorgt in Zuid Duitsland en Zwitserland de komende 2 tot 3 dagen nog voor flinke buien. Lokaal kan daar nog zo'n 4 tot 5 cm regen vallen en dat is voldoende om de Rijn nog wat extra water te leveren. Na woensdag neemt de invloed van het hogedrukgebied ook hier toe en wordt de kans op buien steeds kleiner.

Er breekt dan een wat langere droge periode aan in heet het stroomgebied en voorlopig is daar het einde nog niet van in zicht. Er is een kleine kans dat als gevolg van de warmte er na het weekend boven Centraal Europa een nieuw lagedrukgebied ontstaat. Dat zorgt dan voor een opleving van de buiigheid in met name de Alpen en weer wat extra water voor de Rijn. Maar het nu nog onzeker of dat ook gaat gebeuren, want de kans is momenteel het grootst dat het droge weer ook tot na het volgend weekend nog aanhoudt.

Rijn stijgt de hele week naar ca 9,75 tot 10 m in het volgend weekend

De afgelopen week is de Rijn langzaam gedaald, naar ca 9 m +NAP en een afvoer van 2000 m3/s op vrijdag. Daarna kwam het eerste water aan van de buien die net over de grens in Duitsland waren gevallen en ging de stand weer langzaam omhoog. Inmiddels is ook het water van de buien uit Midden Duitsland aangekomen en iedere dag gaat de stand met zo'n 10 tot 15 cm omhoog. 

De regen die de komende 3 dagen nog in het zuiden van het stroomgebied valt, komt pas volgend weekend aan en tegen die tijd zal ook de hoogste stand van deze kleine afvoergolf worden bereikt. Het hangt af van de hoeveelheid regen die er de komende 3 dagen gaat vallen of de 10 meter opnieuw bereikt wordt, net als 2 weken geleden. De afvoer stijgt dan tot tussen de 2500 en 2700 m3/s; wat iets boven het langjarig gemiddelde zou zijn, want dat bedraagt ca 2250 m3/s.

Via Twitter had ik afgelopen donderdag aangekondigd dat misschien de 11 meter bereikt zou worden, maar toen zag het er naar uit dat de neerslag van het lagedrukgebied dat nu boven Centraal Europa ligt nog wat forser zou zijn. Nu dat meevalt, hou ik het op maximaal 10 meter. Na het volgend weekend gaan de waterstanden en afvoeren weer dalen. De langere droge periode die na vanaf woensdag aanbreekt zorgt daarvoor en als deze periode inderdaad lang aanhoudt dan kan de waterstand ook langere tijd gaan dalen.

Maas bereikte even de 300 m3/s maar gaat vanaf nu lange tijd dalen

Het hele stroomgebied van de Maas had in de tweede helft te maken met zware buien, maar het was vooral de regenval in de Ardennen die voor een stijging van de afvoer zorgde. In de eerste helft van de week was de afvoer nog gedaald van ca 250 naar 150 m3/s, maar vanaf donderdag en vooral vrijdag liep de afvoer weer wat op. Op zaterdag werd de hoogste waarde van ca 300 m3/s bereikt. dat is ruim boven de gemiddelde waarde voor deze tijd van het jaar die ca 150 m3/s bedraagt. 

Dat het nu even wat meer is zegt overigens weinig over het verloop in de komende zomermaanden. In de zeer droge zomer van 2018 waren er begin juni ook nog zware buien gevallen in de Ardennen en dat zorgde toen ook tweemaal voor een afvoer van meer dan 300 m3/s. Daarna ging de afvoer toen snel naar beneden en begin juni werd toen al de 50 m3/s onderschreden, een niveau waar de Maas vervolgens ruim 5 maanden niet meer boven kwam.

Ook nu breekt er een langere droge periode aan. In het stroomgebied van de Maas is die zelfs al begonnen, want het lagedrukgebied boven Centraal Europa zal voor de Maas weinig betekenen. De afvoer bij Maastricht is daarom al weer gaan dalen en rond het volgend weekend verwacht ik dat het niveau weer rond de 150 m3/s zal zijn uitgekomen. Ook na het weekend blijft de afvoer dalen en de kans is groot dat later in juni ook de 100 m3/s wordt onderschreden. Voorlopig is er namelijk geen zicht op nieuwe regenval in de regio waar de Maas zijn water vandaan krijgt.

Water inzicht

Invloed van zware buien op de afvoer van de Maas

Op 3 en 4 juni trokken zware buien van zuid naar noord over het westen van Europa en ook het stroomgebied van de Maas kreeg daar mee te maken. In de kaart hieronder is aan de hand van de radarbeelden berekend hoeveel regen er gevallen is en lokaal liep dat op tot ca 6 cm. Vooral de hoogste delen van de Ardennen kregen veel water te verwerken.

Ook in het westen van Duitsland vielen zware buien en met name waar er akkerland op de flanken van de heuvels lag, leidde dat ook tot modderstromen. Rond deze tijd van het jaar heeft een deel van de gewassen nog weinig bladeren en de zware buien op de open grond zorgen dan dat er veel grond weg kan spoelen. Ook de akkers in Zuid Limburg zijn hier gevoelig voor, maar zoals het neerslagkaartje al laat zien bleef de regenval daar beperkt tot 1 à 1,5 cm en dan blijft de overlast beperkt.

Nog wat verder naar het noorden in Limburg viel zelfs bijna helemaal geen regen. Nabij Roermond bleef het bij enkele mm's. Dit is het droogste deel van ons land en ook dit maal viel er dus bijna niets. Gelukkig was er in mai wel aardig wat regen gevallen, dus als het de komende weken langdurig droog wordt, is er ook hier enige buffer in de bodem aanwezig.

Neerslag stroomgebied Maas.jpg

Regenhoeveelheden in de Ardennen op 3 en 4 juni
Regenhoeveelheden in de Ardennen op 3 en 4 juni

De zware regenval in de Ardennen zorgde ervoor dat de afvoer in de beken die daar ontspringen razendsnel opliep. In het kaartje hieronder is voor 3 belangrijke deelstroomgebieden van de Maas (Vesdre, Amblève en Boven-Ourthe) de omtrek aangegeven en in de grafieken er naast het afvoerverloop. Deze beken komen samen in de Beneden-Ourthe en stromen dan bij Luik-Angleur in de Maas uit.

De Vesdre kreek tweemaal een zware bui over het stroomgebied, bij de Amblève was vooral de tweede bui het zwaarst. De Amblève kreeg ook het meeste water in totaal te verwerken en hier was de stijging ook het snelst. De Amblève ontspringt ook in het gebied met de grootste hoogteverschillen en hier stroomt relatief een groot deel van de gevallen neerslag af naar de beek. De Boven-Ourthe ontspringt wel in en hoog gebied, maar de hoogteverschillen zijn er kleiner en de piek is hier minder scherp. Ook is de piek er wat langer onderweg.

Buien Ardennen.jpg

Deelstroomgebieden (links) en ffvoerverloop van Vesdre (boven-rechts), Ambleve (midden-rechts) en Ourthe (onder-rechts) na de zware buien van 3 en 4 juni.
Deelstroomgebieden (links) en ffvoerverloop van Vesdre (boven-rechts), Ambleve (midden-rechts) en Ourthe (onder-rechts) na de zware buien van 3 en 4 juni.

Al met al valt het met het percentage dat tot afstroom komt trouwens nog wel mee. Ik heb berekend dat er in totaal een kleine 100 miljoen m3 water is gevallen in de deze 3 stroomgebieden, maar na 3 dagen was hiervan nog altijd minder dan 10% bij de meetstations gepasseerd. En de afvoer was daar toen al weer aan het terug lopen, dus uiteindelijk zal een groot deel van het water in het stroomgebied achterblijven omdat het verdampt of in de bodem zakt.

In de figuur hierna is de bijdrage van deze 3 zijrivieren bij het meetstation Angleur, juist voor de instroom in de Maas, weergegeven. In de piek die daar op 5 juni passeerde was het water van alle drie de beken aanwezig, maar de piek in de Vesdre was toen al grotendeels voorbij en die van de Ourthe moest nog komen. Al met al liep de totale afvoer met ca 80 m3/s op. 

Afvoerverloop Ourthe.jpg

Afvoerverloop bij Angleur en de bijdrage daarin van de Vesdre, Ambleve en Ourthe
Afvoerverloop bij Angleur en de bijdrage daarin van de Vesdre, Ambleve en Ourthe

Vervolgens ben ik nagegaan wat deze afvoergolf vanuit de Ardennen voor de Maas heeft betekend. De afvoergrafiek van Maastricht St Pieter (blauwe lijn) moest ik daarvoor wel wat glad poetsen, want door het stuwbeheer zijn daar enorme schommelingen is te zien, die weinig te maken hebben met de pieken die de buien opleveren. De pieken in de Maas zijn er namelijk ook op de dagen dat er helemaal geen regen is gevallen. De zwarte lijn is ongeveer het gemiddelde van de afvoer bij Maastricht en het blauwe vlak is de waterhoeveelheid die er passeerde.

De afvoer van Angleur is vervolgens op schaal in de grafiek van het afvoerverloop van Maastricht geplakt. Het blijkt dat met de afvoer vanuit de Vesdre, Amblève en Ourthe ongeveer de helft van de toename bij Maastricht is te verklaren. Deze 3 beken maken ongeveer 30% van het oppervlak van de Ardennen uit en hebben dus relatief veel water aangeleverd. Vooral de Amblève leverde dit maal een grote bijdrage. De komende dagen zal de afvoer van deze zijbeken weer gestaag afnemen en het is wachten op de volgende buien tot er weer een stijging kan volgen. 

Afvoer Maas met beken Ardennen.jpg

Afvoer van het meetstation Angleur afgebeeld in het afvoerverloop van de Maas bij Maastricht. Het afvoerverloop van maastricht kent sterke schommelingen agv het stuwbeheer. Met de zwaret lijn is daar het gemiddelde verloop van aangegeven.
Afvoer van het meetstation Angleur afgebeeld in het afvoerverloop van de Maas bij Maastricht. Het afvoerverloop van maastricht kent sterke schommelingen agv het stuwbeheer. Met de zwaret lijn is daar het gemiddelde verloop van aangegeven.
 

 

 

 

Eerst dalende, later mogelijk weer stijgende waterstanden

Met het begin van de meteorologische zomer in aantocht is het weer plotseling omgeslagen en is het flink warmer geworden. Met de droge zomers van de afgelopen jaren in herinnering is het spannend of daarmee de droogte ook weer terugkeert, of dat de warmte gepaard gaat met buiig weer. Voorlopig lijkt het er op dat de regengebieden weinig moeite hebben om het continent te bereiken, want vanaf de tweede helft van de week kan er in de stroomgebieden al weer aardig wat neerslag gaan vallen. Wat dat voor de waterstanden betekent leest u in dit waterbericht. 

In de rubriek water Inzicht dit maal een analyse van de ontwikkelingen in de voorjaarsafvoeren van de Maas. Met name april is de laatste jaren veel droger geworden en wat zien we daar van terug in de afvoeren van de Maas. 

water van de week

Hogedruk is even aan zet, maar al snel dienen zich ook lagedrukgebieden aan

Het warme en droge weer hebben we te danken aan een hogedrukgebied dat vanaf de Azoren richting de Noordzee is geschoven en daardoor is de wind over het Europese continent naar de warmere oosthoek gedraaid. Het hogedrukgebied blijft echter niet liggen, maar schuift verder naar Scandinavië, waar het wel voor langere tijd lijkt post te gaan vatten. Het ligt net te ver weg om het weer bij ons te blijven domineren, maar heeft er wel invloed op. 

Boven de Golf van Biskaje ontstaat op dinsdag een lagedrukgebied en als het hogedrukgebied opschuift naar het oosten ontstaat er ruimte voor dit lagedrukgebied om naar het noorden te bewegen. Het brengt regengebieden met zich mee die vanaf woensdag over Frankrijk naar het oosten trekken. Nederland krijgt er vanaf donderdag waarschijnlijk mee te maken, maar de hoofdmoot van de neerslag lijkt op donderdag in Oost Frankijk en Zuid Duitsland te gaan vallen. 

Het lagedrukgebied schuift op donderdag in noordwestelijke richting de Oceaan weer op, waardoor het even wat droger wordt, maar 2 dagen later ontstaat er al weer een nieuw lagedrukgebied boven Frankrijk dat ook naar het noorden trekt. De regen die met dit lagedrukgebied samenhangt valt ook weer vooral in Midden Europa, maar ook de Ardennen en het oosten van Nederland maken dan kans op flink wat neerslag. Enig voorbehoud is nog wel op zijn plaats, want het is nog lang niet zeker dat dit tweede lagedrukgebied ook werkelijk ontstaat, laat staan welke koers het volgt en waar dan de meeste regen gaat vallen. 

Al met al dus eerst een paar dagen droog onder invloed van het hogedrukgebied. Op woensdag dringt een lagedrukgebied op vanaf Biskaje en neemt de kans op buien toe, met dan de grootste hoeveelheden neerslag in het stroomgebied van de Rijn. Na een kort wat droger intermezzo kan een nieuw lagedrukgebied opnieuw voor flink wat buien gaan zorgen in het volgende weekend en dan zou ook de Maas kunnen profiteren.

Rijn daalt de hele week

Dankzij de regenval in de afgelopen weken is de Rijn gestegen tot iets boven het langjarig gemiddelde. De afvoer steeg tot ongeveer 2750 m3/s, waar 2200 normaal is voor eind mei. De waterstand bij Lobith steeg tot iets boven de 10 m +NAP en was ca 75 cm hoger dan gemiddeld. Sinds een paar dagen is het droog in het stroomgebied en de waterstanden in Duitsland zijn nu overal al weer gaan dalen en vanaf vandaag daalt ook de Rijn bij Lobith weer. 

Deze daling zet de hele week door en iedere dag zakt het peil met ca 15 cm. In het volgend weekend is het niveau dan gezakt tot ca 9 m +NAP en de afvoer tot ca 2000 m3/s. Vanaf zondag aanstaande (3 juni) kan het eerste water aankomen dat in het midden van de week in Duitsland en Oost Frankrijk gaat vallen. Waarschijnlijk stabiliseert de stand bij Lobith dan of gaat weer iets stijgen.

Het is afwachten hoe het tweede lagedrukgebied zich ontwikkelt als dat in het volgend weekend ontstaat boven Frankrijk. De kans bestaat dat er dan vooral in de Alpen en Zuid Duitsland veel regen gaat vallen. Die regenval zal in de Alpen ook veel smeltwater meevoeren, want het sneeuwdek boven de 1500 tot 2000 m is nog steeds erg dik voor de tijd van het jaar.  Als dat uitkomt, dan levert dat voor de Rijn veel extra water op en in Nederland kan de stand vanaf ca 12 juni dan opnieuw gaan stijgen. Maar voorlopig is deze ontwikkeling nog vrij onzeker en pas tegen het eind van de komende week is hier meer duidelijkheid over te geven. 

Maas daalt ook de hele week

Ook de Ardennen ontvingen de afgelopen weken aardig wat regen en dat was voldoende om de Maasafvoer weer wat op te tillen tot een afvoer van ruim 250 m3/s bij Maastricht. Dat is boven het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar ca 160 m3/s bedraagt. Een groot verschil is dat niet, maar als we ons realiseren dat de Maas in het vorige zomerhalfjaar (van april t/m september 2020) geen enkele dag boven het langjarig gemiddelde uit was gestegen, dan is dat toch een bijzonder moment.

In het stroomgebied is het nu al weer een paar dagen  droog en de afvoer bij Maastricht is daarom weer gaan dalen en zakt vandaag weer onder de 200 m3/s. De komende dagen zet de daling door en aan het eind van de week zal ook de 150 m3/s weer onderschreden worden en zakt de afvoer weer ondeer het langjarig gemiddelde.  

Op donderdag kan er wat regen vallen in het stroomgebied, maar de hoeveelheden zijn waarschijnlijk niet voldoende om de Maasafvoer weer te laten stijgen. Meer kans daarop is er na het komend weekend als er ook in de Ardennen veel regen kan vallen. Deze verwachting is, net als bij de Rijn, echter nog onzeker en pas in de loop van de week zal duidelijk worden of de buien die dan verwacht worden zich ook daadwerkelijk gaan ontwikkelen.

water inzicht

Analyse van de Maasafvoeren in de voorjaarsmaanden

De Maas is in het voorjaar enerzijds afhankelijk van water dat eerder in de winter is gevallen en via het grondwater langzaam aan de rivier wordt geleverd. Het ondergrondse buffers in het stroomgebied stromen als het ware weer langzaam leeg na de winter. Daarnaast is ook de regenval zelf een belangrijke bron voor de Maas. Vooral tijdens een wat langere natte periode, komt een steeds groter deel van het water ook beschikbaar voor de rivier. 

Als we naar het langjarig verloop van de Maasafvoeren in de maanden mei en juni kijken (zie grafieken hierna) dan valt op dat er van jaar tot jaar  grote verschillen zijn. Zelfs jaren direct na elkaar kunnen 3 of 4 keer zo veel water afvoeren. Als we naar de trendlijnen kijken, dan blijkt dat deze van april en mei langzaam aflopen. Vooral de laatste 10 jaren waren er vrij veel jaren met een lager dan gemiddelde afvoer en vooral ook waren er weinig uitschieters naar boven.

NB. In de grafieken is de afvoer van Monsin afgebeeld, dit is een plaats net bovenstrooms van Maastricht, juist voordat het Albertkanaal aftakt. Vooral bij lagere afvoeren stroomt er relatief veel water via dit kanaal en de andere kanalen die daar beginnen en om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de jaren wordt altijd de afvoer van Monsin genomen.

De dalende trend in april en mei zet zich niet door tot in juni. In deze maand zijn er van jaar tot jaar ook grote verschillen, maar de trendlijn is vrijwel vlak. Vooral juni 2016 springt er hier duidelijk bovenuit. In deze maand waren er veel extreme buien en dat zorgde wekenlang voor hoge afvoeren. Het is mede aan deze ene natte juni-maand te danken dat de trendlijn van juni niet daalt bij de Maas.

voorjaar Maas.jpg

De gemiddelde Maasafvoer van april (boven, mei (midden) en juni (onder) van alle jaren sinds 1911. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).
De gemiddelde Maasafvoer van april (boven, mei (midden) en juni (onder) van alle jaren sinds 1911. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).

In de bovenstaande grafieken is met een rode lijn ook het verloop van het 30-jarig gemiddelde weergegeven. Dit gemiddelde laat ook flinke schommelingen zien. Hier zijn het vooral de natte jaren 80 die hun invloed hebben. In alle voorjaarsmaanden leverde dat een flinke stijging op van het gemiddelde. In de grafieken hierna zijn alleen de 30-jarige gemiddelde van de3 voorjaarsmaanden afgebeeld.

Bij de Maas loopt het langjarig gemiddelde in de 3 voorjaarsmaanden langzaam terug, van ca 300-350 m3/s in april tot ca 140-160 m3/s in juni. Als we de Maasafvoer vergelijken met die van de Rijn, dan valt vooral op dat de maand juni bij de Rijn een heel ander verloop heeft. Juni is doorgaans de maand dat de Rijn het meeste profiteert van de sneeuwsmelt in de Alpen en het is daarom dat de juni-afvoer bij de Rijn ongeveer net zo hoog is als de mei-afvoer. De Maas profiteert niet van smeltende sneeuw en daar ligt de juni-afvoer ver onder de mei-afvoer.

Trends voorjaar Maas ivm Rijn .jpg

erloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni van de Maas (links) in vergelijking met de Rijn (rechts).
erloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni van de Maas (links) in vergelijking met de Rijn (rechts).

Wat verder opvalt in de grafieken van het 30-jarig gemiddelde is dat het verloop bij Maas en Rijn over de hele meetreeks bekeken een vergelijkbaar patroon heeft. De opleving na de natte jaren 80 is bij beide rivieren goed te zien. In de grafieken hieronder heb ik de lijnen van het 30-jarig gemiddelde van beide rivieren in dezelfde grafiek gezet.

Het 30-jarig gemiddelde is hier uitgerukt tov het langjarig gemiddelde over de hele meetperiode. 100% houdt dan in dat het 30-jarig gemiddelde hetzelfde is als het langjarig gemiddelde. Als de lijn boven de 100% uitstijgt, is het 30-jarig gemiddelde groter dan het langjarig gemiddelde. De rivieren voeren dan relatief veel water af; als de lijn onder de 100% ligt voeren de rivier juist relatief weinig water af.

Verloop 30j gemidd april Maas en Rijn .jpg

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in April. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in April. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.

Als we het verloop van het 30-jarig gemiddelde van rijn en Maas in april vergelijken, dan valt op dat beide sterk op elkaar lijken. De langjarige schommelingen, zoals de relatief natte jaren 80 en de relatief droge laatste 10 jaar leveren bij beide een vrijwel identiek verloop op. In de drogere perioden (1940 - 1980) lag de lijn van de Maas meestal iets onder die van de Rijn en in de natter perioden is dat andersom.

Zeer opvallend is de sterke daling in de laatste 10 jaar. Zoals we vorige week bij de Rijn ook al zagen heeft dit te maken met het feit dat de natte jaren 80-90 gaandeweg wegvallen uit het 30jarig gemiddelde, gecombineerd met de droge afgelopen 10 jaar. De laatste 3 jaren zien we ook dat de lijn wat stabiliseert, maar wel op een niveau van slechts 90% van het langjarig gemiddelde. Het blijft afwachten hoe de maand april zich de komende jaren gaat ontwikkelen, als blijvend droge maand, of dat er ook weer een opleving komt, net zoals in de jaren 80 van de vorige eeuw.

In de beide grafieken hierna is ook voor de maanden mei en juni het verloop van het 30-jarig gemiddelde weergegeven. Ook bij deze twee maanden is het verloop van de beide rivieren in grote lijnen vergelijkbaar. Bij mei valt op dat er rond het midden van de vorige eeuw een periode is geweest met langdurig relatief lage afvoeren, maar dat de mei-afvoer van beide rivieren zich naar het eind van de eeuw weer helemaal heeft hersteld. Net asl bij april neemt de gemiddelde afvoer al een jaar of 10 - 15 vrij duidelijk af. Bij de Maas is deze daling veel sterker dan bij de Rijn en het gemiddelde is bij de Maas nu ongeveer net zo laag als in het midden van de vorige eeuw. 

De sterkere daling van de Maas in mei heeft er waarschijnlijk mee te maken dat het de Maas moeite kost om na een droge aprilmaand in mei weer op te veren. De Rijn, die in de loop van mei kan profiteren van smeltwater uit de Alpen, heeft daarom minder last van een droge aprilmaand dan de Maas.

Ook in juni vallen de natte jaren aan het eind van de vorige eeuw op en de relatief hoge gemiddelde afvoeren die dat vanaf ca 1980 heeft opgeleverd voor de beide rivieren. Sindsdien zijn de 30-jarige gemiddelden echter al weer langere tijd aan het dalen en de laatste 10 jaar is deze daling wat versneld. De sterke daling die we bij april zagen is in juni echter niet meer terug te zien. Helemaal aan het eind van de reeks is er net als bij de nadere voorjaarsmaanden ook een stabilisatie opgetreden op een niveua net iets onder het langjarig gemiddelde.

Samengevat zien we dat, ondanks dat de langjarige trends van de voorjaarsmaanden maar weinig veranderen, er sterke schommelingen zijn; zowel tussen de jaren onderling als in het verloop van het 30-jarig gemiddelde. Opvallend is dat deze schommelingen bij de de Rijn en de Maas sterk op elkaar lijken. Met name de laatste 10 tot 15 jaar zijn de 30-jarige gemiddelden van de afvoeren in de voorjaarsmaanden vrij sterk gedaald. In april is deze daling het sterkst, in juni het minst sterk. Hier zien we de gevolgen van de maand april die in de stroomgebieden de laatste jaren veel droger is geworden, maar omdat mei en vooral juni niet droger zijn geworden dempt dit effect later in het voorjaar weer wat uit.

Verloop 30j gemidd mei Maas en Rijn .jpg

erloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in mei. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.
erloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in mei. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.

Verloop 30j gemidd juni Maas en Rijn .jpg

erloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in juni. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.
erloop van het 30-jarig gemiddelde van Rijn en Maas in juni. Het langjarig gemiddelde is op 100% gezet. Als de lijn boven de 100% ligt is het 30-jarig gemiddelde hoger dan het langjarig gemiddelde, als deze eronder ligt, is deze lager.

 

Week begint nog met regen, daarna droger en warmer

Mei is hard op weg een natte maand te worden en dat is goed nieuws voor de grondwaterstanden in Nederland, maar ook de rivieren zijn weer opgeveerd na de lage standen en afvoeren in april. De eerste helft van de komende week blijft het nog regenachtig en vooral in Nederland en België kan nog aardig wat regen vallen. In het stroomgebied van de Rijn blijft het deze week al grotendeels droog, maar zou het vanaf volgend week weer natter kunnen worden. Voorlopig is er voldoende water onderweg om de rivieren op een niveau iets boven het langjarig gemiddelde te houden. In het waterbericht leest u hoe de waterstanden zich deze week zullen ontwikkelen.

In de rubriek Water Inzicht besteed ik aandacht aan de trends in de afvoeren van Rijn en Maas in de maand en mei en juni. Op 11 april had ik al stil gestaan bij de trends in april. Daar was met name de afgelopen 10 tot 20 jaar sprake van een aanzienlijke daling. Deze daling zien we ook bij de maanden mei en juni, maar wel minder sterk en over de hele meetreeks gezien zijn de afvoeren in juni zelfs licht gestegen.

water van de week

Hogedruk op de Atlantische Oceaan krijgt meer invloed op het weer in Europa.

De afgelopen week stond in het teken van lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan ten noorden van Nederland naar het oosten trokken. Dit ging gepaard met regenzones en ook actieve buien. Inmiddels is lokaal in het midden en noorden van ons land al meer dan 100 mm regen gevallen, wat veel is voor de maand mei, want gemiddeld valt er maar 60 tot 65 mm. Alleen het oosten van Brabant en Midden van Limburg blijft, zoals gewoonlijk, flink achter met lokaal pas 40 mm. Voor het eind van de maand komt daar overal nog wel 20 tot 25 mm bij, zodat de maand ook in de meest droge regio's van ons land toch gemiddeld lijkt te gaan verlopen.

Vooral de eerste dagen van de week verlopen nat in Nederland als een nieuw lagedrukgebied vanaf de Britse Eilanden naar Scandinavië trekt en samen met deze depressie zullen vooral in Nederland en België op maandag regenzones en op dinsdag en woensdag buien overtrekken. De regen die dan in de Ardennen valt, zal nog wat extra water opleveren voor de Maas. Anders dan de vorige week neemt de activiteit van de neerslagzones af in zuidelijke en oostelijke richting en in het stroomgebied van de Rijn wordt deze week daarom niet zoveel regen meer verwacht. Alleen de Moezel kan vanuit de Ardennen en Eiffel nog wat regen ontvangen. 

Op woensdag breidt het hogedrukgebied vanaf de Azoren zich uit in de richting van de Britse Eilanden. Dat is lang geleden dat dit hogedrukgebied zich uitbreidde, want al vanaf maart lag steevast een groot hogedrukgebied nabij Groenland en IJsland, waardoor Europa nu al bijna 2 maanden met een koude noordelijke tot westelijke stroming te maken heeft gehad. Het hogedrukgebied bij de Azoren hield zich al die tijd rustig, maar nu ziet het er toch naar uit dat het zich naar het noorden uit gaat breiden. Hiermee wordt de pas afgesneden voor de koude noordelijke stroming en kan het Europese continent eindelijk wat gaan opwarmen. 

Het is nog onduidelijk of hiermee ook een langere droge periode aanbreekt. In ieder geval zal vanaf donderdag de buiigheid in Nederland af gaan nemen als het hogedrukgebied steeds dichterbij komt te liggen. Tot en met het weekend blijft onze omgeving onder invloed staan van die hogedruk, maar het is nog niet duidelijk of het stroomgebied van de Rijn ook stabiel weer houdt. Er is een kans dat vanaf het komend weekend een lagedrukgebied boven Midden Europa ontstaat en in dat geval wordt het vooral in de Alpen en Zuid Duitsland weer nat, wat dan gevolgen zal hebben voor de Rijnafvoer. De Maas lijkt buiten deze regengebieden te vallen.

Het is echter nog onzeker of dit lagedrukgebied er inderdaad komt, want het is ook mogelijk dat het hogedrukgebied boven de Britse Eilanden zich wat meer naar het oosten uitbreidt en in dat geval blijft het grotendeels droog in Midden Europa.

Rijn stijgt bij Lobith deze week naar ca 10,4 m+NAP en de afvoer naar ca 3.000 m3/s

De Rijn is de hele afgelopen week langzaam gestegen en inmiddels is bij Lobith de 10 m overschreden. De stand is nu bijna 2,5 meter hoger dan eind april en is nu zelfs ruim een halve meter hoger dan het langjarig gemiddelde. De verhoogde stand heeft de Rijn te danken aan de vele regen die vooral in Zuid Duitsland is gevallen. In het Zwarte Woud is lokaal al meer dan 25 cm regen gevallen en dat is ook voor die regio erg veel. Ook in het oosten van Frankrijk is veel neerslag gevallen en daarom is de Moezel ook aardig gestegen. In Midden Duitsland viel niet zoveel regen en de zijbeken van de Rijn uit die regio's zijn daarom nauwelijks gestegen.

Het is bijzonder wat er de afgelopen weken in de Alpen is gebeurd. Er viel daar ook veel neerslag, maar vanwege de koude viel dat in de bergen vooral in de vorm van sneeuw. De dooigrens lag laag voor de tijd van het jaar en daarom nam zelfs tussen de 1500 en 2000 m hoogte het sneeuwdek nog toe. In de figuur hierna is de ontwikkeling van het sneeuwdek van 3 meetstations in de Alpen weergegeven van de afgelopen winter. Ze liggen resp. op ca 1850, 2100 en 2700 m hoogte; alle binnen het stroomgebied van de Rijn.

Sneeuw Alpen 24 mei.jpg

Huidige situatie sneeuwdek in de Alpen op 3 verschillende hoogtes.
Huidige situatie sneeuwdek in de Alpen op 3 verschillende hoogtes.

Het meest opvallend is de situatie in het laagst gelegen station. Gewoonlijk begint de sneeuw op die hoogte al vanaf begin april te smelten (zichtbaar aan de donkerpaarse lijn) en eind mei is het meeste dan gesmolten. Maar dit jaar groeide het sneeuwdek zelfs op deze lage hoogte in de Alpen nog aan en inmiddels is het niveau er zelfs hoger dan het ooit in de laatste week van mei is geweest. Ook op de andere meetpunten neemt de sneeuwdikte nog toe en ook op een hoogte van 2100 m komt inmiddels de hoogste stand die er ooit in deze tijd van het jaar is bereikt.

Er ligt dus nog een enorme hoeveelheid sneeuw in de Alpen en omdat vanaf de tweede helft van deze week warmer weer wordt verwacht, zal dan eindelijk de smeltperiode gaan beginnen. Naar verwachting zal het smelten dan in relatief korte tijd plaats vinden en vooral de sneeuw op lagere hoogten zal dan snel smelten.

Het meeste smeltwater ontstaat als er tegelijkertijd ook regen valt, omdat de sneeuw dan sneller smelt en samen met het regenwater kan dat extra veel water opleveren. Dit water komt uiteindelijk in de Rijn, maar omdat ca 90% van het smelt- en regenwater vanuit de Alpen eerst in de grote meren zoals de Bodensee wordt opgeslagen, zal dat zeker niet tot een hoogwatergolf leiden. Met name de neerslag die komend weekend in de Alpen zou kunnen gaan vallen is interessant, omdat dat gepaard gaat met vrij hoge temperaturen. Maar zoals ik hierboven al schreef is het nog niet zeker dat die neerslag er ook komt.

Het blijft dus nog even afwachten welke bijdrage de Alpen de komende weken aan de Rijn gaan leveren, maar al wel zeker is dat het om veel water zal gaan en met name in juni en juli is het daarom vrijwel uitgesloten dat er lage waterstanden in de Rijn zullen op gaan treden. 

Ondertussen is er in de Rijn nog aardig wat water onderweg, afkomstig van de buien van de afgelopen dagen. In de Bovenrijn is een klein golfje onderweg dat in de loop van de week bij Lobith aan komt en dat dan voor nog wat hogere waterstanden zal zorgen. Ik verwacht dat de stand de eerste dagen nog rond de 10,1 m +NAP zal schommelen om dan vanaf woensdag nog wat verder te stijgen naar een niveau van ca 10,3 tot 10,4 op vrijdag. De afvoer die nu ca 2700 m3/s bedraagt zal dan zijn gestegen naar net iets minder dan 3000 m3/s.

Omdat het vanaf nu tot aan het komend weekend vrijwel droog blijft in het stroomgebied van de Rijn zal de stand na vrijdag weer langzaam gaan dalen. Die daling zal waarschijnlijk tot in ieder geval het midden van de week na volgend weekend (rond 3 juni) aanhouden en tegen die tijd is de stand dan weer gezakt tot ca 9,5 m en de afvoer weer tot ca 2300 m3/s. Het hangt van de neerslag in het komend weekend af of de stand daarna weer gaat stijgen, of dat de daling nog verder doorzet. Volgende week is daarover meer duidelijkheid te geven.

Maas schommelt rond de 200 m3/s

De Maas profiteerde eindelijk eens van wat regenval en is de afgelopen week gestegen van ca 100 naar nu ongeveer 200 m3/s bij Maastricht. Dat is ongeveer de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar. De afgelopen jaren had het stroomgebied van de Maas veel vaker dan dat van de Rijn in het zomerhalfjaar te maken met droogte. Regengebieden leken de Maas te mijden, om dan verder naar het zuiden in Zuid Duitsland en de Alpen, weer wel actief te zijn. 

De afgelopen week werd dat patroon enigszins doorbroken en er vielen aardig wat buien in de Ardennen en het noorden van frankrijk, waardoor de afvoer wat kon stijgen. De komende 3 dagen blijft het vrij nat in de Ardennen en dat zal dan nog wat extra water opleveren voor de Maas. Veel verder dan 200 m3s zal de afvoer echter niet stijgen, daar zijn de hoeveelheden te klein voor. 

vanaf woensdag wordt het weer droog in het stroomgebied en daarom zal de afvoer vanaf vrijdag of zaterdag weer langzaam gaan dalen. Voorlopig lijkt het een wat langere periode droog te blijven in het stroomgebied en daarom is de kans groot dat de afvoer weer naar 150 m3/s zakt in het midden van de week na het komend weekend. 

Water Inzicht

Dankzij de regenval van de afgelopen weken is de Rijnafvoer in mei flink gestegen en inmiddels boven het langjarig gemiddelde uitgekomen. Over de hele maand bezien komt mei waarschijnlijk op ca 90% van de gemiddelde afvoer uit, terwijl dat in april slechts 65% was. Een zo snelle toename is uitzonderlijk; van de ca 30 jaren dat april zo'n lage afvoer had, kwam het maar 5 keer voor dat de afvoer in mei al weer zo sterk terugveerde. 

De laatste jaren is april vaak een maand met vrij lage afvoeren geweest en mei volgde ongeveer in dat spoor. Als we naar de hele meetreeks kijken (zie grafiek hierna) dan zien we dat de droge mei-maanden van de laatste jaren niet uniek zijn. Met name in de 40-er en 50-er jaren van de vorige eeuw kwamen ze veel voor en de trendlijn over de hele meetreeks laat mede daarom geen dalende of stijgende trend zien. In juni zijn er de laatste jaren ook vrij veel jaren met een lage afvoer, maar ondanks dat loopt de trend zelfs langzaam op. Bij april zagen we (in het bericht van 11 april) ook al dat de trendlijn weinig verandering laat zien.

mei en juni.jpg

De gemiddelde Rijnafvoer van mei (boven) en juni (onder) van alle jaren sinds 1901. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).
De gemiddelde Rijnafvoer van mei (boven) en juni (onder) van alle jaren sinds 1901. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).

Dat betekent niet dat er geen ontwikkelingen in het verloop van de afvoeren aan de orde zijn. Als we bijvoorbeeld naar het 30-jarig gemiddelde kijken, dan blijkt dat wel flink te varieren. Blijkbaar zijn er soms perioden met daarin meerdere jaren met een hoge of lage afvoer in clusters bij elkaar. Om het verloop van het 30-jarig gemiddelde wat beter te kunnen vergelijken heb ik ze voor de maanden april t/m juni samengenomen in dezelfde figuur (zie hierna).

30 jarig gemiddelde april tm juni Rijn.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni

Bij de maand april valt op dat deze tot rond 1980 vrij stabiel was, om daarna sterk te stijgen, vervolgens een jaar of 20 op een hoger niveau te liggen en de laatste 10 jaar weer zeer sterk te gaan dalen. De april-afvoer is over de huidige 30-jarige periode (1991-2020) ca 500 m3/s lager dan over de periode 1981-2010. Dit is de grootste daling van alle maanden. 

Deze daling wordt enerzijds veroorzaakt doordat april de laatste 10 jaar vaak een lage afvoer had, maar ook omdat de hoge afvoeren die in de 80-er jaren optraden nu uit het gemiddelde zijn weggevallen. April keert daarmee weer terug naar het niveau van voor 1980, maar het is de vraag of de daling niet nog verder door zal zetten, want ook dit jaar (nog niet verwerkt in de grafiek) was de afvoer weer aan de lage kant.

De maand mei volgt in grote lijnen het verloop van april. Opvallend is de lage waarde in het midden van de vorige eeuw; hier zien we de vele maanden met een lage mei-afvoer terug die er waren tussen 1940 en 1960. Mei was toen van de 3 maanden uit de grafiek ruimschoots de maand met de laagste afvoer. Daarna krabbelde mei weer bij en tijdens de piek rond 1990 is mei ook weer op dezelfde hoogte gekomen als juni. De laatste 10 jaar is ook de mei-afvoer gaan dalen, maar wat minder sterk dan april; wel is mei nu weer de maand met de laagste afvoer.

Juni kende net als mei een dipje in het midden van de vorige eeuw en klom ook sterk op naar de hoogste waard rond 1990. Daarna is de juni-afvoer gemiddeld gaandeweg weer wat lager geworden, maar de daling is van de 3 maanden het minst groot en juni heeft daarom nu weer een hoger gemiddelde dan mei. De sterke daling die april heeft doorgemaakt, lijkt dus maar beperkt terug te keren in de maanden daarna. Terwijl april nu op het laagste niveau uit de meetreeks is aangekomen, is dat voor mei en juni (nog) niet het geval. 

Wat verder opvalt is dat de 3 maanden nu bijna dezelfde gemiddelde afvoer hebben, terwijl dat lange tijd meer dan 300 m3/s scheelde. Helemaal uniek is dat ook weer niet, want in het begin van de vorige eeuw lagen deze 3 maanden ook dicht bij elkaar. 

In de volgendefiguur kijken we alvast vooruit naar de maanden die na juni volgen en de maanden juli t/m oktober zijn nu toegevoegd aan de grafiek van de 30-jarige gemiddelden. Meteen valt op dat de sterke stijging van de maanden april t/m juni tussen 1980 en 1990 bij de andere maanden niet of nauwelijks optreedt. Voor juli betekent dat dat deze maand een groot deel van de vorige eeuw nog ongeveer gelijk opliep met mei en jun, maar na 1980 ineens alleen kwam te staan en gemiddeld genomen een maand werd met een lagere afvoer dan de voorgaande 3 maanden. De laatste 10 jaar daalt de gemiddelde juli-afvoer ook nog eens vrij sterk, sneller dan juni, en de juli-afvoer is daarom inmiddels ca 300 m3/s lager dan ca 100 jaar geleden. 

Vermoedelijk zien we bij de juli-afvoerten het effect terug van het eerder smelten van de sneeuw in de Alpen. De laatste decennia is het smelten van de sneeuw op hoogte ca 2 weken naar voren geschoven (dit jaar lijkt daarop de grote uitzondering te worden) en daardoor ontvangt juli tegenwoordig minder smeltwater en juni wat meer.  Ook augustus heeft tegenwoordig een lagere afvoer dan ca 100 jaar geleden, maar de sterkste daling vond hier vooral plaats aan het eind van de vorige eeuw en de laatste decennia is de daling wat minder groot.

Terwijl juli en augustus nog duidelijk dalen, is dat bij september en oktober veel minder het geval. Gewoonlijk zijn dit de maanden dat de laagste afvoer optreedt, maar we zien hier een minder sterke daling. In het begin van de vorige eeuw zijn deze maanden wel wat gedaald, maar vanaf 1960 zijn de veranderingen niet zo groot. De vrij sterke daling die in de zomermaanden optreedt, zien we dus niet terug in de najaars-maanden als de afvoer doorgaans het laagst is.

Het verschil tussen augustus en de 2 maanden daarna is de laatste decennia ook minder groot dan het grootste deel van de vorige eeuw. Blijkbaar is de trend naar steeds lagere afvoeren minder sterk in de maanden dat de afvoer doorgaans het laagste is.  Dat zou betekenen dat ook de kans op extreem lage afvoeren, die vrijwel altijd in september of oktober optreden, niet meteen veel groter geworden is. 

30 jarig gemiddelde april tm okt Rijn.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april t/m oktober
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april t/m oktober

Regenachtige week, Rijn stijgt nog licht, Maas stijgt ook wat

De maand mei is op weg om een flink natte maand te worden en, met de regen die nog verwacht wordt, zal de vrij droge aprilmaand waarschijnlijk ruim worden gecompenseerd. Vooral het stroomgebied van de Rijn heeft tot nu toe van de regenval geprofiteerd en de waterstand bij Lobith is nu al ruim 1,5 m hoger dan enkele weken terug. Het stroomgebied van de Maas ontsprong tot nu toe aan de meeste regenval, maar daar lijkt de komende dagen wel iets te gaan veranderen. In het waterbericht leest u de verwachtingen voor de rivieren voor komende 1 tot 2 weken.

Vanwege de vakantie vervalt deze week de rubriek Water Inzicht

water van de week

Vooral in het begin van de komende week veel regen in de stroomgebieden

Het weer in West Europa wordt gedomineerd door een complex van lagedrukgebieden dat zich uitstrekt over de Britse Eilanden, Nederland, de Noordzee en het zuiden van Scandinavië. In dit grote lagedrukgebied en in een brede zone er ten zuiden van ontstaan iedere dag talrijke buien, die zich soms ook clusteren tot flinke neerslagzones. Het beeld van Buienradar van deze middag (zie figuur hieronder) maakt het huidige weertype in een oogopslag duidelijk. Iedere stip is een bui en lokaal zijn ook de clusters zichtbaar in de vorm van langgerekte zones of uitgestrekte gebieden zoals boven Zuid Duitsland en de Alpen.

Schermafbeelding 2021-05-16 om 17.51.59.png

Beeld van Buienradar van deze middag waarop tal van buien zichtbaar zijn.
Beeld van Buienradar van deze middag waarop tal van buien zichtbaar zijn.

De hele afgelopen week is het al een komen en gaan van buien en dat leverde op veel plaatsen meerdere centimeters regen op. In de figuur hierna is de hoeveelheid regen afgebeeld die de afgelopen week in de stroomgebieden is gevallen. Net als vorige week was het zuiden van het stroomgebied van de Rijn het natst. Op veel plaatsen viel er meer dan 3 cm regen en lokaal zelfs meer dan 5. De paarse vlek onder aan het kaartje ligt net aan de zuidzijde van de hoofdkam van het gebergte en de regen die daar valt, stroomt af naar de Po in Italië en blijft dus buiten het bereik van de Rijn.

Verder naar het noorden viel minder regen maar toch was het er natter dan in de vorige week. Toen lag er ten zuiden van Nederland een ca 300 km brede zone die opvallend droog was gebleven. Nu is die zone minder duidelijk zichtbaar en ook in de Ardennen is deze week de eerste serieuze neerslag gevallen. Dat zorgt er nu voor dat ook de Maas wat meer water mag gaan verwachten.

Neerslag stroomgebieden.jpg

Neerslag in de stroomgebieden van de Rijn en een een groot deel van dat van de Maas in de afgelopen week
Neerslag in de stroomgebieden van de Rijn en een een groot deel van dat van de Maas in de afgelopen week

Behalve dat het nat is in de stroomgebieden, blijft het dit jaar tot nu toe ook relatief koud. Voor de Alpen betekent dat dat de sneeuw van de afgelopen winter nog nauwelijks is gaan smelten. Gewoonlijk is mei de maand dat veel sneeuw smelt, vooral tussen de 1500 en 2500 m hoogte, maar dit jaar is het zo koud dat er van smeltwater nog nauwelijks sprake is.

De sneeuwlaag is de afgelopen dagen zelfs nog wat verder aangegroeid en op veel plaatsen ligt nu ruim meer dan gemiddeld in deze tijd van het jaar. Als het later deze maand wel warmer wordt en er valt dan ook nog steeds veel regen, dan kan dat een flinke hoeveelheid smeltwater opleveren in een vrij korte tijd. De komende dagen is daar in de Alpen nog geen sprake van, want het blijft aan de koude kant en boven de 1500 m zal nauwelijks sneeuw smelten.

In heel West Europa houdt de buiigheid de komende 3 tot 4 dagen nog aan. Het lagedrukgebied trekt namelijk pas dinsdag langzaam naar het noordoosten weg in de richting van Scandinavië. Tegelijkertijd breidt een hogedrukgebied vanaf de Azoren zich uit naar West en Midden Europa. Vanaf woensdag neemt de buigheid in de stroomgebieden daarom af en donderdag en vrijdag verlopen waarschijnlijk droog. Tot die tijd is er op veel plaatsen weer zo'n 2 tot 3 cm regen gevallen, in Zuid Duitsland en Oost Frankrijk waarschijnlijk 5 cm of nog wat meer. Voldoende om de rivieren nog wsat verder te laten stijgen.

Na vrijdag wordt het onduidelijk hoe het weer zich ontwikkelt. De kans is het grootst dat het hogedrukgebied zich weer wat terugtrekt, waarna nieuwe regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan het continent kunnen bereiken. De meeste regen lijkt dan opnieuw in Zuid Duitsland en Zwitserland te gaan vallen. Maar het zou ook kunnen dat het hogedrukgebied zijn greep verder versterkt op het weer en de buiigheid niet zo snel weer terug keert. 

Rijn stijgt de komende dagen langzaam nog wat verder, naar 9,5 m of nog iets meer

Na een klein watergolfje waarbij de waterstand bij Lobith tot ca 9,1 m +NAP steeg, is het peil in de loop van de afgelopen week eerst weer wat gezakt, maar daarna opnieuw gaan stijgen. De piek van dit tweede golfje bevindt zich nu ongeveer bij Koblenz en zal over een dag of 2 bij Lobith aankomen. Veel stijgt het peil niet, iedere dag komt er maar ca 5 cm bij, tot een hoogste stand van ca 9,5 m op woensdag of donderdag. De afvoer die nu ca 2150 m3/s bedraagt zal dan gestegen zijn tot ca 2300 m3/s. Daarna stabiliseert het peil, of daalt iets om daarna opnieuw wat te gaan stijgen.

De volgende stijging is van de regen die vandaag en morgen in het stroomgebied valt. Het levert in Zuid Duitsland een nieuw golfje op dat vervolgens in een dag of 6 naar Nederland beweegt. Afhankelijk van de stijging van de zijrivieren die in Midden Duitsland in de Rijn uitkomen stijgt de stand naar ca 9,7 m in het komend weekend; de afvoer zal dan tot iets onder de 2500 m3/s zijn gestegen. Daarna ziet het er naar uit dat de waterstand eerst weer wat gaat dalen, als gevolg van de wat drogere periode die vanaf woensdag t/m vrijdag aanbreekt. 

De kans is echter groot dat er in het volgend weekend ook weer flink wat regen kan gaan vallen in het zuiden van het stroomgebied. Als dat uit komt is een nieuwe stijging later in de week na volgend weekend goed mogelijk en wellicht dat dan ook de 10 meter overschreden gaat worden.

Maas gaat de komende dagen iets stijgen

Tot enkele dagen geleden bleef het stroomgebied van de Maas grotendeels buiten de plaatsen waar in West Europa de meeste regen viel. Het is een opvallend patroon dat ook vorig jaar en het jaar daarvoor steeds langdurig aanhield. Sinds enkele dagen is er echter wel wat verandering in het weerpatroon gekomen, want de regenzones trekken nu wel over de Ardennen.  De grote zijbeken van de Maas die daar ontspringen zijn de afgelopen 2 dagen daarom al licht gaan stijgen.

De afvoer bij Maastricht was in de afgelopen week tot onder de 100 m3/s gezakt, wat laag is voor de tijd van het jaar. Gewoonlijk wordt deze afvoer pas medio juni onderschreden. De regen van de afgelopen dagen heeft de afvoer nu echter al weer tot net boven de 100 m3/s opgetild en het ziet er naar uit dat de afvoer de komende dagen nog wat verder stijgt. 

In de Ardennen wordt de komende 3 dagen nog zo'n 3 tot 4 cm regen verwacht en dat zou genoeg moeten zijn om de Maas naar ca 200 tot 250 m3/s te laten stijgen in het midden van de komende week. Die wat hogere afvoer zal niet heel lang aanhouden, want vanaf donderdag t/m zaterdag valt er waarschijnlijk weinig regen en dan kan de afvoer weer zakken tot onder de 150 m3/s. De verwachting voor de wat langere termijn is nu nog onduidelijk.

 

Abonneren op