U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Maandag neerslag, daarna langere tijd droog

Het weer van de komende week lijkt veel op dat van de afgelopen week: rustig met weinig neerslag en slechts kleine schommelingen in de waterstanden. In het weer- en waterbericht leest u wat dit voor de waterstanden in Rijn en Maas betekent. Daarna een korte impressie van de situatie in Venetie,  waar het wederom erg hoog water is. Aan het eind van dit bericht neem ik u mee langs de drie Rijntakken - Waal, Nederrijn/Lek en IJssel, waar het Rijnwater zich binnen Nederland over verdeelt. In alle drie de Rijntakken levert dat heel verschillende situaties op.

Lage drukgebieden blijven dominant, maar zonder veel neerslag

Het rustige weer van de afgelopen tijd wordt niet, zoals meestal het geval is, door hoge druk veroorzaakt, maar juist door lage drukgebieden. Al enkele weken schuiven er grote lage drukgebieden over West Europa. Het weer daarbij is niet erg actief, al zijn er soms zones waar het even wat feller is. Dat is vannacht en morgen het geval in een zone die over de Frans-Duitse grens naar het noorden loopt tot over Nederland.

Het lage drukgebied dat dit veroorzaakt ligt nu nog boven Italië, waar het ook neerslag en een harde wind in de Adriatische Zee veroorzaakt. Verder naar het noorden brengt dit gebied voldoende neerslag in Midden Europa voor een lichte stijging van de Moezel, en daarmee de Rijn, en ook de Maas krijgt er wat extra water van mee. Op dinsdag trekt het gebied naar Skandinavië en wordt het droog in onze stroomgebieden. 

Vanaf de Atlantische Oceaan dient zich dan al weer een nieuw lage drukgebied aan, maar dat beweegt naar Zuid Europa, waardoor Rijn en Maas buiten schot blijven. Er steekt hier dan een zuidoostelijke stroming op, die tot na het weekend aan kan houden. Toch is er wel een hoge drukgebied dat belangrijk is voor ons weer. Het ligt ver oostelijk, boven Kazachstan, is erg sterk en reikt tot hoog in de atmosfeer, waardoor het de circulatie van neerslaggebieden tot in West Europa bepaalt. Waar gewoonlijk in deze tijd van het jaar de depressies eenvoudig vanaf de Atlantische Oceaan naar europa bewegen, worden ze nu sterk afgeremd en volgen dan een afwijkende koers. 

Het ziet er naar uit dat dit weerpatroon nog wel even aanhoudt en tot na het volgend weekend blijft het daarom droog in de stroomgebieden. Dat betekent dat de waterstanden, na de kleine piekjes die de regen van maandag veroorzaakt, voorlopig vooral zullen dalen.

Rijn bij Lobith daalt nog tot 8,5 m en stijgt daarna naar 9 m.

De Rijn is de hele afgelopen week gedaald en de waterstand bedraagt nu ca 8,7 m +NAP. De afvoer is dan ca 1750 m3/s, wat iets lager is dan de 2000 m3/s die normaal is voor deze tijd van het jaar. De komende dagen daalt de stand eerst nog met ca 10 cm per dag, tot 8,5 m op dinsdag, bij een afvoer van ca 1600 m3/s. Vanaf woensdag begint dan weer een kleine stijging.

Vannacht en morgen valt er namelijk flink wat regen in de Vogezen en de Eifel en dat is het herkomstgebied van de Moezel, die op maandag en dinsdag daarom zal stijgen. Het water doet er vanaf daar nog ca 2 dagen over voordat het bij Lobith aankomt. Vanaf woensdag begint dan hier de stijging en op vrijdag zal de stand ca 50 cm hoger zijn en uitkomen op ca 9,0 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 2.000 m3/s.

Vanaf het weekend zet dan weer een langere daling uit, die waarschijnlijk de hele week daarna zal duren en de kans is groot dat dan de 1500 m3/s weer onderschreden gaat worden. Nu voorspelde is dat afgelopen week ook en dat werd toen (net) niet gehaald. Ook nu blijft er kans op onverwachte situaties, want met lage druk zo dicht in de buurt kan er altijd wel een regengebied ontstaan dat wel weer voor een beetje extra water zorgt.

Maas stijgt morgen naar ca 500 m3/s

De Ardennen liggen vrijwel precies onder het regengebied dat vannacht en morgen over Midden Europa naar het noorden trekt. Er wordt tot ca 3 cm regen verwacht en dat is voldoende om de de afvoer bij Maastricht met ca 300 m3/s te laten stijgen.

Op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht ca 175 m3/s en dat blijft zo tot morgenochtend. Het eerste water uit de Ardennen is altijd al na enkele uren bij de Nederlandse grens en daarom zal de afvoer bij Maastricht morgenochtend al gaan stijgen. De piek verwacht ik dan op dinsdag bij een afvoer van ca 500 m3/s.  

Na de passage van het regengebieden breken een paar droge dagen aan en de aanvoer van water naar de Maas zal dan weer snel teruglopen. Bij Maastricht verwacht ik vanaf woensdag al weer dalende standen en in het weekend zal de afvoer weer tussen de 250 en 200 m3/s zijn uitgekomen. Omdat de kans groot is dat het langere tijd droog blijft, zal de afvoer ook na het volgend weekend nog langzaam verder dalen. 

Venetie

Afgelopen week stond Venetië grotendeels onder water. Ook voor vandaag wordt weer een groot hoogwater verwacht; misschien nog wel iets hoger dan 3 dagen geleden. De verwachting van vanmorgen is dat het peil bij het St Marcoplein tot ca 1,6 m hoogte zou stijgen (zie figuur)

Schermafbeelding 2019-11-17 om 08.40.35.png

Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein
Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein

Op de site van de Italiaanse waterdienst kunt u zelf kijken hoe hoog het peil geworden is. Vanaf een niveau van 1,0 m gaan de laagste delen van de stad overstromen. Bij een peil van 1,3 m staat de helft van de stand al onder water en vanaf 1,4 m al 90%. Vanmiddag zal dus wederom de hele stad overstromen. 

De burgemeester gaf de klimaatverandering de schuld van de overstromingen, anderen weten het aan de trage besluitvorming rond de stormvloedkering waar al een jaar of 10 aan wordt gebouwd. Als we naar de gemiddelde waterstand van de lagune kijken dan is het duidelijk dat de zeespiegel hier wel flink aan het stijgen is. Sinds 1900 is het peil er gemiddeld al ca 35 cm hoger (in Nederland is dat 25 cm). De kans op een waterpeil boven de 1 m wordt dus ieder jaar groter. 

Schermafbeelding 2019-11-17 om 14.40.08.png

Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea
Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea

Hoe het Rijnwater in Nederland zijn weg vervolgt

In mijn berichten schrijf ik altijd over de waterstand bij Lobith. Vaak krijg ik echter de vraag om ook wat informatie te geven over de zijrivieren van de Rijn waar het water zich in Nederland over verdeelt. Dat is echter niet zo heel eenvoudig en om dat toe te lichten neem ik u mee langs de drie Rijntakken: Waal, Nederrijn/Lek en IJssel. Ik gebruik hiervoor het verloop van de waterstand bij Lobith over de periode tussen half oktober en half november. Er waren in die periode 3 kleine watergolfjes en aan het verloop daarvan is goed te zien wat er in de verschillende Rijntakken met het water gebeurt. Ieder van de drie figuren hieronder laat in de bovenste grafiek de waterstand zien bij Lobith en daaronder de waterstanden van enkele meetatstions langs de route van het water door de betreffende rivierarm.

De Waal. De eerste figuur hieronder laat in een vierluik het verloop van de waterstand in de Waal zien. De bovenste grafiek is van Lobith, de tweede van Tiel, de derde van Zaltbommel en de onderste van Werkendam; dit is het punt waar de Waal in het Benedenrivierengebied aankomt. Tussen Lobith en Tiel verandert er niet zoveel. Het verloop is bijna identiek; de pieken doen er ongeveer 1 dag over voordat zij deze afstand afgelegd hebben en ze worden onderweg iets kleiner (ca 20%). De getallen naast de grafiek geven de hoogteverschillen aan. 

Tussen Tiel en Zaltbommel zien we wel een duidelijke verandering, want hier wordt het getij merkbaar. Het bedraagt nog maar enkele decimeters, maar zorgt iedere dag tweemaal voor een extra stijging en daling. Het is goed te zien dat de getijslag bij een lage waterstand groter is dan bij een hoge stand. Hoe hoger de stand, hoe verder het boven de zeespiegel staat en hoe minder ver de getijslag dan door kan dringen. Vanaf 26 oktober is de getijslag enkele weer wat groter. Gedurende deze periode waaide het hard en omdat ook op zee de vloed dan hoger komt, kan het getij ook weer makkelijker Zaltbommel bereiken. Naast het getij is bij Zaltbommel ook de peilschommeling van het extra rivierwater duidelijk te zien. De golf komt nog iets later aan dan in Tiel en de amplitudo is nog weer ca 20% kleiner geworden in het traject tussen Tiel en Zaltbommel.

Bij het laatste meetpunt aangekomen is de waterbeweging nog sterker veranderd dan tussen de eerdere meetstations. De getijslag is er groter geworden en de invloed van de harde wind valt ook duidelijk op. Tegelijkertijd zijn de golfjes die de rivier aanvoert minder goed herkenbaar. Zo is het eerste en kleinste golfje helemaal niet meer te herkennen. De tweede al wel, maar deze viel samen met de harde wind, waardoor het water extra hoog werd opogestuwd en het effect van dee extra rivieraanvoer niet zo duidelijk is. De derde en hoogste golf zorgt wel voor de duidelijkste stijging van de waterstand bij Werkendam, maar als we naar het gemiddelde kijken bedraagt de stijging nog maar ca 50 cm. 

verloop piekje Waal copy.jpg

Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De IJssel. Als we dezelfde drie watergolven volgen door de IJssel, dan zien we een ander beeld, zowel aan het begin als aan het eind. Voor de IJssel is het beheer van de stuw van Driel van belang. Met deze stuw wordt geregeld of er wel of geen water door de Nederrijn stroomt en als deze stuw dicht staat, dan krijgt de Nederrijn bijna geen water meer en krijgt de IJssel meer. 

Bij de eerste piek ging de stuw niet open en lijkt de golkf veel op die bij Lobith, bij de tweede en derde piek stroomde de Nederrijn wel mee. Het openen van Driel is soms herkenbaar, zoals op 24 oktober, toen de stuw zo abrupt open ging dat de stand in de IJssel zelfs wat daalde. Bij de 3e golf is ook goed zichtbaar dat de stuw open gaat, de waterstabnd in de IJssel stijgt dan niet meer en de golf in de IJssel wordt afgetopt. Als de waterstand bij Lobith dan weer gaat dalen, gaat de stuw van Driel in stapjes weer dicht en zo krijgt de IJssel nog een paar dagen wat extra water, waardoor de waterstand daar tijdens die dagen niet daalt. Pas als Lobith sneller gaat dalen, gaat de IJsselweer langzaam volgen. Zo kan er in de IJssel voor extra vaardiepte gezorgd worden voor de binnenvaart

Verderop in de IJssel zien we een zelfde patroon, maar de uitslagen naar boven en beneden worden geleidelijk steeds kleiner. Bij Olst, op twee-derde deel van het IJsseltraject, is van de originele watergolf nog maar ca 50% over. Nog wat verder zakt de golf nog wat sneller in en vanaf Zwolle zijn de pieken en dalen bijna verdwenen. Hier wordt de invloed van het IJsselmeer (de laatste grafiek) steeds belangrijker. Vooral de wind speelt hier een grote rol: een aan- of aflandige wind kan hier voor meer dan 50 cm peilverschil zorgen en dat is meer dan de fluctuaties die de IJssel zelf verzorgt bij dit soort kleine watergolfjes.

verloop piekje IJssel.jpg

Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De Nederrijn/Lek. De derde tak waarlangs Rijnwater wordt afgevoerd is de Nederrijn, die vanaf Wijk bij Duurstede Lek heet. Deze rivierarm is gestuwd. Met de eerste stuw bij Driel wordt geregeld hoeveel water er de Nederrijn in stroomt en bij het meetpunt Driel is dat aan de waterstand te zien als de schuiven open gaan. De waterstand stijgt hier dan plotseling met ca 45 cm. Dit is ook het moment dat de stijging van de IJssel stokt; het meeste extra water dat via het Pannerdensch Kanaal naar de IJsselkop wordt gevoerd, waar IJssel en Nederrijn splitsen, gaat nu eerst naar de Nederrijn. Als de afvoer bij Lobith weer begint af te nemen, wordt de stuw weer langzaam dichtgezet en gaat het waterpeil bij de stuw ook weer langzaam omlaag.

Omdat de Nederrijn/Lek anders droog zal vallen in tijden dat er (bijna) geen water wordt doorgelaten, zijn er nog 2 stuwen gebouwd; bij Amerongen en Hagestein. Deze houden het water vast als er weinig afvoer is, zodat de binnenvaart er wel kan varen. Als de rivier voldoende water krijgt aangevoerd, gaan ook deze stuwen open en stroomt het water vrij af. Bij deze watergolven was dat nog niet het geval, daarvoor was de afvoer nog te klein.

Bij het meetpunt van Amerongen boven de stuw zien we van de watergolf niets terug. De stuw zorgt hier voor een extra diep waterniveau en het extra water zorgt hier alleen maar voor een versnelling van de stroming en nog niet voor een extra peilstijging.

Benedenstrooms van dezelfde stuw, waar het water 3 meter minder diep is, zien we die peilstijging ineens wel weer terug. Iets minder groot dan bij Driel, maar wel duidelijk herkenbaar. Nog weer iets verder, bij Culemborg, is de waterdiepte (agv de stuw van Hagestein) weer wat groter geworden en daardoor is er van een stijging nog maar weinig te merken.

Bij het laatste punt, we zijn nu in de Lek net stroomafwaarts van de stuw van Hagestein, is de waterbeweging plotseling weer heel anders. De stuw is tevens de grens naar de getijdenrivier en hier zijn dagelijks weer de getijschommelingen te zien. Via de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas kan het getij hier makkelijk doordringen en de getijslag is er daarom vele groter dan bij Werkendam langs de Waal. Net als bij Werkendam zien we de invloed van wind op zee, maar ook het verschil tussen doodtij en springtij is er merkbaar. Van de extra aanvoer van water vanuit de Rijn is hier niet veel meer te merken. Dit water wordt wel over de stuw aangevoerd, maar de hoeveelheden waren nu nog zo beperkt dat de getijdynamiek er nog dominant was.

 

verloop piekje Nederrijn.jpg

Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

 

Droog in de stroomgebieden, dalende waterstanden

Wat weer en water betreft staat ons een rustige week te wachten. Neerslag wordt er in de stroomgebieden van Rijn en Maas maar weinig verwacht en daarom zullen de waterstanden vooral dalen deze week. Ook op langere termijn lijkt daar weinig in te veranderen. Vorig jaar hadden we in de Rijn te maken met langdurige lage afvoeren. In dit bericht een vergelijking tussen dit jaar en vorig jaar en u mag alvast nadenken over de vraag in welk van deze jaren de Rijn tot op vandaag het minste water afvoerde. 

Verder nog een mededeling over de website; deze heeft een kleine update ondergaan. In de rechterkolom is vanaf nu een schermpje aanwezig waarin twitter-berichtjes zichtbaar zijn die ik via Waterpeilen post. Zo kan ik gedurende de week aanvullingen doorgeven op het weekendbericht. U krijgt hiervoor geen mail; dat blijft voorbehouden voor de langere berichten die gewoonlijk in het weekend verschijnen. De twitter-berichtjes kunt u lezen door de site wat vaker te raadplegen, of door u aan te melden voor het twitter account van Waterpeilen. 

Wel lage drukgebieden, maar niet veel neerslag

Wie de weerkaart bekijkt, ziet de laatste tijd vaak grote lage drukgebieden in onze omgeving, maar ze brengen maar weinig neerslag. De snelheid waarmee de lucht wordt aangevoerd van de Atlantische Oceaan is namelijk erg traag en tegen de tijd dat een lage drukgebied het continent op schuift is de fut er al grotendeels uit. Ook deze week houden we dit weerbeeld en in de stroomgebieden van Rijn en Maas valt daarom maar weinig neerslag. Nederland ligt wat dichter bij het actieve deel van de lage drukgebieden en bij ons blijft het daarom niet droog, maar ook hier geen grote hoeveelheden.

Ook op langere termijn verandert hier niet zo veel in. De luchtcirculatie blijft rustig en de weermodellen verwachten voorlopig geen actieve neerslaggebieden. In het volgend weekend kan er in de Alpen wel wat neerslag vallen, maar omdat de temperaturen vanaf 1000 m hoogte onder nul zijn gezakt, valt dat daar vooral als sneeuw. In de lagere regionen van de Alpen kan dat later in novemer of december nog wel smelten, maar boven de 2000 m is vanaf nu de opbouw begonnen van het sneeuwdek dat pas volgend voorjaar tussen april en juli weer gaat smelten.

Afgelopen jaar profiteerde de Rijn flink van de sneeuwval en zorgde dit ervoor dat de waterstanden in juni en juli niet wegzakten, ondanks dat het droog was in het stroomgebied. Hoe dat dit jaar uit gaat pakken is nog onzeker. De langetermijnverwachting houdt het er op dat er voldoende neerslag zal vallen deze winter, maar dergelijke verwachtingen zijn nog niet zo heel betrouwbaar; dus het kan ook anders uitpakken.

Rijn nog een paar dagen stabiel, daarna dalend

De Rijn steeg de afgelopen week en bereikte op vrijdag een piekje van ongeveer 2200 m3/s en de waterstand bij Lobith steeg tot iets boven de 9,3 m +NAP. Het was het derde ongeveer even hoge piekje op rij sinds medio oktober. Dankzij extra aanvoer vanuit de Moezel werd de piek iets hoger dan ik in mijn vorige bericht verwacht had.

De Moezel is nu weer wat gezakt, maar vanuit de Bovenrijn is nog een klein golfje onderweg dat is ontstaan door neerslag die op vrijdag is gevallen. Dit water doet er nog een dag of vier over voordat het bij Lobith aankomt, dus een groot deel van de komende week zal de waterstand nog maar weinig dalen. Omdat er deze week weinig neerslag valt in het stroomgebied gaat de afvoer na donderdag wel wat sneller zakken. Die daling zal nog wel even aanhouden omdat er voorlopig geen weersomslag aan lijkt te komen. 

Samengevat verwacht ik tot donderdag dat de Rijnafvoer nog rond de 2100 m3/s zal schommelen. De waterstand bij Lobith bedraagt dan ca 9,2 m +NAP. Vanaf donderdag zet dan de daling in en komende vrijdag wordt de 2000 m3/s onderschreden (bij een stand van ca 9 m). De daling zal zich daarna over het weekend heen voortzetten met een snelheid van ca 75 tot 100 m3 per dag, wat overeenkomt met 10 cm per dag. De kans is groot dat deze daling zich doorzet tot rond de 1500 m3/s aan het eind van de week na het volgend weekend. De waterstand daarbij bedraagt dan ca 8,3 m +NAP.

Vergelijking Rijnafvoer 2018 - 2019

Vorig jaar maakte de Rijn een langdurige periode door van zeer lage afvoeren; deze begon in juli en duurde tot in december. Voor de gebruikers van het rivierwater zorgde dat toen voor veel problemen. Dit jaar verliep heel anders. In de zomer was het wederom droog in het stroomgebied, maar vooral de Alpen leverden veel water, eerst in de vorm van smeltwater van de wintersneeuw en vanaf juli viel daar ook aardig wat neerslag. vanaf oktober ging ook de rest van het stroomgebied weer meedoen. Zo bleven de zeer lage afvoeren uit, maar toch was de afvoer op veel dagen lager dan gewoonlijk. In de grafiek hieronder heb ik aangegeven in welke mate de afvoer gedurende het jaar boven of onder het langjarig daggemiddelde lag. 

In 2018 valt meteen de lange periode op dat de afvoer ver onder de normale afvoer zakte en op een paar korte perioden na was er alleen in januari en februari sprake van een duidelijk hogere afvoer dan het gemiddelde voor die tijd van het jaar. Het meest extreme moment ligt in het najaar, toen de afvoer bijna 1500 m3/s lager was dan hij gemiddeld was. 

Dit jaar verloopt heel anders: alleen in maart was er een korte piek met hoger dan gemiddelde afvoeren, maar verder bevond de afvoer zich het hele jaar, meestal onder het gemiddelde. De grootste onderschrijding vinden we nu in maart; bijna net zo groot als vorig jaar, maar in maart valt dit minder op omdat de rivier dan gewoonlijk veel meer water afvoert en dus een hoog gemiddelde heeft. In juni en juli zien we het effect van het smeltwater vanuit de Alpen; ondanks dat het vrij droog was in het stroomgebied, scommelde de afvoer rond het langjarig gemiddelde. Dat was trouwens ook in 2018 het geval, maar toen was de sneeuw eerder op.

Van juli tot oktober bevond de afvoer zich dit jaar ook weer onder het gemiddelde, maar niet zo extreem als vorig jaar en er waren meer onderbrekingen die de dalende lijn wat optilden naar een hoger niveau. Vanaf medio oktober is het natter geworden in het stroomgebied en zijn er kleine piekjes die zorgen voor iets hoger dan gemiddelde afvoeren. De kans is groot dat de afvoer later in november weer onder het langjarig gemiddelde zakt. Het is onwaarschijnlijk dat dan weer heel lage afvoeren zullen optreden, want daarvoor is de aanloop nu te kort geworden; lage afvoeren treden namelijk pas op na vele weken tot maanden van droog weer.

Als we nu de stand opnemen per 10 november dan bedaagt de gemiddelde afvoer van dit jaar tot op vandaag ca. 1890 m3/s. Tegen de verwachting in was dat in 2018 meer en bedroeg de gemiddelde afvoer tot op 10 november vorig jaar nog ca 2040 m3/s. Ondanks de langdurige extreme situatie scoorde 2018 als geheel dus niet heel erg laag. Dit wordt natuurlijk vooral veroorzaakt door de hoge afvoeren in januari en februari, een periode waarin er dit jaar juist een lage afvoer was. Zo liep 2019 in de winter een flinke achterstand op op 2018 en ondanks dat in de zomer en het najaar de afvoer hoger was, werd die achterstand nog steeds niet ingelopen. 

overschot tekort.jpg

Perioden dat de Rijn meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)
Perioden dat de Rijn meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)

Maas na piekje afgelopen week nu weer dalend

De Maas profiteerde de afgelopen week van de neerslag die in de Ardennen en Noord Frankrijk viel. Net als de Moezel, die in dezelfde regio ontspringt, steeg de Maas naar een wat hoger niveau dan ik vorig week had voorzien. Bij Maastricht liep de afvoer op tot ca 350 m3/s. Dat is nog lang geen hoogwatersituatie, daarvoor moet de afvoer tot meer dan 1000 m3/s stijgen.

De piek werd op woensdag bereikt en daarna is de afvoer weer langzaam gaan dalen en momenteel stroomt er nlog zo'n 250 m3/s langs Maastricht.. De komende dagen zet die daling door, want er valt niet veel regen in het stroomgebied. Iedere dag zakt de afvoer met zo'n 10 tot 20 m3 en aan het eind van de week zal deze dan weer rond de 150 m3/s zijn uitgekomen.

Omdat ook op langere termijn geen nattere periode wordt verwacht zal de daling ook daarna nog doorzetten, maar niet zo snel meer en zeer lage afvoeren worden dan ook niet verwacht.

Vergelijking Maasafvoer 2018 - 2019

Bij de vergelijking van de Maasafvoeren tussen 2018 en 2019 (zie figuur hieronder) zien we een zelfde beeld als bij de Rijn. De perioden dat de afvoer lager is dan het gemiddelde zijn veel langer dan het aantal dagen met een meer dan gemiddelde afvoer. 

Vorig jaar liep de mate weaarin de afvoer lager was dan de normaal sterk op in november, maar dat werd vooral veroorzaakt doordat de gemiddelde afvoer in die tijd van het jaar sterk opliep, waarde afvoer vorig jaar niet steeg. Dit jaar voerde de Maas vooral in de winter en het voorjaar minder water af dan normaal en er was maar een korte hoogwatergolf. Vorig jaar was de afvoer in de winter juist erg hoog.

De zomer vertliep dit jaar vrijwel hetzelfde als vorig jaar. De Maas ontspringt precies in het gebied in Europa waar de droogte dit jaar net zo groot was als in 2018. En de Maas heeft uiteraard geen profijt van smeltwater vanuit de Alpen. Het tekort was in de afgelopen zomer daarom net zo groot als vorig jaar en omdat de rest van dit jaar ook vaak een negatief saldo had, is het totale tekort dit jaar veel groter dan vorig jaar. 

 

overschot tekort Maas.jpg

Perioden dat de Maas meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)
Perioden dat de Maas meer (blauw) of minder (rood) water afvoerde dan het gemiddelde; gedurende 2018 (boven) en 2019 (onder)

Als we nu de stand opnemen per 10 november dan bedaagt de gemiddelde Maasafvoer van dit jaar tot op vandaag ca. 170 m3/s. Net als bij de Rijn was dat in 2018 op dit moment in het jaar nog aanzienlijk meer, met ca 215 m3/s. De hoge afvoeren in het begin van 2018 hebben er ook bij de Maas voor gezorgd dat het totaal tot in november van dat jaar nog vrij hoog bleef. Er is nog heel wat water nodig de komende twee maanden om het gemiddelde van 2019 nog wat op te schroeven.

Regenachtige week, maar geen grote hoeveelheden, langzaam stijgende waterstanden

De aanstaande week is het een komen en gaan van lage en hoge drukgebieden en bijna iedere dag valt er regen. Grote hoeveelheden worden echter niet verwacht en daarom stijgen de waterstanden in de rivieren slechts langzaam. In het weer- en waterbericht leest u meer over deze ontwikkelingen. In het tweede deel van dit bericht aandacht voor de lagere afvoeren van de Rijn. Na de langdurige extreme situatie van vorig najaar was er de vrees dat dit wel eens het nieuwe afvoerregime van de Rijn zou kunnen worden. We zijn nu een jaar verder, dus tijd voor een terugblik.

Een actieve stroming vanaf de Atlantische Oceaan

De afgelopen week passeerde eerst een lage drukgebied dat op maandag en dinsdag nog aardig wat regen bracht in de Alpen. Daarna volgde een hoge drukgebied dat enkele dagen voor droog weer zorgde in de stroomgebieden, maar vanaf afgelopen vrijdag kwam West Europa weer onder de invloed te liggen van een nieuw groot lage drukgebied boven de Britse Eilanden. Dit gebied stuurt nu al enkele dagen regenzones over Europa, die in Nederland en België, maar vooral in Frankrijk voor veel nattigheid zorgen. Het stroomgebied van de Rijn bleef daarbij tot nu toe aardig buiten schot. 

Vanaf morgen trekt het lage drukgebied verder naar het oosten en zorgt dan overal in de stroomgebieden nog voor enige neerslag, maar de hoeveelheden zijn nergens groter dan ca 1 tot 1,5 cm. Vanaf dinsdag is dit lage drukgebied verdwenen, maar dan doemt boven de Atlantische Oceaan al weer een nieuwe op die op donderdag het weer in de stroomgebieden zal bepalen, met enige neerslag; maar ook dan geen grote hoeveelheden. Dit lage drukgebied trekt sneller dan zijn voorganger door naar het oosten en dan komen de stroomgebieden enkele dagen onder de invloed van weer een hoge drukgebied.

Dit hoge drukgebied luidt echter geen stabiele periode in, want op zondag in het komend weekend verschijnt al weer het volgende lage drukgebied boven de Britse Eilanden. Nu verwachten de weermodellen echter dat dit lage drukgebied een andere, zuidelijkere koers gaat volgen, waardoor in de dagen daarna in ieder geval Noord Europa en een groot deel van het stroomgebied van de Maas en de Rijn in een drogere oostelijke luchtstroming terecht zal komen. Het is nog lang niet zeker dat dit gaat gebeuren, maar het zou betekenen dat aan de licht stijgende trend van de waterstanden na het volgend weekend al weer een einde gaat komen. De kans op hoogwater is daarom klein. 

Rijn weer stijgend naar ca 9 m +NAP (2000 m3/s)

De afgelopen week daalde de Rijn na het kleine watergolfje dat eerder was gepasseerd. Op zaterdag, gisteren, werd het laagste punt bereikt met bij Lobith een waterstand van 8,1 m (1400 m3/s). In de loop van die dag arriveerde echter het extra water dat maandag en dinsdag in de Alpen en Zuid Duitsland was gevallen en dat zorgt nu voor een langzame stijging. Deze stijging zet zich de komende dagen voort en dankzij extra water dat sinds gisteren in het stroomgebied van de Moezel en de Ardennen is gevallen zal de stijgende lijn zich langzaam verder doorzetten. Ook in Zuid Duitsland en de Alpen wordt nog wat neerslag verwacht en dat zorgt later weer voor wat extra water. 

Alles bij elkaar zorgt dit voor langzaam stijgende waterstanden, waarbij waarschijnlijk aan het eind van de komende week, op vrijdag of zaterdag, de hoogste waarde wordt bereikt. Omdat de neerslag nog moet vallen en het afkomstig is uit verschillende neerslagzones die de komende dagen over het stroomgebied trekken is er nog wel wat onzekerheid in deze verwachting. Ik verwacht daarom, met enige bandbreedte, dat de stand bij Lobith tot ca 9 m +NAP (tussen 8,9 en 9,3 m) zal stijgen en de afvoer tot ca 2000 m3/s (1850 tot 2200 m3/s). 

Als na het komend weekend een meer oostelijke stroming op steekt, dan is de kans groot dat de waterstanden vanaf 10 november ook weer enige tijd gaan dalen. Of dat daadwerkelijk gebeurt en hoe lang dat gaat duren is nu nog niet te zeggen.

Maas profiteert van neerslag in Noord Frankrijk

De Maas onvangt meestal vooral water uit de Ardennen, maar de afgelopen 2 dagen is er voldoende regen gevallen in Noord Frankrijk, zodat ook het meer bovenstroomse Franse deel van de Maas een aardige bijdrage levert. In Noord Frankrijk nam de afvoer de afgelopen dagen toe van 40 naar ca 90 m3/s en die stijgende lijn zet zich de komende dagen nog langzaam voort. Samen met de afvoer uit de Ardennen zorgt dat voor een afvoer bij Maastricht die nu ca 150 m3/s bedraagt.

Vandaag en morgen wordt nog meer regen verwacht in Frankrijk en ook de Ardennen ontvangen voldoende voor een verdere stijging. Vanaf dinsdag wordt het weer enkele dagen wat droger in het stroomgebied en daarom verwacht ik op woensdag al een klein piekje van ca 200 tot 250 m3/s bij Maastricht.  

Op donderdag wordt dan weer wat regen verwacht, maar geen grote hoeveelheden. Ik verwacht daarom dat de afvoer na woensdag weer zal dalen tot rond de 150 m3/s. Vanwege de regen die in het volgend weekend valt is dan opnieuw een stijging mogelijk, maar ook dat lijkt geen grote hoeveelheden op te gaan leveren. Op nog wat langere termijn is de kans dan groot dat het stroomgebied van de Maas ook te maken krijgt met een wat langere droge periode met weer dalende afvoeren.

Stand van zaken lage afvoeren Rijn

Vorige week heb ik, bij het begin van het hoogwaterseizoen, wat langer stil gestaan bij de kans op hoge afvoeren gedurende het winterseizoen en in hoeverre daar trends in zichtbaar zijn. Deze week een vergelijkbare analyse, maar dan voor de lage afvoeren. 

Vorige jaar maakten we in zowel de Rijn als de Maas een bijzondere periode mee waarbij de afvoeren van juli t/m november zeer laag waren. Vandaag precies een jaar geleden daalde de afvoer bij Lobith tot onder de 750 m3/s. Dat was geen rekord (dat ligt nog ca 100 m3/s lager),  maar vooral vanwege het grote aantal dagen met een zeer lage afvoer (120 dagen was de afvoer lager dan 1000 m3/s) waren er grote problemen voor met name de binnenvaart op de rivieren, de zoetwatervoorziening van ons land en de natuur in de uiterwaarden. 

De vrees bestaat dat de situatie van 2018 wel eens een wake up call zou kunnen zijn voor de toekomst; want klimaatmodellen verwachten voor de komende decennia vaker lage Rijnafvoeren. Inmiddels zijn we een jaar verder en het goede nieuws is dat het dit jaar meegevallen is. De afvoer daalde wel vrij lang tot onder de 1500 m3/s, maar de 1000 m3/s werd niet onderschreden; het laagste niveau bedroeg 1060 m3/s eind september. 

In de grafiek hieronder heb ik voor twee afvoeren de kans aangegeven dat deze gedurende het jaar optreden. De 1500 m3/s is een vrij gewone wat lagere afvoer en deze wordt elk jaar ongeveer 100 dagen onderschreden. Dat is vrij veel, maar toch is het een belangrijke maat voor de Rijn, omdat onder die afvoer de eerste knelpunten zich aandienen. Zo kunnen de meer diepstekende schepen onder die afvoer niet meer vol beladen varen en moeten de eerste maatregelen getroffen worden om de verdeling van zoetwater over het land op orde te houden.

Bij een afvoer onder de 1000 m3/s doen zich veel grotere problemen voor in het Nederlandse watersysteem. De binnenvaart kan dan nog maar beperkt lading meenemen en in het westen van het land en bij het IJsselmeer is er een groot risico dat zout zeewater de zoete wateren binnendringt, waardoor de waterinname onder druk komt te staan. De 1000 m3/s komt veel minder vaak voor (gemiddeld ongeveer 20 dagen per jaar), maar meestal gebeurt dat in het ene  jaar vrij veel en dan weer enkele jaren niet. 

Schermafbeelding 2019-11-03 om 11.52.13.png

Kans op een lage of zeer lage Rijnafvoer gedurende het jaar
Kans op een lage of zeer lage Rijnafvoer gedurende het jaar

In de grafiek is goed te zien dat lage, en met name zeer lage, afvoeren vooral in de nazomer en herfst optreden. De grootste kan op een afvoer kleiner dan 1500 m3/s (blauwe klommen) zien we in de eerste helft van oktober; deze is dan groter dan 50%, wat betekent dat er iedere 2 jaar op een dag in die periode een afvoer onder de 1500 m3/s op zal treden.

Voor de zeer lage afvoeren onder de 1000 m3/s (rode kolommen)) ligt de top een week of 3 later, rond begin november. In die tijd bedraagt de kans op een deze afvoer circa 15%. De kleinste kans op lage afvoeren vinden we bij de Rijn niet in de winter, maar opvallend genoeg in juni. Dit is de periode dat de sneeuwsmelt in de Alpen het grootste is en dat zorgt voor zoveel extra water dat de kans op lage afvoeren dan heel klein is.

De gegevens hierboven zijn de gemiddelden over de hele meetreeks van de Rijn sinds de metingen begonnen zijn. In een volgende stap ben ik nagegaan of er ook verschuivingen in zijn opgetreden in de loop der jaren als gevolg van de klimaatverandering. De temperatuur is de afgelopen 40 jaar in de stroomgebieden van Rijn en Maas met ca 1,5 graad gestegen en de verwachting is dat ook de neerslaghoeveelheden in met name de zomer zullen afnemen; wat dan effect zal hebben op de rivierafvoeren. 

Om na te gaan of er trends zichtbaar zijn, heb ik voor iedere decade van de meetreeks (dit is een periode van 10 jaar) de kans op een lage afvoer berekend gedurende het kalenderjaar. (NB. Het huidige decennium is nog niet af, dit staat op 9 jaar.) In de eerste set van 3 grafieken is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s uitgezet in de tweede set die voor een afvoer onder de 1000 m3/s. Omdat er een opvallend verschil is tussen de zomer- en wintermaanden heb ik die voor beide sets ook apart geanalyseerd.

Kans op afvoeren < 1500.jpg

De kans dat een lage (< 1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).
De kans dat een lage (< 1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).

De bovenste grafiek laat zien dat een afvoer kleiner dan 1500 m3/s ongeveer 20 tot 30% van de tijd optredet. Er zijn flinke variaties tussen de decennia, met een zeer lage 12% tussen 1911 en 1920 en een hoge 42% in de periode 1941 tot 1950. De huidige periode is wat aan de hoge kant, maar er zijn eerdere decennia geweest met een grotere kans. De trend loopt licht op; de kans op een dag met een afvoer onder de 1500 m3/s is dus wat toegenomen over de hele meetreeks bezien.

Als we apart naar de zomer/herfst en de winter kijken dan zien we de stijgende trend hier nog wat duidelijker terug. In de huidige decade is de kans ook aan de hoge kant, maar eerder in de meetreeks zijn er al twee perioden geweest waarin dergelijke afvoeren ook zo vaak of nog vaker optraden. In de zomer en herfst voert de Rijn de laatste tijd dus minder water af, mogelijk speelt klimaatverandering hier in mee, maar heel duidelijk is het niet, want in de vorige 3 decennia was de kans juist niet zo groot.

Bij de winters is er sprake van een omgekeerde trend. Hier is de kans de afgelopen 40 jaar kleiner geworden. Dit heeft te make met het feit dat er tegenwoordig minder vaak koud winterweer optreedt. In dergelijke perioden wordt de neerslag in de vorm van sneeuw vastgelegd in het stroomgebied en is de afvoer vaak laag. Vooral tussen 1940 en 1980 waren er nog veel koude winters en die periode heeft ook duidelijk een grotere kans op een lage afvoer. 

kans op afvoer < 1000 m3s.jpg

De kans dat een zeer lage (< 1.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).
De kans dat een zeer lage (< 1.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901; gedurende het hele jaar (boven), gedurende de periode juli t/m november (midden) en gedurende de periode december t/m februari (onder).

Als we naar de afvoer kleiner dan 1000 m3/s kijken, dan zien we een wat ander beeld. Ondanks dat de afvoer onder de 1500 m3/s de laatste tijd gedurende het jaar vaker optreedt, is dat voor de afvoer onder de 1000 m3/s niet het geval. Voor een zo lage afvoer is een lange periode van droogte nodig en het beeld van de afgelopen 40 jaar is dat zeer lange droge periodes minder vaak optreden. Behalve dan vorig jaar en toen was het meteen ook heel extreem. In de grafiek heb ik apart (in de laatste kolom) de bijdrage van 2018 aan de huidige decade weergegeven en duidelijk is te zien dat zonder 2018 deze decade wel ongeveer in lijn verliep met de vorige 3 decades.

Dit beeld zien we ook terug in de middelste grafiek, met daarin de kans op een afvoer < 1000 m3/s in de zomer/herfst-periode. De trendlijn stijgt slechts licht, veel minder dan die voor de afvoer <1500 m3/s. Het aandeel van 2018 in de zomer/herfst-periode is ook hier erg groot en bepaalt in zijn eentje bijna het hele verschil met de vorige 3 decades.

Bij de kans op een zeer lage afvoer in de 3 wintermaanden (de onderste grafiek) zien we wel hetzelfde beeld als bij de afvoer onder de 1500 m3/s. De laatste 40 jaar is de kans hierop zeer klein geworden. Toch is dit niet uniek, want ook de decade van 1911 tot 1920 kende een heel kleine kans. Maar dat was toen een uitzondering tussen decades met een veel grotere kans.

Op grond van deze analyses kunnen we concluderen dat de kans op afvoeren onder de 1500 m3/s is toegenomen in de laatste decennia. Dit wordt vooral veroorzaakt door vaker lage afvoeren in de periode tussen juli en november. Of dit het gevolg is van vaker droge zomers is nog niet te zeggen, omdat vooral de laatste decade een hogere kans had en de vorige 3 minder uitgesproken waren. In de wintermaanden is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s kleiner geworden als gevolg van minder vaak koud winterweer.  Bij de zeer lage afvoeren is het beeld anders, de kans hierop neemt de laatste tijd niet toe, mogelijk zelfs iets af. In de zomerperiode en herfst is er een licht toename, maar die wordt geheel gecompenseerd door een sterkere afname in de wintermaanden van de zeer lage afvoeren.

Het jaar 2018 blijkt in zijn eentje een groot deel van de uitschieters in de laatste decade te veroorzaken; de andere jaren sinds 2011 waren relatief normaal wat de lage afvoeren betreft. De toekomst zal leren of dit een uitbijter blijft of een eerste zeer uitzonderlijk jaar van een langere reeks. 2019 liet als eerste jaar na 2018 weer een vrij normaal verloop zien.

 

Weinig neerslag, eerst dalende, later stabiele waterstanden

Het is rustig weer in de stroomgebieden en dat houdt ook de komende week nog aan. De waterstanden blijven daarom dalen. Pas vanaf volgend weekend is er kans op een weersomslag en kunnen de waterstanden weer gaan stijgen. In het weer- en waterbericht leest u hier meer over. Vanaf  november start het hoogwaterseizoen en daarom in dit bericht een wat uitgebreidere analyse van de kans op hoge afvoeren in de Rijn en de Maas in het komende half jaar; en of hier trends in zichtbaar zijn die mogelijk het gevolg zijn van de huidige klimaatverandering.

Hoge druk bepaalt ook komende week het weer

De afgelopen week begon met vrij sterk stijgende afvoeren, die het gevolg waren van een intensieve regenzone die zondag over het oosten van Frankrijk en België lag. De Maas bereikte daardoor bij Maastricht een hoogste stand op maandag en de Rijn op woensdag bij Lobith. Uitzonderlijk waren de afvoeren zeker niet, maar het zijn de voorboden van een periode met een grotere kans op hoogwater; daarover later in dit bericht meer. Na de regenval op zondag breidde een hoge drukgebied zijn invloed over Europa uit en werd het overal droog waardoor de waterstanden weer konden gaan dalen.

Het hoge drukgebied dat vanaf maandag het weer in Europa in zijn greep kreeg, is inmiddels naar het oosten opgeschoven en dat maakte de weg vrij voor een zwak regengebied dat vandaag over de stroomgebieden trekt. Veel regen wordt hier niet uit verwacht en het heeft daarom geen invloed op de rivierafvoeren. Meteen na het regengebiedje zal de luchtdruk weer gaan stijgen, vanwege een nieuw groot hoge drukgebied boven het noorden van de Atlantische Oceaan dat het weer bij ons de komende week gaan beïnvloeden. Het wordt daarom een droge week en op een paar buien na in de Alpen wordt er nergens regen verwacht.

Ook dit hoge drukgebied schuift langzaam op naar het oosten en zal waarschijnlijk al vanaf vrijdag zijn greep op het weer in de stroomgebieden verliezen. Daarna is het nog wat onduidelijk wat er gaat gebeuren. Het Europese weermodel verwacht dat er dan actieve lage drukgebieden op het toneel verschijnen, die vrijdag en zaterdag flink wat regen zullen brengen in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Als dat uitkomt gaan de afvoeren na het komend weekend weer stijgen. Andere weermodellen voorzien echter dat de lage drukgebieden noordelijker blijven en niet zo veel invloed gaan hebben op het weer in Midden Europa. In dat geval blijven de afvoeren nog wat langer stabiel rond een vrij lage waarde. Het blijft dus nog even afwachten wat er na komend weekend gaat gebeuren.

Rijn daalt de hele week naar afvoer iets onder 1500 m3/s

De Rijn bereikte op woensdag een kleine piek van iets onder de 2.200 m3/s. De waterstand bij Lobith steeg tot 9,25 m +NAP. Het was het water van twee kleine golfjes die uit de Bovenrijn en de Moezel afkomstig waren. Omdat het na de regenval van zondag droog is gebleven, is de afvoer na woensdag weer snel gaan dalen, met ca 100 m3 per dag en op dit moment bedraagt de afvoer bij Lobith ca 1800 m3/s (bij een stand van 8,75 m +NAP). De komende 2 dagen zet deze daling zich nog door, maar daarna neemt de daalsnelheid af naar ca. 50 m3. In het komend weekend zal de afvoer dan op ca 1.450 m3/s zijn uitgekomen; de waterstand bedraagt dan ca 8,2 m +NAP. 

Daarna wordt het onduidelijk wat er precies gaat gebeuren. Als de verwachting van het Europese weermodel uitkomt, zou het vanaf vrijdag in ieder geval een paar dagen flink nat kunnen worden en in dat geval zal de Rijnafvoer vanaf komende zondag weer gaan stijgen. Als de andere modellen het bij het rechte eind hebben wordt er niet zoveel regen verwacht en zullen de afvoeren vanaf komend weekend nog enige tijd stabiel blijven rond de 1500 m3/s  en de waterstand schommelt dan rond 8,25 m +NAP . Een daling naar veel lagere afvoeren zit er niet in, want het ziet er in geen van de modellen naar uit dat het hoge drukgebied langdurig zijn invloed zal houden.

Met de 2 kleine watergolfjes die in oktober  zijn gepasseerd is de Rijnafvoer deze maand vrijwel precies op het langjarig maandgemiddelde uitgekomen (ca 1.630 m3/s). Gewoonlijk is oktober de maand met de laagste afvoer, maar dit jaar was dat september, met 1.240 m3. Oktober was de eerste maand sinds maart met een gemiddelde afvoer die niet te laag was. Alle tussenliggende maanden was de afvoer (iets) lager dan normaal. De afwijking was echter zelden heel groot en een langdurig laagwaterperiode zoals in 2018 kwam dan ook niet voor.

Samengevat luidt de verwachting voor de komende tijd. De eerste dagen langzaam dalende afvoeren en waterstanden, naar ca 1.450 m3 (8,2 m +NAP) op zaterdag. Daarna weer stijgende standen mits het vanaf vrijdag inderdaad gaat regenen. Als er weinig regen volgt, blijft de afvoer nog wat langer schommelen rond de 1.500 m3/s. 

Maasafvoer weer terug op en vrij laag niveau

Aan het begin van de week had de Maas een kleine piek. De afvoer steeg op maandag tot ca 300 m3/s bij Maastricht. Dit was wat lager dan ik verwacht had, omdat het regengebied op zondag minder regen bracht in de Ardennen dan eerst werd verwacht. Vanaf maandag was het droog in het stroomgebied en de afvoer daalde daardoor weer snel naar onder de 100 m3/s op dit moment. 

De komende dagen zet die daling nog wat door. Er viel vandaag wel wat neerslag in het stroomgebied, maar te weinig voor een stijging. Vanaf vandaag volgen dan weer meerdere droge dagen en pas vanaf zaterdag wordt weer regen verwacht. Tegen die tijd zal de afvoer tot ca 75 m3/s zijn gezakt bij Maastricht.

Deze afvoer is vrij laag voor de tijd van het jaar, want de normale afvoer bedraagt nu ca 175 m3/s. Zo lijkt de lage afvoer zich voorlopig nog even door te zetten. De gemiddelde afvoer in oktober bedroeg bij Maastricht ca 95 m3/s, wat ca 65% is van de normale maandafvoer. Evenals bij de Rijn is de Maasafvoer al vanaf april te laag, maar anders dan bij de Rijn is het verschil met de normale afvoer hier veel groter. Zo heeft de Maas sinds 1 april slechts 45% van de normale hoeveelheid water afgevoerd, terwijl dat bij de Rijn over deze 7 maanden bijna 80% was. 

Vanaf november start het hoogwaterseizoen

September en oktober zijn gewoonlijk de maanden met de laagste afvoeren in de Rijn en de Maas. Vanaf november verandert dat en neemt de kans op hoge afvoeren snel toe. Niet dat er meer regen valt in de komende maanden, want in een groot deel van het stroomgebied is de winter zelfs droger dan de zomer. De oorzaak ligt vooral in het feit dat er minder water verdampt en dat de vegetatie geen water meer nodig heeft en daarom bereikt een veel groter deel van de gevallen neerslag de rivieren. 

De gemiddelde afvoer neemt in deze maanden flink toe, bij de Rijn van ca 1650 m3/s in oktober naar 2800 m3/s in januari en bij de Maas van 70 in september naar 470 m3/s in januari. Daarnaast neemt ook de kans op hoogwatergolven toe, nog sterker dan de gemiddelde afvoeren. In de grafieken hieronder heb ik voor de Rijn (boven) en de Maas de kans uitgezet dat gedurende het hoogwaterseizoen (de grafiek begint daarom op 1 november) hoge en zeer hoge afvoeren worden overschreden. Het gaat daarbij om afvoeren waarbij het zomerbed grotendeels gevuld is (bij de Rijn 4.000 m3/s en bij de Maas 750 m3/s) en dat de uiterwaarden geheel zijn overstroomd (bij de Rijn 7.000 m3/s en bij de Maas 1.500 m3/s).

In de grafiek van de Rijn is te zien dat in november de kans dat op een dag de afvoer boven de 4.000 m3/s komt (de waterstand is dan ca 12 meter) ca 5% bedraagt, in januari en februari is dat toegenomen tot ca 20%, om vanaf maart weer geleidelijk te dalen. De kans op een afvoer groter dan 7.000 m3/s (ca 14,5 m +NAP) is uiteraard veel kleiner en schommelt van december t/m maart tussen de 2 en 4% met een piek van ca 6% net na de jaarwisseling.

Bij de Maas duurt de periode met de grootste kans op hoge afvoeren korter dan bij de Rijn. Alleen in januari is er een kans van meer dan 20% op afvoeren boven de 750 m3/s. In februari is die kans al gedaald naar rond de 15% en in maart naar tussen de 5 en 10%. Een ander opvallend verschil tussen Rijn en Maas is dat de kans op hoge afvoeren bij de Rijn tot in juli door loopt, terwijl het bij de Maas rond eind april al bijna nihil is. Dit is het effect van de smeltende sneeuwvanuit de Alpen. Vooral als er in de smeltperiode veel neerslag valt is er dan kans op hoogwater.  

Bij beide rivieren is er een opvallende periode rond de laatste week van januari en de eerste van februari met een lagere kans op hoge afvoeren dan in de weken ervoor en erna. Ik heb geen duidelijke verklaring voor deze dip.

Het zomerhalfjaar is de periode waarin de kans op hoogwater veel kleiner is. Zo bedraagt bij de Rijn de kans dat in het hoogwaterseizoen (tussen 1/11 en 30/4) de afvoer op een dag boven de 4.000 m3/s uit stijgt ca 12,5%, terwijl dat in de periode tussen 1/5 en 31/10 slechts 2% is. Bij de Maas zijn de verschillen nog groter, met een kans van ca 11% op een afvoer boven de 750 m3/s in het hoogwaterseizoen en slechts 0,3% in de periode daarbuiten

Kans op hoge Rijnafvoeren vanaf 1 nov.jpg

Kans op een hoge of zeer hoge Rijnafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)
Kans op een hoge of zeer hoge Rijnafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)

Kans op hoge `maasafvoeren copy.jpg

Kans op een hoge of zeer hoge Maasafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)
Kans op een hoge of zeer hoge Maasafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)

De gegevens hierboven zijn de gemiddelden over de hele meetreeks van de rivieren sinds de metingen begonnen zijn. Het is interessant om na te gaan of er ook verschuivingen in zijn opgetreden in de loop der jaren als gevolg van de klimaatverandering. Sinds de klimaatverandering duidelijk zichtbaar is geworden, is de temperatuur in de stroomgebieden van Rijn en Maas met ca 1,5 graad gestegen en de verwachting is dat ook de neerslaghoeveelheden toe zullen nemen; wat dan ook weer effect zal hebben op de rivierafvoeren.

Om na te gaan of er trends zichtbaar zijn, heb ik voor iedere decade van de meetreeks (dit is een periode van 10 jaar) de kans op hoogwater berekend in het hoogwaterseizoen, dus in de periode tussen 1 november en 30 april. Hieronder staat eerst voor de Rijn en daarna voor de Maas in 3 grafieken onder elkaar de kans op een hoge of een zeer hoge afvoer per decade uitgezet. Als derde grafiek staat ook nog de gemiddelde afvoer in deze periode uitgezet.

Frequentie hoge afvoeren Lobith.png

De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 4.000 m3/s) of zeer hoge (>7.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901
De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 4.000 m3/s) of zeer hoge (>7.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901

Bij de Rijnafvoeren zien we geen duidelijke trend dat de kans op hoge of zeer hoge afvoeren is toegenomen. De kans op hoge afvoeren schommelt sterk met gedurende de hele meetreeks perioden met meer en perioden met minder. Na 2 decennia met een vrij grote kans (1981- 1990 en 1991 - 2000) is de kans de laatste 2 decennia weer veel kleiner. Dit is vooral het gevaal bij de zeer hoge afvoeren. De gemiddelde afvoer in het hoogwaterseizoen schommelt ook, maar minder. Er is wel een verband tussen de gemiddelde afvoer en het optreden van hoge afvoeren maar minder met de hoge afvoeren. Zo lag de periode met de grootste kans op zeer hoge afvoeren lag tussen 1941 en 1950, maar was de gemiddelde afvoer toen niet zo hoog. De zeer hoge afvoeren zijn vrij zeldzaam en hoeven niet persé samen te vallen met een periode van winters met een hoge gemiddelde afvoer.

Frequentie hoge afvoeren Borgharen.png

De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 750 m3/s) of zeer hoge (>1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Maas per decade vanaf 1911
De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 750 m3/s) of zeer hoge (>1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Maas per decade vanaf 1911

Bij de Maasafvoeren is ook geen duidelijke trend waarneembaar dat de kans op hoge of zeer hoge afvoeren de laatste decennia is toegenomen. Ook hier schommelt de kans op hoge afvoeren sterk met gedurende de hele meetreeks perioden met meer en perioden met minder. Wel valt hier de periode 1991 - 2000 op met een grote kans op hoogwater. Deze periode met veel hoogwaters was onder andere de aanleiding voor veel hoogwaterbeschermingsmaatregelen. Na 2000 is de kans op hoogwater echter weer sterk afgenomen en ongeveer weer op het niveau van voor 1991 uitgekomen. De gemiddelde afvoer in het hoogwaterseizoen schommelt ook en net als bij de Rijn is er een duidelijk verband tussen de gemiddelde afvoer en de hoge afvoeren (>750 m3/s), maar veel minder duidelijk met de zeer hoge afvoeren boven de 1500 m3/s. 

Droog weer op komst, maar eerst nog flink stijgende waterstanden

Het hoge drukgebied dat ik in mijn bericht van vorige week aankondigde laat wat langer op zich wachten en vooral vandaag wordt nog veel regen verwacht. Daarom zullen zowel de Rijn als de Maas de komende dagen flink stijgen. Geen echte hoogwaters, maar de eerste speldenprikken van het hoogwaterseizoen. In het weer- en waterbericht leest u hoe hoog de waterstanden gaan komen. Vorige week besteedde ik aandacht aan het zout in het Haringvliet, waar het nu via de Kier mondjesmaat wordt toegelaten. Op andere plaatsen in het land, zoals in het Amsterdam Rijnkanaal, proberen we het zoute water juist zoveel mogelijk buiten te houden. Aan het eind van het bericht een impressie hoe goed dat dit najaar is gelukt.

Lagedruk en neerslag houden nog een dag aan

Het lage drukgebied dat al enkele weken nabij de Britse Eilanden ligt, was de afgelopen week toch nog wat actiever dan gedacht en bepaalt ook vandaag en morgen nog het weer in West Europa. Er passeerden de hele week regenzones en buiengebieden en het stabiele weer, dat onder invloed van een hoge drukgebied zou ontstaan, liet langer op zich wachten dan gedacht. 

Maar nu is het einde van de natte periode wel in zicht. Het lage drukgebied is inmiddels opgeschoven naar het oosten en strekt zich nu uit van Nederland tot over Frankrijk. Morgen ligt het nog steeds in de buurt, maar daarna lost het op en verdwijnt het van de weerkaarten. Tegelijkertijd ontwikkelt zich een groot hoge drukgebied boven de Atlantische Oceaan dat later naar Europa beweegt. Het ziet er naar uit dat dit hoge drukgebied en later de opvolgers daarvan voor een langere droge periode gaan zorgen, die misschien wel 2 weken aanhoudt. Het zou een opvallende weersverandering zijn, want tot nu toe hield de hoge druk het dit najaar niet zo lang uit.  

Vandaag ligt er nog een actieve regenzone over het oosten van Frankrijk, België en Nederland. Dit gebied beweegt maar heel langzaam en lokaal in de Ardennen en het noorden van Frankrijk kan meer dan 5 cm regen vallen. Dit heeft vooral invloed op de Maas en de Moezel. Deze laatste watert af op de Rijn en dat betekent dat linksom of rechtsom de komende dagen een groot deel van het gevallen water naar Nederland wordt afgevoerd. 

Omdat vandaag ook in het oosten van Brabant en Limburg (waar in oktober nog niet zoveel regen was gevallen) een paar centimeter regen kan vallen, zal in bijna heel Nederland oktober uiteindelijk gaan eindigen met meer dan 10 cm regenval. Dat is ruim meer dan de 7 tot 8 cm die er gewoonlijk valt en dit zorgt ervoor dat het grondwater in de droge oostelijke delen van Nederland voor het eerst sinds lange tijd weer eens flink wordt aangevuld. Het is nog lang niet voldoende maar de eerste maand die gewoonlijk voor aanvulling zorgt (deze periode loopt t/m maart), draagt tenminste al goed bij. 

De regen van vandaag en (een beetje) op morgen zou wel eens de laatste kunnen zijn van oktober, want de verwachting is dat hoge drukgebieden nu de dienst uit gaan maken en die houden regenzones op grote afstand. 

Rijnafvoer deze week naar ca 2400 m3/s, waterstand naar 9,5 m +NAP.

De regenzones die de afgelopen week overtrokken brachten in het stroomgebied van de Rijn niet zoveel water en daarom daalde de Rijnafvoer de hele week. Gisteren werd voorlopig de laagste afvoer bereikt iets boven de 1600 m3/s, waarna weer een langzame stijging inzette. Dit is het water dat donderdag en vrijdag in het stroomgebied is gevallen. De waterstand bedroeg op het laagste punt 8,5 m +NAP. 

Inmiddels zijn er twee watergolven onderweg in het stroomgebied. In de Bovenrijn is gisteren een golfje ontstaan dat zich nu nog in zuid Duitsland bevindt. De piek van deze golf bedraagt ca 1500 m3/s en dit water komt op donderdag bij Lobith aan. Een andere golf ontstaat vandaag in de Moezel. Dit deelstroomgebied van de Rijn ligt exact onder de zone waar vandaag de meeste neerslag valt en daardoor kan de afvoer in de Moezel vandaag en morgen fink aanzwellen tot ca 1000 m3/s of nog iets meer.  

De piek in de Moezel loopt sneller dan die vanuit de Bovenrijn en is eerder bij Koblenz waar de Moezel in de Rijn uitstroomt en dit water zal op woensdag al in Nederland aankomen. Omdat de watergolven maar gedeeltelijk samenvallen, zal de uiteindelijke afvoer niet de optelsom van beide golven (plus ook nog water uit andere zijrivieren) zijn, maar zal deze lager uitkomen. Ik verwacht een uiteindelijke golf van ca 2400 m3/s bij Lobith en deze piek zal dan woensdag aan het eind van de dag arriveren. De waterstand zal dan iets boven de 9,5 m uitkomen.

De komende dagen stijgt de afvoer eerst nog langzaam, maar vanaf dinsdag gaat het dan snel omhoog, als het eerste Moezelwater arriveert. Na de piek op woensdag daalt de afvoer eerst nog niet zo snel, want ook het water uit de Bovenrijn passeert dan nog. Pas vanaf vrijdag zal de afvoer weer wat sneller gaan dalen als beide golven voorbij zijn.

Op zaterdag verwacht ik dat de afvoer weer onder de 2000 m3/s zal zijn gezakt en omdat het, na vandaag, de hele week droog blijft in het stroomgebied, zal de afvoer ook in de week daarna blijven zakken. Als het inderdaad een dag of 10 droog blijft, dan zal de afvoer uiteindelijk weer tot onder de 1500 m3/s dalen. 

De afvoer die nu verwacht wordt in de Rijn is niet heel bijzonder, ook voor oktobert niet. In het verleden zijn er ook al eens echte hoogwaterpieken geweest met een afvoer van 6000 m3/s of nog wat hoger. De waterstand die daarbij hoort bedraagt ca 14 meter. Omdat de regenval na vandaag weer ophoudt, is het uitgesloten dat dat dit jaar in oktober gaat gebeuren.

Maas profiteert van forse regenval in de Ardennen

De Maasfvoer was vanaf donderdag al weer wat gaan stijgen omdat er in de tweed ehelft van de week flink wat regen viel in het stroomgebied. De afvoer schommelde bij Maastricht rond de 125 m3/s, wat ongeveer normaal is voor deze tijd van het jaar. 

Vorige week leek het er nog op dat de afvoer vanaf nu weer zou gaan dalen naar een laag niveau, maar het pakte anders uit, want vandaag ligt een groot deel van het Waalse en Franse stroomgebied van de Maas precies onder een zeer intensieve regenzone. De afvoer zal daardoor vandaag al flink gaan stijgen en een piek van 500 m3/s of misschien nog wel wat meer is mogelijk. 

Deze piek verwacht ik al morgen in de loop van de dag bij Maastricht, waarna de golf een dag later bij Venlo aankomt en woensdag in de Benedenmaas nabij Grave. 

Omdat het na vandaag lang droog blijft, zal het eenmalige piek zijn en gaat de afvoer na maandag ook weer snel omlaag. Aan het eind van de week kan de afvoer dan alweer tot bij de 150 m3/s zijn terug gezakt. Omdat het lang droog blijft is de kans groot dat de daling in de volgende week langzaam doorzet.

In de Maas zijn er in oktober nog nooit echt hoge pieken geweest. Het maximum ligt zo rond de 1000 m3/s wat driemaal is bereikt (in 1974, 1987 en 1998). Pieken rond de 750 m3/s zijn al veel vaker opgetreden, een keer of 15, en de 500 m3/s wordt iedere 4 tot 5 jaar wel bereikt.  

Zowel voor de Rijn als de Maas geldt dat de regen deels nog moet vallen. De waterstanden in dit bericht zijn een globale inschatting op grond van de verwachte neerslaghoeveelheden. Als er meer of minder regen valt, kunnen de afvoeren en standen ook enigszins anders uitpakken.

Zout in het IJ en verder

Vorige week schreef ik over de proef in het Haringvliet waarbij zout water is binnen gelaten via de sluizen. Dit is een bijzondere situatie want vrijwel overal proberen we in Nederland het zoute zeewater juist buiten de deur te houden. In de Nieuwe Waterweg bijvoorbeeld, die in open verbinding staat met de Noordzee en het zeewater makkelijk bij vloed naar binnen stroomt, gebeurt dat door zoveel mogelijk Rijn- en Maaswater naar Rotterdam te voeren. Dit zorgt dan voor tegendruk en gewoonlijk is er voldoende zoet rivierwater beschikbaar om het zoute water niet verder te laten komen dan tot ongeveer onder de Brienenoordbrug.

Anders dan men misschien zou verwachten dringt er ook via het Noordzeekanaal zout water naar binnen. Dit kanaal is met een sluis van de Noordzee gescheiden, maar ondanks dat is het water er toch zout. De oorzaak ligt in het schutten van de schepen in de zeesluis, waarbij er steeds een flinke hoeveelheid zout water naar binnen stroomt. Anders dan in de Nieuwe Waterweg kan via het kanaal vrijwel geen zoet water vanuit het oosten worden aangevoerd en daarom is het hele Noordzeekanaal tot aan het IJ, in het centrum van Amsterdam, met zout water gevuld.

De enige bronnen van zoetwater zijn het Amsterdam Rijnkanaal waar vanuit de Lek een klein beetje wordt aangevoerd en het Markermeer, dat doorgaans met regenwater wordt gevuld en soms water uit het IJsselmeer. In de figuur hieronder heb ik de situatie aangegeven.

Situatie NZkanaal.jpg

Situatieschets Noordeekanaal met zout water (paarse pijlen) dat via de sluizen van IJmuiden tot  ver naar het oosten doordringt. Er si maar weinig zoetwater (blauwe pijlen) beschikbaar om dat tegen te houden.
Situatieschets Noordeekanaal met zout water (paarse pijlen) dat via de sluizen van IJmuiden tot ver naar het oosten doordringt. Er si maar weinig zoetwater (blauwe pijlen) beschikbaar om dat tegen te houden.

Dat het Noordzeekanaal zout is, is een gegeven en omdat er geen inname van drinkwater vanuit het kanaal plaats vindt, is dat ook geen probleem. Anders is dat in het Amsterdam Rijnkanaal (ARK) waar wel drinkwater en landbouwwater wordt ingelaten en dat daarom zoet moet blijven. Dat lukt niet altijd en vooral vorig jaar waren er soms flinke fluxen van zout water die vanuit het IJ het kanaal instroomden.

Dit werd toen onder andere geweten aan de extreme droogte van vorig jaar en om dit in het vervolg te voorkomen is er eind 2018 bij het begin van het ARK door Rijkswaterstaat een zogenaamd bellenscherm aangelegd dat het opdringen van zout water moet voorkomen. Onder deze link is meer informatie te vinden over dit scherm van luchtbelletjes dat op de bodem ligt en waarmee het diepe zoute water wordt gemengd met het zoete water aan het oppervlak. Het gemengde water zou dan vervolgens niet verder het kanaal in moeten stromen.

Het is de vraag hoe goed dit bellenscherm werkt, want sindsdien zijn de fluxen van zout water niet opgehouden; wel komen ze minder frequent voor, maar het zoutgehalte van de fluxen is nog wel net zo hoog als voor de aanleg. In de figuur hieronder heb ik in de bovenste grafiek het zoutgehalte van meetpunt Diemen (dit ligt achter het scherm) afgebeeld voor de periode vanaf eind augustus dit jaar. Duidelijk zijn de fluxen te zien die om de paar dagen het kanaal in trekken. Het zoutgehalte wordt uitgedrukt in milligrammen per liter.

Zoutgehalte ARK.jpg

Van boven naar beneden: het zoutgehalte in het Amsterdam Rijnkanaal bij Diemen, het zoutgehalte in het IJ en de waterstand op het Markermeer.
Van boven naar beneden: het zoutgehalte in het Amsterdam Rijnkanaal bij Diemen, het zoutgehalte in het IJ en de waterstand op het Markermeer.

Wat opvalt in de bovenste grafiek is dat de fluxen na 1 oktober (op een na) zijn opgehouden. Ik ben op zoek gegaan naar de reden hiervoor en ik vermoed dat het met extra aanvoer van zoetwater vanuit het Markermeer te maken heeft. Vanaf 1 oktober gaat het Markermeer namelijk van zomerpeil (20 cm -NAP) naar winterpeil (30 cm -NAP) en om het peil te laten zakken wordt het overtollige water via het Noordzeekanaal afgevoerd. Aan het zoutgehalte in het IJ (middelse grafiek) is ook te zien dat dit vanaf 1 oktober plotseling gaat dalen.

Je zou verwachten dat het peil in het Markermeer dan ook zou dalen, maar de onderste grafiek laat zien dat het peil rond 1 oktober juist omhoog ging. De reden daarvoor is dat er vanaf 27 september een paar dagen veel regen viel (de lichtblauwe stippen zijn de dagen met meer dan 1 cm neerslag) en dat zorgde ervoor dat het Markermeer een centimeter of 10 steeg; ook al werd er vanaf 1 oktober ook veel water afgeleid.

Vanaf 3 oktober is het droger weer en daalt het meerpeil wel flink om rond 8 oktober rond het nieuwe streefpeil uit te komen. Het spuien van zoet meerwater naar het IJ wordt gestaakt en het zoutgehalte in het IJ stijgt daarna ook weer wat. Maar omdat het daarna ook nog vaak regenachtig is, kan er regelmatig nog Markermeerwater worden afgeleid en wordt het IJ weer zoeter. Het ARK profiteert hiervan en zoutfluxen zijn sinds het extra afleiden van Markermeerwater bijna niet meer opgetreden. 

Het is duidelijk dat het zoutgehalte in het Noordzeekanaal zich maar moeilijk laat bedwingen. Ondanks het bellenscherm zijn er nog flinke zoutpieken in het Amsterdam Rijnkanaal en er is veel zoet water nodig om dat tegen te gaan. Het zal spannend worden de komende jaren als de nieuwe zeesluizen bij IJmuiden in gebruik worden genomen. Die zijn veel groter en zullen veel meer zout zeewater het Noordzeekanaal in laten stromen. Om dat weer te verhinderen worden er rond de nieuwe sluizen wel maatregelen getroffen, die de influx van zout water moeten afremmen, maar het blijft spannend hoe goed die gaan werken.

Abonneren op