U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Regenachtige week en stijgende waterstanden

September is in Nederland en grote delen van de stroomgebieden van Rijn en Maas een natte maand geworden. De waterstand van de Rijn is daardoor al wat bijgetrokken na de zeer lage standen in augustus. De Maasafvoer is nog steeds erg laag. De komende week komt er nog aardig wat regen bij en dat zorgt voor een verdere stijging van de waterstanden en voor het eerst sinds lange tijd komt de stand op een voor de tijd van het jaar gemiddeld niveau. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van de verzilting in het benedenrivierengebied gedurende de zomer. Vanwege de lage Rijnafvoer kon  zeewater tot ver naar binnen dringen. Met een terugblik op vergelijkbare jaren.

water van de week

Voldoende regen om Maas en Rijn te laten stijgen

De komende week staat in het teken van regenzones die door lagedrukgebieden worden aangevoerd. Vandaag, zondag, passeerde nog een zwakke rug van hogedruk, maar een diep lagedrukgebied zal de komende dagen vanaf het zeegebied ten oosten van IJsland naar de Noordzee trekken. Maandag al bereikt het eerste regengebied Nederland en de hele week kan er daarna op elke dag regen vallen in de stroomgebieden van Maas en Rijn. Woensdag en donderdag verlopen droger, maar vanaf vrijdag en zaterdag staan nieuwe intensieve regengebieden op het programma.

In totaal kan er de komende 7 dagen zo'n 4 tot 5 cm regen vallen in de stroomgebieden, in de Middelgebergten zoals de Ardennen, Eifel, Vogezen en het Zwarte Woud nog enkele centimeters meer. Ook de Nederlandse kuststrook kan veel water verwachten; dit is het gevolg van het nog warme zeewater waardoor de neerslagintensiteit daar groter is. 

Mogelijk dat het in de week na volgend weekend vanaf dinsdag 4/10 langere tijd wat droger wordt. De depressies die de regen aanvoeren gaan vanaf dan mogelijk een wat noordelijkere koers volgen, waardoor de regenzones ons minder goed kunnen bereiken.

Rijn bij Lobith stijgt naar 8 tot 8,5 m (NAP)

In het begin van de week bereikte de Rijn bijna de 8 m (NAP) en de afvoer steeg tot bijna 1350 m3/s, dankzij het water van neerslag die in de week daarvoor was gevallen. De afgelopen verliep weer droog in een groot deel van het stroomgebied, waardoor de stand de rest van de week weer kon dalen. Inmiddels is de 7,5 m (NAP) weer onderschreden en de afvoer bedraagt nu weer 1100 m3/s. Het duurt nog een dag of 4 voordat het eerst water van de naderende neerslaggebieden Lobith weer zal bereiken en tot die tijd zet de daling zich nog voort.

Snel daalt de stand niet meer, iedere dag gaat er ca 5 cm vanaf en daarom verwacht ik dat op 27 of 28/9 de 7,3 m nog wordt bereikt, voordat de stijging in gaat zetten. De afvoer zal dan tot dichtbij de 1000 m3/s zijn gezakt, maar waarschijnlijk komt het er net niet onder. De eerste dagen gaat de stijging nog niet zo snel omdat het meeste extra water vanuit het zuiden van Duitsland zal moeten komen. Op 1/10 verwacht ik dat de 7,5 m weer wordt overschreden. daarna verloopt de stijging wat sneller en op 3/10 kan al de 8 m worden bereikt, bij een afvoer van 1350 m3/s. 

Op grond van de regen die verwacht wordt is een stijging mogelijk tot boven de 8,5 m rond 5/10 en misschien wordt zelfs de 8,75 m bereikt. dat zou betekenen dat de afvoer (dan ca 1750 m3/s) voor het eerst sinds april weer boven het langjarig gemiddelde uit zal stijgen. Zoals ik enkele weken geleden al liet zien in een bericht is het vrij uitzonderlijk dat de gemiddelde afvoer in september veel hoger is dan in augustus, maar dit jaar gaat dat toch gebeuren.

Het blijft trouwens nog wel afwachten hoeveel regen er precies gaat vallen, pas als het water zich in de zijrivieren bevindt (aan het eind van de komende week) is meer te zeggen over de uiteindelijke stand in Lobith. Wat er na deze regenperiode gebeurt is nu ook nog niet duidelijk. De kans is het grootst dat het vanaf 4/10 langere tijd wat droger gaat worden met weer dalende waterstanden tot gevolg, maar op dit moment is dat nog erg onzeker.

Maas kan in de loop van de week wat gaan stijgen

De Maasafvoer daalde deze week weer naar een voor de tijd van het jaar erg laag niveau van ca 30 m3/s. Ondanks dat er toch voldoende regen in de Ardennen gevallen is in de weken daarvoor. Maar dit was onvoldoende om het grote tekort dat in de zomer was opgebouwd weer op te heffen en als het dan een aantal dagen droog is, dan daalt de Maas weer snel naar een laag niveau.

De komende week gaat er weer aardig wat regen vallen, waardoor de bodems in het stroomgebied verder verzadigd zullen raken. De kans wordt daardoor veel kleiner dat de afvoer later in oktober opnieuw tot 30 m3/s zal dalen. De komende week valt er maandag en dinsdag samen zo'n 2 tot 2,5 cm regen in de Ardennen, wat genoeg moet zijn om de afvoer bij Maastricht te laten stijgen naar ca 100 m3/s op woensdag.

Woensdag en donderdag valt er niet veel regen en zal de afvoer niet verder stijgen, maar van vrijdag t/m zondag is de verwachting nu dat er veel regen kan vallen, tot misschien wel 5 of 6 centimeter. Mocht dat uitkomen dan kan de afvoer in het weekend naar 300 tot misschien zelfs 500 m3/s stijgen.

Na het volgend weekend ziet het er nu naar uit dat het weer een aantal dagen minder nat gaat worden, zodat de afvoer dan ook weer kan dalen. De verwachting voor het weekend en de periode erna is echter nog onzeker en als de regenzone die van vrijdag t/m zondag wordt verwacht net wat zuidelijker of noordelijker komt te liggen, dan zal de afvoer in de Maas veel minder ver stijgen. Het blijft dus nog even afwachten. Via Twitter geef ik zo nu en dan updates over de situatie; deze berichten verschijnen dan ook in de rechterkolom op de site.

water inzicht

Zout water drong deze zomer ver oostelijk het Benedenrivierengebied binnen

 

In het westen van Nederland monden Rijn en Maas via het Benedenrivierengebied uit in de Noordzee. De meeste voormalige rivierarmen zijn hier met dammen afgesloten van de Noordzee, maar de Nieuwe Waterweg is altijd open. Alleen tijdens stormvloed sluit de Maeslant-kering, maar dat gebeurt slechts eens in de 5 tot 10 jaar. Via de open verbinding dringt tijdens vloed zout zeewater het gebied binnen, om tijdens eb weer deels terug te stromen. 

Als de rivierafvoeren groot zijn, dan spoelt het grootste deel van het zoute water weer naar buiten, maar zelfs bij gemiddelde afvoeren, blijft een de Nieuwe Waterweg en een deel van de Nieuwe Maas en veel havens al zout tot brak (zie de figuur hieronder). Er is simpelweg te weinig rivierwater om alles weer zoet te spoelen.

Benedenrivierengebied zout bij gemiddelde rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zout water tijdens perioden met gemiddelde rivierafvoeren
Verspreiding van zout water tijdens perioden met gemiddelde rivierafvoeren

Als de rivierafvoer verder terugloopt, kan het zout steeds verder naar binnen dringen en wordt ook een steeds groter deel van het gebied zelfs bij eb niet meer helemaal zoet. In de figuur hieronder is het gebied aangegeven waar bij lage rivierafvoer het zout door kan dringen. Dit is de situatie die optreedt als de Rijnafvoer afneemt tot onder de 1000 m3/s, waarvan dan ongeveer 750 m3/s in het Benedenrivierengebied aankomt (de rest stroomt via de IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal). De Maasafvoer in zo'n situatie is meestal maar 50 m3/s of nog minder.

Als de rivierafvoer zo ver daalt, is de hele Nieuwe Maas verzilt en een groot deel van de Oude Maas. Maar ook delen van de Lek, Hollandsche IJssel en Spui kunnen dan een deel van  de dag met zout water te maken krijgen. Dit is met name voor de waterschappen en drinkwaterbedrijven een punt van zorg, want in deze rivieren liggen verschillende innamepunten, die dan tijdelijk niet meer bruikbaar zijn.

Verzilting is een fenomeen dat bijna ieder jaar wel enkele dagen voorkomt en daarom hebben de meeste waterschappen inmiddels ook alternatieve aanvoerroutes ontwikkeld. Daarlangs kan echter minder water worden aangevoerd dan via de gebruikelijke innamepunten, dus als de watervraag in de zomer groot is, zal er ook bespaard moeten worden op het gebruik.

Benedenrivierengebied zout bij lage rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zout water tijdens perioden met lage rivierafvoeren
Verspreiding van zout water tijdens perioden met lage rivierafvoeren

De afgelopen zomer daalde de Rijnafvoer al vroeg in de zomer tot onder de 1000 m3/s en omdat het warm en droog was, was de watervraag wekenlang erg hoog. Ondertussen drong het zoute water ook steeds verder op naar het oosten en moest op veel plaatsen overgestapt worden op de alternatieve aanvoerroutes. Aan de hand van data van Rijkswaterstaat heb ik grafieken gemaakt van het verloop van het zoutgehalte op twee plaatsen in het Benedenrivierengebied tijdens de afgelopen zomer. Het gaat om Kinderdijk (bovenste set van 4 grafieken) en Beerenplaat (de onderste set). De ligging van beide locaties is op de kaarten hierboven weergegeven.

De grafieken beginnen op het moment dat de Rijnafvoer onder de 1500 m3/s zakt en lopen door tot enige tijd na het laagste punt in de afvoer. Sinds het jaar 2000 zijn er nog 3 jaren geweest dat de afvoer tot rond of onder de 800 m3/s zakte en dit jaar werd zelfs bijna 2 weken lang de 700 m3/s onderschreden. In de grafieken is er rekening mee gehouden dat het Rijnwater er ongeveer 3 dagen over doet voordat het in West Nederland aankomt.

Kinderdijk ligt vrij ver oostelijk in het Benedenrivierengebied, maar vanwege de grote diepte van de rivieren in het havengebied kan het zout bij lage afvoeren toch tot hier doordringen. In 2022 zakte de afvoer rond eind mei al onder de 1500 m3/s en niet lang daarna bereikt het eerste zout Kinderdijk. Het is dan nog alleen tijdens vloed dat het zout zo ver door kan dringen, want tijdens eb weet het rivierwater het zout weer terug te dringen. Zodra de Rijnafvoer onder de 1000 m3/s zakt, neemt het zoutgehalte sterker toe en wordt de 1000 mg/l al gehaald.

De hoogste gehaltes worden bereikt als de Rijnafvoer onder de 800 m3/s is gezakt vanaf 10 augustus. Opvallend genoeg neemt het gehalte daarna weer af, terwijl de Rijnafvoer nog wat verder daalt. Tijdens de allerlaagste afvoer is het gehalte zelfs niet eens zo heel groot. Hier zien we het gevolg van de maanfasen. Op 12 augustus was het volle maan en op 14 augustus springtij. De influx van zout water is dan veel groter en bij Kinderdijk werden erg hoge zoutgehalten gemeten. Een week later toen de Rijnafvoer nog lager was, was het net laatste kwartier en was het getij minder sterk.

Ondanks de lage afvoer lukte het het rivierwater in die dagen toch om het zout tegen te houden. Op weg naar Nieuwe maan op 26 augustus nam het zoutgehalte weer snel toe, maar omdat toen ook net de rivierafvoer even opveerde werd de piek in het zoutgehalte dit maal minder groot. Wat verder opvalt in deze periode is dat onder een afvoer van ca 800 m3/s het bij Kinderdijk ook tijdens eb een beetje zout blijft. Dit zijn de dagen dat de innamepunten ook tijdens eb geen water meer ingelaten kan worden, want het water is dan altijd te zout.

2003-2022 Kinderdijk .jpg

Verloop van het zoutgehalte (Chloride in mg/l) bij Kinderdijk nabij de monding van de Lek in de Nieuwe Maas in 4 jaren met een zeer lage Rijnafvoer. De rode lijn geeft de Rijnafvoer bij Lobith weer.
Verloop van het zoutgehalte (Chloride in mg/l) bij Kinderdijk nabij de monding van de Lek in de Nieuwe Maas in 4 jaren met een zeer lage Rijnafvoer. De rode lijn geeft de Rijnafvoer bij Lobith weer.

Beerenplaat ligt dichter bij zee en daarom is het zout er eerder en is het gehalte er ook hoger (de Y-as loopt ook tot 6000 mg/l). Het patroon van af- en toename in 2022 (bovenste grafiek hieronder) lijkt veel op dat van Kinderdijk, maar de uitschieters zijn wel vaak groter. Zelfs bij nog vrij hoge Rijnafvoeren kan het zoutgehalte al flink oplopen. Behalve de maanfasen speelt hier mee dat de Oude Maas de belangrijkste toevoerweg is voor water dat tijdens vloed naar het Haringvliet stroomt. Het Haringvliet is aan de zeezijde afgesloten met een dam, maar staat via het Spui en de Oude Maas toch in verbinding met de zee.

Er is ca 30 cm getijverschil op het Haringvliet en al het water dat daarvoor nodig is stroomt langs Beerenplaat. Op dagen met een meer westelijke wind op zee is er een groter peilverschil tussen zee en Haringvliet en stroomt er extra veel water langs Beerenplaat en kan het zout ook verder doordringen. De periode rond laatste kwartier zijn de zoutgehalten ook hier lager, maar minder duidelijk dan bij Kinderdijk. Ook hier zien we dat bij een afvoer onder de 800 à 900 m3/s het zoute water tijdens eb niet meer helemaal weg gespoeld kan worden door het rivierwater 

In de beide sets grafieken is 2022 ook vergeleken met andere jaren met een lage Rijnafvoer. Vers in het geheugen ligt nog 2018 toen de Rijnafvoer nog veel langer erg laag was. De lage afvoeren begonnen toen echter later in de zomer en het laagste niveau werd pas vanaf eind oktober bereikt. In 2011 waren er twee momenten met een lage afvoer: eind september en rond eind november. De laatste grafiek is van 2003; in dat jaar was de afvoer ook in augustus al erg laag, maar kwam het meest lage punt pas later in het najaar. 

De jaren zijn dus maar gedeeltelijk vergelijkbaar omdat de laagste waarden steeds op andere momenten in het jaar vallen. Voor de inname van water maakt dat bijvoorbeeld veel uit, want vanaf oktober neemt de waterbehoefte sterk af en is verzilting minder een probleem voor de waterschappen. De zomer van 2022 was wat dat betreft dus een zware beproeving, want de laagste afvoeren vielen in een periode met een grote watervraag en de afvoer was in deze tijd van het jaar nog nooit zo laag geweest.

Als de grafieken van de 4 jaren worden vergeleken, dan valt op dat de verzilting in de loop der jaren niet sterk is veranderd. De zwarte cirkels staan op de data dat bij Kinderdijk bij afnemende Rijnafvoer ongeveer de 500 mg/l wordt bereikt en bij Beerenplaat de 1000 mg/l. Bij Kinderdijk gebeurde dat in 2022 voor het eerst bij ca 1400 m3/s. In de andere 3 jaren was dat wat later, bij ca 1100 m3/s, dus mogelijk weet het zout Kinderdijk tegenwoordig iets eerder te bereiken. 

Wat later in de meetreeks van 2022 zien we echter dat het gehalte daarna niet veel meer toeneemt en als de  Rijnafvoer echt gaat dalen vanaf midden juli is het ook pas bij ca 1100 m3/s dat de 500 mg/l wordt bereikt. Bij Beerenplaat wordt de 1000 mg/l voor het eerst bereikt als de Rijnafvoer rond de 1500 m3/s zakt.  Dit jaar was dat niet veel anders dan in de andere jaren met een lage afvoer.

Een zelfde beeld zien we bij het bereiken van een hoger zoutgehalte. Zo werd in 2022 bij Kinderdijk de 2000 mg/l voor het eerst bereikt bij een afvoer van ca 750 m3/s (roze cirkel in de grafieken hierboven). In de andere jaren was dat bij 800 à 900 m3/s. Er was in 2022 dus geen sprake van een sneller binnendringend hoog zoutgehalte dan in de eerdere jaren. Bij Beerenplaat wordt de 4000 mg/l in alle jaren bereikt bij een Rijnafvoer van ca 900 m3/s. Alleen in 2011 was het eerder, maar dit kan ook een uitschieter zijn geweest vanwege meer wind op zee. Later in de meetreeks van dat jaar werd de 4000 mg/l namelijk ook pas bereikt bij 900 m3/s. 

Samengevat zien we dus dat het zout bij lage afvoeren ver het Benedenrivierengebied in kan dringen en hoe lager de afvoer, hoe hoger het zoutgehalte. Over de laatste 20 jaar lijken er weinig grote veranderingen te zijn opgetreden. Ondanks dat de zeespiegel ondertussen iets is gestegen (ca 5 cm) en de Nieuwe Waterweg verder is uitgediept zijn de momenten waarop bepaalde zoutgehalten op de twee meetpunten worden bereikt niet sterk veranderd. Uiteraard is deze conclusie met een slag om de arm, want de maanfase en de hoeveelheid wind op zee spelen ook een belangrijke rol en kunnen voor een sterke reductie van de verzilting zorgen, of het juist versterken. 

2003-2022 Beerenplaat .jpg

Verloop van het zoutgehalte (Chloride in mg/l) bij Beerenplaat in de Oude Maas nabij de monding van het Spui in 4 jaren met een zeer lage Rijnafvoer. De rode lijn geeft de Rijnafvoer bij Lobith weer.
Verloop van het zoutgehalte (Chloride in mg/l) bij Beerenplaat in de Oude Maas nabij de monding van het Spui in 4 jaren met een zeer lage Rijnafvoer. De rode lijn geeft de Rijnafvoer bij Lobith weer.

 

 

 

 

 

 

Lichte stijging waterstanden, maar niet voor lang

De afgelopen week viel er voldoende regen voor een stijging van de Rijn en de Maas. Ook vandaag en morgen valt er nog neerslag, maar in de loop van de komende week wordt het weer voor langere tijd droog. De waterstand van de Rijn stijgt deze week naar ca 8 m (NAP), om daarna weer langere tijd te gaan dalen. De Maas steeg maar even en blijft voorlopig laag. Zeer laag water is voorlopig niet in zicht, maar boven gemiddelde standen ook niet. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van het afvoerverloop van de Maas bij Maastricht de afgelopen week. Terwijl er maar weinig water onderweg was, steeg de afvoer hier toch plotseling tot bijna 400 m3/s. We gaan op zoek naar de oorzaak.

water van de week

De afgelopen week viel veel regen in de stroomgebieden, maar vanaf nu weer droger

Voor het eerst sinds lange tijd viel er weer eens veel regen in de stroomgebieden. Wat opviel waren de grote hoeveelheden in Centraal Duitsland, waar het al lang erg droog was. Op veel plaatsen viel er zo'n 4 tot 5 cm en lokaal in de Middelgebergten liep het zelfs op tot bijna 10. Ook rond de hoogste delen van de Ardennen viel meer dan 5 cm regen. Het was voldoende om vele zijrivieren van de Rijn voor het eerst weer eens flink te laten stijgen.

Ook vandaag en morgen valt er nog regen, meegevoerd door een straffe noordwestelijke luchtstroming die ook nu weer de meeste regen in de Middelgebergten zal brengen. Omdat de lucht vanuit het verre noorden afkomstig is, is ze vrij koud voor de tijd van het jaar en daardoor is in de Alpen ook al de eerste sneeuw van het jaar gevallen.

Dat is niet ongebruikelijk voor de hoogste toppen in deze tijd van het jaar, maar nu viel er zelfs al sneeuw op 1200 m hoogte. De komende dagen zal een groot deel van de sneeuw die zo laag viel weer smelten, want gewoonlijk duurt het tot november voordat sneeuw onder de 2000 m ook langer blijft liggen. 

De neerslag wordt veroorzaakt door een lagedrukgebied boven Scandinavië, dat de komende dagen naar het oosten weg trekt. De meeste neerslag valt vandaag en morgen in een brede strook ten oosten van de Rijn en zijrivieren zoals de Moezel hoeven nu niet meer op extra water te rekenen en ook het stroomgebied van de Maas ontvangt nog maar weinig regen de komende dagen.

Vanaf woensdag 21/9 komt een hogedrukgebied, dat nu nog bij Ierland ligt, dichterbij en dat onderdrukt de neerslag en het wordt dan droog tot in het komende weekend. Het hogedrukgebied trekt vrij snel door naar het oosten en vanaf het weekend dient zich een nieuw lagedrukgebied aan, dat ook weer ten noorden van ons langs naar het oosten trekt. Het voert regengebieden mee, maar het is nog de vraag hoe zuidelijk die door gaan dringen en of ze ook de stroomgebieden weten te bereiken.

Voorlopig ziet het daar niet naar uit omdat ook een nieuwe uitloper van het Azoren-hogedrukgebied zich naar onze omgeving uitbreidt. Deze uitloper houdt de neerslag waarschijnlijk ten noorden van ons en als dat uit komt, dan zou de droge periode in de stroomgebieden de hele laatste week van september voort kunnen duren. 

Rijn stijgt tot ca 8 m, aan het eind van de week weer dalend

De regenval in Duitsland heeft de Rijn voldoende extra water opgeleverd om ongeveer 1 meter te stijgen. Ongeveer een week geleden was de stand bij Lobith nog ongeveer 7 m (NAP) en bedroeg de afvoer 875 m3/s, maar inmiddels is de stand tot bijna 7,9 m gestegen bij een afvoer van ca 1300 m3/s. Dit extra water is vooral afkomstig uit Midden en Noord-Duitsland, waaronder de Moezel en de Main.

Ondertussen is vanuit Zuid Duitsland en Zwitserland ook nog extra water onderweg en dat komt rond 22/9 aan. Maar de Moezel is al weer wat gaan dalen, wat de stijging vanuit het zuiden wat zal dempen. Vanwege de regen van vandaag en morgen blijven de zijrivieren vanaf de oostelijke oever nog wel extra water aanvoeren. De stand bij Lobith stijgt daarom vanaf dinsdag weer wat, na een kleine daling op maandag en mocht er veel regen vallen ten oosten van de Rijn, dan blijft die daling ook nog achterwege.

De stijging vanaf dinsdag zal niet veel meer dan 15 of 20 cm zijn en waarschijnlijk wordt bij Lobith dan net even de 8 m (NAP) bereikt. De afvoer bedraagt dan ca 1350 m3/s, wat wel bijna 500 meer is dan nu een week geleden, maar nog altijd iets onder het langjarig gemiddelde voor de tijd van het jaar; dat bedraagt 1650 m3/s.

Na het kleine golfje water gaat de stand weer dalen, met zo'n 10 cm per dag. Op de 24e verwacht ik dat de 7,75 m (NAP) bij Lobith weer wordt onderschreden en op de 26e of 27e de 7,5 m. De afvoer bedraagt dan weer ca 1100 m3/s en omdat ook na het komend weekend verder weinig regen wordt verwacht, is de kans is groot dat rond het einde van de maand ook de 1000 m3/s weer wordt bereikt; bij een stand van 7,3 m (NAP). 

Het hangt af van de positie die de uitloper van het Azoren-hogedrukgebied na het volgend weekend gaat innemen. Als dat inderdaad boven Centraal-Europa is (zoals het er naar uitziet), dan zou het droge weer tot eind september kunnen voort duren en misschien wel de eerste dagen van oktober. In dat geval daalt de afvoer ook weer tot onder de 1000 m3/s. Volgende week is hier meer zicht op.

Maasafvoer weer terug op laag niveau

De regen van de afgelopen week leverde ook in de Maas een klein golfje op, maar veel stelde het niet voor. In de hogere delen van de Ardennen viel maar liefst 6 tot 8 cm regen, maar de droge bodems konden blijkbaar nog erg veel water absorberen en daarom stroomde er niet zo veel naar de Maas. In de winter zou zo'n hoeveelheid goed zijn voor 500 m3/s extra, maar nu kwam er gemiddeld over de dag net iets meer dan 100 m3/s op bij Maastricht.

Vanaf 15/9 namen de regenhoeveelheden snel af en daalde ook de afvoer weer en op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht weer ca 60 m3/s. Vandaag valt er nog wel wat regen, maar net voldoende om het huidige niveau aan te houden.

Vanaf morgen wordt het dan weer voor langere tijd droog en zal de afvoer weer gaan dalen. Omdat de verdamping nu niet meer zo groot is, levert het stroomgebied de komende week nog wel langzaam wat water na. De afvoer zal daarom maar langzaam dalen en een heel lage afvoer zoals afgelopen zomer (van 25 m3/s) is voorlopig niet te verwachten. 

In de loop van de week wordt wel de 50 m3/s weer onderschreden en rond het volgend weekend verwacht ik een afvoer van ca 40 m3/s. Ook in de week na dat weekend zal de afvoer waarschijnlijk nog langzaam blijven dalen omdat voorlopig weinig regen wordt verwacht.

water inzicht

Ontstaan van de plotselinge afvoerpieken in de Maas

Het afvoerverloop bij Maastricht van de afgelopen week vertoonde enkele opvallende pieken, waarvan de hoogste zelf opliep tot bijna 400 m3/s (zie figuur hierna). Na de hoge piek daalde de afvoer ook weer razendsnel tot net boven nul, om daarna nog een paar keer op en neer te springen.

Het is bekend dat de Maas snel kan reageren op regenval in de Ardennen, maar in dit geval was er weinig aanleiding voor zo'n grote uitslag. Om na te gaan waar de golven door veroorzaakt worden is in de grafiek bovenaan de afvoer bij Maastricht weergegeven en daaronder die van de Ourthe, Samber en Boven-Maas. 

Maasafvoeren.jpg

Afvoerverloop bij Maastricht van 13 t/m 17 september (boven) en de bijdrage vanuit de Ourthe, Sambre en Boven-Maas
Afvoerverloop bij Maastricht van 13 t/m 17 september (boven) en de bijdrage vanuit de Ourthe, Sambre en Boven-Maas

Als we stroomopwaarts kijken naar de aanvoer vanuit België dan zien we dat de eerste grote piek nergens terug te vinden is. De Boven-Maas en Samber gaan pas later op de dag stijgen en dat water kan het dus niet geweest zijn. Alleen de Ourthe steeg rond die tijd van van ca 10 naar 35 m3/s. Dit kleine piekje triggerde echter de stuwen in de Maas, die vanwege het extra water uit de Ourthe plotseling (veel te) ver open gingen.

De stuwen tussen de Ourthe-monding en Maastricht (2 stuks) gaven dus veel meer water door dan werd aangevoerd. Dat zal tot een daling van het peil in de stuwpanden hebben geleid, waarna de stuw vervolgens weer plotseling bijna  helemaal dicht werd gezet.  

Later op de dag is er opnieuw een vrij grote stijging bij Maastricht en nu is een korte piek vanuit de Samber de veroorzaker.  Nu gaat het om een stijging van ca 40 m3/s in de Samber en deze piek komt ook ca 3 keer zo hoog aan bij Maastricht. Niet alle pieken worden zo doorgegeven, er zijn er ook die wel worden gebufferd in het stuwpand en daardoor niet verder doorlopen. Ook zijn er soms pieken bij Maastricht die niet terug te voeren zijn op bovenstroomse pieken, dat zijn dan pieken die in het laatste stuwpand voor Maastricht moeten zijn ontstaan.

Gedurende een paar dagen schoot de afvoer bij Maastricht een aantal keren flink heen en weer en liep daarbij steeds veel hoger op dan de werkelijke afvoer van de rivier. Net na Maastricht begint de Grensmaas en de afvoerfluctuaties in de Maas leiden daar tot grote schommelingen in de waterstand. In de grafiek hieronder is dat weergegeven.

De eerste golf van bijna 400 m3/s leverde een sprong in de waterstand op van ca 2 meter en in de dagen daarna bleef de waterstand met langzaam kleinere sprongen heen en weer jojoën.  De Grensmaas is de enige vrij afstromende grindrivier van Nederland en België en een belangrijk N2000-gebied. De vissen en andere organismen die in het water leven zijn slecht opgewassen tegen dergelijke schommelingen en de daarbij optredende veranderingen in de stroomsnelheid. Er wordt al jarenlang gesproken over het terugdringen van deze fluctuaties, maar zoals het verloop van deze week laat zien is daar nog weinig van terecht gekomen.

Borgharen.jpg

Verloop van de waterstand bij Borgharen waar de plotselinge afvoerschommelingen in terug te zien zijn.
Verloop van de waterstand bij Borgharen waar de plotselinge afvoerschommelingen in terug te zien zijn.

 

Natter weer houdt aan, stijgende waterstanden

Na de droogte in augustus is het weerpatroon in de afgelopen week flink veranderd. Een lagedrukgebied nam het heft in handen en zorgde op alle dagen voor flinke regensommen. Maas en Rijn zijn daardoor al wat gestegen en de komende dagen zet deze stijging door, vooral na woensdag als veel regen wordt verwacht. In het waterbericht leest u hoe ver de standen kunnen stijgen en of het wisselvallige weer aanhoudt of dat de hogedruk toch weer gaat domineren

Het voorbereiden van Water Inzicht kostte wat meer tijd, daarom ontbreekt hij deze week.

water van de week

In het midden van de week nogmaals vele regen in de stroomgebieden

Na de droogte in augustus is het weerpatroon in de afgelopen week flink veranderd. Een lagedrukgebied nam het heft in handen en zorgde op alle dagen voor flinke regensommen. Vooral in het zuidwesten is september nu al een te natte maand in vergelijking met het langjarig gemiddelde en ook in een groot deel van de rest van het land is september nat begonnen. Alleen in het uiterste oosten (vooral Overijssel en Groningen) viel veel minder en houdt de droogte nog even aan.

De regen werd veroorzaakt door een lagedrukgebied dat enkele dagen ten westen van ons lag en vanaf vrijdag langzaam over Nederland naar het zuidoosten trok. Dat leverde gisteren vooral in het zuiden van het land op veel plaatsen meer dan 2 cm regen op.

Net ten zuiden van de baan die het lagedrukgebied volgde lag bijna de hele dag een erg actieve buienlijn die steeds boven dezelfde strook bleef hangen en in Zeeland viel lokaal meer dan 10 cm regen; uit Terneuzen kwamen er zelfs metingen van 15 cm. Binnen één dag zijn dat zeer uitzonderlijke hoeveelheden, die volgens de statistiek maar eens in de 1000 jaar op kunnen treden. Vanwege de klimaatverandering is die statistiek trouwens wel aan het schuiven.

De weersituatie leek veel op die van vorig jaar juli boven Zuid Limburg ook toen zorgde een klein lagedrukgebied voor langdurige regen in een - toen veel groter - gebied viel er lokaal ook meer dan 15 cm. Maar daar viel het toen wel in 2 dagen en niet zoals nu in Terneuzen in 1 dag.

Het lagedrukgebied is nu over Duitsland verder naar het oosten getrokken en heeft ook daar voor flinke neerslagsommen gezorgd. De neerslagzone trok echter een beetje langs de rand van het stroomgebied van de Rijn, zodat de invloed op de waterstanden beperkt blijft.

De komende twee dagen passeert een rug van hogedruk van west naar oost en daarna volgen nieuwe lagedrukgebieden met opnieuw flink wat regen in de stroomgebieden. Volgens de huidige weermodellen ligt er op woensdag een actieve neerslagzone van west naar oost net ten zuiden van Nederland. In de Ardennen, Eiffel en ander Duitse Middelgebergten kan dan veel regen vallen. Op donderdag en vrijdag trekt de zone naar het zuiden en krijgen ook Zuid Duitsland en de Alpen veel regen te verwerken. De verwachtte hoeveelheden zijn voldoende voor een stijging van de Rijn en de Maas.  

Boven de Britse Eilanden is dan al een nieuw hogedrukgebied verschenen dat rond het volgend weekend het weer in Nederland en de stroomgebieden gaat bepalen. Het zal in ieder geval voor een dag of 4 tot 5voor droog weer zorgen. Het is nog niet duidelijk hoe standvastig het hogedrukgebied is. Het Europese weermodel laat hem al rond 22/9 naar Midden Europa trekken, waarna nieuwe regengebieden ons zouden kunnen bereiken. Maar in de afgelopen zomer domineerden dergelijke hogedrukgebieden vaak erg lang het weer, dus blijft het nog even afwachten of dit exemplaar al zo snel weer vertrekt.

Rijn stijgt komende week naar 7,5 m, na volgend weekend nog wat hoger

Ook in het stroomgebied van de Rijn viel op bijna alle dagen regen en anders dan in de zomer deed nu ook het midden van Duitsland mee en lokaal viel daar deze week 5 cm regen. Als er in de afgelopen zomer regen viel, dan moest de Rijn het vooral hebben van regenval in Zuid Duitsland en de Alpen, maar nu dus ook weer eens het midden.  De meeste zijrivieren van de Rijn zijn daarom weer wat gestegen.

Het eerste water uit de meer noordelijke zijrivieren is inmiddels bij Lobith aangekomen en de waterstand die een week lang rond de 7 m (NAP) schommelde is sinds gisteravond langzaam gaan stijgen. De komende dagen komt er iedere dag een cm of 10 bij en op de 14 verwacht ik een eerste piekje met een stand rond de 7,6 m (NAP). De afvoer die nu net de 900 m3/s is gepasseerd zal dan weer tot ca 1150 m3/s zijn gestegen. Het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar bedraagt ongeveer 1.650 m3/s, dus voorlopig blijft dat nog buiten bereik.

Vanaf de 15e gaat de stand weer wat omlaag, naar ca 7,3 m (NAP) op zaterdag 17/9. Maar die dag zal de stand ook al weer gaan stijgen als het water arriveert van de regen die vanaf woensdag in het stroomgebied valt. De verwachting is dat er lokaal weer veel regen kan vallen en dat zorgt voor een nieuwe stijging die op 20 of 21/9 voor een nieuwe hoogste stand zal zorgen. Ik verwacht dat het peil bij Lobith dan tot tussen 7,6 en 7,8 m (NAP) kan stijgen en de afvoer daarbij ligt dan tussen de 1150 en 1250 m3/s.

Mogelijk gaat de stand zelfs nog wat verder omhoog, want een dergelijk neerslaggebied kan soms ook voor veel regen zorgen en dan is een waterstand rond de 8 m bij Lobith ook mogelijk. Vanaf de 21e gaat de waterstand weer naar beneden omdat het tegen die tijd al weer een paar dagen droog is in het stroomgebied onder invloed van het hogedrukgebied boven de Britse Eilanden. Die daling kan wel een week aanhouden, zodat eind september toch weer de 7 m (NAP) in zicht komt bij Lobith. Maar daarover volgende week meer.

De afvoer in augustus was met gemiddeld 800 m3/s uitzonderlijk laag. Als we de meetreeks van Lobith er op na slaan, dan heeft september in 67% van de jaren een lagere afvoer dan augustus. En voor de jaren met een lage augustusafvoer is de situatie ongeveer hetzelfde. Het laat zien dat de Rijn in september niet makkelijk uit een dal kan klimmen dat in augustus is ontstaan.

Hiervoor zijn een paar verklaringen: 1). gewoonlijk neemt de buiigheid in de Alpen in september snel af, wat voor de Rijn in hoogzomer een belangrijke bron is, 2). de Zwitserse meren die in de voorzomer nog gevuld werden met smeltwater van sneeuw uit de vorige winter zijn hun buffer nu grotendeels kwijt en 3). door de lagere temperaturen neemt de aanvoer van smeltwater van de gletsjers af (in hoogzomer is dit goed voor ca 50 m3/s).

Deze opsomming laat zien dat de Rijn in september steeds minder water uit de Alpen kan verwachten en extra water zal dus vooral uit de rest van het stroomgebied moeten komen. Maar daar zal de bodem na een droge augustus vaak zo ver zijn uitgedroogd dat het lang duurt voordat deze weer verzadigd is en water kan gaan leveren.

Toch ziet het er wat dit laatste betreft niet ongunstig uit dit jaar. Anders dan in 2018 is het in Midden Duitsland en Oost Frankrijk nu al veel natter dan in dat jaar en komende week komt er nog een flinke slok water bij. De kans is daarom groot dat het september-gemiddelde voor de Rijn dit jaar hoger uit zal komen dan augustus. De kans dat het niveau oploopt naar het langjarig gemiddelde is echter klein, maar een paar honderd m3 meer dan in augustus moet mogelijk zijn.

Maas stijgt voor het eerst na de zomer tot boven de 100 m3/s

De Maasafvoer was in augustus tot een zeer lage afvoer gedaald en bij Maastricht passeerde dagenlang niet meer dan 25 m3/s. De afgelopen week vielen er ook in de Ardennen al enkele buien en dat heeft de Maasafvoer weer een klein beetje opgetild. De afvoer verdubbelde ongeveer naar 50 tot 60 m3/s. Gisteren viel er ook nog aardig wat regen, dus blijft de afvoer nog even schommelen rond de 50 m3/s.

Vanaf dinsdagmiddag bereikt dan het grote regengebied ook de Ardennen. Het is nog niet helemaal duidelijk waar het precies komt te liggen, maar het is vrijwel zeker dat de Ardennen er flink van gaan profiteren. De verwachting is dat er t/m donderdag 15/9 zo'n 4 tot 5 cm regen kan vallen, met de grootste hoeveelheid op woensdag. Als dat uitkomt zal de afvoer zeker stijgen tot boven de 100 en misschien wel 200 m3/s op donderdag 15/9. Mocht dit bereikt worden, dan is dat voor het eerst sinds midden april. 

Ook na woensdag blijft er nog een paar dagen kans op wat regen, maar geen grote hoeveelheden meer. De waterstand gaat daarom na donderdag al weer dalen. Vanaf zaterdag 17/9 wordt het dan een paar dagen droog en kan de afvoer weer dalen tot rond de 50 m3/s. Het is nu nog onduidelijk of het hogedrukgebied dat aan het eind van de week boven de Britse Eilanden komt te liggen daar lang stand houdt of al snel weer doortrekt. Daarom is nu nog niet te zeggen of er later in september nog nieuwe oplevingen komen van de Maasafvoer.

Volgende week weer een uitgebreider bericht met ook de rubriek Water Inzicht

 

Einde aan de droogte, maar het gaat langzaam

De afgelopen week viel er weinig regen in de stroomgebieden. Wel nam de buiigheid toe in het zuiden van Duitsland en de Alpen en op zaterdag vielen er buien in een deel van de Ardennen, maar op de droge bodems leverde dat onvoldoende water op voor de rivieren om te gaan stijgen. Maar er is verandering op komst. De buiigheid neemt toe en over een week kan er overal zo'n 2 cm regen zijn gevallen, in de Middelgebergten zoals de Ardennen nog wat meer. Daarmee komt voorlopig een einde aan een heel lange droge periode en de kans is groot dat de waterstanden nu wel wat gaan stijgen. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een analyse waarom het neerslagtekort in Nederland dit jaar zo groot kon worden. Dat is namelijk maar deels het gevolg van weinig neerslag.

water van de week

Groot lagedrukgebied ten westen van Ierland gaat het weer bepalen

De weerkaart ziet er heel anders uit dan we de afgelopen maanden gewend zijn geweest. Boven het Verenigd Koninkrijk is vanaf de Atlantische Oceaan een groot lagedrukgebied aangekomen en dat tolt daar voorlopig rond. Tot voor kort kwamen er vanuit die richting vooral hogedrukgebieden, dus is de kans groot dat dit toch een andere weersituatie op zal gaan leveren dan in de weken hiervoor. 

Heel snel gaat het echter niet. Het lagedrukgebied blijft de eerste 3 tot 4 dagen nog op z'n huidige plaats liggen en beweegt daarna in oostelijke richting en passeert vrijdag Nederland. De kracht neemt dan echter wel langzaam af, maar het is te verwachten dat er voldoende regen zal vallen om de droogte wat af te laten nemen. 

De afgelopen dagen al was onstabiele lucht vanaf de Oceaan doorgedrongen tot in de Alpen en Zuid-Duitsland en sinds gisteren is die lucht ook tot boven het zuiden van België en Luxemburg aangekomen. Het zorgt in de middag voor buien en lokaal valt er dan voldoende water om kleinere beken weer wat te laten stijgen. Op de Rijn en de Maas is de invloed voorlopig nog niet zo groot.

Morgen, maandag dringen nieuwe buiengebieden op en in de loop van die dag kan er in Noord Frankrijk en het zuiden van België al regen gaan vallen. Op dinsdag dringt deze lucht verder op naar het noorden en oosten op en in de dagen daarna kan overal in de stroomgebieden van Rijn en Maas, en ook in Nederland regen gaan vallen. Op donderdag valt er vooral in Duitsland een paar centimeter regen. De Rijn zal daar zeker van gaan profiteren.

Op vrijdag vallen er ook nog buien, maar vanaf zaterdag dooft de neerslagactiviteit weer langzaam uit; maar helemaal zeker is dat nog niet. Er nadert dan een hogedrukgebiedje vanaf de Oceaan, maar het is niet zo'n krachtig exemplaar als we de afgelopen tijd gewend zijn geweest en waarschijnlijk trekt het weer snel verder naar het oosten. Wat er daarna gebeurt is nu nog niet duidelijk, het KNMI geeft voor die periode een 50% kans op wisselvallig weer en 50% op stabiel en droger weer.

We zullen moeten afwachten wat er precies gaat komen. Mogelijk dat de verandering naar een natter weertype de komende weken een vervolg krijgt. Op de Atlantische Oceaan zijn enkele tropische cyclonen actief geworden en de kans is groot dat deze, of opvolgers ervan, in de komende weken ook ons weer gaan beïnvloeden. Dergelijke weersystemen ontstaan in de subtropen, ver van ons vandaan, maar bewegen vaak voor de oostkust van Noord Amerika langs naar het noorden en kunnen dan in de stroming terecht komen die op Europa is gericht.

Het zijn dan geen cyclonen meer, maar ze kunnen wel veel neerslag aanvoeren en vaak schudden ze ook het weerpatroon een beetje om. Het is kenmerkend voor de maanden september en oktober dat dergelijke weersystemen ons weer mee gaan bepalen. Het blijft nog afwachten of dat dit jaar ook gebeurt. 

Rijn was in augustus nog nooit zo laag, maar gaat later in de week stijgen

De gemiddelde afvoer van de Rijn bedroeg in augustus 800 m3/s, dat is slechts 45% van de langjarig gemiddelde afvoer in deze maand. De gemiddelde waterstand bedroeg 6,8 m (NAP) en was daarmee 2 m lager dan in een gemiddelde augustusmaand.

Nog niet eerder was de afvoer in augustus zo laag, het vorige record dateerde uit 1949 en bedroeg 815 m3/s. Het was niet de allerlaagste afvoer ooit; in het verleden zijn er 9 maanden geweest met een nog lagere gemiddelde afvoer, waarvan okt 1947 met 683 m3/s de laagste was. In 1949 waren er maar liefst 3 maanden met een lagere afvoer, waarvan de laagste met 710 m3/s en dit blijft (tot nu toe) het meeste extreme jaar uit de meetreeks. 

Andere jaren met een of meer maanden waarin de gemiddelde afvoer tot onder de 800 m3/s zakte, waren 1921, 1947, 1953 en 1959. Opvallend genoeg ontbreken in deze reeks de zeer droge jaren 1976 en 2018. In 1976 zakte de laagste maandafvoer helemaal niet zo ver, namelijk tot 953 m3/s; het bijzondere toen was dat dat in juli gebeurde. 2018 bleef met een laagste maandafvoer van 806 m3/s in november net boven de 800 m3/s. Zoals ik enkele weken terug al schreef is de afvoerreeks recent bijgewerkt door RWS. Als we die kennis toepassen op 2018, dan zou de afvoer in die maand op ca 760 m3/s zijn uitgekomen, lager dus dan deze maand.

Na de zeer lage afvoer in midden augustus is de stand in de tweede helft van de maand weer iets omhoog gegaan. Het is te danken aan veel regen in Zwitserland, waardoor de Rijn ca 300 m3/s kon stijgen en bij Lobith tot iets boven de 1000 m3/s uitkwam; de stand steeg tot 7,3 m. Daarbij viel de meeste regen stroomopwaarts van de grote Zwitserse meren, zodat een groot deel van het regenwater werd gebufferd en langzaam wordt nageleverd.

Maar het is inmiddels al weer 2 weken vrijwel droog en de Rijn is al weer bijna de helft van deze extra afvoer kwijt geraakt.  De komende week zet de daling eerst nog langzaam door.  De buien van de afgelopen week, in het zuiden en midden van Duitsland, vertragen hoogstens de daling enigszins. De stand is inmiddels weer onder de 7 m gezakt bij Lobith en de afvoer bedraagt nu 875 m3/s. De komende dagen gaat daar iedere dag zo'n 3 tot 5 cm vanaf (10 tot 20 m3/s). Op zaterdag 10/9 kan dan de 6,8 m (afvoer ca 800 m3/s) bereikt worden. 

Of dat ook werkelijk gebeurt, hangt af waar vanaf woensdag de meeste regen gaat vallen in het stroomgebied. Als dit vrij zuidelijk valt, dan komt het eerste water pas na het weekend aan en is de kans groot dat de 6,8 m nog bereikt wordt, maar als het ook noordelijk valt en bijvoorbeeld de Sieg en de Ruhr wat stijgen, dan zal die stand waarschijnlijk net niet bereikt worden en kan vanaf vrijdag de stijging al inzetten.

Vanaf het weekend is de kans groot dat de stand echt wat gaat stijgen. Een grote stijging lijkt er voorlopig echter nog niet in te zitten. Ik verwacht nu dat de stand vanaf zondag 11 of maandag 12/9 weer boven de 7 m stijgt (875 m3/s) en vanaf 14/9 kan dan de 7,2 m bereikt worden (950 m3/s). Of de stijging daarna nog doorzet hangt af van het weer vanaf het komend weekend en daar is nu nog niet veel over te zeggen. In de loop van de week zal daar meer over duidelijk worden.

NB. Via Twitter geef ik gedurende de week ook updates van de verwachting voor de Rijn en de Maas. Voor wie geen Twitter volgt zijn ze ook te lezen in de rechterkolom van de website. 

Maasafvoer was sinds 1976 niet zo laag, maar gaat komende week langzaam wat stijgen

De gemiddelde afvoer van de Maas (bij Monsin, gelegen voor de afleiding van water naar de kanalen) bedroeg in augustus 41 m3/s, dat is slechts 38% van de normale afvoer in deze maand. Bij de Maas was de afvoer in augustus al vaker zo laag of lager; in 1921, 1934, 1947, 1964 en 1976. In dat laatste jaar daalde de afvoer maar liefst 5 maanden lang tot onder de 40 m3/s, met als minimum een afvoer van 22 m3/s in augustus. 

Wat opvalt bij de Maas is dat een zo lage afvoer als dit jaar al sinds het legendarische jaar 1976 niet meer is voorgekomen. In het zeer droge jaar 2018 bedroeg de minimale maandafvoer namelijk 50 m3/s. In 2019 en 2020 werd nog wel 43 m3/s gemeten in september 2019 en 46 m3/s in augustus 2020, maar zo laag als deze maand was het dus al bijna 50 jaar niet geweest. Van de 41 m3/s die bij Monsin passeerde, stroomde 11 m3/s naar het Albertkanaal en 30 kwam bij Maastricht aan. Daarvan stroomde vervolgens weer 21 m3/s naar de Zuid-Willemsvaart en het Julianakanaal en slechts 9 naar de Grensmaas. 

Het stroomgebied van de Maas ligt in een gebied in Midden-Europa waar de droogte het meest extreem is. Een deel van de Rijn ontvangt ook water uit dit droge gebied in Midden Duitsland, maar de Rijn heeft ook de Alpen nog en Zuid Duitsland en daar viel met enige regelmaat nog wel wat regen. Gisteren, zaterdag, vielen er echter voor het eerst een paar buien in de Ardennen, maar al met al leverde dit voor de Maas niet meer dan ca 5 m3/s water op. 

Vandaag bleef het droog in het stroomgebied en ook morgen verandert er nog weinig, maar vanaf dinsdag zou er wel regen kunnen gaan vallen in de Ardennen. Tot en met het komend weekend kan er zo'n 3 tot 4 cm regen vallen en dat zal voldoende zijn voor enige stijging van de afvoer. Het blijft nog even afwachten hoeveel water de rivier weet te bereiken, maar een afvoer van 75 tot 100 m3/s in het weekend bij Maastricht (waar de afvoer nu slechts 25 m3/s) moet mogelijk zijn als er inderdaad zoveel regen valt. 

Na het weekend is het op dit moment nog onduidelijk hoe het weer zich zal ontwikkelen. Een interessante ontwikkeling is wel dat er eindelijk weer eens grote lagedrukgebieden op de weerkaart zijn verschenen. Het moet vreemd lopen als dit niet de overgang is naar een nieuwe weertype met meer neerslag. Volgende week is hier meer over te zgegen.

water inzicht

Hoe kon het neerslagtekort in Nederland dit jaar tot boven de 300 mm stijgen

De afgelopen week steeg het neerslagtekort gemiddeld over Nederland tot boven de 30 cm; dat wil zeggen dat er sinds 1 april 30 cm meer water is verdampt dan dat er als neerslag is gevallen. In De Bilt is het tekort wat kleiner (ca 260 mm), maar er zijn  ook plaatsen in het oosten en zuiden van het land, waar het tekort al tot 350 mm is opgelopen. In het westen van Zeeland en in Twente komt zelfs de 400 mm in beeld.

Het neerslagtekort geeft aan hoe droog het is in Nederland sinds 1 april. Vanaf die datum begint ieder jaar de registratie, maar dit jaar geeft dat een wat vertekend beeld. Want maart was ook al heel erg droog, met in z'n eentje een tekort van 40 tot lokaal 50 mm en als we dat erbij tellen, dan is het tekort dit jaar op veel meer plaatsen al opgelopen tot boven de 400 mm. Sinds het begin van de neerslagmetingen in De Bilt (1906) waren er slechts 5 andere jaren met een tekort dat tot boven de 300 mm opliep: 1911, 1921, 1959, 1976 en 2018. Hierin is maart dus niet meegenomen.

Het grote tekort dit jaar is een combinatie van minder neerslag dan er normaal valt en ook doordat er meer water verdampt is dan gemiddeld. Wat opvalt is dat het dit jaar vooral de verdamping is die sterk meetelt. Als we naar de regenhoeveelheden kijken zijn die namelijk op veel plaatsen niet eens zo heel extreem. 

In De Bilt Bijvoorbeeld viel deze zomer ca 150 mm regen en dat is ca 70% van het langjarig gemiddelde. Sinds het begin van de neerslagmetingen waren er 18 zomers die droger waren dan deze zomer. En als we vanaf 1 april kijken, dan waren er zelfs 33 jaren waarin het droger was dan dit jaar gedurende deze periode.

Er is dus iets bijzonders aan de hand, want ondanks dat er nog wel aardig wat regen viel, is het neerslagtekort inmiddels ver opgelopen en bevindt dit jaar zich in de top 6 van jaren met een groot tekort. De reden hiervoor is de verdamping; deze is afhankelijk van de temperatuur en de zonnestraling en is dit jaar hoger dan ooit tevoren. 

In de figuur hieronder is voor dit jaar weergegeven hoe groot de verdamping was in vergelijking tot het gemiddelde over de periode 1991-2020. Vanaf maart was de verdamping steeds groter dan in een gemiddeld jaar. In de 3 zomermaanden zelfs 20 tot 25 mm. Vanaf 1 maart bedraagt in de Bilt de verdamping nu al 57 cm, dat is 25% meer dan het langjarig gemiddelde. Als we dit vergelijken met andere droge jaren, dan is dit sinds maart 3 cm meer dan in 2018, 5 cm meer dan in 1976 en 7 cm meer dan in 1959. 

Schermafbeelding 2022-09-04 om 15.37.07.png

Verdamping in de Bilt in 20022 in vergelijking met het 30-jarig gemiddelde
Verdamping in de Bilt in 20022 in vergelijking met het 30-jarig gemiddelde

Als we aan droogte denken in Nederland, dan ligt het voor de hand om aan weinig neerslag te denken, maar de verandering in de verdamping is een minstens zo belangrijk fenomeen, want het is vooral daardoor dat de droogte in ons land steeds extremer wordt. Zomers met weinig regen zijn van alle tijden, maar zomers met zoveel verdamping als dit jaar zijn een steeds vaker voorkomend fenomeen. Het wordt veroorzaakt doordat de temperatuur steeds hoger wordt als gevolg van klimaatverandering, maar ook omdat de zon steeds meer schijnt.

In de 3 figuren hieronder is voor de periode van de afgelopen 50 jaar van ieder jaar de neerslag (blauw) en verdamping (oranje) naast elkaar weergegeven. Tevens zijn de trendlijnen van beide weergegeven. Als we naar de Bilt kijken dan valt op dat de trendlijn van de verdamping sterk toeneemt. Het afgelopen jaar komt ook hoger uit dan enig ander jaar en in de laatste 10 jaar zijn er nog meer jaren met veel verdamping, zoals bv 2018 en 2020 die op plaats 2 en 3 staan in de rangorde.

Droge jaren uit het verleden (zoals 1976), met het grootste neerslagtekort tot nu toe, waren wat de verdamping betreft in hun tijd duidelijke uitschieters, maar zouden nu een ongeveer gemiddeld jaar zijn. Wat verder opvalt is dat ook de neerslag in de Bilt een oplopende trend laat zien. Sinds 1970 zijn de voorjaren en zomers in de Bilt dus langzaam natter geworden. Dat is tegen de verwachting in, waarbij de zomers met weinig regen van de laatste jaren het beeld misschien nog niet zo lang geleden waren er ook flink wat natte zomers. 

Ook als we naar eerdere jaren kijken, dan zien we dat er in het verleden vaak perioden waren met weinig zomerse neerslag, zoals 1973 t/m 1976 en 1988 t/m 1991. Dat de trendlijn oploopt heeft vooral te maken met de vele natte zomers tussen 2004 en 2016. Dat het nu sinds 2017 vaak langere tijd droog is in de zomer hoeft dus nog geen trend te zijn, het kan ook een tijdelijke daling zijn. Pas over een jaar of 10 is daar meer duidelijkheid over te geven.

Doordat beide trendlijnen oplopen is het effect van de toegenomen verdamping in de Bilt niet zo heel groot. Gemiddeld neemt de neerslag ongeveer net zo snel toe als de verdamping. Daarbij moeten we er echter wel rekening mee houden dat veel neerslag en veel verdamping zelden in hetzelfde jaar optreden. Als het dan een keer een vrij droog jaar is, zoals bijvoorbeeld dit jaar, dan zal de extra verdamping al snel voor een veel groter neerslagtekort zorgen dan in het verleden en zal droogte dus al snel meer gevoeld worden.

Dat is goed te zien in dit jaar, waar de blauwe lijn van de neerslag niet uitzonderlijk laag blijft, maar de verdamping wel uitzonderlijk hoog. Het verschil tussen beide (het neerslagtekort) loopt daardoor toch nog sterk op. 

Schermafbeelding 2022-09-04 om 15.51.42.png

Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer in de Bilt (de maanden maart t/m augustus).
Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer inde Bilt (de maanden maart t/m augustus).

Niet overal in Nederland wordt de periode van maart t/m augustus langzaam natter. Het is vooral in het midden, noordwesten en noorden waar het natter wordt. In het oosten bijvoorbeeld (zie hieronder) loopt de trendlijn voor de neerslag minder duidelijk op en is het verschil tussen neerslag en verdamping gaandeweg steeds groter geworden. Hier neemt het neerslagtekort dus toe. Waar we in de Bilt zagen dat de neerslag in veel jaren de verdamping nog aardig bij kan houden, is dat in Twente minder het geval.  

Schermafbeelding 2022-09-04 om 15.51.56.png

Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer in Twenthe (de maanden maart t/m augustus).
Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer in Twenthe (de maanden maart t/m augustus).

In Eindhoven is de situatie nog wat extremer. Hier is namelijk geen sprake van een toename in de neerslaghoeveelheden en neemt de verdamping ook nog meer toe dan elders in het land. Het gat tussen neerslag en verdamping wordt hier steeds groter en in steeds meer jaren (ook als er nog wel aardig wat regen valt) is er al snel sprake van een flink neerslagtekort. 

Schermafbeelding 2022-09-04 om 15.52.12.png

Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer in Eindhoven (de maanden maart t/m augustus).
Neerslag en verdamping vanaf 1971 voor voorjaar en zomer in Eindhoven (de maanden maart t/m augustus).

Eindhoven en Twente liggen in Nederland op de hoge zandgronden. Dat betekent dat er geen water vanuit de rivieren heen gevoerd kan worden en dat men voor de watervoorziening vrijwel geheel afhankelijk is van grondwater. Door de steeds grotere verdamping en niet meer neerslag, neemt het neerslagtekort daar steeds meer toe en komt de grondwatervoorraad onder steeds grotere druk te staan.

Het goede nieuws is wel dat er in de winter altijd nog voldoende regen valt om de voorraden aan te vullen. In de meeste winters valt er ruim voldoende regen om aan het eind van de winter een overschot op te bouwen dat groot genoeg is om het tekort in de zomer daarna op te vangen. Om dat overschot ook te kunnen benutten moeten we het echter wel de kans geven om zich op te bouwen. Dat betekent dat we het water in de winter veel beter vast moeten houden en niet snel moeten afvoeren. Het grondwater kan dan stijgen en zal daarbij tot dichter onder het maaiveld komen. Als het grondwater zo hoog komt, zal dat in het vroege voorjaar lokaal voor overlast zorgen (natte kelders en ondergelopen weilanden), maar een andere oplossing is er niet.

Het blijft nog droog, dalende waterstanden

De weersituatie in de stroomgebieden blijft ook de komende week nog vrijwel onveranderd, met hogedrukgebieden in de buurt en droog weer. Mogelijk wordt dit anders dat na het volgend weekend, maar deze verwachting is nu nog erg onzeker. Het tekort aan neerslag zorgt voor wederom dalende waterstanden in de Rijn en een aanhoudend lage afvoer in de Maas. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een analyse van de waterstand van het IJsselmeer deze zomer. Door de lage aanvoer vanuit de IJssel is de stand gezakt tot onder het streefpeil. Hoe verliep deze daling.

water van de week

Hogedrukgebieden blijven dominant

De hogedrukgebieden weten van geen wijken. Al sinds het voorjaar is het een komen en gaan van uitlopers van het Azoren-hogedrukgebied die zich nabij of boven het Europese continent vestigen en ons weer bepalen. Alleen in de periode tussen twee hogedrukgebieden in is er soms ruimte voor een lagedrukgebied met wat neerslag.

In Nederland zorgt het langdurige droge weer er voor dat het neerslagtekort tot boven de 300 mm stijgt. In een gemiddelde zomer bedraagt het neerslagtekort ca 100 mm en het is sinds 1906 pas 5 keer eerder gebeurd (1911, 1921, 1959, 1976 en 2018) dat de 300 mm werd gepasseerd. De reeks van jaren laat zien dat een groot neerslagtekort niet iets is van de laatste jaren, het enige opvallende is dat het nu twee keer kort na elkaar gebeurt.

In het stroomgebied van de Rijn zag het er aanvankelijk naar uit dat het de hele week droog zou blijven (ik schreef daar ook over op Twitter), maar uiteindelijk vielen er op vrijdag en zaterdag toch flinke buien in Zuid Duitsland en Zwitserland waardoor de Rijn toch nog wat extra water ontvangt. Het zorgt echter niet voor een nieuwe stijging, maar hoogstens wordt de daling enkele dagen vertraagd. In het stroomgebied van de Maas viel vrijwel geen regen.

De komende week ligt de hogedruk vooral boven Scandinavië en Midden Europa is daar ver genoeg vandaan om daar toch wat buien te laten ontstaan. De kans daarop is het grootste op dinsdag 30 en woensdag 31/8. Het gaat echter om niet veel water en het vertraagt hoogstens de daling enigszins. In Nederland en het stroomgebied van de Maas blijft het waarschijnlijk de hele week droog.

Vanaf het komend weekend wordt de verwachting onzeker. Een lagedrukgebied nadert vanaf de Britse Eilanden en het hangt af van de nabijheid of het tot regen komt. Iedere berekening van de weermodellen is weer anders en het blijft nog even afwachten wat het wordt. Gezien de voorafgaande maanden, waarbij de hogedruk steeds weer aan het langste eind trekt, moeten we ons echter nog niet rijk rekenen.

Rijn steeg even, maar daalt de komende week in stapjes weer naar een erg laag peil

De Rijn profiteerde deze week van regenval in Zwitserland in de voorafgaande week, waardoor de stand ca 75 cm tot 7,3 m (NAP) en steeg de afvoer ruim 300 naar ets meer dan 1000 m3/s. Inmiddels is de daling alweer ingezet en die houdt de hele week aan. Dankzij de buien van gisteren en eergisteren in Zuid Duitsland duurt het wel nog even voordat de 7 m weer wordt onderschreden.

In de loop van de 29e wordt bij Lobith de 7,1 m (NAP) bereikt en het duurt dan tot de 2e september voordat de daling weer doorzet. Misschien stijgt de stand in die dagen ook nog wel iets. In de loop van 3 of 4/9 wordt dan de 7 m weer onderschreden om rond 6/9 weer even te stagneren rond de 6,8 m. Dit wordt veroorzaakt door de regenval die in de loop van deze week in Zuid Duitsland wordt verwacht.  

Vanaf 7 of 8/9 zou de stand dan weer verder kunnen gaan dalen, maar hoe ver is nu nog onduidelijk. Het hangt af van de neerslag die mogelijk vanaf volgend weekend in het stroomgebied gaat vallen. Mocht het echt natter worden, dan zou de stand zelfs kunnen gaan stijgen, maar zoals ik hierboven al schreef is dat nog erg onzeker. Het is opletten wat het lagedrukgebied boven de Britse Eilanden vanaf komend weekend gaat doen.

Maasafvoer onveranderd rond 25 m3/s

De Maas blijft heel weinig water afvoeren. In vrijwel heel Europa is het droog dit jaar, maar een brede strook vanaf Noord Frankrijk tot aan Midden Duitsland spant wel de kroon wat als er al eens regen valt, dan blijft dit gebied vaak buiten schot. In de voorgaande droge jaren (2017 t/m 2020) zagen we dat ook vaak. 

Voor de Maas veranderd er daarom maar heel weinig. De afvoer blijft schommelen rond ca 25 m3/s en het blijft wachten tot er weer eens substantieel regen gaat vallen. Mogelijk is dat vanaf het volgend weekend, maar dit is nu nog erg onzeker.

water inzicht

IJsselmeerpeil daalt door droogte en lage IJsselafvoer 

Het IJsselmeer is een de grootste waterbuffer van ons land, die zijn water vooral ontvangt vanuit de IJssel, maar ook neerslag die op het water valt en het water dat uit polders rondom het meer wordt uitgemalen, voeden het meer. In vorige berichten (oa 20-juni-2020) heb ik al eens beschreven hoe de buffer van het IJsselmeer werkt. Eerst een korte samenvatting daarvan, voordat ik verder ga met de situatie van deze zomer.

Ruwweg ligt er 5 miljard m3 water in het IJsselmeer opgeslagen (genoeg om heel Nederland bijna 5 jaar van drinkwater te voorzien); maar het streven is om deze voorraad zoveel mogelijk ongemoeid te laten. We gebruiken van het IJsselmeer namelijk alleen het oppervlak, om er water bóven op op te slaan. De grens tussen het meer zelf en het water dat er bovenop ligt voor gebruik, ligt bij 20 cm beneden NAP. Het water bovenop die 20 cm -NAP is afkomstig van de IJssel, die op een gemiddelde dag in het zomerseizoen zo'n 300 m3/s water aanvoert. In het meer aangekomen spreidt dit water zich uit als een laagje van ca 2,3 cm per dag bovenop het aanwezige water. 

Het water dat voor landbouw, industrie, verziltingsbestrijding en drinkwater dagelijks nodig is, bedraagt ongeveer 1 cm. Daarnaast verdampt er ook water, vooral in het zomerhalfjaar en dan verdwijnt er dagelijks zo'n 2 tot 5 millimeter waterhoogte. Zolang de IJssel dus ongeveer 1,2 tot 1,5 cm per dag aanvoert, wat overeenkomt met ca 175 m3/s, is er voldoende water voor gebruik en verdamping.

In de figuur hieronder is het gebied weergegeven waar het water vanuit het IJsselmeer via kanalen en sloten naar toe gevoerd kan worden. Als er meer dan 175 m3/s wordt aangevoerd, of als het veel regent in en om het IJsselmeergebied wordt dat water afgevoerd naar de Waddenzee.

Schermafbeelding 2018-07-01 om 20.45.19.png

Gebieden in Nederland waar water rivierwater heen gevoerd kan worden. Het IJsselmeer voorziet het hele noorden van het land.
Gebieden in Nederland waar water rivierwater heen gevoerd kan worden. Het IJsselmeer voorziet het hele noorden van het land.

In droge zomers met een lage Rijnafvoer zakt de IJsselafvoer soms onder de 175 m3/s en als het gebruik dan niet wordt aangepast, zou het onder het streefpeil kunnen zakken. Maar dat is eigenlijk niet de bedoeling en de waterbeheerders doen er dan alles aan om het uitzakken van het peil te voorkomen; vooral door het gebruik te verminderen.

Sinds enige jaren is het steerfpeil ook iets flexibeler geworden en is een bandbreedte afgesproken van -10 tot -30 cm tov NAP, waarbij de 'hogere' -10 ingezet in het voorjaar als langdurige droogte dreigt en de 'lagere' -30 meer aan het eind van de zomer, in september, om de overgang naar het winterpeil (dat -40 cm bedraagt) geleidelijker te laten verlopen.

Dit jaar daalde de IJsselafvoer al in de loop van juli onder de 175 m3/s en omdat er veel water verdampte vanwege het warme weer ging het IJsselmeerpeil verder dalen dan gewenst. In de grafiek hieronder heb ik aan de hand van de meetstations in het IJsselmeer het gemiddelde dagelijkse peil berekend voor de periode van 1 juli t/m 27 augustus (de blauwe lijn). In de grafiek is ook de afvoer van de IJssel bij Olst weergegeven (grijze lijn). 

Stand IJsselmeer aug.jpg

Verloop waterstand IJsselmeer vanaf 1 juli en de afvoer van de IJssel bij Olst (bovenste grafiek). Daaronder een grafiek met de neerslag en verdaming van Stavoren en onder de temperatuur boven Stavoren.
Verloop waterstand IJsselmeer vanaf 1 juli en de afvoer van de IJssel bij Olst (bovenste grafiek). Daaronder een grafiek met de neerslag en verdaming van Stavoren en onder de temperatuur boven Stavoren.

Wat opvalt in het begin van de grafiek is dat het peil tot 26 juli gemiddeld nog zo'n 3 cm hoger was dan het streefpeil van 20 cm onder NAP. Omdat de voortekenen voor een droge zomer zich al in het voorjaar aandienden, had Rijkswaterstaat het peil ca 5 cm opgezet als extra watervoorraad. Een groot deel van juli kon dit peil nog gehandhaafd worden, ondanks dat de IJsselafvoer toen al tot 160 m3/s was gedaald. Tegen die tijd was de waterinname door de waterschappen ook al beperkt en zo kon het peil nog lang op niveau gehouden worden.

Vanaf 26 juli verandert de situatie plotseling en daalt het peil in enkele dagen ca 5 cm. Het is niet helemaal duidelijk wat de reden is. Het was die dagen nog niet erg warm (zie de onderste grafiek) en de verdamping bedroeg ongeveer 4 mm, wat niet veel meer was dan in de weken ervoor. Mogelijk is er water afgevoerd naar het Markermeer, dat rond die tijd al ca 10 cm lager stond dan het IJsselmeer en dringend water nodig had om ook daar het streefpeil te kunnen handhaven.

Op 31 juli valt er ongeveer 1 cm neerslag (zie de middelste grafiek) en dit helpt om het peil nog enkele dagen te handhaven op een niveau iets onder het streefpeil. De afvoer van de IJssel stabiliseert ook rond die tijd op een lage afvoer van 150 m3/s. Vanaf 4 augustus zet dan een nieuwe daling in. Het is het moment dat de IJssel verder daalt naar eerst ca 140 en later zelfs 130 m3/s. Ook wordt het vanaf 10 augustus erg warm waardoor de verdamping toeneemt tot bijna 5 mm per dag. 

Het peil zakt op 15/8 tot ca 8 cm onder het streefpeil, maar nog wel binnen de afgesproken bandbreedte. Regen en weinig verdamping op 17 augustus zorgt voor enige verlichting en het peil stijgt een paar centimeter. Maar het warme weer keert terug en de IJsselafvoer daalt nog wat verder zodat het peil uitkomt op 10 cm onder streefpeil.

De afgelopen 3 dagen is de IJsselaanvoer weer wat gestegen (met ca 20 m3/s), maar de afvoer is nog steeds lager dan de 175 m3/s die nodig is voor peilhandhaving en op 27/8 bedroeg het verschil met het streefpeil nog steeds 10 cm.

Een stand 10 cm onder het streefpeil betekent dat de buffer in het meer in deze tijd met 110 miljoen m3 is afgenomen. Dit tekort is opgebouwd tussen 26/7 en 27/8, wat neer komt op een tekort van gemiddeld 40 m3/s gedurende deze periode. En dat was bij een situatie dat de waterinname door de waterschappen al was teruggeschroefd. 

Het is niet te verwachten dat de situatie de komende 10 tot 15 dagen zal veranderen. De IJsselafvoer daalt weer wat en een afvoer van 175 m3/s is voorlopig niet in zicht; laat staan een nog hogere afvoer, die nodig is om het peil weer aan te vullen tot het gewenste peil van -20 cm. Ook wordt er geen regen verwacht, maar tegen september neemt wel de verdamping langzaam af omdat de zon lager komt te staan en de daglengte korter wordt, maar dat scheelt hoogstens 1 of 2 mm per dag. 

De kans is daarom groot dat het peil de komende twee weken nog wat verder daalt en dat eerder dan gewenst de overgang naar het winterpeil (dat -40 cm bedraagt en in oktober in gaat), zal worden ingezet.

Abonneren op