U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Droogte houdt aan, verder dalende afvoeren, lager dan in 2018

Het hogedrukgebied blijft oppermachtig. Het verschuift komende week naar Scandinavië en zorgt daarmee ook voor langdurig hoge temperaturen. Regen wordt in de stroomgebieden de komende week niet verwacht, waardoor de rivierafvoeren blijven dalen. De kans is groot dat de afvoer zakt tot onder die van 2018. 

Door wat technische problemen is het bericht een dag later en korter dan u gewend bent. 

Hogedrukgebied bepaalt het weer; geen neerslag in zicht

Het weerpatroon is al weken vrijwel hetzelfde met een krachtig hogedrukgebied dat vanaf de Azoren steeds weer nieuwe uitlopers heeft naar Noordwest Europa. Een enkele keer, op de overgangsdag van de ene uitloper naar de volgende kunnen er wat buien ontstaan of passeert een zwakke neerslagzone. Noord Nederland profiteert daar nog het meeste van en daar viel in juli nog ongeveer de helft van de normale hoeveelheid regen. In het zuiden bleef het bij een kwart of minder. 

De stroomgebieden moeten het hebben van buien en afgelopen week vielen die ook op donderdag en vrijdag, maar er viel hoogstens genoeg om de Rijn een dag of twee op hetzelfde niveau te houden.

Komende week verandert er wel iets in de ligging van het hogedrukgebied en heel misschien is dat ook de aanzet naar een weersomslag, maar de kans is nog klein en we moeten er nog wel meer dan een week op wachten. Het hogedrukgebied verschuift deze week namelijk naar Scandinavië en vormt daar een aparte kern. Vorige keren kwamen de hogedrukgebieden niet zo noordelijk te liggen en misschien dat dit nu de weg opent voor lagedrukgebieden om op termijn Midden Europa te bereiken.

Maar eerst zorgt he hogedrukgebied voor minstens een week wind uit het oosten en langdurig warm weer. Samen met veel zon zorgt dat voor veel verdamping, waardoor ook het neerslagtekort sterk toe zal nemen. In de stroomgebieden blijft het de hele week droog. Het hogedrukgebied houdt de buien ook daar op grote afstand. Pas na het weekend, vanaf maandag 15/8 zou de buiigheid in de Alpen toe kunnen nemen en in de dagen daarna mogelijk ook verder naar het noorden toe. 

Al enige tijd verwachten de weermodellen een verandering in het weerpatroon vanaf midden augustus. Het is nu echter nog de vraag of die er komt. De ene run van het model geeft namelijk wel een duidelijk neerslagsignaal, meestal het eerst in de Alpen, maar de volgende run is dan ineens weer veel droger. In de loop van de week zal dit duidelijker worden. Maar als het vanaf 15/8 natter wordt, dan merken we dat in de Rijn bij Lobith pas van 20 of 21/8. En voor de Maas is het nog de vraag of de buiigheid het stroomgebied wel bereikt.

Rijn daalt tot onder 6,6 m (750 m3/s), later tot onder 6,4 m (700 m3/s)

De Rijn is de afgelopen week vooral gedaald van ca 6,9 m bij Lobith aan het begin van de vorige week naar 6,75 m op dit moment. De afvoer daalde van ca 850 naar 780 m3/s. Buien die op maandag in een deel van het stroomgebied waren gevallen zorgden voor een heel kleine opleving; de daling werd er twee dagen door vertraagd. Ook donderdag en vrijdag vielen er buien, eerst in het stroomgebied van de Moezel, later vooral in de Alpen.

Het water uit de Moezel komt nu aan en zorgt ervoor dat de daling een dagje stokt. Het water uit de Alpen komt rond 10/8 aan en vertraagt dan de daling met een paar dagen. Regen wordt deze week niet verwacht, dus meer van deze korte oplevingen zijn niet in zicht. 

Ik verwacht dat de stand langzaam verder daalt naar ca 6,65 m (740 m3/s) op woensdag 10/8 om daar een paar dagen rond te schommelen. Vanaf  de 13e gaat de daling verder en op de 14e wordt dan de 6,6 m (710 m3/s) onderschreden. De afvoer is dan lager dan in 2018, de stand echter nog niet. Dit is omdat RWS afgelopen jaar de relatie tussen waterstand en afvoer heeft gewijzigd. 

Na de 14e zet de daling nog door en op 17/8 verwacht ik dat de 7,55 wordt bereikt bij 680 m3/s. De kans is groot dat dan rond  18 of 19/8 ook de 6,5 m wordt bereikt, bij een afvoer van ca 660 m3/s. Daarmee zou de stand onder die van 2018 kunnen zakken. Maar mochten er inderdaad buien gaan vallen in de Alpen vanaf de 15e, dan wordt die stand misschien net niet bereikt.

Als het droog blijft dan kan de stand nog verder zakken naar mogelijk onder 6,4 m in de laatste week van augustus. De allerlaagste afvoer ooit, 620 m3/s uit 1947, bereken we voorlopig nog niet, maar we komen er dichtbij in de buurt. 


Maasafvoer blijft ca 25 m3/s

In het stroomgebied van de Maas viel slechts een klein beetje regen in de afgelopen week en dit had geen invloed op de afvoer bij Maastricht. Deze schommelt al de hele week rond 25 m3/s en voorlopig verandert dat niet.

De komende week blijft het namelijk ook droog in het stroomgebied. Mogelijk dat de afvoer vanwege de hitte en de verdamping nog wat verder daalt. De toevoer naar de kanalen die vanuit de Maas worden gevoed komt daardoor nog meer onder druk te staan. 

Misschien dat er na 16 of 17/8 regen gaat vallen, maar voorlopig lijkt de kans daarop klein.

 


 

Droogte weet van geen wijken, verder dalende waterstanden

Het weerpatroon verandert voorlopig nog maar weinig. Het Atlantische hogedrukgebied heeft een uitloper naar midden Europa, zodat de droogte in de stroomgebieden aanhoudt en de waterstanden blijven dalen. De Rijn voerde in juli slechts de helft van de normale hoeveelheid aan en de Maas 45%. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de situatie in augustus zal gaan veranderen.

De rubriek Water Inzicht ontbreekt deze week, maar in de bijdragen over de Rijn en de Maas vindt u wel een paar grafieken die de uitzonderlijke laagwatersituatie in beeld brengen.

water van de week

Standvastig hogedrukgebied zorgt voor aanhouden van de droogte

De hele maand juli al (en ook in de maanden daarvoor) wordt het weer in onze omgeving bepaald door een groot hogedrukgebied dat zich vanaf de Azoren uitstrekt in noordwestelijke richting. Soms ligt de as van het gebied wat meer naar het zuiden en kunnen regengebieden vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan net ons land bereiken. Dat was vandaag, zondag, het geval en er viel zowaar bijna 15 mm in het noorden van het land. 

Verder naar het zuiden bleef het vandaag echter droog en daarmee bleven ook de stroomgebieden van Maas en Rijn verstoken van neerslag. Eerder in de week lag de as van het hogedrukgebied iets noordelijker en konden er in de Alpen en Zuid Duitsland nog enkele buien ontstaan. Deze zorgden voor een klein beetje extra water voor de Rijn.

Vorige week zag het er naar uit dat de buienactiviteit boven de Alpen langer aan zou houden en dat de Rijn daar van zou profiteren, maar uiteindelijk bleven de regenhoeveelheden veel kleiner dan ik had verwacht. Er viel zelf niet genoeg om de Rijnafvoer te stabiliseren op het al lage niveau en daarom zette de daling deze week door. 

De komende week houdt het huidige weerbeeld stand. De as van het hogedrukgebied ligt eerst nog boven de Alpen en over de het noorden van de Atlantische Oceaan nadert nogmaals een regengebied. De eerste dagen blijft dat vrij ver noordelijk, maar op donderdag zou het met enkele buien over Nederland kunnen trekken. Op vrijdag trekt het dan verder over het stroomgebied van de Rijn, maar veel regen wordt daaruit niet verwacht.

Na de passage dringt herstelt het hogedrukgebied zich en nu komt de as ervan waarschijnlijk weer noordelijker te liggen, over Nederland, of mogelijk over Scandinavië. De stroomgebieden krijgen dan te maken met een oostelijke stroming, die droge lucht aan gaat voeren. Alleen als de as van het hogedrukgebied vrij ver naar het noorden komt te liggen kunnen in de Alpen en Zuid Duitsland mogelijk wel weer buien ontstaan.

Al met al blijft het de komende dagen droog, met op donderdag en vrijdag een overtrekkende regenzone die, zoals het er nu naar uit ziet, maar weinig regen gaat brengen in de stroomgebieden. Daarna herstelt het hogedrukgebied zich boven het noorden van Europa en wordt het opnieuw een paar dagen droog op mogelijk wat buien na in de Alpen en Zuid Duitsland net na het volgend weekend (vanaf 8 of 9 augustus).

Rijn daalt verder naar 6,75 m (800 m3/s), later mogelijk 6,6 m (750 m3/s)

De gemiddelde Rijnafvoer in juli kwam uit op ca 1.050 m3/s, wat overeenkomt met een stand van ca 7,35 m+NAP. Het was de op 2 na laagste gemiddelde juli-afvoer sinds 1901. Alleen in 1976 met ca 950 m3/s en 1949 met ca 1020 m3/s waren nog lager. In de figuur hieronder is de maandgemiddelde afvoer van alle julimaanden sinds 1901 weergegeven; met daarbij de 10 laagste in rood.

Als we de 10 laagste bekijken, dan is er gene sprake van dat juli-maanden met een zeer lage afvoer de laatste tijd vaak voorkomen. Het is ook in 2018 gebeurd, maar daarvoor moeten we terug naar 2003 en daarvoor zelfs naar 1976 voor een ander jaar uit de top 10. De trendlijn (blauwe streepjes) neemt wel langzaam af en ook het 30-jarig gemiddelde is al enkele decennia aan het dalen.

Tot 1995 was dat gemiddelde aan de hoge kant (rond 2250 m3/s), maar inmiddels is het gestaag aan het dalen, naar minder dan 2000 m3/s. daarmee is het lager dan op enig ander moment in de meetreeks. De jaren met lage afvoeren rond 1950 zorgden toen ook voor een wat lager langjarig gemiddelde, maar dit lag toen nog rond de 2100 m3/s.

In juli is de Rijn gemiddeld dus minder water gaan afvoeren in de afgelopen decennia en ook al is het aantal jaren met een extreem lage afvoer (nog) niet gestegen, er zijn wel vrij veel jaren met een lage maar niet zeer lage afvoer.; zoals bijvoorbeeld ook 2017, '19 en '20. Het blijft afwachten of deze trend doorzet, maar de voortekenen wijzen al wel een bepaalde kant op. 

Rijn juli.jpg

Rijnafvoer vanaf 1901 t/m 2022 met trendlijn en 30-jarig gemiddelde. In rood de 10 jaren met de laagste afvoer.
Rijnafvoer vanaf 1901 t/m 2022 met trendlijn en 30-jarig gemiddelde. In rood de 10 jaren met de laagste afvoer.

Als we terug gaan naar juli 2022, dan was er de hele maand sprake van een vrij gestage daling; beginnend op ca 1300 m3/s en eindigend op ca 850. De maand erfde dus al een vrij lage afvoer uit het voorjaar, want vanaf maart waren alle maanden in vooral het Duitse deel van het stroomgebied aan de droge kant met een afvoer die daarom al erg laag was toen juli nog moest beginnen. 

In de grafiek hieronder is het verloop van de Rijnafvoer vanaf 1 mei dit jaar afgebeeld in vergelijking met andere jaren met een zeer lage afvoer. 

Lage Rijnafvoer.jpg

Verloop van de Rijnafvoer bij Lobith vanaf 1 mei dit jaar in vergelijking met een aantal andere jaren met een zeer lage zomer-afvoer.
Verloop van de Rijnafvoer bij Lobith vanaf 1 mei dit jaar in vergelijking met een aantal andere jaren met een zeer lage zomer-afvoer.

Al sinds 1 mei behoort de afvoer van dit jaar tot de laagste sinds het begin van de metingen in 1901. Aanvankelijk waren 1921 en 1976 nog wel veel lager, maar deze jaren hadden een opleving in mei en begin juni en toen had dit jaar al even de laagste waarde ooit. In juni viel er nog wel wat regen in de vorm van wat buien en leek 2022 zich iets te herstellen, maar vanaf 10 juli volgde toch weer een sterke daling.

Deze daling werd veroorzaakt doordat het vanaf 5 juni ongeveer 2 weken helemaal droog bleef in het stroomgebied en zo kwam de afvoer vanaf 20 juli weer op het laagste niveau sinds 1901. De laatste week van juli is er wel wat regen gevallen, maar dat zorgt er hoogstens voor dat de daling wat vertraagt. Met een streepjeslijn is de  verwachting voor de komende 10 dagen weergegeven.

Als we naar de weersverwachting kijken voor de komende weken, dan zal de afvoer de hele komende week blijven dalen. De eerste dagen niet zo snel en dan schommelt de afvoer nog rond de 825 m3/s, bij een stand van ca 6,8 m +NAP.  Vanaf 4 augustus verloopt de daling weer iets sneller en op 5/8 wordt waarschijnlijk de 800 m3/s onderschreden bij een stand van 7,75 m+NAP. Ook daarna zet de daling nog door en rond 10/8 zou dan de 750 m3/s kunnen worden bereikt bij een stand van 6,6 m+NAP.

Dit is dan nog maar 25 cm boven het niveau van oktober 2018, toen Lobith daalde tot 6,35 m+NAP. Of dat gehaald wordt is nu nog niet te zeggen. Mochten er vanaf 8/8 inderdaad buien boven de Alpen gaan vallen, dan kan de afvoer een dag of 5 later weer wat overeen, maar mocht het ook na 10/8 ook nog droog blijven, dan is de kans groot dat de stand op weg gaat naar een nieuw record later in de maand. Volgende week hierover meer.

Maas blijft op extreem laag niveau van ca 25 - 30 m3/s

De Maasafvoer bij Monsin bedroeg deze maand 58 m3/s, dat is slechts 45% van de normale hoeveelheid in juli. Monsin is het punt iets stroomafwaarts van Luik, net voor de aftakking van het Albertkanaal, waar de Maasafvoer nog compleet is en er geen water is afgevoerd naar de kanalen. Via het Albertkanaal werd ca 15 m3/s afgevoerd, zodat er 43 bij Maastricht passeerde. 

Daarvan stroomde dan weer 14 via de Zuid-Willemsvaart en 11 via het Julianakanaal, zodat er gemiddeld uiteindelijk 18 voor de Grensmaas overbleef. De laatste week van juli was de afvoer echter zo laag geworden dat er voor de Grensmaas nog maar 7 à 8 m3/s overbleef.

In de figuur hieronder is voor alle juli-maanden uit de meetreeks de gemiddelde afvoer bij Monsin weergegeven. Dit jaar behoort ook tot de 10 jaren met de laagste waarde. Er waren echter 4 jaren met een nog lagere waarde. Ander dan bij de Rijn zien we dat er de laatste tijd maar liefst 4 jaren zijn geweest met een zeer laag gemiddelde in juli. Ander dan de Rijn die ook profiteert van smeltwater uit de Alpen, heeft de Maas eerder te maken met de gevolgen van een droogte. De droge zomers van de laatste tijd leverden bij de Maas dus vaker een zeer lage waarde op.

 

Maas juli.jpg

Maasafvoer bij Monsin vanaf 1911 t/m 2022 met trendlijn en 30-jarig gemiddelde. In rood de 10 jaren met de laagste afvoer.
Maasafvoer bij Monsin vanaf 1911 t/m 2022 met trendlijn en 30-jarig gemiddelde. In rood de 10 jaren met de laagste afvoer.

Opvallend is wel dat de trendlijn bij de Maas langzaam oploopt., ondanks de vele droge jaren. Dit heeft de Maas te danken aan de ook relatief vaak voorgekomen juli-maanden met een zeer hoge afvoer. Zoals bijvoorbeeld juli 2021 dat in zijn eentje de trendlijn al ca 5 m3/s optilt. 

Vanwege de relatief veel juli-maanden met een hoge afvoer in de laatste decennia is ook het 30-jarig gemiddelde niet aan het dalen. Ook hier is het beeld dus anders dan bij de Rijn. Er zijn opvallend veel jaren met een lage tot zeer lage afvoer, maar de incidentele jaren met een veel hogere afvoer houden het gemiddelde ongeveer op peil.

Terug naar 2022. De afgelopen week daalde de afvoer bij Maastricht tot ongeveer 30 m3/s en omdat het de hele week droog blijft, zal daar geen verandering in komen; mogelijk gaat er nog iets van het gemiddelde af. Op donderdag zou er een bui kunnen vallen, maar dat lijkt weinig extra water op te gaan leveren. Voorlopig houden de zeer lage afvoeren dus nog wel even aan.

Geen verandering op komst, blijvend droog en zeer lage waterstanden

Een lagedrukgebied zorgde afgelopen dagen in Nederland en in de stroomgebieden van Rijn en Maas voor wat regen. Veel was het niet en het extra water zorgt er hoogstens voor dat de afvoeren een paar dagen niet verder dalen. De komende week verandert er weinig, het hogedrukgebied verstevigt zijn greep zelfs nog wat op het weer en de droogte houdt aan. Alleen in de Alpen vallen buien en daar profiteert de Rijn een beetje van. In het waterbericht leest u de details voor de komende twee weken.

In de vakantieweken ontbreekt de rubriek water inzicht en is er alleen de verwachting voor de waterstanden van Rijn en Maas.

water van de week

Hogedrukgebied weet van geen wijken

De afgelopen week lukte het een lagedrukgebied om de invloed van het oppermachtige hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan even te overwinnen. Het was ook ontstaan op de Atlantische Oceaan, ten westen van Portugal, trok in enkele dagen naar het noodoosten en passeerde donderdag Nederland. Het bepaalde op twee manieren ons weer: eerst zorgde het voor een opstoot van zeer warme lucht, waarbij de temperatuur in het zuiden van het land bijna tot 40 graden opliep en twee dagen later bracht het overal in Nederland wat regen. Er viel op veel plaatsen zo'n 1 tot 1,5 cm, in de vorm van een gestaag regentje dat de planten goed heeft gedaan.

In het stroomgebied van de Rijn vielen op donderdag en vrijdag ook buien. Enkele daarvan, net over de grens in Duitsland, waren zwaar genoeg om enkele tientallen m3/s extra water naar de Rijn aan te voeren. Ook verder zuidelijk vielen buien en dat water is nu onderweg naar Lobith. In het stroomgebied van de Maas viel ook regen, maar de hoeveelheden waren vrij klein en op een kleine opleving na, kwam er nauwelijks extra water tot afstromen.

Inmiddels heeft het hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan zich weer naar het noordoosten uitgebreid en zijn greep op het weer bij ons en in de stroomgebieden herwonnen. De komende week blijft dat zo en in Nederland lijkt vrijwel geen regen meer te gaan vallen in de komende 10 dagen. Op wellicht een paar buien na in de nacht van maandag op dinsdag, maar veel lijkt dat niet meer voor te gaan stellen.

In het stroomgebied van de Maas lijkt de situatie op die in Nederland, met hoogstens een enkele bui. In het stroomgebied van de Rijn is het ook in Duitsland en het oosten van Frankrijk droog, maar er staan wel wat buien op het programma in de Alpen. Daar kunnen de komende week zowel op dinsdag als later in de week ook op donderdag en vrijdag stevige buien tot ontwikkeling komen. Voldoende voor wat extra water naar de Rijn.

Ook na het volgend weekend lijkt er in het weerpatroon niet veel te gaan veranderen. Het hogedrukgebied houdt zijn greep op het weer en dat zorgt zowel in Nederland als in de stroomgebieden voor aanhoudend vrijwel droog weer. Mogelijk dat de Alpen hierop een uitzondering zijn. De komende week vallen daar aardig wat buien en het ziet er naar uit dat dat zich ook begin augustus doorzet. 

Rijnafvoer schommelt tussen 900 en 850 m3/s, waterstand rond 7m+NAP.

Medio vorige week was de afvoer bij Lobith gedaald tot ca 885 m3/s en daalde de stand tot iets boven de 7 m+NAP. De buien die donderdag over Noord Duitsland trokken zorgden voor wat extra water en daardoor steeg de afvoer licht naar iets boven de 900 m3/s en de waterstand naar ca 7,15. Ook verder zuidelijk in het stroomgebied en de Alpen vielen buien en dat water is nu onderweg naar Lobith en zorgt ervoor dat de afvoer nog een paar dagen rond de 900 m3/s blijft schommelen met een stand rond 7,1 m+NAP.  

De buiigheid in de Alpen is in deze tijd van het jaar een belangrijke bron van water voor de Rijn. Om een indruk te geven; een dag met flinke buien in de Alpen, waar zo'n 3 tot 4 cm regen uit valt, levert de Rijn een golfje van zo'n 50 tot 100 m3/s extra water op; de dagen daarna langzaam afnemend. Dat lijkt niet veel, maar als de afvoer bij Lobith slechts 800 m3/s bedraagt, dan is ook 50 m3/s welkom.

De invloed van de neerslag op de Alpen op de Rijnafvoer was dit jaar goed te zien in juni. In die maand viel er in de Alpen zo'n 12 tot 16, lokaal zelfs meer dan 20 cm regen. Ondanks dat juni in Duitsland erg droog verliep, zorgden de buien in de Alpen er zo voor dat de Rijnafvoer bij Lobith niet verder wegzakte dan tussen de 1300 en 1500 m3/s. Daar zat toen trouwens ook nog wat smeltwater bij van sneeuw die in de winter was gevallen, maar de buien hadden het grootste aandeel.

Vanaf begin juli stokte de buiigheid in de Alpen en van 6 t/m 19 juli viel er zelfs helemaal geen regen. Ondertussen bleef het ook droog in de rest van het stroomgebied en in combinatie met de droogte in de Alpen ging de Rijnafvoer extra snel dalen en kwam deze bij Lobith op 16/7 onder de 1000 m3/s en op 19/7 zelfs onder de 900 m3/s. Zo vroeg in het jaar was dat vrijwel nog nooit gebeurd.

Inmiddels is aan deze droge periode een einde gekomen. Vanaf 19 juli vielen er weer buien in de Alpen en de afvoer vanuit Zwitserland is daarom weer iets gestegen. Komende week worden op maandag, dinsdag, donderdag en vooral vrijdag ook weer buien verwacht in de Alpen en telkens zorgt dat voor een extra bijdrage aan de Rijn. Dit is voldoende om de afvoer de komende week niet veel verder te laten dalen. Het is echter ook niet voldoende voor een duidelijke stijging. 

Ik verwacht daarom dat de afvoer de komende week tot 10 dagen blijft schommelen tussen de 850 en 900 m3/s en de waterstand rond de 7 m. Meer in detail verwacht ik dat de afvoer de komende week eerst wat daalt, van de huidige 900 naar ca 850 m3/s. De cwaterstand zakt dan iets onder de 7 m.  Om vanaf de 30e weer iets te gaan stijgen naar ca 900 en de waterstand iets boven de 7 m; maar dit hangt dan af van de buiigheid in de Alpen op maandag en dinsdag. Na het volgend weekend gaat de afvoer dan eerst weer wat naar beneden, om later in die week weer iets te stijgen. 

Een verdere daling van de afvoer naar 750 m3/s of lager en een waterstand ver onder de 7 m lijkt er daarom (voorlopig) niet in te zitten. Dit is dan vooral te danken aan de buien in de Alpen. Die moeten overigens nog wel vallen, dus het blijft even afwachten hoeveel regen er daar precies gaat vallen ne wat de invloed zal zijn op de Rijn.

Maasafvoer blijft erg laag

De Maasafvoer bij Maastricht is gedaald tot tussen de 30 en 35 m3/s. De buien van de afgelopen donderdag zorgden voor een heel kleine opleving tot ca 50 m3/s, maar inmiddels is de afvoer weer gezakt naar ca. 35. De komende dagen is hier geen verandering in te verwachten. 

In het stroomgebied van de Maas zal de komende 7 tot 10 dagen namelijk vrijwel geen regen vallen en de Maas zal het moeten doen met de basisafvoer. Dit is het water afkomstig uit de bronnen waarvan het water via de ondergrond naar de Maas wordt afgevoerd. Het is water dat bijvoorbeeld in de afgelopen winter is gevallen en nu pas de Maas bereikt. Ook is een relatief groot deel van het water in deze tijd van het jaar afkomstig van huishoudens en industrie.

Samen is dat zo'n 50 m3/s waar de Maas altijd wel op kan rekenen, waar dan ongeveer 1/3e deel van via het Albertkanaal wordt afgevoerd, zodat er 35 voor Nederland overblijft. Pas als het heel lang droog is, kan de afvoer nog wat verder dalen. Voorlopig blijft het echter schommelen tussen de 30 en 35 m3/s.

 

Enige regen op komst, maar onvoldoende voor stijging waterstanden

Er komt wat meer beweging in de luchtdrukverdeling op de Atlantische Oceaan en dat vergroot de kans op neerslag in de tweede helft van de week. In Nederland is de kans op regen vrij groot en ook de Maas zou wat extra water kunnen ontvangen. In het stroomgebied van de Rijn wordt voorlopig nog weinig regen verwacht, zodat de stand van de Rijn alsmaar verder blijft dalen. In het waterbericht leest u meer gedetailleerd wat de rivieren de komende week te wachten staan.

In de rubriek Water inzicht een terugblik op het hoogwater in de Geul van een jaar geleden. Er viel erg veel regen en er kwam ook heel veel water in de Geul terecht, maar gelukkig bleef er nog veel meer water achter in het stroomgebied en kwam lang niet al het water meteen tot afstromen.

Hogedrukgebied maakt (even) plaats voor een ander weerpatroon

Het was zondermeer een knappe prestatie van het Amerikaanse weermodel om bijna 2 weken geleden al te berekenen dat er een opstoot van zeer warme lucht vanaf Spanje over West-Europa plaats zou gaan vinden rond midden juli. Deze zeer warme lucht zorgt de komende dagen ook voor ook een extreem hoge verdamping waardoor het neerslagtekort snel verder zal oplopen. 

Toch is er misschien verandering op komst met kans op meer neerslag, want de hitte-opstoot wordt mede veroorzaakt door een lagedrukgebied ten noordwesten van Portugal.  Op die plaats lag eerder nog een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied, dus ziet de weerkaart er nu anders uit dan in de weken daarvoor. Dit lagedrukgebied beweegt de komende dagen in onze richting en zorgt vanaf woensdag voor buien in waarschijnlijk vooral Nederland en België.

Het ziet er nu naar uit dat de neerslagzone niet veel verder het continent op trekt en in Duitsland en Zwitserland wordt dan nog geen regen verwacht. Ondertussen probeert het Azoren-hogedrukgebied een nieuwe uitloper te vormen in noordelijke richting die nieuwe neerslaggebieden kan gaan tegenhouden. Maar het is nog maar de vraag of en zo ja hoe lang dat gaat lukken want heel stabiel ziet deze ontwikkeling er niet uit en vanaf vrijdag verschijnen er ook al weer nieuwe lagedrukgebieden op de weerkaart van de Atlantische Oceaan.

Mogelijk zorgt dat voor een ontwikkeling naar meer neerslag vanaf het komend weekend.  In de Alpen en Zuid Duitsland, de belangrijkste bron voor Rijnwater in deze tijd van het jaar, wordt echter pas neerslag verwacht na het komend weekend en heel overtuigend ziet het er dan ook nog niet uit. Maar misschien dat dat nog verandert, met lagedrukgebieden die gaandeweg de dienst gaan uitmaken.

Rijn daalt naar extreem lage waarde voor deze tijd van het jaar

De afgelopen week is er vrijwel geen druppel regen gevallen in het stroomgebied en gaandeweg bereiken de meeste zijrivieren die de Rijn voerden zeer lage waarden voor de tijd van het jaar. De afvoer bij Lobith daalde dan ook sterk deze week van ca 1200 m3/s aan het begin van de week naar 950 m3/s op dit moment. De waterstand is gedaald tot 7,2 m+NAP. Dat is nog wel ruim boven het record uit 2018, toen de Rijn daalde tot 6,5 m bij een afvoer van 735 m3/s. Dat was echter in het najaar, wat gewoonlijk de periode van het jaar is dat de Rijn zijn laagste waarde bereikt. 

Zoals ik vorige week liet zien gingen alleen 1949 en 1976 dit jaar voor in een zo lage waarde in juli. In die beide jaren steeg de afvoer rond deze tijd van het jaar echter omdat het wat geregend had. In 1976 volgde er zelf een flinke opleving, waardoor de afvoer in augustus op een redelijk hoog niveau kon beginnen. Daar ziet het dit jaar niet naar uit en de komende week zal de Rijn blijven dalen. De eerste dagen zakt de afvoer nog met zo'n 25 m3 per dag, later neemt dat af naar 10 tot 15. 

Op de 19e verwacht ik dat de 900 m3/s wordt onderschreden, bij een stand van iets boven de 7 m. Op de 22e volgt dan de 850 m3/s en is de stand gezakt tot ca 6,9 m +NAP. Ook daarna lijkt de daling nog door te zetten en waarschijnlijk dat ook de 800 m3/s bij een stand van 7,8 m+NAP nog wordt bereikt op 25 of 26 juli. 

Er is een kleine kans dat er op de 22e juli buien gaan vallen in het noordelijk deel van het Duitse stroomgebied en als dat uit komt, dan zou dat al vanaf de 24e voor een kleine opleving kunnen zorgen, waardoor de 800 m3/s misschien nog niet wordt bereikt. Maar veel verlichting zal dat niet brengen, want de dagen daarna is de kans op neerslag weer klein en dat maakt het waarschijnlijk dat de afvoer hoe dan ook onder de 800 m3/s gaat zakken. 

Zelfs daarna lijkt er nog geen verandering aan te komen. Pas vanaf de 25e zou er neerslag kunnen gaan vallen in het zuiden van Duitsland, maar voordat het extra water daarvan Nederland heeft bereikt is het al eind juli. De kans is daarom groot dat in de laatste dagen van de maand de afvoer ook naar 750 m3/s daalt of misschien zelfs wel daaronder.

Maas blijft op zeer laag niveau

De Maas is al maandenlang erg laag en de afvoer bij Maastricht is inmiddeld gedaald tot ongeveer 35 m3/s. Bij de Maas is zo'n lage afvoer vaker voorgekomen in deze tijd van het jaar. Het stroomgebied van de Maas droogt nu eenmaal in de zomer wat eerder uit dan dat van de Rijn. De komende dagen daalt de afvoer langzaam nog wat verder. 

Woensdag 20/7 zou er wat regen kunnen vallen in de Ardennen en op vrijdag nogmaals. Het zijn geen grote hoeveelheden, maar het levert de rivier mogelijk enkele tientallen m3/s op. Zo'n opleving zal echter maar van korte duur zijn, want vanaf vrijdag wordt het weeer voor langere tijd droog. De kans is daarom groot dat de Maasafvoer tot het eind van de maand op het huidige lage niveau blijft staan, 

water inzicht

Onderzoek naar de 2021-hoogwatergolf in het Geuldal

Een jaar geleden viel er uitzonderlijk veel regen in het zuiden van Limburg, de Ardennen en de Eiffel (zie de afbeelding hieronder). In totaal viel er in het Nederlandse deel van het Geuldal in 2,5 dag tijd zo'n 12 tot 16 cm regen. Net buiten de grens in het Waalse deel van het Geuldal viel lokaal zelfs 18 cm. Nog wat zuidelijker tegen de noordflank van de Ardennen en de Eiffel, waar de Vesdre, Roer en Ahr ontspringen viel lokaal zelfs meer dan 20 cm.  

Schermafbeelding 2022-07-17 om 09.17.13.png

Neerslaghoeveelheden in Zuid Limburg en de regio daaromheen. Het stroomgebied van de Geul is gemarkeerd. Uit door het KNMI gecorrigeerde radar-data (Bron: Deltares)
Neerslaghoeveelheden in Zuid Limburg en de regio daaromheen. Het stroomgebied van de Geul is gemarkeerd. Uit door het KNMI gecorrigeerde radar-data (Bron: Deltares)

Het unieke aan de neerslagevent was niet zozeer dat er veel regen viel, maar vooral ook dat het heel lang bleef regenen. De neerslagintensiteit was dan ook niet eens zo hoog, met een intensiteit tussen de 3 en 10 mm/uur, een enkel uur wat meer. Als we dat vergelijken met een zware zomerse bui, waarbij het op kan lopen tot 80 of zelfs 100 mm per uur, dan lijkt er niet eens zoveel aan de hand te zijn. 

Maar een zware bui duurt meestal slechts een kwartier of hooguit een half uur en dan is het weer voorbij. Doordat het nu meer dan 30 uur aanhield, konden uiteindelijk veel verschillende waterstromen langdurig samen gaan vallen, met een grote hoogwatergolf tot gevolg. Het water uit verschillende delen van het stroomgebied is namelijk meerdere uren onderweg; vanuit het Boven-Geuldal in Wallonië duurt het bijvoorbeeld ca 12 uur voordat het water bij Valkenburg is. Omdat het nu langer dan 12 uur regende kon deze stroom samen gaan vallen met regen die op dat moment in Valkenburg viel. En daar kwam dan ook al het water bij dat onderweg vanuit de andere deelstroomgebieden werd aangevoerd, want het bleef overal langdurig regenen.

De enorme hoeveelheid regen leidde tot een grote watersnood in de hele regio en in Nederland werd vooral Valkenburg zwaar getroffen. Inmiddels is het onderzoek naar deze bijzondere gebeurtenis volop in gang gezet en Deltares heeft recent haar eerste rapportages gepubliceerd. Ondertussen denken het Waterschap en de Provincie na over maatregelen om dergelijke overlast in het vervolg te voorkomen. 

In het Geuldal hebben Natuurorganisaties ook veel eigendommen.  Zij promoten deze gebieden als zogenaamde klimaatbuffers, die veel meer water kunnen vasthouden dat intensief beheerde gebieden en daarom een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de problemen. Natuurmonumenten is een van deze organisaties en zij hebben mij gevraagd om ook een onderzoek te doen naar de de herkomst van de hoogwatergolf in de Geul en na te gaan of natuurgebieden inderdaad een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing. Het onderzoeksrapport is te vinden op de site van Natuurmonumenten.

Bij het onderzoek is eerst in beeld gebracht hoeveel neerslag er verdeeld over het stroomgebied gevallen is en hoeveel regen er van uur tot uur viel. Het stroomgebied werd daartoe in een verschillende deelgebieden verdeeld (zie kaart). Ongeveer 35% van het Geuldal ligt in Wallonië. In de kaart is dit gedeelte verdeeld over 2 gebieden. Het zuidelijke deel daarvan beslaat ca 22% van het Geuldal, maar naar later zou blijken was hier verreweg het meeste water vandaan afkomstig.

Deelstroomgebieden.jpg

Stroomgebied van het Geuldal met deelstroomgebieden en in blauw het beeksysteem van de Geul en haar zijbeken. De plaatsen waar de de afvoer is gemeten zijn in rood aangegeven.
Stroomgebied van het Geuldal met deelstroomgebieden en in blauw het beeksysteem van de Geul en haar zijbeken. De plaatsen waar de de afvoer is gemeten zijn in rood aangegeven.

In Nederland begint het Geuldal met het zogenaamde Boven-Geuldal waar oa Epen in ligt. Iets verder stroomafwaarts ligt net voor Wijlre een bijzonder punt, waar 3 vrij grote zijbeken samen komen in de Geul: de Gulp die ook in België ontspringt en de Selzerbeek en de Eyserbeek, die voor een klein deel ook over Duits gebied lopen. Deze 3 beken bleken erg belangrijk voor de analyse van de watertoevoer naar de Geul omdat de meetstations het hier grotendeels hebben uitgehouden en daarom bruikbare gegevens konden leveren.

Andere afvoer-meetstations langs de Geul vielen na verloop van tijd uit, behalve die bij Meerssen, maar er zijn twijfels of die weel goed genoeg heeft gewerkt. Gelukkig waren er ook nog 2 Waalse meetpunten in Kelmis en Sippenaecken die de hele hoogwatergolf data hebben geleverd die bruikbaar waren. Naast de afvoer-meetstations waren er nog tal van stations waar de waterstand werd gemeten. Die zijn gelukkig vaak wel intact gebleven. Hieronder als voorbeeld de afvoergrafiek van het meetpunt Kelmis en de waterstand bij Valkenburg. 

Kelmis kopie.png

Afvoerverloop van het meetpunt Kelmis in de Boven-Geul.
Afvoerverloop van het meetpunt Kelmis in de Boven-Geul.

Geul V'burg Wiegert 3d.jpg

Waterstandverloop bij Valkenburg
Waterstandverloop bij Valkenburg

Als we de beide grafieken vergelijken, dan zien we er een beetje een zelfde verloop in terug met een eerste lage piek op 14 juli en daarna twee hogere pieken. In Wallonië was de tweede golf het hoogst, in Valkenburg de eerste. Verder daalde de waterstand in valkenburg niet meer tussen de twee pieken in, terwijl dat in Kelmis wel gebeurde. Dit is een belangrijke aanwijzing voor het verloop van de golf, waarover later meer.

 

Vanaf de plaats in Geuldal, net voor Wijlre, waar de 3 beken samenvloeien met de Geul wordt het stroomgebied minder uitgestrekt en stromen er alleen nog maar kleine zijbeken in de Geul uit. De Geul zelf stroomt hier door een brede dalvlakte die tijdens het hoogwater helemaal vol liep met water. Dit leidde tot veel overlast, want huizen die in de vlakte staan kregen te maken met soms wel een meter of meer water in hun huis en ook agrarische gronden in het dal hadden te maken met schade aan het gewas.

Het overstromen van de vlakte had echter ook een groot voordeel, want al het water dat daar vanuit de Geul in stroomde werd flink vertraagd en zorgde ervoor dat de hoogwatergolf onderweg ook water kwijt raakte zodat deze minder hoog benedenstrooms aan kwam. Het is aan deze vlakte te danken dat de situatie in Valkenburg niet vergelijkbaar werd met die van dorpen in het dal van de Ahr in Duitsland en de Vesdre in Wallonië. In die dalen heeft de betreffende beek een veel minder brede dalvlakte en kon de hoogwatergolf onderweg geen water tijdelijk opslaan. 

Hoe functioneerde de adlvlakte van de Geul

Een van de onderwerpen die in het onderzoek voor Natuurmonumenten uitgebreid is betudeerd is de rol van de dalvlakte en daarover hieronder een korte samenvatting. Aan de hand van de afvoergegevens van de verschillende beken die samenkomen net voor Wijlre kon voor die locatie een totaalgolf worden samengesteld (zie figuur). Hiervoor zijn de afvoergegevens van uur tot uur bij elkaar geteld, waarbij rekening is gehouden met de tijd dat het water onderweg was naar dit punt. 

Schermafbeelding 2022-07-17 om 13.40.28.png

Optelling van de afvoeren vanuit de verschillende deelstroomgebieden in het Geuldal ter hoogte van Wijlre waar dit water samen komt.
Optelling van de afvoeren vanuit de verschillende deelstroomgebieden in het Geuldal ter hoogte van Wijlre waar dit water samen komt.

Deze samengestelde golf lijkt al meer op de grafiek van de waterstand bij Valkenburg, alleen is het verschil tussen de beide afvoerpieken een stuk groter dan de waterstand bij Valkenburg laat zien. Verder laat de gecombineerde golf goed zien dat verreweg het meeste water uit Wallonië afkomstig was. Ten tijde van de eerste piek was dat ongeveer 60% en ten tijde van de tweede zelfs 80%. 

Gedurende de eerste piek was er ook nog een grote bijdrage vanuit het Nederlandse deel van het stroomgebied, vooral uit de Gulp met ca 15 m3/s, maar tijdens de tweede golf zakte het aandeel vanuit Nederland in en nam dat vanuit België zelfs nog iets toe. Dit had te maken met het feit dat in Wallonië de regen langer aanhield, maar ook omdat vanuit daaruit ten tijde van de tweede piek steeds meer water werd aangevoerd dat al een korte weg via de ondergrond had afgelegd.

De bodems in het meest stroomopwaartse deel van het stroomgebied zijn niet dikker dan ongeveer een meter en als het lang blijft regenen komt het deel van het water dat ondergronds wordt afgevoerd beneden in het dal al weer naar boven. Het valt dan samen met water dat snel is afgevoerd, zodat de bijdrage uit dit deel van hets troomgebeied sterk toenemt. Het is een fenomeen dat we vooral uit de winter kennen, maar door de lange neerslagduur trad het nu ook in de zomer op.

De hoogwatergolf zoals die hierboven afgebeeld is, is in werkelijkheid niet zo hoog geweest. Een deel van het water dat via de Geul zelf werd aangevoerd, is namelijk niet meteen doorgestroomd, maar onderweg afgeslagen de brede dalvlakte in, waardoor deze als een soort van buffervat langzaam vol liep. Aan de hand van de gegevens van de waterstanden en luchtfoto's die net na het hoogwater zijn gemaakt, kon een inschatting gemaakt worden de waterdiepte in de dalvlakte (zie de figuur hierna). Op veel plaatsen ging het om waterstanden tot 1 à 1,5 meter, soms nog wat meer

Schermafbeelding 2022-07-17 om 20.58.01.png

Maximale overstromingsdiepte dalvlakte Geuldal. Het Waalse traject is niet afgebeeld; hier heeft ook een traject onder water gestaan
Maximale overstromingsdiepte dalvlakte Geuldal. Het Waalse traject is niet afgebeeld; hier heeft ook een traject onder water gestaan

Vervolgens is de dalvlakte verdeeld in 5 deeltrajecten en is van uur tot uur berekend hoeveel water er in ieder deel was gestroomd. Daarmee kon onderstaande grafiek samengesteld worden waarin de opbouw van het volume in de dalvlakte is weergegeven door per deelgebied de opbouw per uur bij elkaar te tellen.

Tijdens het hoogtepunt van de golf was er ruim 5 miljoen m3 water in de vlakte geborgen. Dit is allemaal water dat niet meteen naar benedenstrooms is doorgevoerd en dit droeg er belangrijk aan bij dat de afvoer in plaatsen zoals Valkenburg en Meerssen niet nog hoger opliep dan uiteindelijk is gebeurd. 

Schermafbeelding 2022-07-17 om 20.58.15.png

Watervolume dat vanuit de Geul de dalvlakte in stroomde en daar tijdelijk werd geborgen.
Watervolume dat vanuit de Geul de dalvlakte in stroomde en daar tijdelijk werd geborgen.

Nadat de aanvoer van water in de ochtend van 15 juli langzaam vermindert, stroomt de dalvlakte ook weer leeg. Zolang dat gebeurde vulde dit water de Geul weer wat extra aan en daarom duurde de golf benedenstrooms uiteindelijk wel langer. Valkenburg ligt na de eerste vier deeltrajecten uit de grafiek en hier ging het op het hoogtepunt om 3,5 miljoen m3 die enige tijd werd achtergehouden. Voor Meerssen was de situatie nog wat gunstiger, want vooral in het laatste traject van het dal werd nog eens 2 miljoen m3 extra opgeslagen in de dalvlakte. 

De vraag nu is wat het effect van al dit opgeslagen water kan zijn geweest. In de volgende grafiek is dat inzichtelijk gemaakt. Met de blauwe lijn is hier het percentage weergegeven van de totale hoeveelheid neerslag die tussen 13 en 15 juli stroomopwaarts van Kelmis viel en daar via de Geul bij het meetpunt was doorgevoerd. In de loop van 13 juli zien we het percentage snel stijgen en als het droog wordt in de loop van 15/7 is al ruim 40% afgevoerd. In de dagen daarna loopt het stroomopwaartse deel van het stroomgebied langzaam verder leeg en een week later is iets meer dan 50% van alle gevallen neerslag gepasseerd.

De oranje lijn laat hetzelfde zien, maar dan voor het eindpunt van het dal bij Meerssen. Het stroomgebied bovenstrooms van dit punt is veel groter en er is ook in totaal meer regen gevallen en het percentage laat een ander verloop zien. Het is echter niet vanwege het lagere percentage dat deze grafiek opvalt. In de lijn die het percentage weergeeft is namelijk ook een vreemd verloop zichtbaar.

Dit liep aanvankelijk ook snel op, maar al voordat de 10% van de totale hoeveelheid neerslag werd bereikt stokt de stijging. Op de 14/7 loopt het percentage bij Meerssen dan maar langzaam verder op, om dan pas vanaf de 15e alsnog sneller op te gaan lopen. In dezelfde grafiek is met de grijze lijn ook het percentage weergegeven dat het watervolume in de dalvlakte uitmaakt van de totale hoeveelheid neerslag. Wat opvalt is dat het moment dat de vlakte gaat vullen, samenvalt met het moment dat bij Meerssen de afvoertoename stokt.

De vlakte vult zich enige tijd zelfs sneller dan dat de afvoer bij Meerssen toeneemt en in de ochtend van de 15e juli was er uiteindelijk meer water in de dalvlakte gestationeerd dan er tot dat moment bij Meerssen was gepasseerd. Pas als de dalvlakte weer gaat leeg stromen begint het percentage bij Meerssen weer wat sneller te stijgen. 

Schermafbeelding 2022-07-17 om 21.16.35.png

Percentage van de gevallen neerslag dat bij Kelmis (blauwe) en Meerssen (oranje) is afgevoerd tijdens de hoogwatergolf en de dagen daarna. Met de grijze lijn is ook het percentage weergegeven dat in de dalvlakte was opgeslagen.
Percentage van de gevallen neerslag dat bij Kelmis (blauwe) en Meerssen (oranje) is afgevoerd tijdens de hoogwatergolf en de dagen daarna. Met de grijze lijn is ook het percentage weergegeven dat in de dalvlakte was opgeslagen.

In de volgende grafiek is het water dat in de dalvlakte is gestroomd opgeteld bij de hoeveelheid die bij Meerssen is gepasseerd. De oranje lijn geeft nu het percentage aan in een situatie waarbij de dalvlakte niet gewerkt had als buffergebied. De lijn die dan ontstaat loopt gelijkmatiger en volgt ook (zei het op een lager niveau) het verloop van Kelmis.

De lijn is wat hoekig en sluit niet helemaal aan, omdat het berekenen van het volume in de dalvlakte niet helemaal correct zal zijn geweest. Het gaat hier echter om de grote lijn en die laat zien dat de dalvlakte heel belangrijk is geweest omdat er enorm veel water tijdelijk in kon worden opgeslagen. Uiteindelijk betekende dat voor Meerssen dat toen de piek passeerde op 15 juli 2021 ongeveer de helft van het water bovenstrooms was vastgehouden.

Voor Valkenburg was dit percentage waarschijnlijk iets lager, maar nog steeds zal het ook daar veel hebben uitgemaakt dat de Geul al vanaf de Belgisch-Nederlandse grens veel water in zijn dalvlakte kon wegzetten. In die dalvlakte heeft het water lokaal uiteraard ook voor problemen gezorgd, want daar staan soms ook huizen. Als in de toekomst nagedacht gaat worden over maatregelen om hoogwaterproblemen te voorkomen dan is het belangrijk om de nivellerende werking van de dalvlakte niet uit het oog te verliezen.

Schermafbeelding 2022-07-17 om 21.34.32.png

Als de vorige figuur waarbij het in de vlakte geborgen water is opgeteld bij het volume dat bij Meerssen is gepasseerd.
Als de vorige figuur waarbij het in de vlakte geborgen water is opgeteld bij het volume dat bij Meerssen is gepasseerd.

 

Droogte houdt aan, waterstanden naar extreem laag niveau

De droogte houdt voorlopig aan. Tot 10 dagen vooruit wordt geen regen verwacht in de stroomgebieden en de afvoer van Rijn en Maas blijven daarom dalen; naar voor de tijd van het jaar extreem lage waarden. Een weersverandering en een opleving van de afvoer is voorlopig nog niet in zicht. Daarbij neemt de kans toe dat het de rond volgend weekend extreem warm gaat worden in Nederland.  In het waterbericht leest u tot hoever de rivieren kunnen dalen in de komende 2 weken.

In de rubriek Water Inzicht een vergelijking van de Rijnafvoer van dit jaar met eerdere jaren waarin de afvoer in de zomer tot zeer lage waarden daalde.

water van de week

Hogedrukgebieden houden hun greep op het weer in de stroomgebieden

Het weerpatroon blijft vrijwel ongewijzigd, met een groot hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan dat het weer in de stroomgebieden bepaalt. Het gaat om het bekende Azoren-hogedrukgebied, dat zoals de naam al zegt vaker op die plaats ligt, maar dit jaar heeft het een standvastige uitloper naar het zeegebied ten westen van Ierland. In deze uitloper ontstaan steeds weer niet hogedrukkernen en die zorgen ervoor dat neerslaggebieden ver ten noorden van ons langs gaan over het noorden van Scandinavië. 

De komende dagen beweegt tot twee maal toe een kern van het Ierse hogedrukgebied onze kant op, eerst op maandag en later nogmaals op vrijdag, om vervolgens naar het zuidoosten te trekken. De aanhoudende hoge druk boven de stroomgebieden zorgt ervoor dat het droog blijft. Als het hogedrukgebied vrijdag over Nederland trekt, is het Azoren-hoog boven de Atlantische Oceaan al weer bezig een nieuwe uitloper te vormen, maar het vervolg is dan net iets anders als de vorige keren.

Als een soort luis in de pels ontstaat er namelijk tegelijkertijd een klein lagedrukgebied ten westen van Portugal dat het standvastige patroon even overhoop gooit. Dit lagedrukgebied brengt een stroom van zeer warme lucht in beweging, die vanaf Afrika, via Spanje en Frankrijk tot in Nederland kan doordringen. Mogelijk dat het dan voor de tweede keer in onze historie tot boven de 40 graden kan komen. Het is nog onzeker, maar de laatste modeluitkomsten wijzen steeds meer de kant op van een paar dagen met extreme hitte.

Deze hitte valt samen met droog weer, want ondertussen ligt er nog steeds een hogedrukgebied boven de stroomgebieden en de rivierafvoeren zullen tegen die tijd verder zijn gezakt. Het lagedrukgebied beweegt in de dagen daarna vanaf de Atlantische Oceaan in de richting van Frankrijk, maar zoals het er nu naar uitziet brengt dat geen regen met zich mee en blijft het ook na het volgend weekend droog in de stroomgebieden. Pas vanaf 20 of 21/7 is er kans op wat buien maar of dat voldoende water brengt voor wat extra water in de rivieren is nu nog erg onzeker.

Rijn daalt naar extreem laag niveau voor de tijd van het jaar

In de loop van de afgelopen week arriveerde er bij Lobith nog wat extra water afkomstig van buien die een kleine week eerder in Zuid Duitsland en Zwitserland waren gevallen. Tot tweemaal toe veerde de afvoer een klein beetje op, maar in de grote lijn is de trend negatief. 

Deze week bleef het droog in het zuiden van het stroomgebied en de Rijn hoeft daarom in de komende week niet te rekenen op extra water. Afvoer en waterstand gaan daarom de hele komende week dalen en omdat ook deze week geen neerslag wordt verwacht zal die daling zich ook in de week na het komend weekend voortzetten. Al met al zakt de Rijn daardoor naar een voor de tijd van het jaar extreem laag niveau.

Momenteel bedraagt de afvoer ongeveer 1200 m3/s en is de waterstand ca 7,7 m+NAP. Vanaf morgen gaat er iedere dag zo'n 40 m3/s van de afvoer af en op de 15e of 16e verwacht ik dat de 1000 m3/s wordt onderschreden, bij een waterstand van ca 7,3 m. De dagen daarna zet de daling zich voort, met een iets afnemende snelheid en tussen de 18 en 20/7 verwacht ik dat de 900 m3/s wordt bereikt, bij een waterstand van ca 7,05 m. 

Zoals het er nu naar uitziet zal de afvoer ook daarna nog blijven dalen, maar de snelheid neemt dan nog wat verder af. Enige verlichting is alleen mogelijk als er buien zouden ontstaan, maar in hoogzomer moet de Rijn het vooral hebben van buien in Zuid-Duitsland en Zwitserland en juist daar ligt vanaf 15/7 een hogedrukgebied dat de buiigheid onderdrukt. De kans is daarom groot dat de afvoer ook in de laatste decade van juli erg laag blijft en een afvoer van 850 m3/s bij een stand onder de 7 m is dan goed mogelijk.

Maasafvoer blijft voorlopig zeer laag

De afvoer bij Maastricht is de afgelopen week verder gedaald naar onder de 50 m3/s. Voor de tijd van het jaar een zeer lage afvoer en de komende dagen neemt de afvoer nog verder af.

Als er bij Maastricht 50 langs stroomt, dan is net ten noorden van Luik al ca 20 m3/s via het Albertkanaal naar het westen van België afgevoerd. De werkelijke Maasafvoer is nu dus nog zo'n 70 m3/s. Bij Maastricht onttrekken nog eens twee kanalen water van de Maas: de Zuid-Willemsvaart waarlangs ca 15 m3/s naar de Belgische Kempen en de Nederlandse Peelregio wordt afgevoerd en het Julianakanaal waar ook nog eens 10 tot 15 m3/s heen gaat.

Al met al blijft er van de 70 die langs Luik stroomt, dus maar ca 20 m3/s over voor de Grensmaas. Vanaf Maasbracht stroomt het water van het Julianakanaal wel weer terug in de Maas, zodat de afvoer daar weer toeneemt naar ca 30 tot 35 m3/s. Vanaf Roermond stroomt dan de Roer in de Maas uit die altijd een kleine 10 m3/s aanvoert, zodat er nabij Venlo weer ca 40 door de Maas stroomt. Onderweg in Limburg zijn er nog veel meer beken die water aanvoeren, maar dat gaat slechts op kleine hoeveelheden.

De droogte in het stroomgebied van de Maas houdt de komende 10 dagen nog aan en de afvoer zal daarom bij Maastricht langzaam verder blijven dalen. De komende week naar ca 40 m3/s en na het volgend weekend nog wat verder, naar 35 m3/s of nog wat minder. Als de afvoer zover daalt, dan is er op een bepaald moment zelfs onvoldoende om de kanalen van water te blijven voorzien.

Via het zogenaamde Maasafvoer-verdrag dat België en Nederland hebben afgesloten wordt dan bepaald welk deel van het water naar welk kanaal wordt afgevoerd. Dat zorgt dan overal voor minder aanvoer, wat dit jaar slecht uit zal komen, omdat het waarschijnlijk samen gaat vallen met een periode van extreme warmte. Afspraak is ook dat de Grensmaas minimaal 10 m3/s moet blijven ontvangen om droogval en vissterfte te voorkomen.

water inzicht

Hoe verhoudt de huidige Rijnafvoer zich tot andere jaren met een zeer lage afvoer

De komende week daalt de Rijnafvoer verder en aan het eind van de week wordt waarschijnlijk de 1000 m3/s onderschreden. Het bereiken van deze afvoer is altijd een bijzonder moment, want het betekent voor veel gebruikers van het water dat het krap wordt de komende weken. 

1000 m3/s is nog geen heel uitzonderlijke waarde want gemiddeld wordt deze afvoer zo'n 20 dagen per jaar onderschreden. Wat dit jaar bijzonder maakt is dat het al zo vroeg in het jaar gebeurt. In de figuur hieronder is de hele meetreeks van de Rijn in een figuur weergegeven met in oranje de dagen met een afvoer onder de 1000 m3/s, in rood onder de 900 en in paars onder de 800. Het huidige jaar staat helemaal rechts en daarin is de verwachte afvoer voor de komende 10 dagen al aangegeven, met vanaf ca 16/7 een afvoer onder de 1000 m3/s en enkele dagen later onder de 900 m3/s.

Frequentieblad 2022.jpg

Overzicht van de hele meetreeks van de Rijnafvoer bij Lobith. De jaren staan in kolommen van 1901 geheel links tot en met dit jaar geheel rechts. In oranje zijn de dagen gemarkeerd met een afvoer <1000 m3/s, in rood <900 en in paars <800 m3/s
Overzicht van de hele meetreeks van de Rijnafvoer bij Lobith. De jaren staan in kolommen van 1901 geheel links tot en met dit jaar geheel rechts. In oranje zijn de dagen gemarkeerd met een afvoer <1000 m3/s, in rood <900 en in paars <800 m3/s

De figuur laat zien dat lage afvoeren vooral in het najaar plaats vinden, maar er zijn ook enkele jaren dat het al eerder optrad, zoals in 1921, 1949, 1964 en 1976. Ook 2018 was er vroeg bij, maar begon net iets later dan dit jaar. Als we de jaren met een vroege lage afvoer vergelijken dan blijkt dat een lage afvoer in juli niet altijd hoeft te betekenen dat de afvoer later in de zomer nog veel verder daalt. Wel in 1921 en 1949, toen de afvoer steeds lager werd en vrijwel de hele zomer en ook in het najaar nog zeer laag bleef. 

In 1964 bleef de afvoer wel de hele zomer vrij laag, maar waren er ook korte oplevingen en werd de 800 m3/s uiteindelijk niet bereikt. In 1976 werd de lage afvoer zelfs al eind juni bereikt en daalde deze in juli tot onder de 800 m3/s, maar viel het uiteindelijk later in de zomer nog wel mee. Op de overgang van juli en augustus steeg de afvoer zelfs enige tijd tot boven de 1500 m3/s en later in de zomer kwamen zeer lage afvoeren ook niet meer voor. 

2018 begon wat later, maar leek veel op 1921 en 1949 met afvoeren die bleven dalen en in het najaar zelfs wekenlang een afvoer onder de 800 m3/s. Van een meer recente datum is er ook 2003 nog, waar de lage afvoeren in augustus begonnen, maar uiteindelijk niet doorzetten omdat het in oktober voldoende ging regenen.

Het is nog niet te zeggen hoe het dit jaar verder zal verlopen. De eerstkomende 10 dagen blijft het droog, maar of het daarna een jaar wordt zoals 1949 en 2018, waarin de droogte voortduurde tot in november, of dat het meer op 1964 lijkt met zo nu en dan een korte opleving, zodat de afvoer wel laag blijft, maar niet extreem laag.

In de figuur hieronder is het afvoerverloop vanaf mei t/m november weergegeven van alle jaren met een zeer lage afvoer in de zomer en het najaar. De dubbele zwarte lijn is het huidige jaar, met van 10 t/m 20 juli een inschatting voor wat komen gaat. Als sinds begin mei is de afvoer dit jaar onder de 1500 m3/s gezakt en dankzij het buiige weer in jun i waren er nog enkele oplevingen.

Jaren met lage afvoer.jpg

Afvoerverloop van een achttal jaren uit de meetreeks van Lobith met een zeer lage afvoer in de zomer en het najaar.
Afvoerverloop van een achttal jaren uit de meetreeks van Lobith met een zeer lage afvoer in de zomer en het najaar.

Inmiddels is de afvoer tot 1200 m3/s gezakt en bevindt deze zich tussen de andere jaren met een lage afvoer. Maar omdat langdurig droog weer wordt verwacht, zal de afvoer nu sterk gaan dalen en tegen het eind van de maand lager worden dan enig ander jaar in de laatste 10 dagen van juli. 

Bijna alle andere jaren uit de meetreeks daalden in augustus verder en als 2022 dat voorbeeld volgt, dan zijn nog extreme afvoeren niet uit te sluiten. Maar een paar dagen met buiig weer kan er ook weer voor zorgen dat de afvoer weer wat oploopt; zoals in andere jaren ook vaak is gebeurd. 

De kans dat de afvoer al op korte termijn terug gaat naar een meer gemiddeld niveau (de groene lijn in de grafiek) is op dit moment zeer klein, want waarschijnlijk blijft het Azoren-hogedrukgebied ook in de komende weken nog uitlopers ontwikkelen naar onze omgeving die de neerslag op afstand houden.

Abonneren op