Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Nog een week dalende waterstanden; vanaf 17 of 18/8 misschien een omslag
De kans op een weeromslag vanaf volgend weekend is nog steeds aanwezig, maar het is nog geen gelopen race. Het lijkt in ieder geval geen overgang naar een langdurig natter weertype, dus we zullen voorlopig rekening moeten houden met lage tot zeer lage rivierafvoeren. Vooral de Rijn is op weg naar een nieuwe recordlaagste stand. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht volgen we het water naar het IJsselmeer, dat in tijden van droogte een belangrijke rol speelt voor de watervoorziening van het noorden van Nederland. Wat komt daarvan terecht nu de situatie zo extreem is; met zowel een lage riverafvoer als zeer droge omstandigheden in Nederland.
Water van de week
Komende week nog zo goed als droog, vanaf het weekend kans op een omslag
De invloed van hogedrukgebieden op het weer in vrijwel heel Europa blijft onverminderd groot. Ze liggen veelal ten westen van ons en blokkeren zo de doortocht van lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan in onze richting. Het continent droogt daardoor steeds verder op en de lagedrukgebieden die door de warmte soms boven Frankrijk en Spanje ontstaan leveren daardoor ook maar weinig neerslag op. Ondertussen is de temperatuur van de zeeën ten westen van Europa hoger dan ooit, dus als de wind komende maanden wel naar het westen gaat draaien, kan dat vanwege de toegenomen verdamping van zeewater extra veel regen op gaan leveren.
Tot en met zaterdag ligt een uitloper van het Atlantische hogedrukgebied dicht bij ons in de buurt waardoor het warm tot zeer warm is en droog. Alleen in de Alpen vallen bijna ieder dag enkele buien, maar die leveren voor de Rijn niet heel veel op; in ieder geval geen stijging van de afvoer. Vanaf volgende week zaterdag kan een lagedrukgebied dat boven het continent is ontstaan voor een toename van de buiigheid zorgen. Dit is de afgelopen weken vaker gebeurd en toen leverde dat niet veel regen op, maar dit maal lijkt er toch een meer serieuze omslag aan te komen.
Van zaterdag t/m maandag zijn er flinke neerslagsignalen boven het oosten van Frankrijk, het midden en zuiden van Duitsland en Zwitserland. Als dit uitkomt dan levert dat in iedere geval voor de Rijn aardig wat extra water op. Deze omslag is al een paar dagen zichtbaar in de modellen, maar ik ben er nog niet gerust op dat het er ook daadwerkelijk van gaat komen. Iedere nieuwe verwachting ziet er de afgelopen dagen weer anders uit en we zullen nog een paar dagen moeten afwachten of dit signaal standhoudt. In de laatste verwachting blijft de meeste neerlag trouwens ten zuiden van Nederland, waardoor de droogte hier nog langer aanhoudt, maar dat kan in latere verwachtingen ook nog wijzigen.
Ook in de week na het volgend weekend geeft de modelverwachting op veel dagen aan dat er regen in het stroomgebied kan gaan vallen en ook Nederland is dan aan de beurt. Op zich is dat een goed teken, want bij eerdere weeromslagen die werden aangekondigd, werd het na 1 of 2 nattere dagen in de verwachting altijd weer voor langere tijd droog. En als die dagen dan dichterbij kwamen droogde de verwachting bijna helemaal op. Misschien dat de weeromslag er nu wel een keer van komt. In de loop van de komende week zal ik zo nu en dan een update geven, of via een laagwaterbericht of via bluesky: @waterpeilen.bsky.social
Rijn daalt hele week langzaam verder naar 6,2 m NAP. Pas vanaf 18/8 misschien weer stijgend.
De Rijn bereikte aan het begin van de week bij Lobith een voorlopig laagste stand van 6,34 m NAP op 3/8. Daarna volgde een minimale stijging naar 6,4 m vanwege een beetje extra water dat buien een dag of 3 eerder in Midden-Duitsland hadden gebracht. Toen dat water gepasseerd was, volgde een nieuwe daling en ditmaal nog wat verder. Vanmorgen werd een nieuwe record laagste stand bereikt van 6,27 m NAP. De afvoer daalde tot ca 615 m3/s en daarmee is ook het bijna 80 jaar oude afvoerrecord uit 1947 verbroken; dat bedroeg 620 m3/s. Zo weinig water voerde de Rijn nog niet eerder af sinds het begin van de metingen in 1901.
Sinds vanmiddag is de stand weer iets gaan stijgen vanwege wat extra water dat bijna een week geleden vanuit Zwitserland op weg is gegaan. Het is maar weinig en de stand stijgt hoogstens tot 6,32 m NAP op dinsdag. Daarna zet een nieuwe daling in die tot en met het weekend duurt want er wordt geen regen verwacht in het stroomgebied. Eerder dacht ik dat de Rijn niet verder kon dalen dan een soort van basisniveau dat rond 650 m3/s, maar nu de droogte zo lang aanhoudt, zakt de stand toch nog verder, zei het minimaal.
Vanaf dinsdag verwacht ik dat er iedere dag zo’n 1 tot 2 cm van de stand afgaat. Op zondag 16/8 wordt dan de 6,2 m NAP bereikt en op maandag zakt de Rijn daar misschien nog iets onder. De iets gestegen afvoer bedraagt aanstaande dinsdag ca 630 m3/s en daalt de dagen daarna gemiddeld met zo’n 5 m3/s per dag tot ca 590 m3/s op zondag. Het vorige record uit 1947 wordt dus ruim onderschreden en misschien dat de afvoer op maandag 17/8 nog wat lager uitkomt.
Ik vrees voor de binnenvaart op de Waal en de IJssel, want de stand is dan nog bijna 20 cm lager dan aan het begin van de afgelopen week en toen was scheepvaart al bijna niet meer mogelijk. Ook drogen uiterwaarden nog verder uit en vallen de meeste ondiepe wateren droog met veel vissterfte tot gevolg. Woningen in het rivierengebied krijgen te maken met extreem lage grondwaterstanden; wat de kans op scheuren in funderingen zal vergroten. In het westen van Nederland zal het terugdringen van zoutwater nog lastiger worden. Dit water dringt via de open Nieuwe Waterweg het Benedenriviergebied in, maar ook via sluizen waar binnenwater aan zeewater grenst. Deze verzilting maakt het onmogelijk voor waterschappen en drinkwaterbedrijven om daar nog water in te nemen. .
17 of 18 augustus lijkt nu de dag te worden dat de waterstand zijn dieptepunt bereikt, mits de weeromslag er daadwerkelijk komt. Nog een slag om de arm dus; halverwege de komende week is daar meer over te zeggen. Als er regen gaat vallen vanaf 17 augustus, dan komt het eerste water, als het noordelijk valt in Duitsland, vanaf 18 augustus aan en bij meer zuidelijke regenval wordt dat 19 augustus. Mochten de hoeveelheden regen die nu verwacht worden daadwerkelijk gaan vallen, dan kan de Rijn weer vrij snel enkele decimeters gaan stijgen. Voor een substantiële stijging is echter veel meer water nodig dan nu wordt verwacht.
Maasafvoer stabiel rond 25 m3/s
Het blijft voor mij een beetje een raadsel hoe de Maasafvoer zo stabiel kan blijven. 25 m3/s is uiteraard zeer laag, maar dat is het nu al meerdere weken en je zou na zo’n lange droge periode verwachten dat het verder zou dalen. In andere jaren met een lage afvoer was 25 m3/s vaak ook het minimum, maar dan duurde de droogte nooit zo lang en viel deze ook niet midden in de zomer bij zo extreem hoge temperaturen.
Alleen de zomer van 1976 was extremer, maar dat was voordat er afspraken waren tussen Nederland en België over de waterverdeling over de kanalen tussen Luik en Maastricht. En dat was voordat er stuwmeren in de Ardennen zijn aangelegd om de Maas extra te voeden.
Het huidige afvoerverloop laat zien dat deze afspraken goed werken, want de verdeling over de kanalen verloopt goed en de Maas zakt niet verder onderuit. Voor de komende week is het waarschijnlijk dat dit beeld zich voortzet. Tot en met het volgend weekend blijft de afvoer dan schommelen rond de 25 m3/s. Een stijging volgt pas als er weer regen valt en dat wordt op zijn vroegst verwacht vanaf 17 of 18 augustus.
Water Inzicht
Hoe staat het ervoor met onze nationale regenton.
Het IJsselmeergebied is een enorm groot zoetwatermeer; het beslaatt bijna 5% van het oppervlak van Nederland. Het IJsselmeer zelf omvat hiervan 1.133 km2 en het Markermeer 700 km2. Als we ook de Veluwerandmeren nog meetellen, die er mee in verbinding staan dan bedraagt het totale oppervlak van het Blauwe Hart ca 1900 km2. Gemiddeld zijn deze meren niet dieper dan ca 3 m, maar vanwege de grote oppervlakte ligt er een enorme hoeveelheid zoetwater in opgeslagen en daarom wordt het ook wel onze nationale regenton genoemd. Deze naam is echter niet helemaal juist want we gebruiken het gebied namelijk niet echt als een regenton.
Bij een regenton zou je verwachten dat het peil daarin langzaam zakt als het langdurig droog is en dat je het kan gebruiken zolang de bodem nog niet in zicht is. Maar het IJsselmeerwater gebruiken we anders en hier doen we er juist veel aan om te voorkomen dat het peil uitzakt. En mocht er een te ver uitzakkend peil dreigen, dan is de realiteit ook dat de toevoer naar de gebruikers al snel wordt beperkt om het peil maar niet te veel te laten zakken. In feite gebruiken we vooral het laagje water dat iedere dag opnieuw door de rivier (de IJssel) naar het meer wordt gevoerd. Dit schijfje water bedraagt bij een ongeveer gemiddelde IJsselafvoer ongeveer 1 cm. Dat lijkt niet veel, maar in gemiddelde omstandigheden is dat toch ruim voldoende om in de behoefte te voorzien.
Die gebruikers vinden we in de provincies rondom het meer. Zo neemt Noord-Holland om in haar waterverbruik te voorzien in tijden van droogte zo’n 30 tot 35 m3/s in en Friesland, Groningen en Drenthe samen zo’n 80 tot 100 m3/s. Omgerekend in een schijfje water is dat ca 6 mm vanaf het hele oppervlak per dag. Er wordt ook nog water ingelaten voor drinkwater, maar dat is een bescheiden hoeveelheid van slechts 3 m3/s. Ook het werkelijke verbruik van de landbouw, de industrie en het nat houden van natuurgebieden in deze provincies is trouwens maar een fractie van de hierboven genoemde volumes. Verreweg het meeste water is namelijk nodig om de kanalen en sloten in deze provincies door te spoelen om verzilting tegen te gaan en om het peil te handhaven.
Zolang de IJssel dus een schijfje van iets meer dan 0,5 cm aanvoert zou er voldoende water moeten zijn voor de gebruikers, maar er is een addertje onder het gras en dat is de verdamping. De regenton heeft namelijk een enorm groot oppervlak en dat betekent dat er op warme dagen erg veel water verdampt. Op warme, zonnige dagen kan dat oplopen tot meer dan 5 mm. Daarmee ziet de balans voor het IJsselmeer er ineens veel ongunstiger uit, want om ook in de verdamping te kunnen voorzien is al een schijfje van ruim 1 cm water nodig om in alle behoeften te voorzien. In droge tijden zoals we nu meemaken is de aanvoer van de IJssel echter veel kleiner en ontstaat er een tekort.
In een aantal grafieken heb ik het verhaal van het IJsselmeer van deze zomer in beeld gebracht; te beginnen met een grafiek van de wateraanvoer. Deze bestaat voor het grootste deel uit water van de IJssel (lichtblauw in de grafiek) en een klein beetje van de Overijsselse Vecht (groen). Deze laatste voerde in de eerste maanden van het zomerhalfjaar nog aardig wat water aan maar is de laatste 1,5 maand teruggevallen tot nog maar 1,5 tot 2 m3/s. In de IJssel monden ook kanalen uit zoals het Twentekanaal, waarlangs, als het veel regent in Overijssel en Drenthe, water wordt afgevoerd naar de IJssel (donkerblauw). Maar als het droog is kan het kanaal ook gebruikt worden om juist rivierwater aan te voeren naar de hogere zandgronden. Vooral de laatste anderhalve maand is er veel rivierwater aan de IJssel onttrokken (oranje) om de kanalen op peil te houden.
Afvoer naar IJsselmeer.jpg

In grote lijnen zien we dat de afvoer het hele zomerhalfjaar al gestaag daalt. Begin maart was er nog een klein hoogwatertje en was de afvoer nog hoger dan 500 m3/s, maar daarna is de afvoer almaar gedaald en waren er hoogstens kleine oplevingen als de Rijn even wat meer water aanvoerde. Ondertussen bedraagt de hoeveelheid water die in het IJsselmeer aankomt nog maar net iets meer dan 100 m3/s en dat is minder dan het ooit geweest is. Aan de rechterkant van de grafiek is de dikte van de waterschijf aangegeven die deze hoeveelheid voor het hele IJsselmeergebied oplevert.
In maart was dat nog ruim 2 cm per dag, maar op dit moment is dat nog maar iets meer dan 5 mm en zoals we hierboven zagen is dat te weinig om in alle behoeften te voorzien. De behoefte van de gebruikers bedraagt, als er ook veel water verdampt, ruim 10 mm en als we in de grafiek teruggaan in de tijd, dan zien we dat de IJssel ongeveer vanaf half juni onder die waarde is gezakt.
De rivierafvoer is niet de enige bron van water want ook de neerslag levert op het meer een schijfje water op. In een gemiddelde maand valt er in de zomer zo'n 8 tot 10 cm regen en omgerekend per dag is dat een laagje water van zo’n 3 mm. In de volgende grafiek is de aanvoer van rivierwater (groene lijn) en regenwater (de blauwe kolommen) afgebeeld. De rivier afvoer is hier ook weergegeven als een schijfje water (in millimeters).
Waterbalans IJsselmeergebied.jpg

Op een natte dag, zoals bv 19 juni, zie we dat de aanvoer van rivierwater ca 11 mm water bovenop het IJsselmeerpeil bracht, terwijl de regen voor bijna 15 mm zorgde. Dat was op die dag ruim voldoende om in de behoefte van de noordelijke provincies te voorzien, maar zoals we kunnen zien was dat een van de laatste dagen, want vanaf eind juni is het vrijwel droog gebleven en is ook de aanvoer van rivierwater tot onder de 10 mm per dag gezakt. Met oranje kolommen is onder de nullijn ook de verdamping weergegeven. Dit is trouwens niet de werkelijke verdamping van het meerpeil zelf want die wordt niet gemeten maar de verdamping op het land zoals die door nabijgelegen KNMI-meetstations wordt geregistreerd.
Over het algemeen is de verdamping van het wateroppervlak wat groter, maar het geeft een goede indicatie van de perioden dat er veel water door verdamping verdween. Als we het zomerhalfjaar langsgaan, dan is er vanaf 1 april een eerste droge periode. Ook de IJsselafvoer daalde toen en de verdamping, die eerst nog beperkt was, nam langzaam toe. Vanaf 10 mei ongeveer werd het natter en vertraagde ook de daling van de IJsselafvoer. Wel beleef de verdamping vrij groot omdat het warm was. De effectieve aanvoer van water was daardoor toch niet zo groot.
Vanaf eind juni breekt dan de huidige zeer extreme periode aan met een combinatie van nauwelijks neerslag, veel verdamping en een sterk afnemende IJsselafvoer. Met de rode stippellijn is de effectieve hoeveelheid water weergegeven die beschikbaar is. Die is inmiddels gedaald tot nog maar een paar mm per dag, terwijl de gebruikers onder deze droge omstandigheden minstens 6 mm, en liefst nog meer, water willen innemen.
In de derde en laatste grafiek heb ik weergegeven hoe het IJsselmeer peil zich heeft ontwikkeld onder invloed van de uitzonderlijke omstandigheden van dit jaar. In oranje is het gemiddelde peil van het IJsselmeer weergegeven en in groen dat van het Markermeer, dat vanuit het IJsselmeer wordt gevoed. Bovenaan de grafiek heb ik de aanvoer van water (rivier en neerslag) weergegeven (blauwe kolommen). Ook is de effectieve aanvoer weergegeven (rode kolommen), waarbij rekening is gehouden met de verdamping. NB dit is dus de verdamping op landstations rondom de meren. De verdamping van het wateroppervlak is nog wat hoger.
peilverloop vanaf 1 maart.jpg

In het peilverloop zijn een aantal periodes te herkennen die ik met grijze strepen heb weergegeven. Helemaal aan het begin zien we nog laatste restje van het winterpeil. In het winterhalfjaar is het streefpeil van IJsselmeer en Markermeer 40 cm onder NAP; dus relatief laag; dit om perioden van hoge rivierafvoer op te kunnen vangen zonder al te grote peilschommelingen. Vanaf begin maart (bij het Markermeer wat later) wordt het peil opgezet naar een voorjaarsniveau van 10 cm onder NAP. Er was dit jaar op dat moment ook net een vrij hoge rivierafvoer en daarom schoot het niveau wat hoger door naar ongeveer 6 cm onder NAP.
Een paar weken later wordt het peil volgens het peilbesluit weer wat verlaagd naar het zomerstreefpeil. Dit bedraagt 20 cm onder NAP, maar zoals de grafiek laat zien is dat dit jaar niet bereikt. De Rijnafvoer was in die periode al vrij laag en waarschijnlijk hebben de waterbeheerders gemeend om het peil meteen al iets hoger te houden als extra buffer voor droge tijden. Dit kan trouwens volgens het peilbesluit. De hele periode tot begin juni schommelde het peil tussen 10 en 15 cm onder NAP. De dagen dat er veel regen viel zijn te herkennen omdat het peil dan wat extra steeg. In die tijd werd er ook nog water uitgelaten naar het IJsselmeer want het schrijfje water dat dagelijks aan het meerpeil werd toegevoegd, bedroeg ruim 1,5 cm. Ruim voldoende voor alle gebruikers en zeker de helft daarvan zal zijn afgevoerd naar de Waddenzee.
Vanaf half juni werd duidelijk dat de zomer wel eens heel uitzonderlijk zou kunnen gaan verlopen. De Rijnafvoer was toen al maandenlang laag, het smeltwater uit de Alpen was zo goed als op en weermodellen gaven aan dat het langdurig droog en ook zeer warm zou worden. Voor dit soort situaties is in het peilbesluit afgesproken dat het zomerpiel extra verhoogd kan worden naar 10 cm onder NAP. Dit gebeurde rond 20 juni maar net op dat moment waren er ook wat natte dagen zodat zelfs een peil van 5 cm onder NAP werd bereikt. Ook het Markermeer volgde dit peilverloop.
De periode daarna werd, zoals we allemaal hebben kunnen ervaren, inderdaad zeer warm en langdurig droog. De Rijn daalde naar afvoeren die nog nooit eerder waren voorgekomen. De aanvoer daalde tot nog maar 6 mm per dag en was onvoldoende om het watergebruik en de verdamping (samen meer dan 10 mm) te compenseren. Het gevolg is dat het peil de laatste weken snel is gaan dalen en naarmate de aanvoer verder afnam nam de snelheid van deze daling ook nog eens verder toe. Sinds eind juni is het peil van beide meren ca 20 cm gezakt. Verdeeld over ca 40 dagen is dat een daling van ca 5 mm per dag.
Dankzij het extra hoog opzetten van het peil in de laatste week van juni werd voorkomen dat het peil nu al ver onder het zomer-streefpeil zou zijn gezakt. Dat is namelijk wel de wens van de waterbeheerder om daar in de zomer onder te komen, ook al is er water genoeg in het meer. In de winter staat het peil zelfs altijd op 40 cm onder NAP en vanaf september mag het peil daar alweer wel naar toe dalen. We kiezen er nu voor om het peil in de zomer extra op te zetten om te voorkomen dat het onder -20 cm uitzakt, maar we zouden het misschien ook verder kunnen laten uitzakken zonder peilopzet.
Er breekt trouwens nog wel een spannende week aan voor het meer, want het blijft nog zeker een hele week droog en misschien nog wel langer. Voordat extra IJsselwater het meer zou kunnen bereiken duurt misschien nog wel 14 dagen. Als we uitgaan van de huidige daalsnelheid van ca 5 mm per dag, dan zal het meer tegen die tijd tot rond de -30 cm zijn gezakt. Dat is 10 cm onder het zomerpeil, maar nog altijd 10 cm boven het winter-streefpeil, dus ook dan nog geen situatie waar het IJsselmeersysteem niet bekend mee is.
Laagwaterbericht; nog zeker 1 tot 1,5 week droog in het stroomgebied, daarna mogelijk een weeromslag
In mijn berichten heb ik al vaak geschreven over de weeromslag die er toch een keer moet komen. De kansen daarop zijn de afgelopen dagen wat groter groter geworden, maar het is nog geen gelopen race. Ook het KNMI noemt het in de bespreking van de meerdaagse verwachting, maar geeft ook nog geen zekerheid. Voordat het zover is, wordt nauwelijks regen verwacht, op enkele buien na in de Alpen.
De droogte in Nederland als gevolg van grote neerslagtekort (de som van verdamping en neerslag) zal daardoor nog verder toenemen en dicht in de buurt komen van het tot nu toe droogste jaar uit de meetgeschiedenis: 1976. Het jaar 2018 is al gepasseerd. Verderop in de stroomgebieden is de neerslagbalans nog negatiever omdat daar in mei en juni ook weinig regen is gevallen. Nederland behoorde toen tot de uitzonderingen omdat hier wel de normale hoeveelheid regen viel.
Sindsdien is een hogedrukgebied de hoofdrolspeler geworden in ons weerbeeld en hoe ver we in de weerkaarten ook vooruit kijken, steeds zien we weer nieuwe exemplaren opdoemen ten westen van ons. Dit patroon is zo hardnekkig dat het de vraag is hoe het ooit verstoord kan worden. In andere jaren is er vanaf nu nog wel eens een tropische storm die vanaf de Amerikaanse Oostkust hierheen beweegt en het weerpatroon wat opschudt, maar het is daar tot nu toe uiterst rustig en er wordt voorlopig ook niets verwacht..
De stroomgebieden staat dus nog zeker één tot anderhalve week droog weer te wachten en langzaam dalende standen. De situatie ziet er nu als volgt uit. Na de laagste stand van de Rijn afgelopen maandag (6,34 m en een afvoer van ca 640 m3/s) is de stand enkele centimeters gestegen tot 6,4 m op donderdag. Dit extra water was afkomstig van enkele buien die een dag of 3 geleden in het stroomgebied vielen. Soms waren dat best wel stevige buien, maar het laat zien hoe weinig dat oplevert voor een zo grote rivier als de Rijn.
Inmiddels is de stand weer gaan dalen en bedraagt nu ca 6,36 m NAP. Vannacht of morgen zakt de stand dan onder de recordstand van enkele dagen geleden en bereikt op zondag een stand van ca 6,28 m NAP (afvoer ca 615 m3/s). Daarna stagneert de daling even of gaat een paar centimeter omhoog naar ca 6,32 m NAP (afvoer 625 m3/s) als gedurende een paar dagen een klein beetje extra water uit Zwitserland arriveert.
In Zwitserland vallen de komende dagen ook zo nu en dan nog buien, maar de hoeveelheden water die daaruit vallen zijn niet groot en het meeste valt ‘achter’ de grote Alpenmeren en wordt daarin gebufferd, zodat het nauwelijks extra water oplevert voor de Rijn in Duitsland. In de rest van het stroomgebied wordt t/m volgend weekend geen regen verwacht en dat betekent dat de stand vanaf medio volgende week (de stand bedraagt dan ca 6,3 m NAP) verder gaat dalen.
Het gaat niet snel, met ca 2 cm per dag, maar het betekent wel dat de stand in het wekend van 15 en 16 augustus de 6,2 m NAP kan bereiken. De afvoer is dan tot ca 590 m3/s gezakt en daarmee ruim onder de recordwaarde van november 1947. Zoals het er nu naar uitziet kan er vanaf 17 augustus mogelijk weer wat regen gaan vallen. Dat zou een voorzichtige omslag kunnen betekenen want ook de dagen daarna blijft er wat regen in de verwachting. Echt overtuigend is het echter nog niet en misschien dat het tot nu toe oppermachtige hogedrukgebied ook dan wederom de Atlantische lagedrukgebieden verder naar het noorden weet te duwen.
Mocht die omslag er wel komen, dan duurt het nog tot 20 augustus voordat daar bij Lobith iets van te merken is. Tegen die tijd verwacht ik dat de stand tot rond de 6,15 m NAP kan zijn gezakt en de afvoer tot 580 m3/s. Dat is nog ca 20 cm minder water in de rivier dan de huidige stand en zo weinig dat alle functies, die van het Rijnwater afhankelijk zijn, de broekriem nog verder zullen moeten aantrekken.
Een volgend bericht kunt u zoals gewoonlijk verwachten op zondag.
Laagwaterbericht: droog en verder dalende waterstanden
Nog geen weersomslag in beeld
Het weer in de stroomgebieden blijft gedomineerd worden door hogedrukgebieden. Opvallend aan dit weerpatroon is dat deze hogedrukgebieden vrij snel over de weerkaart bewegen in plaats van standvastig op één plaats te blijven liggen, wat hogedrukgebieden meestal doen. Ik ken dit soort ‘snelle’ hogedrukgebieden alleen uit weersituaties waarin er dan tussendoor ook regengebieden passeren, maar dat gebeurt nu dus niet.
In het huidige, typisch weerpatroon ontwikkelt zich steeds weer een hogedrukgebied ten westen van ons, dat dan na een paar dagen over onze omgeving trekt, naar het oosten van Europa. Zolang het ten westen van ons ligt is de stroming noordwestelijk en is het wat koeler, maar zodra het overtrekt en oostelijk van ons komt te liggen, wordt de stroming zuidelijk en hebben we te maken met een hitte opstoot. In de tijd dat het ten oosten van ons ligt en zich een nieuw exemplaar aandient is er dan wat ruimte voor een paar buien, maar veel regen leveren die niet op.
De komende 10 dagen gaan we dit weerpatroon waarschijnlijk nogmaals twee keer meemaken, met de eerste warmteopstoot op zondag en de tweede medio volgende week. Het blijft wachten op een verstoring van dit hardnekkige patroon naar een weersituatie met ook kans op regen. De weermodellen hinten daar ook wel op maar dat is dan steeds over een dag of 10 en tegen de tijd dat het zover is komt er maar weinig van terecht. Ook nu zien we na de tweede warmte opstoot, vanaf 15 augustus, dat de kansen op neerslag toenemen; maar het is zeer de vraag of dat uit gaat komen.
Tot die tijd is het ook niet helemaal droog in het stroomgebied maar gaat het om buien die wel wat regen brengen maar onvoldoende om de rivieren te laten stijgen. Gisteren was zo'n dag met buien en die brachten in het westen van Zwitserland voldoende om de Rijn bij Bazel even een opstootje te geven, maar onderweg naar ons land zal dat piekje langzaam uitvlakken. Over een dag of 5 als het hier aankomst, zal het er hoogstens voor zorgen dat de waterstanden niet verder dalen. Ook in het stroomgebied van de Moezel vielen buien en dat leverde daar ook een mini piekje op van enkele tientallen m3/s. Voor dit water geldt hetzelfde dat het er onderweg naar Nederland uitvlakte en er alleen voor zorgt dat de afvoer niet verder daalt.
Vandaag kunnen er in de loop van de middag en avond weer een paar buien in het stroomlied vallen en morgen zijn de Alpen weer aan de beurt. Misschien net voldoende om het huidige peil te stabiliseren. Vanaf vrijdag blijft het tot over het weekend droog, maar vanaf maandag, na de eerste warmte-opstoot, neemt de kans op buien weer wat toe. Nog steeds geen grote hoeveelheden en ook de volgende week zullen de rivieren het met een paar van deze speldenprikken moeten doen.
Mogelijk dat het vanaf het weekend van 15 of 16 augustus natter wordt, maar zoals ik hierboven al schreef, is dat nog geen betrouwbaar signaal van de weermodellen. We zullen nog even moeten wachten tot de weersomslag daadwerkelijk in de verwachting naar boven komt. Want een ding is zeker, ooit komt die.
Rijn even stabiel, daarna heel langzaam dalend
De Rijn is na de laagste stand van 6,34 m op maandag een paar centimeter gestegen. Er is nog een ietsje meer water onderweg, maar meer dan 6,4 m NAP zal het morgen en overmorgen niet worden. Vanaf vrijdag gaat de stand dan weer heel langzaam dalen, of er zouden vandaag en morgen nog wat zwaardere buien moeten vallen, maar daar ga ik nu niet vanuit. Op zaterdag kan de Rijn dan weer onder de tot nu toe laagste stand zakken van 6,34 m NAP van enkele dagen geleden.
Van zondag 9 t/m dinsdag 11/8 blijft de stand dan nog net boven de 6,3 m NAP, maar vanaf woensdag 12/8 kan hij daaronder zakken. Omdat de hele volgende week maar weinig regen wordt verwacht kan de stand dan verder dalen tot ca 6,25 m NAP in het volgend weekend en waarschijnlijk nog wat verder in de dagen daarna. Misschien dat zelfs de 6,2 m NAP wordt bereikt, als de daling net wat sneller verloopt dan waar ik nu van uitga.
De afvoer bedraagt nu ca 645 m3/s, stijgt een heel klein beetje naar 660 m3/s om vanaf het weekend te gaan dalen naar 630 m3/s op dinsdag, 610 rond 15/8 en 600 of nog iets daaronder aan het eind van die week. Daarmee zou de afvoer ook ruim onder de laagste afvoer ooit uitkomen; die bedroeg 620 m3/s in november 1947.
De Maasafvoer is heel laag, maar stabiel
De Maasafvoer schommelt tussen 25 en 30 m3/s bij Maastricht, maar daalt verrassend genoeg niet verder. Op dit moment is ca 20 m3/s afkomstig uit Frankrijk, ca 10 m3/s uit de beken die in de Ardennen ontspringen, 10 m3/s uit de Sambre. Dat is samen 40 waarvan dan ca 10 m3/s via het Albertkanaal naar het westen van België wordt afgevoerd en de rest naar Nederland stroomt. Dit patroon zien we al enkele weken en het is niet waarschijnlijk dat het de komende dagen sterk gaat veranderen, ook al blijft het droog.
Waterstanden Rijn en Maas blijven voorlopig zeer laag
De Rijn daalde de afgelopen dagen naar de laagste stand ooit en voorlopig komt daar weinig verandering in. Er vielen wat buien maar dat levert net voldoende water op om de stand niet verder te laten dalen. Ook de komende twee weken blijft het overwegend droog en de waterstanden blijven daarom voorlopig zeer laag. De Maasafvoer is al enige tijd stabiel en dat blijft waarschijnlijk zo. In de rubriek water Inzicht eeen terugblik op de afvoeren in de maand juli.
Water van de week
Weinig tot geen neerslag in de stroomgebieden
Om een verwachting te kunnen maken voor de waterstanden in de komende weken maak ik gebruik van weermodellen. Deze geven tot zo'n twee weken vooruit een aardige indicatie van wat de stroomgebieden te wachten staat. Naar het einde van de verwachtingstermijn wordt de verwachting uiteraard minder betrouwbaar. Bij het aflezen van de weermodellen let ik altijd op twee fenomenen: of zich ergens binnen de verwachtingstermijn een weersomslag gaat voordoen en of er zich buien gaan ontwikkelen boven de stroomgebieden.
Wat de weersomslagen betreft, is er voorlopig nog weinig nieuws te melden. We hebben nu al vele weken te maken met hogedrukgebieden die voor overwegend droog weer zorgen. Niet dat er geen lagedrukgebieden zijn, soms trekken ze zelfs dicht genoeg langs om, in een gewone zomer, voor veel regen te kunnen zorgen, maar dit jaar verloopt anders. Het Europese continent is zover opgedroogd, dat er maar weinig vocht vanaf het landoppervlak de atmosfeer bereikt en daardoor blijft het overwegend droog; zelfs als de weerkaart er veelbelovend uitziet. De historie leert ons echter dat er al is het nog zo droog, er altijd wel een weersomslag gaat komen naar een (veel) natter weerpatroon.
Als ik er de afgelopen weken de weersverwachting op nakeek, leek het er soms op dat er zo’n weersomslag zou komen. De weermodellen gaven dan vanaf een bepaalde datum ineens een paar dagen met veel meer neerslag aan. Om hier meer zekerheid over te krijgen, of die omslag er ook echt gaat komen, is het van belang om de dagen daarna te bekijken of die weersomslag in de verwachting standhoudt. De afgelopen tijd was dat echter steeds niet het geval. Zo gaf het Europese weermodel eerst aan dat er vanaf 5 augustus een nattere periode aan zou breken, later werd dat 7 en 8 augustus, toen 11 augustus en steeds bleek een paar dagen later dat de verwachting weer was opgedroogd.
Volgens de laatste verwachting is er voor het eerst pas sprake van neerslag op wat grotere schaal vanaf 13 augustus. Dat is echter nog erg ver vooruit en gezien de voorgeschiedenis lijkt mij dat ook nog niet heel betrouwbaar. Maar we blijven het in de gaten houden, want ooit zal het wel de langverwachte omslag zijn. Tot die tijd blijft het niet helemaal droog, maar vallen er wel buien en dat is het twee feniomeen waar we wat de waterverwachting betreft op kunnen letten. Vooral de Alpen zijn bekend om de buien die er 's zomers veel regen kunnen brengen, maar dit jaar blijft ook dat beperkt.
De afgelopen dagen vielen er in Midden en Zuid-Duitsland en ook in de Alpen wel wat buien en die leveren nu een heel klein beetje extra water op voor de Rijn. Ook komende maandag en dinsdag kunnen er nog enkele buien vallen, woensdag lijken het er minder te zijn. Op dinsdag zouden ook in het stroomgebied van de Maas wat buien kunnen vallen. Donderdag en vrijdag neemt de buiigheid weer toe, maar dan met name in de Alpen en dat kan zelfs een wat serieuzere hoeveelheid extra water opleveren. De meeste buien vallen echter in het hooggebergte en het water dat dan daarvan naar de Rijn stroomt wordt eerst opgeslagen In de grote Zwitserse meren die als een reusachtige buffer fungeren. Dat water wordt dan over langere tijd uitgesmeerd en voorlopig merken we daar weinig van.
In het komend weekend blijft het in de stroomgebieden droog maar zouden er in Nederland wat buien kunnen vallen. Het gaat dan niet om grote hoeveelheden water en het zal niet voldoende zijn om de extreme droogte die nu in Nederland heerst op te heffen. De eerste helft van de week na het volgend weekend lijkt weer helemaal droog te gaan verlopen en het is pas in de tweede helft van die week dat er wat meer neerslag wordt verwacht.
Van de soms wat grotere hoeveelheden neerslag die in eerdere weersverwachtingen in het vooruitzicht waren gesteld, komt dus maar weinig terecht. Al met al valt er in de eerstkomende 10 dagen in grote delen van het stroomgebied niet meer dan zo'n 5 mm regen, op plaatsen waar net een paar buien vallen iets meer, tot ca 15 mm. De Ardennen ontvangen zo’n 10 tot 15 mm. De meeste regen kan in de Alpen vallen, tot tussen 50 en 75 mm, maar zoals ik hierboven al schreef vult dat vooral de grote Zwitserse meren. Ook in Zuid-Duitsland kan wat meer vallen, tot tussen 15 en 35 mm. Mogelijk dat het vanaf 13 en 14 augustus wel natter gaat worden, maar we moeten nog een paar dagen wachten voordat we daar meer zekerheid over hebben.
Rijn eerst stabiel rond 6,4 m, later nog wat verder dalend
De Rijn is de afgelopen week ongeveer 35 cm gezakt en bereikte afgelopen donderdag een nieuw laagterecord met een stand van 6,47 m NAP. Daarna is de stand nog ongeveer 10 cm gezakt tot 6,37 m NAP op zondagochtend. De afvoer daalde deze week ruim 100 m3/s van 775 m3/s naar 650 m3/s. Voorlopig is dit voor even de laagste stand en vanaf morgen gaat het iets omhoog, maar hoogstens enkele centimeters naar 6,4 m of een paar cm meer. Dit hangt af van de hoeveelheid regen die de komende 2 dagen in het stroomgebied valt vanuit de buien die zijn verwacht.
Vanaf donderdag 6/8 gaat de stand dan weer wat dalen en omdat er dan enige dagen geen regen meer wordt verwacht, is de kans groot dat de stand nog onder het laagterecord van vandaag uit gaat komen. In het komend weekend verwacht ik een stand van ca 6,35 m NAP (afvoer 635 m3/s) en na het weekend kan de stand nog wat verder dalen naar 6,3 m NAP rond 12 augustus. De afvoer bedraagt dan nog slechts ca 620 m3/s, wat een evenaring zou betekenen van de laagste afvoer die ooit in de Rijn is opgetreden in november 1947.
Pas vanaf ca 15 augustus kan de waterstand weer iets gaan stijgen mits het rond 13 augustus inderdaad natter gaan worden, maar daar is nog lang geen zekerheid over te geven.
Maasafvoer voorlopig tussen 20 en 25 m3/s
De Maasafvoer schommelt al wekenlang rond de 25 m³/s. Ondanks dat het al wekenlang vrijwel niet geregend, verandert daar weinig aan. De afvoer is nu op een soort van basisniveau aangeland en ontvangt ook wat extra water vanuit enkele stuwmeren in de Belgische Ardennen. Komende week worden wel enkele buien verwacht boven de Ardennen op maandag en dinsdag. Er kan op die dagen samen zo’n 15 mm regen vallen. Dat zou voldoende moeten zijn voor een kleine aanvulling van de Maas.
Vooral water dat op verhard oppervlak valt, stroomt namelijk snel naar de rivier af. Dat levert dan hoogstens een kort piekje op van enkele tientallen m3/s. De dag erna is de afvoer dan weer terug op het lage niveau van voor de regenbui. Na deze buien wordt er een week lang weinig regen verwacht. Al die tijd blijft de afvoer bij Maastricht schommelen rond 25 m³/s. Pas vanaf 13 of 14 augustus wordt weer regen verwacht, maar het is nog niet zeker of dat er ook van komt.
Water Inzicht
De maandafvoer van de Rijn in juli was historisch laag, bij de Maas was het minder extreem
De gemiddelde afvoer Van de Rijn voor de maand juli gedroeg slechts 845 m³/s. Dat is nog niet de laagste maandafvoer ooit, die bedraagt slechts 695 m³/s en stamt uit november 1947. Er zijn nog ca 10 maanden met een gemiddelde onder de 800, dus deze maand is zeker niet de maand met de laagste maandafvoer. In de tabel hierna zijn de 20 maanden op een rij gezet met de laagste juli-afvoeren. De volgende in de reeks is het jaar 1976, dat bijna 50 jaar de toppositie bekleedde.
Schermafbeelding 2026-08-02 om 20.31.52.png

Bij de eerste 10 uit deze reeks vinden we maar liefst 6 jaren uit de huidige eeuw, waarvan er 5 uit de laatste 10 jaar. Eerder schreef ik al over de juli als de maand waarvan de afvoer snel afneemt. Dit heeft vooral te maken met het eerder smelten van de sneeuw in de Alpen, waardoor juli minder smeltwater afvoert. Daarbij zijn er de afgelopen 10 tot 20 jaar veel relatief droge juli-maanden geweest. In de 4e kolom heb ik weergegeven welke positie deze maanden in de ranglijst van juni innamen. 2026 stond toen nog op de 2e plaats en 1976 op de 3e. 1934 was de maand met de laagste juni-afvoer, maar die ontving in juli weer meer water en zakte naar de 12e plaats in juli. Ook augustus verliep toen nat en daardoor zakte 1934 toen nog verder.
Een lage afvoer in juni hoeft dus niet te betekenen dat het ook in de maanden daarna zo blijft. Ook 1976, dat een zeer droog voorjaar kende, zou in augustus voldoende water ontvangen om naar de 11e plaats te dalen in die maand. Van de recente jaren valt 2018 op, die in juni nog in de middenmoot van jaren stond (53e plaats), maar in juli naar de 9e en augustus naar de 3e plaats steeg. Het is een van de scenario’s voor dit jaar dat het 2018 achternagaat, met onafgebroken dominante hogedrukgebieden die de regen weg houden tot ver in het najaar. Maar dit jaar kan ook 2023 en 2025 nog achternagaan, waar in augustus voldoende regen viel voor een snelle daling in de lijst van augustus.
Zo heeft ieder jaar zijn verhaal en is er ook voor 2026 nog veel mogelijk; maar dan moet het wel gaan regenen. In de volgende tabel is de situatie voor de Maas weergegeven. Ondanks de zeer droge maand juli eindigde dit jaar op de 5e plaats in de reeks met gemiddeld 44 m³/s. Dat is de afvoer bij Monsin, net voor de aftakking van het Albertkanaal. Daar stroomde in juli 15 m³/s door naar het westen van België, wat betekent dat er bij Maastricht 29 m³/s langs stroomde. De 4 jaren in de lijst boven dit jaar zijn alle van voor de aanleg van de stuwmeren die de Maas bij lage afvoeren extra water leveren. Ik ken de afvoer niet van deze buffers, maar zonder zou de afvoer waarschijnlijk onder de 40 m³/s zijn uitgekomen.
Schermafbeelding 2026-08-02 om 20.32.05.png

De maanden boven in de lijst kenden ook in juni al een lage afvoer en dat bleef ook zo in de maand augustus. Alleen 1947 steeg toen naar de bovenkant van de lijst. Dit jaar kende een zeer droge zomer na een wat natter voorjaar; een vergelijkbare situatie met het recente jaar 2018. Wat verder opvalt is dat de nummer 6 t/m 9 na een droge maand juni en juli in augustus ineens sterk daalden in de reeks. Er vond toen in augustus een omslag plaats naar natter weer en de afvoeren stegen toen snel. Bij de Rijn zagen we dat ook bij de jaren 2023 en 2025. Voor 2026 wordt het nu kiezen of het de droge 4 jaren volgt die erboven staan of de nattere jaren die er na staan.
Voorlopig lijkt het erop dat het een droog scenario wordt, want de eerste 10 tot 14 dagen wordt nog vrijwel geen regen verwacht.
Laagwaterbericht: Rijn naar recordlage stand
Voorlopig nog geen einde aan de laagwaterperiode
Sinds afgelopen zondag is de waterstand bij Lobith ongeveer 15 cm gezakt en vanmorgen kwam zij uit op 6,55 m boven NAP. Dat is minder dan 10 cm boven het laagterecord van augustus 2022 en de kans is groot dat we dit record in de komende dagen gaan verbreken.
Ik ga nu uit van een laagste stand rond 6,4 m NAP. Dit niveau bereikt de Rijn vanaf 1 augustus en de dagen daarna schommelt het waterpeil rond deze stand. De afvoer bedroeg vanmorgen nog net iets meer dan 700 m3/s en daalt de komende dagen verder naar tussen 640 en 650 m3/s. Dat is lager dan de laagste afvoer uit 2022, die bedroeg toen 675 m3/s, maar nog net hoger dan het all time record uit november 1947, toen de Rijn daalde tot een afvoer van 620 m3/s.
De komende week tot 10 dagen houdt het droge weer aan in het stroomgebied, maar vanaf 1 augustus neem wel de kans op buien wat toe. Die brengen niet meteen genoeg water om de Rijn te laten stijgen tot buiten het bereik van het extreme laagwater, maar leveren misschien wel een lichte stijging op. Op 1 augustus kan er wat regen vallen in het midden van Duitsland en vooral de periode van 4 t/m 6 augustus is de kans op buien nog wat groter. Het Duitse weermodel verwacht dan zelfs in een groot gebied over heel Duitsland 20 tot 40 mm en mocht dat uitkomen, dan levert dat de Rijn een wat grotere stijging op. Voorlopig ben ik ervan uitgegaan dat er de komende week nog maar weinig regen valt en dat het waarschijnlijk net voldoende zal zijn voor een heel lichte stijging vanaf 6 of 7 augustus.
Mijn verwachting voor de komende twee weken is als volgt:
- de komende 3 dagen daalt de stand nog met ca 5 cm per dag naar 6,4 m NAP op zaterdag 1 augustus; de afvoer daalt met ca 20 tot 25 m3/s per dag naar ca 650 m3/s.
- Vanaf 1 t/m 5 augustus is de waterstand stabiel, of daalt heel licht nog een paar centimeter. De afvoer kan dan dalen tot 635 of 640 m3/s. Mocht het inderdaad op 1 augustus tot wat meer buien komen, dan zal de afvoer in deze periode alweer wat stijgen, maar niet meer dan enkele tientallen m3/s. De kans daarop is echter klein.
- Vanaf 5 augustus kan het water arriveren van neerslag die vanaf 4/8 gaat vallen. Geen grote hoeveelheden, maar het voorkomt een verdere daling en een lichte stijging naar 6,5 tot 6,6 m NAP is dan weer mogelijk rond 10 tot 12 augustus.
Wat de langere termijn betreft zijn de vooruitzichten voorlopig ongunstig omdat het weer in Europa, wat de neerslag betreft, in een soort van negatieve spiraal is terechtgekomen. Het weerbeeld wordt al lange tijd bepaald door hogedrukgebieden die op de Atlantische Oceaan liggen en waar soms een losse kern van afsplitst die dan naar het oosten trekt. Dit zorgt voor stabiel weer en afhankelijk van de windrichting is het warm of zeer warm. Vanwege deze blokkade van hoge druk hoeven we vanaf de Oceaan voorlopig niet op neerslag te rekenen.
Nu is de oceaan sowieso in veel zomers niet de brenger van de meeste regen, want dat wordt in hoogzomer vaak overgenomen door buiig weer dat samenhangt met kleine lagedrukgebieden. Deze zogenaamde thermische lagedrukgebieden ontstaan boven het warme continent, nemen in hun opstijgede lucht vocht mee naar hoog in de atmosfeer, waar dan buien uit ontstaan. Dit jaar ontstaan er ook regelmatig van deze lagedrukgebieden en ze trekken net als in andere jaren, nadat ze zijn ontstaan boven Frankrijk, in noordoostelijke richting verder het continent op.
Dit jaar is de situatie echter anders omdat het in Frankrijk in juni al zo warm is geweest dat de bodem er is uitgedroogd en er weinig vocht beschikbaar is om de buien te voeden. Een vergelijkbare situatie deed zich voor in 2018 toen er ook maandenlang geen neerslaggebieden vanaf de Oceaan werden aangevoerd en ook de buiigheid door droogte in juni en juli op een heel laag pitje kwam te staan. De droogte duurde toen tot ver in het najaar en de lage waterstanden hielden aan tot in oktober.
Ook het jaar 2022 met de tot nu toe recordlage waterstand kende een heel droog zomerhalfjaar, maar daar vond vanaf medio augustus een weersomslag plaats. De Oceaan nam het toen over en lagedrukgebieden brachten voldoende regen voor een stijging van de Rijn. Vanaf de laagste afvoer van 670 m3/s op 18 augustus steeg de afvoer toen eerst naar ca 950 m3/s aan het eind van de maand en later verder naar 1.350 m3/s medio september. Dit jaar volgt tot nu toe het scenario van 2018 en een weersomslag lijkt voorlopig niet in beeld.
Maas
De Maasafvoer bij Maastricht is al twee weken stabiel rond 25 m3/s. Neerslag wordt er de komende 10 tot 14 dagen vrijwel niet verwacht. Waar in Duitsland vanaf ca 4 augustus wat buien worden verwacht, gaan die aan de Ardennen voorbij. De afvoer zal daardoor de komende 2 weken nog er laag blijven, tussen 20 en 25 m3/s.
Het stabiele verloop van de afvoer heeft de Maas te danken aan een aantal beken die tijdens laagwaterperioden worden aangevuld met water vanuit stuwmeren, dat daar in de winter in is opgeslagen. Dit voorkomt dat de afvoer nu al enige weken verder daalt. Helaas is er op de sites van de Waalse waterautoriteiten geen informatie te vinden over hoeveel deze stuwmeren nu precies afgeven en hoe groot de vulgraad nog is. Want dat zou iets kunnen zeggen over hoe lang dit regime nog aangehouden kan worden en of de afvoer op afzienbare tijd wellicht toch verder gaat dalen..