U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Vrijwel droge week, Rijn stijgt later wel licht, Maas daalt licht

Hogedrukgebieden bepalen ook de komende week het weer en houden regenzones op afstand van de stroomgebieden. De Rijn merkt voorlopig echter nog niet zoveel van het droge weer, want vanuit Zwitserland is wat extra water onderweg vanwege regen die daar zaterdag en zondag gevallen is. In het stroomgebied van de Maas blijft het droog, wat daar wel resulteert in een langzaam dalende afvoer.

Vanwege verplichtingen dit weekend, ontvangt u het bericht deze week op maandag en zonder de rubriek Water Inzicht

water van de week

Weinig neerslag vanwege dominantie hogedrukgebieden

In de afgelopen zomer werd het weer veelal bepaald door lagedrukgebieden en was de invloed van hogedrukgebieden vaak maar van korte duur. Inmiddels is de situatie gekanteld en zijn het de hogedrukgebieden die het weerbeeld voor langere tijd bepalen. Lagedrukgebieden zijn er wel, maar ze trekken doorgaans op grotere afstand langs en de invloed blijft dan beperkt.  

De komende week blijft het daarom grotendeels droog, alleen op donderdag en vrijdag kan er wat regen vallen, maar te weinig voor een stijging van de rivierafvoeren. Pas na het weekend verwachten de weermodellen wel een omslag naar een natter weertype, maar dat zat ook vorige week in de verwachting voor begin deze week en dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Even afwachten dus hoe de verwachting er aan het eind van deze week uitziet.

De Alpen lagen de afgelopen week vrij ver af van de hogedrukgebieden en daar is op donderdag en in het weekend nog wel regen gevallen, vanuit regenzones die vanuit Zuid Frankrijk over de Alpen trokken. Het bracht vooral aan de zuidzijde van de Alpen veel regen, maar de noordkant kreeg ook aardig wat te verwerken. Boven de 2000 m viel voor het eerst dit najaar ook aardig wat sneeuw, maar een groot deel daarvan, zal de komende dagen weer smelten en stroomt dus vertraagd af naar de Rijn. 

Rijn daalt nog tot het water uit de Alpen aankomt

De Rijn is de hele week gedaald en zakte voor het eerst deze zomer onder de 1500 m3/s. Dit is een afvoer waaronder de eerste knelpunten kunnen ontstaan in het Nederlandse waterbeheer, maar tot nu toe zal dat meevallen omdat het al vrij laat in het seizoen is en het watergebruik van bv de landbouw nu al niet groot meer is.

Inmiddels is de afvoer gedaald tot ca 1400 m3/s (de stand tot ca 8,1 m) en deze daling zet nog zich nog langzaam even door. Ver zal de afvoer echter niet meer dalen, want na donderdag arriveert het water dat in het afgelopen weekend in de Alpen is gevallen. Dit water levert nu in de Bovenrijn een golfje op van zo'n 300 m3/s extra. Tegen de tijd dat dit bij Lobith aankomt, is daar meestal nog zo'n 65% van over. 

Ik verwacht daarom dat de afvoer tot donderdag nog tot ca 1350 m3/s zal dalen (en de stand tot ca. 8 m) om vanaf donderdag weer wat te gaan stijgen naar een afvoer van ca 1550 à 1575 m3/s in het weekend. De waterstand zal dan bij Lobith weer stijgen tot 8,4 m.

Vanaf zondag zet dan weer een daling in en omdat het er naar uitziet dat het deze hele week droog blijft, is de kans groot dat de afvoer aan het eind van die week (dat is rond 1 okt) daalt tot 1300 m3/s of nog wat lager en de stand daalt naar ca. 7,9 m. Mocht het al snel na het komend weekend natter worden, dan zullen deze waarden wellicht net niet gehaald worden. Daarover volgende week meer.

Maas daalt licht, maar voorlopig geen heel lage afvoeren

In het stroomgebied van de Maas vielen in het midden van de week nog enkele buien en dat was voldoende om de afvoer vanaf donderdag weer wat te laten stijgen tot ca 120 m3/s. Dat is iets boven de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar, maar inmiddels is de afvoer daar met ca 100 m3/s al weer net onder gezakt.

De komende week zal de afvoer, bij gebrek aan neerslag, langzaam blijven dalen, naar ca 75 m3/s of nog iets lager in het volgend weekend. Echt lage afvoeren, onder de 50 m3/s zijn voorlopig niet in beeld, omdat de meeste zijrivieren in het stroomgebied nog steeds een niet al te lage afvoer hebben.

Op dit moment voorzien de weermodellen dat na het komend weekend wel weer neerslag kan gaan vallen in de Ardennen, maar het blijft even afwachten of dat er van komt.

 

Waterstanden blijven voorlopig dalen

Na een korte onderbreking met wat buiig weer, gaat een hogedrukgebied opnieuw het weer in de stroomgebieden bepalen. Veel regen wordt er daarom niet meer verwacht en daarom blijven de afvoeren voorlopig dalen. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor het peilverloop van de Rijn en de Maas.

In de rubriek water inzicht een analyse van de kans dat de Rijnafvoer gedurende het jaar onder de 1500 m3/s zakt.

water van de week

Hogedrukinvloed herstelt zich in de loop van de week

Vanaf donderdag drongen buien de stroomgebieden binnen van eerst de Maas en later ook de Rijn. Ze hingen samen met een lagedrukgebied dat vanaf de Atlantische Oceaan vochtige oceaanlucht het continent op stuurde. Op een paar plaatsen viel in korte tijd veel regen, maar op de afvoeren van de rivieren had dit weinig invloed.

Inmiddels is de invloed van het lagedrukgebied al weer afgenomen, maar in de loop van de week volgt nog een nieuw lagedrukgebied. het is een kleiner exemplaar, maar het trekt wel precies over Nederland. De precieze verwachtingen over de koers en de regenhoeveelheden waren lang onduidelijk, maar inmiddels ziet het er naar uit dat het mee gaat vallen. Een kleine verrassing blijft natuurlijk altijd mogelijk. 

Op dinsdag en woensdag zal de buiigheid daarom weer wat toenemen, maar ook nu zullen de hoeveelheden niet groot genoeg zijn voor een stijging van de rivierafvoeren. De meeste neerslag lijkt in Zuid Duitsland en de Alpen te gaan vallen en mogelijk dit dat wel voldoende is voor een kleine stijging van de Rijn, maar dat water zal Nederland pas in de loop van de week na het komend weekend bereiken.

Het lagedrukgebied trekt op woensdag weg naar het oosten en daarna ziet het er naar uit dat het Azoren-hogedrukgebied zijn invloed naar onze omgeving uitbreidt. De kans is groot dat zich rond het volgend weekend ook een hogedrukkern boven Scandinavië ontwikkelt, waardoor de wind voor langere tijd de oosthoek opzoekt. Voor de stroomgebieden betekent dat een langdurige droge periode en dalende afvoeren. 

Bij deze verwachting past echter nog weel een kleine slag om de arm, want het weermodel wisselde de laatste tijd regelmatig van oplossing voor der langere termijn. Dus misschien dat het hogedrukgebied toch niet zo stevig in het zadel komt te zitten als nu wordt verwacht. In de loop van de week zal dit duidelijker worden.

Rijn daalt deze week tot onder de 8 m bij Lobith

De Rijn is de afgelopen week langzaam gedaald en zakte van ca 8,9 naar 8,4 m +NAP. De eerste dagen ging er nog zo'n 10 cm per dag vanaf, later stabiliseerde de stand zich wat dankzij de buien die vanaf donderdag in het noordelijk deel van het stroomgebied vielen. De komende dagen zet de langzame dalen zich weer voort en ieder dag zakt het peil met zo'n 5 cm. In het volgend weekend zal dan de 8 m bereikt worden. 

De afvoer zal dan tot ca 1350 m3/s gezakt zijn, waarmee deze voor het eerst sinds eind juni onder het langjarig gemiddelde is gezakt, wat voor deze tijd van het jaar ca 1650 m3/s bedraagt. Daarna bereikt het water Nederland van de buien die op woensdag en donderdag in het zuidelijke deel van het stroomgebied gaan vallen en dat zorgt er dan voor dat de stand na het volgend weekend (rond 20/9) waarschijnlijk maar weinig verder daalt of misschien zelfs iets gaat stijgen.

In deze verwachting ben ik er van uitgegaan dat het op dinsdag en woensdag verder stroomafwaarts in Duitsland meevalt met de buien. Mocht dat ander uitpakken, dan zal da al wat eerder wat extra water opleveren voor de Rijn en kan het nog wat langer duren voordat de 8 m bij Lobith wordt bereikt. 

Op nog wat langere termijn is de verwachting dat het hogedrukgebied boven Scandinavië voor een langere tijd met droog weer gaat zorgen. Dat zou dan betekenen dat de waterstand van de Rijn in de laatste 10 dagen van september verder gaat dalen en dan is de kans groot dat ook de 7,5 m (bij een afvoer van ca 1.100 m3/s) bereikt kan gaan worden. Of dat hogedrukgebied inderdaad zon standvastig wordt weten we volgende week.

Maasafvoer schommelt rond de 75 m3/s

De Maas daalde bij Maastricht deze week tot ca 75 m3/s en kwam daarmee voor het eerst sinds medio juni onder het langjarig gemiddelde uit, dat rond deze tijd van het jaar ca 100 m3/s bedraagt. Door enkele stevige buien in de Ardenne op donderdag steeg de afvoer ca 50 m3/s op vrijdag en zaterdag. Inmiddels is dit water al weer deels afgevoerd en zakte de afvoer weer tot rond de 100 m3/s. 

Op dinsdag en woensdag kunnen er weer enkele buien vallen, maar de verwachting is voorlopig dat de regenhoeveelheden beperkt blijven. De afvoer zal daarom langzaam blijven dalen en in de loop van de week weer bij ca 75 m3/s uit komen. Mocht de buiigheid toch wat actiever zijn, dan is op woensdag of donderdag een nieuwe kleine opleving mogelijk.

Vanaf het weekend is de kans het grootst dat het in het stroomgebied van de Maas voor lange tijd droog blijft onder invloed van het hogedrukgebied bij Scandinavië. Daarom is de kans groot dat na het komend weekend de afvoeren wat verder dalen tot tussen de 50 en 75 m3/s.

water inzicht

Afvoer Lobith deze nazomer pas laat onder de 1500 m3/s

Zeer waarschijnlijk zal de afvoer de komende week bij Lobith tot onder de 1500 m3/s dalen; dat komt overeen met een waterstand van ca 8,2 m +NAP. 1500 m3/s is een afvoer waarbij in het Nederlandse watersysteem de eerste tekorten kunnen ontstaan en daarom is het een afvoer die de waterbeheerder altijd goed in de gaten houden.

Vanaf 1500 m3/s treedt er namelijk sneller verzilting op in het Benedenrivierengebied omdat zout zeewater, vanwege de verminderde tegendruk, makkelijker naar binnen kan stromen via via de Nieuwe Waterweg. Hierdoor kunnen innamepunten van zoet water tijdelijk en na verloop van tijd helemaal geen water meer innemen. Ook neemt de waterdiepte in de rivieren onder deze afvoer zover af dat bepaalde grotere schepen niet meer vol beladen kunnen varen. 

Grote problemen levert een afvoer nabij 1500 m3/s nog niet op en het waterbeheer is er ook op ingespeeld, want het komt jaarlijks zo'n 2 tot 3 maanden voor dat de afvoer zover zakt en in sommige jaren duurt de periode zelfs wel een half jaar. Bij de Rijn zien we de laatste jaren steeds vaker dat deze afvoer in het voorjaar al enkele weken wordt onderschreden, om dan in mei er weer boven te komen. Vanaf mei smelt namelijk de sneeuw die in de winter in de Alpen is gevallen en dat zorgt er vrijwel ieder jaar voor dat de afvoer in mei, juni en juli weer tot boven 1500 m3/s uit stijgt.

Het hangt dan van de sneeuwhoeveelheden af wanneer de afvoer weer onder de 1500 m3/s zakt. Maar ook de neerslag in de zomer telt mee. Vooral in de Alpen kan 's zomers veel regen vallen en de bijdrage daarvan aan de Rijnafvoer is doorgaans groot. In zomers met veel neerslag kan het tot ver in de nazomer duren voordat de 1500 wordt bereikt en in heel natte zomers gebeurt dat zelfs helemaal niet.

Dit jaar verliep de zomer erg nat, vooral in juli en dat heeft de Rijnafvoer lang op een hoog niveau gehouden van ruim boven de 1500 m3/s. Maar deze week gaat het dan toch gebeuren. Dankzij de natte zomer is dat vrij laat in het jaar, want gemiddeld zakt de afvoer in de loop van augustus al onder dit niveau en de laatste jaren zelfs vaak al in juli. Meestal duurt het dan tot in november voordat de afvoer er weer boven uit stijgt.

Deze verandering naar een eerdere onderschrijding van de 1500 m3/s is het gevolg van de veranderingen die het klimaat ondergaat. De sneeuw smelt namelijk eerder in de Alpen dankzij de hogere temperatuur en is dan ook eerder in de zomer op. Aan de hand van de volgende grafiek, waarin de kans is uitgezet dat op een dag de 1500 m3/s wordt onderschreden, zal ik dit verder toelichten. 

Op de linkeras is de kans uitgezet; 10% kans betekent dan dat op een bepaalde dag eens in de 10 jaar is opgetreden en  50% dat het gemiddeld om het jaar gebeurt. De meetreeks is in 3 perioden van 40 jaar verdeeld, zodat eventuele veranderingen in de laatste decennia zichtbaar gemaakt kunnen worden en vergeleken met die andere perioden. De blauwe lijn geeft de kans weer voor de jaren tussen 1901 en 1940, de groene tussen 1941 en 1980 en de rode de laatste 40 jaar.

Schermafbeelding 2021-09-12 om 20.27.12.png

Kans op afvoer < 1500 m3/s gedurende het jaar. Waarbij de meetreeks in 3 perioden van 40 jaar is verdeeld.
Kans op afvoer < 1500 m3/s gedurende het jaar. Waarbij de meetreeks in 3 perioden van 40 jaar is verdeeld.

Het algemene beeld is steeds hetzelfde in deze 3 perioden. De kans op een afvoer onder de 1500 m3/s is laag (tussen de 10 en 30%) in de periode t/m juli om daarna snel te stijgen en in de loop van oktober een piek te bereiken (boven de 50%), waarna de daling weer inzet. 

Als we de laatste 40 jaar vergelijken met de eerdere perioden dan valt op dat de 1500 m3/s maar gedurende enkele maanden per jaar hoger is geworden. Het veranderende klimaat heeft er (tot nu toe) nog niet voor gezorgd dat lage afvoeren steeds vaker voorkomen en de kans dat op een bepaalde dag de 1500 m3/s wordt onderschreden, is daarom in de laatste decennia ook niet groter geworden.

Wel zijn er van maand tot maand veranderingen opgetreden in het afvoerpatroon van de Rijn. Bijvoorbeeld in de maand april, als er tegenwoordig een duidelijke piek te zien is met een kans die oploopt tot ca 25%. Hier zien we terug dat de maand april de laatste decennia in het stroomgebied steeds droger is geworden. In die maand profiteert de Rijn nog niet van smeltende sneeuw en dat zorgt voor het vaker optreden van lage afvoeren. In de vorige periode was die piek er ook, maar lag hij ca 2 weken later. In de eerste periode is de piek er niet; ik ben niet nagegaan waar dit mee te maken heeft. 

In mei en juni daalt de kans op lage afvoeren weer en komt ook in de recente periode nog op een laag niveau uit van ca 10%. De stijgende lijn in de zomer zet tegenwoordig wel eerder in dan voorheen en vanaf augustus en vooral september ligt de lijn ook hoger dan in de eerdere perioden van 40 jaar. Waarschijnlijk heeft dit te maken met dat de sneeuw in de Alpen in de zomer tegenwoordig eerder is weggesmolten dan vroeger en dat zorgt er dan voor dat de kans op een lage afvoer ook eerder inzet.

Ondanks dat het aandeel smeltwater eerder in de zomer geringer is geworden, is de kans op lage afvoeren in de nazomer en herfst niet groter geworden dan vroeger. De rode lijn komt in oktober tot ongeveer hetzelfde niveau als in de periode van 1901 t/m 1940 en blijft duidelijk lager dan in de periode vanaf 1941 tot 1980. Het verminderde aandeel smeltwater wordt in de huidige periode blijkbaar gecompenseerd door extra neerslag die in de herfst valt.

Na de piek in oktober valt op dat de kans op een lage afvoer wat eerder afneemt dan in de eerdere perioden. Dit is ook een gevolg van het warmere klimaat. Het duurt tegenwoordig langer voordat de neerslag in de hogere delen van de Alpen weer in sneeuw overgaat en de regenval die daarvoor in de plaats valt zorgt ervoor dat de kans op een lage afvoer in november en december lager is dan vroeger.

Een zelfde patroon zien we ook in de andere wintermaanden. In deze periode valt er gewoonlijk vooral sneeuw in de Middelgebergten (tussen 300 en 1500 m hoogte). Het aandeel sneeuw is tegenwoordig echter ook kleiner dan vroeger omdat de sneeuwgrens door de hogere temperatuur omhoog is geschoven en de regen die daarvoor in de plaats valt houdt de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s aan de lage kant.

Al met al zien we dus in april, juli en augustus een hogere kans op een afvoer onder de 1500 m3/s, maar daar staan veel maanden tegenover (november t/m maart) met een lagere kans. Verder valt op dat veranderingen die zich voordoen in het afvoerpatroon veelal te maken hebben met de neerslag die in de Alpen valt. Zo zijn het gemiddeld eerder smelten van de sneeuw in het voorjaar en het later inzetten van het sneeuwseizoen in november belangrijke factoren die het afvoerverloop van de Rijn in de zomer en het najaar beïnvloeden. 

 

 

Vrijwel droge week en dalende waterstanden

Voor het eerst sinds maanden wordt het weer in de stroomgebieden voor langere tijd bepaald door hogedrukgebieden. Daarom gaan de rivieren na een zomer met steeds hoge tot soms zelfs zeer hoge afvoeren de komende week dalen naar waarden rond het langjarig gemiddelde en de kans is groot dat ze daar later in september ook onder zakken. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende 7 tot 10 dagen.

In de rubriek Water Inzicht een volgende analyse van het Maashoogwater van afgelopen zomer. Uit een analyse van de neerslag blijkt vooral de neerslagintensiteit opvallend hoog te zijn geweest, meer nog dan de neerslaghoeveelheden die gevallen zijn.

water van de week

Hogedrukgebied nestelt zich boven Oost Europa

Een hogedrukgebied waarvan de kern lang nabij het noorden van het verenigd Koninkrijk heeft gelegen is de afgelopen week ten noorden van Nederland langs getrokken en komt nu aan boven Oost Europa. Een uitloper ervan ligt de komende dagen tot over ons land en dit zorgt voor droog, zonnig en warm weer in onze omgeving. 

Vorige week leek het er nog op dat er al snel een lagedrukgebied zou komen dat het continent op zou trekken met misschien wel veel regen, maar die verwachting is niet uitgekomen. Er nader later in de week vanaf de Atlantische Oceaan wel een lagedrukgebied, maar dat trekt over Ierland naar het noordoosten.

Fronten van dit lagedrukgebied kunnen Nederland nog wel bereiken en in de tweede helft van de week zijn er daarom enkele buien mogelijk. In de stroomgebieden blijft het echter zo goed als droog, omdat het hogedrukgebied boven Oost Europa voldoende tegengas biedt. De regenhoeveelheden die nog wel in de stroomgebieden verwacht worden zijn te gering voor een stijging van de waterstanden.

Het hogedrukgebied boven Oost Europa houdt ook in het weekend nog stand en daarna is het onduidelijk hoe het verder gaat. Waarschijnlijk dient zich op de Atlantische Oceaan een nieuw lagedrukgebied aan, maar het is nog niet duidelijk of dit tot onze omgeving door weet te dringen en een wat nattere periode in gang gaat zetten, of dat het op grotere afstand blijf liggen omdat het hogedrukgebied aan het langste eind trekt. De grootste kans lijkt voorlopig het aanhouden van het droge weer te hebben. 

Rijn zet langere daling in

In het vorige weekend was er nog eenmaal veel regen in het oosten van de Alpen gevallen en het water daarvan bereikte aan het eind van de week ons land. Bij Lobith was de waterstand ondertussen tot net onder de 9 m gezakt, maar hij veerde toch nog ene keer op tot iets erboven. De afvoer steeg weer tot net boven de 2.000 m3/s. Dat is bijna 300 m3/s boven het langjarig gemiddelde voor deze periode van het jaar.

In een gemiddeld jaar wordt de laagste stand van de Rijn pas in de eerste week van oktober bereikt bij een afvoer van ca 1.575 m3/s. De kans is groot dat we dat niveau de komende week al gaan onderschrijden, want de eerstkomende dagen daalt de afvoer per dag met ca 100 m3/s, later afnemend naar ca 50 m3/s per dag. Op 10 of 11/9 verwacht ik daarom dat de 1.575 m3/s wordt onderschreden. De waterstand hierbij bedraagt ca 8,4 m +NAP. 

Omdat er de hele week geen tot weinig regen wordt verwacht daalt de waterstand daarna verder en het ziet er naar uit dat  rond 14/9 ook de 1.400 m3/s (bij een stand van ca 8,1 m) wordt onderschreden en 2 of 3 dagen later ook de 1.300 m3/s (bij een stand van 7,9 m).

Of de daling daarna nog verder doorzet hangt af van het lagedrukgebied dat rond het weekend wordt verwacht. Als dat gepaard gaat met regengebieden die het continent optrekken, dan zou de Rijn daarna weer kunnen gaan stijgen, maar voorlopig is de kans het grootst dat het droge weer langer aan gaat houden en dan zouden de waterstanden in de tweede helft van september nog verder kunnen dalen. Volgende week is dar meer over te zeggen.

Maas daalt naar ca 75 m3/s

In de Ardennen viel afgelopen zondag nog wat regen en daardoor veerde de Maas op maandag nog eenmaal op tot een afvoer van ca 175 m3/s bij Maastricht. Dat is ruim boven het langjarig gemiddelde dat ca 75 m3/s bedraagt in deze tijd van het jaar. Voor de Maas is dat overigens ook het laagste niveau dat de rivier gemiddeld bereikt. Anders dan de Rijn bereikt de Maas zijn laagste waarde gemiddeld al rond eind augustus. 

Dit jaar zal dat moment echter later liggen, want voorlopig zal de afvoer nog wel even dalen. Die daling is meteen na afgelopen maandag al ingezet en inmiddels is de afvoer bij Maastricht tot rond de 100 m3/s gedaald. De komende week zet die daling zich heel langzaam door en aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ca 75 m3/s. 

Er is een kansje dat de Maas op donderdag of vrijdag, als er enkele buien overtrekken, nog wel net voldoende water ontvangt voor een lichte stijging. Maar veel zal dat niet zijn en daarom ziet het er naar uit dat de afvoer ook in de week na volgend weekend nog langzaam verder zal dalen. Tenzij het eerder genoemde lagedrukgebied na het volgend weekend het continent weet te bereiken, maar die kans lijkt voorlopig niet zo groot.

Water inzicht

Hoge neerslagintensiteit verantwoordelijk voor hoogwater Maas

Het afgelopen hoogwater in de Maas kwam zeer plotseling op gang. De afvoer bij Maastricht bedroeg op 13 juli nog maar zo'n 150 tot 200 m3/s en twee dagen later werd de 3.000 m3/s per seconde overschreden. De periode dat het regende duurde maar iets meer dan 24 uur (zie grafiek hieronder), maar er viel een enorme hoeveelheid in de Ardennen van zo'n 10 tot 15 cm. 

Vesdre 2021.jpg

Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.
Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.

Als we de regenval voorafgaand aan andere hoogwaterperioden ermee vergelijken, dan blijkt dat dergelijke hoeveelheden wel vaker vallen tijdens natte perioden, maar dan valt de neerslag verdeeld over bijvoorbeeld 3 tot 5 dagen. De intensiteit was dit keer dan ook erg hoog. In het meetstation Ternell werd gedurende enkele uren zelfs 20 mm neerslag gemeten en een groot aantal uren lag de intensiteit tussen de 5 en 10 mm. 

Deze zeer hoge intensiteit verschilt sterk met die van de neerslag in de winter die meestal verantwoordelijk is voor hoogwatergolven. In de grafiek hierna heb ik een andere neerslagperiode (maart 2019) in rood in dezelfde figuur als hierboven afgebeeld. In totaal viel er toen zo'n 9 cm regen in Ternell, maar de regenval was verdeeld over 3 dagen.

Wat vooral opvalt is dat de intensiteit bij de hoogwatergolf in de winter veel lager was. Deze kwam tot maximaal 5 mm per uur, maar schommelde meestal tussen de 2 en 3 cm. In vergelijking met de regenval in juli is dit erg weinig, maar voor gestage regenval zoals we die ook in Nederland vooral van de winter kennen zijn dat normale hoeveelheden. Als er zo'n 4 tot 5 mm/uur valt dan ervaren we dat al als stevige regenval.

Tijdens buien loopt de intensiteit op tot soms wel 100 mm/uur, maar dergelijke zware buien duren meestal maar kort en beslaan ook zelden een groot oppervlak. Het is het soort buien waarbij in de ene plaats de straten blank staan, terwijl het 10 kilometer verderop droog bleef. De neerslagintensiteit in de Ardennen was dus niet zo hoog als in een zware bui, maar wat vooral erg hoog voor een lange periode van aanhoudende regenval.

Het is waarschijnlijk vooral deze langdurige hoge intensiteit geweest die de hoogwatergolf heeft veroorzaakt. De afvoer van 2021 kwam dan ook veel hoger uit dan die van 2019. In dat laatste jaar werd een afvoer van 140 m3/s bereikt, wat voor de Vesdre overigens altijd al een erg hoge afvoer is geweest.  

Deze zomer is de afvoer in de Vesdre waarschijnlijk tot ca 500 m3/s gestegen. Precies is dit niet bekend, omdat de meetapparatuur het begaf, maar aan de hand van andere meetstations in de buurt en de afvoer die uiteindelijk in de Maas is opgemeten, heb ik een schatting gemaakt van het verloop. Mogelijk dat hier later nog wel een betere schatting van gemaakt wordt, maar het is in ieder geval duidelijk dat de afvoer nu erg veel hoger is uitgekomen dan in 2019.

Vesdre 2021 en 2019.jpg

Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)
Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)

De hoge intensiteit heeft er voor gezorgd dat de bufferende werking die delen van een stroomgebied normaal altijd hebben al snel volgelopen zal zijn. Relatief veel water dat bij een lagere intensiteit nog wel opgevangen zou zijn, kwam daardoor tegelijk tot afstromen met het water dat altijd al tot afstromen komt. 

Ik vermoed dat het verharde oppervlak hier een erg belangrijke bijdrage aan geleverd heeft. Dit is gewoonlijk de snelste component en in trage hoogwatergolven zoals in de winter, bevindt die zich vooral vooraan in de hoogwatergolf. Als het water uit de rest van het stoomgebied dan arriveert, is dit snelle water doorgaans al afgevoerd en het draagt dan minder mee aan de piek. Omdat de piek dan vooral is opgebouwd uit wat trager afstromend water, duurt het ook langer totdat de piek passeert nadat het droog geworden is.

Bij dit zomerse hoogwater viel de piek in de Vesdre vrijwel direct nadat de regenval stopte, wat betekent dat het aandeel water vanaf een snel leverend oppervlak een groot aandeel zal hebben gehad. Misschien is het zelf wel de belangrijkste oorzaak van deze extreme hoogwatergolf. Nader onderzoek naar de herkomst van het water in de piek zal dit uit moeten wijzen.

 

 

 

 

 

 . 

Vrijwel droge week en dalende waterstanden

De droge periode die, na de verregende zondag aanbrak, duurde niet zo lang, want al vanaf donderdag naderde een nieuwe lagedrukgebied. Dit bracht vooral boven Duitsland neerslag en zal nog wat meer brengen. Het merendeel valt echter buiten het stroomgebied van de Rijn en het extra water zorgt daar de komende week hoogstens voor een lichte stijging. De Maas blijft helemaal buiten schot en hier zijn de afvoeren stabiel tot licht dalend. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende week.

Een analyse van de herkomst van het hoge water in de Maas neemt wat meer tijd in beslag, daarom volgende week pas weer de rubriek Water Inzicht.

water van de week

Komende week weinig neerslag, maar kans dat het daarna weer natter wordt

Het kleine lagedrukgebied dat vorige week voor de extreme regenval zorgde in Friesland is daarna snel opgelost en een groot hogedrukgebied boven de Britse Eilanden en de Noordzee zorgde daarna voor enkele droge dagen in de stroomgebieden. Lang duurde dat niet want al op donderdag zakte een nieuw lagedrukgebied af van Scandinavië naar Polen. Dat is een bijzondere koers voor een lagedrukgebied, want meestal komen ze vanaf de Atlantische Oceaan en bewegen dan van west naar oost.

Ook dit lagedrukgebied verplaatst zich maar uiterst traag en blijft nog een dag of drie boven Polen liggen, waarbij er regenzones tegen de wijzers van de klok in omheen trekken. Het weersysteem lijkt veel op de situatie van medio juli toen er in de Ardennen en Eiffel extreme hoeveelheden neerslag vielen. Als we op de neerslagkaart kijken van de afgelopen 3 dagen dan zien we dat ook nu de Middelgebergten weer veel regen hebben opgevangen;  plaatselijk al meer dan 6 cm.

Neerslag Duitsland.jpg

De noordelijke stroming van de afgelopen dagen zorgt wederom voor veel neerslag in de Middelgebergten in Duitsland.
De noordelijke stroming van de afgelopen dagen zorgt wederom voor veel neerslag in de Middelgebergten in Duitsland.
​​​​​

De vochtige en relatief warme lucht die vanuit het noorden wordt aangevoerd moet tegen deze heuvelruggen opstijgen en daarbij valt er vaak urenlang neerslag. Anders dan in juli is de neerslagintensiteit tot nu toe echter veel kleiner. De meeste uren valt er niet meer dan 2 tot 5 mm regen, terwijl dat in juli soms opliep tot 10 à 15 en soms zelfs 20 mm in een uur.

Voor het ontstaan van een hoogwatergolf maakt dat veel uit, want als de intensiteit hoog is, dan kunnen veel bodemtypen de neerslag niet meer verwerken en gaat het water over de oppervlakte afstromen. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak dat het in juli in enkele stroomgebieden zo extreem is geworden.

Het huidige lagedrukgebied is echter nog niet weg en de komende 3 dagen wordt verwacht dat er nog regenzones zullen blijven over trekken. Het grootste deel van de regen valt boven het oosten van Duitsland, omdat het lagedrukgebied langzaam naar het oosten trekt. De meeste regen die nog verwacht wordt, valt daarom net buiten het stroomgebied van de Rijn. De intensiteit zal daarbij waarschijnlijk niet ineens sterk toenemen, dus blijft de kans op hoogwater in oostelijkere stroomgebieden, zoals oa de Elbe, gering.

Terwijl het Poolse lagedrukgebied langzaam wegtrekt, breidt het Engelse hogedrukgebied zich weer ui en later in de week ontstaat er een uitloper tot over Centraal Europa. Dat zorgt dan voor droog en rustig weer in de stroomgebieden. Ook dit maal duurt de periode van hogedruk niet zo lang, want een nieuwe lagedrukgebied lijkt al weer in de maak. 

Anders dan zijn voorganger nadert deze weer 'gewoon' van over de Atlantische Oceaan. Na het komend weekend zou dit lagedrukgebied het continent op moeten gaan trekken, waarschijnlijk net ten zuiden van Nederland. Het is nog onzeker of dat uit gaat komen, want het is nog ver weg in de tijd. Het is echter wel een weersituatie om in de gaten te houden want het is wederom een lagedrukgebied dat zich traag verplaatst en zoals zo vaak deze zomer, brengen die vaak erg veel neerslag. Volgende week weten we vast meer over dit nieuwe lagedrukgebied 

Rijn eerst vrijwel stabiel, later deze week langzaam dalend

De Rijn is de afgelopen week langzaam gedaald. In eerste instantie daalden bijna alle grote zijrivieren en dat zorgde bij Lobith voor een daling van zo'n 5 cm per dag. Door regenval sinds donderdag in de noordelijke deelstroomgebieden (oa. Ruhr en Sieg) is de daling nu nog wat verder vertraagd. Inmiddels is de stand bij Lobith gedaald tot net boven de 9 m en de afvoer tot 2000 m3/s. Dat is iets meer dan het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. 

De regen die de komende dagen nog verwacht wordt, zal maar weinig invloed hebben de op waterstand bij Lobith. Enkele zijrivieren, zoals bv de Main, zullen wat stijgen, maar de meeste dalen licht of zijn stabiel. Al met al zorgt dat er voor dat de eerste dagen de waterstand bij Lobith vrijwel stabiel zal zijn, of licht daalt. Aan het eind van de week verwacht ik dan een waterstand van ca 8,9 m en een afvoer van ca 1900 m3/s. 

Vanaf het weekend gaat de waterstand dan waarschijnlijk wel wat sneller dalen om in het midden van de week na het volgend weekend (rond 8/9) richting de 8,5 m te gaan. De afvoer bedraagt dan ca 1600 m3/s. Mocht er inderdaad een nieuwe natte periode aanbreken na het komend weekend, zoals de verwachting nu voorspiegeld, dan zal rond die tijd de waterstand waarschijnlijk ook weer gaan stijgen. Dat zou betekenen dat een langere daling naar lage standen en afvoeren lijkt er dit najaar niet inzit. Maar eerst moeten we nog afwachten of die natte periode er inderdaad aankomt.

Maasafvoer daalt licht

Het stroomgebied van de Maas ontving de afgelopen week in eerste instantie maar weinig neerslag. Het Britse hogedrukgebied zorgde er voor droog weer en het ligt ver af van het Poolse lagedrukgebied dat later in de week het weer in een groot deel van Europa ging bepalen. De regenzones daarvan kunnen de Ardennen maar net bereiken. De afvoer is daarom de hele week langzaam gedaald en bedraagt bij Maastricht nu zo'n 125 m3/s.

Gisteren wist een regengebied nog net wel zo'n 1 tot 2 cm regen te brengen in het een klein deel van het stroomgebied: de dalen van de Vesdre en de Amblève. Dit zorgde daar voor een lichte stijging en dat water, zo'n 30 m3/s, bereikt nu Maastricht. Het valt echter weg in de dagelijkse schommelingen die in de Maas optreden als gevolg van het stuwbeheer in Wallonië.

Ook vandaag kan er nogmaals wat regen vallen en is opnieuw een lichte stijging mogelijk. De afvoer bij Maastricht kan dan, gemiddeld over de dag, stijgen tot rond de 150 m3/s. Na vandaag breekt een langere droge periode aan die tot en met het weekend lijkt te gaan duren. De afvoer zal daarom vanaf dinsdag weer langzaam gaan dalen naar ca 125 m3/s in de tweede helft van de week en nog wat lager in het volgend weekend.

De kans dat ook de 100 m3/s later onderschreden gaat worden, lijkt voorlopig niet zo groot, omdat er net na het volgens weekend waarschijnlijk weer een nattere periode aanbreekt.

 

 

Wegtrekkende regen, vanaf dinsdag aantal dagen droog; waterstanden stabiel

De afgelopen week verliep grotendeels droog in de stroomgebieden en dat leverde dalende waterstanden op. Vanaf gisteren, zondag, bracht een nieuw lagedrukgebied veel regen in vooral (Noord)-Nederland. De stroomgebieden ontvingen ook wat extra water, maar onvoldoende voor een sterkere stijging omdat het na vandaag weer enkele dagen droog blijft. Het wordt geen langdurig droge periode en een langere daling van de waterstanden is dan ook niet in zicht. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende week.

In de rubriek water inzicht een terugblik op de waterstanden die langs de Maas zijn opgetreden tijdens het recente hoogwater. Op veel plaatsen waren ze lager dan tijdens vorige hoogwaters in 1993 en 1995, maar op een aantal trajecten waren ze ook flink wat hoger.

Dit maal een wat uitgebreider bericht, met veel informatie over de hoogwatergolf in de Maas, dus daarom verschijnt het bericht een dagje later. 

water van de week

Lagedrukgebied trekt weg naar het oosten

In de nacht van zaterdag op zondag is een klein lagedrukgebied vanaf de Noordzee naar het noorden van Nederland getrokken en dat zorgde voor grote hoeveelheden neerslag. Lokaal in Friesland is meer dan 10 cm vallen. Dit is extreem veel voor Nederlandse begrippen, maar het is deze zomer al wel vaker gebeurd; in meerdere provincies en het deel van Friesland waar gisteren zoveel viel is eerder ook al eens geconfronteerd met zoveel water.

Het weertype lijkt veel op dat van midden juli, toen een vergelijkbaar lagedrukgebied boven Midden Duitsland lag en er ook urenlang intensieve regen viel; toen boven delen van de Ardennen en Eiffel. Het is opvallend hoe dit weertype deze zomer al een aantal malen is opgetreden.  Met steeds weer extreme regenval tot gevolg.

Het lagedrukgebied trok in de loop van zondag naar het oosten weg en de activiteit nam ook langzaam wat af, zodat er verder naar het oosten geen extreme regenval meer verwacht wordt. In de Ardennen is zondag nog wel ca 2 cm regen gevallen, wat de Maas een beetje kan laten stijgen; maar geen nieuwe hoogwatergolf. Ook in de oostelijke Alpen kan nog een paar cm regen vallen, maar dat is net voldoende om de daling van de Rijn later in de week wat te vertragen.

Ondertussen breidt een nieuw hogedrukgebied zich uit, vanaf de Britse Eilanden tot over onze omgeving en de stroomgebieden van Rijn en Maas komen daardoor in een noordoostelijke stroming die een aantal dagen droog weer brengt. Heel lang lijkt dit echter niet te gaan duren, want vanaf donderdag komt een nieuw lagedrukgebied dichterbij dat over Scandinavië naar het zuiden trekt.

De meeste regen hiervan wordt boven Oost Europa verwacht, maar het is niet uitgesloten dat de bijbehorende regenzones zich ook verder naar het westen uitstrekken en de stroomgebieden kunnen bereiken. De grootste kans hierop is dan op donderdag en vrijdag. De hoeveelheden regen zijn echter te klein voor een stijging van de waterstanden, maar misschien dat dit nog verandert, omdat de verwachting voor deze periode nog niet uitgekristalliseerd is. 

Daarna ziet het er nu naar uit dat het weer enkele droog wordt, maar ook dan is de kans groot dat er na een dag of 3 weer nieuwe regenzones, nu vanaf de Atlantische Oceaan, op de stroomgebieden afkomen. Een langere droge periode is voorlopig dus nog niet in het verschiet.

Rijn daalt deze week langzaam verder

Het meest droge weer van de afgelopen week heeft ervoor gezorgd dat de Rijn de hele week is gedaald. In de Alpen is er nog een dag met buien geweest, maar dat leverde slechts een beperkte stijging op, waarvan bij Lobith weinig te merken zal zijn. Ook de buien die vandaag, zondag, over Duitsland trekken hebben maar weinig invloed op de waterstanden en omdat het na vandaag een paar dagen droog wordt, zet de daling zich voorlopig voort.

De waterstand bedraagt nu ca 9,3 m +NAP (bij een afvoer van ca 2.150 m3/s) en de komende dagen gaat er dagelijks zo'n 10 cm vanaf. Op woensdag 24/8 verwacht ik dat de 9 m onderschreden wordt (afvoer ca 1.950 m3/s) en in het komend weekend zal de 8,75 m (afvoer 1800 m3/s) bereikt worden.

Op dit moment is de verwachting dat er ook in de rest van de week niet veel regen gaat vallen en de kans is daarom groot dat de daling ook na het volgend weekend nog doorzet. In de loop van die week (rond 1 of 2 september) kan dan ook de 8,5 m onderschreden worden bij een afvoer van ca 1.600 m3/s. Daarmee zou de Rijn dan voor het eerst deze zomer op een licht verlaagde afvoer uitkomen voor de tijd van het jaar. 

Maas kan morgen licht stijgen, daarna weer dalend

De Maas is de afgelopen week licht gedaald en aan het eind van de week bedroeg de gemiddelde afvoer bij Maastricht ongeveer 150 m3/s. Dat is nog steeds twee maal meer dan het normale zomergemiddelde. Vanwege de regenval van zondag en wat de komende 24 uur nog verwacht wordt kan de Maas weer wat extra water ontvangen en op maandag en dinsdag is dan weer een afvoer mogelijk van 200 tot 250 m3/s. 

Na maandag wordt het een aantal dagen droog en zal de afvoer weer langzaam dalen naar ca 150 m3/s aan het eind van de week. Het blijft nog afwachten wat er donderdag en vrijdag gebeurt. Er zou dan een regenzone tot over het stroomgebied kunnen reiken, waardoor de Maas weer wat extra water te verwerken krijgt. Maar ook dan gaat het hoogstens om een lichte stijging.

Na het wat nattere intermezzo wordt het vanaf het weekend weer enkele dagen droog en als de afvoer al weer wat gestegen is, dan kan hij dan weer gaan dalen. Omdat er steeds weer nieuwe regenzones verschijnen, is er voorlopig geen sprake van een langdurige daling naar lage afvoeren voor de tijd van het jaar. Misschien dat dat er deze zomer zelfs helemaal niet meer inzit, want doorgaans gaat de Maasafvoer vanaf medio september al weer langzaam stijgen.

Water Inzicht

Hoe hoog kwam het Maaswater deze zomer in vergelijking met 1993 en 1995

Het bijzondere hoogwater dat deze zomer in de Maas optrad is al weer meer dan een maand geleden, maar veel bewoners van het Maasdal zijn er nog dagelijks mee bezig. Nog nooit eerder kwam de Maasafvoer in de zomer zo hoog en de de hoeveelheid water was zelfs vergelijkbaar met  de extreme hoogwaters die in de vorige eeuw drie maal optraden. Behalve de hoogte van de afvoer was het vooral ook het feit dat het in de zomer optrad; dat waren we van de Maas niet gewend.

Ondanks dat de hoeveelheid water vergelijkbaar was, was het toch een heel ander type hoogwatergolf. In de figuur hieronder heb ik het verloop van de dagafvoer weergegeven van twee weken voor en na de hoogste stand. Het gaat in deze figuur om de daggemiddelden, dus daarom is de hoogste waarde wat lager dan van de uiteindelijke piek.

Bij de afgelopen hoogwatergolf valt op dat deze vanuit bijna niets naar zeer grote hoogte steeg. De andere golven bouwden zich langzaam op, met enkele tussenstapjes in de weken voorafgaand aan de piek, maar dit maal ging het in een dag van ca 100 naar bijna 3000 m3/s. Dit had behalve met de grote neerslagsommen te maken met de grote neerslagintensiteit (het aantal mm's dat per uur viel) wat ervoor zorgde dat veel water niet geborgen kon worden, maar tot afstroom kwam. 

In de winter is de neerslagintensiteit altijd veel lager en zijn er meer regenperioden nodig om de afvoer tot grote hoogte te laten stijgen. Het stroomgebied raakt dan gaandeweg steeds meer verzadigd en iedere nieuwe regenperiode doet er een schepje bovenop. Dit wordt dan nog versterkt doordat de pieken vanuit verschillende deelstroomgebieden steeds vaker gaan samenvallen als er meerdere regenzones passeren. 

Maar dit maal liep het dus heel anders. Er waren wel buien gevallen in de dagen voorafgaand aan de extreme afvoergolf, maar het stroomgebied was zeker niet geheel verzadigd, want er was ook veel verdamping vanwege de zomerse temperaturen. Daarbij was ook was er ook veel begroeiing en gewoonlijk is die in staat om veel water vast te houden. Maar dat was allemaal niet voldoende om de enorme hoeveelheid regen die in korte tijd viel het hoofd te bieden.

Alleen al het Ourthe-stroomgebied (bestaande uit Vesdre, Ambleve en Ourthe), waar de meeste neerslag viel, leverde ca 1500 m3/s, terwijl dat bij eerdere grote hoogwaters nooit hoger kwam dan ca 750 m3/s. In een volgend bericht zal ik nog wat verder ingaan op de bijdragen vanuit de verschillende deelstroomgebieden, want behalve voor de Ourthe waren die ook voor andere delen van het stroomgebied heel anders dan we gewend waren. 

Schermafbeelding 2021-08-23 om 07.53.18.png

Afvoerverloop bij Borgharen van de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021 in de weken rondom de piek
Afvoerverloop bij Borgharen van de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021 in de weken rondom de piek

Het bijzondere verloop van de hoogwatergolf van dit jaar had ook invloed op het verloop door het Nederlandse Maasdal. De hoeveelheid water die aangevoerd wordt, zorgt er namelijk voor dat de waterstand naar een bepaald niveau zal gaan stijgen, maar de uiteindelijke hoogte op een bepaalde plaats wordt ook bepaald door de hoeveelheid ruimte die de rivier onderweg heeft. Als er brede uiterwaarden zijn die vol kunnen stromen, dan zal de rivier onderweg ook water opzij zetten en daardoor neemt de hoeveelheid water naar benedenstrooms langzaam af. Hoe meer bergingsruimte de rivier onderweg heeft, hoe minder water er door stroomt naar benedenstrooms en hoe lager de waterstanden daar zullen uitvallen. 

Naast deze ruimte voor de rivier (berging genaamd) hebben we de laatste jaren de rivieren in Nederland ook op een andere manier meer ruimte gegeven door nevengeulen en bypasses te graven en uiterwaarden te verlagen. Deze extra ruimte werkt anders want het vergroot vooral de doorstroomcapaciteit en het levert geen extra bergingsruimte; het gaat namelijk om uiterwaarden die zonder die ingreep ook al zouden overstromen. Deze extra ruimte in de vrom van doorstroomcapaciteit zorgt er daarom voor dat op de plaats van de ingreep de waterstanden omlaag gaan, maar omdat de bergingsruimte niet is toegenomen, kan de rivier er tijdens de piek geen extra water bergen en is er geen effect op de waterstanden verder benedenstrooms.

Deze korte toelichting op het verloop van een hoogwatergolf is belangrijk om te kunnen begrijpen waarom tijdens het afgelopen hoogwater op een bepaalde plaats een bepaalde waterstand is opgetreden en waarom die al dan niet afwijkt van de waterstanden tijdens eerdere hoogwatergolven. 

Verklaring voor de verschillende waterstanden tijdens de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021

In de figuren hieronder heb ik voor de verschillende meetstations langs de Maas vanaf Eijsden tot aan Keizersveer, waar de Maas het Benedenrivierengebied in stroomt, de waterstanden tijdens de hoogwaters van 1993, 1995 en 2021 met elkaar vergeleken. In de eerste grafiek zijn de hoogwaters van 1993 en 1995 met elkaar vergeleken. De golf van 1993 kwam met ca 10% meer water de grens over dan de golf van 1995, maar toch waren de waterstanden niet overal lager in '93 dan in '95.

In Eijsden en Maastricht nog wel, daar scheelde het zo'n 20 tot 30 cm, dat ze in 1995 lager waren. Maar naar benedenstrooms liepen de standen steeds verder op en vanaf Roermond waren ze in 1995 al hoger en vanaf Sambeek waren ze lokaal zelfs 20 tot 25 cm hoger. Dit effect is goed te verklaren aan de hand van de beschikbare bergingsruimte wat ik hierboven heb toegelicht. In 1993 ging het om een korte, snelle piek, die in één dag van ca 1.000 naar ca 3.000 m3/s steeg. De uiterwaarden waren bij 1.000 m3/s nog vrijwel nergens overstroomd en er was dus nog veel bergingsruimte beschikbaar waar de Maas onderweg water kon parkeren.

De golf zakte daardoor wat in en kwam lager beneden aan. In 1995 was er voorafgaand aan de piek al enkele dagen sprake van een zeer hoge afvoer en de bergingsruimte was daarmee al grotendeels opgevuld toen de uiteindelijke piek passeerde. In 1995 zakte de piek dus niet in en kwam daardoor uiteindelijk veel hoger benedenstrooms aan dan in 1993. 

1995 tov 1993.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 1995 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 1995 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas

De hoogwatergolf van 2021 leek wat het verloop betreft nog het meest op die van 1993. Hij was zelfs nog sneller opgekomen, dus we konden verwachten dat er ook nu veel bergingsruimte beschikbaar zou zijn en dat de golf onderweg zou inzakken. Uiteindelijk was dat ook het geval en als we de figuren hierna bekijken, dan zien we dat de waterstanden benedenstrooms dit jaar flink wat lager waren dan in in 1993 en in 1995.

Maar het verloop is anders dan in de vergelijking van 1993 en 1995, want er zijn ook flinke uitschieters naar boven en ook opvallende verspringingen van hoger naar lager. Deze uitschieters zijn goed te verklaren aan de hand van de ingrepen die de afgelopen 25 jaar, sinds de hoogwaters van '93 en '95 in het Maasdal zijn uitgevoerd. Daarbij gaat het enerzijds om projecten waar de doorstroomcapaciteit is vergroot, wat tot een waterstandsdaling zal leiden, maar er zijn ook veel dijken aangelegd en die zorgen juist voor een afname van de doorstroomcapaciteit en daarmee dus voor hogere waterstanden. 

2021 tov 1993.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas

2021 tov 1995.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1995 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1995 bij diverse meetpunten langs de Maas

Als we de Maas vanaf Eijsden volgen dan komen we de volgende opvallende veranderingen tegen t.o.v. 1993 en 1995:

  • Tussen Eijsden en Maastricht is de waterstand flink wat hoger in 2021 terwijl de hoeveelheid water met 1993 vergelijkbaar was. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de dijken die in Maastricht zijn aangelegd na 1993, zodat de rivier daar minder ruimte heeft dan voorheen en het water verder opstuwde.
  • Nabij Borgharen en Itteren is de waterstand nu flink wat lager. Hier is de bedding van de rivier in het kader van het Grensmaasproject sterk verruimd en dat zorgt voor een sterke verlaging.
  • Verder stroomafwaarts bij Elsloo is de waterstand ineens weer een flink stuk hoger uitgevallen. Deze plaats ligt ook langs de Grensmaas en er is hier stroomafwaarts bij Meers ook een flinke rivierverruiming uitgevoerd, maar er zijn in vergelijking met 1993 en 1995 ook veel dijken aangelegd die het Maasdal sterk hebben ingesnoerd en de effecten van de kade-aanleg zijn blijkbaar flink wat groter dan van de verruiming.
  • In de rest van de Grensmaas zijn de waterstanden wel weer lager, zoals het meetpunt Grevenbicht laat zien, waar de rivier weer sterk verruimd is en de doorstroomcapaciteit vergroot.
  • Nabij Maaseik was maar weinig ruimte beschikbaar voor een rivierverruiming en bleef de ingreep van het Grensmaasproject beperkt. Wel zijn hier veel dijken aangelegd die een groot deel van het oorspronkelijke Maasdal hebben afgeschermd voor het water. Het effect van de dijkaanleg is duidlijk merkbaar aan de veel hogere waterstanden bij Maaseik en, in mindere mate, bij Stevensweert.
  • Bij Heel aangekomen is de waterstand dit jaar net iets lager uitgevallen dan in 1993 en bij Linne was het zelfs bijna 20 cm. Dit laat zien dat de golf als geheel onderweg in de Grensmaas niet veel verder is opgelopen. De ruimte die de rivier is afgenomen door de dijkaanleg heeft er niet toe geleid dat de bergende werking van het systeem veel slechter is geworden. De dijken hebben blijkbaar vooral lokaal langs de Grensmaas voor opstuwingen geleid.  
  • Na Heel stroomt de Maas het Maasplassengebied in en hier heeft de rivier vanouds erg veel bergingsruimte beschikbaar. De Maas heeft daar ook dit maal goed gebruik van gemaakt, maar toch is daar in het verloop tot bij Neer, aan het eind van het Plassengebied, niet zoveel van te merken, want de waterstanden blijven nu bijna even hoog als in 1993. De oorzaak hiervoor is de aanvoer vanuit de Roer. Deze grote zijbeek van de Maas voerde dit maal een extreme hoeveelheid water aan en het verlagende effect van de extra bergingsruimte is hierdoor grotendeels weer opgeheven.
  • Een deel van het Maasplassengebied is in het kader van het project Maaswerken ingericht als retentiegebied. Het gaat om het meest westelijke deel, tussen het Lateraalkanaal en de hogere gronden waar Heel, Beegden en Horn op liggen. De kanaaldijk, die de uiterwaarden hier al deels voor het Maaswater afschermde is verder opgehoogd, zodat het gebied niet meer iedere winter kan overstromen. In de dijk is echter een lager deel uitgespaard (een overlaat) dat vanaf een hoge waterstand wel gaat overstromen. Het gebied vult zich dus alleen bij zeer hoog afvoeren en fungeert dan als bergingsgebied waar de rivier water kan parkeren. Het retentiegebied dat hier is ingericht bestaat uit een zuidelijk deel dat vanaf Heel instroomt en er zo voor zorgt dat er minder water bij Roermond langs komt. De drempel bij Heel is bij dit hoogwater net gaan overstromen, precies toen de piek passeerde. Deze extra ruimte kwam dus op het juiste moment en daardoor zal de waterstand bij Roermond ook wat lager zijn uitgevallen. Het noordelijke deel van het retentiegebied stroomt bij Horn in en is dit maal ook ingestroomd.  Hiermee is een deel van het water afgevangen dat onderweg was naar Venlo en verder benedenstrooms. Het effect hiervan op de waterstanden zal echter niet zo groot zijn, omdat deze uiterwaard vroeger sowieso al overstroomde en de extra bergingsruimte tijdens dit hoogwater dus beperkt zal zijn geweest.
  • Verder stroomafwaarts in de richting van Venlo is de waterstand in 2021 wel een flink stuk lager dan in 1993 en 1995. Dit wordt veroorzaakt door verschillende maatregelen die stroomafwaarts van Venlo na de vorige hoogwaters zijn uitgevoerd. Zo is de rivierbodem enkele meters verdiept, zijn er nevengeulen aangelegd en is de oude Maasarm tussen Ooijen, Blitterswijck en Wanssum weer geopend. Deze combinatie zorgt voor een forse waterstandsdaling die in Venlo opliep tot ca 50 cm. 
  • Na de vele ruimte die er stroomafwaarts van Venlo aan de rivier is gegeven, met grote waterstandsdalingen tot gevolg, zien we bij Well ineens weer een opstuwing. Zeer waarschijnlijk heeft dit te maken met de dijken die in dit deel van het Maasdal zijn aangelegd en die vooral nabij Well de doorstroomcapaciteit sterk hebben verkleind.
  • Verder stroomafwaarts is er al snel weer sprake van een waterstandsdaling. Ter hoogte van Mook is de rivier na 1995 uitgediept en dit zorgt voor meer doorstroomcapaciteit. De waterstanden waren bij Mook daarom meer dan een meter lager dan bij de eerdere hoogwaters. Dit zal trouwens niet alleen een effect zijn van de lagere bodem, want in dit traject heeft de Maas ook nog veel bergingsruimte beschikbaar, zodat de waterstand gaandeweg ook daardoor kon inzakken.
  • Die extra bergingsruimte werkt ook sterk door in de Maas tussen Grave en Lith. Er was hier dit jaar nog volop ruimte beschikbaar in de uiterwaarden en de Maas kon veel water in de uiterwaarden parkeren. Ook zijn er hier sinds 1995 een aantal nevengeulen aangelegd die ook voor een waterstandsdaling hebben gezorgd. Al met al pakte de waterstand in dit benedenstroomse deel van de Maas daarom zo'n 50 tot 60 cm lager uit dan in 1993. Heel anders dan in 1995 toen de waterstanden in dit traject juist het hoogst opgeliepen omdat er toen nauwelijks bergingsruimte beschikbaar was omdat dat door het water eerder in de golf al was ingenomen.
  • In het allelaatste traject tenslotte neemt de waterstandsdaling in absolute zin weer wat af. Relatief is de daling hier echter ongeveer net zo groot als iets hogerop, omdat de waterstandsfluctuaties bij hoogwater hier sowieso altijd kleiner zijn.

Samengevat blijkt dat de ingrepen die na de vorige hoogwaters in en langs de Maas zijn uitgevoerd flink wat effecten hebben gehad. Op plaatsen waar de doorstroomcapaciteit is vergroot en de bergingsruimte is behouden, daalden de standen het meest. Waar de bergingsruimte minder was geworden door de aanleg van dijken zien we juist een tegenovergesteld effect en waren de waterstanden vaak hoger. Het laat zien dat het bedijken van een rivier zoals de Maas, ook niet zonder risico's is. Het verloop van deze hoogwatergolf kan ons daarom nog veel leren over hoe we met het riviersysteem om moeten gaan.

Nu we steeds beter begrijpen wat er gebeurd is, is verder onderzoek nodig wat de mogelijkheden zijn hoe hier me om tegaan en laten we daarbij ook de gebieden niet vergeten waar deze vloedgolf is ontstaan. Want net als in de winter blijkt dat ook in de zomer de Middengebergten zoals Ardennen en Eiffel het belangrijkste herkomstgebied van hoogwatergolven zijn en water dat we bovenstrooms in deze gebieden al kunnen vasthouden zorgt voor minder overlast voor alle bewoners die langs de rivier wonen. 

 

Abonneren op