U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Na een niet zo lange droge periode wordt het toch weer nat. Waterstanden eerst dalend, daarna licht stijgend, of stabiel

Per abuis was het bericht zondagavond niet verzonden; daarom nu het bericht van zondag op maandag

Voor veel mensen zal het een verademing zijn geweest dat het eindelijk eens een week (bijna) droog bleef. Alleen in Noord-Nederland viel zo nu en dan regen, maar daar was het in mei niet zo nat geweest. Morgen al komt er een einde aan het droge weer en kan er zelfs veel regen vallen en een paar droge dagen later breekt vanaf vrijdag zeer waarschijnlijk weer een langere natte periode aan. In de stroomgebieden wordt het aan het eind van de week ook weer regenachtig, met daarna mogelijk weer stijgende standen. Nieuwe hoogwatergolven zijn (nog) niet in beeld.

De rubriek Water Inzicht slaat een weekje over. 

water van de week

Maandag nat in de Alpen en in Nederland, vanaf vrijdag overal weer regenachtig

Afgelopen week lag het westen van Europa onder de invloed van een groot hogedrukgebied ten westen van Ierland. Het had een uitloper in oostelijke richting die tot over de stroomgebieden lag en voor rustig weer zorgde. Ten noorden van de rug kwam de wind uit het (noord)westen, ten zuiden ervan uit het zuidwesten. Langs de noordkant van de rug trokken nog wel enkele zwakke storingen over, maar die brachten niet meer dan enkele millimeters regen.

Ook in de Alpenregio werd het minder nat na de uitzonderlijke hoeveelheden regen vanaf eind mei t/m 3 juni. Lang duurde dat niet want vanaf 5 juni ontstonden er, in de zachte lucht, die aan de zuidzijde van de rug van hogedruk werd aangevoerd, alweer buien in de Alpen. Deze vielen vooral in het stroomgebied van de Donau, zodat de rivieren die de Rijn in Zwitserland voeden, weer wat konden gaan dalen.

De rug van hoge druk is de laatste dagen wat in kracht afgenomen en daardoor kan een lagedrukgebied via de Noordzee in de richting van Nederland trekken. Het brengt maandag in ons land veel regen. Lokaal kan zelfs 30 mm vallen; een hoeveelheid die doorgaans niet vaker dan twee of drie keer per jaar valt op een bepaalde plaats. Het wegtrekken van de rug van hoge druk zorgt vandaag en morgen ook voor een forse opleving van de buien in de Alpen.

Gisteren waren daar al voorbeelden van te zien toen in enkele dalen in het oosten van Oostenrijk in 3 uur tijd een onwaarschijnlijk grote hoeveelheid van 100 mm regen viel. De intensiteit liep gedurende korte tijd op tot 150 mm uur, wat een grote flush flood opleverde via het dal waar de kleine beekjes in samen komen. Bij zo veel regen in korte tijd kan al het water namelijk zo snel niet in de bodem wegzakken en gaat het oppervlakkig afstromen.

Verhard oppervlak (woningen, bedrijven en wegen) levert vaak de grootste bijdrage, maar bij zo'n zware regenval loopt het water ook vanaf de graslanden naar beneden. Ook vandaag en morgen vallen er nog tal van buien en kan er opnieuw lokaal veel regen vallen.

Ook het stroomgebied van de Rijn krijgt er vanaf vandaag mee te maken en de Rijn zal daardoor in Zwitserland weer extra water ontvangen. De regen zorgt daar ook voor extra snel smelten van het sneeuwdek zodat er ook veel smeltwater vrij komt. Dit water wordt echter grotendeels opgeslagen in de grote Zwitserse meren. De Bodensee, die al zeer hoog staat (zie grafiek), gaat nog wat verder stijgen en bereikt waarschijnlijk een stand die maar eens in de 10 jaar wordt bereikt.

De blauwe lijn is het peilverloop van dit jaar; deze staat veel hoger dan het langjarig gemiddelde (de groene lijn) en nader de hoogste stand sinds 1981 (rode lijn). Of we die bereiken hangt af van de regenval en de hoeveelheid smeltwater die de komende twee weken vanuit de Alpen naar de Bodensee stroomt. 

Scherm­afbeelding 2024-06-09 om 16.37.32.png

Waterstand Bodensee (blauwe lijn) bereikt niveau dat maar eens in de ca 10 jaar wordt bereikt.
Waterstand Bodensee (blauwe lijn) bereikt niveau dat maar eens in de ca 10 jaar wordt bereikt.

Vanaf dinsdag herstelt zich de rug van hoge druk op ongeveer dezelfde plaats als vorige week en daarmee keert ook het weerpatroon weer terug met koele winden in onze omgeving en warmere lucht boven Midden-Europa. Deze situatie houdt niet lang stand, want aan het eind van de week nadert vanaf het noorden van de Atlantische Oceaan een lagedrukgebied, dat in de richting van het Verenigd Koninkrijk trekt. Het grote hogedrukgebied op de Oceaan trekt zich dan terug in zuidelijke richting en ook de rug van hoge ruk raakt in verval.

Boven heel West-Europa draait vanaf vrijdag de wind naar het zuidwesten en daardoor kan de vochtige, vrij warme lucht zich over heel de stroomgebieden uitbreiden. Vooral komende zaterdag kan een natte dag worden en ook de dagen daarna blijft er kans op buien.

Of het weer zo’n natte periode wordt als we eerder in april en mei beleefden is nog onduidelijk, maar de eerste verwachtingen zijn wel dat er in de week vanaf 15 juni lokaal weer 50 mm of meer kan vallen. Als dat uitkomt zullen ook de rivieren enkele dagen daarna weer gaan stijgen.

Rijn daalt de hele week tot ca 11 m in het volgend weekend

Afgelopen donderdag bereikte de Rijn een voor de tijd van het jaar zeer hoge stand van 12,85 m +NAP. Dat is ca 4 m hoger dan gewoonlijk begin juni. Uniek is het niet, want in juni en zelfs ook nog in juli zijn er al wel vaker hoogwatergolfjes geweest, waaronder zelfs een aantal die de 14 m (NAP) bereikten. Een heel groot deel van het water (ca 75%) was afkomstig uit Zwitserland en Zuid Duitsland.

Het bijzondere aan de laatste golf was dat hij onderweg naar het noorden sterk inzakte. Als een golf lang onderweg is, dan kan ondertussen veel water in de uiterwaarden worden weggezet. Zo startte de golf in de Boven-Rijn bij Bazel met een afvoer van 3.700 m3/s en kwam er onderweg een minstens zo grote hoeveelheid water bij vanuit de vele zijrivieren. Zo voerde de Neckar 1800 m3/s aan en de Main ruim 750 m3/s.

Ondanks deze grote zijdelingse instroom kwam de golf bij Lobith aan met ca 5.400 m3/s, wat dus slechts een toename is van ca 1.700 m3/s. Onderweg is de piek in de Rijn dus bijna 2000 m3/ss ‘verloren’. Hoeveel water er uit de piek verdwijnt is vooraf moeilijk in te schatten en het maakt het voorspellen lastig van de uiteindelijke hoogte waarmee de golf bij Lobith aankomt.

Ik vergelijk een actuele hoogwatergolf daarom altijd met eerdere exemplaren die een vergelijkbaar afvoerpatroon hadden en maak aan de hand daarvan een schatting hoeveel water er onderweg uitvalt. Ik heb inmiddels een database van enkele honderden historische hoogwatergolven en er is er vaak wel een die op de actuele golf lijkt. De afgelopen golf was echter vrij uniek omdat hij heel hoog was begonnen en met name in het midden van Duitsland weinig aanvoer meer kreeg vanuit de zijbeken die daar in de Rijn uitmonden.

Het water dat wegvalt uit de piek, is niet echt weg. In feite is het water dat tijdelijk is geparkeerd buiten de hoofdstroom. Zodra het hoogste punt van de golf voorbij is, lopen de uiterwaarden weer leeg en komt het meeste water alsnog onze kant uit. De waterstanden dalen daardoor wat minder snel.

Sinds de golf vrijdagochtend met een peil van 12,85 m NAP is gepasseerd is de stand bij Lobith al weer ca 60 cm gezakt en de komende dagen zet die daling (nog wat sneller) door. In de loop van de donderdag of vrijdagochtend verwacht ik dat de stand weer onder de 11 m (NAP) zal zijn gezakt. De afvoer bedraagt dan nog ongeveer 3.500 m3/s; wat nog steeds ruim meer is dan het langjarig gemiddelde, dat ca 2.250 m3/s bedraagt.

Dat niveau zullen we voorlopig niet bereiken, want in het weekend gaat de stand weer iets omhoog. Het wordt veroorzaakt door opnieuw extra water dat vanuit Zwitserland onze kant op komt, waar het afkomstig is van de buien die vandaag en morgen vallen. Ik verwacht geen grote stijging: hoogstens zo’n 20 tot 30 cm hoger in het weekend.

De regen die aanstaande maandag in Nederland valt zal weinig invloed hebben op de Rijn omdat het bijna geheel binnen de landsgrenzen valt. Waarschijnlijk is het alleen in de IJssel te merken, die daardoor op dinsdag stroomafwaarts van Zutphen nog weer wat kan stijgen. De golf uit de Rijn is daar pas net voorbij, dus mogelijk wordt het peil er zelfs nog iets hoger dan tijdens het afgelopen weekend.

Vanaf vrijdag en vooral zaterdag kan er opnieuw flink wat regen gaan vallen in het stroomgebied en als dat uitkomt kan de Rijn vanaf het begin van de week na volgend weekend nog wat langer boven de 11 m blijven schommelen, of zelfs nog wat stijgen. Een nieuwe hoogwatergolf is nog niet in zicht, maar met een groot lagedrukgebied boven de Britse Eilanden is ook niet uit te sluiten dat er nogmaals veel regen gaat vallen. Iets om in de gaten te houden de komende tijd.

Maas daalt eerst naar ca 150 m3/s; eind van de week mogelijk weer wat stijgend.

De zware regenval rond de maandwissel in Midden-Duitsland viel geheel buiten het stroomgebied van de Maas en ook de afgelopen week verliep er zo goed als droog. De afvoer bij Maastricht is inmiddels gedaald tot iets onder de 250 m3/s, maar dat is nog steeds ruim boven het langjarig gemiddelde dat in deze tijd van het jaar ca 125 m3/s bedraagt.

De komende dagen daalt de afvoer langzaam verder, maar het langjarig gemiddelde zullen we voorlopig nog niet bereiken. Vanaf vrijdag kan er weer regen gaan vallen in de Ardennen en tegen die tijd zal de afvoer zich nog steeds boven de 150 m3/s bevinden. Zaterdag zou een natte dag kunnen worden, waardoor de afvoer weer wat omhooggaat, maar dit is nog onzeker.

Ook de dagen daarna blijft het nat vanwege het lagedrukgebied boven de Britse Eilanden. De kans is groot dat er na het volgend weekend op enkele dagen voldoende regen valt om de afvoer weer wat te laten stijgen. Grote neerslaghoeveelheden zijn voorlopig echter niet in zicht.

Zomerhoogwater in de Rijn, Maasafvoer dalend

In de Rijn is een kleine hoogwatergolf onderweg die in de tweede helft van de week de stand bij Lobith tot boven de 13 m laat stijgen. De lagere delen van de uiterwaarden zullen dan overstromen. Het regengebied dat het hoogwater veroorzaakte is inmiddels weggetrokken en er volgt nu een wat drogere week zodat op langere termijn de waterstanden weer zullen gaan dalen. Ook de Maas daalt de hele week als gevolg van het drogere weer. In het water bericht leest u dit details.

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de uitzonderlijk natte periode die we in Nederland beleven sinds vorig jaar oktober met op veel plaatsen 10 tot 15% meer neerslag dan ooit eerder opgemeten sinds het begin van de metingen. 

Water van de week

Het was een zeer natte week, maar de volgende wordt veel droger

Het kleine lagedrukgebied dat verantwoordelijk is geweest voor de uitzonderlijke hoeveelheid neerslag in Centraal-Europa van de afgelopen dagen is inmiddels via Tsjechië naar Polen getrokken en zal binnenkort oplossen. Het zorgt vandaag met een noordoostelijke stroming nog voor de aanvoer van warme en vochtige lucht uit Oost-Europa en daarin kunnen in de middag in  Zuid Duitsland weer pittige buien ontstaan.  Ook morgen kan er lokaal nog regen vallen. Het levert nog wat extra water op voor de Rijn, maar de hoeveelheden zijn niet meer zo groot zijn dat de waterstanden in de getroffen gebieden opnieuw gaan stijgen. Het stroomgebied van de Maas blijft buiten de invloed van deze buien.

Ten westen van ons is op de Atlantische Oceaan ondertussen een flink groot hogedrukgebied verschenen dat zijn invloed naar het oosten uitbreidt met een uitloper tot over West-Europa. Het zorgt voor een noordwestelijke stroming in onze omgeving, die zich vanaf dinsdag ook over Centraal-Europa uitbreidt. Er trekken wat zwakke fronten in mee, maar met een hogedrukgebied in de nabijheid blijven de neerslaghoeveelheden altijd zeer beperkt.

Later in de week trekt het hogedrukgebied zich wat terug op de Oceaan en dan verandert het weerpatroon opnieuw en kunnen nieuwe lagedrukgebieden het continent optrekken. Het is nog niet duidelijk of we dan in de koele lucht blijven, of dat warmere lucht vanuit het zuiden tot de stroomgebieden door kan dringen. De kans op neerslag in de vorm van buien neemt dan ook weer toe met mogelijk weer veel regen, vooral als de warme lucht de stroomgebieden kan bereiken.

Rijn gaat komende dagen sterk stijgen naar een stand van circa 13,25 m NAP op 7 juni.  

De Rijn is eigenlijk nog bezig met de daling van het eerdere hoogwatergolfje dat op 22 mei met een afvoer van iets boven de 5000 m³ per seconde passeerde en ondertussen is alweer een nieuwe golf onderweg.  Deze zal nog wat hoger worden dan de vorige golf. Als ik goed geteld heb is dit de zevende keer sinds eind vorig jaar dat de afvoer tot boven de 5000 m³/s stijgt, wat overeenkomt met een waterstand van 12,5 m bij Lobith.

Hoogwater golven in de Rijn in deze tijd van het jaar zijn niet heel uitzonderlijk en sinds het begin van de metingen in 1900 zijn het er een stuk of 10 geweest. Een keer gebeurde het dat het er ook twee kort na elkaar waren. Buiten het uitzonderlijke hoogwater van 2021 (van de ramp in het Ahrdal in Duitsland), was het in 2013 dat er de vorige keer een ongeveer vergelijkbare hoogwatergolf optrad in deze tijd van het jaar.

Het bijzondere aan de situatie nu is dat de weersitautie heel veel lijkt op die van 2013. Ook toen viel er uitzonderlijk veel regen in het grensgebied van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk en de hoogwatergolf die toen in de Bovenrijn ontstond, was zelfs nog iets hoger was dan de huidige golf. Het kaartje hieronder laat de neerslaghoeveelheden zien van de beide situaties. Zowel toen als nu werd dit veroorzaakt door een klein lagedrukgebiedje dat dagenlang neerslag opwekte in dit gebied.

Scherm­afbeelding 2024-06-02 om 17.11.10.png

Neerslaghoeveelheden in Duitsland gedurende 72 uur in juni 2013 en  dit jaar. Beide situaties lijken erg veel op elkaar en zo ook de hoogwatergolven die het oplevert.
Neerslaghoeveelheden in Duitsland gedurende 72 uur in juni 2013 en dit jaar. Beide situaties lijken erg veel op elkaar en zo ook de hoogwatergolven die het oplevert.

De afvoeren in het gebied waar de meeste neerslag viel waren in 2013 vergelijkbaar met die van de afgelopen dagen en ook toen zullen er flinke overstromingen zijn geweest, met name in de kleinere beken die in dit stroomgebied ontspringen. Er zijn wel wat verschillen; zo kwam er in 2013 meer water vanuit de Alpen. Afgelopen week was het temperatuur relatief laag zodat er boven de 2000 m sneeuw viel en het sneeuwdek daar zelfs nog wat aangroeide. Ondanks dat er dit jaar veel sneeuw ligt heeft smeltwater dus niet bijgedragen aan deze golf. Dat is opvallend want meestal zorgt regen in deze tijd van het jaar juist voor het extra snel smelten van sneeuw; maar dat houden we dus nog te goed.

Kenmerkend voor de weersituatie van de afgelopen dagen was het vrij grote gebied waar heel veel neerslag viel. De neerslagkaart van het grensgebied van de 3 landen (zie hieronder) laat zien dat er een groot gebied was, waar meer dan 100 mm viel. Als we wat verder inzoomen in het gebied binnen het zwarte vierkant dan blijkt dat er ook een klein gebied is geweest waar nog veel meer regen is gevallen met lokaal zelfs bijna 300 mm (zie de tweede kaart).

Neerslagkaart omgeving Bodensee.jpg

Neerslagkaart van het grensgebied van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk waar zeer veel regen viel. DE witte lijn is de grens tussen het stroomgebied van de Donau (rechts) en de Rijn (links)
Neerslagkaart van het grensgebied van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk waar zeer veel regen viel. DE witte lijn is de grens tussen het stroomgebied van de Donau (rechts) en de Rijn (links)

Neerslagkaart omgeving detail Bodensee.jpg

Detail uit de bovenstaande kaart; daar aangegeven met een zwart vierkant.
Detail uit de bovenstaande kaart; daar aangegeven met een zwart vierkant.

300 mm is uitzonderlijk veel voor centraal Europa en het zal niet verbazen dat juist in dit gebied de grootste overstromingen plaatsvinden. De situatie lijkt ook veel op die van juli 2021 toen ook in een groot gebied zo'n 100 tot 150 mm viel met daarbinnen een kleiner gebied waar in die situatie meer dan 200 mm viel. Dat was waar de Ahr, Ruhr en Vesdre ontspringen, die toen een zeer hoge afvoer bereikten.

De grote hoeveelheden neerslag vielen precies rond de grens van de stroomgebieden van Donau en Rijn. Bij de Donau stroomt dit water direct af en het levert een grote hoogwatergolf op in de hoofdrivier. Daar kunnen de komende dagen ook spannende situaties ontstaan als het water er hoog tegen de dijken aan komt te staan. Uiteindelijk beweegt deze golf in enkele weken naar de Zwarte Zee beweegt. In de Rijn verloopt het anders, wat veel van het water uit het gebied met de vele neerslag komt eerst in de Bodensee terecht. Die buffert ca 90% van het inkomende water en dat water komt de komende weken vertraagd tot afstroom. 

Toch ontstaat er ook in de Bovenrijn een hoogwatergolf want een aantal rivieren in Noord-Zwitserland is ook sterk gestegen en dat leverde voldoende water op voor een golf die daar maar eens in de ca 10 jaar optreedt. Deze golf bevindt zich nu ongeveer bij Mannheim en beweegt de volgende 4 tot 5 dagen in de richting van Nederland. We hebben goed vergelijkingsmateriaal aan de golf van 2013 die ongeveer net zo hoog was bij het verlaten van Zwitserland.

Stroomafwaarts had de Neckar toen een ongeveer even hoge afvoer, maar de Main, nog wat verderop, was toen iets hoger. Nog weer verder waren in 2013 de Moezel en een aantal kleinere zijbeken van de Rijn ook iets hoger dus al met al mogen we ervan uitgaan dat deze golf wat lager in Nederland aan zal komen dan zijn voorganger.

In 2013 steeg de afvoer bij Lobith tot iets boven de 6000 m³/s en de waterstand daarbij bedroeg 13,62 m NAP. Omdat het allemaal wat minder is, verwacht ik nu een afvoer van ongeveer 5700 m³/s en een waterstand van circa 13,2 m NAP. De hoogste stand passeert op vrijdag 7 juni.

Op dit moment bedraagt de afvoer nog ongeveer 3500 m³/s en is de waterstand iets boven de 11 m NAP. Morgen verandert daar nog weinig aan, maar In de loop van de dinsdag arriveert het eerste water van de golf en begint de stijging. Op woensdag zal dan in de loop van de dag de 12 m worden overschreden en donderdag aan het eind van de dag de 13 m. Op vrijdag zal de hoogste stand bereikt waarna ook de daling zich weer in zal zetten.

Regen van betekenis wordt op z'n vroegst pas rond het volgend weekend verwacht in het stroomgebied en voordat dat water bij ons aankomt is het al weer een paar dagen later. Dat betekent dat waterstand vanaf vrijdag wel ongeveer een week kan gaan dalen tot deze rond 13 juni weer bij ca. 11 m zal zijn uitgekomen.

Mocht het meevallen met een neerslag dan zet de daling daarna waarschijnlijk verder door maar zoals we dit voorjaar al zo vaak hebben gezien duren de droge perioden tot nu toe nooit erg lang en het zou zomaar kunnen dat later in juni nog weer een keer een stijging volgt. Er is in ieder geval nog veel smeltwater aanwezig boven de 2000 m in de Alpen wat daar dan ook nog een bijdrage aan kan leveren.

Maas voorlopig nog hoog voor de tijd van het jaar, maar daalt wel de hele komende week.

In de Ardennen viel op woensdag en donderdag veel regen, wat vrij plotseling een hoogwatergolfje opleverde. De afvoer bij Maastricht steeg even tot boven de 900 m³/s. In de winter is dat niet ongebruikelijk maar in deze tijd van het jaar is dat toch wel een zeldzaamheid. Als we in de meetreeks op zoek gaan dan is het maar een paar keer gebeurd dat er zo rond mei-juni nog een afvoer was van tegen de 1000 m³/s; een zeldzaamheid dus.

Een paar jaar geleden zouden we nog zeggen dat hoogwaters in de Maas in deze tijd van het jaar nooit voorkomen maar 2021 heeft geleerd dat we dat idee moeten loslaten. En zoals we nu zien wat er in Zuid Duitsland is gebeurd, waar ongeveer 10 jaar na een eerdere event zich nu op vrijwel dezelfde plaats weer zo'n zware neerslagsituatie voordoet, dan is het niet onwaarschijnlijk dat ook de Maas hier vroeg of laat weer een keer mee te maken krijgt.

In Zuid-Duitsland werd vrij warme lucht door het lagedrukgebied aangezogen vanuit de Middellandse Zee wat mede de zeer grote regenhoeveelheden veroorzaakte, en mocht dit lagedrukgebied bij de Maas hebben gelegen dan zou die situatie anders zijn geweest. Maar dergelijke lagedrukgebiedjes zijn er veel vaker en als het dan wat later in de zomer is als het continent verder is er opgewarmd en bijvoorbeeld ook de Oostzee een stuk warmer is, dan is het goed mogelijk dat ook de Ardennen weer een keer getroffen worden.

Ook dan zal de situatie anders zijn dan in 2021 maar ik schat de kans op een grote zomerse hoogwatergolf voor de Maas in de komende jaren vrij hoog in als ik zie hoe vaak dergelijke lagedrukgebieden ontstaan en hoe makkelijk ze veel regen met zich meebrengen.

Voor nu is dit lagedrukgebied naar het oosten weggetrokken en het zal op het stroomgebied van de Maas geen invloed meer hebben. Verder hebben we in de komende week te maken met een heel ander weertype waarbij koelere lucht vanuit het noordwesten wordt aangevoerd met nauwelijks neerslag. De Maas zal daardoor de hele komende week dalen. Op woensdag verwacht ik dat de 500 m³/s weer wordt onderschreden en aan het eind van het week 400, waarna rond of na het weekend de 300 m³/s wordt gepasseerd.

Op dit moment is nog niet zo duidelijk wat er In de loop van de week na het volgend weekend gaat gebeuren. De kans is het grootst dat het wat koeler blijft met geen grote neerslaghoeveelheden maar er zijn ook verwachtingen dat zich eenzelfde weertype kan ontwikkelen, als waar we de afgelopen weken mee te maken hebben gehad, met van die de beruchte kleine lagedrukgebiedjes boven centraal Europa. Het is goed om dat de komende weken in de gaten te blijven houden want voorlopig moeten we het niet hebben van de hogedrukgebieden die voor wekenlang droog en stabiel weer zorgen.

Water Inzicht

Al 8 maanden lang is het zeer nat in Nederland.

Het KNMI maakte afgelopen week bekend dat de lente dit jaar zeer nat is verlopen. Dat zal niemand die regelmatig buiten komt hebben verbaasd. Wat de situatie nog uitzonderlijker maakt is dat ook de voorafgaande winter en herfst veel natter verliepen dan in een gemiddeld jaar. Eigenlijk al sinds vorig jaar zomer is het vaak opvallend nat in Nederland. Alleen september vorig jaar en maart dit jaar verliepen ongeveer normaal, maar de andere 9 maanden waren vaak nat tot soms zelfs zeer nat.

De grafiek hieronder laat de hoeveelheden zien vanaf juli vorig jaar voor de hoofdstations van het KNMI; dat is het gemiddelde van enkele weerstations verdeeld over het land. Vooral oktober en november vorig jaar en mei dit jaar springen er bovenuit, waarbij mei extra opvalt omdat dit gewoonlijk een relatief droge maand is.

Neerslag hoofdstations.png

Neerslaghoeveelheden vanaf oktober 2023 op de hoofdstations van het KNMI (donkerblauw) vergeleken met het langjarig gemiddelde (lichtblauw).
Neerslaghoeveelheden vanaf oktober 2023 op de hoofdstations van het KNMI (donkerblauw) vergeleken met het langjarig gemiddelde (lichtblauw).

In de volgende figuur is voor het meetstation De Bilt weergegeven hoe de extra neerslag zich in de loop van de tijd heeft opgebouwd. Het lichtblauwe vlak is de hoeveelheid neerslag die normaal valt in deze periode, het donkerblauwe vlak de extra neerslag. In een natte periode wordt het donkerblauwe vlak snel groteren als het enige tijd droog is, vlakt het wat af.

Als we links in de figuur beginnen dan zien we dat in juli ongeveer de normale hoeveelheid neerslag viel, dat augustus nat begon waardoor het overschot begin op te lopen. Daarna volgde nog een wat drogere periode, waarna we vanaf begin oktober zien een opvallende versnelling zien in het natter worden.

De Bilt neerslaggrafiek vanaf 1:10.jpg

Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in De Bilt. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.
Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in De Bilt. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.

Met een afwisseling van zeer natte perioden en soms ook even wat droger weer, loopt het overschot in de maanden daarna op tot uiteindelijk 610 mm sinds juli vorig jaar. Hiervan is het grootste deel (580 mm) in de periode sinds oktober opgebouwd. Gewoonlijk valt er vanaf oktober 545 mm regen in de Bilt en dat betekent dat dus ruim de dubbele hoeveelheid neerslag is gevallen in deze periode.

In de volgende figuur is de situatie voor het KNMI-station bij Eindhoven weergegeven. In het zuidoosten van Nederland valt gemiddeld minder neerslag dan in het midden, maar daar was in de afgelopen natte maanden weinig van te merken. Juli vorig jaar verliep nog iets droger dan normaal, maar augustus was al wel erg nat, zodat al vrij snel een groot overschot werd opgebouwd. In september was het ook even wat droger en vanaf oktober zien we net als in het midden van het land een snelle opbouw van het overschot.

Eindhoven neerslaggrafiek vanaf 1:10.jpg

Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in Eindhoven. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.
Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in Eindhoven. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.

Uiteindelijk is er vanaf juli vorig jaar 655 mm meer neerslag gevallen dan de 690 mm die er gewoonlijk valt. In de 8 maanden sinds oktober is er in Eindhoven op de kop af 1000 mm neerslag gevallen, dat is 520 mm meer dan de 480 mm die gewoonlijk vanaf 1 oktober valt; ook hier dus ruim het dubbele van normaal. De laatste grafiek tenslotte is van Deelen op de Veluwe gewoonlijk een van de natste plekken van Nederland en ook de afgelopen natte periode was dat het geval.

Het beeld lijkt op dat van de andere twee plaatsen alleen zijn hoeveelheden hier nog iets groter. Zo viel hier vanaf vorig jaar oktober ruim 1100 mm neerslag wat precies het dubbele is van wat er normaal valt. Omdat een groot deel van deze neerslag is gevallen in de periode van het jaar dat er relatief weinig verdamping is, draagt dit bij aan een enorme aanvulling van het grondwaterreservoir onder de Veluwe.

Deelen neerslaggrafiek vanaf 1:10.jpg

Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in Deelen. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.
Opbouw van de neerslagsom vanaf oktober 2023 in Deelen. In lichtblauw wat er gemiddeld valt in deze periode, in donkerblauw wat er extra is gevallen.

Ook voor het grondwater in Brabant is deze lange natte periode goed nieuws. In de afgelopen jaren was dat sterk in volume afgenomen maar met deze enorme boost kan het er voorlopig weer even tegen. De natuur die afhankelijk is van het grond- en oppervlaktewater gedijt er dit jaar goed bij en veel beken, die in de droge zomers van de laatste jaren vaak droog lagen, stromen weer volop.

De vele neerslag is niet overal goed nieuws want er viel soms zoveel regen in korte tijd dat de infiltratiecapaciteit van de bodem te beperkt was op het water door te voeren naar het grondwater. Het water blijft dan lang op het land staan of in de bovenste laag van de bodem hangen; waardoor het land voor de akkerbouw vrijwel niet te bewerken is. Daarom zijn in deze natte gebieden sommige akkers nog steeds niet ingezaaid terwijl dat normaal vaak al een maand eerder zou zijn gebeurd.

Hoe bijzonder dit jaar is laat ook de volgende figuur zien waar ik over de periode vanaf 2010 van jaar tot jaar de opbouw van de neerslaghoeveelheden (de blauwe lijn) heb vergeleken met de gemiddelde opbouw gedurende het jaar (de oranje lijn). Ieder jaar lopen de beide lijnen op tot het hoogste punt op 31 december om daarna bij de aanvang van het volgende jaar weer onderaan te beginnen.

De blauwe lijn schommelt in de meeste jaren rond de oranje lijn: tijdens droge perioden zakt hij onder de oranje lijn en tijdens natte perioden stijgt hij erboven. In deze vergelijking vallen 2023 en het eerste deel van 2024 meteen op omdat ze ver uitstijgen boven de oranje lijn van het langjarig gemiddelde. Andere natte jaren waren 2016 en 2019, waar de blauwe lijn soms ook duidelijk boven de oranje lijn uitsteeg, maar 2023 en ook het eerste deel van 2024 is van een heel andere orde. 

Scherm­afbeelding 2024-06-02 om 11.17.14.png

Opbouw van de neerslagsom (blauwe lijn) van al de jaren sinds 2010 en de gemiddelde opbouw in een jaar (oranje lijn).
Opbouw van de neerslagsom (blauwe lijn) van al de jaren sinds 2010 en de gemiddelde opbouw in een jaar (oranje lijn).

Als we voor 2010 de neerslagstatistieken er op naslaan, dan zijn er in het verleden ook perioden geweest dat het langdurig nat was in Nederland. De meest in het oog springende perioden zijn de jaren 1965/66 en 1998/99. Ook toen was het maandenlang nat en viel er over een periode van 8 maanden tot wel 1000 mm neerslag. Maar dit jaar spant toch de kroon, met in De Bilt inmiddels 1100 mm neerslag sinds oktober vorig jaar en Deelen doet daar nog een schepje bovenop met ruim 1150 mm.

Opvallend is ook hier het zuiden van het land, want Eindhoven bereikte een totaalsom over de afgelopen 8 maanden van ruim 1000 mm regen terwijl dat tijdens eerdere langdurige natte perioden nooit meer was dan ongeveer 850 mm gedurende 8 maanden.

We beleven dus de meest natte periode sinds het begin van de metingen; met op veel plaatsen 10 tot 15% meer regen dan ooit eerder in de meetreeks. Het is trouwens nog niet gezegd dat deze periode nu ten einde is, want het is goed mogelijk dat de natte periode nog verder doorloopt in de komende maanden. Het is nu een weekje wat droger, maar het zou niet hoeven te verbazen als over enige tijd opnieuw (erg) nat gaat worden.

Hoogwaterbericht 31 mei

De komende dagen valt er zeer veel regen in het zuidelijke deel van het stroomgebied van de Rijn en dat levert een nieuwe hoogwatergolf op, waarvan de piek zoals het er nu naar uitziet op 7 juni bij Lobith aan komt. Zeer waarschijnlijk stijgt de rivier nog wat verder dan twee weken terug bij de vorige kleine hoogwatergolf. Een waterstand van boven de 13 m is dan mogelijk. In dit extra waterbericht leest u de details.

Weersituatie

Het is al langere tijd erg nat in de stroomgebieden van Rijn en Maas en de afvoer is veel hoger dan gewoonlijk in deze tijd van het jaar. De vele neerslag hangt samen met kleine lagedrukgebieden die heel traag over de stroomgebieden trekken. Rond deze lagedrukgebieden bewegen warme, vochtige luchtmassa's waar veel regen uit kan vallen; vooral op plaatsen waar de lucht tegen heuvels en bergen wordt opgestuwd.

Op dit moment ligt zo'n lagedrukgebied boven het zuiden van Duitsland en zorgt daar voor zeer veel regen. In het grensgebied van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk gaat de komende 2 tot 3 dagen zo'n 100 tot lokaal 150 mm regen vallen. Dat zijn hoeveelheden die lokaal voor flinke overstromingen kunnen zorgen, vooral in de kleinere deelstroomgebieden. 

De dooigrens in de Alpen is in de nabijheid van het lagedrukgebied juist weer iets omlaag gegaan. Het sneeuwdek dat vanaf 2000 m hoogte nog aanwezig is, smelt daarom nog niet, maar groeit zelfs nog wat aan. Er wordt hogerop in de Alpen rekening gehouden met ca 50 cm extra sneeuw. De hoge afvoeren worden dus vooral veroorzaakt door de regenval en de bijdrage van smeltwater is maar klein. Dat houden we dus nog te goed voor later. 

Rijn

Het water vanuit alle kleinere stroomgebiedjes in Zuid Duitsland en Zwitserland verzamelt zich de komende dagen in de Rijn en levert in de Boven-Rijn een forse hoogwatergolf op die daarna in een paar dagen naar Nederland beweegt. In de Boven-Rijn wordt een waterstand verwacht die maar eens in de 2 tot 5 jaar optreedt. 

Bij Mannheim, voegt zich de Neckar bij de Rijn en deze is ook sterk gestegen vanwege de vele regen. De piek wordt hier rond 3 juni bereikt. Iets verder stroomafwaarts voegt zich dan de Main bij de Rijn. Het stroomgebied daarvan ligt ongeveer op de grens van het gebied met de vele regen en het hangt van de ligging van het regengebied op zaterdag af of de Main ook nog veel extra water te verwerken krijgt.

Verder stroomafwaarts zijn de zijrivieren van de Rijn nu nog licht verhoogd, als gevolg van veel regen in de afgelopen dagen. Er wordt daar de komende dagen weinig regen meer verwacht, zodat de afvoeren van bv de Moezel weer gaan dalen. Tegen de tijd dat de piek uit de Boven-Rijn hier aankomt zal de aanvoer vanuit deze zijrivieren naar verwachting al weer wat zijn gezakt.

Als we dit alles op een rij zetten dan ziet het er naar uit dat de piek op 7 juni bij Lobith aankomt. Er is dan een stand mogelijk van iets boven de 13 meter. Ik kom nu uit op ca 13,25 m, maar dat is een allereerste inschatting. De meeste regen moet nog vallen, dus dit getal gaat zeer waarschijnlijk nog veranderen. De komende dagen zal meer duidelijkheid komen over wat het precies wordt; als de neerslaghoeveelheden bekend zijn.

De afvoer tijdens de piek bedraagt ca 5.800 m3/s en dat is een forse golf voor deze tijd van het jaar. Maar het is toch al wel eens vaker gebeurd dat de Rijn in deze tijd van het jaar een zo hoge of nog hogere afvoer had. Ooit kwam de afvoer op 1 juni zelfs tot bijna 10.000 m3/s.

Een stand boven de 13 meter betekent dat deze nog zo'n 50 cm hoger is dan bij de laatste van golf 2 weken geleden. Dat betekent dat een flink wat groter deel van de uiterwaarden zal gaan overstromen. Maar een grootschalige overstroming verwacht ik niet; daarvoor moet de stand naar 13,75 m of nog hoger.

Het eerste water van de hoogwatergolf arriveert pas op 5 juni bij Lobith. Tot die tijd stijgt de stand al wel wat, maar dat is nog het water van een kleine golf die uit de Moezel onderweg is. Daardoor stijgt de stand morgen van ca 10,6 m naar boven de 11 meter en daarna stijgt het nog langzaam wat verder tot ca 11,3 m voordat op 5 juni de snelle stijging begint naar ca 12,5 m op 6 juni en boven de 13 meter op 7 juni. Uiteraard zijn deze getallen nog met een slag om de arm, tot we meer weten over de totale hoeveelheid regen.

Maas

In de Maas is het hoogwatergolfje al weer voorbij. Dat passeerde gisteren en werd veroorzaakt door hetzelfde regengebied dat de golf in de Moezel veroorzaakte die over 2 dagen bij Lobith aankomt. De afvoer steeg gisteravond tot iets boven de 900 m3/s en is sindsdien gaan dalen. 

Vannacht en morgen kan er nog wel regen vallen in de Ardennen als er een gebied met buien overtrekt, maar de hoeveelheden blijven waarschijnlijk onder de 10 mm en dat zal niet veel invloed hebben op de Maasafvoer. Vanaf zondag blijft het dan een dag of 6 droog of bijna droog in het stroomgebied, waardoor de afvoeren flink kunnen dalen. Op zondag of maandag verwacht ik dat de stand al weer onder 500 m3/s zal zijn gezakt en in de loop van de week zet de daling door naar ca 300 m3/s aan het eind van de week. 

Pas op 7 juni wordt weer regen verwacht. De droge periode duurt dus niet heel erg lang. De verwachting voor 7 juni en de dagen daarna is op dit moment nog vrij onzeker, dus moeten we nog even afwachten of dat opnieuw tot een stijging zal leiden van de Maasafvoer.

 

Update 30 mei; nieuw hoogwater op komst in de Rijn

Rijn

De Rijn gaat de komende dagen opnieuw sterk stijgen naar een voor de tijd van het jaar erg hoge stand van ca 13 m of mogelijk nog wat meer meer. Tot en met 2 juni valt zeer veel regen in Zuid-Duitsland en Zwitserland en er komt ook veel smeltwater vrij. Dit levert een grote hoogwatergolf op in de Boven-Rijn. Stroomafwaarts zijn de zijrivieren wel relatief hoog voor de tijd van het jaar, maar geen hoogwaters in bv de Moezel.

Rijn bij Lobith kan daardoor stijgen tot ca 13 m (NAP) rond 7/6; dat is ca 50cm hoger dan 2 wk terug. De afvoer kan stijgen naar ca 5.500 m3/s. Bij deze afvoer overstromen de lagere delen van de uiterwaarden.

Eerst daalt de stand nog iets tot ca 10,5 m op 1/6. Daarna eerst langzaam stijgend vanwege water uit Midden Duitsland naar ca 11,5  m op 5/6. Daarna een snelle stijging als het water uit de Boven-Rijn arriveert naar ca 13 m op 7/6 en 8/6. daarna weer dalend, want er wordt van 3 juni enige dagen gene regen verwacht in het stroomgebied.

Maas

De Maas had vandaag al een klein hoogwatertje. Gisteren en vannacht viel er veel regen in de Ardennen en bij Maastricht steeg de afvoer vandaag tot ca 900 m3/s. Voor deze tijd van het jaar is dat een erg hoge stand want in juni is de afvoer nog maar een enkele keer tot aan 1000 m3/s gestegen. 

Ik moet bekennen dat ik wat laat ben met het bericht voor de Maas. Afgelopen zondag was al wel voorzien dat op woensdag en donderdag veel regen kon vallen, maar het werd nog flink wat meer dan ik toen had gezien. Op veel plaatsen viel in totaal zo'n 30-40 mm en in de Hoge Venen liep het op tot lokaal 60 mm. Inmiddels is de meer intensieve regenzone naar het zuiden geschoven en is het droog geworden in de Ardennen. Enkele zijrivieren zijn al weer aan het dalen, maar de langere stijgen nog wat. 

De grote regenzone die Zuid Duitsland gaat raken, zal de Ardennen niet bereiken volgens de laatste verwachtingen. Dat betekent dat de afvoer niet veel meer zal stijgen. Op grond van wat nog onderweg is kan de afvoer vannacht nog iets stijgen tot ca 900 m3/s, maar vanaf morgen ochtend verwacht ik een daling.  

Morgen, vrijdag, en zaterdag kan nog wel wat regen vallen in de Ardennen, maar onvoldoende voor een nieuwe stijging. Daarna enkele dagen droog en dalende afvoeren. Vanaf 7 of 8/6 pas weer kans op wat meer regen, maar tegen die tijd is de afvoer weer flink gedaald.

 

Het blijft voorlopig nog regenachtig in de stroomgebieden

Het natte weer houdt ook de komende week nog aan en de waterstanden in de rivieren blijven op een hoog peil. Er zijn wat voorzichtige aanwijzingen dat het na deze week misschien wat droger wordt, maar ook dan wordt het waarschijnlijk geen lange droge periode. Voorlopig dus voldoende water in de rivieren.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van de waterstanden in de Bodensee. Het smeltseizoen in de Alpen is in volle gang en de Bodensee stijgt nu snel. Het verloop van peil van meer gedurende het jaar is een ideale graadmeter om de toestand van de sneeuw in de Alpen aan af te meten.

Water van de week.

Huidige natte weer houdt voorlopig nog even aan

We beleven in Nederland de natste perioden ooit sinds de neerslagmetingen rond 1900 zijn begonnen. Sinds vorig jaar juli zijn op september na alle maanden te nat geweest en ook mei zal in een groot deel van Nederland nat tot zeer nat verlopen. Ook in de stroomgebieden is het erg nat en dat zorgt in Rijn en Maas voor een veel hogere afvoer dan gewoonlijk in deze tijd van het jaar.

De komende week verandert daar nog weinig in want het blijft ook dan nat in de stroomgebieden al verandert de situatie wel een beetje, want een deel van het stroomgebied van de Maas en de Rijn komt volgende week in een wat droger gebied te liggen.

In het grootschalige weerpatroon zien we al wekenlang een hogedrukgebied boven Rusland dat verhindert dat lagedrukgebieden die vanuit het westen komen verder naar het oosten bewegen. De lagedrukgebieden worden dan boven centraal Europa ingevangen en blijven daar dagenlang rondtollen. Zo gaan gepaard met regenzones waar soms urenlang neerslag uitvalt en in de gebieden waar het wat warmer is kunnen door de dagelijkse gang van de temperatuur in de loop van de middag zware buien ontstaan.

Beide weersituaties hebben we de afgelopen weken regelmatig mee mogen maken boven Nederland: zo waren er soms zware buien waarbij in in een uur tijd tot wel 50 mm regen viel maar er waren ook momenten zoals gisteren in het westen van Brabant dat het urenlang zwaar bleef regenen en er ruim 70 mm regen kon vallen. De weermodellen kunnen wel goed aangeven dat we met een wisselvallig weertype te maken hebben en dat er kans is op grote hoeveelheden neerslag maar ze zijn minder goed in staat om aan te geven waar die neerslag dan precies valt; zeker een paar dagen van tevoren.

Zoals het er nu naar uitziet houdt het hierboven beschreven weerpatroon in ieder geval deze week nog aan. Vanaf het begin van de volgende week zou het hogedrukgebied boven de Azoren wat meer invloed op ons weer kunnen krijgen waardoor de situatie wat stabiliseert en minder wisselvallig wordt. Maar het blijft nog wel even afwachten of dat echt gebeurt, want deze trend naar droger weer zagen we ook in eerdere verwachtingen van de weermodellen wel eens naar voren komen, waarna ze niet uitkwamen. Voorlopig zit er niets anders op aan ons voor te bereiden op wederom een natte week.

De eerste dagen van de week valt het met de neerslag echter nog wel mee en gaat het vooral om buien. Op één plaats kan dan veel neerslag vallen terwijl het op een andere plaats meevalt. In de stroomgebieden blijven de hoeveelheden deze dagen beperkt en dat zorgt ervoor dat de waterstanden in de eerste helft van de week langzaam blijven dalen. Woensdag kan wel weer vrijwel regen vallen in de stroomgebieden en waarschijnlijk is dat voldoende om de rivieren daarna weer wat te laten stijgen.

Donderdag en vrijdag verlopen niet droog maar vallen er ook geen heel grote hoeveelheden regen. In het weekend zou het dan wel weer natter kunnen worden waarbij vooral in het noorden van Duitsland veel regen kan vallen. Als we de hoeveelheden over de hele week bezien dan kan er in de Ardennen en de noordelijke helft van Duitsland zo’n 40 tot 60 mm regen vallen. In de zuidelijke helft van Duitsland en het oosten van Frankrijk wordt deze week veel minder regen verwacht, maar in Zwitserland en de Alpen staat wel weer veel regen op het programma.

Zoals ik hierboven al schreef zijn de weermodellen niet zo goed in staat om in deze situatie met kleine lagedrukgebieden boven het continent goed in te schatten waar de meeste regen gaat vallen. We zullen daarom van dag tot dag moeten kijken waar de neerslag valt en of er gebieden zijn waar gedurende een of twee dagen grote hoeveelheden gaan vallen die invloed kunnen hebben op de rivieren.

Rijn schommelt komende 10 dagen tussen 11 en 11,5 m (NAP)

Afgelopen woensdag passeerde het kleine hoogwater golfje in de Rijn met een stand van 12,6 m (NAP) bij Lobith en een afvoer van ruim 5100 m³/s. Een dergelijke afvoer buiten het winterseizoen is in de Rijn niet uitzonderlijk. Sinds het begin van de meetreeks in 1900 is het gemiddeld iedere 10 jaar wel een keer voorgekomen dat een zo hoge of nog hogere afvoer in mei, juni of juli is opgetreden.

De laatste keer was dat in juli 2021 toen de afvoer zelfs tot bijna 7000 m³/s steeg en daarvoor werd in juni 2013 de 6000 m³/s bereikt. Bij een afvoer boven de 5000 m³/s overstromen de lagere delen van de uiterwaarden maar pas bij ongeveer 7000 m³/s staan de uiterwaarden grotendeels onder water.

Dit laatste hoogwatertje heeft daarom alleen lokaal voor ondergelopen uiterwaarden gezorgd en daar waar zomerkaders liggen zal het water niet eens naar binnen zijn gestroomd. Inmiddels is de waterstand alweer ruim een meter gedaald en de afvoer weer onder de 4000 m³/s gezakt. Dat is nog steeds hoog voor de tijd van het jaar want het langjarig gemiddelde eind mei bedraagt slechts 2200 m³/s.

De komende week zal die afvoer zeker niet bereikt worden want er is nog aardig wat water onderweg vanuit het stroomgebied en in de loop van de week wordt opnieuw regen verwacht, die de stand weer wat kan laten stijgen. Voorlopig verwacht ik daarom dat de afvoer nog tot en met de eerste week van juni boven de 3500 m³/s blijft en dat betekent een stand boven de 11 m (NAP).

De komende 3 dagen schommelt de afvoer rond de 3.800 m³/s en de stand rond de 11,4 m (NAP). Vanaf woensdag verwacht ik een lichte daling tot aan het eind van de week de stand ongeveer bij 11 m uit zal zijn gekomen. Vanaf zaterdag 1 juni kan weer een lichte stijging volgen, als het water arriveert van de neerslag die in de loop van deze week valt.

Voorlopig lijken er geen heel grote hoeveelheden regen te gaan vallen en blijft het waarschijnlijk bij een stijging die niet hoger komt dan 11,5 m (NAP) rond 3 juni. Dit kan eventueel nog veranderen mocht er in de loop van de week toch meer regen gaan vallen dan nu verwacht.

Maasafvoer daalt  een paar dagen, maar kan later weer stijgen naar 500 m³/s of hoger.

De Maasafvoer is ook nog hoog voor de tijd van het jaar. Aanvankelijk daalde de afvoer wat maar gisteren zaterdag werd na een stijging weer even de 500 m³/s overschreden; terwijl het langjarig gemiddelde in deze tijd van het jaar ongeveer 200 m³/s bedraagt. In veel van de afgelopen jaren, met een droog voorjaar, was de afvoer in deze tijd zelfs al onder de 100 m³/s gedaald. Maar dit jaar verloopt anders en voorlopig blijft de afvoer aan de hoge kant.

De eerstkomende drie dagen wordt weinig regen verwacht en daalt de afvoer tot onder de 400 m³/s. Woensdag wordt waarschijnlijk weer een natte dag in de Ardennen en dan valt er voldoende regen om de afvoer weer te laten stijgen tot tegen de 500 m³/s op woensdag en donderdag. Daarna volgen weer een paar drogere dagen en in het weekend kan de afvoer weer gezakt zijn tot onder de 400 m³/s.

Volgens de huidige weersverwachting zou er op zondag zelfs veel regen in de Ardennen kunnen vallen en als dat uitkomt gaat de afvoer zeker weer stijgen tot 500 m³/s of misschien nog hoger. Deze verwachting is echter wel nog onzeker want een week vooruit zijn de weermodellen nog niet zo heel zeker van hun zaak. De kans dat het dan droog verloopt is echter niet groot en we moeten er rekening mee houden dat de afvoer ook na het volgend weekend voorlopig nog even op een hoog niveau blijft.

Maar mocht zich na het weekend inderdaad een hogedrukgebied in onze omgeving ontwikkelen, wat enkele weermodellen laten zien, dan zou op langere termijn (vanaf 10 juni) de afvoer wel flink moeten gaan dalen.  Maar ook dat is nog met een grote slag om de arm.

Water Inzicht

De afgelopen winter was sneeuwrijk in de Alpen en er is nu veel smeltwater; hoe bijzonder is dat

Een paar dagen geleden steeg de waterstand in de Bodensee tot boven de 400 cm op de peilschaal in Konstanz. Een teken dat het smeltseizoen in de Alpen op gang is gekomen. De sneeuw die in de winter in de Alpen is gevallen, gaat meestal in mei smelten en door de grote toestroom van smeltwater stijgt dan het peil van de Bodensee. In de grafiek hieronder is het peilverloop van dit jaar in blauw weergegeven. De groene lijn geeft het langjarig gemiddelde aan en de rode en de zwarte lijn de extremen.

Scherm­afbeelding 2024-05-26 om 09.56.52.png

De waterstand van de Bodensee (blauwe lijn) passeerde deze week de stand van 400 m. Een teken dat het smeltseizoen in volle gang is.
De waterstand van de Bodensee (blauwe lijn) passeerde deze week de stand van 400 m. Een teken dat het smeltseizoen in volle gang is.

De stand van 400 cm werd dit jaar ongeveer twee weken eerder bereikt dan gemiddeld. Dit is het gevolg van enerzijds een erg natte winter waardoor er ook veel regen viel en de Bodensee al met een hoog peil de winter uitkwam en een grote hoeveelheid sneeuw die nu aan het smelten is. Voor de Alpen was het een atypische winter: het was namelijk erg warm en onder de 1000 tot soms zelfs 1500 m viel de neerslag meestal als regen. Boven de 1500 m viel echter wel steeds sneeuw en daar groeide het sneeuwdek aan tot een enorme dikte.

Ook op dit moment ligt er nog steeds heel veel sneeuw zoals de grafiek hieronder van een meetstation op ca 2.150 m hoogte aan de noordkant van de Alpen laat zien. Dit sneeuwdek gaat de komende weken snel smelten en eind juni zal het meeste verdwenen zijn. Dat betekent dat de Rijn nog heel wat water kan verwachten de komende weken. De Bodensee waar al dit water in eerste instantie in wordt opgeslagen, zal daarom de komende weken nog verder stijgen en waarschijnlijk rond medio juni zijn hoogste stand bereiken.

Scherm­afbeelding 2024-05-26 om 09.58.34.png

In de Alpen ligt boven de 2000 m nog steeds veel sneeuw. Dit is het verloop van de afgelopen winter van een meetstation op ca 2.150 m. hoogte aan de noordzijde van het gebergte.
In de Alpen ligt boven de 2000 m nog steeds veel sneeuw. Dit is het verloop van de afgelopen winter van een meetstation op ca 2.150 m. hoogte aan de noordzijde van het gebergte.

Gemiddeld komt de stand tot ca 440 cm en het is goed mogelijk dat dat peil dit jaar overschreden wordt; zeker als er ook nog veel regen gaat vallen de komende weken. Na half juni gaat de stand weer langzaam dalen en de hele rest van de zomer stroomt de Bodensee dan langzaam leeg, om pas in de herfst weer op een laag niveau uit te komen. De Rijn profiteert dus het hele zomerhalfjaar van het smeltwater van de sneeuw die in de voorgaande winter in de Alpen is gevallen.

In de volgende grafiek is het percentage weergegeven van de Rijnafvoer bij Lobith die afkomstig is uit de Bodensee. Wat opvalt is dat deze vooral ook in het In de zomer en de nazomer relatief heel hoog is en pas in oktober weer gaat zakken. Het smeltwater vanuit de Alpen is dus erg belangrijk voor de Rijn in de periode van lage afvoeren; die vooral in het najaar optreedt en de laatste jaren soms ook wel in de zomer. Het is te verwachten dat de gevolgen van de klimaatverandering, die ook de Alpen sterk beïnvloeden, merkbaar zullen zijn in de waterstanden van de Bodensee.

Scherm­afbeelding 2024-05-26 om 13.51.49.png

Aandeel van de Rijnafvoer bij Lobith dat afkomstig is uit de Bodensee
Aandeel van de Rijnafvoer bij Lobith dat afkomstig is uit de Bodensee

In Konstanz wordt al bijna 200 jaar de waterstand gemeten en dit levert een schat aan gegevens op over de rol die de het smeltwater vanuit de Alpen speelt voor de Rijn. Nu is het onderzoek gebleken dat er rond 1940 een verandering is geweest in de uitstroom van het meer. Waarschijnlijk is er toen een doorgang gegraven in de drempel aan de benedenstroomse kant van het meer ten behoeve van de scheepvaart en het meer loopt daardoor ietsje makkelijker leeg.

Om een goede vergelijking te maken tussen de historische gegevens en de huidige is het daarom het beste om te starten bij 1942 omdat sindsdien de situatie in de drempel ongewijzigd is gebleven. De eerste grafiek hieronder laat de gemiddelde waterstand van de Bodensee zien over het hele kalenderjaar vanaf 1942 tot en met vorig jaar. Gemiddeld genomen ligt deze iets onder de 350 cm maar er zijn ook jaren dat het gemiddelde bij 300 bleef steken en een enkele keer kwam het tot aan ongeveer 370 cm.

Kalenderjaar stand Bodensee.png

Gemiddelde waterstand Bodensee van het kalanderjaar vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde
Gemiddelde waterstand Bodensee van het kalanderjaar vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde

De trendlijn door de hele meetreeks is vrijwel vlak wat laat zien dat er vrijwel geen verandering is opgetreden in de totale hoeveelheid water die gemiddeld over het jaar vanuit de Alpen naar de Rijn stroomt. Er zijn soms wel perioden van meerdere jaren achtereen geweest met relatief weinig water zoals van 2003 tot en met 2007, maar daarna steeg de waterstand altijd weer. Na een aantal jaren met weinig water daalt het 15-jarig gemiddelde, om, als de stand weer een aantal jaren vrij hoog is, weer te stijgen.

Sinds 2008 is de gemiddelde afvoer in de meeste jaren relatief hoog geweest, alleen 2022 was een droog jaar, en het 15-jarig gemiddelde is daardoor de laatste tijd weer aan het stijgen. In de volgende 4 grafieken heb ik het jaar opgedeeld naar de 4 seizoenen en daarin zijn wel duidelijke veranderingen zichtbaar. De eerste grafiek laat de waterstand gedurende de 3 wintermaanden zien en daarin zien we een heel duidelijk oplopende trend. Vooral de laatste 15 jaar was de waterstand in de winter vaak hoog en de afgelopen winter spande helemaal de kroon. Het 15-jarige gemiddelde is dan ook flink aan het stijgen.

Winter stand Bodensee.png

Gemiddelde waterstand Bodensee van de winter vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde
Gemiddelde waterstand Bodensee van de winter vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde

We zien hier de gevolgen van de zachte en natte winters van de afgelopen jaren. Doordat de gemiddelde wintertemperatuur enkele graden hoger is dan zo'n 40 tot 50 jaar geleden is de sneeuwgrens hoger komen te liggen en valt een groter deel van de neerslag in Zwitserland in de vorm van regen. En waar rond de 1000 m hoogte in vroeger jaren een deel van de neerslag maandenlang als sneeuw bleef liggen en pas in het voorjaar tot afstroom kwam, gebeurt dat nu al in de wintermaanden.

Ook is het gemiddeld natter geworden en dit verklaart ook een deel van de toename In de waterstand van de Bodensee. In het voorjaar zijn de veranderingen veel minder groot (zie volgende grafiek), de trendlijn is vrijwel vlak en er is dus geen sprake van een toe- of afname van de waterstand.

Lente stand Bodensee.png

Gemiddelde waterstand Bodensee van de lente vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde
Gemiddelde waterstand Bodensee van de lente vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde

Waarschijnlijk spelen hier twee effecten die elkaar opheffen: enerzijds is het voorjaar in de afgelopen 10 tot 15 jaar wat droger geworden wat tot een lagere waterstand zou moeten leiden, maar tegelijkertijd is de hoeveelheid smeltwater in met name de maand mei toegenomen. Het begin van het smeltseizoen, van de sneeuw die hoog in de Alpen ligt, is namelijk in de tijd naar voren geschoven en vangt gemiddeld enkele weken eerder aan dan voorheen en daar profiteert vooral de waterstand in mei van.

Ook dit jaar past in dat beeld met een waterstand van 400 cm bij Konstanz die al relatief vroeg in mei wordt bereikt. Als we meer in detail kijken dan zien we dat er sinds 2011 geen jaren met een hele lage waterstand zijn geweest, die er voor die tijd wel regelmatig waren. Ondanks de soms sneeuwarme winters en droge voorjaren die er zijn geweest zit het met de aanvoer van water in het voorjaar dus wel goed.

Heel anders is het beeld in de zomer, want daar zien we een duidelijke dalende trend (zie de volgende grafiek). Deze is goed te verklaren aan het feit dat sneeuw in de Alpen eerder smelt en de Bodensee daardoor zijn hoogste stand al eerder bereikt, waarna deze ook eerder gaat dalen en later in de zomer al eerder veel lagere standen worden bereikt.

Zomer stand Bodensee.png

Gemiddelde waterstand Bodensee van de zomer vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde
Gemiddelde waterstand Bodensee van de zomer vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde

Als we naar de lijn van het 15-jarig gemiddelde kijken dan zien we dat vooral in de periode van 1988 tot 2007 er veel jaren een lage gemiddelde zomerstand hadden. Vanaf 2008 ziet het er iets gunstiger uit; met in 2016, 2019 en 2021 zelfs relatief hoge zomerstanden. De zomers van 2022 en ‘23 hadden daarentegen weer een lage gemiddelde stand.

Hierin zien we terug dat de waterstand in de Bodensee niet alleen door het smeltwater wordt beïnvloed maar ook door de neerslag die in de zomer in de Alpen valt. Met name in de zomermaanden kan er vanuit buien veel neerslag vallen in de Alpen. In de bovengenoemde jaren kon de waterstand van de Bodensee daardoor, ondanks dat er wellicht minder smeltwater was in het begin van de zomer, toch gedurende de zomer zelf hoger oplopen.

De vaak lage standen in de zomer betekenen niet dat de Bodensee in de herfst nog verder zakt want als we naar de volgende grafiek kijken van de waterstand in het najaar dan zien we daar weer een ongeveer stabiele trendlijn. Ook hier speelt waarschijnlijk de sneeuwval een rol want door de hogere temperaturen is de datum dat zich een blijvend sneeuwdek vormt in de Alpen naar achteren geschoven.

Herfst stand Bodensee.png

Gemiddelde waterstand Bodensee van de herfst vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde
Gemiddelde waterstand Bodensee van de herfst vanaf 1942 tot 2023, met trendlijn en 15-jarig gemiddelde

In oktober en november valt daarom een groter deel van de neerslag nog als regen en dit zorgt in het najaar voor meer water in de Bodensee. De laatste jaren was er vaak sprake van een relatief hoge stand en het 15-jarig gemiddelde is in deze periode ook duidelijk gaan stijgen.

De veranderingen in de waterstand van de Bodensee gedurende het jaar zijn dus heel goed te relateren aan de gevolgen van de klimaatverandering op de neerslag in de Alpen. In de volgende twee grafieken heb ik tenslotte nog in beeld gebracht wat de gevolgen zijn voor de afvoer van de Rijn bij Lobith. Van de ruim tachtigjarige meetreeks sinds 1942 heb ik de waterstanden omgezet in afvoeren en vervolgens de eerste 15 jaar (blauwe lijn) met de laatste 15 jaar (oranje lijn) vergeleken.

Veranderingen in smeltwater.png

Verandering in afvoer vanuit de Bodensee naar de Rijn sinds het midden van de vorige eeuw
Verandering in afvoer vanuit de Bodensee naar de Rijn sinds het midden van de vorige eeuw

In de wintermaanden is de afvoer vanuit de Bodensee met ongeveer 50 m3/s gestegen; het gevolg van de nattere winters en het feit dat meer neerslag als regen valt. In de voorjaarsmaanden april tot en met juni is de afvoer vrijwel onveranderd. De sneeuw hogerop in de Alpen smelt enkele weken eerder en dit compenseert de vaak drogere voorjaarsmaanden van de voorgaande jaren.

In de zomer zien we een duidelijke afname van de afvoer, met ruim 50 m3/s in juli en ook valt het moment dat de afvoer het hoogst is eerder in de zomer dan voorheen. In september is de afvoer onveranderd om in de laatste maanden van het jaar weer hoger te zijn dan vroeger; vanwege het uitstel van het moment dat de neerslag hogerop in de Alpen weer als sneeuw gaat vallen.

In de laatste grafiek tenslotte heb ik deze veranderingen vertaald in wat dit gedurende het jaar betekent voor de afvoer bij Lobith. Daarbij ben ik ervan uitgegaan dat de Bodensee ongeveer de helft van de Alpen afwatert en dat betekent dat het totale effect van wat er in de Alpen gebeurt ruwweg twee keer zo groot zal zijn als wat we in de Bodensee zien.

 

Effect bij Lobith van veranderingen in smeltwater.jpg

Veranderingen in afvoer bij Lobith gedurende het jaar agv veranderde afvoer vanuit de Alpen sinds het midden van de vorige eeuw.: blauw = toename, oranje = afname
Veranderingen in afvoer bij Lobith gedurende het jaar agv veranderde afvoer vanuit de Alpen sinds het midden van de vorige eeuw.: blauw = toename, oranje = afname

Van de toename die we in de winter in de afvoer bij Lobith zien is ongeveer 100 m³/s te verklaren uit wat er bovenstrooms in de Alpen gebeurt en de afname in de zomer die we de laatste decennia zien is ook goed te verklaren. Zowel de toename in de winter bij Lobith als de afname in de zomer zijn trouwens nog wat groter dan deze grafiek laat zien, want ook elders in het stroomgebied zijn er veranderingen die een rol spelen, maar  in de zomer zijn het vooral de gevolgen van de veranderingen in de Alpen die we bij Lobith terug zien. 

Wat verder opvalt in deze grafiek is dat met name in de maanden dat de Rijnafvoer doorgaans het laagst is, september en oktober, er een lichte toename van de afvoer optreedt. Dit zien we ook terug bij Lobith, want de allerlaagste afvoer die gedurende het jaar optreedt, is in de laatste decennia niet verder gedaald maar juist iets gestegen.

Als we deze trends doortrekken naar een toekomst met een nog verdere opwarming dan is het te verwachten dat de afvoer in de winter vanuit de Alpen verder blijven toenemen; want de sneeuwgrens zal nog verder omhoog schuiven. In de zomermaanden zal de afvoer waarschijnlijk nog wat afnemen, al zullen er vanwege de zwaardere buien ook vaker jaren zijn met juist een hogere afvoer.

De jaren met een lage zomerafvoeren hoeven niet meteen voor problemen te zorgen in de watervoorziening in Nederland. Want met name in juni en juli is de Rijnafvoer gemiddeld altijd nog aan de hoge kant en minder water zal dan niet meteen tot grote problemen leiden. Als die problemen er komen, zal dat vooral in augustus zijn, want dan is de afvoer altijd al lager en als daar nog wat meer vanaf gaat, is de kans op krapte het grootst.

Het goede nieuws is dat in september en met name oktober, als zich gewoonlijk de laagste standen voordoen, de afvoeren juist minder laag zullen worden, omdat er vanuit de Alpen door een hogere sneeuwgrens tot later in de herfst meer water tot afstroomt komt naar de Rijn.

Abonneren op