U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Nog een droge week en dalende waterstanden, daarna kans op verandering

Aan het vrij droge weer van de afgelopen weken komt ook deze week nog geen einde. In de stroomgebieden wordt deze week zelfs helemaal geen regen verwacht en de rivierafvoeren zullen daarom de hele week blijven dalen. Met name de Rijn komt nu gaandeweg uit op een voor de tijd van het jaar vrij laag peil, bij de Maas valt dit nu nog mee, maar ook daar zet de daling door. In dit waterbericht leest u tot hoever de waterstanden deze week dalen en of er in de week daarna misschien een verandering op komst is. In de tweede helft van dit bericht een terugblik op het hoogwater van 1995, dat deze week 25 jaar geleden ontstond en langs de Rijn de op één na en bij de Maas de op twee na hoogste stand opleverde sinds het begin van de metingen. 

Voor ik mijn bericht vervolg wil ik u graag wijzen op de website www.overlopen.info die ik samen met anderen heb gemaakt. Via deze nieuwe site kunt u in één oogopslag zien welke wegen en (struin)paden er in de uiterwaarden rond Nijmegen onder water staan als de rivier buiten zijn oevers treedt. Hiermee kunt u rekening houden als u een tocht wilt maken door de uiterwaarden. U kunt er de ondergelopen gebieden mee ontwijken, of juist opzoeken, want een net ondergelopen pad is ook spannend om over te steken. Daarom zijn voor de meer avontuurlijk ingestelde wandelaars ook de situaties in beeld gebracht waarbij u nog net wel of net niet meer droogvoets de overkant kunt bereiken. Op dit moment is de waterstand (erg) laag en daarom zult u nergens op een passage stuiten die u niet kunt oversteken. Later in de winter zal dat vast nog wel veranderen. Voorlopig is alleen de Gelderse Poort in beeld gebracht, later volgen nog meer gebieden langs de rivieren.

Hoge druk blijft het weerbeeld nog zeker een week domineren

Al bijna een maand beheerst hogedruk ons weer. Eerst lag het hogedrukgebied wekenlang boven Midden en Zuid Europa, maar de afgelopen week kwam het in beweging en schoof het richting de Atlantische Oceaan. Dat zorgde even voor een noordelijke stroming en daarme ekon voor het eerst sinds 3 weken wat sneeuw de Alpen bereiken. Lokaal viel er 20 tot 25 cm, waarmee de voorraad weer wat werd aangevuld, maar op de meeste plaatsen nog wel onder het langjarig gemiddelde blijft. Ook de Middelgebergten in Duitsland en zelfs hoog in de Ardennen viel wat sneeuw, maar daar is het niet meer dan een centimeter of 5.

De komende dagen vormt het Atlantische hogedrukgebied weer een uitloper over Europa.  Dat zorgt voor een week met rustig weer en neerslag wordt niet verwacht. Later in de week verplaatst de kern van het hogedrukgebied naar Zuidoost Europa en gaat de luchtdruk boven de Britse eilanden weer dalen. De huidige verwachting is dat dat de overgang zou kunnen inluiden naar een westelijke luchtstroming waarin ook weer vaker regengebieden aangevoerd gaan worden. De eerste regen daarvan kunnen we dan op zondag of maandag verwachten, maar voordat er dan voldoende regen is gevallen om ook de waterstanden in de rivieren weer te laten stijgen zijn we al ver in de week na het volgend weekend.

Rijn daalt de hele week; eerst tot onder de 8,25 m, later mogelijk zelfs tot 8 meter

In het begin van de afgelopen week verwerkte de Rijn nog een heel klein afvoergolfje van ca 9,3 m +NAP, maar vanaf maandagavond is de waterstand gaan dalen met ca 10 cm per dag en inmiddels komt de 8,5 m +NAP in zicht. Omdat het droge weer aanhoudt zet de daling de hele week door, al zal het gaandeweg wel steeds minder snel gaan. 

Op dinsdag verwacht ik dat de 8,5 m worden onderschreden en aanstaande zaterdag de 8,25 m +NAP. Ook daarna zet de daling nog langzaam door en voordat de Rijn door nieuwe regenval weer zal gaan stijgen zal waarschijnlijk ook de 8 m +NAP nog bereikt worden.

De afvoer is dan tot ca 1350 m3/s gedaald, wat laag is voor de tijd van het jaar. Dit is een afvoer die meer past bij de nazomer en de herfst en de afvoer in deze tijd van het jaar bedraagt gemiddeld ongeveer het dubbele. Toch is het niet heel bijzonder, want ook in de wintermaanden komen soms lage afvoeren voor; zo komt een afvoer onder de 1500 m3/s bij de Rijn gemiddeld eens in de 4 jaar voor. 

Maas daalt naar ca 250 m3/s

De Maasafvoer is weer wat lager dan een week geleden, maar de daling verloopt niet zo snel. Op dinsdag viel er ook nog wat regen in de Ardennen en daardoor stokte de daling een paar dagen. Inmiddels is de afvoer bij Maastricht gedaald tot ca 375 m3/s, wat wel onder het langjarig gemiddelde ligt; dat bedraagt ca 450 m3/s. Gewoonlijk zakt de Maas snel als het langere tijd droog is, maar nu was er tijdens de natte decembermaand veel regen opgeslagen in de bodem, wat nu langzaam tot afstroom komt.

De komende week zet de daling langzaam door, want er wordt, gelegen precies onder het hoge drukgebied, de hele week geen regen verwacht in het stroomgebied. Aan het eind van de week verwacht ik dat de afvoer dan gedaald is tot ca 250 m3/s.

Vanaf zondag over een week zou weer de eerste regen kunnen vallen, maar de hoeveelheden zijn in eerste instantie niet groot. Mogelijk dat later in die week de wwestelijke circulatie sterker wordt en meer regengebieden aangaat voeren. In dat geval kan later in die week de afvoer wel weer gaan stijgen. Maar voorlopig blijft het nog afwachten of dat ook uit gaat komen, want voorlopig lijken de hogedrukgebieden de laatste weken meer invloed te hebben op ons weer dan de lage drukgebieden en die zullen toch de neerslag moeten aanvoeren.

Een terugblik op het bijzondere hoogwater van 1995

De komende week is het 25 jaar geleden dat in de Rijn het op één na grootste hoogwater van de vorige eeuw optrad en in de Maas het op twee na grootste. Dat was in 1995 en omdat er één jaar eerder (rond kerst 1993) ook een bijna net zo groot hoogwater was opgetreden (bij de Maas zelfs nog groter) zorgde deze gebeurtenis voor veel beroering bij de bewoners van het rivierengebied en ook had het grote gevolgen voor het Nederlandse waterbeheer in de decennia er na.

In dit waterbericht wil ik stil staan bij het ontstaan van het grote hoogwater van 1995 en de gevolgen ervan voor de bewoners van het rivierengebied. In het bericht van volgende week zal ik dan ingaan op de maatregelen die we sindsdien overal in het rivierengebied hebben genomen om een herhaling te voorkomen en wat die voor invloed zullen hebben op de waterstanden mocht een vergelijkbare situatie zoals in 1995 nog eens optreden. 

Als we terugkijken op de weer- en watersituatie in de weken en maanden voor het hoogwater van januari 1995, dan kunnen we stellen dat er absoluut geen voortekenen waren. In de herfst was ongeveer de normale hoeveelheid regen gevallen en ook december was in de stroomgebieden van Rijn en Maas normaal verlopen, alleen in Nederland en het aangrenzende noordelijk deel van Duitsland was december natter dan normaal, maar deze gebieden leveren doorgaans maar weinig water aan de Rijn en de Maas. De bodem was dus niet extra verzadigd, de stuwmeren waren niet meer gevuld dan anders en toch kon in relatief korte tijd een van de grootste hoogwaters sinds mensenheugnis ontstaan.

Het afvoerverloop van Rijn en Maas in de aanloop naar januari 1995 was dan ook volstrekt normaal. In de grafieken hieronder heb ik voor Rijn (1e grafiek) en Maas (3e grafiek) het afvoerverloop weergegeven voor de periode van oktober t/m maart. Voor de Rijn heb ik in de middelste grafiek ook het waterstandsverloop weergegeven bij Lobith. In de figuren zijn zowel de afvoeren van 1994/95 als de hoogste waarde ooit en de gemiddelde afvoer weergegeven. Zo is goed te zien gedurende welke periode de afvoer in 1994/95 de hoogste ooit was. Ter vergelijking heb ik ook het verloop van deze winter weergegeven. De grafieken laten goed zien dat er in de winter van 1994/95 tot half januari niets bijzonders aan de hand was; er zijn enkele kleinere pieken, maar de hele tijd schommelen afvoer en stand rond het langjarig gemiddelde.

Schermafbeelding 2020-01-19 om 20.03.14.png

Verloop van de Rijnafvoer in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste dagafvoer, de gemiddelde dagafvoer en het afvoerverloop in de huidige winter.
Verloop van de Rijnafvoer in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste dagafvoer, de gemiddelde dagafvoer en het afvoerverloop in de huidige winter.

Schermafbeelding 2020-01-19 om 20.03.37.png

Verloop van de waterstand bij Lobith in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste waterstand die op een dag is opgetreden en de gemiddelde waterstand.
Verloop van de waterstand bij Lobith in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste waterstand die op een dag is opgetreden en de gemiddelde waterstand.

Schermafbeelding 2020-01-19 om 20.03.50.png

Verloop van de Maasafvoer in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste dagafvoer, de gemiddelde dagafvoer en het afvoerverloop in de huidige winter.
Verloop van de Maasafvoer in de winter van 1994/95 (blauwe lijn) met daarbij de hoogste dagafvoer, de gemiddelde dagafvoer en het afvoerverloop in de huidige winter.

Hoe de aanloop naar de hoogwatergolven verliep. De temperatuur tijdens de kerstdagen van 1994 was zeer zacht en het dunne sneeuwdek dat eerder in de Middelgebergten (Ardennen, Eifel, Vogezen, Zwarte Woud etc.) was ontstaan, smolt in die dagen helemaal weg. Dit leverde in de Rijn en Maas rond de jaarwisseling van 1994/95 kleine hoogwatergolven op, maar niet anders dan ieder jaar wel enkele malen optreedt. Na de jaarwisseling werd het kouder en sneeuwbuien zorgden voor een nieuw sneeuwdek in de Middelgebergten van ca. 20 tot 40 cm dik. 

Er volgden enkele koude, droge dagen, maar op 8 januari bereikte opnieuw zachtere lucht de stroomgebieden en er viel aardig wat regen. Een deel van de sneeuw smolt, maar boven de 500 m hoogte bleef het koud genoeg om het sneeuwdek te behouden en wat verder aan te laten groeien. Het regen- en smeltwater leverde nogmaals een watergolfje op rond 15 januari (bij de Maas iets eerder), maar dit piekje bleef iets lager dan die van 2 weken eerder. 

Het werd opnieuw een aantal dagen droog. Het bleef vrij zacht, maar het sneeuwdek in de Middelgebergten bleef in tact. Vanaf 18 januari begint dan de weersituatie die uiteindelijk tot het grote hoogwater zal leiden. Er komt een groot lage drukgebied boven het UK te liggen, dat later naar Zuid Scandinavië opschoof en ten zuiden van dit druksysteem passeerden de ene na de andere neerslagzone, waarbij de stroomgebieden van Rijn en Maas middenin de depresseibaan lagen. 

Vooral 21 en 22 januari verliepen zeer nat en in de Eifel viel op enkele meetstations bijna 15 cm regen in 2 dagen tijd. Januari 1995 werd hiermee de natste wintermaand die ooit in deze regio was opgetreden. Het sneeuwdek dat er boven de 500 m nog lag, smolt snel weg en leverde ook nog eens een equivalent aan ca 3 à 4 cm smeltwater. De Moezel en andere, kleinere zijrivieren van de Rijn (Nahe en Sieg) stegen de dag erna al zeer snel en dit leverde de basis voor de grote hoogwatergolf ongeveer een week later. Ook de Ardennen ontvingen deze dagen veel regen en samen met de smeltende sneeuw steeg de afvoer bij Borgharen de dagen erna naar bijna 2000 m3/s. 

Het gebied met de meest intensieve neerslag schooft in de dagen daarna iets naar het zuiden zodat Zuid Duitsland en Zwitserland de volle laag kregen. Smeltende sneeuw in het Zwarte Woud en de Vogezen zorgde in de Bovenrijn voor veel extra water en terwijl de Middenduitse zijrivieren waaronder de Moezel iets terugzakten vormde zich nu ook een hoogwatergolf in de Bovenrijn en de Main. Ook de Franse Maas ontving veel extra water uit de iets zuidelijkere baan van de neerslagzone.  

Ik zal nu eerst de situatie in de Rijn beschrijven, daarna volgt de Maas. Wat uiteindelijk de belangrijkste reden voor het ontstaan van het extreme hoogwater zou blijken te zijn is het feit dat de zone met de meest intensieve regen in de dagen daarna weer naar het noorden zou bewegen. Daarmee volgde de regen als het ware de hoogwatergolf in de Rijn die vanuit de Bovenrijn ook onderweg was naar het noorden. Als deze golf op 28 januari bij Mainz aankomt is de Main daar dan ook bijna op zijn hoogste niveau. 

Een heel spannend punt is altijd Koblenz, waar de Moezel in de Rijn uitmondt. Doorgaans is de Moezel al weer aan het dalen als een hoogwatergolf vanuit de Bovenrijn en Main daar aankomt, maar omdat de Moezel door de intensieve regen van 26 t/m 28 januari juist weer wat verder is gestegen, vindt er een perfecte match plaats: de piek vanuit de Moezel valt op 29 januari precies samen met de aankomst van de piek uit de Bovenrijn. 

Verder stroomafwaarts herhaalde dit patroon zich nog enkele malen, omdat de naar het noorden trekkende regenzone daar dan   actief was, en zo vielen ook de hoogste afvoeren van de pieken uit de Sieg, Ruhr en als laatste de Lippe vrijwel samen met de hoogwatergolf in de Rijn. In de figuur hieronder van de Duitse rivierkundige dienst BFG is goed te zien hoe de golf naar het noorden toe steeds hoger wordt. De toestroom van de 3 grootste zijrivieren is in de 2e grafiek afgebeeld. Vooral het lang aanhouden van de zeer hoge afvoer in de Moezel valt op. 

Hoogwater 1995.jpg

De opbouw van de 1995-hoogwatergolf in de Rijn vanaf het meest zuidelijke meetstation (Basel) tot aan Lobith. In de onderste grafiek staat de aanvoer uit enkele grote zijrivieren (bron www.bfg.de).
De opbouw van de 1995-hoogwatergolf in de Rijn vanaf het meest zuidelijke meetstation (Basel) tot aan Lobith. In de onderste grafiek staat de aanvoer uit enkele grote zijrivieren.

In Lobith komt het eerste water van de hoogwatergof aan op 23 januari. Al meteen stijgen afvoer en peil zeer snel; dit is dan nog vooral water uit de Middenduitse zijrivieren; afkomstig van de zeer extreme regenval en sneeuwsmelt van 21 en 22 januari. Op 26 januari hapert de stijging bij LObith even, maar meteen daarna komt de tweede golf eroverheen waarin ook de pieken uit de Bovenrijn en de Main een steeds grotere bijdrage gaan leveren. 

Op 31 januari passeert de piek met een hoogste afvoer van 12.060 m3/s en bij Lobith een waterstand van 16,68 m +NAP. Ruim 6 meter hoger dan een week eerder. De zone met veel neerslag lag van 26 t/m 29 januari ook deels boven Nederland, waardoor de bodem in het binnendijkse deel van het rivierengebied ook nog eens snel verzadigd raakte en de kans op een dijkdoorbraak steeds hoger werd ingeschat. Uiteindelijk werd op 30 januari besloten om grote delen van het riviergebied te evacueren. Langs de IJssel kwam daar nog de toestroom bij vanuit de vele beken die in Gelderland en Overijssel in deze rivier uitmonden. Zij hadden vanwege de vele neerslag een hoge afvoer, waardoor de waterstand in de IJssel nog eens extra hoog kon worden.

Gelukkig braken nergens de dijken, maar het waren voor de bewoners van het rivierengebied wel erg spannende dagen. Na 29 januari kwam er een einde aan de westelijke luchtstroom die de actieve regengebieden aanvoerde en werd het droog in het stroomgebied. Na 1 februari ging ook de Rijn in Nederland weer dalen en rond 3 februari was de hoogste afvoer het land weer uit, afgevoerd naar de zee. Het werd uiteindelijk net niet het grootste hoogwater ooit, die ‘eer’ blijft 1926 voorbehouden met een stand van 16,90 m +NAP en een afvoer van 12.600 m3/s. 

De Maas was na de eerste piek op 24 januari weer iets gezakt. Het afvoerpatroon van de dagen daarna lijkt vel op dat van de Moezel. De stroomgebieden van beide rivieren liggen ook naast elkaar. Als de regenzone op 25 januari weer naar het noorden schuift, valt er nogmaals veel regen in de Ardennen. Het water dat dit oplevert valt samen met een hoge afvoer die in de dagen daarvoor in de Franse Maas is ontstaan. De afvoer stijgt bij Borgharen hierdoor naar 2575 m3/s op 27 januari. 

Ook 27 en 28 januari blijft het regenen en vallen er dagelijks enkele centimeters regen, wat de afvoer op een hoog niveau houdt. Uiteindelijk valt er op 29 januari nog eenmaal wat extra neerslag in de Ardennen, ca 4 tot 5 cm, waardoor de afvoer bij Borgharen nog ca 200 m3/s hoger wordt. Op 31 januari passeert dan bij Borgharen de piek van 2746 m3/s, de op twee na hoogste ooit. 

Wat deze piek echter zo bijzonder maakt is dat de afvoer bij Borgharen 5 dagen lang boven de 2500 m3/s bleef. Dit had tot gevolg dat met name benedenstrooms in het Maasdal de waterstanden zelfs hoger werden dan bij het hoogwater van 1993. In dat jaar werd een nog 10% hogere afvoer gemeten, van iets meer dan 3000 m3/s, maar toen duurde de hoge afvoer enkele dagen korter.

Het gevolg van een lange afvoergolf is dat de rivier onderweg minder ruimte vindt waar nog water geborgen kan worden, dat is dan namelijk al volgestroomd bij de hoge afvoer van enkele dagen daarvoor. Wat ook meespeelde was dat de bewoners van het Maasdal in allerijl noodkades gingen aanleggen om have en goed te beschermen. In 1993 waren dorpen zoals bijvoorbeeld Arcen nog overstroomd en door nu kades aan te leggen kon dat in 1995 voorkomen worden. Zo bleef een deel van het stroomgebied droog, maar het gevolg was dat er meer water naar benedenstrooms werd doorgevoerd. 

Tenslotte speelde nog een rol dat de vele zijbeken die in de Maas uitmonden in 1995 een hogere afvoer hadden dan in 1993. Net als bij de Rijn was de neerslagzone met de hoogwatergolf mee naar het noorden geschoven en de zijbeken, waaronder enkele grote zoals de Roer en de Niers, voerden daardoor extra veel water aan. 

Aan de uiteindelijke waterhoogten is dat mooi te zien. In het tabelletje hieronder heb ik die voor enkele plaatsen langs de Maas in beeld gebracht. Zo kon een hoogwatergolf die ca 250 m3/s lager was en ook 30 cm lager Nederland binnen kwam uiteindelijk toch 20 cm hoger worden in Noord Limburg.

Schermafbeelding 2020-01-19 om 14.25.40.png

Waterstandverloop bij verschillende plaatsen langs de Maas in 1993 en 1995. De golf begon lager, maar eindigde hoger.
Waterstandverloop bij verschillende plaatsen langs de Maas in 1993 en 1995. De golf begon lager, maar eindigde hoger.

Als gevolg van tweemaal een zo groot hoogwater in twee opeenvolgende winters zat de schrik er in Nederland goed in en korte tijd later al werden de eerste plannen ontvouwd om dergelijke situaties in het vervolg te voorkomen. In mijn volgende bericht zal ik stil staan bij de maatregelen die getroffen zijn en wat dat uiteindelijk oplevert aan extra waterveiligheid als er nog weer eens een hoogwater zoals in 1995 optreedt.

Weinig neerslag in de stroomgebieden en dalende waterstanden

Het weerbeeld van de komende week lijkt veel op dat van de afgelopen week. Een groot hogedrukgebied boven Midden en Zuid Europa bepaalt het weer in de stroomgebieden en houdt neerslaggebieden op afstand. Dat was ook de verwachting van de vorige week, maar toen wist een regenzone toch nog wat verder door te dringen dan eerder verwacht, waardoor er voldoende regen viel voor een korte opleving van de waterstanden. De verwachting voor de komende week lijkt daar geen ruimte voor te geven. In dit weer- en waterbericht leest u wat dat voor de waterstanden in de Rijn en de Maas betekent. In het tweede deel van dit bericht een analyse van de waterstanden in de Waal bij Tiel. Vijf jaar geleden zijn hier langsdammen aangelegd in het zomerbed en de verwachting is dat dat invloed heeft op het verloop van de waterstanden bij verschillende afvoeren. Aan de hand van enkele grafieken laat ik zien wat daar tot nu toe van te merken is.

Hogedrukgebieden houden neerslag op afstand

Het hoge drukgebied dat zich rond de jaarwisseling boven Midden en Zuid Europa positioneerde (een zogenaamd Eurohoog) houdt ook de komende week nog stand. Lagedrukgebieden blijven op grote afstand boven de Atlantische Oceaan en de neerslagzones weten soms nog wel Nederland te bereiken, maar het lukt ze niet om veel verder het continent op door te dringen. Het hogedrukgebied schuift bij de nadering van een regenzone steeds wel wat naar het zuidoosten, maar herstelt zich na de passage van het regenfront weer.  De weersverwachting lijkt wat dit betreft veel op die van vorige week. 

Toch was er de afgelopen week een lagedrukgebied dat het lukte om een wat zuidelijkere koers te volgen. Dit zorgde op donderdag en vrijdag voor voldoende regen in de Ardennen om de Maas de dagen erna wat  te laten stijgen. Ook de heuvelgebieden in Midden Duitsland ontvingen voldoende regen om de daling van de Rijn even te onderbreken. Toen ik mijn waterbericht vorige week zondag schreef was dit nog niet voorzien; gelukkig zorgt het weer soms ook nog voor verrassingen. 

Inmiddels heeft het hogedrukgebied zijn invloed weer wat uitgebreid en als dinsdag een nieuwe regenzone nadert ziet het er nu toch echt naar uit dat die de stroomgebieden van Maas en Rijn niet bereikt. Ook de rest van de wek blijft het droog. Na vrijdag lijkt er wel wat meer verandering te komen in de luchtdrukverdeling. Het hogedrukgebied splitst zich in tweeën, waarvan er een naar het westen en de ander naar het oosten schuift.

Het is nog onduidelijk wat er daarna gebeurt. Er is een kans dat het hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan ons weer gaat bepalen, waardoor er een noordwesten wind opsteekt die koudere lucht aanvoert. Dat levert dan mogelijk weer eens wat sneeuw op voor de Alpen. Tot medio december groeide het sneeuwdek daar flink aan, tot boven het langjarig gemiddelde, maar inmiddels is het er al 3 weken droog en slinkt het sneeuwdek weer langzaam. Een andere optie is dat de zuidwestelijke stroming aanhoudt en het weer wat wisselvalliger wordt. In geen van beide opties lijkt er een heel natte periode aan te komen met weer flink stijgende waterstanden.

Samengevat deze week dus vrijwel overal droog met dalende waterstanden. Vanaf komend weekend verandert het weerbeeld waarschijnlijk wel, maar er is voorlopig geen zicht op een veel nattere periode met weer sterker stijgende waterstanden.

Rijn stijgt t/m maandag, daarna weer dalend

De Rijn daalde de hele afgelopen week tot net onder de 9 m+NAP bij Lobith; de afvoer daarbij bedroeg 2000 m3/s. Vanaf  zaterdag kwam het water aan van de regen die op donderdag en vrijdag in Midden Duitsland was gevallen. Het gaat om een bescheiden stijging tot een stand van ca 9,4 m+NAP in de nacht van maandag op dinsdag. Daarna hervat de dalende trend zich en deze houdt waarschijnlijk aan tot na het volgend weekend.

De eerste dagen zakt de stand dan met ca 20 cm per dag, later afnemend naar 10 cm per dag. Op donderdag zakt de stand dan onder de 9 m en op zaterdag onder de 8,75 m. Waarschijnlijk wordt in het begin van de week daarna de 8,5 m onderschreden.

Als er rond het volgend weekend dan weer wat neerslag gaat vallen in het stroomgebied, dan volgt vanaf het midden van de week daarna pas weer een lichte stijging. Een sterkere stijging is voorlopig niet in zicht.

Maas daalt deze week

De regenval in de Ardennen op donderdag en vrijdag zorgde voor een kleine piek in de Maas. Op zaterdag kwam de afvoer bij Maastricht tot ongeveer 600 m3/s. Voor de winter is dat een normale, iets verhoogde afvoer. Inmiddels is de afvoer weer wat gaan dalen en die daling houdt waarschijnlijk de hele week aan. Alleen oo dinsdag wordt er wat regen verwacht in de Ardennen, maar dat zorgt hoogstens voor een vertraging van de dalende trend.

De rest van de week blijft het droog en pas rond het komend weekend kan er weer wat neerslag gaan vallen. Ook dan worden geen grote hoeveelheden verwacht en een sterkere stijging van de Maas is dan ook niet in beeld. Al met al verwacht ik de komende dagen een dalende trend, waarbij de afvoer eerst met can 75 m3 per dag daalt tot ca 400 m3/s op dinsdag. Vanwege de neerslag op dinsdag kan die afvoer een dag of 2 aanhouden, wsaarna vanaf donderdag de daling weer inzet met ca 50 m3 per dag. In het volgend weekend verwacht ik dan een afvoer van ca 300 m3/s. Pas in het begin van de week daarna is er weer een (lichte) stijging mogelijk als er inderdaad neerslag valt in het komend weekend.

Effecten van langsdammen op de waterstanden in de Waal

In het kader van het project Ruimte voor de Rivier zijn er op tientallen plaatsen in het stroomgebied van de Rijn maatregelen genomen om de waterveiligheid bij extreme hoogwaters te vergroten. Er zijn nevengeulen gegraven, uiterwaarden verlaagd, kribben verlaagd, bypasses aangelegd en hier en daar is ook de bestaande dijk versterkt. Een bijzondere maatregel, die ook deel uitmaakte van het project, was het vervangen van kribben door zogenaamde langsdammen.

Dit project vond plaats in een traject van de Waal nabij Tiel. Hier werden over een lengte van 10 kilometer de kribben op een van de oevers verwijderd en vervangen door een langsdam. Op de luchtfoto hieronder is de langsdam goed te zien op de zuidelijke oever van de Waal. Op de noordelijke oever is de situatie ongewijzigd en liggen de traditionele kribben nog.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 14.29.51.png

Satellietfoto van de Waal nabij Tiel met een langsdam op de zuidelijke oever van het zomerbed en kribben op de noordelijke oever.
Satellietfoto van de Waal nabij Tiel met een langsdam op de zuidelijke oever van het zomerbed en kribben op de noordelijke oever.

Een langsdam is een dam die parallel aan de stroomrichting van de rivier loopt, dit in tegenstelling tot kribben die er loodrecht op staan. De langsdam spltst de rivier in een hoofdgeul en een oevergeul. Doordat de rivier meer ruimte krijgt (de kribben blokkeren een deel van de stroom) hebben ze een positief effect op de waterveiligheid (lagere waterstand bij hoge afvoeren).

Tegelijkertijd moeten de langsdammen er bij lage rivierafvoeren voor zorgen dat het waterpeil in de hoofdstroom wat hoger wordt. Dit gebeurt enerzijds doordat de langsdam wat verder van de oever af ligt dan voorheen de krib en het zomerbed dus iets smaller is, wat voor de opstuwing zorgt. Daarnaast wordt verwacht dat de bodem van de rivier wat hoger komt te liggen, wat dan ook voor een lichte stijging van de waterstanden zal zorgen. Bij hogere afvoeren verdeelt het water zich vanaf nu namelijk over een bredere bedding en daardoor neemt de stroomsnelheid wat af en wordt zand op de bodem minder snel getransporteerd, waardoor de bodem weer wat hoger kan komen te liggen.

Als het inderdaad lukt om de bodem wat te laten stijgen, dan zou dat goed nieuws zijn. Al sinds de aanleg van de kribben ca 150 jaar geleden kampen de Nederlandse rivieren met een dalende bodem. Lokaal bedraagt die daling inmiddels meer dan 2,5 meter en dat zorgt voor steeds meer problemen voor scheepvaart, natuur, waterwinning etc. Anders dan de andere Ruimte voor de Rivierprojecten had het langsdammenproject daarom als extra doelstelling om de bodemdaling een halt toe te roepen. Het project bij Tiel is een pilot waar nu ervaring wordt opgedaan.

Uit interesse voor de ontwikkelingen heb ik steeds de waterstanden bijgehouden die er bij het meetpunt Tiel zijn opgetreden. Ik heb over de periode van de afgelopen 10 jaar van alle pieken en dalen die zijn opgetreden bij dit meetpunt de waterstanden genoteerd, zodat ik ze van jaar tot jaar kan vergelijken. In de grafiek hieronder zijn al deze metingen uitgezet. Op de horizontale as staan de afvoergegevens van de Rijn bij Lobith en op de vertikale as de waterstand bij Tiel. De blauwe punten zijn de waarnemingen van de pieken en dalen die zijn opgetreden t/m 2015, de datum dat de langsdammen in werking gingen, en de rode punten zijn van daarna.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.06.16.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van voor de aanleg van de langsdammen, in rood die van daarna.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van voor de aanleg van de langsdammen, in rood die van daarna.

De grafiek laat zien hoe de waterstand stijgt bij toenemende afvoer. De metingen van voor 2016 liggen allemaal hoger dan de metingen vanaf 2016. Bij de lagere afvoeren gaat het om kleine verschillen (orde 5 tot 10 cm), maar bij de hogere afvoeren loopt dit op tot 20 à 25 cm. De waterstanden zijn, vooral bij de hogere afvoeren, dus flink lager geworden in de afgelopen jaren. De waterveiligheid is dus inderdaad toegenomen. (Een disclaimer hierbij is wel dat het in deze analyse nog steeds om relatief beperkte afvoeren gaat. De afvoer waarop we onze veiligheid hebben ingericht bedraagt 16.000 m3/s en het is op grond van deze gegevens niet te zeggen wat bij die afvoer het effect zal zijn; waarschijnlijk wordt het bij de hogere afvoeren weer iets kleiner.)

Uit deze metingen is niet meteen op te maken of de daling van de waterstanden het gevolg is van de langsdammen of van de bodemdaling; beide zou kunnen. In de volgende grafiek heb ik daarom de gegevens verder opgesplitst en heb ik de periode voor de aanleg in tweeën opgedeeld. De metingen uit de middelste periode, dus van net voor de aanleg, bevinden zich duidelijk tussen beide andere metingen in. Alleen in de range onder de 2000 m3/s lijkt dit minder duidelijk. 

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.07.30.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.

Om dit wat beter te kunnen bekijken, heb ik voor de lagere afvoeren de grafiek uitvergroot. Dit is in de figuur hieronder weergegeven. We zien daarin dat de verschillen bij de hogere afvoeren duidelijk het grootst zijn. De daling vanaf 2016 is voor de afvoeren vanaf ca 1800 m3/s duidelijk groter dan voor de periode tussen 2012 en 2015. De langsdammen lijken de waterstanden bij deze afvoeren dus wat extra naar beneden te hebben gebracht.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.07.46.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.

Bij de afvoeren onder de 1500 m3/s is dit effect minder groot. De rode punten liggen nog wel onder de blauwe en de oranje, maar de verschillen zijn maar klein. Met name in de range tussen 1000 en 1300 m3/s liggen de rode punten vrijwel gelijk met de oranje punten. Daaronder liggen de rode punten weer duidelijk lager. Deze dateren echter uit najaar 2018 toen er veel Waalwater via het Amsterdam Rijnkanaal werd afgevoerd, wat de standen bij Tiel wat extra verlaagde. Er is dus geen sprake meer van een daling, maar een stijging is zeker ook niet te zien.

Om de invloed van de langsdammen nog wat beter te kunnen begrijpen heb ik dezelfde grafiek ook gemaakt voor het stroomopwaarts gelegen meetpunt, bij Dodewaard (zie hierna). Hier is geen langsdam aangelegd, maar zijn in het kader van Ruimte voor de Rivier de kribben verlaagd. Dit betekent dat de kribben er nog wel liggen, maar ca 2 meter lager zijn. Bij hogere afvoeren leidt dit dan tot een waterstandverlaging, maar bij de lagere afvoeren zou er dan geen invloed op de waterstanden mogen zijn.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.08.00.png

Verloop van de waterstanden bij Dodewaard bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen.
Verloop van de waterstanden bij Dodewaard bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen.

Als we naar de waterstanden bij Dodewaard kijken, dan zien we dat die bij alle afvoeren in de laatste periode duidelijk onder die van de eerdere perioden liggen. We zien ook dat dit effect bij de hogere afvoeren, vooral boven de 1500 m3/s als de kribben gaan overstromen, ook groter wordt. Bij Dodewaard zien we dus dat de bodemdaling (het enige proces dat effect heeft bij de laagste afvoeren) nog steeds voor een flinke daling van de waterstanden zorgt.

De daling is er veel groter dan bij Tiel, waar de waterstanden bij de lagere afvoeren stabiel waren of maar weinig gedaald. Als we naar afvoeren tussen de 1000 en 1250 m3/s kijken, dan zijn die bij Dodewaard nu ca 10 - 15 cm lager dan in de periode tussen 2012 en 2015 en ca 20 - 30 cm lager dan in de periode van 2008 tot 2011. Bij Tiel gaat het om dalingen in de orde van ca 5 cm, dus duidelijk minder. 

De langsdammen lijken dus wel enig effect te hebben. Vooral bij de hogere afvoeren (> 2000 m3/s) zorgen ze voor de verwachte daling. Bij de lagere afvoeren is ook nog steeds sprake van een daling van de waterstanden, maar die is veel kleiner dan op andere locaties in de rivier. De bodemdaling lijkt bij Tiel gestopt, of in ieder geval veel kleiner te zijn dan stroomopwaarts in de rivier.

Droog weer in de stroomgebieden en verder dalende waterstanden

De laatste week van december zagen we al dat hogedruk meer en meer het weer ging bepalen in de stroomgebieden van Rijn en Maas en neerslaggebieden bleven sindsdien op grote afstand. Dit weerpatroon houden we ook de komende week en neerslag wordt er dan ook nauwelijks verwacht. Voor de rivieren betekent dit dat afvoeren en waterstanden verder zullen dalen en de relatief hoge standen die we in december hadden, komen voorlopig niet weer in beeld. Het weer- en waterbericht voor de komende week luidt daarom kort samengevat: hoge druk, weinig neerslag en dalende rivierstanden. Zoals vorige week al aangekondigd tot besluit van dit bericht de terugblik op de waterstanden van de Maas in 2019.

Eurohoog domineert de weerkaarten

Het hoge drukgebied dat nu het weer in een groot deel van Europa bepaalt is rond de jaarwisseling vanaf de Britse eilanden via Nederland (mist!) naar centraal Europa geschoven. Het blijkt heel standvastig te zijn, want de weermodellen voorzien dat het er over een week nog steeds ligt. Zo'n hogedrukgebied wordt ook wel een Eurohoog genoemd en uit eerdere winters is bekend dat ze langdurig op dezelfde plek blijven liggen en het weer vele weken kunnen domineren. In de weerkaart hieronder is het hogedrukgebied duidelijk te zien als een langegerekte zone van hoge druk die vanaf de Azoren via Centraal-Europa naar het oosten loopt. 

Lagedrukgebieden bevinden zich aan de linkerbovenrand van de kaart; ze schuiven tussen IJsland en Schotland door naar het noorden van Skandinavië. De bijbehorende regengebieden bereiken soms nog net Nederland, maar in de stroomgebieden van Rijn en Maas blijft het grotendeels droog. 

Schermafbeelding 2020-01-05 om 10.50.30.png

De huidige weerkaart laat goed het Eurohoog zien dat vastgenageld lijt boven midden en zuid Europa en regengebieden op grote afstand houdt. (bron: Kachelmannwetter.com)
De huidige weerkaart laat goed het Eurohoog zien dat vastgenageld lijt boven midden en zuid Europa en regengebieden op grote afstand houdt. (bron: Kachelmannwetter.com)
 

Tot en met donderdag blijft het eurohoog op zijn plaats liggen, daarna komt op vrijdag een lagedrukgebied over de Britse Eilanden wat dichterbij en dat zorgt in Nederland voor wat regen, maar dieper Europa in blijft het waarschijnlijk droog. Vanaf zaterdag herstelt het eurohoog de orde en volgen er weer een viertal droge dagen. Ook na het komend weekend lijkt er nog weinig te veranderen en de kans is groot dat het tot medio januari droog blijft in de stroomgebieden. Dat betekent ook dat de waterstanden de eerstkomende 10 tot 15 dagen zullen blijven dalen.

Rijn daalt de hele week naar ca 8,5 m+NAP

De afgelopen week viel er al geen regen meer in het stroomgebied van de Rijn en het water dat zich er in de regenrijke weken van decemer had verzameld in bodems, beken en meren, stroomt nu langzaam weg. Eerst bedroeg de daalsnelheid bij Lobith nog zo'n 30 cm per dag, maar inmiddels is dat afgenomen tot 20 cm en vanaf medio deze week neemt de snelheid nog verder af naar 10 cm en uiteindelijk 5 cm per dag.

Gisteren, zaterdag, werd de 9,5 m+NAP bij Lobith onderschreden en ik verwacht dat dinsdag de 9 m wordt gepasseerd; de afvoer bedraagt dan nog ca 2000 m3/s. Daarna gaat de daling wat langzamer en pas komende zondag of maandag verwacht ik dat de 8,5 m wordt onderschreden. De kans is groot dat de stand nog verder zakt naar 8,25 m aan het eind van die week. De afvoer zal dan teruggelopen zijn tot zelfs onder de 1500 m3/s, wat een vrij lage afvoer is voor januari. Gemiddeld bedraagt de afvoer in deze tijd van het jaar namelijk ca 2800 m3/s. Voorlopig is er geen zicht op dat deze waarde binnenkort weer wordt bereikt. 

Maas daalt de hele week naar ca 250 m3/s

Ook het stroomgebied van de Maas stroomt nu langzaam leeg. De eerste helft van de afgelopen week ging dat vrij snel, met zo'n 100 m3 per dag, maar de afgelopen paar dagen vertraagde de daling. Dit wordt veroorzaakt door water uit de Franse Maas, dat altijd lang onderweg is en de afgelopen dagen passeerde een kleine golf die op 27 en 28 december in de Bovenmaas was begonnen. Dit hield de afvoeren bij Maastricht enige dagen stabiel rond de 450 m3/s.

De aanvoer uit Frankrijk neemt de komende dagen ook sneller af en daarom zal de afvoer bij Maastricht vanaf nu ook weer verder gaan dalen. De daling verloopt de eerste paar dagen met zo'n 50 m3 per dag, maar zal later afnemen. Aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ca 250 m3/s. 

Op vrijdag is er kans dat het regengebied dat dan Nederland weet te bereiken, ook in de Ardennen wat regen brengt. De hoeveelheden zijn echter klein en op de Maasafvoer zal het weinig invloed hebben. Na komend weekend houdt het droge weer nog minstens enkele dagen aan en zullen ook de afvoeren verder dalen met bij Maastricht later in die week een afvoer van 200 m3/s of nog wat lager. 

Terugblik 2019 op de afvoeren van de Maas

Vorige week kon u een terugblik lezen op de waterstanden van de Rijn, deze week een vergelijkbaar verslag voor de Maas. Voordat ik u meeneem naar de resultaten sta ik eerst stil bij de herkomst van de gegevens. Voor de Rijn is dat eenvoudig want daar kunnen we uitgaan van de waarnemingen bij Lobith waar op dezelfde locatie al sinds 1900 wordt gemeten. Voor de Maas is dat echter niet zo eenvoudig, want hier is het meetstation enige tijd geleden verplaatst. Vanouds werd de Maasafvoer altijd gemeten bij Borgharen, maar die metingen vinden nu plaats bij Maastricht, iets verder stroomopwaarts. 

Een paar kilometer stroomopwaarts maakt meestal niet zoveel uit voor de meetegevens, maar het nieuwe meetpunt ligt hier net bovenstrooms van het punt waar het Julianakanaal en de Zuid-Willemsvaart beginnen. Omdat via deze kanalen ook een deel van het Maaswater wordt afgevoerd, passeert er bij Maastricht dus altijd wat meer water dan bij Borgharen. Voor een goede analyse moet daar wel rekening mee gehouden worden.

In de kaart hieronder is de situatie weergegeven rondom Maastricht, waar de kanalen beginnen; met in lichtblauw de Maas en in donkerblauw de kanalen. Bij het begin van een kanaal ligt er altijd een stuw in de rivier (resp. Monsin en Borgharen) die het verdelen van water over de kanalen en de rivier zelf mogelijk maken.

kanalen Zuid Limburg.jpg

Kaart van de Maas tussen Luik en Maastricht met daarin aangegeven de ligging van de kanalen die een deel van het Maaswater afvoeren.
Kaart van de Maas tussen Luik en Maastricht met daarin aangegeven de ligging van de kanalen die een deel van het Maaswater afvoeren.

Wat de situatie in dit deel van de Maas nog wat complexer maakt is dat de kanalen er niet altijd zijn geweest en ook niet altijd dezelfde hoeveelheid water afvoeren. Als we meetgegevens van vroeger willen vergelijken met nu moeten we dus rekening houden met het water dat dagelijks via de kanalen is afgeleid. Om het helemaal goed te doen moeten we ook nog rekening houden met de hoeveelheid water die in België via het Albertkanaal wordt afgeleid. Dit kanaal begint net ten noorden van Luik en hier verliest de Maas ook een deel van zijn water.

Voor langjarige analyses van de Maasafvoeren is daarom een meetreeks samengesteld waarin bij de afvoeren die vroeger bij Borgharen en later bij Maastricht zijn gemeten ook de afvoeren via de kanalen is opgeteld. Deze meetreeks heet de Monsin-reeks, vernoemd naar het plaatsje Monsin, waar het Albertkanaal begint en tot waar de Maas dus nog ongedeeld is. Via Rijkswaterstaat heb ik de beschikking gekregen over deze reeks en hiermee kan ik de langjarige analyses maken die u hieronder vindt.

In de eerste figuur is het verloop van de Maasafvoer bij Monsin gedurende 2019 weergegeven. In de grafiek is ook de hoogste en laagste waarde weergegeven die op een bepaalde datum zijn opgetreden sinds de metingen in 1911 zijn begonnen. Ook is het gemiddelde van een dag over de hele meetreeks weergegeven en het verloop van het vorige jaar, 2018.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 12.18.17.png

Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018
Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018

Gemiddeld over het hele jaar 2019 voerde de Maas ca 255 m3/s af (waarvan ca 240 bij Maastricht passeerde na aftrek van de afvoer die via het Albertkanaal wegstroomde). Dit komt neer op ca 95% van de normale hoeveelheid die de Maas gemiddeld in een jaar afvoert. Het lijkt dus een vrij normaal jaar te zijn geweest. Het water werd echter ongelijkmatig over het jaar verdeeld. In de figuur hierboven is dat ook te zien: in de periode januari t/m maart schommelt de afvoer rond het gemiddelde of ligt er boven, en in het najaar volgt de afvoer ook ongeveer het gemiddelde, maar in de zomer lag de afvoer er langdurig ver onder. Ook heeft de laatste maand december veel goed gemaakt, want deze maand voerde de Maas 70% meer water af dan in een normale decembermaand. 

Voor de Maas was het het derde jaar op rij met langdurig lage zomerafvoeren en als we de figuur hierna bekijken (met daarin de nadruk op de lage afvoeren) dan zien we dat de Maasafvoer dit jaar al vanaf begin april onder het langjarig gemiddelde dook. Op een enkel piekje na bleef het daar tot oktober onder. Het verloop leek veel op dat van 2018, behalve dat het in dat jaar tot begin december duurde voordat de afvoer terugveerde. In april, juni, juli en september was de afvoer dit jaar zelfs nog wat lager dan in het zeer droge jaar 2018. De gemiddelde afvoer in september bedroeg zelfs maar 44 m3/s en we moeten terug tot 1991 voor een net zo lage afvoer en tot 1976 voor een nog lagere maandafvoer.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 12.18.42.png

Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019, maar dan ingezoomd op de lagere afvoeren
Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019, maar dan ingezoomd op de lagere afvoeren

Er waren in 2019 geen grote hoogwaters. Januari is normaal de maand met de meeste kans op hoogwater, maar het peil bleef die maand ruim onder de 1000 m3/s. In februari was er wel een korte hoogwaterpiek, maar de hoogste afvoer werd in maart opgemeten. De afvoer kwam toen zelfs tot ca 1650 m3/s, de hoogste afvoer sinds januari 2011, toen de afvoer net boven de 2200 m3/s piekte. Een afvoer rond de 1600 m3/s komt gemiddeld eens in de 3 jaar voor. 

Opvallend aan het afvoerverloop van de Maas in vergelijking tot de Rijn is dat de Maas tijdens de hoogwaterpieken van dit jaar relatief hoger kwam dan de Rijn, maar tijdens de periode van lage afvoeren in de zomer ook veel langer laag stond en verder wegzakte. De Maas had dus met grotere uitersten te maken dan de Rijn.

Wat de lage afvoeren betreft had dat vooral te maken met de droogte in een brede zone die over Oost Frankrijk en de Ardennen naar het midden van Duitsland liep. Het was hier erg lang droog, terwijl het ten noorden daarvan en in de Alpen juist aan de natte kant was in de zomer. De Maas ontvangt al zijn water uit deze zone en had daardoor te maken met erg lage afvoeren; de Rijn ontvangt 's zomers ook veel water uit de Alpen en had er weinig last van. Nederland lag precies op de grens, met in het zuidoosten droogte en in het noordwesten veel nattigheid.

Vanaf het najaar kwam er een eind aan de droogte in het stroomgebied van de Maas en stegen de afvoeren al snel naar meer normale waarden, met in december zelfs relatief hoge afvoeren.

In de figuur hieronder heb ik de afvoergegevens van Monsin gegroepeerd in verschillende klassen van zeer laag tot zeer hoog. Voor de afvoer bij Maastricht mag er ca 15 m3/s van afgetrokken worden; de klasse van 35 tot 65 komt bij Maastricht dus overeen met een afvoer van 20 tot 50 m3/s.  In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeeks, in rood die van 2019. Duidelijk is te zien dat met name de beide laagste klassen tot 65 m3/s sterk vertegenwoordigd waren. Dit lijkt ten koste gegaan te zijn van de klasse tussen 65 en 100 die veel minder vaak voorkwam. Als de afvoer dit jaar laag was, was hij dus meteen ook erg laag. De klassen rond het langjarig gemiddelde (200 tot 325) komen wat vaker voor dan gemiddeld en ook dankzij maart en december komen de hogere ongeveer voor volgens het langjarig gemiddelde.  

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.11.png

Afvoergegevens van 2019 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2019 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

Als we dit jaar vergelijken met 2018 dan zien we dat in dat jaar de zeer lage afvoeren nog veel vaker voorkwamen. Dit was een gevolg van het veel langer aanhouden van de droogte tot en met eind november. De allerlaagste afvoeren kwamen in dat jaar echter weer niet zoveel voor. De lage afvoeren in 2018 gingen ten koste van vrijwel alle andere klassen. Alleen bovenin de reeks waren de twee op één na hoogste klassen relatief wat meer vertegenwoordigd. In 2018 was er een langdurig hoog water in januari dat dit veroorzaakte. Heel hoog kwam de afvoer echter niet, dus bleef de klasse >1500 m3/s dat jaar leeg.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.22.png

Afvoergegevens van 2018 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2018 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

Als we vervolgens de periode van de laatste 5 jaar bekijken (zie grafiek hierna), dan zien we dat de lagere afvoeren ook daar sterk vertegenwoordigd zijn. Op 2016 na kenden al deze jaren lange perioden van lage afvoer en dat komt duidelijk terug in de gemiddelde verdeling met ruim het dubbele aantal dagen met een afvoer <65 m3/s bij Monsin in vergelijking met het langjarig gemiddelde over de periode 1911-2019. De klassen tussen 100 en 250 komen duidelijk minder vaak voor, terwijl van de hogere afvoeren alleen de klasse tussen 700 en 1000 wat vaker voorkwam. Het laat zien dat de afvoer in de afgelopen 5 jaar wel regelmatig tot net onder de 1000 m3/s is gestegen, maar relatief minder vaak erboven.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.34.png

Afvoergegevens over de afgelopen 5 jaar (periode 2015-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens over de afgelopen 5 jaar (periode 2015-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

De periode met vrij weinig hoogwaters duurt in de Maas al wat langer. Velen zullen zich de periode herinneren rond 1995 toen er twee zeer hoge hoogwaters waren en daarnaast veel, minder bekende, lagere hoogwaters. Sinds 2003 is daar echter een omslag in gekomen en dat is ook goed zichtbaar in de verdeling van de afvoeren over de afgelopen 15 en 30 jaar (zie de figuur hierna).  

Helemaal rechts in de figuur zien we dat de hoogste afvoeren (> 1000 m3/s) in de afgelopen 15 jaar relatief weinig zijn opgetreden, terwijl dat over de periode van de afgelopen 30 jaar juist vrij veel was. In de eerste 15 jaar van deze 30-jarige periode zijn het er dus erg veel geweest en daarna veel minder.

Voor het overige zien we dat de lage afvoeren al 30 jaar lang meer voorkomen dan het langjarig gemiddelde. De laatste 15 jaar is de op een na laagste klasse zelfs nog wat verder gestegen. Afvoeren < 50 m3/s zijn bij Maastricht de laatste 15 jaar met ca 30% toegenomen van 35 dagen gemiddeld naar 46. De afvoeren rond de gemiddelde afvoer (tussen 100 en 700 m3/s) tonen een wat wisselend beeld met soms een toename en soms een afname, maar geen grote verschuivingen.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.52.png

Afvoergegevens over de afgelopen 15 jaar (periode 2005-2019) en 30 jaar (1990-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens over de afgelopen 15 jaar (periode 2005-2019) en 30 jaar (1990-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

De toename van het aantal dagen met lage afvoer en het minder frequent optreden van dagen met een hoge afvoer in de afgelopen 15 jaar zien we ook terug als we naar het verloop van de gemiddelde afvoer kijken over de hele meetperiode. Net zoals in de weerkunde het langjarig gemiddelde wordt gebruikt om het klimaat mee te kunnen bepalen zo heb ik hier ook gebruik gemaakt van de 15-jarige (rode lijn) en 30-jarige (blauwe lijn) gemiddelden om patronen in het afvoerverloop aan te kunnen bepalen. De Maas kent van jaar een grote variatie in de gemiddelde afvoeren en deze zien we deels ook nog terug in het verloop van het 15-jarig gemiddelde. Bij het 30-jarig gemiddelde nivelleert dit steeds verder.

In de beginperiode van de vorige eeuw zien we dat de gemiddelde afvoer vrij hoog is; tot zelfs rond de 300 m3/s in de eerste 15 jaar. Daarna treedt een gestage daling op als gevolg van veel relatief droge jaren in de veertiger jaren; de Maas verliest hier ca 20% van zijn gemiddelde afvoer. In de 60-er jaren is er dan weer een stijging op, gevolgd door een opvallende daling als gevolg van de zeer droge jaren '70. Het langjarig gemiddelde over 15 jaar van de Maas is dan gedaald tot 240 m3/s.

Wat we eerder ook al bij de Rijn zagen, is dat de '80-er jaren vervolgens zeer nat verliepen en dat de gemiddelde afvoer in korte tijd sterk stijgt naar hetzelfde niveau als in de beginjaren van de vorige eeuw. In de '90-er jaren blijft het gemiddelde nog hoog, maar vanaf het jaar 2005 volgen veel jaren met een relatief lage gemiddelde afvoer en vooraal de laatste 5 jaar leidt dat bij het 15-jarig gemiddelde tot een sterke daling naar een niveau net boven dat uit de jaren '40 en '70. Het 30-jarig gemiddelde loopt hier achteraan, wat logisch is omdat zich daar nog veel jaren in bevinden uit de natte jaren '90. 

Wat de gemiddelde afvoer betreft is de situatie vandaag de dag nog niet uitzonderlijk, want eerder was het gemiddelde ook al zo laag, maar het is wel spannend of de trend zich verder doorzet als gevolg van klimaatverandering of de komende jaren weer ombuigt.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.08.10.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.

Bij het verloop van de hoogste afvoeren die jaarlijks optreden zien we vergelijkbare schommelingen. Er is een duidelijke relatie tussen een hoge gemiddelde afvoer en het optreden van hoge piekafvoeren. Bij het 15-jarig gemiddelde zien we duidelijke dalen rond de '40-er en het begin van de '80-er jaren als gevolg van de langere droge periodes in de perioden daarvoor. Medio '80-er jaren begint het 15-jarig gemiddelde dan sterk te stijgen als gevolg van de vele hoogwaters tussen 1985 en 2003. De gemiddelde topafvoer stijgt in die periode met ca 40% van ca 1250 naar 1750 m3/s.

Even zo snel als de lijn gestegen is, is er na 2003 ook weer sprake van een daling en het 15-jarig gemiddelde van de hoogste jaarlijkse afvoeren is nu al weer tot nabij de 1300 m3/s gezakt, bijna net zo laag als na de droge jaren '70. Het 30-jarig gemiddelde volgt vertraagt. Hierin bevinden zich nog alle hoogwaters uit de jaren '90, maar ondanks dat is de lijn nu weer gaan dalen. 

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.08.42.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse hoogste afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse hoogste afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.

Piekafvoeren in de Maas duren altijd naar kort en om een idee te krijgen van de trends die optreden in de hogere afvoeren heb ik daarom ook het verloop van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s) op een rij gezet (zie figuur hierna). Deze afvoer is een belangrijke indicator voor de Maas omdat vanaf die waarde een flink regengebied voldoende is voor een zeer hoge afvoer van 2000 m3/s of meer. Als we naar het verloop kijken, dan valt op dat in de eerste helft van de vorige eeuw er nauwelijks veranderingen waren. In de loop van de '60-er jaren is er dan een lichte toename gevogd door een wat duidelijkere daling als gevolg van de droge '70-er jaren. 

Zeer opvallend is daarna de stijging die in de '80-er en '90-er jaren optreedt en gemiddeld over 15 jaar is er een meer dan verdubbeling van het aantal dagen met een afvoer boven de 1000 m3/s. Maar wat we ook al bij de hoogste afvoeren zagen is dat dit aantal vanaf het begin van de jaren '00 weer ius gaan dalen en zich nu weer op een zeer laag niveau bevindt. Dagen met hoge afvoeren komen dus duidelijk minder vaak voor dan enkele decennia geleden en ook de jaarlijks hoogste afvoer is al enige tijd aan het dalen.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.09.52.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s).
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s).

Eerder zagen we dat er de laatste 30 jaar relatief meer dagen waren met een lage tot zeer lage afvoer. Door middel van het verloop van het 15- en 30-jarig gemiddelde kunnen we nagaan of dit een ontwikkeling is van de laatste tijd of dat er eerder ook al langere perioden met veel lage afvoeren zijn geweest (zie figuur hierna).

Het verloop van het aantal dagen met een lage afvoer  is ongeveer de tegenhanger van die van de gemiddelde afvoer. In de eerste decennia van de vorige eeuw waren er maar weinig dagen met een lage afvoer, maar dit aantal stijgt gestaag naar eerst een piek na de relatief droge '40-er en '50-er jaren. Na een korte daling is er dan een zeer sterke toenam als gevolg van de zeer droge '70-er jaren. Zoals we eerder zagen waren de '80-er jaren erg nat en het aantal dagen met een lage afvoer neemt in die periode weer sterk af.

Opvallend is dat het aantal na de sterke daling in de '80-er jaren niet opnieuw sterk stijgt. Eerder zagen we in de figuur met de afvoerklassen dat er de laatste 15 en 30 jaar wel meer dagen waren met een lage afvoer dan het langjarig gemiddelde, maar dat levert nu nog geen uitzonderlijke situatie op.

Vooral de laatste 5 jaar waren er veel dagen met een lage afvoer, maar gemiddeld over de afgelopen 15 jaar is dat toch nog niet heel bijzonder. Daar hebben we nu te maken met ruim 45 dagen met een afvoer <65 m3/s, maar na de '70-er jaren waren dat er ruim 65 en ook het 30-jarig gemiddelde ligt met ca 45 nog ruim onder de hoogste waarden van ca 55. Het is afwachten wat de komende jaren gaan brengen, of het aantal dagen met lage afvoeren blijvend hoog zal zijn, of dat er weer een teruggang volgt zoals de Maas eerder heeft laten zien.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.09.43.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een zeer lage afvoer (< 65 m3/s).
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een zeer lage afvoer (< 65 m3/s).

 

Langdurig droog en dalende waterstanden

Na een natte december en relatief wat hogere waterstanden lijkt januari het anders aan te gaan pakken. Hogedrukgebieden gaan ons weer voor langere tijd bepalen en dat betekent dat de waterstanden, na de kleine hoogwatergolfjes die ons deze week passeerden, weer flink gaan dalen. Welke waterstanden en afvoeren dat in de Rijn en de Maas op gaat leveren leest u in dit weer- en waterbericht. Verder is het tijd voor de terugblik op het jaar 2019 en een analyse hoe dit jaar zich verhoudt tot eventuele langjarige trends. Deze week staat de Rijn op het programma en volgende week kunt u de terugblik van de Maas verwachten. 

Hogedruk heer en meester over West en Midden Europa

De aanvoer van lage drukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan, die begin december op gang was gekomen, is deze week weer geëindigt. Donderdag en vrijdag trok het laatste regengebied ten zuiden van Nederland langs naar het zuidoosten en sindsdien bepaalt een hogedrukgebied ons weer. Voorlopig weet dat niet van wijken en als het rond het einde van de week naar het oosten is weggetrokken, volgt er meteen een nieuwe vanaf de Atlantische Oceaan.

De kans is daarom groot dat het de eerstvolgende 10 dagen vrijwel droog blijft en misschien nog wel wat langer. De waterstanden in de Rijn en Maas zullen daardoor weer flink gaan dalen en er is voorlopig geen zicht op een nieuwe stijging. Traditioneel is de eerste week van januari de periode van het jaar met de grootste kans op hoogwater, maar dit jaar is daar geen sprake van en hebben we te maken met dalende waterstanden.

Het is nu nog te vroeg om iets over de rest van de winter te zeggen. Wel valt op dat er nu helemaal geen sneeuw in de Middelgebergten ligt zoals de Eifel, Vogezen en het Zwarte Woud. Gewoonlijk ontstaaat hier in december een sneeuwdek dat later in de winter kan bijdragen aan hoogwaters. Dit jaar is daar nog geen sprake van geweest en ook de komende 10 tot 14 dagen zal zich hier geen sneeuwdek vormen omdat het ook deze lagere gebergten vrijwel droog blijft. 

In de Alpen is de afgelopen tijd wel veel sneeuw gevallen, alhoewel de grootste hoeveelheden ook hier pas boven de 2000 m te vinden zijn. De kaart hieronder laat de relatieve dikte van het sneeuwdek zien tov de normale hoeveelheden eind december. Met een rode lijn heb ik de grens van het stroomgebied van de Rijn aangegeven. In de noordelijke Alpen ligt iets minder dan de normale waarde, maar hogerop ligt meer. De grootste overschrijdingen van de normaal vinden we net buiten het stroomgebied van de Rijn; met name in het Rhonedal (links onder). 

Voorlopig blijft de sneeuw in de Alpen nog maandenlang liggen. Pas vanaf half april gaat ze smelten en de grootste bijdrage aan de Rijnafvoer hoeven we pas te verwachten in de eerste helft van juni. Het feit dat er nu vooral hogerop veel sneeuw ligt, is gunstig voor de Rijnafvoeren in die periode. We kunnen daarom nu al voorspellen dat de kans op laagwater in de Rijn in de komende maand juni klein is.

Sneeuwhoogte Alpen.jpg

Relatieve dikte van het sneeuwdek in de Alpen tov de gemiddelde waarden eind dcember (bron SLF)
Relatieve dikte van het sneeuwdek in de Alpen tov de gemiddelde waarden eind dcember (bron SLF)

Rijn bereikt vandaag hoogste stand en daalt hierna de hele volgende week

De regenval in het stroomgebied heeft de Rijn nogmaals laten stijgen naar een kleine piek. Deze passert vandaag met een hoogte van 11,1 m, ca 10 cm lager dan de piek van een kleine 2 weken terug. Dankzij deze twee golfjes is de gemiddelde afvoer in december iets hoger uitgekomen dan de normale waarde voor december (ca 2.600 m3/s; dit is 109% van de normaal). Samen met maart (103%) waren dit de enige maanden van dit jaar met een bovengemiddelde afvoer. 

Na vandaag gaan de waterstanden zeker 10 dagen en mogelijk nog langer dalen en rond 10 januari zal deze ruim onder het langjarig gemiddelde uitkomen. Tot nieuwjaarsdag zakt de waterstand nog maar langzaam, met ca 10 - 20 cm per dag, omdat er vanuit Zuid Duitsland nog een kleine golf onderweg is. Daarna zal de daling enkele dagen wat sneller verlopen met een snelheid rond 25 cm per dag, om vanaf volgend weekend weer te vertragen naar ca 10 cm per dag. Dit betekent dat op 1 januari de 10,5 m (ca 3000 m3/s) weer onderschreden wordt, op 3 januari de 10 m (ca 2.600 m3/s) en rond 7 januari de 9,5 m (ca 2.300 m3/s).

De kans is groot dat de daling ook daarna nog doorzet tot 9 m en een afvoer van ca 2.000 m3/s, of het weer zou vanaf 8 januari weer om moeten slaan naar een regenachtige situatie. Voorlopig is het nog te vroeg om daar met zekerheid iets over te zeggen.

Maas was hele week relatief hoog, maar gaat nu dalen

De Maasafvoer bleef de hele week op een relatief hoog niveau, met bij Maastricht een afvoer tussen de 850 en 950 m3/s. Normaal voor deze tijd is een afvoer van ca 450 m3/s. Een afvoer zo tegen de 1000 aan is voor de Maas altijd spannend omdat vanaf daar een stijging mogelijk is naar een echt hoogwater met een afvoer rond bv 2000 m3/s of hoger. Om dat niveau te bereiken moeten er dan vervolgens een of twee regengebieden over de Ardennen trekken, die erg veel neerslag brengen (meer dan 5 cm) en liefst ook nog een smeltend sneeuwdek van 10 tot 20 cm dik, dat voor extra water zorgt.

Daar was deze week geen sprake van. Er passeerden wel regengebieden over de Ardennen en Noord Frankrijk, maar die brachten niet meer dan ca 1 cm regen en dat is onvoldoende voor een sterke stijging en in de perioden tussen de regengebieden was er ook steeds weer tijd voor enige daling. De afvoer steeg daarom steeds maar ca 100 tot 150 m3/s en bleef net onder de 1000 m3/s.

Sinds vrijdag is het droog geworden in het stroomgebied en het ziet er naar uit dat dit droge weer zeker een dag of 10 aanhoudt. Voor de Maas betekent dit dat de afvoer weer flink zal gaan dalen. Medio deze week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht weer onder de 500 m3/s zakt en in het volgend weekend rond de 300 m3/s uit zal komen. Waarschijnlijk zet de daling ook in de week daarna nog langzaam door.  

Terugblik 2019 op de waterstanden en afvoeren van de Rijn

Het jaar is bijna ten einde en daarom tijd voor enkele terugblikken: deze week de Rijn, volgende week de Maas. In de twee volgende figuren heb ik het verloop van de respectievelijk de afvoer en de waterstand bij Lobith gedurende 2019 weergegeven. In beide grafieken zijn ook de hoogste en laagste waarden weergegeven die op een bepalade datum zijn opgetreden sinds de metingen in 1900 zijn begonnen. Ook is het gemiddelde waarde van een dag over de hele meetreeks weergegeven en het verloop van het jaar 2018.

Jaargrafiek afvoer Lobith.png

Verloop van de Rijnafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018
Verloop van de Rijnafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018

Jaargrafiek stand Lobith 2019.png

Verloop van de waterstand van de Rijn bij Lobith gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018
Verloop van de waterstand van de Rijn bij Lobith gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018

Zowel wat de afvoer als de stand betreft was 2019 geen bijzonder jaar. Er waren geen grote uitschieters naar boven en ook erg lage afvoeren kwamen dit jaar niet voor. Heel hoog kwam het waterpeil dit jaar niet; de hoogste afvoer werd in maart gemeten (ca 5.250 m3/s) wat veel lager is dan de gemiddelde jaarlijkse piekafvoer (6550 m3/s). In hoogte uitgedrukt betekende dit dat het water ca 1 meter lager bleef dan het gemiddeld in de winter zou kunnen komen. De laagste afvoer bedroeg 1060 m3/s, wat net iets boven de gemiddeld laagste afvoer (1038 m3/s) ligt. 

De beide grafieken laten ook zien dat dit jaar heel anders verliep dan 2018. Dat jaar werd vanaf juli t/m november gekenmerkt door zeer lage afvoeren (bijna de laagste sinds 1900) en lage waterstanden (de laagste sinds 1900), maar dat pakte dit jaar anders uit en heel lage standen werden niet bereikt. Wel bevond de Rijnafvoer en -waterstand zich in 2019 de meeste tijd onder het langjarig gemiddelde. Alleen tijdens de incidentele piekjes kwam de afvoer en ook de waterstand daar enige tijd boven. De gemiddelde afvoer over heel het jaar kwam uit op ca 1950 m3/s, wat betekent dat de Rijn dit jaar ongeveer 88% van de normale hoeveelheid water afvoerde. De maand met relatief de hoogste afvoer was december (109%) de maand met de laagste juni (70%).

Opvallend was dat, wat de gemiddelde afvoer betreft, dit jaar net zo veel water afvoerde als vorig jaar. Ook toen kwam het gemiddelde uit op ca 1950 m3/s, maar dat gemiddelde kwam toen heel anders tot stand, want de winter was in dat jaar vrij nat, met in januari een flinke hoogwatergolf, en dit compenseerde de langdurig zeer lage afvoeren van de zomer en het najaar van 2018.

Als we naar de afvoergrafiek kijken hierboven en inzoomen op de maand juli dan zien we dat de lijn van 2019 in die periode bijna net zo snel daalde als die van 2018. Een herhaling van de zeer lage afvoeren leek dit jaar dus goed mogelijk, maar vanaf eind juli veranderde het weerbeeld, waardoor het toch anders liep. Vooral in Zuid Duitsland en de Alpen verliep het tweede deel van de zomer vrij nat en de regenzones die daar overtrokken zorgden er telkens voor dat de waterstand van de Rijn in Nederland niet ver uit kon zakken. Opvallend was dat het in de rest van Duitsland in die periode wel vrij droog bleef en de grote Middenduitse zijrivieren van de Rijn kenden daarom wel langdurig lage afvoeren. Net als de Maas trouwens die ook in deze droge regio lag en daarom wel langdurig laag bleef deze zomer (maar daarover volgende week meer).

In de figuur hieronder heb ik de afvoergegevens van Lobith gegroepeerd in klassen van 250 m3/s (bij de hogere afvoeren meer). In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeeks, in rood die van 2019. Duidelijk is te zien dat met name de klassen tussen 1250 en 2250 m3/s sterk vertegenwoordigd waren, terwijl de hogere, maar ook de laagste afvoeren veel minder vaak opgetreden zijn in 2019. 

Verdeling 2019.png

Afvoergegevens van 2019 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)
Afvoergegevens van 2019 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)

Als we de waterverdeling van dit jaar vergelijken met 2018 (zie figuur hierna) dan zien we meteen hoe anders deze in dat jaar was. Met name de zeer lage afvoeren (< 1000 m3/s) waren zeer sterk oververtegenwoordigd en dit ging vooral te kostte van de afvoeren tussen 1250 en 1750 m3/s, die veel minder voorkwamen. Aan de rechterzijde zien we dat de allerhoogste afvoeren meer voorkwamen dan normaal, maar de licht verhoogde afvoeren (rond 3000 m3/s) juist weer weinig. Beide grafieken laten goed zien hoe variabel het afvoerpatroon van de Rijn in een jaar kan zijn, terwijl de totale hoeveelheid water die de Rijn in beide jaren afvoerde vrijwel hetzelfde was. 

Verdeling 2018.png

Afvoergegevens van 2018 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)
Afvoergegevens van 2018 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)

Als we  een zelfde soort grafiek maken voor de periode van de laatste 5 jaar (zie figuur hierna), dan blijkt dat de Rijn de afgelopen 5 jaar relatief veel dagen met een lage tot zeer lage afvoer (< 1500 m3/s) heeft gekend. Licht verhoogde afvoeren (tussen 2250 en 3500 m3/s) kwam daarentegen vrij weing voor. De verhoogde afvoeren tussen 4000 en 5000 m3, waarbij het water nog net in het zomerbed blijft, kwamen weer wel ongeveer in de normale hoeveelheid voor, maar de echt hoge afvoeren, waarbij de uiterwaarden overstromen, kwamen juist weer weinig voor.

Verdeling 5 jaar.png

Afvoergegevens van 2015 t/m 2019 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)
Afvoergegevens van 2015 t/m 2019 gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)

Een periode van 5 jaar is tekort om trends aan af te leiden. In de afvoerreeks van de Rijn zijn er veel vaker perioden van 5 tot 10 jaar met meer of minder water te onderscheiden en dat het nu 5 jaar wat minder is zegt daarom nog niet zoveel over de toekomst. In de weerkunde gebruikt men om het klimaat te kunnen bepalen perioden van 30 jaar. Ik heb nu hetzelfde gedaan voor de afvoerreeksen van de Rijn en daarvoor een  periode van 30 jaar in beschouwing genomen (de rode kolommen in de grafiek hierna). Omdat er de laatste tijd veel veranderingen in het klimaat optreden wordt soms ook naar een kortere periode gekeken; daarom heb ik ook de periode van 15 jaar bekeken.

Als we de periode van 30 en 15 jaar vergelijken met de hele periode waarin er bij Lobith wordt gemeten dan zien we dat de laagste afvoeren juist vrij weinig zijn opgetreden. Gemiddeld over de laatste 30 jaar waren dit er ca 12, terwijl dit er op grond van het gemiddelde sinds 1901 ca 18 hadden mogen zijn. De laatste 15 jaar waren dat er iets meer, maar nog steeds minder dan 18. Als we de grafiek naar rechts vervolgen dan zien we dat de lager dan gemiddelde afvoeren (tussen 1000 en 2000 m3/s) vaker opgetreden zijn dan het langjarig gemiddelde; vooral de klasse tussen 1750 en 2000 m3/s valt op. 

De hogere afvoeren treden juist weer wat minder vaak op dan in vergelijking tot de hele meetreeks. Vooral de laatste 15 jaar zijn alle klassen boven de 2750 m3/s minder vaak voorgekomen en zeer hoge afvoeren (>7500 m3) zijn helemaal een zeldzaamheid geworden. Het beeld is dus dat de Rijnafvoer zich de laatste 2 tot 3 decennia juist vaker nabij de gemiddelde afvoeren heeft bevonden en dat de extremen, zowel de allerlaagste als de hogere minder vaak zijn opgetreden.

Verdeling met 15 en 30 jaar.png

Afvoergegevens van de laatste 30 jaar (1990 - 2019) en de laatste 15 jaar (2005 - 2019) gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)
Afvoergegevens van de laatste 30 jaar (1990 - 2019) en de laatste 15 jaar (2005 - 2019) gegroepeerd in categorieën van 250 m3/s (bij hogere afvoeren meer)

Om de veranderingen in het afvoerverloop van de Rijn van de laatste tijd nog wat nader te onderzoeken heb ik nog enkele andere grafieken van het 30-jarig gemiddelde gemaakt, van achtereenvolgens de gemiddelde afvoer, de laagste en de hoogste afvoer. De meetreeks van de Rijn begint in 1901, wat betekent dus in 1930 voor het eerste een 30-jarig gemiddelde berekend kon worden (over de periode 1901-1930), vervolgens schuift dit ieder jaar 1 jaar op, waarbij steeds het oudste jaar afvalt. De laatste waarde is dus over de periode 1990 - 2019. 

30 jarig gemiddelde afvoer.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019

Het 30-jarig gemiddelde van de gemiddelde jaarafvoer bij Lobith schommelt tussen 2100 en iets meer dan 2300 m3/s. In het middenbereik van deze grafiek zien we de lijn langzaam dalen, de Rijn ging dus tot ca 1978 gemiddeld steeds minder water afvoeren. daarna zie we echter een opvallende stijging. Vooral in de jaren 80 voerde de Rijn veel water af (ook 's zomers) en het langjarig gemiddelde stijgt snel. De 90-er jaren en ook het begin van de jaren '00 waren vooral de winterafvoeren hoog en dit hield het langjarig gemiddelde op een hoog niveau.

De laatste 10 tot 15 jaar is het langjarig gemiddelde weer gaan dalen. In een van de grafieken hierboven zagen we al dat met name in de laatste 15 jaar er relatief weinig dagen waren met een hoge afvoer en vrij veel dagen met afvoeren in de klassen net onder het gemiddelde. Deze beide ontwikkelingen zorgen er nu voor dat het langjarig gemiddelde al een aantal jaren aan het dalen is. Het bevindt zich nog wel boven het niveau uit de periode tussen 1955 en 1975.

30 jarig laagste afvoer.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijks laagste afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijks laagste afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019

In het langjarig gemiddelde verloop van de laagste afvoer die jaarlijks wordt opgetekend zien we deels dezelfde trends als bij de gemiddelde afvoer. Zo zien we hier ook de daling tot het eind van de 70'er jaren en de sterke stijging bij het begin van de 80'er jaren. Het is combinatie van twee gebeurtenissen die dit veroorzaakt: zo waren de zomers in de 80'er jaren relatief nat, waardoor zeer lage afvoeren (waarvoor bij de Rijn maandenlange droogte nodig is) niet optraden, maar ook verdwenen de periode tussen 1945 en 1954 uit het gemiddelde en dit was een periode waarin veel zeer lage afvoeren voorkwamen. 

Het langjarig gemiddelde van de laagste afvoer steeg na het jaar 2000 steeds verder. Dit werd onder andere veroortzaakt door de jaren 2000 t/m 2002 waarin de laagste afvoer erg hoog lag; in 2000 kwam de afvoer zelfs niet onder de 1500 m3/s. Na 2010 is het langjarig gemiddelde van de laagste afvoer weer wat gaan dalen. 2003, 2009, 2011 en 2018 kenden een lage laagste afvoer en, samen met het verdwijnen van de natte zomers van de 80'er jaren trekt dat het gemiddelde weer omlaag. In vergelijking met de hele reeks bevindt het zich echter nog steeds op een vrij hoog niveau, wat betekent dat er (voorlopig nog) geen ontwikkeling is dat de laagste afvoeren steeds lager worden.

30 jarig hoogste afvoer.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijks hoogste afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijks hoogste afvoer. De eerste stip staat voor de periode 1901-1930, de laatste voor de periode 1990-2019

Evenals bij de gemiddelde en de laagste jaarlijkse afvoeren treden er in het verloop van het 30-jarig gemiddelde van de hoogste afvoer flinke schommelingen op. Nadat het langjarig gemiddelde tot rond het jaar 1970 relatief weinig veranderde, daalde het in de jaren 70 sterk. De periode tussen 1970 en 1979 kenmerkte zich door het vrijwel ontbreken van hoogwaters en dit zien we terug in eeen sterke daling van het langjarig gemiddelde. 

Vanaf 1980 slaat de dalende lijn weer om en er volgen ca 20 jaren met wel weer veel grote hoogwaters en het langjarig gemiddelde stijgt dan ook sterk. Het hoogste punt wordt bereikt in 2006 en het 30-jarig gemiddelde is dan inmiddels bijna 25% hoger dan 30 jaar eerder. De vrees dat dit nog niet het einde van de stijging zou zijn was indertijd groot en het is daarom goed te verklaren dat precies in dat jaar groen licht werd gegeven aan het project Ruimte voor de Rivier. In dit project werden de uiterwaarden op tientallen plaatsen verruimd zodat er meer water in het winterbed past. De bewoners van het rivierengebied kregen hierdoor extra veiligheid tegen overstromingen en de ingrepen werden zodanig uitgevoerd dat ook de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied er door werd vergroot.

Het bijzondere aan het waterstandsverloop is echter dat de Rijn na dit memorabele jaar 2006 ineens een heel ander afvoerpatroon is gaan laten zien, met vrijwel geen hoogwaters meer. Op een enkele hoogwater na zijn de jaarlijkse hoogste afvoeren nu al jaren zo laag dat het 30 jarig gemiddelde al meer dan 10 jaar sterk aan te dalen is. Inmiddels is het gemiddelde zelfs al weer terug op het niveau waar het ook medio vorige eeuw langdurig op stond. Het blijft afwachten wat de toekomst brengt, maar voorlopig doet de Rijn het rustig aan.

Ik wens mijn lezers een goede jaarwisseling. Een volgend bericht kunt u komend weekend verwachten.

Regenachtige week, licht stijgende waterstanden, geen hoogwater

De westelijke circulatie houdt ook deze week nog aan, maar minder actief en aan het eind van de week maakt hij plaats voor hogedrukgebieden die het weer gaan beïnvloeden in de stroomgebieden. Na de kleine piekjes van afeglopen week daalden de waterstanden enige dagen, maar de komende dagen gaan ze weer wat stijgen. Geen sterke stijging en de van een eindejaarshoogwater is dit jaar dan ook geen sprake. In dit weer- en waterbericht leest u meer in detail hoe de waterstanden zich gaan ontwikkelen. In het tweede deel van dit bericht aandacht voor een bijzondere piek die in de Maas optrad afgelopen week en een analyse aan de rivierafvoeren, of deze de laatste jaren extremere uitschieters laten zien. 

Hogedrukgebieden nemen het weer over 

De trein van lage drukgebieden die een week of twee geleden op gang kwam vanaf de Atlantische Oceaan bewoog de afgelopen week al wat langzamer en de neerslaghoeveelheden waren daarom niet zo groot meer als in de week daarvoor. De aanvoer van neerslagwater naar de rivieren stokte daardoor en de waterstanden in zowel de Maas als de Rijn dalen nu al weer enige dagen na de kleine hoogwaterpiekjes in het begin van de afgelopen week. 

De komende week intensiveert de neerslag eerst weer wat en daardoor zullen de rivieren ook weer wat gaan stijgen. Dit is echter niet van heel lange duur want, zoals het er nu naar uitziet, zal zich vanaf het eind van de week een groot hoge drukgebied gaan ontwikkelen boven Noordwest-Europa. Dit houdt regengebieden op afstand en pas halverwege de eerste week van het nieuwe jaar (dat is rond 4 januari) wordt weer de eerste neerslag verwacht. Vanwege deze wat langere droge periode zullen de rivieren na een korte stijging in de komende week daarom ook weer langere tijd gaan dalen. 

Rijn stijgt de hele week licht

Afgelopen woensdag bereikte de Rijn voorlopig haar hoogste stand sinds de vorige winter. Bij Lobith werd een waterstand van 11,23 m +NAP bereikt en de afvoer steeg tot ca 3.600 m3/s. We spreken dan van een licht verhoogde stand, want van een echt hoogwater is pas sprake als de waterstand nog ca 2 tot 2,5 meter hoger is. Bij de huidige waterstanden blijft de rivier ook nog binnen haar zomerbed en overstromen de uiterwaarden nog niet. 

De komende 2 weken zal dat ook niet gebeuren, want ondanks dat een lichte stijging wordt verwacht, blijven de waterstanden waarschijnlijk nog onder die van de afgelopen week. In de Bovenrijn en de belangrijkste zijrivieren van de Rijn stijgen de afvoeren nu langzaam en die stijging zal zich de hele week voortzetten. Bij Lobith komt later vandaag het eerste water van deze stijging aan. Daar vooruit daalt de waterstand nog licht tot vanavond een laagste waarde wordt bereikt van ca 10,3 m +NAP.

Daarna gaat het peil de komende dagen met niet meer dan enkele decimeters per dag omhoog tot tussen de 10,75 en 11 meter aan het eind van de week. De meeste regen wordt verwacht in het zuidelijk deel van het stroomgebied en omdat de Moezel en andere zijrivieren in Midden Duitsland weinig extra water aan gaan voeren, wordt de 11 meter waarschijnlijk niet overschreden. De afvoer die daarbij hoort bedraagt ongeveer 3.400 m3/s

Vanaf vrijdag wordt het voor een wat langere periode droog in het stroomgebied en daarom zit een verdere stijging van de waterstanden er niet in. Na het komend weekend verwacht ik daarom dat de waterstanden weer gaan dalen. Op grond van de huidige neerslagverwachting is dan een daling waarschijnlijk tot onder de 10 m, misschien zelfs tot 9,5 m +NAP. 

Samengevat zal de Rijn bij Lobith na een laagste stand van ca 10,3 m vanavond, langzaam stijgen naar iets 10,75 tot 11 meter in het volgend weekend en daarna langere tijd dalen tot onder de 10 meter in de eerste week van januari.

Maas stijgt licht, maar blijft onder de 1.000 m3/s

Het stroomgebied van de Maas ligt de komende week wat buiten de meest intensieve regengebieden en een grotere stijging zit er daarom niet in; alleen donderdag passeert een regenzone die misschien nog voor een kleine verrassing kan zorgen. 

De hoogste afvoer in de Maas als gevolg van de huidige regenrijke periode werd vorige week zondag al bereikt, met een afvoer van ca 1.100 m3/s bij Maastricht. Daarna daalde de afvoer langzaam, maar omdat er soms regenzones passeerden waren er ook weer kleine oplevingen. Gisteren werd voorlopig de laagste afvoer bereikt van ca 650 m3/s. 

Vanwege regenval op vrijdag is de afvoer sindsdien weer wat gestegen en ook vanmiddag staat er regen op het programma, zodat de afvoer morgen nog wat verder kan stijgen.  Er valt niet meer dan ongeveer 1 cm regen in de Ardennen en dat is meestal goed voor een stijging van ongeveer 100 m3/s. Ik verwacht daarom morgen een afvoer bij Maastricht van ca 800 m3/s.

Maandag verloopt dan droog, waardoor de afvoer weer wat kan dalen, maar dindsag staat de Ardennen weer een (klein) regengebied te wachten. Woensdag is het dan weer wat droger en donderdag volgt dan voorlopig het laatste regengebied. Zolas het er nu naar uitziet gaat het steeds om regenzones die niet meer dan ongeveer 1 cm regen brengen en de afvoer blijft daarom schommelen tussen de 700 en 800 misschien 900 m3/s. De regenval van donderdag zou wat intensiever kunnen zijn, waardoor op vrijdag nog een iets verdere stijging mogelijk is. 

Na vrijdag wordt het dan voor langere tijd droog in het stroomgebied en vanaf het volgend weekend zal zich dan weer een wat langere daling inzetten. Op grond van de huidige weersverwachting is dan een daling tot 500 m3/s mogelijk in de eerste dagen van januari. 

Opvallen d bij de Maas is dat de afvoer op dit moment voor een relatief groot aandeel (ca 40%) vanuit Frankrijk afkomstig is. In het Franse deel van het stroomgebied bewegen afvoergolven altijd maar heel langzaam. De bedding van de Maas is hier nog vrijwel natuurlijk en als de afvoer toeneemt overstromen de uiterwaarden al snel. Dat draagt er aan bij dat hoogwatergolven sterk vertragen. Zo zal de piek in de hoogwatergolf die een week geleden in de Franse Bovenmaas ontstond pas morgen bij de Frans-Waalse grens arriveren.

Deze Frans golf valt nu precies samen met de wat hogere afvoer die de komende dagen vanuit de Ardennen wordt verwacht en dat is de reden dat de Maasafvoer de komende week, ondanks de beperkte hoeveelhed regen, toch vrij hoog zal zijn.

Samengevat luidt de verwachting voor de Maas dat de afvoer de komende week eerst wat op en af gaat en schommelt tussen de 700 en 800 m3/s. Donderdag kan er waty meer regen vallen en is een stijging mogelijk tot misschien net 1000 m3/s. Vanaf volgend weekend dalen de afvoeren dan were voor langere tijd tot ca 500 m3/s of nog lager. 

Vreemde piek in de Maasafvoer agv stuwbeheer Wallonië

(Dit tekstblokje is nav extra informatie op 23/12 aangepast). 

Afgelopen maandag was er plotseling een erg hoge piek in de Maas ter hoogte van Maastricht. Na de gewone hoogwaterpiek van zondag was de afvoer al weer wat gezakt, maar toen steeg de afvoer ineens in korte tijd sterk om daarna gevolgd te worden door een zeer sterke daling. In de figuur hieronder is naast elkaar de opgetreden schommeling in de afvoer en in de waterstand weergegeven.

Eijsden extreme piek.png

Extreme afvoerfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden
Extreme afvoerfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden

Eijsden stand extreme piek.png

Extreme waterstandfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden
Extreme waterstandfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden

Nu komen dergelijke afvoerschommelingen vaker voor in de Maas en ik heb er al regelmatig over geschreven, maar dit was toch wel de grootste die we in de afgelopen jaren hebben kunnen optekenen. De afvoer schoot eerst met ca 750 m3/s omhoog om daarna weer met ruim 1250 m3/s te dalen. Voor de wsaterstanden betekende dit dat het peil eerst 1,5 meter steeg om daarna weer razendsnel 3 meter te dalen. Na deze asterke daling volgde nog enkele schommnelingen voordat het peil weer normaal was. Dit zijn zo grote schonmmelingen dat dat niet zonder gevaar is voor schepen die op de rivier varen of mensen die langs de oever wandelen.

Deze bijzondere schommeling werd veroorzaakt door een probleem bij de stuw van Monsin ter hoogte van Luik. Deze liet veel te veel water door, waarna ook de volgende stuw (bij Lixhe) daar nog een schepje bovenop deed. In de waterstandgegevens van het stuwpand bovenstrooms van Monsin was te zien dat het peil daar ca 60 zakte en enkele uren onder het streefpeil stond. Het stuwpand Lixhe zakte door het verder open zetten van de stuw in dat pand ook nog eens met ca 15 cm. Ondanks de beperkte dalingen was het effect benedenstrooms toch erg groot; er bevindt zich nu eenmaal erg veel water achter de stuwen.

De effecten van de extra afvoer waren vooraal merkbaar in het meest zuidelijke deel van de Maas. Voorbij Maastricht begint de Grensmaas en daar is de rivierbedding de afgelopen jaren sterk verbreed in het kader van het Grensmaasproject. In deze brede bedding had de piek de ruimte om uit te dempen en benedenstrooms was er uiteindelijk nog een piek met een uitslag van ca 50 cm van over en een afvoerverschil van ca 250 m3/s. Verder benedenstrooms was de piek nog verder te vervolgen tot zelfs aan de Brabantse Maas toe, waar de golf in sterk afgeslankte vorm ongeveer 24 uur later arriveerde. 

Trends in de neerslagextremen tussen de jaren

Vorige week schreef ik over de neerslag die er in 2019 in Nederland is gevallen. Vooral in het noorden en midden was het een natte zomer, terwijl 2018 juist een zeer droge zomer was. dergelijke verschillen zijn een van de uitingen van het veranderende klimaat waarin de extremen van jaar tot jaar toe zullen nemen. Ik heb me deze week nog wat verder in de neerslaggegevens verdiept en ben nagegaan in hoeverre de verschillen van jaar tot jaar zijn toegenomen in de meer recente jaren.

In de grafiek hieronder heb ik voor het KNMI-station De Bilt voor ieder jaar sinds 1906 aangegeven hoeveel de neerslag afweek van het voorgaande jaar. Een positief percentage betekent dan dat het jaar natter was dan het voorgaande jaar, een negatief dat het droger was.

verschil tussen jaren.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een jaar afwijkt van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een jaar afwijkt van het voorgaande jaar.

Als we eerst helemaal rechts kijken, dan zien we daar 2019 dat veel natter was dan het zeer droge jaar 2018, dat op zijn beurt dus ook droger was dan 2017. Het gaat om relatief grote verschillen, maar als we de grafiek verder langs kijken dan zien we dat dat niet uniek is. In het verleden zijn er meermalen dergelijke uitschieters geweest, zowel naar boven als naar beneden. Er is dan ook geen trend zichtbaar dat de afwisseling tussen de jaren groter is geworden; de afgelopen 20 jaar wsaren er zelfs relatief weinig sterke schommelingen, op dit jaar en vorig jaar na dan. 

Dit blijkt ook als we de jaren in volgorde onder elkaar zetten (zie devolgende figuur). Links staan nu alle jaren die droger waren dan het voorgaande jaar, rechts de jaren die natter waren.

variatie in neerslag tussen 2 jaren.jpg

Variatie in neerslaghoeveelheden tussen 2 opeenvolgende kalanderjaren. In rood de jaren sinds 2000.
Variatie in neerslaghoeveelheden tussen 2 opeenvolgende kalanderjaren. In rood de jaren sinds 2000.

Linksonder in de grafiek staan de jaren die veel droger waren dan het voorgaande jaar. Hier vinden we in de top 10 bijna bovenaan het jaar 2018 tegen en wat hogerop het jaar 2003, een ander zeer droog jaar.  Maar andere jaren, 1982 en 1921, kenden een groter verschil. 

Aan de andere kant zien 2019 dat veel natter was dan 2018 en hoog in de reeks zien we ook 2004 dat veel natter was dan 2003. Behalve deze 2 jaren komen we hoog in de reeksen geen andere jaren tegen uit de laatste 20 jaar. Veelal weken de jaren in de laatste 2 decennia dus niet heel erg af van hun voorgaande jaren. 

Als we naar de zomers kijken (zie figuur hierna) dan zien we een wat ander beeld. Er zijn 3 jaren uit de laatste 20 jaar die flink hoog scoren en de voorgaande jaren flink laag. 2003, 2013 en ook 2018 waren erg droog en ook veel droger dan de voorgaande zomers. De zomer 2004 was ineens weer veel natter, zelfs ruim 300% natter en de zomer van 2019 was bijna 2 keer zo nat als die van 2018. 

Van de afgelopen 20 jaar staan er dus 3 zomers hoog in de ranking, wat aangeeft dat de zomers relatief vaak omslaan van droog naar nat of omgekeerd. Als we de reeksen verder aflopen dan zien we dat de andere jaren sinds 2000 zich meer in de middenmoot bevinden, of onderin. Of er al van een trend sprake is, is wel nog de vraag, daarvoor zegt 3 jaar uit 20 nog onvoldoende. De toekomst zal moeten leren of deze wisselvalligheid in de zomermaanden inderdaad toeneemt.

verschil tussen zomers.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een zomer (juni t/m augustus) afwijkt van de zomer van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een zomer (juni t/m augustus) afwijkt van de zomer van het voorgaande jaar.

Tenslotte ben ik ook nog nagegaan hoe de situatie is voor de groeiseizoenen; dit is de periode van april t/m september (bij de zomer hierboven ging het om de maanden juni t/m augustus). Een toename in de afwisseling in het groeiseizoen is met name voor de landbouw een probleem omdat het dan lastiger wordt om zich ergens op voor te bereiden. Als men zich bijvoorbeeld instelt op een droog seizoen en daarom in de winter veel water vasthoudt en het dan ineens toch nat wordt dan ontstaat er juist wateroverlast in het groeiseizoen.

In de analyse van het groeiseizoen zijn de droge zomers van 2003 en 2018 weer een stuk gezakt. Blijkbaar waren de maanden buiten de 3 zomermaanden een flink stuk natter en wisselde het groeiseizoen in deze jaren dus minder sterk dan de zomer alleen. 2018 is in de recente jaren duidelijk een uitbijter, maar ver terug zijn er andere jaren die een nog negatiever uitpakten dan het voorgaande jaar. Zagen we bij de zomers nog een trend naar meer afwisseling, bij het groeiseizoen als geheel is dat niet het geval en passen de schommelingen in het langjarige verloop. Er lijkt daarom geen sprake te zijn van een trend dat het groeiseizoen tegenwoordig grotere verschillen tussen de jaren laat zien dan in vroegere jaren. 

verschil tussen groeiseizoenen.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een groeiseizoen (april t/m september) afwijkt van het groeiseizoen van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een groeiseizoen (april t/m september) afwijkt van het groeiseizoen van het voorgaande jaar.

Een volgend bericht kunt u volgende week verwachten. Mochten zich tussentijds bijzonderheden voordoen dan maak ik ook korte berichtjes op Twitter; die ook in de rechterbalk van Waterpeilen.nl te lezen zijn.

Abonneren op