U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Rijn en Maas stijgen uit het dal

Precies vanaf het begin van de astronomische herfst drongen de eerste regengebieden tot onze regio door en kwam er een einde aan een droge periode die bijna 3 weken heeft geduurd. De droogte keert voorlopig niet terug, want regengebieden vanaf de Atlantische Oceaan blijven de komende week hun weg zoeken naar de stroomgebieden van de grote rivieren. Voor de verandering valt de meeste regen nu eens in het stroomgebied van de Maas, waarmee er een einde komt aan een periode van zeer lage Maasafvoeren. In het stroomgebied van de Rijn valt minder regen, maar nog wel voldoende voor een stijging van zo'n 1 tot 1,5 meter bij Lobith.

In het tweede deel van het bericht een uitstapje naar het Benedenrivierengebied waar afgelopen vrijdag even een noordwester-storm woedde. Dit leidde in combinatie met de lage rivierafvoeren tot een sterke influx van zout zeewater. Zo'n event is de schrik van de beheerders van de punten waar zoetwater ingenomen wordt voor de landbouw en industrie, maar waarschijnlijk valt het mee, want omdat de rivierafvoer de komende dagen toeneemt, zal dit zout weer snel terugspoelen naar zee. 

Lagedrukgebieden maken voorlopig de dienst uit

Vorige week schreef ik over de twee grote weermodellen die beide een verschillende verwachting hadden voor de hoeveelheid regen in dit weekend. Uiteindelijk zat het Amerikaanse model er het meest dichtbij, want het verwachte lagedrukgebied is inderdaad het continent op getrokken en zorgde daar voor vele centimeters regen. Deze meest actieve regen trok zaterdag over Zeeland met lokaal meer dan 6 cm en afgelopen nacht was het oosten van Nederland aan de beurt met lokaal tot bijna 3 cm regen. 

Het lagedrukgebied dat dit veroorzaakt tolt de komende 2 dagen nog rond boven Frankrijk en Duitsland, om daarna op te vullen en naar het oosten weg te trekken. Op woensdag bevinden we ons dan even onder een klein hogedrukgebied, maar tegelijkertijd dringt vanaf de Oceaan al weer een nieuw lagedrukgebied op. Op donderdag komt dit boven Engeland aan en daar kan het in ieder geval een dag of 4 of 5 blijven liggen. Rondom dit lagedrukgebieden cirkelen regenzones die ook de stroomgebieden zullen bereiken.

Het regengebied dat gisteren over het oosten van Nederland trok, bracht ook in de Ardennen flink wat regen  en ligt nu boven het oosten van Frankrijk. Morgen en overmorgen volgen er in ongeveer dezelfde baan nog meer regengebiedjes, al zullen de hoeveelheden regen wel wat kleiner worden. Woensdag wordt dan een droge dag en op donderdag en vrijdag volgen nieuwe regen zones. 

De verwachting is dat de meeste regen dan in Noord-Frankrijk, België en Nederland valt. Pas vanaf zaterdag breidt de regen zich ook uit naar het zuiden van Duitsland en de Alpen. Ook na het komend weekend lijkt het er op dat lagedrukgebieden de dienst uit zullen blijven maken. Hoe intensief de regenval zal zijn is nu nog niet te zeggen, maar de kans is groot dat het nat blijft en de waterstanden in de rivieren zullen daarom voorlopig niet weer naar erg lage waarden zakken. 

Zuidoosten van Nederland krijgt ook flink wat regen

Voor het eerst sinds juni viel het zuidoosten en oosten van Nederland ook eens in de prijzen en na een zeer droog begin van september zal deze maand ook daar met ongeveer de normale neerslagcijfers gaan eindigen. Voorlopig is er nog lang niet genoeg regen gevallen om in deze regio de extreme droogte van de afgelopen maanden te compenseren. Het neerslagtekort (gemeten vanaf 1 april) was in het oosten van Brabant lokaal opgelopen tot 40 cm, terwijl dat normaal na de zomer maar zo'n 10 tot 15 cm bedraagt.

Niet alleen de extreme droogte valt op, ook het grote verschil met de rest van het land. Ten noorden van de lijn Breda-Arnhem-Enschede is het veel minder droog en bedraagt het neerslagtekort maar zo'n 15 tot 25 cm. En dit tekort is hier bijna helemaal in de periode april-mei ontstaan. Vanaf 1 juni viel er ongeveer de normale hoeveelheid regen en was van een oplopende droogte bijna nergens sprake meer. In de zuidelijke regionen bleef het ook na juni nog erg droog en zo kon het tekort daar steeds verder oplopen. De komende week zal er nog vaker aardig wat regen vallen, zodat het tekort langzaamaan wat ingelopen zal worden.

Rijn bereikte voorlopig de laagste stand van het jaar en gaat de komende week flink stijgen

De Rijn daalde de hele afeglopen week en bereikte uiteindelijk op zaterdag een laagste stand van 7,07 m +NAP. De afvoer kwam uit op 950 m3/s. Er had nog een iets lager stand in gezeten als er niet een vreemd golfje vanuit de Moezel was gekomen. Op dinsdag werd het waterpeil in een van de stuwpanden nabij Trier plotseling enkele decimeters verlaagd en dat leverde stroomopwaarts in de Moezel een ca 6 uur durend watergolfje op van ca 200 m3/s. Verder stroomafwaarts in de Rijn zakte het golfje wel in, maar het zorgde ook bij Lobith nog voor een stijging van ca 50 m3/s, waardoor de waterstanden 10 cm hoger bleven. Omdat het precies langs kwam op het moment dat de afvoer op zijn laagst zou zijn geweest, pakte het laagste punt in het dal net iets hoger uit. Ik weet niet of deze event een ongelukje was of bedoeld, maar het kwam net goed uit om het waterpeil iets op te tillen.

Inmiddels heeft de regenval het weer overgenomen en stijgt de waterstand bij Lobith door natuurlijke oorzaak. Omdat er ook in het stroomgebied van de Lippe en de Ruhr aardig wat regen viel is de stand bij Lobith al weer snel uit het dal geklommen. Morgen wordt de 7,5 m al weer overschreden en op woensdag of donderdag, als ook het water uit de Moezel en Zuid Duitsland arriveert zal de 8 meter overschreden worden.

In het komend weekend zal de waterstand nog wat verder gestegen zijn en kan ook de 8,5 meter bij Lobith bereikt worden. De afvoer komt dan ook weer boven de 1500 m3/s uit, wat ongeveer de gemiddelde afvoer is voor deze tijd van het jaar. Op nog langere termijn is nu nog niet te zeggen wat de waterstand gaat doen. Omdat de wisselvalligheid waarschijnlijk aanhoudt zal de waterstand eerder nog wat verder stijgen, dan weer sterk gaan dalen.

Maas voor het eerst sinds maart weer boven gemiddeld

De Maas is sinds de langdurige droogte in het voorjaar nooit meer boven de gemiddelde afvoer uitgekomen. In februari was de afvoer nog hoog en in maart daalde hij gaandeweg onder het gemiddelde, om daarna te blijven dalen tot in de zomer. Vandaag pas is de afvoer voor het eerst sinds 6 maanden weer boven de gemiddelde afvoer uitgekomen, deze bedraagt voor eind september iets meer dan 100 m3/s en vandaag steeg de afvoer bij Maastricht al weer tot boven de 300 m3/s. 

De snelle stijging werd veroorzaakt door overvloedige regenval op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag. Lokaal viel meer dan 5 cm regen en dat was voldoende om het uitgedroogde stroomgebied weer in actie te laten komen. 

Vandaag verliep verder vrijwel droog, maar morgen en in de nacht naar dinsdag komt opnieuw een regengebied nabij de Ardennen te liggen. Het is nog niet duidelijk of het er precies overheen komt te liggen, maar als dat uit komt is een verdere stijging bij Maastricht mogelijk naar 500 m3/s of nog iets meer. Die afvoer zal dan bereikt worden in de loop van dinsdag of op woensdag.

Woensdag verloopt dan waarschijnlijk droog, maar op donderdag en vrijdag naderen nieuwe regengebieden. Ook dan lijken de Ardennen aardig wat regen te kunnen ontvangen, wat dan in het begin van het volgend weekend voor een nieuwe stijging kan zorgen. Omdat nog niet zeker is hoe ver de afvoer op dinsdag stijgt, is nog weinig te zeggen over hoe ver de afvoer dan kan stijgen; als het bovenop een eerdere piek komt, wordt de afvoer namelijk hoger, dan als die piek op dinsdag uitblijft.

Mocht hier aanleiding voor zijn, dan zal ik via Twitter een update geven. Dit bericht verschijnt dan ook op de waterpeilen-site.

Zout water dringt ver het door in het Benedenrivierengebied

Op een na zijn alle voormalige rivierarmen van Rijn en Maas in de Zuidwestelijke delta afgesloten. Alleen de Nieuwe Waterweg is nog open en hier is nog sprake van een natuurlijke beweging van zoet en zout water. Bij vloed stroomt zout zeewater naar binnen, bij eb stroomt het zoute water weer terug en stroomt zoet rivierwater richting de zee.

Hoe lager de rivierafvoer, hoe verder het zeewater naar binnen kan dringen. Het zoete water geeft namelijk tegendruk tegen de opkomende vloed en de hoeveelheid zoetwater bepaald de mate van tegendruk. Omdat er in het Benedenrivierengebied ook veel locaties zijn waar zoetwater wordt ingenomen voor de landbouw, industrie en drinkwater is het waterbeheer er op gericht om het zoute water zoveel mogelijk tegen te houden. 

Daarom wordt bijvoorbeeld als de rivierafvoer afneemt een steeds groter percentage van het water naar de Nieuwe Waterweg gestuurd. Bij hogere rivierafvoeren stroomt ook nog een deel via de Haringvlietsluis, maar als de rivierafvoer daalt, dan worden deze stuk voor stuk gesloten en stroomt uiteindelijk vrijwel al het water naar de Nieuwe Waterweg.

De afgelopen maanden was de rivierafvoer vaak laag en al die tijd werd al het water naar de Nieuwe Waterweg gestuurd.  Zodra de Rijnafvoer onder de 1200 m3/s zakt levert die hoeveelheid echter ook niet meer voldoende tegendruk en dan kan het zoute water tijdens vloed steeds verder doordringen. In de twee figuren hieronder is van respectievelijk het meetpunt Beerenplaat, halverwege de Oude Maas, en het meetpunt Kinderdijk, bij de monding van de Lek in de Nieuwe Maas, het verloop van het zoutgehalte weergegeven van de afgelopen maand.

Zie voor de ligging van de meetpunten de kaarten onder de beide grafieken. Tevens is in de grafieken het verloop van de Rijnafvoer bij Lobith weergegeven. Deze lijn is ca 2,5 dag opgeschoven omdat het Rijnwater er zolang over doet voordat het benedenstrooms aankomt.

Zoutgehalte Beerenplaat.jpg

Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Beerenplaat in de Oude Maas (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).
Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Beerenplaat in de Oude Maas (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).

Zoutgehalte Kinderdijk.jpg

Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Kinderdijk waar de Lek in de Nieuwe Maas uitmondt (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).
Verloop zoutgehalte van de afgelopen 4 weken bij het meetpunt Kinderdijk waar de Lek in de Nieuwe Maas uitmondt (blauwe lijn) en de Rijnafvoer (zwarte lijn).

Gedurende de afgelopen 4 weken trad in de Rijn een kleine watergolf op tot ca 1750 m3/s. Bij beide meetpunten was de aanvoer van zoet water toen voldoende om het zout weg te houden bij deze meetpunten. Vanaf 15 september zakte de afvoer onder de 1200 m3/s en dat was het moment dat tijdens vloed een klein beetje zoutwater korte tijd tot bij de meetpunten kon doordringen. Tijdens eb stroomde het rivierwater weer langs en werd het water weer zoet.

Vanaf 20 september kwam de Rijnafvoer in de buurt van de 1000 m3/s en dan is de druk van het zoete water zover afgenomen dat het zoutgehalte duidelijk begon toe te nemen bij de beide meetpunten. Het zoutgehalte nam tot boven de 2000 mg/l toe en dat is ruim boven de norm voor het inlaten van landbouwwater (250 mg/l) en water voor de industrie en drinkwater (150 mg/l). De beheerders van deze punten zijn er mee bekend dat het water soms zout is en nemen dan enige tijd geen water in. Zelfs op de dagen dat het zout ver doodringt, is het water tijdens eb altijd nog enkele uren zoet en dan kan er wel ingelaten worden.

Op 26 september is in beide grafieken een plotselinge sterke stijging te zien. In de nacht van 25 op 26 september woedde er korte tijd een noordwesterstorm voor de kust bij Hoek van Holland en daardoor werd het zeewater extra opgestuwd. De vloed was daarom hoger dan normaal en omdat de rivierafvoer net zo'n beetje op zijn laagst was kon het zeewater makkelijk tot ver in het Benedenrivierengebied doordringen. Bij Beerenplaat steeg het gehalte zelfs tot boven de 8000 mg/l, bij Kinderdijk tot ca 3500 mg/l.

De harde wind hield nog even aan en het zoete water kreeg ook in de 2 dagen daarna nauwelijks de kans om het zoute water weer terug te duwen. De komende dagen neemt de wind weer wat af en dan zal het zoete water op deze punten wel weer terugkeren. De komende dagen neemt ook de Rijnafvoer toe tot boven de 1500 m3/s en dat is voldoende om het zoute water nog verder terug te dringen. Alleen als er weer een storm opsteekt, kan het zoute water opnieuw ver naar binnen dringen, maar omdat de Rijnafvoer nu structureel wat hoger is, is de kans op een grote zout-influx dan ook wat minder groot. 

In de figuren hieronder is in 3 stappen weergegeven hoe de grens tussen zoet en zout water fluctueert naarmate de rivierafvoer varieert. In de bovenste figuur is de situatie weergegeven bij een ongeveer gemiddelde Rijnafvoer (van ca 2200 m3/s). Het zoute water dringt dan via de Nieuwe waterweg tijdens vloed door tot in het begin van de Oude en de Nieuwe Maas; wat verder in de Nieuwe Maas omdat deze dieper is dan de Oude Maas.

Bij lage rivierafvoeren biedt het rivierwater minder tegendruk en kan het zoute water steeds verder doordringen. In de tweede figuur is de situatie afgebeeld bij een Rijnafvoer van ca 1200 m3/s; het zoute water komt dan tot aan het eind van de Nieuwe Maas en tot ongeveer halverwege de Oude Maas. De afgelopen week zakte de afvoer in de Rijn tot onder de 1000 m3/s en kwam het zoute water op de meeste dagen nog iets verder dan in deze figuur aangegeven is.

In de derde figuur is de situatie weergegeven als het stormt op zee en het het zoute water vanwege een hoge vloed met extra kracht het Benedenrivierengebied in stroomt. Het dringt dan ook ver door in de Hollandsche IJssel en Lek, waar belangrijke inlaatpunten voor zoetwater liggen. Via de Dordtse Kil en het Spui kan het zoute water zelf tot in het Haringvliet doordringen. Gewoonlijk is dit bekken bij lage rivierafvoeren helemaal gevuld met zoet water, maar tijdens een combinatie van lage Rijnafvoeren en storm kan er dus via de twee achterdeuren ook zout water in stromen.

Zo'n event wordt 'achterwaartse verzilting' van het Haringvliet genoemd. Afgelopen zaterdag kwam het zoute water ook tot in het Haringvliet, maar de hoeveelheid zout water was niet zo groot en het zoutgehalte van het Haringvliet nam er dan ook niet door toe. De waterinname vanuit het Haringvliet zal er dan ook geen problemen door ondervinden.

Benedenrivierengebied zout bij gemiddelde rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een gemiddelde  Rijnafvoer
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een gemiddelde Rijnafvoer

Benedenrivierengebied zout bij lage rivierafvoeren.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer
​​​​​

Benedenrivierengebied zout bij stormvloed.jpg

Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer en noordwesterstorm
Verspreiding van zoet water (blauw) en zout en brak water (paars) tijdens een lage Rijnafvoer en noordwesterstorm

Nog een week lage waterstanden, maar verandering is op komst

Vanaf het midden van de komende week dringen neerslaggebieden op en kan er aardig wat neerslag gaan vallen in Nederland en in de stroomgebieden. De Rijn zal eerst nog wel de hele week licht dalen, maar na het volgende weekend kan het eerste extra water Lobith bereiken en zal de stand weer gaan stijgen. Of er voldoende regen valt om ook de Maas te laten stijgen is nog niet helemaal zeker. 

Door het droge weer van de afgelopen weken zal de Rijn tot onder de 1000 m3/s dalen. Dat is een vrij lage waarde en voor het eerst sinds 2018 dat deze wordt onderschreden. In het tweede deel van dit bericht een korte analyse hoe bijzonder dit is.

Actieve lagedrukgebieden komen dichterbij

Een langgerekte rug van hogedruk, vanaf de Atlantische oceaan via de Noordzee naar het oosten van Europa, bepaalt al meer dan een week het weer boven de stroomgebieden. Op wat lichte buien in de Alpen na, verliep de hele week daarom droog. De komende 3 dagen houdt het hogedrukgebied nog stand, maar vanaf woensdag is het zover verzwakt dat lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan het weer in onze omgeving kunnen gaan bepalen.

In de loop van woensdag zal een eerste zone met buien Nederland passeren. De dagen daarna breidt dit gebied zich ook verder over het continent uit en met name op vrijdag kan er flink veel regen vallen in het zuiden van Duitsland en de Alpen. Ook in Nederland blijft het dan niet droog.

Het is nog niet duidelijk of het lagedrukgebied dat deze regen aanvoert zich na vrijdag weer wat terugtrekt. Het Europese weermodel denkt van wel en na de regen van woensdag t/m vrijdag kan het dan in het weekend weer droger worden. Het Amerikaanse model laat het lagedrukgebied juist in de buurt liggen en zelfs Duitsland intrekken, waardoor er daar op zondag en maandag ook nog veel regen kan vallen. 

De ervaring is wel dat het Europese model het vaker bij het juiste eind heeft, maar de verschillen zijn nu zo groot en het Europese model was de afgelopen dagen ook nog wat twijfelachtig over de regenval na het weekend, dat het goed is om de situatie in de gaten te houden.

Ook voor Nederland maakt het uit welk model het bij het juiste eind heeft. Het Europese model houdt het bij zo'n 2 cm regen tot het eind van de maand, het Amerikaanse model komt met het drie- tot viervoudige. September verliep tot nu toe in de zuidelijke helft van het land zeer droog, met minder dan 1 cm regen, en de vegetatie in deze regio kan nog wel wat water gebruiken in de laatste weken van het groeiseizoen.

Bij beide weermodellen ziet het er overigens naar uit dat er ook in de week na het komend weekend lagedrukgebieden dicht genoeg in de buurt zullen komen om regen aan te voeren.  Hoeveel regen er dan valt en of dat het begin is van een langere natte periode is nu nog niet te zeggen.

Rijn daalt bij Lobith tot onder de 7 m +NAP (ca 900 m3/s)

De afgelopen week daalde de Rijn gestaag en vandaag of morgen wordt de 1000 m3/s onderschreden. De waterstand bij Lobith bedraagt dan ca 7,2 m +NAP.  In het begin van september werd de 1000 m3/s ook even bereikt, maar dankzij een paar dagen met forse regenval steeg de waterstand daarna weer. Inmiddels is al het water van deze regenval afgevoerd en is de Rijn weer terug op het niveau van 3 weken terug. 

Omdat nieuwe regenval pas in de tweede helft van de week wordt verwacht, zal de waterstand in de Rijn de komende dagen nog blijven dalen en onder de stand uitkomen van begin september. Ik verwacht dat de stand deze week iedere dag nog met zo'n 3 tot 5 cm kan dalen en aan het eind van de week zal bij Lobith dan de 7 m onderschreden worden. De afvoer daarbij bedraagt ca 900 m3/s. 

Het is afhankelijk van de hoeveelheid regen die in de tweede helft van de komende week in het midden van Duitsland valt of de waterstand na het komend weekend nog enkele dagen verder zakt, tot bijvoorbeeld 6,9 m +NAP, of dat op maandag de waterstand al weer wat gaat stijgen. Op grond van de (bescheiden) neerslaghoeveelheden van het Europese model gebeurt dat pas later in die week en is dan in eerste instantie een stijging mogelijk van ca 50 cm. Volgens het Amerikaanse model zal de stijging al eerder optreden kan de stand wel 1 of 1,5 meter omhoog gaan.

Maasafvoer blijft deze week nog laag; vanaf komend weekend mogelijk wat hoger

In de afvoer van de Maas is deze week weinig veranderd. Alle dagen schommelde deze bij Maastricht tussen de 25 en 30 m3/s. De komende dagen verandert daar niets in en ook de eerste regenval van de komende week, die op woensdag en donderdag wordt verwacht, brengt nog geen verandering.

Ook voor de Maasafvoer maakt het uit welk weermodel de neerslaghoeveelheden goed heeft ingeschat. Bij het Europese model valt er juist voldoende voor een heel lichte stijging, maar in het geval van het Amerikaanse valt er veel meer regen in de Ardennen en is een wat sterkere stijging mogelijk.

Hoe bijzonder is een Rijnafvoer onder de 1000 m3/s

Een afvoer bij Lobith van onder de 1000 m3/s betekent dat er volgens Rijkswaterstaat sprake is van een verlaagde afvoer. De waterbeheerders en -gebruikers weten dan dat er lokaal knelpunten kunnen ontstaan. Sowieso merkt de scheepvaart het op de Waal en de IJssel, omdat de vaardiepte dan zover is afgenomen dat vrijwel alle scheepstypen niet meer vol belanden kunnen varen.

Maar ook wordt het nu lastiger om water in te nemen bij de innamepunten in het westen en noorden van het land waar zoetwater vanuit het buitenwater naar de polders wordt ingelaten. Omdat het seizoen al aardig ver is gevorderd is de waterbehoefte van de landbouw en voor drinkwater echter niet zo groot meer en zullen de problemen de komende tijd wel meevallen. 

Een van de knelpunten die bij lage Rijnafvoeren op kan treden is dat zout zeewater makkelijker naar binnen kan dringen. Dat gebeurt vooral bij de Nieuwe Waterweg, waar de zee in open verbinding staat met het Benedenrivierengebied. Maar ook bij sluizen die op de grens liggen van zoet en zoutwater (bv bij het IJsselmeer en het Lauwersmeer, maar ook het Noordzeekanaal) kan zout zeewater dan makkelijker naar binnen dringen, omdat er onvoldoende zoetwater is om dat zout weer terug te spoelen naar zee.

Deze zoutindringing van zee naar binnen is onafhankelijk van het seizoen en vraagt in het najaar net zoveel water als in de zomer. Omdat in het najaar tijdens stormen de zee extra opdringerig kan zijn, is de zoetwaterbehoefte om het zoute water weg te spoelen dan zelfs nog wat groter.

In de figuur hieronder is de hele afvoerreeks van de Rijn uitgezet vanaf 1901. De jaren staan in de verticale kolommen: 1901 geheel links en 2020 rechts, de maanden staan van boven naar beneden. De grenzen tussen de seizoenen zijn met horizontale lijnen aangegeven, de decaden met verticale. In rood zijn de dagen gemarkeerd dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.

Afvoer Lobith < 1000 m3.jpg

Afvoerreeks van de Rijn bij Lobith vanaf 1901 tot 2020. De jaren staan in de vertikale kolommen, 1901 geheel links en 2020 rechts. In rood zijn de dagen aangegeven dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.
Afvoerreeks van de Rijn bij Lobith vanaf 1901 tot 2020. De jaren staan in de vertikale kolommen, 1901 geheel links en 2020 rechts. In rood zijn de dagen aangegeven dat de afvoer bij Lobith tot onder de 1000 m3/s zakte.

De figuur laat zien dat een lage afvoer van alle tijden is en niet de afgelopen jaren vaker voorkomt dan vroeger. Het jaar 2018 kende zeer veel dagen met een lage afvoer en dat heeft de problemen van lage Rijnafvoeren weer volop op de agenda gezet. Maar als we de figuur wat beter bekijken, dan blijkt 2018 tot nu toe vooral een uitschieter binnen de afgelopen decennia te zijn geweest en vinden we de jaren met heel veel dagen met een lage afvoer vooral verder terug in de tijd. 

Gemiddeld over de hele meetreeks zijn er in Lobith 18 dagen per jaar met een afvoer kleiner dan 1000 m3/s. Het is interessant om na te gaan of de klimaatverandering hier mogelijk invloed op heeft. Het begin van de periode dat het klimaat duidelijk is gaan veranderen, en met name de temperatuur op aarde aan een sterke opmars is begonnen, ligt rond 1980. Als we nu de meetreeks opdelen in het gedeelte van voor en na 1980 dan blijkt echter dat voordat de klimaatverandering op gang kwam er gemiddeld 21 dagen waren met een zo lage afvoer en sinds 1980 slechts 11. 

Het aantal dagen met een erg lage Rijnafvoer, van minder de 1000 m3/s, is de laatste decennia dus zeker niet aan te stijgen en het lijkt er sterk op dat het zelfs aan het afnemen is. Dat betekent niet dat er geen veranderingen optreden in het optreden van dagen met een lage afvoer. In de figuur hieronder is voor iedere dag van het kalenderjaar nagegaan hoe groot de kans is dat op die dag de afvoer onder de 1000 m3/s uit kwam. Hierbij is onderscheid gemaakt in de jaren tot 1980 en de jaren vanaf 1980.

Schermafbeelding 2020-09-20 om 11.13.27.png

De kans dat op een dag in het jaar een zeer lage afvoer (< 1.000 m3/s) optreedt in de Rijn. In blauw de kans voor de jaren tot 1980 en in rood de kans voor de jaren na die tijd.
De kans dat op een dag in het jaar een zeer lage afvoer (< 1.000 m3/s) optreedt in de Rijn. In blauw de kans voor de jaren tot 1980 en in rood de kans voor de jaren na die tijd.

In de figuur vallen een aantal zaken op. Zo is tegenwoordig gedurende bijna heel het jaar de kans dat de afvoer op een dag onder de 1000 m3/s zakt kleiner dan tussen 1900 en 1980. Alleen in de maand september en rond begin oktober is de kans enkele weken wat groter. Dit valt samen met het feit dat het moment dat de kans het grootste is, wat naar voren is geschoven: voor 1980 was de kans rond begin november het grootst, tegenwoordig is dat begin oktober. 

Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk. Zo zou het kunnen dat de najaren tegenwoordig natter zijn dan in het verleden en dat langdurige droogte, die in de zomer begint, tegenwoordig niet meer vaak doorloopt tot in het najaar. Maar een andere verklaring zou kunnen zijn dat in het verleden de neerslag vanaf half oktober in de Alpen al als sneeuw viel en dan niet meer bijdroeg aan de Rijnafvoer, waardoor de afveor langer laag kon blijven. Tegenwoordig valt de winter in de Alpen veel later in dan vroeger en zal de neerslag ook in het hooggebergte nog langer als regen naar beneden komen, wat de Rijn dan kan voeden en een lage zomerafvoer eerder uit het dal kan tillen.

Dat de piek wat naar voren is geschoven heeft mogelijk te maken met het feit dat de sneeuw die in de Alpen in de winter is gevallen eerder in het voorjaar en de zomer smelt. De bijdrage aan de afvoer vanuit smeltende sneeuw vermindert daardoor eerder en daarmee neemt de kans op een lage afvoer in de nazomer eerder toe.

Wat verder opvalt in de grafiek is dat een zeer lage afvoer in de winter tegenwoordig niet of nauwelijks meer optreedt, terwijl dat voorheen in de wintermaanden nog een kans had van rond de 4%. Ook hier zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen, zo kan het dat de winters natter zijn geworden. Maar ook komen langdurige perioden met vorst tegenwoordig veel minder vaak voor en dat waren vroeger de perioden in de winter dat de afvoer vaak ook onder de 1000 m3/s kon zakken. 

De figuren in deze analyse laten zien dat de klimaatverandering op allerlei manieren invloed heeft op de mate waarin lage afvoeren in de Rijn optreden. De veranderde temperaturen en neerslagpatronen die daar het gevolg van zijn, leiden tot op dit moment echter niet tot een toename van de lage afvoeren. Eerder lijkt er juist sprake te zijn van een afname van het aantal dagen met een lage afvoer.

 

Droog weer en dalende waterstanden houden voorlopig aan

Na enkele weken met meer neerslag in de stroomgebieden is het nu al weer een hele week droog en ook de komende week blijft dat zo. Hogedrukgebieden maken die dienst uit en regengebieden blijven op grote afstand. Een verandering in dit weerbeeld is nog niet in zicht. De Rijn zal daarom de hele week blijven dalen en de Maas blijft op het huidige erg lage niveau.

Gewoonlijk gaat het over wisselende waterstanden in dit bericht, maar niet alleen het water in Nederland is beweeglijk, de bodem blijkt dat ook te zijn. Dat is nu in beeld gebracht in de bodemdalingskaart van Nederland. In het tweede deel van dit bericht een uitstapje naar de verschijnselen die de kaart laat zien en die vaak ook met het waterbeheer te maken blijken te hebben. 

Volgend weekend pas weer kans op enige neerslag

De tweede helft van augustus en de eerste paar dagen van september verliepen met wisselvallig weer: er passeerden regelmatig regengebieden of er vielen buien. Dat weertype heeft nu plaats gemaakt voor langdurig droog weer. Afgelopen week vestigde een hogedrukgebied zich boven Europa en regenzones vanaf de Atlantische Oceean moesten sindsdien een noordelijke koers gaan volgen, waarbij ze soms nog net het noorden van Nederland schampten. 

Het hogedrukgebied ligt er nog steeds, maar trekt de komende dagen verder naar Oost-Europa. Daardoor draait de wind bij ons naar het zuidoosten en wordt het eerst een paar dagen flink warmer. Na woensdag neemt een nieuw hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan het stokje over van zijn voorganger. Dit hoog trekt via het Verenigd Koninkrijk naar het Europese continent. De wind daar vooruit draait boven onze omgeving naar het noord(oost)en, waardoor het weer wat koeler wordt, maar het droge weer houdt aan. Alleen in de Alpenregio kunnen op woensdag en donderdag enkele buien ontstaan, maar dit heeft weinig tot geen invloed op de Rijnafvoer.

Pas volgend weekend is de verwachting dat een lagedrukgebied kan ontstaan boven de Golf van Biskaje wat voor meer onstabiliteit gaat zorgen in de stroomgebieden. Zondag of maandag lijkt er dan voorlopig een einde te komen aan het droge weer. De regenhoeveelheden die verwacht worden zijn echter niet zo groot, dus zal de invloed op de rivierafvoeren beperkt blijven.

Of dit onstabiele weer de overgang inluidt naar een meer wisselvallig weertype is echter nog onduidelijk. De luchtdruk op de Noordelijke Atlantische Oceaan blijft ook na het weekend nog hoog en het ziet er niet naar uit dat daarvandaan regengebieden zijn te verwachten. De kans op een terugkeer van het droge weer is daarom groot, maar wellicht heeft het weer een verrassing in petto. Volgende week is hier meer over te zeggen.

Rijn daalt deze week naar 1000 m3/s (7,2 m +NAP bij Lobith)

Na de kleine golf Alpenwater die vorig weekend passeerde, daalde de Rijn hele week en inmiddels is de waterstand bij Lobith al 1 meter gezakt (van 8,7 naar 7,7 m +NAP) en de afvoer ruim 500 m3/s lager (van 1750 naar 1200 m3/s). De komende week zet de daling door, maar wel minder snel. Tot donderdag gaat de afvoer per dag met ca 40 - 50 m3/s omlaag en zakt de waterstand met zo'n 10 cm per dag. Daarna vertraagt de daling verder en komend weekend wordt dan de 1000 m3/s onderschreden en zakt de stand onder de 7,2 m bij Lobith.

Ook daarna zakt de afvoer nog water verder en anders dan 2 weken geleden zal de 1000 m3/s nu wel wat verder onderschreden worden. Ik ga er nu vanuit dat in de week na komend weekend de afvoer tot 950 m3/s kan dalen of nog wat lager. De waterstand komt dan uit op 7 m+NAP of nog iets lager. Of de afvoer zover zakt hangt wel af van de regenval die vanaf zondag in het stroomgebied kan gaan vallen. Mogelijk dat dit in het begin van de week na komend weekend al wel voor een kleine opleving kan zorgen, wat de dalende lijn dan zal vertragen. 

Maas blijft onverminderd laag

Terwijl begin september in het noorden van Nederland en ook in de Alpen nog aardig wat regen viel, bleef het in een brede zone over België, Noord Frankrijk en Midden Duitsland geheel droog. De Maas ontvangt zijn water uit het Waalse en Franse deel van dit gebied en vanwege de droogte is de afvoer daarom onverminderd laag. Bij Maastricht daalde de gemiddelde dag-afvoer de afgelopen week van net iets boven de 30 m3/s, naar net iets er onder.

Inmiddels is de afvoer bij Maastricht deze zomer al ca 70 dagen onder de 50 m3/s gebleven en bijna 20 dagen onder de 30 m3/s. Dit zijn zeer lage afvoeren omdat de gemiddelde zomerafvoer normaal zo'n 100 m3/s bedraagt. Ook de 3 voorgaande jaren was de zomerafvoer erg laag en de Maas is dus aan een bijzondere reeks van droge zomers bezig. 

Voorlopig zijn dit echter nog geen recordlange perioden van lage afvoeren. In het verleden is het al zo'n 10 keer eerder voorgekomen dat de Maasafvoer langdurig erg laag was. Zoals het legendarische jaar 1976 met 200 dagen onder de 50 m3/s en 150 dagen onder de 30 m3/s. Maar ook minder uitzonderlijke jaren zoals 1934, 1947, 1964 en 1971 hadden bijna 150 dagen met een afvoer onder de 50 m3/s. Ter vergelijking het voor ons bekende droogtejaar 2018 had er 'slechts' 125. 

Het kan dus nog veel extremer bij de Maas dan we dit jaar meemaken. Nu liepen de perioden met lage afvoeren in deze eerdere jaren vaak nog wel lang door, tot in oktober of zelfs november. Dit jaar kan dus nog dichterbij komen. De komende week tot 2 weken wordt daar ook hard aan gewerkt. De droogte in het stroomgebied houdt namelijk nog tot in het volgend weekend aan en ook daarna wordt niet veel regen verwacht. Voorlopig blijft de Maasafvoer bij Maastricht daarom nog schommelen tussen de 25 en 30 m3/s.

Nederland daalt, op enkele uitzonderingen na

De afgelopen week werd de bodemdalingskaart van Nederland gepresenteerd. Dankzij nieuwe aparatuur, waarmee satellieten zijn uitgerust, is het mogelijk om tot op minder dan een millimeter nauwkeurig de hoogte van Nederland te bepalen. En omdat deze satlliet iedere paar dagen opnieuw over Nederland vliegt, kan een langere tijdreeks opgemaakt worden en kan nagegaan worden of een locatie daalt of stijgt. De figuur hieronder toont de bodemdalingskaart van Nederland, met in geel en rood de locaties die langzaam tot snel dalen en in blauw waar het land stijgt.

Bodemdaling NL.jpg

Bodemdalingskaart van Nederland. De gemarkeerde locaties worden verderop in de tekst genoemd. (bron: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u1/viewers/basic/)
Bodemdalingskaart van Nederland. De gemarkeerde locaties worden verderop in de tekst genoemd. (bron: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u1/...)

We zijn er aan gewend dat de waterstanden in Nederland dalen en stijgen, maar wat misschien veel minder mensen zich realiseren is dat ook de bodem niet stil ligt. Zo spelen er processen diep in de aarde die ons land op sommige plekken een beetje optillen en op andere juist laten dalen. Deze processen hebben we zelf hier en daar wat versneld door gas en zout te winnen, waardoor op die plaatsen de diepe ondergrond sneller en verder inzakt.

Maar ook dichter aan het aardoppervlak gebeurt er van alles in de bodem. Een bodem die uit veen bestaat, kan namelijk langzaam oplossen als hij aan zuurstof wordt blootgesteld. Dit gebeurt op veel plaatsen in West en Noord-Nederland waar de bovenste meters van de bodem uit veen zijn opgebouwd. Maar ook als zand- of kleibodems opdrogen zakken ze wat in en daalt het oppervlak. Dit proces kan echter weer omkeren als de bodem later weer natter wordt; bij veen gebeurt dat niet, dat is voor altijd verdwenen.

Tenslotte daalt de bodem in Nederland ook op plaatsen waar we hem in het verleden hebben opgehoogd. Ten behoeve van woningbouw, havenactiviteiten, maar ook wegen en spoorlijnen hogen we de bodem meestal eerst op met een laag zand van enkele meters dik. Vanwege de druk van het gewicht wordt de ondergrond, die meestal uit klein en veen bestaat, wat ingedrukt, zodat er een dalende beweging ontstaat.

Tegenover al die dalende bewegingen staan maar heel weinig stijgende. Alleen aan de randen van ons land, waar de zee kwelders en zandplaten kan overspoelen voert het water klei en zand aan waardoor het land er wat kan ophogen. Op een klein oppervlak vinden hier nog de processen plaats die vroeger in heel het aan de zee grenzende deel van Nederland actief waren. Zij bouwden toen Nederland beetje bij beetje op zodat het uiteindelijk tot boven de zeespiegel uitsteeg. Sinds we onze kustlijn hebben bedijkt is daar een einde aan gekomen en is het land bijna overal gaan dalen.

Hieronder een paar details uit de kaart, die de hierboven beschreven processen nader toelichten .

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.36.10.png

Bodembewegingen langs breuken in Zuid Limburg
Bodembewegingen langs breuken in Zuid Limburg

In het zuiden van Limburg ligt een opvallende blauwe strook. Hier stijgt de bodem met enkele mm's tot een halve cm per jaar. Van noordwest naar zuidoost lopen hier enkele breuken die tot kilometers diep doorgaan in de ondergrond. Enorme bodemmassa's worden aan de ene kant van de breuk opgetild, wat de blauwe kleur verklaart, terwijl aan de andere kant van de lijn de bodem licht daalt. Iets verder naar het noorden ligt nog een tweede breuk, waarachter de bodem nog wat sneller daalt met enkele millimeters per jaar. 

Het verschil tussen het blauwe en oranje deel bedraagt bijna 1 cm. Dat lijkt niet veel, maar dat betekent wel dat over één eeuw het hoogteverschil met 1 meter is opgelopen.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.34.45.png

Bodemdaling in Noord Nederland.
Bodemdaling in Noord Nederland.

Aan de andere kant van Nederland daalt het land lokaal nog sneller. Als gevolg van gas- en zoutwinning ontstaan er ruimtes in de ondergrond die zich vervolgens opvullen doordat de bodem daalt. Het Groninger gasveld springt het meest in het oog, maar verder naar het westen liggen ook nog enkele gasvelden en vindt ook zoutwinning plaats.

De bodemdaling bedraagt hier lokaal meer dan 1 cm per jaar. Behalve de aardbevingen die voor schade zorgen wordt het ook lastiger om het gebied droog te houden, want het afschot in sloten kan veranderen als een gebied harder daalt dan een ander. En het kost meer energie om het overtollige water uit te malen naar het buitenwater.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.42.46.png

De Peelrandbreuk doorsnijdt Brabant en uitdrogende natuurgebieden
De Peelrandbreuk doorsnijdt Brabant en uitdrogende natuurgebieden

De figuur hierboven loopt door het oosten van Brabant, ter hoogte van Helmond. Op de kaart valt een lijn op die van zuid naar noord loopt. Dit is de Peelrandbreuk, die net als de breuken in Limburg zorgt voor grootschalige aardbewegingen. Het oostelijke blok ligt ongeveer stil, terwijl het westelijke blok een paar mm per jaar daalt. Het is een proces dat al miljoenen jaren actief is en ongeveer opd e plaats van de breuk vinden we in het landschap daarom ook een terreinsprong ven enkele meters. Ieder jaar komt daar een klein beetje bij. 

Op de kaart zijn ook enkele opvallende rode vlekken te zien. Dit zijn grote natuurgebieden zoals de Groote Peel. Door uitdroging van de bodem in de afgelopen droge jaren is het maaiveld hier de afgelopen jaren gemiddeld gezakt. Het is de varag of het gebied weer wat terugveert als het de komende jaren weer natter zal zijn, of dat het blijvend is omdat door de droogte ook organisch materiaal in de bodem versneld is verteerd. 

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.49.21.png

Bodemdaling in veenbodems in Zuid Holland.
Bodemdaling in veenbodems in Zuid Holland.

De bodemdalingskaart laat vooral de locaties zien waar bebouwing en wegen liggen. De eerste kaart hierboven is daarom niet zo representatief voor Nederland, omdat die gebieden zich altijd wat anders gedragen dan de niet bebouwde omgeving. Soms is er op de kaart echter ook een stukje gebied buiten de woningen zichtbaar, zoals hierboven te zien is. Het ligt het meetpunt in een weiland dat een venige bodem heeft. De grafiek, met de tientallen metingen die er sinds 2015 door de satelliet op deze plaats zijn verricht, laat goed zien dat de bodem er vrij snel daalt, met gemiddeld ca 1,7 cm per jaar.  

Het is een van problemen waar vooral het westen en noorden van Nederland mee kampt, in gebieden waar de bodem op veel plaatsen uit veen bestaat. Om hier landbouw te kunnen bedrijven, moet het land ontwaterd worden en daardoor verteert het veen en blijft er uiteindelijk niets van over. Dit proces speelt al sinds het jaar 1000 toen het veen voor het eerst werd ontgonnen. Toen lag het gebied naar schatting nog 3 tot 5 meter boven de zeespiegel, inmiddels ligt het er 2 meter onder. Zolang het gebied ontwaterd blijft worden, zal de bodemdaling zich nog blijven doorzetten. Of het veen moet opraken, maar dat zijn we nog weer zo'n 3 tot 5 meter verder.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.52.58.png

Een stenen oeverbescherming zakt langzaam in de ondergrond weg.
Een stenen oeverbescherming zakt langzaam in de ondergrond weg.

De foto hierboven toont het eilandje de Kreupel dat in het IJsselmeer ligt. Het is ooit opgeworpen als broedgebied voor vogels. Om afslag van het zandige eiland te voorkomen is een stenen rand rondom gelegd die tot net boven water uitsteekt en zo de golven breekt. Door het grote gewicht van de stenen zakt de dam heel langzaam weg in de ondergrond, die hier grotendeels uit zand en klei bestaat. De zaksnelheid bedraagt hier zo'n 7 mm per jaar. Dat betekent dat de dam over 25 jaar zo'n 20 cm is gezakt en dat het dan nodig zal zijn om hem een keer aan te vullen, anders lopen de golven er voortaan overheen.

Het is vooral vanwege dit soort verschijnselen dat de bodemdalingskaart in eerste instantie is gemaakt. Het biedt de beheerders van ons land houvast bij waar ze wel en niet moeten ingrijpen. Wie de kaart wat beter bekijkt zal zien dat alle infrastructurele werken en bouwlocaties in Nederland langzaam zakken; net als de rand door het eiland de Kreupel. Het gaat niet heel snel, met zo'n 5 tot 7 mm per jaar, bij nieuwe projecten vaak nog iets sneller. 

Schermafbeelding 2020-09-13 om 14.02.17.png

De Kwaade Hoek, een buitendijks gebied op de Kop van Goerree, waar het land langzaam stijgt.
De Kwaade Hoek, een buitendijks gebied op de Kop van Goerree, waar het land langzaam stijgt.

Het is even zoeken om op de bodemdalingskaart gebieden te vinden die stijgen ipv dalen. Ze liggen, op het stijgende gebied in Zuid-Limburg na, alleen op plaatsen waar de zee tijdens een hoge vloed een kwelder of zandplaat kan overstromen. Het stromende water voert tijdens opkomend water zand en klei mee de kwelder op en laat daar een deel van achter als het getij weer terugtrekt. De figuur hierboven laat een stukje zien van de oostpunt van de Kwaade Hoek, met dalende gebieden langs de zeereep en stijgend in het rustige gebied daarachter..

Langs de zeereep liggen hier lage duintjes die de laatste 5 jaar wat lager zijn geworden, waarschijnlijk doordat er zand is weggewaaid. Achter de duinenrij liggen kwelders en daar stijgt de bodem van jaar tot jaar een beetje. Het gaat niet heel snel, tot zo'n 5 mm per jaar, maar dat is voldoende om de zeespiegelstijging bij te houden. Die bedraagt op dit moment op wereldschaal zo'n 3 tot 4 mm per jaar; in Nederland is het wat minder, dus voorlopig is het nog genoeg.

Vrijwel droge week, Rijn daalt na kleine piek, Maas blijft laag

Vorig weekend viel er erg veel regen in de Alpen en Zuid Duitsland, wat een klein watergolfje opleverde in de Rijn, dat nu net bij Lobith gepasseerd is. De komende week is de kans op verrassingen veel kleiner omdat hogedrukgebieden de dienst uitmaken boven de stroomgebieden. Het blijft grotendeels droog en de waterstand van de Rijn daalt de hele week. De Maas is en blijft aan de lage kant. 

Nu de zomer haar einde nadert is het sneeuwdek in de Alpen tot een minimum afgenomen. De omvang van de gletsjers is nu goed zichtbaar en aan de hand van satellietbeelden kan de balans opgemaakt worden van het smelten van de afgelopen jaren. In het tweede deel van dit bericht een korte analyse van de afname van het gletsjer-areaal en de gevolgen daarvan voor de Rijnafvoer. 

Hogedrukgebieden versterken hun greep op het weer

De afgelopen week was de invloed van lagedrukgebieden boven het noorden van Europa nog merkbaar aan de regenzones die soms over ons land trokken. In het noorden en midden van Nederland viel zo'n 1 tot 3 cm regen. Boven de zuidelijke provincies bleef het bij 0,5 cm en daarom houdt de droge periode, die daar al in juli is begonnen, nog steeds aan. 

Ook boven de stroomgebieden van Rijn en Maas viel de afgelopen week maar weinig regen. Alleen tegen de noordrand van de Alpen ontstonden op vrijdag en zaterdag wat buien, maar de invloed daarvan op de Rijnafvoer is niet groot.

De komende week versterkt een hogedrukgebied vanaf het midden van de Atlantische Oceaan zijn greep op het weer boven de stroomgebieden en daardoor blijven de regenzones nog wat noordelijker dan de afgelopen week. Het noorden van Nederland maakt nog de meeste kans op regenval, maar ook daar valt minder dan de afgelopen week. Boven de stroomgebieden blijft het de hele week vrijwel droog.

Rond het komend weekend is het nog onduidelijk hoe het weer zich verder ontwikkelt. De kans is het grootst dat het hogedrukgebied zich boven Europa verder versterkt en regenzones nog meer op afstand gaat houden. Er is echter ook een kansje dat er een actief lagedrukgebiedje tot boven de Noordzee doordringt dat wel voor wat meer regen kan zorgen in Nederland en de stroomgebieden. Ook dan is de kans echter groot dat het daarna wel weer voor wat langere tijd droog blijft. 

Samengevat is de kans groot dat er een langere vrijwel droge periode aanbreekt, met maar weinig regen in de stroomgebieden. Alleen volgend weekend is er ook nog een kansje dat er wel een lagedrukgebied dicht genoeg nadert, zodat met name op zondag en maandag aardig wat regen kan vallen.

Rijn steeg afgelopen week 1,5 meter, maar daalt de hele komende week

Terwijl ik vorige week zondag mijn waterbericht schreef had ik niet door dat er ondertussen veel meer regen in Zuid Duitsland viel dan aanvankelijk was verwacht. Er was al wel aardig wat water vanuit Zwitserland onderweg, maar de extra toestroom vanuit het Zwarte Woud en omgeving had ik toen nog niet in de gaten. Pas op maandagochtend bleek dat de Bovenrijn veel sterker steeg en omdat de verwachting voor de waterstanden daardoor sterk veranderde, heb ik het waterbericht die ochtend nog even bijgewerkt.

Voordat het water van dit piekje Lobith bereikte, daalde de afvoer nog een paar dagen tot net onder de 1000 m3/s. De stand daarbij bedroeg ca 7,15 m +NAP. Op donderdag arriveerde het eerste water van de piek en vooral op vrijdag steeg de Rijn bij Lobith snel. Op zaterdag werd al de hoogste stand van 8,68 m +NAP bereikt. De afvoer bedroeg toen ca 1760 m3/s en was dus bijna 800 m3/s hoger dan 4 dagen eerder.

De stijging bij Lobith was veel minder groot dan in de Bovenrijn, daar steeg de afvoer met ruim 1200 m3/s van iets minder dan 700 naar ruim 1900 m3/s. De hoogste afvoer bij Lobith was dus nog ruim lager dan in de Bovenrijn, ondanks dat er onderweg door zijrivieren ook nog flink wat water werd aangevoerd. 

Dat de afvoer bij Lobith uiteindelijk lager uitviel heeft te maken met het feit dat hoogwatergolven onderweg altijd langzaam inzakken. Een deel van het water vooraan in de golf wordt onderweg in de uiterwaarden geparkeerd  en daardoor wordt de golf gaandeweg wat uit elkaar getrokken. De stelregel voor een golf vanuit het zuiden van Duitsland is dat er, eenmaal bij Lobith aangekomen, ca 65% van de oorspronkelijke stijging over is gebleven.

Dat getal is niet steeds hetzelfde, bij een golf die lang aanhoudt is het meestal wat meer. Dit maal duurde de golf in Zuid Duitsland echter niet zo lang en kwam het vrijwel precies uit.

De komende week wordt er maar weinig regen verwacht in het stroomgebied en zal de waterstand de hele week gaan dalen. Dagelijks gaat er zo'n 15 cm van de stand af, naar het eind van de week afnemend naar ca 10 cm per dag. Op dinsdag zakt de afvoer dan weer onder de 1500 m3/s bij een stand van ca 8,3 m +NAP en op donderdag wordt dan de 8 m weer onderschreden bij een afvoer van ca 1300 m3/s.

In het volgend weekend zal de stand weer rond de 7,8 m +NAP zijn uitgekomen en de afvoer bedraagt dan 1250 m3/s. Ook na dat weekend zet de daling nog door en de kans is groot dat in de loop van die week ook de 7,5 m weer wordt onderschreden, waarbij de afvoer dan weer tot 1100 m3/s zal zijn gezakt. Een nieuwe grotere stijging zit er voorlopig niet in.

Maasafvoer blijft laag

De Maasafvoer kende de afgelopen week op maandag een heel korte opleving, waarbij de afvoer bij Maastricht gemiddeld over de dag tot ca 75 m3/s steeg. Het was een wat vreemde opleving, want zoveel regen was er niet gevallen en het leek er veel op dat de afvoer extra was versterkt door het stuwbeheer in Wallonië. Dat zorgt regelmatig voor abrupte stijgingen, die dan altijd weer door een net zo snelle daling worden gevolgd.

Ook dit maal was dat het geval en op dinsdag was de afvoer al weer terug op het zeer lage niveau van 25 tot 30 m3/s zoals dat al een groot deel van de zomer het geval is. 

De komende dagen wordt vrijwel geen regen verwacht in de Ardenne en de afvoer zal daarom niet of nauwelijs veranderen en rond de 25 m3/s blijven schommelen. Ook op wat langere termijn is er geen verandering in zicht of het zou komend weekend wat natter moeten worden als een lagedrukgebied wat dichterbij komt. Zoals ik hierboven al beschreef is de kans daarop echter klein en ziet het er naar uit dat de afvoer nog wel enige tijd erg laag blijft.

Oppervlakte van de gletsjers in de Alpen neemt snel af; wat is de impact daarvan op de Rijnafvoer?

Het is al heel lang bekend dat de gletsjers in de Alpen in omvang afnemen als gevolg van de temperatuurstijging die inmiddels boven het Europese continent zo'n 1,5 graad bedraagt. In de winter valt er gemiddeld genomen ook wat meer sneeuw in de Alpen, maar die hoeveelheid is lang niet voldoende om het smelten van de gletsjers in het zomerhalfjaar te compenseren.

Het gletsjerareaal is dan ook sinds de opwarming in de 20e eeuw begon al met ongeveer de helft afgenomen en omdat de temperatuur voorlopig nog wel even verder lijkt te stijgen is de verwachting dat de omvang nog verder af zal nemen en dat gletsjers misschien zelfs wel helemaal zullen verdwijnen uit het Alpengebied. Dit zal dan gevolgen hebben voor de afvoer van de Rijn omdat deze in de zomer voor een deel afhankelijk is van het gletsjerwater. 

Voordat ik verder in ga op de bijdrage die de gletsjers aan de Rijn leveren eerst een uitstapje naar een van de gletsjers in het stroomgebied van de Rijn. Het gaat om de Kandergletjer in het Berner Oberland, vlakbij de Jungfraua, met ruim 4 km, een van hoogste bergen in het stroomgebied van de Rijn. De Kandergletsjer is een van de grotere gletsjers die de Rijn voeden en heeft een lengte van ca 6 km en een oppervlakte van ca 12 km2. Het smeltwater voedt samen met het water van enkele andere gletsjers de Kander, die 's zomers goed is voor een afvoer van zo'n 30 m3/s, dat is net zoveel als dat de Moezel in een droge zomerperiode afvoert. 

Kandergletsjer 2020 met areaal 2015.jpg

De Kandergletsjer in het Berneroberland op 27 augustus j.l. De blauwe lijn geeft de omvang in 2015 aan. (bron Sentinel)
De Kandergletsjer in het Berneroberland op 27 augustus j.l. De blauwe lijn geeft de omvang in 2015 aan. (bron Sentinel)

De satellietfoto is vorige week genomen door de Sentinel-satelliet. De gletsjer is nu grijs van kleur,  omdat de verse sneeuw die er de afgelopen winter op gevallen is bijna allemaal is gesmolten. Daardoor komt het oppervlak van de gletsjer zelf in beeld, waar ook veel rotsen op liggen, wat hem een grijze kleur geeft.

De foto laat goed zien dat de gletsjer een soort van rivier is, die dan geen water afvoert, maar ijs. Dit ijs is tientallen tot honderden jaren geleden als sneeuw gevallen aan de bovenzijde van de gletsjer. Dit zijn de plaatsen waar de witte sneeuw van het afgelopen winter op de foto zichbaar is. Hier is de temperatuur bijna het hele jaar onder nul en smelt de sneeuw niet, maar verandert gaandeweg in ijs als de laag sneeuw steeds dikker wordt.

De sneeuw-ijs-massa schuift heel langzaam van de helling, verdicht daarbij nog meer tot bijna massief ijs en voedt zo de gletsjer. Lager op de helling is de tempertuur hoger en gaat het ijs smelten. Een gletsjer is daarom ook een soort van thermometer: als de gemiddelde temperatuur een tijd lager is, smelt er minder ijs aan de punt van de gletsjer en zal deze in de loop der jaren langer worden, maar als de tempertuur stijgt, dan smelt het ijs juist sneller dan dat het wordt aangevoerd en wordt de gletsjer langzaam minder lang.

Met enkele onderbrekingen is de tempertuur op aarde al sinds 1880 aan het stijgen en de laatste 30 tot 40 jaar gaat dat extra snel. Via het Zwitserse gletsjer-meetnet Glamos kan van alle gletsjers in dat land de ontwikkeling in de loop der tijd worden nagegaan. De vroegste kaarten waarop alle gletsjers zijn vastgelegd stammen uit 1850 en door de kaarten naast elkaar te leggen kan heel goed de enorme teruggang in beeld gebracht worden.  

Kander-gletsjer teruggang op luchtfoto.jpg

Het terugtrekken van de Kandergletsjer in 3 stappen: van 1850 tot 1973 (rood), van 1973 tot 2010 (groen) en van 2010 tot 2020 (blauw). Het roze vlak is het deel dat nu nog resteert.
Het terugtrekken van de Kandergletsjer in 3 stappen: van 1850 tot 1973 (rood), van 1973 tot 2010 (groen) en van 2010 tot 2020 (blauw). Het roze vlak is het deel dat nu nog resteert.

De Kandergletsjer was in 1850 nog ruim 2 km langer dan nu en het oppervlak was toen nog ongeveer twee keer zo groot als vandaag de dag. Aan de hand van de tussenstappen is te zien dat de teruggang tussen 1973 en 2010 niet zo snel verliep als daarvoor en erna. Uit jaarlijkse waarnemingen blijkt dat het om de periode tussen 1970 en 1990 gaat; een periode dat veel gletsjers enige tijd pas op de plaats hielden of zelfs wat aangroeiden. Maar sinds 1990 gaat het smelten bijna overal weer sneller en bij de Kandergletsjer neemt de afnamesnelheid vooral de laatste 10 jaar ook nog steeds meer toe. 

Omdat de verwachting is dat de temperatuur op aarde verder zal stijgen is de kans groot dat de gletsjers ook de komende decennia in omvang af zullen blijven nemen. In veel studies naar de gevolgen van de klimaatverandering wordt vervolgens geconcludeerd dat dat ook de Rijnafvoer flink zal beïnvloeden omdat deze het water van de gletsjers afvoert.

Als we echter de omvang van de gletsjers in het stroomgebied in ogenschouw nemen dan blijkt de impact op de Rijnafvoer helemaal niet zo groot te zijn. Het totale areaal aan gletsjers in de Zwitserse Alpen bedraagt ongeveer 1.000 km2. Daarvan ligt niet meer dan 25% in het stroomgebied van de Rijn en van het totale stroomgebied van de Rijn bovenstrooms van Lobith bestaat dan ook maar 0,15% uit gletsjer. 

De gletsjers liggen in een regio waar veel neerslag valt (tot wel 3 meter per jaar) en een groot deel daarvan komt uiteindelijk tot afstromen, maar zelfs met deze grote hoeveelheid neerslag is de totale bijdrage aan de Rijnafvoer niet groter dan 1% op jaarbasis. Dat is net zoveel als de regen-event, die vorig weekend in de Alpen optrad, de Rijn aan water heeft opgeleverd.

Doordat de gletsjers maar een drietal maanden per jaar smelten is de bijdrage in die periode relatief hoger. In de zomermaanden loopt de bijdrage daarom op tot gemiddeld zo'n 3 à 4% van de afvoer bij Lobith, wat in de maanden juli en augustus overeen komt met een afvoer van zo'n 50 tot 75 m3/s.

Tijdens langdurige droogte als de Rijnafvoer soms terugloopt tot 1000 m3/s of minder, is het percentage uiteraard nog hoger omdat de gletsjers dan blijven leveren, terwijl de afvoer uit andere bronnen afneemt. Vaak voeren de gletsjers in zo'n periode nog meer water af omdat het dan ook warm is en de dagafvoer loopt dan soms op tot ca 150 m3/s. Het water van dergelijke korte piek-smelt-momenten wordt echter eerst deels opgeslagen in de grote Zwitserse meren, waarna het meer gedoseerd in de Rijn uitstroomt en bij Lobith zal het aandeel er niet veel groter door worden.

Al met al is bijdrage van de gletsjers aan de Rijnafvoer dus maar heel klein, zelfs in de zomer en valt zij bijna in het niet bij de bijdrage die de andere bronnen aan de Rijn leveren. Mochten de gletsjers verdwijnen, dan zal de impact daarvan op de Rijn dan ook niet heel groot zijn. De gemiddelde afvoer in juli en augustus zal er met zo'n 50 m3/s door afnemen, maar  het is ook nog mogelijk dat een van de andere bronnen van de Rijn deze afvoer weer deels over zal nemen. 

Dat het voor de Rijnafvoer niet zo erg is dat de gletsjers verdwijnen, betekent natuurlijk niet dat het voor het landschap van de Alpen niet een enorm verlies zou zijn als er straks geen gletsjers meer zouden zijn. Laten we daarom hopen dat de gletsjers ooit ook weer aan gaan groeien.

De getallen in dit bericht over de bijdrage van gletsjers aan de afvoer van de Rijn zijn afkomstig uit een studie van de Internationale Commissie voor de Hydrologie van het Rijnstroomgebied (CHR) aan dit onderwerp.

Rijn profiteert van veel regen in de Alpen en Zuid Duitsland, Maasafvoer blijft laag

(Dit bericht is maandagochtend nog aangepast vanwege onverwacht veel regen in Zuid Duitsland)

In de oostelijke Alpen is de afgelopen dagen zeer veel regen gevallen en op zondag regende het ook langdurig in Zuid Duitsland. De piek die deze neerslag in de Rijn oplevert, arriveert aan het eind van de week bij Lobith waardoor de Rijn weer even flink opveert. Voordat het zover is daalt de stand nog naar de (tot nu toe) laagste waarde van het jaar. In het stroomgebied van de Maas viel niet veel regen en de Maasafvoer blijft voorlopig nog erg laag.

Nu het zomerseizoen ten einde loopt bereiken de rivieren gewoonlijk de laagste waterstanden van het jaar: bij de Maas valt dat moment rond eind augustus, bij de Rijn midden oktober. In het tweede deel van dit bericht een vooruitblik wat het verleden ons leert over de waterstanden in september na een augustusmaand met vrij lage afvoeren zoals we nu meemaken.

Onstandvastig weer overheerst, maar geen grote hoeveelheden regen, behalve in de Alpen

Wie in Noordwest Nederland woont heeft een vrij natte week achter de rug met veel buien en flinke neerslaghoeveelheden. In het zuidoosten van het land was het zeker niet droog, maar er viel daar veel minder neerslag en de neerslagkaart van het KNMI van de maand augustus laat dan ook een steeds verder oplopende tweedeling zien, met soms nog maar 15 - 20 mm neerslag in Oost Brabant, Zuid Gelderland en Noord en Midden Limburg. Tegelijkertijd is het erg nat in de noordwestelijke helft van het land met lokaal al 150 tot 200 mm regen. 

Het opvallende aan deze situatie is dat het als twee druppels water lijkt op de neerslagkaart van vorige jaar, toen het zuidoosten ook veel en veel droger was dan het noordwesten. In 2018 was het er ook droog, maar toen was het in het hele land droog. Een duidelijke verklaring voor het extreme verschil heb ik nog nergens gevonden. Het zuidoosten van het land is altijd al het meest droge deel van het land en blijkbaar zijn de processen in het weersysteem die dat veroorzaken de afgelopen jaren extra actief. 

Het droge weerbeeld zet zich door verder naar het zuiden. Vorige week liet ik in het bericht de neerslagvoorspelling zien voor de afgelopen week en als we nu de kaart ernaast leggen met wat er van terecht gekomen is, dan blijkt dat de verwachting erg goed was ingeschat. In de figuur hieronder is de verwachting (links) naast de metingen (rechts) afgebeeld. De uitsneden van het gebied waar de waarnemingen vandaan komen is iets kleiner, daarom zijn de randen van het rechter kaartbeeld wit. Ook zijn de kleuren in de legenda niet voor beide kaarten hetzelfde

Neerslag in de afgelopen week.jpg

Vergelijking neerslagverwachting afgelopen week (links) met de waargenomen hoeveelheden (rechts).
Vergelijking neerslagverwachting afgelopen week (links) met de waargenomen hoeveelheden (rechts).
 

De tweedeling in Nederland is goed te zien met zo'n 5 tot 7 cm gevallen neerslag in het noorden en slechts 0,5 tot 1,5 cm in het zuiden. De verwachting gaf dat ook aan. Het omvangrijke droge gebied boven Oost Frankrijk en een groot deel van Duitsland valt ook op, met vaak maar een paar mm neerslag. Verder naar het zuiden is het wel (veel) natter. Uiteindelijk werd het in de oostelijke Alpen zelfs nog natter dan verwacht, met lokaal meer dan 10 cm regen.

Ook in Zuid Duitsland en de Vogezen viel de afgelopen week al meer regen dan verwacht. Op zondagmiddag en -avond activeerde het regengebied, dat eerst boven de Alpen had gelegen, plotseling boven Zuid Duitsland, waardoor daar ook zo'n 3 tot 7 cm regen viel. Het is dit water waar de Rijn de komende dagen van gaat profiteren.

Na de bovenstaande terugblik nu de vooruitblik wat ons deze week te wachten staat. De komende dagen ontwikkelt zich een wat koelere noordwestelijke stroming boven onze omgeving en daarin trekken buien mee. Deze brengen geen grote hoeveelheden regen, maar, anders dan de afgelopen week, bereiken ze ook de drogere gebieden van de stroomgebieden. In het zuidoosten van Nederland en de Ardennen en Midden Duitsland kan dan ook wat regen vallen. Echter geen grote hoeveelheden en de rivieren merken daar weinig van.

In de tweede helft van de week bereikt een wat uitgebreider neerslaggebied eerst Nederland om vervolgens verder te trekken over de stroomgebieden. Ook dan zijn de hoeveelheden niet zo groot dat de rivieren er veel water door ontvangen. Het is de verwachting dat deze regenzone in het volgend weekend ook de Alpen bereikt en daar wat kan activeren. Op zondag 6 en/of maandag 7 september zou dan wederom veel regen in de Alpen kunnen vallen. 

Op nog wat langere termijn houdt het afwisselende weer aan, met zo nu en dan regenzones die overtrekken. Een langdurige droge periode onder invloed van hogedrukgebied lijkt niet in het verschiet te liggen.

Rijn daalt de komende week tot onder de 1000 m3/s, maar veert later weer flink op

De afgelopen week verliep nog grotendeels droog in het stroomgebied van de Rijn. Pas vrijdag bereikte een neerslagzone het zuiden van Duitsland en later ook de Alpen. Vanwege het meest droge weer deze week is de waterstand van de Rijn de hele week gedaald en deze daling zet zich ook een groot deel van de komende week nog door. 

De grote hoeveelheden regen op vrijdag en zaterdag in de Alpen vielen vooral bovenstrooms van de Zwitserse meren. Deze enorme wateroppervlakten bufferen een groot deel van de aanvoer en bij de benedenstroomse uitgang neemt de afvoer dan maar weinig toe. Meestal gaat het om een verhouding van ongeveer 1 op 10, wat wil zeggen dat van iedere 10 m3/s die de Rijn aanvoert er maar 1 m3/s direct merkbaar is in de afvoer vanuit het meer. Daar staat weer tegenover dat de meren nog heel lang water naleveren en over een maand profiteert de Rijn daarom nog steeds van het extra opgeslagen water. 

Vrij onverwacht regende het zondagmiddag en -avond langdurig in Zuid Duitsland, waardoor de Neckar en de Bovenrijn nog flink wat extra water te verwerken krijgen. Ter hoogte van Karlsruhe stijgt de Rijnafvoer met ruim 1000 m3/s van ca 750 de afgelopen week naar ca 1900 op maandagavond. Uiteindelijk zal de piek nog wel wat inzakken.

Vanuit de Bovenrijn is het water nog zo'n 4 tot 5 dagen onderweg voordat het bij Lobith aankomt. Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith ongeveer 7,25 m +NAP en bevindt de afvoer zich nog net boven de 1000 m3/s. Tot donderdag zet de dalende lijn zich nog voort en iedere dag gaat er zo'n 3 tot 5 cm van de waterstand af, om uiteindelijk op donderdag het laagste punt te bereiken van ca 7,1 m +NAP.

De afvoer zal dan rond de 950 m3/s zijn uitgekomen. Dat is de laagste waarde tot nu toe van het huidige jaar. Een afvoer onder de 1000 m3/s wordt gemiddeld genomen zo eens in de 3 jaar gedurende enige tijd onderschreden. Vorig jaar werd deze waarde niet bereikt. In het zeer droge jaar 2018 daalde de afvoer er wel ruim onder en zakte zelfs tot onder de 750 m3/s.

Vanaf donderdag gaat de waterstand bij Lobith dan weer stijgen en op vrijdag wordt de 1000 m3/s al weer snel overschreden. De hoogste afvoer van het watergolfje wordt in het komend weekend al bereikt en ik verwacht dan een afvoer van ca 1700 m3/s. De waterstand zal dan bij Lobith weer tot ca 8,7 m +NAP zijn gestegen.

Om de neerslaghoeveelheden de komende week niet zo groot zijn, zet zich na het komend weekend weer de daling in en in het midden van de week daarna wordt de 1500 m3/s dan weer onderschreden. Omdat de afvoer vanuit de Zwitserse meren de komende weken wel een flink stuk hoger is dan de afgelopen week zal bij Lobith de 1000 m3/s niet zo snel opnieuw bereikt worden. En omdat er ook zo nu en dan neerslag valt in de rest van het stroomgebied is er zelfs een kansje dat dat de hele maand september niet gebeurt. Een duidelijke stijging van de afvoeren zit er echter ook niet in, daarvoor zijn de hoeveelheden regen die verwacht worden voorlopig te klein.

Maasafvoer blijft zeer laag

De Maas ontvangt zijn water vanuit het gebied waar het de afgelopen weken droog was. Het gevolg daarvan is dat de Maasafvoer al wekenlang Bij Maastricht tussen de 25 en 35 m3/s schommelt. De eerste dagen van de komende week kunnen er wel wat buitjes vallen in het stroomgebied en misschien dat dat de Maas enkele kuubs extra oplevert, maar waarschijnlijk blijft de afvoer nog de hele week erg laag.

Het neerslaggebied dat in de tweede helft over de stroomgebieden trekt lijkt de Maas ook weinig water te gaan brengen en de kans is daarom groot dat de afvoer ook in en na het volgend weekend nog laag blijft. En ook op nog wat langere termijn is een einde van de lage afvoeren nog niet in zicht.

Wat zegt een lage afvoer in augustus over de situatie in september

In de maand augustus waren de afvoeren in de rivieren gemiddeld genomen laag (Rijn) tot zeer laag (Maas). De Rijnafvoer kwam op gemiddeld ca 1225 m3/s uit, wat ca 67% is van de normale Rijnafvoer in augustus en de Maas voerde maar 45 m3/s af, wat slechts 40% is van de normale afvoer. (NB bij de Maas gaat het om de afvoeren van de zgn. ongedeelde Maas bij Monsin, dat is het punt 25 km bovenstrooms van Maastricht net voor de afsplitsing van het Albertkanaal. Gemiddeld genomen is de afvoer bij Maastricht zo'n 15 m3/s lager). 

De Rijnafvoer van dit jaar is niet heel uitzonderlijk; al 15 keer eerder (sinds 1901) was de afvoer in de maand augustus nog lager. Bij de Maas waren er slechts 6 jaren (sinds 1911) dat de gemiddelde afvoer nog lager was, wat laat zien dat de situatie hier meer extreem is. Hoe de perioden met een lage afvoer in augustus over de jaren zijn verdeeld is weergegeven in de volgende figuur. 

Dagen lage augustus-afvoer Rijn en Maas.jpg

Dagen met een lage augustus afvoer in de Rijn (rood: <900 m3/s, oranje: <1100 m3/s, geel: <1300 m3/s) en de Maas (rood: <50 m3/s, oranje: <60 m3/s, geel: <70 m3/s).
Dagen met een lage augustus afvoer in de Rijn (rood: <900 m3/s, oranje: <1100 m3/s, geel: <1300 m3/s) en de Maas (rood: <50 m3/s, oranje: <60 m3/s, geel: <70 m3/s).

Van boven naar beneden staan in de bovenstaande figuur de 31 dagen van augustus weergegeven en van links naar rechts alle jaren sinds het begin van de metingen. Duidelijk is te zien dat lage afvoeren bij de Maas in augustus in veel meer jaren voorkomen dan bij de Rijn. Een van de oorzaken is dat augustus bij de Maas de maand is met gemiddeld de laagste afvoeren, bij de Rijn wordt dat moment pas rond midden oktober bereikt en is de afvoer in augustus in de meeste jaren nog wat hoger dankzij de dan vaak nog vrij hoge afvoer vanuit de Alpen.

Bij de Maas vallen de laatste 4 jaren op met duidelijk veel meer dagen met een lage augustus-afvoer dan in de jaren daarvoor. Uniek is deze periode echter niet, ook eerder waren er al clusters van jaren met een lage afvoer zoals: begin jaren 90 en in de jaren 70, 40 en 30.  Hier vinden we ook de 6 jaren met een nog lagere augustus-afvoer (1921, 1934, 1947, 1964, 1973 en 1976). De meest extreme periode van 4 jaren is de huidige periode dan ook niet.

Bij de Rijn komen erg lage afvoeren, zoals hierboven toegelicht, nog niet zoveel voor in augustus. De jaren waarin ze optreden vallen meestal samen met de jaren dat de Maas ook langdurig laagwater had in augustus. Van de afgelopen 4 jaar valt bij de Rijn op dat alleen 2018 ook veel lage afvoeren kende. In 2017 en 2019 was de afvoer soms wel aan de lage kant, maar werd de 1300 m3/s nog niet onderschreden in augustus.

Met nog twee maanden voor de boeg, dat de Rijnafvoer gemiddeld genomen daalt, is het interessant om na te gaan wat de eerdere jaren met een lage augustus-afvoer kunnen vertellen over de situatie in september. Gemiddeld genomen is de afvoer in september nog ca 150 m3/s lager dan in augustus en in oktober nog eens ca 50 m3/s. De vraag is of dat ook voor de jaren met een al lage augustus-afvoer op gaat. Het antwoord daarop is ja.

Van de ca 20 jaren dat de afvoer in augustus laag was, waren er maar 2 jaren dat de afvoer in september duidelijk hoger was: een keer steeg de gemiddelde afvoer naar ca 1500 m3/s en een maal zelfs tot boven de 2000 m3/s. In de meeste van deze 20 jaren was er van een stijging echter geen sprake en bleef de afvoer ongeveer hetzelfde (ca 9 keer) of was hij lager (2 keer) of zelfs veel lager (7 keer). 

De reden dat de Rijnafvoer in september zelden stijgt is omdat in die maand de afvoer vanuit de Alpen gewoonlijk daalt. Het wordt in de gebergten kouder, dus smelt er minder sneeuw en het eerder opgeslagen water in de meren is meestal al op. Ook vallen er in september minder buien in de Alpen dan in de zomermaanden. Omdat vanuit de rest van het stroomgebied de neerslag in september nog niet toeneemt, betekent dat dat de kans op een daling in september dan ook erg groot is.

Ondanks de forse regen van de afgelopen paar dagen is de kans groot dat de september-afvoer ook dit jaar uiteindelijk nog wat lager zal eindigen dan augustus. Een positief punt is dat de Zwitserse meren de afgelopen dagen flink gevuld zijn. Dat zal er voor zorgen dat de afvoer in ieder geval niet zo ver weg zal zakken als in 2018. 

Bij de Maas is in augustus gemiddeld genomen al het laagste afvoerniveau bereikt en is de septemberafvoer doorgaans al weer iets hoger. Als we echter naar de droge tot zeer droge jaren kijken, dan valt op dat er in die jaren nog maar zelden sprake is van een toename van de afvoeren. In de meeste jaren blijft de september-afvoer ook nog laag tot zeer laag. Een verdere daling treedt vrijwel nooit meer op, maar voor een stijging duurde het in deze jaren meestal tot in oktober of november voordat die optrad.

 

Abonneren op