U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Als de waterstanden in de Nederlandse rivieren gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt, leest u hier dagelijks de actuele verwachtingen. In perioden buiten de hoogwatersituaties is de berichtgeving minder intensief en verschijnt er zo eens in de 1 à 2 weken een bericht. Ook als zich in de Nederlandse beken, poldergebieden, of langs de kust bijzondere watersituaties voordoen, leest u daarover onder deze rubriek.

 

Kans op invallende vorst en veel sneeuw in de stroomgebieden

Na het rustige en vrij koude weer van de afgelopen twee weken met weinig neerslag, lijkt er de komende week echt iets te gaan veranderen. Eerst wordt het even wat zachter, met daarbij ook flink wat regen, maar al snel keert de koude terug en dat gaat in de stroomgebieden gepaard met sneeuw. Hoe hoog de sneeuwgrens precies komt te liggen, bepaalt welk deel van de neerslag meteen al naar de rivieren wordt afgevoerd en welk deel pas (veel) later als de vorstperiode weer is afgelopen. Een lastige voorspelling daarom dit maal voor wat het verloop van de waterstanden in de rivieren deze week zal zijn. 

In Water Inzicht een korte terugblik op het afgelopen jaar aan de hand van grafieken. Rijn en Maas werden gekenmerkt door vaak lage waterstanden. De Maas kende de langste periode met zeer lage afvoeren, anders dan de Rijn waar dankzij een grote bijdrage uit Zwitserland extreem lage waterstanden uitbleven. 

water van de week

Stroomgebieden op de grens van koude en zachte lucht

De weermodellen waren de afgelopen week zoekende voor wat het weer de komende week zou gaan worden. Eerst voorspelden ze dat het na dit weekend lange tijd zacht weer zou worden, met ook aardig wat neerslag, die dan vooral als regen zou vallen. Maar heel overtuigend was het niet, want in de zogenaamde weerpluim waren er al meteen ook opties die voor kouder weer gingen met juist weinig neerslag. Inmiddels zijn de verwachtingen bijgedraaid en gaan de meeste opties in de pluim juist voor kouder weer, nadat het eerst een paar dagen wat warmer is geworden.

Die warmere lucht wordt aangevoerd door een lagedrukgebied dat vanaf de Atlantische Oceaan op dinsdag ten noorden van ons langs trekt. Aan de zuidzijde van dit lagedrukgebieden bewegen neerslagzones mee die op dinsdag en woensdag in de stroomgebieden flink wat neerslag gaan brengen. Vanwege de wat warmere lucht die mee wordt gevoerd gaat de dooigrens in de Middelgebergten ook wat omhoog en dat betekent dat de sneeuw die de afgelopen week is gevallen boven de 250 m hoogte grotendeels zal dooien. Boven de 500 - 600 m is het sneeuwdek waarschijnlijk wel dik genoeg om stand te houden en nog wat hoger, boven de ca 750 m, valt de nieuwe neerslag ook als sneeuw en groeit het sneeuwdek dus nog verder aan.

Op donderdag nadert dan een nieuw lagedrukgebied, maar anders dan zijn voorganger gaat deze waarschijnlijk ten zuiden van Nederland langs. Aan de noordzijde wordt dan juist wat koudere lucht aangevoerd, waardoor de dooigrens daar vrij laag komt te liggen en ook lagere delen van de Middelgebergten weer met sneeuw te maken krijgen, terwijl aan de zuidzijde opnieuw warme lucht binnen stroomt met een sneeuwgrens op ca 750 m.  

De precieze koers van dit lagedrukgebied bepaalt waar op donderdag en vrijdag regen of sneeuw valt. Als hij ten zuiden van de Ardennen langs trekt zal daar vooral sneeuw vallen, maar als het lagedrukgebied over Nederland heen trekt kan er in de Ardennen opnieuw regen vallen. Voor de afvoer van de Maas maakt dat veel uit of er dan regen of sneeuw valt. In het stroomgebied van de Rijn lijkt een zelfde tweedeling op te gaan treden met in de Eifel en Midden Duitsland de meeste kans op sneeuw, terwijl in de Vogezen en het ZwarteWoud en de lagere delen van Zwitserland dan juist regen valt onder de 750 m.

Vanaf vrijdag ziet het er nu naar uit dat het even wat rustiger is. In onze omgeving zal dan de koudere lucht vanuit het noordoosten gaan binnen stromen, zodat het ook in Nederland voor het eerst sinds lange tijd weer eens koud weer kan worden. De zachte oceaanlucht geeft zich echter ook dan nog niet gewonnen, want op zondag en maandag zou een nieuw lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan ten zuiden van Nederland langs kunnen trekken. Dat zal dan opnieuw regen en hoger in de Middelgebergten sneeuw brengen.

Al met al een spannende week, waarbij de koers van de lagedrukgebieden gaat bepalen waar sneeuw valt en waar regen. Omdat de verwachte neerslaghoeveelheden vrij groot zijn, maakt dat veel uit voor de hoeveelheid water die al dan niet afstroomt naar de rivieren. De verwachting voor de waterstanden in de komende week is daarom nog zeer onzeker.

Rijn stijgt waarschijnlijk vanaf einde komende week

De Rijn is de afgelopen week gestaag gedaald en nadat begin deze week de 9 m werd onderschreden, zal medio komende week waarschijnlijk ook nog net de 8 meter worden bereikt. De afvoer zal dan gedaald zijn tot ca 1350 m3/s. Dat zal dan op woensdag het geval zijn, maar later op die dag gaat de stand waarschijnlijk al weer stijgen. Dit water is afkomstig van de regen die vanaf dinsdag in het stroomgebied valt. Deze regen zal vrijwel zeker ook wat sneeuw doen smelten die nu tussen de 250 en 500 m hoogte in de Duitse Middelgebergten ligt. 

Dat levert dan voldoende water op voor een eerste stijging naar ca 9 m in de loop van het komend weekend en een afvoer van ca 2000 m3/s. In het begin van de week daarna stijgt de stand waarschijnlijk verder en de kans is groot dat dan ook de 10 meter bereikt gaat worden rond woensdag 20 januari; bij een afvoer van ca 3000 m3/s. Maar de stand kan ook nog flink wat hoger worden als het lagedrukgebied dat donderdag overtrekt een vrij noordelijke koers heeft en de neerslag tot op grotere hoogte als regen valt. Een stand tot 11of 11,5 meter bij Lobith zou dan ook mogelijk zijn.  Pas in de loop van de komende week is hier meer over te zeggen.

Ook op wat langere termijn is niet duidelijk hoe het verder loopt. De verwachting is nu dat er in of net na het komend weekend opnieuw wat zachteren lucht met regen tot in het zuiden van het stroomgebied door kan dringen, wat dan voor een nieuwe stijging kan gaan zorgen. Mar dat is nog ver weg in de tijd en dus lang niet zeker. Een rustige periode met dalende waterstanden lijkt er dan echter ook niet in te zitten.

Maas stijgt vanaf woensdag

De Maasafvoer is na de hoogwatertjes van eind 2020 weer snel gedaald en de afvoer bij Maastricht bedraagt nu ongeveer 300 m3/s; dat is 1000 minder dan enkele weken terug. Afgelopen week viel er wel wat neerslag, maar in de Ardennen dat was grotendeels sneeuw. De sneeuwgrens ligt nu op ca 250 meter hoogte, op 500 m ligt 20 cm en boven de 600 m zelfs 40 cm.

Een deel van deze sneeuw zal waarschijnlijk dinsdag gaan smelten als het gaat regenen. De sneeuwgrens ligt dan tussen de 600 en 750 m dus is nog onduidelijk of ook de sneeuw op de hoogste toppen gaat smelten. Het water van de regen en de gesmolten sneeuw zorgt dan vanaf woensdag voor een stijging van de afvoer bij Maastricht. De afvoer kan dan stijgen tot rond 750 m3/s en afhankelijk van de hoogte van de dooigrens is ook 1000 m3/s misschien weer mogelijk. Deze piek zou dan al op woensdag, of in de nacht naar donderdag op kunnen treden. 

Op donderdag daalt de afvoer dan weer wat om vervolgens op vrijdag opnieuw te kunnen gaan stijgen. Dit is de neerslag die hoort bij het lagedrukgebied dat op donderdag passeert. De neerslaghoeveelheden daarvan, ca 1,5 tot 2 cm, lijken voorlopig niet zo heel groot te zijn en omdat een deel waarschijnlijk weer als sneeuw gaat vallen, zal dit, zoals het er nu naar uitziet, geen sterke verdere stijging veroorzaken. Maar een afvoer van 1000 tot 1250 m3/s op vrijdag is dan toch wel mogelijk omdat dit water bovenop het water van de eerste golf komt. 

De verwachting blijft echter nog uiterst onzeker, omdat de koers van het lagedrukgebied dat op donderdag passeert nog niet zeker is en de intensiteit ook nog kan veranderen. Een situatie om in de gaten te blijven houden.

Vanwege de onzekere verwachtingen voor de komende week zal ik zo nu en dan een Twitter-bericht sturen. dat verschijnt dan ook op deze website in de rechterkolom.

Water inzicht

Rijn en Maas in 2020

Het jaar 2020 leverde in de beide grote rivieren die door Nederland stromen geen heel bijzondere situaties op. De gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith over het hele jaar bedroeg 1868 m3/s, wat ca 84% is van het langjarig gemiddelde (2215 m3/s). De Rijnafvoer zat hiermee onderin de middenmoot van de jaren sinds 1901, want er waren  24 jaren met een lagere gemiddelde afvoer. De gemiddelde waterstand bij Lobith bedroeg 8,69 m +NAP. Dit was de op 2 na laagste gemiddelde stand sinds 1901; alleen 2011 en 2018 met ieder een stand van 8,68 m +NAP waren nog wat lager. Dat de stand veel extremer was dan de afvoer heeft met de bodemdalinmg van de Rijn te maken; ieder jaar zakt de bodem wat verder en daardoor is er steeds meer water nodig om dezelfde waterstand te halen. De Maasafvoer bij Maastricht bedroeg gemiddeld 261 m3/s; bijna het langjarig gemiddelde (263 m3/s). 

De afvoer van Rijn en Masa was onregelmatig over het jaar verdeeld: vooral veel water in de winter en weinig (bij de Rijn) tot zeer weinig (bij de Maas) in de zomer. In de beide grafieken hieronder is het afvoerverloop over het jaar af te lezen aan de donkerblauwe lijn. Dit jaar bleef de afvoer meestal ruim onder de hoogst gemeten afvoeren (de rode lijn). Alleen de beide Maaspieken vielen precies op dagen dat de hoogste afvoer nog niet eerder hoog was geweest. Een paar dagen eerder of later waren al wel veel hogere afvoeren opgetreden. De afvoeren bleven ook het hele jaar boven de laagste gemeten waarden (de zwarte lijn); al scheelde dat bij de Maas vaak niet zo veel. 

In februari en maart was er een periode met hoge afvoeren, die opviel omdat hij vrij lang duurde. Het was een periode met een langdurige actieve westelijke luchtstroming en het ene na het andere regengebied schoof vanaf de Atlantische Oceaan tot over de stroomgebieden. Tussen de regenzones door was het steeds weer net lang genoeg droog om de opbouw van een veel hogere afvoer te onderbreken. Ook kwam het nauwelijks tot sneeuwval in de Middelgebergten en daarom was er ook geen smeltwater en dat is een voorwaarde voor het ontstaan van een nog hogere afvoer dan we in 2020 meemaakten. 

De hoogste afvoer werd bij Rijn en Maas in begin februari bereikt. Bij de Rijn was dit iets boven de 6000 m3/s, wat een waarde is die gemiddeld zo'n 1 tot 2 keer per jaar wordt bereikt. De Maas had een iets bijzondere afvoer, want de 1650 m3/s die werd bereikt, is een waarde die gemiddeld maar  eens in de 3 jaar wordt bereikt. 

Maas 2020.png

Verloop Maasafvoer in 2020 in vergelijking tot gemiddelde, laagste en hoogste afvoeren.
Verloop Maasafvoer in 2020 in vergelijking tot gemiddelde, laagste en hoogste afvoeren.

Rijn 2020.png

Verloop Rijnafvoer in 2020 in vergelijking tot gemiddelde, laagste en hoogste afvoeren.
Verloop Rijnafvoer in 2020 in vergelijking tot gemiddelde, laagste en hoogste afvoeren.

Na de intensieve regenval in februari en de eerste helft van maart hield het natte weer abrupt op in de tweede helft van maart. Er volgde een van de droogste april- en meimaanden ooit en beide rivieren begonnen aan een langdurige daling. Al in april daalde de afvoer tot onder het langjarig gemiddelde en begin mei werden in beide rivieren al erg lage waarden bereikt. Veel waterbeheerders hielden hun hart vast waar het heen zou gaan in de rest van het jaar.

Het jaar 2018 lag nog vers in het geheugen en als de droogte van zo'n jaar zou zijn gevolgd op de droogte die we nu in april en mei meemaakten, dan waren er zeker grote problemen te verwachten geweest. Gelukkig viel het uiteindelijk mee, omdat vooral de Rijn, onze belangrijkste leverancier van rivierwater, later in het jaar niet veel verder meer daalde.

De Maasafvoer bleef echter wel de hele zomer en nazomer aan de lage kant. Pas eind september was er een eerste piekje waarbij de afvoer weer eens boven het langjarig gemiddelde uitsteeg. Als we in de figuur hierna de situatie in detail bekijken dan zien we dat de afvoer langdurig tussen de 5 en 10 percentiel lag, soms zelfs iets daaronder. Dat betekent dat een dergelijke afvoer maar eens in de 10 tot 20 jaar optreedt. 

Het stroomgebied van de Maas kampte deze zomer dan ook met een aanhoudende droogte. Opvallend in het weerverloop in Europa was dat er een zone was met de noordelijke grens over Zuid-Nederland en de zuidelijke grens over Zuid-Duitsland waar de droogte de hele zomer aanhield. De Maas krijgt uit dit gebied zijn water en op een paar buitjes na viel er zo weinig dat de afvoer maandenlang zeer laag bleef.

Pas vanaf oktober veranderde de weersituatie en steeg ook de afvoer weer wat. Maar november verliep ook weer te droog en daarom bleef de afvoer ook toen nog ver onder het langjarig gemiddelde. Pas eind december wisten intensieve regengebieden voor het eerst het stroomgebied van de Maas weer te vinden en vlak voor kerstmis was er zelfs een kleine hoogwatergolf.

Maas 2020 detail.png

Verloop Maasafvoer in 2020 in meer detail met daarbij ook de lijnen voor de 5 en 10 percentiel afvoer.
Verloop Maasafvoer in 2020 in meer detail met daarbij ook de lijnen voor de 5 en 10 percentiel afvoer.

Rijn 2020 dfetail.png

Verloop Rijnafvoer in 2020 in meer detail met daarbij ook de lijnen voor de 5 en 10 percentiel afvoer.
Verloop Rijnafvoer in 2020 in meer detail met daarbij ook de lijnen voor de 5 en 10 percentiel afvoer.

De Rijn liet na de droogte in april een heel ander verloop zien dan de Maas, want daar was er wel heel regelmatig een opleving van de afvoer. Een groot deel van het stroomgebied van de Rijn lag net als bij de Maas in de droge zone die over Midden Europa liep en uit Duitsland en Oost Frankrijk ontving de Rijn daarom ook maar heel weinig water. De Rijn profiteerde echter van zijn grote stroomgebied, want ten zuiden van deze droge zone, in Zwitserland, was het deze zomer wel aan de natte kant en hier viel juist wel veel regen. 

De pieken die in het afvoerverloop van de Rijn terug te zien zijn, zijn dan ook bijna allemaal het gevolg van perioden met veel regen in Zwitserland. In mei en juni combineerde dat zich met smeltende sneeuw vanuit de Alpen, maar vanaf juli t/m oktober waren het steeds perioden met veel buiige regen die vooral in de Alpen grote hoeveelheden water opleverden. Het was meestal niet voldoende om de afvoer te laten stijgen tot het langjarig gemiddelde, maar het voorkwam dat de waterstanden daalden naar zeer lage waarden.

Zo was er telkens als de afvoer weer in de buurt van de 5-percentiel lijn kwam, was er een helpende hand vanuit Zwitserland en steeg de afvoer er weer even ruim boven om vervolgens weer langzaam te gaan dalen. Na oktober werd het ook in de Alpen droog en daalde de afvoer wederom naar lage waarden voor de tijd van het jaar. Het duurde dit najaar dan ook lang voordat de westelijke circulatie op gang kwam en er regengebieden  vanaf de Atlantische Oceaan tot in het stroomgebied door konden dringen. Net voor Kerstmis gebeurde dat en toen steeg de afvoer op de valreep nog even tot een gemiddelde waarde.

De laatste figuur hieronder laat goed zien hoe belangrijk het aandeel vanuit Zwitserland dit jaar voor de Rijn was. In 4 kleuren is de bijdrage van de 4 belangrijkste deelstroomgebieden van de Rijn hier bij elkaar opgeteld. Het witte gedeelte is het aandeel van de overige, kleine deelstroomgebieden, die vooral ten noorden van Koblenz in de Rijn uitmonden, zoals de Lahn, Sieg, Ruhr en Lippe. 

Het aandeel van de Bovenrijn dat grotendeels water uit Zwitserland bevat is het hele jaar door ongeveer even groot en draagt vooral in de zomermaanden bij aan de afvoer bij Lobith. De andere deelstroomgebieden leveren vooral een bijdrage in de hoogwaterperiode en lopen daarna gestaag terug. Van juli t/m september is de bijdrage uit Neckar, Main en Moezel zelfs erg klein en dan is zo'n 80% van het Rijnwater uit Zwitserland afkomstig.

Bijdrage deelstroomgebieden.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de afvoer bij Lobith.
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de afvoer bij Lobith.
​​​​​

 

 

Langdurig dalende waterstanden in het vooruitzicht

Na een korte opleving van de neerslagintensiteit rond de kerstdagen is het nu al weer enkele dagen vrijwel droog en het ziet er naar uit dat het ook de komende week, misschien wel 2 weken, overwegend droog blijft.  De waterstanden in de rivieren zullen daarom langdurig blijven dalen. Het blijft ook vrij koud en in de middelgebergten in België, Frankrijk en Duitsland ligt al een aardig sneeuwdekje en dat groeit de komende weken ook nog langzaam aan. Als het later weer gaat dooien zal dit extra water aanleveren voor de rivieren. Voorlopig is daar nog geen sprake van houdt het huidige weertype nog wel even aan. In het Water van de Week leest u wat dat voor de waterstanden en afvoeren in de rivieren betekent.

In Water Inzicht een analyse van de hoogwatergolf die vrij plotseling in de Maas ontstond en een maximale afvoer bereikte bij Maastricht van ca 1300 m3/s. Geen heel hoge waarde, maar interessant genoeg om eens wat beter te onderzoeken hoeveel regen er in de Ardennen is gevallen en hoeveel daarvan in de hoogwatergolf werd afgevoerd.

Water van de Week

Europa ingesloten tussen twee hogedrukgebieden

Het weerpatroon in Europa is volledig geblokkeerd, dat wil zeggen dat er weinig luchtstroming is en dat vertaalt zich dan in een rustig weertype. Zowel ten westen van ons, op de Atlantische Oceaan, als ten oosten, boven Rusland, liggen al enige tijd grote hogedrukgebieden en die zetten het weer grotendeels op slot. Tussen beide hogedrukgebieden ligt boven onze omgeving een groot lagedrukgebied. Dit zijn de restanten van het lagedrukgebied Bella dat vorige week nog voor een storm zorgde, maar nu opgesloten ligt en geen kant meer op kan. 

Het lagedrukgebied heeft verschillende kleine kernen die wat rondtollen boven West Europa en zo nu en dan voor wat neerslag zorgen; in de Middelgebergten vanaf ca 200 meter is dat dan sneeuw. De hoeveelheden zijn echter klein en al met al wordt de komende 2 weken niet meer dan 1 tot 2 cm neerslag verwacht. In de heuvellanden kan dat wat meer zijn en daar groeit het sneeuwdek dan aan met zo'n 20 tot 30 cm.

Voorlopig verandert er niet zo veel aan deze situatie, want geen van beide hogedrukgebieden wijkt de komende tijd van zijn plaats. Wel maken ze soms een verbinding over Scandinavië met elkaar zodat de wind bij ons naar het oosten draait, maar neerslag zal dat niet brengen. Pas aan het eind van de verwachtingsperiode, dat is rond 15 januari, zou het weerpatroon wat kunnen veranderen. De kans lijkt dan het grootst dat zich boven de Atlantische Oceaan lagedrukgebieden gaan ontwikkelen die later ook ons weer gaan beïnvloeden. Dat betekent dat het warmer wordt en de kans op regen, ook in de Middengebergten, toeneemt. Voorlopig is het echter nog lang niet zeker of dat gaat gebeuren. Volgende week is hier misschien al wat meer duidelijkheid over. 

Rijn daalt bij Lobith tot onder de 9 m +NAP, later ook tot onder de 8 m.

De Rijn ontving de afgelopen 2 weken veel minder neerslag dan de Maas en terwijl in deze laatste een kleine hoogwatergolf tot ontwikkeling kwam, moest de Rijn het met veel minder water doen. Dit had te maken met de ligging van het lagedrukgebied in de dagen rond kerstmis, waarbij de meeste neerslag boven België en het noorden en oosten van Frankrijk viel. In het stroomgebied van de Rijn profiteerde alleen de Moezel van deze neerslag en in deze zijrivier ontwikkelde zich wel een kleine hoogwatergolf, maar in alle andere zijrivieren van de Rijn bleef de stijging beperkt.

Bij Lobith steeg de waterstand uiteindelijk tot net boven de 10 meter en kwam de afvoer tot aan ca 2750 m3/s. In vergelijking met de waterstanden onder de 8 meter van enkele weken eerder, was het een aardige stijging, maar al met al werd niet meer dan de gemiddelde waterstand voor deze tijd van het jaar bereikt.

Inmiddels is de waterstand al weer gaan dalen en het ziet er naar uit dat deze daling zeker 2 weken aan gaat houden. De stand gaat daarom weer flink omlaag. De eerste dagen daalt het niveau bij Lobith met zo'n 30 cm per dag, later neemt dat langzaam af tot 20 of 15 cm per dag. Op dit moment bedraagt het peil bij Lobith ca 9,4 m +NAP, dinsdag zal dan de 9 m weer onderschreden worden en net na het komend weekend wordt ook de 8 meter weer bereikt. De afvoer zal waarschijnlijk op 5/1 weer onder de 2000 m3/s zakken en op 10/1 weeronder de 1500. 

De daling zet daarna ook nog door en het ziet er naar uit dat rond 15 januari weer een waterstand van 7,75 m bereikt zal worden, waardoor de stand weer terug is op het niveau van voor de regenrijke periode van rond de kerstdagen. De afvoer zal dan tot rond de 1250 m3/s zijn gezakt. Voorlopig is het nog niet te zeggen of het weer daarna gaat veranderen en er meer regen komt, of dat het droge, koude weer dan nog langer aanhoudt.

Maas daalt weer snel na de 2 kerstpieken

De Maas profiteerde volop van de regenval die de depressie Bella aanvoerde en bereikte kort na elkaar twee een piek van boven de 1000 m3/s. De eerste golf was het hoogste met een afvoer van ruim 1300 m3/s. Dat is iets onder de stand die gemiddeld jaarlijks als hoogste waarde wordt bereikt; die bedraagt ca 1450 m3/s. 

De Maas is er om bekend (en berucht) dat er rond de kerstdagen hoogwaters kunnen optreden. Bijna 30% van alle hoogwatergolven boven de 1000 m3/s hebben plaats gevonden in de 2 weken rond de jaarwisseling. Hieronder bevinden zich ook de 2 grootste hoogwaters, die van 1926 die op nieuwjaarsdag de hoogste stand bereikte en die van 1993 die net voor de kerstdagen plaats vond. Beide keren bedroeg de afvoer toen ca 3000 m3/s; heel wat meer dan het huidige golfje.

Nadat de afvoer na de eerst golf weer wat was gedaald volgde er nog een tweede golf op 29 december die tot iets boven de 1100 m3/s steeg.  Vanaf 30 december is de afvoer weer gaan dalen en inmiddels is de 650 m3/s bij Maastricht al weer onderschreden. De komende dagen zal de afvoer eerst nog vrij snel, later wat langzamer blijven dalen. Op 5/1 of 6/1 verwacht ik dat de 500 m3/s weer onderschreden wordt en rond 10/1 zal de 400 m3/s bereikt worden. 

Ook volgende week zet de daling waarschijnlijk nog de hele week door en aan het eind van die week zou de afvoer dan weer tot tussen de 250 en 300 m3/s kunnen zijn gedaald. Een nieuwe stijging is voorlopig niet inzicht.

Water inzicht

Herkomst van het water van de recente hoogwatergolf in de Maas

De laatste 10 dagen van december verliepen nat in het stroomgebied van de Maas met twee perioden met een duidelijke neerslagpiek. De eerste duurde ruim 3 dagen en was het meest intensief op 22 en 23 december en de tweede periode was vooral actief op 27 december.

De eerste regenperiode (zie kaart hieronder) bracht verreweg de meeste neerslag en in vrijwel de hele Ardennen (het bruine gebied op de kaart) viel meer dan 6 cm regen; in de hoogste delen zelfs meer dan 8 cm.  Buiten het heuvelland in het noorden en zuiden viel minder regen, maar altijd nog zo'n 3 tot 4 cm.

Neerslag stroomgebied 21 tm 24 dec.jpg

Neerslaghoeveelheden van 21 t/m 24 dec in het stroomgebied Maas. Het stroomgebied is afgebeeld als hoogtekaart, waarin de Ardennen goed zichtbaar zijn.
Neerslaghoeveelheden van 21 t/m 24 dec in het stroomgebied Maas. Het stroomgebied is afgebeeld als hoogtekaart, waarin de Ardennen goed zichtbaar zijn.

Het is een bekend fenomeen dat in de winter de beken en rivieren in de Ardennen snel reageren op intensieve regenval en het duurde dan ook niet lang of de afvoeren stegen snel en ook de Maas volgde al in korte tijd. In de grafiek hieronder is onderaan de neerslagintensiteit in de Ardennen in de vorm van blauwe kolommen weergegeven en bovenin de afvoer bij Maastricht. 

De beide neerslagrijke perioden zijn goed te herkennen in de onderste grafiek. Beide heb ik een verschillende kleur gegeven om de afvoer die ze genereren in het vervolg te kunnen onderscheiden. De eerste regenval op 21 december heeft nog weinig invloed op de afvoer bij Maastricht, maar als het in de middag van 22/12 harder gaat regenen reageert de Maas al die nacht met een snelle stijging. De 23e regent het flink door en als het in de middag van de 23e droger wordt zien we dat de piek in de Maas ca 24 uur later volgt. Op de 24e regent het nog wel, maar die neerslag heeft niet zo veel invloed meer op de hoogte van de piek. 

Hoogwatergolf MaasSt Pieter dec 2020.jpg

Afvoerverloop van de Maas bij Maastricht (lijngrafiek boven; bron RWS) en de neerslagintensiteit (staafgrafiek onder; bron Kachelmannwetter.com) tijdens de hoogwatergolven van 24 en 29 december.
Afvoerverloop van de Maas bij Maastricht (lijngrafiek boven; bron RWS) en de neerslagintensiteit (staafgrafiek onder; bron Kachelmannwetter.com) tijdens de hoogwatergolven van 24 en 29 december.

De 25e en de 26e verlopen grotendeels droog en de afvoer bij Maastricht reageert ook daarop snel en daalt weer naar ca 700 m3/s op 27 december. Die dag valt er echter opnieuw aardig wat regen in de Ardennen. Minder dan in de eerste periode, maar wel vrij intensief. Aan het eind van de 27e begint de afvoer bij Maastricht weer te stijgen en iets meer dan een dag nadat de regenval gestopt is, bereikt de Maas zijn tweede piek. Na 27 december is er nog wel wat neerslag gevallen, maar dit was vooral in de vorm van sneeuw en de Maas reageerde hier niet meer op.

In  de afvoergrafiek is duidelijk te zien hoe de beide neerslagperioden ieder een eigen piek veroorzaken. In de volgende grafiek heb ik de herkomst van het water nog wat duidelijker in beeld gebracht. Het donkerblauwe vlak is het water van de eerste regenperiode, het lichtblauwe vlak het water van de tweede periode. Het is goed te zien dat de tweede piek alleen maar zo hoog kon worden, omdat hij voortbouwde op het water van de eerste regenperiode; dat nog niet allemaal was afgevoerd. Dit is ook de manier waarop grotere hoogwatergolven in de Maas ontstaan, het water van steeds meer regenperioden stapelt zich dan gaandeweg steeds verder op.

Onderin de grafiek is met een grijze kleur de afvoer weergegeven van het water van eerdere regenval. Als er geen nieuwe regen was gevallen vanaf 21 december, zou dit vlak bij benadering het verloop van de afvoer zijn geweest. De lijn loopt langzaam omlaag omdat de afvoer van deze eerdere regenval langzaam afneemt.

Ook het water vanuit meest zuidelijke deel van het stroomgebied, de Franse Bovenmaas, heb ik apart weergegeven. Het gaat dan om het langgerekte gebied in Frankrijk dat in de kaart van het stroomgebied zichtbaar is. Dit water is veel langer onderweg dan vanuit de Ardennen en heb ik met een apart groen vlak weergegeven.

Vanuit de Ardennen is het water zodra het in een beek of zijrivier aangekomen is, binnen 24 uur bij Maastricht, terwijl het er vanuit de Franse Maas tot wel 7 dagen over kan doen. Dit water is daarom niet zo goed terug te herleiden naar een regenperiode zoals het water vanuit de Ardennen. Zo is het piekje dat in de afvoer van de Franse Maas zichtbaar is op 29 december nog voor een groot deel afkomstig van water uit de eerste regenperiode

Hoogwatergolf Maas dec 2020.jpg

Herkomst van het water in de afvoergolven van eind december. De beide blauwe kleuren verwijzen naar de beide neerslagperioden. Het groene vlak is het deel afkomstig uit de Franse Maas en het grijze vlak de afvoer afkomstig van eerdere regenval.
Herkomst van het water in de afvoergolven van eind december. De beide blauwe kleuren verwijzen naar de beide neerslagperioden. Het groene vlak is het deel afkomstig uit de Franse Maas en het grijze vlak de afvoer afkomstig van eerdere regenval.

In de laatste figuur ben ik nagegaan welk deel van de gevallen neerslag nu daadwerkelijk door de Maas is afgevoerd. Aan de hand van de neerslaggegevens kon ik berekenen dat er tijdens de eerste regenperiode ca 1 miljard m3 water is gevallen boven de Ardennen en tijdens de tweede periode 300 miljoen m3. De Bovenmaas (in Frankrijk) heb ik hier niet in meegeteld vanwege de veel langere looptijd en heb ik daarom buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de percentages.

Hoogwatergolf Maas dec 2020 met %.jpg

Verloop Maasafvoer bij Maastricht in m3/s (zwarte lijn) en het percentage  water van de beide regenperioden dat is afgevoerd  (donkerblauwe lijn: 1e periode, lichtblauw: 2e periode).
Verloop Maasafvoer bij Maastricht in m3/s (zwarte lijn) en het percentage water van de beide regenperioden dat is afgevoerd (donkerblauwe lijn is de 1e periode, lichtblauw de 2e periode).

In de grafiek is behalve de afvoer bij Maastricht ook het percentage weergegeven van de hoeveelheid neerslag die op een bepaald moment door de Maas is afgevoerd. De donkerblauwe lijn is het percentage van de regenval vanuit de eerste periode. Begin 23 december komt het eerste water aan en ook al stijgt de afvoer bij Maastricht snel, het percentage van de gevallen neerslag neemt maar langzaam toe. Tegen de tijd dat de piek passeert is nog maar ca 12% van het water afgevoerd (moment aangegeven met een rood kruisje) en zelfs na een hele week is nog maar 40% afgevoerd.

Het laat zien dat er blijkbaar erg veel water in het stroomgebied geborgen kan worden en dit water doet er dus veel langer over om tot afstroom te komen dan alleen de periode van de hoogwatergolf. Uiteindelijk zal niet al het water tot afstroom komen, want en deel verdampt, maar uit de grafiek is al wel af te lezen dat het maanden kan duren voordat bv de 80 of 90% bereikt zal zijn. 

Het feit dat de piek al door een klein percentage van de totale neerslaghoeveelheid wordt opgebouwd laat ook zien dat relatief kleine veranderingen in het stroomgebied, waarbij het bergend vermogen met een paar procent afneemt, al grote gevolgen kunnen hebben voor het verloop van een afvoergolf. Zo'n verandering laat ook het verloop van de tweede golf al zien. Het bergend vermogen van het stroomgebied is dan kleiner, want een deel is ingenomen door water van de eerste golf, en de lijn van het percentage loopt daarom sneller op. 

Een volgend bericht kunt u zondag 10 januari verwachten

Kleine hoogwatergolf in de Maas, Rijn licht verhoogd, beide op termijn weer dalend

Een lagedrukgebied bracht afgelopen week veel regen in het stroomgebied van de Maas en dat leverde een kleine hoogwatergolf op. De Rijn steeg de afgelopen dagen ook, maar van hoogwater is daar geen sprake. Vandaag en morgen regent het opnieuw flink door in de Ardennen en Noord Frankrijk en morgen zal de Maasafvoer opnieuw gaan stijgen. De Rijn krijgt hier maar een beetje van mee en de waterstand zal daar maar weinig verder stijgen. In het waterbericht leest u hoe ver de afvoeren en waterstanden de komende dagen zullen stijgen en wat de verwachtingen voor de lange termijn zijn. 

In Water Inzicht het derde deel van de analyse van de waterstanden in het afgelopen decennium. Twee weken geleden stonden de gemiddelde waterstanden van de Nederlandse Rivieren centraal en vorige week de extremen die opgetreden waren in de Rijn. In de vorige weken zagen we dat de rivieren in de wintermaanden meer water aangevoerd hebben dan gemiddeld, maar bij de Rijn heeft dat niet geleid tot veel en langdurig hoogwater. In de zomers en vooral in het najaar voerden de rivieren flink wat minder water aan dan gemiddeld en bij de Rijn waren er veel jaren met langdurige perioden van laagwater. Opvallend daarbij was dat extreem lage waterstanden juist weer niet zo veel voorkwamen.

Vandaag staan de extremen van de Maas centraal, hoe vaak kwamen hoge afvoeren voor en duurden de laagwaterperioden als gevolg van de droogte in Midden Europa dit decennium langer dan in het verleden. 

Water van de week

Een groot lagedrukgebied bepaalt voorlopig het weer in de stroomgebieden

De afgelopen week stond in het teken van een groot lagedrukgebied dat boven de Britse Eilanden lag en van maandag t/m woensdag veel regen bracht in vooral de Ardennen en delen van Midden Duitsland. De grote hoeveelheid regen op die plaats was een beetje een verrassing, want daags ervoor was nog voorzien dat de meeste regen in Zuid Nederland en Noord België zou vallen. Uiteindelijk viel daar de minste regen en was het juist in het zuiden van België en het noorden van Nederland erg nat.

De nattigheid in het noorden van Nederland zorgde voor hoogwater in beken in dat deel van het land. Zo steeg het peil van de Overijsselse Vecht, na de Rijn en de Maas de grootste rivier van Nederland, naar een hoge waarde, en in Drenthe traden verschillende beken buiten hun oevers. Ondertussen viel er in het zuiden van Nederland maar weinig regen, terwijl regenval daar na de droge zomer extra hard nodig is. 

Vanaf donderdag loste het lagedrukgebied langzaam op en werd het een paar dagen droog weer, zodat de waterstanden in beken en rivieren weer wat konden dalen. Deze rust is maar van korte duur want inmiddels is een nieuw lagedrukgebied op het toneel verschenen dat vrijwel exact de koers van haar voorganger volgt. Vorige week liet ik in het waterbericht een weerkaart zien waarin de verwachting nog was dat dit lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan via Scandinavië naar het oosten zou trekken, maar een hogedrukgebied boven Rusland, waarvan verwacht werd dat het weg zou trekken, week niet van zijn plaats en daarom blijft het lagedrukgebied als het ware gevangen liggen boven West Europa. 

Nu is het lagedrukgebied nog erg actief en gaat het gepaard met storm en veel regen, maar na morgen lost het ook langzaam op en dooft de invloed weer uit. Net als bij haar voorganger valt er vandaag veel regen in delen van Nederland (dit maal vooral het westen) en wederom in het zuiden van de Ardennen. Vorige week viel er in lokaal bijna 10 cm regen in de Ardennen, voor de komende 3 dagen wordt niet meer dan 3 tot 4 cm verwacht en de Maas ontvangt daarom minder extra water dan in de afgelopen week.

De regenzones die samenhangen met het lagedrukgebied dringen niet ver het Europese continent op en het stroomgebied van de Rijn blijft grotendeels buiten schot. Alleen de Moezel en enkele kleinere zijrivieren in Midden Duitsland ontvangen wat extra water. Dit water valt dan wel net samen met een kleine watergolf die nog onderweg is vanuit de Bovenrijn en daarom kan de waterstand bij Lobith later deze week nog verder stijgen. 

Het lagedrukgebied blijft waarschijnlijk nog de hele week boven onze omgeving liggen, maar de scherpe kantjes gaan er snel vanaf.  De regenzones die er rondom heen trekken worden daarom steeds minder actief en vanaf woensdag valt er nergens meer voldoende regen om de rivieren nog verder te laten stijgen. Voorlopig is er ook op langere termijn geen nieuw lagedrukgebied op komst en dat betekent dat het nieuwe jaar begint met dalende waterstanden en de kans is groot dat dat wel tot 10 januari of nog wat langer kan duren.

Rijn eerst stabiel rond 10 m +NAP, later in de week nog iets hoger

De waterstand bij Lobith is de afgelopen dagen met ca 1,5 meter gestegen en voor het eerst sinds medio maart steeg de stand tot boven de 10 meter.  De afvoer bedraagt nu ca 2700 m3/s, wat ongeveer normaal is voor de tijd van net jaar. Vandaag en morgen stijgt de stand nog langzaam wat verder tot ca 10,2 m +NAP. 

Vanaf woensdag gaat de stand dan nog iets stijgen als het water arriveert van de regen die vandaag en morgen in het stroomgebied van de Moezel valt. Veel regen wordt daar niet verwacht en samen met nog wat extra water uit Zuid Duitsland zou de stand bij Lobith misschien net tot de 10,5 m kunnen stijgen; de afvoer bedraagt dan 3000 m3/s. De hoogste stand verwacht ik op 31 december. 

Daarna gaat de stand weer dalen en op 2 januari zakt het peil dan weer onder de 10 meter. De daling zet zich naar verwachting lange tijd door en de kans is groot dat ongeveer en week later, rond 10 januari ook de 9 meter weer onderschreden wordt.

Maas stijgt morgen en overmorgen nogmaals naar boven 1000 m3/s

Vrij onverwacht trad afgelopen week in de Maas een kleine hoogwatergolf op. Van 21 t/m 23 december viel veel regen in de zuidelijke Ardennen en de afvoer bij Maastricht steeg daardoor tot net iets boven de 1300 m3/s op 24 december. Dit is een afvoer die gemiddeld iedere winter wordt bereikt, in sommige winters ook wel wat vaker. 

Omdat het sinds 24 december droog vrijwel bleef in het stroomgebied, is de afvoer na de piek ook weer snel gaan dalen en inmiddels is de afvoer weer gedaald tot ca 750 m3/s. Vanaf vanmorgen is het weer gaan regenen in de Ardennen en later vandaag zal de stand daarom weer langzaam gaan stijgen. De regenzone lijkt wat sneller over te gaan trekken dan vorige week en ook zijn de neerslaghoeveelheden flink wat kleiner. Al met al zou er zo'n 300 m3/s extra water naar de Maas kunnen stromen, zodat de afvoer bij Maastricht tot net boven de 1000 m3/s uit zou kunnen stijgen. 

Die afvoer wordt dan op maandag 28/12 bereikt. Ook morgen wordt er in vooral de zuidelijke Ardennen nog regen verwacht. De hoeveelheden die verwacht worden zijn niet zo groot, maar mogelijk dat het toch nog wat extra water oplevert voor de Maas. Een stijging tot ca 1100 of misschien 1200 m3/s op dinsdag zou dan mogelijk zijn. Omdat het lagedrukgebied snel minder actief wordt is het onwaarschijnlijk dat er veel meer regen gaat vallen en een groter hoogwater is daarom niet te verwachten. 

Vanaf woensdag wordt het ook voor langere tijd vrijwel droog in het stroomgebied en daarom zullen de afvoeren dan ook weer gaan dalen. Die daling kan zeker een week aanhouden en het ziet er naar uit dat de afvoer in de eerste week van januari weer gaat dalen naar 500 m3/s of lager. 

water inzicht

Het decennium 2011 - 2020 is bijna afgelopen en dit is het derde deel van een drieluik over hoe de afgelopen 10 jaar zijn verlopen in onze rivieren. Twee weken geleden liet ik zien hoe de de rivieren voerden in deze 10 jaar in vergelijking met het langjarig gemiddelde relatief weinig water aanvoerden; vooral in de zomermaanden en het najaar was de afvoer lager dan normaal, in de winter voerden de rivieren juist meer water af. Bij de Rijn zagen we vorige week dat hoogwater niet veel voorkwam en extreem hoogwater al helemaal niet. Lage afvoeren daarentegen traden veel vaker op dan normaal, maar extreem laag juist weer niet zoveel. De Maas ontvangt zijn water grotendeels uit een gebied in Centraal Europa dat naast het stroomgebied van de Rijn ligt en bij de gemiddelde afvoeren zagen we al veel overeenkomsten tussen Maas en Rijn. Het is de vraag of dat ook voor de extremen geldt.  

Hoge en lage afvoeren in de Maas in het afgelopen decennium

In de eerste grafiek hieronder is de afvoerreeks van de Maas over de hele periode van 10 jaar achter elkaar gezet. De blauwe lijn geeft het verloop in deze 10 jaar weer en de dunne zwarte lijn het langjarige gemiddelde. De perioden dat de afvoer hoger of lager was zijn respectievelijk blauw en oranje ingekleurd. De hoogwaters in de winter vallen bij de Maas meteen op omdat ze vaak tot ver boven het gemiddelde uitstijgen. Verder valt op dat de laagwaterperioden vooral later in de zomer optreden.

De hoogste afvoer werd dit decennium al meteen in de eerste 10 dagen van januari 2011 bereikt. De afvoer steeg toen tot een respectabele 2300 m3/s bij Monsin (dat is 2285 m3/s bij Maastricht); de op 6 na hoogste stand sinds 1911. Daarna bleven de hoogwaters beperkt in hoogte, alleen in februari 2020 en in was er nog een relatief hoge afvoer van ca 1750 m3/s.

In 2011, maar vooral de laatste 4 jaar zakte de Maas in de nazomer en het najaar vaak langdurig onder de gemiddelde afvoer voor die tijd van het jaar. Opvallend is ook de winter van 2017 toen er op een korte periode na ook gedurende de winter langdurig lage afvoeren optraden. Die winter domineerden hogedrukgebieden drongen maar weinig regengebieden vanaf de Oceaan tot de stroomgebieden door. 

De oranje vlakken in de figuur zijn duidelijk ruimer vertegenwoordigd dan de blauwe vlakken en hierin zien we terug dat de Maas deze 10 jaar relatief minder water afvoerde dan gemiddeld. Het verschil bij de Maas met het langjarig gemiddelde was echter wat minder groot dan bij de Rijn. De laagste afvoer bij de Maas bedraagt ongeveer 35 tot 40 m3/s en deze wordt in meerdere jaren bereikt als de afvoer langere tijd laag is.  

Net als de Rijn traden bij de Maas twee zomerhoogwaters op. Zowel in 2013 als 2016 kwam de afvoer in juni tot een vrij hoge waarde. Vooral de situatie in juni 2016 was opvallend om dat de afvoer toen enkele weken tussen de 500 en 750 m3/s schommelde. Het was een periode dat er bijna dagelijks zeer zware buien over Zuid Nederland en delen van België en Duitsland trokken, waardoor de waterstand in de Maas langdurig hoog stond voor de tijd van het jaar. 

10 jaar Maasafvoer.jpg

Afvoerverloop van de Maas bij Monsin in m3/s. Perioden met een afvoer boven gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.
Afvoerverloop van de Maas bij Monsin in m3/s. Perioden met een afvoer boven gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.

In de volgende figuur, hieronder zijn de afvoeren van alle dagen van de afgelopen 10 jaar verdeeld in 14 verschillende klassen. De blauwe kolommen geven het gemiddeld aantal dagen per jaar weer van dit decennium, de oranje het langjarig gemiddelde.

De lage afvoeren (<105 m3/s) waren oververtegenwoordig t.o.v. normaal. Met name van de klasse tussen 50 en 75 m3/s waren er veel meer dagen dan normaal. Dit ging vooral ten kostte van dagen tussen 105 en 250 m3/s. Dat zijn vooral dagen die gewoonlijk in de zomer optreden en hier zien we in terug dat vooral in de zomer de afvoer vaak lager was dan normaal. De allerlaagste afvoeren kwamen opvallend genoeg weer niet vaker voor dan normaal. Dit zagen we ook bij de Rijn. Blijkbaar duurden de langdurige perioden met lage afvoer ook weer niet zo lang dat de afvoeren tot extreem lage waarden daalden. 

Bij de hogere afvoeren zijn de licht verhoogde afvoeren, tussen 325 en 650 m3/s, nog wel enigszins ondervertegenwoordigd, maar de dagen met een hoge afvoer kwamen ongeveer in de normale hoeveelheden voor. Alleen de allerhoogste afvoeren (<1500 m3/s) waren er weer wat minder. Hierin wijkt de Maas weer wat af van de Rijn, waarin de lage afvoeren in alle klassen minder vaak dan normaal voorkwamen in de afgelopen 10 jaar. 

Verdeling over klassen Maas.png

Boven: verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje). Onder: de toe- en afname in procenten. van periode 2011-2020 tov het gemiddelde
Boven: verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje). Onder: de toe- en afname in procenten. van periode 2011-2020 tov het gemiddelde

Als we de extremen van de hoogste en laagste afvoer van dit decennium afzetten tegen de extremen van eerdere decennia, dan blijkt dat deze 10 jaar niet uitzonderlijk zijn (zie de volgende figuur). De hoogste afvoer van de afgelopen 10 jaar (2300 m3/s bij Monsin, 2285 bij Maastricht) was minder hoog dan in de vorige 3 decennia, waar we ook de zeer hoge afvoer van 1993 (ca 3100 m3/s) in terugvinden. 

De trendlijn door de hoogste afvoeren (de blauwe stippellijn in de linkerfiguur) loopt licht op, wat betekent dat er toenemende trend is naar hogere afvoeren. Deze opgaande lijn wordt vooral veroorzaakt door de hoge afvoeren tussen 1990 en 2000 die de trendlijn rond die tijd even flink opgetild hebben, maar dat effect is door het gebrek aan echt hoogwater sindsdien weer deels weggewerkt. 

De laagste afvoeren schommelen ieder decennium zo tussen de 20 en 30 m3/s, op twee decennia na met een hogere waarde. Omdat de afvoer bij Monsin niet werkelijk gemeten wordt, maar een som is van 4 meetpunten daar dicht bij (Albertkanaal, Zuid-Willemsvaart, Julianakanaal en Grensmaas) is de laagste waarde niet op 1 of 2 m3/s nauwkeurig te geven. De laagste waarde is daarom vooral een indicatie en de trendlijn zegt niet zo heel veel. Wel is duidelijk dat er geen heel grote veranderingen in optreden en dat lage waarden ook in het verleden al soms optraden. 

Maximum en minimum afvoer Maas.png

Hoogste en laagste Maasafvoer per decennium sinds 1911 t/m 2020. Het gaat om de waarde bij Monsin; bij Maastricht is deze ca 15 m3/s lager.
Hoogste en laagste Maasafvoer per decennium sinds 1911 t/m 2020. Het gaat om de waarde bij Monsin; bij Maastricht is deze ca 15 m3/s lager.

In de figuur hieronder is de frequentie waarin de lage afvoeren optreden wat nader in beeld gebracht. Zowel het gemiddeld aantal dagen met een lage afvoer (<75 m3/s) als een zeer lage afvoer (<50 m3/s) is weergegeven en afgezet tegen het langjarig gemiddelde waarmee deze afvoeren optreden in de Maas. Vooral de afvoer <75 m3/s kwamen dit decennium duidelijk veel voor en op de jaren '70 van de vorige eeuw na was het het hoogste aantal binnen 10 jaar. De meer extreem lage afvoeren van <50 m3/s waren er niet meer dan gemiddeld. Ook hier zien we terug dat er wel vaak lage afvoeren waren, maar niet zo vaak extreem lage. 

Als de trendlijnen bekeken worden, dan valt op dat de lage afvoeren duidelijk toenemen, terwijl de zeer lage afvoeren ongeveer stabiel zijn. Wat de lage afvoeren betreft wijkt de Maas af van de Rijn, want daar zagen we dat ook de lage afvoeren (dat is bij de Rijn <1250 m3/s) geen opgaande trend laten zien.  De zeer lage afvoeren lieten bij de Rijn zelfs een neergaande lijn zien. De Maas lijkt dus meer dan de Rijn te maken te hebben met het vaker optreden van lage afvoeren.

Lage afvoeren Maas frequentie.png

Frequentie van het aantal dagen met een lage afvoer van resp 50 en 75 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020
Frequentie van het aantal dagen met een lage afvoer van resp 50 en 75 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020

De laatste grafiek hieronder geeft het aantal hoogwaterperioden weer dat per decennium is opgetreden. Hierbij is onderscheid gemaakt in een hoogwater van meer dan 1500 m3/s, wat ongeveer de gemiddelde hoogwaterafvoer is die jaarlijk optreedt. Dit decennium werd die waarde 4 keer overschreden, wat relatief 1 keer minder is dan gemiddeld. De periode met de meeste hoogwaters is tussen 1961 en 1970 met 10 keer. De periode van 1991 tot 2000 kende wel heel hoge hoogwaters, maar niet zo zeer hoog aantal. Het aantal hoogwatergolven van deze categorie niet toe zoals de trendlijn laat zien.

De meer extreme hoogwaters (>1750 m3/s) zijn dit decennium niet veel opgetreden, slechts één keer gebeurde dat, in 2011. De trendlijn voor de grote hoogwaters loopt wel op, wat vooral veroorzaakt wordt door het hoge aantal in de perioden tussen 1991 en 2010. Het afgelopen decennium heeft die trend niet verder op doen lopen, maar juist weer wat omlaag getrokken. 

Schermafbeelding 2020-12-27 om 21.00.09.png

Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 1500 m3/s en 1750 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020
Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 1500 m3/s en 1750 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020

Samengevat werd de Maas het afgelopen decennium meer gedomineerd door lage afvoeren dan door hoge afvoeren. Vooral de zomerafvoeren waren vaker lager dan normaal. Zeer lage afvoeren kwamen echter, net als bij de Rijn, niet veel vaker voor. In de winterperiode voerde de Maas vooral in de tweede helft van de winter meer water af dan in de gemiddelde jaren.

Eenmaal werd dit decennium een zeer hoge afvoer gemeten, dat was meteen in het begin van 2011, maar buiten die ene keer kwam het niet vaak tot hoge afvoeren (>1500 m3/s). De hoge afvoeren (tussen de 750 en 1500 m3/s) die ieder jaar enkele keren optreden, kwamen wel in ongeveer de normale hoeveelheid voor. De Maas week hierin af van de Rijn, want daar waren er relatief weinig hoogwaters.

Hoogwater Maas, Rijn blijft buiten schot

De natte periode die al enige tijd in de weersverwachting zat is uitgekomen en dat leverde met name in het stroomgebied van de Maas zoveel water op dat zich nu een kleine hoogwatergolf heeft ontwikkeld. De Rijn ontving maar in een deel van het stroomgebied veel regen en doet het de komende dagen wat rustiger aan. Vanwege de hoogwatersituatie een extra bericht met wat details over wat de rivieren de komende tijd te wachten staat.

Actuele weersituatie

Een regenzone bleef gisteren langdurig boven de Ardennen en het Midden van Duitsland actief en zorgde daar in een groot gebied voor meer dan 5 cm regen. Samen met dagen ervoor viel er zelfs lokaal meer dan 8 cm. Dat is voldoende water om de zijrivieren van de Maas en de Rijn in deze regio flink te laten stijgen. In de figuur hieronder is de verdeling van de neerslag te zien. Opvallend overigens dan het oosten van Brabant en Limburg maar zo weinig regen ontvingen. Deze droge regio van Nederland viel weer buiten de boot, maar daarover een andere keer meer.

Schermafbeelding 2020-12-24 om 10.15.03.png

Neerslaghoeveelheden afgelopen 3 dagen in stroomgebied Rijn en Maas. Vooral in de Ardennen viel erg veel regen, wat nu hoogwater in de Maas veroortzaakt (bron Kachelmannwetter.com)
Neerslaghoeveelheden afgelopen 3 dagen in stroomgebied Rijn en Maas. Vooral in de Ardennen viel erg veel regen, wat nu hoogwater in de Maas veroortzaakt (bron Kachelmannwetter.com)

De regenzone is nu naar het zuiden weggetrokken en er volgt vandaag alleen nog een wat afgezwakte volgende zone, maar die levert onvoldoende water op om de rivieren nog extra te laten stijgen bovenop het water dat al onderweg is.

Ook het lagedrukgebied dat de regenzones met zich meevoerde trekt nu weg en lost op, waarna het de komende 2 dagen vrijwel droog blijft op enkele buien na. Zondag 27/12 dient zich dan een nieuw lagedrukgebied aan boven het noorden van de Atlantische Oceaan en dit volgt ongeveer dezelfde koers als zijn voorganger. Een herhaling van het weer van de afgelopen dagen is dan mogelijk, al zullen de regenzones nooit op precies dezelfde plaats hun neerslag laten vallen.

De zondag verloopt nat in Nederland, waarna de meest actieve regen zich op maandag en dinsdag naar hete zuiden verplaatst. Ook dan lijkt het stroomgebied van de Maas de meeste neerslag te gaan ontvangen, maar op deze termijn kan de verwachting nog wel wijzigen. Na dit nieuwe natte intermezzo staat er voorlopig geen nieuwe actieve regenzones op het programma. Tot aan het weekend van 2 en 3 januari lijkt het daarom vrij droog te blijven, zodat de waterstanden weer kunnen dalen na de opleving die de regen van 27 en 28 december op kan gaan leveren.

Maas stijgt vandaag naar ca 1250 m3/s,  daarna licht dalend, vanaf 28/12 weer stijgend

Het Maasstroomgebied ontving gisteren een voltreffer. Als er meer dan 5 cm regen in een dag valt, dan levert dat altijd een snelle stijging op omdat het stroomgebied zoveel water onvoldoende kan bergen. Gisteravond al steeg de afvoer bij Maastricht naar ca 1000 m3/s en vanmorgen werd al  de 1200 m3/s bereikt. Een deel van de zijrivieren in de Ardennen, waaronder de grootste, de Ourthe, is nu al weer gaan dalen en heel veel hoger zal de afvoer vandaag niet meer komen. Ik verwacht in de loop van de middag een hoogste afvoer van ca 1250 m3/s. Dit is een afvoer die gemiddeld jaarlijk 1 tot 2 keer voorkomt. Vorige winter steeg de Maas tot iets boven de 1700 m3/s.

Vannacht en morgen zal de afvoer nog maar weinig dalen, omdat vooral vanuit de zuidelijke Ardennen nog veel water onderweg is. De afvoer zakt morgen dan naar ca 1100 tot 1150 m3/s en op zaterdag zet die daling door en kan de afvoer weer tot onder de 1000 m3/s zakken. 

Zondag bereikt dan de nieuwe regenzone de Ardennen en tegen die tijd is de afvoer nog maar net onder de 1000 m3/s gezakt. Op dit moment is de verwachting dat er in de 2 natte dagen zo'n 3 tot maximaal 4 cm regen gaat vallen in de Ardennen. Dat is voldoende om de stand opnieuw tot 1250 m3/s te laten stijgen, mogelijk zelfs naar 1400 of 1500 m3/s.  Deze piek zal dan op 29 en 30 december passeren. Zoals het er nu naar uitziet zal de afvoer daarna weer gaan dalen omdat er een langere vrij droge periode aanbreekt.

Veel hangt uiteraard af van hoe de neerslag zich precies verdeelt over de Ardennen en op deze termijn is dat nog niet exact te zeggen. Voorlopig moeten we de neerslagverwachtingen van dag tot dag in de gaten houden. Via Twitter zal ik zo nu en dan een berichtje sturen de komende dagen als er meer duidelijk is.

Rijn stijgt tot boven de 10 meter, nog geen hoogwater op komst

De meeste regen viel in het stroomgebied van de Rijn in Oost Frankrijk en Midden Duitsland. Vooral de Moezel en enkele kleine midden Duitse zijrivieren zijn daarom flink gestegen. De Main, Neckar en Bovenrijn zijn maar weinig verhoogd en daarom zal zit een hoogwater voor de Rijn er dit maal niet in.

Het water dat zich nu in de zijrivieren bevindt is voldoende om de Rijn bij Lobith naar iets boven de 10 meter te laten stijgen. Die stijging is inmiddels al ingezet omdat vanaf vandaag het water arriveert dat zo'n 3 tot 2 dagen geleden in het stroomgebied is gevallen. De 10 meter wordt naar verwachting op 2e kerstdag overschreden en de voorlopig hoogste stand verwacht ik dan op 27/12.

Daarna daalt het waterpeil enkele dagen totdat vanaf 29/12 het extra water arriveert dat tijdens de regenval van 27 en 28/12 gaat vallen. Ook dan lijkt het stroomgebied van de Rijn niet heel veel regen te gaan ontvangen en blijven wederom de Bovenrijn en andere zuid Duitse rivieren buiten schot. In de dagen naar de jaarwisseling toe kan de stand dan wel langzaam stijgen naar een hoogste stand van ca 10,5 meter op 31/12. 

Ook voor de Rijn geldt dat deze standen nog niet met zekerheid te geven zijn omdat er nog enkele dagen met regen in het verschiet zijn. De komende dagen zal hier meer duidelijkheid over komen, maar de kans op een hoogwater lijkt in de Rijn voorlopig klein.

Veel regen in de stroomgebieden, stijgende waterstanden

De weerkaarten zijn wat opgeschud en actieve neerslaggebieden kunnen de komende dagen doordringen tot in de stroomgebieden. De Maas lijkt voorlopig het meeste water te gaan ontvangen. Het is nog ver naar een hoogwater maar tussen kerst en nieuwjaar zullen de waterstanden in ieder geval licht verhoogd zijn. Hoe het weer en als gevolg daarvan de waterstanden zich de komende week gaan ontwikkelen leest u in het waterbericht.

In Water Inzicht het vervolg op de beschouwing over het afgelopen decennium. Vorige week lieten de gemiddelde waterstanden zien dat Maas en Rijn de afgelopen 10 jaar relatief weinig water hebben afgevoerd, waarbij er vooral in april en in de periode juli t/m november minder water werd aangevoerd. In de wintermaanden werd juist meer water aangevoerd dan gemiddeld. Deze week analyseer ik de extremen die in de afgelopen 10 jaar zijn opgetreden: wat waren de hoogste en laagste afvoeren en hoe vaak kwam extreme situaties voor en zijn er trends zichtbaar die misschien te koppelen zijn aan de klimaatverandering. Deze week staat de Rijn op het programma en volgende week de Maas.

Water van de week

Atlantische Oceaan neemt heft in handen

Al maandenlang speelt een hogedrukgebied boven het verre oosten van Europa een belangrijke rol voor het weer in de stroomgebieden. Het hield regengebieden, die in deze tijd van het jaar altijd ontstaan op de Atlantische Oceaan, op afstand. Maar het ziet er nu toch echt naar uit dat het gebied wegschuift en het weer bij ons meer onder invloed komt van de Atlantische Oceaan. De 2 weerkaarten hieronder laten die verandering in een oogopslag zien.

Luchtdruk komende week.jpg

Weerkaart van dit moment (links) en voor over een week (rechts) (bron: www.Kachelmannwetter.de)
Weerkaart van dit moment (links) en voor over een week (rechts) (bron: www.Kachelmannwetter.de)

Op de linker weerkaart is het hogedrukgebied zichtbaar boven het zuidoosten van Rusland met een uitloper tot over Spanje. Lagedrukgebieden bewegen over het noorden van de Atlantische Oceaan en gaan ten noorden van Scandinavië langs. De hogedruk boven het continent houdt de regenzones op afstand en op wat schampschoten na bleef het droog in de stroomgebieden. De Maas ontving nog het meeste water de afgelopen weken en kende een paar maal een kleine opleving. 

De rechterkaart laat goed zien wat er verandert. De hogedruk verdwijnt verder naar het oosten en lagedruk kan zich uitbreiden tot over Scandinavië. Ten zuiden van dit lagedrukgebied worden in een westelijke luchtstroming neerslaggebieden aangevoerd die ook de stroomgebieden kunnen bereiken. De komende week staan er twee perioden van 2 tot 3 dagen op het programma met zo'n hoge neerslagactiviteit. 

De eerste periode breekt maandag al aan. Dan begint het in Nederland en het stroomgebied van de Maas en de Moezel te regenen en ook dinsdag houdt dit aan. Op woensdag schuift deze regenzone naar het zuiden weg, het wordt daarna droog in Nederland, maar in de Vogezen, Zuid Duitsland en de Alpen kan dan nog flink wat regen vallen. De kerstdagen verlopen grotendeels droog en vanaf zondag 27/12 dient zich dan een volgende natte periode aan die ook weer een dag of 3 kan duren. Het is nu nog niet precies te zeggen hoe lang en nat deze tweede periode verloopt. Het zwaartepunt van de regen lijkt zich dan wat zuidelijker te bevinden, maar dat kan nog veranderen. 

Hoe het weer zich daarna, rond de jaarwisseling, gaat ontwikkelen is ook nog onzeker: houdt de westelijke circulatie aan of niet is dan de vraag. Om al een eerste indruk te krijgen moeten we naar de rechter weerkaart kijken. Helemaal in het westen is een ander hogedrukgebied ontstaan en het hangt van dit systeem af hoe het weer zich rond die tijd bij ons gaat ontwikkelen. Als het gebied zich uitbreidt naar onze omgeving dan zullen nieuwe lagedrukgebieden er even niet aan te pas komen en breekt vanaf 30 december een langere droge periode aan, maar als het gebied naar het zuiden weg trekt, dan zou een nieuw lagedrukgebied weer naar Europa op kunnen stomen met nieuwe regen zones in het kielzog.

Samengevat staat ons een natte week te wachten, waarin de meeste neerslag gaat vallen in twee perioden van: 21 t/m 24 december en van 27 t/m 29 december. Van de eerste regenperiode is al vrij duidelijk waar de regen gaat vallen, bij de tweede blijft het nog even afwachten of die er  wel komt en waar de neerslag dan valt.

Rijn gaat stijgen, maar nog onduidelijk hoe ver

De Rijn steeg de afgelopen week al een klein beetje en de stand bij Lobith bedraagt nu iets meer dan 8 m en de afvoer is 1400 m3/s. De eerste wat intensievere regen bereikt het stroomgebied pas op dinsdag en het duurt daarom tot donderdag voordat de waterstand bij Lobith hiervan profiteert.

Tot die tijd zakt het peil iets, tot net onder de 8 meter; de afvoer zakt weer naar 1300 m3/s. Vanaf donderdag zet dan de eerste stijging in en op grond van de neerslag die nu verwacht wordt kan de waterstand stijgen tot iets boven de 9 meter in het volgend weekend; de afvoer is dan gestegen tot iets boven de 2000 m3/s. 

Daarna stabiliseert de waterstand enigszins om later in de week na volgend weekend (dat is rond 30/12) waarschijnlijk opnieuw te gaan stijgen. Deze stijging is het gevolg van de tweede natte periode die nu wordt verwacht vanaf 27 december. De waterstand kan dan tot boven de 10 meter stijgen en de afvoer tot boven de 2500 m3/s. Een nog hogere stand en afvoer is ook nog niet uit te sluiten, een groot hoogwater zit er op deze termijn echter niet in, daarvoor moet het langduriger nat zijn geweest in het stroomgebied. 

Maar dit alles is nu nog lang niet zeker, omdat nog onduidelijk is hoe de neerslaggebieden in met name de tweede regenperiode precies gaan bewegen. Het is zelfs nog mogelijk dat de neerslag dan niet eens zover door weet te dringen in het stroomgebied en de waterstand niet veel verder stijgt dan 9 meter. Volgende week is hier meer over te zeggen.

Maas kan komende week flink stijgen

Tijdens de eerste neerslagzone, die op 21 december aanbreekt, lijkt het stroomgebied van de Maas de meeste regen te gaan ontvangen. Met name in de Ardennen kan veel regen vallen en dat zorgt dan medio deze week voor een flinke stijging van de Maas. 

Tot dinsdag bedraagt de afvoer bij Maastricht nog iets meer dan 200 m3/s, om dan dinsdag in de loop van de dag te gaan stijgen naar een eerste golfje dat waarschijnlijk op donderdag 24/12 wordt bereikt. Ik verwacht dan een piek tussen de 500 en 750 m3/s.

Tot en met zaterdag blijft het dan droog in het stroomgebied en de afvoer zal dan weer wat dalen naar waarschijnlijk onder de 500 m3/s in het komend weekend. Vanaf zondag is de verwachting nu dat er opnieuw enkele dagen flink wat regen kan vallen en als dat uit komt, kan de afvoer tussen 28 en 30 december opnieuw gaan stijgen, mogelijk naar een waarde tussen de 750 en 1000 m3/s. Rond de jaarwisseling lijkt dan opnieuw een wat langere droge periode aan te breken, wat zou betekenen dat een verdere stijging (nu nog) niet in zicht is.

De weersverwachting voor de tweede neerslagperiode is nog onzeker en het blijft daarom afwachten of de afvoeren inderdaad tot 1000 m3/s kunnen stijgen. 

Volgende week kunt u van mij een nieuw waterbericht verwachten, mocht daar aanleiding voor zijn omdat er hoogwater op komst is, dan schrijf ik ook tussendoor extra waterberichten. Daarnaast zal ik via Twitter ook korte updates geven. Deze verschijnen dan ook op de website in de rechterkolom.

Water inzicht

Het decennium 2011 - 2020 is bijna afgelopen en in een drieluik beschrijf ik hoe de afgelopen 10 jaar zijn verlopen voor onze rivieren. Vorige week liet ik al zien hoe de gemiddelde afvoer in deze periode varieerde ten opzichte van het langjarige gemiddelde. De rivieren voerden in deze 10 jaar relatief weinig water aan en van maand tot maand waren er enkele opvallende verschillen t.o.v. het langjarige gemiddelde, maar de verschillen tussen de jaren onderling binnen het afgelopen decennium waren niet zo heel groot waren. Dit maal ga ik in op de extremen in deze periode, die ik aan de hand van een aantal grafieken zal toelichten en proberen te verklaren. Vandaag staat daarbij de Rijn centraal, de volgende keer de Maas. 

Hoge en lage afvoeren in de Rijn in het afgelopen decennium

In de eerste grafiek hieronder is de afvoerreeks van de Rijn over de hele periode van 10 jaar achter elkaar gezet. De blauwe lijn geeft het verloop in deze 10 jaar weer en de dunne zwarte lijn het langjarige gemiddelde. De tijd dat de afvoer hoger of lager was is respectievelijk blauw en oranje ingekleurd. De hoogwaters in de winter vallen meteen op en ook de laagwaterperioden die vooral later in de zomer optreden.

De hoogste afvoer werd dit decennium al meteen in de eerste 10 dagen van januari 2011 bereikt. De afvoer steeg toen tot een respectabele 8315 m3/s. Daarna bleven de hoogwaters beperkt in hoogte, alleen begin januari 2018 was er nog een relatief hoge afvoer van iets meer dan 7500 m3/s.

Bijna iedere nazomer en najaar zakte de rivier vaak langdurig onder de gemiddelde afvoer voor die tijd van het jaar. De oranje vlakken zijn duidelijk ruimer vertegenwoordigd dan de blauwe vlakken en hierin zien we terug dat de Rijn deze 10 jaar relatief weinig water afvoerde. De laagste afvoer werd in november 2018 bereikt met een waarde van 732 m3/s. De op één na laagste trad op in 2011. Opvallend is dat de beide laagste afvoeren optraden in de jaren dat ook de beide hoogste afvoeren optraden.  

Wat verder opvalt in de meetreeks is dat er twee zomerhoogwaters waren. Zowel in 2013 als 2016 kwam de afvoer in juni tot een vrij hoge waarde. In 2013 was de afvoer zelfs zo hoog dat een deel van de uiterwaarden overstroomde, in 2016 kwam de waterstand minder hoog, maar duurde de periode vooral erg lang. Zomerhoogwater komen in de Rijn soms voor, maar het was in 2013 al ruim 25 jaar geleden dat het was voorgekomen. 

1. Waterstandsverloop Rijn 2011-2020.jpg

Afvoerverloop van de Rijn bij Lobith in m3/s. Perioden met een afvoer boven  gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.
Afvoerverloop van de Rijn bij Lobith in m3/s. Perioden met een afvoer boven gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.

In de volgende figuur, hieronder zijn de afvoeren van alle dagen van de afgelopen 10 jaar verdeeld in 14 verschillende klassen. Bij deze klassen zijn naast de afvoer ook de waterstanden van Lobith weergegeven onder de kolommen. De blauwe kolommen geven het gemiddeld aantal dagen weer van dit decennium, de oranje het langjarig gemiddelde.

In een oogopslag valt op dat de lage afvoeren oververtegenwoordigd waren en de hoge minder vaak voorkwamen dan normaal. Vooral de klassen 1000-1250, 1250-1500 en 1750-2000 kwamen relatief veel voor. In de tweede figuur hieronder is dit in percentages weergegeven en daaruit blijkt dat de lager dan gemiddelde afvoeren samen meer dan 10% vaker voorkwamen dan de hoger dan gemiddelde afvoeren (het langjarig gemiddelde voor de Rijn ligt bij ca 2250 m3/s).

verdeling aantal dagen over de afvoerklassen Rijn.png

Verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje).
Verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje).

Rijn percentages tov normaal.jpg

Percentage toe- of afname van de afvoerklassen uit de periode 2011-2020 tov de normaal over 1901-2020
Percentage toe- of afname van de afvoerklassen uit de periode 2011-2020 tov de normaal over 1901-2020

De hoge afvoerklassen komen allemaal minder vaak voor dan gemiddeld, waarbij vooral de klassen tussen 2250 en 2500 en tussen 2750 en 3500 m3/s laag scoren. Nog hogere afvoeren komen normaal al niet zo vaak voor, maar scoorden ook wat minder. Deze verdeling over de afvoerklassen bevestigt het beeld dat de Rijn relatief weinig water afvoerde en dat de rivier vaak relatief weinig water afvoerde. De meest lage afvoeren, van minder dan 1000 m3/s, kwam daarentegen weer niet veel vaker voor dan normaal. De Rijn zakte dus niet vaak naar de allelaagste afvoeren, maar bleef er, als het laagwater was, net boven hangen. De hoge afvoeren kwamen wel voor, maar waren in alle klassen ondervertegenwoordigd.

Als we de extremen naar onder en boven van dit decennium op een rij zetten dan blijkt dat deze 10 jaar er zeker niet uitspringen. In de volgende figuur zijn de hoogste en de laagste opgetreden afvoeren van ieder decennium weergegeven. De hoogste afvoer van de afgelopen 10 jaar (8315 m3/s) blijkt helemaal niet zo bijzonder te zijn, want op één decennium na (van 1901-1910) was dit de laagste waarde die in een periode van 10 jaar werd bereikt.

De trendlijn door de hoogste afvoeren (de blauwe stippellijn) is ook vrijwel vlak, wat betekent dat er geen duidelijke toenemende trend is naar hogere afvoeren. De zeer hoge afvoeren van 1993 en 1995 hadden de trendlijn rond die tijd even flink opgetild, maar dat effect is door het gebrek aan echt hoogwater sindsdien weer helemaal weggewerkt.

laagste en hoogste afvoer per decennium.png

Hoogste en laagste Rijnafvoer per decennium sinds 1901 t/m 2020
Hoogste en laagste Rijnafvoer per decennium sinds 1901 t/m 2020

Bij de extremen in lage afvoeren, in de grafiek hierboven rechts, zien we een vergelijkbaar beeld. Dit decennium leverde dankzij de laagwaterperiode van 2018 wel een zeer lage afvoer van 732 m3/s, maar eerder in de meetreeks waren er al meerdere decennia met nog lagere afvoeren en daarom is de trendlijn hier ook vrijwel vlak. Ondanks de vaak langdurige perioden met een lage afvoer die dit decennium optraden, daalde de Rijn dus niet naar een extreme lage waarde.

In de figuur hieronder is nog wat verder ingezoomd op de lage afvoeren en is zowel het gemiddeld aantal dagen met een lage afvoer (<1250 m3/s) als een zeer lage afvoer (<1000 m3/s) afgezet tegen het langjarig gemiddelde waarmee deze afvoeren optreden in de Rijn. Beide afvoeren kwamen dit decennium duidelijk meer voor dan in de 3 decennia hiervoor, maar niet vaker dan in de periode daar weer voor.

Er is de afgelopen 10 jaar dus wel een duidelijke toename geweest naar meer lage afvoeren, maar het is nog zeker niet duidelijk of hiermee een trend is ingezet naar een veel langere periode met lage afvoeren. De trendlijn voor het aantal dagen met een zeer lage afvoer (blauwe stippellijn) loopt zelfs nog langzaam omlaag, wat wil zeggen dat lage afvoeren gaandeweg zelfs minder vaak zijn voor gaan komen.  

Aantal dagen lage afvoer met trendlijn.png

Aantal dagen met een lage afvoer van resp 1250 en 1000 m3/s per decennium sinds 1901 t/m 2020
Aantal dagen met een lage afvoer van resp 1250 en 1000 m3/s per decennium sinds 1901 t/m 2020

De laatste grafiek hieronder geeft het aantal hoogwaterperioden weer dat per decennium is opgetreden. Hierbij is onderscheid gemaakt in een hoogwater van meer dan 6500 m3/s, wat ongeveer de gemiddelde hoogwaterafvoer is die jaarlijk optreedt. Dit decennium werd die waarde slechts 4 keer overschreden, wat relatief weinig is. In de periode tussen 1981 en 1990 gebeurde dit maar liefst 12 keer. Behalve dat de hoogste afvoer niet toeneemt, wat we hierboven zagen, neemt dus ook het aantal hoogwatergolven niet toe. Ook de meer extreme hoogwaters (>8000 m3/s) zijn dit decennium niet veel opgetreden, een keer maar, en na een wat hoger aantal in de drie eerdere decennia is dat weer een laag aantal.

De sterke temperatuurtoename als gevolg van de klimaatverandering die in de stroomgebieden optreedt, vertaalt zich (voorlopig althans) niet in zoveel meer neerslag dat er vaker hoogwater optreedt. De trendlijnen van de aantallen hoogwaters lopen echter wel op zoals de grafiek hieronder laat zien. Dit wordt echter vooral veroorzaakt door het feit dat er in de eerste 40 jaar van de meetreeks maar relatief weinig hoogwaters waren en niet omdat het aantal hoogwater de laatste decennia gestaag stijgt.

Aantal hoogwaters met trendlijn.png

Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 6500 m3/s en 8000 m3/s per decennium sinds 1901 t/m 2020
Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 6500 m3/s en 8000 m3/s per decennium sinds 1901 t/m 2020

Samengevat zien we bij de Rijn dat het afgelopen decennium voor het eerst sinds ca 40 jaar weer veel en vaak sprake was van laagwater en de gemiddelde afvoeren waren daarom in de meeste maanden relatief laag (dit zagen we vorige week), maar ook de hogere afvoeren kwamen relatief weinig voor en zeer hoge afvoeren kwamen al helemaal niet voor. De lage afvoeren traden vooral op in het bereik tussen 1000 en 2000 m3/s waar de afvoer veel vaker dan normaal tussen schommelde.

Zeer lage afvoeren van minder dan 1000 m3/s kwamen wel wat vaker voor dan normaal, maar, gezien de hoge frequentie van lage afvoeren, viel het aantal dagen met zo'n lage afvoer nog mee. Steeds als de rivier de afgelopen jaren onder de 1000 m3/s daalde, veerde hij kort daarna weer op; alleen in 2018 duurde de laagwaterperiode heel erg lang. Hoge afvoeren kwamen juist weinig voor en ook de hoogste jaarafvoeren waren vaak aan de lage kant. De toename in hoogwaterafvoeren, die zo'n 25 jaar geleden in de Rijn optrad en de trendlijn toen  sterk deed oplopen, is na 20 jaar met relatief weinig hoogwaters, weer grotendeels teruggedraaid. 

 

Abonneren op