U bent hier

Deze week nog droog en dalende waterstanden, vanaf vrijdag regen

In Nederland was het de hele week droog, maar het stroomgebied van de Rijn ontving wel aardig wat regen en dat leverde een klein golfje op, dat nu door Nederland naar zee stroomt. Inmiddels is het al weer een paar dagen droog en gaan de afvoeren weer dalen. Die daling zet zich de hele week door. De Maas viel buiten de neerslagzone en heeft te maken met blijvend lage afvoeren. Nadat april in ons land erg droog was verlopen, lijkt de kans groot dat ook mei droog gaat eindigen; alhoewel er wel buien worden verwacht aan het eind van de week. In dit bericht leest u wat ons te wachten staat de komende week.

In het tweede deel van het bericht besteed ik nog wat meer aandacht aan de droogte waar Nederland nu al bijna 2 maanden mee te maken heeft. Behalve dat er weinig regen is gevallen is ook de verdamping de afgelopen tijd extreem hoog geweest.

Rustig hogedrukweer, aan het eind van de week meer kans op buien

De hogedrukgebieden bepalen nog steeds ons weer. De afgelopen week lag er een groot exemplaar nabij Schotland, die de regenzones op afstand houdt die op de Atlantische oceean ontstaan. Alleen in het begin van de week schoof dit gebied net ver genoeg naar het noorden om een lagedrukgebied via het midden van Europa naar het oosten te laten trekken. Dat zorgde voor flink wat regen in Midden Frankrijk, Zuid Duitsland en de Alpenlanden. Vooral de Rijn profiteerde van deze regen, de Maas viel er grotendeels buiten. 

Inmiddels is het hogedrukgebied zover opgeschoven naar het zuiden dat de weg voor lagedrukgebieden weer is versperd. De hele week blijft dat zo, tot vrijdag of zaterdag als het hogedrukgebied opnieuw naar het noorden schuift. Eerst waren de verwachtingen nog onduidelijk, maar de laatste twee dagen verwacht het weermodel meer en meer dat het vanaf komende vrijdag tot en met de maandag daarna wisselvalliger wordt met mogelijk enkele centimeters regen. Op vrijdag trekt dan een eerste regenzone over Nederland, die zaterdag bij de Alpen arriveert en op zondag kan er nog een tweede zone over de stroomgebieden trekken. 

Het blijft afwachten of het uitkomt. Het is namelijk al vaker gebeurd dat de neerslagverwachting gedurende de week toch weer werd afgeschaald. Vooral als zich na die wisselvallige periode opnieuw een hogedrukgebied aandient en daar lijkt het nu ook weer op. De verwachting is namelijk dat na een paar wisselvallige dagen het weer wat langer droog gaat worden. een langdurige natte periode komt er voorlopig dus nog zeker niet aan. 

Rijn steeg even, maar daalt de komende week

Terwijl het in Nederland droog bleef, regende het in het begin van de week wel flink in het zuiden van Duitsland en in de Alpen. De Bovenrijn, maar ook de Moezel kregen een klein golfje te verwerken en dit water bereikte vanaf woensdag Nederland. Op zaterdag werd het hoogste punt bereikt, net onder de 8,7 m +NAP bij Lobith.  De afvoer bedroeg ca 1750 m3/s. Dit water kwam bovenop een eerder piekje en al met al is de Rijn sinds de lage stand van 7,7 m die eind april werd bereikt (bij een afvoer van 1450 m3/s), al weer bijna 1 meter gestegen. De stand is nog wel te laag voor de tijd van het jaar, maar minder uitzonderlijk dan enkele weken terug.

De komende week gaat de waterstand echter weer omlaag. Er is de laatste 4 dagen geen neerslag meer gevallen in het stroomgebied en pas vrijdag of zaterdag wordt weer de eerste regen verwacht. De Rijn zal daarom tot zeker na het volgend weekend blijven dalen en het hangt nog af van de hoeveelheid neerslag die dan gaat vallen of de waterstand daarna weer wat op zal veren.

Eerst daalt de stand bij Lobith nog niet zo snel omdat dan nog het staartje van de golf uit de Bovenrijn passeert, maar vanaf dinsdag versnelt de daling wat. De daalsnelheid blijft echter beperkt tot maximaal 10 cm per dag. Vandaag zakt de afvoer weer onder de 8,5 meter en woensdag wordt de 8,3 m onderschreden; de afvoer komt dan weer onder de 1500 m3/s. In de loop van het weekend wordt waarschijnlijk de 8 m weer bereikt en zal de afvoer tot rond de 1350 m3/s zijn gezakt.  

Na het komend weekend zal de daling zich dan langzaam nog doorzetten, maar veel meer dan enkele centimeters per dag zakt het watercdan niet meer. Een nieuwe stijging zal pas op zijn vroegst vanaf 26 mei weer voor gaan doen. Mits er komend weekend regen valt in het stroomgebied. Die kans is groot, maar zoals we dit voorjaar al eerder hebben gezien, blijft het afwachten wat er werkelijk valt.

Maasafvoer blijft laag

De regenzone die de Rijn trakteerde op een flinke hoeveelheid extra afvoer, gings bijna geheel aan de Maas voorbij. Uiteindelijk viel alleen in het uitserste zuiden van het Franse deel van het stroomgebied regen, maar dat leverde daar slechts een piekje op van 5 m3/s. Dat piekje is dan vervolgens ook nog eens een week onderweg voordat het bij Maastricht aan komt en onderweg zakt het dan altijd nog wat in. Er bleef dus bijna niets van over. 

De maas in Nederland is voor extra water vooral afhankelijk van de regen die in de Ardennen valt en daar viel vorig weekend maar weinig. De Maasafvoer steeg daarom niet bij Maastricht en bleef de hele week onder de 100 m3/s. Gewoonlijk wordt de 100 m3/s pas begin juli onderschreden, maar dit jaar is dat dus bijna 2 maanden vroeger. Later in de zomer kan de afvoer nog wel weer eens wat oplopen, maar dat zijn dan vaak kortere pieken. De kans is dus groot dat de Maas ook deze zomer veel met lagere afvoeren te maken zal krijgen. 

De komende week zal de daling van de afvoer zich langzaam doorzetten en uiteindelijk bij Maastricht rond de 75 m3/s uitkomen. Op vrijdag en ook in het komend weekend is er kans op wat neerslag en daardoor zou de afvoer weer wat op kunnen lopen. Een grotere stijging lijkt er voorlopig echter niet in te zitten, omdat de kans groot is dat hogedrukgebieden ook na het koemd weekend het weer opnieuw gaan bepalen.

De voorjaarsdroogte nader verklaart

Nederland maakt een bijzonder droog voorjaar mee. Sinds medio maart is er niet meer dan 2 tot 3 cm regen gevallen, terwijl er normaal in deze periode wel zo'n 10 tot 12 cm valt. Ook de komende week blijft het nog droog en de kans is groot dat mei na april een (veel) te droge mand zal worden. Het gebeurt niet vaak dat april en mei beide zoveel te droog zijn. Het is verleidelijk om de oorzaak in de klimaatverandering te zoeken, maar de langjarige meetgegevens ondersteunen dat niet. Jaren waarin zowel april als mei te droog zijn, zien we in de hele meetreeks terug en in de top 10 van droogste april & mei maanden zien we ook jaren terug van lang geleden zoals 1911, 1921, 1946, 1976 etc. Uit de afgelopen 20 jaar vinden we daar alleen 2011 terug. 

Een duidelijk trend naar jaren waarin zowel april als mei droog zijn, is er dus niet, maar dat wil weer niet zeggen dat de dominantie van hogedrukgebieden in het voorjaar, die we nu meemaken, niet toch een gevolg is van de klimaatverandering. Dat heeft dan te maken met het grootschalige patroon van luchtbewegingen rond de aarde wat gaandeweg verandert. Al een jaar of 20 valt daarin op dat de westelijke circulatie die ons de regengebieden brengt in het voorjaar veel minder actief is. Vooral in april merken we dat aan vaker langdurig droog weer. In mei is dat minder duidelijk; vaak komen er dan al zomersaandoende buien die voor neerslag zorgen, maar dit jaar blijven dit voorlopig ook uit en wat dat betreft verloopt dit jaar dus anders dan de meeste andere jaren uit de afgelopen decennia.

In de grafieken hieronder heb ik aan de hand van de gegevens van De Bilt de trends in temperatuur, zonneschijn en neerslag afgebeeld voor de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei). In de figuren is het zogenaamde 30-jarig gemiddelde weergegeven, dat is het gemiddelde over de voorgaande 30 jaar. In de Bilt is men in 1901 met de reguliere metingen begonnen en voor 1930 is er daarom voor het eerst een 30-jarig gemiddelde afgebeeld. De laatste stip is van de periode 1991-2020. Voor de nog resterende dagen van mei heb ik een schatting gemaakt zodat de grafiek tot en met dit jaar door kon lopen.

We zien dat de temperatuur sterk is op gaan lopen vanaf de 80-er jaren van de vorige eeuw; het moment dat de klimaatverandering echt door begon te zetten. De zonneschijn is ook sterk toegenomen. Inmiddels schijnt de zon in het voorjaar bijna 100 uur meer dan zo'n 30 jaar geden, dat is 1 uur per dag meer. De trends in de neerslag zijn wat minder duidelijk. Al vanaf het midden van de vorige eeuw wordt het voorjaar natter, maar de laatste decennia is die lijn gekeerden wordt het weer droger. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat april droger geworden is en in mindere mate maart. Mei is gemiddeld genomen ongeveer hetzelfde gebleven.

Behalve de temperatuur valt op dat het voorjaar veel zonnige geworden is. Hierbij levert ook april de grootste bijdrage, die in zijn eentje voor 40 uur extra heeft gezorgd; maart werd 35 uur zonniger en mei ca 25 uur in de laatste 30 tot 40 jaar.

voorjaargrafieken zon, neerslag en temp.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor de  voorjaarsmaanden
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor de voorjaarsmaanden

In de figuren hieronder zijn voor temperatuur, zon en neerslag ook de trends voor het hele jaar weergegeven. Duidelijk is dat de trends van het voorjaar, die we hierboven zagen, passen in de trend voor het hele jaar. De temperatuur is ook met ca 1,5 graad omhoog gegaan. Het aantal uren zonneschijn in het hele jaar is met ca 230 uur toegenomen, waarvan alleen het voorjaar dus al 100 uur voor zijn rekening neemt. Alle seizoenen zijn zonniger geworden, maar het voorjaar spant de kroon. Dit jaar doet daar nog weer een schepje bovenop, want nu al is er 100 uur zon meer dan in een gemiddeld voorjaar en dan moeten er nog 2 weken komen.

De enige trend waarin het voorjaar afwijkt van de rest van het jaar is de neerslag. Terwijl het jaar als geheel gaandeweg steeds natter wordt, worden de voorjaren al zo'n 20 jaar steeds droger. Deze voorjaarsdroogte wordt door de andere 3 seizoenen gecompenseerd, die zijn alledrie natter geworden. Dit blijkt ook uit het feit dat er op de meeste droge voorjaren een gewone tot te natte zomer volgt. Het blijft natuurlijk afwachten of dat dit jaar ook gaat gebeuren, maar het is ook te vroeg om nu al aan te kondigen dat we de derde te droge zomer op rij gaan beleven.

jaargrafieken zon, neerslag en temp.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor het hele kalanderjaar
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de temperatuur, zonneschijn en neerslag in De Bilt voor het hele kalanderjaar

Droogte is niet alleen een gevolg van weinig neerslag die er valt, maar ook van verdamping. Bij een aantal meetstations van het KNMI wordt dagelijks ook de verdamping opgemeten. Over een heel jaar gemeten verdampt er in Nederland ongeveer 50 cm water. De metingen bij De Bilt zijn in 1958 begonnen; in de grafiek hieronder heb ik de jaartotalen uitgezet. De variatie van jaar tot jaar is niet heel groot, maar het is wel goed te zien dat de laatste 20 tot 25 jaar de verdamping toe is genomen. De trendlijn (blauwe stippellijn) laat dit ook zien. De gemiddelde jaarlijkse verdamping is inmiddels met bijna 10 cm toegenomen van ca 50 cm rond 1960 naar ca 60 cm nu. 10 cm meer verdamping is ongeveer net zoveel als de neerslagtoename in Nederland; de extra regen die er valt, verdwijnt dus bijna helemaal weer door verdamping.  

Omdat de verdamping vooral in het zomerhalfjaar optreedt en de neerslag verdeeld over heel het jaar valt, betekent dat dus dat het neerslagtekort in het zomerhalfjaar gaandeweg groter geworden is. Het wordt dus steeds belangrijker om de regen die in het winterhalfjaar valt, langer vast te houden, zodat we er in de zomer (als de verdamping groter is geworden) van kunnen profiteren.

verdamping per jaar en trend.png

Verdamping gedurende het jaar voor De Bilt, vanaf het begin van de metingen in 1958.
Verdamping gedurende het jaar voor De Bilt, vanaf het begin van de metingen in 1958.

Verdamping treedt vooral op als de temperturen hoger zijn en de toename in verdamping in Nederland is dan ook een direct gevolg van de hogere temperaturen. Ook de grote toename in zonneschijn draagt er aan bij, want op zonnige dagen is de verdamping nog wat groter. Zoals de we hierboven al zagen zijn de voorjaarsmaanden veel warmer en veel zonniger geworden in de laatste decennia en is hier als enige seizoen sprake van minder neerslag. 

In de grafiek hieronder is voor de periode van maart t/m mei het 30-jarig gemiddelde van de verdamping weergegeven. Duidelijk is te zien hoe de verdamping in de voorjaarsperiode sterk is toegenomen. Waar over het hele jaar genomen de toename in verdamping en neerslag elkaar ongeveer opheffen, wat de kans op droogte er dus niet groter op maakt, zien we in het voorjaar dat de toegenomen verdamping optelt bij een afname in neerslag. Er verdampt tegenwoordig in het voorjaar ca 2 cm meer water dan zo'n 30 tot 40 jaar geleden en zoals we eerder zagen valt er tegenwoordig ook zo'n 2 cm minder regen in het voorjaar.

In het voorjaar versterken de toename in de verdamping en de afname van de neerslag elkaar dus. Dit speelt vooral in april, waar respectievelijk de toename en afname het grootst zijn. Maar als er dan, zoals dit jaar ook een droge meimaand op volgt, dan wordt dat extra gevoeld in de sectoren die het water in deze tijd van het jaar hard nodig hebben. 

Schermafbeelding 2020-05-17 om 19.53.23.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van deverdamping in De Bilt gedurende de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei).
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van deverdamping in De Bilt gedurende de 3 voorjaarsmaanden (maart t/m mei).