U bent hier

Droge periode houdt voorlopig aan, dalende waterstanden

April verloopt dit jaar anders dan zijn voorgangers. Het is namelijk veel koeler dan in vorige jaren, maar dat heeft er niet toe geleid dat de hoeveelheid neerslag anders is dan in eerdere jaren. Ook dit jaar lijkt april een droge maand te gaan worden, niet zo droog als vorig jaar, maar wel droger dan gemiddeld. Vooral in het stroomgebied van de Rijn is het droog gebleven en dat zorgt er nu voor dat de waterstand de komende 2 weken flink blijft dalen. De Maas ontving in het begin van de week nog wel wat extra water, maar zal de komende week ook blijven dalen naar lage waarden voor de tijd van het jaar. In het waterbericht leest u tot hoe ver de waterstanden gaan dalen de komende tijd.

In de rubriek water inzicht ga ik wat dieper in op de aprildroogte. Deze past namelijk in een trend en in de grote rivieren zijn de gemiddelde waterstanden al enkele decennia aan het dalen. Dat leidt echter niet tot het vaker voorkomen van erg lage afvoeren in deze tijd van het jaar, daarvan is de trend namelijk juist dat ze steeds minder vaak voorkomen.

water van de week

Voorlopig geen regen van betekenis

Boven het noorden van de Atlantische Oceaan is de luchtdruk al wekenlang relatief hoog en dat zorgt voor een noordelijke stroming die tot diep in West Europa doordringt. Op zo nu en dan wat buien na is het een vrij droge luchtstroming. De kans is groot dat deze stroming ook de rest van de maand april nog aanhoudt en dat betekent dat er niet veel neerslag meer bij zal komen.  

In een groot deel van het land is tot nu toe zo'n 3 cm neerslag gevallen, wat minder is dan het langjarig gemiddelde dat ca 4,5 cm bedraagt. Nu is 4,5 cm ook al niet veel, want in de meeste maanden valt in Nederland zo'n 7 tot 8 cm. In het zuiden van het land is trouwens wel wat meer regen gevallen, dankzij een front dat rond 10 april vanuit het zuiden geprobeerd heeft de kou te verdrijven. De kou is uiteindelijk niet verdreven, maar het leverde in Brabant en Limburg wel zo'n 1,5 cm extra regen op, waardoor lokaal wel de normale aprilsom werd bereikt.

De komende week houdt het hogedrukgebied op de Oceaan zijn greep op ons weer en blijft de stroming meestal noordelijk tot noordoostelijk. Op maandag en dinsdag ontstaan er wat buien boven midden Duitsland die ook het oosten van nederland kunnen bereiken, maar veel regen wordt niet verwacht. Ook in de stroomgebieden valt niet genoeg regen om de waterstanden te laten stijgen en daarom zet de huidige daling nog wel enige tijd door. Waarschijnlijk tot eind april.

Rijn daalt bij Lobith naar onder de 8 m +NAP

De Rijn schommelt de hele maand april al tussen de 8,5 en 8.75 m +NAP, ca 1 m lager dan de normale waterstand rond deze tijd van het jaar. De regen die uit het front viel dat rond 10 april over het zuiden van Nederland en Midden Duitsland trok, leverde ook voor de Duitse zijrivieren, die ten noorden van Koblenz in de Rijn uitmonden, wat extra water op en daarom steeg de waterstand deze week tot ca 8,95 m +NAP. De afvoer steeg tot iets boven de 1900 m3/s, maar bleef ondanks de stijging nog ruim onder het langjarig gemiddelde van ca 2500 m3/s.

Inmiddels is het al weer een week droog in het stroomgebied en omdat, dankzij het koude weer, de sneeuw in de Alpen nog niet smelt, is de Rijn aan een langdurige daling begonnen. Dagelijks daalt de stand bij Lobith eerst nog met zo'n 10 cm, later neemt dat af naar 5 cm. Op maandag of dinsdag aanstaande wordt de 8,5 m weer onderschreden en tussen 27 en 29 april zal ook de 8 m weer worden bereikt. De afvoer bedraagt ju nog ca 1750 m3/s en daalt dagelijks met zo'n 75 tot 50, later afnemend naar 25 m3/s. Rond de 22e april zal de afvoer weer onder de 1500 m3/s zakken. Waarschijnlijk zet de daling door tot in de eerste dagen van mei. De waterstand zal dan tot ca 7,9 m +NAP zijn gezakt en de afvoer tot 1300 m3/s.

De laatste verwachtingen van het Europese weermodel tonen voor de laatste dagen van april een grotere regenkans in de Alpen. Als dat uitkomt, dan zou vanaf begin mei de waterstand van de Rijn bij Lobith weer kunnen gaan stijgen, maar dit is voorlopig nog erg onzeker.

Maas daalt de hele week langzaam verder naar ca 150 m3/s

De Maas had aan het begin van de week een klein piekje van ca 400 m3/s, dankzij de intensieve regenzone die rond 10 april boven de Ardenne had gelegen. Deze afvoer is maar net iets boven het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar en inmiddels is de afvoer daar met ca 200 m3/s al weer ruim onder gezakt. 

De komende dagen zet de daling langzaam door, maar dankzij de neerslag van vorige week is er nog wel wat water onderweg, dus het gaat maar langzaam. Ook is er vanwege de lage temperaturen nog niet zoveel verdamping. Daarom verwacht ik dat de afvoer deze week langzaam verder zakt en volgend weekend tussen de 150 en 175 m3/s zal zijn uitgekomen. Ook na het volgend weekend wordt nog geen regen verwacht en de daling zal daarom doorgaan tot eind april of begin mei. 

Water inzicht

Aprildroogte merkbaar in heel het stroomgebied van Rijn en Maas

In het waterbericht van twee weken terug schreef ik over de maand april, die als een van de weinige maanden steeds droger is geworden in de afgelopen decennia. Dat vertaalt zich in Nederland in al vroeg in het jaar dalende grondwaterstanden, maar ook in de rivieren is dit te merken en daar vertaalt zich dat in een lagere gemiddelde waterstand in de voorjaarsmaanden.

April is niet altijd zo'n droge maand geweest; in de periode tussen 1960 en 1990 viel er juist vrij veel regen in het stroomgebied en toen had de Rijn in het voorjaar juist vaak een vrij hoge afvoer. Pas in de laatste 30 jaar is april snel droger geworden en dit jaar draagt daar ook aan bij.

In de figuur hieronder is de gemiddelde afvoer van de Bovenrijn bij Lobith weergegeven voor de periode van 15 maart t/m 15 juli. In de figuur is met een streepjeslijn het gemiddelde over de hele meetperiode weergegeven. Deze loopt in de eerste 2 maanden langzaam af van ca 2600 m3/s naar 2200 m3/s, om daarna een maand licht op te lopen tot een hoogste waarde rond de zomerwende, om daarna weer verder te gaan dalen. In de figuur zijn daarnaast ook de gemiddelde afvoeren weergegeven van de 4 perioden van 30 jaar tussen 1901 en 2020.

De donkerrode lijn geeft de periode weer die nu juist is afgesloten en daarin is zichtbaar dat in april deze periode de laagste was uit de hele meetreeks. Gedurende deze 30 jaar lag het gemiddelde zo'n 200 m3/s onder het gemiddelde van de meetreeks. 

In de laatste 30 jaar is de afvoer in april dus erg laag geweest, maar als we naar de andere perioden kijken van 30 jaar, dan is het niet zo dat dit een gestaag dalende trend is. In de periode voorafgaand aan de huidige (1961-1990) lag de gemiddelde afvoer namelijk opvallend hoog. Vooral in de 80-er jaren waren er veel natte voorjaren en dat heeft de lijn sterk opgetild tot gemiddeld 200 m3/s of meer boven het langjarig gemiddelde.

De periode daarvoor (1931-1960) was juist weer aan de droge kant en toen hadden vooral de maanden mei en juni een erg lage afvoer. De eerste 30-jarige periode uit de meetreeks was weer wat natter, maar niet zo nat als de voorlaatste periode. Het opvallende in de meetreeks van de Rijn is dus dat er geen doorgaande trend in zichtbaar is, maar eerder een sterk wisselend verloop, waarbij perioden met natte en droge voorjaarsmaanden elkaar in een cyclus van ongeveer 30 jaar lijken op te volgen. Maar op grond van 4 perioden is dit niet met zekerheid te zeggen of zo'n cyclus inderdaad bestaat.

Verloop voorjaar Rijn.png

Variatie in de gemiddelde Rijnafvoeren bij Lobith tussen de vier 30-jarige perioden: 1901-1930, 1931-1960, 1961-1990 en 1991-2020. Ook het gemiddelde over de hele periode is weergegeven.
Variatie in de gemiddelde Rijnafvoeren bij Lobith tussen de vier 30-jarige perioden: 1901-1930, 1931-1960, 1961-1990 en 1991-2020. Ook het gemiddelde over de hele periode is weergegeven.

De huidige droogte in april en daarmee samenhangende lage afvoeren betekent niet dat de maanden mei en juni daarna ook een lage afvoer kennen. Vanaf eind april gaat het gemiddelde namelijk weer vrij sterk omhoog en in de eerste helft van juni kende de periode van 1991 tot 2020 zelfs de op een na hoogste gemiddelde afvoeren. Die periode duurde echter niet lang, want in de loop van de zomer daalde de meest recente periode weer vrij sterk naar de laagste waarden van de vier verschillende perioden.  

De droogte in april zorgt er voor dat de Rijn tegenwoordig vaker in het voorjaar al onder de 1500 m3/s zakt. Dit is doorgaans een hoeveelheid die pas later in de zomer wordt onderschreden, maar als het lang droog is in het voorjaar kan dat dan ook al gebeuren. In de figuur hieronder is voor de hele meetreeks van 120 jaar voor iedere dag van het jaar het percentage weergegeven dat de afvoer op die dag onder de 1500 m3/s is gezakt. Daarbij is de reeks opgeknipt in 2 perioden: van 1901 tot 1980 en van 1980 tot 2020. 

Duidelijk is in de grafiek in het voorjaar een piek te zien die in april aanzwelt en rond 7 mei uit komt bij een kans van ca 25% op lage afvoeren. Deze piek is het gevolg van de lage afvoeren die de laatste tijd in april steeds vaker optreden.  In de periode tot 1980 was er ook wel zo'n piek, maar deze kwam wat later en was wat lager. Ook al is de kans op een lage afvoer in april toegenomen, later in het voorjaar is dat effect weer verdwenen en is de kans zelfs wat kleiner geworden. 

In mei smelt namelijk de sneeuw in de Alpen en dat levert vanaf begin mei extra water op en daarom is de kans dan kleiner. Blijkbaar is de hoeveelheid sneeuw niet afgenomen en de kans op een lage afvoer is daarom in die periode ook niet groter geworden. Wel is als gevolg van de klimaatverandering het moment wat naar voren geschoven in de laatste 40 jaar; de piek in de kans op lage afvoeren lag voor 1980 een week of twee later in het voorjaar. 

De april-piek in de laatste 40 jaar valt extra op omdat in de maanden voor april de kans op een lage afvoer juist sterk is afgenomen. Dit is waarschijnlijk ook een gevolg van de klimaatverandering. Strenge winters komen namelijk tegenwoordig veel minder vaak voor en dat waren vroeger ook de winters met lage afvoeren. In die jaren was er daarom een grotere kans dat de afvoer tot beneden de 1500 m3/s zakte.

In de loop van de zomer zien we ook een verschuiving tussen de beide perioden. De kans op een afvoer lager dan 1500 m3/s is de laatste 40 jaar ca 2 weken naar voren geschoven. Ook dit heeft te maken met het eerdere smelten van de sneeuw in de Alpen, want de piek in de sneeuwsmelt valt daardoor eerder en de sneeuw is daardoor eerder op. In de periode van juli t/m september is er daarom een grotere kans op een afvoer onder de 1500 m3/s.

Ondanks dat de kans op een lage afvoer in de zomer tegenwoordig groter is, heeft dat niet geleid tot een verder oplopen van die kans. In oktober is de kans namelkijk ongeveer even groot in beide perioden en in het najaar is de kans zelfs kleiner geworden in de laatste 40 jaar. 

Schermafbeelding 2021-04-18 om 21.20.24.png

Kans op een Rijnafvoer <1500 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.
Kans op een Rijnafvoer <1500 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.

Een afvoer van 1500 m3/s is nog geen erg lage afvoer. Voor de meeste gebruikers van Rijnwater in Nederland is er dan nog ruim voldoende. Problematisch wordt het vaak pas als de 1000 m3/s bereikt wordt. Aangezien de 1500 m3/s tegenwoordig steeds vaker al in april wordt bereikt neemt de vrees toe dat ook de 1000 eerder en vaker onderschreden zal worden. In de figuur hieronder heb ik voor de 1000 m3/s een vergelijkbare grafiek gemaakt.

Wat opvalt is dat de kans op een afvoer lager dan 1000 m3/s zeker niet is toegenomen; op een korte periode na in augustus en oktober is de kans het hele jaar door in de laatste 40 jaar zelfs kleiner geweest dan in de periode vóór 1980. In de wintermaanden en een groot deel van de zomer is de kans zelfs vrijwel nihil geworden, terwijl dat vroeger in alle maanden nog wel eens voor kwam. De huidige droogte in april heeft dan ook niet geleid tot een grotere kans op zeer lage afvoeren in mei en juni.

In augustus en het najaar is er nog steeds een grotere kans op dergelijke lage afvoeren, maar deze wordt dan lang niet meer zo groot als in het verleden. Vooral in november is de kans flink kleiner geworden. Droge zomers en lage afvoeren komen nog steeds wel voor, maar duren blijkbaar niet meer zo lang als in het verleden, waardoor de kans op lage afvoeren in november is afgenomen. 

 

Schermafbeelding 2021-04-17 om 16.58.59.png

Kans op een Rijnafvoer <1000 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.
Kans op een Rijnafvoer <1000 m3/s gedurende het jaar. Er is onderscheid gemaakt in de periode tot 1980 en de periode daarna.