U bent hier

Droog weer houdt aan, wel kleine stijging Rijn

Het door hogedrukgebieden gedomineerde weer houdt ook de volgende week nog aan en een weersomslag naar een natter weertype zit er voorlopig niet in. De droogte in Nederland wordt daardoor nog wat extremer. Een regengebied dat eergisteren bijna geruisloos ons land passeerde, activeerde in Zuid Duitsland en bracht daar voldoende regen om de Rijn in de loop van deze week wat te laten sijgen. De Maasafvoer blijft laag. In dit bericht leest u hoe de waterstanden zich de komende week zullen ontwikkelen.

Omdat het deze week nog droog blijft in dit bericht ook een korte analyse hoe bijzonder het is dat we nu 2 droge maanden op rij beleven. Tenslotte nog een uitstapje naar de Alpen, waar de sneeuw nu snel smelt, maar dit levert weinig extra water op voor de Rijn.

Hogedrukgebieden blijven het weer bepalen

Wie zo nu en dan een weerkaart bekijkt zal het opvallen dat er al wekenlang hogedrukgebieden in onze omgeving liggen. Het zijn uitlopers van het grote Azorenhogedrukgebied die zich naar onze omgeving uitbreiden en dan vaak enige tijd boven de Britse Eilanden, de Noordzee of Skandinavië komen te liggen. Onder normale omstandigheden schuiven deze hogedrukgebieden na enige dagen of een week naar het oosten of naar het noorden weg, waarna er vanaf de Atlantische Oceaan lagedrukgebieden met regenzones het vasteland van Europa kunnen bereiken.

Dit normale patroon is al meer dan 2 maanden onderbroken. De hogedrukgebieden verschuiven maar weinig van plaats en als ze al eens wat in kracht afnemen, dan volgt er al weer snel een nieuwe hogedruk-impuls vanuit de Azoren. Lagedrukgebieden gaan daarom steeds met een grote boog ten noorden langs en alleen in de spaarzame momenten dat het hogedrukgebied even wat afzwakt kan een regengebied wat dichterbij komen. 

De weermodellen die de verwachtingen maken voor een week vooruit, hebben moeite met deze luchtdruksituatie. Ze voorspellen steeds dat de regenzones er uiteindelijk in zullen slagen om onze omgeving te bereiken, maar als de week dan voortschrijdt, blijkt de hogedruk toch dominanter dan gedacht en droog de weersverwachting langzaam op. De afgelopen week gebeurde dit opnieuw en viel er uiteindelijk in Nederland maar enkele millimeters. 

Ondertussen breidt het hogedrukgebied zich al weer naar onze omgeving uit en de kans is groot dat dit weersysteem tot na het volgende weekend ons weer zal bepalen. Tot en met het pinkerweekend blijft het daarom droog in Nederland en ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Pas vanaf 2e pinksterdag is er kans op een weersomslag, maar het is nog niet duidelijk of we dan met buiig weer te maken gaan krijgen, of dat er een relatief droge noordenwind op steekt. Regenachtig weer lijkt er voorlopig niet aan te komen.

De kaart hieronder geeft de neerslagverwachting aan voor de komende 10 dagen. Nederland ligt samen met België, Frankrijk en een groot deel van Duitsland in een gebied waar vrijwel geen regen wordt verwacht. Dit gebied valt precies samen met de ligging van het hogedrukgebied dat voor deze week wordt verwacht.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.06.33.png

Neerslagverwachting voor Europa voor de komende 10 dagen (bron Kachelmannwetter)
Neerslagverwachting voor Europa voor de komende 10 dagen (bron Kachelmannwetter)

Hoe bijzonder zijn 2 droge maanden op een rij

Het koppel april en mei samen wordt zeer waarschijnlijk de droogste sinds het begin van de metingen in de Bilt. Het record voor april en mei samen staat op 35 mm in 1976. Tot nu toe viel er dit jaar pas iets meer dan 20 mm. Met nog hoogstens enkele millimeters in het verschiet, zal de 35 mm vrijwel zeker niet gehaald gaan worden. In het noorden van het land is de situatie minder extreem, daar viel de afgelopen weken wel wat meer regen en daar is sinds 1 april zo'n 40 tot 45 mm gevallen en ook de zuidelijke helft van Limburg is minder droog. Gewoonlijk valt er in april en mei samen zo'n 100 mm regen.

Extreem droog weer dat zo lang aanhoudt gebeurt in Nederland niet zo vaak. Als we de meetreeks er op nalopen, dan is het pas 13 keer gebeurt dat er in twee maanden na elkaar slechts 25% van de normale hoeveelheid neerslag viel. Nog vers in het geheugen ligt de zomer van 2018 toen die 2 zeer droge maanden ook nog eens midden in de zomer vielen, zodat de impact extra groot was. De andere combinaties van droge maanden komen ook relatief vaak voor in de zomermaanden (1910, 1912, 1921, 1959 en 2006), minder vaak in de herfst (1920, 1953 en 1969) en maar weinig in het voorjaar (naast dit jaar alleen in 1996) en ook niet vaak in de winter (1920 en 1964). 

Twee maanden na elkaar waarin er 25 tot 50% van de normale hoeveelheid valt, komt vaker voor, namelijk 53 keer in de meetreeks van De Bilt die in 1906 begint. Gemiddeld komt het dus ongeveer eens in de 2 jaar voor (13 + 53 keer over de meetreeks van 115 jaar) dat er twee droge tot extreem droge maanden na elkaar volgden. In de meetreeks is er geen trend zichtbaar dat het tegenwoordig vaker gebeurt dan vroeger. Zowel de zeer extreem droge koppels (met minder dan 25%) als de droge (met 25 tot 50%) vinden we verspreid over de hele meeetreeks. Dit decennium zijn het er tot nu toe 6, wat precies het gemiddelde is.

Rijn profiteert van regen in Zuid Duitsland en Zwitserland

Een neerslaggebied dat vrijwel ongemeerkt over Nederland trok, activeerde gisteren boven Zuid Duitsland en bracht daar zo'n 2 tot 4 cm regen. Dat is voldoende om de Bovenrijn wat te laten stijgen en ook het meest bovenstroomse deel van de Moezel ontving wat regen. Het duurt wel zo'n 4 tot 5 dagen voordat het water Nederland bereikt, maar het zal er dan voor zorgen dat de dalende trend even wordt onderbroken.

De afgelopen week daalde de waterstand bij Lobith ruim 50 cm en inmiddels is het peil tot onder de 8 meter +NAP gezakt. De hoeveelheid water (de afvoer) die nu langs stroomt bedraagt ca 1300 m3/s, wat slechts 60% van de normale hoeveelheid is voor deze tijd van het jaar.  Gemiddeld komt een zo lage afvoer eens in de ca 10 jaar voor in deze tijd van het jaar; de laatste keer was in 2011, toen de afvoer zelfs daalde tot onder de 1000 m3/s.

De komende 3 dagen daalt de afvoer langzaam nog wat tot ca 1250 m3/s op woensdag. De waterstand bij Lobith zal dan tot ca 7,75 m +NAP gezakt zijn. Vanaf donderdag arriveert dan het water van de regenval van gisteren. De waterstand stijgt dan weer naar iets boven de  8 meter en ik verwacht in de loop van het volgend weekend een stand van ca 8,2 m bij Lobith en een afvoer van ca 1450 m3/s.

Na het komend weekend zal de waterstand weer gaan dalen en omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht zal die daling waarschijnlijk de hele eerste week van juni aanhouden. De kans is groot dat de afvoer na die week weer tot ca 1250 m3/s zal zijn gedaald en de waterstand op ca 7,75 m +NAP zal zijn uitgekomen. 

Maasafvoer blijft er laag

De Maasafvoer is bij Maastricht tot ca 75 m3/s gezakt. Dit is erg laag voor de tijd van het jaar en de Maas voert momenteel maar 35 - 40% van de normale hoeveelheid water af. Gisteren en eergisteren trokken er enkele buien over de Ardennen, maar die zorgden maar voor enkele m3/s extra water in de Maas. Bij Maastricht zal hier zo goed als niets van te merken zijn .

De komende week verloopt weer droog en de afvoer zal daarom nog iets verder dalen. Aan het eind van de week verwacht ik een gemiddelde afvoer bij Maastricht van ca 65 m3/s. Ook op wat langere termijn zal de afvoer blijven dalen. Neerslag wordt deeerste 7 tot 10 dagen namelijk niet verwacht in het stroomgebied.

Sneeuw in de Alpen

Het sneeuwdek in de hogere delen van de Alpen is al aardig geslonken. Gewoonlijk is mei de maand waarin de meeste sneeuw smelt en dit jaar is dat ook het geval. Aan het begin van het smeltseizoen lag boven de 2000 m ongeveer de normale hoeveelheid sneeuw, daaronder lag minder. Dit laatste was een gevolg van de zachte winter, waardoor de sneeuw daar al eerder was gesmolten.

Het smelten van de sneeuw heeft tot nu toe nog maar weinig bijgedragen aan de Rijnafvoer. Een goede maat voor de bijdrage is het niveau van de Bodensee. In de figuur hieronder is het peilverloop van dit grote meer weergegeven.  Het peil van dit jaar (blauwe lijn) blijft duidelijk achter bij het langjarig gemiddelde (de groene lijn). 

Schermafbeelding 2020-05-24 om 10.35.03.png

Peilverloop Bodensee in vergelijking met gemiddelde, hoogste en laagste peil (bron HWZ Baden Würtenberg)
Peilverloop Bodensee in vergelijking met gemiddelde, hoogste en laagste peil (bron HWZ Baden Würtenberg)

De reden dat het peil maar langzaam oploopt is enerzijds dat er ook in de Alpenregio de afgelopen maanden niet veel regen is gevallen, maar ook speelt mee dat er relatief veel sneeuw verdwijnt door verdamping op dagen dat de zon veel schijnt. De sneeuw gaat dan direct over in damp en levert dus geen smeltwater op. Het langdurige hogedrukweer zorgt er dus voor dat de bijdrage vanuit de Alpen dit jaar achterblijft bij andere jaren.

In jaren dat er veel sneeuw ligt en het smelten ook smeltwater oplevert kan de extra bijdrage aan de Rijnafvoer vanuit de Alpen in deze tijd van het jaar oplopen tot 1000 m3/s. Dit jaar halen we dat bij lange na niet en zal de extra afvoer waarschijnlijk niet meer zijn dan 250 tot 300 m3/s. De grootste bijdrage van het smeltseizoen zal dit jaar waarschijnlijk ook wat eerder worden bereikt dan in gemiddelde jaren. Normaal is dat in de tweede halft van juni, maar dit jaar valt het waarschijnlijk al begin juni.

Dit geringe bijdrage en ook het feit dat de piek al vroeg valt is ongunstig voor de bijdrage vanuit de Alpen aan de Rijn later in de zomer en nazomer als de Bodensee (samen met de andere Zwitserse meren) gewoonlijk nog lang water nalevert. Nu hoeft dit nog niet meteen te betekenen dat de Rijnafvoer later in de zomer ook zeer laag zal worden. Het grootste deel van het water dat de Rijn vanuit de Alpen in de zomer ontvangt is namelijk afkomstig van regenwater en als er de normale hoeveelheid regen valt, dan zal de Rijn niet ver uitzakken.