U bent hier

Droog weer houdt voorlopig nog aan, dalende waterstanden

Het droge weer dat nu al enkele weken voort duurt, houdt ook de komende week nog aan en ook op nog wat langere termijn lijkt het er niet op dat actieve regengebieden de stroomgebieden van Rijn en Maas weten te vinden. De rivierafvoeren zullen daarom de hele week blijven dalen en de sterke daling die na het hoogwater van midden maart is ingezet is dan ook nog niet ten einde. Het is de vraag of dit bijzonder is en daarom vergelijk ik in dit bericht de situatie van dit jaar met eerdere jaren waarin de afvoer na een hoogwatergolf wekenlang sterk daalde.

Hogedrukgebieden houden actieve regenzones op afstand

In het waterbericht van vorige week was een weerkaartje te zien waarop zich boven het noorden van de Atlantische Oceaan een lagedrukgebied had gevormd dat het weer bij ons zou gaan bepalen. Dit lagedrukgebied is er inderdaad gekomen, maar een hoge drukgebied boven Centraal Europa is toch nog net wat sterker gebleken en daarom kunnen de neerslagzones die bij het lagedrukgebied horen ons de komende dagen niet bereiken. Alleen op maandag passeert een heel zwak front dat enkele millimeters regen kan brengen, maar op de rivierafvoeren zal dat geen invloed hebben. 

Daarna breidt het hogedrukgebied zich zelfs nog wat verder naar het westen uit en verdwijnt het lagedrukgebied geheel uit beeld. De rest van de week blijft het daarom droog in de stroomgebieden en pas op zaterdag is er voor het eerst weer kans op wat neerslag. Maar ook dan lijkt het bij hoogstens een paar millimeter te blijven. En ook op heel lange termijn lijkt de kans groot dat het aan de droge kant blijft, want nieuwe lagedrukgebieden blijven voorlopig op grote afstand.

Rijn daalt langzaam verder

De waterstanden in de Rijn zijn de afgelopen week al flink gezakt en inmiddels is bij Lobith de 9 m al weer onderschreden, dat is ca 4,5 m lager dan 3 weken geleden. De komende week zet de daling door, maar het gaat heel langzaam. Iedere dag zakt de waterstand bij Lobith met ca 5 tot 10 cm per dag. Op vrijdag aanstaande wordt dan naar veerwachting de 8,5 m +NAP bij Lobith gepasseerd. Ook daarna zet de daling nog langzaam door en begin volgende week verwacht ik dan een stand van ca 8,25 m +NAP. 

De afvoer bij Lobith bedraagt nu ca 1750 m3/s en de komende dagen daalt deze eerst nog met ca 50 m3 per dag en later met ca 25 m3. In het komend weekend verwacht ik dat de 1600 m3/s wordt onderschreden en de kans is groot dat medio de week daarna (dat is rond 15 april) ook de 1500 m3/s wordt gepasseerc.

Dit zijn lage afvoeren voor april; gemiddeld bedraagt de afvoer in deze tijd van het jaar ca 2500 m3/s. April is echter de maand waarin de afvoeren de laatste jaren vaak aan de lage kant zijn. Gemiddeld over de laatste 15 jaar bedroeg de gemiddelde afvoer in april namelijk maar ca 2200 m3/s en de laatste 10 jaar zelfs maar 1875 m3/s.

Vorig jaar was april ook een droge maand en toen heb ik laten zien in het bericht van 21 april 2019 dat dat nog weinig zegt over de rest van het voorjaar en de zomer. Op een droge aprilmaand volgt nog wel wat vaker dan gemiddeld een te droge meimaand, maar later in de zomer volgen er net zo vaak te natte als te droge maanden. Volgende week zal ik nog wat verder ingaan op de bijzondere ontwikkelingen in april, dat als maand steeds droger is geworden, terwijl alle andere maanden langzaam natter worden.

Voorlopig hebben we in de Rijn dus te maken met dalende waterstanden en het einde van die daling is nog niet in zicht. Dankzij het feit dat er  in februari en maart veel regen in het stroomgebied is gevallen, is er nog veel water opgeslagen in de bodem van hety stroomgebied en dat wordt nu langzaam nageleverd, waardoor en de daling niet zo snel verloopt.

Maas daalt langzaam verder

Ook de Maasafvoer is bij gebrek aan neerslag de hele week gedaald. Gemiddeld nam de afvoer dagelijks met zo'n 10 tot 20 m3 af en inmiddels is de afvoer bij Maastricht uitgekom,en op ca 200 m3/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar ca 325 m3/s bedraagt. 

Morgenavond valt er waarschijnlijk wel een klein beetje regen in het stroomgebied, maar dat is te weinig om extra water naar de Maas  te leveren. De komende dagen zet de daling daarom langzaam door en tegen het eind van de week zal de 150 m3/s bereikt worden. zaterdag wordt er voor het eerst weer wat regen verwacht, maar zoals het er nu naar uitziet zijn het dan ook geen grote hoeveelheden. De verwachting is daarom dat de Maasafvoer ook na het komend weekend nog verder zal blijven dalen.

Hoe bijzonder is de snelle daling van de Rijnafvoer van de afgelopen weken

Op 14 maart bereikte de Rijn bij Lobith haar hoogste stand in een hoogwatergolf die ruim een maand had geduurd. Sindsdien is de waterstand razendsnel gedaald. De hoogste afvoer van de piek bedroeg 5775 m3/s en inmiddels is daar met ca 1750 m3/s nog maar 30% van over. Het is de vraag of dit bijzonder is. In de meetreeks van Lobith (vanaf 1900) heb ik ca 20 vergelijkbare hoogwatergolven in de maanden januari t/m april gevonden die een niveau bereikten van ongeveer 6000 m3/s, waarna er een langdurig droge periode aanbrak.

Het opvallende is dat de daling bij al die hoogwaters ongeveer hetzelfde verliep. Er is geen duidelijke trend zichtbaar dat het bij recente hoogwatergolven langzamer of sneller verloopt dan vroeger. Het stroomgebied loopt dus niet heel anders leeg dan vroeger. Allerlei veranderingen in landgebruik en ook aanpassingen aan de rivier hebben vast wel invloed gehad, maar te weinig voor grote veranderingen in het verloop van de daling.

In de grafiek hieronder heb ik van de 20 hoogwaters die ik kon vinden er 5 weergegeven. Het zijn hoogwaters verspreid over de hele meetperiode; de eerste dateert van 1904 en daarna telkens van ca 25 tot 30 jaar later. Duidelijk is te zien dat bij alle jaren de afvoerdaling in de eerste 2 weken na de piek opvallend gelijk op loopt. Pas aan het eind loopt het uiteeen, omdat het bijvoorbeeld weer wat gaat regenen in enkele jaren. 

2020 valt niet op door een sneller op langzamer verloop dan de andere jaren en bevindt zich steeds ongeveer in het midden. De vroegste jaren lopen iets sneller terug dan de latere jaren, maar de verschillen zijn maar klein.

dalen afvoer.jpg

Verloop van de Rijnafvoer bij Lobith na een hoogwatergolf van ca 6000 m3/s en daarna een lange periode zonder neerslag
Verloop van de Rijnafvoer bij Lobith na een hoogwatergolf van ca 6000 m3/s en daarna een lange periode zonder neerslag

Als voor dezelfde 5 hoogwatergolven ook de waterstand bij Lobith in een grafiek wordt uitgezet (zie hierna) dan valt meteen op dat het verloop dan wel heel anders is. Waar de lijnen eerst vlak bij elkaar lagen, liggen ze nu ver uiteen en het valt ook op dat de meer recente jaren steeds lager zijn komen te liggen.

Bij de hoogste stand van de diverse jaren valt al meteen op dat er wat vreemds aan de hand is. 1904, 1932 en 2020 hadden ieder een hoogste afvoer van iets meer dan 5750 m3/s, maar bij de waterstand is 2020 circa 1,4 m lager gebleven. 1965 en 1990 hadden een iets hogere afvoer, 1990 was zelfs bijna 500 m3/s hoger, maar toch blijven de waterstanden in deze jaren tijdens de piek lager dan in het begin van de 20e eeuw. De hoogste stand is tegenwoording bij een dezelfde afvoer dus veel lager dan vroeger.

Bij de lagere afvoeren worden de verschillen zelfs nog groter. In 2020 is de waterstand op dag 13 maar liefst 2 meter lager dan in 1904, terwijl de rivierafvoer in 1904 op dag 13 zelfs nog iets hoger was dan in 2020. Tenslotte valt op dat de amplitudo tegenwoordig ook groter is. Tussen de piek en dag 14 is de waterstand in 2020 bijna 4 meter gedaald, terwijl dat in het begin van de 20e eeuw nog maar 3 meter was. 

dalen waterstand.jpg

Verloop van de waterstand bij Lobith van 5 jaren met een hoogwatergolf van ca 6000 m3/s en daarna een lange periode zonder neerslag
Verloop van de waterstand bij Lobith van 5 jaren met een hoogwatergolf van ca 6000 m3/s en daarna een lange periode zonder neerslag
 

In vergelijking met ruim 100 jaar geleden komen de hoogwaterstanden bij een vergelijkbare rivierafvoer tegenwoordig dus veel minder hoog dan vroeger en zakken ze ook veel verder uit. Deze opvallende veranderingen worden vrijwel helemaal veroorzaakt doordat de rivierbodem van de Rijn in de loop van deze tijd steeds lager is komen te liggen. De rivierbodem slijt zich namelijk steeds verder in (er spoelt meer zand weg dan er wordt aangevoerd) en daarom wordt de bedding groter en past er steeds meer water in de bedding. De waterstanden worden daarom bij dezelfde hoeveelheid water in de loop der tijd steeds lager. In de loop der jaren bedraagt de bodemdaling ca 2 cm per jaar en de waterstanden volgen die daling.

De laatste jaren is dit verschijnsel nog versterkt door het project Ruimte voor de Rivier. Dat is uitgevoerd om de zeer hoge waterstanden te verlagen en daarmee de waterveiligheid te vergroten (door het aanleggen van nevengeulen en het verlagen van de kribben), maar deze maatregelen werken ook al bij de wat minder hoge afvoeren en dit verklaart ook een deel van het grote verschil tussen 2020 en de jaren die wat minder lang geleden zijn zoals 1990 en 1965. 

De bodemdaling van de rivier is een van de grote problemen waar de Rijn momenteel mee te maken heeft. Het beïnvloedt namelijk de scheepvaart (te weinig vaardiepte bij obstakels op de bodem), de landbouw en de natuur (verdroging van de uiterwaarden en moerassen), de waterinname (innamepunten vallen droog) en de veiligheid (leidingen spoelen bloot en kades worden instabiel). Het is daarom dat het ministerie van I en W er de komende tijd veel aandacht gaat besteden aan de bodemdaling en maatregelen zal gaan uitwerken om de daling tot staan te brengen.