U bent hier

Droogte houdt nog circa 10 dagen aan

Al ruim 3 weken is er weinig neerslag gevallen in de stroomgebieden van Rijn en Maas en ook de komende week tot 10 dagen vooruit wordt vrijwel niets verwacht. De verwachting voor de waterstanden in de rivieren is daarom vrij snel te maken: deze zullen blijven dalen tot in ieder geval rond medio maart. In dit waterbericht leest u meer in detail hoe de waterstanden zich zullen ontwikkelen. 

Of maart als geheel een droge maand gaat worden is nog even afwachten, want vanaf 10 maart zou het weer kunnen omslaan. Een droge maartmaand zou niet zo gunstig zijn voor de opbouw van de grondwatervoorraad. Tot nu toe liep de opbouw van het grondwater deze winter ongeveer volgens het normale patroon, maar regen in maart is wel nodig om de voorraad nog wat verder aan te vullen. In de rubriek Water Inzicht sta ik stil bij hoe het grondwater er nu voor staat.

water van de week

Hoge druk domineert 

Na de sneeuw van 7 en 8 februari is er bijna geen neerslag meer gevallen en op het smeltwater na dat vanaf 15 februari beschikbara kwam hebben de rivieren vrijwel geen water ontvangen. Hogedrukgebieden zijn sindsdien het weer in de stroomgebieden gaan bepalen en het ziet er naar uit dat dat voorlopig nog wel even zo blijft.

Het huidige hogedrukgebied is erg sterk met een kerndruk van bijna 1040 Hpa. Eerst lag de kern boven Midden Europa en dat zorgde bij ons voor een warme zuidenwind. Daarna verplaatste de kern zich naar de Britse eilanden, waardoor de wind vanuit het koelere noordwesten ging waaien. Inmiddels ligt het hogedrukgebied boven Nederland en is de wind bijna weggevallen. Alleen op donderdag, tijdens de verplaatsing van centraal Europa naar Engeland, kon een klein regengebiedje tot de stroomgebieden door dringen.

De komende week zien we een herhaling van zetten. Het hogedrukgebied verschuift weer wat, eerst richting IJsland, en dan kan opnieuw een klein regengebiedje wat dichterbij komen. Mogelijk brengt dit op vrijdag wat neerslag, maar geen grote hoeveelheden. Daarna keert het hogedrukgebied weer terug naar onze omgeving, waarmee weer stevig in het zadel terugkeert.

Pas vanaf 10 maart is nu het vooruitzicht dat het hogedrukgebied zich richting de Azoren terug trekt. Als dat uitkomt zou dat de weg vrij maken voor lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan naar Europa kunnen bewegen. Dat zou dan betekenen dat het na 10 maart ook natter gaat worden en de waterstanden in de rivieren enkele dagen daarna ook weer kunnen gaan stijgen. Het is echter nog ver weg in de tijd en het kan ook nog anders aflopen, want de laatste jaren is de invloed van hogedrukgebieden boven de stroomgebieden vaak opvallend standvastig geweest. 

Rijn blijft dalen; vanaf volgend weekend tot onder de 9 m+NAP

Sinds de passage van de hoogwatergolf op 8 februari is de waterstand van de Rijn gestaag gedaald. In het begin van de afgelopen week liep de snelheid even wat terug omdat er wat smeltwater passeeerde, maar sinds 22 februari verloopt de daling weer wat sneller. De waterstand is inmiddels tot onder de 9,5 m gezakt, 4 m lager dan tijdens de piek, en de afvoer bedraagt nu nog slechts 2250 m3/s, wat nog maar 30% is van de hoeveelheid tijdens de piek. 

Voorlopig zet de daling nog door. Dagelijks gaat er bij Lobith zo'n 5 tot 10 cm van de stand af en in of net na het volgend weekend zal de 9 m bij Lobith weer onderschreden worden. De afvoer neemt nu af met zo'n 50 m3 per dag. Op 5 en 6 maart kan een klein beetje regen vallen in Zuid Duitsland en Zwitserland, maar dat zorgt hoogstens voor een korte vertraging in de daling rond 10 maart. 

Het ziet er daarom naar uit dat de daling nog wel door kan gaan tot tussen 12 en 15 maart, de stand zal dan tot tussen de 8,5 en 8,75 m +NAP zijn gedaald en de afvoer tot tussen de 1600 en 1800 m3/s. Het hangt van de activiteit van de eventuele neerslag rond 10 maart af, of en hoe ver de stand daarna weer kan gaan stijgen. Omdat er in de Middelgebergten (tot een hoogte van ca 1500 m) helemaal geen sneeuw meer aanwezig is, is het onwaarschijnlijk dat er in de loop van maart nog een grotere hoogwatergolf zal ontstaan. Of er zou na 10 maart heel veel neerslag moeten gaan vallen, maar daar ziet het voorlopig niet naar uit.

Daling Maas zet gestaag door

Ook het stroomgebied van de Maas stroomt langzaam leeg. De grote hoeveelheid regen en sneeuw die in de tweede helft van januari en de eerste dagen van februari is gevallen, is inmiddels echter al weer bijna afgevoerd en de afvoer bij Maastricht is nu bijna stabiel geworden rond een waarde van ca 250 m3/s. 

De komende 10 dagen zal die afvoer heel langzaam verder blijven dalen, want er is geen regen in het vooruitzicht en ook ligt er nergen smeer sneeuw in de Ardennen. Rond 10 maart verwacht ik dat de afvoer rond 200 m3/s zal zijn uitgekomen. Pas daarna wordt voor het eerst weer regen verwacht, maar hoeveel er valt, is nu nog niet te zeggen en daarom is ook nog onduidelijk of en hoe ver de Maas mogelijk weer zal stijgen. Volgende week is hierover mogelijk al weer wat meer te zeggen.

water inzicht

Hoe staat het er voor met het grondwater

De droogte in afgelopen 4 zomers heeft tot meer en meer aandacht voor het grondwater gezorgd. Met name de waterschappen maar ook provincies en het Rijk denken na over plannen om de grondwatervoorraad beter te beheren. Dat beheer moet dan al in de winter beginnen, want als het voorjaar eenmaal is aangebroken en de verdamping door warmte en zonneschijn toeneemt, is er vaak weinig meer te doen aan een dalende grondwaterstand. Of we zouden moeten stoppen met het oppompen van water voor de irrigatie in de landbouw, maar dan verdrogen de gewassen en dat is ook niet wenselijk.  

Grondwater is vooral een onderwerp van de hogere delen van Nederland; ruwweg al het land dat boven de nul meter hoogtelijn ligt. Dat zijn de provincies: Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Drenthe en delen van Utrecht en Groningen. In een groot deel van deze gebieden bestaat de bodem uit zand en de regen die er valt zakt in de bodem weg en voedt daar het grondwater, dat zich op enige diepte in de bodem bevindt. In de lagere delen van Nederland, die onder de zeespiegel liggen, is er ook wel grondwater, maar dat is een kunstmatig peil dat door middel van de aanvoer van water, via sloten en kanalen, het hele jaar door op niveau gehouden kan worden; ook als het heel erg lang droog is. Het beheer van het grondwater is daar niet echt aan de orde.

In de figuur hieronder is het verloop van het grondwater over de afgelopen 2 jaar weergegeven van een meetpunt in het oosten van Nederland (bron: https://opendata.munisense.net). Het laagste punt in de metingen wordt steeds in het najaar rond oktober bereikt, het hoogste punt rond eind maart. Dit hangt samen met het groeiseizoen. Zodra dat begint nemen de planten vrijwel alle gevallen neerslag op vanuit de bodem en dat water verdampt dan vervolgens vanuit de bladeren. Het regenwater kan in die periode het grondwater daarom niet of nauwelijks meer aanvullen. Pas als de vegetatie minder actief wordt, in het najaar, wordt weer regenwater doorgelaten en vult het grondwater weer aan. In het najaar van 2018 duurde dat erg lang, niet omdat de planten langer doorgroeiden, maar omdat er geen regen viel in die periode.

In de figuur valt op dat er een grote variatie is in de grondwaterstand, van ca 2 meter. Daarbij kwam het peil in de afgelopen 3 zomers in oktober steeds uit op een zeer laag niveau. In 2018 zelfs lager dan het gedurende de meetperiode ooit geweest was en ook in 2019 en 2020 werd een heel laag niveau bereikt. Hier zien we het effect terug van de droge zomers in Oost nederland van de afgelopen 3 jaar.  Ook al waren die zomers droog, toch kon de stand iedere winter weer stijgen tot aan een normaal of zelfs hoog niveau. 

Grondwater Achterhoek.jpg

Verloop grondwaterstand (blauwe lijn) van een meetpunt in de Achterhoek van okt '18 t/m feb '21. De blauwe zone is het bereik waar de stand zich 25 tot 95% van de tijd binnen bevindt. De grijze zone zijn hoogste en laagste waarden uit de laatste 20 jaar.
Verloop grondwaterstand (blauwe lijn) van een meetpunt in de Achterhoek van okt '18 t/m feb '21. De blauwe zone is het bereik waar de stand zich 25 tot 95% van de tijd binnen bevindt. De grijze zone zijn hoogste en laagste waarden uit de laatste 20 jaar.

Dit beeld zien we bij veel meetpunten, dat het grondwaterniveau zich, ondanks het lage niveau van de voorgaande zomer, toch kan herstellen. Er wordt dan ook veel aan gedaan om het grondwater in de winter vast te houden door sloten en beken tijdelijk af te dammen en niet teveel water weg te laten lopen. Maar vanaf 1 april gaat het toch mis, want het peil zakt dan weer snel weg. Om het peilverloop beter te begrijpen moeten we te rade gaan bij het verloop van het neerslagoverschot in Nederland.

Het neerslagoverschot is het verschil tussen de hoeveelheid regen die er valt (in de figuur hieronder weergegeven met de blauwe kolommen) en de hoeveelheid water die verdampt (weergegeven met de oranje lijn). In de analyse heb ik 3 stations vergeleken: De Bilt, het hoofdstation van Nederland, Eindhoven op de zuidelijke zandgronden en Twente op de oostelijke. Gedurende het jaar valt er vrijwel overal in Nederland zo'n 60 tot 90 mm neerslag per maand; alleen april is een droge uitbijter met slechts 40 tot 50 mm. In Midden nederland is het het natst, met in totaal ca 900 mm neerslag in de Bilt, in Eindhoven is het net als in het hele zuidoosten van het land ca 15% droger en Twente zit daar tussen in. 

De verdamping (de oranje lijn) laat een heel ander verloop zien. Deze is laag in de winter, loopt op in het voorjaar, is hoog in de zomer, om vanaf augustus weer terug te lopen. De verschillen zijn niet zo groot tussen de meetstations, maar gemiddeld is het zuiden van het land wat droger dan het midden en noorden. Van april t/m juli, in het zuiden t/m augustus, verdampt er gemiddeld meer water dan er als neerslag valt (de oranje lijn stijgt boven de blauwe kolommen uit). In die periode van het jaar bouwt zich het zogenaamde neerslagtekort op en dat loopt in een gemiddeld jaar op tot zo'n 75 mm in het midden en 100 mm in het zuiden van het land.  

Na de zomer als de verdamping weer afneemt, vult de neerslag dit tekort doorgaans weer snel aan en over een heel jaar bekeken is er vrijwel altijd een neerslagoverschot. In totaal bedraagt dit overschot in Midden Nederland ruim 30 cm, in Oost Nederland ruim 25 cm en in Zuid Nederland bijna 20 cm. Het zuiden van het land onderscheidt zich dus wel van het midden en het oosten, doordat het overschot er flink kleiner is en de kans op droogte daar groter.

Gemiddelden De Bilt Eindhoven Twenthe.jpg

Gemiddeld verloop van neerslag en verdamping gedurende het jaar in resp. De Bilt, Eindhoven en Twenthe.
Gemiddeld verloop van neerslag en verdamping gedurende het jaar in resp. De Bilt, Eindhoven en Twenthe.

Als we de grafieken van de meetpunten vergelijken met de eerdere grafiek van het grondwaterverloop dan valt op dat het knikpunt in het voorjaar in het grondwater samenvalt met het moment dat de maanden met een overschot overgaan in de maanden met een tekort. De vegetatie begint dan te groeien en veel van het water dat valt, gaat direct of via de planten op aan de verdamping. De verdamping is echter groter dan wat er valt en daarom wordt ook het grondwater aangesproken, waardoor het niveau gaat dalen. 

Vooral in de maanden april t/m juli bouwt het neerslagtekort zich vaak snel op en dit is ook de periode dat het grondwater het snelst daalt. Vanaf augustus neemt de daling doorgaans wat af omdat augustus vaak een vrij natte maand is en ook de verdamping dan al weer wat afneemt. In september is er meestal al weer een overschot aan neerslag, maar omdat dat nog grotendeels door de vegetatie gebruikt wordt, daalt het grondwaterniveau toch nog wat. Pas vanaf oktober als de vegetatiegroei stopt en het neerslagoverschot snel toeneemt, begint de aanvulling van het grondwater weer.

Uit deze analyse valt op te maken dat vooral de winterperiode heel belangrijk is om de grondwatervoorraad aan te vullen, want vanaf 1 april, en door klimaatverandering mogelijk steeds eerder, vindt nauwelijks meer aanvulling plaats. De afgelopen jaren laten zien dat ondanks het hoge peil in maart de grondwatervoorraad toch in de loop van de zomer opraakte en op veel plaatsen beregening niet meer was toegestaan.

Het ligt voor de hand om het peil daarom in de winter nog verder op te laten lopen. Dit is mogelijk door meer gebieden in te richten waar het regenwater in de winter niet of nauwelijks meer uit kan wegstromen. Maar dat betekent dan wel dat het land daar niet al vroeg in het voorjaar bewerkt kan worden, want daarvoor staat het grondwater er dan te hoog. Een beter beheer van de grondwatervoorraad betekent daarom dat er ook keuzes gemaakt zullen moeten worden voor gebieden waar het water hoger opgezet kan worden. Vanuit die gebieden kan het water dan later in de zomer naar de omgeving stromen, naar de gebieden waar het peil niet zo hoog is opgezet en die wel snel zijn uitgedroogd. 

Deze transitie in het landgebruik die daarvoor nodig is staat en valt ook met de vraag of droge zomers vaker voor gaan komen. In de figuur hierboven ging het om de gemiddelde situatie; die is berekend over de laatste 30 jaar. Als we nu naar de laatste 4 jaren kijken dan valt op dat met name de zomers droger waren dan gemiddeld. In de figuur hieronder heb ik het verloop van het werkelijk overschot en tekort aangegeven met een blauwe lijn en het langjarig gemiddelde overschot en tekort met de oranje lijn.

De oranje lijn laat ieder jaar hetzelfde verloop zien, onder nul in het zomerhalf jaar (als het tekort groeit) en boven nu in het winterhalfjaar (als het overschot groeit). De blauwe lijn slingert daarom heen: in een natte maand is er een groter overschot dan normaal en ligt de blauwe lijn boven de oranje, in een droge maand is het andersom. De perioden met een groter neerslagoverschot (of een minder groot tekort) dan gemiddeld zijn blauw aangegeven, de perioden dat het droger was dan gemiddeld oranje. 

Verloop overschot in de laatste 3 jaar.jpg

Verloop van het neerslagtekort/overschot sinds 2017 in vergelijking met het langjarig gemiddelde
Verloop van het neerslagtekort/overschot sinds 2017 in vergelijking met het langjarig gemiddelde

Bij alle 3 de meetstations waren vanaf 2018 de zomers (veel droger) dan gemiddeld. In 2017 duurde de droge periode maar 2 maanden. In de andere zomers viel er, op een enkele maand na, in de zomer weinig regen en dat versterkte het tekort dat er in de zomer altijd al is. 2018 was overal zelfs extreem droog en deze droogte duurde nog voort tot ver in het najaar. In de meeste jaren was het overschot in de winter groter dan gemiddeld, er viel dus voldoende om een grotere buffer op te bouwen.

Nu zeggen deze 3 tot 4 zomers nog weinig of er sprake is van een trend. Daarvoor is de periode te kort en in het verleden zijn er ook al eens meerdere jaren kort opeen geweest met droge zomers. Het kan nu dus ook weer omslaan naar een periode met nattere zomers. Voordat we weten of het wel of geen trend is zullen we van jaar tot jaar goed in de gaten moeten blijven houden hoe het neerslagoverschot/tekort zich verder ontwikkelt.

Als we naar deze winter kijken, dan verloopt de opbouw van het overschot tot nu toe ongeveer als normaal, al zijn er van maand tot maand wel verschillen. Zo verliepen oktober en vooral januari nat, was november erg droog en waren december en februari ongeveer normaal. Lokaal zijn er ook wel wat verschillen, zo verliep februari in De Bilt ook vrij droog. Als we nu voor deze winter de balans op maken, dan is het overschot per 1 maart in Eindhoven en Twente vrijwel precies gelijk aan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar en in De Bilt is het iets natter.

Om de voorraad verder aan te kunnen vullen hangt nu veel af van maart. De eerste weken ziet het er niet gunstig uit, want pas vanaf 10 maart wordt voor het eerst weer regen verwacht. Ook de temperatuur speelt nog een rol, want als het vroeg warm wordt, dan neemt ook de verdamping in de loop van maart al flink toe. Ik verwacht dat het spannend gaat worden hoe het uit gaat pakken. De dominantie van grote hogedrukgebieden doet ook vermoeden dat het toch wel eens een droge maand zou kunnen worden. Of dat de opmaat is naar de volgende droge zomer op rij is nu nog niet te zeggen, maar het lijkt mij verstandig om de komende weken wel zoveel mogelijk water vast te houden.