U bent hier

Droogte houdt voorlopig aan

Het droge weer houdt in de stroomgebieden nog zeker een week aan en het is nu wel bijna zeker dat april een erg droge maand gaat worden, net als zes voorgangers uit de laatste 15 jaar ('07, '09, '11, '13, '15 en '17). In de meeste van deze jaren volgde er in mei een weersomslag en viel later wel weer de normale hoeveelheid regen. Na de allerdroogste april uit de meet-reeks van de Bilt (2007) volgde zelfs de allernatste mei-maand. Het kan dus snel omslaan. In dit bericht leest u of de weermodellen al een weersomslag voorzien voor de komende periode. Verder in dit bericht een uitstapje naar de Alpen, waar nog aardig wat sneeuw ligt. Dit zal de komende maanden de Rijn van extra water voorzien, mits het niet als 'sneeuw voor de zon' verdwijnt.

Na een paar millimeter regen in de afgelopen dagen, nu weer langdurig droog

Vorige week leek de kans groot dat er vanaf dit weekend al een weersomslag zou volgen, waarbij de sinds medio maart overheersende hogedruk zou plaats maken voor lagedrukgebieden. Echter, net als de vorige keren toen dit werd verwacht, droogde de weersverwachting gedurende de werkweek steeds verder op en het bleef het bij een paar millimeter regen in het zuiden en midden van Nederland toen het weekend aanbrak. In België, Noord Frankrijk en het Midden van Duitsland trokken wel actievere buien over, maar ook daar waren de hoeveelheden niet groot genoeg om de Maas en de Rijn van extra water te voorzien

Inmiddels neemt de kracht van het hogedrukgebied, dat nu boven Skandinavië ligt, weer sterk toe en we kunnen daarom de hele week zonnig, warm en dus ook droog weer verwachten. Vanaf vrijdag neemt de invloed van het hogedrukgebied weer af en rond het weekend draait dan de wind en is er kans op bewolking en misschien ook wat neerslag.

Wederom verwachten de modellen dat het na het volgend weekend minder stabiel weer wordt. De opties die de modellen laten zien, lopen echter nog sterk uiteen en, gezien de voorgeschiedenis, zou ook zomaar weer een nieuw hogedrukgebied ten tonele kunnen verschijnen en houdt de droogte nog een week langer aan. Het is daarom nog te vroeg om al iets te kunnen zeggen over een komende weersomslag met meer regenval. Pas in de loop van de week zal duidelijk worden welke optie aan het langste eind trekt. 

Rijn daalt langzaam nog wat verder

De Rijn is de hele afgelopen week langzaam gedaald en zakte bij Lobith aan het eind van de week onder de 8 m +NAP. Inmiddels bevindt de stand zich rond de 7,9 m. Ook de komende dagen zet de daling nog door, zei het heel langzaam, met circa 3 cm per dag. Op woensdag verwacht ik dat de 7,8 m wordt bereikt en in het komend weekend de 7,7 m. Ook na dat weekend zal de daling nog heel langzaam doorzetten, omdat een eerste stijging pas in het midden van de week verwacht kan worden; dat is rond 29 april. Die stijging wordt dan veroorzaakt door regen die in het weekend valt, maar zoals ik hierboven al aangaf is dat nu nog onzeker. 

De afvoer bij Lobith is onder de 1300 m3/s gezakt, wat nog maar ongeveer de helft is van wat er normaal eind april wordt afgevoerd. Een afvoer van 1300 m3/s of lager is in de Rijn komt in deze tijd van het jaar vaker voor; om precies te zijn al 13 keer eerder, waarvan drie keer in de laatste 10 jaar. Ook dat laatste is echter niet uniek want in de 30-er jaren van de vorige eeuw is het ook al eens drie keer binnen vrij korte tijd opgetreden.

In de meeste jaren veert de afvoer vanaf mei op, als de sneeuw in de Alpen gaat smelten. Alleen in jaren met heel weinig sneeuw blijft die stijging uit, zoals in 2011. Toen zakte de afvoer in mei gestaag verder tot onder de 1000 m3/s aan het eind van die maand.  Omdat de zomer daarna vrij nat verliep, steeg de afvoer in juni weer naar ongeveer normale waarden.

Maas daalt ook langzaam verder

De Maasafvoer bij Maastricht is gedaald tot ca 130 m3/s en zal de hele week blijven dalen. Rond of na het volgend weekend zal de afvoer waarschijnlijk tot onder de 100 m3/s zijn gezakt. Voor de Maas zijn dit lage waarden voor de tijd van het jaar omdat de normale afvoer eind april rond de 225 m3/s ligt. 

In droge lentes komt het echter vaker voor dat de Maas al vroeg in het jaar onder de 100 m3/s zakt. In 2011, 2014 en 2017 gebeurde dat zelfs al begin april. Vorig jaar en ook in 2018, jaren met ongeveer de normale hoeveelheid regen in het voorjaar, duurde het tot medio juni voordat dat afvoer onder de 100 m3/s zakte. Meestal zijn zo lage waarden in deze tijd van het jaar maar tijdelijk, want na een paar dagen met flink wat neerslag in de Ardennen kan de afvoer ook weer snel stijgen naar 300 m3/s of meer. 

Voorlopig is daar geen sprake van, want de eerste regen wordt pas in het weekend verwacht en de hoeveelheden die dan worden voorzien zijn nog klein. De kans is daarom groot dat de Maasafvoer de hele maand april nog laag blijft. En over wat mei gaat brengen is nu nog weinig te zeggen omdat de verwachting voor over een week nog onzeker is.

Sneeuwdek in de Alpen is al vroeg in het jaar aan het afnemen

Half april is voor de hogere gedeelten van de Alpen (boven de 2000 m) het moment van het jaar dat het sneeuwdek er gemiddeld het dikste is. Vanaf november groeit het sneeuwdek gemiddeld genomen aan en pas vanaf de tweede helft van april neemt de kans op sneeuwval op grotere hoogte in de Alpen af en zet de smeltperiode in. Het smelten loopt dan door tot halverwege juni, met een piek in mei. Om een idee te krijgen wat de sneeuw in de Alpen de komende maanden voor de Rijn kan betekenen is het nu het juiste moment om de balans op te maken.

Op dit moment ligt er nog vrij veel sneeuw in de Alpen, al is het minder dan in 2019, toen er op sommige plaatsen recorddiktes werden bereikt. In de satellietfoto's hieronder is de situatie van 2020 (boven) en 2019 (onder) weergegeven. Door het sneeuwareaal binnen de rode cirkels te vergelijken, is te zien dat op lagere hoogte in de Alpen het sneeuwdek minder uitgebreid is. In de kaart daaronder van het Zwitserse instituut voor sneeuw- en lawineonderzoek (SLF) is de dikte van de sneeuwlaag van dit moment aangegeven. Vooral boven de 2000 m hoogte ligt op veel plaatsen nog meer dan 2 m sneeuw.

Sneeuwbedekking 2020.jpg

Sneeuwbedekking Alpen op 15 april 2020; de rode streepjeslijn is de grens van het stroomgebied van de Rijn
Sneeuwbedekking Alpen op 15 april 2020; de rode streepjeslijn is de grens van het stroomgebied van de Rijn

Sneeuwbedekking 2019.jpg

Sneeuwbedekking Alpen op 20 april 2019
Sneeuwbedekking Alpen op 20 april 2019

Kaartje Alpen.jpg

Sneeuwdikte in de Alpen op 16 april j.l. (bron SLF).
Sneeuwdikte in de Alpen op 16 april j.l. (bron SLF).

De ontwikkeling van het sneeuwdek in de Alpen verliep dit winterhalfjaar met horten en stoten. De figuur hieronder laat van 6 meetstations verspreid over de Alpen het verloop zien. De twee bovenste liggen vrij laag, rond de 1700 m, de twee middelste net boven de 2000 meter en de twee onderste zijn hoge stations, rond de 2500 meter. 

Bij alle stations is te zien dat het sneeuwdek in november begint aan te groeien en dit gaat door tot half december. Daarna volgde een langere droge periode waardoor het sneeuwdek niet aangroeide en omdat het ook vrij warm was, nam de dikte op veel plaatsen zelfs af.

Vanaf de tweede helft van januari sloeg het weer om en volgden er twee neerslagrijke maanden. Het was dezelfde westelijke circulatie die in het hele stroomgebied veel regen bracht waardoor de Rijn wekenlang een hoge stand had. Met de westelijke luchtstroming wordt ook vrij warme lucht aangevoerd en de sneeuwgrens ligt daarom vrij hoog. Op het station Schibe is dit goed te zien, omdat ondanks de sneeuwval het dek nauwelijks aangroeit. Pas begin maart zijn er enkele dagen met veel sneeuwval waardoor het dek toch nog het gemiddelde niveau berteikt. In het ook lage Bärenfall groeit het dek gemiddeld wel aan, maar slinkt het ook weer tijdens de warme perioden. 

Boven de 2000 meter groeit het sneeuwdek wel aan, ook al zijn er rond 2000 m ook nog perioden met dooi, maar netto groeit het van laag naar hoog sneller aan. Het sneeuwdek groeit in de hogere regionen uiteindelijk ook aan tot een niveau ruim boven het langjarig gemiddelde. Vooral boven de 2500 meter, waar geen smelt optreedt is dat goed te zien.

Sneeuwbedekking Alpen.jpg

Ontwikkeling van het sneeuwdek op 6 stations verspreid over de Alpen. De blauwe lijn is de sneeuwdikte van dit jaar, de donkerpaase het langjarig gemiddelde. Met opstaande blauwe lijntjes is de sneeuwval van dag tot dag aangegeven.
Ontwikkeling van het sneeuwdek op 6 stations verspreid over de Alpen. DE blauwe lijn is de sneeuwdikte van dit jaar, de donkerpaase het langjarig gemiddelde. Met opstaande blauwe lijntjes is de sneeuwval van dag tot dag aangegeven.

Vanaf half maart stokt de westelijke circulatie van de ene op de andere dag en wordt het abrupt droog. Terwijl gewoonlijk het sneeuwdek vanaf half maart nog aangroeit, op grote hoogte wordt het maximum zelfs pas eind april bereikt, is daar nu geen sprake meer van. Op alle meetstations neemt het sneewdek sinds half maart af. Op de lagere stations gaat dat het snelst, omdat daar de temperatuur ook tot boven de nul graden zal zijn gestegen. Op grotere hoogte neemt de dikte echter ook af en soms gat dat zelfs erg snel, zoals op het op 2710 m hoogte gelegen Gandegg. 

Deze afname wordt er niet veroorzaakt door smelten bij hoge temperaturen, maar door sublimatie. Dit is een proces waarbij sneeuw verdampt onder invloed van de zon die er op schijnt. Er komt dan geen water bij vrij, maar de vaste stof (sneeuw) gaat in een keer over in waterdamp die in de lucht wordt opgenomen. Dit proces is vooral sterk als de zo uitbundig schijnt en wordt nog versterkt als de luchtvochtigheid laag is. De huidige oostelijke stroming voert erg droge lucht aan en dat verklaart de snelle afname van het sneeuwdek.

Een flink deel van de in het sneeuwdek opgeslagen hoeveelheid water verdwijnt zo in de lucht en komt dan niet ten goede aan de Rijnafvoer. Dit is ook te zien aan de waterstand in de Bodensee. Gewoonlijk stijgt die als de sneeuw in de Alpen gaat smelten en dat is te zien aan de groene lijn in de grafiek hieronder, die de langjarige gemiddelde stand aangeeft. Dit jaar is de waterstand echter, ondanks de afname van het sneeuwdek, alleen nog maar gedaald zoals de blauwe lijn laat zien.

Ook de komende week zal het verdampen van de sneeuw nog voortgaan, want het wordt opnieuw een erg zonnige week, met een zeer lage luchtvochtigheid. Misschien dat het na het weekend gaat veranderen. Uiteindelijk zal in de loop van mei ook het gewone smeltproces overal op gang komen, maar omdat waarschijnlijk dan al veel sneeuw is verdampt zal de bijdrage aan de Rijnafvoer dan niet zo heel groot meer zijn. In jaren met veel sneeuw en een ongeveer normaal smeltproces kan die bijdrage rond eind mei wel 1000 m3/s bedragen, maar de kans dat we zo'n niveau dit jaar bereiken wordt nu snel kleiner.