U bent hier

Kleine hoogwatergolf in de Maas, Rijn licht verhoogd, beide op termijn weer dalend

Een lagedrukgebied bracht afgelopen week veel regen in het stroomgebied van de Maas en dat leverde een kleine hoogwatergolf op. De Rijn steeg de afgelopen dagen ook, maar van hoogwater is daar geen sprake. Vandaag en morgen regent het opnieuw flink door in de Ardennen en Noord Frankrijk en morgen zal de Maasafvoer opnieuw gaan stijgen. De Rijn krijgt hier maar een beetje van mee en de waterstand zal daar maar weinig verder stijgen. In het waterbericht leest u hoe ver de afvoeren en waterstanden de komende dagen zullen stijgen en wat de verwachtingen voor de lange termijn zijn. 

In Water Inzicht het derde deel van de analyse van de waterstanden in het afgelopen decennium. Twee weken geleden stonden de gemiddelde waterstanden van de Nederlandse Rivieren centraal en vorige week de extremen die opgetreden waren in de Rijn. In de vorige weken zagen we dat de rivieren in de wintermaanden meer water aangevoerd hebben dan gemiddeld, maar bij de Rijn heeft dat niet geleid tot veel en langdurig hoogwater. In de zomers en vooral in het najaar voerden de rivieren flink wat minder water aan dan gemiddeld en bij de Rijn waren er veel jaren met langdurige perioden van laagwater. Opvallend daarbij was dat extreem lage waterstanden juist weer niet zo veel voorkwamen.

Vandaag staan de extremen van de Maas centraal, hoe vaak kwamen hoge afvoeren voor en duurden de laagwaterperioden als gevolg van de droogte in Midden Europa dit decennium langer dan in het verleden. 

Water van de week

Een groot lagedrukgebied bepaalt voorlopig het weer in de stroomgebieden

De afgelopen week stond in het teken van een groot lagedrukgebied dat boven de Britse Eilanden lag en van maandag t/m woensdag veel regen bracht in vooral de Ardennen en delen van Midden Duitsland. De grote hoeveelheid regen op die plaats was een beetje een verrassing, want daags ervoor was nog voorzien dat de meeste regen in Zuid Nederland en Noord België zou vallen. Uiteindelijk viel daar de minste regen en was het juist in het zuiden van België en het noorden van Nederland erg nat.

De nattigheid in het noorden van Nederland zorgde voor hoogwater in beken in dat deel van het land. Zo steeg het peil van de Overijsselse Vecht, na de Rijn en de Maas de grootste rivier van Nederland, naar een hoge waarde, en in Drenthe traden verschillende beken buiten hun oevers. Ondertussen viel er in het zuiden van Nederland maar weinig regen, terwijl regenval daar na de droge zomer extra hard nodig is. 

Vanaf donderdag loste het lagedrukgebied langzaam op en werd het een paar dagen droog weer, zodat de waterstanden in beken en rivieren weer wat konden dalen. Deze rust is maar van korte duur want inmiddels is een nieuw lagedrukgebied op het toneel verschenen dat vrijwel exact de koers van haar voorganger volgt. Vorige week liet ik in het waterbericht een weerkaart zien waarin de verwachting nog was dat dit lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan via Scandinavië naar het oosten zou trekken, maar een hogedrukgebied boven Rusland, waarvan verwacht werd dat het weg zou trekken, week niet van zijn plaats en daarom blijft het lagedrukgebied als het ware gevangen liggen boven West Europa. 

Nu is het lagedrukgebied nog erg actief en gaat het gepaard met storm en veel regen, maar na morgen lost het ook langzaam op en dooft de invloed weer uit. Net als bij haar voorganger valt er vandaag veel regen in delen van Nederland (dit maal vooral het westen) en wederom in het zuiden van de Ardennen. Vorige week viel er in lokaal bijna 10 cm regen in de Ardennen, voor de komende 3 dagen wordt niet meer dan 3 tot 4 cm verwacht en de Maas ontvangt daarom minder extra water dan in de afgelopen week.

De regenzones die samenhangen met het lagedrukgebied dringen niet ver het Europese continent op en het stroomgebied van de Rijn blijft grotendeels buiten schot. Alleen de Moezel en enkele kleinere zijrivieren in Midden Duitsland ontvangen wat extra water. Dit water valt dan wel net samen met een kleine watergolf die nog onderweg is vanuit de Bovenrijn en daarom kan de waterstand bij Lobith later deze week nog verder stijgen. 

Het lagedrukgebied blijft waarschijnlijk nog de hele week boven onze omgeving liggen, maar de scherpe kantjes gaan er snel vanaf.  De regenzones die er rondom heen trekken worden daarom steeds minder actief en vanaf woensdag valt er nergens meer voldoende regen om de rivieren nog verder te laten stijgen. Voorlopig is er ook op langere termijn geen nieuw lagedrukgebied op komst en dat betekent dat het nieuwe jaar begint met dalende waterstanden en de kans is groot dat dat wel tot 10 januari of nog wat langer kan duren.

Rijn eerst stabiel rond 10 m +NAP, later in de week nog iets hoger

De waterstand bij Lobith is de afgelopen dagen met ca 1,5 meter gestegen en voor het eerst sinds medio maart steeg de stand tot boven de 10 meter.  De afvoer bedraagt nu ca 2700 m3/s, wat ongeveer normaal is voor de tijd van net jaar. Vandaag en morgen stijgt de stand nog langzaam wat verder tot ca 10,2 m +NAP. 

Vanaf woensdag gaat de stand dan nog iets stijgen als het water arriveert van de regen die vandaag en morgen in het stroomgebied van de Moezel valt. Veel regen wordt daar niet verwacht en samen met nog wat extra water uit Zuid Duitsland zou de stand bij Lobith misschien net tot de 10,5 m kunnen stijgen; de afvoer bedraagt dan 3000 m3/s. De hoogste stand verwacht ik op 31 december. 

Daarna gaat de stand weer dalen en op 2 januari zakt het peil dan weer onder de 10 meter. De daling zet zich naar verwachting lange tijd door en de kans is groot dat ongeveer en week later, rond 10 januari ook de 9 meter weer onderschreden wordt.

Maas stijgt morgen en overmorgen nogmaals naar boven 1000 m3/s

Vrij onverwacht trad afgelopen week in de Maas een kleine hoogwatergolf op. Van 21 t/m 23 december viel veel regen in de zuidelijke Ardennen en de afvoer bij Maastricht steeg daardoor tot net iets boven de 1300 m3/s op 24 december. Dit is een afvoer die gemiddeld iedere winter wordt bereikt, in sommige winters ook wel wat vaker. 

Omdat het sinds 24 december droog vrijwel bleef in het stroomgebied, is de afvoer na de piek ook weer snel gaan dalen en inmiddels is de afvoer weer gedaald tot ca 750 m3/s. Vanaf vanmorgen is het weer gaan regenen in de Ardennen en later vandaag zal de stand daarom weer langzaam gaan stijgen. De regenzone lijkt wat sneller over te gaan trekken dan vorige week en ook zijn de neerslaghoeveelheden flink wat kleiner. Al met al zou er zo'n 300 m3/s extra water naar de Maas kunnen stromen, zodat de afvoer bij Maastricht tot net boven de 1000 m3/s uit zou kunnen stijgen. 

Die afvoer wordt dan op maandag 28/12 bereikt. Ook morgen wordt er in vooral de zuidelijke Ardennen nog regen verwacht. De hoeveelheden die verwacht worden zijn niet zo groot, maar mogelijk dat het toch nog wat extra water oplevert voor de Maas. Een stijging tot ca 1100 of misschien 1200 m3/s op dinsdag zou dan mogelijk zijn. Omdat het lagedrukgebied snel minder actief wordt is het onwaarschijnlijk dat er veel meer regen gaat vallen en een groter hoogwater is daarom niet te verwachten. 

Vanaf woensdag wordt het ook voor langere tijd vrijwel droog in het stroomgebied en daarom zullen de afvoeren dan ook weer gaan dalen. Die daling kan zeker een week aanhouden en het ziet er naar uit dat de afvoer in de eerste week van januari weer gaat dalen naar 500 m3/s of lager. 

water inzicht

Het decennium 2011 - 2020 is bijna afgelopen en dit is het derde deel van een drieluik over hoe de afgelopen 10 jaar zijn verlopen in onze rivieren. Twee weken geleden liet ik zien hoe de de rivieren voerden in deze 10 jaar in vergelijking met het langjarig gemiddelde relatief weinig water aanvoerden; vooral in de zomermaanden en het najaar was de afvoer lager dan normaal, in de winter voerden de rivieren juist meer water af. Bij de Rijn zagen we vorige week dat hoogwater niet veel voorkwam en extreem hoogwater al helemaal niet. Lage afvoeren daarentegen traden veel vaker op dan normaal, maar extreem laag juist weer niet zoveel. De Maas ontvangt zijn water grotendeels uit een gebied in Centraal Europa dat naast het stroomgebied van de Rijn ligt en bij de gemiddelde afvoeren zagen we al veel overeenkomsten tussen Maas en Rijn. Het is de vraag of dat ook voor de extremen geldt.  

Hoge en lage afvoeren in de Maas in het afgelopen decennium

In de eerste grafiek hieronder is de afvoerreeks van de Maas over de hele periode van 10 jaar achter elkaar gezet. De blauwe lijn geeft het verloop in deze 10 jaar weer en de dunne zwarte lijn het langjarige gemiddelde. De perioden dat de afvoer hoger of lager was zijn respectievelijk blauw en oranje ingekleurd. De hoogwaters in de winter vallen bij de Maas meteen op omdat ze vaak tot ver boven het gemiddelde uitstijgen. Verder valt op dat de laagwaterperioden vooral later in de zomer optreden.

De hoogste afvoer werd dit decennium al meteen in de eerste 10 dagen van januari 2011 bereikt. De afvoer steeg toen tot een respectabele 2300 m3/s bij Monsin (dat is 2285 m3/s bij Maastricht); de op 6 na hoogste stand sinds 1911. Daarna bleven de hoogwaters beperkt in hoogte, alleen in februari 2020 en in was er nog een relatief hoge afvoer van ca 1750 m3/s.

In 2011, maar vooral de laatste 4 jaar zakte de Maas in de nazomer en het najaar vaak langdurig onder de gemiddelde afvoer voor die tijd van het jaar. Opvallend is ook de winter van 2017 toen er op een korte periode na ook gedurende de winter langdurig lage afvoeren optraden. Die winter domineerden hogedrukgebieden drongen maar weinig regengebieden vanaf de Oceaan tot de stroomgebieden door. 

De oranje vlakken in de figuur zijn duidelijk ruimer vertegenwoordigd dan de blauwe vlakken en hierin zien we terug dat de Maas deze 10 jaar relatief minder water afvoerde dan gemiddeld. Het verschil bij de Maas met het langjarig gemiddelde was echter wat minder groot dan bij de Rijn. De laagste afvoer bij de Maas bedraagt ongeveer 35 tot 40 m3/s en deze wordt in meerdere jaren bereikt als de afvoer langere tijd laag is.  

Net als de Rijn traden bij de Maas twee zomerhoogwaters op. Zowel in 2013 als 2016 kwam de afvoer in juni tot een vrij hoge waarde. Vooral de situatie in juni 2016 was opvallend om dat de afvoer toen enkele weken tussen de 500 en 750 m3/s schommelde. Het was een periode dat er bijna dagelijks zeer zware buien over Zuid Nederland en delen van België en Duitsland trokken, waardoor de waterstand in de Maas langdurig hoog stond voor de tijd van het jaar. 

10 jaar Maasafvoer.jpg

Afvoerverloop van de Maas bij Monsin in m3/s. Perioden met een afvoer boven gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.
Afvoerverloop van de Maas bij Monsin in m3/s. Perioden met een afvoer boven gemiddeld zijn blauw gekleurd, onder gemiddeld oranje.

In de volgende figuur, hieronder zijn de afvoeren van alle dagen van de afgelopen 10 jaar verdeeld in 14 verschillende klassen. De blauwe kolommen geven het gemiddeld aantal dagen per jaar weer van dit decennium, de oranje het langjarig gemiddelde.

De lage afvoeren (<105 m3/s) waren oververtegenwoordig t.o.v. normaal. Met name van de klasse tussen 50 en 75 m3/s waren er veel meer dagen dan normaal. Dit ging vooral ten kostte van dagen tussen 105 en 250 m3/s. Dat zijn vooral dagen die gewoonlijk in de zomer optreden en hier zien we in terug dat vooral in de zomer de afvoer vaak lager was dan normaal. De allerlaagste afvoeren kwamen opvallend genoeg weer niet vaker voor dan normaal. Dit zagen we ook bij de Rijn. Blijkbaar duurden de langdurige perioden met lage afvoer ook weer niet zo lang dat de afvoeren tot extreem lage waarden daalden. 

Bij de hogere afvoeren zijn de licht verhoogde afvoeren, tussen 325 en 650 m3/s, nog wel enigszins ondervertegenwoordigd, maar de dagen met een hoge afvoer kwamen ongeveer in de normale hoeveelheden voor. Alleen de allerhoogste afvoeren (<1500 m3/s) waren er weer wat minder. Hierin wijkt de Maas weer wat af van de Rijn, waarin de lage afvoeren in alle klassen minder vaak dan normaal voorkwamen in de afgelopen 10 jaar. 

Verdeling over klassen Maas.png

Boven: verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje). Onder: de toe- en afname in procenten. van periode 2011-2020 tov het gemiddelde
Boven: verdeling van het aantal dagen over verschillende afvoerklassen waarin het huidige decennium (in blauw) wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde (in oranje). Onder: de toe- en afname in procenten. van periode 2011-2020 tov het gemiddelde

Als we de extremen van de hoogste en laagste afvoer van dit decennium afzetten tegen de extremen van eerdere decennia, dan blijkt dat deze 10 jaar niet uitzonderlijk zijn (zie de volgende figuur). De hoogste afvoer van de afgelopen 10 jaar (2300 m3/s bij Monsin, 2285 bij Maastricht) was minder hoog dan in de vorige 3 decennia, waar we ook de zeer hoge afvoer van 1993 (ca 3100 m3/s) in terugvinden. 

De trendlijn door de hoogste afvoeren (de blauwe stippellijn in de linkerfiguur) loopt licht op, wat betekent dat er toenemende trend is naar hogere afvoeren. Deze opgaande lijn wordt vooral veroorzaakt door de hoge afvoeren tussen 1990 en 2000 die de trendlijn rond die tijd even flink opgetild hebben, maar dat effect is door het gebrek aan echt hoogwater sindsdien weer deels weggewerkt. 

De laagste afvoeren schommelen ieder decennium zo tussen de 20 en 30 m3/s, op twee decennia na met een hogere waarde. Omdat de afvoer bij Monsin niet werkelijk gemeten wordt, maar een som is van 4 meetpunten daar dicht bij (Albertkanaal, Zuid-Willemsvaart, Julianakanaal en Grensmaas) is de laagste waarde niet op 1 of 2 m3/s nauwkeurig te geven. De laagste waarde is daarom vooral een indicatie en de trendlijn zegt niet zo heel veel. Wel is duidelijk dat er geen heel grote veranderingen in optreden en dat lage waarden ook in het verleden al soms optraden. 

Maximum en minimum afvoer Maas.png

Hoogste en laagste Maasafvoer per decennium sinds 1911 t/m 2020. Het gaat om de waarde bij Monsin; bij Maastricht is deze ca 15 m3/s lager.
Hoogste en laagste Maasafvoer per decennium sinds 1911 t/m 2020. Het gaat om de waarde bij Monsin; bij Maastricht is deze ca 15 m3/s lager.

In de figuur hieronder is de frequentie waarin de lage afvoeren optreden wat nader in beeld gebracht. Zowel het gemiddeld aantal dagen met een lage afvoer (<75 m3/s) als een zeer lage afvoer (<50 m3/s) is weergegeven en afgezet tegen het langjarig gemiddelde waarmee deze afvoeren optreden in de Maas. Vooral de afvoer <75 m3/s kwamen dit decennium duidelijk veel voor en op de jaren '70 van de vorige eeuw na was het het hoogste aantal binnen 10 jaar. De meer extreem lage afvoeren van <50 m3/s waren er niet meer dan gemiddeld. Ook hier zien we terug dat er wel vaak lage afvoeren waren, maar niet zo vaak extreem lage. 

Als de trendlijnen bekeken worden, dan valt op dat de lage afvoeren duidelijk toenemen, terwijl de zeer lage afvoeren ongeveer stabiel zijn. Wat de lage afvoeren betreft wijkt de Maas af van de Rijn, want daar zagen we dat ook de lage afvoeren (dat is bij de Rijn <1250 m3/s) geen opgaande trend laten zien.  De zeer lage afvoeren lieten bij de Rijn zelfs een neergaande lijn zien. De Maas lijkt dus meer dan de Rijn te maken te hebben met het vaker optreden van lage afvoeren.

Lage afvoeren Maas frequentie.png

Frequentie van het aantal dagen met een lage afvoer van resp 50 en 75 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020
Frequentie van het aantal dagen met een lage afvoer van resp 50 en 75 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020

De laatste grafiek hieronder geeft het aantal hoogwaterperioden weer dat per decennium is opgetreden. Hierbij is onderscheid gemaakt in een hoogwater van meer dan 1500 m3/s, wat ongeveer de gemiddelde hoogwaterafvoer is die jaarlijk optreedt. Dit decennium werd die waarde 4 keer overschreden, wat relatief 1 keer minder is dan gemiddeld. De periode met de meeste hoogwaters is tussen 1961 en 1970 met 10 keer. De periode van 1991 tot 2000 kende wel heel hoge hoogwaters, maar niet zo zeer hoog aantal. Het aantal hoogwatergolven van deze categorie niet toe zoals de trendlijn laat zien.

De meer extreme hoogwaters (>1750 m3/s) zijn dit decennium niet veel opgetreden, slechts één keer gebeurde dat, in 2011. De trendlijn voor de grote hoogwaters loopt wel op, wat vooral veroorzaakt wordt door het hoge aantal in de perioden tussen 1991 en 2010. Het afgelopen decennium heeft die trend niet verder op doen lopen, maar juist weer wat omlaag getrokken. 

Schermafbeelding 2020-12-27 om 21.00.09.png

Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 1500 m3/s en 1750 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020
Aantal hoogwaters met een afvoer van respectievelijk > 1500 m3/s en 1750 m3/s per decennium sinds 1911 t/m 2020

Samengevat werd de Maas het afgelopen decennium meer gedomineerd door lage afvoeren dan door hoge afvoeren. Vooral de zomerafvoeren waren vaker lager dan normaal. Zeer lage afvoeren kwamen echter, net als bij de Rijn, niet veel vaker voor. In de winterperiode voerde de Maas vooral in de tweede helft van de winter meer water af dan in de gemiddelde jaren.

Eenmaal werd dit decennium een zeer hoge afvoer gemeten, dat was meteen in het begin van 2011, maar buiten die ene keer kwam het niet vaak tot hoge afvoeren (>1500 m3/s). De hoge afvoeren (tussen de 750 en 1500 m3/s) die ieder jaar enkele keren optreden, kwamen wel in ongeveer de normale hoeveelheid voor. De Maas week hierin af van de Rijn, want daar waren er relatief weinig hoogwaters.