U bent hier

Komende weken weinig neerslag en dalende waterstanden

Rijn en Maas zijn naar een relatief lage stand gedaald voor de tijd van het jaar. Soms valt er wel wat regen, maar net voldoende om de waterstand dan even te stabiliseren voordat de daling weer inzet. Een overgang naar nattere omstandigheden met wat hogere waterstanden is voorlopig niet in zicht. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op maart; een maand die de laatste decennia opvallend vaak relatief lage afvoeren kende, terwijl het aan het eind van de vorige eeuw nog even de maand met gemiddeld de hoogste afvoer was van het jaar. 

water van de week

Hogedrukgebieden houden de neerslag op afstand, met soms een korte onderbreking met wat neerslag.

Vorige week was al voorzien dat een hogedrukgebied rond deze tijd vanaf de Atlantische Oceaan naar het Europese continent zou trekken, maar waar het precies zou komen te liggen was toen nog niet duidelijk. Nu het hogedrukgebied inderdaad is ontstaan, verwachten de weermodellen dat het over onze omgeving naar Scandinavië trekt, waar het medio komende week arriveert. Omdat dit hogedrukgebied ook in uitloper in stand houdt richting de Azoren, kunnen lagedrukgebieden vanaf dat Atlantische Oceaan onze omgeving dan niet bereiken.

In de tweede helft van de week schuift het Scandinavische hogedrukgebied echter zo ver naar het oosten dat er een kansje is dat het een lagedrukgebied toch net wel lukt om zich tussen het Azoren-hogedrukgebied en het Scandinavische hogedrukgebied in te positioneren. Dat is dan precies boven onze omgeving en dat zou betekenen dat er dan wel neerslag kan gaan vallen, maar het is allemaal nog erg onzeker wat er dan gebeurt. Dat zien we ook terug in de meerdaagse verwachting die soms voor donderdag en vrijdag een flinke hoeveelheid regen verwachten en een dag later is dat uit de verwachting weer verdwenen. Als het zo uitkomt als de verwachting nu aangeeft, dan zou er 10 tot lokaal 20 mm regen kunnen vallen in Nederland, het midden van Duitsland en de Ardennen. Dat is dan voldoende voor een lichte stijging van de rivieren.

Vanaf zaterdag herstelt de verbinding zich tussen de beide hogedrukgebieden en dat betekent een terugkeer van het droge weertype. Vanaf dinsdag of woensdag in de week na het volgend weekend lijkt zich dit patroon te herhalen: de hogedrukgebieden wijken wat uit elkaar en ongeveer boven onze omgeving kan zich dan weer een klein lagedrukgebied ontwikkelen, dat neerslag gaat brengen. Ook dan worden geen grote hoeveelheden verwacht, maar misschien dat het de rivieren net weer een zetje kan geven, zodat ze niet, voor de tijd van het jaar, te ver wegzakken.

Rijn daalt eerst naar ca 8,1 m NAP; eind van de week weer iets stijgend.

Het verloop van de waterstand in de Rijn bij Lobith was de afgelopen week opvallend stabiel; tussen 8,4 m en 8,45 m NAP. Voor de tijd van het jaar is dat aan de lage kant want gewoonlijk bedraagt de waterstand begin april ongeveer 9,4 m NAP. In de rubriek Water Inzicht ga ik hier wat dieper op in dat zo’n wat lagere stand eind maart tegenwoordig geen uitzondering meer is. De lage waterstand is het gevolg van een vrij droge tweede helft van maart.

Dat de waterstand toch niet verder daalt, is weer het gevolg van zo nu en dan een korte opleving van de neerslag. In het begin van de afgelopen week waren dat de buien die vanaf de Noordzee over het stroomgebied werden aangevoerd. Die noordwestelijke stroming leverde vooral voor de noordzijde van de Alpen nog een aardige hoeveelheid extra sneeuw op. Een week eerder was het sneeuwdek al flink gestegen, maar de afgelopen week kwam daar op een aantal plekken nog meer dan 1 m bij.

Inmiddels ligt boven de 2000 m een sneeuwdek dat is aangegroeid tot ruim boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Als niet te veel sneeuw in de komende weken verdampt door intensieve zonnestraling op het sneeuwdek, kan de Rijn vanaf half april nog aardig wat smeltwater verwachten. Dit zou dan voorkomen dat de waterstand in mei en juni al te ver daalt, zelfs bij droog weer in de rest van het stroomgebied.

De komende week lijkt wat het de neerslag betreft een beetje op de voorgaande mits er inderdaad In de tweede helft van de week weer wat neerslag gaat vallen. Tot die tijd daalt de waterstand met zo’n 5 cm per dag vanaf de huidige 8,45 m naar ca 8,1 tot 8,2 m NAP aan het eind van de week. De afvoer die nu nog ca 1.600 m3/s bedraagt zal dan gedaald zijn tot ca 1.400 m3/s.  Vanaf het komend weekend arriveert weer wat extra water van de neerslag die vanaf donderdag aanstaande gaat vallen. De hoeveelheden zijn echter klein en de stijging zal niet meer dan enkele decimeters bedragen, tot ca 8,3 m NAP op maandag 13 april; bij een afvoer van ca 1.500 m3/s.

Mocht de regen uitblijven, dan zou er zelfs helemaal geen stijging kunnen komen. In de rest van de week daalt de waterstand dan weer langzaam verder en als de hoeveelheid regen die in die week zou kunnen vallen, ook beperkt blijft dan is de kans groot dat de waterstand daalt naar ca 8 m NAP in de tweede helft van die week, dat is vanaf 16 april. De afvoer is dan gedaald tot ca 1.350 m3/s, wat laag is voor de tijd van het jaar. Net als de maand maart is april de laatste decennia ook vaak droog verlopen, dus uitzonderlijk is een lage afvoer niet voor deze tijd van het jaar.

Maas schommelt komende tijd rond 200 m3/s.

De Maasafvoer daalde de afgelopen week langzaam, van ca 250 naar 220 m3/s. Het was dan ook overwegend droog in het stroomgebied en het beetje regen dat in de tweede helft van de week viel, leverde geen stijging op. De eerstkomende dagen blijft het nog droog en daalt de afvoer verder naar net onder de 200 m3/s op donderdag. Vanaf die dag zou er weer regen kunnen vallen in de Ardennen als een klein lagedrukgebied zich tot over onze omgeving uitbreidt.

De exacte positie en ook de hoeveelheden regen die tot op gaat leveren is echter nog onzeker maar mocht het zo'n 15 tot 20 mm worden op donderdag en vrijdag waar nu vanuit wordt gegaan, dan kan dat vanaf donderdag een lichte stijging van de Maas betekenen. Maar veel meer dan 250 m3/s op vrijdag en zaterdag verwacht ik niet. Daarna gaat de afvoer ook weer dalen, want vanaf het weekend breken weer een aantal drogere dagen aan. Rond 15 april zou de afvoer dan weer tot onder de 200 m3/s kunnen zijn gedaald.

Mogelijk dat het daarna weer tot een nieuwe lichte opleving komt, als er ook in die week rond dinsdag of woensdag weer wat regen gaat vallen. Deze verwachting is nog erg onzeker en Het is ook niet uit te sluiten dat die week vrijwel droog verloopt zodat de waterstanden verder dalen richting 175 en later 150 m3/s. Daarvoor zullen we de verwachting van volgende week moeten afwachten. 

Water Inzicht

De maand maart is vooral in het stroomgebied van de Rijn de laatste 20 jaar droger geworden

In de Rijn bij Lobith kwam de gemiddelde afvoer over de maand maart uit op circa 2.235 m3/s. Dat is 15% minder dan het langjarig gemiddelde dat in maart ruim 2.600 m3/s bedraagt. Maart heeft de laatste tijd opvallend vaak een lager dan gemiddelde afvoer gehad. Sinds 2009 was er maar één jaar (2010) met een duidelijk hoger dan gemiddelde afvoer, in alle andere jaren was de afvoer lager. Soms zelfs fors lager zoals vorig jaar toen maar net de helft van de normale afvoer ons land binnenstroomde. 

Al deze jaren met een relatief lage afvoer hebben ervoor gezorgd dat de 30-jarig gemiddelde afvoer over maart in de afgelopen decennia duidelijk is gedaald. Aan het eind van de vorige eeuw en de eerste jaren van de huidige eeuw was de situatie nog heel anders, toen waren er relatief veel maartmaanden met een hoge afvoer en steeg het langjarig gemiddelde nog .Deze was zelfs even hoger dan 3.000 m3/s en maart was toen de maand met de gemiddeld hoogste Rijnafvoer van het jaar. Maar sinds 2009 heeft een kentering ingezet en is de afvoer langzaam af gaan nemen. De grafiek hieronder laat van jaar tot jaar de afvoer in maart zien en het 30-jarig gemiddelde.

Scherm­afbeelding 2026-04-05 om 11.58.18.png

Gemiddelde afvoeer van de Rijn in maart sinds 1901, met trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.
Gemiddelde afvoeer van de Rijn in maart sinds 1901, met trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.

Dit afname van de gemiddelde afvoer in maart wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat het met name in Duitsland in maart droger is geworden. In bijvoorbeeld de deelstaat Baden Württemberg, waar het Zwarte Woud ligt en waar de Rijn veel water uit ontvangt, is er een duidelijke trend zichtbaar naar steeds drogere maartmaanden. Of deze trend de komende tijd doorzet is nu nog niet te zeggen. Als we in de meetreeks terugkijken, zien we vaker perioden van enkele decennia dat het natter of juist droger is, maar de mate waarin maart nu droger is geworden in Zuid-Duitsland is wel de meest extreme sinds het begin van de metingen.

Dat nog geen sprake is van een doorgaande negatieve trend laat ook de trendlijn zien over de hele meetreeks, deze loopt ondanks de vele lage afvoeren van de laatste 20 jaar, toch nog steeds een beetje op. Wat wel definitief veranderd is, is het aantal dagen dat er in maart nog sneeuw lag in de Duitse Middelgebergten. Zo bedroeg dat aantal rond 1980 in Baden Württemberg nog gemiddeld 8 terwijl dat inmiddels is afgenomen tot 1 à 2 en ook in Nordrhein Westfalen, waar bijvoorbeeld het Sauerland ligt, is het aantal dagen met een sneeuwdek in maart teruggelopen tot bijna nul. Op smeltwater in maart hoeft de Rijn daarom ook niet meer te rekenen en dat betekent dat de Rijn aan de start van het zomerseizoen vaker te maken zal krijgen met een al lagere afvoer.

Voor het waterbeheer in Nederland hoeft een lage maartafvoer nog niet meteen een probleem te zijn want ook met een gemiddelde afvoer van ruim 2000 m3/s kunnen alle gebruikers van het water nog prima worden voorzien. Voor de natuur is een lage maart afvoer echter wel ongunstig want juist in het begin van het groeiseizoen is het belangrijk dat de moerassen en het grondwater in de uiterwaarden goed gevuld zijn. Met een laag beginpeil is de kans namelijk veel groter dat dit later in het jaar niet meer wordt aangevuld en deze gebieden in de zomer opdrogen. Veel soorten die afhankelijk zijn van de nattigheid verdwijnen dan uit de uiterwaarden.

Voor de andere gebruikers van het rivierwater in Nederland geldt dat zij na een drogere start in maart meer afhankelijk worden van hoe het zomerhalfjaar zich verder ontwikkeld. Een droge periode van enkele weken groeit dan al snel uit tot een probleem, terwijl dat vroeger, toen er ook al wel langere droge perioden waren, minder snel een probleem was.

Scherm­afbeelding 2026-04-05 om 11.58.31.png

Gemiddelde afvoer van de Maas in maart sinds 1911, met trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.
Gemiddelde afvoer van de Maas in maart sinds 1911, met trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.

Ook de Maas (zie grafiek hierboven) had een lager dan gemiddelde afvoer in maart. Deze kwam uit op 335 m3/s, terwijl 385 m3/s het langjarig gemiddelde is. Dat de afvoer nog redelijk hoog was had de Maas vooral te danken aan het kleine hoogwatergolfje dat eind februari door de Maas stroomde. Daardoor was de afvoer vooral in de eerste 10 dagen van maart nog relatief hoog.

Ook bij de Maas is de afvoer in maart In de afgelopen 20 jaar wel wat afgenomen maar minder sterk dan bij de Rijn. Het dertigjarig gemiddelde bij Maastricht is na een piek rond 2007, wel wat gedaald, maar bedraagt nog steeds ongeveer 420 m3/s. Er waren hier de laatste ca 20 jaar ook meer jaren met een hoger dan gemiddelde afvoer. Maar net als bij de Rijn waren er ook aardig wat jaren met een heel lage maart-afvoer zoals bijvoorbeeld vorig jaar toen de Maas ook maar 50% van de normale gemiddelde afvoer naar Nederland afvoerde.

Het huidige opdrogen van de maand maart is in het stroomgebied van de Maas dan ook wat minder extreem als verder naar het zuiden zoals we bij Baden Württemberg zagen. De gevolgen daarvan zien we ook terug in de trendlijn, die bij de Maas nog wel duidelijk oploopt, veel meer dan bij de Rijn.