U bent hier

Koude week, een beetje neerslag, stabiele waterstanden

Het voorjaar verloopt grillig tot nu toe, met temperaturen die soms naar boven en enkele dagen later weer naar beneden uitschieten. De komende week verloopt zelfs erg koud voor de tijd van het jaar en in de Middelgebergten wordt ook een laagje sneeuw verwacht. Groot zijn de neerslaghoeveelheden echter niet en als deze sneeuw later in de week weer smelt zal dat maar weinig invloed hebben op de rivierafvoeren. Op wat langere termijn overheerst de invloed van hogedrukgebieden en dat betekent overwegend droog weer. In het waterbericht leest u de verwachtingen voor de rivierafvoeren in de komende tijd.

Vorige week besteedde ik in de rubriek Water Inzicht aandacht aan de maand april, die in Nederland de laatste decennia steeds droger is geworden. In de analyse van deze week verken ik in hoeverre april ook buiten onze grenzen droger is geworden en of we daar iets van terug zien in de rivierafvoeren van Rijn en Maas. 

Water van de week

Lucht vanaf Noordpool stroomt uit over West-Europa.

Het Europese hogedrukgebied dat in het begin van de week met een zuidelijke stroming de warmte bracht in onze omgeving heeft vanaf donderdag het stokje overgedragen aan een nieuwe hogedrukgebied ten zuiden van IJsland. De wind is daardoor naar het noorden gedraaid en de lucht die nu aangevoerd wordt is al flink wat koeler. Sinds gisteren heeft zich ook een groot lagedrukgebied ontwikkeld boven Scandinavië en dat jaagt de komende dagen de noordelijke luchtstroming nog wat verder aan.

Daarmee kan zeer koude lucht, die zich 2 dagen geleden nog boven de Noordpool bevond, tot ver naar het zuiden uitstromen en zelfs een groot deel van West Europa overspoelen. In de koude lucht worden buien meegevoerd die al snel een winters tintje zullen krijgen en in het binnenland zal dat vaak sneeuw zijn. In de Middelgebergten van België, Frankrijk en Duitsland blijft de sneeuw zelfs overdag liggen en vormt zich van maandag t/m woensdag een nieuw sneeuwdek dat tot 20 à 30 cm dik kan worden. De Alpen spannen de kroon, want daar kan in het hooggebergte tot 70 cm verse sneeuw vallen. 

Vanaf donderdag verplaatst het IJslandse hogedrukgebied zich naar het zuiden en draait de luchtstroming bij ons wat naar het westen en wordt het minder koud. De sneeuw in de Middelgebergten zal dan weer smelten, maar omdat de dooi in eerste instantie niet gepaard gaat met regenval, zal het smeltwater slechts een beperkte invloed hebben op de waterstanden in de rivieren. De nieuwe sneeuw in de Alpen zal voorlopig nog niet smelten, dat voegt zich bij het forse sneeuwdek dat er al ligt en zal pas later in het voorjaar gaan smelten. 

De westelijke stroming houdt ook rond het weekend nog aan en mogelijk dat er dan wel wat regen kan vallen. Het hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan blijft echter in de buurt liggen en breidt zich dan waarschijnlijk ook uit tot over Midden Europa. Dit is geen situatie waarbij er veel regen verwacht hoeft te worden. De kans is daarom groot dat het, na het koude intermezzo aan het begin van de week, voorlopig aan de droge kant blijft en de rivieren hoeven daarom ook op wat langere termijn niet op veel extra water te rekenen.

Rijn vrijwel stabiel, eerst net boven, later net onder 8,5 m +NAP

De waterstand in de Rijn is de afgelopen week nog langzaam gedaald; het waren de naweeën van een klein golfje een week of twee geleden. Inmiddels is de stand net boven de 8,5 m +NAP uitgekomen en de afvoer bedraagt ca 1700 m3/s.

De komende dagen daalt de waterstand niet of nauwelijks verder en waarschijnlijk duurt het tot volgend weekend voordat de stand onder de 8,5 m zakt. Daarna verandert er ook nog weinig. Het smeltwater van de sneeuw die vanaf maandag t/m woensdag in de stroomgebieden valt, komt dan bij Lobith aan, maar de hoeveelheid water die dit oplevert is waarschijnlijk net voldoende om de daling op te heffen, die er zou zijn geweest als er geen neerslag was gevallen. 

Waarschijnlijk zal de waterstand later in de week na volgend weekend, dat is rond 15 april, wel wat verder gaan dalen. Dit hangt dan vooral af of er neerslag gaat vallen in het stroomgebied rond 10 - 12 april en daar ziet het voorlopig nog niet naar uit.

Maas daalt verder naar ca 150 m3/s

De Maas is de afgelopen week vrij snel verder gedaald en zakte in het midden van de week onder de 200 m3/s en aan het eind van de week werd de 175 m3/s ook onderschreden. Gemiddeld over de meetreeks wordt de 200 m3/s doorgans pas halverwege mei bereikt, maar als gevolg van de voorjaarsdroogte die de laatste jaren veel is opgetreden, gebeurt dat tegenwoordig vaak al veel eerder. 

In die jaren lukt het de Maas zelden om later in het voorjaar nog weer naar een hogere afvoer te stijgen. Een kortdurende opleving is er dan soms wel, maar gemiddeld over de hele maand gebeurt het maar zelden dat de Maas in mei meer water afvoert dan in april en in juni is de kans daarop nog veel kleiner. De kans is daarom groot dat met de lage afvoeren die de Maas nu tegemoet gaat, de trend al weer gezet is voor een groot deel van de zomer. 

De komende week wordt er wel wat neerslag verwacht in het stroomgebied. Vanaf maandag t/m woensdag kan er ca 1 tot 1,5 cm vallen, waarvan in de Ardennen een groot deel als sneeuw zal vallen. Vanaf donderdag gaat dat dan weer smelten en op vrijdag kan dat voor een kleine opleving zorgen in de afvoeren. Veel zal het niet zijn, want er wordt verder nauwelijks regen verwacht en smeltwater alleen leidt nooit tot een duidelijke stijging van de afvoer. 

Ook in en na het volgend weekend wordt niet veel regen verwacht en daarom ziet het er naar uit dat de Maasafvoer ook in de week na het volgend weekend niet veel zal veranderen. Al met al verwacht ik dat de afvoer de eerste helft van de komende week langzaam verder daalt naar ca 150 m3/s bij Maastricht. Van donderdag t/m zaterdag blijft de stand stabiel, of stijgt iets naar ca 175 m3/s, misschien 200 m3/s. vanaf het volgend weekend gaat de afvoer dan weer langzaam verder dalen en rond 15 april kan dan ook de 125 m3/s bereikt worden. 

Water inzicht

Neerslagontwikkeling april in de stroomgebieden

Vorige week liet ik zien dat april een van de weinige maanden van het jaar is die in de loop van de vorige eeuw steeds droger is geworden. Terwijl de meeste maanden gemiddeld langzaam natter worden, gaat april zijn eigen weg en werd juist steeds droger. Dit beeld zien we ook terug buiten de grens in het stroomgebied van de Rijn. Ik heb daarvoor de neerslagontwikkeling van De Bilt vergeleken met die van het zuiden van Duitsland. Uit die regio ontvangt de Rijn altijd veel water en als het daar droger is geworden in april dan zal dat ook invloed hebben op de waterstanden. Ter vergelijking heb ik ook de neerslag-ontwikkeling voor mei in de grafieken weergegeven.

30 jr NL.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in de Bilt
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in de Bilt

Schermafbeelding 2021-04-07 om 21.19.32.png

erloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in Baden Wurtenberg
erloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in april en mei in Baden Wurtenberg

In de beide grafieken is het verloop van het 30-jarig maandgemiddelde weergegeven. Dat wil zeggen dat een waarde in de grafiek staat voor het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren. In De Bilt bijvoorbeeld bedroeg de waarde voor het jaar 2000 ca 45 mm, wat dus wil zeggen dat het gemiddelde over de aprilmaanden van 1971 t/m 2000 45 mm bedroeg. 

In de figuren is te zien dat de maand april steeds droger is geworden; zowel in Nederland als Baden Würtenberg is er een duidelijke daling vanaf ca 1995 (dwz vanaf het tijdperk 1965-1995). In de periode daarvoor was april in Nederland vrij stabiel, terwijl er in Baden Würtenberg eerder ook al een drogere periode was rond 1970 (dwz van ca 1940-1970). Wat verder opvalt is dat het verschil tussen april en mei groter is geworden, want mei is namelijk natter geworden. Aanvankelijk leken de maanden wat de neerslag betreft nog wel op elkaar, mei was altijd al iets natter, maar vooral de laatste 30 jaar is het verschil sterk gegroeid.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat regen in april nog vooral veroorzaakt wordt door depressies die vanaf de Atlantische Oceaan fronten aanvoeren, terwijl neerslag in mei ook al voor een groot deel door buien wordt veroorzaakt. Als gevolg van de klimaatverandering is de oceaan in april minder scheutig met lagedrukgebieden geworden, terwijl de buien in mei wel krachtiger zijn geworden.

De extra neerslag in mei zal de afname in april maar deels kunnen opheffen. Zoals ik vorige week liet zien is de verdamping in april namelijk ook sterk toegenomen en dat is in de landen om ons heen niet anders. De verdamping hangt namelijk vooral samen met de temperatuur en die is overal sterk gestegen in de laatste decennia. 

De gevolgen van de geringere hoeveelheid neerslag in april in het stroomgebied zien we ook terug in de afvoergegevens van de Rijn. In de eerste grafiek hieronder is van iedere aprilmaand de gemiddelde afvoer weergegeven en daarbij het 30-jarig gemiddelde en ook de trendlijn over de hele maatreeks. De tweede grafiek is hetzelfde maar dan voor de maand mei.

30-j Rijn april grijs met TL.png

Rijnavoer in april bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Rijnavoer in april bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

30-j Rijn mei grijs met tl.png

Rijnavoer in mei bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Rijnavoer in mei bij Lobith met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

In het 30-jarig gemiddelde zien we zowel bij april als bij mei een duidelijke daling in de laatste decennia. Met name de laatste 15 jaar is in april de afvoer sterk gaan dalen. Dit valt samen met de afname in Baden Würtenberg. Bij de trendlijn over de hele meetreeks valt op dat deze maar weinig daalt. De sterke afname van de afgelopen periode is nog niet zo groot dat deze de trendlijn sterk naar beneden trekt en zoals we in de meetreeks kunnen zien was de afvoer in de periode voor het jaar 2000 gemiddeld juist vrij hoog.

De huidige daling hoeft dan ook niet te betekenen dat dit het begin is van een nog veel langere daling. In de meetreeksen van de neerslag van Baden Würtenberg zien we ook dat er langjarige schommelingen zijn en na een periode van 30 of 40 jaar met relatief veel droge jaren kan er ook weer een periode komen met veel natte jaren. 

In de afvoergegevens van mei is er de afgelopen 20 jaar ook een dalende lijn zichtbaar. Deze is minder groot dan die bij april, maar is wel opvallend, want eerder zagen we dat de maand mei juist natter was geworden. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de Rijnafvoer in mei deels nog bepaald wordt door de neerslag die in april valt. Ook zal vanwege de toegenomen verdamping een groter deel van de neerslag die in mei valt niet meer afgevoerd worden naar de rivieren.

Het zorgt ervoor dat ondanks dat mei gemiddeld natter is geworden de Rijnafvoer in deze maand de laatste decennia toch is gaan dalen. Het droger worden van april, waarschijnlijk in combinatie met de grotere verdamping heeft dus ook invloed op de afvoeren in mei en meer regen in mei kan dat maar deels teniet doen. Net als bij april is de langjarige trend van de Rijnafvoer in mei wel vrijwel stabiel. De langjarige schommelingen zorgen ook hier voor langere perioden met meer natte jaren, afgewisseld met perioden met droge jaren. De toename in de neerslag in het stroomgebied 

In de grafieken hierna heb ik ook de situatie voor de Maas in beeld gebracht. Het gaat alleen om de grafieken voor de afvoer, omdat ik geen langjarige neerslagdata heb kunnen vinden. Wel heb ik data van Duitse stations uit de Eiffel geanalyseerd, een gebied direct naast het stroomgebied van de Maas, en die laten een zelfde beeld zien als in Baden Würtenberg; droger in april en natter in mei. Het gaat in de figuren om de afvoer bij Monsin, een plaats net bovenstrooms van de Nederlandse grens, juist voor de afsplitsing van het Albertkanaal.

Ook al ontvangt de Maas zijn water uit een ander deel van West Europa, toch lijken de grafieken veel op die van de Rijn. Vooral in april is er de laatste 15 jaar een sterke daling zichtbaar en daarvoor was er een wat langere periode met een relatief hoge afvoer. De trendlijn in april is licht negatief, maar dit zal niet significant zijn, gezien de grote spreiding van jaar tot jaar. 

In mei is een vergelijkbaar patroon zichtbaar, al is de daling in het 30-jarig gemiddelde ook hier in de laatste jaren wat minder groot. De trendlijn loopt wel iets duidelijker af. In de Maasafvoeren zien we dus een vergelijkbaar patroon als bij de Rijnafvoeren; droogte in april zorgt de laatste decennia voor een sterke afname en dit werpt zijn schaduw vooruit op mei, want ook al valt er in die maand meer neerslag, toch gaan de afvoeren ook dan omlaag.

30-j Maas april met TL.png

Maasavoer in april bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Maasavoer in april bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde

30-j Maas mei met TL.png

Maasavoer in mei bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde
Maasavoer in mei bij Monsin met trendlijn en 30-jarig gemiddelde