U bent hier

Maandag neerslag, daarna langere tijd droog

Het weer van de komende week lijkt veel op dat van de afgelopen week: rustig met weinig neerslag en slechts kleine schommelingen in de waterstanden. In het weer- en waterbericht leest u wat dit voor de waterstanden in Rijn en Maas betekent. Daarna een korte impressie van de situatie in Venetie,  waar het wederom erg hoog water is. Aan het eind van dit bericht neem ik u mee langs de drie Rijntakken - Waal, Nederrijn/Lek en IJssel, waar het Rijnwater zich binnen Nederland over verdeelt. In alle drie de Rijntakken levert dat heel verschillende situaties op.

Lage drukgebieden blijven dominant, maar zonder veel neerslag

Het rustige weer van de afgelopen tijd wordt niet, zoals meestal het geval is, door hoge druk veroorzaakt, maar juist door lage drukgebieden. Al enkele weken schuiven er grote lage drukgebieden over West Europa. Het weer daarbij is niet erg actief, al zijn er soms zones waar het even wat feller is. Dat is vannacht en morgen het geval in een zone die over de Frans-Duitse grens naar het noorden loopt tot over Nederland.

Het lage drukgebied dat dit veroorzaakt ligt nu nog boven Italië, waar het ook neerslag en een harde wind in de Adriatische Zee veroorzaakt. Verder naar het noorden brengt dit gebied voldoende neerslag in Midden Europa voor een lichte stijging van de Moezel, en daarmee de Rijn, en ook de Maas krijgt er wat extra water van mee. Op dinsdag trekt het gebied naar Skandinavië en wordt het droog in onze stroomgebieden. 

Vanaf de Atlantische Oceaan dient zich dan al weer een nieuw lage drukgebied aan, maar dat beweegt naar Zuid Europa, waardoor Rijn en Maas buiten schot blijven. Er steekt hier dan een zuidoostelijke stroming op, die tot na het weekend aan kan houden. Toch is er wel een hoge drukgebied dat belangrijk is voor ons weer. Het ligt ver oostelijk, boven Kazachstan, is erg sterk en reikt tot hoog in de atmosfeer, waardoor het de circulatie van neerslaggebieden tot in West Europa bepaalt. Waar gewoonlijk in deze tijd van het jaar de depressies eenvoudig vanaf de Atlantische Oceaan naar europa bewegen, worden ze nu sterk afgeremd en volgen dan een afwijkende koers. 

Het ziet er naar uit dat dit weerpatroon nog wel even aanhoudt en tot na het volgend weekend blijft het daarom droog in de stroomgebieden. Dat betekent dat de waterstanden, na de kleine piekjes die de regen van maandag veroorzaakt, voorlopig vooral zullen dalen.

Rijn bij Lobith daalt nog tot 8,5 m en stijgt daarna naar 9 m.

De Rijn is de hele afgelopen week gedaald en de waterstand bedraagt nu ca 8,7 m +NAP. De afvoer is dan ca 1750 m3/s, wat iets lager is dan de 2000 m3/s die normaal is voor deze tijd van het jaar. De komende dagen daalt de stand eerst nog met ca 10 cm per dag, tot 8,5 m op dinsdag, bij een afvoer van ca 1600 m3/s. Vanaf woensdag begint dan weer een kleine stijging.

Vannacht en morgen valt er namelijk flink wat regen in de Vogezen en de Eifel en dat is het herkomstgebied van de Moezel, die op maandag en dinsdag daarom zal stijgen. Het water doet er vanaf daar nog ca 2 dagen over voordat het bij Lobith aankomt. Vanaf woensdag begint dan hier de stijging en op vrijdag zal de stand ca 50 cm hoger zijn en uitkomen op ca 9,0 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 2.000 m3/s.

Vanaf het weekend zet dan weer een langere daling uit, die waarschijnlijk de hele week daarna zal duren en de kans is groot dat dan de 1500 m3/s weer onderschreden gaat worden. Nu voorspelde is dat afgelopen week ook en dat werd toen (net) niet gehaald. Ook nu blijft er kans op onverwachte situaties, want met lage druk zo dicht in de buurt kan er altijd wel een regengebied ontstaan dat wel weer voor een beetje extra water zorgt.

Maas stijgt morgen naar ca 500 m3/s

De Ardennen liggen vrijwel precies onder het regengebied dat vannacht en morgen over Midden Europa naar het noorden trekt. Er wordt tot ca 3 cm regen verwacht en dat is voldoende om de de afvoer bij Maastricht met ca 300 m3/s te laten stijgen.

Op dit moment bedraagt de afvoer bij Maastricht ca 175 m3/s en dat blijft zo tot morgenochtend. Het eerste water uit de Ardennen is altijd al na enkele uren bij de Nederlandse grens en daarom zal de afvoer bij Maastricht morgenochtend al gaan stijgen. De piek verwacht ik dan op dinsdag bij een afvoer van ca 500 m3/s.  

Na de passage van het regengebieden breken een paar droge dagen aan en de aanvoer van water naar de Maas zal dan weer snel teruglopen. Bij Maastricht verwacht ik vanaf woensdag al weer dalende standen en in het weekend zal de afvoer weer tussen de 250 en 200 m3/s zijn uitgekomen. Omdat de kans groot is dat het langere tijd droog blijft, zal de afvoer ook na het volgend weekend nog langzaam verder dalen. 

Venetie

Afgelopen week stond Venetië grotendeels onder water. Ook voor vandaag wordt weer een groot hoogwater verwacht; misschien nog wel iets hoger dan 3 dagen geleden. De verwachting van vanmorgen is dat het peil bij het St Marcoplein tot ca 1,6 m hoogte zou stijgen (zie figuur)

Schermafbeelding 2019-11-17 om 08.40.35.png

Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein
Verwachte hoogwaterstand St Marcoplein

Op de site van de Italiaanse waterdienst kunt u zelf kijken hoe hoog het peil geworden is. Vanaf een niveau van 1,0 m gaan de laagste delen van de stad overstromen. Bij een peil van 1,3 m staat de helft van de stand al onder water en vanaf 1,4 m al 90%. Vanmiddag zal dus wederom de hele stad overstromen. 

De burgemeester gaf de klimaatverandering de schuld van de overstromingen, anderen weten het aan de trage besluitvorming rond de stormvloedkering waar al een jaar of 10 aan wordt gebouwd. Als we naar de gemiddelde waterstand van de lagune kijken dan is het duidelijk dat de zeespiegel hier wel flink aan het stijgen is. Sinds 1900 is het peil er gemiddeld al ca 35 cm hoger (in Nederland is dat 25 cm). De kans op een waterpeil boven de 1 m wordt dus ieder jaar groter. 

Schermafbeelding 2019-11-17 om 14.40.08.png

Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea
Gemiddelde stand van de zeespiegel in de Lagune van Venetië (de rode lijn is het 11-jarig gemiddelde) bron: https://www.venezia.isprambiente.it/la-marea

Hoe het Rijnwater in Nederland zijn weg vervolgt

In mijn berichten schrijf ik altijd over de waterstand bij Lobith. Vaak krijg ik echter de vraag om ook wat informatie te geven over de zijrivieren van de Rijn waar het water zich in Nederland over verdeelt. Dat is echter niet zo heel eenvoudig en om dat toe te lichten neem ik u mee langs de drie Rijntakken: Waal, Nederrijn/Lek en IJssel. Ik gebruik hiervoor het verloop van de waterstand bij Lobith over de periode tussen half oktober en half november. Er waren in die periode 3 kleine watergolfjes en aan het verloop daarvan is goed te zien wat er in de verschillende Rijntakken met het water gebeurt. Ieder van de drie figuren hieronder laat in de bovenste grafiek de waterstand zien bij Lobith en daaronder de waterstanden van enkele meetatstions langs de route van het water door de betreffende rivierarm.

De Waal. De eerste figuur hieronder laat in een vierluik het verloop van de waterstand in de Waal zien. De bovenste grafiek is van Lobith, de tweede van Tiel, de derde van Zaltbommel en de onderste van Werkendam; dit is het punt waar de Waal in het Benedenrivierengebied aankomt. Tussen Lobith en Tiel verandert er niet zoveel. Het verloop is bijna identiek; de pieken doen er ongeveer 1 dag over voordat zij deze afstand afgelegd hebben en ze worden onderweg iets kleiner (ca 20%). De getallen naast de grafiek geven de hoogteverschillen aan. 

Tussen Tiel en Zaltbommel zien we wel een duidelijke verandering, want hier wordt het getij merkbaar. Het bedraagt nog maar enkele decimeters, maar zorgt iedere dag tweemaal voor een extra stijging en daling. Het is goed te zien dat de getijslag bij een lage waterstand groter is dan bij een hoge stand. Hoe hoger de stand, hoe verder het boven de zeespiegel staat en hoe minder ver de getijslag dan door kan dringen. Vanaf 26 oktober is de getijslag enkele weer wat groter. Gedurende deze periode waaide het hard en omdat ook op zee de vloed dan hoger komt, kan het getij ook weer makkelijker Zaltbommel bereiken. Naast het getij is bij Zaltbommel ook de peilschommeling van het extra rivierwater duidelijk te zien. De golf komt nog iets later aan dan in Tiel en de amplitudo is nog weer ca 20% kleiner geworden in het traject tussen Tiel en Zaltbommel.

Bij het laatste meetpunt aangekomen is de waterbeweging nog sterker veranderd dan tussen de eerdere meetstations. De getijslag is er groter geworden en de invloed van de harde wind valt ook duidelijk op. Tegelijkertijd zijn de golfjes die de rivier aanvoert minder goed herkenbaar. Zo is het eerste en kleinste golfje helemaal niet meer te herkennen. De tweede al wel, maar deze viel samen met de harde wind, waardoor het water extra hoog werd opogestuwd en het effect van dee extra rivieraanvoer niet zo duidelijk is. De derde en hoogste golf zorgt wel voor de duidelijkste stijging van de waterstand bij Werkendam, maar als we naar het gemiddelde kijken bedraagt de stijging nog maar ca 50 cm. 

verloop piekje Waal copy.jpg

Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Waal bij 4 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De IJssel. Als we dezelfde drie watergolven volgen door de IJssel, dan zien we een ander beeld, zowel aan het begin als aan het eind. Voor de IJssel is het beheer van de stuw van Driel van belang. Met deze stuw wordt geregeld of er wel of geen water door de Nederrijn stroomt en als deze stuw dicht staat, dan krijgt de Nederrijn bijna geen water meer en krijgt de IJssel meer. 

Bij de eerste piek ging de stuw niet open en lijkt de golkf veel op die bij Lobith, bij de tweede en derde piek stroomde de Nederrijn wel mee. Het openen van Driel is soms herkenbaar, zoals op 24 oktober, toen de stuw zo abrupt open ging dat de stand in de IJssel zelfs wat daalde. Bij de 3e golf is ook goed zichtbaar dat de stuw open gaat, de waterstabnd in de IJssel stijgt dan niet meer en de golf in de IJssel wordt afgetopt. Als de waterstand bij Lobith dan weer gaat dalen, gaat de stuw van Driel in stapjes weer dicht en zo krijgt de IJssel nog een paar dagen wat extra water, waardoor de waterstand daar tijdens die dagen niet daalt. Pas als Lobith sneller gaat dalen, gaat de IJsselweer langzaam volgen. Zo kan er in de IJssel voor extra vaardiepte gezorgd worden voor de binnenvaart

Verderop in de IJssel zien we een zelfde patroon, maar de uitslagen naar boven en beneden worden geleidelijk steeds kleiner. Bij Olst, op twee-derde deel van het IJsseltraject, is van de originele watergolf nog maar ca 50% over. Nog wat verder zakt de golf nog wat sneller in en vanaf Zwolle zijn de pieken en dalen bijna verdwenen. Hier wordt de invloed van het IJsselmeer (de laatste grafiek) steeds belangrijker. Vooral de wind speelt hier een grote rol: een aan- of aflandige wind kan hier voor meer dan 50 cm peilverschil zorgen en dat is meer dan de fluctuaties die de IJssel zelf verzorgt bij dit soort kleine watergolfjes.

verloop piekje IJssel.jpg

Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de IJssel bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.

De Nederrijn/Lek. De derde tak waarlangs Rijnwater wordt afgevoerd is de Nederrijn, die vanaf Wijk bij Duurstede Lek heet. Deze rivierarm is gestuwd. Met de eerste stuw bij Driel wordt geregeld hoeveel water er de Nederrijn in stroomt en bij het meetpunt Driel is dat aan de waterstand te zien als de schuiven open gaan. De waterstand stijgt hier dan plotseling met ca 45 cm. Dit is ook het moment dat de stijging van de IJssel stokt; het meeste extra water dat via het Pannerdensch Kanaal naar de IJsselkop wordt gevoerd, waar IJssel en Nederrijn splitsen, gaat nu eerst naar de Nederrijn. Als de afvoer bij Lobith weer begint af te nemen, wordt de stuw weer langzaam dichtgezet en gaat het waterpeil bij de stuw ook weer langzaam omlaag.

Omdat de Nederrijn/Lek anders droog zal vallen in tijden dat er (bijna) geen water wordt doorgelaten, zijn er nog 2 stuwen gebouwd; bij Amerongen en Hagestein. Deze houden het water vast als er weinig afvoer is, zodat de binnenvaart er wel kan varen. Als de rivier voldoende water krijgt aangevoerd, gaan ook deze stuwen open en stroomt het water vrij af. Bij deze watergolven was dat nog niet het geval, daarvoor was de afvoer nog te klein.

Bij het meetpunt van Amerongen boven de stuw zien we van de watergolf niets terug. De stuw zorgt hier voor een extra diep waterniveau en het extra water zorgt hier alleen maar voor een versnelling van de stroming en nog niet voor een extra peilstijging.

Benedenstrooms van dezelfde stuw, waar het water 3 meter minder diep is, zien we die peilstijging ineens wel weer terug. Iets minder groot dan bij Driel, maar wel duidelijk herkenbaar. Nog weer iets verder, bij Culemborg, is de waterdiepte (agv de stuw van Hagestein) weer wat groter geworden en daardoor is er van een stijging nog maar weinig te merken.

Bij het laatste punt, we zijn nu in de Lek net stroomafwaarts van de stuw van Hagestein, is de waterbeweging plotseling weer heel anders. De stuw is tevens de grens naar de getijdenrivier en hier zijn dagelijks weer de getijschommelingen te zien. Via de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas kan het getij hier makkelijk doordringen en de getijslag is er daarom vele groter dan bij Werkendam langs de Waal. Net als bij Werkendam zien we de invloed van wind op zee, maar ook het verschil tussen doodtij en springtij is er merkbaar. Van de extra aanvoer van water vanuit de Rijn is hier niet veel meer te merken. Dit water wordt wel over de stuw aangevoerd, maar de hoeveelheden waren nu nog zo beperkt dat de getijdynamiek er nog dominant was.

 

verloop piekje Nederrijn.jpg

Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.
Het verloop van de waterstand in de Nederrijn/Lek bij 6 meetpunten van bovenstrooms naar benedenstrooms.