U bent hier

Meer neerslag verwacht, licht stijgende waterstanden

De afgelopen week verliep nagenoeg droog in de stroomgebieden en de waterstanden zijn verder gedaald. De komende week lijkt daar verandering in te komen omdat kleine lagedrukgebieden over West Europa trekken en lokaal voor flink wat regen kunnen gaan zorgen. Dit kan voor een stijging van de waterstanden zorgen, maar omdat nog onduidelijk is hoe actief de regengebieden zijn, blijft het afwachten wat het effect op de waterstanden zal zijn. In het waterbericht leest u hoe weer en waterstanden zich deze week ontwikkelen.

In de rubriek water inzicht een uitstapje naar de Alpen. In juni smelt altijd nog veel sneeuw van de voorafgaande winter en dat zorgt voor extra aanvoer naar de grote Zwitserse meren. De stand van Bodensee geeft een goede indruk van de hoeveelheid smeltwater, maar ook van de regen in het voorjaar.

water van de week

Kleine lagedrukgebieden bewegen over west Europa

Op de Atlantische Oceaan ligt een groot hogedrukgebied, maar de invloed ervan op het weer in de stroomgebieden is beperkt. Het houdt wel lagedrukgebieden die verder westelijk op de Atlantische Oceaan ontstaan op afstand, maar in deze tijd van het jaar kunnen lagedrukgebieden ook boven het continent ontstaan of  bijvoorbeeld de Golf van Biskaje. Rondom dergelijke lagedrukgebieden draait de lucht traag tegen de wijzers van de klok in. Aan de oostkant is dat meestal warme lucht die naar het noorden wordt gevoerd en aan de westkant koelere lucht die in zuidelijke richting stroomt.

Waar deze luchtsoorten elkaar raken kan neerslag ontstaan en soms zijn dat grote hoeveelheden. Vanmorgen trok zo'n regenzone over Nederland, maar deze was niet zo actief en het bleef bij slechts een paar millimeter regen. Komende nacht trekt een actievere regenzone ten zuiden van Nederland langs en dat kan dan in de Ardennen en het aangrenzende deel van Duitsland (waar de Moezel stroomt) wel flink wat regen brengen: zo'n 10 tot 20 mm. Als dat uitkomt is dat voldoende voor een kleine stijging van de Maas en via de Moezel ook van de Rijn.

Het lagedrukgebied dat dit veroorzaakt ligt nu nog in de Golf van Biskaje maar het trekt langzaam het continent op en brengt dan nieuwe regenval. De exacte koers van het lagedrukgebied is niet goed te voorspellen en daarom is ook onduidelijk waar precies de regen gaat vallen. Op dit moment is de verwachting dat op woensdag in Zuid Duitsland regen kan vallen en op donderdag opnieuw in de Ardennen en Nederland. Op vrijdag en in het komend weekend kan dan weer in de Alpen, Zuid Duitsland en Oost Frankrijk veel regen vallen, maar dit is nog lang niet zeker. 

Met name voor het verloop van de Rijn is de neerslag die in deze tijd van het jaar in de Alpen valt van belang. Mocht er inderdaad op woensdag en vanaf vrijdag flink wat regen vallen, dan kan dat vanaf de laatste dagen van juni voor een stijging zorgen van de Rijnafvoer in Nederland. De verwachtingen voor de Alpen lopen de laatste tijd echter van dag tot dag nogal sterk uiteen. De ene dag worden een paar droge dagen verwacht en de dag erna geeft het weermodel aan dat er toch weer veel regen kan gaan vallen. Meer dan 3 tot 4 dagen vooruit is het daarom ongewis wat er precies gaat gebeuren.

Op nog wat langere termijn, na het volgend weekend, lijkt hogedruk vanaf de Atlantische Oceaan weer wat dichterbij het continent te komen, waardoor het intermezzo met lagedrukgebieden en wat neerslag mogelijk al weer eindigt. Maar ook dit blijft nog afwachten of het uit gaat komen. Volgende week is hier meer over te zeggen of de buiigheid aanhoudt met wat extra water voor de rivieren, of dat opnieuw een droge periode aanbreekt.

Rijn daalt nog enkele dm naar ca 7,5 m+NAP, daarna licht stijgend

De Rijn is de afgelopen week 50 cm gedaald en het extra water als gevolg van neerslag in de eerste week van juni is inmiddels allemaal al weer afgevoerd. De afvoer daalde deze week van ca 1450 naar 1200 m3/s en dat is maar net iets meer dan de helft van het langjarig gemiddelde. Dit is vooral het gevolg van de vaak langdurige droge perioden sinds begin maart. In de Alpen lag gelukkig nog aardig wat sneeuw dat als smeltwater beschikbaar is gekomen, anders was de afvoer nog lager geweest.

In de meetreeks bevindt dit jaar zich bij de 10 jaren met de laagste afvoer. 1934 en 1976 zijn daarvan de meest extreme met een afvoer die in deze tijd van het jaar al bij resp. 900 en 800 m3/s uit kwam. Van de meer recente jaren staan 2011 en 2014 ook bij deze 10 jaren. Zo extreem als in '34 en '76 lijkt het voorlopig niet te gaan worden, want deze weke wordt wel aardig wat regen verwacht en dat zal op termijn de waterstand wat op tillen. Een stijging tot de gemiddelde afvoer, waar een waterstand van ca 9,2 m bij hoort, zit er voorlopig echter niet in.

De komende nacht al kan neerslag vallen in het stroomgebied van de Moezel, maar dit levert waarschijnlijk onvoldoende water op om de teruglopen afvoer uit de andere zijrivieren op te vangen. Het blijft daarom wachten op de neerslag in Zuid Duitsland en de Alpen, die vanaf woensdag wordt verwacht en waarvan het water in het weekend bij Lobith aan zal komen. Tot en met komend weekend verwacht ik daarom dat de waterstand bij Lobith nog ca 20 cm daalt tot ca 7,5 m+NAP. De afvoer bedraagt dan ongeveer 1100 m3/s. 

Na komend weekend is dan een licht stijging te verwachten. Voorlopig ziet het er naar uit dat 8 m niet bereikt gaat worden, omdat ik een slag om de arm houdt of vanaf aanstaande vrijdag wel veel regen gaat vallen in de Alpen. Mocht die regenval toch uitkomen dan is een stijging tot 8,5 m+NAP mogelijk rond de maandwissel, maar voorlopig houdt ik het op ca 7,8 tot 7,9 m en een afvoer van ca 1250 m3/s. 

Maas kan morgen wat stijgen en ook later in de week mogelijk voldoende regen voor enige stijging

De Maasafvoer is ver gedaald in de afgelopen week en is bij Maastricht tot ca 50 m3/s gezakt. Dat is slechts 40% van het langjarig gemiddelde en dus erg laag voor de tijd van het jaar. De laatste jaren is het in de Maas opvallend vaak voorgekomen dat de afvoer nu al zo laag was; zo daalde de afvoer ook in 2010, '11, '14, '15, '17, '19 en '20 tot onder de 50 m3/s. Het zeer droge jaar 2018 staat er niet bij; in dat jaar begon de periode met zeer lage afvoeren pas vanaf juli. Deze lage afvoeren hebben onder andere te maken met de droge voorjaren die we de laatste tijd meemaken. Het stroomgebied droogt dan sterk uit en de afvoer zakt dan ver weg.

Aders dan bij de Rijn lukt het de Maas meestal niet om na dergelijke droge voorzomers later in de zomer nog terug te veren naar het langjarig gemiddelde. Soms zijn er dan wel korte oplevingen na een paar dagen met buien, maar vaak zakt de afvoer als het droog wordt toch weer snel terug. Zo'n korte opleving lijkt er nu aan te komen, want komende nacht kan tot 2 cm regen vallen in de Ardennen als een zone met buien overtrekt. Een korte stijging tot boven de 100 m3/s is dan mogelijk, waarna de afvoer vanaf dinsdag weer terug zakt. 

Ook op donderdag en vrijdag zijn buien mogelijk in de Ardennen en als dat uitkomt is dan opnieuw een stijging mogelijk tot 100 m3/s of nog wat meer in het komend weekend. Na het weekend lijkt het weer wat langer droog te worden met dan ook weer dalende afvoeren, maar voorlopig is dit nog onzeker. Mogelijk houdt het buiige weer ook na het komend weekend aan en volgen er nog wat meer korte oplevingen van de Maasafvoer. 

water inzicht

Bodensee bereikte afgelopen week de hoogste stand van deze zomer

De Rijn profiteert in het begin van de zomer nog van het smeltwater van de sneeuw die in de voorafgaande winter in de Alpen is gevallen. Dit water stroomt vanuit het hooggebergte uit in de grote Zwitserse meren. Daar wordt het water gebufferd (er stroomt meer water in dan uit) en het peil bereikt dan meestal de hoogste stand tussen half juni en half juli. De Bodensee is van de meren verreweg de grootste en ongeveer de helft van het Zwitserse stroomgebied van de Rijn watert hier op af.

Dit jaar lijkt de hoogste stand in de afgelopen week te zijn opgetreden. bij Konstanz kwam het peil tot 3,77 m boven het lokale nulpunt (zie grafiek hieronder). Ondanks dat afgelopen winter ongeveer de normale hoeveelheid sneeuw is gevallen, is dit een vrij laag niveau. Gemiddeld over de laatste 80 jaar kwam het peil tot 4,50 m+NAP.  

Schermafbeelding 2022-06-19 om 20.07.51.png

Verloop waterstand Bodensee bij Konstanz. De blauwe lijn is de stand van 2022, de groene lijn het langjarig gemiddelde, de rode lijn de hoogste stand sinds 1850 en de zwarte lijn de laagste.
Verloop waterstand Bodensee bij Konstanz. De blauwe lijn is de stand van 2022, de groene lijn het langjarig gemiddelde, de rode lijn de hoogste stand sinds 1850 en de zwarte lijn de laagste.

De oorzaak voor het lage niveau is het feit dat het voorjaar in de Alpen erg droog verliep. Er viel slechts 50 tot 60% van de normale hoeveelheid regen en naast smeltwater draagt ook de regen bij aan het peil van de Bodensee. In de grafiek is te zien hoe de stand dit jaar wel opliep, maar al vanaf maart onder de gemiddelde lijn bleef. 

In de figuur hierna is voor de meetreeks van Konstanz vanaf 1941 aangegeven of het peil lager was dan 3,2 m, tussen 3,2 en 3,5, tussen 3,5 en 4 of hoger dan 4 m was. De jaren staan naast elkaar, iedere kolom is een kalenderjaar. geheel links begint de figuur met 1941 en helemaal rechts staat 2022 t/m vandaag. De meetreeks van Konstanz is veel langer, maar rond 1940 is de uitstroom veranderd en daarom zijn de gegevens van voor en na dat jaar niet helemaal goed te vergelijken

Konstanz ferquentie 1941-2022.jpg

Verloop van de waterstand van de Bodensee bij Konstanz over de gehele meetreeks vanaf 1941. Peilverloop: wit <3,2 m, groen 3,2-3,5 m, oranje 3,5-4,0 m en rood > 4 m.
Verloop van de waterstand van de Bodensee bij Konstanz over de gehele meetreeks vanaf 1941. Peilverloop: wit <3,2 m, groen 3,2-3,5 m, oranje 3,5-4,0 m en rood > 4 m.

In de meeste jaren stijgt het peil in mei of juni tot boven de 4,0m, maar dit jaar gaat dat waarschijnlijk niet gebeuren. Het zou nog wel kunnen als er de komende weken veel regen gaat vallen, maar voorlopig ziet het daar niet naar uit, dus is de kans groot dat het bij 3,77 m blijft dit jaar. Voor de Rijnafvoer is dat geen goed nieuws, want in afvoer omgerekend, betekent dit dat er ca 200 m3/s minder naar de Rijn stroomt dan in een gemiddeld jaar.

Samen met het ook lage peil in de nadere meren, zorgt dat voor een lagere afvoer van 350 tot 400 m3/s en de kans is daarom groot dat de afvoer bij Lobith dit jaar later in de zomer tot onder de 1000 m3/s zal zakken. Mocht de rest van de zomer nat verlopen, dan kan het nog anders uitpakken, maar de kans dat er lage afvoeren op gaan treden is dit jaar groter dan in andere jaren.

Een zo lage waarde is niet uniek. In de hele meetreeks (die begint in 1826) zijn er 19 jaren dat de stand onder de 4 m bleef. Hiervan vinden we er 5 in de jaren sinds 2000, de kans dat het gebeurt, lijkt daarom wel toe te nemen. Vermoedelijk is dit niet het gevolg van minder sneeuw in de Alpen in de winter, maar meer van de droge voorjaren die we de laatste tijd vaak hebben gehad.

Een van de effecten van klimaatverandering is dat de sneeuw in de Alpen in het voorjaar eerder smelt. Het gevolg daarvan is dat de datum waarop de Bodensee zijn hoogste niveau bereikt ook naar voren schuift. In de grafiek hieronder is deze datum voor ieder jaar van de meetreeks vanaf 1941 weergegeven. Een vroege hoogste stand is van alle jaren laat de grafiek zien, maar de afgelopen 35 jaar (sinds 1985) zijn er relatief veel jaren waarin de hoogste stand al in de eerste helft van juni werd bereikt. 

De trendlijn over de meetreeks loopt dan ook duidelijk naar beneden en de datum waarop het hoogste niveau wordt bereikt is inmiddels zo'n 2 weken naar voren geschoven. Voor de Rijn betekent dit dat het aandeel smeltwater ook eerder in de zomer begint af te nemen. Vanouds was dit aandeel in juli en zelfs augustus vaak nog groot, maar dat schuift dus naar voren. Daarmee wordt de kans groter dat in het najaar lagere afvoeren op zullen treden. Voorlopig laat de meetreeks van Lobith dit echter nog niet zien. De gemiddelde laagste afvoer is daar, ondanks het vroegere smelten van de sneeuw, niet veranderd in de afgelopen decennia. 

De laatste 35 jaar zijn er in de grafiek trouwens ook nog aardig wat jaren te zien met een late datum waarop het hoogste niveau wordt bereikt. Dit zijn de jaren met een natte zomer, waarin er vooral in juni en juli voldoende regen valt om het peil verder op te stuwen, als de meeste sneeuw al gesmolten is. Vorig jaar was zo'n jaar, toen steeg het peil nog door tot half juli. Dit jaar lijkt dat niet te gaan gebeuren, of het weer zou over een week of 2 drastisch om moeten slaan.

Schermafbeelding 2022-06-19 om 20.07.01.png

Zelfde grafiek als hierboven, maar dan voor de meetreeks vanaf 1941.
Zelfde grafiek als hierboven, maar dan voor de meetreeks vanaf 1941.