U bent hier

Neerslag dringt nog mondjesmaat tot stroomgebieden door. Waterstanden blijven laag

De depressieactiviteit op de Atlantische Oceaan neemt toe en vooral het noordwesten van Europa krijgt de komende week te maken met regen en soms veel wind. Boven Oost en Midden Europa houdt echter hogedruk nog wat langer stand en de actieve regenzones dringen daarom niet ver het continent op. De neerslaghoeveelheden die verwacht worden zijn hoogstens genoeg voor een kleine stijging en de lage rivierafvoeren houden daarom voorlopig nog aan. In het waterbericht leest u wat dit betekent voor de afvoeren in de Rijn en de Maas en of dit de opmaat is naar meer nattigheid later in de herfst.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van deze periode van het jaar waarin de rivieren meestal hun laagste jaarafvoer bereiken.

water van de week

Depressieactiviteit neemt toe, maar invloed op de rivieren blijft klein

De afgelopen weken domineerden hogedrukgebieden het weer in onze omgeving en vaak was het rustig weer. Droog bleef het niet, want in de perioden tussen twee hogedrukgebieden in, konden regenzones vanaf de Oceaan ons net bereiken. Deze regengebieden doofden wel uit zodra ze verder het continent op trokken en vooral in het stroomgebied van de Rijn bleef de neerslag beperkt. September was daar ook een droge maand met minder dan de helft van de langjarig gemiddelde regenhoeveelheden.

De komende week lijkt er wel wat te gaan veranderen, want de depressies die op de Oceaan ontstaan komen nog dichterbij en de invloed van de hogedrukgebieden lijkt af te gaan nemen. Voorlopig leidt dat echter nog niet tot veel meer regen in de stroomgebieden, dus een sterkere stijging van de afvoeren zit er nog niet in.

Het hogedrukgebied dat de afgelopen dagen ons weer bepaalde ligt nu boven Midden Europa en neemt langzaam in kracht af. Ondertussen dringen lagedrukgebieden op vanaf de Oceaan en in de komende week trekt een actief exemplaar naar Scandinavië. Regenzones trekken aan de zuidzijde van dit lagedrukgebied langs, bereiken vanaf dinsdag Nederland en trekken op woensdag en donderdag verder het continent op.

Net als de vorige keren neemt de activiteit daarbij wel af, dus blijven de neerslaghoeveelheden te klein voor een duidelijke stijging van de waterstanden in de rivieren. Als de regen is gepasseerd ziet het er naar uit dat de hogedruk zich in het weekend herstelt boven Zuid Europa en omdat de luchtdruk laag blijft boven Scandinavië, ontstaat er boven onze omgeving dan een westelijke luchtstroming.

Het is de verwachting dat in deze westelijke stroming na het volgend weekend nieuwe regenzones meegevoerd zullen worden. De meeste regen lijkt ook dan vrij noordelijk in Europa te gaan vallen en het (noord)westen van Nederland maakt daarbij de grootste kans op veel neerslag.

De hogedruk boven Zuid Europa zorgt er dan voor dat de regenzones nog steeds niet veel verder zuidelijk in de stroomgebieden door kunnen dringen. Met name de Rijn hoeft daarom ook in de laatste week van oktober nog niet op extra aanvoer te rekenen. Dit is echter een weerbeeld dat voor die tijd nog wel kan veranderen, want als de Oceaan nog een tandje bij zet, dan zou het ook kunnen dat de regenzones wel verder de stroomgebieden in dringen en de waterstanden wel wat gaan stijgen. In de loop van de week zal meer duidelijk worden welke kant het op gaat.

Rijn daalt eerst wat, daarna een lichte stijging, waarna weer een daling volgt.

Als gevolg van het aanhoudend vrij droge weer in september en de eerste helft van oktober is de Rijn flink gedaald. Omdat de zomer echter vrij nat was, is de afvoer voor de tijd van het jaar nog niet uitzonderlijk. Momenteel bedraagt die ca 1150 m3/s, wat ca 70% is van het langjarig gemiddelde in deze periode. Dat is niet uitzonderlijk, want in deze tijd van het jaar kan het ook minder zijn dan 1000 of zelfs 800 m3/s. In 2018, toen ook de zomer er droog verliep, daalde de afvoer uiteindelijk tot ca 730 m3/s. 

De komende dagen daalt de afvoer eerst nog wat, tot ca 1050 m3/s; de waterstand bedraagt dan ca 7,35 m +NAP. De regen die vanaf woensdag het stroomgebied bereikt zorgt in de dagen daarna voor een beperkte hoeveelheid extra water en dit water zal vanaf het weekend bij Lobith aankomen. Er volgt dan een lichte stijging tot ca 1200 m3/s (stand 7,7 m +NAP) op dinsdag 26 of woensdag 27 oktober. 

Zoals het er nu naar uitziet blijft het daarbij en gaat de afvoer in de laatste dagen van de maand weer wat omlaag naar 1100 m3/s of nog wat minder rond de maandwissel. Dit kan echter nog veranderen als de regenzones in de laatste week van oktober toch verder het stroomgebied in weten te dringen. We zullen even moeten afwachten hoe het zich precies ontwikkelt.

Maas kan in de loop van de week wat extra water verwachten

De Maas profiteerde in september net iets meer van de neerslaggebieden die soms over trokken dan de Rijn en kende enkele kleine oplevingen. De afgelopen week bleef het echter grotendeels droog in het stroomgebied en daarom daalde de afvoer de hele week. Bij Maastricht is de afvoer nu op ca 100 m3/s uitgekomen, wat ook ca 70% is van de gemiddelde afvoer in deze periode.

Tot en met woensdag daalt de afvoer eerst nog wat, maar vanaf donderdag is een lichte stijging mogelijk. De regenzone die op woensdag het continent op trekt kan in het stroomgebied van de Maas voor 2 tot 3 cm regen zorgen en dat is voldoende voor een lichte stijging tot ca 200 m3/s op zaterdag. 

Vanaf het komend weekend wordt het weer een aantal dagen droog en kan de afvoer in de week na dat weekend weer gaan dalen. Waarschijnlijk komen de Ardennen later in die week wel weer binnen het bereik van nieuwe regenzones. Ver zal de afvoer daarom niet dalen en ook een lichte verdere stijging is dan mogelijk.

water inzicht

Afvoerverloop Rijn en Maas in het najaar

De laagste afvoeren in de Rijn en de Maas worden in de meeste jaren in het najaar bereikt; bij de Rijn nog water later dan bij de Maas. In de zomer is de Rijnafvoer meestal nog hoog en pas in oktober en soms zelfs in november wordt daar de laagste waarde bereikt. De Maas bereikt meestal al eerder in de zomer een lage afvoer en dan vaak nog iets verder totdat begin september de laagste waarde wordt bereikt.

Dat de Rijn gemiddeld een maand later pas de laagste waarde bereikt dan de Maas, dankt zij aan de Alpen. Dit hooggebergte levert namelijk nog tot ver in de zomer smeltwater afkomstig van de sneeuw van de voorgaande winter. Daarnaast valt er in de zomer in de Alpen veel neerslag, ruim twee keer zo veel als in de winter. Het zijn dus niet de gletsjers die voor een hogere afvoer zorgen in de zomer; de bijdrage daarvan is maar een paar procent en vrijwel niet merkbaar bij Lobith.

Rijn

Om na te kunnen gaan of er zich veranderingen hebben voorgedaan in het moment waarop de laagste afvoer wordt bereikt en de hoeveelheid water die de Rijn dan afvoert, heb ik de gemiddelde Rijnafvoer in een grafiek weergegeven (zie hierna). Hierbij is de meetreeks van 120 jaar  verdeeld over 4 perioden van 30 jaar. Deze periode is afgeleid van de klimatologie waarin langjarige trends ook worden gebaseerd op perioden van 30 jaar weer. In de grafiek is ook het gemiddelde over de hele meetreeks afgebeeld en het gemiddelde van de laatste 10 jaar. 

Periode rond laagste afvoer Rijn.jpg

Gemiddelde afvoer van de Rijn rond de periode dat de laagste waarde wordt bereikt. De meetreeks is opgedeeld in 4 perioden van 30 jaar en ook het gemiddelde over de hele reeks en de laatste 10 jaar, De laagste waarde is met een stip gemarkeerd.
Gemiddelde afvoer van de Rijn rond de periode dat de laagste waarde wordt bereikt. De meetreeks is opgedeeld in 4 perioden van 30 jaar en ook het gemiddelde over de hele reeks en de laatste 10 jaar, De laagste waarde is met een stip gemarkeerd.

Van jaar tot jaar zijn er grote verschillen in het moment dat de laagte waarde wordt bereikt, maar als het 30 jaar gemiddelde van de gemiddelde afvoer wordt genomen, dan blijkt de laagste waarde steeds in de periode rond 1 oktober te worden bereikt; er is slechts een verschil van enkele dagen tussen het langjarig gemiddelde en het gemiddelde van de 30-jaarsperioden. De periode van 1931 tot 1960 lag iets later, die van de laatste 30 jaar iets eerder.

Wat verder opvalt is dat de afvoer in de laatste periode gedurende augustus en september duidelijk lager ligt dan in de eerdere perioden. De Rijn heeft in de laatste 30 jaar in deze 2 maanden gemiddeld ca 200 m3/s (ruim 10%) minder water afgevoerd. De gemiddeld laagste waarde wijkt minder af (ca 80 m3/s), maar is ook nog ruim 5% kleiner dan in alle andere perioden 

Het is de vraag of deze trend het gevolg is van klimaatverandering en of deze zich ook doorzet in de komende jaren. Het zou betekenen dat de gemiddelde zomerafvoeren steeds verder dalen. Dat hoeft trouwens nog niet te betekenen dat ook de extreem lage waarden vaker voorkomen. Extremen worden in de Rijn namelijk pas bereikt na langdurige droge perioden, van vele weken tot maanden, meestal in november, en dergelijke situaties zijn juist weer minder vaak opgetreden bij de Rijn. Dat blijkt ook wel uit deze grafiek, waarin de gemiddelde afvoer na het bereiken van de laagste waarde in november weer snel terugkeert naar een vergelijkbaar gemiddelde als in de andere 30-jaarsperioden.

Een mogelijke verklaring voor de lage afvoeren in augustus en september kan zijn dat de sneeuw in de Alpen tegenwoordig eerder in de zomer smelt en er dan minder smeltwater overblijft voor de nazomer. Uit eerdere analyses die ik gemaakt heb, blijkt echter dat die vervroeging van de sneeuwsmelt ongeveer 2 weken betreft, dus dat kan slechts een deel van de afname verklaren. 

Een andere verklaring kan zijn dat in de afgelopen 30 jaar de verdamping in het zomerhalfjaar sterk is toegenomen, waardoor een kleiner deel van de gevallen neerslag overblijft voor de Rijn. Een derde verklaring kan nog zijn dat de luchtcirculatie in de afgelopen 30 jaar anders is geweest waardoor minder neerslaggebieden in de de zomer het stroomgebieden hebben weten te bereiken. Een verwacht effect van de klimaatverandering is namelijk dat het droge weertype dat het Middellandse Zeegebied in de zomer kenmerkt, zich uitbreidt tot over de Alpen. 

Het is nu nog niet te zeggen, welke factor of combinatie van factoren de afname het beste verklaart. Vooral de veranderende luchtcirculatie is moeilijk te duiden, omdat er eerder in de meetreeks vaker langere perioden zijn geweest dat de circulatie afweek. Het leek dan of zich een trend ontwikkelde, maar die zette dan later toch niet door. Dat dat nu misschien ook het geval is blijkt uit de afvoeren in de laatste 10 jaar.

Hierin valt op dat de sterke afname van de laatste 30 jaar zich in de afgelopen 10 jaar niet in dezelfde mate heeft voorgedaan. Ondanks de droge zomers van 2018 t/m 2020 was de gemiddelde afvoer in deze hele periode van 10 jaar duidelijk weer wat hoger. Alleen rond het moment van de laagste waarde, rond 1 oktober, daalde de afvoer gedurende deze 10 jaar korte tijd tot de laagste waarde.

r te kort om er veel conclusies aan te kunnen verbinden, maar het laat wel zien dat de trend naar lagere waarden niet eenduidig is. Er zijn daarom nog meer jaren nodig om meer zekerheid te krijgen of de afvoeren in de nazomer blijvend lager zijn geworden, of dat ze toch weer terug veren naar het niveau van eerder uit de meetreeks.

Maas

In de grafiek hieronder is het afoerverloop van de Maas in de zomer en herfst weergegeven. De grafiek begint eerder in het jaar, omdat het moment dat de laagste waarde wordt bereikt eerder wordt bereikt dan bij de Rijn. De veranderingen in de Maasafvoer zijn anders dan bij de Rijn. Zo is er geen sprake van een duidelijk lagere afvoer in de maanden vóór het bereiken van de laagste waarde. De afgelopen 30 jaar schommelt steeds rond de lijn van een andere periode: in juni en juli is ze vergelijkbaar met de periode 1931-60 en in de maanden augustus en september met de periode 1961-90.

Wel bevindt de afvoer van de laatste 30 jaar zich steeds in de laagste regionen. Dit zien we ook terug bij de afvoer over de laatste 10 jaar, die vooral in augustus en september erg laag was. Het effect van 4 droge zomers (2017 hoorde daar ook al bij), waarbij het tot lang in de herfst droog bleef, is hierin terug te zien.

Periode rond laagste afvoer Maas.jpg

Gemiddelde afvoer van de Maas rond de periode dat de laagste waarde wordt bereikt. De meetreeks is opgedeeld in 4 perioden van 30 jaar en ook het gemiddelde over de hele reeks en de laatste 10 jaar, De laagste waarde is met een stip gemarkeerd.
Gemiddelde afvoer van de Maas rond de periode dat de laagste waarde wordt bereikt. De meetreeks is opgedeeld in 4 perioden van 30 jaar en ook het gemiddelde over de hele reeks en de laatste 10 jaar, De laagste waarde is met een stip gemarkeerd.

Langdurige droogte zorgt er ook voor dat het moment dat de laagste waarde wordt bereikt naar achteren schuift. In de droogste 30-jaarperioden zien we daarom dat dit moment rond begin september ligt, terwijl in de perioden met een gemiddeld hogere zomerafvoer dit moment al begin augustus ligt. De laatste periode van 30 jaar kende twee laagste punten.

Tenslotte valt op dat de Maas de laatste tijd in het stijgende traject na de zomer ook achter blijft. Ook hier valt de laatste periode van 10 jaar weer op, met er lage waarden. Deze 10 jaar hebben er voor gezorgd dat ook de hele periode van 30 jaar lager uitvalt; de andere 20 jaar lagen dicht bij het langjarig gemiddelde. 

Waar de Rijnafvoer in de afgelopen 30 jaar vooral in de twee maanden vóór het bereiken van de laagste waarde erg laag was, was de Maas dat juist in de maanden na het dal. Verder valt op dat bij de Rijn de laatste 10 jaar weer minder uitzonderlijk waren, terwijl bij de Maas de laatste 10 jaar juist opvielen door erg lage waarden. Het zijn verschillen die niet meteen te verklaren zijn en mogelijk zetten ze in de toekomst ook niet door. Het laat vooral zien dat de beide rivieren anders reageren op veranderende omstandigheden in hun stroomgebieden.