U bent hier

Regenachtige week, licht stijgende waterstanden, geen hoogwater

De westelijke circulatie houdt ook deze week nog aan, maar minder actief en aan het eind van de week maakt hij plaats voor hogedrukgebieden die het weer gaan beïnvloeden in de stroomgebieden. Na de kleine piekjes van afeglopen week daalden de waterstanden enige dagen, maar de komende dagen gaan ze weer wat stijgen. Geen sterke stijging en de van een eindejaarshoogwater is dit jaar dan ook geen sprake. In dit weer- en waterbericht leest u meer in detail hoe de waterstanden zich gaan ontwikkelen. In het tweede deel van dit bericht aandacht voor een bijzondere piek die in de Maas optrad afgelopen week en een analyse aan de rivierafvoeren, of deze de laatste jaren extremere uitschieters laten zien. 

Hogedrukgebieden nemen het weer over 

De trein van lage drukgebieden die een week of twee geleden op gang kwam vanaf de Atlantische Oceaan bewoog de afgelopen week al wat langzamer en de neerslaghoeveelheden waren daarom niet zo groot meer als in de week daarvoor. De aanvoer van neerslagwater naar de rivieren stokte daardoor en de waterstanden in zowel de Maas als de Rijn dalen nu al weer enige dagen na de kleine hoogwaterpiekjes in het begin van de afgelopen week. 

De komende week intensiveert de neerslag eerst weer wat en daardoor zullen de rivieren ook weer wat gaan stijgen. Dit is echter niet van heel lange duur want, zoals het er nu naar uitziet, zal zich vanaf het eind van de week een groot hoge drukgebied gaan ontwikkelen boven Noordwest-Europa. Dit houdt regengebieden op afstand en pas halverwege de eerste week van het nieuwe jaar (dat is rond 4 januari) wordt weer de eerste neerslag verwacht. Vanwege deze wat langere droge periode zullen de rivieren na een korte stijging in de komende week daarom ook weer langere tijd gaan dalen. 

Rijn stijgt de hele week licht

Afgelopen woensdag bereikte de Rijn voorlopig haar hoogste stand sinds de vorige winter. Bij Lobith werd een waterstand van 11,23 m +NAP bereikt en de afvoer steeg tot ca 3.600 m3/s. We spreken dan van een licht verhoogde stand, want van een echt hoogwater is pas sprake als de waterstand nog ca 2 tot 2,5 meter hoger is. Bij de huidige waterstanden blijft de rivier ook nog binnen haar zomerbed en overstromen de uiterwaarden nog niet. 

De komende 2 weken zal dat ook niet gebeuren, want ondanks dat een lichte stijging wordt verwacht, blijven de waterstanden waarschijnlijk nog onder die van de afgelopen week. In de Bovenrijn en de belangrijkste zijrivieren van de Rijn stijgen de afvoeren nu langzaam en die stijging zal zich de hele week voortzetten. Bij Lobith komt later vandaag het eerste water van deze stijging aan. Daar vooruit daalt de waterstand nog licht tot vanavond een laagste waarde wordt bereikt van ca 10,3 m +NAP.

Daarna gaat het peil de komende dagen met niet meer dan enkele decimeters per dag omhoog tot tussen de 10,75 en 11 meter aan het eind van de week. De meeste regen wordt verwacht in het zuidelijk deel van het stroomgebied en omdat de Moezel en andere zijrivieren in Midden Duitsland weinig extra water aan gaan voeren, wordt de 11 meter waarschijnlijk niet overschreden. De afvoer die daarbij hoort bedraagt ongeveer 3.400 m3/s

Vanaf vrijdag wordt het voor een wat langere periode droog in het stroomgebied en daarom zit een verdere stijging van de waterstanden er niet in. Na het komend weekend verwacht ik daarom dat de waterstanden weer gaan dalen. Op grond van de huidige neerslagverwachting is dan een daling waarschijnlijk tot onder de 10 m, misschien zelfs tot 9,5 m +NAP. 

Samengevat zal de Rijn bij Lobith na een laagste stand van ca 10,3 m vanavond, langzaam stijgen naar iets 10,75 tot 11 meter in het volgend weekend en daarna langere tijd dalen tot onder de 10 meter in de eerste week van januari.

Maas stijgt licht, maar blijft onder de 1.000 m3/s

Het stroomgebied van de Maas ligt de komende week wat buiten de meest intensieve regengebieden en een grotere stijging zit er daarom niet in; alleen donderdag passeert een regenzone die misschien nog voor een kleine verrassing kan zorgen. 

De hoogste afvoer in de Maas als gevolg van de huidige regenrijke periode werd vorige week zondag al bereikt, met een afvoer van ca 1.100 m3/s bij Maastricht. Daarna daalde de afvoer langzaam, maar omdat er soms regenzones passeerden waren er ook weer kleine oplevingen. Gisteren werd voorlopig de laagste afvoer bereikt van ca 650 m3/s. 

Vanwege regenval op vrijdag is de afvoer sindsdien weer wat gestegen en ook vanmiddag staat er regen op het programma, zodat de afvoer morgen nog wat verder kan stijgen.  Er valt niet meer dan ongeveer 1 cm regen in de Ardennen en dat is meestal goed voor een stijging van ongeveer 100 m3/s. Ik verwacht daarom morgen een afvoer bij Maastricht van ca 800 m3/s.

Maandag verloopt dan droog, waardoor de afvoer weer wat kan dalen, maar dindsag staat de Ardennen weer een (klein) regengebied te wachten. Woensdag is het dan weer wat droger en donderdag volgt dan voorlopig het laatste regengebied. Zolas het er nu naar uitziet gaat het steeds om regenzones die niet meer dan ongeveer 1 cm regen brengen en de afvoer blijft daarom schommelen tussen de 700 en 800 misschien 900 m3/s. De regenval van donderdag zou wat intensiever kunnen zijn, waardoor op vrijdag nog een iets verdere stijging mogelijk is. 

Na vrijdag wordt het dan voor langere tijd droog in het stroomgebied en vanaf het volgend weekend zal zich dan weer een wat langere daling inzetten. Op grond van de huidige weersverwachting is dan een daling tot 500 m3/s mogelijk in de eerste dagen van januari. 

Opvallen d bij de Maas is dat de afvoer op dit moment voor een relatief groot aandeel (ca 40%) vanuit Frankrijk afkomstig is. In het Franse deel van het stroomgebied bewegen afvoergolven altijd maar heel langzaam. De bedding van de Maas is hier nog vrijwel natuurlijk en als de afvoer toeneemt overstromen de uiterwaarden al snel. Dat draagt er aan bij dat hoogwatergolven sterk vertragen. Zo zal de piek in de hoogwatergolf die een week geleden in de Franse Bovenmaas ontstond pas morgen bij de Frans-Waalse grens arriveren.

Deze Frans golf valt nu precies samen met de wat hogere afvoer die de komende dagen vanuit de Ardennen wordt verwacht en dat is de reden dat de Maasafvoer de komende week, ondanks de beperkte hoeveelhed regen, toch vrij hoog zal zijn.

Samengevat luidt de verwachting voor de Maas dat de afvoer de komende week eerst wat op en af gaat en schommelt tussen de 700 en 800 m3/s. Donderdag kan er waty meer regen vallen en is een stijging mogelijk tot misschien net 1000 m3/s. Vanaf volgend weekend dalen de afvoeren dan were voor langere tijd tot ca 500 m3/s of nog lager. 

Vreemde piek in de Maasafvoer agv stuwbeheer Wallonië

(Dit tekstblokje is nav extra informatie op 23/12 aangepast). 

Afgelopen maandag was er plotseling een erg hoge piek in de Maas ter hoogte van Maastricht. Na de gewone hoogwaterpiek van zondag was de afvoer al weer wat gezakt, maar toen steeg de afvoer ineens in korte tijd sterk om daarna gevolgd te worden door een zeer sterke daling. In de figuur hieronder is naast elkaar de opgetreden schommeling in de afvoer en in de waterstand weergegeven.

Eijsden extreme piek.png

Extreme afvoerfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden
Extreme afvoerfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden

Eijsden stand extreme piek.png

Extreme waterstandfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden
Extreme waterstandfluctuatie in de Bovenmaas bij Eijsden

Nu komen dergelijke afvoerschommelingen vaker voor in de Maas en ik heb er al regelmatig over geschreven, maar dit was toch wel de grootste die we in de afgelopen jaren hebben kunnen optekenen. De afvoer schoot eerst met ca 750 m3/s omhoog om daarna weer met ruim 1250 m3/s te dalen. Voor de wsaterstanden betekende dit dat het peil eerst 1,5 meter steeg om daarna weer razendsnel 3 meter te dalen. Na deze asterke daling volgde nog enkele schommnelingen voordat het peil weer normaal was. Dit zijn zo grote schonmmelingen dat dat niet zonder gevaar is voor schepen die op de rivier varen of mensen die langs de oever wandelen.

Deze bijzondere schommeling werd veroorzaakt door een probleem bij de stuw van Monsin ter hoogte van Luik. Deze liet veel te veel water door, waarna ook de volgende stuw (bij Lixhe) daar nog een schepje bovenop deed. In de waterstandgegevens van het stuwpand bovenstrooms van Monsin was te zien dat het peil daar ca 60 zakte en enkele uren onder het streefpeil stond. Het stuwpand Lixhe zakte door het verder open zetten van de stuw in dat pand ook nog eens met ca 15 cm. Ondanks de beperkte dalingen was het effect benedenstrooms toch erg groot; er bevindt zich nu eenmaal erg veel water achter de stuwen.

De effecten van de extra afvoer waren vooraal merkbaar in het meest zuidelijke deel van de Maas. Voorbij Maastricht begint de Grensmaas en daar is de rivierbedding de afgelopen jaren sterk verbreed in het kader van het Grensmaasproject. In deze brede bedding had de piek de ruimte om uit te dempen en benedenstrooms was er uiteindelijk nog een piek met een uitslag van ca 50 cm van over en een afvoerverschil van ca 250 m3/s. Verder benedenstrooms was de piek nog verder te vervolgen tot zelfs aan de Brabantse Maas toe, waar de golf in sterk afgeslankte vorm ongeveer 24 uur later arriveerde. 

Trends in de neerslagextremen tussen de jaren

Vorige week schreef ik over de neerslag die er in 2019 in Nederland is gevallen. Vooral in het noorden en midden was het een natte zomer, terwijl 2018 juist een zeer droge zomer was. dergelijke verschillen zijn een van de uitingen van het veranderende klimaat waarin de extremen van jaar tot jaar toe zullen nemen. Ik heb me deze week nog wat verder in de neerslaggegevens verdiept en ben nagegaan in hoeverre de verschillen van jaar tot jaar zijn toegenomen in de meer recente jaren.

In de grafiek hieronder heb ik voor het KNMI-station De Bilt voor ieder jaar sinds 1906 aangegeven hoeveel de neerslag afweek van het voorgaande jaar. Een positief percentage betekent dan dat het jaar natter was dan het voorgaande jaar, een negatief dat het droger was.

verschil tussen jaren.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een jaar afwijkt van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een jaar afwijkt van het voorgaande jaar.

Als we eerst helemaal rechts kijken, dan zien we daar 2019 dat veel natter was dan het zeer droge jaar 2018, dat op zijn beurt dus ook droger was dan 2017. Het gaat om relatief grote verschillen, maar als we de grafiek verder langs kijken dan zien we dat dat niet uniek is. In het verleden zijn er meermalen dergelijke uitschieters geweest, zowel naar boven als naar beneden. Er is dan ook geen trend zichtbaar dat de afwisseling tussen de jaren groter is geworden; de afgelopen 20 jaar wsaren er zelfs relatief weinig sterke schommelingen, op dit jaar en vorig jaar na dan. 

Dit blijkt ook als we de jaren in volgorde onder elkaar zetten (zie devolgende figuur). Links staan nu alle jaren die droger waren dan het voorgaande jaar, rechts de jaren die natter waren.

variatie in neerslag tussen 2 jaren.jpg

Variatie in neerslaghoeveelheden tussen 2 opeenvolgende kalanderjaren. In rood de jaren sinds 2000.
Variatie in neerslaghoeveelheden tussen 2 opeenvolgende kalanderjaren. In rood de jaren sinds 2000.

Linksonder in de grafiek staan de jaren die veel droger waren dan het voorgaande jaar. Hier vinden we in de top 10 bijna bovenaan het jaar 2018 tegen en wat hogerop het jaar 2003, een ander zeer droog jaar.  Maar andere jaren, 1982 en 1921, kenden een groter verschil. 

Aan de andere kant zien 2019 dat veel natter was dan 2018 en hoog in de reeks zien we ook 2004 dat veel natter was dan 2003. Behalve deze 2 jaren komen we hoog in de reeksen geen andere jaren tegen uit de laatste 20 jaar. Veelal weken de jaren in de laatste 2 decennia dus niet heel erg af van hun voorgaande jaren. 

Als we naar de zomers kijken (zie figuur hierna) dan zien we een wat ander beeld. Er zijn 3 jaren uit de laatste 20 jaar die flink hoog scoren en de voorgaande jaren flink laag. 2003, 2013 en ook 2018 waren erg droog en ook veel droger dan de voorgaande zomers. De zomer 2004 was ineens weer veel natter, zelfs ruim 300% natter en de zomer van 2019 was bijna 2 keer zo nat als die van 2018. 

Van de afgelopen 20 jaar staan er dus 3 zomers hoog in de ranking, wat aangeeft dat de zomers relatief vaak omslaan van droog naar nat of omgekeerd. Als we de reeksen verder aflopen dan zien we dat de andere jaren sinds 2000 zich meer in de middenmoot bevinden, of onderin. Of er al van een trend sprake is, is wel nog de vraag, daarvoor zegt 3 jaar uit 20 nog onvoldoende. De toekomst zal moeten leren of deze wisselvalligheid in de zomermaanden inderdaad toeneemt.

verschil tussen zomers.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een zomer (juni t/m augustus) afwijkt van de zomer van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een zomer (juni t/m augustus) afwijkt van de zomer van het voorgaande jaar.

Tenslotte ben ik ook nog nagegaan hoe de situatie is voor de groeiseizoenen; dit is de periode van april t/m september (bij de zomer hierboven ging het om de maanden juni t/m augustus). Een toename in de afwisseling in het groeiseizoen is met name voor de landbouw een probleem omdat het dan lastiger wordt om zich ergens op voor te bereiden. Als men zich bijvoorbeeld instelt op een droog seizoen en daarom in de winter veel water vasthoudt en het dan ineens toch nat wordt dan ontstaat er juist wateroverlast in het groeiseizoen.

In de analyse van het groeiseizoen zijn de droge zomers van 2003 en 2018 weer een stuk gezakt. Blijkbaar waren de maanden buiten de 3 zomermaanden een flink stuk natter en wisselde het groeiseizoen in deze jaren dus minder sterk dan de zomer alleen. 2018 is in de recente jaren duidelijk een uitbijter, maar ver terug zijn er andere jaren die een nog negatiever uitpakten dan het voorgaande jaar. Zagen we bij de zomers nog een trend naar meer afwisseling, bij het groeiseizoen als geheel is dat niet het geval en passen de schommelingen in het langjarige verloop. Er lijkt daarom geen sprake te zijn van een trend dat het groeiseizoen tegenwoordig grotere verschillen tussen de jaren laat zien dan in vroegere jaren. 

verschil tussen groeiseizoenen.jpg

De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een groeiseizoen (april t/m september) afwijkt van het groeiseizoen van het voorgaande jaar.
De mate waarin de neerslaghoeveelheid van een groeiseizoen (april t/m september) afwijkt van het groeiseizoen van het voorgaande jaar.

Een volgend bericht kunt u volgende week verwachten. Mochten zich tussentijds bijzonderheden voordoen dan maak ik ook korte berichtjes op Twitter; die ook in de rechterbalk van Waterpeilen.nl te lezen zijn.