U bent hier

Regenachtige week met licht stijgende waterstanden, daarna langere tijd droog

Deze week bepalen lagedrukgebieden op de Noordelijke Atlantische Oceaan het weer in de stroomgebieden en trekken er regenzones over die voldoende water brengen om de waterstanden in Maas en Rijn wat te laten stijgen. Vanaf het einde van de week ziet het er naar uit dat zich een stevig hogedrukgebied boven Europa gaat ontwikkelen en dat zou dan een langere droge periode in kunnen luiden met weer dalende waterstanden. In dit bericht een verdere toelichting op het verloop van de waterstanden de komende 2 weken.

In het tweede deel van het bericht een terugblik op de droogte van het afgelopen zomerhalfjaar. Opnieuw beleefden delen van Nederland een erg droog half jaar en nu het natte seizoen weer is aangebroken, is het de vraag of er voldoende regen gaat vallen om de tekorten in de bodem aan te vullen.  

Grote lagedrukgebieden boven de Atlantische Oceaan bepalen deze week het weer 

Vorige week schreef ik over de verschillende verwachtingen van het Europese en het Amerikaanse weermodel; de eerste verwachtte een groot hogedrukgebied boven het oosten van Europa dat neerslag op afstand zou houden, terwijl de ander juist de grootste rol weggelegd zag voor lagedrukgebieden boven de Atlantische Oceaan. Nu een week later lijkt het Amerikaanse model er het dichtst bij te zitten want boven het noordelijk deel van de Oceaan ontwikkelt zich in de loop van deze week een groot lagedrukgebied waarin ook de overblijfselen van de tropische cycloon Epsilon zijn opgenomen en dit lagedrukgebied gaat in de tweede helft van de week ons week beïnvloeden. 

Voordat het zover is staat ons weer nog onder invloed van een ander lagedrukgebied dat tussen Schotland en IJsland in ligt en de komende dagen naar het oosten trekt. Regenzones van dit lagedrukgebied passeren nu Nederland en trekken daarna verder het continent op. Vandaag is het daarom nat in Nederland en de Ardennen met ca 1 cm neerslag als maximum. Dat is net voldoende om de Maas iets te laten stijgen.

Deze regenzone trekt daarna verder naar Duitsland en Zwitserland en brengt daar maandag veel neerslag, waar dan de Rijn van profiteert. Na een tweetal wat drogere dagen komen de stroomgebieden onder invloed van het nieuwe lagedrukgebied waarin de restanten van Epsilon zijn opgenomen. De woensdag t/m vrijdag verlopen daardoor nat, waarbij de meeste regen in Nederland en direct omgeving lijkt te gaan vallen.

In ons land kan tot zo'n 4 cm regen vallen en dat zal er aan bijdragen dat oktober bijna overal een natte tot zeer natte maand wordt. Verder naar het zuiden valt minder regen, want boven Midden Europa bevindt zich dan namelijk al een rug van hogedruk en die lijkt krachtig genoeg te zijn om de regengebieden daar wat meer op afstand te houden gedurende deze dagen. 

Na vrijdag ziet het er naar uit dat heel West en Midden Europa onder invloed komen te liggen van een hogedrukgebied. Nu zijn de beide grote weermodellen het wel met elkaar eens en ze verwachten beide een sterk hogedrukgebied dat regengebieden vanaf de Oceaan op afstand gaat houden en het ziet er daarom naar uit dat de hele eerste week van november droog zal verlopen. 

Rijn bereikt dinsdag bij Lobith laagste stand van ca 7,8 m om daarna wat te stijgen naar ca 8,5 m

Voor de waterstanden in de Rijn deze week zijn 3 regenperioden van belang. De eerste daarvan is afgelopen vrijdag al gepasseerd en dat heeft een klein golfje opgeleverd waarvan de piek zich nu ter hoogte van Mannheim bevindt. Het water van dit golfje zal over een dag of 3 tot 4 bij Lobith aankomen. 

Een tweede regenzone passeert vandaag en morgen en deze brengt eerst in Midden Duitsland wat regen, maar zal vooral in Zuid Duitsland en de Alpen flink wat neerslag brengen. Het water van deze regenzone verdeelt zich over de hele Rijn en het eerste water ervan zal dinsdag al bij Nederland aankomen en het laatste pas over ongeveer een week, want vanuit de Alpen is het ca 5 tot 6 dagen onderweg.

Na een paar droge dagen verlopen de woensdag t/m vrijdag wederom nat in West Europa. De meeste regen gaat nu in het noordelijk deel van het stroomgebied vallen en Zuid Duitsland en de Alpen krijgen minder. Het water van deze regenzone zal vooral rond het volgend weekend (1 en 2 nov.) bij Nederland aankomen.

De opeenstapeling van het water van al deze regenzones zorgt bij Lobith deze week voor een stijging vanaf dinsdag. Daar vooruit daalt de stand nog iets tot ca 7,85 m+NAP op maandag bij een afvoer van ca 1250 m3/s.  Dit is een vrij lage waarde voor de tijd van het jaar; normaal is ca 8,5 m en een afvoer van 1650 m3/s. Vanaf dinsdag gaat de waterstand langzaam stijgen, met eerst zo'n 20 cm per dag. Op donderdag wordt de 1500 m3/s weer gepasseerd bij een stand van 8,3 m. Daarna zal de stijging wat verminderen met nog maar 5 tot 10 cm per dag en in het volgend weekend zal dan de 8,5 m bereikt worden, bij een afvoer van ca 1600 m3/s. 

Of de waterstand na het weekend eerst nog iets verder stijgt hangt af van de hoeveelheid regen die er uit de hierboven genoemde derde regenzone valt. Op dit moment ziet het er naar uit dat de stand niet veel verder zal stijgen en een aantal dagen (tot ca. 5 nov) rond de 8,5 m zal schommelen. Mocht deze regen wat intensiever uitpakken, dan kan de stand nog wat verder stijgen naar ca 8,75 m +NAP en de afvoer naar ca 1750 m3/s.

Na komende vrijdag ziet het er naar uit dat een lange droge periode aanbreekt in het stroomgebied en dat zal er voor zorgen dat de waterstand van de Rijn vanaf 4 of 5 november weer gaat dalen. De kans is groot dat de waterstand bij Lobith in de periode daarna weer gestaag gaat dalen naar 8 m of lager.

Maasafvoer eerst rond de 100 m3/s, later naar ca 150 m3/s

Regen op donderdag en vrijdag zorgde voor wat extra water in de Maas, maar de stijging bleef beperkt. Voor de regen uit was de afvoer bij Maastricht tot ca 50 m3/s gezakt, wat laag is voor de tijd van het jaar. Normaal schommelt de afvoer nu tussen de 150 en 175 m3/s. 

Inmiddels bedraagt de afvoer ca 75 m3/s en omdat er vandaag opnieuw regen in de Ardennen kan dit morgen nog wat verder stijgen naar ca 100 m3/s. De maandag en dinsdag verlopen droog, waardoor de afvoer weer wat zal dalen voordat er van woensdag t/m vrijdag weer nieuwe neerslag komt die voor een verdere stijging zorgt.

Het is zo'n 4 dagen vooruit nog niet precies te zeggen hoeveel regen er gaat vallen. Als uit komt wat nu wordt verwacht, dan is vanaf donderdag een stijging bij Maastricht mogelijk tot ca 150 of 175 m3/s. Mocht het wat natter worden, dan is een iets grotere stijging ook nog mogelijk. 

Omdat het na vrijdag voor langere tijd droog wordt, zal de de Maasafvoer vanaf het weekend ook weer gaan dalen en zoals het er nu naar uitziet zal deze dan later in die week ook weer onder 100 m3/s en misschien ook weer onder de 75 m3/s zakken. De lage Maasafvoeren houden daarom voorlopig nog wel even aan.

Hoe droog verliep de afgelopen zomer

Voor het derde jaar op rij was er de afgelopen zomer in Nederland veel aandacht voor de droogte. Dat begon al meteen in het voorjaar toen het vanaf 15 maart t/m eind mei veel minder regende dan normaal en het neerslagtekort eind mei hoger stond dan ooit tevoren. De zomer liet daarna echter een wisselend beeld zien, want terwijl de droogte in ruwweg de zuidoostelijke helft aanhield, verliepen de drie zomermaanden in andere delen van het land minder droog. 

De linker- en rechterfiguur hieronder laten dat verschil over het land goed zien. In deze kaarten is het neerslagtekort te zien; dit wordt berekend door de hoeveelheid regen die er op een dag valt te verminderen met de verdamping van die dag. Een dag bijvoorbeeld met 2 mm regen en 9 mm verdamping levert dan een bijdrage van 7 en bij een dag met 10 mm regen en 5 mm verdamping gaat er dan weer 5 vanaf. Deze telling begint op 1 april en loopt door tot 30 september en levert dan de linkerkaart op.  

De meest donkerrode kleur voor een zeer groot neerslagtekort (>300 mm) vinden we vooral in Limburg, Brabant en het zuiden van Gelderland. Ook in de kop van Noord Holland en de Wadden was het droog, terwijl een strook daar tussen in over het hele zomerhalfjaar gezien veel minder droog verliep.

Droogte2020.jpg

De droogte van het afgelopen zomerhalfjaar in beeld met links de kaart van het neerslagtekort, in het midden de normale situatie en rechts de afwijking tov de normale situatie (bron KNMI).
De droogte van het afgelopen zomerhalfjaar in beeld met links de kaart van het neerslagtekort, in het midden de normale situatie en rechts de afwijking tov de normale situatie (bron KNMI).
 

Gemiddeld genomen is er in de Nederlandse zomer een neerslagtekort. De middelste kaart laat zien dat in het zuidoosten altijd al zo'n 120 tot 150 mm berdaagt. Ook het meest noordwestelijke en zuidwestelijke deel van het land is droog, met op de Wadden en de eilanden in de Delta zelfs een jaarlijks tekort van meer dan 150 mm. In de brede strook daartussen is het neerslagtekort veel kleiner en ligt er tussen de 30 en 90 mm per zomerhalfjaar.

Als we nu nogmaals naar de rechter kaart kijken dan valt het zuidoosten nog wat meer op. In het noorden van Limburg en de Achterhoek bedroeg de afwijking tov het normale tekort zelfs 240 tot 270 mm. Dat betekent dat het totale neerslagtekort er dit jaar meer dan 350 mm bedroeg, lokaal zelfs 370 mm. Dat zijn zeer uitzonderlijke waarden voor Nederland, die eerder alleen in 1976 werden bereikt.

In de kaart van de afwijking tov het normaal springt de zuidoostelijke helft van het jaar er ook nog wat duidelijker uit. In de rest van het land bedroeg de afwijking zo'n 60 tot 150 mm, nog steeds veel maar omdat dit verschil vooral in het voorhaar was ontstaan en de maanden juni t/m september niet echt droog verliepen, was het effect van de droogte hier minder groot.

Wat de droogte van de afgelopen zomer in het zuidoosten van ons land nog bijzonderder maakt is dat het het derde jaar op rij is dat het zo droog werd en ook in de meeste voorganade jaren ware er opvallende verschillen met de rest van het land. In de figuur hieronder zijn voor de afgelopen 4 jaar de kaarten van het neerslagtekort weergegeven en daaronder het verloop van het tekort gedurende de periode 1/4 t/m 30/9.

4 droogtejaren op rij met verloop.jpg

Het neerslagtekort van de afgelopen 4 jaren op een rij, met boven de verdeling over het land en daaronder het verloop gedurende het zomerhalfjaar (bron KNMI).
Het neerslagtekort van de afgelopen 4 jaren op een rij, met boven de verdeling over het land en daaronder het verloop gedurende het zomerhalfjaar (bron KNMI).

Als in de media verslag wordt gedaan over de droogte dan wordt vaak gesproken over de droogte van de afgelopen 3 zomers. In het zuidoosten van het land was 2017 echter ook al duidelijk te droog en er is hier dus al sprake van 4 droge zomerseizoenen op een rij. Deze zomers zekere niet hetzelfde. 2018 was het meest uitzonderlijke jaar omdat het in vrijwel het hele land zeer droog was met bijna overal een neerslagtekort van meer dan 180 mm en in het zuiden en oosten van meer dan 300 mm. Het verloop van dat jaar laat zien dat vooral de periode vanaf mei t/m juli zeer droog was.

2019 was gemiddeld over het land geen heel droog jaar, het verloop over het jaar kwam iets onder de 200 mm uit, maar in het zuidoosten en oosten was het wel weer erg droog met op veel plaatsen een tekort van 270 mm of meer. Het jaar 2017 viel voor Nederland als geheel niet op als droog jaar het verloop over het jaar leverde zelfs een wat te nat jaar op, maar in het zuiden en ook al in de Achterhoek was de droogte duidelijk groter dan normaal met een tekort van lokaal meer dan 150 mm.

In de figuur hieronder is voor De Bilt (in het nattere deel van Nederland) en Eindhoven (in het droge zuidoosten) het verloop van het neerslagoverschot en -tekort in beeld gebracht over de afgelopen 6 jaar vanaf oktober 2014. Gedurende ieder winterhalfjaar is er een overschot en gedurende het zomerhalfjaar een tekort. 

Neerslagoverschot De Bilt en Eindhoven.jpg

Doorlopend neerslagoverschot/tekort over de afgelopen 6 jaar voor de meetstations De Bilt en Eindhoven
Doorlopend neerslagoverschot/tekort over de afgelopen 6 jaar voor de meetstations De Bilt en Eindhoven

Onder normale omstandigheden is er in Nederland gedurende het jaar een neerslagoverschot van zo'n 20 tot 30 cm; er valt ruwweg zo'n 75 cm neerslag en er verdampt ca 50 cm. Als we in de grafiek naar de lijn van De Bilt kijken dan komt het totaal over de afgelopen 6 jaar het meest in de buurt van dit langjarig overschot. Na 6 jaar is er in totaal 120 cm neerslag meer gevallen dan dat er verdampt is, dat is gemiddeld 20 cm per jaar.

Dat is wat aan de lage kant, maar het jaar 2018 met een overschot van slechts 7 cm over de periode vanaf oktober '17 t/m september '18 trekt het gemiddelde al flink naar beneden. In de meeste andere jaren, ook de laatste drogere jaren, bedroeg het overschot steeds 20 cm en over de afgelopen 4 jaar is er, met het droge jaar 2018 erbij, in totaal toch nog sprake van een overschot van ca 60 cm. 

Het meetstation Eindhoven laat een heel ander verloop zien. Tot en met de winter van 2016/17 lopen de lijnen nog wel ongeveer gelijk op en wijkt het verschil (ca 20 cm na 2,5 jaar) niet veel af van het langjarig verschil tussen deze twee regio's van Nederland. Vanaf de zomer begint de lijn van Eindhoven steeds meer af te wijken. In alle zomers is er een groter tekort, met uitschieters in 2017 (12 cm) en vooral 2019 (19 cm). In het zeer droge jaar 2018 is het verschil met De Bilt niet zo groot, omdat het daar toen ook heel droog was. 

De winterhalfjaren in Eindhoven verlopen ook wat droger dan in de Bilt, maar dat is normaal voor het zuidoosten. Omdat de winters nooit echt nat zijn geweest en de zomers al 4 jaar erg droog is er over de afgelopen 4 jaren bij Eindhoven sprake van een neerslagtekort. Tussen oktober 2016 en september 2020 bedraagt dat tekort ca 10 cm, terwijl er over deze 4 jaar, als we naar het langjarig gemiddelde kijken, eigenlijk een overschot had moeten zijn van zo'n 80 tot 90 cm. Het verschil met de Bilt over deze 4 jaar is ook opvallend: 60 cm overschot in de Bilt en 10 cm tekort in Eindhoven.

Dat een tekort zich over een langere periode zo ver opbouwt is uitzonderlijk in Nederland. Droge jaren komen vaker voor, maar meestal niet meerdere achter elkaar. Uniek is het echter ook weer niet. Ook in de '70-er jaren en in de '40-er jaren van de vorige eeuw waren er enkele malen clusters van meerdere droge jaren. De droogte hoeft dus nog niet het gevolg te zijn van klimaatverandering, want vergelijkbare situaties hebben zich in het verleden ook al voorgedaan. In het verleden trok zo'n tekort, wat zich gedurende enkele jaren had opgebouwd, ook altijd wel weer bij door een aantal natte jaren. Het blijft natuurlijk afwachten of dat nu ook weer gebeurt.

Wat wel uniek is, is een zo groot verschil binnen ons land. In de andere perioden met veel droge jaren was het in heel het land aan de droge kant, terwijl er nu een duidelijk verschil is tussen de ene en de andere helft van het land.