U bent hier

Rijn daalt langzaam, Maasafvoer is en blijft laag

Een rustige week voor de boeg met wel wat neerslag maar geen grote hoeveelheden. De waterverwachting is dan ook kort; in de Rijn langzaam dalende afvoeren en in de Maas aanhoudend lage afvoeren. Aan het eind van dit bericht aandacht voor de neerslag in Nederland in de afgelopen zomer. Gemiddeld viel er het dubbele van de hoeveelheden in 2018, maar vooral langs de oostgrens was de zomer dit jaar bijna net zo droog.

Atlantische Oceaan krijgt iets meer invloed op het weer in NW Europa

Een lage drukgebied is de afgelopen dagen vanaf de Atlantische Oceaan naar de Noorse zee gekoerst en een koufront daarvan heeft het warme weer uit Nederland verdreven. De hoge druk die het weer vorige week bepaalde is naar het zuiden verschoven, maar ligt nog zo dichtbij dat er ook de komende week niet veel neerslag valt in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Alleen in de Alpen kunnen enkele buien tot ontwikkeling komen vandaag en morgen. 

Woensdag komt een volgend lage drukgebied richting de Noordzee en dat brengt dan wel weer neerslag in Nederland, maar ook dan blijft het ten zuiden van ons land nog droog. Pas in het komend weekend zou het hoge drukgebied zich terug kunnen gaan trekken naar het westen, wat de weg vrij maakt voor een neerslaggebied dat dan verder door kan dringen in de stroomgebieden. Zoals het er nu naar uitziet wordt er ook dan niet zo heel veel regen verwacht. Voor de rivieren betekent dat dat er voorlopig onvoldoende neerslag valt voor een stijging en de dalende lijn zal zich daarom deze week, en waarschijnlijk ook de week daarna, nog voortzetten.

Rijnafvoer daalt deze week naar 1300 m3/s

Afgelopen dinsdag passeerde een klein golfje bij Lobith en de afvoer steeg tot iets boven de 1850 m3/s. De waterstand steeg tot ca 8,85 m +NAP. Het was het water van overvloedige neerslag die bijna een week eerder in de Alpen gevallen was. Inmiddels is het al weer ruim een week vrijwel droog in het stroomgebied en daarom is de afvoer sinds de passage van het golfje weer gestaag gaan dalen. De eerste dagen zakte de afvoer met ca 75 m3 per dag, maar inmiddels is de daling al weer wat vertraagt.

De komende week zal de daling onverminderd doorzetten, maar in een vrij traag tempio, met ca 25 m3 per dag. De waterstand zakt daarbij met ca 5 cm per dag. Over een week zal de afvoer dan om en nabij de 1300 m3/s zijn uitgekomen en de waterstand op ca 7,9 m +NAP. 

Omdat er ook deze week weinig neerslag wordt verwacht, zal de daling ook na het volgend weekend nog minimaal enkele dagen voortduren. Pas in het komend weekend wordt er regen verwacht in het stroomgebied en dat betekent dat de Rijn op zijn vroegst pas halverwege de week daarna weer zal gaan dalen. De afvoer kan tegen die tijd gedaald zijn tot tussen de 1200 en 1250 m3/s en de waterstand tot ca 7,75 m +NAP. 

September en oktober zijn de maanden dat de Rijn gewoonlijk zijn laagste stand bereikt. De sneeuw van de voorgaande winter, waarvan een deel van het smeltwater in de zomer in de grote meren was opgeslagen, levert in deze maanden vrijwel geen bijdrage meer en de bijdrage van de gletsjers neemt vanaf nu ook snel af, omdat het in het hooggebergte weer kouder wordt. Dan blijft alleen de actuele regenval over als bron van water voor de Rijn. Als de nazomer en het najaar dan vrij droog zijn, dan kan de rivier in deze maanden flink zakken. 

Maasafvoer op een laag pitje

De afvoer van de Maas bij Maastricht schommelde de hele week rond 30 tot 35 m3/s. Dat is slechts een derde deel van de normale afvoer voor deze tijd van het jaar. De Maasafvoer is al maandenlang laag tot zeer laag. De afgelopen maanden was het in grote delen van het stroomgebied ook erg droog. Zo viel in Wallonie in de afgelopen zomer lokaal maar de helft van de nmormale hoeveelheid neerslag (zie figuur). 

Schermafbeelding 2019-09-01 om 14.35.51.png

Percentage van de normale hoeveelheid neerslag in de zomer (bron KMI).
Percentage van de normale hoeveelheid neerslag in de zomer (bron KMI).

Anders dan bij de Rijn bereikt de Maas gemiddeld genomen al in de eerste 10 dagen van september zijn laagste afvoer. Omdat de temperatuur vanaf nu gaat zakken, is er minder verdamping en blijft er effectief meer neerslag over wat naar de beken en rivieren kan afstromen. 

Maar dan moet er wel neerslag vallen en omdat het deze week grotendeels droog blijft zullen we van een stijgende lijn in de afvoer voorlopig nog weinig merken. De hele week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht rond de 30 m3/s zal blijven schommelen en ook na het volgend weekend is er voorlopig weinig neerslag in het vooruitzicht.

Zomer 2019 was minder extreem dan 2018, maar niet overal

Na de zeer droge zomer van 2018 was het voor veel gebruikers van water (scheepvaart, natuur, landbouw, drinkwater) spannend of 2019 ook droog zou verlopen. De vooruitzichten aan het begin van het zomerhalfjaar waren niet zo heel goed want in april en mei viel al minder dan normaal en de vrees was dan ook groot dat het misschien nog een keer zo extreem zou worden. Uiteindelijk is dat niet gebeurd, maar het beeld is wel wissellend.

In de figuur hieronder heb ik de percentages aangegeven van de hoeveelheid neerslag die er is gevallen in verhouding tot de normale hoeveelheid. Het verschil tussen 2018 (links) en 2019 (rechts) is in een oogopslag duidelijk te zien. In 2018 viel bijna overal slechts 40 tot 60% van de normale hoeveelheid neerslag, terwijl de zomer van 2019 in ongeveer de helft van het land ongeveer normaal verliep.  Dit blijkt ook uit het gemiddelde van de 10 hoofdstations van het KNMI. Vorig jaar viel daar slechts 48% van de normale hoeveelheid, dit jaar 95%.

neerslag NL.jpg

Percentage van de normale hoeveelheid neerslag in de zomer van 2018 (links) en 2019 (rechts. Rode getallen zijn waarden onder de 70%, gele tussen de 70 en 90, groene tussen de 90 en 110 en blauwe groter dan 110. (bron KNMI)
Percentage van de normale hoeveelheid neerslag in de zomer van 2018 (links) en 2019 (rechts. Rode getallen zijn waarden onder de 70%, gele tussen de 70 en 90, groene tussen de 90 en 110 en blauwe groter dan 110 (bron KNMI)

Maar er zijn grote regionale verschillen, want langs de hele oostkant van Nederland en ook in het zuiden van Zeeland was het droog tot zeer droog. In delen van Drenthe en het oosten van Overijssel en Gelderland was het zelfs nog wat droger dan in 2018.

Opvallend is ook dat de grens tussen droogte en nattigheid ongeveer samenvalt met de grens van de gebieden waar in Nederland wel en geen rivierwater aangevoerd kan worden. Voor de landbouw in oost en zuid Nederland was dit dus weer een moeilijk jaar, want hier is wateraanvoer niet mogelijk. Men is in deze gebieden geheel afhankelijk van de regen die er valt, aangevuld met het water dat uit het grondwater onttrokken kan worden. Maar grondwater is feitelijk ook regenwater dat enige tijd eerder is gevallen en in de bodem is opgeslagen.

Als het lang droog is, zakt het grondwater vaak al snel en dan komen er onttrekkingsverbodem voor de landbouw. Het westen en noorden van Nederland is veel minder afhankelijk van neerslag, want daar kan vanuit de rivieren en het IJsselmeer vrijwel altijd voldoende zoet water worden aangevoerd. Een neerslagtekort is daar vrijwel nooit een groot probleem, tenzij de rivierafvoer zo ver zakt dat zout zeewater via de riviermonden en de sluizen het land in gaat dringen. Daar was dit jaar geen sprake van want tot nu toe bleef de rivierafvoer op peil. 

Een meteorologische reden is niet te bedenken voor de ongelukkige tweedeling in de neerslagverdeling waarbij net het deel van Nederland dat de regen het hardste nodig had er van verstoken bleef en waarbij in die gebieden die altijd verzekerd zijn van voldoende aanvoer wel voldoende regen viel.

Er was wel een verschil in neerslagpatronen tussen 2019 en 2018. Zo verliep vorig jaar van eind juni tot begin augustus overal zeer droog, met in een periode van 6 weken tijd bijna geen neerslag, terwijl het dit jaar beter verdeeld was over de maanden. Juli was wel duidelijk de droogste maand, maar er viel toen altijd nog zo'n 3 tot 4 cm, terwijl er vorig jaar vaak minder dan 1 cm viel. 

In het lokale watertekort van 2019 speelde ook de droogte van 2018 nog mee. Door de langdurige droogte van dat jaar, die zich ook in september, oktober en november nog voortzette, was er op veel plaatsen aan het begin van de winter van 2018/19 tot 30 cm minder neerslag gevallen dan in een normaal jaar. De grondwaterstanden waren daardoor ver weg gezakt en veel beken en vennen die gevoed worden door grondwater waren dan ook droog gevallen. Gewoonlijk wordt een tekort in de winter weer ingelopen, maar het ekort was nu zo groot dat al vrijwel meteen duidelijk werd dat dat niet zou lukken.

Er viel in de maanden januari t/m maart wel de normale hoeveelheid regen, maar dat was toch niet voldoende om ook het tekort in te lopen en toen het voorjaar vrij droog verliep zakte het grondwater al snel weer weg. En omdat de zomer in oost en zuid Nederland weer erg droog verliep, staat het grondwater op veel plaatsen nu weer op hetzelfde niveau als rond deze tijd in 2018. Het is wachten op een echt natte herfst en winter om dit tekort weer in te lopen. Uit het verleden is bekend dat dat jaren kan duren, zo duurde het ook na de zeer droge zomer van 1976 enkele jaren voordat het grondwater op veel plaatsen weer op een normaal niveau uit kwam.