U bent hier

Rijn stijgt verder, Maas blijft laag

De eerste week van mei leverde aardig wat neerslag op en vooral de Rijn profiteerde daarvan. De waterstand is al bijna 1 meter hoger dan vorige week en daar komt nog ca 1m bij, want ook de komende week staat het stroomgebied van de Rijn een aantal natte dagen te wachten. Het stroomgebied van de Maas blijft grotendeels buiten schot en de Maasafvoer blijft daarom onveranderd aan de lage kant. In het waterbericht leest u meer in detail de verwachtingen voor de komende twee weken.

In de rubriek water Inzicht een terugblik op het afgelopen winterseizoen, dat op één flinke hoogwatergolf na, werd gekenmerkt door veel dagen met afvoeren onder het langjarig gemiddelde.

water van de week

Lagedrukgebieden blijven het weer bepalen

De regen van de afgelopen week hing samen met lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan richting het continent trokken. Op dinsdag trok er een dicht langs Nederland en dat veroorzaakte een voorjaarsstorm met hoogwater langs de Nederlandse kust. De bijbehorende neerslagzones trokken over de stroomgebieden en brachten vooral voor de Rijn veel regen.

Vanwege de lage temperaturen viel er in de Alpen boven de 1500 m opnieuw sneeuw en het sneeuwdek groeide er nog wat verder aan.  Meestal is mei de maand dat de sneeuw smelt, zeker onder de 2000 m, maar dit jaar pakt het wat anders uit. De sneeuwlaag is er u overal bovengemiddeld dik voor de tijd van het jaar, dus dat beloofd binnenkort nog heel wat smeltwater in een relatief korte tijd. Hiervan zal dan de Rijn profiteren, dus laagwater hoeven we daar de eerste 2 maanden niet te verwachten. 

In het kaartje hierna is de verdeling van de neerslag over de stroomgebieden van Rijn en Maas weergegeven in de eerste 7 dagen van mei. De grote hoeveelheden in Zuid Duitsland vallen op en hiervan profiteert nu de Rijn, die langzaam is gaan stijgen. Ook in Nederland viel aardig wat regen, met lokaal meer dan 3 cm. Verder valt op dat het stroomgebied van de Maas en dan met name de Ardennen maar erg weinig regen ontvingen. Ook de Midden Duitse zijrivieren van de Rijn liggen in deze zone. 

Deze ca 300 km brede droge zone die vooral de Maas parten speelt, zagen we de vorige jaren ook vaak in de zomer. In met name de noordwestelijke helft van Naderland is het dan vrij nat en vanaf het zuiden van Duitsland ook weer, maar er tussenin wil dan nauwelijks regen vallen. Dit jaar lijkt dit patroon dus ook weer op te treden.

Schermafbeelding 2021-05-09 om 11.21.02.png

Neerslaghoeveelheden in de eerste week van mei (bron Kachelmannwetter.com)
Neerslaghoeveelheden in de eerste week van mei (bron Kachelmannwetter.com)

Een volgend lagedrukgebied ligt nu bij Ierland en dit zorgt vandaag voor een warme zuidelijke stroming over onze omgeving. Lang duurt dit warme intermezzo niet, want het lagedrukgebied schuift gaandeweg op richting onze omgeving en daarmee kan koelere oceaanlucht opnieuw tot ons doordringen. De overgang van warme naar koele lucht gaat gepaard met buien. In Nederland kan daar lokaal flink wat regen uit vallen. Als deze zone verder Europa in trekt, blijft hij enige tijd hangen boven het zuiden van Duitsland en de Alpen en dat zorgt daar voor flink wat regen, lokaal tot meer dan 4 cm, in de Alpen zelfs 7 cm. In het stroomgebied van de Maas valt maar weinig regen en de Maas hoeft daarom voorlopig niet op extra water te rekenen.

Vanaf donderdag is het lagedrukgebied zover naar het oosten opgeschoven dat er geen invloed meer is op het weer in het stroomgebied van de Rijn. Er ontstaat dan waarschijnlijk een klein hogedrukgebiedje boven de omgeving van Nederland, waardoor het een aantal dagen droog blijft in de stroomgebieden. Dit hogedrukgebied is geen blijvertje, want nieuwe lagedrukgebieden dienen zich in het volgend weekend alweer aan. Zoals het er nu naar uitziet zullen ook dan vooral Midden Europa en de Alpen profiteren van de meeste neerslag.

Rijn stijgt naar ca 9,5 m, later misschien nog hoger

In het begin van de afgelopen week was de Rijnafvoer nog aan de lage kant. De afvoer bij Lobith bedroeg toen slechts 1200 m3/s en dat is maar iets meer dan de helft van wat normaal is voor deze tijd van het jaar. In de loop van de week arriveerde het water van de neerslag die in Zuid-Duitsland en Zwitserland was gevallen. Ook de Moezel steeg wat dankzij regenval in het Franse deel van het stroomgebied. De Ardenne, waar de Moezel ook water vandaan krijgt, leverden nauwelijks extra water.

De waterstand bij Lobith is inmiddels gestegen tot 8,5 m +NAP en de afvoer bedraagt nu ca 1650 m3/s. De komende 2 tot 3 dagen gaat de stand vrij snel verder omhoog tot een waarde van net iets onder de 9,5 meter op woensdag en donderdag. De afvoer is dan gestegen tot ca 2250 m3/s. Na deze piek gaat de stand eerst weer wat omlaag naar ca 9,1 m in het weekend. In het begin van de week na het komend weekend arriveert dan het water van de regen die vanaf morgen in Zuid-Duitsland en Zwitserland  gaat vallen. Dit zal dan voor een nieuwe stijging zorgen naar een vergelijkbaar niveau als deze week.

Als er tegen die tijd ook nog wat regen valt in de deelstroomgebieden van de Midden-Duitse rivieren dan is zelfs een verdere stijging naar ca 10 meter mogelijk in de week na komend weekend. Op nog wat langere termijn zal ook een steeds grotere hoeveelheid smeltwater vanuit de Alpen naar de Rijn stromen. Als dat rond die tijd gepaard gaat met ook veel regen in Duitsland, dan is zelfs een klein zomerhoogwatertje niet uit te sluiten. Maar dan moet het wel flink doorregenen, want alleen door smeltwater kan er geen zomerhoogwatertje ontstaan. 

Samengevat de komende dagen een verder stijgende stand naar iets onder de 9,5 m halverwege de week, daarna iets dalend naar ca 9,1 m in het weekend. Na het weekend opnieuw een stijging naar ca 9,5 m, misschien nog wat hoger.

Maas blijft voorlopig erg laag.

De Maas ontving de afgelopen week nauwelijks neerslag. De regengebieden trokken ten noorden en ten zuiden van het stroomgebied langs, maar er niet overheen. De afvoer bij Maastricht is daarom tot ca 100 m3/s gezakt, wat minder dan de helft is de gemiddelde situatie in deze tijd van het jaar. 

Ook de komende week gaat er weinig veranderen, want de regengebieden laten het stroomgebied wederom grotendeels links liggen. Pas in en na het volgend weekend geven de weermodellen aan dat er wat regen kan vallen. Ook dan zijn het geen grote hoeveelheden, maar dat kan natuurlijk nog wel gaan veranderen. 

Vanwege de geringe neerslaghoeveelheden zal de Maas de hele week langzaam blijven dalen naar een afvoer van ca 75 m3/s bij Maastricht. 

water inzicht

Een winter met een flinke hoogwatergolf en verder vooral lage afvoeren

De winter is de periode met verreweg de grootste kans op hoge rivierafvoeren. Niet omdat er dan meer neerslag valt, maar vooral omdat er dan geen verdamping is en de vegetatie geen water opneemt. De neerslag die valt wordt dan voor een groot deel afgevoerd naar de rivieren, terwijl dat in de zomer maar voor een klein deel. Als er sneeuw valt in de winter dan wordt de hoeveelheid water die dat vertegenwoordigd enige tijd opgespaard om als het dan gaat dooien wel beschikbaar te komen.

Als dat smelten dan gepaard gaat met veel neerslag, dan is de kans groot dat er een hoogwatergolf ontstaat. De afgelopen winter was dat het geval, want na een wat koudere periode in januari, waarbij er tot in de lagere delen van de stroomgebieden een laagje sneeuw was blijven liggen, ging het eind januari flink dooien en tegelijk regenen. Dit leverde zowel in de Rijn de hoogste hoogwatergolf op sinds 2018, in de Maas de hoogste sinds 2011. 

In de figuren hierna is het afvoerverloop van respectievelijk de Rijn en de Maas gedurende het winterhalfjaar weergegeven. De grafiek loopt vanaf augustus t/m juli, zodat de winter middenin de grafiek uit komt. Aan vooral de maximale dagwaarde is goed te zien dat in de winter de pieken verreweg het hoogste zijn, maar ook het gemiddelde is dan het hoogst. Bij de lage afvoeren is dat verloop er nauwelijks, iig niet bij de Rijn. In de winter kunnen in de Rijn vrijwel net zo lage afvoeren voorkomen als in de zomer.

Winterseizoen Rijn 20-21.jpg

Afvoerverloop van de Rijn bij Lobith gedurende het afgelopen winterhalfjaar. Ook het verloop van de hoogste en laagste dagwaarde, het gemiddelde en het verloop van de 10% hoogste en 10% laagste waarden zijn weergegeven.
Afvoerverloop van de Rijn bij Lobith gedurende het afgelopen winterhalfjaar. Ook het verloop van de hoogste en laagste dagwaarde, het gemiddelde en het verloop van de 10% hoogste en 10% laagste waarden zijn weergegeven.

 

Winterseizoen Maas 20-21.jpg

Afvoerverloop van de Maas bij Monsin gedurende het afgelopen winterhalfjaar. Ook het verloop van de hoogste en laagste dagwaarde, het gemiddelde en het verloop van de 10% hoogste en 10% laagste waarden zijn weergegeven.
Afvoerverloop van de Maas bij Monsin gedurende het afgelopen winterhalfjaar. Ook het verloop van de hoogste en laagste dagwaarde, het gemiddelde en het verloop van de 10% hoogste en 10% laagste waarden zijn weergegeven.

De Rijn had deze winter maar een hoogwatergolf in de eerste week van februari. De afvoer steeg tot bijna 7500 m3/s wat gemiddeld eens in de ongeveer 3 jaar voorkomt. De Maas was iets actiever de afgelopen winter en in deze rivier traden twee duidelijke golven op, waarbij de eerste eind december en de tweede ook in de eerste dagen van februari. De Maasafvoer steeg tot ca 1780 m3/s, een afvoer die ongeveer eens in de 4 jaar voorkomt. De hoge Maasafvoer was dus iets bijzonderder dan de Rijnafvoer. 

Buiten deze hoogwatergolven was de afvoer van Rijn en Maas de hele winter relatief aan de lage kant. Er waren enkele kleinere pieken, maar die kwamen net aan de gemiddelde afvoer voor die periode van het jaar. De rest van de tijd bevond de afvoer zich steeds (ruim) onder dat gemiddelde. Aan het eind van april bereikte de afvoer zelfs de waarde van de 10% laagste afvoeren, dat wil zeggen dat een dergelijke waarde op die dag maar in een op de 10 jaren wordt bereikt.

In de figuur hierna is voor beide rivieren per maand weergegeven welk deel van de normale afvoer er werd afgevoerd. In november waren de afvoeren voor Rijn en Maas nog beneden gemiddeld; vooral in de Maas waren de gevolgen van een vrij droge zomer en najaar nog merkbaar. In december had de Maas al een eerste hoogwatergolfje en daardoor kwam het gemiddelde bijna bij normaal uit. De neerslaggebieden die de Maas in december opstuwden gingen grotendeels aan de Rijn voorbij en daarom nam in de Rijn in december het percentage juist wat af in vergelijking met de maand ervoor.

In januari nam vooral de Maasafvoer al sterk toe, maar dit was vooral het gevolg van een hoge afvoer in de laatste paar dagen van de maand. Bij de Rijn is het water ca 5 dagen langer onderweg en daardoor bleef januari nog relatief laag, maar was februari vooral aan de hoge kant. Na de nattigheid eind januari en begin februari werd het snel weer vrij droog en de afvoer daalde daardoor na enkele weken weer onder het langjarig gemiddelde. In maart lag bij beide rivieren het percentage dat ze afvoerden al weer onder de 80% van de gemiddelde afvoer en in april al weer rond de 65%. In totaal voerde de Rijn gedurende de periode van november t/m april ca 90% van de normale afvoer af, de Maas 95%.

Al met al geen uitzonderlijke winter, met één flinke hoogwatergolf, en met vrij lange droge perioden waardoor de afvoer vaak onder het langjarig gemiddelde bleef.

Schermafbeelding 2021-05-09 om 13.47.00.png

Percentage van de gemiddelde afvoer die Rijn en Maas per maand afvoerden.
Percentage van de gemiddelde afvoer die Rijn en Maas per maand afvoerden.