U bent hier

Voldoende regen voor lichte stijging waterstanden

De eerste helft van de week houdt het wisselvallige weer nog aan en dat zorgt vanaf dinsdag voor een lichte stijging van de Rijn; ook de Maas doet nu mee en stijgt een beetje. Op wat langere termijn nemen de neerslagkansen weer af, dus er volgt voorlopig geen grotere stijging. In het weer- en waterbericht leest u meer over de verwachte ontwikkelingen. In het tweede deel van dit bericht een impressie van de Markerwadden. Dit jongste stukje Nederland bestaat nu één jaar en satelietfoto's laten zien water er sindsdien aan de oppervlakte is gebeurt.

Een komen en gaan van neerslaggebieden

Vorige week schreef ik dat de tweede helft van de afgelopen week droog zou verlopen, maar dat liep anders vanwege de ex-tropische cycloon Lorenzo die een andere koers nam dan eerder verwacht en op vrijdag over Nederland naar het zuidoosten trok. Vooral in Midden en Zuid Nederland viel daardoor flink wat regen en samen met de neerslag van de dagen daarvoor is oktober nat begonnen. Een goede start dus voor de zuidelijke en oostelijke regio's van het land die na 2 droge zomers een groot neerslagtekort hebben opgebouwd. Zoals ik in het bericht van 22 september al schreef is er met name in Zuidoost Nederland nog heel veel meer neerslag nodig om het grondwater weer enigszins op peil te brengen.

De komende week wordt daar in ieder geval in voorzien, want tot en met vrijdag passeren er meerdere regenzones en kan er mogmaals zo'n 3 à 4 cm regen vallen; dat is de helft van wat er normaal in een hele maand valt. De aanjager voor dit weer is een groot lage drukgebied boven het noorden van de Atlantische Oceaan. Boven het noorden en zuiden van Europa liggen wel hoge drukgebieden, maar die zijn onvoldoende sterk om de neerslaggebieden op afstand te houden. 

Vandaag passeert een eerste actieve regenstoring die in heel de stroomgebieden van Rijn en Maas voor zo'n 1,5 tot 2 cm regen zorgt. Maandag is dan een droge dag, maar dinsdag volgt een volgende regenzone, die in Nederland, de Ardennen en de Eifel nogmaals zo'n 2 cm regen brengt. Op woensdag schuift het gebied verder naar het zuiden en blijft daar wat langer hangen; in Zuid Duitsland en de Alpen kan dan nog een paar cm meer vallen. 

Vanaf vrijdag houdt het wisselvallige weer nog wel aan, maar gaan de droge perioden langer duren en valt er minder regen. Een langdurig droge periode lijkt er voorlopig niet aan te komen, maar er valt dan ook niet voldoende regen meer voor een verdere stijging van de waterstanden.

Rijn stijgt later in de week naar ca 1800 m3/s; waterstand naar ca 8,75 m +NAP

De Rijnafvoer steeg de afgelopen week al langzaam uit het dal van bijna 1000 m3/s in de laatste week van september. Het ziet er naar uit dat dat wel eens de laagste waarde van dit jaar kan worden, want voorlopig gaan de afvoeren stijgen en als de afvoeren in deze tijd van het jaar eenmaal in de lift zitten, zakken ze zelden later nog onder de 1000 m3/s.

In eerste instantie steeg de afvoer deze week naar 1280 m3/s en dat leverde al een waterstand op die met 7,85 m +NAP ca 50 cm hoger was dan de week daarvoor. Sindsdien is de afvoer weer iets gezakt, maar lager dan de huidige waarde van ca 1175 m3/s wordt het de komende dagen niet. Vanaf dinsdag bereikt ons dan het extra water dat vandaag gaat vallen in het stroomgebied en dat zorgt voor een langzame stijging met eerst zo'n 75 m3 per dag, later in de week nog wat meer. Op vrijdag verwacht ik dat de afvoer bij Lobith de 1500 m3/s passeert en in het begin van de week daarna kan de afvoer tot ca 1800 m3/s stijgen.

De waterhoogten bij Lobith die daarbij horen zijn 8,3 m op vrijdag en 8,8 m in het begin van de week daarna. NB. Deze waarden zijn een eerste inschatting, omdat ze gebaseerd zijn op regen die nog moet vallen. Pas als de regen gevallen is en zich in de zijrivieren en de Rijn zelf bevindt, is een meer betrouwbare inschatting te geven. Als de regenzones actiever zijn is daarom ook een stijging tot 2000 m3/s mogelijk en als er minder valt komt het misschien maart tot 1600 m3/s. 

Zoals het er nu naar uitziet is de kans het grootst dat Rijnafvoer en waterstand na het piekje van ca 1800 m3/s weer wat zullen dalen. De activiteit van de neerslagzones wordt vanaf het volgend weekend namelijk weee minder groot en waarschijnlijk valt er dan onvoldoende regen voor een verdere stijging.

Samengevat: tot dinsdag 8 oktober een Rijnafvoer van ca 1200 m3/s (waterstand 7,95 m +NAP), daarna een langzame stijging tot ca 1800 m3/s (waterstand 8,8 m +NAP) rond 14 oktober en daarna weer enige tijd langzaam dalende afvoeren en standen.

Maasafvoer komt in beweging

Nadat de afvoer bij Maastricht maandenlang rond de 30 m3/s schommelde, kwam er de afgelopen week eindelijk wat verandering in het afvoerpatroon. Vorig weekend al kwamen er enkele tientallen kuubs bij, maar in het midden van de week werd zelfs de 100 m3/s gehaald. Na de eerste regen die medio september viel was daar in de Maas nog weinig van te merken, maar nu is er dus enige stijging. Dat betekent dat de bodems in het stroomgebied van de Maas weer wat meer verzadigd zijn geraakt en er weer water afstroomt naar de zijbeken en de Maas zelf. Na het piekje van woensdag daalde de afvoer weer wat, maar het bleef met ca 60 m3/s boven de zeer lage waarden van de afgelopen maanden.

Dit genoemde waarden zijn de daggemiddelde afvoeren. Omdat de Maas in België en een groot deel van Nederland gestuwd is, zijn de pieken die in het afvoerverloop zichtbaar zijn, vaak niet alleen het gevolg van de neerslag die in het stroomgebied valt, maar vooral van onregelmatig stuwbeheer. Dat was deze week ook het geval en dat zorgde bij Maastricht voor een piek van ca 350 m3/s. De stuwen reageren dan te fanatiek op een kleine waterstandschommeling en geven die, de een na de ander, versterkt door. Na de piek zakt de afvoer altijd ook weer snel, soms zelfs naar minder dan nul; de Maas stroomt dan even de andere kant op. Zo wordt het teveel doorgegeven water weer gecompenseerd. Zonder de stuwen zou de hoogste waterafvoer op woensdag niet groter zijn geweest dan ca. 125 m3/s. 

De komende week kunnen we een zelfde patroom verwachten. Vandaag, dinsdag en donderdag passeren er regenzones en die leveren extra water op dat naar de Maas zal stromen. Meestal de dag na de regenval volgt er dan een stijging in de Maasafvoer bij Maastricht. Omdat de regenzones elkaar  snel opvolgen heeft de rivier ook niet voldoende tijd om tussendoor weer ver te zakken, dus daarom verwacht ik dat de daggemiddelde afvoer na vandaag op een hoger niveau zal uitkomen vanaf ca 75 tot 100 m3/s met piekjes tot 150 m3/s op de dagen na de neerslag. Daarbovenop zijn er dan nog de pieken en dalen die de stuwen veroorzaken.

Markerwadden één jaar later

Vorig jaar in september werden de Markerwadden opgeleverd en was er de officiële opening. In mijn bericht van 14 oktober 2018 heb ik een inkijkje gegeven in hoe de eilanden zich tijdens de bouw hadden ontwikkeld. Te zien was hoe delen van de eilanden begroeid raakten en wind en golven de zandige kustlijn beïnvloedden. Nu een jaar later heb ik weer een paar sattelietbeelden naast elkaar gezet om na te gaan hoe de ontwikkelingen zich het afgelopen jaar hebben voortgezet. In het beeld hieronder is de foto van medio september 2018 (links) naast die van dit jaar september (rechts) gezet.

Het meest valt het troebele water op dat zich dit jaar rond het middelste eiland bevindt en dat uitwaaiert naar het noorden en zuiden. Het middelste eiland wordt op dit moment verder aangevuld. De Markerwadden zijn namelijk nog niet klaar en zullen de komende jaren nog meer slib ontvangen dat met schepen wordt aangevoerd. Het retourwater dat vanaf het eiland terugstroomt naar het buitenwater is nog niet al zijn slib kwijt en vertroebelt daarom het water rondom de eilanden. 

Markerwadden vergelijking 2018-19.jpg

Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 (bron sentinel-satteliet)
Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 (bron sentinel-satteliet)

Als je goed kijkt, dan is te zien dat er op de eilanden aan de (noord)oostkant wat begroeiing staat. De vegetatieontwikkeling is echter veel beter te zien in het infrarode licht (zie beelden hieronder). De bedroeiing kleurt in dat licht rood en onbegroeide bodem blijft wit; het water is grijsblauw. Nu is veel beter te zien dat de noordelijke eilanden volop begroeid zijn geraakt. Deze eilanden waren vorig jaar nog maar net gevuld met slib en de begroeiing heeft zich op de nieuwe bodem in het afgelopen jaar snel ontwikkeld. De zuidelijke eilanden zijn nog maar deels boven water uitgestegen en hier heeft zich alleen op enkele (schier)eilandjes begroeiing gevestigd.

Markerwadden vergelijking 2018-19 IR.jpg

Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 in infrarood licht (bron sentinel-satteliet)
Vergelijking Markerwadden 2018 - 2019 in infrarood licht (bron sentinel-satteliet)

Niet alleen de begroeiing valt op, wie goed de kustlijnen van beide jaren vergelijkt, zal zien dat daar ook veranderingen zijn opgetreden. Zo is de langgerekte kustlijn in het zuiden van vorm veranderd. Vorig jaar was deze kustlijn nog geheel recht, maar inmiddels is er een lichte boogvorm in te zien. In het midden is de kust zand verloren en is de strandwal duidelijk smaller geworden. Dit woordt veroorzaakt door de golfslag die bij westenwind in een hoek tegen de kust aan loopt en het zand dan oppakt en naar het oosten verplaatst. Bij zuidenwind, als de hoek van de wind op de kust andersom is, beweegt dat zand dan weer terug, maar omdat de westelijke winden vaker optreden en doorgaans sterker zijn dan zuidelijke winden, loopt dit, door de golven veroorzaakte zandtransport vooral van west naar oost. 

Veranderingen 2018 - 2019 zuidpunt.png

Veranderingen aan het zuiderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).
Veranderingen aan het zuiderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).

In de figuur hierboven is de verandering aangegeven. De gele lijn is de kustlijn van 2018. Het zand gaat niet verloren, maar wordt tegen het meer zuidelijke deel van de strandwal weer neergelegd; daar is de wal veel breder is geworden. Zo schaaft de golfslag langzaam het zand op de ene plek weg en legt het dan verderop weer niet. Kustlijnen zijn in de natuur ook nooit recht, maar hebben altijd een lichte boogvorm. Die boogvorm begint zich hier nu onder invlioed van de natuurlijke dynamiek ook te ontwikkelen. Naast de golfslag langs de kust stroomt er soms bij storm ook water plaatselijk over de strandwal heen, dat levert dan kleine uitstulpingen op aan de achterkant waar het zand weer wordt neergelegd.

De kans dat de kustlijn op termijn doorbreekt is het grootst in het westen, want daar verdwijnt alleen maar zand en kan geen nieuw zand worden aangevoerd vanuit het westen, omdat de pieren van de haven dat verhinderen. Er zal daarom op termijn weer nieuw zand aangebracht moeten worden. Door dat op het westelijk deel te storten zorgen wind en golven vervolgens voor de verdere verspreiding over de hele strandwal.

Bij het noorderstrand vinden vergelijkbare ontwikkelingen plaats. Hier beweegt het zand ook vooral van west naar oost langs de kust, wat voor een verlenging van de wal zorgt in het oosten. Daarnaast probeert de dynamiek de onnatuurlijke haakse hoek in de strandwal wat bij te werken.

veranderingen 2018 - 2019 noordpunt.png

Veranderingen aan het noorderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).
Veranderingen aan het noorderstrand van de Markerwadden (bron Sentinel-satteliet).