U bent hier

Vrijwel droge week en dalende waterstanden

Voor het eerst sinds maanden wordt het weer in de stroomgebieden voor langere tijd bepaald door hogedrukgebieden. Daarom gaan de rivieren na een zomer met steeds hoge tot soms zelfs zeer hoge afvoeren de komende week dalen naar waarden rond het langjarig gemiddelde en de kans is groot dat ze daar later in september ook onder zakken. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende 7 tot 10 dagen.

In de rubriek Water Inzicht een volgende analyse van het Maashoogwater van afgelopen zomer. Uit een analyse van de neerslag blijkt vooral de neerslagintensiteit opvallend hoog te zijn geweest, meer nog dan de neerslaghoeveelheden die gevallen zijn.

water van de week

Hogedrukgebied nestelt zich boven Oost Europa

Een hogedrukgebied waarvan de kern lang nabij het noorden van het verenigd Koninkrijk heeft gelegen is de afgelopen week ten noorden van Nederland langs getrokken en komt nu aan boven Oost Europa. Een uitloper ervan ligt de komende dagen tot over ons land en dit zorgt voor droog, zonnig en warm weer in onze omgeving. 

Vorige week leek het er nog op dat er al snel een lagedrukgebied zou komen dat het continent op zou trekken met misschien wel veel regen, maar die verwachting is niet uitgekomen. Er nader later in de week vanaf de Atlantische Oceaan wel een lagedrukgebied, maar dat trekt over Ierland naar het noordoosten.

Fronten van dit lagedrukgebied kunnen Nederland nog wel bereiken en in de tweede helft van de week zijn er daarom enkele buien mogelijk. In de stroomgebieden blijft het echter zo goed als droog, omdat het hogedrukgebied boven Oost Europa voldoende tegengas biedt. De regenhoeveelheden die nog wel in de stroomgebieden verwacht worden zijn te gering voor een stijging van de waterstanden.

Het hogedrukgebied boven Oost Europa houdt ook in het weekend nog stand en daarna is het onduidelijk hoe het verder gaat. Waarschijnlijk dient zich op de Atlantische Oceaan een nieuw lagedrukgebied aan, maar het is nog niet duidelijk of dit tot onze omgeving door weet te dringen en een wat nattere periode in gang gaat zetten, of dat het op grotere afstand blijf liggen omdat het hogedrukgebied aan het langste eind trekt. De grootste kans lijkt voorlopig het aanhouden van het droge weer te hebben. 

Rijn zet langere daling in

In het vorige weekend was er nog eenmaal veel regen in het oosten van de Alpen gevallen en het water daarvan bereikte aan het eind van de week ons land. Bij Lobith was de waterstand ondertussen tot net onder de 9 m gezakt, maar hij veerde toch nog ene keer op tot iets erboven. De afvoer steeg weer tot net boven de 2.000 m3/s. Dat is bijna 300 m3/s boven het langjarig gemiddelde voor deze periode van het jaar.

In een gemiddeld jaar wordt de laagste stand van de Rijn pas in de eerste week van oktober bereikt bij een afvoer van ca 1.575 m3/s. De kans is groot dat we dat niveau de komende week al gaan onderschrijden, want de eerstkomende dagen daalt de afvoer per dag met ca 100 m3/s, later afnemend naar ca 50 m3/s per dag. Op 10 of 11/9 verwacht ik daarom dat de 1.575 m3/s wordt onderschreden. De waterstand hierbij bedraagt ca 8,4 m +NAP. 

Omdat er de hele week geen tot weinig regen wordt verwacht daalt de waterstand daarna verder en het ziet er naar uit dat  rond 14/9 ook de 1.400 m3/s (bij een stand van ca 8,1 m) wordt onderschreden en 2 of 3 dagen later ook de 1.300 m3/s (bij een stand van 7,9 m).

Of de daling daarna nog verder doorzet hangt af van het lagedrukgebied dat rond het weekend wordt verwacht. Als dat gepaard gaat met regengebieden die het continent optrekken, dan zou de Rijn daarna weer kunnen gaan stijgen, maar voorlopig is de kans het grootst dat het droge weer langer aan gaat houden en dan zouden de waterstanden in de tweede helft van september nog verder kunnen dalen. Volgende week is dar meer over te zeggen.

Maas daalt naar ca 75 m3/s

In de Ardennen viel afgelopen zondag nog wat regen en daardoor veerde de Maas op maandag nog eenmaal op tot een afvoer van ca 175 m3/s bij Maastricht. Dat is ruim boven het langjarig gemiddelde dat ca 75 m3/s bedraagt in deze tijd van het jaar. Voor de Maas is dat overigens ook het laagste niveau dat de rivier gemiddeld bereikt. Anders dan de Rijn bereikt de Maas zijn laagste waarde gemiddeld al rond eind augustus. 

Dit jaar zal dat moment echter later liggen, want voorlopig zal de afvoer nog wel even dalen. Die daling is meteen na afgelopen maandag al ingezet en inmiddels is de afvoer bij Maastricht tot rond de 100 m3/s gedaald. De komende week zet die daling zich heel langzaam door en aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ca 75 m3/s. 

Er is een kansje dat de Maas op donderdag of vrijdag, als er enkele buien overtrekken, nog wel net voldoende water ontvangt voor een lichte stijging. Maar veel zal dat niet zijn en daarom ziet het er naar uit dat de afvoer ook in de week na volgend weekend nog langzaam verder zal dalen. Tenzij het eerder genoemde lagedrukgebied na het volgend weekend het continent weet te bereiken, maar die kans lijkt voorlopig niet zo groot.

Water inzicht

Hoge neerslagintensiteit verantwoordelijk voor hoogwater Maas

Het afgelopen hoogwater in de Maas kwam zeer plotseling op gang. De afvoer bij Maastricht bedroeg op 13 juli nog maar zo'n 150 tot 200 m3/s en twee dagen later werd de 3.000 m3/s per seconde overschreden. De periode dat het regende duurde maar iets meer dan 24 uur (zie grafiek hieronder), maar er viel een enorme hoeveelheid in de Ardennen van zo'n 10 tot 15 cm. 

Vesdre 2021.jpg

Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.
Neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop tijdens de hoogwater van juli 2021. Het getreepte deel is een schatting; omdat de meetapparatuur was uitgevallen.

Als we de regenval voorafgaand aan andere hoogwaterperioden ermee vergelijken, dan blijkt dat dergelijke hoeveelheden wel vaker vallen tijdens natte perioden, maar dan valt de neerslag verdeeld over bijvoorbeeld 3 tot 5 dagen. De intensiteit was dit keer dan ook erg hoog. In het meetstation Ternell werd gedurende enkele uren zelfs 20 mm neerslag gemeten en een groot aantal uren lag de intensiteit tussen de 5 en 10 mm. 

Deze zeer hoge intensiteit verschilt sterk met die van de neerslag in de winter die meestal verantwoordelijk is voor hoogwatergolven. In de grafiek hierna heb ik een andere neerslagperiode (maart 2019) in rood in dezelfde figuur als hierboven afgebeeld. In totaal viel er toen zo'n 9 cm regen in Ternell, maar de regenval was verdeeld over 3 dagen.

Wat vooral opvalt is dat de intensiteit bij de hoogwatergolf in de winter veel lager was. Deze kwam tot maximaal 5 mm per uur, maar schommelde meestal tussen de 2 en 3 cm. In vergelijking met de regenval in juli is dit erg weinig, maar voor gestage regenval zoals we die ook in Nederland vooral van de winter kennen zijn dat normale hoeveelheden. Als er zo'n 4 tot 5 mm/uur valt dan ervaren we dat al als stevige regenval.

Tijdens buien loopt de intensiteit op tot soms wel 100 mm/uur, maar dergelijke zware buien duren meestal maar kort en beslaan ook zelden een groot oppervlak. Het is het soort buien waarbij in de ene plaats de straten blank staan, terwijl het 10 kilometer verderop droog bleef. De neerslagintensiteit in de Ardennen was dus niet zo hoog als in een zware bui, maar wat vooral erg hoog voor een lange periode van aanhoudende regenval.

Het is waarschijnlijk vooral deze langdurige hoge intensiteit geweest die de hoogwatergolf heeft veroorzaakt. De afvoer van 2021 kwam dan ook veel hoger uit dan die van 2019. In dat laatste jaar werd een afvoer van 140 m3/s bereikt, wat voor de Vesdre overigens altijd al een erg hoge afvoer is geweest.  

Deze zomer is de afvoer in de Vesdre waarschijnlijk tot ca 500 m3/s gestegen. Precies is dit niet bekend, omdat de meetapparatuur het begaf, maar aan de hand van andere meetstations in de buurt en de afvoer die uiteindelijk in de Maas is opgemeten, heb ik een schatting gemaakt van het verloop. Mogelijk dat hier later nog wel een betere schatting van gemaakt wordt, maar het is in ieder geval duidelijk dat de afvoer nu erg veel hoger is uitgekomen dan in 2019.

Vesdre 2021 en 2019.jpg

Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)
Vergelijking van de neerslag (onder) in het stroomgebied van de Vesdre en het afvoerverloop (boven) tijdens de hoogwater van juli 2021 (blauw) en maart 2019 (rood)

De hoge intensiteit heeft er voor gezorgd dat de bufferende werking die delen van een stroomgebied normaal altijd hebben al snel volgelopen zal zijn. Relatief veel water dat bij een lagere intensiteit nog wel opgevangen zou zijn, kwam daardoor tegelijk tot afstromen met het water dat altijd al tot afstromen komt. 

Ik vermoed dat het verharde oppervlak hier een erg belangrijke bijdrage aan geleverd heeft. Dit is gewoonlijk de snelste component en in trage hoogwatergolven zoals in de winter, bevindt die zich vooral vooraan in de hoogwatergolf. Als het water uit de rest van het stoomgebied dan arriveert, is dit snelle water doorgaans al afgevoerd en het draagt dan minder mee aan de piek. Omdat de piek dan vooral is opgebouwd uit wat trager afstromend water, duurt het ook langer totdat de piek passeert nadat het droog geworden is.

Bij dit zomerse hoogwater viel de piek in de Vesdre vrijwel direct nadat de regenval stopte, wat betekent dat het aandeel water vanaf een snel leverend oppervlak een groot aandeel zal hebben gehad. Misschien is het zelf wel de belangrijkste oorzaak van deze extreme hoogwatergolf. Nader onderzoek naar de herkomst van het water in de piek zal dit uit moeten wijzen.

 

 

 

 

 

 .