U bent hier

Week begint nog met regen, daarna droger en warmer

Mei is hard op weg een natte maand te worden en dat is goed nieuws voor de grondwaterstanden in Nederland, maar ook de rivieren zijn weer opgeveerd na de lage standen en afvoeren in april. De eerste helft van de komende week blijft het nog regenachtig en vooral in Nederland en België kan nog aardig wat regen vallen. In het stroomgebied van de Rijn blijft het deze week al grotendeels droog, maar zou het vanaf volgend week weer natter kunnen worden. Voorlopig is er voldoende water onderweg om de rivieren op een niveau iets boven het langjarig gemiddelde te houden. In het waterbericht leest u hoe de waterstanden zich deze week zullen ontwikkelen.

In de rubriek Water Inzicht besteed ik aandacht aan de trends in de afvoeren van Rijn en Maas in de maand en mei en juni. Op 11 april had ik al stil gestaan bij de trends in april. Daar was met name de afgelopen 10 tot 20 jaar sprake van een aanzienlijke daling. Deze daling zien we ook bij de maanden mei en juni, maar wel minder sterk en over de hele meetreeks gezien zijn de afvoeren in juni zelfs licht gestegen.

water van de week

Hogedruk op de Atlantische Oceaan krijgt meer invloed op het weer in Europa.

De afgelopen week stond in het teken van lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan ten noorden van Nederland naar het oosten trokken. Dit ging gepaard met regenzones en ook actieve buien. Inmiddels is lokaal in het midden en noorden van ons land al meer dan 100 mm regen gevallen, wat veel is voor de maand mei, want gemiddeld valt er maar 60 tot 65 mm. Alleen het oosten van Brabant en Midden van Limburg blijft, zoals gewoonlijk, flink achter met lokaal pas 40 mm. Voor het eind van de maand komt daar overal nog wel 20 tot 25 mm bij, zodat de maand ook in de meest droge regio's van ons land toch gemiddeld lijkt te gaan verlopen.

Vooral de eerste dagen van de week verlopen nat in Nederland als een nieuw lagedrukgebied vanaf de Britse Eilanden naar Scandinavië trekt en samen met deze depressie zullen vooral in Nederland en België op maandag regenzones en op dinsdag en woensdag buien overtrekken. De regen die dan in de Ardennen valt, zal nog wat extra water opleveren voor de Maas. Anders dan de vorige week neemt de activiteit van de neerslagzones af in zuidelijke en oostelijke richting en in het stroomgebied van de Rijn wordt deze week daarom niet zoveel regen meer verwacht. Alleen de Moezel kan vanuit de Ardennen en Eiffel nog wat regen ontvangen. 

Op woensdag breidt het hogedrukgebied vanaf de Azoren zich uit in de richting van de Britse Eilanden. Dat is lang geleden dat dit hogedrukgebied zich uitbreidde, want al vanaf maart lag steevast een groot hogedrukgebied nabij Groenland en IJsland, waardoor Europa nu al bijna 2 maanden met een koude noordelijke tot westelijke stroming te maken heeft gehad. Het hogedrukgebied bij de Azoren hield zich al die tijd rustig, maar nu ziet het er toch naar uit dat het zich naar het noorden uit gaat breiden. Hiermee wordt de pas afgesneden voor de koude noordelijke stroming en kan het Europese continent eindelijk wat gaan opwarmen. 

Het is nog onduidelijk of hiermee ook een langere droge periode aanbreekt. In ieder geval zal vanaf donderdag de buiigheid in Nederland af gaan nemen als het hogedrukgebied steeds dichterbij komt te liggen. Tot en met het weekend blijft onze omgeving onder invloed staan van die hogedruk, maar het is nog niet duidelijk of het stroomgebied van de Rijn ook stabiel weer houdt. Er is een kans dat vanaf het komend weekend een lagedrukgebied boven Midden Europa ontstaat en in dat geval wordt het vooral in de Alpen en Zuid Duitsland weer nat, wat dan gevolgen zal hebben voor de Rijnafvoer. De Maas lijkt buiten deze regengebieden te vallen.

Het is echter nog onzeker of dit lagedrukgebied er inderdaad komt, want het is ook mogelijk dat het hogedrukgebied boven de Britse Eilanden zich wat meer naar het oosten uitbreidt en in dat geval blijft het grotendeels droog in Midden Europa.

Rijn stijgt bij Lobith deze week naar ca 10,4 m+NAP en de afvoer naar ca 3.000 m3/s

De Rijn is de hele afgelopen week langzaam gestegen en inmiddels is bij Lobith de 10 m overschreden. De stand is nu bijna 2,5 meter hoger dan eind april en is nu zelfs ruim een halve meter hoger dan het langjarig gemiddelde. De verhoogde stand heeft de Rijn te danken aan de vele regen die vooral in Zuid Duitsland is gevallen. In het Zwarte Woud is lokaal al meer dan 25 cm regen gevallen en dat is ook voor die regio erg veel. Ook in het oosten van Frankrijk is veel neerslag gevallen en daarom is de Moezel ook aardig gestegen. In Midden Duitsland viel niet zoveel regen en de zijbeken van de Rijn uit die regio's zijn daarom nauwelijks gestegen.

Het is bijzonder wat er de afgelopen weken in de Alpen is gebeurd. Er viel daar ook veel neerslag, maar vanwege de koude viel dat in de bergen vooral in de vorm van sneeuw. De dooigrens lag laag voor de tijd van het jaar en daarom nam zelfs tussen de 1500 en 2000 m hoogte het sneeuwdek nog toe. In de figuur hierna is de ontwikkeling van het sneeuwdek van 3 meetstations in de Alpen weergegeven van de afgelopen winter. Ze liggen resp. op ca 1850, 2100 en 2700 m hoogte; alle binnen het stroomgebied van de Rijn.

Sneeuw Alpen 24 mei.jpg

Huidige situatie sneeuwdek in de Alpen op 3 verschillende hoogtes.
Huidige situatie sneeuwdek in de Alpen op 3 verschillende hoogtes.

Het meest opvallend is de situatie in het laagst gelegen station. Gewoonlijk begint de sneeuw op die hoogte al vanaf begin april te smelten (zichtbaar aan de donkerpaarse lijn) en eind mei is het meeste dan gesmolten. Maar dit jaar groeide het sneeuwdek zelfs op deze lage hoogte in de Alpen nog aan en inmiddels is het niveau er zelfs hoger dan het ooit in de laatste week van mei is geweest. Ook op de andere meetpunten neemt de sneeuwdikte nog toe en ook op een hoogte van 2100 m komt inmiddels de hoogste stand die er ooit in deze tijd van het jaar is bereikt.

Er ligt dus nog een enorme hoeveelheid sneeuw in de Alpen en omdat vanaf de tweede helft van deze week warmer weer wordt verwacht, zal dan eindelijk de smeltperiode gaan beginnen. Naar verwachting zal het smelten dan in relatief korte tijd plaats vinden en vooral de sneeuw op lagere hoogten zal dan snel smelten.

Het meeste smeltwater ontstaat als er tegelijkertijd ook regen valt, omdat de sneeuw dan sneller smelt en samen met het regenwater kan dat extra veel water opleveren. Dit water komt uiteindelijk in de Rijn, maar omdat ca 90% van het smelt- en regenwater vanuit de Alpen eerst in de grote meren zoals de Bodensee wordt opgeslagen, zal dat zeker niet tot een hoogwatergolf leiden. Met name de neerslag die komend weekend in de Alpen zou kunnen gaan vallen is interessant, omdat dat gepaard gaat met vrij hoge temperaturen. Maar zoals ik hierboven al schreef is het nog niet zeker dat die neerslag er ook komt.

Het blijft dus nog even afwachten welke bijdrage de Alpen de komende weken aan de Rijn gaan leveren, maar al wel zeker is dat het om veel water zal gaan en met name in juni en juli is het daarom vrijwel uitgesloten dat er lage waterstanden in de Rijn zullen op gaan treden. 

Ondertussen is er in de Rijn nog aardig wat water onderweg, afkomstig van de buien van de afgelopen dagen. In de Bovenrijn is een klein golfje onderweg dat in de loop van de week bij Lobith aan komt en dat dan voor nog wat hogere waterstanden zal zorgen. Ik verwacht dat de stand de eerste dagen nog rond de 10,1 m +NAP zal schommelen om dan vanaf woensdag nog wat verder te stijgen naar een niveau van ca 10,3 tot 10,4 op vrijdag. De afvoer die nu ca 2700 m3/s bedraagt zal dan zijn gestegen naar net iets minder dan 3000 m3/s.

Omdat het vanaf nu tot aan het komend weekend vrijwel droog blijft in het stroomgebied van de Rijn zal de stand na vrijdag weer langzaam gaan dalen. Die daling zal waarschijnlijk tot in ieder geval het midden van de week na volgend weekend (rond 3 juni) aanhouden en tegen die tijd is de stand dan weer gezakt tot ca 9,5 m en de afvoer weer tot ca 2300 m3/s. Het hangt van de neerslag in het komend weekend af of de stand daarna weer gaat stijgen, of dat de daling nog verder doorzet. Volgende week is daarover meer duidelijkheid te geven.

Maas schommelt rond de 200 m3/s

De Maas profiteerde eindelijk eens van wat regenval en is de afgelopen week gestegen van ca 100 naar nu ongeveer 200 m3/s bij Maastricht. Dat is ongeveer de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar. De afgelopen jaren had het stroomgebied van de Maas veel vaker dan dat van de Rijn in het zomerhalfjaar te maken met droogte. Regengebieden leken de Maas te mijden, om dan verder naar het zuiden in Zuid Duitsland en de Alpen, weer wel actief te zijn. 

De afgelopen week werd dat patroon enigszins doorbroken en er vielen aardig wat buien in de Ardennen en het noorden van frankrijk, waardoor de afvoer wat kon stijgen. De komende 3 dagen blijft het vrij nat in de Ardennen en dat zal dan nog wat extra water opleveren voor de Maas. Veel verder dan 200 m3s zal de afvoer echter niet stijgen, daar zijn de hoeveelheden te klein voor. 

vanaf woensdag wordt het weer droog in het stroomgebied en daarom zal de afvoer vanaf vrijdag of zaterdag weer langzaam gaan dalen. Voorlopig lijkt het een wat langere periode droog te blijven in het stroomgebied en daarom is de kans groot dat de afvoer weer naar 150 m3/s zakt in het midden van de week na het komend weekend. 

Water Inzicht

Dankzij de regenval van de afgelopen weken is de Rijnafvoer in mei flink gestegen en inmiddels boven het langjarig gemiddelde uitgekomen. Over de hele maand bezien komt mei waarschijnlijk op ca 90% van de gemiddelde afvoer uit, terwijl dat in april slechts 65% was. Een zo snelle toename is uitzonderlijk; van de ca 30 jaren dat april zo'n lage afvoer had, kwam het maar 5 keer voor dat de afvoer in mei al weer zo sterk terugveerde. 

De laatste jaren is april vaak een maand met vrij lage afvoeren geweest en mei volgde ongeveer in dat spoor. Als we naar de hele meetreeks kijken (zie grafiek hierna) dan zien we dat de droge mei-maanden van de laatste jaren niet uniek zijn. Met name in de 40-er en 50-er jaren van de vorige eeuw kwamen ze veel voor en de trendlijn over de hele meetreeks laat mede daarom geen dalende of stijgende trend zien. In juni zijn er de laatste jaren ook vrij veel jaren met een lage afvoer, maar ondanks dat loopt de trend zelfs langzaam op. Bij april zagen we (in het bericht van 11 april) ook al dat de trendlijn weinig verandering laat zien.

mei en juni.jpg

De gemiddelde Rijnafvoer van mei (boven) en juni (onder) van alle jaren sinds 1901. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).
De gemiddelde Rijnafvoer van mei (boven) en juni (onder) van alle jaren sinds 1901. Ook is het 30-jarig gemiddelde (rode lijn) weergegeven en de trendlijn over de hele meetperiode (blauwe streepjeslijn).

Dat betekent niet dat er geen ontwikkelingen in het verloop van de afvoeren aan de orde zijn. Als we bijvoorbeeld naar het 30-jarig gemiddelde kijken, dan blijkt dat wel flink te varieren. Blijkbaar zijn er soms perioden met daarin meerdere jaren met een hoge of lage afvoer in clusters bij elkaar. Om het verloop van het 30-jarig gemiddelde wat beter te kunnen vergelijken heb ik ze voor de maanden april t/m juni samengenomen in dezelfde figuur (zie hierna).

30 jarig gemiddelde april tm juni Rijn.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april, mei en juni

Bij de maand april valt op dat deze tot rond 1980 vrij stabiel was, om daarna sterk te stijgen, vervolgens een jaar of 20 op een hoger niveau te liggen en de laatste 10 jaar weer zeer sterk te gaan dalen. De april-afvoer is over de huidige 30-jarige periode (1991-2020) ca 500 m3/s lager dan over de periode 1981-2010. Dit is de grootste daling van alle maanden. 

Deze daling wordt enerzijds veroorzaakt doordat april de laatste 10 jaar vaak een lage afvoer had, maar ook omdat de hoge afvoeren die in de 80-er jaren optraden nu uit het gemiddelde zijn weggevallen. April keert daarmee weer terug naar het niveau van voor 1980, maar het is de vraag of de daling niet nog verder door zal zetten, want ook dit jaar (nog niet verwerkt in de grafiek) was de afvoer weer aan de lage kant.

De maand mei volgt in grote lijnen het verloop van april. Opvallend is de lage waarde in het midden van de vorige eeuw; hier zien we de vele maanden met een lage mei-afvoer terug die er waren tussen 1940 en 1960. Mei was toen van de 3 maanden uit de grafiek ruimschoots de maand met de laagste afvoer. Daarna krabbelde mei weer bij en tijdens de piek rond 1990 is mei ook weer op dezelfde hoogte gekomen als juni. De laatste 10 jaar is ook de mei-afvoer gaan dalen, maar wat minder sterk dan april; wel is mei nu weer de maand met de laagste afvoer.

Juni kende net als mei een dipje in het midden van de vorige eeuw en klom ook sterk op naar de hoogste waard rond 1990. Daarna is de juni-afvoer gemiddeld gaandeweg weer wat lager geworden, maar de daling is van de 3 maanden het minst groot en juni heeft daarom nu weer een hoger gemiddelde dan mei. De sterke daling die april heeft doorgemaakt, lijkt dus maar beperkt terug te keren in de maanden daarna. Terwijl april nu op het laagste niveau uit de meetreeks is aangekomen, is dat voor mei en juni (nog) niet het geval. 

Wat verder opvalt is dat de 3 maanden nu bijna dezelfde gemiddelde afvoer hebben, terwijl dat lange tijd meer dan 300 m3/s scheelde. Helemaal uniek is dat ook weer niet, want in het begin van de vorige eeuw lagen deze 3 maanden ook dicht bij elkaar. 

In de volgendefiguur kijken we alvast vooruit naar de maanden die na juni volgen en de maanden juli t/m oktober zijn nu toegevoegd aan de grafiek van de 30-jarige gemiddelden. Meteen valt op dat de sterke stijging van de maanden april t/m juni tussen 1980 en 1990 bij de andere maanden niet of nauwelijks optreedt. Voor juli betekent dat dat deze maand een groot deel van de vorige eeuw nog ongeveer gelijk opliep met mei en jun, maar na 1980 ineens alleen kwam te staan en gemiddeld genomen een maand werd met een lagere afvoer dan de voorgaande 3 maanden. De laatste 10 jaar daalt de gemiddelde juli-afvoer ook nog eens vrij sterk, sneller dan juni, en de juli-afvoer is daarom inmiddels ca 300 m3/s lager dan ca 100 jaar geleden. 

Vermoedelijk zien we bij de juli-afvoerten het effect terug van het eerder smelten van de sneeuw in de Alpen. De laatste decennia is het smelten van de sneeuw op hoogte ca 2 weken naar voren geschoven (dit jaar lijkt daarop de grote uitzondering te worden) en daardoor ontvangt juli tegenwoordig minder smeltwater en juni wat meer.  Ook augustus heeft tegenwoordig een lagere afvoer dan ca 100 jaar geleden, maar de sterkste daling vond hier vooral plaats aan het eind van de vorige eeuw en de laatste decennia is de daling wat minder groot.

Terwijl juli en augustus nog duidelijk dalen, is dat bij september en oktober veel minder het geval. Gewoonlijk zijn dit de maanden dat de laagste afvoer optreedt, maar we zien hier een minder sterke daling. In het begin van de vorige eeuw zijn deze maanden wel wat gedaald, maar vanaf 1960 zijn de veranderingen niet zo groot. De vrij sterke daling die in de zomermaanden optreedt, zien we dus niet terug in de najaars-maanden als de afvoer doorgaans het laagst is.

Het verschil tussen augustus en de 2 maanden daarna is de laatste decennia ook minder groot dan het grootste deel van de vorige eeuw. Blijkbaar is de trend naar steeds lagere afvoeren minder sterk in de maanden dat de afvoer doorgaans het laagste is.  Dat zou betekenen dat ook de kans op extreem lage afvoeren, die vrijwel altijd in september of oktober optreden, niet meteen veel groter geworden is. 

30 jarig gemiddelde april tm okt Rijn.png

Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april t/m oktober
Verloop van het 30 jarig gemiddelde van de maandafvoeren van april t/m oktober