U bent hier

Weer schakelt over op veel droger scenario

Het gaat dit jaar op en af. Januari was erg nat, februari zeer droog, maart weer erg nat en april lijkt in ieder geval in de eerstkomende 2 weken vrijwel droog te gaan verlopen. Dankzij de natte maand maart zijn de grondwatervoorraden dit jaar in ieder geval beter gevuld dan vorig jaar aan het begin van het groeiseizoen. Ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas viel de afgelopen weken veel regen en in beide rivieren is een kleine hoogwatergolf onderweg. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een korte terugblik op de neerslaghoeveelheden in de afgelopen winter en wat dat voor de aanvulling van het grondwater betekent.

Water van de week

Opnieuw een opvallende weersomslag, nu van nat naar droog

De afgelopen 2 dagen trok een lagedrukgebied traag van west naar oost over Nederland. Het bracht veel regen in een gebied dat zich uitstrekte van Midden Nederland tot aan de Alpen. In het noorden van ons land bleef het de afgelopen dagen vrijwel droog. Het was niet het eerste regengebied dat overtrok want in de afgelopen 2 weken waren al veel meer dagen nat verlopen en de bodem is bijna overal flink verzadigd geraakt met kleine hoogwatergolven tot gevolg.

Het was voorlopig wel het laatste lagedrukgebied dat in de stroomgebieden neerslag bracht, want vanaf vandaag neemt een hogedrukgebied boven Scandinavië het stokje over en dat luidt het begin in van een lange droge periode. De wind draait naar de oosthoek en voert droge lucht aan, zodat voor het eerst dit jaar de verdamping ook sterk zal oplopen. 

Het hogedrukgebied wordt langzaam sterker en krijgt in de loop van de week ook een uitloper naar de Azoren, zodat lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan er voorlopig niet meer doorheen komen. Volgens de weermodellen zou het wel eens tot 14 april vrijwel droog kunnen blijven. Er passeren wel enkele zwakke fronten, maar die brengen behalve bewolking hoogstens een paar druppels regen. 

Voor de stroomgebieden betekent dit, dat er voorlopig geen regen gaat vallen. Als de kleine hoogwatergolfjes, die nu onderweg zijn, zijn gepasseerd, zal de afvoer daarom langdurig gaan dalen. Daarbij zal ook het vele water dat zich in maart in de bodem heeft opgeslagen langzaam tot afstroom zal komen.

Het is nu nog niet te zeggen wat er in de tweede helft van april gaat gebeuren. Behalve dat droog weer in april in het verleden vaak lang aan kon houden. Tegelijkertijd hoeft het geen voorbode te zijn voor de rest van de zomer. De zeer droge zomers van 2018 en 2022 werden namelijk beide voorafgegaan door vrij natte aprilmaanden.

Kleine hoogwatergolf laat Rijn stijgen tot ca 11,75 m (NAP) bij Lobith

Vorige week was nog niet helemaal duidelijk of de tweede helft van de week zo nat zou verlopen dat er een klein hoogwatergolfje zou ontstaan. Door de weermodellen was het lagedrukgebied al wel opgemerkt, maar tegelijkertijd schemerde al door dat hogedruk op termijn dominant zou kunnen worden. Uiteindelijk kwam beide uit en liet de opbouw van het hogedrukgebied lang genoeg op zich wachten en bleef het lagedrukgebied actief genoeg om veel neerslag te brengen.

In het zuiden van Nederland viel in de tweede helft van de week zo'n 35 tot 40 mm, wat ruim de helft is van de hoeveelheid die normaal in de hele maand maart valt. Ten zuiden van ons land was het vooral in het zuiden van de Ardennen nog veel natter, met lokaal 65 mm. Nog natter was het lokaal in de Duitse Middelgebergten, met in het Zwarte Woud ca 80 mm. Voor die gebieden is dat echter niet ongewoon. 

De vele regen viel op een al natte bodem en de zijrivieren van de Rijn waren nog flink gevuld vanwege de regen die rond het vorig weekend was gevallen. Omdat er nergens sneeuw lag in de Middelgebergten die voor smeltwater zorgde stegen de afvoeren van de zijrivieren nergens tot grote hoogte. Ook in de Rijn Blijft het bij een bescheiden hoogwatergolfje dat voor begin april niet bijzonder is. 

De waterstand bij Lobith was in de tweede helft van de afgelopen week een paar decimeter gezakt, tot net boven de 10 m (afvoer ca 2.750 m3/s) om vanaf vandaag weer te gaan stijgen. Dit is het eerste water van de vele neerslag van de afgelopen dagen. Morgen arriveert ook het eerste water uit de Moezel en dan gaat de stijging wat sneller verlopen en in de loop van de dag wordt dan de 11 m overschreden. 

De stijging zet daarna langzaam door naar 11,5 m op 4 april en een hoogste stand op 6 april tussen 11,7 en 11,8 m (NAP). De afvoer zal dan tot ongeveer 4.200 m3/s gestegen zijn. Vanaf 6 april gaat de stand dan weer dalen en dit wordt een langdurige daling. De eerste dagen zakt de stand het snelst en rond 8/4 zal de 11 m weer onderschreden worden en op de 9e waarschijnlijk al de 10,5 m. 

Ook daarna zet de daling door en rond 11/4 zal de stand dan weer onder de 10 m zakken. De afvoer bedraagt dan ca 2.700 m3/s en dat is ongeveer het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. De kans is groot dat de daling verder gaat tot onder de 9,5 m halverwege de maand april en mogelijk dat later in de maand ook de 9 m onderschreden wordt. Of het moet in de tweede helft van de maand weer veel natter worden, maar daar is nu nog niets over te zeggen.

Maar bereikt piekje iets onder de 1000 m3/s

Anders dan bij de Rijn komen hoogwatergolven in de Maas na de wintermaanden maar weinig voor. Zo is de 1000 m3/s in april pas 7 keer eerder overschreden sinds het begin van de metingen in 1911. Ook nu wordt dat niveau trouwens niet bereikt, maar het scheelde niet veel, want vanmiddag werd bij Maastricht ongeveer 950 m3/s bereikt. 

De hoge afvoer was het gevolg van een golf die zich in twee fasen kon opbouwen. Vorig weekend steeg de afvoer al even tot boven de 600 m3/s en ondanks dat het een paar dagen droog werd bleef de afvoer relatief hoog. Vooral vanuit het zuiden van de Ardennen en het noorden van Frankrijk was nog veel water onderweg en dat zorgde voor een wat hogere afvoer.

De regen van de afgelopen dagen bracht opnieuw in de zuidelijke Ardennen de meeste neerslag en vooral de Semois en in Frankrijk de Chier stegen naar een vrij hoog niveau. Ook de noordelijke zijrivieren van de Maas (Sambre en Ourthe) stegen vrij sterk en toen dat allemaal samen kwam in de Maas, steeg die vooral gisteren vrij snel tot een hoogste stand in de loop van vandaag. 

Inmiddels is de Ourthe al weer aan het dalen en ook de Lesse en Sambre hebben hun hoogste waarde bereikt. Deze daling overtreft de nog langzaam toenemende afvoer uit de zuidelijke Ardennen en bij Maastricht zal de afvoer daarom in de loop van de nacht ook weer gaan dalen. Morgen blijft de afvoer langzaam dalen en dat zet zich door in de hele volgende week.

Op maandag of dinsdag kan de 750 m3/s weer onderschreden worden en later in de week de 500 m3/s. Daarna zal de daling wat langzamer verlopen want uit het Franse deel van het stroomgebied is ook nog aardig wat water onderweg. Voorlopig blijft de Maas daarom op een niveau boven het langjarig gemiddelde, dat in deze tijd van het jaar ongeveer 300 m3/s bedraagt. Het ziet er echter naar uit dat later in april dat niveau wel wordt onderschreden, want voorlopig blijft het 10 - 14 dagen vrijwel droog in het stroomgebied dus zal de Maas langdurig gaan dalen.

water inzicht

Winter met afwisselend natte en droge maanden

Vanaf 1 april begint het groeiseizoen en dat is het moment dat door het KNMI het neerslagtekort wordt bijgehouden. Dit is de som van de dagelijkse verdamping, waar de neerslag van af is getrokken. In een gemiddeld zomerhalfjaar is de verdamping altijd groter dan de neerslaghoeveelheid en zo bouwt het tekort zich langzaam op tot gemiddeld ongeveer 150 mm aan het eind van het zomerhalfjaar op 30 september.

De tegenhanger van het neerslagtekort is het -overschot en dat bouwt zich juist in het winterhalfjaar op. Niet dat het dan natter is, er valt in de winter zelfs iets minder regen dan in de zomer, maar er is dan bijna geen verdamping, zodat er veel meer water overblijft en zich een overschot opbouwt.

In de tabel hieronder heb ik voor 4 KNMI-stations verspreid over het land het neerslagoverschot berekend over de periode september 2022 t/m maart 2023. Dit zijn de 7 maanden dat er gewoonlijk meer neerslag valt dan verdampt en er dus aan het overschot wordt gebouwd. Zo was er in de De Bilt in deze periode een overschot van 477 mm. (Er viel ca 650 mm regen en er was 175 mm verdamping).

Dat was een relatief groot overschot, want gewoonlijk bedraagt dit ca 400 mm en nu was het dus 20% groter. In het zuiden van het land (Eindhoven) was het totale overschot kleiner (390 mm), maar dat is het daar altijd. Het verschil met het langjarig gemiddelde was er echter wat groter en bedroeg 90 mm. Voor het grondwater op de zandgronden in het zuiden is dat goed nieuws, want het was hier de afgelopen jaren vaak erg droog met in de zomer grote neerslagtekorten. 

In het oosten van het land (Twente) was de situatie minder gunstig. Het oosten viel vooral in het begin van de winter vrij vaak net buiten de zones waar de meeste regen viel en uiteindelijk was het overschot zelfs iets kleiner dan in een gemiddeld jaar. Omdat de afgelopen zomer in Twente ook erg droog was met een zeer hoog neerslagtekort, betekent dit dat het grondwater er waarschijnlijk nog onvoldoende is aangevuld. Mocht deze zomer weer droog verlopen dan zal het droogteprobleem er nog groter worden.

Op de Veluwe tenslotte is het neerslagoverschot gewoonlijk het grootste van het land en dat was nu wederom het geval. Gedurende de 7 maanden sinds september viel er 525 mm meer neerslag dan er verdampte, bijna 100 mm meer dan in een gemiddeld jaar. Goed nieuws dus ook voor het grondwater onder de Veluwe, dat vooral in de wintermaanden aangevuld moet worden. 

Schermafbeelding 2023-04-03 om 09.47.59.png

Neerslagoverschot van 4 KNMI-stations sinds september 2022; vergeleken met het 30 jarig klimaatgemiddelde over de jaren 1991-2020. In de laatste kolom is de situatie van vorig jaar op 1/4 weergegeven.
Neerslagoverschot van 4 KNMI-stations sinds september 2022; vergeleken met het 30 jarig klimaatgemiddelde over de jaren 1991-2020. In de laatste kolom is de situatie van vorig jaar op 1/4 weergegeven.

Als we de situatie van nu vergelijken met vorig jaar rond deze tijd (zie laatste kolom), dat is het overschot op alle meetstations groter. Vooral Eindhoven valt op omdat daar de vorige winter relatief droog was en het overschot aan het eind van de winter toen slechts ca 180 mm bedroeg. Nu is dat ruim het dubbele, een extra aanwijzing dat de situatie dit jaar aan de start van het seizoen beter is dan vorig jaar. Ook in Twente is het overschot nu flink groter dan vorig jaar, toen het net als in het zuiden van het land erg klein was. 

De neerslagperioden waren het afgelopen winterhalfjaar onregelmatig over de maanden verdeeld en de opbouw van het neerslagoverschot verliep daarom met horten en stoten. In de grafieken hierna heb ik voor de 4 stations weergegeven hoe groot de opbouw was van maand tot maand en dit vergeleken met het langjarig gemiddelde voor dat station. Als we eerst naar De Bilt kijken, dan was september een natte maand, oktober erg droog, november en december ongeveer normaal, januari zeer nat, februari zeer droog en maart weer erg nat. Vooral januari droeg sterk bij aan het overschot.

In Eindhoven was het beeld ongeveer hetzelfde. Wat daar opvalt, is dat er in oktober en februari zo weinig regen viel dat er zelfs sprake was een neerslagtekort. De verdamping was er in deze maanden net wat groter. Twente valt op omdat de opbouw van het overschot daar pas in december echt begon. De droogte van de vorige zomer duurde daar nog tot in november voort en dit is ook de reden het totale overschot uiteindelijk achterbleef bij het langjarig gemiddelde. Gelukkig pakte maart in Twente erg nat uit met een groot overschot, anders was het voorjaar meteen al met een grote achterstand gestart. 

In Deelen tenslotte bouwde iedere maand mee aan het overschot, met vooral in januari en maart een grote bijdrage. Al met al is in een groot deel van het land, op het oosten na, in de afgelopen winter een fors overschot opgebouwd. Het blijft uiteraard afwachten of het voldoende is en met een nu al wat langere droge periode in het vooruitzicht zal de komende weken al meteen de eerste aanspraak op dit overschot worden gemaakt.

Schermafbeelding 2023-04-02 om 20.08.55.png

Opbouw van het neerslagoverschot op 4 KNMI-station gedurende de afgelopen 7 maanden (oranje), vergeleken met het langjarig gemiddelde (blauw)
Opbouw van het neerslagoverschot op 4 KNMI-stations gedurende de afgelopen 7 maanden (oranje), vergeleken met het langjarig gemiddelde (blauw)