U bent hier

Wegtrekkende regen, vanaf dinsdag aantal dagen droog; waterstanden stabiel

De afgelopen week verliep grotendeels droog in de stroomgebieden en dat leverde dalende waterstanden op. Vanaf gisteren, zondag, bracht een nieuw lagedrukgebied veel regen in vooral (Noord)-Nederland. De stroomgebieden ontvingen ook wat extra water, maar onvoldoende voor een sterkere stijging omdat het na vandaag weer enkele dagen droog blijft. Het wordt geen langdurig droge periode en een langere daling van de waterstanden is dan ook niet in zicht. In het waterbericht leest u de verwachting voor de komende week.

In de rubriek water inzicht een terugblik op de waterstanden die langs de Maas zijn opgetreden tijdens het recente hoogwater. Op veel plaatsen waren ze lager dan tijdens vorige hoogwaters in 1993 en 1995, maar op een aantal trajecten waren ze ook flink wat hoger.

Dit maal een wat uitgebreider bericht, met veel informatie over de hoogwatergolf in de Maas, dus daarom verschijnt het bericht een dagje later. 

water van de week

Lagedrukgebied trekt weg naar het oosten

In de nacht van zaterdag op zondag is een klein lagedrukgebied vanaf de Noordzee naar het noorden van Nederland getrokken en dat zorgde voor grote hoeveelheden neerslag. Lokaal in Friesland is meer dan 10 cm vallen. Dit is extreem veel voor Nederlandse begrippen, maar het is deze zomer al wel vaker gebeurd; in meerdere provincies en het deel van Friesland waar gisteren zoveel viel is eerder ook al eens geconfronteerd met zoveel water.

Het weertype lijkt veel op dat van midden juli, toen een vergelijkbaar lagedrukgebied boven Midden Duitsland lag en er ook urenlang intensieve regen viel; toen boven delen van de Ardennen en Eiffel. Het is opvallend hoe dit weertype deze zomer al een aantal malen is opgetreden.  Met steeds weer extreme regenval tot gevolg.

Het lagedrukgebied trok in de loop van zondag naar het oosten weg en de activiteit nam ook langzaam wat af, zodat er verder naar het oosten geen extreme regenval meer verwacht wordt. In de Ardennen is zondag nog wel ca 2 cm regen gevallen, wat de Maas een beetje kan laten stijgen; maar geen nieuwe hoogwatergolf. Ook in de oostelijke Alpen kan nog een paar cm regen vallen, maar dat is net voldoende om de daling van de Rijn later in de week wat te vertragen.

Ondertussen breidt een nieuw hogedrukgebied zich uit, vanaf de Britse Eilanden tot over onze omgeving en de stroomgebieden van Rijn en Maas komen daardoor in een noordoostelijke stroming die een aantal dagen droog weer brengt. Heel lang lijkt dit echter niet te gaan duren, want vanaf donderdag komt een nieuw lagedrukgebied dichterbij dat over Scandinavië naar het zuiden trekt.

De meeste regen hiervan wordt boven Oost Europa verwacht, maar het is niet uitgesloten dat de bijbehorende regenzones zich ook verder naar het westen uitstrekken en de stroomgebieden kunnen bereiken. De grootste kans hierop is dan op donderdag en vrijdag. De hoeveelheden regen zijn echter te klein voor een stijging van de waterstanden, maar misschien dat dit nog verandert, omdat de verwachting voor deze periode nog niet uitgekristalliseerd is. 

Daarna ziet het er nu naar uit dat het weer enkele droog wordt, maar ook dan is de kans groot dat er na een dag of 3 weer nieuwe regenzones, nu vanaf de Atlantische Oceaan, op de stroomgebieden afkomen. Een langere droge periode is voorlopig dus nog niet in het verschiet.

Rijn daalt deze week langzaam verder

Het meest droge weer van de afgelopen week heeft ervoor gezorgd dat de Rijn de hele week is gedaald. In de Alpen is er nog een dag met buien geweest, maar dat leverde slechts een beperkte stijging op, waarvan bij Lobith weinig te merken zal zijn. Ook de buien die vandaag, zondag, over Duitsland trekken hebben maar weinig invloed op de waterstanden en omdat het na vandaag een paar dagen droog wordt, zet de daling zich voorlopig voort.

De waterstand bedraagt nu ca 9,3 m +NAP (bij een afvoer van ca 2.150 m3/s) en de komende dagen gaat er dagelijks zo'n 10 cm vanaf. Op woensdag 24/8 verwacht ik dat de 9 m onderschreden wordt (afvoer ca 1.950 m3/s) en in het komend weekend zal de 8,75 m (afvoer 1800 m3/s) bereikt worden.

Op dit moment is de verwachting dat er ook in de rest van de week niet veel regen gaat vallen en de kans is daarom groot dat de daling ook na het volgend weekend nog doorzet. In de loop van die week (rond 1 of 2 september) kan dan ook de 8,5 m onderschreden worden bij een afvoer van ca 1.600 m3/s. Daarmee zou de Rijn dan voor het eerst deze zomer op een licht verlaagde afvoer uitkomen voor de tijd van het jaar. 

Maas kan morgen licht stijgen, daarna weer dalend

De Maas is de afgelopen week licht gedaald en aan het eind van de week bedroeg de gemiddelde afvoer bij Maastricht ongeveer 150 m3/s. Dat is nog steeds twee maal meer dan het normale zomergemiddelde. Vanwege de regenval van zondag en wat de komende 24 uur nog verwacht wordt kan de Maas weer wat extra water ontvangen en op maandag en dinsdag is dan weer een afvoer mogelijk van 200 tot 250 m3/s. 

Na maandag wordt het een aantal dagen droog en zal de afvoer weer langzaam dalen naar ca 150 m3/s aan het eind van de week. Het blijft nog afwachten wat er donderdag en vrijdag gebeurt. Er zou dan een regenzone tot over het stroomgebied kunnen reiken, waardoor de Maas weer wat extra water te verwerken krijgt. Maar ook dan gaat het hoogstens om een lichte stijging.

Na het wat nattere intermezzo wordt het vanaf het weekend weer enkele dagen droog en als de afvoer al weer wat gestegen is, dan kan hij dan weer gaan dalen. Omdat er steeds weer nieuwe regenzones verschijnen, is er voorlopig geen sprake van een langdurige daling naar lage afvoeren voor de tijd van het jaar. Misschien dat dat er deze zomer zelfs helemaal niet meer inzit, want doorgaans gaat de Maasafvoer vanaf medio september al weer langzaam stijgen.

Water Inzicht

Hoe hoog kwam het Maaswater deze zomer in vergelijking met 1993 en 1995

Het bijzondere hoogwater dat deze zomer in de Maas optrad is al weer meer dan een maand geleden, maar veel bewoners van het Maasdal zijn er nog dagelijks mee bezig. Nog nooit eerder kwam de Maasafvoer in de zomer zo hoog en de de hoeveelheid water was zelfs vergelijkbaar met  de extreme hoogwaters die in de vorige eeuw drie maal optraden. Behalve de hoogte van de afvoer was het vooral ook het feit dat het in de zomer optrad; dat waren we van de Maas niet gewend.

Ondanks dat de hoeveelheid water vergelijkbaar was, was het toch een heel ander type hoogwatergolf. In de figuur hieronder heb ik het verloop van de dagafvoer weergegeven van twee weken voor en na de hoogste stand. Het gaat in deze figuur om de daggemiddelden, dus daarom is de hoogste waarde wat lager dan van de uiteindelijke piek.

Bij de afgelopen hoogwatergolf valt op dat deze vanuit bijna niets naar zeer grote hoogte steeg. De andere golven bouwden zich langzaam op, met enkele tussenstapjes in de weken voorafgaand aan de piek, maar dit maal ging het in een dag van ca 100 naar bijna 3000 m3/s. Dit had behalve met de grote neerslagsommen te maken met de grote neerslagintensiteit (het aantal mm's dat per uur viel) wat ervoor zorgde dat veel water niet geborgen kon worden, maar tot afstroom kwam. 

In de winter is de neerslagintensiteit altijd veel lager en zijn er meer regenperioden nodig om de afvoer tot grote hoogte te laten stijgen. Het stroomgebied raakt dan gaandeweg steeds meer verzadigd en iedere nieuwe regenperiode doet er een schepje bovenop. Dit wordt dan nog versterkt doordat de pieken vanuit verschillende deelstroomgebieden steeds vaker gaan samenvallen als er meerdere regenzones passeren. 

Maar dit maal liep het dus heel anders. Er waren wel buien gevallen in de dagen voorafgaand aan de extreme afvoergolf, maar het stroomgebied was zeker niet geheel verzadigd, want er was ook veel verdamping vanwege de zomerse temperaturen. Daarbij was ook was er ook veel begroeiing en gewoonlijk is die in staat om veel water vast te houden. Maar dat was allemaal niet voldoende om de enorme hoeveelheid regen die in korte tijd viel het hoofd te bieden.

Alleen al het Ourthe-stroomgebied (bestaande uit Vesdre, Ambleve en Ourthe), waar de meeste neerslag viel, leverde ca 1500 m3/s, terwijl dat bij eerdere grote hoogwaters nooit hoger kwam dan ca 750 m3/s. In een volgend bericht zal ik nog wat verder ingaan op de bijdragen vanuit de verschillende deelstroomgebieden, want behalve voor de Ourthe waren die ook voor andere delen van het stroomgebied heel anders dan we gewend waren. 

Schermafbeelding 2021-08-23 om 07.53.18.png

Afvoerverloop bij Borgharen van de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021 in de weken rondom de piek
Afvoerverloop bij Borgharen van de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021 in de weken rondom de piek

Het bijzondere verloop van de hoogwatergolf van dit jaar had ook invloed op het verloop door het Nederlandse Maasdal. De hoeveelheid water die aangevoerd wordt, zorgt er namelijk voor dat de waterstand naar een bepaald niveau zal gaan stijgen, maar de uiteindelijke hoogte op een bepaalde plaats wordt ook bepaald door de hoeveelheid ruimte die de rivier onderweg heeft. Als er brede uiterwaarden zijn die vol kunnen stromen, dan zal de rivier onderweg ook water opzij zetten en daardoor neemt de hoeveelheid water naar benedenstrooms langzaam af. Hoe meer bergingsruimte de rivier onderweg heeft, hoe minder water er door stroomt naar benedenstrooms en hoe lager de waterstanden daar zullen uitvallen. 

Naast deze ruimte voor de rivier (berging genaamd) hebben we de laatste jaren de rivieren in Nederland ook op een andere manier meer ruimte gegeven door nevengeulen en bypasses te graven en uiterwaarden te verlagen. Deze extra ruimte werkt anders want het vergroot vooral de doorstroomcapaciteit en het levert geen extra bergingsruimte; het gaat namelijk om uiterwaarden die zonder die ingreep ook al zouden overstromen. Deze extra ruimte in de vrom van doorstroomcapaciteit zorgt er daarom voor dat op de plaats van de ingreep de waterstanden omlaag gaan, maar omdat de bergingsruimte niet is toegenomen, kan de rivier er tijdens de piek geen extra water bergen en is er geen effect op de waterstanden verder benedenstrooms.

Deze korte toelichting op het verloop van een hoogwatergolf is belangrijk om te kunnen begrijpen waarom tijdens het afgelopen hoogwater op een bepaalde plaats een bepaalde waterstand is opgetreden en waarom die al dan niet afwijkt van de waterstanden tijdens eerdere hoogwatergolven. 

Verklaring voor de verschillende waterstanden tijdens de hoogwatergolven van 1993, 1995 en 2021

In de figuren hieronder heb ik voor de verschillende meetstations langs de Maas vanaf Eijsden tot aan Keizersveer, waar de Maas het Benedenrivierengebied in stroomt, de waterstanden tijdens de hoogwaters van 1993, 1995 en 2021 met elkaar vergeleken. In de eerste grafiek zijn de hoogwaters van 1993 en 1995 met elkaar vergeleken. De golf van 1993 kwam met ca 10% meer water de grens over dan de golf van 1995, maar toch waren de waterstanden niet overal lager in '93 dan in '95.

In Eijsden en Maastricht nog wel, daar scheelde het zo'n 20 tot 30 cm, dat ze in 1995 lager waren. Maar naar benedenstrooms liepen de standen steeds verder op en vanaf Roermond waren ze in 1995 al hoger en vanaf Sambeek waren ze lokaal zelfs 20 tot 25 cm hoger. Dit effect is goed te verklaren aan de hand van de beschikbare bergingsruimte wat ik hierboven heb toegelicht. In 1993 ging het om een korte, snelle piek, die in één dag van ca 1.000 naar ca 3.000 m3/s steeg. De uiterwaarden waren bij 1.000 m3/s nog vrijwel nergens overstroomd en er was dus nog veel bergingsruimte beschikbaar waar de Maas onderweg water kon parkeren.

De golf zakte daardoor wat in en kwam lager beneden aan. In 1995 was er voorafgaand aan de piek al enkele dagen sprake van een zeer hoge afvoer en de bergingsruimte was daarmee al grotendeels opgevuld toen de uiteindelijke piek passeerde. In 1995 zakte de piek dus niet in en kwam daardoor uiteindelijk veel hoger benedenstrooms aan dan in 1993. 

1995 tov 1993.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 1995 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 1995 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas

De hoogwatergolf van 2021 leek wat het verloop betreft nog het meest op die van 1993. Hij was zelfs nog sneller opgekomen, dus we konden verwachten dat er ook nu veel bergingsruimte beschikbaar zou zijn en dat de golf onderweg zou inzakken. Uiteindelijk was dat ook het geval en als we de figuren hierna bekijken, dan zien we dat de waterstanden benedenstrooms dit jaar flink wat lager waren dan in in 1993 en in 1995.

Maar het verloop is anders dan in de vergelijking van 1993 en 1995, want er zijn ook flinke uitschieters naar boven en ook opvallende verspringingen van hoger naar lager. Deze uitschieters zijn goed te verklaren aan de hand van de ingrepen die de afgelopen 25 jaar, sinds de hoogwaters van '93 en '95 in het Maasdal zijn uitgevoerd. Daarbij gaat het enerzijds om projecten waar de doorstroomcapaciteit is vergroot, wat tot een waterstandsdaling zal leiden, maar er zijn ook veel dijken aangelegd en die zorgen juist voor een afname van de doorstroomcapaciteit en daarmee dus voor hogere waterstanden. 

2021 tov 1993.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1993 bij diverse meetpunten langs de Maas

2021 tov 1995.jpg

Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1995 bij diverse meetpunten langs de Maas
Waterstandsverschil tussen de hoogste waterstanden van 2021 tov 1995 bij diverse meetpunten langs de Maas

Als we de Maas vanaf Eijsden volgen dan komen we de volgende opvallende veranderingen tegen t.o.v. 1993 en 1995:

  • Tussen Eijsden en Maastricht is de waterstand flink wat hoger in 2021 terwijl de hoeveelheid water met 1993 vergelijkbaar was. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de dijken die in Maastricht zijn aangelegd na 1993, zodat de rivier daar minder ruimte heeft dan voorheen en het water verder opstuwde.
  • Nabij Borgharen en Itteren is de waterstand nu flink wat lager. Hier is de bedding van de rivier in het kader van het Grensmaasproject sterk verruimd en dat zorgt voor een sterke verlaging.
  • Verder stroomafwaarts bij Elsloo is de waterstand ineens weer een flink stuk hoger uitgevallen. Deze plaats ligt ook langs de Grensmaas en er is hier stroomafwaarts bij Meers ook een flinke rivierverruiming uitgevoerd, maar er zijn in vergelijking met 1993 en 1995 ook veel dijken aangelegd die het Maasdal sterk hebben ingesnoerd en de effecten van de kade-aanleg zijn blijkbaar flink wat groter dan van de verruiming.
  • In de rest van de Grensmaas zijn de waterstanden wel weer lager, zoals het meetpunt Grevenbicht laat zien, waar de rivier weer sterk verruimd is en de doorstroomcapaciteit vergroot.
  • Nabij Maaseik was maar weinig ruimte beschikbaar voor een rivierverruiming en bleef de ingreep van het Grensmaasproject beperkt. Wel zijn hier veel dijken aangelegd die een groot deel van het oorspronkelijke Maasdal hebben afgeschermd voor het water. Het effect van de dijkaanleg is duidlijk merkbaar aan de veel hogere waterstanden bij Maaseik en, in mindere mate, bij Stevensweert.
  • Bij Heel aangekomen is de waterstand dit jaar net iets lager uitgevallen dan in 1993 en bij Linne was het zelfs bijna 20 cm. Dit laat zien dat de golf als geheel onderweg in de Grensmaas niet veel verder is opgelopen. De ruimte die de rivier is afgenomen door de dijkaanleg heeft er niet toe geleid dat de bergende werking van het systeem veel slechter is geworden. De dijken hebben blijkbaar vooral lokaal langs de Grensmaas voor opstuwingen geleid.  
  • Na Heel stroomt de Maas het Maasplassengebied in en hier heeft de rivier vanouds erg veel bergingsruimte beschikbaar. De Maas heeft daar ook dit maal goed gebruik van gemaakt, maar toch is daar in het verloop tot bij Neer, aan het eind van het Plassengebied, niet zoveel van te merken, want de waterstanden blijven nu bijna even hoog als in 1993. De oorzaak hiervoor is de aanvoer vanuit de Roer. Deze grote zijbeek van de Maas voerde dit maal een extreme hoeveelheid water aan en het verlagende effect van de extra bergingsruimte is hierdoor grotendeels weer opgeheven.
  • Een deel van het Maasplassengebied is in het kader van het project Maaswerken ingericht als retentiegebied. Het gaat om het meest westelijke deel, tussen het Lateraalkanaal en de hogere gronden waar Heel, Beegden en Horn op liggen. De kanaaldijk, die de uiterwaarden hier al deels voor het Maaswater afschermde is verder opgehoogd, zodat het gebied niet meer iedere winter kan overstromen. In de dijk is echter een lager deel uitgespaard (een overlaat) dat vanaf een hoge waterstand wel gaat overstromen. Het gebied vult zich dus alleen bij zeer hoog afvoeren en fungeert dan als bergingsgebied waar de rivier water kan parkeren. Het retentiegebied dat hier is ingericht bestaat uit een zuidelijk deel dat vanaf Heel instroomt en er zo voor zorgt dat er minder water bij Roermond langs komt. De drempel bij Heel is bij dit hoogwater net gaan overstromen, precies toen de piek passeerde. Deze extra ruimte kwam dus op het juiste moment en daardoor zal de waterstand bij Roermond ook wat lager zijn uitgevallen. Het noordelijke deel van het retentiegebied stroomt bij Horn in en is dit maal ook ingestroomd.  Hiermee is een deel van het water afgevangen dat onderweg was naar Venlo en verder benedenstrooms. Het effect hiervan op de waterstanden zal echter niet zo groot zijn, omdat deze uiterwaard vroeger sowieso al overstroomde en de extra bergingsruimte tijdens dit hoogwater dus beperkt zal zijn geweest.
  • Verder stroomafwaarts in de richting van Venlo is de waterstand in 2021 wel een flink stuk lager dan in 1993 en 1995. Dit wordt veroorzaakt door verschillende maatregelen die stroomafwaarts van Venlo na de vorige hoogwaters zijn uitgevoerd. Zo is de rivierbodem enkele meters verdiept, zijn er nevengeulen aangelegd en is de oude Maasarm tussen Ooijen, Blitterswijck en Wanssum weer geopend. Deze combinatie zorgt voor een forse waterstandsdaling die in Venlo opliep tot ca 50 cm. 
  • Na de vele ruimte die er stroomafwaarts van Venlo aan de rivier is gegeven, met grote waterstandsdalingen tot gevolg, zien we bij Well ineens weer een opstuwing. Zeer waarschijnlijk heeft dit te maken met de dijken die in dit deel van het Maasdal zijn aangelegd en die vooral nabij Well de doorstroomcapaciteit sterk hebben verkleind.
  • Verder stroomafwaarts is er al snel weer sprake van een waterstandsdaling. Ter hoogte van Mook is de rivier na 1995 uitgediept en dit zorgt voor meer doorstroomcapaciteit. De waterstanden waren bij Mook daarom meer dan een meter lager dan bij de eerdere hoogwaters. Dit zal trouwens niet alleen een effect zijn van de lagere bodem, want in dit traject heeft de Maas ook nog veel bergingsruimte beschikbaar, zodat de waterstand gaandeweg ook daardoor kon inzakken.
  • Die extra bergingsruimte werkt ook sterk door in de Maas tussen Grave en Lith. Er was hier dit jaar nog volop ruimte beschikbaar in de uiterwaarden en de Maas kon veel water in de uiterwaarden parkeren. Ook zijn er hier sinds 1995 een aantal nevengeulen aangelegd die ook voor een waterstandsdaling hebben gezorgd. Al met al pakte de waterstand in dit benedenstroomse deel van de Maas daarom zo'n 50 tot 60 cm lager uit dan in 1993. Heel anders dan in 1995 toen de waterstanden in dit traject juist het hoogst opgeliepen omdat er toen nauwelijks bergingsruimte beschikbaar was omdat dat door het water eerder in de golf al was ingenomen.
  • In het allelaatste traject tenslotte neemt de waterstandsdaling in absolute zin weer wat af. Relatief is de daling hier echter ongeveer net zo groot als iets hogerop, omdat de waterstandsfluctuaties bij hoogwater hier sowieso altijd kleiner zijn.

Samengevat blijkt dat de ingrepen die na de vorige hoogwaters in en langs de Maas zijn uitgevoerd flink wat effecten hebben gehad. Op plaatsen waar de doorstroomcapaciteit is vergroot en de bergingsruimte is behouden, daalden de standen het meest. Waar de bergingsruimte minder was geworden door de aanleg van dijken zien we juist een tegenovergesteld effect en waren de waterstanden vaak hoger. Het laat zien dat het bedijken van een rivier zoals de Maas, ook niet zonder risico's is. Het verloop van deze hoogwatergolf kan ons daarom nog veel leren over hoe we met het riviersysteem om moeten gaan.

Nu we steeds beter begrijpen wat er gebeurd is, is verder onderzoek nodig wat de mogelijkheden zijn hoe hier me om tegaan en laten we daarbij ook de gebieden niet vergeten waar deze vloedgolf is ontstaan. Want net als in de winter blijkt dat ook in de zomer de Middengebergten zoals Ardennen en Eiffel het belangrijkste herkomstgebied van hoogwatergolven zijn en water dat we bovenstrooms in deze gebieden al kunnen vasthouden zorgt voor minder overlast voor alle bewoners die langs de rivier wonen.