U bent hier

Zo nu en dan wat neerslag, maar te weinig voor stijging waterstanden

In het weerbeeld verandert ook de komende week niet zoveel. Regengebieden trekken vooral over het noorden van Europa en op een paar schampschoten na blijft het in de stroomgebieden droog. De waterstanden dalen daarom langzaam verder. Ook op langere termijn is er weinig verandering op komst. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor de waterstanden en afvoeren in de Rijn en de Maas.

In het tweede deel van het bericht ga ik nog wat verder in op de afvoeren van de Rijn in de herfstmaanden. Vorige week liet ik zien dat de Rijnafvoer bij Lobith in de herfst vooral in de laatste decennia een ander verloop heeft dan de afvoer van de Maas. Als dat inderdaad met de situatie in de Alpen te maken heeft, dan is de waterstand van de Bodensee daar mogelijk een goede graadmeter voor.

Nieuw vanaf deze week in het waterbericht is de wat duidelijkere verdeling in twee gedeelten door de introductie van twee koppen: de verwachting van de waterstanden en afvoeren onder de kop 'water van de week' en het deel waarin ik trends en ontwikkelingen verder uitdiep onder de kop 'water inzicht'. 

water van de week

Hogedrukgebieden houden regengebieden voorlopig nog op afstand

Ook de komende week maken hogedrukgebieden boven het Europese continent nog de dienst uit. Het hogedrukgebied dat de afgelopen week het weer bepaalde is inmiddels steeds verder naar het oosten verplaatst en ligt nu boven het westen van Rusland. Een lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan heeft van de situatie gebruik gemaakt om dichterbij te komen en vandaag passeert ook een regenzone van dit lagedrukgebied over Nederland en later ook over Duitsland en de Alpenlanden. 

De neerslaghoeveelheden zijn echter klein en zodra de regenzone voorbij is, ontwikkelt zich al weer een nieuw hogedrukgebied boven centraal Europa dat daar weer enkele dagen zal blijven liggen. Later in de week op donderdag en vrijdag herhaalt dit weerbeeld zich en ook dan keert het hogedrukgebied weer snel terug nadat een kleine regenzone is gepasseerd.

Ook na het komend weekend lijkt in deze situatie nog geen verandering te komen. Mogelijk dat het hogedrukgebied zich iets naar het westen verplaatst en Europa met een wat koelere noordwestelijke stroming te maken krijgt, maar de neerslaghoeveelheden blijven voorlopig klein. De kans is daarom groot dat we ook in de rest van november weinig neerslag meer hoeven te verwachten in de stroomgebieden en de waterstanden zullen daarom voorlopig aan de lage kant blijven.

Rijn bij Lobith daalt nog iets verder naar ca 7,5 m +NAP

De Rijn is de hele week langzaam gedaald. De kleine regengebiedjes die soms overtrokken brachten onvoldoende neerslag voor een stijging. De waterstand bij Lobith bedraagt nu ongeveer 7,85 m +NAP en zal, bij gebrek aan neerslag van betekenis, de komende dagen langzaam verder dalen. Anders dan in de zomer is de daling in het najaar niet meer zo sterk meer als het langere tijd droog is. Dagelijks gaat er dan zo'n 3 tot 5 cm van de waterstand af en de afvoer zakt met zo'n 20 tot 25 m3 per dag. 

De eerstkomende dagen bedraagt de daling nog zo'n 5 cm per dag en aan het eind van de komende week verwacht ik dat de waterstand ongeveer bij 7,6 m +NAP zal zijn uitgekomen. De afvoer die nu nog ca 1275 m3/s bedraagt zal dan op ca 1150 m3/s zijn uitgekomen. In het weekend neemt de daalsnelheid nog wat verder af en pas in de loop van de week na het komend weekend (dat is rond 25 november) ziet het er naar uit dat dan ook de 7,5 m bereikt gaat worden, bij een afvoer van ca 1150 m3/s. 

Of de waterstand daarna nog verder daalt of weer gaat stijgen is nu nog niet met zekerheid te zeggen. Omdat hogedrukgebieden voorlopig nog niet van wijken weten, is de kans nu het grootst dat de waterstand ook daarna nog laag blijft. Volgende week is hier meer over te zeggen.

Maaspeil blijft erg laag met een afvoer tussen 50 en 75 m3/s

Bij gebrek aan neerslag neemt de aanvoer van water vanuit het stroomgebied naar de Maas langzaam steeds verder af. In oktober kwam de Maas nog korte tijd aan de normale afvoer voor de tijd van het jaar, maar inmiddels is de hoeveelheid water weer tot een erg laag niveau gedaald. Bij Maastricht daalde de afvoer in de loop van de week van 100 naar minder dan 75 m3/s, terwijl 250 tot 300 m3/s normaal is voor de tijd van het jaar.  

Een regenzone die vandaag passeert kan in de Ardennen net voldoende regen brengen om de afvoer enkele dagen te stabiliseren, maar in de tweede helft van de week verwacht ik weer een verdere daling. En ook na deze week ziet het er niet naar uit dat de Maas zal gaan stijgen. Voorlopig zullen de afvoeren daarom blijven schommelen tussen de 50 en 75 m3/s. 

water inzicht

De Bodensee als graadmeter voor de situatie in de Alpen

In het bericht van vorige week kwam naar voren dat de trend in de Rijnafvoer in de herfstmaanden anders is dan die in de afvoer van de Maas. Terwijl deze laatste over de hele meetreeks een dalende lijn laat zien, is dat bij de Rijn in oktober en november niet het geval. Als mogelijke oorzaak voor het andere verloop gaf ik aan dat dat veranderingen in de Alpen zouden kunnen zijn. Hierin onderscheiden de beide stroomgebieden zich namelijk het meest, want hooggebergten komen alleen voor in het stroomgebied van de Rijn.

Een goede graadmeter voor de ontwikkelingen in de Alpen zijn de grote Zwitserse meren waar al het water vanuit de Alpen eerst in uitstroomt voordat het via de Rijn naar Nederland stroomt. De meren geven dit water niet meteen allemaal door en bufferen een groot deel. Het waterpeil van deze meren geeft daarom een goede indicatie van de hoeveelheid water die is aangevoerd.

De waterstanden van de Bodensee worden al sinds 1826 van dag tot dag opgetekend en dit levert een unieke meetreeks op. Veel langer dan de meetreeks van Lobith die pas in 1900 is begonnen en die van de Maas die in 1911 is gestart. Helaas is de meetreeks van de Bodensee niet helemaal betrouwbaar omdat er in de uitgang van het meer nabij Konstanz rond 1940 iets veranderd is. De bovenste van de twee gedeelten van de Bodensee (de Obersee) loopt daarom iets makkelijker leeg naar de onderste (de Untersee) en de waarnemingen van voor 1940 zijn daarom niet zomaar te vergelijken met die van na die tijd.

In de grafiek van de gemiddelde waterstand over de hele meetreeks (zie hieronder) is dit moment terug te zien aan een knik rond 1940. Vanaf dat moment gaat het langjarig gemiddelde ineens vrij snel omlaag om enkele decennia later weer wat stabieler te gaan verlopen. Vanwege de daling na 1940 loopt de trendlijn (de blauwe stippellijn) ook meer naar beneden dan hij zonder deze verandering zou hebben gedaan. 

Schermafbeelding 2020-11-15 om 14.40.47.png

Verloop van de gemiddelde waterstand van de Bodensee bij Konstanz en het 30-jarig gemiddelde; in cm boven het daar geldende nulpunt (dit ligt op ca 392 m +NAP).
Verloop van de gemiddelde waterstand van de Bodensee bij Konstanz en het 30-jarig gemiddelde; in cm boven het daar geldende nulpunt (dit ligt op ca 392 m +NAP).

Om de veranderingen van de laatste decennia te kunnen vergelijken met een eerdere periode zullen we ons daarom moeten beperken tot de periode van na 1940. In de figuur hieronder is het jaargemiddelde van de meetreeks vanaf 1940 naast die van de meest recente 40 jaar afgebeeld. De verschillen zijn niet zo heel erg groot. De trendlijn gaat over de laatst 40 jaar iets omhoog, maar er is een grote variatie van jaar tot jaar en dat betekent dat deze verandering niet significant zal zijn. 

Wat verder opvalt is dat de waterstand in het meer de afgelopen 10 jaar relatief vaak wat hoger is geweest, terwijl met name de periode van 2003 t/m 2007 de waterstand gemeten over het jaar aan de lage kant was. Als we de linkergrafiek hieronder bekijken, dan zien we dat dergelijke perioden van enkele jaren met een lage stand vaker voorkomen. Ze worden steeds weer afgewisseld door jaren met een hogere stand. Ook in de grafiek over de hele meetreeks zien we dat terug. We kunnen hier uit concluderen dat er van jaar tot jaar wel schommelingen zijn en soms zijn er meerdere jaren op een rij met een lage of een hoge gemiddelde staand,  maar over het hele verloop van de afgelopen 80 en 40 jaar is geen duidelijke trend zichtbaar.

Schermafbeelding 2020-11-15 om 14.50.27.png

Verloop van de gemiddelde waterstand van de Bodensee bij Konstanz en de trendlijn vanaf 1940 (links) en vanaf 1980 (rechts); in cm boven het daar geldende nulpunt (dit ligt op ca 392 m +NAP).
Verloop van de gemiddelde waterstand van de Bodensee bij Konstanz en de trendlijn vanaf 1940 (links) en vanaf 1980 (rechts); in cm boven het daar geldende nulpunt (dit ligt op ca 392 m +NAP).

Als we nu naar de situatie in het najaar kijken, dan blijkt dat de waterstand in de 3 herfstmaanden (september t/m november) in de laatste 40 jaar wel wat meer is ges tegen dan de trend over het hele kalenderjaar. In de grafiek hieronder is wederom de meetreeks vanaf 1940 vergeleken met die van de meest recente jaren sinds 1980. Over de hele periode vanaf 1940 bezien is de trend van de waterstand in de herfst vrijwel stabiel, maar in de afgelopen 40 jaar stijgt deze duidelijk wat meer.

De gevolgen van de droge zomer van 2018 zijn ook goed zichtbaar, want dat zorgde in dat jaar ook voor een zeer lage stand in het najaar. Het effect hiervan op de trend is echter niet zo heel groot, want in de afgelopen 10 jaar waren er ook veel jaren met een relatief hoge stand in het najaar.

Schermafbeelding 2020-11-15 om 14.33.40.png

Verloop van de gemiddelde waterstand in de herfst van de Bodensee bij Konstanz en de trendlijn vanaf 1940 (links) en vanaf 1980 (rechts); in cm boven het daar geldende nulpunt.
Verloop van de gemiddelde waterstand in de herfst van de Bodensee bij Konstanz en de trendlijn vanaf 1940 (links) en vanaf 1980 (rechts); in cm boven het daar geldende nulpunt.

Als we nog wat verder inzoomen op de herfst en de 3 herfstmaanden afzonderlijk bekijken, dan valt op dat de toename in van maand tot maand steeds groter wordt. In september is deze nog klein, in oktober al wat groter en in november duidelijk het grootst. De oplopende trend  in de waterstanden van oktober en november komt geheel op het conto van de laatste 40 jaar, want de trendlijnen over de periode van 1940 tot 1980 (niet afgebeeld) voor deze 2 maanden lopen vrijwel vlak.

De stijging van de waterstanden in november betekent dat de Zwitserse meren meer water ontvangen vanuit de Alpen. Dit water wordt weer doorgevoerd naar de Rijn en dit zou dan de verklaring kunnen zijn voor het andere verloop van de Rijnafvoeren in Nederland in vergelijking met die van de Maas. De reden voor deze toename van de afvoer vanuit de Alpen kan zijn dat er meer neerslag valt, maar het najaar in de Alpen is in de afgelopen decennia maar weinig natter geworden. Het meest voor de hand ligt het dat in november, vanwege de hogere temperaturen de grens tussen sneeuwval en regen hoger is komen te liggen en daarom een groter deel van de neerslag als regen valt.

Schermafbeelding 2020-11-15 om 15.04.31.png

Verloop van de gemiddelde waterstand van de Bodensee bij Konstanz in de 3 herfstmaanden en de trendlijn vanaf 1980; in cm boven het daar geldende nulpunt .
Verloop van de gemiddelde waterstand in de 3 herfstmaanden van de Bodensee bij Konstanz en de trendlijn vanaf 1980; in cm boven het daar geldende nulpunt.