U bent hier

zondag 28 oktober 2018

De afgelopen week hield de droogte aan, maar ook waren er berichten over veel neerslag die verwacht werd in Midden Europa, wat mogelijk het einde zou betekenen van de lage waterstanden in Rijn en Maas. In dit bericht beschrijf ik wat daar van terecht gaat komen en of deze neerslag de lang verwachte weersomslag inluidt. Ook aandacht voor harde westenwind van medio deze week en de invloed daarvan op het Benedenrivierengebied en op de IJssel.

Sneeuw in de Alpen en regen in Zuid Duitsland zorgen voor opleving van de rivierafvoeren

Vorig weekend gaven de weermodellen al aan dat zich dit weekend een bijzondere weersituatie in Midden Europa voor zou doen. Dat is uitgekomen en er is vooral in Zwitserland veel neerslag gevallen. Helaas voor de Rijn vielen de grootste hoeveelheden aan de zuidkant van de Alpen; daar lokaal bijna 10 cm neerslag. Aan de noordkant van de Alpen en in Zuid Duitsland bleef het bij 2 tot 4 cm neerslag. Helaas voor de Rijn viel daarvan weer het meeste in het stroomgebied voor de Donau. 

Al met al bleef het extra water voor de Rijn dus beperkt en dit zal medio volgende week slechts een kleine stijging opleveren in Nederland. Het lage drukgebied dat de neerslag veroorzaakt is echter nog steeds actief en beweegt de komende dagen langs de westzijde van de Alpen over oost Frankrijk en het oosten van België en Nederland naar de Noordzee. Dat is een bijzondere koers, want meestal gaan lage drukgebieden precies de andere kant op. Het lage drukgebied brengt aardig wat neerslag en op dinsdagmiddag langs de Nederlandse kust ook veel wind. 

Ook nu zijn de vooruitzichtenvoor het stroomgebied van de Rijn ongunstig, want de meeste neerslag die het lage drukgebied brengt, lijkt in een zone over het midden van Frankrijk, België en het westen van Nederland te gaan vallen. Mogelijk dat de Maas nog wel profiteert, maar de Rijn gaat volgens de laatste verwachtingen de dans ontspringen. 

Na de passage van het lage drukgebied herstelt het droge en zachte weer zich en duurt het tot na het volgend weekend voordat zich nieuwe regengebieden in de buurt van de stroomgebieden aandienen. Van een weersomslag naar natter weer is dus nog geen sprake en na een korte onderbreking houden de lage afvoeren voorlopig dus nog wel een tijdje aan.

Rijn stijgt maar weinig, afvoer waarschijnlijk niet boven 900 m3/s

Ondanks dat er vrijwel geen regen viel in de afgelopen week bleef de Rijnafvoer nagenoeg stabiel op een afvoer tussen de 730 en 750 m3/s. Daar hoort dan een waterstand bij van ca 6,5 m +NAP bij Lobith. Ik had verwacht dat de afvoer nog langzaam wat zou zakken, maar er waren steeds weer kleine golfjes met wat extra water vanuit de grotere zijrivieren die elkaar opvolgden en de afvoer stabiel wisten te houden. 

De neerslag die vandaag en gisteren in de Alpen en Zuid Duitsland is gevallen zorgt nu voor een grotere golf en die wordt vannacht bij Mannheim verwacht. Het eerste water van deze piek verwacht ik donderdagochtend bij Lobith. Voor die tijd houdt de huidige lage afvoer dus nog aan en omdat de afvoeren bovenstrooms van Keulen nu zelfs nog wat lager zijn dan enkele dagen terug, verwacht ik dat ook bij Lobith de stand op dinsdag nog iets lager zal uitkomen dan nu, net boven de 700 m3/s. 

Het watergolfje dat Lobith dan op donderdag en vrijdag bereikt, stelt maar weinig voor en de afvoer kan daardoor tot net boven de 800 m3/s laten stijgen; een stijging van slechts 10 of 15 cm in het waterpeil. De neerslagzone die dinsdag naar het noorden trekt, zal ook in Duitsland nog wel wat regen brengen en daarom kan de afvoer toch nog iets verder stijgen, maar op grond van de huidige neerslaggegevens verwacht ik dat de afvoer bij Lobith niet boven de 900 m3/s uit zal komen. Dit 'hoogtepunt' is dan voor volgende week zondag of maandag voorzien. Voor het waterpeil bij Lobith betekent dit dan een stijging van slechts 30 of 40 cm.

Omdat het na dinsdag weer voor langere tijd droog wordt, ziet het er nu naar uit dat de Rijnafvoer na dit minipiekje toch weer een week gaat dalen. Voorlopig zijn de zeer lage afvoeren dus nog niet voorbij.

Maasafvoer nog steeds erg laag, maar op dinsdag of woensdag mogelijk een korte opleving

De Maasafvoer was deze week onveranderd laag met bij Eijsden een afvoer die schommelde rond de 25 m3/s. Maar er is wat verandering op komst, want het lage drukgebied, dat dinsdag naar het noorden trekt, lijkt in het stroomgebied van de Maas zo'n 3 cm regen te kunnen gaan brengen. Als dat uitkomt, dan zorgt dat voor voldoende extra water om de afvoer een paar dagen op te laten veren. 

Hoe ver de afvoer stijgt, is nog moeilijk te zeggen, maar een piekje van 200 of 300 m3/s is dan mogelijk. Dit extra water is echter van korte duur, want na dinsdag blijft het minimaal een dag of 5 droog en misschien nog wel langer. De Maasafvoer zal dan ook na woensdag weer snel gaan dalen en rond het volgend weekend weer bij de zeer lage afvoeren van <50 m3/s zijn uitgekomen. 

Oktober 2018 in vergelijking met eerdere oktobers

De Rijnafvoer in oktober bedroeg bij Lobith gemiddeld 810 m3/s, dat is minder dan de helft van normaal (1650 m3/s). 2018 is daarmee de eerste oktobermaand sinds lang met een gemiddelde afvoer onder de 1000 m3/s. Sinds 1900 zijn er 12 oktobers geweest met een gemiddelde afvoer onder de 1000 m3/s en we moeten tot 1985 terug voor de laatste. De meeste oktobers met een lage afvoer vinden we in de periode tussen 1920 en 1970.

Oktoberdroogte kwam de laatste 50 jaar in het stroomgebied van de Rijn dan ook minder vaak voor dan in de periode daarvoor. De meest extreme oktober. 1947, valt in die periode, met een gemiddelde van lechts 683 m3/s. Of dit jaar een eenmalige toevalstreffer is in het nieuwe klimaat of dat 2018 een nieuwe periode van droge najaren aankondigt, is nu nog niet te zeggen. Voortlopig houden de klimaatonderzoekers het op een eenmalige gebeurtenis.

Ook de Maasafvoer was in oktober zeer laag, met bij Eijsden een gemiddelde afvoer van ca 25 m3/s. Dat is minder dan 25% va een normale oktober (110 m3/s). Anders dan bij de Rijn komen lage oktoberafvoeren de laatste jaren bij de Maas wel vaker voor. Ook 2003, '05, '09, '11 en '16 hadden ook een zeer lage afvoer. Deze hogere frequentie volgt op een periode van 20 jaar met weinig lage afvoeren; terwijl de periode daarvoor, waar de jaren '70 invielen,  juist weer heel veel oktobers met een lage afvoer kende. 

Zout water grijpt zijn kans

Vanwege de lage rivierafvoeren kan het zoute zeewater via de Nieuwe Waterweg gemakkelijk het Benedenrivierengebied binnen dringen. Deze week was het springtij en omdat de wind ook nog naar het westen draaide, kon het zoute water nog wat verder doordringen dan de week ervoor. Via de Nieuwe Maas drong het nu door tot in de Hollandsche IJssel, Lek en Noord en via de Oude Maas kon het ook in het Spui en zelfs een klein beetje in het Haringvliet komen.

In de figuur hieronder heb ik uiteengezet hoe het zoute water het Benedenrivierengebied binnen dringt. De grafiek is van het meetpunt bij Kinderdijk, bij de monding van de Lek in de Nieuwe Maas. De onderste grafiek is het zoutgehalte van het water, dat duidelijke pieken vertoont als het zout het meetpunt bereikt en weer zoet wordt als het rivierwater het zout weer terug dringt. De bovenste grafiek laat de waterhoogte zien, met daarin duidelijk de getijdenbeweging. De rode stroken zijn de momenten dat het water hier verzilt raakt.

Duidelijk is te zien dat het water pas zout wordt als het al bijna hoogwater is. Als de vloed opkomt, stroomt namelijk eerst nog een tijd zoet rivierwater langs, dat tijdens de voorgaande eb richting zee was gestroomd. Het duurt dan enige tijd voor het zoute water arriveert. Tijdens het afnamende getij duurt het dan weer een flink aantal uren voordat al het zoute water weer weg is en pas tijdens laagwater komt het eerste zoete water weer aan. 

Ook valt op dat de mate van zoutindringing het grootst was (de zoutpiek was het hoogste en de verzilte periode het langst) tijdens de vloed in de ochtend van 27 oktober, net nadat de noordwestenwind het hardst was. Nu de wind vandaag weer naar het noordoosten is, is de vloed minder hoog en ook de zoutpiek veel lager.

zoutgehalte Krimpen ad Lek.jpg

Afwisseling van zoet en zoutwater bij Kinderdijk agv eb en vloed.
Afwisseling van zoet en zoutwater bij Kinderdijk agv eb en vloed.

In de Hollandsche IJssel ligt bij Gouda het belangrijkste innamepunt voor zoetwater van Rijnland. Omdat de Hollandsche IJssel al sinds juli verzilt is, is Rijnland voor het zoete water nu al ruim 3 maanden afhankelijk van water dat via oostelijke aanvoer wordt aangevoerd. Rijnland krijgt al die tijd haar water vanuit het Amsterdam Rijnkanaal ipv uit de verzilte Hollandsche IJssel. Voorlopig blijft dat nog even zo, want de Rijnafvoer zal weer naar ca 1200 m3/s moeten stijgen voordat de Hollandsche IJssel weer zoet kan worden.

Een ander belangrijk innamepunt ligt langs het Spui, waar Waterschap Hollandsche Delta water inneemt. Dit water stroomt dan via de Bernisse naar het Brielse Meer, waar oa de Rotterdamse Haven, Delfland en Evides uit putten. Het innamepunt verzilt maar zelden omdat het relatief ver van zee ligt en omdat er vanuit het Haringvliet bij eb altijd nog wat zoetwater naar het noorden stroomt.

Deze week kwam echter ook dit innamepunt tijdelijk in de problemen omdat het zoute zeewater tijdens meerdere getijgolven tot voorbij dit punt kwam. In tegenstelling tot Gouda is hier geen oostelijke aanvoer waar op terug gevallen kan worden. Het is dan afwachten tot de wind weer gaat liggen en de ebstroom vanuit het Haringvliet het zoute water weer terug duwt. Wel bevat het Brielse Meer voldoende zoetwater om een aantal dagen in de waterbehoefte te voorzien; maar als dit langer dan 3 of 4 dagen zou duren, dan ontstaat er wel krapte. Dit maal duurde het ongeveer anderhalve dag.

Aanstaande dinsdag kan het weer spannend worden als de wind overdag weer naar het noordwesten gaat en weer flink aantrekt. Ook dit maal zal het geen 4 dagen duren, omdat vanaf woensdag de wind weer naar het zuiden gaat. 

Groot deel van de IJssel merkt de opzet van het IJsselmeer

Door de harde noordwestenwind gaat ook het water in het IJsselmeer altijd een beetje scheef staan. Voor de Hollandse IJsselmeerkust staat het water dan wat lager en bij de oostelijke oever, bij de IJsselmonding, juist wat hoger. Medio deze week was dat ook het geval. De wind was niet meer dan kracht 6 en de opzet was dan ook niet groter dan ca 20 cm maar toch was het tot ver op de IJssel merkbaar. Dit houdt verband met de zeer lage waterstanden in de IJssel. In een groot deel van deze rivier is het peil nauwelijks hoger dan op het IJsselmeer en een golf die op het IJsselmeer ontstaat kan dan ver de IJssel in lopen.

In de grafiek hieronder heb ik de waterhoogte van een aantal meetpunten langs de IJssel boven elkaar afgebeeld. De zwarte lijn onderaan is het peil van het IJsselmeer en daar is te zien dat het peil op 23 oktober ca 15 cm steeg. Kampen (de onderste blauwe lijn) volgt direct, maar hier is de opzet tweemaal zo groot.

De golf loopt vervolgens de IJssel op en wordt gaandeweg steeds iets lager. Bij Deventer komt de golf ca 12 uur later aan en bedroeg de opzet nog ca 10 cm. Zelfs bij Zutphen (niet afgebeeld) was op die dag nog een opzet merkbaar van ca 5 cm.  Nu was dit maar een heel klein piekje op het IJsselmeer, want soms bedraagt de opzet daar zelfs meer dan 1 meter. Zo'n golf zou dan nog veel verder door kunnen lopen. Niet dat dit een gevaar betekent voor de IJssel. De dijken zijn daar gebouwd voor hoge rivierstanden, die nog wel 5 tot 7 meter hoger kunnen zijn.

opstuwing IJssel 2.jpg

Opstuwing vanuit het IJsselmeer reikt tot voorbij Deventer
Opstuwing vanuit het IJsselmeer reikt tot voorbij Deventer