U bent hier

zondag 7 april 2019

Hoge drukgebieden domineren het weer in noord- en later ook in midden Europa. De weer- en waterverwachting komt deze week daarom uit op droog weer met in Rijn en Maas dalende waterstanden. Verder in dit bericht aandacht voor de piekerigheid in de Maasafvoer en een opvallende uiterwaard langs de Waal die 3 weken na het hoogwater nog steeds onder water staat.

Vrijwel droge week voor de boeg, waterstanden langzaam dalend

Gemiddeld is april de droogste maand van het jaar en 2019 lijkt daar geen uitzondering op te worden. Er zijn in het verleden zelfs aprilmaanden geweest dat er in Nederland vrijwel geen neerslag is gevallen, zoals in 2007, 2011 en ook langer geleden,maar dat zal dit maal niet gebeuren, want de afgelopen week viel overal al wel enige regen en lokaal zelfs bijna 2 cm. 

April was niet altijd de droogste maand van het jaar, maar is de laatste tientallen jaren gemiddeld steeds droger geworden. April is daarin een opvallende uitzondering, want de meeste maanden zijn gemiddeld genomen juist wat natter geworden.

Ook in de landen om ons heen viel de afgelopen week enige neerslag en daarom is de dalende lijn van de afvoeren van Rijn en Maas tijdelijk even gestopt. Ook vandaag en morgen kan er nog wat regen vallen in de stroomgebieden. Een lage drukgebied ten zuiden van Ierland heeft een uitloper die net ten zuiden van Nederland naar het oosten loopt en in die zone kunnen de komende 2 dagen buien tot ontwikkeling komen. De hoeveelheid regen is echter niet heel groot en kan er hoogstens voor zorgen dat de rivierafvoeren nog even stabiel blijven.

Boven Scandinavië heeft zich nu al een flink hoge drukgebied opgebouwd en dat krijgt later deze week ook heel Midden Europa in haar greep. Het wordt daarom na dinsdag overal voor langere tijd droog en de waterstanden zullen dan weer verder gaan dalen.

Pas aan het eind van de volgende week verschijnen er op de weerkaart weer lage drukgebieden met daarbij vooral neerslag boven Zuidwest Europa. Het is mogelijk dat deze neerslag later door weet te dringen tot midden Europa en misschien ook Nederland, maar het kan ook dat deze neerslag in oostelijke richting afbuigt naar de Middellandse Zee. Het is dus nog afwachten wanneer er voor het eerst weer regen valt in de stroomgebieden.

Samengevat: de eerste 2 dagen nog kans op wat buien boven de Ardennen, Noord Frankrijk, het zuidelijk deel van Duitsland en de Alpen. Vanaf woensdag blijft het minimaal een week droog in de stroomgebieden en misschien zelfs nog langer.

NB. De site van RWS (waterinfo.rws.nl) is helaas al 2 dagen uit de lucht. Voor wie, net als ik, de waterstanden regelmatig raadpleegt is dat wel lastig. Via de sites van onze buurlanden kun je wel zien dat er voorlopig geen bijzondere situatie op komst is. 

Rijn stijgt eerst een klein beetje, dan even stabiel en daarna langere tijd langzaam dalend

De Rijn is de afgelopen week eerst gedaald en sinds vrijdag weer iets gaan stijgen. Bij Lobith daalde de afvoer tot ca 1650 m3/s en stijgt nu weer langzaam tot ca 1800 m3/s op dinsdag en woensdag. De waterstand was gedaald tot 8,6 m +NAP en stijgt een paar decimeter naar ca. 8,9 m +NAP. In de tweede helft van de week schommelt de waterstand eerst nog een paar dagen rond de 8,8 m, om vanaf zaterdag weer wat sneller te gaan dalen. 

Na het volgend weekend verwacht ik dan dat medio die week de 8,5 m +NAP weer onderschreden wordt. De afvoer die daar bij hoort bedraagt ca 1600 m3/s. Omdat de kans groot is dat de eerste regenval nog wel even op zich laat wachten is de kans groot dat de afvoer aan het eind van die week ook onder de 1500 m3/s. zakt. De normale afvoer voor deze tijd van het jaar bedraagt 2500 m3/s. Omdat de lage afvoeren langdurig aan lijken te gaan houden, is de kans groot dat april gemiddeld ook een te lage afvoer zal houden.

Een positieve bijkomstigheid voor de Rijnafvoer is dat de sneeuwvoorraad in de Alpen de afgelopen week nog flink wat verder is gegroeid. De meeste sneeuw viel dit maal in Midden Zwitserland, in het deelstroomgebied van de Reuss en de Aare; lokaal viel daar 1 meter verse sneeuw. Op enkele plaatsen groeide het sneeuwdek aan tot een dikte van 4 meter en werden recordwaarden overschreden (zie de onderstaande grafiek van een station in de buurt van Luzern). De komende weken zet de sneeuwsmelt in deze duurt dan ongeveer twee maanden. Voor de Rijn betekent dat dat de afvoer vanuit Zwitserland in mei en juni met ca 500 tot 750 m3/s toe zal nemen en zelfs als er dan weinig neerslag valt, zal de afvoer toch niet ver weg kunnen zakken.

Schermafbeelding 2019-04-07 om 09.50.01.png

Sneeuwdek op een meetstation in de Zwitserse Alpen nabij Luzern; de donkerblauwe lijn is het verloop van deze winter
Sneeuwdek op een meetstation in de Zwitserse Alpen nabij Luzern; de donkerblauwe lijn is het verloop van deze winter

Maasafvoer eerst stabiel rond 200 m3/s, later dalend

De regenval stede de afgelopen week niet zo heel veel voor in het stroomgebied van de Maas. In de Ardennen viel zo’n 1,5 tot 2 cm regen verdeeld over 2 dagen en dat was net voldoende om de zijbeken iets te laten stijgen. In de Maas leidde dat niet tot een stijging, maar bleven de afvoeren stabiel rond de 200 m3/s. 

Omdat er later vandaag en ook morgen nog wat buien zullen vallen boven de Ardennen en Noord Frankrijk zal de aanvoer de komende 2 tot 3 dagen ook nog aangevuld worden door een wat extra water. Ik verwacht daarom dat de afvoer bij Maastricht tot en met dinsdag nog rond de 200 m3/s zal schommelen. Omdat het de rest van de week droog blijft, zal de afvoer dan ook weer langzaam gaan dalen. Rond het weekend verwacht ik bij Maastricht een afvoer van ca 175 m3/s en na het volgend weekend, later in dieweek, een verdere daling naar ca 150 m3/s.

Deze afvoer ligt ruim onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar; dat voor begin april rond de 300 m3/s ligt. Bij de Maas zien we ook goed terug dat april de laatste tijd droger is geworden. Over de afgelopen 10 jaar bedroeg de gemiddelde afvoer voor begin april slechts 200 m3/s, dus 100 m3/s minder dan de gemiddelde afvoer over de hele meetperiode. In de andere maanden van het jaar is de gemiddelde afvoer veel minder sterk afgenomen, of zelfs iets toegenomen. Dit grote verschil in april hoeft trouwens nog geen gevolg van klimaatverandering te zijn. Er zijn vaker perioden van 10 of zelfs 20 die wat droger of natter verlopen. Voordat sprake is van een trend moet bij het klimaat en de rivierafvoer daarom over een nog langere periode gekeken worden.

Opvallende piekerigheid in het afvoerverloop van Maas

Als we naar de grafiek kijken van het afvoerverloop bij Maastricht eind maart (de blauwe lijn in de grafiek hieronder) dan vallen de grote uitschieters op, van 100 tot 200 m3/s en soms nog meer. Er zijn feitelijk alleen maar uitschieters, als we naar de lijn met de gemiddelde afvoer (de rode lijn) kijken en de afvoer komt nooit tot rust. Dit onnatuurlijke afvoerpatroon wordt veroorzaakt door het stuwbeheer in Wallonië. De stuwen zijn daar zo secuur afgesteld dat kleine schommelingen in de waterstand er worden opgevat als een te grote toename van de afvoer. De stuw gaat dan relatief te ver open, waardoor er ineens veel water doorstroomt. De waterstand bovenstrooms van de stuw zakt dan snel, waarop de stuw de doorvoer van water weer snel terugschroeft. Waarop de waterstand weer op gaat lopen en enkele uren later het patroon zich herhaalt. 

St Pieter pieken eind maart.jpg

Piekerigheid in de Maasafvoer bij Maastricht en het gladgetrokken  afvoerverloop (rode lijn)
Piekerigheid in de Maasafvoer bij Maastricht en het gladgetrokken afvoerverloop (rode lijn)

Dit verschijnsel doet zich al vele jaren voor, vroeger werd het geweten aan de waterkrachtcentrales bij de stuwen, maar nu die traploos zijn, blijkt het het stuwbeheer te zijn dat de grote schommelingen veroorzaakt. Als we op zoek gaan naar waar de pieken beginnen, dan valt op dat er bij Chooz in de Bovenmaas, nabij de Frans-Waalse grens, er nog nauwelijks pieken zijn. De bovenste grafiek hieronder laat zien dat er wel schommelingen zijn, maar zelden groter dan 10 tot 20 m3/s. Pas na de Sambre, die bij Namen in de Maas uitstroomt groeien de pieken plotseling sterk in hoogte en in aantal en bij Amay in de Middenmaas, stroomafwaarts van Namen (de onderste grafiek) zijn ze al bijna net zo groot als bij Maastricht. 

Maaspieken eind maart.jpg

Afvoerverloop in de Bovenmaas (boven), Sambre (midden) en Middenmaas (onder)
Afvoerverloop in de Bovenmaas (boven), Sambre (midden) en Middenmaas (onder

Als we dan de pieken in de Sambre (middelste grafiek) wat beter bekijken, dan valt op dat de pieken daar vaak ook nog niet groter zijn dan ca 30 m3/s (NB de schaalverdeling in de grafiek is anders dan bij de Maas). Dus niet groter dan 5 - 10% van de Maasafvoer op dat moment en in het diepe stuwpand zou daar eigenlijk maar weinig van te merken hoeven te zijn. De plotselinge pieken uit de Sambre zorgen echter in de Maas voor een soort van schokeffect, waardoor de stuwen daar een overreactie vertonen. Met een beetje extra beheerruimte in het peilbeheer zou dit toch op te lossen moeten zijn.

Uiterwaard bij Nijmegen nog steeds gevuld met water

Het hoge water in de Rijn is al weer 3 weken geleden gepasseerd en de uiterwaarden die toen zijn ondergelopen zijn al weer lang droog gevallen. Maar er is een uitzondering, want een van de uiterwaarden van de Waal, naast de Ooijpolder bij Nijmegen, staat nog steeds voor een groot deel onder water. De satellietfoto van eind maart (zie hieronder links) laat zien hoe het water een deel van de uiterwaard bedekt. 

Oude Waal 29 mrt 19 en 6 april 18.jpg

Satellietfoto van de Oude Waal nabij Nijmegen voorjaar 2019 (links) en 2018 (rechts)(bron: https://apps.sentinel-hub.com/sentinel-playground/)
Satellietfoto van de Oude Waal nabij Nijmegen voorjaar 2019 (links) en 2018 (rechts)(bron: https://apps.sentinel-hub.com/sentinel-playground/)

Deze uiterwaard is grotendeels natuurgebied en in beheer bij Staatsbosbeheer. Rondom de uiterwaard ligt en zomerkade en via een sluisje in de zomerkade kon het hoge water medio maart deze uiterwaard instromen. Maar terwijl andere uiterwaarden bij het dalen van de rivierstand ook weer leeg konden stromen, is de sluis hier bij de hoogste waterstand juist dicht gezet om het water vast te houden. Dat gebeurde dit jaar voor het eerst en in vorige jaren liep ook deze uiterwaard na een hoogwater nog snel leeg. De foto rechts laat de situatie van vorig jaar begin april zien.

Het doel van het vasthouden van het water is om het waterniveua op een zo hoog mogelijk beginpeil in te stellen en daarna op een natuurlijke wijze te laten uitzakken. Via het grondwater en door verdamping zakt het peil nu naar verwachting ongeveer 1 cm per dag en de graslanden in de uiterwaard vallen dan heel langzaam droog. Vogels zoals grutto’s, plevieren en tureluurs die nu, na de winter, net in Nederland aankomen, zoeken juist deze plaatsen op om voedsel te zoeken. Ze zoeken de plekken op die net onder water stan en die kunnen ze hier de komende maanden volop vinden.

Dit fenomeen van langzaam uitzakkend water is kenmerkend voor het rivierengebied maar komt tegenwoordig vrijwel niet meer voor. De uiterwaarden lopen tegenwoordig na een hoogwater namelijk weer heel snel leeg, omdat de waterstand in de rivier veel sneller zakt dan vroeger en dat heeft weer met de daling van rivierbodem te maken. Door die bodemdaling zijn de gemiddelde waterstanden in met name de Waal en de IJssel in de afgelopen eeuw wel 1,5 tot 2 m gezakt. Dus als de rivier na een hoogwater weer naar de gemiddelde stand terugzakt, dan is het peil dat daarbij hoort ook zoveel lager en dat zorgt er dan voor dat de uiterwaarden veel sneller leeg lopen.

In de uiterwaard bij Nijmegen ligt ook de Oude Waal; dit is een oude rivierarm met ondiep water, waterplanten en grote rietvelden en moerassen daar omheen. Deze gebieden zijn belangrijk voor moerasvogels, zoals reigers, roerdompen en rallen, maar omdat de uiterwaarden tegenwoordig veel droger zijn, vinden ook deze vogels steeds minder geschikte gebieden in de uiterwaarden. In de afgelopen twee jaren viel de Oude Waal in de zomer zelfs droog, waardoor ook vissen en andere waterdieren het niet overleefden. De satellietfoto hieronder is van het najaar van 2018 toen de Oude waal helemaal droog gevallen was en de bodem zelfs deel begroeid was geraakt. Op de foto is de grijzige, slikkige bodem zichtbaar met daarom een rand met net ontkiemde vegetatie.

Oude Waal 30 sep.jpg

Satellietfoto van de Oude Waal nabij Nijmegen najaar 2018 (bron: https://apps.sentinel-hub.com/sentinel-playground/)
Satellietfoto van de Oude Waal nabij Nijmegen najaar 2018 (bron: https://apps.sentinel-hub.com/sentinel-playground/)

Het is het eerste jaar dat het mogelijk is om het rivierwater in de uiterwaard langer vast te houden, omdat er eerst nog aanpassingen binnendijks uitgevoerd moesten worden in het waterbeheer. Daar waren grondeigenaren bevreesd dat hun gronden te nat zouden worden door het hogere peil in de uiterwaard. In werkelijkheid hebben ze er waarschijnlijk vooral profijt van, want het water dat nu uitzakt vult het grondwater aan en daar profiteert ook de landbouw van als het later in het voorjaar en de zomer weer langere tijd droog is.

Het ministerie van I&W heeft recent ook een plan gelanceerd om op meer plaatsen in het land waterbuffers in te gaan richten in de strijd tegen de droogte. In deze opvanggebieden moet dan water in de winter en het voorjaar langer worden vastgehouden om via die weg het grondwater te voeden. Deze buffers zijn vooral bedoeld voor de hogere zangronden, maar bij Nijmegen ligt in ieder geval al een aardig eerste voorbeeld.