U bent hier

Zwitserse regen tilt Rijnafvoer iets omhoog, Maasafvoer profiteert niet

Langdurig warm en droog weer, zoals we dat de afgelopen twee zomers veel meemaakten, zit er voorlopig niet in voor Nederland en omgeving. De zomer verloopt voor veel plaatsen in ons lands daarom aan de natte kant van het gemiddelde. Ten zuiden van Nederland, in het stroomgebied van de Maas en het Duitse deel van het stroomgebied van de Rijn is het wel al enige tijd droog en de rivieren die daar ontspringen hebben nu een vrij lage afvoer. In de Alpen daarentegen valt wel regelmatig regen en dat zorgt ervoor dat de Rijn zo nu en dan wat opveert en niet ver uitzakt. Voorlopig ziet het er naar uit dat dit weerbeeld nog wel enige tijd aanhoudt.

Het Nederlandse watersysteem van kanalen, vaarten, boezems, sloten, meren en plassen is sterk afhankelijk van de aanvoer van Rijnwater. Soms zijn er perioden dat de Rijnafvoer laag is en de wateraanvoer stokt. Dat is vooral een probleem als het dan net ook droog is in Nederland en de waterbehoefte groot is. In het tweede deel van het bericht laat ik een analyse zien hoe vaak deze situatie voorkomt dat er een groot watergebrek is.

Hogedrukgebieden blijven op enige afstand.

Al enkele weken liggen hogedrukgebieden dicht bij op de Atlantische Oceaan, maar het lukt ze niet om het weer in onze omgeving voor langere tijd te gaan beheersen. Vorige week schreef ik dat er een kans was dat een uitloper van het hogedrukgebied via ons lands naar Scandinavië zou trekken, waardoor de wind naar het oosten zou draaien en het langere tijd droog zou worden, maar het loopt toch anders. Het duurde allereerst al wat langer voordat het hogedrukgebied aanstalten maakte om onze kant op te bewegen en daarom kon er de afgelopen week op veel plaatsen aardig wat regen vallen. In delen van het noorden van ons land is juli nu al een te natte maand. In het zuiden is pas ongeveer de helft van de normale hoeveelheid gevallen. 

Inmiddels is het hogedrukgebied wel wat dichterbij gekomen en wordt het enkele dagen droog, maar vanaf dinsdag trekt het gebied zich weer terug en kunnen weer enkele regengebieden tot ons land doordringen. Het weer lijkt daarom op dat van de afgelopen week toen het ook in het midden van de week regenachtig was. De hoeveelheden zullen deze week waarschijnlijk wel wat kleiner zijn en vanaf donderdag wordt het alweer droog. 

Net als de afgelopen week zwakken deze regengebieden flink af als ze naar het zuiden trekken en in België, Noordoost Frankrijk en Midden en Zuid Duitsland valt daarom maar weinig regen. In Zwitserland aangekomen moet de lucht tegen de Alpen aan stijgen en dan activeert de regenzone. Dat gebeurde de afgelopen week en op vrijdag en zaterdag viel lokaal veel regen in Zwitserland en het uiterste zuidoosten van Duitsland.

De komende week lijkt precies hetzelfde te gebeuren als de regenzone na woensdag naar het zuiden trekt en dan op donderdag bij de Alpen arriveert. Opnieuw wordt daar dan flink wat regenval verwacht en dat kan er dan voor zorgen dat de Rijn ook in de week na het volgend weekend opnieuw wat zal stijgen. 

Rijn daalt eerst naar ca 8 m en stijgt later weer naar ca 8,3 m

In het begin van de afgelopen week passeerde in de Rijn een klein piekje en steeg de stand bij Lobith naar 8,65 m +NAP.  Daarna is de stand gaan dalen en die daling zet ook de komende 3 dagen nog door tot de stand op woensdag net onder de 8 meter zal zijn uitgekomen. 

Donderdag arriveert dan het water van de regen die afgelopen vrijdage n zaterdag in Zwitserland is gevallen en de stand stijgt dan weer enkele decimeters naar ca 8,3 m op vrijdag. De afvoer bij Lobith zal dan ongeveer uitkomen op 1450 m3/s. Vanaf zaterdag volgt dan weer een nieuwe daling die waarschijnlijk wat verder door zal gaan dan de daling van afgelopen week. Zoals het er naar uitziet zal deze daling doorgaan tot een waterstand van ca 7,7 m +NAP, en een afvoer van ca 1200 m3/s  aan het eind van die week (dat is rond 23 juli). 

Afhankelijk van de hoeveelheid regen die komende donderdag en vrijdag in de Alpen valt, kan daarna dan weer een lichte stijging volgen. Dit is echter nog ver vooruit in de tijd en daarom onzeker. Al wel bijna zeker is het dat er de komende 10 tot 14 dagen niet veel regen in het stroomgebied gaat vallen, de huidige vrij lage waterstand zal zich daarom nog wel even voorzetten, soms afgewisseld met een kleine opleving.

Maasafvoer blijvend laag

De meeste regen viel de afgelopen week in het noorden van Nederland en naar het zuiden toe bleven de hoeveelheden beperkt. In de Ardennen, het belangrijkste brongebied voor de Maas, waren de hoeveelheden nog kleiner en de Maas ontving daarom maar weinig extra water.

De afvoer bij Maastricht schommelde de hele week rond de 50 m3/s, de eerste helft van de week eronder de tweede helft er iets boven. Omdat het de komende dagen droog blijft in het stroomgebied is er weinig verandering op komst. Ook de regen die op dinsdag en woensdag verwacht wordt zal in de Ardennen weinig voorstellen en dat betekent dat de Maasafvoer de hele week laag zal blijven en onder de 50 m3/s zal blijven.

Ook na de komende week wordt geen verandering verwacht en zullen de afvoeren laag blijven.

Hoe vaak valt een lage Rijnafvoer samen met droogte in Nederland

Het uitgebreide watersysteem van kanelen, sloten en boezems zoals we dat in Laag Nederland (dit is het gedeeelte dat rond en onder de zeespiegel ligt in het westen en noorden van het land) kennen, heeft twee belangrijke functies: 1) als er veel regen valt moet hierlangs het overtollige water (liefst zo snel mogelijk) worden afgevoerd en 2) al het droog is dient het om Rijnwater over een zo groot mogelijk deel van het land te verdelen. Dit betekent dat het water in deze watergangen tijdens een periode met veel regen het gebied uit stroomt en als het droog is de stroming omdraait en het water juist het gebied in stroomt. 

Behalve Nederland zijn er maar weinig plaatsen op de wereld waar het watersysteem twee kanten op werkt, zowel voor afvoer als voor aanvoer. De afgelopen jaren verliep het groeiseizoen vaak droog en de aanvoerfunctie vanuit de rivieren naar het binnenwater is dan vooral belangrijk. Op vele honderden plaatsen wordt dan water ingelaten in de polders om het waterpeil op niveau te houden zodat boeren en tuinders er hun water uit kunnen betrekken. Ook gebruiken we het voor drinkwater en voor de industrie. Het totale watergebruik is veel kleiner dan de Rijn aanvoert, zelfs als het heel droog is, maar omdat we het rivierwater ook gebruiken om zout water tegen te houden dat vanuit zee het land in probeert te dringen, is er soms toch een tekort. 

Dat tekort treedt alleen op in het zomerhalfjaar als er veel water nodig is en ruwweg komt het er op neer dat als de Rijnafvoer dan onder de 1500 m3/s zakt er de eerste knelpunten aan het licht komen. Als de afvoer dan verder daalt en tot onder de 1300 m3/s zakt, dan worden de problemen ernstiger en onder de 1100 m3/s ontstaan er lokaal grotere tekorten en moeten vaak ook alternatieve aanvoerroutes ingezet worden. Er is echter pas sprake van een echt probleem als een periode van lage Rijnafvoer samenvalt met een periode van droogte, want als ongeveer de normale hoeveelheid regen valt dan is er niet zo veel aan de hand. Zoals op dit moment, de Rijnafvoer is al bijna 2 maanden vrij laag, maar omdat er sinds juni voldoende regen is gevallen, zijn er nergens problemen.

In de tabel hieronder heb ik uitgezet in hoeveel maanden het voor is gekomen dat lage rivierafvoeren samenvielen met droog of normaal tot nat weer in Nederland. De neerslagegevens zijn die van De Bilt, waar men in 1906 is begonnen met de metingen. Extreem droog betekent dat er in een maand minder dan 20% van de normale hoeveelheid regen is gevallen, droog dat 20 tot 50% is gevallen etc. 

Als we de hele periode bekijken dat er water wordt ingelaten (dat is van april t/m oktober), dan zijn er in de 114 jaar die de metingen beslaan 74 maanden geweest dat de gemiddelde afvoer bij Lobith tussen de 1300 en 1500 m3/s bedroeg. Van die 74 was er in meer de helft van de situaties in Nederland sprake van een normale tot te natte maand en zal het waterbeheer dus geen knelpunten hebben gehad. In 9 maanden was het extreem droog en zullen die knelpunten er wel zijn geweest. 

Bij de lagere afvoeren zie we een zelfde beeld, ook hier is ruim de helft van de 63 maanden normaal wat de neerslaghoeveelheden betreft. Bij de 52 maanden met een zeer lage afvoer is de situatie anders: er waren relatief weinig maanden die nat tot zeer nat verliepen en relatief vaak was er een match met droge tot extreem droge maanden. Dit is te verklaren uit het feit dat voor extreem lage afvoeren het lang droog moet zijn in het stroomgebied en de kans is groot dat dan ook in Nederland droogte optreedt.

De maanden waarin zich de grootste knelpunten zullen hebben voorgedaan zijn de 5 maanden dat het extreem droog was en de Rijnafvoer zeer laag; deze cel is rood gemarkeerd. De maanden daaromheen zijn geel gemarkeerd, hier was de situatie minder nijpend, maar zullen er zeker ook tekorten in het waterbeheer zijn ontstaan.

Schermafbeelding 2020-07-12 om 13.26.59.png

Tabel waarin het aantal maanden is weergegeven (sinds 1906) waarin een lage tot eer lage Rijnafvoer samenviel met droogte of  met normale tot natte weersituaties in Nederland.
Tabel waarin het aantal maanden is weergegeven (sinds 1906) waarin een lage tot eer lage Rijnafvoer samenviel met droogte of met normale tot natte weersituaties in Nederland.

Nu is de waterbehoefte niet in iedere maand even groot. In het voorjaar is die vrij klein omdat de verdamping nog niet zo groot is en er na de winter vaak nog voorraden in de bodem aanwezig zijn en ook in de najaarsmaanden neemt de waterbehoefte snel af omdat de gewassen geoogst zijn en de verdamping dan weer afneemt. In de 3 tabellen hieronder is dit weergegeven door de tijd dat er water nodig is te verdelen over drie perioden.

In totaal zijn er sinds 1906 tien voorjaarmaanden geweest met een lage tot zeer lage Rijnafvoer, daarvan was er één extreem droog en waren er vijf droog te noemen. De maanden waarin het optrad zijn aangegeven. Van de recente jaren komen we 2011 hier tweemaal tegen, zowel april als mei hadden toen beide een erg lage afvoer en ook in Nederland was het droog. Er waren toen vooral in mei grote knelpunten in het waterbeheer,.

Schermafbeelding 2020-07-12 om 13.27.14.png

Tabel waarin het aantal maanden is weergegeven waarin een lage tot zeer lage Rijnafvoer samenviel met droogte of  met normale tot natte weersituaties in Nederland. Van boven naar beneden resp voor: aprl/mei, juni t/m augustus en september/oktober
Tabel waarin het aantal maanden is weergegeven waarin een lage tot zeer lage Rijnafvoer samenviel met droogte of met normale tot natte weersituaties in Nederland. Van boven naar beneden resp voor: aprl/mei, juni t/m augustus en september/oktober

In de zomermaanden is de behoefte aan water het grootste en lage Rijnafvoeren leiden dan al snel tot problemen. Van de 30 zomermaanden met een lage tot zeer lage Rijnafvoer zullen de problemen in bijna de helft van de gevallen beperkt zijn gebleven, omdat in Nederland ongeveer de normale hoeveelheid regen viel. Er zijn 2 maanden dat het waterbeheer danig op de proef is gesteld, waarvan 2003 nog niet zo lang geleden is. Daarnaast zijn er nog 7 maanden dat de situatie in het waterbeheer krap zal zijn geweest, waartussen nog een andere maand van 2003, nogmaals 2011 en het recente zeer droge jaar 2018. 

Verreweg de meeste maanden waarin lage Rijnafvoeren samenvallen met droge omstandigheden in Nederland vinden we echter in de najaarsmaanden. Van de 42 maanden waarin lage tot zeer lage rivierafvoeren samenvielen met droog tot extreem droog weer blijken er 29 in het najaar plaats te hebben gevonden. De kans op een lage Rijnafvoer is dan relatief het grootst omdat dit de maanden zijn dat de Rijn niet meer profiteert van smeltende sneeuw en de kans dat zo'n maand samenvalt met een periode dat het in Nederland droog is, is daarom relatief groot. Voor het waterbeheer zijn deze maanden echter veel minder een probleem, omdat de waterbehoefte dan veel minder groot is.