U bent hier

Jaarverslag Rijn en Maas in 2015

De Rijn in 2015

2015 was een jaar waarin de lage afvoeren domineerden. Bijna 80% van de tijd was de Rijnafvoer lager dan het gemiddelde over de afgelopen 100 jaar. De gemiddelde afvoer over het hele jaar bedroeg 1916 m3/s, terwijl 2220 het langjarig gemiddelde is. Een afwijking van 300 m3/s is echter niet heel uitzonderlijk en komt zo eens in de 3 tot 4 jaar voor. Het laagste gemiddelde, 1100 m3/s, dateert uit 1921 en het hoogste, 3150 m3/s, uit 1965. Opvallend is dat erg lage jaargemiddelde al sinds 1976 niet meer voorkomen; voor die tijd kwam het gemiddelde zo eens in de 10 jaar onder de 1500 m3/s, sindsdien is het gemiddelde niet lager geweest dan 1750 m3/s. Langdurige droogte, die meer dan een jaar duurt, is de laatste decennia dus niet meer opgetreden.

Verloop afvoer Rijn 2015_1.png

Verloop Rijnafvoer in 2015

Verloop Rijnafvoer in 2015

Ondanks dat lage afvoeren domineerden kwamen het in 2015 niet tot echte extremen. De laagste waarde bedroeg 902 m3/s, dit was het laagste sinds 2011, toen de afvoer tot 838 m3/s daalde. Op 19 dagen daalde de afvoer tot onder de 1000 m3/s, wat ongeveer gelijk is aan het langjarig gemiddelde. Opvallend was wel dat bijna al deze dagen in november vielen. De 1250 m3/s werd wel veel vaker dan gemiddeld onderschreden, ruim 100 dagen; tweemaal zoveel als normaal. De waterafvoer schommelde dus opvallend veel tussen de 1000 en 1250 m3/s. Bijna de hele periode van juli t/m november was dat het geval en vaak leek het erop dat het verder zou dalen, maar dan viel er toch weer wat neerslag in het stroomgebied en dan steeg de afvoer weer een paar honderd m3/s.

De langdurig lage waterstanden hingen samen met een maandenlange droogte in het zuiden van Duitsland. Van Juli t/m oktober viel hier maar de helft van de normale hoeveelheid neerslag en dat leidde tot lage afvoeren. Het was vooral te danken aan de goed gevulde Zwitserse meren, dat de afvoer nog enigszins op peil bleef. Het voorjaar was in Zuid Duitsland en de Alpen namelijk juist vrij nat geweest, waardoor de grote meren flink waren gevuld; ook was er in het voorjaar veel sneeuw gevallen, die pas later in de zomer smolt.

In Nederland was de situatie precies andersom. Hier was het voorjaar erg droog en de zomer, vanaf juli, juist nat. In de voorzomer toen de waterbehoefte in Nederland vanwege de droogte vrij groot was, was de aanvoer in de rivieren dus nog ruim voldoende en toen later in de zomer de rivierafvoeren langdurig laag waren, leverde dat voor de watergebruikers ook geen grote problemen op, omdat het toen juist nat was in Nederland. Alleen de binnenvaart had problemen met de vaardiepte vanwege de lange periode dat de afvoer relatief laag was. 

Afwijking neerslaghoeveelheden mei 2015.png

Neerslag in Rijnstroomgebied in mei

Afwijking neerslaghoeveelheden aug 2015.png

Afwijking neerslag in augustus 2015 in stroomgebied Rijn

Hoogwater kwam op de Rijn in 2015 niet voor. De hoogste afvoer bedroeg slecht 4560 m3/s, wat meer dan 2000 m3/s lager is dan de gemiddelde topstand in een jaar. Het ontbreken van echte hoogwaters in de laatste jaren begint wel op te vallen. Sinds 2003 kwam de maximale afvoer alleen in 2011 tot boven het gemiddelde van alle jaarlijkse piekafvoeren sinds 1901. De andere jaren bleef het er, net als vorig jaar, vaak ruim onder en de jaarlijkse gemiddelde piekafvoer is sinds 2003 dan ook gestaag gezakt met ruim 3%. Dit is opvallend omdat de verwachting juist is dat door de klimaatverandering de pieken in de rivieren juist zullen stijgen. Het 30 jarig gemiddelde van de piekafvoeren is sinds 2003 zelfs al met bijna 10% afgenomen. Als we over deze 30 jaar terugkijken dan valt op dat de jaren tussen 1985 en 2000 vrij veel en hoge piekafvoeren voorkwamen, maar dat dat sinds 2003 sterk is afgenomen, zowel in frequentie als in hoogte.

Door de vele jaren met relatief lage piekafvoeren staan de uiterwaarden ook nog maar weinig onder water. De meeste zomerkades in het rivierengebied hebben een hoogte die overeenkomt met een waterstand van ca. 14,5 m bij Lobith. Sinds 2003 is die stand alleen in 2010 overschreden en alle 11 de andere jaren niet. Ook dit jaar kwam de waterstand met 12,34 als topstand bij Lobith bij lange na, niet aan de stand waarbij de uiterwaarden overstromen.

Na de hoogste piek in januari volgden er later in de winter nog 4 kleinere pieken. Steeds veroorzaakt door perioden met extreme neerslag in het zuiden van Duitsland en de Alpen. De gemiddelde rivierafvoer over de eerste 4 – 5 maanden van het jaar lag daarom ongeveer op het langjarig gemiddelde. Na midden mei hield het op met de nattigheid in het zuiden van het stroomgebied en zakte de afvoer maandenlang naar lage waarden. Er waren slechts 2 maanden (januari en mei) dat de gemiddelde afvoer hoger was dan het langjarig gemiddelde en 9 maanden met een lager gemiddelde; april was precies gelijk aan het langjarig gemiddelde. Januari was de maand met de gemiddeld hoogste afvoer, oktober de maand met de laagste gemiddelde afvoer.

 

De Maas in 2015

Net als de Rijn kende ook de Maas een lange periode van lage afvoeren. In de gehele periode van begin april tot midden november lag de afvoer vrijwel steeds onder het langjarig gemiddelde. Extreem lage afvoeren (< 15 m3/s) kwamen ongeveer even vaak voor als in een gemiddeld jaar, maar lage afvoeren (< 50 m3/s) kwamen wel veel vaker voor dan gewoonlijk: 136 dagen tegen 66 normaal. De langdurig lage afvoeren zien we ook terug in de gemiddelde afvoer, die bedroeg over het hele jaar 199 m3/s, wat bijna 50 m3/s lager is dan het langjarig gemiddelde.

Verloop afvoer Maas 2015.png

Verloop Maasafvoer in 2015

Verloop Maasafvoer in 2015

De Maas profiteerde in de wintermaanden en het vroege voorjaar nog van de vele neerslag die in de Ardennen en Noord-Frankrijk viel, maar vanaf april begon een langdurige vrij droge periode. De omslag die in de rest van Nederland vanaf juli plaatsvond, ging aan het stroomgebied van de Maas voorbij.  In de zomer waren er maar een paar natte dagen, waardoor de afvoer iets kon stijgen. Pas in september was er een eerste wat nattere week en toen steeg de afvoer kort tot 200 m3/s.

Daarna volgde er echter nog weer een langdurig droge periode en de week met de gemiddeld laagste afvoeren van het jaar viel dit jaar dan ook pas in november. Terwijl normaliter de afvoer in de Maas al vanaf begin oktober begint te stijgen, duurde het dit jaar tot midden november voordat de weg omhoog weer werd gevonden. Het werd echter geen natte herfst en op een drietal kleine piekjes na bleef de afvoer relatief aan de lage kant.

Echt hoogwater deed zich in 2015 niet voor. De hoogste afvoer van het jaar was met 950 m3/s (midden januari) zelfs erg laag. Sinds 1996 was de topafvoer niet zo laag geweest. Gewoonlijk komt de afvoer in de winter 8 à 10 dagen tot boven de 1000 m3/s; dit jaar dus helemaal niet. De uiterwaarden van de Maas overstroomden dan ook niet; dat gebeurt pas bij een afvoer boven de 1500 m3/s. Toch was de winter verder niet droog, op 43 dagen kwam de afvoer tot boven de 500 m3/s, wat maar 5 dagen onder het gemiddelde is. Net als bij de Rijn volgden er op de hoogste piek in januari nog een viertal kleinere pieken en die zorgden ervoor dat de maanden januari t/m maart gemiddeld een hogere afvoer hadden dan normaal. Deze pieken in de Maas werden door dezelfde neerslaggebieden veroorzaakt als bij de Rijn.