U bent hier

Langdurig laagwater zomer/najaar 2015

De zomer en het najaar waren in het stroomgebied van Rijn en Maas droog tot zeer droog. In Zuid Duitsland viel tussen 1 juli en 1 november maar ongeveer de helft van de normale hoeveelheid neerslag. Het voorjaar en het begin van de zomer was nog vrij nat geweest, met een paar keer grote hoeveelheden neerslag, die het waterpeil in de Rijn tot boven gemiddeld opstuwden, maar na 1 juli bleven de grote neerslaghoeveelheden uit en begon de Rijn aan een langzame maar gestage afname van de waterstanden. 

De Rijn zakte bij Lobith op 12 juli voor het eerst onder de 1500 m3/s en bleef daar bijna 4,5 maand onder. Als aaneengesloten periode is dat vrij uitzonderlijk, maar over het hele jaar bezien is het niet uitzonderlijk. Gemiddeld zakt de afvoer bij Lobith ca 95 dagen onder de 1500 m3/s, dit jaar was dat 135 dagen. Er zijn veel extremere jaren, zoals recent nog 2011 en 2003 met ieder bijna 200 dagen. Koploper blijft 1921 met 321 dagen, gevolgd door 1976 met 276 dagen. 

Voor de watergebruikers in Nederland (zoals bv de scheepvaart, de landbouw en drinkwater) is 1500 m3/s nog geen groot probleem. Lastiger wordt het pas als de afvoer richting de 1000 m3/s gaat. Dit jaar zakte de afvoer gedurende 19 dagen onder de 1000 m3/s. Dat is maar 2 meer dan het gemiddelde, dus langdurig extreem laag was het deze zomer niet. Opvallend was wel dat de afvoer veel tussen de 1000 en 1100 m3/s schommelde. Op 56 dagen was de afvoer lager dan 1100 m3/s, terwijl dat normaal maar op 28 dagen het geval was. Dit grote aantal dagen net boven de 1000 m3 leidde er toe dat er wel steeds de vrees was dat de afvoer naar extreme laagte zou zakken, maar dat gebeurde dus steeds net niet.

In de Maas daalde de afvoer al in de loop van mei naar zeer lage waarden, dwz tot onder de 50 m3/s en bleef daar tot medio november gedurende 136 dagen onder. Dat is 70 dagen meer dan gemiddeld. Net als bij de Rijn is dit niet zeer extreem, zo daalde de afvoer in 2011 maar liefst 227 dagen tot onder de 50 m3/s. Jaren met meer dan 100 dagen lage afvoer komen hier zo eens in de 3 tot 4 jaar voor. Extreem laag (dwz tussen 10 en 15 m3/s) was het maar op 12 dagen dit zomerhalfjaar, wat maar iets meer is dan gemiddeld. Bijzonder was wel dat de lage afvoeren aanhielden tot ver in november. Pas op 20 november steeg de afvoer uit het dal. Meestal gebeurt dat bij de Maas al rond 1 oktober, dus 1,5 maand eerder. 

Voor de landbouw en andere afnemers van zoet water waren de lage rivierafvoeren  opvallend genoeg geen groot probleem. Anders dan in Duitsland verliep het neerslagverloop dit jaar in Nederland namelijk precies andersom. Voorjaar en voorzomer waren in vrijwel heelNederland erg droog en er werd zelfs al gevreesd voor een herhaling van het zeer droge jaar 1976. Vanaf midden juli sloeg het weer echter om en werd het veel natter en na half augustus was van een droogtetekort op veel plaatsen al geen sprake meer. Innemen van rivierwater was op veel plaatsen dan ook niet nodig en de lage afvoeren werden daarom vrijwel nergens als een probleem ervaren. Alleen Limburg en het oosten van Brabant waren echter de uitzondering, zij bleven ook in de nazomer aan de droge kant. En omdat de Maas toen nog lang weinig water aanvoerde was er hiel wel een gebrek aan water.