U bent hier

Buiigheid houdt aan, Rijn stijgt tot boven de 10 meter

Na een korte onderbreking neemt de buiigheid vanaf vandaag weer sterk toe. Zowel in Nederland als in de stroomgebieden van Rijn en Maas zijn grote hoeveelheden regen mogelijk. De buien in ons land brengen vooral lokaal veel neerslag en de verschillen van plaats tot plaats zijn dan groot. Vooral in het stroomgebied van de Rijn zijn op maandag en dinsdag ook clusters van zware buien mogelijk en dan kan er voldoende water vallen om de Rijn later in de week nog verder te laten stijgen. In het waterbericht leest u de details.

Door het koude voorjaar en daarna de vele buien van de afgelopen weken is er tot nu toe nog nauwelijks sprake van een neerslagtekort in Nederland. Toch zijn er nog plaatsen in met name het zuidoosten van het land waar de droogte van de afgelopen jaren nog na-ijlt en voorlopig is de situatie daar nog niet terug op een meer gemiddeld niveau. In de rubriek Water Inzicht een analyse van het langjarig verloop van het neerslagtekort en -overschot in deze gebieden. 

water van de week

Klein lagedrukgebied boven Frankrijk stimuleert de buiigheid

In de hogere luchtlagen is er weinig beweging in de atmosfeer en dat zorgt er voor dat kleine lagedrukgebieden langdurig op ongeveer dezelfde plaats blijven liggen. Op de weerkaart zijn deze lagedrukgebieden nauwelijks terug te vinden, maar ze hebben wel veel invloed op het weer. De opbouw van de atmosfeer in deze gebieden is namelijk onstabiel, waardoor lucht er makkelijk omhoog kan bewegen. Als dan in de loop van de dag de lucht aan het aardoppervlak sterk opwarmt dan ontstaan er sterke opstijgende luchtstromen en dat wekt dan de buiigheid op. 

De komende 3 tot 4 dagen ligt zo'n klein lagedrukgebied boven Noord Frankrijk en is de kans op buien groot. Lokaal kunnen vele centimeters regen vallen, maar een paar kilometer verderop kan het tegelijkertijd droog blijven. Als gevolg van de regen die nog gaat vallen zal juni waarschijnlijk in Nederland op de meeste plaatsen een natte tot zeer natte maand worden. De kans is groot dat ook juli met buiigheid begint en daarmee lijkt deze zomer toch anders te verlopen dan de 3 voorgaande zomers die zich kenmerkten door veel langdurig droge perioden.

Vanaf maandag t/m woensdag strekt de buiigheid zich ook uit tot over centraal Europa en dan kan er vooral in het stroomgebied van de Rijn veel regen vallen. De buien klitten daar wat meer aaneen zodat er in grotere gebieden veel neerslag valt en de kans is daarom groot dat de Rijn in de tweede helft van de week nog wat verder gaat stijgen.

Het stroomgebied van de Maas lijkt de meest intensieve buiigheid voorlopig te ontspringen, maar dat kan nog veranderen, want het voorspellen van de huidige weersituaties blijft ook voor de huidige weermodellen nog lastig.

Na woensdag schuift het lagedrukgebied langzaam naar het oosten en nadert een rug van hoge druk vanaf de Oceaan. Vanaf donderdag neemt de buiigheid dan af n dit drogere weer houdt een paar dagen aan. Vanaf zaterdag komt West Europa dan waarschijnlijk onder invloed van een ander lagedrukgebied te liggen. Dit is echter een ander type dan het lagedrukgebied waar we in het begin van de week mee te maken hadden. Het veel diepere lagedrukgebied ligt nabij Ierland en zal wel duidelijk op de weerkaarten herkenbaar zijn.

Fronten die samenhangen met dit lagedrukgebied kunnen vanaf het weekend ons weer gaan bepalen. Er is dan opnieuw kans op regen. De meeste neerslag lijkt dan in Centraal Europa te gaan vallen, dus ook dan zal de Rijn hier het meeste van profiteren. 

Rijn stijgt eerst naar ca 10 m, om later in de week verder te stijgen naar ca 10,5 m

Het water van de buien die medio afgelopen week in Duitsland en Zwitserland zijn gevallen komt nu in Nederland aan. Daar vooruit was de Rijn bij Lobith gedaald tot iets boven de 9 meter (afvoer ca 2050 m3/s). Sinds donderdag is het peil weer gaan stijgen en aanstaande dinsdag zal voorlopig een hoogste stand bereikt worden van net iets minder dan 10 m (afvoer ca 2600 m3/s). 

Daarna stabiliseert de stand of daalt iets om dan op vrijdag of zaterdag opnieuw te gaan stijgen. Dit is het water van de buien die van maandag t/m woensdag in Duitsland en Zwitserland gaan vallen. De verwachting voor de hoeveelheden neerslag wisselt nu nog sterk en daarom is ook nog niet precies te zeggen tot hoe ver de stand bij Lobith zal gaan stijgen. Op grond van de huidige verwachtingen is een stijging tot ca 10,5 m mogelijk. Die stand zal dan op zondag 4 juli worden bereikt. De afvoer kan daarbij oplopen tot ca 3.000 m3/s, dat is ca 30% meer dan het langjarig gemiddelde rond deze tijd van het jaar.

Ook na dit kleine zomerpiekje ziet het er niet naar uit dat het voor langere tijd droog gaat worden. Vanaf zondag 4 juli wordt opnieuw flink wat regen in Centraal Europa verwacht en de kans is daarom groot dat de licht verhoogde waterstanden en afvoeren ook in de eerste 2 weken van juli nog zullen aanhouden.

Vanwege de regenval en sneeuwsmelt in de Alpen van de afgelopen weken zijn de Zwitserse meren goed gevuld en dat betekent dat ook in de rest van juli en zelfs augustus de Rijn mag rekenen op een forse basisafvoer. Een periode van langdurig lage afvoeren zit er voorlopig daarom ook niet in, zelfs als het weer omslaat en het langere tijd droog wordt.

Maasafvoer blijft op een gemiddeld niveau voor de tijd van het jaar.

De hoogste waarden in de Maasafvoer waren in het begin van de week al gepasseerd bij Maastricht. Dit piekje rond de 275 m3/s was veroorzaakt door de buiigheid in de Ardennen in het vorige weekend. Daarna werd het droog in het grootste deel van het stroomgebied, alleen in het uiterste zuiden van het franse stroomgebied vielen nog wel buien.

Dat leverde zelfs een klein golfje water op dat nu ongeveer ter hoogte van Verdun is. Ook al is de Maas korter dan de Rijn, toch doen watergolfjes vanuit het zuidelijkste deel er ca 2 dagen langer over dan in de Rijn vanaf Zwitserland. Pas over een dag of 4 zal het bij Nederland aankomen. Veel zullen we er niet van merken, want de afvoertoename bedraagt slechts 20 m3/s, maar het is wel bijzonder dat dit zuidelijke deel van het stroomgebied er in de zomer wat extra water levert.

In de Ardennen, het belangrijkste herkomstgebied van Maaswater, bleef het de afgelopen week vrijwel droog en daarom daalde de Maasafvoer bij Maastricht in de tweede helft van de week weer tot onder de 150 m3/s. Voor de tijd van het jaar is dat nog steeds iets aan de hoge kant. 

De komende dagen neemt de buiigheid in onze omgeving weer toe, maar het stroomgebied van de Maas lijkt daar niet zoveel van mee te krijgen. De meeste regen valt net te westen en ten oosten. De natste dagen zijn de maandag en de dinsdag en waarschijnlijk valt er wel voldoende om de Maas weer iets te laten stijgen. Op woensdag zou de afvoer bij Maastricht dan weer tot ca 200 m3/s kunnen stijgen. 

Na woensdag wordt het een aantal dagen vrijwel droog in het stroomgebied en dan kan de afvoer weer gaan dalen naar ca 150 m3/s of wat lager in het weekend. Op wat langere termijn is de kans groot dat het opnieuw natter wordt en de kans is daarom groot dat de afvoer ook in de eerste helft van juli relatief wat aan de hoge kant blijft.

water inzicht

Delen van de hoge zandgronden in Nederland hebben nog steeds te maken met een grondwatertekort

Deze zomer zijn er tot nu toe meer berichten in de media over wateroverlast dan over droogte. April verliep nog wel vrij droog en hier en daar was er toen al de vrees voor een nieuwe te droge zomer, maar in mei sloeg het weerpatroon om en viel op veel plaatsen meer dan de gemiddelde hoeveelheid regen.

Juni deed daar nog een schepje bovenop en de forse buien van de afgelopen 10 dagen hebben lokaal al twee maal de normale hoeveelheid neerslag voor deze maand opgeleverd. Toch zijn er delen van het land waar in juni nog minder dan de normale hoeveelheid is gevallen; mogelijk dat dat met de buien van vandaag en morgen nog verandert.

Het KNMI heeft sinds dit jaar een nieuwe methode om de actuele stand van de vocht-toestand in de bodem mee aan te geven. Het gaat om de Standardized Precipitation Index (SPI) die aangeeft in welke mate een periode te droog of te nat is verlopen in vergelijking met het langjarig gemiddelde voor die plaats. Op de site van het KNMI is de toestand van de SPI voor heel Nederland van dag tot dag te volgen. 

Het is op de site mogelijk de SPI in te stellen voor 1, 3 of 6 maanden terug. In de situatie voor 1 maand berekent de SPI in hoeverre er in de afgelopen maand te veel of te weinig is gevallen. Deze SPI voor 1 maand is een goede maat voor de hoeveelheid water dioe zich in de bovenste decimeters van de bodem bevindt. Hier halen de meeste planten hun water vandaan in de zomer en als de SPI aan de lage kant is, dan ervaren deze planten een droge periode; het gras wordt dan bijvoorbeeld geel.

In de figuur hierna heb ik een uitsnede gemaakt van de SPI voor de afgelopen maand. Ondanks dat juni in een groot deel van het land vrij nat is verlopen, is er toch nog een brede band herkenbaar waar het de afgelopen maand tot nu toe te droog was. Door zelf op de kaart te klikken op de site kan voor iedere plek in Nederland de actuele toestand worden bekeken. Deze verandert van dag tot dag; bij droog weer nemen de gele en rode kleuren toe, na regenval de blauwe kleuren.

SPI 1 mnd.jpg

Huidige toestand voor de SPI over 1 maand. Links de situatie in het land en rechts het verloop voor 2 locaties; een in het midden en een in het zuidoosten van het land.
Huidige toestand voor de SPI over 1 maand. Links de situatie in het land en rechts het verloop voor 2 locaties; een in het midden en een in het zuidoosten van het land.

Er is ook een SPI voor het verloop over de afgelopen 3 en 6 maanden. Deze geven inzicht in de vochttoestand van de bodem op langere termijn en zijn daarom een maat voor de toestand van het grondwater. De huidige periode van 6 maanden loopt namelijk vanaf eind december en hierin bevindt zich een groot deel van de winter. De winter is vooral de periode dat het grondwater wordt aangevuld en als de SPI over 6 maanden nu aan de hoge kant is, dan betekent dat dat het grondwater voldoende is aangevuld in die periode.

In de figuur hierna heb ik op dezelfde wijze als hierboven de situatie voor de SPI over de afgelopen 6 maanden weergegeven. In bijna heel het land is de vochttoestand aan de hoge tot soms zelfs zeer hoge kant. In de rechetrfiguur is te zien dat dat in het midden van het land al de hele periode het geval is. In het zuidoosten daarentegen is te zien hoe de periode 6 maanden geleden nog zeer droog begon en dat dankzij de vrij natte winter de index is opgelopen en dat betekent dat op veel plaatsen het grondwater de afgelopen 6 maanden meer dan gemiddeld is aangevuld.

SPI 6 mnd.jpg

Huidige toestand voor de SPI over 6 maanden. Links de situatie in het land en rechts het verloop voor 2 locaties; een in het midden en een in het zuidoosten van het land.
Huidige toestand voor de SPI over 6 maanden. Links de situatie in het land en rechts het verloop voor 2 locaties; een in het midden en een in het zuidoosten van het land.

Toch betekent deze SPI over 6 maanden niet dat de grondwaterstand nu overal weer op orde is. Er zijn namelijk gebieden waar het grondwater veel trager reageert op nattigheid en droogte dan de duur van 6 maanden. Dit soort gebieden noemen we grote grondwaterlichamen en we vinden ze in het zuiden en oosten van het land. De bodem bestaat hier tot op grote diepte uit zand en het regenwater dat hier valt, zakt in de bodem, vult de poriën tussen het zand op met water, waarna dit water heel langzaam zijdelings wegstroomt van hoog naar laag.

Hoe groter de afstand tot een plaats waar het water weer aan de oppervlakte komt, hoe groter het grondwaterlichaam. De Veluwe is in Nederland een goed voorbeeld van een gebied met een groot grondwaterlichaam in de ondergrond. Daarnaast vinden we ze in het zuiden van Brabant en het oosten van Gelderland, Overijssel en Drenthe. 

Het water in deze grondwaterlichamen is vaak jarenlang onderweg en een SPI van 6 maanden zegt daarom nog niet zoveel over de toestand, daarvoor is de periode te kort. Om na te kunnen gaan hoe het er voor staat in deze grote grondwaterlichamen heb ik de waterbalans voor 4 locaties in Nederland op een rij gezet (zie de figuur hierna).

Over de afgelopen 50 jaar is in deze grafieken voor 4 KNMI-stations de neerslagbalans van een jaar af te lezen. Dit is te berekenen door de hoeveelheid neerslag en de verdamping van elkaar af te trekken. In bijna alle jaren is er in Nederland een neerslagoverschot, er valt in die jaren meer neerslag dan er verdampt. De verdeling tussen neerslag en verdamping is niet evenredig over het jaar verdeeld: in de winter is er geen verdamping en is er altijd een groot overschot, in de zomer is de verdamping juist groot en is er in de meeste jaren een tekort. 

In de grafiek heb ik de jaren laten beginnen op 1 oktober, omdat dit het moment is waarop de opbouw van het overschot gemiddeld weer begint. De periode van 1/10 t/m 30/9 in het jaar daarna bestaat dan uit een half jaar van opbouw en een half jaar van afname. In de grafieken is ook het huidige jaar afgebeeld; dit loopt nog tot 30 september en hier gaat het dus om voorlopige cijfers. Ze geven echter wel een indruk waar dit jaar op afstevent.

Als we eerst naar het station de Bilt kijken, dan zien we dat er vrijwel ieder jaar sprake is van een overschot, alleen in 1976 en 1996 was er een tekort. Zelfs in het jaar 2018 met de zeer droge zomer was er toch nog sprake van een overschot. Nu is De Bilt ook een van de nattere delen van het land, met een gemiddeld overschot van ca 30 cm per jaar. De afgelopen 4 jaar (voorafgaand aan dit jaar) waren relatief droog, maar zeker niet uitzonderlijk in De Bilt blijkt uit de grafiek. Eerder in de meetreeks waren er soms ook meerdere jaren op een rij met een klein overschot en de recente periode springt er dan ook niet uit. 

Als we naar Twente kijken dan is de situatie er iets droger dan in De Bilt, maar ook hier zijn er eerdere perioden van droge jaren. Opvallend is dat 2019 hier nog wat droger was dan 2018. In de Bilt was de situatie toen al weer enigszins hersteld na het droge jaar 2018, maar in Twente werd het juist nog wat droger.

Overschot en tekort jaar.jpg

Verloop neerslagoverschot over afgelopen 50 jaar voor 4 plaatsen: De Bilt centraal in het land, Twenthe in het oosten, Heibloem in het (droge) zuidoosten en Deelen op de (natte) Veluwe. In de laatste kolom staan de nog voorlopige cijfers van dit jaar.
Verloop neerslagoverschot over afgelopen 50 jaar voor 4 plaatsen: De Bilt centraal in het land, Twenthe in het oosten, Heibloem in het (droge) zuidoosten en Deelen op de (natte) Veluwe. In de laatste kolom staan de nog voorlopige cijfers van dit jaar.

De derde grafiek is van een meetstation in het zuidoosten, nabij Weert. Dit is duidelijk een veel drogere plaats dan De Bilt en Twente. Sowieso is in het zuidoosten het overschot gemiddeld veel kleiner (ca 15 cm per jaar), maar ook zijn er veel vaker jaren met over de hele periode een neerslagtekort. Dat zijn dus jaren dat het grondwater onvoldoende wordt aangevuld. De periode vanaf oktober 2017 t/m september 2020 was zo'n periode en niet eerder in de afgelopen 50 jaar was de droogte over 4 jaar gemeten zo groot. 

De afgelopen natte maanden hebben het grondwater wel weer wat aangevuld en dit jaar stevent vrijwel zeker af op een gemiddeld overschot, maar met name voor de grotere grondwaterlichamen in deze regio, zoals bijvoorbeeld de Peel, zal dat nog onvoldoende zijn om het niveau weer op peil te brengen. Daar zijn meer natte jaren voor nodig.

In de laatste grafiek tenslotte is de situatie voor het station Deelen op de Veluwe weergegeven. Hemelsbreed ligt dat maar 75 km van de Peel af, maar toch is de situatie hier heel anders. De droge jaren die nu achter ons liggen, verliepen hier wel relatief droog, maar toch was er ieder jaar nog een flink neerslagoverschot. Misschien niet voldoende om het grondwaterpeil diep onder de Veluwe op een gemiddeld niveau te houden, maar de situatie is er lang niet zo extreem als in het zuidoosten van het land.

Uit de neerslagbalans over een heel jaar blijkt dus niet direct dat de afgelopen periode uitzonderlijk droog was, alleen het zuidoosten springt er uit. Maar de balans over het hele jaar vertelt niet het hele verhaal van de droogte in Nederland. Als we alleen naar de zomerhalfjaren kijken (zie de volgende figuur) dan springt de afgelopen periode er namelijk wel meer uit. De grafiek is op dezelfde manier tot stand gekomen, maar nu gaat het om de neerslagbalans voor alleen het zomerhalfjaar (april t/m september) over de afgelopen 50 jaar. 

Als we naar alleen naar de zomerhalfjaren kijken, de perioden met de meeste verdamping, dan valt op dat de situatie ook op de andere 3 locaties, buiten het zuidoosten, in de afgelopen jaren toch wel uitzonderlijk was. In Twente bijvoorbeeld waren de afgelopen 3 zomers duidelijk erg droog en ook in Heibloem springen deze jaren er nog meer uit dan bij de grafiek hierboven. Ook in Deelen op de Veluwe vallen deze 3 jaren nu ineens wel op als een droge periode.

Waar de periode van 2017 t/m 2020 bij deze meetstations over het hele jaar bekeken nog in de buurt kwam van de periode 1989 t/m 1992, waren de recente zomers duidelijk van een ander kaliber. Dit is vooral een gevolg van de grotere verdamping in deze jaren, want in de recente zomers viel er niet minder regen dan in vroegere droge zomers. Omdat de zomers nu warmer en zonniger zijn dan ca 30 jaar geleden kan het neerslagtekort tegenwoordig in zomers waarin er weinig regen valt veel sneller oplopen dan vroeger. 

Tegelijkertijd zijn de winters tegenwoordig ook wel wat natter geworden dan 30 jaar geleden en op basis van een heel jaar compenseert dat het oplopende tekort, maar als we alleen naar de zomers kijken dan zien we dat in die periode het tekort sneller en tot grotere hoogte oploopt. 

Samengevat zien we dat zomers waarin weinig regen valt van alle tijden zijn en dat ze vroeger ook vaker geclusterd voorkwamen, maar dat vanwege de toegenomen verdamping de droogte in de recente zomers steeds groter wordt. Vooral in het zuidoosten van het land zorgt dat voor meer jaren met een neerslagtekort en meer zomers met een extreem neerslagtekort.

In de winter is de hoeveelheid neerslag wel toegenomen en over een heel jaar bekeken is de neerslagbalans (behalve in het zuidoosten) nog redelijk op orde. Dat betekent dat het nog belangrijker wordt om deze grondwaterlichamen in de winter zoveel mogelijk te voeden en het water dan zeker niet af te voeren.

Overschot en tekort zomerhalfjaar.jpg

Verloop neerslagoverschot over afgelopen 50 zomerhalfjaren voor 4 plaatsen: De Bilt centraal in het land, Twenthe in het oosten, Heibloem in het (droge) zuidoosten en Deelen op de (natte) Veluwe. In de laatste kolom de voorlopige cijfers van dit jaar.
Verloop neerslagoverschot over afgelopen 50 zomerhalfjaren voor 4 plaatsen: De Bilt centraal in het land, Twenthe in het oosten, Heibloem in het (droge) zuidoosten en Deelen op de (natte) Veluwe. In de laatste kolom de voorlopige cijfers van dit jaar.