U bent hier

Een vrijwel droge week voor de boeg en weinig nieuw water voor de rivieren

Het blijft voorlopig droog in de stroomgebieden, op vandaag en morgen nog een enkele bui na in Duitsland. In de Rijn is nog wel wat water onderweg en daar volgt eerst een lichte stijging voordat de daling begint, bij de Maas zet de huidige daling zich langzaam voort. Op wat langere termijn kan het wel wat wisselvalliger worden. Geen grote hoeveelheden regen maar langdurige droogte met verder dalende waterstanden lijkt er dan ook niet in te zitten. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht ga ik in op de relatief lage Rijnafvoeren van dit moment. Afgelopen week daalde de afvoer tot onder de 1.500 m3/s en als dat zo vroeg in het voorjaar al gebeurt, is dat een wake up call voor de waterbeheerders in ons land. Want bij die hoeveelheid water kunnen niet meer alle functies probleemloos van water worden voorzien; en dan moet de zomer nog komen.

Water van de week

Neerslaggebieden blijven voorlopig op afstand, vanaf volgend weekend weer kans op regen.

Nederland en de stroomgebieden van Rijn en Maas bevinden zich weerkundig gezien in een zogenaamd zadelgebied. Hogedrukgebieden bevinden zich zowel ten noordoosten als zuidwesten van ons en lagedrukgebieden in de andere kwadranten: ten noordwesten en zuidoosten. In zo'n zadelgebied kan het wat het weer betreft twee kanten op: soms maken de hogedrukgebieden een connectie en blijft het een aantal dagen droog in de stroomgebieden en soms verzwakt de verbinding tussen de hogedrukgebieden en zijn de lagedrukgebieden aan zet en is er kans op regen in het zadelgebied.

De afgelopen dagen bepaalde de lage druk even het weer en kon wat neerslag met buien tot de stroomgebieden doordringen. Grote hoeveelheden vielen er niet, wat ook te verwachten is van buien zo vroeg in het zomerhalfjaar. Vanaf nu gaan de beide hogedrukgebieden, boven Finland en de Azoren, weer een rug opbouwen boven onze omgeving en keert het droge weer terug. Voor het zover is kunnen vandaag en morgen boven vooral het zuiden van Duitsland en de Alpen nog wel buien vallen waar de Rijn van profiteert.

Daarna volgen een paar droge dagen, totdat aan het eind van de week de rug van hoge druk waarschijnlijk verzwakt en neerslaggebieden weer tot onze omgeving door kunnen dringen. In de week na het volgende weekend blijft het daardoor niet droog, maar hoeveel regen er gaat vallen is nu nog moeilijk te zeggen. Weermodellen hebben het altijd lastig met zadelgebieden Want als maar één van de 4 hoge- of lagedrukgebieden zich wat andersontwikkelt, dan heeft dat meteen veel invloed op het weer in het zadelgebied.

Als bijvoorbeeld het hogedrukgebied boven Finland zwakker wordt, of zich verplaatst, dan wordt het voor de lagedrukgebieden makkelijker om een connectie te maken en dat betekent al snel meer neerslag in het zadelgebied. Als we afgaan op de huidige verwachting dan zou in die volgende week voldoende regen kunnen vallen om Rijn en Maas in de loop van die week weer wat te laten stijgen. Maar we zullen de verwachting van volgend weekend moeten afwachten of dat er ook daadwerkelijk van gaat komen.

Rijn stijgt deze week licht, daarna weer dalend.

De Rijn daalde bij Lobith halverwege de afgelopen week onder de 1.500 m3/s, dat is ruim 1.000 m3/s minder dan het langjarig gemiddelde voor begin april. Voor de waterstand, die daalde tot ca 8,15 m NAP, betekent dat een stand van ruim 1,5 m onder het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. De regen van de afgelopen dagen zorgt nu voor een lichte stijging stroomopwaarts en dit water bereikt vanaf vandaag Lobith. Vanaf nu gaat de waterstand met zo'n 5 cm per dag omhoog tot in hoogste stand op vrijdag 17 april van ongeveer 8,5 m NAP. De afvoer is dan gestegen tot iets boven de 1.600 m3/s.

Vanaf het komend weekend gaat de stand weer dalen en dat gaat na zondag 19/4 wat sneller dan de stijging van deze week. Dagelijks gaat er zo’n 10 cm af om rond het midden van de week na komend weekend weer uit te komen rond de 8,2 m NAP. Vanaf maandag 20 of dinsdag 21 april zakt de afvoer dan ook weer onder de 1500 m3/s.

Mocht de daling daarna nog verder doorzetten, dan zal dat wel wat langzamer gaan. Maar de kans is nu wat groter dat vanaf het midden van die week (rond 22 april) weer een lichte stijging volgt. Dit hangt af van de neerslaggebieden die vanaf het komend weekend al dan niet het stroomgebied weten te bereiken; als de hogedrukgebieden daarvoor een beetje ruimte willen maken. We zullen nog even af moeten wachten of dit er ook daadwerkelijk van gaat komen.

Maasafvoer blijft de komende tijd langzaam dalen.

De Ardennen ontvingen de afgelopen week maar heel weinig regen, op de meeste plekken bleef het bij slechts enkele millimeters en dat is onvoldoende om de Maas van extra water te voorzien. De afvoer bij Maastricht daalde dan ook de hele week langzaam verder en is inmiddels uitgekomen rond 150 m³/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar nog meer dan 300 m³/s bedraagt.

Voorlopig zal de Maas deze afvoer niet bereiken want de buien die vandaag en morgen nog boven centraal Europa vallen gaan ook aan het stroomgebied van de Maas voorbij. We zullen een week moeten wachten voordat de kans op neerslag weer wat gaat toenemen. Tot die tijd daalt de afvoer langzaam verder al gaat dat in deze tijd van het jaar niet zo heel snel meer. Dagelijks zal de afvoer met maximaal toen 3 tot 5 m³/s dalen, zodat deze in het komend weekend rond de 125 m³/s zal zijn uitgekomen.

Mocht de rug van hoge druk sterk genoeg zijn dan blijft het ook na het komend weekend droog in het stroomgebied en kan de afvoer in die week verder dalen tot rond de 100 m³/s. Maar zoals het er nu naar uitziet is de kans wat groter dat het toch neerslag gaat vallen. Dat is dan vanaf zondag en als dat uitkomt dan zou de afvoer al in het begin van die week weer wat kunnen gaan stijgen. De verwachte neerslaghoeveelheden zijn echter niet heel erg groot, dus ook op wat langere termijn hoeven we er niet op te rekenen dat de Maasafvoer een waarde rond het langjarig gemiddelde zal bereiken.

Water Inzicht

Rijnafvoer daalde dit voorjaar al vroeg onder de 1500 m³/s. Wat betekent dat voor de rest van het laagwaterseizoen.

De maand maart verliep in het stroomgebied van de Rijn vrij droog en ook april is droog begonnen. De rivierafvoer is daardoor gedaald tot onder de 1.500 m3/s, wat een lage afvoer is voor deze maand want het langjarig gemiddelde bedraagt nog bijna 2.500 m3/s. Een afvoer van minder dan 1.500 m3/s is een eerste signaal voor het waterbeheer in Nederland want onder die afvoer kunnen er lokaal problemen ontstaan met de levering van zoet water bij de verschillende innamepunten.

Zo dringt bij deze afvoer het zoute Noordzeewater via de nieuwe Waterweg zover naar binnen dat het tot stroomopwaarts van Rotterdam kan komen en innamepunten hier met beperkingen te maken krijgen. Om dit nog zo lang mogelijk te beperken wordt de Haringvlietdam bij deze afvoeren al vrijwel gesloten gehouden, zodat al het Rijnwater via de Nieuwe Waterweg moet stromen en zo het zoute water zoveel mogelijk terugdringt. Ook is de stuw bij Driel dan grotendeels gesloten om voldoende water naar het IJsselmeer te sturen.

Vanaf nu houden de waterbeheerders de situatie extra goed in de gaten want als de afvoer nog verder zakt dan kunnen er grotere problemen ontstaan om overal voldoende zoetwater naartoe te voeren. Je zou verwachten dat lage afvoeren vooral iets is van de zomer en het najaar, maar ook in april komt het regelmatig voor. Gemiddeld bedraagt het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer 7 in deze maand. Er zijn wel grote verschillen zoals de volgende grafiek laat zien: zo zijn er jaren geweest dat de afvoer de hele maand lager bleef dan 1.500 m3/s.

<1500 april.png

Aantal dagen waarop in april de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt en het 30-jarig lopend gemiddelde.
Aantal dagen waarop in april de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt en het 30-jarig lopend gemiddelde.

De laatste keer was dat in 2014 en kort daarvoor ook in 2011. Daartegenover staan een groot aantal jaren waarin de afvoer de hele maand boven de 1.500 m3/s bleef, zoals recent nog in 2022 en 2023. De laatste 30 tot 35 jaar is er wel sprake van een toename: zo gebeurt het tegenwoordig in de helft van de jaren dat de afvoer tot onder de 1.500 m3/s zakt, terwijl het voor 1990 maar eens in de ca. 4 jaar gebeurde. Het 30-jarig gemiddelde (de oranje lijn in de grafiek) is dan ook gaan stijgen in de laatste decennia van ca 3 dagen rond 1990 naar 7,5 dag op dit moment.

De oorzaak moeten we zoeken in de steeds drogere maand april van de afgelopen decennia. April was altijd al de droogste maand van het jaar en waarschijnlijk als gevolg van klimaatverandering is dat nog wat extremer geworden. Het goede nieuws is dat de maand mei niet droger is geworden dan vroeger en ook is dat de maand waarin tegenwoordig de meeste sneeuw hogerop in de Alpen smelt. In de volgende grafiek heb ik voor de 3 lentemaanden het verloop van het dertigjarig gemiddelde weergegeven.

<1500 lentemaanden.png

Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 lentemaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.
Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 lentemaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.

In de grafiek zien we dat in het voorjaar alleen in de maand april het 30-jarig gemiddelde duidelijk is gaan stijgen en dat mei in de laatste decennia stabiel is. In vergelijking met eerder in de meetreeks is in mei de kans op dagen met een lage afvoer zelfs duidelijk afgenomen. In het midden van de vorige eeuw daalde de afvoer in mei gemiddeld nog op 9 dagen per jaar tot onder de 1.500 m3/s, terwijl dat nu nog maar circa 5 is. Deze afname is vooral het gevolg van een toename van smeltwater in mei vanuit de Alpen.

Medio vorige eeuw lag de piek van het smeltseizoen nog in juni, maar dat is door het warmere klimaat enkele weken naar voren geschoven. Daardoor wordt de Rijn tegenwoordig in mei al extra gevoed en komen dagen met een lage afvoer gemiddeld minder vaak voor. Een geruststellend idee voor de waterbeheerders, dat dagen met een afvoer <1.500 m3/s in april niet meteen betekenen dat deze trend zich doorzet in mei. Dankzij de Alpen veert de Rijn dan meestal weer op.

De toename van smeltwater in mei heeft wel een keerzijde want het betekent dat er minder smeltwater overblijft voor later in de zomer. Dat zien we nog niet meteen terug in juni, zoals de volgende grafiek laat zien, want daar is nog maar sprake van een lichte toename. Het is vooral de maand juli waar een duidelijke toename is te zien van het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s. Waren dat er rond de eeuwwisseling gemiddeld nog maar 3 tot 4, inmiddels is dat aantal ruim verdubbeld en de we mogen verwachten dat die trend zich voorlopig nog wel doorzet.

<1500 zomer.png

Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 zomermaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.
in de laatste decennia

Wat opvalt is dat deze sterke toename zich niet doorzet in augustus. Het gemiddeld aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s is wel hoger (circa 12), maar dat was rond het jaar 2000 en ook medio vorige eeuw ook al zo. Ook dat is te verklaren vanuit het smeltseizoen in de Alpen. Augustus was namelijk altijd al een maand dat er nog maar relatief weinig smeltwater werd afgevoerd en het eerdere smelten van de sneeuw heeft voor augustus daarom geen grote gevolgen gehad.

Voor het waterbeheer in Nederland is dat ook goed nieuws want het betekent dat in de maanden met gemiddeld de laagste afvoeren, waarvan augustus de eerste is, de kans op lage afvoeren niet is toegenomen. Dat zien we ook als we nog wat verder kijken in het naseizoen (volgende grafiek), want in de najaarsmaanden is het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer gelijk gebleven (september) of zelfs afgenomen (oktober en november). Dat is gunstig, want gewoonlijk zijn dit de maanden met de grootste kans op lage tot zeer lage afvoeren en de kans daarop neemt dus niet toe.

<1500 herfst.png

Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 herfstmaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.
Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 herfstmaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.

Die verminderde kans op lage afvoeren zien we nog sterker terug in de winter (zie de volgende grafiek), waar het aantal dagen met een lage afvoer in alle 3 de maanden meer dan is gehalveeerd. Dit heeft niet te maken met de situatie in de Alpen, want die spelen In de winter voor de Rijn nauwelijks een rol. Het water dat de Rijn in de wintermaanden afvoert komt vooral uit de lagere delen van het stroomgebied en als gevolg van de klimaatverandering zijn vooral de winters daar sterk veranderd.

<1500 winter.png

Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 wintermaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.
Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 wintermaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.

Koud en droog winterweer komt bijna niet meer voor en vroeger waren dat de omstandigheden waarbij de afvoer tot onder de 1.500 m3/s kon zakken. Ook valt er meer regen omdat de luchtstroming vaker westelijk is. Voor het beheer van zoetwater voor landbouw en drinkwater heeft dat weinig gevolgen, want die hebben in de winter weinig water nodig, maar de binnenvaart profiteert wel, want die kunnen in de wintermaanden vaker vol beladen varen.

Als we het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s in de huidige tijd vergelijken met de tweede helft van de vorige eeuw, dan zien we een aantal duidelijke veranderingen. Zo zijn er twee maanden met een duidelijke toename (april en juli), maar daar staan 4 maanden tegenover met een sterke afname (mei en de 3 wintermaanden). Bij de andere maanden zien we of een lichte toename (juni en september), een lichte afname (maart, oktober en november) of het is ongeveer gelijk gebleven (augustus).

Als we alles optellen dan blijkt dat het totaal aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer gelijk te zijn gebleven. Dat schommelt gedurende de hele meetreeks van de Rijn altijd al rond de 100 dagen per jaar zoals de volgende grafiek laat zien. Medio vorige eeuw was het ca 10% hoger, eind vorige eeuw ca 10% lager en nu alweer enige tijd precies honderd. De gevolgen van de klimaatverandering zien we dus niet terug in het totaal aantal dagen, maar vooral in de verdeling over de maanden. In het zomerhalfjaar is het vooral het warmere klimaat en het verschuiven van het smeltseizoen in de Alpen dat voor de veranderingen zorgt, in de winter vooral het nattere klimaat in de rest van het stroomgebied.

<1500 jaar.png

Aantal dagen waarop gedurende het hele kalenderjaar de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt en het 30-jarig lopend gemiddelde.
Het lopend 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen waarop in de 3 wintermaanden de Rijnafvoer onder 1.500 m3/s is gezakt.