Eerste dagen kans op nog wat regen, daarna langere tijd droog; dalende waterstanden
Het is al een aantal weken aan de droge kant in de stroomgebieden en dat merken we aan de waterstanden in de rivieren, die laag zijn voor de tijd van het jaar. Afgelopen dagen viel er wel wat regen in Midden-Duitsland waardoor de Rijn de komende tijd in ieder geval niet verder daalt. Maar de komende 10 tot 14 dagen zouden wel eens geheel droog kunnen verlopen, waardoor de waterstanden op termijn weer gaan dalen naar voor de tijd van het jaar (erg) lage waarden. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht een analyse van de maand april, die opnieuw een droge maand gaat worden. Het neerslagoverschot dat we de afgelopen maanden hebben opgebouwd, slinkt daardoor snel, maar zo extreem als vorig jaar zal het niet worden.
Water van de week
Langdurig droog onder invloed van sterke hogedrukgebieden.
Het hogedrukgebied dat de afgelopen weken boven Scandinavië lag, is wat naar het westen opgeschoven en ligt nu boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland. Het heeft een uitloper over de Britse eilanden in onze richting, die voorkomt dat neerslag onze kant op kan komen. De eerste dagen ligt er nog een lagedrukgebied in het zeegebied tussen Ierland en Portugal maar dit trekt zich terug in westelijke richting en heeft geen invloed op het weer in de stroomgebieden. Het blijft daarom droog.
Later in de week verschuift ook de kern het IJslandse hogedrukgebied naar onze omgeving en ontstaat er tegelijkertijd een lagedrukgebied boven Scandinavië. Dit blijft te ver van de stroomgebieden af voor neerslag van betekenis. Wel zorgt het bij ons voor een noordelijke stroming die koelere lucht aanvoert. Er kunnen dan wat buien meetrekken, maar de neerslaghoeveelheden blijven heel erg klein.
Het Europese weermodel verwacht dat dit hogedrukgebied tot in de eerste dagen van mei boven onze omgeving blijft liggen en dat betekent dat neerslaggebieden er niet aan te pas komen en het misschien wel 14 dagen droog blijft. Op een enkel buitje na gedurende de tijd dat de wind uit een noordelijke richting waait. Ook het Amerikaanse weermodel ziet geen neerslag in het verschiet en beide modellen houden het op slechts enkele millimeters regen in de komende 10 tot 14 dagen.
De enige uitzondering is de neerslag die vandaag en morgenochtend nog valt boven het midden van Duitsland. Daar kan langs de oostgrens van het stroomgebied van de Rijn lokaal nog zo'n 20 mm regen vallen. In het stroomgebied van de Maas wordt zo goed dat als helemaal niets meer verwacht in de komende twee weken.
Rijn profiteert even van dat neerslag van de afgelopen dagen, maar gaat op langere termijn weer flink dalen.
Na een vrijwel droge week met voor het voorjaar aangename temperaturen, passeerde gisteren over Nederland een koufront. Dit bracht in ons land niet meer dan een enkele millimeter regen, maar verder naar het oosten en zuiden activeerde het koufront en bleef het boven midden Duitsland enige tijd slepen waardoor daar in een uitgestrekt gebied 20 tot 30 mm regen viel. Wat verder naar het zuiden bleef het zo goed als droog, op een beetje neerslag na in de Alpen. Vandaag en morgen trekt dit neerslaggebied naar het oosten weg en wordt het overal droog en dit droge weer houdt langdurig aan.
Neerslag van meer dan een week geleden zorgde bij de Rijn voor een lichte stijging gedurende de afgelopen week. Het ging slechts om een heel bescheiden stijging van circa 8,15 m NAP in het begin van de week naar ca 8,4 m NAP op vrijdag. De afvoer steeg weer even tot boven de 1500 m3/s en tikte vrijdag de 1.575 m3/s, maar is nu weer gaan dalen. Die daling duurt niet heel lang want uit het stroomgebied is wat nieuw water onderweg van de regen die gisteren en vannacht is gevallen. Vooral enkele zijrivieren in het traject tussen Koblenz en Duisburg stijgen nu, maar al met al gaat dit ook om een heel bescheiden stijging en waarschijnlijk komt de stand niet hoger dan de 8,4 m van de afgelopen week.
De hoogste stand verwacht ik aanstaande woensdag 22 april, waarschijnlijk net onder de 8,4 m NAP en de afvoer komt dan tot aan ca 1.550 m3/s. Vanaf donderdag zet de daling in en dat wordt een langdurige daling, omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht in het stroomgebied. De eerste dagen daalt de stand met niet meer dan enkele centimeters per dag, zodat in het komend weekend de waterstand rond 8,2 m NAP uitkomt. De afvoer is dan weer tot onder de 1.500 m3/s gedaald. Na het weekend gaat de daling de eerste dagen wat sneller met ca 5 cm per dag en op donderdag 30 april kan dan de 8 m onderschreden worden, bij een afvoer van ca 1.325 m3/s.
Ook de eerste dagen van mei zet deze daling waarschijnlijk nog door en de kans is groot dat de waterstand dan verder zakt tot circa 7,75 m NAP bij een afvoer van ongeveer 1.200 m3/s. Op dit moment is nog niet duidelijk of er begin mei wel weer regengebieden onze kant opkomen, maar daarvoor moet eerst het standvastige hogedrukgebied plaatsmaken en de weersverwachting gaat niet zover vooruit dat daar nu al zicht op is.
Maas eerst even stabiel rond 150 m3/s, later weer dalend.
De Maasafvoer is de afgelopen week langzaam gedaald, passeerde halverwege de week de 150 m3/s en bedraagt nu ca 130 m3/s. In een deel van de Ardennen viel de afgelopen nacht wat regen en dit levert mogelijk een heel klein beetje extra water op voor de Maas, waardoor de afvoer weer een of twee dagen rond de 150 m3/s uit kan komen. Vanaf dinsdag is dat extra water weer op en zet de daling verder door.
Omdat 10 tot 14 dagen lang vrijwel geen neerslag wordt verwacht in het stroomgebied, zou dat wel eens een langdurige daling kunnen worden. Nu verloopt zo'n daling in het voorjaar, als het stroomgebied langzaam leeg stroomt, doorgaans niet zo heel snel; maar aan het eind van deze week verwacht ik toch dat de 125 m3/s wordt onderschreden. In de loop van de week na het volgend weekend zet die daling verder door zodat begin mei de afvoer rond de 100 m3/s uit zou kunnen komen.
Ook voor het stroomgebied van de Maas wordt tot en met het eind van de maand geen nieuwe neerslag verwacht en ook voor de eerste dagen van mei lijkt het er nu op dat het droog blijft. Misschien dat er volgende week wel zicht is op een wat nattere periode. Een droge aprilmaand hoeft namelijk niet te betekenen dat ook de maand mei droog verloopt. We zullen zien of dat dit jaar ook uitkomt.
Water Inzicht
De afgelopen winter leverde een gemiddeld neerslagoverschot op, maar is het voldoende voor het komende zomerhalfjaar
Op 1 april zijn we halverwege het hydrologisch jaar, dat loopt vanaf 1oktober t/m 30 september. De komende 6 maanden (van april t/m september) zijn de temperatuur en de zonkracht zo groot dat de verdamping van vocht gemiddeld groter is, dan wat er als neerslag valt. De andere 6 maanden van het jaar, van oktober t/m maart, is de verdamping juist gering en valt er gewoonlijk meer regen dan er kan verdampen. De volgende grafiek laat het verloop van de hoeveelheid neerslag en verdamping zien gedurende het hydrologische jaar.
Neerslagoverschot afgelopen 5 jaar kopie.jpg

De blauwe lijn is de neerslag die er, van dag tot dag opgeteld, gedurende een jaar valt. Dit is gebaseerd op de neerslaggegevens over de periode van 1991 t/m 2020. Deze lijn loopt vrij gestaag op, want in Nederland zijn namelijk alle maanden ongeveer even nat. Alleen het voorjaar is droger en dat zien we aan het feit dat de lijn even wat afvlakt. In totaal valt er in een jaar ca 850 mm regen. De rode lijn is de hoeveelheid verdamping van dag tot dag opgeteld, deze loopt in de eerste helft van het hydrologisch jaar maar langzaam op en gaat vanaf nu sneller oplopen tot in totaal gemiddeld 580 mm.
De groene lijn geeft de hoeveel weer als we neerslag en verdamping van elkaar aftrekken. Deze lijn loopt de eerste 6 maanden sterk op; er valt dan immers veel meer neerslag dan dat er verdampt. In de tweede helft van het jaar zien we deze naar beneden lopen. Dat is de periode dat er meer water verdampt dan dat er als neerslag valt. Het hoogste punt in de groene lijn wordt ongeveer rond 1 april bereikt; dan is het neerslagoverschot het grootst en bedraagt dan ongeveer 330 mm. In de maanden daarna daalt dit overschot tot ongeveer 240 mm op het laagste punt halverwege augustus, om dan in september weer langzaam wat op te lopen. Uiteindelijk resteert er, aan het eind van het hydrologisch jaar ongeveer 270 mm.
Om de komende drogere periode door te komen is het belangrijk om het, in de winter opgebouwde overschot zo lang mogelijk vast te kunnen houden. Waterschappen doen daarvoor hun best en zetten vaak in de winter het water langer vast zodat er meer overblijft voor tijdens het droge seizoen. Dit kan door het op te slaan in het grondwater of de peilen van sloten en meren extra hoog op te zetten. Maar of dat altijd goed uitpakt, is maar de vraag, want niemand kan maanden ver vooruitkijken.
Er zijn namelijk ook natte zomers, waarin er veel meer neerslag valt dan gemiddeld. Dit komt dan boven op het water dat gebufferd is, waardoor er al snel overlast ontstaat door veel te hoge (grond)waterpeilen. Gewassen verdrinken dan op het land en burgers klagen over natte kelders. Maar als het water wel snel afgevoerd wordt en er volgt dan een droge zomer, dan zakken de (grond)waterpeilen zo ver dat er ook weer problemen ontstaan. Dan verdrogen de gewassen en klagen de burgers dat hun huizen verzakken of er scheuren in de muren ontstaan door te lage grondwaterstanden.
De grafiek hierboven liet het gemiddelde zien over de afgelopen 30 jaar, dat is de periode waar het KNMI mee rekent om het klimaat mee in beeld te brengen. Van jaar tot jaar zijn daarin echter grote verschillen en dat laat de volgende grafiek zien. Hierin is voor de afgelopen 4,5 jaar het verloop weergegeven van neerslag, verdamping en neerslagoverschot.
Neerslagoverschot afgelopen 5 jaar kopie.jpg

Ieder jaar in de figuur begint op 1 oktober, bij aanvang van het hydrologisch jaar. De cijfers in de grafieken geven de stand aan voor ieder jaar op 1 april. Als we rechts beginnen bij het huidige jaar, dan blijkt de eerste helft van het hydrologisch jaar vrijwel precies volgens het gemiddelde te zijn verlopen. Alleen verdampte er iets meer, maar er viel ook iets meer regen, zodat het overschot uitkomt op 320 mm, waar 330 mm het langjarig gemiddelde is.
Het huidige hydrologische jaar is echter pas halverwege; het zomerseizoen, en daarmee de periode van het verdampingsoverschot, staat voor de deur en april is alvast begonnen met een lange droge periode. Is dit een voorbode voor de komende zomer, of slaat het weer toch nog om. Als we op zoek gaan naar lessen uit de voorgaande jaren, dan blijken die er maar weinig te zijn, of het moet zijn dat het nog alle kanten op kan gaan.
Als we het huidige hydrologisch jaar vergelijken met de 4 voorgaande, dan lijkt dit jaar tot nu toe het meeste op het jaar 2021/22. Het neerslagoverschot aan het eind van de winter was toen wel iets hoger (370 mm), maar net als dit jaar verliepen de maanden maart en april vrij droog waardoor het overschot in april al flink ging dalen. Vooral de zomermaanden juli en augustus waren toen erg droog, waardoor het overschot, ondanks het hogere begin, daalde tot onder de 150 mm; veel lager dan gemiddeld.
Het jaar daarna waren de begintotalen vergelijkbaar, een overschot van 380 mm. April was toen echter een natte maand, waardoor het overschot nog wat opliep. Grote kans dat de waterschappen toen veel water hebben afgevoerd, want bijna niemand zit in het zomerseizoen te wachten op hoge peilen. Begin mei werd het echter plotseling droog en brak de langste droge periode aan uit de meetreeks van het KNMI. Het overschot halveerde in die periode en alle seinen stonden op rood voor misschien wel grote watertekorten in de zomer.
Maar op 1 juli sloeg het weer opnieuw om en volgden natte zomermaanden, waardoor de balans gelijk bleef en het jaar uiteindelijk eindigde op een gemiddeld niveau. Het najaar van 2023 bleef het nat, met de natste oktobermaand uit de meetreeks en dit natte weer zou een groot deel van dit volgende hydrologische jaar aanhouden. We zien het aan de blauwe lijn die alsmaar op bleef lopen begin 2024, tot bijna 1400 mm aan het eind van dat jaar. Het neerslagoverschot aan het eind van het winterhalfjaar bedroeg 675 mm, het dubbele van normaal. Maar alsof dat nog niet genoeg was bleef het ook in de voorzomer nog verder oplopen tot 765 mm in de loop van juni.
Zo nat hadden we het in Nederland nog nooit meegemaakt en het watersysteem was er op veel plekken ook niet op berekend om deze grote hoeveelheden af te voeren. Grondwaterstanden bleven stijgen, kelders liepen onder en akkerbouwers konden vaak tot in de zomer niet het land op. Alleen de natuur profiteerde volop. Zo steeg het grondwater onder de Veluwe zo sterk dat beken weer gingen stromen, die dat soms al 10 jaar niet meer hadden gedaan. Uiteindelijk zou dat hydrologisch jaar eindigen met een neerslag overschot van ruim 700 mm, drie keer zoveel als normaal.
Een mogelijke verklaring voor het zeer natte jaar was de El Niño, die zich in de voorgaande winter in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan ontvouwde. Uit historisch onderzoek blijkt dat in die jaren de winter en het voorjaar in Nederland natter kunnen verlopen; maar dat het zo nat kon worden, dat had waarschijnlijk niemand van tevoren verwacht.
Het volgende hydrologische jaar, dat op 1 oktober 2024 begon, tapte uit een heel ander vaatje. Nu was het winterhalfjaar aan de droge kant met slechts 330 mm neerslag en omdat er verdamping ook vrij groot was, bedroeg het neerslagoverschot op 1 april slechts 200 mm. Eerder in die winter in februari was het wel iets hoger geweest, maar de maand maart verliep toen al zeer droog zodat het overschot al deels gebruikt was toen het droge seizoen nog aan moest breken. Uiteindelijk zou ook de zomer droog verlopen en bleef de hoeveelheid neerslag in dat jaar steken op niet veel meer dan 600 mm.
Heel bijzonder was dat in dit jaar de hoeveelheid verdamping bijna 100 mm groter was dan de hoeveelheid neerslag. We hadden dus te maken hadden met een hydrologisch jaar met een neerslagtekort; iets wat in Nederland vrijwel nog nooit gebeurd was. Tot grote problemen met droogteschade en degelijke heeft dit echter bijna niet geleid en dat is wel bijzonder want in veel opzichten leek dit jaar op het beruchte jaar 1976, één van de droogste jaren uit de Nederlandse geschiedenis.
Dat dit toch meeviel heeft waarschijnlijk te maken met het zeer natte jaar dat eraan voorafging, waardoor het grondwater nog relatief hoog stond. Ook was er in de zomer van dat jaar geen sprake van een lange aaneengesloten droogteperiode, maar viel er toch geregeld regen, zodat het nergens extreem opdroogde. Het huidige hydrologische jaar begon dus met een achterstand maar liep dat in het najaar al snel in, zodat we nu toch op een respectabel overschot uit zijn gekomen van 320 mm. Wat er de komende maanden met dit overschot gaat gebeuren is nu nog niet te zeggen. De komende weken verlopen droog dus zal er een flinke aanslag op worden gedaan. Maar mochten mei in juni wat de neerslag betreft ongeveer normaal verlopen dan is er nog weinig aan de hand.
Er is echter al wel een voorbode die ons mogelijk iets kan vertellen over wat ons de komende winter en het volgend voorjaar te wachten staat. De verwachting is namelijk dat zich opnieuw een El Niño gaat ontwikkelen in de Stille Oceaan; en misschien wordt dat zelfs een sterke El Niño, sterker dan die van enkele jaren terug. Misschien is dat dan een voorbode voor opnieuw een natte winter en nat voorjaar. Niet dat we ons daar nu al op kunnen voorbereiden, want dit duurt nog veel te lang maar het is in ieder geval interessant om dit in de gaten te blijven houden. En voorlopig staat ons eerst nog een zomer te wachten.