U bent hier

kans op extreem veel neerslag en zomerhoogwater

Er staat ons een bijzondere week te wachten op weergebied. De afgelopen weken vielen er al veel buien in de stroomgebieden, maar de komende week komt daar nog een schepje bovenop. Vooral de dinsdag t/m donderdag wordt erg veel regen verwacht. In Nederland valt de hoofdmoot in het zuidoosten met grote kans op wateroverlast. In het stroomgebied van de Rijn wordt vooral in de Alpen en Midden Duitsland veel regen verwacht en bovenop de al verhoogde afvoeren kan de waterstand bij Lobith stijgen naar mogelijk 12 meter. De Maas tenslotte kan tot boven de 500 mogelijk 750 of zelfs 1000 m3/s stijgen. In dit waterbericht de details.

In de rubriek Water Inzicht een analyse van de hoge waterstanden in de zomer. Hoe vaak komen ze voor en zijn daar veranderingen in opgetreden in de laatste tijd.

Graag maak ik de lezers attent op een website (overlopen.info) waarin voor twee grotere natuurlandschappen langs de rivieren zichtbaar is welke paden en wegen in de uiterwaarden actueel overstroomd zijn. Deze service voor de recreant bestond al enkele jaren voor de Gelderse Poort; recent is ook Rivierpark Maasvallei toegevoegd. De kans is groot dat het deze week van pas kan komen voor wie er in deze gebieden op uit wil trekken.

water van de week

Eerste helft van de week valt er (zeer) veel neerslag; vanaf vrijdag breekt een langere droge periode aan

De zomer van 2021 laat zich van een heel andere kant zien dan de zomers van de afgelopen 3 tot 4 jaar. Lagedrukgebieden maken al sinds half juni de dienst uit en dat zorgt voor veel buiigheid. Deze lagedrukgebieden trekken steeds langzaam vanaf de Atlantische Oceaan via Frankrijk naar Duitsland en dan verder naar het oosten. 

Rondom het lagedrukgebied trekken de buien trekken in een soort van golven over de stroomgebieden en brengen dan lokaal veel neerslag. De afgelopen week viel de meeste regen in de Alpen en het Zuid van Duitsland en dat leverde daar een watergolfje op dat zich nu nog in de Bovenrijn bevindt. 

Ook het stroomgebied van de Main kreeg dit maal veel water te verwerken en de afvoer is er nu ook flink verhoogd. Verder naar het noorden in Duitsland bleef de buiigheid deze week beperkt tot geïsoleerde exemplaren en dat leverde niet voldoende water op voor een grotere stijging in beken en zijrivieren van de Rijn. De Moezel bleef daarom slechts op een licht verhoogd peil. 

Ook de Maas die uit dezelfde regio zijn water ontvangt als de Moezel kreeg deze week minder buien te verwerken en de afvoer, die de week ervoor nog hoog was geweest, daalde weer naar ongeveer gemiddelde waarden. Vandaag en morgen blijft dit nog ongeveer hetzelfde, maar daarna breekt een bijzondere weersituatie aan.

Een nieuw lagedrukgebied dat nu nog nabij Ierland ligt trekt in de komende 3 tot 4 dagen ten zuiden van Nederland langs naar het oosten. Als het dinsdag boven Duitsland is aangekomen neemt de buiigheid sterk toe en dinsdag, woensdag en donderdag kan er extreem veel regen gaan vallen. Lokaal wordt meer dan 10 cm verwacht, dat is meer dan er gemiddeld in een hele maand valt. 

Het gaat daarbij om uitgestrekte gebieden met veel neerslag, dus geen geïsoleerde buien, en daardoor zal de afwatering vanuit deze gebieden stevig op de proef gesteld gaan worden. In Nederland wordt de meeste regen verwacht in het zuidoosten dus dat betekent dat beken zoals de Geul en Roer, maar ook kleinere beken in die regio flink omhoog zullen gaan. 

Ook in de Ardennen gaat erg veel regen vallen, mogelijk zelfs meer dan 15 cm. Dat is uitzonderlijk veel en als dit inderdaad gebeurt dan zullen de beken die in de Ardennen ontspringen erg veel water te verwerken krijgen en ook de Maas zal dan sterk gaan stijgen.

In het stroomgebied van de Rijn zijn het vooral de Alpen die opnieuw de volle laag krijgen. Tegen de tijd dat het meeste water in de Rijn aankomt is de piek die daar nu is ontstaan al weer een beetje afgenomen. maar waarschijnlijk valt er voldoende regen om de afvoer nog verder te laten stijgen. 

In de loop van donderdag trekt het lagedrukgebied verder door naar het oosten en tegelijkertijd breidt het Azorenhogedrukgebied zich tot over onze omgeving uit. dat is de afgelopen weken vaker gebeurd, maar toen bleef het bij een uitloper die al snel weer plaats moest maken voor een nieuw lagedrukgebied. Dit keer ziet het er echter anders uit, want het hogedrukgebied gaat waarschijnlijk een eigen kern vormen die zich volgend weekend boven onze omgeving bevindt.

In deze situatie blijven buien en nieuwe lagedrukgebieden op grote afstand en het ziet er daarom naar uit dat het vanaf vrijdag een langere periode droog blijft. Ook gaat de temperatuur flink omhoog. Nog niet duidelijk is of dit ook echt de omslag is naar een langdurige zomerse periode.

Vanaf het midden van de week daarna (rond 22/7) lijkt het hogedrukgebied weer wat af te nemen en het is afwachten of dan een nieuwe hogedrukgebied de plaats inneemt, of dat toch weer een nieuw lagedrukgebied ten tonele verschijnt. Volgende week is hier meer duidelijkheid over te geven.

Samengevat eerst nog 2 vrijwel droge dagen en dan vanaf dinsdag 3 zeer natte dagen met lokaal uitzonderlijk grote hoeveelheden neerslag. Na donderdag snel afnemende neerslagkansen en in ieder geval een dag of 5 droog. Voor daarna blijft het afwachten of het droge weer langer aan gaat houden of dat de buiigheid weer toeneemt. Ook voor de komende zeer natte periode blijft het trouwens afwachten hoe deze zich precies ontwikkelt. Voorlopig gaat het om een verwachting en de regen moet eerst nog vallen.

Rijn stijgt naar ca 11,5 m op donderdag; na komend weekend mogelijk tot boven de 12 m

Aan het begin van de week steeg de Rijn bij Lobith tot bijna 10,5 m, dat is ruim 1 m boven de gemiddelde stand voor deze tijd van het jaar. De afvoer kwam bijna tot 3.000 m3/s wat ca 25% meer is dan gemiddeld. Vanaf dinsdag ging de stand weer wat omlaag, maar vanwege het buiige weer bleef de aanvoer van water vrij groot en de stand zakte uiteindelijk tot iets onder de 10 m.

Inmiddels is in Zuid Duitsland een nieuwe golf ontstaan als gevolg van zware regenval op donderdag. Deze golf is nu ter hoogte van Karlsruhe aangekomen en wordt de komende dagen nog wat hoger, als ook het water van de Main zich erbij voegt. In dat stroomgebied viel op vrijdag veel regen en zo bouwt de hoogwatergolf zich langzaam op.

Verder naar het noorden zijn de zijrivieren slechts licht verhoogd en veel hoger zal de golf daar dan ook niet meer worden.  Zodra op dinsdag de zware regenval begint in Midden Duitsland, is de piek van deze golf waarschijnlijk al net gepasseerd, mogelijk dat alleen de Ruhr voor npg wat extra water zorgt. Ik verwacht daarom dat deze eerste piek op donderdag 15/7 bij Lobith aan komt met een stand van ca 11,5 m en een afvoer van ca 3850 m3/s. 

Dat is ruim meer dan de vorige golf, maar toch zal de stand daarna waarschijnlijk nog verder op gaan lopen. De neerslagzone die van dinsdag t/m donderdag boven het stroomgebied ligt zal namelijk ook in de Alpen opnieuw erg veel regen brengen en dat zorgt dan op de 13e of 14e voor een nieuwe piek in de Bovenrijn. waarschijnlijk zal deze nog wat hoger uitpakken dan de piek die daar nu passeert.

Verder naar het noorden zijn de zijrivieren die op dit moment nog niet zoveel water afvoeren bij deze nieuwe golf wel een stuk hoger. In het stroomgebied van de Moezel en kleinere rivieren zoals de Lahn en de Sieg kan namelijk deze week ook veel regen vallen en al met al kan dat een piek opleveren die nog ca 50 cm hoger wordt.

Deze piek zal dan aan het begin van de week daarna, dat is op 19 of 20 juli bij Lobith passeren. De stand kan dan stijgen tot 12 m of misschien nog wel wat hoger en de afvoer kan stijgen tot tussen de 4.250 en 4.500 m3/s. Uitzonderlijk is deze afvoer nog niet, er zijn namelijk wel eens pieken geweest van meer dan 5.000 m3/s in deze tijd van het jaar (in 1910, 1948 en 1980), waarbij de afvoer in 1980 zelfs tot 6.500 m3/s steeg.

Vanaf een stand van ca 11,5 meter gaan de lagere delen van de uiterwaarden overstromen, mits ze niet achter een zomerkade liggen. Problemen met dit hoge water zijn niet te verwachten, daarvoor moet de stand tot 14 m of meer stijgen en daar ziet het niet naar uit. Wel kunnen laag gelegen weilanden en akkers overstromen. 

Maas kan deze week sterk stijgen

Het stroomgebied van de Maas lag de afgelopen week grotendeels buiten de meer intensieve buienzones en de afvoer bij Maastricht, die de week ervoor nog tot 400 m3/s was gestegen, daalde de hele week tot ongeveer 125 m3/s. 

Vandaag en morgen blijft het nog grotendeels droog en zal de afvoer ongeveer op het huidige niveau blijven. Dinsdag breekt dan de zeer natte periode aan en zoals het er nu naar uitziet liggen de Ardennen midden in het gebied waar de meeste regen gaat vallen. Dergelijke grote neerslagsommen voor 2 tot 3 dag heb ik de afgelopen jaren nog niet eerder in de weersverwachting gezien boven de Ardennen en het is daarom lastig om in te schatten wat dit voor de afvoeren betekent.

Vooral de noordelijke Ardennen waar de Vesdre, Ourthe en Roer ontspringen liggen volgens de laatste verwachting in het gebied met de meeste neerslag. De bodem zal in dit heuvelachtige gebied al snel verzadigd raken en dan kan de afvoer snel oplopen. In de winter stijgt de Vesdre soms tot 150 m3/s en de Ourthe tot 600 m3/s. Het is niet uit te sluiten dat vergelijkbare hoeveelheden nu ook zullen optreden. 

Ook de andere delen van de Ardennen krijgen veel regen te verwerken en dat zal de Maas ook nog enkele honderden m3/s op kunnen leveren. Al met al is een afvoer van boven de 750 en misschien wel 1000 m3/s goed mogelijk bij dergelijke grote neerslaghoeveelheden. Eenmaal eerder steeg de Maas in deze tijd van het jaar tot zeer grote hoogte, dat was in juli 1980. Toen steeg de afvoer zelfs tot 2000 m3/s.

Bij deze zomerse hoogwatergolf steeg de Maas trouwens in enkele dagen tijd van 500 naar 2.000 m3/s. Een toename van 1.500 m3/s. Dit geeft aan hoe groot de stijging kan zijn vanwege een extreme neerslaggebeurtenis. De situatie is nu echter anders dan die keer omdat er in 1980 al enkele zeer natte dagen vooraf waren geweest, waarbij er al een piek van 1000 m3/s was geweest. De bodem van het stroomgebied zal daardoor zo verzadigd zijn geweest dat de tweede piek daarna eenvoudiger tot 2000 m3/s kon stijgen. 

De hoogste stand in de Maas verwacht ik op vrijdag of zaterdag, 16 of 17/7. Dat is dan bij Maastricht; verder stroomafwaarts zal de piek op 19/7 in de Beneden-Maas aankomen. Omdat het vanaf vrijdag droog wordt en blijft, zal de afvoer na het weekend weer snel gaan dalen. Deze daling zal dan zeker een week aanhouden.

De meeste uiterwaarden van de Maas gaan pas overstromen vanaf een afvoer van ongeveer 1.300 m3/s en vanaf 1.600 m3/s treedt meer grootschalige overstroming op. Anders dan bij de Rijn liggen er langs de Maas geen zomerkades; zomerhoogwaters komen daar ook vrijwel nooit voor; op die ene na dan in 1980. 

Water inzicht

Hoge afvoeren in juli zijn zeldzaam geworden

Hoogwater in de grote rivieren komt vrijwel alleen voor in het winterhalfjaar. Niet omdat er dan meer regen valt, maar vooral omdat er dan weinig water verdampt en planten geen water opnemen, zodat er in de winter veel meer water afstroomt naar de rivieren. Toch gebeurt het soms ook dat in de zomer de afvoer flink op kan lopen en een heel enkele keer komt hoogwater ook in de zomer voor. 

Het moet dan wel uitzonderlijk veel regenen en de komende week ziet het daar ook naar uit. Records voor hoogwater in de zomer zullen waarschijnlijk niet verbroken worden. Bij de Rijn kan de afvoer tot ca 4.500 m3/s stijgen, terwijl in 1980 ook al eens 6.500 m3/s werd bereikt. En bij de Maas wordt misschien de 1.000 m3/s gehaald, maar daar bedraagt de hoogste zomerafvoer (ook in 1980) 2.000 m3/s. 

Als we de meetreeksen van de beide rivieren er op na slaan dan valt op dat de Rijn verreweg de grootste kans heeft op een hoge stand in de zomer. In de figuur hierna is voor ieder dag uit de zomermaanden in de periode vanaf 1901 weergegeven of de afvoer bij Lobith boven de 3.000 m3/s of 4.000 m3/s is gestegen. De jaren zijn steeds als kolommen aangegeven: 1901 geheel links, met 1 juni 1901 geheel linksboven en 31 augustus 1901 linksonder.  2021 staat rechts in de figuur. De komende week met (waarschijnlijk) hoge afvoeren staat al aangegeven.

Zomerpieken Rijn2.jpg

Dagen dat de Rijn bij Lobith gedurende de hele meetreeks in de zomermaanden een hoge afvoer had. In oranje de dagen met een afvoer boven 3.000 m3/s en in rood boven 4.000 m3/s. De verwachte hoge afvoeren van deze week zijn ook al aangegeven.
Dagen dat de Rijn bij Lobith gedurende de hele meetreeks in de zomermaanden een hoge afvoer had. In oranje de dagen met een afvoer boven 3.000 m3/s en in rood boven 4.000 m3/s. De verwachte hoge afvoeren van deze week zijn ook al aangegeven.

Uit de figuur valt op te maken dat de afvoer in veel zomermaanden wel eens boven de 3.000 m3/s stijgt. De 4.000 m3/s is veel zeldzamer en komt vrijwel alleen in juni voor. In juni smelt in de Alpen de meeste sneeuw van de voorgaande winter en dat levert dan voldoende extra water om de 4.000 m3/s wat vaker te bereiken.

In juli is het pas 5 keer eerder gebeurd, waarvan de laatste keer in 1980. In dat jaar bleef de afvoer zelfs bijna de hele maand boven de 4.000 m3/s. In augustus komen hoge zomerafvoeren het minst vaak voor. Dit is ook verklaarbaar omdat het aandeel smeltwater van sneeuw dan heel gering is. In die periode is wel het aandeel van de gletsjers het hoogst, maar die dragen slechts een paar procent bij aan de Rijnafvoer en leveren al helemaal geen hoogwaters op.

Wat verder opvalt is dat er de laatste 40 jaar vrijwel geen hoge afvoeren zijn opgetreden in juli. Voor die tijd gebeurde dat wel zo'n eens in de 3 tot 4 jaar, maar na 1980 is dat nog maar eens in de 10 jaar. Het is niet helemaal duidelijk waar dat mee te maken heeft, want de maand juli is niet droger geworden in de laatste decennia. Extreme buien komen zelfs vaker voor dan vroeger en die zijn nodig voor zomerpieken, maar blijkbaar levert dat toch onvoldoende water.

Het meest waarschijnlijk is toch dat de sneeuw in de Alpen tegenwoordig eerder smelt en dat daardoor het aandeel smeltwater in juli kleiner is dan zo'n 40 jaar gelden, wat de kans op een hoge zomerafvoer verkleint. Juli is daardoor in de laatste jaren steeds meer op augustuas gaan lijken wat de samenstelling van de afvoer betreft. Toch blijft de afname wel opvallend groot, want verwacht zou mogen worden dat in ieder geval de afvoeren boven de 3.000 m3/s nog wel met enige regelmaat zouden blijven optreden.  

In devolgende figuur is de situatie voor de Maas weergegeven. De afvoeren zijn hier zo gekozen dat ze een zelfde kans van voorkomen hebben gedurende het jaar als bij de Rijn. Meteen valt op dat hoge afvoeren in de zomer in de Maas veel zeldzamer zijn en als ze optreden duren ze meestal maar kort. 

Zomerpieken Maas2.jpg

Dagen dat de Maas bij Maastricht gedurende de hele meetreeks in de zomermaanden een hoge afvoer had. In oranje de dagen met een afvoer boven 500 m3/s en in rood boven 700 m3/s. De verwachte hoge afvoeren van deze week zijn ook al aangegeven.
Dagen dat de Maas bij Maastricht gedurende de hele meetreeks in de zomermaanden een hoge afvoer had. In oranje de dagen met een afvoer boven 500 m3/s en in rood boven 700 m3/s. De verwachte hoge afvoeren van deze week zijn ook al aangegeven.

De enige uitzondering hierop is het jaar 1980 toen ook de hoogste juli-afvoer sinds het begin van de metingen in de Maas werd bereikt. Net als bij de Rijn zijn er sinds 1980 niet veel hoge zomerafvoeren geweest in juli, maar voor die tijd waren dat er ook al heel weinig. Zo ongeveer om de 10 jaar wordt de 500 m3/s een keer bereikt en de 700 m3/s nog veel minder vaak. Van een trend naar meer of minder is bij de Maas ook geen sprake. 

Verder valt op dat er weinig verschil zichtbaar is tussen de 3 zomermaanden. De Maas profiteert dan ook niet van sneeuw zoals de Rijn en moet het in de zomermaanden helemaal hebben van regenval. Van een toename van het aantal zomerpieken door een toename van het aantal zware buien is in deze analyse ook gaan sprake. Mogelijk is daarvoor de grens van 500 m3/s aan de hoge kant. Voordat die afvoer is bereikt is een paar zware buien namelijk niet voldoende.