U bent hier

Maandag opnieuw stevige buien, daarna langere tijd vrijwel droog

Met een paar stevige buien kwam er een einde aan de langdurige droogte die 10 april was begonnen. Maandag vallen er nogmaals buien, maar daarna herstelt hogedruk zich ten noorden van ons land en dat houdt zowel regen vanaf de oceaan als buiig weer vanuit het zuiden op afstand. De Rijn blijft voorlopig stabiel of stijgt wat vanwege smeltwater. De Maas blijft aan de lage kant. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht ga ik in op de zware buien die de afgelopen dagen over Limburg trokken en daar met name bij de bewoners van het Geuldal herinneringen opriepen aan de overstromingen van vorig jaar. De buien die nu overtrekken kunnen ook voor wateroverlast zorgen, maar de schaal waarop is niet te vergelijken met de situatie van vorig jaar.

water van de week

Hoge drukgebieden nemen het heft weer in handen en houden neerslag op afstand

De hogedruk die wekenlang ten noorden van ons had gelegen en vanaf medio april voor een droge, oostelijke stroming had gezorgd, verschoof naar het oosten en maakte de weg vrij voor warmere lucht uit het zuiden waar enkele kleine lagedrukgebieden in meetrokken. Op donderdag zorgde dat op veel plaatsen voor zeer zware buien, met een hoge neerslagintensiteit. Er valt dan zoveel regen in korte tijd dat het water niet snel genoeg kan wegstromen, met ondergelopen straten tot gevolg.

Op vrijdag trok er nogmaals een buiengebied over, maar toen was de intensiteit op veel plaatsen een stuk minder, behalve in Limburg. Daar was het toen vooral de harde wind die voor schade zorgde. In Noord-Duitsland was de dynamiek nog wat groter en ontstonden zelfs enkele tornado's.

Inmiddels is er in Nederland in mei op veel plaatsen meer dan 25 mm gevallen en op enkele plaatsen zelfs al meer dan 50. Alleen in het zuidoosten en vlak aan de kust is de regenmeter blijven steken bij ca 15 mm. Op de meeste plaatsen zal mei daarom geen zeer droge maand meer worden; ook omdat er de komende 10 dagen nog zo'n 15 tot 20 mm bij kan vallen. 

In vooral het midden van Duitsland vielen vergelijkbare hoeveelheden regen en dat zorgt er nu voor dat de Rijn iets kan gaan stijgen. In het stroomgebied van de Maas viel minder regen en bleef het op veel plaatsen bij zo'n 10 tot 20 mm. De Maas stijgt daarom maar weinig.

Vandaag, zondag, dringt de warme lucht vanuit het zuiden nogmaals op en op maandag volgt dan weer een klein lagedrukgebied, dat van zuidwest naar noordoost over Nederland trekt, met stevige buien. Ook in de stroomgebieden valt regen en dat zorgt dan bij Rijn en Maas voor een lichte stijging in de dagen daarna. 

Voorlopig zal dit het laatste lagedrukgebied zijn dat overtrekt want op de Atlantische Oceaan breidt een groot hogedrukgebied zich uit in noordelijke richting en dit vormt vanaf woensdag een aparte kern boven het Verenigd Koninkrijk. Daarmee draait de luchtstroming boven de stroomgebieden weer naar een noordwestelijke tot noordelijke richting en wordt koelere lucht aangevoerd.

Het hogedrukgebied houdt neerslag vanaf de Oceaan op afstand en tegelijkertijd beperkt de koele lucht het ontstaan van buien. Er breekt daarom een wat langere droge periode aan die in ieder geval tot aan het volgend weekend aanhoudt. Mogelijk dat na dat weekend het hogedrukgebied zich weer wat verplaatst, waardoor de kans op buien in Centraal Europa weer toe gaat nemen.

Als de buiigheid dan weer toenemet, kan dat met name voor de Rijn wat extra water opleveren. In het stroomgebied van de Maas lijkt het droge weer nog langer aan te houden. Volgende week is er meer duidelijkheid over de positie van dit hogedrukgebied en de invloed ervan op het weer in de stroomgebieden.

Rijn stijgt de komende dagen, maar niet meer dan enkele dm

De buien in het stroomgebied van de Rijn vielen vooral in Midden Duitsland. In de zomer draagt dit deel van het stroomgebied, ook als het regent, meestal niet zoveel bij aan de Rijnafvoer. Vooral regen in het zuiden van Duitsland en meer nog in de Alpen zorgt voor extra afvoer naar de Rijn.

Door de buiigheid van de afgelopen dagen zal de Rijn daarom wel wat stijgen, maar niet meer dan enkele decimeters. Medio vorige week was de stand bij Lobith iets onder de 8 m gezakt, maar inmiddels is de rivier daar weer iets bovenuit gestegen. De komende dagen komt er nog iets bij en gaat de stand naar ca 8,3 tot 8,4 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 1.550 m3/s. 

Maandag vallen ook buien in Duitsland en nu lijkt de meeste neerslag juist in het zuiden te gaan vallen. Dit extra water is dan wel een dag of 5 onderweg, dus het zal na het extra water uit Midden Duitsland komen. Al met al kan de waterstand rond het volgend weekend nog iets verder stijgen, maar veel meer dan 8,5 m en een afvoer van 1.600 m3/s lijkt er voorlopig niet in te zitten. Ondanks de stijging is dit ruim onder het langjarig gemiddelde; dat in deze tijd van het jaar ongeveer 2.300 m3/s bedraagt.

Na maandag blijft het de rest van de komende week vrijwel droog in het stroomgebied en pas vanaf zondag in het volgend weekend kan de buiigheid weer toe gaan nemen. De meeste kans daarop is dan in de Alpen, dus voor de Rijnafvoer op lange termijn is dat gunstig. Niet dat het meteen veel water oplevert, maar het zal er waarschijnlijk voor zorgen dat de afvoer begin juni niet veel zal gaan zakken.

Samengevat de komende dagen eerst een lichte stijging na ca 8,4 m +NAP op woensdag 25 en donderdag 26/5. Daarna enkele dagen stabiel of, afhankelijk van de neerslag morgen in Zuid Duitsland, licht stijgend naar 8,6 m in het volgend weekend. Na dat weekend waarschijnlijk weer langzaam dalend, maar buien in de Alpen en ook vrij veel smeltwater kunnen de daling dan wel vertragen.

Maas stabiel op een laag niveau

De Maas profiteerde maar weinig van de neerslag aan het einde van de week. Er viel tot ca 20 mm regen in het stroomgebied, maar aan de noordkant van de Ardennen, waar de Maas meestal het meeste water vandaan krijgt, viel maar 5 mm. Daarbij kwam vanwege de droge bodem maar weinig water tot afstroom. Het meeste water is dan afkomstig vanaf verhard oppervlak (wegen en gebouwen) en dat zorgt wel even voor extra water, maar zodra het stopt met regenen, droogt die bron ook meteen weer op.

 De Maasafvoer steeg op zaterdag slechts met enkele tientallen m3/s en kwam bij Maastricht tot (gemiddeld over de dag) ca 100 m3/s. Inmiddels is de afvoer alweer gedaald naar 75 m3/s. Morgen wordt nogmaals buiig weer verwacht en er kan dan opnieuw 10 tot lokaal 20 mm regen vallen. De situatie zal veel lijken op die van de afgelopen week met een korte toename tot ongeveer 100 m3/s en daarna weer dalend.

Na de regen van maandag blijft het de hele rest van de week droog en de Maasafvoer daalt dan weer naar ongeveer 60 m3/s in het volgend weekend. Dat is ca 100 m3/s onder het langjarig gemiddelde. Ook na het volgend weekend is de kans op een stijging klein. Het hogedrukgebied boven de Britse Eilanden houdt het waarschijnlijk nog wel even vol en regengebieden of buiig weer zijn dan niet te verwachten in het stroomgebied van de Maas.

water inzicht

Buiig weer van afgelopen dagen niet te vergelijken met extreme neerslag van juli vorig jaar

De afgelopen week dienden zich de eerste zware buien van het seizoen aan. Op enkele plaatsen leidde dat tot overlast omdat er veel regen in korte tijd viel. Met name in Limburg sloeg bij inwoners van het Geuldal de schrik weer toe, omdat de zware buien de herinneringen aan de overstromingen van juli vorig jaar naar boven haalden.

Dit is goed te begrijpen want voor veel mensen was juli '21 een traumatische ervaring omdat vooral in het Limburgse Heuvelland situaties optraden die nog nooit eerder waren voorgekomen en het hele Geuldal overstroomde met veel ondergelopen woningen tot gevolg. De weersituatie was dit maal echter heel anders en ook al was er wel kans op wateroverlast, het zou zeker niet zo erg worden als vorig jaar zomer. Dat het nu anders zou uitpakken, was aan de hand van de weersverwachting al van te voren te voorzien.

Om het verschil inzichtelijk te maken tussen de beide weersituaties, hieronder een weerkaart met de neerslagverwachting van vorig jaar 12 juli, enkele dagen voor de zware neerslag zou gaan vallen. Juist ten zuiden van Limburg werden toen zeer grote hoeveelheden regen verwacht, tot aan meer dan 20 cm toe. Op diverse weerfora was dit enkele dagen eerder ook al opgemerkt en het was voor velen duidelijk dat er iets heel uitzonderlijks zou gaan gebeuren. De afgelopen week waren ook buien voorspeld, maar de verwachte hoeveelheid regen was niet groter dan 2 tot 3 cm. Een enorm verschil dus met vorig jaar zomer.

 

verwachting Ardennen tot 17 jul.png

Neerslagverwachting vorig jaar juli
Neerslagverwachting vorig jaar juli

Nu is dit de verwachting en uiteindelijk gaat het er om wat er werkelijk valt. In de volgende figuur heb ik zowel voor de afgelopen dagen als voor juli 2021 de neerslagmetingen bij elkaar gezet. De kaarten aan de linkerzijde laten de dag zien met de meeste neerslag, de kaarten rechts het totaal over 3 dagen. 

Het is goed te zien hoe groot de verschillen waren tussen vorig jaar juli en dit jaar. Nu viel slechts in een klein gebied tussen de 25 en 30 mm in één dag, vorig jaar was dat in een heel groot gebied meer dan 50 mm en lokaal zelfs meer dan 100 mm. De situatie vorig jaar was vooral ook uitzonderlijk omdat de regen bijna 2 dagen lang aanhield. Het totaal over 3 dagen laat goed zien hoe hoog de totaalsom toen opliep. 

Een compliment voor de weermodellen van vorig jaar is ook zeker op zijn plaats, want uiteindelijk hadden die de uitzonderlijke sitautie een paar dagen eerder al goed in de gaten. Als je met de kennis van nu de verwachtingen van vorig jaar er op naslaat, dan bleek dat de modellen zelfs al ongeveer een week vooraf aangaven dat dit kon gaan gebeuren. Maar dat is met de kennis van nu want een weermodel laat een week van tevoren ook wel eens uitschieter laat zien die later niet blijkt uit te komen. Daarom is het belangrijk om zo'n situatie van modelberekening tot modelberekening te blijven volgen.  

neerslag 2022 en 2021.jpg

Neerslagmetingen over resp 24 uur (links) en 72 uur (rechts) van de buien gedurende de afgelopen dagen (boven) en van vorig jaar juli (onder)
Neerslagmetingen over resp 24 uur (links) en 72 uur (rechts) van de buien gedurende de afgelopen dagen (boven) en van vorig jaar juli (onder)

De situatie vorig jaar was met betrekking tot de weersverwachting, maar ook wat de gevallen hoeveelheden regen betreft, dus heel anders dan dit jaar. Er waren ook overeenkomsten want zowel dit jaar als vorig jaar ging het om een klein lagedrukgebied dat vanuit het zuidwesten kwam. De verschillen waren echter belangrijker voor hoe het uiteindelijk uit zou pakken. Dit jaar bewoog het lagedrukgebied namelijk in enkele uren van zuidwest naar noordoost over; vorig jaar bewoog het veel langzamer en bleef het circa 36 net ten zuidoosten van Nederland hangen. 

Bij die positie voerde het lagedrukgebied in 2021 langdurig lucht aan vanuit het noordoosten. Gewoonlijk is lucht uit die richting droog en koel, maar vorig jaar was dat anders. Het was al wekenlang zeer warm in (noord)oost Europa en vooral de Oostzee was erg opgewarmd. De warme lucht kon boven de Oostzee veel vocht opnemen en voerde deze vanuit het noordoosten tegen de Ardennen en de Eifel aan. Deze stijging tegen de heuvels aan zorgde in de onstabiele lucht nog eens voor extra neerslag.

Zo kon het vorig jaar ruim 30 uur blijven regenen en vanwege deze lange duur gingen waterstromen vanuit het hele stroomgebied van de Geul, die normaal na elkaar komen als het een paar uur regent, nu steeds meer samen vallen. De situatie dit jaar leek daar helemaal niet op. De buien trokken nu vrij snel over en lokaal regende het wel even stevig door, maar omdat het niet lang aanhield, was er geen sprake van dat waterstromen uit het stroomgebied samen gingen vallen. 

Ook al waren de verschillen groot, toch kan ook bij een situatie zoals de afgelopen dagen overlast ontstaan. Dit heeft dan vooral te maken met de neerslagintensiteit. Bij zomerse zware buien kan die oplopen tot 50 à 75 mm per uur en soms zelf meer dan 100 mm. Maar omdat het zwaarste deel van de bui meestal niet langer duurt dan 5 of 10 minuten is de totale neerslaghoeveelheid bij zo'n zware bui bijna altijd veel kleiner. In zo'n situatie is er nog niet zoveel aan de hand. Maar in uitzonderlijke gevallen kan zo'n zware bui wel eens een uur aanhouden en dan valt er dus meer dan 5 cm in een uur tijd.

Als er zoveel regen in een uur valt, dan kan de bodem de neerslag al snel niet meer opnemen en komen steeds meer gebieden blank te staan. Vooral in de steden is dat te merken omdat op de wegen dan in korte tijd enkele decimeters water staat en ook kelders stromen dan vaak vol. Ook buiten de stad kunnen weilanden en akkers dergelijke hoeveelheden niet snel genoeg opnemen en ook daar komen gebieden blank te staan.

Maar naast dat deze zware buien zelden lang aanhouden, beslaan ze meestal ook niet zo'n groot oppervlak. Bijna iedereen heeft dat wel eens meegemaakt dat er op de ene plaats veel overlast was en in een dorp of stad een paar kilometer verder weinig aan de hand was. Dat was ook met de buien van de afgelopen dagen het geval. Ze trokken vrij snel over en brachten alleen lokaal overlast. In de neerslagkaart hierboven zijn de banen van de meest heftige buien ook goed te volgen.

Opvallend is dat de buien van de afgelopen dagen wat de intensiteit betreft vaak zwaarder waren dan tijdens de neerslag-event van vorig jaar juli. In de kern van de buien van afgelopen donderdag liep de intensiteit soms even op tot 100 mm/uur, terwijl de neerslag van vorig jaar zelden een hogere intensiteit had dan 20 mm/uur en de meeste tijd zelfs maar schommelde tussen de 3 en de 10 mm/uur.

In de figuur hieronder is de intensiteit van verschillende neerslaggebeurtenissen onder elkaar gezet. Bovenaan staat de event van juli 2021 waarbij de intensiteit per uur maximaal opliep tot 20 mm/uur. De lijn die naar rechtsboven loopt geeft de totaalsom aan en deze loopt uit tot 150 mm op dit weerstation. De tweede grafiek is van een zware zomerse bui, die hier bijna een uur aanhield. De som liep in dat ene uur op tot 72 mm; de intensiteit was dus zeer hoog.

Ter vergelijking staat onderaan een regensituatie in het winterhalfjaar. In 3 dagen tijd regent het met zo nu en dan, soms even wat harder en dan is het weer een paar uur droog. Al met al kan er na een paar dagen wel aardig wat regen vallen, maar de intensiteit is niet hoger geweest dan 3 mm/uur.

Samengevat is er dus een groot verschil tussen diverse neerslagsituaties. In de zomer kan het soms even heel hard regenen en dat leidt dan lokaal tot overlast, maar dit zal dan niet leiden tot een hoogwater in de Geul of de Maas. Wel zijn er vooral in Limburg dan vaak modderstromen, omdat met name maïsakkers in het voorjaar nog grotendeels kaal zijn en de grond dan makkelijk wegspoelt. De kans hierop is er bijna ieder jaar wel een paar keer, maar bijna altijd is het dan in een klein gebied.

De winterse situaties zijn heel anders, met regelmatig regen gedurende meerdere dagen. De intensiteit is dan echter altijd veel kleiner en bijvoorbeeld in het Geuldal leidt dit nooit tot hoogwater. Wel soms in het Maasdal als er bijvoorbeeld ook veel smeltwater uit de Ardennen tot afstroom komt. 

De neerslag-event van juli 2021 was heel anders dan wat we kennen uit de zomer. De intensiteit was namelijk vele lager dan bij zomerse buien die gewoonlijk de overlast veroorzaken. Vanwege de lange duur leek juli 2021 nog het meest op een neerslagsituatie in de winter, maar dan met een 3 tot 5 keer zo hoge intensiteit. De kans dat de weersituatie nogmaals zo uitpakt is erg klein, maar in deze tijden van klimaatverandering neemt die wel toe. Het is vooral opletten op trage lagedrukgebieden die net ten zuiden van Nederland langs trekken en dat dan in een jaar met een warme Oostzee.

Intensiteiten.jpg

Neerslagintensiteit bij verschillende regensituaties.
Neerslagintensiteit bij verschillende regensituaties.