Voorlopig weinig neerslag en dalende standen
De afgelopen week viel wel wat neerslag, maar onvoldoende om Rijn en Maas te laten stijgen en de komende week daarom dalende waterstanden. Rond het volgende weekend zou het vooral in Midden-Europa natter kunnen worden, waar de Rijn dan van profiteert, maar de Maas niet. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de maand mei en op het hele voorjaar. Dit verliep droog en de waterstanden waren aan de lage kant. Vooral de Maas had een lage mei-afvoer en dat past daar in een trend. De Rijn was iets minder laag en ondanks dat de waterstand in mei de laatste 10 jaar vaker laag wasw, is de trend daar nog stabiel.
water van de week
Eerste dagen droog, later kans op buien; vooral in Midden Europa
Ondanks het droge begin is de maand mei in een groot deel van Nederland wat de neerslag betreft toch nog gemiddeld verlopen. Alleen in het zuidoosten (Limburg, de oostelijke helft van Brabant en het grootste deel van Gelderland) verliep de maand wel droog, met op veel plaatsen minder dan helft van de normale hoeveelheid neerslag. Het is een patroon dat we de laatste jaren vaker hebben gezien, dat de zuidoostelijke regio veel droger is dan de rest van het land. En dit is net het gebied waar de bodem uit zand bestaat en water dus snel wegzakt en ook is het nog eens de regio waar aanvoer van water vanuit de rivieren niet mogelijk is.
Momenteel ligt er een hogedrukgebied boven het noordoosten van de Atlantische Oceaan en dat houdt regenzones op afstand. Het zorgt voor een vrij koele noordelijke luchtstroming over de stroomgebieden en dat onderdrukt ook de buiigheid. Op een paar kleine buitjes na blijft het daarom droog in de stroomgebieden de eerste dagen. Halverwege de week verandert het weerpatroon. Een lagedrukgebied trekt dan van het zeegebied ten westen van Portugal naar Centraal Europa en dat voert warme en vochtige lucht aan waardoor in de Alpen en Zuid Duitsland vanaf donderdag buien kunnen gaan vallen.
Het is nog niet duidelijk tot hoever de zachte lucht naar het noorden door dringt en of deze ook Nederland weet te bereiken. Het ziet er wel naar uit dat de koele noordelijke stroming wegvalt, maar omdat ook het Atlantische hogedrukgebied onze kant op komt, draait de wind bij ons naar het noordoosten en blijft de luchtsoort waar wij in terechtkomen vrij droog. De kans op buien blijft in Nederland, maar ook in de Ardennen en Noord Duitsland is daarom voorlopig klein.
Op nog wat langere termijn is onduidelijk welk weertype aan het langste eind trekt: het hogedrukgebied, dan boven Noord Europa, waardoor het relatief droog blijft of het lagedrukgebied boven Centraal Europa waardoor de kans op buien toeneemt. Volgende week is daar meer duidelijkheid over te geven.
Rijn daalt naar lage stand voor de tijd van het jaar
De Rijn profiteerde de afgelopen week een klein beetje van de buien die vanaf de tweede helft van mei in het stroomgebied waren gevallen. Bij Lobith steeg de stand enkele decimeters en kwam op ongeveer 8,3 m +NAP uit. De afvoer steeg tot iets boven de 1500 m3/s; wat nog altijd vrij laag is voor de tijd van het jaar, want ca 2200 m3/s is het langjarig gemiddelde.
Ondanks dat de hoeveelheid smeltwater uit de Alpen langzaam toeneemt, gaat de Rijn toch dalen. De afgelopen week vielen er namelijk nog maar weinig buien in het stroomgebied en daarom neemt de aanvoer van water vanuit de rest van het stroomgebied langzaam steeds verder af. Vanaf dinsdag gaat de waterstand daarom weer langzaam dalen en die daling houdt aan tot na het komend weekend. Dagelijks zakt het peil met ongeveer 10 cm tot een stand van ongeveer 7,8 m +NAP in en net na het weekend. De afvoer is dan tot ongeveer tot 1.250 m3/s gezakt.
Het ziet er naar uit dat de waterstand en afvoer daarna niet nog verder zakken, maar in de week na het komend weekend een aantal dagen rond de 7,8 m +NAP (1250 m3/s) blijven schommelen. Mocht de buiigheid aan het eind van de week inderdaad sterk toenemen in de Alpen en Zuid Duitsland, dan zou vanaf 7 of 8 juni de waterstand weer wat kunnen gaan stijgen. Op dit moment is dit echter nog onzeker. Een lange droge periode met verder dalende waterstanden lijkt echter ook niet waarschijnlijk.
Maas blijft laag voor de tijd van het jaar
De Maas profiteerde nog wat minder dan de Rijn van de buien die de afgelopen 10 dagen zijn gevallen. Dankzij de paar buien die er nog wel vielen, daalde de afvoer deze week in ieder geval niet verder, maar op een kleine opleving na op woensdag, bleef de afvoer bij Maastricht schommelen rond ca 75 m3/s. Dat is laag voor de tijd van het jaar, want het langjarig gemiddelde bedraagt ongeveer 175 m3/s.
Het is nu alweer een paar dagen droog in het stroomgebied en ook de komende 4 tot 5 dagen wordt nauwelijks neerslag verwacht. De afvoer zal daarom langzaam verder dalen, naar ca 60 tot 65 m3/s aan het eind van de week. Dat is het daggemiddelde, want vanwege het beheer van de stuwen zijn er altijd grote schommelingen. Zo steeg de afvoer deze week bij Maastricht ook enkele malen tot boven de 200 m3/s en eenmaal zelfs tot 350 m3/s, om in het uur daarna dan weer terug te vallen naar bijna nul.
Soms wordt de afvoer zelfs even negatief, wat verklaarbaar is omdat de rivier bij Maastricht gestuwd is en in deze grote bak met water kan het gebeuren dat het water soms even richting stroomopwaarts stroomt. Dat duurt dan maar kort om een uur later weer stroomafwaarts te gaan stromen.
water inzicht
Rijn en vooral Maas voerden relatief weinig water af in dit voorjaar
Het voorjaar verliep droog in de stroomgebieden en Maas en Rijn voerden minder water af dan gemiddeld. Over het hele voorjaar kwam de Rijn uit op een gemiddelde afvoer van ca 1.745 m3/s, dat is 72% van het langjarig gemiddelde. De Maas voerde over deze 3 maanden 150 m3/s af, wat slechts iets meer dan de helft van het langjarig gemiddelde is. Bij beide rivieren waren maart en mei de maanden met gemiddeld het minste water. April kende in de eerste helft van de maand een natte periode en dat was voldoende voor een korte opleving en een relatief iets hoger gemiddelde.
De Rijnafvoer in alleen de maand mei bedroeg 1.505 m3/s, de Maasafvoer slechts 81 m3/s. Bij de Rijn ging het om 68% van het langjarig gemiddelde, bij de Maas om 48%. Van alle meimaanden sinds het begin van de metingen staat de maand mei bij de Rijn op de 20e plaats, bij de Maas staat deze maand op de 11e plaats. Dat de Maas relatief minder water afvoerde had enerzijds te maken met de regenzones die deze maand vaker om het stroomgebied van de Maas heen gingen dat bij de Rijn. Maar de Rijn profiteert in mei ook van smeltwater uit de Alpen en omdat er ongeveer de gemiddelde hoeveelheid sneeuw lag, viel het gemiddelde daarom relatief ook wat minder laag uit.
In de 2 grafieken hieronder is voor de Rijn (boven) en de Maas (onder) van alle jaren sinds het begin van de metingen de gemiddelde mei-afvoer weergegeven. Bij beide rivieren zien we dat de gemiddelde afvoer de laatste 30 jaar vaak vrij laag is. Uitschieters naar boven (de blauwe jaren) zijn ook al lang niet meer opgetreden. Bij de Rijn is er ondanks de vrij lage afvoeren de laatste 30 jaar maar één jaar met een zeer laag gemiddelde (2011) geweest, bij de Maas is dat vaker gebeurd.
mei tm 2022.jpg

mei Maas tm 2022.jpg

Vanwege de vaak lage gemiddelde afvoeren in de meer recente meimaanden is het 30-jarig gemiddelde (de rode lijn) bij beide rivieren al een jaar of 20 vrij sterk aan het dalen. Bij beide rivieren ligt het 30-jarig gemiddelde nu zo'n 20% lager dan tijdens de 80-er en 90-er jaren toen de afvoeren juist vrij hoog waren. Daarvoor was de 30-jarig gemiddelde afvoer echter ook vrij laag als gevolg van vaak lage mei-afvoeren in de 40-er en 50-er jaren.
Deze langjarige schommelingen hebben er bij de Rijn voor gezorgd dat de trendlijn over de hele periode van 120 jaar vrijwel stabiel is. Ondanks dat er recent meerdere jaren waren met een lage afvoer is er dus (nog) geen sprake van een neergaande trend. Het verloop van het 30-jarig gemiddelde van de Rijn laat echter wel zien dat er in mei mogelijk een verandering op handen is, maar het is niet uitgesloten dat dat op termijn toch weer bijdraait; in het verleden is dat namelijk ook gebeurd.
Bij de Maas is de situatie wel anders. Net als bij de Rijn zijn er hier ook vrij sterke schommelingen geweest, maar de laatste jaren zijn er zo vaak lage mei-afvoeren opgetreden dat behalve het 30-jarig gemiddelde, ook de trendlijn duidelijk daalt.
In de 2 figuren hierna is op dezelfde wijze als hierboven de gemiddelde afvoer van Rijn en Maas weergegeven, maar nu voor de 3 voorjaarsmaanden samen. De grafieken lijken sterk op die van de maand mei alleen, maar vooral bij de Maas zien we ook verschillen. Zo is er over de 3 voorjaarsmaanden samen nauwelijks sprake van een neergaande trend. Dit wordt veroorzaakt door de maand maart, die de laatste decennia natter is geworden, wat bij de Maas voor meer afvoer zorgt.
De hogere afvoeren in maart kunnen echter niet voorkomen dat het 30-jarig gemiddelde bij beide rivieren al enige tijd aan het dalen is, na een periode van relatief hoge afvoeren tussen 1980 en 2010. Het moment dat de daling inzet ligt wel wat later dan bij de maand mei alleen. Het wordt veroorzaakt door het feit dat naast mei ook april de laatste tijd vaak een lagere gemiddelde afvoer heeft en samen met de lage afvoeren in mei zorgt dit voor deze recente daling. Deze daling is echter nog niet zo lang gaande dat ook de trendlijn begint te dalen.
Voorjaar tm 2022.jpg

Voorjaar Maas tm 2022.jpg

Met de zomermaanden voor de boeg is het spannend wat er de komende maanden met de afvoer gaat gebeuren in de beide rivieren. Als we afgaan op de statistiek dan ziet dat er voor de Rijn vrij gunstig uit, maar voor de Maas veel minder. Als we de 30 mei-maanden bekijken die sinds het begin van de meetreeks de laagste afvoeren hadden, dan was slechts in 3 jaren de gemiddelde zomerafvoer (over de maanden juni t/m augustus) lager dan in de voorafgaande mei-maand. In 3 jaren was de afvoer ongeveer hetzelfde en in maar liefst 24 jaren was de afvoer in de zomer gemiddeld hoger. Op grond van deze gegevens hoeven we dus niet te vrezen dat de Rijnafvoer de komende maanden nog veel verder zal zakken. In de meeste jaren immers gaat de afvoer later in de zomer gewoon weer omhoog.
Bij de Maas is het beeld heel anders, daar volgden op de 30 jaren met een laag mei-gemiddelde maar liefst 23 zomers met een nog lagere afvoer dan de mei-afvoer, 5 waren ongeveer gelijk en slechts 2 jaren hadden een zomer met gemiddeld een hogere afvoer. Een mei-maand met een lage afvoer wordt bij de Maas dus vrijwel altijd gevolgd door een zomer met nog lagere afvoeren.
Dit opvallende verschil tussen de Rijn en de Maas heeft alles te maken met de Alpen waar de Rijn in de zomer veel water uit ontvangt. Ten eerste is er het smeltwater van de sneeuw uit de afgelopen winter dat vanaf mei gaat smelten en in juni de hoogste bijdrage oplevert aan de Rijn. Omdat een groot deel van dit water eerst ook nog wordt opgeslagen in de grote Zwitserse meren profiteren ook de maanden juli en in mindere mate augustus nog van dit extra water.
Maar behalve de sneeuw staan de Alpen in de zomer ook bekend om het buiige weer. In de zomermaanden valt er twee keer zoveel neerslag als in de wintermaanden en omdat de rotsige bodem van het hooggebergte niet veel water vast kan houden, komt dan ook veel water tot afstromen en daarvan profiteert de Rijn. In het stroomgebied van de Maas zijn er 's zomers ook wel buien, maar het zijn er niet veel meer dan in andere maanden en de Maas ontbeert daarom deze extra bijdrage in de zomer.
Wat de Rijn betreft is het nu nog niet te zeggen of er in de Alpen ook deze zomer weer veel buien ontstaan. Soms is er ook wel eens een jaar dat dat niet gebeurt, zoals recent nog in 2018. In dat jaar was de mei-afvoer met 1900 m3/s echter weer vrijwel normaal. Binnenkort weten we of deze zomer zich houdt aan de statistiek van haar voorgangers, of dat dit toch een droge uitbijter wordt na eveneens een droge mei-maand.