U bent hier

Natte week en vanaf tweede helft stijgende waterstanden

Het hogedrukgebied boven Europa trekt zich deze week ver terug en dat zet de deur open voor lagedrukgebieden die veel regen en soms ook veel wind naar onze omgeving voeren. De eerste dagen valt het nog mee en dalen de waterstanden in Rijn en Maas. Vanaf donderdag zet het wisselvallige weer in om ongeveer een week aan te houden en dat levert voldoende water op voor de rivieren voor een flinke stijging. Of het tot een hoogwater komt is nu nog niet te zeggen.

In de rubriek Water inzicht een analyse van het hoogwater(tje) in de Geul van het begin van de week, dat bij de bewoners van het Geuldal even de schrik liet terugkeren van het grote hoogwater en de overstromingen van juli vorig jaar.  

water van de week

Lagedrukgebieden bepalen het weer en brengen veel regen in de stroomgebieden

De afgelopen week passeerde kleine watergolfjes in Rijn en Maas veroorzaakt door de zware regenval van afgelopen zondag. Daarbij viel in Nederland op veel plaatsen 30 tot 50 mm regen en dat zijn voor de winter opvallend hoge waarden. Sloten - vooral gelegen in het laaggelegen deel van Nederland - en beken - vooral in het hoger gelegen deel - konden de grote aanvoer van water soms niet aan en traden buiten hun oevers. 

Nadat de regen was weggetrokken naar het zuiden kwam het weer onder invloed van een hogedrukgebied boven Centraal Europa en werd het droog. De sloten en beken daalden weer, maar de grote rivieren moesten het water nog wel verwerken en deze stegen naar een kleine piek. In de Maas passeerde de piek Maastricht op maandag en dinsdag met een afvoer van ca 725 m3/s. In de Rijn duurde het tot donderdag en daar kwam de stand tot aan 11,58 m +NAP bij een afvoer van ca 4.050 m3/s.  

Voor het winterhalfjaar zijn dit standen die regelmatig optreden na een paar dagen met flink wat regen in het stroomgebied. Inmiddels zijn de waterstanden in de rivieren al weer aan het dalen nu het een paar dagen droog is geweest. Het overwegend droge weer en de dalende standen houden nog aan tot en met dinsdag.  

Tegen die tijd is het hogedrukgebied weggetrokken naar Zuidoost Europa en lagedrukgebieden die de hele winter al erg actief zijn op de Noordelijke Atlantische Oceaan kunnen dan een zuidelijkere koers gaan volgen. Dinsdag in de loop van de dag bereikt de eerste regenval Nederland en vanaf woensdag ook de stroomgebieden. De Maas zal hier het eerst op reageren en kan vanaf donderdag al weer gaan stijgen. Bij de Rijn duurt het tot in het weekend voor het eerste extra water Nederland weer bereikt.

De depressieactiviteit komt donderdag en vrijdag tot een hoogtepunt met misschien wel een zware storm op de Noordzee en langs de Nederlandse kust. Stormen zijn op deze termijn echter altijd nog lastig in te schatten, dus moeten we tot dinsdag of woensdag wachten voor meer duidelijkheid. Al wel duidelijk is dat de storm vrijwel precies samenvalt met springtij, dus extra belangrijk om de situatie in de gaten te houden.

In de stroomgebieden volgen de regengebieden elkaar vanaf woensdag in snel tempo op. Voorlopig zijn er geen dagen in het vooruitzicht met zeer veel neerslag, het wordt daarom vooral een situatie waarbij ieder nieuw regengebied er een schepje bovenop doet. Uiteindelijk zal dat leiden tot een hoogwater in het begin van de week na het volgend weekend.

Omdat nu nog niet duidelijk is hoeveel regen er precies gaat vallen is ook de hoogte van de golven nog niet goed aan te geven. Een allereerste ruwe inschatting is dat beide rivieren wel wat hoger kunnen komen dan tijdens de afgelopen golfjes. Voor de Maas betekent dat een stijging tot boven de 1000 m3/s, mogelijk 1250 m3/s en voor de Rijn is een stijging mogelijk tot boven de 12m. 

Een echt groot hoogwater (>1500 m3/s bij de Maas en boven 14m bij de Rijn) lijkt er voorlopig niet in te zitten, want voordat de regenrijke periode begint zien de weermodellen al aankomen dat het waarschijnlijk niet langer dan een week nat blijft. Vanaf 23/2 ziet het er nu naar uit dat een nieuw hogedrukgebied het weer bij ons en in de stroomgebieden gaat bepalen, waardoor de neerslagkansen dan snel afnemen 

Samengevat is het al zeker dat het vanaf de tweede helft van de week veel natter gaat worden in de stroomgebieden en dat leidt dan tot een stijging van de waterstanden in Maas en Rijn vanaf het eind van de week. De nieuwe hoogwaters zullen waarschijnlijk nog wat hoger worden dan de golfjes die in de afgelopen week passeerden. De kans is groot dat de regenrijke periode ongeveer een week duurt en als dat uit komt, dan blijven de hoogwaters ook beperkt in omvang. Dit laatste is nu echter nog niet met zekerheid te zeggen, de natte periode moet immers nog beginnen en de verwachting voor hoeveel regen er precies gaat vallen en wanneer de natte periode eindigt is nu nog onzeker.

Rijn daalt nog de hele week, daarna weer stijgend.

Na het passeren van het hoogwatertje is de Rijn nu al weer bijna 1 meter gezakt. De daling verloopt wat sneller dan ik (in mijn twitterberichten) verwachtte. Deze daling zet de komende dagen nog door, eerst met ca 25 cm per dag later afnemend naar 10 cm. Op donderdag of vrijdag verwacht ik de laagste stand; iets onder de 10m +NAP.  

Als woensdag de regenval inzet, lijkt in eerste instantie de meeste regen in de Duitse middelgebergten te gaan vallen, zoals Eiffel en Sauerland. Het eerste water hiervan zal dan vanaf vrijdag bij Lobith aankomen, waardoor de waterstanden weer kunnen gaan stijgen.

Rond het weekend en in het begin van de week daarna passeren er dan nog meer regengebieden en daardoor zullen de Duitse zijrivieren van de Rijn stuk voor stuk gaan stijgen. Het gaat er dan van afhangen hoeveel regen er valt en in welke volgorde deze zijrivieren met extra water te maken krijgen, hoe hoog de golf in de Rijn uiteindelijk zal worden. Op grond van de huidige neerslagverwachting zal de stand vooral net na het weekend flink stijgen en een hoogwater ontwikkelt zich dan in de loop van die week.

Als het inderdaad vanaf dinsdag droog wordt in het stroomgebied, dan zal de hoogwatergolf daarna niet veel meer kunnen aanzwellen en duurt het alleen nog een dag of 3 tot deze bij Lobith ons land in stroomt. Op grond van de huidige verwachting is een stand van rond de 12 meter dan mogelijk. De komende dagen gaat deze verwachting echter zeker nog wijzigen, want pas als de regen gevallen is, is er meer zekerheid over de uiteindelijke stand. 

De komende dagen zal ik via Twitter zo nu en dan een update geven van de verwachting. Deze berichten verschijnen ook aan de rechterbalk van de website. Mocht zich een echt hoogwater aandienen dan zal ik wat vaker een bericht maken.

Rijkswaterstaat stelt afvoergegevens Rijn bij 

Voordat ik verder ga met de verwachting voor de Maas een kort intermezzo over de afvoeren van de Rijn. Wie de waterstanden en afvoeren van de Rijn bij Lobith heeft gevolgd via de website van Rijkswaterstaat (waterinfo.nl) zal misschien iets vreemds zijn opgevallen op 3 februari. Gedurende enkele uren viel de afvoer op die dag even terug om daarna op een wat hoger niveau verder te gaan (zie de grafiek hieronder). 

Lobith overgang nieuwe debietmeting 2.jpg

Afvoerverloop Lobith van de afgelopen 10 dagen met korte onderbreking op 3 februari en herstart op een iets hoger niveau.
Afvoerverloop Lobith van de afgelopen 10 dagen met korte onderbreking op 3 februari en herstart op een iets hoger niveau.

Op het moment van de onderbreking werd bij Rijkswaterstaat een nieuwe bepaling van de afvoer ingesteld. De afvoer wordt er niet gemeten, maar altijd al afgeleid van de waterstand en zo nu en dan wijze waarop dat gebeurt worden bijgesteld. De relatie tussen waterstand en afvoer is namelijk niet constant, omdat ze afhankelijk is van de vorm van het doorstroomprofiel van de rivier en van de stroomsnelheid. Als de rivier dieper wordt, omdat de bodem langzaam uitslijt, kan er namelijk meer water door de rivier stromen bij een zelfde waterstand. 

Voor Lobith speelt verder mee dat de stuw bij Driel ook doorwerkt tot bij Lobith. Als de stuw geopend wordt, valt de stuwwerking weg en gaat het water bij Lobith iets sneller stromen. Bij dezelfde waterstand zal er dan meer water langs stromen. Vanwege deze veranderingen moet de relatie tussen de waterstand en de afvoer zo nu en dan bijgesteld worden. 

Dat een aanpassing nodig was, bleek al uit het feit dat de afvoeren bij Lobith steeds meer gingen afwijken van de afvoeren bij meetstations net over de grens in Duitsland. Daardoor registreerde Lobith vooral bij de hoge afvoeren afwijkingen die opliepen tot 200 m3/s minder water dan in Duitsland. In mijn waterbericht van 24 oktober 2021 besteedde ik al eens aandacht aan die afwijking.  

Het goede nieuws is dat Rijkswaterstaat de afvoermetingen heeft bijgesteld en daarmee is er vanaf nu weer  een correct beeld van hoeveel water er feitelijk het land in stroomt. Sinds de aanpassing op 3 februari zijn de verschillen met de afvoeren in Duitsland ook zo goed als verdwenen. Bij het afgelopen hoogwatertje was goed te zien hoe groot de afwijking ongeveer is. In de grafiek hieronder heb ik naast de nu doorgegevn afvoer (donkerblauwe lijn) ook de afvoer weergegeven zoals die zou zijn geweest zonder de aanpassing (de lichtblauwe lijn). Bij aanvang scheelde het ongeveer 70 m3/s en tijdens de top was dat ongeveer 160 m3/s. 

Lobith overgang nieuwe debietmeting.jpg

Afvoerverloop Lobith (donkerblauw) met reconstructie (lichtblauw) als de aanpassing niet was doorgevoerd.
Afvoerverloop Lobith (donkerblauw) met reconstructie (lichtblauw) als de aanpassing niet was doorgevoerd.

Er stroomt bij gemiddelde tot hogere afvoeren dus meer water het land in dan waar volgens de oude waterstand-afvoer-relatie vanuit werd gegaan. Dat betekent ook dat de hoeveelheid water in de afgelopen jaren wat is onderschat; de afwijking is er namelijk al enkele jaren. Ik heb voor 2021 nagerekend wat dat ongeveer betekent en het komt er op neer dat er gemiddeld ongeveer 55 m3/s meer bij Lobith het land in is gestroomd dan volgens de data die vorig jaar werden geregistreerd. In plaats van 2.225 was het ongeveer 2.280 m3/s. 

Ook in eerdere jaren zal er een afwijking zijn. Hoe vaker er hogere afvoeren waren in een jaar hoe groter die afwijking zal zijn. Daar komt bij dat, omdat de afwijking langzaam is opgebouwd,  het verschil het grootste is in de meer recente jaren. Het is te hopen dat Rijkswaterstaat de aanpassing die nu is doorgevoerd ook met terugwerkende kracht nog verwerkt in de eerdere afvoergegevens. Voor de statistische bewerkingen is het prettig als dergelijke fouten uit de brongegevens worden gehaald en de dataset weer kloppend is.

Maas daalt nog tot woensdag, vanaf donderdag weer stijgend 

De Maasafvoer is na een piekje in het begin van de week gedaald naar circa 500 m3/s op dit moment bij Maastricht. De komende 3 dagen daalt de afvoer nog langzaam verder, naar ongeveer 400 m3/s op woensdag. Vanaf die dag nemen de regenkansen in de Ardennen snel toe en daarom kan de Maas op donderdag al wat gaan stijgen.

Voorlopig worden er geen grote hoeveelheden regen op een dag verwacht en daarom zal de Maas waarschijnlijk stapsgewijs gaan stijgen. Na iedere regenperiode waarbij er zo'n 1 tot 1,5 cm valt stijgt de Maas dan zo'n 150 tot 200 m3/s.  Op een wat drogere dag gaat de afvoer dan weer iets naar beneden. 

Op grond van de huidige neerslagverwachting zou de Maas over een week, op 20/2, tot ongeveer 750 m3/s kunnen zijn gestegen. In het begin van de week daarna is de kans groot dat de stijging nog wat verder doorzet, naar mogelijk 1000 m3/s op 21 of 22/2. De neerslagverwachtingen voor zover vooruit zijn echter nog onzeker en als het meevalt, dan wordt de 1000 m3/s misschien niet eens gehaald, maar mocht het natter uitpakken dan kan de afvoer ook stijgen naar 1250 m3/s of nog hoger.

In de loop van de week wordt meer duidelijk over de regenhoeveelheden die er gaan vallen en als de regen daadwerkelijk gevallen is, kan de afvoer nog weer beter worden ingeschat. In de tweede helft van de week zal er daarom meer duidelijk zijn over wat de Maass te wachten staat.  

water inzicht

Limburgse Geul steeg snel, maar hoogwater bleef ver onder dat van juli 2021

De overvloedige neerslag van zondag 6 februari zorgde op veel plaatsen in het land voor volle beken en sloten. In de loop van de nacht van 6 op 7 februari steeg ook de Geul in Limburg snel en met de hoogwatersituatie van juli 2021 nog vers in het geheugen, leidde dat al snel tot een lichte paniek. Bovenstrooms nabij Epen steeg de Geul tot ca 50 cm onder het niveau van juli 2021; daar trad de Geul ook als eerste weer even buiten zijn oevers en er werd gevreesd voor meer overstromingen stroomafwaarts.

Dat viel uiteindelijk mee want verreweg het meeste water kwam van over de grens en zonder al te veel extra aanvoer dempte de golf stroomafwaarts in Nederland al snel uit. Ook al zagen de beelden van nabij Valkenburg en Meerssen er ook nu weer spannend uit. Het peil bleef daar uiteindelijk 1 tot 1,5 meter onder dat van 2021 en, op een opslagplaats van de Brand Brouwerij na bij Wijlre, trad de Geul daar nergens buiten zijn oevers. 

Hieronder een kaart van de neerslaghoeveelheden van 6 t/m 8/2. Deze set van 3 dagen heb ik gebruikt omdat alleen op deze versie van 72 uur ook de cijfers zijn vermeld en dat geeft een goed beeld. Vrijwel alle neerslag in deze 3 dagen viel op zondag 7/2, dus deze kaart geeft een goed beeld van wat er op die ene dag gevallen is.

Het gaat om geschatte hoeveelheden aan de hand van radargegevens. Die zijn niet 100% betrouwbaar, maar ze geven goed weer waar de neerslag viel en de orde van grootte klopt zeker wel. Volgens de radar viel er in het Nederlandse deel van het Geuldal ongeveer 35 tot 40 mm. In Wallonië (waar het Geuldal doorloopt tot nabij de E40 op de kaart) waren de hoeveelheden volgens de radar lokaal iets lager, maar mogelijk is dit een onderschatting, want lokale weerstations maten vaak ook meer dan 35 mm.

Schermafbeelding 2022-02-12 om 07.46.44.png

Neerslagkaart Limburg en aangrenzende gebieden van België en Duitsland  voor de periode rond de neerslagevent van 6 febrauri.
Neerslagkaart Limburg en aangrenzende gebieden van België en Duitsland voor de periode rond de neerslagevent van 6 febrauri.

Al met al viel er veel regen in het stroomgebied en wat verder opvalt is dat de verschillen binnen het stroomgebied niet groot waren; bijna overal 35 tot 40 mm. De neerslag leverde een snelle stijging op van de Geul en overal nam de afvoer vooral in de loop van de zondagavond snel toe. Helaas zijn de afvoermeetstations in de Nederlandse Geul sinds het hoogwater van 2021 nog niet hersteld en daarom is niet goed te volgen hoeveel water er nu in Nederland door de Geul naar de Maas stroomde. Alleen de waterstanden konden wel worden geregistreerd.

Gelukkig zijn er wel afvoergegevens van de Geul in Wallonië. Er liggen daar twee meeetstations, één net voor de Nederlands-Belgische grens bij Sippenaecken en een ca 10 km bovenstrooms daarvan. In In de grafiek hieronder zijn de afvoergegevens van deze stations afgebeeld. De afvoer van Kelmis heb ik 1,5 uur opgeschoven omdat dat ongeveer de looptijd is van het water.

Sipp en Kelmis samen.jpg

Afvoergegevens van de Waalse meetstations Kelmis (ca 10 km voor de NL grens) en Sippenaecken (2 km voor de grens). Daaronder is de neerslag bij Gemmenich afgebeeld; wat in dit deel van hets troomgebied ligt.
Afvoergegevens van de Waalse meetstations Kelmis (ca 10 km voor de NL grens) en Sippenaecken (2 km voor de grens). Daaronder is de neerslag bij Gemmenich afgebeeld; wat in dit deel van hets troomgebied ligt.

Bij Kelmis liep de afvoer op tot 22 m3/s, bij Sippenaecken tot 32 m3/s. Dit zijn waarden die gemiddeld ongeveer eens per jaar hier worden geregistreerd, meestal in de zomer als er een zware buien zijn gevallen. Voor zover ik na kon gaan is het voor de winter een zeldzamere gebeurtenis.

Onder de afvoergrafiek is het verloop van de neerslag weergegeven. Gedurende een groot deel van de regenperiode viel er zo'n 1 tot 2 mm per uur, maar eerst rond 16 uur en later rond 20 uur nam de intensiteit even sterk toe. Bij Sippenaecken is die tweede piek in de intensiteit ook terug te zien in de afvoergegevens. Het zorgt daar vanaf 20 uur voor een versnelling in de stijging van de afvoer. Bij Kelmis is dit niet te zien, maar dit meetstation meet ook maar eens in het uur (bij Sippenaecken ieder kwartier) en is minder goed in staat dergelijke veranderingen te registreren.

Er was dus veel water onderweg vanuit Wallonië en dit is nog maar 1/3e deel van het stroomgebied, dus hoe erg zou het wel niet kunnen worden als ook het water vanuit Nederland zich hierbij voegde Dat viel uiteindelijk heel erg mee en aan de hand van de volgende grafiek zal ik laten zien dat dat ook wel te verwachten was.

In deze grafiek zijn weer de afvoeren van Kelmis en Sippenaecken afgebeeld, maar nu heb ik bij Sippenaecken alleen afgebeeld wat er sinds Kelmis aan water bij gekomen is. De hoeveelheid water bij Kelmis was dus veel groter dan de hoeveelheid die er sinds Kelmis en Sippenaecken extra tot afstroom is gekomen. Nu is het stroomgebied bovenstrooms van Kelmis wel groter (7250 ha tov 4750 ha), maar dat verklaart maar een klein deel van het verschil.  

Het meest stroomopwaartse deel van het stroomgebied leverde dus veel meer water aan de Geul. In de neerslagkaart zagen we al dat daar niet meer regen was gevallen (misschien zelfs wel iets minder), dus het ligt ook niet aan de neerslaghoeveelheden. Blijkbaar zijn de omstandigheden hier zodanig dat er veel meer water tot afstroom komt. Op dit moment doe ik voor Natuurmonumenten een onderzoek naar de hoge afvoer van de Geul in 2021 en in dat verband zoeken we ook naar de oorzaken. Als de studie klaar is zal ik daar meer aandacht aan besteden op mijn website.

De bijzondere omstandigheden stroomopwaarts langs de Geul worden nog duidelijker als we de afvoer van de Gulp er naast leggen. Deze grootste zijrivier van de Geul watert een gebied af dat ongeveer net zo groot is als het stroomgebied tussen Kelmis en Sippenaecken, maar de afvoer die hier vandaan komt is nog een orde kleiner. Het stroomgebied van de Gulp heeft weer een andere karakteristiek en leverde daarom nog weer minder water.

Sipp, Kelmis en Gulpen samen.jpg

Afvoergegevens van de Waalse meetstations Kelmis en Sippenaecken en het Nederlandse station in de Gulp bij Gulpen. Onderaan is het neerslagverloop bij Gemmenich afgebeeld.
Afvoergegevens van de Waalse meetstations Kelmis en Sippenaecken en het Nederlandse station in de Gulp bij Gulpen. Onderaan is het neerslagverloop bij Gemmenich afgebeeld.

Het maakt duidelijk dat het meest bovenstroomse deel van het stroomgebied de belangrijkste leverancier van water is geweest aan de Geul, het deel daar stroomafwaarts van leverde al flink minder en de Gulp nog weer minder. De karakteristiek van het Nederlandse deel van het Geuldal lijkt verder veel op dat van de Gulp, dus ook zonder meetstations kunnen we aannemen dat uit dit gebied relatief ongeveer een vergelijkbare hoeveelheid water afkomstig zal zijn geweest.

Het ging dus om een hoogwatergolf die zijn oorsprong vooral vond in het bovenstroomse deel van het stroomgebied. Onderweg leverden de andere deelstroomgebieden nog wel water maar naar verhouding veel minder. Mede omdat het ook droog geworden was tegen de tijd dat het Waalse water (ca 12 uur later) benedenstrooms was aangekomen, was het aandeel Nederlands water aan de piekwaterstand uiteindelijk maar klein.

Tenslotte in de grafiek hieronder nog een vergelijking van de hoeveelheid water die vorige week bij Sippenaecken Nederland instroomde en tijdens het hoogwater van juli 2021. Het laat goed zien dat de hoogwatersituatie van vorig jaar nog weer van een heel andere orde was. 

Schermafbeelding 2022-02-13 om 16.01.17.png

Vergelijking van de afvoer bij Sippenaecken in februari 2022 met die van juli 2021. De afvoergegevens van 2022 zijn in die van de hoogwatergolf van juli 2022 ingetekend.
Vergelijking van de afvoer bij Sippenaecken in februari 2022 met die van juli 2021. De afvoergegevens van 2022 zijn in die van de hoogwatergolf van juli 2022 ingetekend.