zaterdag 30 september 2017
Nattigheid keert terug, maar Lee en Maria dragen daar niet aan bij
Na een dag of 10 waarin het weer in NW-Europa werd bepaald door hoge drukgebieden, en het grotendeels droog was, hebben nu lage drukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan het heft weer in handen genomen. De komende week wordt daarom meer nattigheid verwacht. Maar op een paar lokale uitschieters na geen grote hoeveelheden en de rivieren zullen daar niet sterk op reageren.
Tussen de lage drukgebieden die de Atlantische Oceaan nu naar Europa stuurt, bevinden zich ook de restanten van de tropische orkanen Lee en Maria. Veel is daar echter niet van over. Eerder deze week voorspelden de weermodellen nog aardig wat spektakel, maar dat lijkt mee te vallen. Lee ligt nu tussen Ierland en IJsland, maar dat zeegebied is niet echt een plek waar een tropische cycloon zich thuis voelt en er is dan ook weinig meer van over. Maria is nog wel iets krachtiger, maar ligt nog verder weg op de oceaan en lijkt een zelfde lot beschoren als ze Europa nadert.
Het eerste regengebied dat afgelopen vrijdag het continent op trok, is sterk gaan vertragen en brengt nu veel regen over het oosten en zuiden van Nederland en het oosten van België. Tijdens de zeer natte eerste helft van september was dit gebied redelijk gespaard gebleven, dus zo worden de verschillen binnen het land weer wat uitgevlakt. Er valt voldoende regen om de Maas wat extra water te bezorgen en later krijgt de Rijn via de Moezel en enkele zijbeken op de westelijke Rijnoever ook wat extra water.
Het regengebied dat nu bijna stil ligt boven Nederland trekt later naar Duitsland weg. De komende week passeren er dan nog 3 of 4 neerslaggebieden maar geen van alle brengt veel neerslag. Maar wel voldoende om de Maas en de Rijn niet verder te laten dalen en waarschijnlijk licht te laten stijgen.
Rijn bij Lobith net niet onder de 8 m +NAP
De waterstand in de Rijn is de hele afgelopen week gedaald en staat nu net boven de 8 meter. De afvoer bedraagt ca 1.350 m3/s. Dat is iets te laag voor deze tijd van het jaar; het langjarig gemiddelde bedraagt ca 1.550 m3/s.
De regen die vandaag boven Oost Nederland en het Westen van Duitsland valt, zorgt meteen al voor een kleine opleving van de waterstand. Daar komt vanaf maandag dan het water uit de Moezel nog bij. Het gaat om niet meer dan enkele tientallen m3/s, maar voldoende om het peil weer iets te laten stijgen.
Maandag passeert een nieuw, niet al te groot regengebied over het noordelijk deel van het stroomgebied en dinsdag een wat sterker gebied over het zuiden. Dat zorgt dan opnieuw voor wat extra aanvoer en al met al kan de Rijn in de loop van de week weer stijgen naar ca 1.500 m3/s, wat overeenkomt met een stand van ca 8,4 m bij Lobith. Ook in de loop van donderdag op vrijdag passeert nog een regengebied. Rond en na het volgend weekend is er dan weer wat meer kans op langduriger droog weer. Maar dat is nog te ver weg om met zekerheid iets over te zeggen.
Jaarlijks afvoerminimum Rijn in zicht
Over het jaar bezien bereikt de Rijn gemiddeld genomen in de komende week, dus in de eerste week van oktober haar laagste stand. Dat is ongeveer 1 maand later dan de Maas die al in de eerste week van september haar laagste afvoer bereikt. Dit late tijdstip heeft vooral te maken met de extra aanvoer die de Rijn heeft vanuit de gletsjers en de Zwitserse meren. Deze ‘bronnen’ ijlen nog lang na en vullen zo het laagste niveau van de regenrivieren die in de Rijnuitmonden (en die wel begin september hun laagste punt bereiken) steeds zover aan dat het laagste punt van de Rijn zelf wordt uitgesteld.
Als we de hele meetreeks van de Rijn (vanaf 1901) bekijken dan valt op dat het moment waarop gemiddeld de laagste stand wordt bereikt niet veel is veranderd in de loop der tijd. Opgedeeld in perioden van 30 jaar viel in de periode tussen 1900 en 1930 het laagste punt op 6 oktober, tussen 1930 en 1960 op 10 oktober, tussen 1960 en 1990 op 1 oktober en sinds 1990 op 3 oktober. Ondanks alle veranderingen in het klimaat is het moment waarop de Rijn haar laagste niveau bereikt dus opvallend constant.
Dit geldt ook voor de gemiddelde afvoer tijdens het minimum. Alle berichten over de dreigende afname van de Rijnafvoer ten spijt als gevolg van de klimaatverandering, is daar nog niet veel van te merken. Over de 4 perioden van 30 jaar bezien bedroeg de afvoer op het jaarlijkse minimum respectievelijk: 1592, 1541, 1564 en 1528 m3/s. Sinds 1990 is de afvoer wel de laagste sinds de meetreeks is begonnen, maar het wijkt niet veel af van de periode tussen 1930 en 1960. Van een duidelijke dalende lijn is in ieder geval (nog) geen sprake.
Maas stijgt vandaag naar ca 150 m3/s
In de Ardennen viel sinds gisteravond zo’n 3 tot 4 cm neerslag en dat zorgt nu in alle beken aldaar voor een kleine stijging. Vannacht al wordt het hoogste punt bereikt en bij Borgharen zal de piek morgenochtend passeren. Ik verwacht dan een afvoer van ca 150 m3/s. Omdat zondag grotendeels droog verloopt en er maandag niet veel regen wordt verwacht, zal de afvoer na zondag weer gaan dalen. De regen later in de week kan weer voor kleine oplevingen zorgen waarbij de afvoer tussen de 50 en 100 m3/s blijft schommelen.
De hoge Maasafvoer waar ik vorige week over schreef, was het gevolg was van het laten leeglopen van de 9 Waalse stuwpanden bovenstrooms van Namen. Een dag langs bedroeg de afvoer bij Borgharen ca 250 m3/s ipv 75 m3/s. Als later in oktober weer met het vullen van de stuwpanden wordt begonnen, dan zal de afvoer enige tijd een stuk lager zijn. Omdat er gevuld wordt met de afvoer die d Franse Maas aanlevert, zal het vullen waarschijnlijk veel langer duren. Als er niet veel regen valt is die afvoer namelijk vaak niet groter dan zo'n 50 m3/s.
Aan de hand van de afvoer bij Borgharen was te berekenen dat de inhoud van de 9 stuwen samen ca 15 miljoen m3 bedraagt. Dat is aardig wat, maar vergeleken met de stuwpanden stroomafwaarts van Namen valt het toch wel weer mee. De bovenstroomse stuwen zijn namelijk maar zo’n 2 – 2,5 meter hoog en er ligt daarom niet zo heel veel water achter opgeslagen. Stroomafwaarts van Namen zijn de stuwpanden veel hoger tot bijna 7 meter hoog bij de stuw van Lixhe. Deze stuwpanden bevatten daarom veel meer water; alles samen ongeveer 75 miljoen m3.