U bent hier

Zo nu en dan wat neerslag, maar te weinig om rivieren op peil te houden

De afgelopen week viel er wat regen, maar onvoldoende om de rivieren te laten stijgen. De komende week lijkt veel op de afgelopen week, met zo nu en dan wat buien, maar ook nu te weinig om de rivieren te laten stijgen. Misschien dat het na volgend weekend natter wordt in Nederland en in de stroomgebieden, maar het is nog onduidelijk of het doorzet en voldoende zal zijn om de rivieren wat te laten stijgen.

In Water Inzicht een terugblik op de afvoeren van Rijn en Maas, waarbij vooral de Rijnafvoer hoog eindigde in de ranglijst van lage juni-afvoeren. Wat vertelt het verleden ons over wat er daarna meestal gebeurde.

water van de week

Op dinsdag wat buien, daarna warmer en vanaf volgend weekend mogelijk natter

De hogedrukgebieden die 5 weken lang droog weer brachten tussen half mei en 20 juni hebben hun grip op het weer in onze omgeving verloren. In plaats daarvan is er een lagedrukgebied boven Scandinavië komen te liggen dat een westelijke luchtstroming op gang heeft gebracht boven de stroomgebieden. Er trekken zo nu en dan wat regenzones in mee vanaf de Oceaan, maar veel stelt het niet voor. 

In Nederland en België en het Midden van Duitsland bleef het bij 5 tot 10 mm en op de nog steeds erg droge bodem  is dat onvoldoende om iets te betekenen voor de rivieren. Alleen in Zuid Duitsland en de Alpen vielen er ook nog wat buien en dat leverde zo'n 25 tot 30 mm op, wat net voldoende was voor een heel kleine stijging van de Rijn. Dat water is nu onderweg naar Nederland.

De komende paar dagen houdt het lagedrukgebied boven Scandinavië zijn greep op het weer en op dinsdag trekt er een wat actievere regenzone over Nederland naar het oosten. Het is nu nog niet zeker, maar mogelijk dat er een paar wat zwaardere buien kunnen vallen, met de meeste kans daarop in Noord Nederland. In de stroomgebieden van Maas en Rijn blijft het op de meeste plaatsen droog. Alleen in Zuid Duitsland en de Alpen kunnen op woensdag en donderdag ook enkele buien vallen.

In de tweede helft van de week vormt zich een nieuw lagedrukgebied ten westen van Ierland dat volgens de laatste verwachtingen lang genoeg blijft liggen om, in combinatie met een hogedrukgebied boven Centraal Europa, erg warme lucht vanuit Spanje op transport te zetten naar onze omgeving. Waarschijnlijk duurt deze weersituatie niet langer dan een paar dagen en vanaf zondag 9/7 of maandag 10/7 kan dan een weersomslag optreden met veel meer buien.

Die buien breiden zich dan uit over een groot deel van de stroomgebieden en er zou op 10 en 11 juli voldoende regen kunnen vallen om de rivieren wel weer wat te laten stijgen. Het blijft voorlopig echter afwachten of dit ook uit gaat komen; een week vooruit kan het weermodel nog wel eens switchen naar een andere oplossing.

Voorlopig dus een grotendeels droge week met te weinig neerslag om de rivieren te laten stijgen of zelfs maar op het huidige niveau te houden.

Rijn even stabiel, daarna verder dalend; de 1000 m3/s komt in zicht

Na de kleine opleving van ca 60 cm rond 24 juni is de Rijn de hele week gedaald met circa 10 cm per dag tot 7,6 m (NAP) op dit moment. De afvoer bedraagt nu nog maar 1.150 m3/s en dat is slechts iets meer dan de helft van het langjarig gemiddelde.  De waterstand is daarmee nu al bijna 10 cm lager dan voor de opleving. De daling verliep vooral de eerste dagen van de week wat sneller dan ik had verwacht omdat van een stabilisatie tussen 27 en 29 juli geen sprake was. Het water van de neerslag van de voorgaande week was sneller op dan ik had voorzien.

In Zuid Duitsland en de Alpen is in de tweede helft van de week wel wat regen gevallen en dat levert een hele bescheiden stijging op. Als dit water na morgen aankomt. is het waarschijnlijk net voldoende om de afvoer bij Lobith een paar dagen niet verder te laten dalen. Van 4 t/m 7 juli blijft de waterstand daarom schommelen tussen 7,55 m en 7,6 m (NAP) en de afvoer rond 1.125 m3/s.

Vanaf 8 juli gaat de waterstand weer verder dalen met ongeveer 5 cm per dag tot ca. 7,3 m (NAP) rond 13 juli. De afvoer is dan gedaald tot net iets boven de 1.000 m3/s. Wat er daarna gebeurt hangt af van of en hoeveel regen er gaat vallen vanaf 10 juli. De verwachting is nu dat er voldoende kan vallen om de waterstand daarna weer wat te laten stijgen, maar voorlopig is het onzeker of dit uit gaat komen.

Mocht de 1.000 m3/s onderschreden worden, dan is dat niet zo bijzonder want het gebeurt gemiddeld in bijna de helft van de jaren. Wat wel bijzonder is, is dat het al rond 15 juli zou kunnen gebeuren, want meestal gebeurt het pas vanaf half augustus en is de kans het grootst rond eind september. Ook in 2018 en 2020 werd de 1.000 m3/s al rond half juli onderschreden, maar het is geen gebeurtenis die specifiek voor de laatste jaren, want in 1921, 1934, 1949, 1964 en 1976 gebeurde het ook rond die tijd van het jaar, of zelfs al eerder.

Maas blijft langzaam zakken naar ca 60 m3/s

De Maasafvoer bij Maastricht bedraagt nu ongeveer 70 m3/s en is de afgelopen week nauwelijks veranderd. In de week daarvoor was er het kleine zomerpiekje en waarschijnlijk leverde de vele regen die er toen gevallen is ook de afgelopen week nog wat extra water op. De laatste dagen is er maar weinig regen gevallen en ook de komende week blijft het grotendeels droog. 

Alleen op dinsdag en woensdag kunnen er wat buien vallen in de Ardennen, maar de hoeveelheden zijn waarschijnlijk te gering om de Maas er door te laten stijgen. Ik verwacht daarom dat de afvoer de hele week langzaam blijft dalen naar ca 60 m3/s. Dit is dan het gemiddelde over de dag, want de Maasafvoer schommelt altijd gedurende de dag vanwege het beheer van de stuwen en sluizen. 

Vanaf maandag 10/7 neemt de kans op buien toe en vooral op de 11e en 12e juli zou er voldoende regen kunnen vallen om de Maas weer wat te laten stijgen. Net als voor de Rijn is dit nu echter nog onzeker of dit uit gaat komen. Volgend weekend is er meer duidelijkheid of het weer na het volgend weekend overschakelt op een natter scenario.

water inzicht

Afvoeren van Rijn en Maas waren erg laag in juni 

De extreme droogte van de afgelopen periode heeft grote gevolgen gehad voor de afvoeren van de rivieren. Terwijl de gemiddelde afvoeren in april en mei bij zowel de Rijn als de Maas nog duidelijk boven het langjarig gemiddelde lagen, zakte de afvoer in juni daar ver onder. Gemiddeld over de hele maand bedroeg de Rijnafvoer ca 1.425 m3/s en de Maasafvoer 90 m3/s. In een gemiddelde junimaand bedraagt de afvoer van de Rijn ca 2.225 m3/s en van de Maas 150 m3/s. Er werd dus respectievelijk 65 en 60% afgevoerd van gewoonlijk in juni. (De Maasafvoer betreft de afvoer bij Monsin, net voor de aftakking van het Albertkanaal; bij Maastricht is de afvoer ca 15 m3/s lager).

In de volgende analyse ben ik nagegaan hoe bijzonder zo'n lage afvoer is in deze tijd van het jaar en hoe voorgaande jaren verliepen waarin de afvoer al vroeg in de zomer erg laag was. In de tabel hieronder zijn voor de Rijn de 20 jaren onder elkaar gezet met de laagste gemiddelde juni afvoer. 2023 is op de 8e plaats geëindigd in de ranglijst.

Scherm­afbeelding 2023-07-02 om 11.53.54.png

De 20 jaren met de laagste gemiddelde juni-afvoer in de Rijn en in de twee rechterkolommen welke positie het jaar in de maanden juli en augustis innam. In rood de jaren met een hogere ranking dan in juni.
De 20 jaren met de laagste gemiddelde juni-afvoer in de Rijn en in de twee rechterkolommen welke positie het jaar in de maanden juli en augustis innam. In rood de jaren met een hogere ranking dan in juni.

In de lijst vinden we jaren uit de hele meetreeks, maar wat opvalt is dat er maar liefst 6 jaren van na 2010 is de lijst staan (deze zijn geel gemarkeerd). Deze junimaand staat dus niet op zich. Wat wel bijzonder is, is dat deze maand volgde op een vrij nat voorjaar. De meeste andere recente juni maanden volgden juist op een vrij droog voorjaar, waarna de afvoer in juni onvoldoende op kon krabbelen.

In de 4 kolom van links is de positie aangegeven die deze maanden innamen in de maand die volgde op deze juni maanden. Van de 19 jaren staan er dan nog 10 in de top 20 en nog een maand later in augustus zijn dat er nog 7. Een junimaand met lage afvoeren wordt dus niet altijd gevolgd door ook een juli-maand met lage afvoeren. In vrij veel jaren valt er in juli dus voldoende regen om de afvoer weer voldoende te laten stijgen om buiten de top 20 uit te komen. 

Het is interessant om na te gaan of recente jaren meer kans maken om in de volgende maanden in de ranglijst te blijven staan, of vaker hoger te eindigen. Dat is echter niet het geval; de meer recente jaren zien we niet vaker terug in de hogere regionen van de volgende maand. In rood zijn de jaren weergegeven die in de volgende maand een hogere plek innamen dan in de junimaand. Dat zijn er 4 in juli en slechts 2 in augustus. Hierbij vinden we alleen het vorige jaar terug, de andere jaren zijn allemaal van veel langer geleden.

De andere recente jaren vallen bijna allemaal opvallend ver terug, zoals 2014 dat in augustus tot een van de maanden behoorde met een opvallend hoge afvoer en ook 2011 en 2017 zakten ver terug. Alleen 2020 bleef staan in de ranglijst, daalde alleen een paar plaatsen

In de tabel hierna is dezelfde analyse gedaan voor de Maasafvoer. Het jaar 2023 staat hier op de 20e plaats. Dit heeft het te danken aan de paar dagen met een hoge afvoer rond 21 juni; zonder dat extra water had de maand ronde de 10e plaats gestaan. 

Scherm­afbeelding 2023-07-02 om 11.54.16.png

De 20 jaren met de laagste gemiddelde juni-afvoer in de Maas en in de twee rechterkolommen welke positie het jaar in de maanden juli en augustis innam. In rood de jaren met een hogere ranking dan in juni.
De 20 jaren met de laagste gemiddelde juni-afvoer in de Maas en in de twee rechterkolommen welke positie het jaar in de maanden juli en augustis innam. In rood de jaren met een hogere ranking dan in juni.

In grote lijnen is het beeld hetzelfde als bij de Rijn met nu 7 jaren van na het jaar 2000, waaronder vaak dezelfde als bij de Rijn. De kans dat een jaar met een lage juni afvoer in de ranglijst van de volgende maand terugkeert is groter dan bij de Rijn, vooral in juli met 13 maanden en 7 in augustus. Ook zijn er  veel meer jaren die hoger of gelijk eindigen dan in juni: in juli zijn dat er 7, in augustus 4, terwijl dat bij de Rijn respectievelijk 4 en 2 was.

Wat opvalt is dat er bij de jaren die stijgen in de rangorde van de volgende maanden, dus waar de lage afvoer extremer werd, er slechts 1 jaar tussen staat van na het jaar 2000 (het jaar 2010). Net als bij de Rijn kunnen jaren ook ver terugvallen en daarbij is er geen onderscheid tussen de meer recente jaren en de jaren van langer geleden.

Samengevat zien we dat een zeer lage juni afvoer niet hoeft te betekenen dat de afvoer in juli en/of augustus ook zeer laag is. Bij de Rijn is in meeste jaren de afvoer zelfs voldoende gestegen om flink te dalen in de ranglijst van de volgende maanden of er (nog vaker) helemaal buiten te vallen. Bij de Maas is de kans op een hoge en vaak zelfs hogere positie vooral in juli nog erg groot om in augustus pas af te nemen. Daarbij valt wel op dat dit niet opgaat voor de recente jaren (van na het jaar 2000) in de reeksen; die jaren vallen namelijk vaker terug -wat betekent dat de afvoer relatief wat stijgt- dan jaren van voor die tijd.

Er breekt de komende weken een spannende tijd aan of 2023 past in deze analyse dat na een lage juni afvoer er vaak een relatief hogere juli- en augustusafvoer volgt, of dat de afvoer dit jaar net als zijn voorganger in 2022 blijft dalen en het jaar dus blijft stijgen in de ranglijst.