U bent hier

Buien temperen de droogte in Nederland, maar onvoldoende om Rijn en Maas te laten stijgen

Warm tot zeer warm weer met buien wisselt de komende tijd af met koeler en vrijwel droog weer. Er valt voldoende neerslag om de extreme droogte die in juni in Nederland was opgebouwd wat te temperen. De Maas kan ook op wat buien rekenen en de afvoer blijft stabiel op een laag niveau. In het stroomgebied van de Rijn, wordt op de Alpen na, weinig regen verwacht en daar zal de afvoer langzaam blijven dalen. In het waterbericht leest u de details

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op het uitzonderlijke weer in juni. Er viel weinig regen, maar nog uitzonderlijker was de verdamping. Die was groter dan ooit in juni en dat past in een trend.

water van de week

Buiig weer houdt aan, met de meeste neerslag in en rondom Nederland en in de Alpen

De hogedrukgebieden die in mei en juni voor een 5 wekenlange droge periode zorgden, zijn wat naar de achtergrond geschoven en sinds een paar weken zijn het de lagedrukgebieden die het weer bepalen. In het begin van de week hadden we nog te maken met een lagedrukgebied boven Scandinavië en inmiddels ligt er een ten westen van Ierland. Bij een lagedrukgebied ten noorden van ons is de wind westelijk en blijft het relatief koel, in de huidige situatie met een lagedrukgebied ten westen is de luchtstroming zuidelijk en wordt heel warme lucht aangevoerd.

In beide situaties kunnen buien vallen in onze omgeving, maar vooral in de warme lucht pakken die veel zwaarder uit. Op dit moment is een gebied met zware buien ontstaan boven Frankrijk en dat trekt vandaag, zondag, naar het noordoosten en kan later in delen van België en vooral het oosten van Nederland voor veel regen zorgen.

Het Ierse lagedrukgebied trekt de komende dagen naar Scandinavië, waardoor de wind westelijker wordt en we in wat koeler weer terecht komen. In het komend weekend herhaalt dit patroon zich, er ontstaat dan opnieuw een lagedrukgebied nabij Ierland, waardoor het weer warmer wordt in West Europa, met later weer kans op buien. Ook dit lagedrukgebied trekt vervolgens naar Scandinavië.

De meeste buien vallen de komende dagen in en in de nabijheid van Nederland. Het stroomgebied van de Maas heeft de meeste kans op regen en krijgt waarschijnlijk vandaag met forse buien te maken. Maar er zijn ook modellen die de regen net westelijk van de Ardennen langs laten trekken. In het stroomgebied van de Rijn is de kans op buien in de komende dagen duidelijk kleiner, om het meest noordelijke deel nabij Nederland na. 

De Alpen vormen hierop de uitzondering, want daar worden voor dinsdag en vooral op woensdag en donderdag wel flink wat buien verwacht. Nu moet ik daar wel bij vertellen dat er de laatste tijd vaak buien worden verwacht in de Alpen, maar dat het uiteindelijk toch wel mee valt met de hoeveelheid regen. Ook de afgelopen week bleef het bij minder dan 10 mm in het hooggebergte, terwijl tot meer dan 50 mm werd verwacht.

Voor de Rijn zijn de buien in de Alpen in hoogzomer een belangrijke bron van water. In mei en juni is smeltwater van sneeuw belangrijk, maar in juli en augustus nemen buien dat over. Dit zijn ook de natste maanden van het jaar in de Alpen. Als die buien uitblijven, dan maakt dat de kans op laagwater in de Rijn veel groter.  De komende week wordt weer 50 tot 70 mm verwacht en mocht dat uitkomen, dan zal de Rijnafvoer daar wat door stijgen. Maar het blijft nog even afwachten of de hoeveelheid wel gaat vallen.

Rijn daalt heel langzaam verder; komend weekend tot onder 1000 m3/s

De Rijnafvoer bedraagt nu nog ca 1.100 m3/s en dat is nog maar 55% van de langjarig gemiddelde afvoer. Slechts in 6 andere jaren was de afvoer net zo laag of nog lager. Onder deze jaren vinden we ook 2018 en 2022, jaren waarin de afvoer uiteindelijk tot ca 750 m3/s (2018) en 700 m3/s (2022) zou dalen.

De waterstand was toen nog bijna 1 meter lager dan nu. Het is nu nog niet te zeggen of dergelijke lage waarden dit jaar weer bereikt gaan worden. Maar de voorraden in het stroomgebied (oa de niveaus van de Zwitserse meren) zijn op dit moment nog maar erg beperkt, dus het zal van de neerslag moeten komen.

In een groot deel van het Duitse deel van het stroomgebied wordt deze week weinig regen verwacht en of er in de Alpen wel voldoende regen gaat vallen is nog maar de vraag. De afvoeren zullen daarom de komende week langzaam verder blijven dalen. Enig lichtpuntje is dat er in Nederland de komende tijd wel flink wat regen lijkt te gaan vallen, zodat het voor de gebieden waar het Rijnwater heen gevoerd kan worden, niet zo erg is dat de afvoer laag is. De binnenvaart heeft daar echter weinig aan, zij is afhankelijk van de hoeveelheid water die de Rijn vanuit Duitsland aanvoert.

De afgelopen week daalde de waterstand in totaal maar een cm of 10, omdat er een heel klein golfje extra water passeerde dat in de week daarvoor in Zuid Duitsland als regen was gevallen. Inmiddels is dat voorbij en is de daling weer ingezet. Dagelijks gaat er zo'n 5 cm van de waterstand af. Op dit moment bedraagt deze 7,5 m (NAP) en op 13/7 verwacht ik een stand van ca 7,3 m (NAP) en op 17/7 van 7,15 m (NAP).

De afvoer daalt per dag met ca 20 m3 en komt waarschijnlijk op de 15e tot onder de 1.000 m3/s. Mocht de buiigheid zich later vandaag ook uitstrekken tot over de noordelijke zijbeken van de Rijn (Lippe en Ruhr), dan kan dat de daling nog iets temperen.  Maar omdat het later in de week grotendeels droog blijft in Duitsland zal het het moment dat de 1000 m3/s wordt bereikt hoogstens een dag of twee uitstellen.  

Na de 17e ziet het er nu naar uit dat de waterstand weer wat op kan veren. dat is het gevolg van de regen die medio deze week in de Alpen kan vallen. Ook dat zal waarschijnlijk hoogstens een kleine opleving betekenen van zo'n 10 tot 20 cm. Er zal structureel meer regen in vooral Duitsland moeten gaan vallen om de waterstanden rond het eind van de maand weer wat sterker te laten stijgen, maar daar ziet het voorlopig nog niet naar uit.

Maasafvoer stabiel op laag niveau, misschien met een korte stijging door buien

De Maasafvoer bij Maastricht is de afgelopen week nog wat gedaald tot gemiddeld over de dag zo'n 60 m3/s. Ook dat is slechts iets meer dan 50% van het langjarig gemiddelde rond deze tijd van het jaar, maar bij de Maas is dat minder uitzonderlijk dan bij de Rijn. Er zijn tientallen jaren met rond deze tijd een vergelijkbare lage afvoer. Zo hadden alleen al van de laatste 13 jaar sinds 20, tien jaren een net zo lage afvoer of nog lager. Voor het beheer van de Maasafvoer is het dus niet zo bijzonder wat er nu gebeurt.

Er is een kansje dat de Maas vandaag profiteert van de zware buien die in de middag vanuit Frankrijk naar het noorden trekken. Er zijn modellen die boven de Ardennen een vrij groot gebied aangeven waar 20 tot 30 mm regen kan vallen. Als dat uit komt, dan kan de Maasafvoer korte tijd met zo'n 75 tot 100 m3/s stijgen. Maar er zijn ook modellen die de neerslag verder westelijk laten vallen. Het blijft dus even afwachten wat het wordt.

Ook op maandag kunnen er nog buien vallen in de Ardennen, maar daarna wordt het een paar dagen droog. Pas vanaf het weekend neemt de kans op buien weer toe. Mochten er inderdaad buien vallen in de Ardennen, dan kan de afvoer even tot boven de 100 of misschien wel 150 m3/s stijgen.

Vanaf dinsdag daalt de afvoer dan weer snel omdat het dan een aantal dagen droog blijft. In de rest van de week verwacht ik een afvoer tussen de 60 en 75 m3/s, Mocht de regen  uitblijven, dan zal de afvoer langzaam verder zakken naar ca 50 m3/s aan het eind van de week. 

Het is nog onduidelijk hoe de buiigheid zich rond het volgend weekend gaat ontwikkelen. Volgende week is daar in het waterbericht meer over te zeggen.

water inzicht

Verdamping in juni was uitzonderlijk groot

In de maand juni maakten we in Nederland een van de langste droge perioden ooit mee. Deze droogteperiode begon half mei en duurde tot ongeveer 20 juni. In de laatste week van juni viel er overal nog wel wat neerslag, vooral in het zuidoosten van het land, zodat de maand zelf niet uitzonderlijk droog verliep. 

Wat vooral opvalt bij deze maand was echter niet de neerslag, maar de verdamping. Met circa 132 mm verdamping was het in De Bilt na juli 2018 (toen 135 mm) de maand met de grootste hoeveelheid verdamping. Zoals de bovenste grafiek hieronder laat zien was de verdamping zelfs 20 mm groter dan de hoogste waarde die tot nu toe in juni werd bereikt. 

Vier van de vijf juni-maanden met de hoogste verdamping vinden we in de meetreeks in de periode sinds 2010. De trendlijn (blauwe lijn) van de verdamping in juni loopt ook duidelijk omhoog. Inmiddels bedraagt het langjarig gemiddelde ca 100 mm, terwijl dat vroeger ca 85 mm was.

De trendlijn doet vermoeden dat het een gestaag oplopende lijn is, maar dat is niet zo. In het begin van de reeks lag het gemiddelde lange tijd rond de 90 mm, om daarna in de 80-er jaren flink te dalen. Pas sinds 1990 komen jaren met een lage hoeveelheid verdamping bijna niet meer voor en gaat het gemiddelde snel omhoog.

neerslag en verdamping juni.jpg

Neerslag, verdamping en tekort/overschot in juni vanaf 1957 t/m 2023. De meest extreme 5 jaren zijn rood gemarkeerd.
Neerslag, verdamping en tekort/overschot in juni vanaf 1957 t/m 2023. De meest extreme 5 jaren zijn rood gemarkeerd.

In de tweede grafiek hierboven is de hoeveelheid neerslag afgebeeld die in De Bilt is gemeten. Ook hier vinden we 4 van de 5 jaren met de kleinste hoeveelheid aan het eind van de reeks. Daartussen zijn er ook jaren met heel hoge waarden (zoals 2016 en 2019) en daarom loopt de neerslagtrend maar nauwelijks naar beneden.

De onderste grafiek laat het neerslagtekort zien; dat is de hoeveelheid verdamping afgetrokken van de hoeveelheid neerslag. Hier valt op dat deze lijn duidelijk omlaag loopt. De maand juni levert dus een steeds grotere bijdrage aan het neerslagtekort dat voor Nederland wordt bijgehouden van 1 april t/m 30 september en dit wordt vooral veroorzaakt door de toegenomen verdamping en minder door de neerslag.

De periode van mei t/m augustus is de periode dat de verdamping in Nederland het grootst is. Circa 75% van de verdamping die jaarlijks optreedt, vindt plaats in die 4 maanden. In de figuur hieronder zijn voor deze 4 maanden dezelfde grafieken afgebeeld als hierboven voor juni alleen. Omdat 2023 nog loopt, gaan deze grafieken over de periode tot 2022, dus de hoge waarden van de afgelopen juni zijn er nog niet in zichtbaar.

Ook zonder het huidige jaar is het beeld echter al meteen duidelijk. De verdamping is aan een stevige opmars bezig (bovenste grafiek) en van de 5 laatste jaren staan er 4 in de top-5.  Alleen 1976 houdt nog dapper stand als enige jaar buiten de huidige sterk door klimaatverandering beïnvloede periode. De grafiek laat zien dat de verdamping met zo'n 15% is toegenomen.

neerslag en verdamping mei-aug.jpg

Neerslag, verdamping en tekort/overschot in de maanden mei t/m augustus vanaf 1957 t/m 2022. De meest extreme 5 jaren zijn rood gemarkeerd.
Neerslag, verdamping en tekort/overschot in de maanden mei t/m augustus vanaf 1957 t/m 2022. De meest extreme 5 jaren zijn rood gemarkeerd.

Tegen de verwachting in (de zomers zouden immers droger worden) is de neerslag niet sterk veranderd. De laatste jaren waren er vaak droge zomermaanden, maar de hele periode van mei t/m augustus was op 2018 na nooit uitzonderlijk droog. De verschillende jaren laten een sterk wisselend verloop zien met soms een droog jaar, maar ook veel erg natte jaren. Het levert al met al een vlakke trendlijn op.

In het neerslagtekort over deze 4 maanden is wel weer een duidelijke trend te zien. Omdat de neerslag niet is veranderd, is deze daling vooral het gevolg van de toegenomen verdamping. De figuren laten zien dat droogte als gevolg van weinig neerslag van alle tijden is; ook vroeger waren er jaren met heel weinig regen, zoals 1959 en 1976. De verdamping daarentegen is tegenwoordig veel groter, met tot gevolg dat als het tegenwoordig een keer een paar weken niet regent, de droogte meteen veel extremer is dat deze vroeger was.